Bijlage 5 - Ruimtelijke onderbouwing LBP SIGHT versie 25_001 d.d. 29 juli 2022_compressed.pdf
Tekst van het document
Figuur 4.9 Lden contouren turbinetype Nordex N131 3.9 MW, zonder mitigerende maatregelen.
R068362ab.189Y8XR.jwi | versie 25_001 | 29 juli 2022
63
Figuur 4.10 Lden contouren turbinetype Vestas V150 5.6MW, zonder mitigerende maatregelen. Per windturbine is vervolgens berekend welke mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn, zodat voldaan wordt aan de hiervoor genoemde normwaarden Lden 49dB, 48 dB, 47 dB, 46 dB, 45 dB). Dit is gedaan door te bepalen in welke etmaalperioden noise-modes ingesteld moeten worden. Dit zijn de volgende etmaalperioden: -
Dag:
07.00-19.00 uur
-
Avond: 19.00-23.00 uur
-
Nacht: 23.00-07.00 uur
In de bijlage bij het onderzoek is uitgebreid aangegeven welke benodigde noise-modes geluidstechnisch van toepassing kunnen zijn bij elk type windturbine. Tevens zijn in de bijlage bij het onderzoek voor de meest en minst bepalende turbine (Nordex N131 3.9 MW en V150 5.6 MW) de contouren weergegeven zonder en met mitigerende maatregelen. Naast de berekende Lden waarden zijn ook de Lnight waarden gegeven voor de verschillende onderzochte grenswaarden. Hieruit blijkt dat de berekende waarde voor de L night altijd meer dan 6 dB lager is dan de berekende Lden waarde. Door het toepassen van mitigerende maatregelen neemt dit verschil toe.
R068362ab.189Y8XR.jwi | versie 25_001 | 29 juli 2022
64
Het toepassen van een aparte Lnight norm worden daarom ook niet noodzakelijk geacht. Hoewel geen separate Lnight norm noodzakelijk is, wordt voor de volledigheid wel een Lnight norm in de vergunningvoorschriften bij de omgevingsvergunning opgenomen. Aantallen ernstig gehinderden Voor het bepalen van de aantallen ernstig gehinderden per geluidcontour zijn de volgende uitgangspunten gebruikt: -
Bepalen geluidcontouren en tellen huishoudens. Er is bepaald met welke mitigerende maatregelen voldaan wordt aan de gehanteerde normen. Met behulp van de resulterende geluidcontouren is bepaald hoeveel huishoudens aanwezig zijn binnen de L den klassen.
-
Bepalen populatie binnen Lden klassen. Het aantal getelde huishoudens binnen de verschillende Lden klassen zijn vermenigvuldigd met het gemiddeld aantal personen per huishouden voor het jaar 2020 en 2021. De laatstgenoemde informatie komt van het CBS. Uit de data blijkt voor de jaren 2020 en 2021 een gemiddelde van 2,4 personen per huishouden voor deze regio. Dit is het gemiddelde van de gemeente Houten en Wijk bij Duurstede. Hiermee wordt de populatie verkregen (aantal personen) binnen de verschillende Lden klassen.
-
Bepalen aantal ernstig gehinderden binnenhuis. Per Lden klasse zijn vervolgens het aantal personen vermenigvuldigd met het percentage ernstig gehinderden voor die Lden klasse. Voor het percentage ernstig gehinderden is aangesloten bij het TNO-rapport uit 2008910. Zie ook de percentages is tabel 4.6. Hiermee zijn het aantal ernstig gehinderden per Lden klasse berekend. Door deze op te tellen zijn het totaal aantal ernstig gehinderden binnenhuis bepaald. Dit is voor alle genoemde normstellingen gedaan.
9
TMP-rapport, Hinder door geluid van windturbines: Dosis—effectrelaties op basis van Nederlandse en Zweedse gegevens, 2008-D-R1051/B
10
In het rapport "WHO noise guidelines" paragraaf 3.4, tabel 36 is een percentage van 10% HA (highly annoyed) gegeven. Dat betreft echter een waarde voor buitenhuis, terwijl de waarden van het TNO gelden voor binnenhuis.
R068362ab.189Y8XR.jwi | versie 25_001 | 29 juli 2022
65
Lden
% ernstig gehinderden binnenhuis
37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53
0,58
0,79 1,07 1,44 1,90 2,49 3,22 4,12 5,22 6,53 8,09 9,91 12,02 14,43 17,14 20,15 23,46
Tabel 4.6 Percentages ernstig gehinderden binnenhuis 37 t/m 53 dB Lden (bron: TNO rapport 2008-DR1051/B) In onderstaande tabellen is per windturbinetype het aantal ernstig gehinderden binnenhuis binnen de Lden 37 contour gegeven, gebaseerd op de bovengenoemde TNO percentages. Voor het bepalen van de populatie is gekozen voor de Lden 37 contour omdat uit het TNO-rapport is gebleken dat onder 37 dB geen relevante hinder meer te verwachten is (namelijk minder dan 0,5% ernstig gehinderden). De Lden 37 contour is dus het worst-case scenario. Om het aantal ernstige gehinderden bij windturbines in perspectief te plaatsen kan het volgende nog gesteld worden. In het antwoord op kamervragen over overlast door windmolens d.d. 15-03202211 heeft het Ministerie van Economische Zaken antwoord gegeven op de vraag hoe de normen voor windmolens op land zich verhouden tot normen van andere geluidbronnen, zoals wegverkeer. Daarin wordt gesteld dat het geluid van windmolens als relatief hinderlijker wordt ervaren dan verkeersgeluid, en dat daarmee in de normen rekening is gehouden door een lagere geluidnorm toe te passen bij windturbines. Door de lagere norm bij windturbines is het ervaren beschermingsniveau gelijkwaardig. Daaruit kan geconcludeerd worden dat bij vergelijkbare geluidsniveaus, windturbines minder ernstig gehinderden kent als bij verkeersgeluid.
11
Kenmerk DGKE-WO / 22062050 (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/03/15/beantwoordingkamervragen-over-overlast-door-windmolenst).
R068362ab.189Y8XR.jwi | versie 25_001 | 29 juli 2022
66
Populatie: N131 3.9 MW Mitigatie Geen max Lden 49 dB max Lden 48 dB max Lden 47 dB max Lden 46 dB max Lden 45 dB Tabel 4.7
190 binnen Lden 37 contour Ernstig gehinderden binnenhuis Aantal % van populatie 6,1 3,20 4,3 2,29 3,7 1,95 3,1 1,66 2,1 1,13 1,5 0,81
Aantallen en percentages ernstig gehinderden binnenhuis voor de Nordex N131 3.9 MW turbine op 145 m ashoogte Populatie: Nordex N149 4,5 MW Mitigatie Geen max Lden 49 dB max Lden 48 dB max Lden 47 dB max Lden 46 dB max Lden 45 dB Tabel 4.8
230 binnen Lden 37 contour Ernstig gehinderden binnenhuis Aantal % van populatie 6,2 2,71 4,7 2,04 3,8 1,66 3,2 1,39 2,4 1,03 1,8 0,79
Aantallen en percentages ernstig gehinderden binnenhuis voor de Nordex N149 4.5 MW op 164 m ashoogte Populatie: Nordex N149 5,7 MW Mitigatie Geen max Lden 49 dB max Lden 48 dB max Lden 47 dB max Lden 46 dB max Lden 45 dB Tabel 4.9
161 binnen Lden 37 contour Ernstig gehinderden binnenhuis Aantal % van populatie 5,5 3,42 4,6 2,86 3,5 2,15 2,8 1,73 2,3 1,41 1,8 1,10
Aantallen en percentages ernstig gehinderden binnenhuis voor de Nordex N149 5.7 MW op 155 m ashoogte
R068362ab.189Y8XR.jwi | versie 25_001 | 29 juli 2022
67
Populatie: Senvion 3.7M Mitigatie Geen max Lden 49 dB max Lden 48 dB max Lden 47 dB max Lden 46 dB max Lden 45 dB Tabel 4.10
