Bijlage 7.2b Evaluatie referendum Ruimtelijke Koers referendumcommissie mei 2021
Tekst van het document
EVALUATIE van het REFERENDUM RUIMTELIJKE KOERS HOUTEN 2040
REFERENDUMCOMMISSIE Gemeente Houten
mei 2021
Evaluatie referendum Ruimtelijke Koers
Inhoud Inleiding .................................................................................................................................................................. 3 Leeswijzer ......................................................................................................................................................... 3 Conclusies ............................................................................................................................................................. 4 Voorfase: van totstandkoming referendumverordening tot aankondiging initiatief referendum Ruimtelijke Koers (2006 - medio oktober 2020) ............................................................................................. 5 Referendumverordening ................................................................................................................................. 5 Fase 1: tot en met besluit m.b.t. inleidend referendumverzoek (medio oktober t/m 1 december 2020) 7 Inleidend referendumverzoek ......................................................................................................................... 7 Referendumcommissie ...................................................................................................................................
8 Eerste advies van de referendumcommissie ............................................................................................. 10 Fase 2: tot en met indiening definitief referendumverzoek (2 december 2020 t/m 11 januari 2021) ... 12 Inzameling handtekeningen definitief referendumverzoek ...................................................................... 12 Openbaar gesprek met initiatiefnemers, wethouder en burgemeester .................................................. 13 Totstandkoming subsidieregeling ................................................................................................................ 14 Fase 3: tot en met besluit over de vraagstelling (12 januari t/m 26 januari 2021) .................................... 17 Definitief referendumverzoek ....................................................................................................................... 17 Bestuurlijke besluitvorming over referendum en Ruimtelijke Koers ....................................................... 17 Vraagstelling ................................................................................................................................................... 19 Fase 4: tot en met het referendum (27 januari t/m 17 maart) ......................................................................
20 Stempassen en stembiljetten ....................................................................................................................... 20 Subsidieverstrekking ..................................................................................................................................... 21 Neutrale informatievoorziening en campagnevoering college en raad .................................................. 23 Campagnevoering .......................................................................................................................................... 24 Klachtbehandeling ......................................................................................................................................... 24 Het referendum .............................................................................................................................................. 25 Nafase: tot en met de evaluatie (18 maart tot medio mei) ........................................................................... 27 Uitslag en raadsbehandeling ........................................................................................................................ 27 Afhandeling subsidieverstrekking ................................................................................................................
27 Evaluatie .......................................................................................................................................................... 28 Bijlage 1: overzicht adviezen en brieven referendumcommissie ................................................................ 29 Bijlage 2: overzicht aanbevelingen .................................................................................................................. 30 Referendumverordening ............................................................................................................................... 30 Referendumcommissie ................................................................................................................................. 30 Subsidie(regeling) .......................................................................................................................................... 31 Overige aanbevelingen ................................................................................................................................. 31
2
Evaluatie referendum Ruimtelijke Koers
Inleiding Op 17 maart 2021 werd in de gemeente Houten het eerste referendum gehouden. Dit ging over het voorgenomen raadsbesluit met betrekking tot de Ruimtelijke Koers Houten 2040. Het referendum kwam er op initiatief van drie inwoners van de gemeente. Vanwege het op handen zijnde referendum stelde de raad op 17 november 2020 een permanente referendumcommissie in en benoemde de volgende leden: -
de heer J.G. (Jan) van der Valk; mevrouw M. (Marion) Veerbeek; mevrouw C.C.L. (Charlotte) Wagenaar.
De referendumcommissie benoemde uit haar midden mevrouw Wagenaar als voorzitter. Nadat de raad de commissie benoemd had, ging deze onmiddellijk aan de slag. De belangrijkste werkzaamheden van de commissie in het afgelopen half jaar bestonden uit het adviseren van de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders, het beoordelen van neutrale informatie en het behandelen van klachten. Deze evaluatie vormt het sluitstuk van de werkzaamheden van de referendumcommissie ten behoeve van het referendum Ruimtelijke Koers. Dit evaluatierapport is opgesteld vanuit het gezichtspunt van de referendumcommissie. Het heeft betrekking op het gehele referendumproces en wat daaraan voorafging. Omdat het college ook zelf een evaluatie uitvoert, gaat de referendumcommissie in deze evaluatie hooguit zijdelings in op de wijze waarop de gemeente de organisatie van het referendum intern vorm heeft gegeven. Verder gaat de evaluatie alleen voor zover zich bijzonderheden hebben voorgedaan over de operationele kant van de organisatie van het referendum. Deze maakte namelijk deel uit van de organisatie van de Tweede Kamerverkiezingen, waar de gemeente veel ervaring mee heeft en die normaliter goed verloopt. Voor deze evaluatie heeft de commissie voornamelijk geput uit haar eigen ervaring en waarnemingen.
De commissie of haar voorzitter heeft tijdens het proces een aantal keer gesproken met de burgemeester en de projectleider Referendum. Ook heeft er een gesprek met het college plaatsgevonden. Verder heeft de referendumcommissie voor deze evaluatie gebruik gemaakt van de kennis van haar secretaris en, in mindere mate, van informatie verkregen van de projectleider en van medewerkers van de gemeente. Tevens heeft de referendumcommissie een gesprek gevoerd met de griffier.
Leeswijzer Dit evaluatierapport begint met de algemene conclusies die de referendumcommissie heeft getrokken. Vervolgens is de evaluatie opgedeeld in zes fasen: o
o o o o o
Voorfase: van totstandkoming referendumverordening tot aankondiging initiatief referendum Ruimtelijke Koers (2006 - medio oktober 2020); Fase 1: tot en met besluit m.b.t. inleidend referendumverzoek (medio oktober t/m 1 december 2020) Fase 2: tot en met indiening definitief referendumverzoek (2 december 2020 t/m 11 januari 2021) Fase 3: tot en met besluit over de vraagstelling (12 januari t/m 26 januari 2021) Fase 4: tot en met het referendum (27 januari t/m 17 maart) Nafase: tot en met de evaluatie (18 maart tot medio mei)
Per fase zijn thema’s benoemd. Bij elk thema zijn een feitelijke weergave, de bevindingen van de referendumcommissie ten aanzien van deze feiten en eventueel één of meerdere aanbevelingen opgenomen. Als bijlagen zijn bijgevoegd: een overzicht van de adviezen en brieven van de referendumcommissie en een overzicht van alle aanbevelingen.
3
Evaluatie referendum Ruimtelijke Koers
Conclusies De referendumcommissie heeft de volgende algemene conclusies getrokken:
❖ Het is gelukt om binnen krap vijf maanden het referendum over de Ruimtelijke Koers te organiseren. Dit is een prestatie van formaat, te meer omdat dit referendum het eerste lokale referendum in de gemeente Houten was. Daarbij komt dat de gemeentelijke organisatie, de raad en het college niet op een referendum voorbereid waren. Een complicerende factor was bovendien de coronacrisis, waardoor bij het referendum zelf en bij de voorbereiding daarvan coronamaatregelen in acht moesten worden genomen. Dit alles betekende dat een uiterst flexibele instelling van alle betrokkenen gevergd werd. De werkdruk was hoog, ten gevolge van de strakke planning van het referendumproces en/of het intensieve besluitvormingsproces rond de Ruimtelijke Koers. ❖ De Ruimtelijke Koers is een veelomvattende en daardoor complexe visie, die desondanks onderwerp werd van een referendum. Het was dan ook een uitdaging om op een begrijpelijke manier uit te leggen waar het referendum over ging. Dit werd nog eens bemoeilijkt doordat het raadsvoorstel ingrijpend geamendeerd werd. Desondanks is de gemeente hierin geslaagd. ❖ De Referendumverordening Houten is toe aan actualisering. De verordening vormt het kader voor het referendumproces, maar is sinds 2006 niet herzien.
