bijlage 6 Innovatieagenda 2019-2020 WIL-Gemeenten.pdf
Tekst van het document
a.
Innovatieagenda 2019-2020 WIL - Gemeenten
Eindrapport
WIL - Gemeenten
21 mei 2019
2
Innovatieagenda 2019-2020 WIL - Gemeenten WIL - Gemeenten
Drs. Hans Zuidema MPM 21 mei 2019
3
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
4
2.
Aanpak uitwerking startnotitie Innovatieagenda 2019-2020 WIL-Gemeenten
6
3.
Voorstellen per gemeenten: de rode draad
7
4.
Impact innovatieagenda voor de organisatie Werk en Inkomen Lekstroom
11
5.
Samenvattend advies
13
Voorstel innovatieagenda Nieuwegein
14
Voorstel innovatieagenda Gemeente Houten
24
Voorstel innovatieagenda IJsselstein
30
Voorstel innovatieagenda Lopik
39
Voorstel innovatieagenda Vijfheerenlanden (Vianen)
43
Wie werkten mee?
46
4
1. Inleiding -
startnotitie innovatieagenda 2019 -2020 WIL-gemeenten
Door de gemeenten Nieuwegein, Houten, Lopik, IJsselstein en Vijfheerenlanden (Vianen) werd eind 2018/begin 2019 de “Startnotitie voor de innovatieagenda 2019-2020 WIL-gemeenten” besproken en vastgesteld. De startnotitie markeert de tussenstap die de gemeenten en WIL met elkaar willen nemen in het kader van de heroriëntatie op de taken binnen werk en inkomen, zoals gelegd bij de Gemeenschappelijke Regeling Werk en Inkomen Lekstroom (WIL). De gemeenten die met elkaar samenwerken in WIL, streven naar een nieuwe manier om de samenwerking in te vullen. Als opdrachtgever van WIL streven de gemeenten naar ruimte voor experimenten, innovatie en lokaal maatwerk, terwijl zij tegelijkertijd hechten aan de voordelen van een gezamenlijke organisatie op dit terrein. Vanuit die achtergrond stelden de gemeenten vast dat het de voorkeur verdient om daarvoor een gezamenlijk ontwikkelingsproces op gang te brengen, waarin de gemeenten in de periode 2019-2020 samen met WIL lokale experimenten uitvoeren. De huidige opdracht, kaders en vormgeving van de GR blijven in deze periode in stand. Met het zo te starten ontwikkelingsproces wordt lerende wijs tot een nieuwe opzet gekomen van een innovatieve GR: een transformatieproces naar WIL 3.0. Als vorm van dit ontwikkelproces is gekozen voor de voorliggende innovatieagenda 2019-2020 WIL-Gemeenten.
In deze innovatieagenda wordt het proces beschreven en de inhoudelijke hoofdlijn van de uit te voeren lokale plannen, als basis voor dit ontwikkelproces. -
de innovatieagenda 2019-2020
Deze rapportage bevat de uitgewerkte lokale voorstellen voor de innovatieagenda 2019-2020. De door de gemeenten uitgewerkte voorstellen vormen antwoord op de WAT-vraag: welke kant willen de gemeenten op bij het uitvoeren van deze taken en op welke onderwerpen en op welke wijze wordt vernieuwing van de aanpak voorgestaan? Bij het opstellen van de innovatieagenda is uitgegaan van de wensen van de vijf gemeenten voor vernieuwing en verandering bij de uitvoering van taken op het gebied van inkomen, werk en schuldhulpverlening. In deze uitwerking tekent zich de wens van de gemeenten af, om de dienstverlening aan eigen inwoners op het terrein van werk en inkomen meer lokaal uit te gaan voeren. Aansluitend komt natuurlijk ook de HOE-vraag aan de orde. Dat is dan ook de vraag hoe gemeenten deze innovaties willen vormgeven, in het veranderingsproces bij de gemeenten zelf en van de in de gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom (WIL) ondergebrachte taken. -
scenario’s inzet Participatiebudget
Parallel aan het opstellen van de innovatieagenda is door de gemeenten ook gevraagd om een advies en voorstel over de inzet van gemeentelijke re-integratiemiddelen, opgenomen in het Participatiebudget. 1 Daarbij speelt de wens om te komen tot een nieuwe afspraak over:
een evenwichtige verdeling bij inzet en gebruik van deze middelen tussen de gemeenten;
het vergroten van zeggenschap van de gemeenten op de inzet van deze middelen passend bij de lokale situatie;
het verbeteren van de sturing en effectmeting van deze inzet;
Beide adviesrapporten zijn parallel van elkaar uitgewerkt. Daarbij is er voor gezorgd dat elk rapport volledig zelfstandig leesbaar blijft. De logische en inhoudelijke samenhang tussen beide rapporten maakt dat op enkele onderdelen de teksten elkaar soms iets overlappen. 1
5
de gezamenlijke wensen tot doorontwikkeling van WIL in een veranderingsproces dat past bij de actuele vragen van gemeenten binnen dit domein.
-
de omslag: van experimenteer- naar transformatieprogramma
In deze rapportage wordt de context van het opstellen van de innovatieagenda toegelicht. Daarmee wordt ook de bedoeling van deze agenda toegelicht. Het gaat hierbij om voorstellen om de aanpak en uitvoering te verfijnen en vernieuwen en daarmee te kijken naar ‘wat beter werkt’ om mensen te ondersteunen bij werk, participatieondersteuning en schuldhulpverlening. Daarin is sprake van een duidelijke beweging die vraagt de taken op het gebied van werk en inkomen steviger te verbinden met de uitvoering van overige taken binnen het sociaal domein en steviger te verbinden met een lokale uitvoeringscomponent. De innovatieagenda is daarmee – zo blijkt ook uit de uitgewerkte voorstellen – feitelijk meer dan een experimenteerprogramma. Het is ook een transformatieprogramma waarmee de gemeenten de gewenste verandering in de aanpak en taakverdeling tussen WIL en de gemeenten inzetten. Het HOE wordt zo ook stapsgewijs gevormd. Daarmee is de inzet om via de praktijkweg en op een meer organische wijze het antwoord te geven op de vraag welke taak en opdracht er voor WIL vanaf 2021 ligt, om de gemeenten bij verantwoordelijkheden op het gebied van werk en inkomen te ondersteunen. -
te maken implementatieafspraken: aan de slag met de uitvoering
Met het afronden van de WAT fase van deze Innovatieagenda start ook de fase om het HOE van dit programma verder concreet in te vullen. Dat zijn dan de uit dit programma voortvloeiende uitvoeringsafspraken die tussen de gemeenten en WIL gemaakt moeten worden om van deze agenda een succes te maken. In deze rapportage worden de hiervoor te maken procesafspraken toegelicht.
6
2. Aanpak uitwerking startnotitie Innovatieagenda 2019-2020 WILGemeenten -
Doel van de innovatieagenda
Door de gemeenten is vastgesteld dat de dienstverlening aan inwoners op het terrein van werk en inkomen voor personen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt meer lokaal uitgevoerd gaat worden. Dit is ook een belangrijk uitgangspunt van de visie Lekstroom Werkt 2020 die eerder door de gemeenten is vastgesteld. Een belangrijk recent markeringspunt hierbij is ook de door de gemeenten eind 2018/begin 2019 besproken en gezamenlijk vastgestelde “Startnotitie Innovatieagenda 2019-2020 WIL – Gemeenten”. Het meer lokaal uitvoeren van deze taken door de gemeenten sluit aan bij de gewenste integrale aanpak binnen het sociaal domein. Deze verschuiving in focus is er op gericht om de kansen bij het versterken van lokale netwerken voor deze doelgroepen beter te benutten. Deze verandering in aanpak wensen de gemeenten te combineren met de voordelen van een gezamenlijke organisatie WIL. In de startnotitie is aangegeven dat “hieraan in de komende twee jaar invulling wordt gegeven door de dienstverlening van WIL te combineren met vooraf afgesproken lokale experimenten die de gemeenten samen met WIL uitvoeren. Naast deze experimenten voert WIL dan de reguliere dienstverlening uit. De huidige opdracht, kaders en vormgeving van de GR blijven in deze periode in stand. Doel is om lerende wijs tot een nieuwe opzet te komen van een innovatieve GR in een gezamenlijk ontwikkelproces.
