CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Motivering lokale milieunormen d.d. 30 juni 2022 van Pondera

Gemeenteraad 22 september 2022, gemeente HoutenBij agendapunt: Windpark Goyerbrug Ontwerp vergunning en Verklaring van geen bedenkingen11.094 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

mate van zelfredzaamheid van de bewoners van deze woningen wordt een beschermingsniveau van PR10-05 daarmee als voldoende beschouwd. Hieruit kan worden geconstateerd dat het toepassen van risicocriteria PR10 -5 en PR10-6 (zoals ook in het Activiteitenbesluit was opgenomen) bij de windturbines van windpark Goyerbrug een maatschappelijk geaccepteerd risico oplevert. Deze waarden worden daarom geschikt geacht als norm. In principe is het opnemen van een norm voor kwetsbare objecten strikt genomen voor windpark Goyerbrug niet benodigd, aangezien deze objecten niet aanwezig zijn binnen de invloedsfeer van de windturbines. Om ongewenste situaties in de toekomst als gevolg van andere ruimtelijke ontwikkelingen te voorkomen en voor alle betrokkenen duidelijkheid te verschaffen wordt wel aanbevolen om de normen uit het Activiteitenbesluit artikel 3.15a lid 1 en 2 over te nemen in de voorschriften. Dit betekent concreet een norm van maximaal PR10-6 voor kwetsbare objecten en maximaal PR10-5 voor beperkt kwetsbare objecten.

718153 | Motivering lokale milieunormen windpark Goyerbrug | v1.0 | 30-6-2022 Pagina 23

4 Conclusie Op basis van de in hoofdstuk 2 en 3 beschreven nadere toelichting en onderbouwing worden hieronder de ruimtelijk aanvaardbare normen voor windpark Goyerbrug samengevat. Op basis van de lokale specifieke situatie en gevolgen van het windpark adviseren wij om deze normen vast te leggen in de omgevingsvergunning als vergunningvoorschriften voor het onderdeel ruimtelijke ordening. Deze normen zijn voor geluid en slagschaduw vergelijkbaar met of strenger dan de huidige normen opgenomen in het Activiteitenbesluit. Met de voorgestelde normen is sprake van een ruimtelijk aanvaardbaar project en is de bescherming van het milieu voldoende geborgd.

Geluid We adviseren om een geluidnorm te hanteren van 47 dB Lden en 41 dB Lnight. Hiermee wordt recht gedaan aan de bescherming van de omgeving enerzijds en het belang van opwekking duurzame elektriciteit met windturbines anderzijds. Het voorschrijven van een nachtnorm in de vorm van 41 dB L night is praktisch gezien niet nodig omdat bij het voldoen aan 47 dB Lden windturbines in Nederland ook aan 41 dB Lnight voldoen en eventuele geluidvoorzieningen als eerste in de nachtperiode worden toegepast. Ter bescherming van het nachtelijk geluidniveau wordt geadviseerd deze echter alsnog voor te schrijven. Verder wordt geadviseerd om voorschriften op te nemen die betrekking hebben op de handhaving; een voorschrift waarin na realisatie van de windturbines één of meerdere controlemetingen worden uitgevoerd om te verifiëren dat de geluidberekeningen op juiste gegevens zijn gebaseerd en een voorschrift waarin wordt opgenomen dat de drijver van de inrichting voor tenminste 5 jaar de emissieterm L E registreert en kan overhandigen aan het bevoegd gezag. Dit leidt tot de volgende voorschriften: •

De windturbines van Windpark Goyerbrug voldoen ten behoeve van het voorkomen of beperken van geluidhinder aan de norm van ten hoogste 47 dB Lden en aan de norm van ten hoogste 41 dB Lnight op de gevel van geluidgevoelige objecten;

•

Uiterlijk 8 weken voorafgaand aan de bouw van de windturbines wordt middels een melding kenbaar gemaakt welke windturbines worden gebouwd en wordt een nieuw akoestisch onderzoek conform de gestelde eisen in artikel 3.14a Activiteitenregeling milieubeheer waarin ook wordt aangetoond hoe er aan de gestelde geluidnorm kan worden voldaan.

Voor de woningen in de sfeer van de inrichting aan de en e Schalkwijk kan, vanuit juridisch oogpunt, overwogen worden om aanvullend eigen geluidnorm (immissienorm) voor te schrijven. Op deze manier kan aanvullend een aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden geborgd ter plaatse van de woningen door het vastleggen van de maximale geluidbelasting. Deze specifieke geluidnorm mag hoger zijn dan bij woningen van derden, gezien de betrokkenheid die de eigenaren en bewoners kennen bij het windpark. •

De windturbines van Windpark Goyerbrug voldoen ten behoeve van het voorkomen of beperken van geluidhinder aan de norm van ten hoogste 53 dB Lden en aan de norm van ten hoogste 46 dB Lnight op de gevel van de molenaarswoning aan de

e Schalkwijk;

718153 | Motivering lokale milieunormen windpark Goyerbrug | v1.0 | 30-6-2022 Pagina 24

•

De windturbines van Windpark Goyerbrug voldoen ten behoeve van het voorkomen of beperken van geluidhinder aan de norm van ten hoogste 51 dB Lden en aan de norm van ten hoogste 45 dB Lnight op de gevel van de molenaarswoning aan de

te Schalkwijk.