In de praktijk is de verordening op een aantal punten niet logisch of niet duidelijk gebleken, bijvoorbeeld wat betreft de rollen van de betrokkenen en de volgorde van indiening van het definitieve referendumverzoek en voorlopige besluitvorming door de raad. De modelreferendumverordening van de VNG kan als basis dienen voor een nieuwe Houtense referendumverordening. ❖ De rollen van college, raad, griffie, referendumcommissie, projectleider en ambtelijk en bestuurlijk opdrachtgever waren gedurende het referendumproces niet altijd en niet voor iedereen even duidelijk. Omdat het het eerste referendum was, wekt dat geen verbazing. Wel is het zaak daarover bij een volgend referendum, deels door aanpassing van de Referendumverordening, scherpe afspraken te maken.
4
Evaluatie referendum Ruimtelijke Koers
Voorfase: van totstandkoming referendumverordening tot aankondiging initiatief referendum Ruimtelijke Koers (2006 - medio oktober 2020) Referendumverordening De Referendumverordening Houten dateert van 2006 en vormt de juridische basis voor het proces van het referendum Ruimtelijke Koers. Het zal veel van de huidige raads- en collegeleden niet bekend zijn hoe deze verordening tot stand is gekomen. Hierom en omdat ook uit de voorgeschiedenis lering kan worden getrokken, vindt de referendumcommissie het van belang om kort in te gaan op wat er voorafging aan het proces van het referendum Ruimtelijke Koers. In september 2005 nam de gemeenteraad de motie van Houtens Belang en D66 aan, waarin het college werd opgedragen om een gemeentelijke referendumverordening ter besluitvorming aan de raad voor te leggen. Het college legde vervolgens een startnotitie aan de raad voor, aan de hand waarvan de Commissie Bestuur zich tijdens een opiniërende discussie kon uitspreken over de verschillende keuzemogelijkheden in de verordening. Basis voor de nieuwe verordening was de conceptverordening zoals die in 2001 aan de raad was voorgelegd, en toen niet was aangenomen, met enkele aanpassingen in verband met de dualisering van het gemeentebestuur in 2002.
De volgende keuzes werden verwerkt in de conceptreferendumverordening: 1) Een referendum kan zowel op initiatief van de raad als op initiatief van kiesgerechtigden worden gehouden. 2) Voor een inleidend en definitief verzoek van kiesgerechtigden tot het houden van een referendum, worden de drempels van de Tijdelijke referendumwet (die van 2002 tot 2005 van kracht was) gehanteerd, dat wil zeggen 0,7 respectievelijk 7%. Hieraan wordt (eveneens conform de Tijdelijke referendumwet) een maximumaantal benodigde handtekeningen verbonden, te weten 200 respectievelijk 2.250, gebaseerd op het in 2006 verwachte aantal kiesgerechtigden van 32.000. 3) Een referendum kan worden gehouden over een voorgenomen raadsbesluit, dus vóórdat besluitvorming in de raad heeft plaatsgevonden. 4) Er wordt een permanente referendumcommissie ingesteld. 5) De uitslag van het referendum is geldig als 30% van de kiesgerechtigden heeft gestemd. 6) Over een limitatief en beperkt aantal met name genoemde besluiten kan geen referendum worden gehouden. Daarnaast geldt een algemene weigeringsgrond. 7) Er wordt een budget beschikbaar gesteld ten behoeve van een tegemoetkoming in de kosten van campagnevoering door derden. De raad stelde de Referendumverordening Houten op 14 maart 2006 vast.
In de raadsvoorstellen betreffende de startnotitie en de verordening stond dat in het vervolg op de vaststelling van de referendumverordening onder andere een permanente referendumcommissie ingesteld moest worden, regels vastgesteld moesten worden voor de tegemoetkoming in de kosten van derden en de afdeling Burgerzaken formulieren beschikbaar moest hebben voor het indienen van een inleidend respectievelijk definitief referendumverzoek. Sinds de vaststelling van de referendumverordening was er nog geen referendum gehouden. Wel werd begin 2015 een inleidend verzoek ingediend met betrekking tot een raadsvoorstel over verruiming van de winkeltijden. De raad besloot toen om wegens dringende redenen (de algemene weigeringsgrond) geen referendum te houden.
Bevindingen •
De referendumverordening is gebaseerd op een voorbeeldverordening die dateert van vóór de dualisering. Weliswaar zijn er in verband met de dualisering enkele wijzigingen doorgevoerd, maar op sommige punten is de verordening nog altijd monistisch van aard. De referendumcommissie ziet de referendumverordening als een autonome verordening van de raad, waarbij het college enkel belast is met de uitvoering.
5
Evaluatie referendum Ruimtelijke Koers
•
De referendumverordening is nooit geactualiseerd. Er zijn dus ook geen voortschrijdende inzichten in verwerkt, zoals wel het geval is in de modelverordeningen van 2009 en 2019 van de VNG.
•
Aan de hiervoor beschreven vervolgacties is indertijd geen uitvoering gegeven, waardoor er tot voor kort geen referendumcommissie was, geen subsidieverordening of –regeling was vastgesteld en geen handtekeningenformulieren beschikbaar waren. Als er eerder een referendumcommissie was ingesteld, had deze kunnen adviseren over het actualiseren van de referendumverordening en het voorbereid zijn op een eventueel referendum.
•
Het feit dat de gemeente nooit eerder ervaring had opgedaan met een lokaal referendum, maakte de organisatie ervan tot een extra uitdaging.
Aanbeveling •
Actualiseer de Referendumverordening Houten, met gebruikmaking van de modelverordening van de VNG. De referendumcommissie is graag bereid daaraan een bijdrage te leveren. (In het vervolg van deze evaluatie worden concrete suggesties gedaan voor aanpassing van de verordening.)
6
Evaluatie referendum Ruimtelijke Koers
Fase 1: tot en met besluit m.b.t. inleidend referendumverzoek (medio oktober t/m 1 december 2020) Inleidend referendumverzoek Nadat er circa 400 zienswijzen waren ingediend, legde het college eind september 2020 de raad een voorstel voor ter vaststelling van de Ruimtelijke Koers, als richtinggevende visie en strategie voor de ruimtelijke ontwikkeling van Houten tot 2040. Kort daarna werd het de gemeente bekend dat drie inwoners handtekeningen aan het verzamelen waren voor een petitie tegen de Ruimtelijke Koers en dat zij tevens voornemens waren een referendumverzoek in te dienen. De initiatiefnemers namen contact op met de griffie, waarbij zij verzochten om een formulier om handtekeningen voor een inleidend referendumverzoek te verzamelen. Omdat een dergelijk formulier niet voorhanden was, ontwierp de griffie aan de hand van voorbeelden een formulier en mailde dit naar de initiatiefnemers. Op 26 oktober 2020 dienden de initiatiefnemers een inleidend verzoekschrift in, voorzien van een lijst met 208 handtekeningen. Op 27 oktober werd een aanvullende lijst met 15 handtekeningen ingeleverd. In het verzoekschrift gaven de initiatiefnemers aan dat zij wat betreft de datum van een eventueel referendum voorkeur hadden voor 17 maart 2021, zodat het referendum gelijktijdig met de Tweede Kamerverkiezing kon worden gehouden.