137 binnen Lden 37 contour Ernstig gehinderden binnenhuis Aantal % van populatie 4,5 3,26 4,3 3,16 3,6 2,61 2,8 2,02 2,3 1,72 1,5 1,06
Aantallen en percentages ernstig gehinderden binnenhuis voor de Senvion 3.7M140 3.7 MW op 160 m ashoogte Populatie: Senvion 4.2M Mitigatie Geen max Lden 49 dB max Lden 48 dB max Lden 47 dB max Lden 46 dB max Lden 45 dB Tabel 4.11
156 binnen Lden 37 contour Ernstig gehinderden binnenhuis Aantal % van populatie 5,0 3,22 4,6 2,92 3,6 2,30 2,9 1,88 2,4 1,53 1,4 0,91
Aantallen en percentages ernstig gehinderden binnenhuis voor de Senvion 4.2M148 4.8 MW op 165 m ashoogte Populatie: Vestas V136 3,6 Mitigatie Geen max Lden 49 dB max Lden 48 dB max Lden 47 dB max Lden 46 dB max Lden 45 dB Tabel 4.12
163 binnen Lden 37 contour Ernstig gehinderden binnenhuis Aantal % van populatie 5,7 3,48 4,3 2,63 3,7 2,24 3,0 1,86 2,0 1,25 1,6 0,97
Aantallen en percentages ernstig gehinderden binnenhuis voor de Vestas V136 3.6 MW op 149 m ashoogte
R068362ab.189Y8XR.jwi | versie 25_001 | 29 juli 2022
68
Populatie: Vestas V150 4.2 Mitigatie Geen max Lden 49 dB max Lden 48 dB max Lden 47 dB max Lden 46 dB max Lden 45 dB Tabel 4.13
158 binnen Lden 37 contour Ernstig gehinderden binnenhuis Aantal % van populatie 5,1 3,20 4,5 2,82 3,6 2,25 2,9 1,86 2,5 1,56 1,6 1,03
Aantallen en percentages ernstig gehinderden binnenhuis voor de Vestas V150 4.2 MW op 166 m ashoogte Populatie: Vestas V150 5.6 op 155m Mitigatie Geen max Lden 49 dB max Lden 48 dB max Lden 47 dB max Lden 46 dB max Lden 45 dB Tabel 4.14
156 binnen Lden 37 contour Ernstig gehinderden binnenhuis Aantal % van populatie 4,8 3,07 4,3 2,77 3,6 2,33 2,9 1,89 2,1 1,36 1,6 1,05
Aantallen en percentages ernstig gehinderden binnenhuis voor de Vestas V150 5.6 MW op 155 m ashoogte Populatie: Vestas V150 5.6 op 166m Mitigatie Geen max Lden 49 dB max Lden 48 dB max Lden 47 dB max Lden 46 dB max Lden 45 dB Tabel 4.15
168 binnen Lden 37 contour Ernstig gehinderden binnenhuis Aantal % van populatie 4,9 2,94 4,4 2,59 3,7 2,21 2,9 1,75 2,1 1,24 1,6 0,98
Aantallen en percentages ernstig gehinderden binnenhuis voor de Vestas V150 5.6 MW op 166 m ashoogte
R068362ab.189Y8XR.jwi | versie 25_001 | 29 juli 2022
69
binnen Lden 37 contour Ernstig gehinderden binnenhuis Aantal % van populatie 5,3 3,2 4,4 2,7 3,6 2,2 3,0 1,8 2,2 1,4 1,6 1,0
Gemiddelde Mitigatie Geen max Lden 49 dB max Lden 48 dB max Lden 47 dB max Lden 46 dB max Lden 45 dB Tabel 4.16
Gemiddeld aantallen en percentages ernstig gehinderden binnenhuis Cumulatie met andere geluidbronnen In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de geluidbelasting vanwege windturbinegeluid gecumuleerd met andere geluidbronnen in de omgeving. De volgende geluidbronnen zijn bepalend voor de omgeving: wegverkeer (gezoneerd in het kader van de Wet geluidhinder) en scheepvaart (niet gezoneerd in het kader van de Wet geluidhinder). Voor scheepvaart bestaat geen apart beoordelingskader, maar is in deze cumulatiestudie wel betrokken. Andere bepalende geluidbronnen zijn niet aanwezig of liggen te ver weg om van invloed te zijn op de gecumuleerde geluidbelasting. Er zijn twee jaren berekend, namelijk 2022 en 2032. De cumulatieve geluidbelasting (Lcum) is bepaald conform de rekenmethode uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines, zoals opgenomen in bijlage 4 bij de Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer. Met deze methode is de gecumuleerde hinderequivalente geluidbelasting berekend, waarbij rekening wordt gehouden met de verschillen in dosis-effectrelaties van de verschillende geluidbronnen. Daarbij is uitgegaan van specifieke formules, waarbij de berekende geluidwaarden (Lden-waarden, met uitzondering van industrielawaai) van de desbetreffende bronnen worden gebruikt om de hinderequivalente geluidwaarden te berekenen.
Vervolgens zijn deze hinderequivalente geluidwaarden energetisch bij elkaar opgeteld. Een en ander is beschreven in het akoestisch onderzoek (bijlage 10a – Onderzoek geluid en slagschaduw - Nevele arrest – LBP|SIGHT). De cumulatieve geluidbelasting met andere geluidbronnen is onderzocht voor de meest bepalende turbine (Nordex N131 op 145 m ashoogte). Dit betreft, zonder mitigatie, de meest worst-case turbine. De overige turbines hebben een vergelijkbare of lagere impact. We hebben de volgende situaties beschouwd: -
De bestaande situatie, alleen wegverkeer en scheepvaart.
-
De nieuwe situatie, zonder mitigatie.
-
De nieuwe situatie met mitigatie naar Lden 49 dB, 48 dB, 47 dB, 46 dB en 45 dB.
Dit is gedaan voor de meest nabijgelegen geluidgevoelige objecten. Dit betreffen 25 woningen in de directe omgeving van het windpark, inclusief bedrijfswoningen.
R068362ab.189Y8XR.jwi | versie 25_001 | 29 juli 2022
70
De berekende, gecumuleerde, geluidbelasting voor het jaar 2022 is gegeven in tabel 4.17. De toename van de gecumuleerde geluidbelasting in tabel 4.18. Voor de classificatie van de akoestische kwaliteit van de leefomgeving is gebruik gemaakt van de methode Miedema. De classificatie is aangegeven met kleurcodes.
Toetspunt 3997ML144_ - Beusichemseweg 144 3998NL69_A - Beusichemseweg 69 3998NL71_A - Beusichemseweg 71 B3998NL146 - BW - Beusichemseweg 146 B3998NA6_A - BW - Zuwedijk 6 3998NM1_A - Hoeksedijk 1 3961ME2_A - Hoeksedijk 2 3998NM3_A - Hoeksedijk 3 3945LA11_A - Kapelleweg 11 3945LA1b_A - Kapelleweg 1b 3997MP20_A - Kapelleweg 20 3997MP25_A - Kapelleweg 25 3997MP25a_ - Kapelleweg 25a 3945LA3_A - Kapelleweg 3 3945LA5_A - Kapelleweg 5 3945LA6_A - Kapelleweg 6 3945LA7_A - Kapelleweg 7 3945LA9_A - Kapelleweg 9 3998NH4_A - Lekdijk 4 3961MD52_A - Lekdijk West 52 3961MD53_A - Lekdijk West 53 3997MR19_A - Nachtdijk 19 3997MR25_A - Nachtdijk 25 3961MN 33_ - Wijkersloot 33 3998NA2_A - Zuwedijk 2
Lcum <50 50-55 55-60 60-65 65-70 >70
Classificatie goed redelijk matig tamelijk slecht slecht zeer slecht
Lcum Bestaand 54 47 49 50 56 46 43 42 55 56 58 56 56 56 55 60 45 56 52 50 52 51 57 37 56
Zonder Lcum Nieuw 56 63 63 65 67 54 58 58 58 57 61 61 61 57 56 62 54 58 59 53 55 56 64 44 59
49 dB Lcum Nieuw 55 61 61 62 64 54 57 58 57 57 60 60 60 57 56 62 52 57 57 52 54 54 62 43 58
48 dB Lcum Nieuw 55 59 60 61 63 53 57 58 56 57 59 59 59 57 56 61 51 57 56 52 54 53 61 43 57
47 dB Lcum Nieuw 55 58 58 59 62 53 57 58 56 56 59 58 58 57 56 61 50 57 55 52 54 53 60 42 57
46 dB Lcum Nieuw 55 56 57 58 61 51 53 54 56 56 58 58 58 56 55 61 49 56 55 51 53 52 60 40 57
45 dB Lcum Nieuw 55 55 55 57 59 50 52 52 55 56 58 57 57 56 55 61 48 56 54 51 53 52 59 40 56
Kleurcode
Tabel 4.17 Gecumuleerde geluidbelasting 2022
R068362ab.189Y8XR.jwi | versie 25_001 | 29 juli 2022
71