De voorschriften die betrekking hebben op de handhaving luiden als volgt: •

Binnen drie maanden na ingebruikname van de windturbines wordt via een meting, als bedoeld in artikel 3.15 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, de bronsterkte van één of meerdere van de windturbines bepaald. Doel van deze meting is om te beoordelen of het bronvermogen van de relevante operationele modi overeenkomt met de waarden die zijn gebruikt in het akoestisch onderzoek van het definitieve windturbinetype. Hierbij wordt de methode, bedoeld in paragraaf 2.6 van bijlage 4 bij de Activiteitenregeling milieubeheer toegepast. Het resultaat van de meting wordt ter beschikking gesteld aan het bevoegd gezag.

•

De drijver van de inrichting registreert de volgende gegevens en bewaart deze 5 kalenderjaren na dagtekening en stelt deze indien nodig beschikbaar: o

De emissieterm LE, bedoeld in onderdeel 3.4.1 van het Reken- en meetvoorschrift windturbines (bijlage 4 van Activiteitenregeling milieubeheer), gebaseerd op de effectieve werking gedurende het afgelopen kalenderjaar, en

o

De voor de duur van een handhavingsmeting als bedoeld in paragraaf 2.6 van het Reken- en meetvoorschrift windturbines (bijlage 4 van Activiteitenregeling milieubeheer) benodigde gegevens ter bepaling van de windsnelheid op ashoogte

Slagschaduw De initiatiefnemer heeft een norm voor slagschaduw aangevraagd waarbij jaarlijks maximaal 14 uur en dagelijks maximaal 20 minuten aan slagschaduw bij slagschaduwgevoelige objecten mag worden veroorzaakt, welke wordt gereguleerd door het toepassen van een stilstandvoorziening. Het hanteren van deze norm voor slagschaduw, voorkomt ernstige hinder door slagschaduw en wordt daarmee aanvaardbaar geacht ter bescherming van het milieu31. Zoals ook wordt beschreven in paragraaf 3.3 kan een strengere normstelling in jaarlijkse blootstellingsduur het aantal dagen waarop 20 minuten slagschaduw op kan treden beperken tegen een relatief laag opbrengstverlies. De exacte waarde voor de jaarlijkse blootstellingsduur is daarom nog niet ingevuld. Afhankelijk van wat het bevoegd gezag toepasselijk vindt kan hier een waarde van 14 uur of lager worden ingevuld. Naast het voorschrift waarin deze norm wordt beschreven worden er twee regels aan toegevoegd die handhaving en controle vereenvoudigen. Er wordt geen nadere norm opgenomen voor overige objecten (gezondheidszorgfunctie, logiesfunctie, bijeenkomstfunctie, kantoorfunctie), omdat de daar optredende slagschaduwduur relatief gering is. Dit leidt tot het volgende voorschrift: •

Ten behoeve van het voorkomen of beperken van slagschaduw en lichtschittering dient de windturbine te worden voorzien van een automatische stilstandvoorziening die de windturbine afschakelt indien slagschaduw optreedt ter plaatse van gevoelige objecten voor zover de afstand tussen de windturbine en de gevoelige objecten minder dan 1913 meter bedraagt en voor zover zich in de door de slagschaduw getroffen uitwendige scheidingsconstructie van gevoelige

31

De aangehaalde wetenschappelijke onderzoeken bevelen aan niet meer dan 15 uur slagschaduw per jaar en 20 minuten op een dag te veroorzaken. Boven deze waardes geven de testpersonen aan dat zij ernstige hinder ondervinden. Wel is het mogelijk dat er alsnog beperkte hinder wordt ondervonden bij de optredende slagschaduwduren.

718153 | Motivering lokale milieunormen windpark Goyerbrug | v1.0 | 30-6-2022 Pagina 25

gebouwen of woonwagens ramen bevinden en de blootstellingsduur hoger is dan xx uur per jaar en/of 20 minuten per dag. De rotor kan nog slagschaduw veroorzaken direct na het afschakelen, wanneer de rotor uitdraait en nog tijd nodig heeft om stil te staan. Het stellen van een hogere norm voor slagschaduw ter plaatse van de woningen in de sfeer van de inrichting kan, net als voor geluid, ook overwogen worden. De voorschriften zouden in dat geval als volgt kunnen luiden: •

Ten behoeve van het voorkomen of beperken van slagschaduw en lichtschittering dient de windturbine te worden voorzien van een automatische stilstandvoorziening die de windturbine afschakelt indien slagschaduw optreedt ter plaatse van

n voor zover zich

in de door de slagschaduw getroffen uitwendige scheidingsconstructie van gevoelige gebouwen of woonwagens ramen bevinden en de blootstellingsduur hoger is dan gemiddeld 24 uur per jaar. De rotor kan nog slagschaduw veroorzaken direct na het afschakelen, wanneer de rotor uitdraait en nog tijd nodig heeft om stil te staan. •