Om organisatorische en financiële redenen had ook het college deze voorkeur. Dat dit een uitdaging betekende was meteen duidelijk, gelet op de korte periode waarbinnen de besluitvorming en de organisatie, áls er inderdaad een referendum zou komen, zou moeten plaatsvinden. In de planning, en de mogelijke varianten daarbinnen, namen de burgemeester en een van de bestuursadviseurs het voortouw. Bij de planning moest niet alleen rekening worden gehouden met de in de Referendumverordening beschreven stappen en termijnen, maar ook met het besluitvormingsproces betreffende de Ruimtelijke Koers. Terwijl binnen de gemeente het team Dienstverlening aan de slag ging met de controle van de gegevens van de ondertekenaars van het inleidend verzoek, onderzocht het college of er sprake was van een van de weigeringsgronden genoemd in de Referendumverordening. Blijkens het collegebesluit en raadsvoorstel van 10 november 2020 oordeelde het college na rijp beraad dat zich geen weigeringsgrond voordeed en dat er een voldoende aantal geldige handtekeningen, namelijk 218, was ingediend. Op 1 december 2020 stelde de raad vast dat het inleidend verzoek aan de vereisten voldeed en dat zich geen weigeringsgrond voordeed voor het houden van een referendum over de Ruimtelijke Koers.
Dit besluit impliceerde, op grond van artikel 7 lid 2 van de Referendumverordening, dat de raad de besluitvorming omtrent de Ruimtelijke Koers aanhield.
Bevindingen •
De referendumcommissie constateert dat er geen formulier voorhanden was voor het plaatsen van handtekeningen en NAW-gegevens ten behoeve van het inleidend referendumverzoek. De griffie wist toch op korte termijn een formulier te verstrekken.
•
De gemeente werkt met handtekeningenformulieren die geprint moeten worden en waarop inwoners handmatig hun gegevens en handtekening moeten plaatsen. Dit zou tegenwoordig ook langs digitale weg kunnen gebeuren, wat ook voordelen kan bieden voor de privacy van de ondertekenaars.
•
In de Referendumverordening is het maximumaantal handtekeningen voor een inleidend verzoek gesteld op 200. Hierbij is ervan uitgegaan dat 0,7% van het aantal kiesgerechtigden rond de 200 zou liggen. Inmiddels ligt dat aantal echter op 261, waardoor feitelijk slechts een percentage van ruim 0,5% het inleidend verzoek hoeft te ondersteunen.
•
In deze fase lijkt de griffie niet te zijn betrokken bij de planning, terwijl daarin de nodige flexibiliteit van de raad wordt verwacht.
•
Volgens de Referendumverordening verzoekt het college de referendumcommissie alleen om een advies als het van mening is dat zich een weigeringsgrond voordoet. De referendumcommissie
7
Evaluatie referendum Ruimtelijke Koers
zou echter, als onafhankelijke adviescommissie en vanuit haar ervaring en deskundigheid, sowieso kunnen meedenken en adviseren over de vraag of zich een weigeringsgrond voordoet, mede omdat de beoordeling of er sprake is van een weigeringsgrond politiek gevoelig kan liggen.
Aanbevelingen • • •
• • •
Zorg dat er formulieren voor een inleidend en definitief referendumverzoek voorhanden zijn. Overweeg om het mogelijk te maken een referendumverzoek digitaal te ondersteunen. Stel in de Referendumverordening het maximumaantal van 200 kiesgerechtigden voor een inleidend verzoek bij (ervan uitgaande dat het vereiste percentage van 0,7% van het aantal kiesgerechtigden gehandhaafd blijft). Betrek de griffie vanaf het begin bij de planning van het referendumproces. Laat de referendumcommissie adviseren over de toepasselijkheid van weigeringsgronden, onafhankelijk van de vraag of het college van mening is dat zich een weigeringsgrond voordoet. Neem in de Referendumverordening op dat de referendumcommissie adviseert over de toepasselijkheid van de weigeringsgronden.
Referendumcommissie Zodra duidelijk was dat er mogelijk een referendum zou worden gehouden, ondernamen de burgemeester en bestuursadviseur actie om een referendumcommissie in te stellen. Voor een open sollicitatieprocedure was geen tijd. Daarom werden drie deskundige potentiële leden geselecteerd uit het netwerk van de burgemeester en bestuursadviseur. De burgemeester, griffier en bestuursadviseur voerde een gesprek met elk van hen. Op 3 november 2020 besloot het college hen, conform de Referendumverordening, voor te dragen aan de raad. Daarnaast besloot het college de leden van de referendumcommissie een vergoeding te betalen overeenkomstig het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Ook stelde het college de reeds bij het proces betrokken bestuursadviseur aan als ambtelijk secretaris. De raad besloot op 17 november 2020 tot instelling van de referendumcommissie en benoeming van de leden. Op grond van de Referendumverordening heeft de referendumcommissie tot taak: a) te adviseren over: - een eventuele weigeringsgrond voor een referendum; - de formulering van de vraagstelling van het referendum; - de wijze waarop van gemeentezijde voorlichting over het referendum wordt verstrekt; - organisatorische kwesties rond het referendum; - de hoogte van het budget dat beschikbaar wordt gesteld voor voorlichting over en de organisatie van het referendum.
b) klachten te behandelen over de wijze waarop initiatiefnemers een campagne in het kader van het referendum voeren. De referendumcommissie stelde op 23 november 2020, conform de Referendumverordening, haar eigen reglement vast. Daarin bepaalde zij, in afstemming met de burgemeester, dat de commissie naast de genoemde taken ongevraagd advies kan uitbrengen aan de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders. Zij nam in het reglement tevens een bredere taak ten aanzien van klachten op: de commissie behandelt klachten over de wijze waarop in het kader van het referendum (niet alleen door initiatiefnemers) campagne wordt gevoerd. De referendumcommissie is een commissie van de raad. Zij adviseert dan ook primair de raad, maar heeft tevens een adviserende rol richting college. In de praktijk had de commissie geen direct contact met de raad of de griffie. Alle contacten met de raad liepen via de burgemeester, als portefeuillehouder verkiezingen en voorzitter van de raad. Ook het contact met het college liep via de burgemeester. De referendumcommissie zond haar adviezen, evenals (in cc) de mails ter afhandeling van klachten, naar de burgemeester.
8
Evaluatie referendum Ruimtelijke Koers
De secretaris van de referendumcommissie had tot februari 2021, toen zij tevens fungeerde als projectleider voor het referendum, ambtelijk contact met de directeur Strategie en ontwikkeling. Vanaf februari vond waar nodig afstemming plaats tussen haar en de ingehuurde projectleider. De referendumcommissie heeft gedurende het gehele proces van het referendum over de Ruimtelijke Koers 22 keer (online) vergaderd. Daarnaast heeft zij veel mailcontact gehad over de advisering en klachtbehandeling.
Bevindingen •
De referendumcommissie begrijpt dat voor de selectie van haar leden geput is uit persoonlijke netwerken. Zij stelt ook vast dat het de gemeente daardoor gelukt is op zeer korte termijn een referendumcommissie in te stellen die onafhankelijk is en – voor zover zij daar zelf over kan oordelen – ervaring en deskundigheid in huis heeft. Desondanks verdient een sollicitatieprocedure de voorkeur, omdat daarmee meer mensen in de gelegenheid worden gesteld hun interesse voor de commissie kenbaar te maken en er met een bredere blik naar mogelijk geschikte kandidaten kan worden gekeken.