Zonder ID 3997ML144_ - Beusichemseweg 144 3998NL69_A - Beusichemseweg 69 3998NL71_A - Beusichemseweg 71 B3998NL146 - BW - Beusichemseweg 146 B3998NA6_A - BW - Zuwedijk 6 3998NM1_A - Hoeksedijk 1 3961ME2_A - Hoeksedijk 2 3998NM3_A - Hoeksedijk 3 3945LA11_A - Kapelleweg 11 3945LA1b_A - Kapelleweg 1b 3997MP20_A - Kapelleweg 20 3997MP25_A - Kapelleweg 25 3997MP25a_ - Kapelleweg 25a 3945LA3_A - Kapelleweg 3 3945LA5_A - Kapelleweg 5 3945LA6_A - Kapelleweg 6 3945LA7_A - Kapelleweg 7 3945LA9_A - Kapelleweg 9 3998NH4_A - Lekdijk 4 3961MD52_A - Lekdijk West 52 3961MD53_A - Lekdijk West 53 3997MR19_A - Nachtdijk 19 3997MR25_A - Nachtdijk 25 3961MN 33_ - Wijkersloot 33 3998NA2_A - Zuwedijk 2
49 dB
48 dB
47 dB
46 dB
45 dB
0,3 9,5 8,1 8,3 4,9 4,3 10,3 11,9 0,9 0,2 1,0 1,7 1,8 0,2 0,4 0,5 3,8 0,6 2,2 1,0 1,1 1,3 2,4 3,1 0,8
0,1 7,8 6,6 7,0 3,3 3,3 8,8 10,4 0,6 0,1 0,6 1,1 1,1 0,1 0,3 0,3 2,8 0,4 1,4 0,7 0,8 0,8 1,5 2,3 0,5
Toename 1,2 15,7 14,6 15,3 11,0 8,1 14,8 16,5 3,2 0,7 3,3 5,2 5,3 0,8 1,4 1,9 8,6 2,3 6,4 2,8 3,0 4,5 6,9 6,8 3,2
0,6 14,0 12,1 12,3 7,8 7,4 14,3 16,0 2,2 0,5 2,3 3,8 3,8 0,5 0,9 1,2 6,8 1,5 4,3 2,3 2,6 2,9 4,4 5,9 1,8
0,5 11,8 10,9 11,5 6,7 7,1 14,1 15,9 1,6 0,4 1,6 2,6 2,7 0,4 0,8 0,8 5,9 1,1 3,3 2,2 2,5 2,2 3,6 5,5 1,3
0,4 10,9 9,6 9,8 6,0 6,9 14,0 15,7 1,4 0,3 1,3 2,3 2,3 0,4 0,7 0,7 5,2 0,9 2,9 2,0 2,3 1,8 3,1 5,2 1,1
Tabel 4.18 Toename gecumuleerde geluidbelasting Uit de tabellen 4.17 en 4.18 blijkt dat: -
Woningen die gelegen zijn binnen de directe invloed van wegverkeer of scheepvaart hebben al een hogere gecumuleerde geluidbelasting. Hier is het effect van het nieuwe windpark minimaal (bijvoorbeeld de woning aan de Kapelleweg 6 met een beperkte toename van 0,3 tot 1,9 dB, maar wel een verandering van classificatie).
-
Woningen die verderaf gelegen zijn van wegverkeer en scheepvaart, en die nabij het nieuwe windpark gelegen zijn, is het effect het grootst (bijvoorbeeld de woning aan Hoeksedijk 3 met een toename van 10,4 dB tot 16,5 dB). Ter plaatse van deze woningen is de nieuw berekende gecumuleerde geluidbelasting in de ordegrootte van die woningen die al in de buurt van bestaande geluidbronnen liggen.
R068362ab.189Y8XR.jwi | versie 25_001 | 29 juli 2022
72
-
Als gevolg van mitigerende maatregelen, verbetert de Miedema-classificering van omliggende woningen. Het aantal woningen waarbij de classificering verbetert, is hieronder per Lden norm weergegeven: Lden 49: 6 woningen Lden 48: 8 woningen Lden 47: 12 woningen Lden 46: 15 woningen Lden 45: 17 woningen
Bij het voorgaande moet worden bedacht dat een toename van de cumulatieve geluidbelasting inherent is aan het realiseren van een windpark in een relatief stille agrarische omgeving (zie ook de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 20 december 2017 (kenmerk 201608339/1/R6 en 201608341/1/R6, ECLI:NL:RVS:2017:3504)). Bij een aantal gevoelige objecten is sprake van een toename van de geluidbelasting. Deze toename is aanvaardbaar te achten gelet op de doelen die worden nagestreefd met de realisatie van het windpark. Ook voor het jaar 2032 is de gecumuleerde geluidbelasting berekend. Zie onderstaande tabel.
Lcum Toetspunt 3997ML144_ - Beusichemseweg 144 3998NL69_A - Beusichemseweg 69 3998NL71_A - Beusichemseweg 71 B3998NL146 - BW - Beusichemseweg 146 B3998NA6_A - BW - Zuwedijk 6 3998NM1_A - Hoeksedijk 1 3961ME2_A - Hoeksedijk 2 3998NM3_A - Hoeksedijk 3 3945LA11_A - Kapelleweg 11 3945LA1b_A - Kapelleweg 1b 3997MP20_A - Kapelleweg 20 3997MP25_A - Kapelleweg 25 3997MP25a_ - Kapelleweg 25a 3945LA3_A - Kapelleweg 3 3945LA5_A - Kapelleweg 5 3945LA6_A - Kapelleweg 6 3945LA7_A - Kapelleweg 7 3945LA9_A - Kapelleweg 9 3998NH4_A - Lekdijk 4 3961MD52_A - Lekdijk West 52 3961MD53_A - Lekdijk West 53 3997MR19_A - Nachtdijk 19 3997MR25_A - Nachtdijk 25 3961MN 33_ - Wijkersloot 33 3998NA2_A - Zuwedijk 2
2032 zonder wp
55 47 49 50 57 47 43 42 55 57 58 57 56 57 55 61 46 56 53 50 52 52 58 37 56
Zonder Lcum Nieuw 56 63 63 65 67 55 58 58 58 57 61 61 61 57 57 62 54 58 59 53 55 56 64 44 59
49 dB Lcum Nieuw 55 61 61 62 64 54 58 58 57 57 60 60 60 57 56 62 52 58 57 53 55 54 62 43 58
48 dB Lcum Nieuw 55 59 60 61 63 54 57 58 57 57 59 59 59 57 56 62 51 57 56 52 54 54 61 43 57
47 dB Lcum Nieuw 55 58 58 60 62 53 57 58 56 57 59 59 59 57 56 61 50 57 56 52 54 53 61 42 57
46 dB Lcum Nieuw 55 56 57 58 61 51 53 54 56 57 59 58 58 57 56 61 49 57 55 51 53 53 60 40 57
45 dB Lcum Nieuw 55 55 55 57 60 50 52 52 56 57 58 58 58 57 56 61 48 57 54 51 53 52 59 40 57
Tabel 4.19 Gecumuleerde geluidbelasting 2032 Uit tabellen 4.17 en 4.19 blijkt dat tussen 2022 en 2032 geen relevant verschil optreedt. De toename van de gecumuleerde geluidbelasting ten opzichte van de situatie zonder windpark is niet berekend voor het jaar 2032. De berekening voor het jaar 2022 is maatgevend omdat deze toename hoger is dan die ten opzichte van 2032. Cumulatie met andere windparken
R068362ab.189Y8XR.jwi | versie 25_001 | 29 juli 2022
73
In de omgeving van windpark Goyerbrug liggen enkele bestaande windparken. Het gaat om: -
Windpark Houten (op circa 7 kilometer afstand ten noordwesten van WP Goyerbrug).
-
Windpark Nieuwegein (op circa 9 kilometer afstand ten noordwesten van WP Goyerbrug).
-
Windpark Vianen (op circa 9,5 kilometer afstand ten westen van WP Goyerbrug).
-
Windpark Culemborg (op circa 6,5 kilometer afstand ten zuidwest van WP Goyerbrug).
Wat betreft het aspect geluid liggen de windparken Houten, Nieuwegein, Vianen en Culemborg op een dusdanig grote afstand, waardoor een cumulatief effect van de onderzochte L den-contouren uitgesloten is. 4.4.3
Normstelling
Voor het aspect geluid wordt een norm aangevraagd van Lden 47 dB. In het kader van de normstelling heeft LBP|SIGHT een nadere onderbouwing opgesteld om aan te tonen dat de Lden 47 dB norm voor Windpark Goyerbrug een ruimtelijk aanvaardbare norm is. Zie Bijlage 10b - Nadere onderbouwing gekozen windturbinenormen – LBP|SIGHT voor de volledige onderbouwing. Samenvattend komt de onderbouwing neer op het volgende: -
Het feit dat windturbines veel groter zijn geworden de afgelopen jaren betekent niet dat het geluid dat veroorzaakt wordt door windturbines wezenlijk anders is. Het geluidspectrum voor grote windturbines (>3 MW) wijkt niet of nauwelijks af van die van kleinere turbines (0,5 tot 3 MW). Er is nog steeds in hoofdzaak sprake van aerodynamische geluid (geluid dat ontstaat bij het draaien van de wieken door de luchtlagen, waardoor turbulenties worden veroorzaakt). Laagfrequent geluid en infrageluid is bij windturbines niet in onderscheidende mate aanwezig, in vergelijking met andere alledaagse geluidbronnen, bijvoorbeeld wegverkeer.
