CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 6 Innovatieagenda 2019-2020 WIL-Gemeenten.pdf

Gemeenteraad 23 november 2021, gemeente HoutenBij agendapunt: Evaluatie Innovatie agenda WIL Lekstroom 2019-202117.778 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dit betekent dat de klant maar 1 keer zijn verhaal verteld en vanuit daar optimaal wordt geholpen. Hiervoor is al een kernteam samengesteld waarin belangrijke ketenpartners samenwerken als bijvoorbeeld het sociaal team, WIL en van Houten & co. In deze pilot wordt (vooralsnog) gewerkt met 10 tot 20 inwoners en vindt geen aanvulling plaats.

4.

Wat merkt de inwoner/samenleving hiervan?

HWT De aanpak van de Houtense werktafel kenmerkt zich door dienstverlening in de vorm van individueel maatwerk door één matchmaker vanaf het begin van het proces tot aan plaatsing (op betaald of onbetaald werk). De inwoner wordt hierdoor beter geholpen.

26

HWP De HWP levert input op ten behoeve van de verdere vormgeving van onze dienstverlening en de benodigde vaardigheden van de betrokken professionals. De samenleving merkt dat dienstverlening integraler verloopt en in betere aansluiting op elkaar en dat de inwoner hierdoor dus beter en sneller wordt geholpen en meer naar eigen wens.

5.

Hoe beoordelen we of we het goed doen en onze doelen realiseren?

HWT Er wordt gemeten in hoeverre de aanpak van de HWT (“aandacht, individueel maatwerk en begeleiding vanaf begin tot aan plaatsing door 1 begeleider) voor de 75 klanten leidt tot een verhoging van de participatiegraad of(gehele of gedeeltelijke) uitstroom uit de uitkering waardoor op veel gebieden kosten worden bespaard. Concreet zullen we meten:  Het aantal mensen van de 75 (en meer door nieuwe instroom) dat uitstroomt uit de uitkering  Het aantal mensen van de 75 dat parttime aan het werk gaat  Het aantal publiek-private samenwerkingen dat ontstaat  Een onderzoek naar de tevredenheid onder de klanten van HWT We zullen deze cijfers vergelijken met de cijfers van WIL van klanten die niet de dienstverlening ontvangen vanuit 1 matchmaker volgens de methode van “aandacht, aandacht, aandacht”. Bij de publiek-private samenwerkingen willen we een groei zien van het aantal. En bij een onderzoek naar de tevredenheid van de dienstverlening kunnen we het cijfer gebruiken uit het laatste KTO van WIL. Voor uitstroom is er moeilijk een vergelijking te maken, omdat de methode voor een deel dit jaar ook wordt ingezet en deze cijfers meetellen in de rapportages van WIL. We willen dit dus vergelijken met de uitstroom van 75 klanten van WIL die in het (focus)bestand zitten, maar niet de dienstverlening krijgen van de matchmaker.

Op basis van groei in de cijfers hierin kunnen we meten of deze nieuwe methode succesvol is. HWP Daarnaast wordt door de Houtense werkplaats duidelijk hoe de dienstverlening er in de toekomst uit zou kunnen zien (integraal en multidisciplinair) en aan welke criteria de opdrachten die gegund worden aan onze ketenpartners moeten voldoen zodat deze aansluiten bij deze integrale en multidisciplinaire ambitie/werkwijze. Alle deelnemers aan de Houtense werkplaats hebben 1 aanspreekpunt en weten wie dat is, zowel op het gebied van Werk & Inkomen, Jeugd & Onderwijs als WMO. Concreet meten we hierin:  Een onderzoek naar tevredenheid over de dienstverlening onder de klanten van HWP  Een onderzoek naar tevredenheid over de samenwerking onder de partijen die samenwerken in HWP

6.

Op welke wijze is er sprake van een aangepaste werkwijze of methodiek in dit voorstel?

HWT In de Houtense werktafel is er geen schot meer tussen werknemersdienstverlening (werkcoach) en werkgeversdienstverlening (accountmanager) of een persoon daartussen (matcher). Door middel van de matchmakers wordt de klant vanaf het begin tot aan het bereiken van de hoogste mogelijke

27

participatiegraad bediend (van bank tot baan). De matchmaker van de Houtense werktafel geeft de klant “aandacht, aandacht, aandacht”. Er wordt geen indeling gemaakt op basis van belemmeringen maar op basis van capaciteiten (dynamische klantdiagnose), geluisterd naar de klant en zijn wens op het gebied van werk. Hierbij wordt er zoveel mogelijk gestreefd naar en gedacht aan betaald werk. Er is specifiek aandacht voor statushouders en jongeren. Dit kan nog nader in/aangevuld worden indien de klantenbestandsanalyse nog andere focusgroepen oplevert. Het streven naar zicht op betaald werk wordt zo snel mogelijk voor de klant verzilverd en waar mogelijk duaal aangepakt. Dat wil zeggen dat ook kleine mogelijkheden van beperkt parttime werk worden benut. Er wordt niet langer alleen maar gekeken naar fulltime werk of uitstroom naar betaald werk, maar alle mogelijkheden van werk worden zo snel mogelijk benut. De dienstverlening vindt volledig plaats vanuit het lokale werkteam in de gemeente. Hier is volledig zicht op. De projectleider en projectmedewerker van de HWT hebben hierbij ook toegang tot het systeem en kunnen de matchmakers voor een deel aan-/bijsturen voor goede kwaliteit van de dienstverlening.

De 75 mensen worden geselecteerd vanuit de klantbestandanalyse en zoals hierboven wordt benoemd verwachten we hierin vooral jongeren en statushouders te selecteren, maar de analyse kan ook andere klanten naar boven halen. Indien er uitstroom heeft plaatsgevonden worden nieuwe klanten geselecteerd uit het systeem of worden nieuwe aanmeldingen toegevoegd. HWP In de Houtense werkplaats wordt volledig ontschot en multidisciplinair en vanuit het inwonersperspectief gewerkt. De klant hoeft maar 1 keer zijn verhaal te vertellen en vanuit daar wordt de juiste expertise ingeroepen en de regie vanuit 1 regievoerder bewaakt. De klant wordt daarin zoveel mogelijk ontzorgd en geholpen op alle gebieden binnen het sociaal domein. Hierbij wordt samengewerkt met ketenpartners van Jeugd&Onderwijs, Werk&inkomen en Wmo. Er is sprake van een andere werkwijze in dat er tussen ketenpartners nauw wordt samengewerkt en informatie over de klant wordt gedeeld (hiervoor wordt vooraf toestemming gevraagd aan de klant). Er vinden overleggen plaats waarin de klanten worden besproken en waarin met elkaar wordt gedeeld (en waar mogelijk met klant erbij) wat goede vervolgstappen zijn om de klant te helpen, ontzorgen en meer mee te laten doen in de maatschappij. De 10 tot 20 mensen worden aangedragen vanuit de verschillende ketenpartners.

Er moet hierbij sprake zijn van multiproblematiek waarin de uitvoering aanloopt tegen problemen die niet alleen op 1 vlak of bij 1 partner opgelost kunnen worden. Een ander criteria waar de klant aan moet voldoen is dat deze nog onvoldoende participeert. Door het integraal bespreken van deze klanten moet de samenwerking verbeteren en moeten problemen integraal opgelost kunnen worden.

7.

Wat is hiervoor nodig?

HWT Voor de Houtense werktafel is personeel nodig dat volgens deze nieuwe werkwijze vanuit het inwonersperspectief kan werken. Dit moet personeel zijn dat in staat is om de mogelijkheden van een klant te zien, en daarnaast ook het gesprek met de werkgever kan voeren, inclusief de nazorg die nodig is om een klant op een baan te behouden. Dit personeel moet in staat zijn de methode “aandacht, aandacht, aandacht” en van bank tot baan zich goed eigen te maken en in te zetten voor de klant. Tevens dient de medewerker enthousiast en gemotiveerd te zijn om deze aanpak zich eigen te maken.