•
Omdat de referendumcommissie een commissie van de raad is, ligt het in de rede dat de raad de sollicitatieprocedure voert en de commissieleden vervolgens zonder tussenkomst van het college benoemt.
•
Hoewel de referendumcommissie zeer gemotiveerd was om een bijdrage te leveren aan een goed verloop van het gehele proces, werd er, mede door de hoge tijdsdruk, veel van haar gevraagd. De kwetsbaarheid van de commissie blijkt als leden van de commissie dreigen uit te vallen vanwege bijvoorbeeld persoonlijke omstandigheden, drukke reguliere werkzaamheden of ziekte (zoals Covid-19). Daarnaast kan het zijn dat op het moment dat zich een referendum aandient, niet alle leden beschikbaar zijn. Omdat er geen vervanger voor de secretaris is, is ook deze positie kwetsbaar.
•
De referendumcommissie is een onafhankelijke commissie van de raad. Zij adviseert op grond van de Referendumverordening ook het college. Raad en college hebben er belang bij dat het referendumproces goed en rechtmatig verloopt. Met dat belang voor ogen ziet de referendumcommissie zichzelf als toezichthouder op het gehele proces, door daarover mee te denken en te adviseren. Omdat zij deze rol vervult vanuit deskundigheid waar de gemeente zelf niet over beschikt, is de referendumcommissie van meerwaarde voor het referendumproces. De taakopvatting van de commissie komt overeen met de rol en taken zoals beschreven in de modelverordening van de VNG. Deze zijn breder dan in de Referendumverordening beschreven staat. Dit komt tot uiting in het reglement van de commissie. Daarnaast heeft de referendumcommissie haar brede taakopvatting gedeeld met de burgemeester. Toch heeft de referendumcommissie de indruk dat niet iedereen bekend was met de functie van de commissie en dat er, mede daardoor, niet optimaal gebruik werd gemaakt van haar deskundigheid.
•
Als commissie die primair de raad adviseert, had de referendumcommissie graag via de griffie in verbinding gestaan met de raad. Bij andere gemeenten spreekt dat voor zich, omdat de griffier of een griffiemedewerker optreedt als secretaris van de commissie. In Houten is dat niet het geval. Dit hoeft niet bezwaarlijk te zijn, zolang er afstemming plaatsvindt tussen referendumcommissie en griffie. Omdat was afgesproken dat de contacten via de burgemeester verliepen, is dit echter nauwelijks gebeurd. Ook haar adviezen aan de raad bood de referendumcommissie aan de burgemeester aan. Daardoor had zij, en dus ook anderen, niet steeds goed zicht op wat er vervolgens met deze adviezen gebeurde.
•
De referendumcommissie kreeg gedurende het hele proces uitstekende ondersteuning van haar secretaris. De secretaris heeft ruime kennis van de gemeente, vormt de verbindende schakel tussen de leden van de commissie en de gemeente en heeft tot taak de commissie van relevante
9
Evaluatie referendum Ruimtelijke Koers
informatie te voorzien. De secretaris ondersteunt de commissie in het schrijven van adviezen en reacties, het plannen en voorbereiden van vergaderingen en in communicatie tussen de commissie, gemeentelijke actoren en de initiatiefnemers van het referendum.
Aanbevelingen • • • • • • • •
Werf leden van de referendumcommissie via een sollicitatieprocedure. Laat raadsleden de gesprekken met sollicitanten voor de referendumcommissie voeren en de kandidaten selecteren. Regel in de Referendumverordening dat de raad de leden van de referendumcommissie benoemt, zonder dat daar een voordracht door het college aan vooraf gaat. Overweeg om het aantal leden van de referendumcommissie uit te breiden van drie naar vijf. Wijs een plaatsvervangend secretaris van de referendumcommissie aan. Beschrijf in de Referendumverordening goed de rol en taken van de referendumcommissie. Maak goede afstemming tussen referendumcommissie en griffie mogelijk. Bied een advies van de referendumcommissie aan de raad aan via een raadsvoorstel dan wel een raadsinformatiebrief, waarin een reactie van het college op het advies is opgenomen.
Eerste advies van de referendumcommissie Vanuit de taak en behoefte van de referendumcommissie om op constructieve wijze bij te dragen aan een goed voorbereid referendum, bracht de referendumcommissie op 30 november 2020 haar eerste advies (1) uit. Zij deed dat mede vanwege de korte termijn waarbinnen het de bedoeling was het referendum te houden en omdat het referendum over de Ruimtelijke Koers het eerste lokale referendum in Houten zou zijn. De referendumcommissie adviseerde de raad en het college om: -
ter wille van tijdige besluitvorming de raad tegelijkertijd te laten besluiten over het houden van het referendum en over de datum, vraagstelling en budget van het referendum; overeenkomstig de wens van de initiatiefnemers, college en raad het referendum gelijktijdig met de Tweede Kamerverkiezingen te houden; voortvarend aan de slag te gaan met de neutrale informatievoorziening; subsidie te verstrekken voor campagnevoering; op zeer korte termijn een subsidieverordening dan wel subsidieregeling vast te stellen; de Referendumverordening dusdanig aan te passen dat behalve de Kieswet ook de Tijdelijke wet verkiezingen Covid-19 van toepassing is.
In haar brief gaf de referendumcommissie tevens aan dat zij voornemens was een openbaar gesprek te voeren met de initiatiefnemers en de wethouder. Het college liet bij brief van 4 januari 2021 weten dat het de adviezen grotendeels overnam. Op het punt van besluitvorming door de raad gaf het college aan het niet wenselijk te vinden dat de raad de twee benodigde besluiten tijdens één vergadering zou nemen, omdat daarmee zou worden afgeweken van de Referendumverordening en ‘de regels tijdens het spel zouden worden veranderd’. Het college opperde in plaats daarvan de mogelijkheid van een extra raadsvergadering. Als juridische grondslag voor de subsidie koos het college blijkens zijn reactie voor een subsidieregeling. Het advies over de aanpassing van de verordening volgde het college niet, omdat het de bepaling over de toepasselijkheid van de Kieswet zo uitlegde dat daar ook de Tijdelijke wet verkiezingen Covid-19 onder viel.
Bevindingen •
De referendumcommissie begrijpt de reactie van het college op haar advies, te meer omdat zij net zo min als het college voorstander is van ‘het veranderen van de regels tijdens de wedstrijd‘. Voor het advies over de besluitvorming door de raad was de referendumcommissie uitgegaan van het bestaande vergaderschema. Het houden van een extra raadsvergadering, zoals het college
10
Evaluatie referendum Ruimtelijke Koers
voorstond, zag de referendumcommissie inderdaad als een beter alternatief om tijdig tot de benodigde besluiten te komen.