Op basis van de opgedane ervaring wordt dan het nieuwe opdrachtgeverschap vormgegeven”. -
Werkwijze opstellen innovatieagenda
Bij het opstellen van een innovatieagenda 2019-2020 WIL-Gemeenten is als inzet genomen te komen tot zo concreet mogelijk benoemde voorstellen en aanpakken. Hierbij wordt het gewenste maatschappelijk resultaat voorop gezet, met hierbij de te realiseren doelen voor burgers en voor de samenleving. Vervolgens wordt gekeken welke afspraken nodig zijn om deze resultaten in de samenwerking tussen WIL en de gemeenten te realiseren. De WAT-vraag gaat zo bewust vooraf aan de HOE-vraag. Het proces bij het opstellen van de innovatieagenda 2019-2020 is als volgt:
Door de gemeentelijke beleidsmedewerkers zijn de concept-voorstellen voor uit te voeren lokale plannen uitgewerkt. Deze voorstellen zijn regionaal uitgewisseld, besproken en van een reflectie voorzien. Vervolgens zijn deze voorstellen door elke gemeente definitief gemaakt en ingediend. Dit zijn de gemeentelijke voorstellen zoals ook in deze rapportage zijn opgenomen.
Deze gemeentelijke voorstellen zijn vervolgens regionaal bestuurlijk besproken in het overleg tussen de portefeuillehouders werk en inkomen van de vijf gemeenten ten behoeve van de onderlinge afstemming en voorbereiden van de bestuurlijke besluitvorming over deze innovatieagenda.
De innovatieagenda wordt hierna afgerond in een definitief voorstel t.b.v. de bestuurlijke besluitvorming door de colleges van de vijf gemeenten, en aansluitend daarop de besluitvorming binnen de GR WIL.
De innovatieagenda wordt na besluitvorming in de colleges ter informatie aangeboden aan de gemeenteraden.
7
3. Voorstellen per gemeenten: de rode draad De voorstellen voor de innovatieagenda van de gemeenten Nieuwegein, Houten, IJsselstein, Lopik en Vijfheerenlanden zijn integraal opgenomen in de bijlage bij deze innovatieagenda. Gebundeld zijn dit de concrete voorstellen voor de innovatieagenda 2019-2020, waaraan de gemeenten samen met WIL willen werken. Bij het uitwerken van voorstellen is gewerkt met een gemeenschappelijk ontwikkeld format bestaande uit de volgende te beantwoorden (kern)vragen:
Wat willen we realiseren? Wat is er ‘klaar’ als de voorstellen uit de lokale werkplannen worden afgerond?
Wat is ons maatschappelijk doel daarbij?
Wat gaan we daarvoor doen?
Wat merkt de burger/samenleving hiervan?
Hoe beoordelen we of we het goed doen en onze doelen realiseren?
Wat is hiervoor nodig?
Wat is de planning voor de uitvoering?
Deze vragen zijn zo uitgewerkt, omdat het innovatieprogramma aan kracht wint als het gericht is op het voor de burger te realiseren resultaat én de voorstellen voor het innovatieprogramma concreet zijn. De meer abstracte beleidsdoelen en visies vanuit de gemeenten worden hiermee vertaald naar het ‘doe- en leefwereldniveau’: wat wordt concreet gemist en wat wil de gemeente realiseren dat er nu niet is? We lichten hier de rode draad toe aan de hand van enkele kernpunten. -
Aan de slag met de transformatie: van visie naar uitvoering en werken volgens de bedoeling
Gemeenten willen experimenteren met een meer lokale uitvoering van werk en participatie. Dit willen wij doen door de aanpak van een lokaal werkteam dat integraal werkt binnen het sociaal domein, lokaal maatwerk en meer flexibiliteit biedt, samenhang heeft met de activiteiten van WIL en de verbinding versterkt met lokale netwerken, partners en werkgevers. Gemeenten hebben al eerder het gewenste beleid ten aanzien van het sociaal domein en het domein werk en inkomen in visie en doelstellingen uitgewerkt. De gemeenten hebben eerder ook gezamenlijk ‘Lekstroom Werkt 2020’ vastgesteld. De ambitie is nu ‘van transitie naar transformatie’, zodat datgene gerealiseerd wordt dat werkelijk met de decentralisaties is beoogd. Het voorliggende document bevat een stevige vertaling van de voor de toekomst gewenste aanpak voor ondersteuning aan inwoners die (betaald of onbetaald) willen werken.
8
Ook op regionaal niveau bespraken wethouders/bestuurders eind 2018 de opgaven rond werk en inkomen en het sociaal domein breed, met als kern:
Werk maken van de transformatie.
Inzetten op preventie.
Meer werken vanuit ‘de bedoeling’.
Experimenteerruimte bieden aan de uitvoering om ‘wat nodig is ook werkelijk te doen’.
Differentiatie van de dienstverlening, maatwerk bieden (‘ongelijke gevallen ongelijk behandelen).
Verkleinen van de ervaren afstand tussen gemeenten en de WIL.
In de uitgewerkte voorstellen komt tot uitdrukking hoe gemeenten dit concreet voor zich zien. -
Ruimte voor lokale aanpak en sturing bij werkdienstverlening
In de voorstellen voor de innovatieagenda komt ook sterk naar voren dat gemeenten meer ruimte willen voor het vormgeven van een lokale aanpak en lokale sturing op de uitvoering van de werkdienstverlening. Gemeenten willen zelf bij de lokale situatie passende keuzen kunnen maken. Dat gaat dan om keuzen ten aanzien van verschillende prioriteiten, bijvoorbeeld in de aandacht voor specifieke doelgroepen. Gemeenten willen door meer sturing ook versnellen in het daadwerkelijk werken aan de transformatie binnen het sociaal domein. De gemeenten sturen op integraliteit. Door de onderdelen participatie en werk hierin beter te betrekken wordt het innovatievermogen en het innovatietempo binnen het sociaal domein vergroot. Daarnaast willen gemeenten hun participatiemiddelen voor een deel ook anders inzetten, gelet op de veranderde samenstelling van het bijstandsbestand. Door het aantrekken van de economie is het aandeel werkfitte en kansrijke kandidaten in het bijstandsbestand succesvol gedaald. Het bevorderen van participatie en werk verschuift hiermee ook naar de groepen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt, waarvoor een andere aanpak nodig is. Dit gaat om een grotere aandacht voor participatie in brede zin.
Bijvoorbeeld vrijwilligerswerk in combinatie met stapsgewijze ontwikkeling naar werk of parttime werk, waarbij ondersteuning meer moet worden gericht op (integraal) vraaggericht maatwerk en bij deze personen passend aanbod. De gemeenten hebben de afgelopen jaren voor dat deel van de doelgroep activiteiten ontwikkeld in het kader van Lekstroom Werkt. Die activiteiten lijken beter tot succes te kunnen worden gebracht in een lokale context. Overigens werken WIL en de gemeente hier nu ook al in samen.
9
Gemeenten willen daarover ook lokaal kunnen beslissen en zelf aan het stuur staan. Scherp gezegd: gemeenten willen ruimte voor lokale prioriteiten die kunnen afwijken van de gezamenlijke prioriteiten van de werkorganisatie WIL en de meerderheidsbesluitvorming binnen de GR. Kern hierbij is dat de aanpak, inzet van middelen en output meer aan moet sluiten bij wat de gemeenten zelf willen en aan prioriteiten stellen. De wensen vanuit de gemeenten ten aanzien van de heroriëntatie op de taken van WIL volgen in zekere zin logisch uit de veranderde context:
Nadat WIL is opgericht werd door de decentralisaties het speelveld voor de gemeenten ingrijpend veranderd. Gemeenten kregen er andere taken bij, waarbij integraal werken binnen een andere aanpak in het sociaal domein stevig op de (lokale) beleidsagenda is gekomen.
Ook de arbeidsmarkt heeft zich in deze jaren sterk ontwikkeld, met als actuele situatie dat de kansen op werk door krapte zijn toegenomen en de gemakkelijk plaatsbare kandidaten sterk zijn afgenomen c.q. snel uitstromen. Het bestand binnen de bijstand en de voor deze mensen benodigde dienstverlening is hierdoor gewijzigd.
Ook kwamen nieuwe groepen in de bijstand, met name statushouders, die aangepaste dienstverlening vragen om ze op de arbeidsmarkt een plek te geven. Daarnaast stelt de dienstverlening aan mensen met een arbeidsbeperking (nieuwe taak Participatiewet én overgang Wsw/opheffing PAUW) nieuwe eisen en vragen voor de uitvoering, waarbij de mogelijkheden van een meer fijnmazige en lokale aanpak (de lokale ‘gunfactor’) beter benut kunnen worden.