28

Dit personeel van WIL en gemeente Houten komen samen te werken in een team onder aansturing van een projectleider van de Houtense Werktafel. Hierbij is de huidige klantenindeling en caseload van WIL niet meer leidend, maar kunnen nieuwe analyses worden gemaakt (klantenbestandsanalyse en dynamische klantdiagnose naast het duaal inzetten van instrumentarium) waarop alle klanten moeten kunnen participeren. Mensen met een te grote afstand bestaan hierbij niet meer. Dit vergt een andere mindset en manier van werken. Er wordt zoveel mogelijk gestreefd naar betaald werk voor iedereen. Hierbij worden veel meer de mogelijkheden benut van parttime werk. Indien iemand een aantal uur kan werken levert dit zowel maatschappelijke besparingen als besparing op uitkeringslasten op. We willen hier veel meer op focussen. Het personeel moet dit zich volledig eigen kunnen maken en hier ook naar kunnen en willen handelen. Affiniteit met zowel de klant als het bedienen en schakelen met (lokale) werkgevers is hierbij noodzakelijk. Niet alleen de methodiek van “aandacht, aandacht, aandacht” en het zijn van 1 aanspreekpunt van bank tot en met gedurende de betaalde baan is benodigd. Het is ook nodig dat bestaande afspraken en kaders worden losgelaten. Er is participatiebudget nodig dat ingezet kan worden voor trajecten.

Dit kunnen bijvoorbeeld trajecten zijn richting taal of op het gebied van werknemersvaardigheden. Hierbij staat maatwerk altijd voorop. Hiervoor willen we o.a. het lokaal handgeld en de experimenteerruimte gebruiken maar we willen ook kijken naar de mogelijkheid een deel van de focus op garantiebanen te verplaatsen naar deze klanten (een evenwichtige verdeling van het participatiebudget conform de verdeling van het ministerie). Dat wil dus zeggen dat de werkcoaches van WIL die nu werken voor Houten (dedicated zijn) gaan werken volgens deze methode. Daarnaast willen we dat ook de jongerencoach en de accountmanager die beschikbaar zijn voor de gemeente Houten zich inzetten volgens deze methode. Hierbij willen we de beschikbare middelen van WIL voor trajecten kunnen inzetten. Het betreft de middelen uit het lokaal handgeld, experimenteerbudget (wat overgebleven is) en een deel van de inzet van het p-budget, waardoor we als gemeente meer zeggenschap krijgen en minder naar het algemene, vaste deel gaat. Dit houdt in dat een minder groot deel van ons participatiebudget opgaat aan regionale, bovenregionale en vaste exploitatiekosten. Cofinanciering vanuit Houten voor deze pilot vindt verder plaats uit budgetten voor statushouders en algemene middelen.

HWP Binnen de Houtense werkplaats is inzet nodig van personeel op operationeel en op tactisch niveau van WIL (naast de inzet van andere partijen zoals het Sociaal Team, UWV etc.). Deze moeten in staat zijn om breder regie te voeren dan alleen op het gebied van werk. Hierin zijn luisteren, buiten de (eigen) kaders denken en gericht zijn op samenwerken belangrijke kerncompetenties. Het geloven in de mogelijkheden en kansen van iemand staat hierin voorop (fasering en prioritering door de klant). In de pilot van de Houtense werkplaats is schakelen en bekend zijn met belangrijke ketenpartners van belang. Het werken vanuit de vraag van de klant is hierbij leidend en hierbij moet niet alleen het gesprek over werk & inkomen worden gevoerd. Het eigen belang en de doelstellingen van de eigen organisatie zijn niet leidend en de deelnemer wil deze ook in de eigen organisatie ter discussie stellen. Het is nodig om domein overstijgend te durven denken en handelen. Er is niet alleen een gesprek op het gebied van werk of (jeugd)problematiek, maar er wordt altijd integraal gezocht naar een passende oplossing vanuit het klantperspectief en met inspraak van de klant.

29

We verwachten dat binnen HWP iemand voor 1 dag per week werkzaam zal zijn van WIL. We verwachten dat dit in flexibiliteit kan verlopen met HWT en dat hier dus niet extra ingehuurd voor hoeft te worden. Naast bovenstaande inzet in capaciteit van WIL vragen we om een aantal voorwaarden waarin we medewerking van WIL verwachten: - Toegang tot het klantenbestand van WIL en kennis van de bijstandspopulatie als voorwaarde. Hiermee bedoelen we dat we toegang hebben tot het systeem en zo zelf een selectie kunnen maken. Daarnaast willen we een bestandsanalyse uitvoeren, omwille van de tweede voorwaarde te kunnen bereiken. Met deze bestandsanalyse kunnen we namelijk nieuwe instrumenten ontwikkelen. - Het doorontwikkelen van de huidige en nieuwe instrumenten. We willen nieuwe instrumenten ontwikkelen in HWT. Dit vraagt van WIL dat we deze mogen ontwikkelen en breed kunnen inzetten binnen HWT. We vragen dat medewerkers van WIL deze ook inzetten en dat we ruimte hebben om deze te ontwikkelen. - Het verstevigen en uitbreiden van de ketensamenwerking. We werken met verschillende partijen samen binnen HWT. Onder meer met van Houten&Co, Kom in de Keuken, Het brede bos. We vragen hierin dat we dit kunnen verstevigen en doorontwikkelen. Ook rondom minimaregelingen zal de samenwerking verder worden opgezocht (zie beschrijving HWP). We vragen hierin dat we deze ketensamenwerking kunnen uitbreiden.

- Regievoering op het proces naar werk. We willen binnen HWT de regie voeren op het proces naar werk voor de 75 klanten (en bij uitstroom ook voor de nieuwe instroom hier bovenop). Dit betekent dat wij hierin zeggenschap hebben over de stappen die gezet worden naar werk. Het is een belangrijke voorwaarde dat WIL de regie overdraagt aan ons voor het proces naar werk voor de klanten die participeren in HWT.

8.

Wat is de planning voor de uitvoering van de innovatieagenda?

Vanaf 1 april wordt gestart met de Houtense werkplaats en de doorontwikkeling van de Houtense werktafel. De looptijd van de Houtense werkplaats is voor de inwoner 1 jaar (gefaseerde instroom van 10 tot 20 inwoners, start vanaf Q3 2019). De doorontwikkeling van de HWT is een continu proces.

30

Voorstel innovatieagenda IJsselstein

1.

Wat willen we realiseren? Wat is er klaar als de Innovatieagenda ‘wordt’ afgerond?

IJsselstein wil de komende periode een Lokaalwerkteam ontwikkelen. Met dit Lokaalwerkteam willen we meer integrale dienstverlening aan inwoners gericht op arbeidsparticipatie. En willen we meer de lokale kracht benutten en samen met ondernemers en instellingen meer plekken realiseren en werk lokaal ontsluiten voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De ontwikkeling van het Lokaalwerkteam past in de overkoepelende visie die de gemeente heeft op het sociaal domein. We willen komen tot een lokaal samenhangend en integraal ondersteuningsaanbod aan inwoners in het sociaal domein. Met als doel dat alle inwoners naar vermogen mee kunnen doen aan de samenleving. In principe geven we dit aanbod lokaal vorm dichtbij en aansluitend op de leefwereld van inwoners. Lokaal waar kan regionaal waar nodig. We zijn tevreden indien er met het Lokaalwerkteam een goed functionerende netwerksamenwerking is ontstaan, waar professionals tevreden over zijn en die aantoonbaar leidt tot betere dienstverlening aan inwoners, er meer plaatsingsmogelijkheden en er meer lokale plaatsingen zijn gerealiseerd. De samenwerking in het Lokaalwerkteam de regionale dienstverlening verbindt aan de lokale dienstverlening op het gebied van werk.