11
Evaluatie referendum Ruimtelijke Koers
Fase 2: tot en met indiening definitief referendumverzoek (2 december 2020 t/m 11 januari 2021) Inzameling handtekeningen definitief referendumverzoek Op 2 december 2020 mailde de bestuursadviseur aan de initiatiefnemers het formulier voor het verzamelen van handtekeningen voor het definitieve referendumverzoek. Het formulier bevatte behalve kolommen voor naam, adres, geboortedatum en handtekening tevens een kolom om het telefoonnummer in te vullen. Ter toelichting stond op het formulier dat de kiesgerechtigde niet verplicht is om dat telefoonnummer in te vullen en dat het uitsluitend wordt gebruikt in het kader van een eventueel bron- en contactonderzoek Covid-19. De desbetreffende mail bevatte de mededeling dat de initiatiefnemers tot en met 12 januari 2021 de tijd hadden om 2.250 handtekeningen te verzamelen. Diezelfde dag lieten de initiatiefnemers weten dat ze al circa 1.000 handtekeningen hadden verzameld op de eerder verstrekte formulieren en dat zij vonden dat deze handtekeningen moesten meetellen voor het definitieve verzoek. Dit standpunt legden zij ook vast in een brief die de referendumcommissie op 4 december ontving. In de ochtend van die dag werd de referendumcommissie verzocht het college met spoed te adviseren over de vraag of de reeds ingezamelde handtekeningen moesten worden geaccepteerd.
Voordat de referendumcommissie een advies had uitgebracht, stuurde het college de raad die middag een raadsinformatiebrief naar aanleiding van vragen van twee raadsleden. In de brief stelde het college zich op het standpunt dat de eerder ingezamelde handtekeningen niet meegeteld zouden worden voor het definitieve verzoek. Kort na verzending van de raadsinformatiebrief bracht de referendumcommissie haar advies (2) uit. Hierin gaf zij aan dat de strekking van de Referendumverordening met betrekking tot het verzamelen van handtekeningen duidelijk is. Ingevolge die strekking begint de termijn voor het indienen van een definitief referendumverzoek te lopen nadat de raad een besluit over het inleidend verzoek heeft genomen. De bedoeling is dat de handtekeningen voor het definitieve verzoek worden geplaatst op een lijst die door de gemeente is verstrekt en die specifiek is bedoeld voor het definitieve verzoek. De referendumcommissie constateerde echter ook dat in de Referendumverordening niet expliciet staat dat de termijn voor het verzamelen van handtekeningen voor het definitieve verzoek pas begint te lopen nadat de raad op het inleidende verzoek heeft beslist. Daarnaast bleek op het formulier voor het verzamelen van de handtekeningen voor het inleidend verzoek niet het woord “inleidend” te staan. Door deze onvolkomenheden kon onduidelijkheid bij de initiatiefnemers ontstaan.
Om die reden adviseerde de referendumcommissie het college om de initiatiefnemers de lijsten met de reeds verzamelde handtekeningen alvast te laten inleveren en die handtekeningen mee te nemen in het totaal aantal vereiste handtekeningen. Nog dezelfde middag stuurde het college een tweede raadsinformatiebrief aan de raad waarin het de raad voorstelde het advies van de referendumcommissie te volgen en hierover zo spoedig mogelijk een besluit te nemen. Op 7 december 2020 leverden de initiatiefnemers de lijsten met de reeds verzamelde handtekeningen in bij de gemeente. Op 11 januari 2021 overhandigden zij de op de juiste lijsten verzamelde handtekeningen aan de burgemeester.
Bevindingen •
Hoewel erbij wordt vermeld dat het invullen van een telefoonnummer op de handtekeningenlijst niet verplicht is, twijfelt de referendumcommissie aan nut en noodzaak van het vermelden van een telefoonnummer op de handtekeningenlijst. In de Referendumverordening staat dat elke verzoeker een handtekening moet plaatsen, met opgave van naam, adres, leeftijd en woonplaats. Bron- en contactonderzoek Covid-19 richt zich bovendien niet op personen met wie alleen voor het invullen van gegevens kort contact is geweest.
12
Evaluatie referendum Ruimtelijke Koers
•
De initiatiefnemers hebben gebruik gemaakt van onvolkomenheden in het referendumproces. In een situatie waarin het proces anders loopt dan voorzien is het goed dat de referendumcommissie om een onafhankelijk advies wordt gevraagd. De commissie betreurt het dat het college de raad een brief stuurde over de reeds ingezamelde handtekeningen voordat de referendumcommissie haar advies had uitgebracht.
•
De referendumcommissie is in haar advies niet ingegaan op de eerste raadsinformatiebrief. De inhoud daarvan zou haar advies ook niet anders hebben gemaakt. In de brief schreef het college dat de ondersteuningsverklaringen van het inleidend verzoek niet meetellen voor het definitief verzoek, omdat tijdens het inleidend verzoek het ontwerpbesluit nog niet besproken is door de raad en het voorstel dus nog gewijzigd kan worden als gevolg van amendementen. Daardoor is het mogelijk dat een kiesgerechtigde het inleidende verzoek ondersteunt, maar geen handtekening wil zetten voor het definitieve verzoek. Het college ontleende deze onderbouwing aan de modelreferendumverordening van de VNG. Het ging er daarbij echter aan voorbij dat volgens de Referendumverordening Houten het raadsvoorstel niet na het inleidend verzoek, maar pas na beoordeling van het definitieve referendumverzoek inhoudelijk wordt behandeld. De redenering van het college gaat in de Houtense situatie dan ook niet op. Op de volgorde binnen het Houtense proces wordt verderop in dit rapport ingegaan.
•
Daarnaast was volgens het college al op 29 oktober 2020 bij de initiatiefnemers bekend dat de verzamelde handtekeningen voor het inleidend verzoek niet meetellen voor het definitieve verzoek. Dat klopt, maar er was geen sprake van dat de initiatiefnemers de handtekeningen voor het inleidend verzoek wilden laten meetellen voor het definitieve verzoek. Zij zijn ná indiening van het inleidende verzoek opnieuw handtekeningen gaan inzamelen. Zij deden dat echter op de formulieren die voor het inleidend verzoek bestemd waren.
Aanbevelingen •
•
Zorg ervoor dat in de Referendumverordening ondubbelzinnig staat dat voor het inleidende respectievelijk het definitieve referendumverzoek verschillende formulieren moeten worden gebruikt. Vermeld in de Referendumverordening duidelijk wanneer de termijn voor het indienen van een definitief verzoek aanvangt.
Openbaar gesprek met initiatiefnemers, wethouder en burgemeester In reactie op de aankondiging van de referendumcommissie dat zij een openbaar gesprek wilde voeren met de initiatiefnemers en de wethouder die de Ruimtelijke Koers in zijn portefeuille had (in het eerdergenoemde advies van 30 november 2020), verzocht het college de referendumcommissie om tevens de burgemeester als portefeuillehouder Verkiezingen uit te nodigen. Daarnaast gaf het college te kennen dat zijn voorkeur uitging naar twee afzonderlijke gesprekken om zodoende een debat te voorkomen. De referendumcommissie nodigde zowel de wethouder als de burgemeester uit voor het gesprek, maar ging niet in op de wens om twee afzonderlijke gesprekken te voeren. In de uitnodiging stond het volgende: “De referendumcommissie zal de initiatiefnemers vragen naar hun motivatie voor het indienen van het referendumverzoek. Van zowel de initiatiefnemers als de burgemeester en wethouder hoort de referendumcommissie graag welk beeld zij hebben bij de vraagstelling voor het referendum. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat er een inhoudelijke discussie wordt gevoerd over de Ruimtelijke Koers. De referendumcommissie gebruikt de informatie die zij uit het gesprek krijgt om de raad en het college goed te kunnen adviseren.”