-
Transformeren is anders organiseren: regionaal én lokaal
Het innovatieprogramma drukt ook goed uit dat de gemeenten een verandering willen in de opdracht van WIL en in de taakverdeling tussen WIL en de gemeenten. Gemeenten zijn – hoewel daarin tempoverschillen zijn – verder dan het stadium van eerste experimenten. De innovatieagenda heeft daardoor feitelijk ook een ander karakter: het is niet meer een experimenteeragenda met daarnaast de reguliere werkdienstverlening van WIL, maar een transformatieagenda. Het is belangrijk om dit te markeren omdat dit het karakter van de opgave bepaalt. Het uitvoeren van het innovatieprogramma en het meer lokaal onderbrengen van de uitvoering van de werkdienstverlening is wenselijk om inhoud te geven aan de gewenste herstructurering van WIL. Er is gekozen voor een ontwikkelprogramma, omdat het niet goed werkbaar is deze verandering in een ‘big bang’ vorm te geven. Maar het is ook een verandering van richting die zich niet meer zal omkeren. Het is dus voor een belangrijk deel een onomkeerbaar proces. Eenmaal ingezet is het niet goed denkbaar de verandering terug te draaien. En de verandering die wordt beoogd ontstaat in het proces. De innovatieagenda is dus de veranderstrategie in de heroriëntatie op de opdracht van WIL en het intensiveren van de samenwerking tussen WIL en de gemeenten.
Zo kan op een lerende manier met verder opgedane praktijkervaring gewerkt worden aan een nieuwe opzet en opdracht voor WIL en invulling van een lokale werkwijze die daarop aansluit. Door de oprichting van WIL zijn voor de gemeenten voordelen gerealiseerd op het gezamenlijk uitvoeren van taken. Deze dragen bij aan efficiency, vermindering van kwetsbaarheid en een professionele uitvoering van specialistische taken die (blijvend) een betere oplossing biedt ten opzichte van de lokale uitvoering van deze taken. Tegelijkertijd wordt ervaren dat met name op het vlak van werk en participatie de afstand tussen de door WIL uitgevoerde activiteiten en de gemeenten groter is dan gewenst en dat – in combinatie met veranderende gemeentelijke taken en een veranderde context – daarin meer lokale aansturing en meer speelruimte nodig is.
10
-
Ruimte bieden voor (tempo)verschillen
De vijf gemeenten verschillen onderling. Deze verschillen drukken zich ook uit in de wensen ten aanzien van de doorontwikkeling van WIL en wensen ten aanzien van de inhoud en vorm van de experimenten. Nieuwegein en Houten zetten stevig in op meer zelf doen en meer lokale aansturing. IJsselstein en Lopik stellen het gemeenschappelijke en het ontzorgen van deze specialistische gemeentelijke taken – waarvoor schaalgrootte nodig is – meer voorop. Vijfheerenlanden neemt door de recente herindeling en het voornemen om de uitvoering van taken bij WIL over te hevelen naar Avres een eigen positie in binnen het innovatieprogramma. Het innovatieprogramma moet (en kan) voor deze verschillen de ruimte bieden. Tegelijkertijd kan verwacht worden dat deze verschillen gradueel of mogelijk tijdsgebonden zijn. De gemeenschappelijkheid ten aanzien van het versterken van een lokale aanpak spreekt daarvoor helder uit alle ingediende voorstellen.
11
4. Impact innovatieagenda voor de organisatie Werk en Inkomen Lekstroom -
Financiële aspecten, impactanalyse en transitieregime
Bij het uitwerken van de innovatieagenda is het natuurlijk van belang goed na te gaan wat de effecten hierop zijn voor de opdracht en de organisatie van WIL. Dit betreft onder andere de weging van het totaal aan vragen van de gemeenten aan WIL voor capaciteit ten opzichte van de beschikbare mogelijkheden, de wijze waarop in deze periode de prestaties van WIL worden gemonitord en de beantwoording van soms ook zeer praktische vragen, als delen van taken waarvoor WIL nu de verantwoordelijkheid draagt worden uitgevoerd en overgenomen in lokale uitvoeringsvarianten. Deze impact vloeit voort uit de inhoudelijk gewenste experimenten. Met WIL is in de startfase van het opstellen van deze innovatieagenda afgestemd dat deze impact het beste kan worden uitgewerkt nadat de experimentvoorstellen zijn geformuleerd. Ook is met WIL en met de gemeenten afgestemd dat een zeer pragmatische aanpak zal worden gevolgd ten aanzien van de financiële impact van de innovatieagenda: namelijk dat eventueel extra benodigde middelen voor lokale experimenten ook lokaal (uit eigen middelen of uit het zogenaamde ‘lokaal handgeld’) worden gefinancierd. Dat betekent ook dat elke gemeente zelf in eigen huis de afweging maakt voor het ter beschikking stellen van additionele middelen voor hun eigen lokale experimenten. Voor de experimenten wordt ook een beroep gedaan op de inzet van capaciteit van WIL.
Inzet van capaciteit van WIL moet dan in verhouding staan tot de huidige taken van WIL voor de gemeente(n) (reallocatie-principe). Meerkosten zijn dus lokale kosten. -
Doorontwikkeling gezamenlijke werkorganisatie werk en inkomen
Gemeenten wensen de slagvaardigheid en flexibiliteit van WIL te vergroten. Het beeld is dat WIL doorontwikkeld kan worden, waarbij een gezamenlijke regionaal werkzame organisatie én aandacht voor lokaal werken wordt gecombineerd. Een gezamenlijke werkorganisatie borgt ook dat efficiency en stevigheid in plaats van de kwetsbaarheid van apart lokaal organiseren. De wensen ten aanzien van de gezamenlijke organisatie gaan zowel over blijvend regionaal uit te voeren taken als over versterking van specifieke organisatiewaarden binnen de werkorganisatie WIL. Ten aanzien van de taken gaat het dan onder andere om het behouden van een gezamenlijke regionale werkgeversbenadering, uitvoering van bovenregionale taken rondom werk, het behouden van expertise, de informatievoorziening werk en inkomen, het uitvoeren van registratieve taken en het voor burgers ter beschikking stellen van hoogwaardige professionele begeleiding voor inkomen en werk. Bij de organisatieontwikkeling gaat het om: versterkte aandacht voor samenwerken, netwerkaanpak, flexibiliteit, afstemming, meebewegen, proactief zijn, transparantie, innovatief en vernieuwend werken, werken vanuit het klantperspectief en het integrale klantbeeld en werken aan en binnen de nieuw ontwikkelde methodieken in het sociaal domein. Gemeenten willen vernieuwing en geen bezuiniging.
Alle gemeenten hebben de verantwoordelijkheid om goed en zorgvuldig te sturen op de inzet van financiële middelen. Bij geen van de gemeenten zijn besparingsdoelen op inzet van participatiemiddelen aan de orde. Beschikbare middelen kunnen dus worden ingezet. Bij enkele
12
gemeenten is ook sprake van (tijdelijke) beleidsintensivering vanuit lokale middelen, onder andere rondom het in ontwikkeling zijnde “Innovatieprogramma 2019-2020 WIL – Gemeenten”. Dit geeft ruimte om samen met de gemeenten deze transformatiekansen in te zetten en te benutten. -
Participatiebudget
Tussen de gemeenten en WIL speelt naast de wens voor de gemeenschappelijke innovatieagenda ook al enige tijd een discussie over de inzet van de gemeentelijke middelen uit het Participatiebudget. Omdat dit punt tegelijkertijd al enige tijd tussen de gemeenten speelt en er ook een besluit over nodig is hebben de gemeenten besloten parallel aan het opstellen van deze innovatieopdracht hiervoor een voorstel te ontwikkelen. Dit voorstel is inmiddels gereed en wordt gelijktijdig met de innovatieagenda aan de gemeenten voorgelegd, zodat in samenhang over deze twee voorstellen besloten kan worden.