2.

Wat is ons maatschappelijk doel daarbij?     

3.

Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt nemen deel aan de samenleving, werken betaald of onbetaald. Bij voorkeur binnen zo regulier mogelijke settingen. We willen de uitvoering en dienstverlening op het gebied van arbeidsparticipatie meer vanuit en rondom de leefwereld van inwoners organiseren. Aanbod aan inwoners dat aansluit bij hun situatie, talenten en mogelijkheden. Vergroten van lokaal aanbod op het gebied van arbeidsparticipatie. Bevordering inclusief werkgeverschap ook binnen lokaal MKB.

Wat gaan we daarvoor doen?

We gaan een Lokaalwerkteam opzetten als een netwerk-overleg waaraan alle relevante partijen deelnemen die een rol kunnen spelen (lokaal) in het toeleiden van mensen naar werk (betaald of onbetaald). In dit overleg worden casussen besproken en ingebracht. Bij deze casussen wordt de persoon en zijn situatie centraal gesteld bij het vinden van oplossingen. Er wordt niet gedacht vanuit het aanbod, maar vanuit kansen en mogelijkheden. Dit netwerkoverleg sluit aan bij het lokale sociaalteam en jeugdteam Welke individuele casussen in het werkteam worden behandeld, ligt niet op voorhand vast. Het zal gaan om inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt waar een domein overstijgende aanpak nodig of gewenst is (meerdere partijen zijn betrokken) en/of waar een relatie ligt met andere aspecten in het sociaal domein. Van specifieke doelgroepen, zoals – naast Wsw- geïndiceerden – Vso/Pro -schoolverlaters en personen die vallen binnen de doelgroep voor nieuw beschut werk, ligt het voor de hand om hen in eerste aanleg integraal in het werkteam te bespreken. Daarnaast kunnen alle partijen in het werkteam zelf casussen aandragen die voor bespreking in het werkteam in

31

aanmerking komen. Op basis van praktijkervaringen kan de doelgroep verder worden verfijnd en kunnen werkafspraken hierover worden gedetailleerd en geformaliseerd. Hiernaast wordt gestart met een netwerk overleg met ondernemers en partijen die een rol kunnen spelen in het ontsluiten van plekken voor de doelgroep. Dit overleg is gericht op het sluiten van maatschappelijke deals met lokale partijen. We willen lokale werkgevers meer betrekken rondom de duurzame inzetbaarheid van mensen uit de doelgroepen. Realiseren van reguliere plaatsingen, ook op parttime werk, met benutting van lokaal netwerk en lokale ‘gunfactor’. voor lokale werkzoekende bij lokale werkgevers. Plaatsingen van mensen met een arbeidsbeperking en mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft hierbij prioriteit.

4.

Wat merkt de inwoner/samenleving hiervan?

Voor de inwoner heeft het Lokaalwerkteam de volgende effecten: - Meer mogelijkheden voor arbeidsparticipatie zijn voor hem of haar beschikbaar. Betere en meer integrale dienstverlening die beter aansluit op situatie, talenten en mogelijkheden van mensen. - Meer mogelijkheden voor lokale arbeidsparticipatie, minder reizen - Minder bureaucratie, aanbod van verschillende partijen is makkelijke beschikbaar, partijen stemmen dit zelf onderling af, inwoner wordt ontzorgd en heeft geen last van bestaande schotten. - Dienstverlening meer lokaal en dichtbij - Dienstverlening voor ondernemers ook meer lokaal, makkelijker toegankelijker en meer herkenbaar.

5.

Hoe beoordelen we of we het goed doen en onze doelen realiseren?

Bij het beoordelen van het resultaat zijn de volgende zaken van belang: - Het aantal besproken casussen in het lokaal werkteam en het resultaat hiervan. - Indicatief moet bij minimaal 40 (vastgelopen) casussen het werkteam een rol spelen het plaatsen van een persoon op de juiste plek of juiste ondersteuning. - Een toename van het aantal lokale plaatsingen op arbeidsparticipatie (specifiek voor inwoners van IJsselstein) een toename van het aantal lokale plekken. - Een toename van het aantal nieuwe (meer generieke) afspraken (maatschappelijke deals) met organisaties en ondernemers over het plaatsen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het kan hierbij ook gaan om meer convenantachtige afspraken met meerdere partijen tegelijkertijd. - De waardering van professionals en organisaties/ondernemers van het Lokaalwerkteam, de mate waarin het bijdraagt aan het beter kunnen uitvoeren van hun functie. - De mate waarin het Lokaalwerkteam bijdraagt aan het plaatsen van Wsw-werknemers op een passende en zo regulier mogelijke arbeidsplek. - De mate en hoeveelheid lokaal uitgevoerde dienstverlening.

6.

Op welke punten is er sprake van een aangepaste werkwijze of methodiek in dit voorstel?

32

Het vernieuwende van het Lokaalwerkteam zit in dat de inwoner centraal komt te staan en niet de regelingen of het aanbod. De regie op dienstverlening inzake arbeidsparticipatie wordt lokaal vorm gegeven en het aanbod van verschillenden partijen komt integraal beschikbaar. Nieuw is ook dat we meer de lokale kracht van de samenleving gaan gebruiken. Door meer directe regie van de gemeente kan regionale uitvoering beter aansluiten op lokale situatie en prioriteiten. Er wordt een verbinding gelegd tussen de uitvoering op het gebied van de Participatiewet en de overige uitvoering in het sociaal domein, jeugd en Wmo. Ook op het gebied van arbeidsparticipatie wordt aangesloten bij de uitvoering van het sociaal team en het jeugdteam. Het gaat om een nieuwe manier van kijken waarin de inwoner centraal staat en niet het aanbod en de systeemwereld. Het vraagt van betrokken professionals lef om soms buiten de gebaande kaders te denken en te handelen. Het uitgangspunt is om meer te werken volgens de bedoeling.

7.

Wat is hiervoor nodig?

Het Lokaalwerkteam ontstaat niet vanzelf. Hiervoor is gemeentelijke regie en inzet nodig. Nodig is een gemeentelijk regisseur die de samenwerking opzet en faciliteert. De gemeente zorgt voor een kwartiermaker aanjager van het Lokaalwerkteam. Deze gaat het Lokaalwerkteam met alle betrokken partijen opzetten tot een goed werkende uitvoeringspraktijk. En verbind de aanwezige kennis en inzichten met elkaar en voegt deze op een creatieve manier samen tot een werkend geheel. De kwartiermaker stelt het werkplan op en legt afspraken vast en rapporteert hierover, is de regisseur van de uitvoering, trekker van de overleggen en bewaakt de afspraken. Uiteindelijk is de kwartiermaker ook verantwoordelijk voor het opstellen van het toekomstdocument over de borging van het Lokaal werkteam. We gaan er vanuit dat deelnemende partijen hun deelname aan de samenwerking doen binnen de hun beschikbare middelen. -

Wat vraagt dit van WIL?

Van WIL vraagt dit specifiek voor IJsselsteinse inwoners/ondernemers werkende werkcoaches, Wsw trajectbegeleiders en accountmanagers die deelnemen aan het Lokaalwerkteam. In principe voeren deze professionals de opdracht en taken uit die zijn vanuit WIL hebben en zetten zij de instrumenten in die zij vanuit WIL beschikbaar hebben. Om dat Lopik en IJsselstein willen een gezamenlijke kwartiermaker gaan aanstellen. In het vanwege synergie gewenst dat professionals van WIL gekoppeld worden aan beide gemeenten. Het vraagt van de functionarissen van WIL om zich te committeren aan een werkwijze waarin de inwoner centraal staat en meer vanuit de bedoeling te werken. Het vraagt ook om meer aan te sluiten bij lokale prioriteiten en beleid. Het uitgangspunt is dat dienstverlening door WIL in principe lokaal wordt aangeboden. Alleen waar dit geen meerwaarde heeft of vanuit praktisch oogpunt niet haalbaar is dat niet het geval. De invulling van de lokale dienstverlening wordt nog nader uitgewerkt in stapsgewijs ingevoerd

33

8.