13
Evaluatie referendum Ruimtelijke Koers
Het gesprek vond plaats op 15 december 2020, in aanwezigheid van de initiatiefnemers, de wethouder, de burgemeester en de griffier. Het gesprek werd vanwege de coronacrisis online gevoerd. Het was tevens online voor eenieder te volgen. Tijdens het gesprek kwam onder meer de vraagstelling aan de orde. De initiatiefnemers gaven te kennen sterke voorkeur te hebben voor de vraag: “Bent u voor of tegen de Ruimtelijke Koers 2040?”. De burgemeester bracht naar voren dat de vraagstelling wat het college betreft bij de onafhankelijke referendumcommissie lag en dat het college het niet gepast zou vinden daaromtrent suggesties te doen. Tijdens het gesprek gaven de initiatiefnemers aan het gelet op de coronamaatregelen niet passend en zelfs onwenselijk te vinden om huis aan huis handtekeningen op te halen. Daarom verzochten zij de referendumcommissie de raad, ter voorkoming van onnodige contactmomenten, te adviseren het initiatief tot het houden van een referendum over te nemen. Voor het geval de referendumcommissie dat advies niet zou geven of dat advies niet zou worden opgevolgd zou de gemeente naast de mogelijkheid van schriftelijke handtekeningen, de mogelijkheid moeten bieden om digitaal te tekenen voor het definitieve referendumverzoek.
Tevens verzochten de initiatiefnemers om college en raad te adviseren de bereidheid uit te spreken om een verzoek voor een startbudget van € 5.000 voor voorlichting te honoreren. In een schriftelijke reactie op de verzoeken (3) liet de referendumcommissie de initiatiefnemers weten dat zij de raad en het college niet zou adviseren om het initiatief over te nemen respectievelijk om digitaal inzamelen van handtekeningen mogelijk te maken.
Bevindingen •
Het is de referendumcommissie bekend dat er reeds een gesprek had plaatsgevonden tussen de initiatiefnemers en de wethouder en burgemeester. Zij neemt aan dat daarbij de beweegredenen van de initiatiefnemers de revue reeds waren gepasseerd. De referendumcommissie vond het echter van belang dat ook inwoners en raadsleden hiervan kennis konden nemen. Zij koos daarbij niet voor twee afzonderlijke gesprekken maar voor één gesprek, waarbij de gesprekspartners elkaars standpunten direct konden vernemen en, zonder dat er een debat ontstond, op elkaar konden reageren. Als er eerder een referendumcommissie was ingesteld, had dit gesprek, zoals bij andere gemeenten gebruikelijk, kort na ontvangst van het inleidende verzoek en in plaats van het gesprek dat de wethouder en burgemeester met de initiatiefnemers hebben gevoerd, kunnen plaatsvinden. Bij een eventueel volgend referendum zal de referendumcommissie dan ook eerder in het proces een openbaar gesprek beleggen.
•
Tijdens het gesprek gaven de initiatiefnemers een toelichting op hun initiatief en hun mening over de vraagstelling. De referendumcommissie vond het opmerkelijk dat de wethouder en burgemeester zich bewust niet uitlieten over de vraagstelling, terwijl het beeld van het college hierbij voor de referendumcommissie juist relevant was voor haar advisering over de vraagstelling.
•
De referendumcommissie heeft de raad niet geadviseerd om het referenduminitiatief over te nemen, omdat het initiatief voor een referendum op grond van de Referendumverordening weliswaar van kiesgerechtigden of de raad kan komen, maar dat de verordening de mogelijkheid van het overnemen van een initiatief door de raad niet kent. Hetzelfde geldt voor het digitaal inzamelen van handtekeningen. De spelregels kunnen ‘tijdens de wedstrijd’ niet worden veranderd. De referendumcommissie deed hierboven reeds de suggestie om het in de toekomst mogelijk te maken langs digitale weg een referendumverzoek te ondersteunen. Op het verzoek van de initiatiefnemers om te adviseren hun een startbudget van € 5.000 toe te kennen, ging de referendumcommissie evenmin in. Er was op dat moment nog geen subsidieregeling die dat mogelijk maakte en de initiatiefnemers zouden te zijner tijd subsidie voor campagnevoering kunnen aanvragen, waarbij er wat de referendumcommissie betreft geen reden was om onderscheid te maken tussen de initiatiefnemers en andere aanvragers.
Totstandkoming subsidieregeling Artikel 12 van de Referendumverordening bepaalt dat de raad het budget vaststelt dat beschikbaar wordt gesteld voor voorlichting over het referendum. In de toelichting staat dat de kosten voor voorlichting en de stemming een component van het budget vormen en dat de gemeente kan besluiten zowel de voor- als de tegenstanders een budget voor voorlichtende activiteiten (campagnes) ter beschikking te stellen. Op basis hiervan adviseerde de referendumcommissie een
14
Evaluatie referendum Ruimtelijke Koers
subsidieverordening of -regeling vast te stellen om voorstanders en tegenstanders van een besluit dat onderwerp is van een referendum, alsmede inwoners die daar neutraal tegenover staan, in aanmerking te laten komen voor subsidie voor campagnevoering. Het college nam dit advies over en liet een subsidieregeling opstellen. De referendumcommissie adviseerde over de regeling (4). Op 12 januari 2021 stelde het college de Subsidieregeling referendum en het bijbehorende aanvraagformulier vast. Belangrijke elementen van de regeling zijn: -
subsidie kan worden verstrekt aan een rechtspersoon of aan ten minste drie kiesgerechtigden gezamenlijk; van het door de raad beschikbaar gestelde budget is 1/3 beschikbaar voor vóórcampagnes, 1/3 voor tegencampagnes en 1/3 voor neutrale campagnes; subsidie wordt verstrekt per activiteit (niet per aanvrager); per activiteit wordt ten hoogste € 2.000 subsidie verstrekt; subsidie wordt verstrekt voor materiële kosten en in beginsel niet voor loonkosten; een aanvraag moet worden ingediend binnen twee weken nadat de raad heeft besloten tot het houden van een referendum; voor de aanvraag wordt een door het college vastgesteld formulier gebruikt; de referendumcommissie adviseert over de ingediende subsidieaanvragen; de activiteit moet naar verwachting een bijdrage aan het publieke debat of de individuele meningsvorming leveren; bij de beoordeling van de aanvragen wordt gelet op voldoende spreiding over aanvragers, soort en inhoud van de activiteiten; subsidie wordt geweigerd als de activiteiten hebben plaatsgevonden voordat op de aanvraag is beslist; het college moet binnen twee weken op de aanvraag beslissen; er geldt een hardheidsclausule op grond waarvan het college kan afwijken van de subsidieregeling; de subsidieontvanger legt door het invullen van een bestedingsverklaring verantwoording af over de gesubsidieerde activiteiten.
Bevindingen •
De Referendumverordening bevat geen duidelijk bepaling over de mogelijkheid om subsidie te verstrekken voor campagneactiviteiten.
•
Het aanvragen van subsidie moet laagdrempelig zijn. De Subsidieregeling referendum en bijbehorend aanvraagformulier zijn naar het oordeel van de referendumcommissie duidelijk. Er worden redelijke eisen gesteld aan de aanvraag. Het wordt kiezers niet moeilijk gemaakt om een aanvraag in te dienen, ook omdat er voor het referendum Ruimtelijke Koers zowel een printbaar formulier beschikbaar was als een digitaal formulier. Aanvragers hoeven de subsidie, omdat het om relatief kleine bedragen gaat, achteraf niet uitvoerig te verantwoorden. Het invullen van een bestedingsverklaring volstaat. Daarmee verklaart de subsidieontvanger dat de vastgestelde subsidiegelden aan de activiteiten zijn besteed en dat de verplichtingen zijn nagekomen.