-
Er zijn sinds 2011 geen nieuwe (wetenschappelijke) inzichten ontstaan over de effecten van windturbinegeluid en daarom kan de eerder landelijk vastgestelde normen Lden 47 dB en de daaraan gekoppelde dosis-effectrelaties voor gezondheidseffecten van geluid van windturbines, nu nog steeds als uitgangspunt gehanteerd worden.
-
Deze sinds 2011 geldende normstelling kan daarom anno 2022 op verantwoorde wijze gebruikt worden bij vergunningverlening en ruimtelijke inpasbaarheid van wind op land projecten. Daarbij is dan sprake van een aanvaardbaar effect op de leefomgeving wat betreft het geluid afkomstig van windturbines en een verwacht percentage ernstige hinder van circa 9%. Een dergelijk niveau van ernstige hinder is goed vergelijkbaar met hetgeen bij de normering voor wegverkeer, railverkeer en industrielawaai als maximaal toelaatbaar wordt beschouwd. Een norm van 47 dB Lden voor windturbinegeluid die daarmee aansluit bij de bestaande uitvoeringspraktijk is dan ook toereikend uit oogpunt van bescherming tegen geluidhinder.
R068362ab.189Y8XR.jwi | versie 25_001 | 29 juli 2022
74
-
Bij Windpark Goyerbrug is bij een norm van Lden 47 dB sprake van maximaal 2,02% ernstig gehinderden. Als de Senvion turbines buiten beschouwing worden gelaten (in verband met het feit dat deze niet langer meer leverbaar zijn door het faillissement van Senvion) bedraagt het percentage ernstig gehinderden maximaal 1,89% bij een L den 47 dB norm. Dit is primair het gevolg van de afstand van de windturbines tot de omliggende woningen: aangezien er relatief weinig woningen nabij het windpark zijn gelegen, is er ook relatief weinig hinder van geluidsbelasting te ondervinden.
Bij het hanteren van een strengere norm (dus Lden 45 dB of 46 dB) weegt de afname van het aantal ernstig gehinderden niet meer op tegen het verlies aan productie van het windpark en daarmee het algemeen, maatschappelijk belang. Uit het geluidonderzoek en de productiegegevens van de windturbines blijkt namelijk dat bij een verlaging van de norm van Lden 46 dB naar 45 dB het aantal ernstig gehinderden niet wijzigt. Bij beide Lden normen gaat het om (afgerond) 2 ernstig gehinderden. Een strengere norm dan Lden 46 dB is dus in beginsel niet zinvol. Daar komt bij dat een Lden 46 dB norm voor een aanzienlijk productieverlies zorgt ten opzichte van een L den 47 dB norm. Gemiddeld gaat het om een afname van 4,7 GWh, terwijl er in die situatie maar een zeer beperkte winst is aan het aantal ernstig gehinderden, namelijk (afgerond) 1 persoon. De algehele conclusie is dat bij een steeds strengere geluidnorm, het aantal ernstig gehinderden minder snel afneemt. Het kantelpunt hiervoor lijkt bij Lden 48 dB te liggen. Zie ook onderstaande figuren. In figuur 4.11 is weergegeven dat het extra productieverlies vanaf Lden 47 dB onevenredig toeneemt ten opzichte van de afname ernstige gehinderden. In figuur 4.12 is te zien dat het aantal ernstig gehinderden afvlakt vanaf Lden 48 dB terwijl de gemiddelde productie juist sterker afneemt bij elke verlaging van de Lden norm.
R068362ab.189Y8XR.jwi | versie 25_001 | 29 juli 2022
75
Figuur 4.11 Relatieve verandering in productieverlies afgezet tegen de afname ernstig gehinderden
Figuur 4.12 Gemiddelde productie in relatie tot ernstig gehinderden en de te hanteren geluidnorm.
R068362ab.189Y8XR.jwi | versie 25_001 | 29 juli 2022
76
Opgemerkt wordt dat de gemeenteraad van de gemeente Houten ten behoeve van de vergunningsaanvraag in 2019 ook gekozen heeft om de Lden 47 dB norm te hanteren. Ondanks dat deze norm onderbouwd was door het Activiteitenbesluit zijn er destijds geen alternatieve of aanvullende normen gesteld door de gemeente. De gemeente heeft hiermee aangegeven dat de Lden 47 dB norm aanvaardbaar is. In aanvulling hierop wordt opgemerkt dat in het kader van de financiële uitvoerbaarheid van het windpark middels een opbrengstberekening is gebleken dat een Lden 46 dB of 45 dB niet financierbaar is. Zie voor een uitgebreidere toelichting hierop paragraaf 5.1.2 en bijlage 19 – Opbrengstberekening Windpark Goyerbrug – Blue Bear Energy. De consequentie hiervan is dat, gelet op de algehele uitvoerbaarheid van het windpark, een Lden 47 dB norm de strengste norm is die gehanteerd kan worden voor deze specifieke locatie. Het opleggen van een Lden 47 dB norm sluit ook aan bij de afspraken die het project heeft gemaakt met 16 van de 17 dichtstbijzijnde woningen en onderschrijft daarmee de aanvaardbaarheid van deze norm voor de genoemde woningen. Zie verder paragraaf 5.2.4 voor een verdere toelichting op de overeenkomsten met de omwonenden. Geluidniveaus bij niet-geluidgevoelige functies De hoogste geluidniveaus bij niet-geluidgevoelige functies zijn niet hoger dan die bij de woningen.
De hoogst belast niet-geluidgevoelige functie betreft Kapelleweg 7a. De geluidbelasting is gelijk aan de nabijgelegen woning Kapelleweg 7a;. Maximaal optredende geluidniveaus’s in dB(A) De Lden-waarde is een jaargemiddelde waarde. Dit betekent dat op bepaalde momenten (bij harde wind) het momentane geluidniveau hoger is dan op andere momenten (bij minder wind). Afhankelijk van het turbinetype kan het momentane geluidniveau LAr,LT bij een woning hooguit circa 2 à 3 dB lager zijn dan de getalswaarde van de Lden (dus bij een Lden van 47 dB zal de hoogste momentane waarde 44 à 45 dB(A) bedragen). Deze waarde is lager dan de getalswaarde van de L den omdat in de Lden een toeslag is verrekend voor het geluidniveau in de avond- en nachtperiode.
4.4.4
Conclusie
Uit de voorgaande paragrafen kan geconcludeerd worden dat Lden 47 dB een ruimtelijk aanvaardbare norm is die voor Windpark Goyerbrug gehanteerd kan worden, en dat aan die norm voldaan kan worden met mitigerende maatregelen. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het onderhavige plan.
R068362ab.189Y8XR.jwi | versie 25_001 | 29 juli 2022
77
4.5
Bodem
4.5.1
Wettelijk / beleidskader
In het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’ is het van belang om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in kaart te brengen. Duidelijk moet zijn of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en hoe deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit als gevolg van aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet (bijvoorbeeld graafwerkzaamheden). Dit is het zogenaamde stand still-beginsel. 4.5.2
Beoordeling
De gronden waarop de windturbines worden gerealiseerd worden agrarisch gebruikt. Daarom wordt aangenomen dat de algemene bodemkwaliteit binnen het plangebied geen belemmering vormt. Vanuit de functie van windturbines worden geen eisen gesteld aan de kwaliteit van de bodem, omdat er geen personen verblijven. Voor moderne windturbines geldt dat er geen sprake is van potentieel bodembedreigende activiteiten. Bij aan- of afvoer van grond wordt aan het Besluit bodemkwaliteit voldaan. Windpark Goyerbrug werkt middels een gesloten grondbalans. Bij het realiseren van de windturbines wordt een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Tegenwoordig hebben windturbines vaak een pitchsysteem dat zonder hydrauliek uitgevoerd wordt. Als er toch een hydraulisch systeem wordt toegepast, dan kan er in beperkte mate olie aanwezig zijn. Mocht er zich een lekkage voordoen, dan wordt de olie opgevangen in een lekbak in de hub. Olielekkages worden door de controlesystemen van de windturbine opgepikt en worden direct bij het onderhoudsteam onder de aandacht gebracht. De turbine komt in een fail safe stop en er wordt direct een onderhoudsteam gestuurd voor nadere inspectie en opvolging. Hierdoor worden eventuele lekkages voorkomen. Op bepaalde momenten wordt tijdens onderhoudsbeurten deze olie vervangen en afgevoerd. In het schakelstation zijn geen oliën aanwezig. 4.5.3
Conclusie
Het aspect bodem zorgt niet voor belemmeringen voor het onderhavige plan.
