Bijlage 4 - Motivering lokale milieunormen d.d. 30 juni 2022 van Pondera
Tekst van het document
Memo Betreft
Datum
Motivering lokale milieunormen windpark Goyerbrug
30-6-2022
Aan
Project nummer
Gemeente Houten
718153
Van
Versie nummer v1.0
1 Achtergrond 1.1
Windpark Goyerbrug Initiatief Windpark Goyerbrug is een initiatief van Windpark Goyerbrug BV en is beoogd tussen Houten en Wijk bij Duurstede, aan de zuidzijde van het Amsterdam-Rijkanaal. Doel van de initiatiefnemer is om hier vier windturbines te realiseren met een ashoogte van maximaal 166 meter en een rotordiameter van maximaal 150 meter. De tiphoogte van de twee windturbines bedraagt maximaal 241 meter. Figuur 1.1 Windpark Goyerbrug
Bron: LBP Sight, 2022
Proces tot nu toe Het gebied in en rond het huidige plangebied is in 2001 al door de gemeente aangewezen als een gebied die onder voorwaarden geschikt zou zijn voor windenergie. Eventuele realisatie zou mogelijk zijn na evaluatie van een ander windpark in Houten. Na een lange stilte is eind 2018 een aanmeldnotitie m.e.r.beoordeling ingediend bij gemeente Houten en in 2019 een aanvraag omgevingsvergunning. De verleende omgevingsvergunning is echter in 2021 vernietigd door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de
718153 | Motivering lokale milieunormen windpark Goyerbrug | v1.0 | 30-6-2022 Pagina 1
Raad van State als gevolg van de uitspraak die op 30 juni waardoor, uiteindelijk, door gemeente Houten is besloten dat zij zelf de aanvraag opnieuw gaat beoordelen en een nieuw besluit gaat nemen.
1.2
Uitspraak Raad van State 30 juni 2021 en gevolgen De uitspraak Op 30 juni 2021 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de ABRvS) een uitspraak gedaan in de zaak Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding (DZU) over - samengevat - de vraag of voor het vastleggen van milieunormen voor windturbines in het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer een plan-MER-plicht bestaat op grond van de Europese SMB-richtlijn. De Afdeling is in die uitspraak tot het oordeel gekomen dat op grond van het Europese recht inderdaad een dergelijke beoordeling moet worden gemaakt van de gevolgen voor het milieu. Die beoordeling zal in eerste instantie door het Rijk worden opgesteld. Totdat die beoordeling is gemaakt mogen de algemene normen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling niet zonder meer worden gebruikt bij de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een nieuw windpark vanuit het oogpunt van de bescherming van het milieu. Een windpark bestaat uit minimaal drie windturbines 1. De ABRvS geeft echter ook aan dat in de tussentijd het bevoegd gezag bij het beoordelen van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een windplan voor een concreet project eigen normen kan stellen ter vervanging van de normstelling uit het Activiteitenbesluit en de -regeling2.
Voor de besluitvorming geldt dat de te hanteren normen moeten worden voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering.
Gevolgen windpark Goyerbrug Het project Windpark Goyerbrug bestaat uit vier windturbines. Als zodanig voldoet dit project dus aan de definitie van een windpark (minimaal drie windturbines) 3, waarmee de uitspraak van 30 juni jl. rechtstreeks van toepassing is op dit project en de normen uit het Activiteitenbesluit niet rechtstreeks toepasbaar zijn. Door de initiatiefnemer is inzichtelijk gemaakt wat de effecten van diverse normen zijn op het gebied van geluid, slagschaduw en externe veiligheid en is gemotiveerd waarom een bepaalde norm voor dit project goed toepasbaar is. De locatie- en projectspecifieke normen worden als voorschriften verbonden aan de Omgevingsvergunning. Hierbij is gezocht naar normen die leiden tot zoveel mogelijk energieopbrengst en zo weinig mogelijk hinder voor omwonenden. Deze notitie geeft de overwegingen aan en doet een voorstel op basis waarvan het college haar voornemen voor lokale normen aan de raad kan voorleggen.