Wat is de planning voor de uitvoering van de innovatieagenda?

De looptijd van het experiment is van 1 april 2019 – 31 december 2020. Vanaf 1 mei start de kwartiermaker van het Lokaalwerkteam. Deze functionaris is ook kwartiermaker voor het Lokaalwerkteam in Lopik. De kwartiermaker krijgt in eerste instantie een opdracht tot en met einde jaar 2019. Op basis van de ervaringen wordt de opdracht verlengd tot en met 2020. Hierna wordt besloten over de structurele inbedding van het Lokaalwerkteam

9.

Bijlage voorstel innovatieagenda IJsselstein: Visie Lokaalwerkteam IJsselstein.

Visiedocument Lokaalwerkteam IJsselstein Aanleiding

IJsselstein wil een meer lokale uitvoering van de ondersteuning van mensen naar werk en de komende jaren experimenteren met een Lokaalwerkteam. Uitgangspunt is dat de dienstverlening aan inwoners op het terrein van werk en inkomen voor personen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt meer lokaal uitgevoerd gaat worden. Dit uitgangspunt is onderdeel van de door IJsselstein vastgestelde visie Lekstroom Werkt 2020. Gesteld is dat de dienstverlening vorm moet krijgen in lokale werkteams. Niet met een blauwdruk vooraf maar als een experiment dat in co-creatie met betrokken stakeholders al werkende weg verder vorm krijgt. Dit experiment wordt onderdeel van het innovatie de innovatieagenda 2019-2020 WIL-Gemeenten. De ontwikkeling van het lokaal werkteam past in de brede visie en ontwikkeling van het sociaal domein. Het komen tot een lokaal integraal ondersteuningsaanbod aan inwoners op de verschillende terreinen van het sociaal domein. We willen een samenhangend ondersteuningsaanbod realiseren aan inwoners zodat iedereen naar vermogen mee kan doen aan de samenleving. Dit aanbod wordt in principe lokaal vorm gegeven dichtbij en aansluitend op de leefwereld van inwoners. Lokaal waar kan regionaal waar nodig. 1.

Afbakening en context

Er zijn twee invalshoeken van waaruit gesproken wordt over het Lokaalwerkteam. Deze invalshoeken vallen samen, maar zijn wel te onderscheiden. 1. Meer lokale zichtbaarheid, samenhang en ontschotting De behoefte om een meer lokale invulling aan het beleid voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt te geven, heeft allereerst te maken met de behoefte aan meer lokale samenhang en regie. De decentralisaties in het sociaal domein hebben voor Wmo en Jeugdzorg geleid tot een lokale aanpak, waarin het sociaal team en het jeugdteam toegangspoort zijn geworden tot zorg en ondersteuning. De Lekstroomgemeenten werken regionaal met elkaar samen op het terrein van inkoop, backoffice taken en het delen deskundigheid, maar hebben aan de uitvoering een eigen, lokale invulling gegeven waarin diverse organisaties en deskundigen in een netwerk samenwerken. Het uitgangspunt hierbij is “lokaal waar mogelijk, regionaal waar nodig” Het doel is om voor de doelgroep van zorg en ondersteuning een zo integraal mogelijk beleid te voeren onder het motto één huishouden, één plan, één regisseur. Voor het derde onderdeel in het sociaal domein, Werk en Inkomen c.q. de uitvoering van de Participatiewet, is echter niet gekozen voor een lokale aanpak. Dit beleid wordt regionaal uitgevoerd vanuit de GR WIL. Vanuit het adagium regionaal waar nodig kent die regionale uitvoering veel

34

voordelen. Taken op het gebied van uitkeringsbeoordeling en -verstrekking vergen een zekere schaal om expertise en capaciteit efficiënt te kunnen inzetten. Dat kan regionaal beter dan lokaal. Hetzelfde geldt voor de organisatie van re-integratie-activiteiten en een werkgeversaanpak. De arbeidsmarkt is niet lokaal maar (boven)regionaal. Werkgevers in de regio willen niet door elke afzonderlijke gemeente benaderd en bediend worden voor een vergelijkbare doelgroep, maar hebben het liefst één aanspreekpunt waarmee zaken gedaan kunnen worden. Regionale samenwerking en afstemming is nodig om een effectieve en volwaardige speler te kunnen zijn en staat ook niet ter discussie. De constatering is dat het goed is om de verbinding van het regionale met de lokale situatie te versterken. Omdat er ook op lokaal niveau kansen liggen voor inwoners. Bijvoorbeeld kleinere, lokale werkgevers die bereid zijn afspraken te maken over aangepast werk voor inwoners uit hun gemeente. Daarnaast bestaat op lokaal niveau een netwerk van organisaties op het gebied van welzijn, activering en ondersteuning (al of niet reeds verbonden in of rond het sociaal team) dat meer ingezet kan worden om lokale kansen voor personen met een afstand tot de arbeidsmarkt meer te benutten.

Ook wordt vanuit de individuele gemeenten soms op grond van de lokale situatie de behoefte gevoeld om voor een specifieke doelgroep (bijvoorbeeld statushouders) aanvullende activiteiten op het terrein van re-integratie of activering te ondernemen waarvoor in de regionale aanpak niet direct de gewenste inzet kan worden gepleegd. Begrijpelijk, omdat die inzet tot stand moet komen op basis van regionaal afgestemde beleidsplannen en afspraken. Mede daarom wordt meer flexibiliteit en lokaal gerichte inzet door de gemeenten gewenst. Voor de inwoner willen we een afgestemd aanbod en dienstverlening op maat. Aansluiten bij wat het beste past bij iemand zijn situatie, talenten en mogelijkheden. Binnen de huidige structuur bestaan er nog steeds veel schotten tussen aanbod voor mensen gericht op arbeidsparticipatie. Iemands situatie bepaald onder welke regelgeving hij of zij valt en waarmee en door wie hij wordt ondersteund. Dit leidt niet altijd vanuit inwonersperspectief gezien tot het beste aanbod. Door binnen het Lokaalwerkteam het inwonersperspectief centraal te stellen willen dit wel bereiken. Met het Lokaalwerkteam bereiken we meer synergie en samenhang met Wmo-gerelateerde activiteiten zoals dagbesteding, vrijwilligerswerk, sociale activering. Aangesloten wordt bij de uitvoering van het sociaalteam en het jeugdteam.

Vanwege deze bovengenoemde wensen staan we met het Lokaalwerkteam een aanpak voor die de kracht van de regionale samenwerking optimaal verbindt met de lokale invulling en de lokale kracht. De inzet van de regionale samenwerking, WIL, wordt meer verbonden met de lokale kennis en netwerken. Waarbij de gemeente ook meer sturing geeft aan lokale inzet en keuzes die ten aanzien van individuele inwoners gemaakt worden. We kiezen voor het opzetten van een Lokaalwerkteam. -

We willen meer lokale zichtbaarheid, samenhang en ontschotting in het sociaal domein ten aanzien van mensen toeleiden naar werk voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt Beter aanbod voor inwoners door betere afstemming in Lokaalwerkteam tussen professionals en door in te zetten wat nodig is. Lokale kansen en kracht benutten en vergroten Verbinden van lokale en regionale componenten van aanbod in het lokale werkteam.