13
5. -
Samenvattend advies Bevindingen
Met de uitwerking van lokale voorstellen voor de innovatieagenda wordt een belangrijke eerste fase afgerond. Gemeenten geven duidelijk aan welke wensen en verwachtingen zij hebben voor het door ontwikkelen van de werkdienstverlening. De WAT-vraag is zo beschreven en die staat nu vast. Het zijn voorstellen die passen bij de actuele context van verbrede gemeentelijke taken op het sociaal domein, de transformatieopgave en veranderingen die passen bij de veranderende samenstelling en prioritering om te werken aan werk en participatie voor mensen in de bijstand. Op onderdelen bevatten de innovatievoorstellen ook uitwerkingen ten aanzien van de HOE-vraag. De uitwerking zal samen met de betrokken stakeholders voor een deel ook werkende weg verder plaats vinden. Dit vraagt ook verder gesprek en afstemming met WIL. Het vastleggen van de lokale voorstellen in deze innovatieagenda is niet bedoeld om deze ‘in beton te gieten’. Waar aanleiding is deze bij te stellen of accenten te verleggen moet daarvoor ruimte zijn. Het is immers een innovatieagenda. Vaststelling van de voorstellen moet er toe strekken dat de WAT-vraag die de gemeenten uitwerkten het kader vormt voor de gewenste transformatie en veranderopgave. Naast de inhoud van de voorstellen gaat het ook om het gezamenlijk ontwikkelen, het samenwerken en het doorlopen van een leerlijn van alle betrokkenen.
Dit aspect wordt in de verdere afspraken en in de aanpak voor de implementatie meegenomen en is belangrijk voor de uitvoeringsfase en bij de monitoring en sturing op de uitvoering van de experimenten. WIL en de gemeenten moeten daarin ook investeren. Verandering heeft tijd nodig, leidt tot bijsturing en ontwikkeling van methodieken en instrumenten en beoogt ook verandering in de samenwerking, cultuur en gedrag binnen de professionele uitvoering. De gewenste verandering kan met dit innovatieprogramma goed worden gefaciliteerd. Maar het is daarvoor ook nodig het innovatieprogramma te zien als een transformatie: een stapsgewijze aanpak om de gekozen richting duurzaam door te zetten. Door middel van goede monitoring en een evaluatie aan het eind van de periode 20192020 wordt dit veranderingsproces gevolgd. Dit kan dan vervolgens de basis vormen voor het bijstellen van de opdracht aan WIL. Ten aanzien van de veranderaanpak is er een zekere urgentie: urgentie op het beter realiseren van gewenste maatschappelijke doelstellingen, maar ook urgentie op het vormgeven van de verandering. Het bijsturen van de wijze van uitvoering van taken op het gebied van werk en inkomen en het versterken van samenhang met overige lokale taken binnen het sociaal domein is al een langere tijd een gesprekspunt tussen WIL en de gemeenten.
Als een dergelijke gewenste verandering te lang op zich laat wachten ontstaat verzanding en vermoeidheid. De waarneming hierbij is dat de gemeenten en WIL door moeten pakken, een gezamenlijk beeld moeten uitlijnen voor de komende jaren en aan het concreet uitvoeren van deze veranderaanpak prioriteit moeten stellen.
14
Voorstel innovatieagenda Nieuwegein
1.
Wat willen we realiseren? Wat is er ‘klaar’ als de innovatieagenda wordt afgerond?
De gemeente Nieuwegein werkt toe naar een brede toegang met integrale ondersteuning van inwoners voor participatie, schulden, WMO, jeugdhulp, wonen en medische zorg. In de Nieuwegeinse transformatieagenda sociaal domein wordt dit nader omschreven. Voor werk en inkomen krijgt dit vorm vanuit de programma’s Meedoen naar Vermogen en Geldwijs. Meedoen naar Vermogen richt zich daarbij op het participeren naar vermogen in de samenleving. Geldwijs richt zich op het – vanuit gedragswetenschappelijke inzichten ondersteunen bij financiële problemen. Het document dat hier voor u ligt, is een uitwerking hiervan. We willen lokale ondersteuning op maat (zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig), samenwerking met partners (zoveel mogelijk multidisciplinair) en de inwoner zoveel als mogelijk de regie over het eigen leven geven of leren meer regie over zijn of haar eigen leven te voeren. Waarbij zoveel mogelijk uit wordt gegaan van de wat inwoners wel kunnen. We willen tot nieuwe werkwijzen komen die beter aansluiten bij de leefwereld van inwoners. De vraag die wij ons daarbij ook moeten stellen is of maatwerk soms niet moet leiden tot nieuwe standaarden. Concreet betekent dit dat de komende jaren wordt ingezet op een lokale (wijkgerichte) aanpak. Er wordt gezamenlijk aan een vernieuwde methodiek gewerkt, passend bij de uitgangspunten voor de transformatie van het sociaal domein.
Professionals worden daarvoor opgeleid in de wetenschappelijk onderbouwde werkmethodieken Krachtwerk en Mobility Mentoring. Hiermee denken wij niet dat we ´klaar´ zijn eind 2020, verdere ontwikkeling is altijd nodig om te kunnen inspelen op de veranderende samenleving. Op basis van de ervaringen in de innovatieagenda gemeenten-WIL 2019-2020 willen we een toekomstbestendige opdracht aan WIL kunnen geven.
2.
Wat is ons maatschappelijk doel daarbij?
Zo veel mogelijk inwoners participeren naar vermogen in de samenleving. In betaald werk, parttime werk, garantiebaan, opleiding, werkleertraject, arbeidsmatige activering of als vrijwilliger. Zo veel mogelijk inwoners zijn financieel zelfredzaam. Zij hebben zoveel mogelijk regie over het eigen leven. Daarnaast is ons doel versteviging van de onderlinge samenwerking tussen partners in de stad.
3.
Wat gaan we daarvoor doen?
We ontwikkelen een nieuwe werkwijze voor de ondersteuning van inwoners op het gebied van werk en financiële problemen. De afgelopen jaren zijn vanuit de programma’s Meedoen naar vermogen en Geldwijs projecten en pilots gestart om de transformatie te maken naar een lokale (wijkgerichte) multidisciplinaire aanpak, langs wetenschappelijk onderbouwde werkmethodieken. Waarbij de focus ligt op doelmatigheid in plaats van rechtmatigheid.
15
In de innovatieagenda van WIL werken we aan een doorontwikkeling van deze initiatieven die de afgelopen jaren in gang zijn gezet. Het gaat om de volgende projecten en pilots: Vanuit Meedoen naar Vermogen: 1.
Ontwikkelen van het lokale werkteam
2.
Doorontwikkelen van de Maatregelenmix Participatie
Vanuit Geldwijs: 3.
Pilot Schuldenvrij en doorontwikkeling daarvan
4.
De MAATwerkplaats
5.
Verbeteren van ondersteuning bij financiële problemen, specifiek voor jongeren en werkende armen
6.
Verbeteren van de financiële zelfredzaamheid van inwoners die uitstromen uit de maatschappelijke opvang/beschermd wonen
In de bijlage bij deze Nieuwegeinse innovatieagenda zijn deze projecten nader beschreven.
4.
Wat merkt de inwoner/samenleving hiervan?
Meer ondersteuning die past bij de mogelijkheden van inwoners, hulp in maatwerk, hulp aan meer doelgroepen dan nu. Zie de bijlage voor een nadere omschrijving.
5.
Hoe beoordelen we of we het goed doen en onze doelen hebben gerealiseerd?
Voor alle pilots en projecten geldt dat we de resultaten monitoren en evalueren op basis van vooraf vastgestelde indicatoren.
Voor het werkteam: Eind 2018 zijn we gestart met een pilot werkteam, om op kleine schaal te ervaren wat werkt. De evaluatie van de pilot geeft informatie voor de inrichting van het definitieve werkteam, dat medio 2019 start. In het werkplan voor het werkteam 2020 beschrijven we op basis van welke indicatoren we gaan evalueren. Het gaat in grote lijnen om de effecten voor inwoners (uitstroom, participatieladder), de mate waarin integrale oplossingen zijn gevonden voor inwoners met meervoudige problematiek en om de versteviging van de samenwerking van professionals in het sociale domein. De projectleider van de gemeente neemt het initiatief voor het opstellen van de indicatoren. Voor de maatregelenmix Participatie: we monitoren de deelname en resultaten van de verschillende (werkleer)trajecten. Op basis van de resultaten beoordelen we welke interventies we in de toekomst behouden en welke stoppen. Pilot Schuldenvrij: IMpuls (Radboud MC) doet onderzoek naar de effecten van de nieuwe werkwijze en werkmethodieken. Daarnaast wordt de pilot ook op gemeentelijk niveau door ons geëvalueerd, dit gebeurt in Q3 van 2019 na afronding van de pilot.