1
Volgens de definitie in het Besluit op de milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is sprake van een windpark als de opstelling bestaat uit ten minste drie windturbines: zie 18.1 van de uitspraak ECLI:NL:RVS:2021:1395 en de definitie ‘windturbinepark’ in bijlage A, artikel 1, bij het Besluit milieueffectrapportage. 2 Overweging 65 uit de uitspraak ECLI:NL:RVS:2021:1395 3 https://www.infomil.nl/onderwerpen/integrale/uitspraak-raad-state/gevolgen-raad-state-uitspraakwindturbineparken/uitspraak-raad-state/
718153 | Motivering lokale milieunormen windpark Goyerbrug | v1.0 | 30-6-2022 Pagina 2
2 De situatie 2.1
Uitgevoerde onderzoeken Voor windpark Goyerbrug zijn ten behoeve van de vergunningaanvraag en ruimtelijke onderbouwing reeds milieuonderzoeken uitgevoerd om de gevolgen van het windpark voor de omgeving inzichtelijk te maken. Deze onderzoeken zijn ingediend bij de vergunningaanvraag. Het betreft de volgende documenten en onderzoeken: •
LBP Sight, Toelichting omgevingsvergunning Windpark Goyerbrug in Houten, Onderdeel bouwen en Beperkte Milieutoets, kenmerk R068362ab.18AKCNR.jwi, versie 10_001, datum 9-6-2022 [1]
•
LBP Sight, Windpark Goyerbrug Gemeente Houten, Ruimtelijke onderbouwing, kenmerk R068362ab.189Y8XR.jwi, versie 24_001, datum 9-6-2022 [2]
•
LBP Sight, Windpark Goyerbrug Bijlage bij rapport R068362ab.189Y8XR, Geluid en slagschaduw - Nevele arrest, kenmerk R068362ab.21BT997.dv, versie 08_001, datum 9-6-2022 [3]
•
LBP Sight, Windpark Goyerbrug Bijlage bij rapport R068362ab.189Y8XR, Nadere onderbouwing gekozen windturbinenormen, kenmerk R068362ab.226NRPJ.wve, versie 04_001, datum 9-62022 [4]
•
LBP Sight, Windpark Goyerbrug, Onderzoek externe veiligheidsrisico’s, kenmerk R068362ab.18D56CH.cvg, datum 11-1-2019 [5]
•
AVIV, Onderzoek normen externe veiligheid windpark Goyerbrug, kenmerk 224894, versie 3.0, datum 9-5-2022 [6]
2.2
Geluid Huidige situatie In de huidige situatie staan er geen windturbines op de locatie. Er is sprake van een landelijke omgeving, met enig wegverkeerslawaai en scheepvaartlawaai. Het heersende achtergrondgeluid in deze omgeving verschilt afhankelijk van de locatie binnen het gebied, maar ligt tussen de 37-60 dB Lcum ter plaatse van de nabijgelegen woningen (zie figuur 2.1, scheepvaartlawaai is hierin niet meegenomen)4. Voornaamste bron is het aanwezige wegverkeersgeluid van de lokale wegen.
4
Zie: LBP Sight, Geluid en slagschaduw - Nevele arrest, kenmerk R068362ab.21BT997.dv, versie 08_001, datum 9-62022, tabel 4.2.
718153 | Motivering lokale milieunormen windpark Goyerbrug | v1.0 | 30-6-2022 Pagina 3
Figuur 2.1 Huidige cumulatieve geluidbelasting omgeving
Bron: Atlas voor de leefomgeving, 2022
Toevoeging geluid door windpark Goyerbrug De vier windturbines van windpark Goyerbrug veroorzaken een additionele geluidbelasting op de omgeving. Afhankelijk van de locatie van de ontvanger verschilt dit. In de rapportage [4] is voor alle woningen binnen de invloedsafstand van het windpark5 inzichtelijk gemaakt welke geluidbelasting kan worden verwacht als gevolg van het realiseren van het windpark. Omdat het exacte type windturbine nog niet bekend is, is in de onderzoeken met diverse windturbines binnen de bandbreedte gerekend. In de worst case situatie (een hoge windturbine met een relatief hoge geluidemissie), geldt dat er 96 woningen binnen de 37 dB Lden-contour zijn gelegen, inclusief 2 woningen behorende bij de sfeer van de inrichting. In onderstaande tabel zijn de resultaten samengevat: Tabel 2.1 Geluidbelasting a.g.v. windpark Goyerbrug, luidste onderzochte windturbine, exclusief woningen in de sfeer van de inrichting, geen geluidvoorzieningen
Geluidbelasting op de gevel als
Aantal woningen
gevolg van windturbines (Lden)
Percentage van het totaal aantal woningen binnen invloed van het windpark
> 47 dB (max 50 dB*)
5
5,3 %
46 – 47 dB
6