2. De transformatie van de Wsw Vanaf 1 januari 2019 neemt de GR WIL de dienstverlening aan Wsw’ers in vier van de vijf Lekstroomgemeenten (Nieuwegein, Vianen, IJsselstein en Lopik) over van de GR PAUW. De bedrijfsactiviteiten van de GR PAUW (Groen, Schoonmaak en Beschut) zijn niet overgeheveld naar WIL, maar in een aantal stichtingen ondergebracht. Voor WIL zijn deze stichtingen een belangrijke partner,

35

omdat zij werkgelegenheid bieden aan een groot deel van de Wsw-werknemers waarvoor WIL de dienstverlening van de GR PAUW overneemt. Deze dienstverlening die WIL vanaf 1 januari 2019 uitvoert, bestaat eruit om voor alle Wsw’ers een passende arbeidsplaats te realiseren en de Wsw’ers te begeleiden op de werkvloer (matching, bemiddeling, plaatsing en begeleiding). Dezelfde dienstverlening verricht WIL ook voor inwoners met een arbeidsbeperking zonder Wsw-indicatie. Het verschil met de Wsw-medewerkers is, dat deze vanaf 1 januari 2019 formeel in dienst zijn van de woongemeente. De met het werkgeverschap gemoeide uitvoeringstaken zijn gemandateerd aan de WIL. Met de overkomst van de taken van PAUW ten aanzien van de Wsw is de integrale uitvoering van de Participatiewet voor mensen met een arbeidsbeperking (Wsw en niet-Wsw) in handen van de WIL gelegd (voor de vier van de vijf Lekstroomgemeenten). Het plaatsen en begeleiden van Wsw-ers wordt door WIL uitgevoerd. De afspraak is dat dit vanuit en/of in afstemming met het Lokaalwerkteam gaat plaats vinden. Om hiermee ook de Wsw-uitvoering ook meer te verbinden met het lokale en Wsw-ers ook meer lokaal te plaatsen. In de nieuwe uitvoering van de Wsw staat de inwoner en zijn ontwikkeling centraal.

Ook bij Wsw-ers willen we (lokaal) plaatsen realiseren die aansluiten bij de inwoner en zien we de beschutte productie omgeving als vooral als een vangnet. Regie op het plaatsen en begeleiden van de Wsw-uitvoering wordt ook onderdeel van het Lokaalwerkteam. -

De Wsw-taken worden vanaf 1 januari 2019 door WIL uitgevoerd. Deze uitvoering wordt aangesloten op het Lokaalwerkteam waardoor en samenwerking en verbinding met lokale partijen en de lokale uitvoering van het (overige) sociaal domein ontstaat. De Wsw-er en zijn ontwikkeling staat centraal. Plaatsing op plekken waar mensen passen is het doel, de beschutte productie omgeving is een vangnet. WIL en de gemeente werken deze opzet nader uit, en leren ook van andere gemeenten.

2. Huidige initiatieven en gezette stappen De gedachte aan een meer lokale inzet van activiteiten voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt is niet nieuw. De afgelopen jaren hebben alle gemeenten en WIL al stappen gezet om richting te geven aan een meer lokale en integrale invulling. Het lokale werkteam is dan ook een volgende fase in een al lopende ontwikkeling. Op het gebied van inkomen en inkomensondersteuning werkt WIL al sinds een aantal jaren met de zogeheten WIL-generalisten. Dit zijn medewerkers van WIL die lokaal zijn aangesloten bij het sociaalteam en loketten en hier kennis en expertise op het gebied van inkomensondersteuning inbrengen. Tevens zijn zij meer algemeen de “linking pin” met WIL. Ook consulenten schuldhulpverlening van WIL zijn aangesloten bij het sociaal team. Verder heeft WIL inmiddels de accountmanagers en de werkcoaches per gemeente ingedeeld. Waardoor lokale samenwerking en afstemming wordt vergemakkelijkt. In IJsselstein heeft lange tijd het Participatieteam gefunctioneerd dat wegens capaciteitsproblemen (tijdelijk) is gestopt. Dit is een netwerkoverleg waarin de gemeente vanuit verschillende disciplines is vertegenwoordigd, zowel vanuit sociale zaken als vanuit economische zaken. Tevens zijn het Werkgeversservicepunt Lekstroom en accountmanagers en werkcoaches van WIL en Pauw Bedrijven betrokken.

Met het Participatieteam wil IJsselstein de betrokkenheid en inzet van lokale ondernemers vergroten bij het aan de slag komen van mensen met arbeidsbeperkingen of mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. contacten met ondernemers de betrokkenheid en inzet van lokale ondernemers

36

voor inclusief werkgeverschap kan vergroten. Het Participatieteam heeft een aanjaagfunctie bij het realiseren van bestaand beleid en activiteiten. Gestreefd wordt naar het in gang zetten van praktische maatregelen en acties waardoor op eenvoudige wijze meer bereikt kan worden. De functie die het participatieteam heeft/had wordt in de toekomst onderdeel van het Lokaalwerkteam. -

-

Er is reeds ervaringen opgedaan met de lokale invulling en afstemming ten aanzien van (arbeids)participatie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Ook WIL heeft zich meer lokaal georganiseerd. De afstemming en samenwerking wordt door alle partijen als waardevol ervaren De aanpak is tot nu toe te vrijblijvend en te incidenteel – niet alle kansen worden hiermee benut. Met het Lokaalwerkteam willen we deze aanpak intensiveren en meer structureel inbedden op lokaal niveau.

3. Visie IJsselstein opzet Lokaalwerkteam IJsselstein wil met het Lokaalwerkteam voortbouwen op de reeds ingeslagen weg naar meer lokale aanhaking van werk en inkomen. Met het Lokaalwerkteam willen we dit verder ontwikkelen en intensiveren Algemene uitgangspunten hierbij zijn: o o o

De lokale werkteams zijn géén vervanging van de bestaande loketten voor Werk en Inkomen of andere vormen van zorg en ondersteuning, Alle partijen werken vanuit en behouden hun eigen verantwoordelijkheid (zie 3.6 Hiërarchische aansturing). In het lokale werkteam wordt op basis van ieders kennis en deskundigheid samenwerking in een integrale, passende aanpak voor inwoners gezocht.

3.1 Taken van het werkteam Het werkteam richt zich op drie kerntaken: 1. Voor de inwoner realiseren van een afgestemd aanbod en dienstverlening op maat op het gebied van arbeidsparticipatie met als resultaat plaatsing. Aansluitend bij wat het beste past bij iemand zijn situatie, talenten en mogelijkheden. Afstemming van de inzet gericht op de dienstverlening aan de Wsw-doelgroep (matching, plaatsing en begeleiding). 2. Ontsluiten van werk betaald en onbetaald voor inwoners door benutten van de lokale kracht. Door samenwerking in de werkgeversaanpak, waarbij met ondernemers regionale en lokale initiatieven en mogelijkheden worden gezocht en ingebracht. 3. Vliegwiel zijn voor innovatie en nieuwe aanpakken. Het initiëren, ontwikkelen en uitvoeren van nieuwe initiatieven gericht op het stimuleren van (arbeids)participatie, op basis van lokale wensen en keuzes. Resultaten van het werkteam Bij het beoordelen van het resultaat zijn de volgende zaken van belang; -

Het aantal besproken casussen in het lokaal werkteam en het resultaat hiervan. Indicatief moet bij minimaal 40 (vastgelopen) casussen het werkteam een rol spelen het plaatsen van een persoon op de juiste plek of juiste ondersteuning. Een toename van het aantal lokale plaatsingen op arbeidsparticipatie (specifiek voor inwoners) een toename van het aantal lokale plekken. Het aantal nieuwe (meer generieke) afspraken (maatschappelijke deals) met organisaties en ondernemers over het plaatsen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het kan hierbij ook gaan om meer convenantachtige afspraken met meerdere partijen tegelijkertijd.