16
MAATWERKplaats: In Q2 van 2019 wordt gestart met de werkplaats, samen met het Instituut voor Publieke Waarden wordt dan ook gekeken naar de indicatoren, belangrijk zullen daar in ieder geval in zijn: de bespaarde maatschappelijke kosten, de effecten voor inwoners (op casusniveau) en de uitgaven. Projecten ter verbetering van financiële ondersteuning bij specifieke doelgroepen (jongeren en werkende armen): De indicatoren voor deze projecten worden vastgesteld wanneer plannen van aanpak hierover worden uitgevoerd (Q2 2019). De programmaleider neemt hiervoor het initiatief. Verbeteren van financiële zelfredzaamheid van inwoners die uitstromen uit de Maatschappelijke Opvang: In maart 2019 wordt gestart met een pilot waar naast Nieuwegein ook IJsselstein aan deelneemt. De monitoring en evaluatie van de resultaten vindt plaats op basis van de indicatoren en leerpunten zoals die zijn geformuleerd in het projectplan. Dit plan is begin dit jaar vastgesteld door de projectgroep. Voor alle pilots en projecten geldt dat we de resultaten monitoren en evalueren op basis van vooraf vastgestelde indicatoren.
6.
Op welke punten is er sprake van een aangepaste werkwijze of methodiek in dit voorstel?
Lokaal en interdisciplinair werken
Werken vanuit de bedoeling
Meer maatwerk
Uitgaan van wat iemand kan of kan leren
Ontschotte inzet van middelen
Gebruik van Krachtwerk en Mobility mentoring
Meer preventie
7.
Wat is hier voor nodig?
Professionals -
Professionals die flexibel kunnen schakelen (tussen WIL en het lokale team, zoals het werkteam en de Pilot Schuldenvrij) en die de ruimte hebben om vraaggericht maatwerk te leveren voor de inwoner.
-
Werken volgens de nieuwe werkwijze binnen de pilots, ook als dit in afwijking is van huidige werkwijze.
-
Dedicated professionals die zo veel mogelijk uitsluitend voor 1 gemeente werken, in ons geval Nieuwegein. Voordeel hiervan is dat de lokale sociale kaart volledig bekend is, de bereikbaarheid voor andere professionals groter, én er tijd is om ook bij WIL aanwezig te zijn en te schakelen met collega’s binnen WIL
WIL -
Stimuleren van medewerkers voor inzetten maatregelenmix en ander alternatief aanbod (MAATWERKplaats) dat gefaciliteerd wordt door de gemeente Nieuwegein.
-
Deelname aan trainingen methodisch werken zoals Krachtwerk
-
Duidelijkheid over de verdeelsleutel en inzet rondom werk, schuldhulpverlening en uitvoering minimabeleid. Helderheid op dit thema is nodig voor het bepalen hoeveel WIL kan inzetten in de
17
verschillende gemeenten als het gaat om lokaal en wijkgericht werken, welke caseload daarbij passend is en of dit past binnen de huidige budgetten van WIL.
Gemeente Nieuwegein -
Eventuele fouten zien we als leerpunten. Dit is inherent aan pilots, we rekenen hier medewerkers niet op af.
-
Nieuwegein stuurt medewerkers van WIL die deelnemen aan de pilots en projecten op inhoud aan; hiërarchische aansturing valt onder verantwoordelijkheid van WIL. Ontwikkelingen bij zowel de pilots als bij WIL kunnen bredere consequenties hebben voor het werk. Het is daarom essentieel dat WIL en gemeente wederzijds bij nieuwe ontwikkelingen samen optrekken en vooraf afstemmen
-
De innovatieagenda wordt gedekt uit de gemeentelijke transformatieagenda Sociaal Domein, Participatiebudget (lokaal handgeld en reguliere inzet personeel van WIL) en WMO-budget. Voor zowel 2018 als 2019 is voor de financiering van de pilots en projecten extra budget door de gemeente Nieuwegein beschikbaar gesteld. Voor het programma Geldwijs gaat het om een bedrag van circa €150.000.
8.
Wat is de planning voor de uitvoering van de innovatieagenda?
De uitvoering loopt voor een groot deel al. In de eerste helft van 2019 werken we dit verder uit in samenwerking met WIL. Programma Meedoen naar Vermogen -
Vanaf medio 2019 gaat het definitieve werkteam van start. Aan het werkteam worden gefaseerd alle klantgroepen van WIL toegevoegd met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het gaat naast klantgroep 2 en 4, om het algemeen bestand, jongeren, Wsw-medewerkers, klantgroep 3+ en 3.. In het tweede kwartaal van 2019 maken we hier met WIL afspraken over. Deze leggen we vast in het lokale werkplan.
-
De maatregelenmix Participatie is vanaf 2018 grotendeels beschikbaar voor alle inwoners van de Lekstroom en wordt gefinancierd uit het lokale handgeld van de woongemeente. Het werkteam Nieuwegein beslist over inzet voor Nieuwegeinse inwoners.
Programma Geldwijs -
Pilot Schuldenvrij: voorbereidingen gestart eind 2017. Instroom inwoners in de pilot vanaf de zomer van 2018. Pilot loopt tot september 2019. De onderzoeksperiode van IMpuls loopt tot mei 2019. De evaluatie van de pilot is in Q3 van 2019 afgerond. Dan is ook bekend hoe de verdere uitrol eruit gaat zien.
-
MAATWERKplaats: Project start in april 2019. Verwachtte looptijd van het project is één jaar. Daarna wordt gekeken of en hoe het project verder vorm krijgt.
-
Projecten ter verbetering financiële ondersteuning specifieke doelgroepen: start uitrol in Q2 2019.
-
Verbeteren van financiële zelfredzaamheid van inwoners die uitstromen uit de Maatschappelijke Opvang: Pilot start in maart 2019. Doorlooptijd van de pilot is afhankelijk van de snelheid van uitstroom van de inwoners. Pilot wordt tussentijds gemonitord. Evaluatie vindt plaats nadat 20 inwoners door middel van deze pilot zijn uitgestroomd.
18
9.
Bijlage bij voorstel Innovatieprogramma gemeente Nieuwegein
Aanleiding De gemeente Nieuwegein werkt toe naar een brede toegang met integrale ondersteuning van inwoners voor participatie, schulden, Wmo, jeugdhulp, wonen en medische zorg. In de Nieuwegeinse transformatieagenda sociaal domein wordt dit nader beschreven. Het document dat hier voor u ligt, is een uitwerking hiervan. De brede toegang gaan we waar dat kan dichtbij inwoners in de wijk organiseren. De ondersteuning sluit aan bij wat inwoners nodig hebben om zoveel mogelijk regie over hun leven te houden of te krijgen. In de brede toegang werken professionals samen vanuit verzamelde deskundigheden en vanuit hetzelfde methodische kader Krachtwerk, waardoor alle professionals één taal spreken. WIL is een belangrijke speler in de brede toegang, voor ondersteuning bij werk, inkomen en schulden. Andere spelers zijn onder meer Geynwijs, huisartsen, en (zorg-)woningtoewijzing. Op het domein Werk en meedoen naar vermogen is het doel van de gemeente het vergroten van de kansen voor inwoners om betaald of onbetaald te werken, op grond van wat zij kunnen of kunnen leren. Bij een werkgever, een werkleerplek, een beschutte werkomgeving of als vrijwilliger.
Op het domein armoede en schulden (Geldwijs) is het doel te voorkomen dat inwoners in armoede of problematische schulden terecht komen, het snel signaleren en oppakken van armoede- en schuldenproblematiek en effectieve en laagdrempelige ondersteuning bij financiële problemen. Heroriëntatie opdracht WIL De gemeenten die met elkaar samenwerken in WIL, streven naar een nieuwe manier om die samenwerking in te vullen. Als opdrachtgever van WIL streven wij naar lokaal maatwerk en ruimte om te innoveren, terwijl wij tegelijkertijd hechten aan de voordelen van een gezamenlijke organisatie op dit terrein. In een heroriëntatie op het opdrachtgeverschap geven de gemeenten hieraan invulling door in de komende twee jaar de dienstverlening van WIL te combineren met een vooraf afgesproken lokale innovatieagenda die de gemeenten samen met WIL uitvoeren. We monitoren de resultaten. Eind 2020 wordt de balans van dit gezamenlijke ontwikkelproces opgemaakt en wordt op basis van de opgedane ervaring het nieuwe opdrachtgeverschap vormgegeven. Uitgangspunten Voor de lokale innovatieagenda hanteert de gemeente Nieuwegein de volgende uitgangspunten: o
We gaan uit van wat een inwoner kan of kan leren
o
Ondersteuning bij werk en inkomens- en schuldenproblematiek bieden we in maatwerk, passend bij wat de inwoner nodig heeft
o
We werken toe naar een integrale aanpak voor alle doelgroepen, ongeacht de wettelijke regeling waar inwoners onder vallen
o
We sluiten aan bij de leefwereld van inwoners in plaats van de systeemwereld. Daarbij werken we zoveel mogelijk vanuit doelmatigheid in plaats van rechtmatigheid
o
We werken volgens de bedoeling; we geven professionals experimenteerruimte om af te wijken van huidige regels en werkprocessen. Met WIL maken we afspraken over de werkwijze.