•
Subsidie (van maximaal € 2.000) wordt verstrekt per activiteit. Dat wil zeggen dat één aanvraag meerdere activiteiten kan bevatten die elk kunnen worden gesubsidieerd en dat dezelfde aanvrager meerdere aanvragen kan indienen. Per soort campagne wordt er echter wel naar gestreefd om het beschikbare budget zo eerlijk mogelijk te verdelen.
•
Hoewel de subsidieregeling niet alleen voor het referendum Ruimtelijke Koers bedoeld is, is deze hier wel op toegespitst. Dit blijkt vooral uit de zeer korte termijnen, wat onder meer tot gevolg kan hebben dat inwoners achter het net vissen. Als er meer tijd zou zijn voor de besluitvorming en de organisatie van het referendum, zouden de termijnen ruimer kunnen zijn.
•
Een hardheidsclausule in een subsidieregeling voor campagnevoering is niet gebruikelijk. Een dergelijke clausule is alleen bedoeld voor onvoorziene, uitzonderlijke gevallen. Die doen zich per
15
Evaluatie referendum Ruimtelijke Koers
definitie niet snel voor, maar zijn niet uitgesloten, zeker omdat de gemeente Houten nog geen ervaring met referenda had.
Aanbevelingen •
•
•
Bepaal in de Referendumverordening duidelijk dat er een subsidieregeling moet zijn op basis waarvan het college subsidie voor campagnevoering verstrekt en dat de raad daarvoor het budget bepaalt. Communiceer duidelijk over het feit dat de subsidie per activiteit wordt verstrekt én dat het beschikbare budget zo eerlijk mogelijk over de aanvragers wordt verdeeld, of verduidelijk dit in de toelichting op de Subsidieregeling. Bekijk of met name de aanvraagtermijn in de Subsidieregeling referendum verlengd kan worden.
16
Evaluatie referendum Ruimtelijke Koers
Fase 3: tot en met besluit over de vraagstelling (12 januari t/m 26 januari 2021) Definitief referendumverzoek Op grond van artikel 8 van de Referendumverordening moest het definitieve referendumverzoek worden ondersteund door ten minste 2.250 kiesgerechtigden. Het definitieve verzoek moest uiterlijk op 12 januari 2021 worden ingediend. Al snel was duidelijk dat de initiatiefnemers meer dan genoeg handtekeningen hadden verzameld. Op 7 december 2020 hadden zij, op de formulieren die bedoeld waren voor het inleidend verzoek, reeds 1.873 geldige handtekeningen ingeleverd. Op 11 januari 2021 leverden zij nog eens 2.334 handtekeningen in. Daarvan waren er op 13 januari 2021 591 gecontroleerd en 549 geldig bevonden, waardoor het aantal geldige handtekeningen op dat moment reeds 2.422 bedroeg. Er was derhalve voldaan aan de vereisten die in de Referendumverordening Houten gesteld worden. Uiteindelijk bleken er 3.945 geldige handtekeningen te zijn ingezameld.
Bevindingen •
Door de op 7 december 2020 ingeleverde handtekeningen alvast te tellen en tussentijds melding te maken van het aantal getelde geldige handtekeningen, was snel duidelijk dat het aantal vereiste handtekeningen was behaald, wat voortvarende besluitvorming ten goede kwam. In andere gemeenten is het gebruikelijk, zeker in geval van digitale inzameling van handtekeningen, vaker tussenstanden bekend te maken van het aantal geldige handtekeningen.
•
De gemeente had kunnen stoppen met tellen toen het aantal vereiste handtekeningen behaald was. Toch zullen vooral de initiatiefnemers het uiteindelijke resultaat van hun inzameling willen weten. Het is daarom mooi dat de gemeente alle handtekeningen heeft gecheckt en geteld.
Aanbeveling •
Overweeg om tijdens het tellen tussenstanden van het aantal geldige handtekeningen naar buiten te brengen.
Bestuurlijke besluitvorming over referendum en Ruimtelijke Koers In een brief van 12 januari 2021 gaf de referendumcommissie antwoord op een aantal vragen die de burgemeester namens de agendacommissie had gesteld over de besluitvorming door de raad (5). De referendumcommissie gaf onder meer aan dat bij de inhoudelijke behandeling van het raadsvoorstel Ruimtelijke Koers nog amendementen en moties kunnen worden ingediend, bijvoorbeeld tot het doen van nader onderzoek. Indien de raad hiertoe besluit is het naar de mening van de referendumcommissie echter wel van belang dat kiezers op het moment dat zij campagne willen gaan voeren weten waar het referendum precies over gaat. Verder stond in het advies dat het gebruikelijk is dat de raad na het referendum eerst een besluit neemt over de rechtmatigheid van het referendum, vervolgens een duidingsdebat houdt en daarna voor of tegen het voorgenomen raadsbesluit stemt. Het is niet de bedoeling dat tijdens de desbetreffende raadsvergadering nog amendementen worden ingediend. Op een raadsvoorstel van 5 januari 2021 besloot de raad op 12 januari 2021 om de handtekeningen die de initiatiefnemers tot en met 1 december 2020 hadden ingezameld op formulieren voor het inleidende verzoek, mee te nemen in het aantal van 2.250 dat benodigd was voor het definitieve verzoek.
Middels een raadsvoorstel van 15 januari 2021 maakte het college, overeenkomstig artikel 8 lid 5 van de Referendumverordening, aan de raad bekend dat het definitieve referendumverzoek door een voldoende aantal kiesgerechtigden was gedaan. De raad behandelde dat voorstel op 19 januari 2021,
17
Evaluatie referendum Ruimtelijke Koers
waarin tevens werd voorgesteld te besluiten tot het houden van een referendum over de Ruimtelijke Koers en de referendumcommissie te verzoeken om een advies over de vraagstelling. Vervolgens vergaderde de raad over de Ruimtelijke Koers, verspreid over de avonden van 19, 20 en 21 januari 2021. Er werd een groot aantal moties en amendementen ingediend. Op 20 januari 2021 stuurde de referendumcommissie de burgemeester een brief, waarin zij aangaf dat een referendum gaat over een voorgenomen besluit van de raad, zoals dat luidt na verwerking van de aanvaarde amendementen. De commissie wees de raad erop dat, wanneer hij een amendement zou aannemen waarbij besluitvorming op een bepaald onderdeel zou worden aangehouden, het referendum dus betrekking zou hebben op het voorgenomen raadsbesluit zonder dat onderdeel. Daardoor zou dat onderdeel ook buiten de vraagstelling in het kader van het referendum vallen. Tijdens de raadsvergadering van 21 januari werd de brief behandeld. Op diezelfde avond besloot de raad het referendum over de Ruimtelijke Koers te houden en stemde hij over 17 amendementen en 59 moties betreffende de Ruimtelijke Koers. De raad nam zeven amendementen en 39 moties aan. Hiermee stond de inhoud van het voorgenomen raadsbesluit en dus van het onderwerp van het referendum vast.
Bevindingen •
Volgens de Referendumverordening heeft het college na ontvangst van het definitieve verzoek twee weken de tijd om de raad te laten weten of er voldoende geldige handtekeningen zijn gezet. De raad neemt zo mogelijk in zijn eerstvolgende vergadering een besluit over het houden van een referendum. In de praktijk deed het college binnen vier dagen een raadsvoorstel en behandelde de raad het voorstel acht dagen na ontvangst van het definitieve referendumverzoek. Deze strakke planning betekent dat ambtelijke organisatie, college en raad zeer voortvarend te werk zijn gegaan en zich uiterst flexibel hebben opgesteld, maar ook dat er veel van eenieder gevraagd is.