37

-

De waardering van professionals en organisaties/ondernemers van het Lokaalwerkteam, de mate waarin het bijdraagt aan het beter kunnen uitvoeren van hun functie. De mate waarin het Lokaalwerkteam bijdraagt aan het plaatsen van Wsw-werknemers op een passende en zo regulier mogelijke arbeidsplek. De mate en hoeveelheid lokaal uitgevoerde dienstverlening.

3.2 Samenstelling van het werkteam Aan het werkteam nemen alle relevante partijen deel die een rol (kunnen) spelen in het toeleiden van mensen naar werk, betaald en onbetaald. WIL is een belangrijke partij in het lokale werkteam. Door participatie in het werkteam heeft WIL voeling en binding met de lokale situatie en kan WIL de gewenste lokale zichtbaarheid en de rol van een lokaal aanspreekpunt invullen. Zonder directe consequenties voor de hiërarchische aansturing en de verantwoordelijkheid van elke partij, committeert WIL zich er door deelname in het werkteam wel aan dat individuele casussen in het werkteam worden besproken en dat de gekozen aanpak in deze casussen tot stand komt in afstemming met het werkteam. De keuzes die in individuele gevallen gemaakt worden over een te volgen traject of arbeidsplaats worden niet alleen door WIL gemaakt, maar vinden op basis van overleg in het werkteam plaats. Andere partijen, zoals de welzijnsorganisatie, vrijwilligersorganisaties, aanbieders van dagbesteding, werkgeversnetwerken, vluchtelingenwerk en de gemeente hebben zitting in het werkteam. Waarschijnlijk zal er in de praktijk sprake zijn van twee overleggen in het kader van het Lokaalwerkteam: Een overleg gericht is op casuïstiek bespreking Een overleg gericht op maatschappelijke deals en ontwikkeling van projecten.

3.3 Afbakening van de doelgroep, welke casussen worden besproken Welke individuele casussen in breed verband in het werkteam worden behandeld, ligt niet op voorhand vast. Het zal gaan om inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt waar een domein overstijgende aanpak nodig of gewenst is (meerdere partijen zijn betrokken) en/of waar een relatie ligt met andere aspecten in het sociaal domein. De partijen in het werkteam zullen hier een op de lokale situatie en behoefte gestoeld kader voor ontwikkelen. Van specifieke doelgroepen, zoals – naast Wswgeïndiceerden – VSO-schoolverlaters en personen die vallen binnen de doelgroep voor nieuw beschut werk, ligt het voor de hand om hen in eerste aanleg integraal in het werkteam te bespreken. Daarnaast kunnen alle partijen in het werkteam zelf casussen aandragen die voor bespreking in het werkteam in aanmerking komen. Op basis van praktijkervaringen kan de doelgroep verder worden verfijnd en kunnen werkafspraken hierover worden gedetailleerd en geformaliseerd. 3.4 Doorontwikkeling reikwijdte werkteam Inzet en middelen worden op dit moment vanuit de verschillende organisaties zelf ingezet. In het kader van de Participatiewet worden alle re-integratiemiddelen door de gemeenten aan WIL verstrekt.

Voor lokale wensen en initiatieven ten aanzien van re-integratie is een deel van het re-integratie budget geoormerkt als zogeheten “Lokaal handgeld”. De opzet van het werkteam is uitdrukkelijk bedoeld om tot een betere inzet van middelen te komen. Het is ook mogelijk om als gemeente hiervoor zelf budget te reserveren. 3.5 Hiërarchische aansturing Binnen het werkteam is er geen sprake van een formele hiërarchische aansturing. Elke partij werkt vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid en committeert zich aan deelname aan het werkteam op basis

38

van afspraken tussen de deelnemende organisaties. De gemeentelijke kwartiermaker voert de regie en stuurt op dat de uitvoering aansluit bij de lokale situatie en de gemeentelijke prioriteiten. 3.6 Gemeentelijke kwartiermaker. Een stevig en goed functionerend werkteam ontwikkelen gaat niet vanzelf. Een gemeentelijke kwartiermaker wordt verantwoordelijk voor het opzetten en uitvoeren van het werkteam. Deze fungeert als ontwikkelaar en trekker van het werkteam-overleg, zorgt ervoor dat op lokaal niveau de juiste partijen in het werkteam zitting nemen en dat het werkteam zich ontwikkelt tot een platform waarin de geformuleerde kerndoelen worden gerealiseerd. De kwartiermaker is ook verantwoordelijk voor het al werkende weg ontwikkelen en beschrijven van het Lokaalwerkteam. De opdracht van de kwartiermaker is om het werkteam op te zetten en op basis van de ervaringen een voorstel te ontwikkelen voor structurele implementatie. De functie van kwartiermaker wordt in combinatie met Lopik gedaan, aangezien deze gemeente dezelfde visie heeft en hiermee synergie voordelen zijn te behalen.

39

Voorstel innovatieagenda Lopik 1.

Wat willen we realiseren. Wat is klaar als de innovatieagenda wordt afgerond? De gemeente Lopik wil, samen met WIL en andere partijen, een lokaal werkteam Lopik ontwikkelen. Het lokaal werkteam biedt meer integrale dienstverlening op het gebied van (arbeids)participatie aan inwoners van Lopik. Enerzijds door maatwerk in ondersteuning bij participeren naar vermogen voor inwoners die dit niet op eigen kracht kunnen. Anderzijds door, samen met lokale ondernemers en instellingen, meer lokale mogelijkheden voor betaalde en onbetaalde participatie, activering en (taal)stages te realiseren en te benutten. De ontwikkeling van het lokaal werkteam Lopik past goed bij het beleid van de gemeente Lopik op het sociaal domein waarbij het gaat om vergroten van zorgbereik, vergroten van betrokkenheid en iedereen doet mee. In de integrale beleidsnota sociaal domein (in wording), staan de volgende thema’s centraal: we zijn er vroeg bij, zorg is toegankelijk, voorzieningen sluiten op elkaar aan, iedereen heeft een geborgen en veilig thuis iedereen doet naar vermogen mee, de financiële basis op orde en de grenzen van veiligheid voorbij. Een goed lopend lokaal werkteam Lopik is voor de gemeente Lopik de voornaamste doorontwikkeling van lokale dienstverlening door en samen met WIL op het gebied van werk.

Als de innovatieagenda is afgerond, ‘staat’ er een goed lopend lokaal werkteam waarin, op basis van netwerksamenwerking, professionals zoveel mogelijk werken vanuit de leefwereld van de inwoner, betere dienstverlening aan inwoners en meer lokale plaatsingen. Werkwijze en methodieken zijn beschreven en bieden kaders, maar belemmeren niet verdere ontwikkeling die nodig is vanwege veranderende vraag/vragen vanuit de samenleving.

2.

Wat is ons maatschappelijk doel daarbij?   

3.

Zoveel mogelijk mensen (met een afstand tot de arbeidsmarkt) doen mee naar vermogen (regulier betaald werk, onbetaald werk, activering). Integrale dienstverlening en uitvoering op het gebied van werk vanuit en rondom de leefwereld van de inwoner. Aanbod wat betreft ondersteuning en participatiemogelijkheden dat aansluit bij talenten, mogelijkheden en situatie van inwoners (denken en werken vanuit mogelijkheden). Vergroten van lokaal aanbod aan (arbeids)participatie (wegnemen van belemmeringen op het gebied van mobiliteit).