De lokale innovatieagenda Vanuit de gemeente Nieuwegein werken we in 2019 en 2020 aan: 1.
Het doorontwikkelen van ons lokale werkteam
19
2.
Maatregelenmix Participatie
3.
Pilot Schuldenvrij en doorontwikkeling daarvan
4.
De MAATwerkplaats
5.
Verbeteren van ondersteuning bij financiële problemen, specifiek voor jongeren en werkende armen
6.
Verbeteren van financiële zelfredzaamheid van inwoners die uitstromen uit de maatschappelijke opvang/beschermd wonen
Innovatie Meedoen naar Vermogen Ad 1. Het doorontwikkelen van ons lokale werkteam Op 1 oktober 2018 is de pilot lokaal werkteam gestart. Het doel is leren van een gezamenlijke integrale inzet op het ondersteunen van 100 inwoners naar betaald werk, onbetaald werk of arbeidsmatige activering. In de startnotitie lokaal werkteam is omschreven hoe de pilot er uit ziet, wat de uitgangspunten zijn en wie betrokken zijn in de vaste en flexibele schil. Medewerkers werken deels in het werkteam en deels bij hun moederorganisatie. Belangrijke factor is de kruisbestuiving tussen professionals vanuit verschillende organisaties (o.a. WIL, Geynwijs, Vitras, zorgaanbieders). En daarnaast het samenspel van lokale eigenheid in het Werkteam met regionale expertise en massa binnen WIL en de arbeidsmarktregio Utrecht. Doorontwikkeling Aan de hand van de leerervaringen van de pilot geven we het lokale werkteam in 2019 verder vorm. Daarmee is het feitelijk geen pilot meer, maar een structureel onderdeel van de brede toegang, die verder doorontwikkeld wordt. We werken in het werkteam toe naar ondersteuning naar (on)betaald werk van alle inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt of een beperking. Gefaseerd worden in het lokale werkteam steeds meer klantgroepen en werkgevers ondersteund.
Het gaat om klantgroep 2, statushouders, algemeen bestand, klantgroep 3 (zonder indicatie) en 3+ (met indicatie voor garantiebaan of beschut werken), jongeren, participatie van nuggers, arbeidsmatige activering en werkgeversbenadering. In de toekomst kunnen daar nieuwe doelgroepen bij komen, zoals inwoners uit maatschappelijke opvang en beschermd wonen, waarvoor de gemeente vanaf 2021 verantwoordelijk is. Met UWV werken we samen in de flexibele schil van het werkteam. We willen in het eerste kwartaal van 2019 nadere afspraken maken met WIL over de samenwerking in het werkteam, de beschikbaarheid van werkcoaches voor het werkteam en de fasering waarin klantgroepen vanuit WIL in het werkteam worden ondersteund. Het living lab voor participatie, waar vastgelopen casussen worden besproken en ‘los getrokken’, maakt vanaf 2019 onderdeel uit van de flexibele schil van het werkteam. Het lokale werkteam, inclusief de teamleider, maakt vanaf 2019 onderdeel uit van de gemeentelijke afdeling Geynwijs. Een van de kernmerken van het lokale werkteam is dat het ook in de toekomst proactief zal blijven inspelen op ontwikkelingen in de samenleving en het sociale domein. Wsw De Wsw-medewerkers die wonen in Nieuwegein zijn vanaf 1 januari 2019 in dienst van de gemeente Nieuwegein. Zij worden ondersteund in hun ontwikkeling door trajectbegeleiders van WIL in het lokale werkteam.
De teamleider van het werkteam is leidinggevende van de Wsw-medewerkers en stuurt de trajectbegeleiders functioneel aan. De hiërarchische aansturing van de trajectbegeleiders, regionale afstemming en backofficetaken zijn belegd bij WIL. In de DVO Wsw is vastgelegd wie welke taken en bevoegdheden heeft. Vanaf 2019 zullen gemeente en WIL hier in de praktijk samen handen en voeten aan geven.
20
Randvoorwaarde De verdeling in functionele en hiërarchische bevoegdheden tussen werkteam (gemeente) en WIL heeft ruime aandacht nodig in de praktijk van het werkteam. De keuze voor deze verdeling heeft een reden. Enerzijds komt het tegemoet aan de wens van het college om lokaal te sturen op de integrale ondersteuning van onze inwoners in de brede toegang. Anderzijds wil het college de expertise en efficiency van de regionale samenwerking binnen WIL behouden. Het is essentieel dat de teamleider en programmaleider van het werkteam, de medewerkers van het werkteam en de (project)leiding van WIL hier goed samen in optrekken. Zij moeten werkbare afspraken maken over zaken als caseloads, projecten, werkwijze, methodieken, aanspreken van medewerkers, registratie en monitoring. In de komende periode van 2 jaar van ontwikkelen van het werkteam moet de praktijk uitwijzen hoe we dit evenwicht zo kunnen organiseren dat het stabiel en toekomstbestendig is, ten bate van inwoners. Ad 2. Maatregelenmix Participatie Wij willen voor inwoners de kans vergroten om zich te ontwikkelen en werk te vinden, uitgaande van wat zij kunnen of kunnen leren. De afgelopen jaren hebben we initiatieven gestimuleerd bij ondernemers en zorgaanbieders voor (werkleer)trajecten ter voorbereiding op de stap naar betaald werk.
Ook zijn voorbereidingen getroffen om de traditionele arbeidsmatige dagbesteding te transformeren naar arbeidsmatige activering, gericht op de ontwikkeling van inwoners met een beperking. De komende jaren breiden we het palet uit aan mogelijkheden voor werk(leer)trajecten en voortrajecten. We sluiten daarbij aan bij de vraag van inwoners en leveren maatwerk. Voorbeelden zijn jobcoaching, individuele maatwerk trajecten (o.a. certificaten, training), werkleertrajecten (o.a. Ambachtsschool, Groene Bouwhekken, WederX, La CaZa, Natuurkwartier), Droomstatus en GT trajecten voor statushouders, Project 50plus, IPS, lifecoach en participatiecoach klantgroep 4. Deze maatregelenmix voor participatie is voor een deel vrij toegankelijk voor alle inwoners van Nieuwegein die ondersteuning nodig hebben bij (on)betaald werk en arbeidsmatige activering. Daarnaast kan het worden ingezet door professionals in het werkteam, WIL en Geynwijs. De maatregelenmix staat ook open voor inwoners uit de andere Lekstroomgemeenten. Met gemeenten en WIL zijn afspraken gemaakt over onderlinge verrekening van de kosten. Dit is een onderdeel van de projectcoördinatie die bij WIL is belegd. Dekking van de maatregelenmix participatie voor Nieuwegeinse inwoners ligt bij het lokale handgeld Participatiebudget van WIL en WMO-budget voor arbeidsmatige activering.
Afspraken P-budget In de zienswijze op de kaderbrief 2019 heeft de gemeente Nieuwegein aangegeven nieuwe afspraken te willen maken over de inbreng van P-budget bij WIL en het deel dat WIL beschikbaar stelt via het lokale werkteam. Aan deze wens is in 2019 voor een deel tegemoet gekomen, door ongeveer een derde deel van het totale Participatiebudget bij WIL vrij te spelen als lokaal handgeld voor de gemeenten. Ongeveer twee derde deel van het totale Participatiebudget blijft in 2019 in solidariteit ingezet binnen de basisdienstverlening van WIL. De gemeenten en WIL hebben daarnaast voorbereidingen getroffen voor een voorstel voor een andere inzet van gemeentelijk Participatiebudget binnen WIL vanaf 2020. Dit voorstel wordt parallel aan het voorstel van de innovatieagenda voorgelegd aan de colleges.