•
De referendumcommissie vond het nodig de burgemeester tijdens de drie avonden durende raadsbehandeling van de Ruimtelijke Koers met spoed een brief te sturen, omdat er ingrijpende amendementen waren ingediend en de commissie zich afvroeg of de raad de consequenties daarvan overzag. De brief was informerend van aard. De referendumcommissie waardeert het dat de burgemeester de brief met de raad heeft gedeeld.
•
Op grond van artikel 9 lid 2 van de Referendumverordening neemt de raad eerst een besluit tot het houden van een referendum, wordt vervolgens het betreffende raadsvoorstel behandeld en komt de raad daarna tot een voorgenomen raadsbesluit. De Houtense raad behandelde echter eerst het raadsvoorstel over het referendum en vervolgens het raadsvoorstel over de Ruimtelijke Koers. Daarna nam de raad achtereenvolgens het besluit tot het houden van het referendum en het voorgenomen besluit met betrekking tot de Ruimtelijke Koers. De referendumcommissie had het zuiverder gevonden als de raad, voordat hij de Ruimtelijke Koers inhoudelijk ging behandelen, had besloten tot het houden van het referendum.
•
Er is een groot verschil tussen het raadsvoorstel over de Ruimtelijke Koers en het voorgenomen raadsbesluit. Dit komt door de aangenomen amendementen, waardoor een belangrijk deel van het raadsvoorstel is komen te vervallen. Gevolg is dat ook het onderwerp van het referendum is gewijzigd. Ondertekenaars van het definitieve referendumverzoek hadden naar alle waarschijnlijkheid een voorgenomen besluit voor ogen dat (bijna) hetzelfde luidde als het voorgestelde besluit. Nog los van de complexiteit van het voorgenomen raadsbesluit, leidt het verschil tussen het voorgestelde en het voorgenomen besluit tot verwarring en onduidelijkheid over het onderwerp van het referendum.
18
Evaluatie referendum Ruimtelijke Koers
Aanbeveling •
Regel in de Referendumverordening dat de raad het raadsvoorstel dat mogelijk onderwerp wordt van een referendum inhoudelijk behandelt en tot een voorgenomen besluit (inclusief amendementen) komt, vóórdat initiatiefnemers in de gelegenheid worden gesteld om handtekeningen voor het definitieve verzoek te verzamelen. Dit is een gebruikelijke gang van zaken die maakt dat ondertekenaars weten waarvoor ze hun handtekening zetten.
Vraagstelling Op 21 januari 2021 besloot de raad, overeenkomstig artikel 11 lid 1 van de Referendumverordening, de referendumcommissie om advies te vragen over de formulering van de vraagstelling van het referendum. Op 26 januari 2021 was de (ingelaste) raadsvergadering gepland om datum, vraagstelling en budget van het referendum vast te stellen. Hoewel de referendumcommissie op grond van de Referendumverordening vier weken de tijd heeft voor het advies, bracht zij haar advies op 23 januari 2021 uit (7). In de desbetreffende brief beschreef zij de criteria voor de vraagstelling, nam zij haar overwegingen op en kwam zij tot het advies om de vraagstelling als volgt te formuleren: “Bent u voor of tegen het voorgenomen raadsbesluit over de Ruimtelijke Koers Houten 2040?” Op (zondag) 24 januari 2021 werden het college- en raadsvoorstel betreffende datum, vraagstelling en budget van het referendum opgesteld. Het college volgde daarbij het advies van de referendumcommissie. Op 26 januari 2021 behandelde het college het collegevoorstel. Een lid van de referendumcommissie gaf uitleg over haar advies en tevens over neutrale informatievoorziening en campagnevoering. Diezelfde dag behandelde de raad het voorstel, waarbij de voorzitter van de referendumcommissie een toelichting op het advies gaf. De raad besloot unaniem overeenkomstig het voorstel.
Bevindingen •
Ook het proces rond de vraagstelling vergde, gelet op de extreem korte termijn van vijf dagen (inclusief weekend), maximale inzet en flexibiliteit van de betrokkenen.
•
In haar advies constateerde de referendumcommissie dat bij het formuleren van een raadsvoorstel en -besluit geen rekening wordt gehouden met de mogelijkheid van een referendum. Zij stelde met betrekking tot het voorgenomen raadsbesluit over de Ruimtelijke Koers vast dat : - de tekst lang en complex was; - het besluit uit veel beslispunten en (sub)onderdelen bestond; - de beslispunten en (sub)onderdelen verschillend van aard waren: inhoudelijk, processueel of financieel, concreet of abstract, gedetailleerd of algemeen; - twee beslispunten betrekking hadden op een geheim document. Dit alles bemoeilijkte de advisering. De commissie koos ervoor de raad inzicht te geven in de overwegingen die tot haar advies leidden. Hiermee liet de referendumcommissie zien dat haar advies om de vraagstelling op de meest voor de hand liggende manier te formuleren niet zonder slag of stoot tot stand was gekomen. Daarnaast hoopte zij dat de raad aan haar overwegingen argumenten kon ontlenen voor zijn eigen afwegingen omtrent de vraagstelling.
Aanbevelingen • •
Probeer bij de formulering van een raadsvoorstel rekening te houden met de mogelijkheid van een referendum. Bepaal in de Referendumverordening dat een referendum over een voorgenomen raadsbesluit of een onderdeel daarvan kan gaan, mits dat onderdeel los te koppelen is van andere onderdelen.
19
Evaluatie referendum Ruimtelijke Koers
Fase 4: tot en met het referendum (27 januari t/m 17 maart) Stempassen en stembiljetten De verantwoordelijkheid voor het laten drukken van de stempassen en stembiljetten voor zowel de Tweede Kamerverkiezingen als het referendum lag bij het team Dienstverlening van de gemeente. Op grond van de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19 waren enkele stembureaus behalve op 17 maart ook op 15 en 16 maart open en konden kiesgerechtigde van 70 jaar en ouder per brief stemmen. Kiesgerechtigden jonger dan 70 jaar kregen in aparte enveloppen twee stempassen toegestuurd; één voor de Tweede Kamerverkiezingen en één voor het referendum. Ouderen kregen in vier aparte enveloppen de beide stempassen en stembiljetten toegestuurd, waarbij in de enveloppen met de stembiljetten ook nog een retourenvelop (en een toelichting) zat. Dit vergde veel van de drukker, die genoodzaakt was strakke deadlines te stellen. Desondanks gaf hij uitstel voor het aanleveren van de vraagstelling. Onder hoge tijdsdruk werd, met inzet van verschillende medewerkers en de referendumcommissie, een brief van de burgemeester bij de drukker aangeleverd, zodat deze nog tijdig meegezonden kon worden met de stempassen voor het referendum.
Bevindingen •
De referendumcommissie heeft begrepen dat er enige onduidelijkheid was over de deadlines die de drukker stelde. In elk geval hadden de strakke deadlines niet alleen hoge werkdruk bij de betrokken medewerkers tot gevolg, maar ook dat er onvoldoende tijd was om de referendumcommissie goed mee te laten kijken naar alle documenten betreffende het referendum. Bij nader inzien zou de commissie geadviseerd hebben niet het woord “raadplegend” op de stempas te vermelden. Weliswaar wordt volgens de Referendumverordening onder referendum verstaan een “raadplegende volksstemming”, maar materieel ging het om een raadgevend referendum, omdat het werd gehouden op initiatief van kiesgerechtigden.