Wat gaan we daarvoor doen? Het opzetten van het lokaal werkteam Lopik als netwerkorganisatie waarin alle relevante partijen die een rol hebben bij het toeleiden naar en ondersteunen van inwoners naar betaald en onbetaald werk op casusniveau samenwerken. We hebben daarbij een groeimodel voor

40

ogen: we beginnen met een beperkt aantal partijen (WIL, gemeente/BSL, Pulse) en bouwen dit uit. Alle partijen in het lokaal werkteam Lopik kunnen casussen aandragen. Deze casussen worden besproken tijdens een integraal overleg. De persoon, de vraag, de situatie van de casus staat centraal en leidt tot een aanbod op maat. De ondersteuning aan de inwoners wordt zoveel mogelijk lokaal geboden. De inwoners die worden ondersteund door het lokaal werkteam zijn een heterogene groep met als gemeenschappelijk kenmerk een afstand tot de arbeidsmarkt, multiproblematiek, domein overstijgende problematiek. Het gaat dan in ieder geval om Wsw-ers, schoolverlaters Vso en Pro, personen in de doelgroep voor nieuw beschut en statushouders. Indien nodig wordt, na verloop van tijd, de doelgroep van het lokaal werkteam Lopik nader gedefinieerd en worden hierover werkafspraken gemaakt. Ten aanzien van het realiseren van meer lokale mogelijkheden voor betaalde en onbetaalde participatie sluiten we in eerste instantie aan bij de werkzaamheden en contacten van medewerkers van economische zaken, bedrijfscontactfunctionaris en de accountmanager van het Werkgeversservicepunt voor Lopik.

Het gaat om het sluiten van maatschappelijke deals met lokale partijen door lokale werkgevers nog meer te betrekken bij duurzame inzetbaarheid van mensen uit de bovenstaande doelgroepen en het realiseren van (kleinschalige) reguliere plaatsingen en parttime werk met inzet van lokaal netwerk en ‘gunfactor’. Lokale werkgevers en instellingen zijn vaak bereid wat extra’s te doen voor lokale werkzoekenden, mensen met een arbeidsbeperking. De lokale dienstverlening door WIL (WIL-generalist, schuldhulpverlening, bijzondere regelingen en de dedicated werkcoaches voor Lopik) die al wordt geleverd, loopt door.

4.

Wat merkt de inwoner/samenleving ervan? Het lokaal werkteam Lopik is geen nieuw loket. Inwoners kunnen zich er niet ‘melden’. Inwoners merken wel effecten van dienstverlening vanuit het Lokaal werkteam doordat:  Er meer mogelijkheden voor arbeidsparticipatie beschikbaar komen.  Meer en betere integrale dienstverlening die aansluit op de situatie, talenten en mogelijkheden van de inwoner.  Meer lokaal aanbod van betaalde en onbetaalde participatie, waardoor inwoners minder hoeven te reizen (is nu regelmatig een knelpunt voor wie geen eigen vervoer heeft en een arbeidsbeperking heeft gegeven de ligging van Lopik en het OV netwerk).  Ze dichtbij huis terecht kunnen voor ondersteuning (dienstverlening lokaal en dichtbij).  Doordat er meer inwoners naar vermogen meedoen.  Soepelere dienstverlening: minder bureaucratie, aanbod van partijen is makkelijker beschikbaar, partijen stemmen zelf onderling af, ontzorgen van zowel inwoners als lokale ondernemers, geen last van schotten (geen ‘kastje muur’ problematiek meer). Ook voor ondernemers meer lokale, eenvoudig toegankelijke en herkenbare dienstverlening vanuit de netwerksamenwerking van het Lokaal werkteam Lopik.

41

5.

Hoe beoordelen we of we het goed doen en onze doelen realiseren? Bij het beoordelen van het resultaat van het lokaal werkteam Lopik kijken we naar:  Het aantal casussen dat wordt besproken (vanaf de start voor de zomer van 2019 t/m 2020) en het resultaat daarvan voor de inwoner. Aantal: 25 casussen. Resultaat: succesvolle dienstverlening/interventie: denk aan betaald werk, onbetaald werk, activering, begonnen met of uitbreiding van parttime werk.  Meer plaatsingen van inwoners bij lokale ondernemers.  Meer lokale mogelijkheden voor participatie, activering, (taal)stages.  De partijen in het lokaal werkteam Lopik weten elkaar te vinden (korte lijnen, wie is wie, wie doet wat) en werken volgens een eenduidige werkwijze/methodieken, integraal, ontschot en op maat.  Partijen/medewerkers die deelnemen in het Lokaal werkteam zijn tevreden  Inwoners en lokale ondernemers zijn tevreden over de dienstverlening van het lokaal werkteam.

6.

Op welke punten is er sprake van een aangepaste werkwijze of methodiek in dit voorstel? Lokale en Integrale dienstverlening, samenwerking met andere partijen, werken vanuit de leefwereld van de klant, werken vanuit het centraal zetten van de casus en daarop het aanbod aanpassen, gebeuren al voor een deel, maar zullen in het lokaal werkteam verder worden ontwikkeld. Daar komt bij dat regie op dienstverlening inzake (arbeids)participatie lokaal wordt vormgegeven. Ontschot denken en werken door verbinding te maken tussen de uitvoering van participatiewet, jeugdwet en Wmo met als centrale doel het belang van de inwoner. Meer structureel inzetten op en benutten van lokale mogelijkheden en kansen voor betaalde en onbetaalde participatie, activering en (taal)stages met en bij lokale ondernemers en instellingen.

7.

Wat is hiervoor nodig? 

Gemeentelijke regie en inzet in de vorm van een gemeentelijk regisseur die de samenwerking opzet en faciliteert (casusoverleggen voorzit en afspraken bewaakt), een werkwijze ontwikkelt en vastlegt en spin in het web is (werkt vanuit het uitgangspunt ondersteuning op maat voor de casus, kennis van lokale projecten, aanspreekpunt voor ondernemers is). De kwartiermaker/regisseur/aanjager heeft doorzettingsmacht als de stemmen in het casusoverleg ‘staken’. De gemeente werft deze externe kwartiermaker/aanjager Lokaal werkteam Lopik zelf (samen met de gemeente IJsselstein). Met het oog op vermijden van belangenverstrengeling gelet op de samenstelling van het Lokaal werkteam Lopik is het van belang dat de regisseur gedurende de eerste fase van het lokaal werkteam (in ieder geval tot eind 2019) extern is en wordt betaald uit eigen middelen van de gemeente.

42

8.

Afspraken met alle betrokken partijen (WIL, Pulse, BSL etc.) ten aanzien van inzet van medewerkers. Voor WIL gaat het dan om de dedicated werkcoaches en accountmanager Wgsp voor Lopik (en IJsselstein), aansluiten bij/beschikbaarheid voor (casus) overleggen van het Lokaal werkteam Lopik, toegang hebben tot de instrumenten die WIL beschikbaar heeft voor klanten/inwoners, toegang tot lokaal handgeld. Alle partijen/medewerkers in het Lokaal werkteam Lopik committeren zich aan de werkwijze waarin de klant centraal staat en integrale dienstverlening om maat voorop staat. En aan lokaal beleid en prioriteiten

Wat is de planning? Vliegende start Lokaal werkteam Lopik in Q2 2019: starten voor de zomer van 2019, volledig draaien na de zomer. Het beschikbaar zijn van een aanjager/kwartiermaker voor het lokaal werkteam (die we delen IJsselstein) is daarbij van groot belang. Deze krijgt in eerste instantie de opdracht tot en met eind 2019. Waar nodig zal deze opdracht worden verlengd. In 2020 moet worden besloten over structurele inbedding van het Lokaal werkteam Lopik.

43

Voorstel innovatieagenda Vijfheerenlanden (Vianen) Aanleiding Onder aansturing van de gemeentesecretarissen zijn de vijf Lekstroom gemeenten en de uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen Lekstroom (WIL), bezig met een heroriëntatie op opdracht, kaders en vormgeving van de gemeenschappelijke regeling (GR). Het doel is om lerende wijze middels twee jaar durende experimenten tot een nieuwe opzet te komen van een innovatieve GR. De gemeente Vijfheerenlanden (VHL) neemt daarin een bijzondere positie in omdat zij per 1 januari 2020 uittreedt uit de GR WIL. De experimenten in dit kader vinden dus voor VHL enkel plaats in het lopende jaar 2019.

1.