21
Projecten en pilots Geldwijs Ad 3. Pilot schuldenvrij en doorontwikkeling daarvan De voorbereidingen voor de Pilot Schuldenvrij zijn eind 2017 gestart. De pilot is een goed voorbeeld van hoe wij binnen Nieuwegein op termijn de ondersteuning voor kwetsbare inwoners willen vormgeven: vraaggericht vanuit een (wetenschappelijk) methodisch kader in een multidisciplinaire setting. Begin 2018 zijn vier medewerkers van WIL getraind en gecoacht in werkmethodieken Krachtwerk en Mobility Mentoring. Zij zijn afkomstig van verschillende afdelingen en werken in deze pilot samen met maatschappelijk werk en sociaal raadslieden van Santé Partners in deze pilot. Hierdoor ontstaat een multidisciplinair samengesteld team dat naast het delen van kennis ervoor zorgt dat alle mogelijke vragen van de inwoners binnen het team opgelost kunnen worden. Vanaf de zomer van 2018 worden 15 inwoners begeleid. De pilot loopt tot september 2019. De gemeente heeft afspraken gemaakt met WIL over de inzet van de medewerkers van WIL. Zo worden alle opleidings- en coachingskosten betaald door de gemeente Nieuwegein en wordt WIL financieel gecompenseerd voor de ureninzet vanuit WIL. Gezamenlijk komt dit neer op een investering vanuit de gemeente Nieuwegein voor de hele pilot van ongeveer €100.000.
Bij de doorontwikkeling van de pilot willen we kijken naar hoe we de schuldhulpverleningsconsulenten die werkzaam zijn voor Nieuwegein kunnen opleiden in de twee werkmethodieken en goed kunnen laten aansluiten op het sociaal wijkteam Geynwijs. Ad 4. MAATWERKplaats Een belangrijk uitgangspunt binnen het programma Geldwijs en binnen de Transformatieagenda sociaal domein is de verschuiving van de focus op rechtmatigheid naar de focus op doelmatigheid. In Nieuwegein willen wij voorkomen dat casussen vastlopen op rechtmatigheidskwesties die leiden tot (hoge) maatschappelijke kosten. Denk hierbij aan het voorbeeld van het onvolledig ingevulde formulier. Om dit op casusniveau te doorbreken, wordt in 2019 gestart met de MAATwerkplaats. In deze werkplaats kunnen professionals casussen inbrengen die vastlopen. De professionals in deze werkplaats werken deze casus uit volgens de waardendriehoek van het Instituut voor Publieke Waarden (IPW) en zorgen daarmee dat diezelfde dag het probleem wordt opgelost. Uit onderzoek van het IPW blijkt dat veel van deze casussen vastlopen op inkomensproblematiek, met als effect (hoge) maatschappelijke kosten. Daarom vragen wij aan WIL dat ook zij de focus verleggen van rechtmatigheid naar doelmatigheid: doen wat nodig is zonder daarbij het wettelijk kader los te laten.
De MAATwerkplaats is daarmee een eerste stap in deze focusverschuiving In 2018 zijn de eerste voorbereidingen voor de MAATWERKplaats gestart. Samen met o.a. de woningbouwverenigingen, sociaal raadslieden, consulenten etc. wordt een team van professionals samengebracht dat een vastgelopen casus kan inbrengen om gezamenlijk dezelfde dag tot een oplossing te komen. Dit doen zij door middel van een methodisch kader dat is ontwikkeld door het Instituut voor Publieke Waarden (IPW). Vanuit WIL participeren vier medewerkers in deze werkplaats. Per casus wordt gekeken welke professionals aan moeten sluiten. Met WIL zijn al afspraken gemaakt over de inzet van de professionals, dat is een eenmalige training van twee dagen en het bijwonen van een overleg op casusniveau. De tweedaagse training wordt door de gemeente Nieuwegein betaald. Daarnaast zorgt de gemeente Nieuwegein dat er €50.000 budget beschikbaar is waar beslissingen die geld kosten uit betaald kunnen worden. De pilot start in het voorjaar van 2019.
22
Ad.5 Ondersteuning specifieke doelgroepen Daarnaast wordt gewerkt aan specifieke ondersteuning voor bepaalde doelgroepen. Zo werken we aan een nieuwe aanpak voor jongeren met schulden (18 tot en met 27 jaar) en een aanpak gericht op werkende armen (zzp’ers, werknemers met schulden en werknemers met een laag inkomen). Wij willen de ondersteuning aan deze groepen verbeteren zodat per inwoner een passende oplossing wordt gevonden (maatwerk). We ontwikkelen hiervoor meerdere interventies. Daarnaast geeft dit ook de mogelijkheid om sneller op- en af te schalen wanneer dat nodig is. De rol van WIL in deze is vooral meedenken voor een nieuwe aanpak een aan te sluiten op het nieuwe aanbod dat door de gemeente Nieuwegein ontwikkeld wordt. Verbeteren van ondersteuning aan jongeren met schulden (18 t/m 27 jaar): Steeds meer jongeren tussen de 18 en de 27 jaar hebben – om verschillende redenen – schulden. WIL wil deze jongeren nu vaak wel helpen, maar kan dat niet doen door het treffen van een schuldregeling. Vaak komen zij niet voor schuldsanering in aanmerking omdat er bijvoorbeeld sprake is van niet-saneerbare boetes of omdat de jongere geen of te weinig inkomen heeft om een regeling te treffen.
In Nieuwegein willen wij verschillende interventies voor deze doelgroep ontwikkelen en inzetten, om zo te voorkomen dat jongeren met een achterstand (geen startkwalificatie of steeds hoger oplopende schulden) beginnen. Wij willen kijken op welke wijze deze doelgroep beter ondersteund kan worden, en verwachten van WIL samenwerking hierbij. Daarnaast is in deze de samenwerking met andere partners, zoals scholen, het werkteam en het Jongerenloket van groot belang. Verbeteren ondersteuning werkende armen met schulden (zzp’ers en werknemers): Steeds vaker zien we dat werkenden (zowel zzp’ers als werknemers) schulden hebben. Deze doelgroep is lastiger te bereiken omdat ze niet vanzelfsprekend ondersteuning vanuit de gemeente ontvangen. In 2019 maken we een plan van aanpak om deze doelgroep enerzijds beter te bereiken en anderzijds beter te ondersteunen. Dit willen wij bijvoorbeeld doen door de awareness bij werkgevers over deze problematiek te vergroten. Naast WIL zijn andere belangrijke partners hierin bijvoorbeeld banken en initiatieven die zich specifiek op deze doelgroep richten. Ad 6. Verbeteren uitstroom uit de Maatschappelijke Opvang Als laatste zien we ook dat inwoners nu vaak niet tijdig kunnen uitstromen vanuit de Maatschappelijke Opvang (MO) door huurschulden.
Veelal worden zij bij uitstroom gedwongen gebruik te maken van bewindvoering en zijn de eerste verhuurnota en kosten voor de inrichting niet geregeld. Om de financiële zelfredzaamheid van de uitstromers te verbeteren en de uitstroom vanuit de MO beter op gang te laten komen, wordt vanaf het voorjaar van 2019 gewerkt met de Pilot Uitstroom. De cliënten die door middel van deze pilot uitstromen worden bij aanmelding bij het Vierde Huis ook aangemeld voor ondersteuning bij WIL. WIL werkt dan samen met de cliënt aan een budgetplan. Dit plan is integraal onderdeel van de begeleidingsovereenkomst die door de cliënt wordt ondertekend. Door de inzet van WIL al eerder in het proces plaats te laten vinden (tijdens de verblijfperiode in de instelling in plaats van pas bij uitstroom), denken wij inwoners beter te kunnen ondersteunen en sneller uit te kunnen laten stromen. Wij verwachten daarom ook niet dat de medewerkers van WIL extra tijd hiermee kwijt zijn, dit wordt goed gemonitord in de pilot. Naast de gemeente Nieuwegein doet ook de gemeente IJsselstein mee aan deze pilot.
De pilot is een goed voorbeeld van de richting waarin Nieuwegein wil ontwikkelen: ondersteuning op maat (zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig), samenwerking met partners (zoveel mogelijk multidisciplinair) en de inwoner zoveel als mogelijk de eigen regie over het eigen leven geven of leren meer regie over zijn of haar eigen leven te voeren.