Ten behoeve van het voorkomen of beperken van slagschaduw en lichtschittering dient de windturbine te worden voorzien van een automatische stilstandvoorziening die de windturbine afschakelt indien slagschaduw optreedt ter plaatse van

en voor zover zich in de door

de slagschaduw getroffen uitwendige scheidingsconstructie van gevoelige gebouwen of woonwagens ramen bevinden en de blootstellingsduur hoger is dan gemiddeld 15 uur per jaar. De rotor kan nog slagschaduw veroorzaken direct na het afschakelen, wanneer de rotor uitdraait en nog tijd nodig heeft om stil te staan. Ten behoeve van de handhaving en controle worden de volgende voorschriften toegevoegd: •

De initiatiefnemer overlegt voorafgaand aan de start van de bouw van de windturbines een stilstandkalender, waarin wordt aangegeven welke stilstandstijden worden geprogrammeerd om aan de normstelling te voldoen, of installeert een systeem dat actief slagschaduw monitort en de windturbine afschakelt bij optredende slagschaduw op een slagschaduwgevoelig object. Indien gekozen wordt voor de tweede optie wordt dit systeem ter goedkeuring aan het bevoegd gezag voorgelegd en moet de werking ervan jaarlijks gecontroleerd worden.

•

Tot slot wordt jaarlijks achteraf een overzicht overlegd waarin de dagen en tijden waarop de windturbine is uitgeschakeld ter voorkoming van slagschaduw zijn opgenomen.

Externe veiligheid De norm voor externe veiligheid van windturbines van PR10-5 voor beperkt kwetsbare objecten en PR10-6 voor kwetsbare objecten is aanvaardbaar ter bescherming van het milieu omdat er sprake is van een risico dat aanmerkelijk lager ligt dan andere algemeen aanvaarde maatschappelijke risico's en dat gelijk is aan andere risicobronnen van externe veiligheid. Deze norm is gelijk aan het Activiteitenbesluit artikel 3.15a lid 1 en 2 en luidt als volgt:

•

Het plaatsgebonden risico voor een buiten de inrichting gelegen kwetsbaar object, veroorzaakt door een of meer windturbines van windpark Goyerbrug, is niet hoger dan 1*10-6 per jaar;

•

Het plaatsgebonden risico voor een buiten de inrichting gelegen beperkt kwetsbaar object, veroorzaakt door een of meer windturbines van windpark Goyerbrug, is niet hoger dan 1*10-5 per jaar.

718153 | Motivering lokale milieunormen windpark Goyerbrug | v1.0 | 30-6-2022 Pagina 26

Voor de definitie van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten wordt aangesloten bij de definitie uit artikel 1 lid 1b en artikel 1 lid 1l uit het Bevi.

Overige normen Voor de volledigheid wordt een aantal overige voorschriften ten aanzien van het in gebruik nemen en hebben van windturbines uit de windturbinebepalingen toegevoegd aan de omgevingsvergunning. Deze voorschriften zijn overgenomen uit het Activiteitenbesluit en -regeling. •

De windturbines worden ten minste eenmaal per kalenderjaar beoordeeld op de noodzakelijke

•

beveiligingen, onderhoud en reparaties door een deskundige op het gebied van windturbines. Ten behoeve van het voorkomen of beperken van slagschaduw en lichtschittering wordt lichtschittering bij het in werking hebben van de windturbines zoveel mogelijk voorkomen of beperkt door toepassing van niet reflecterende materialen of coatinglagen op de betreffende

•

onderdelen. Ten behoeve van het voorkomen van risico’s voor de omgeving en ongewone voorvallen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de risico’s voor de omgeving en de kans dat ongewone voorvallen zich voordoen en de gevolgen hiervan voldoen de windturbines van Windpark Goyerbrug aan de veiligheidseisen opgenomen in NEN-EN-IEC 61400-1, NEN-ENIEC 61400-2 en NEN-EN-IEC 61400-3.

Reken- en meetmethodieken Voor de volledigheid zou ook de handhavings- en rekenmethodiek voor geluid en externe veiligheid van windturbines kunnen worden opgenomen in de vergunningvoorschriften. Inhoudelijk zijn deze voor geluid gelijkluidend aan Bijlage 4 bij de Activiteitenregeling. Voor het berekenen van het plaatsgebonden risico wordt gebruik gemaakt van het door het RIVM opgestelde Rekenvoorschrift Omgevingsveiligheid Module IV – Windturbines. Dit rekenvoorschrift bevat de meest actuele en recente rekenmethoden om het plaatsgebonden risico rondom een windturbine te bepalen. Voor slagschaduw is geen reken- en meetvoorschrift beschikbaar maar zijn de belangrijkste uitgangspunten (invloedsafstand, minimale zonhoogte en minimale stralingsintensiteit) beschreven in de diverse rapportages van LBP Sight en maken in die hoedanigheid uit van de overweging.

718153 | Motivering lokale milieunormen windpark Goyerbrug | v1.0 | 30-6-2022 Pagina 27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=247f6038-ba1f-4788-91ce-faf48d347348