4.6
Waterhuishouding
4.6.1
Wettelijk / beleidskader
Besluit ruimtelijke ordening Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in ruimtelijke plannen een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie uiteengezet (de watertoets). De watertoets is een waarborg voor water in ruimtelijke plannen en besluiten. Waterhuishoudkundige doelstellingen worden daarbij expliciet en op een evenwichtige wijze in beschouwing genomen binnen deze plannen/besluiten. De waterhuishouding wordt hierbij op een integrale wijze benaderd.
R068362ab.189Y8XR.jwi | versie 25_001 | 29 juli 2022
78
Zowel het oppervlaktewater als het grondwater moeten dus (in samenhang) in beschouwing worden genomen. Daarbij gaat het naast de kwantiteit ook om de kwaliteit. De integrale benadering van de waterhuishouding betekent ook dat de waterhuishouding moet worden benaderd in samenhang met andere beleidsvelden. De watertoets is een instrument om deze integrale benadering vorm te geven en om het watersysteem gezamenlijk op orde te krijgen. De watertoets wordt in paragraaf 4.6.2 verder behandeld. Beleid hoogheemraadschap Het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente op basis van de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, watersysteembeheer, beheer van dijken en beheer van vaarwegen. Het watersysteembeheer – waaronder grondwater – heeft daarbij twee doelen: zowel de zorg voor gezond water als de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit. Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen in het ‘het Waterbeheerprogramma 2022-2027’. In het waterbeheerprogramma beschrijft het Hoogheemraadschap haar ambities en inzet voor schoon en gezond water, duurzaamheid en een waterveilig en klimaatbestendig gebied.
In het Waterbeheerprogramma is onder andere opgenomen hoe het Hoogheemraadschap overstromingen wil voorkomen, bijvoorbeeld door het versterken van de dijk langs de Lek en het optimaliseren van het watersysteem zodat het Amsterdam-Rijnkanaal extremere buien op kan vangen. Ook worden thema’s als zuiverafvalwater en energieneutraliteit van het Hoogheemraadschap besproken. Voor Windpark Goyerbrug is het vooral relevant om te toetsen of het plan voldoet aan de Keur en Leggers van het Hoogheemraadschap. Vanaf 7 mei 2021 zijn de meest recente versies hiervan in werking. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De Legger geeft aan waar de waterstaatswerken plus bijbehorende beschermingszones liggen, aan welke afmetingen en vorm die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. In sommige gevallen vallen de werkzaamheden onder een Algemene regel. Dan kan er onder voorwaarden sprake zijn van vrijstelling van de vergunningsplicht. De Keur en de Algemene regels zijn te raadplegen via de site van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. In de Keur is geregeld dat kern- en beschermingszones voor waterkeringen (en watergangen) in acht genomen dienen te worden.
Het komt erop neer dat binnen deze zones niet zonder meer gebouwd en opgeslagen mag worden. Waarbij voor de kernzone een strenger regime geldt dan voor de aangrenzende beschermingszone. Bouwen binnen de kernzone is niet toegestaan.
R068362ab.189Y8XR.jwi | versie 25_001 | 29 juli 2022
79
Deze bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit van het profiel en/of veiligheid van de waterkering wordt aangetast dan wel het onderhoud wordt gehinderd. De breedte en maatvoeringen van deze zones zijn vastgelegd in de Legger. Voor aanpassingen aan het bestaande waterhuishoudingsysteem, zoals bouwen binnen de kern- of beschermingszone van een waterkering, dient bij het hoogheemraadschap ontheffing te worden aangevraagd op grond van de Keur (ex artikel 77 en 80 van de Waterschapswet). Voor eventuele lozingen op het oppervlaktewater dient toestemming verkregen te worden in het kader van de Waterwet. In de beleidsregels op grond van de Keur van het Hoogheemraadschap moet er bij het aanleggen van extra verhard oppervlak compensatie plaatsvinden. De compensatie moet plaatsvinden door middel van het aanleggen van nieuw open water. Als het extra te verharden oppervlak een oppervlakte heeft tot 10.000 m2, dan moet het nieuw aan te leggen open water minimaal 15% van het te verharden oppervlak bedragen. Als het te verharden oppervlak groter is dan 10.000 m2 moeten afspraken worden gemaakt met het waterschap over de maatwerkberekening van de noodzakelijke compensatie. 4.6.2
Beoordeling (Watertoets)
Oppervlaktewater en watergangen In de Legger van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden voor oppervlaktewateren is te zien dat er in de nabije omgeving van de windturbines meerdere watergangen liggen, zie figuren 4.13 en 4.14. Bij het primaire oppervlaktewater (aangegeven in blauw) hoort een beschermingszone van 5 meter. Alle windturbines vallen hier buiten. Bij het tertiair oppervlaktewater (aangegeven in groen) hoort een beschermingszone van 2 meter. Drie van de vier turbines liggen binnen deze zone. Daarom moeten drie sloten verlegd worden. Daarvoor is een watervergunning aangevraagd. De watervergunning is verleend en onherroepelijk. De watervergunning is bijgevoegd bij deze ruimtelijke onderbouwing (Bijlage 1– - Bekendmaking verlenen watervergunnin– - HDSR).
R068362ab.189Y8XR.jwi | versie 25_001 | 29 juli 2022
80
Figuur 4.13 Oppervlaktewateren met bijbehorende beschermingszones ter plaatse van de twee westelijk gelegen windturbines.
Figuur 4.14 Oppervlaktewateren met bijbehorende beschermingszones ter plaatse van de twee oostelijk gelegen windturbines.
R068362ab.189Y8XR.jwi | versie 25_001 | 29 juli 2022
81
De volgende peilgebieden met het daarbij behorende zomerpeil (zp) en winterpeil (wp) zijn van toepassing (Peilbesluit Eiland van Schalkwijk 2012).
Figuur 4.15 Peilgebieden Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden Niet alleen voor slootaanpassingen is een watervergunning van het waterschap vereist, maar ook voor de plaatsing van duikers. Ook hiervoor is een watervergunning aangevraagd, verleend en onherroepelijk geworden (Bijlage 1– - Bekendmaking verlenen watervergunnin– - HDSR). Op de afbeeldingen in Bijlage 12 – Duikers, sloten en compensatiegebie– - Windpark Goyerbrug is aangegeven waar duikers en slootaanpassingen nodig zijn. De diameter van dammen met duikers in het tertiaire watersysteem bedraagt minimaal 500 mm. Toename verhard oppervlak De ontwikkeling in het onderhavige gebied betreft een verandering van gebruik en bebouwing. De agrarische gronden waarop de vier nieuwe windturbines worden gerealiseerd zijn op dit moment onbebouwd. Door de realisatie van de windturbines neemt de verharding in het gebied toe. Het verharde oppervlak bestaat voornamelijk uit funderingen, kraanopstelplaatsen en toegangswegen. Deze toename van het verharde oppervlak heeft gevolgen voor de waterhuishouding. De overmaat aan regenwater voor zover berging niet in de bodem plaats heeft, zoals bij extreme regenbuien, verlaat het gebied uiteindelijk via aansluiting op het aanwezige oppervlaktewater. In totaal wordt maximaal 14.359 m2 permanente verharding in verband met toegangswegen, funderingen en kraanopstelplaatsen aangebracht.
Ook wordt er tijdelijke verharding aangebracht.
R068362ab.189Y8XR.jwi | versie 25_001 | 29 juli 2022
82
Deze tijdelijke verhardingen zijn bedoeld om de kranen en ander materieel tijdens de bouw van het windpark te faciliteren. Er is 17.963 m2 tijdelijke verharding nodig voor een periode van vier maanden per locatie. In Bijlage 13 - Wegen en kraanopstelplaatsen - Windpark Goyerbrug is informatie over de exacte ligging van deze verhardingen opgenomen. Thans is nog niet duidelijk welke verharding gebruikt wordt. Mogelijk dat bijvoorbeeld de verharding voor de kraanopstelplaatsen semi waterdoorlatend kunnen worden uitgevoerd. Versnelde afvoer van hemelwater door oppervlakteverharding Bij een toename van verhard oppervlakte vanaf 1.000 m 2 is compensatie vereist in de vorm van nieuw oppervlaktewater. Dit is noodzakelijk omdat verhard oppervlak er voor zorgt dat regenwater sneller wordt afgevoerd. Met het aanleggen van nieuw oppervlaktewater (al dan niet in de nabijheid van het plangebied) wordt dit voorkomen. Omdat het te verharden oppervlak groter is dan 10.000 m2 is een maatwerkbenadering nodig. Met het Hoogheemraadschap is afgesproken dat het nieuw aan te leggen oppervlaktewater 15% bedraagt van het aan te leggen verharde oppervlak. Tijdelijke verharding hoeft niet gecompenseerd te worden. Dat betekent dat er voor 2.154 m2 compenserende maatregelen getroffen moeten worden (15% van 14.359 m2).