23
Tot slot Sturing en uitvoering: lokaal versus regionaal De ontwikkeling naar een integrale lokale aanpak in het sociale domein brengt met zich mee dat we nader moeten bekijken welke taken op het gebied van werk en inkomen waar het beste belegd kunnen worden. De Lekstroomgemeenten kunnen daarbij onderling verschillen in uitvoering, beleid en ambities. In de komende periode van 2 jaar innoveren zal de praktijk uitwijzen wat het beste werkt. De gemeente Nieuwegein komt vooralsnog tot de volgende verdeling in ‘regionaal versus lokaal’. Taken ´werk´ Strategisch beleid en sturing op een integrale uitvoering in het lokale werkteam en in de maatregelenmix Participatie gebeurt onder aansturing van de gemeente. Beleid en uitvoering op het gebied van werkgeversdienstverlening zien wij als een gedeelde verantwoordelijkheid van gemeente en WIL. Deels is het een onderdeel van onze lokale aanpak in het werkteam, SROI en Economische Zaken, deels is het een onderdeel van de samenwerking met WIL in de Lekstroom en Arbeidsmarktregio Utrecht. Naar werkgevers toe willen we bij vacatures en jobcoaching zo veel mogelijk één gezicht en aanspreekpunt. Er zijn ook taken die het beste gebundeld in WIL kunnen worden uitgevoerd. Dat geldt voor het faciliteren van de regionale samenwerking, de expertise van de Participatiewet en specifiek beleid.
Snelle matches voor klantgroep 1 en nieuwe instroom blijven regionaal georganiseerd binnen WIL. Evenals backofficetaken voor werk en inkomen. Taken ´armoede en schulden´ Voor het strategische beleid en de sturing op een integrale uitvoering op het gebied van armoede en schulden geldt ook dat dit gebeurt onder aansturing van de gemeente. Voor het opstellen van beleid is in de GR al vastgelegd dat dit een lokale aangelegenheid is. Ook voor schulden wil de gemeente op beleidsmatig niveau de regie. De uitvoering van deze beleidsterreinen ziet de gemeente Nieuwegein als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en WIL. In de brede toegang willen we gaan werken in integrale sociale wijkteams waarbij consulenten die met inwoners werken, zoals schuldhulpverleningsconsulenten, op termijn onderdeel worden van het integrale sociaal wijkteam. Hierdoor gaan de medewerkers van WIL mee in hetzelfde methodische kader, waarbij de focus op doelmatigheid in plaats van rechtmatigheid ligt. Naast deze taken zijn er ook taken binnen het armoede- en schuldenbeleid waarvan wij denken dat het grote voordelen heeft deze te beleggen bij WIL. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het faciliteren van de regionale samenwerking en het uitvoeren van backofficetaken. In 2019 en 2020 willen we hierover met WIL in gesprek.
24
Voorstel innovatieagenda Gemeente Houten Aanleiding In 2017 is geconstateerd dat het domein rondom Werk & Inkomen sterk is veranderd. Dit vraagt vanuit de gemeentes een andere opdracht aan WIL. Met alle veranderingen binnen het sociaal domein (decentralisatie, ontschot budget) lopen de gemeentes een proces door om te zien wat de nieuwe opdracht is aan WIL: WIL 3.0. Hieraan wordt via deze innovatieagenda een eerste invulling gegeven met betrekking tot het onderdeel werk. In dit proces van de gemeentesecretarissen is afgesproken om een Innovatie-agenda op te stellen waarin op innoverende wijze in experimenten wordt gekeken naar de nieuwe kaders, opdracht en vormgeving van WIL. Dit moet eind 2020 na het uitvoeren van de innovatieagenda een nieuwe opdracht aan WIL opleveren. In dit document is de innovatieagenda, de inhoud van de innoverende experimenten waarin de nieuwe kaders, vormgeving en opdracht wordt ontdekt, te vinden van de gemeente Houten.
1.
Wat willen we realiseren? Wat is er klaar als de Innovatieagenda ‘wordt’ afgerond?
De innovatieagenda van Houten maakt onderdeel uit van de in het collegeprogramma opgenomen ambitie om de dienstverlening op het gebied van werk en inkomen binnen vier jaar geheel te integreren binnen de totale (lokale) dienstverlening in het sociaal domein en bestaat uit 2 onderdelen; de doorontwikkeling van de Houtense Werktafel (HWT) en een pilot de Houtense Werkplaats (HWP). Doel is een integrale werkwijze binnen het sociaal domein waarbij het inwonersperspectief centraal staat. Dit komt tot uiting in zowel HWT als HWP. Hieronder beantwoorden we de vragen per onderdeel, zodat duidelijk wordt beschreven wat we daarin gaan doen en wat we daarin willen bereiken. Houtense Werktafel (HWT) De werkwijze van de HWT kenmerkt zich door de matchmaker die de begeleiding oppakt van bank tot baan2. De dienstverlening naar deze baan gaat om “aandacht, aandacht, aandacht”. We willen realiseren dat iedereen dienstverlening krijgt volgens deze methode. Bij afronding van de innovatieagenda zijn onder regie van matchmakers minimaal 75 klanten begeleid van bank naar baan. Met baan bedoelen we daarbij alle passende vormen van participatie. Houtense Werkplaats (HWP) De werkwijze bij de HWP betreft een aanpak vanuit klantperspectief welke multidisciplinair en ontschot verleend wordt.
De inwoner hoeft maar één keer zijn verhaal te vertellen en voert zelf regie op het gebied waarin hij/zij wordt geholpen. Er wordt geschakeld tussen de betrokken partijen over de problematiek en de benodigde inzet. Als de innovatieagenda wordt afgerond zijn 10 tot 20 klanten integraal geholpen, waarbij er multidisciplinair is/ samengewerkt.
Bij baan wordt in dit voorstel de hoogst mogelijke vorm van participatie voor iemand bedoeld. Indien betaald werk niet mogelijk is kan dit (on)betaald werk, vrijwilligerswerk of dagbesteding betreffen. 2
25
Bij afronding van deze innovatieagenda wordt gebruik gemaakt van dienstverlening onder regie van 1 aanspreekpunt, waarin klantperspectief voorop staat en er integraal en in aanvulling op elkaar wordt gewerkt binnen het sociaal domein.
2.
Wat is ons maatschappelijk doel daarbij?
HWT Binnen de HWT staat de dienstverlening aan de klant centraal. Iedere inwoner die wil en kan participeert naar vermogen. Het maatschappelijke doel is dus om iedereen te laten participeren in de maatschappij. HWP Binnen het HWP is het maatschappelijke doel om partners een gedeelde verantwoordelijkheid te laten dragen ten aanzien van het doelperspectief van de klant (waaronder participatie). De samenwerking met partners verloopt hierin integraal en in aanvulling op elkaar. Alle partijen in het sociaal domein versterken hierin elkaar waar dit mogelijk is.
3.
Wat gaan we daarvoor doen?
HWT In de Houtense werktafel gaan we minimaal 75 mensen begeleiden op een nieuwe manier. Hierbij gaan we uit van de aanpak van “aandacht, aandacht, aandacht”. Hierbij heeft de matchmaker zowel contact met de klant als de werkgever. Doordat de matchmaker de klant goed kent kan deze op zoek naar de best passende plek, het vervullen van de benodigde randvoorwaarden (stabiele situatie, reiskosten, kinderopvang) en kan er ook zorggedragen worden voor de benodigde (na)zorg bij de werkgever. Dit is nodig om de klant van bank naar betaald werk te begeleiden en de plaatsing duurzaam te maken en de relatie tussen klant en werkgever optimaal te benutten. Indien er geen sprake kan zijn van betaald werk, worden naar andere vormen van participatie gezocht. Hierbij worden mogelijkheden van parttime betaald aan het werk gaan ook bekeken. De 75 inwoners worden geselecteerd uit klantgroep 2 nadat er een klantenbestandsanalyse heeft plaatsgevonden. Er is sprake van een doorlopend aantal 75 (dit wordt dus aangevuld bij uitstroom). HWP Binnen de Houtense werkplaats worden 20 klanten totaal ontschot geholpen. De hulpvraag en het perspectief van de klant staan hierbij voorop. Er wordt integraal samengewerkt op gebied van Wmo, jeugd, en participatie. Hierbij is niet alleen sprake van een interne integrale aanpak, maar wordt ook integraal gewerkt met alle ketenpartners.