Wat willen we realiseren? Wat is “er” als het experiment wordt afgerond?

De reguliere dienstverlening van WIL voor de inwoners van het werkgebied van de voormalige gemeente Vianen, is deels lokaal geregeld in het werkteam. De werkwijze ervan is omschreven in het werkplan. De overige dienstverlening wordt vanuit het hoofdkantoor van WIL geborgd. De uitvoeringsagenda (voorheen strategische agenda), de begroting en het meerjarenplan zijn daarbij de leidende documenten. Met onderstaande experimenten wil VHL inzicht krijgen in een werkwijze die grens ontkennend werkt. Hierbij doelt VHL op de voormalige gemeentegrenzen van VHL, de Provincie grenzen en de arbeidsmarktregio grenzen. Daarnaast wil VHL een analyse en bevindingen vanuit de werkwijze van het Werkteam voor een toekomstbestendige dienstverlening aan de inwoners van de gehele gemeente VHL.

2.

Wat is ons maatschappelijk doel daarbij?

Het achterliggende maatschappelijke doel hierbij is dat er een dienstverlening wordt vastgesteld gericht op (een traject naar) werk passend binnen de oriëntatie van de inwoners van VHL. Deze dienstverlening is integraal, uniform voor alle inwoners en effectief.

3.

Wat gaan we daarvoor doen?

Voor de inwoners van het postcodegebied Vianen, richt VHL zich in 2019 op de aansluiting bij Avres. Er zal aandacht zijn voor de verschillen in dienstverlening en de aanbevelingen die daarbij gepaard gaan. VHL heeft specifiek gekozen om in het kader van het experimenteerplan aandacht te vragen voor twee aspecten: i.

Ongeacht de arbeidsmarktkeuze van VHL, hebben de inwoners van VHL te maken met twee arbeidsmarktregio’s. Alleen al vanwege ‘nabijheids overwegingen’ zullen inwoners en ondernemers van VHL meer of minder op de arbeidsmarktregio Midden Utrecht of de arbeidsmarktregio Gorinchem zijn georiënteerd.

44

Met de keuze voor Avres, en daarbij de nabijheid van het werkgever-servicepunt van de AV regio, is de aansluiting met de werkgevers in de arbeidsmarkt Gorinchem geborgd. De vraag voor VHL wordt: Hoe zorgen we ervoor dat na 1-1-2020 de arbeidsmarktregio Midden Utrecht ook toegankelijk blijft voor de inwoners van VHL a.

b.

ii.

4.

Welke rol hebben het werkteam Vianen, de GR WIL, de GR Avres en de Werkgeverservicepunten van de twee arbeidsmarktregio’s in de toepassing van het beschikbare instrumentarium (garantiebanen, detachering, leerwerkplekken, ontwikkelplekken, tegenprestatie, subsidieregelingen, opleidingen, SROI e.d.) om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan werk te helpen en werkgevers te ontzorgen? Hoe werken we samen met twee arbeidsmarktregio’s? Waarbij aandacht is voor de belemmeringen waartegen het werkteam aanloopt en de mogelijke oplossingen.

Hoe borgen we de dienstverlening van het werkteam in 2020 wanneer Avres de uitvoeringsorganisatie is voor VHL? a. Welke stappen kunnen we nemen in 2019 om de overgang soepel te laten verlopen zodat de inwoner er het meest profijt van heeft.

Wat merkt de burger/samenleving hiervan?

De inwoner merkt dat de medewerkers van het Werkteam meedenken in oplossingen ongeacht waar de inwoner wil werken en waar hij de ondersteuning naar werk wenst te hebben. Een overheid die meedenkt en samen met de inwoner zoekt naar oplossingen is het motto. Aangezien we aangegeven hebben dat we alle inwoners ondersteunen, en er dus geen doelgroep benadering is vooraf, vallen er geen inwoners tussen wat en schip.

5.

Hoe beoordelen we of we het goed doen en onze doelen hebben behaald?

Bij de evaluatie van deze experimenten zal VHL kijken naar de toegang naar beide arbeidsmarktregio’s voor de inwoner van VHL. Wanneer daar een pragmatische oplossingen voor is gevonden en deze experimenten hebben daar een bijdrage aan geleverd, kunnen we stellen dat het een succes is geweest. Wanneer de lokale en integrale dienstverlening naar de inwoner VHL geborgd is 2020 via een Werkteam of vergelijkbaar instrument én deze experimenten hebben daar een bijdrage aan geleverd, kunnen we stellen dat het een succes is geweest.

6.

Op welke punten is er sprake van aangepaste werkwijze of methodiek in dit voorstel?

De bevindingen vanuit deze experimenten helpen VHL wanneer zij het gesprek aangaan met Avres over de gewenste toekomstige dienstverlening (werkwijze en methodiek).

45

De werkwijze van het werkteam wordt onder andere beoordeeld op zaken als integrale aanpak, regio overstijgende dienstverlening, werken vanuit de leefwereld van de inwoner en maatwerk. Dit gebeurt uiteraard binnen budget en leidende documenten.

7.

Wat is hiervoor nodig?

De uitvoering van de experimenteerplannen moet passen binnen kaders en begroting van WIL. Er is een budget voor lokale aanpak ter beschikking gesteld waarmee eventuele extra kosten betaald kunnen worden. Gedurende het jaar zorgen de verschillende deelnemers van het werkteam voor de aansluiting tussen WIL en Avres om te komen tot oplossingen op de twee experimenten. De tussentijdse input kan worden gebruikt voor het maken van afspraken aangaande de dienstverleningsovereenkomsten (DVO) tussen VHL en WIL. Eind 2019 worden beide experimenten geëvalueerd ten behoeve van de dienstverlening 2020 door Avres.

8.

Wat is de planning?

Het werkteam is per 1-1-2019 gestart en zal zich deze doelstellingen eigen maken. Eind 2019 worden beide experimenten geëvalueerd. Wij willen weten of de dienstverlening voor de inwoners van VHL verbeterd is, hoe de resultaten meegenomen worden in de toekomstige dienstverlening van AVRES en WIL en welke tips meegegeven worden aan de andere WIL-gemeenten.

46

Wie werkten mee? Deze innovatieagenda is uitgewerkt met de Werkgroep Lekstroom Werkt. Hierin participeren: 

Marijke Bosma, programmamanager transformatie Sociaal Domein Lekstroom

Elvira Poort en Esmé Joosten (gemeente Nieuwegein)

Joadri van Kempen en Thomas Pruijsen (gemeente Houten)

Marc van Zon (gemeente IJsselstein)

Corette Wissink (gemeente Lopik)

Patrick de Lange en Alette van der Wouden (gemeente Vijfheerenlanden)

René Teijema (beleidsadviseur Werk en Inkomen Lekstroom)

47

Berenschot is een onafhankelijk organisatieadviesbureau met 350 medewerkers wereldwijd. Al 80 jaar verrassen wij onze opdrachtgevers in de publieke sector en het bedrijfsleven met slimme en nieuwe inzichten. We verwerven ze en maken ze toepasbaar. Dit door innovatie te koppelen aan creativiteit. Steeds opnieuw. Klanten kiezen voor Berenschot omdat onze adviezen hen op een voorsprong zetten. Ons bureau zit vol inspirerende en eigenwijze individuen die allen dezelfde passie delen: organiseren. Ingewikkelde vraagstukken omzetten in werkbare constructies. Door ons brede werkterrein en onze brede expertise kunnen opdrachtgevers ons inschakelen voor uiteenlopende opdrachten. En zijn we in staat om met multidisciplinaire teams alle aspecten van een vraagstuk aan te pakken.

Berenschot Groep B.V. Europalaan 40, 3526 KS Utrecht Postbus 8039, 3503 RA Utrecht 030 2 916 916 www.berenschot.nl /berenschot

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=b1621352-36d8-4ef6-965c-856504033474