De watercompensatie dient plaats te vinden voordat de permanente verharding wordt aangebracht. Per locatie is hiervoor onderstaand een uitwerking opgenomen. Locatie turbine 1 Deze turbine ligt in peilgebied 0656 met zp/wp (zomerpeil/winterpeil) van + 1,30/1,00 NAP. De watercompensatie dient in dit peilgebied plaats te vinden. De nieuw te graven watergang wordt in een vloeiende lijn om de verharding aangelegd. De benodigde watercompensatie wordt gerealiseerd door twee gebieden met open water aan te leggen. De verharding wordt onder afschot aangelegd richting de te verbreden watergang. Het permanent verharde oppervlak op deze locatie bedraagt 2.944 m2. Dit betekent in totaal minimaal 442 m2 open water gerealiseerd moet worden nabij turbine 1. Er wordt oppervlaktewater gedempt. Van de aanwezige sloot wordt 61 meter permanent en 28 meter tijdelijk gedempt. Het hierbij om een oppervlakte van 116 m 2 (permanent) en 53 m2 (tijdelijk). Ter compensatie wordt 109 meter sloot nieuw aangelegd met een oppervlakte van 207 m2. Ook wordt er een tijdelijke sloot aangelegd van 72 meter met een oppervlakte van 137 m2.
R068362ab.189Y8XR.jwi | versie 25_001 | 29 juli 2022
83
Figuur 4.16 Locatie 1: verhardingen (blauw), nieuwe sloot (groen), gedempte sloot (rood) en compenserende maatregelen / open water (oranje) Locatie turbine 2 Deze turbine ligt in peilgebied 0004 met een vast peil van + 2,50 NAP. De watercompensatie dient in dit peilgebied plaats te vinden. Op deze locatie wordt geen oppervlaktewater gedempt. Het verhard oppervlak op deze locatie bedraagt 2.739 m 2. Dit betekent dat in totaal minimaal 411 m2 waterbergingsruimte in de vorm van wadi’s moet worden gerealiseerd (uitgaande van een waterdiepte van 30 cm) nabij turbine 2. Als alternatief kan bij turbine 2 ook gecompenseerd worden door de aanleg van grindkoffers.
R068362ab.189Y8XR.jwi | versie 25_001 | 29 juli 2022
84
Figuur 4.17 Locatie 2: verhardingen (blauw) en compenserende maatregelen / wadi (oranje) Locatie turbine 3 Deze turbine ligt in peilgebied 1190 met bovenpeil van + 2,70 NAP. De watercompensatie dient in dit peilgebied plaats te vinden. De berging van turbine 3 en een deel van de toegangsweg wordt gerealiseerd door de bestaande tertiaire watergang te verbreden. De verharding wordt onder afschot aangelegd richting de te verbreden watergang. Het verhard oppervlak op deze locatie bedraagt 4.881 m2. Dit betekent in totaal minimaal 732 m2 open water gerealiseerd moet worden nabij turbine 3. Er wordt oppervlaktewater gedempt, namelijk 44 meter sloot van 2,5 meter breed (110 m2 gerekend op maaiveldniveau). Ter compensatie wordt daarvoor 50 meter sloot (van 2,5 meter breed, oftewel 125 m2) nieuw aangelegd. Het noodzakelijk te realiseren open water in verband met de verharding bij turbine 4, wordt ook nabij turbine 3 aangelegd. Het nieuw te realiseren open water heeft daarmee een oppervlak van 1.301 m 2 (732 m2 + 569 m2).
R068362ab.189Y8XR.jwi | versie 25_001 | 29 juli 2022
85
Figuur 4.18 Locatie 3: verhardingen (blauw), nieuwe sloot (groen), gedempte sloot (rood) en compenserende maatregelen / open water (oranje) Locatie turbine 4 Deze turbine ligt in peilgebied 0004 met een vast peil van + 2,50 NAP. De berging van turbine 4 en een deel van de toegangsweg wordt gerealiseerd door de bestaande tertiaire watergang te verbreden. De watercompensatie vindt in naastliggend peilgebied 1190 plaats. De verharding wordt onder afschot aangelegd richting de te verbreden watergang. De nieuw te graven watergang wordt in een vloeiende lijn om de verharding aangelegd. Het verhard oppervlak op deze locatie bedraagt 3.795 m2. Dit betekent in totaal minimaal 569 m2 open water gerealiseerd moet worden nabij turbine 3. Er wordt oppervlaktewater gedempt, namelijk 45 meter sloot van 2,5 meter breed (113 m2 gerekend op maaiveldniveau). Ter compensatie wordt daarvoor 55 meter sloot (van 2,50 meter breed, oftewel 137,5 m2) nieuw aangelegd.
R068362ab.189Y8XR.jwi | versie 25_001 | 29 juli 2022
86
Figuur 4.19 Locatie 4: verhardingen (blauw), nieuwe sloot (groen), gedempte sloot (rood) en compenserende maatregelen / open water (oranje) Waterkeringen en veiligheid Langs de Lek ligt een primaire waterkering, zie figuur 4.20. Voor de waterkering geldt volgens de Keur van het Waterschap een beschermingszone van 50 meter. In het bestemmingsplan is de waterkering tevens aangemerkt met een dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’. Deze grond mag alleen worden gebruikt voor het in stand houden, het beheer, het onderhoud en de verbetering van de waterkering en bijbehorende voorzieningen zoals kunstwerken, dijksloten en andere waterstaatswerken. Op deze manier is de bescherming van de dijk gewaarborgd. Alle windturbines vallen buiten de beschermingszone van de waterkering en de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’. Er wordt ook niet boven of over de beschermingszone heen gedraaid. Daarmee geldt dat het windpark op dit item niet vergunningsplichtig is op basis van het bestemmingsplan. In verband met het voorkomen van schade, als gevolg van wateroverlast, adviseert het waterschap om kwetsbare – en vitale functies verhoogd aan te leggen. Dit geldt voor de toegangsweg (circa 30 cm boven maaiveld) en het te realiseren gebouw (circa 50 cm boven maaiveld). De grond die vrijkomt bij het verbreden van de watergang kan hiervoor worden benut.
R068362ab.189Y8XR.jwi | versie 25_001 | 29 juli 2022
87
Figuur 4.20 Primaire waterkering ter plaatse van de Lekdijk Waterkwaliteit Er vindt met het plan geen vervuiling van het grond- en oppervlaktewater plaats. Bij de realisatie van de turbines en de aanleg van infrastructuur wordt gebruikgemaakt van duurzame bouwmaterialen die niet uitlogen (dus geen zink, koper, lood en PAK's-houdende materialen). Uitspoelen van stoffen, en daarmee veranderingen van de grondwaterkwaliteit, wordt niet verwacht. Als de windturbines eenmaal in werking zijn, dus nadat mogelijke bemalingen tijdens de bouwfase beëindigd zijn, is er geen relatie met het grondwater. Watervergunning Samenvattend is voor de volgende onderdelen een watervergunning aangevraagd: -
het laten toenemen van verhard oppervlak;
-
het graven en dempen van oppervlaktewater;
-
het lozen van hemelwater op het oppervlaktewater;
-
het aanbrengen van dammen met duikers.
Deze watervergunning is inmiddels door het Hoogheemraadschap verleend en onherroepelijk geworden. De bekendmaking van de watervergunning is ook bijgevoegd bij deze ruimtelijke onderbouwing (Bijlage 11 - Bekendmaking verlenen watervergunning - HDSR).
R068362ab.189Y8XR.jwi | versie 25_001 | 29 juli 2022
88
Indien van toepassing wordt er een vergunning aangevraagd voor tijdelijke onttrekkingen van grondwater tijdens bouwwerkzaamheden die vergunningsplichtig zijn. Mocht het nodig zijn wordt er tevens een vergunning aangevraagd voor tijdelijke lozing van bemalingswater op oppervlaktewater. Een watervergunning moet worden aangevraagd indien er onttrekking van meer dan 100m3/uur en/of langer dan een half jaar en/of op meer dan 9 meter diepte plaatsvindt. Indien geen Watervergunning hoeft te worden aangevraagd, kan een melding nodig zijn. 4.6.3
Conclusie
Het aspect waterhuishouding vormt geen belemmering voor het onderhavige plan.
4.7
Flora en fauna
4.7.1
Wettelijk / beleidskader
Bescherming in het kader van de natuurwet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet natuurbescherming (hoofdstuk 2) en het Natuurnetwerk Nederland. Soortenbescherming is geregeld in hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming Natuurgebieden of andere gebieden die belangrijk zijn voor flora en fauna kunnen aangewezen worden als Europese Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden (Natura 2000). De verplichtingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden zijn in Nederland opgenomen in de Wet natuurbescherming. Op grond van deze wet is het verboden projecten te realiseren of handelingen te verrichten die, gelet op de instandhoudingsdoelstelling, de kwaliteit van de natuurlijke habitatten en de habitatten van soorten kunnen verslechteren, of een verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Een andere vorm van gebiedsbescherming komt voort uit aanwijzing van een gebied als Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Voor dergelijke gebieden geldt dat het natuurbelang prioriteit heeft en dat andere activiteiten niet mogen leiden tot frustratie van de natuurdoelen.
Anders dan bij gebieds- en soortenbescherming is de status als Natuurnetwerk Nederland niet verankerd in de Wet natuurbescherming, maar dient het belang in de planologische afweging een rol te spelen. Dit valt onder de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag. Soortenbescherming Soortenbescherming is altijd aan de orde. Hiervoor is hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming bepalend. Soortenbescherming is gericht op het duurzaam in stand houden van soorten in hun natuurlijk leefgebied. Er wordt onderscheid gemaakt tussen internationaal beschermde soorten en nationaal beschermde soorten. Van de nationaal beschermde soorten kan de beschermde status per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen aan (algemeen voorkomende) soorten.
R068362ab.189Y8XR.jwi | versie 25_001 | 29 juli 2022
89
Het beschermingsregime is verschillend voor zowel de internationaal beschermde soorten (vogelen habitatrichtlijn soorten) als de nationaal beschermde soorten. Tevens kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht, zowel voor soorten als hun (beschermde) leefgebied. 4.7.2
Beoordeling
In het kader van de voorgenomen ontwikkeling van Windpark Goyerbrug is door Bureau Waardenburg een onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 14a - Natuurtoets Windpark Goyerbrug Bureau Waardenburg) om de consequenties voor natuur (zoals voor heen en weer vliegende vogels en vleermuizen) te bepalen en deze te beoordelen in het kader van de natuurwetgeving. Uit het onderzoek blijkt het volgende. Gebiedsbescherming Natura-2000 Het plangebied van Windpark Goyerbrug maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Wel liggen er drie Natura 2000-gebieden in de ruime omgeving van het plangebied. De Natura 2000gebieden Kolland & Overlangbroek en Lingegebied & Diefdijk Zuid zijn in de natuurtoets buiten beschouwing gelaten. Lingegebied & Diefdijk Zuid ligt op 8,9 km afstand en is alleen aangewezen op grond van de Habitatrichtlijn. Op een dergelijke afstand is een functionele relatie van de soorten waar het gebied voor is aangewezen, uitgesloten. Het Natura 2000-gebied Kolland & Overlangbroek is alleen aangewezen op grond van de Habitatrichtlijn en ligt op relatief grote afstand, namelijk circa 6,5 km.
Weliswaar wordt in de aanlegfase gebruik gemaakt van vracht- en kraanwagens die stikstof kunnen uitstoten, maar vanwege de tijdelijkheid van de werkzaamheden, afstand tot de Natura 2000-gebieden en het ontbreken van stikstofgevoelige habitattypen in die gebieden, is dergelijke emissie verwaarloosbaar. Dit is ook aangetoond in een berekening van stikstofdepositie van Bureau Waardenburg (zie bijlage 15 - Notitie ‘Berekening stikstofdepositie tijdens aanlegfase Windpark Goyerburg - Bureau Waardenburg). Uit de berekening blijkt dat op alle rekenpunten (in een straal tot 50 km van de aanlegwerkzaamheden) de depositie 0,00 mol N/ha/jaar bedraagt. Verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats in Natura 2000gebieden als gevolg van de aanleg van Windpark Goyerbrug is met zekerheid uit te sluiten. De emissie van stikstof (NH3 en NOx) gedurende de aanlegfase (windturbines en aanrijdroutes) van Windpark Goyerbrug bedraagt 203,1 kg NOx en 7,3 kg NH3. De voorgenomen plannen van Windpark Goyerbrug interfereren op geen enkele manier met de instandhoudingsdoelstellingen in de gebieden Lingegebied & Diefdijk Zuid en Kolland & Overlangbroek en zijn niet verder onderzocht. Het Natura 2000-gebied Rijntakken (deelgebied uiterwaarden Neder-Rijn) ligt op circa 5,8 km afstand (figuur 4.21).
In de natuurtoets is aan bod gekomen welke relatie bestaat tussen het plangebied van Windpark Goyerbrug en het Natura 2000-gebied Rijntakken. Gebleken is dat de realisatie van Windpark Goyerbrug geen effect heeft op broedvogels, niet-broedvogels, habitattypen of soorten van bijlage II van de Habitatrichtlijn waarvoor het Natura 2000-gebied is
R068362ab.189Y8XR.jwi | versie 25_001 | 29 juli 2022
90
aangewezen. De instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden worden niet negatief beïnvloed.
Figuur 4.21 Ligging Windpark Goyerbrug ten opzichte van Natura-2000 gebieden Natuurnetwerk Nederland De fundamenten, de masten en de gondels (machinehuizen) van turbines 1, 2, 3 en 4 liggen alle vier niet in het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Zie figuur 4.22. Turbine 1 en 2 draaien niet over het NNN. Turbines 3 en 4 draaien voor het grootste deel niet over het NNN. Bij sommige windrichtingen (dus een gedeelte van de operationele tijd) kan er bij turbines 3 en 4 wel overdraai van de windturbinebladen boven het NNN plaatsvinden. In het onderzoek van Bureau Waardenburg wordt gesteld dat het plangebied geen deel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland. Er is volgens Bureau Waardenburg geen sprake van ruimtebeslag. Conform de uitspraak van de Raad van State over Windpark Kabeljauwbeek (201702128/1/R6) ligt een plan in een ‘natuurnetwerk’ als er overdraai plaatsvindt over het ‘natuurnetwerk’. In het geval van Windpark Kabeljauwbeek betrof dit het Natuur Netwerk Brabant. Omdat er bij Windpark Goyerbrug overdraai plaatsvindt boven het NNN bij windturbines 3 en 4, ligt het windpark in het Natuurnetwerk Nederland.
R068362ab.189Y8XR.jwi | versie 25_001 | 29 juli 2022
91
Figuur 4.22 Ligging Windpark Goyerbrug ten opzichte van Natuurnetwerk Nederland De overdraai van turbines 3 en 4 is beperkt omdat de masten van deze turbines op redelijke afstand (circa 35 meter) van het Natuurnetwerk Nederland staan. In een worst-case situatie is (afhankelijk van het turbinetype) de overdraai van het turbineblad over het NNN circa 31 tot 40 meter. De overdraai van turbines 3 en 4 vindt op grote hoogte boven het NNN plaats. De tiplaagte (dus het laagste punt dat een turbineblad over het NNN kan draaien), is afhankelijk van het windturbinetype circa 90 tot 100 meter12 (zie ook figuur 4.23).
12
12
Er is ook nog een theoretische worst-case tiplaagte boven het NNN. Deze tiplaagte gaat uit van een niet bestaande
windturbine waarbij de laagst vergunbare ashoogte en de grootste vergunbare rotordiameter in combinatie zijn onderzocht. Deze theoretisch kleinst mogelijke tiplaagte boven het NNN (van een niet bestaande turbine) bedraagt 79 meter.
R068362ab.189Y8XR.jwi | versie 25_001 | 29 juli 2022
92
Deze worst-case overdraai vindt (afhankelijk van het turbinetype) plaats op 145 tot 166 meter hoogte boven het NNN (zie ook figuur 4.24).
Figuur 4.23 Worst case overdraai turbine 3 en 4 over Natuurnetwerk Nederland (NNN) op 145 tot 166 meter hoogte
Figuur 4.24 Worst case overdraai over Natuurnetwerk Nederland (NNN)
R068362ab.189Y8XR.jwi | versie 25_001 | 29 juli 2022
93
Een grotere afstand dan circa 35 meter tot het NNN is niet wenselijk omdat de windturbines dan dichter bij de woningen van derden aan de zuidkant van het windpark komen te staan. Om aan de normen voor geluid en slagschaduw te voldoen, moeten in dat geval de windturbines verder worden teruggeregeld in vermogen. Dit heeft consequenties voor de productie van duurzame energie. Die productie is namelijk lager. En daarmee heeft een grotere afstand dan circa 35 meter tot het NNN consequenties voor de duurzame doelstellingen van de verschillende overheden. In artikel 6.3 van de Interim Omgevingsverordening staat dat binnen het NNN geen ontwikkelingen toegestaan worden die leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden (zie paragraaf 3.2.4 van deze ruimtelijke onderbouwing). Windpark Goyerbrug zorgt niet voor een significante aantasting van de kenmerken en waarden. Bureau Waardenburg stelt in hun onderzoek het volgende: ‘’Het gebied is aangewezen voor de beheertypen N16.03 Droog bos met productie en N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. Tot de doelsoorten van N16.03 behoren diverse soorten bosvogels; voor N12.02 zijn geen vogelsoorten als doelsoorten aangewezen.
Verstoring als gevolg van de aanwezigheid van de turbine op enkele tientallen meters afstand of overdraai van de turbines op meer dan 65 m hoogte boven het gebied leidt niet tot verstoring van vogels of andere doelsoorten in het Natuurnetwerk Nederland. De doelsoorten bevinden zich besloten habitat en zijn bovendien niet of nauwelijks verstoringsgevoelig.’’. Tevens zijn in Natuurtoets de mogelijke effecten van overdraai over het NNN behandeld. Hierin is door Bureau Waardenburg beargumenteerd dat overdraai geen effecten heeft op de kwaliteit van het NNN omdat doelsoorten niet verstoord worden. De invloed van geluid is niet van betekenis op de kwaliteit van het NNN. Tot de doelsoorten van N16.03 behoren diverse soorten bosvogels. Voor N12.02 zijn geen doelsoorten vogels vastgesteld 13. Voor de doelsoorten vogels van N16.03 zijn uit de literatuur geen aanwijzingen dat verstoring door geluid van windturbines kan plaatsvinden. Van sommige bosvogels (die tot de kwalificerende soorten van N16.03 behoren) zijn grenswaarden vastgesteld maar die liggen beduidend hoger dan de 50 dB(A) die veel windturbines op een afstand van 100 m produceren. Zoals op onderstaande figuur aangegeven is er geen ruimtebeslag binnen het NNN. Opgemerkt wordt dat de mate van verstoring is bepaald is op basis van empirische data uit de literatuur.
De beschouwing van de verstoringafstanden tot het NNN zijn een optelsom zijn van verschillende factoren, waaronder slagschaduw. Ook slagschaduw is dus in de beoordeling betrokken. Effecten op de kwaliteit op het NNN als gevolg van trillingen zijn tevens op voorhand uitgesloten. Conform de ontheffing Wnb dienen aanlegwerkzaamheden buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd of het terrein moet voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt te worden gemaakt voor broedvogels. Verstoring of vernietiging van broedgevallen dient te allen tijde voorkomen te worden (voorschrift 11 ontheffing Wnb). Een ontheffingsaanvraag voor trillingseffecten op het NNN (met bijbehorende kwalificerende broedvogels) is dus niet nodig want vanuit de Wet natuurbescherming worden reeds preventieve maatregelen genomen die effecten op broedvogels voorkomen.
13
https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/index-natuur-en-landschap/natuurtypen/
R068362ab.189Y8XR.jwi | versie 25_001 | 29 juli 2022
94
Figuur 4.25 Ingezoomd beeld van de begrenzing en beheertypen Natuurnetwerk Nederland (NNN) nabij turbineposities. NNN-gebieden ten noorden van het kanaal en langs de Lek (zuidzijde kaart) zijn uit het figuur weggelaten, maar zijn wel zichtbaar op figuur 4.22. Bron: Natuurbeheerplan Utrecht 2019. De ontwikkeling van Windpark Goyerbrug is hiermee in lijn met de Interim Omgevingsverordening (artikel 6.3 Natuurnetwerk Nederland). Beschermde soorten Sterfte vogels Het gebruik van Windpark Goyerbrug kan leiden tot sterfte van vogels door aanvaring. Dit kan gezien worden als overtreding van verbodsbepalingen genoemd in Wnb art. 3.1 lid 1. De sterfte blijft beneden de 1%-mortaliteitsnorm van de 81 betrokken soorten. Voor geen van de 81 betrokken vogelsoorten wordt de gunstige staat van instandhouding aangetast. Sterfte vleermuizen Tijdens de exploitatie van het windpark is meer dan incidentele sterfte te verwachten bij gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis en laatvlieger. Dit is een overtreding van art. 3.5.1 Wnb. Indien de meest westelijke windturbine en de meest oostelijke windturbine worden
R068362ab.189Y8XR.jwi | versie 25_001 | 29 juli 2022
95
uitgerust met een stilstandvoorziening, blijft de sterfte beneden de 1%-mortaliteitsnorm voor alle vier betrokken soorten. Overige flora en fauna In de omgeving van de geplande windturbines van Windpark Goyerbrug zijn geen andere beschermde soorten aanwezig die negatieve effecten kunnen ondervinden van de aanleg en het gebruik van het geplande windpark. Er is geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. 4.7.3
Conclusie
Er zijn enkele gevolgen te verwachten in de vorm van sterfte van dieren door de ontwikkeling. Voor verschillende soorten vogels wordt binnen de gebruiksfase van het windpark Goyerbrug (incidentele) sterfte voorzien. De sterfte blijft echter beneden de 1%-mortaliteitsnorm van de betrokken soorten waarmee er geen sprake is van belangrijke negatieve effecten. Effecten op de gunstige staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis en laatvlieger zijn als gevolg van het windpark eveneens niet in het geding omdat er mitigerende maatregelen worden getroffen, in de vorm van een stilstandvoorziening. Voor Windpark Goyerbrug is op 15 juni 2018 een ontheffing Wet natuurbescherming aangevraagd voor het (voorwaardelijk) opzettelijk doden van vogels en vleermuizen. De benodigde ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming kan worden verleend omdat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is en ook aan de overige voorwaarden voor verlening van de ontheffing wordt voldaan. Op 14 december 2018 is door Provincie Utrecht dan ook besloten om – onder het opleggen van voorschriften - ontheffing te verlenen van de verbodsbepalingen genoemd in artikel 3.1, eerste lid van de Wet natuurbescherming voor zover dit betreft het opzettelijk doden van vogels en vleermuizen.
De beschikking van dit besluit is bijgevoegd als bijlage 14b - Beschikking ontheffing Wnb - Gedeputeerde Staten. Met het opnemen van voorschriften in de ontheffing op grond van de Wnb is geborgd dat de gunstige staat van instandhouding van de in de ontheffing genoemde vogels en vleermuissoorten niet in het geding is. In het algemeen kan worden gesteld dat de opwarming van de aarde ook grote gevolgen heeft voor dieren. Windenergie levert door een bijdrage aan het verminderen van CO2-uitstoot een positieve bijdrage aan het beperken van de opwarming van de aarde. Daarom is bijvoorbeeld ook de Vogelbescherming voorstander van windenergie.14 Wel vindt de Vogelbescherming dat windmolens geplaatst moeten worden buiten de belangrijkste vogelgebieden en –trekroutes en met inachtneming van de wettelijke bescherming (geen belangrijke negatieve effecten op vogelpopulaties). Dit is in lijn met de – onder voorwaarden – verleende ontheffing op grond van de Wnb voor Windpark Goyerbrug. Alles overwegende is de conclusie van dat de Wet natuurbescherming vergunningverlening niet in de weg staat.
14
zie ook: https://www.vogelbescherming.nl/over-ons/standpunten/standpunt-windenergie
R068362ab.189Y8XR.jwi | versie 25_001 | 29 juli 2022
96
De Wnb-ontheffing is inmiddels onherroepelijk geworden door de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 4 augustus 2021. Daarmee zijn er definitief geen belemmeringen vanuit de Wet natuurbescherming voor de realisatie van Windpark Goyerbrug. Voor de overige flora en fauna is geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen en ook de instandhoudingsdoelstellingen van Natura-2000 worden niet negatief beïnvloed. Het aspect flora en fauna zorgt niet voor belemmeringen voor het plan.
4.8
Archeologie en cultuurhistorie
4.8.1
Wettelijk / beleidskader
Archeologie De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor het behoud en beheer van cultureel erfgoed en archeologie in Nederland (voorheen de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (2007) en het Verdrag van Malta (1998)). Uitgangspunt van het verdrag is het archeologisch erfgoed zoveel mogelijk ter plekke te bewaren en beheermaatregelen te nemen om dit te bewerkstelligen. Het archeologische erfgoed bestaat uit voorwerpen, structuren, landschappelijkeen infrastructurele elementen die in de bodem bewaard zijn gebleven. Dit bodemarchief levert een bijdrage aan de cultuurhistorie van de stad en maakt de beleving van het verleden bovendien tastbaar. Om het bodemarchief beter te beschermen is het sindsdien verplicht om de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden te beoordelen. Als behoud in de bodem geen optie is, dan worden archeologische resten opgegraven. De initiatiefnemer van een ruimtelijk plan dat bodemverstoring tot gevolg heeft, is verantwoordelijk voor de planologische en financiële inpassing van het archeologisch onderzoek. Een bouwplan dient te voorzien in maatregelen om archeologische overblijfselen volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie te documenteren en de informatie en vondsten te behouden.