6,4 %
42 – 45 dB
16
17,0 %
37 – 41 dB
67
71,3 %
*: ter plaatse van woningen van derden
De hoogst optredende geluidbelasting (zonder maatregelen) bij een woning van derden als gevolg van de windturbines is 50 dB Lden en 44 dB Lnight. Dit is de ‘worst case’ situatie. 5
Invloedsafstand geluid: gelegen binnen de 37 dB Lden-contour zonder toepassing van geluidvoorzieningen
718153 | Motivering lokale milieunormen windpark Goyerbrug | v1.0 | 30-6-2022 Pagina 4
In onderstaande figuur zijn geluidcontouren als gevolg van het windpark opgenomen, afkomstig uit het onderzoek geluid en slagschaduw – Nevele arrest [3]. Figuur 2.2 Geluidcontouren Nordex N131 – 145m ashoogte:
Bron: LBP Sight, 2022 [3]
In de rapportages is ook beoordeeld welke hinder te verwachten is voor de omgeving. Hierbij is gebruik gemaakt van dosis-effectrelaties. Dit wil zeggen: hoe groot is het effect bij verschillende geluidsniveaus. Wanneer geen beperkende geluidsnorm wordt opgenomen ligt het verwachte totale aantal ernstig gehinderden als gevolg van het windturbinegeluid van Windpark Goyerbrug tussen de 4,5 en 6,3, afhankelijk van de turbinekeuze. Woningen in de sfeer van de inrichting Er zijn twee woning aangemerkt als woning in de sfeer van de inrichting. In de ruimtelijke onderbouwing [1] wordt gesteld dat “met de eigenaren van de betreffende gronden en woningen … afspraken [zijn] gemaakt die voldoen aan de criteria zoals die door de Raad van State volgens vaste jurisprudentie worden gehanteerd voor de technische, organisatorische en functionele binding”. Als gevolg hiervan worden de woningen aan de Zuwedijk 6 en Beusichemseweg 146 beschouwd als woning ‘in de sfeer van de inrichting’. Dit betekent concreet dat deze woning niet getoetst hoeft te worden aan de milieuregels, omdat de eigenaar een andere bescherming verdient tegen milieugevolgen die hij zelf (mede) veroorzaakt. Tegelijkertijd moet wel sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse aangezien er nog steeds sprake is van een woonbestemming.
Het optredende geluidniveau ter plaatse van deze woningen als gevolg van de windturbines bedraagt maximaal Lden 53 dB, Lnight 46 dB.
718153 | Motivering lokale milieunormen windpark Goyerbrug | v1.0 | 30-6-2022 Pagina 5
Gevolgen geluid Door de initiatiefnemer is een norm aangevraagd van 47 dB Lden en 41 dB Lnight ter plaatse van geluidgevoelige objecten voor WP Goyerbrug. In het geval van het luidste windturbinetype betekent dit dat er voor 5 woningen geluidmitigatie dient plaats te vinden. Na het toepassen van de geluidvoorzieningen bedraagt de maximale geluidbelasting ter plaatse van woningen van derden 47 dB Lden en wordt het aantal personen dat ernstige hinder ondervindt (binnenshuis) verminderd van 5,3 tot 3,0 (gemiddeld, afhankelijk van gekozen windturbinetype). Het aantal woningen dat als gevolg van de geluidmitigatie in een lagere Miedema-classificering valt bedraagt 12. Bij een geluidbelasting van 47 dB Lden bedraagt volgens LBP Sight [2] het maximale momentane geluidniveau circa 44-45 dB(A). Deze geluidniveaus treden op bij hoge windsnelheden op ashoogte (8-11 m/s op ashoogte). De opbrengstverliezen als gevolg van het voldoen aan de voorgestelde normstelling is geschat op gemiddeld 13,9% en is afhankelijk van het gekozen windturbinetype. Ter plaatse van niet-geluidgevoelige gebouwen (van derden) is de geluidbelasting niet hoger dan de geluidbelasting van woningen.
2.3
Slagschaduw Huidige situatie In de huidige situatie staan geen windturbines in het gebied en is er geen sprake van aanwezige slagschaduw. Toevoeging slagschaduw door windpark Goyerbrug De windturbines van windpark Goyerbrug kunnen zorgen voor slagschaduw. Dit kan optreden wanneer: 1.
Er is sprake van een minimale afdekking van 20% van de zon. Bij een lager percentage zal zoveel licht langs het windturbineblad vallen dat van sterke schaduwwerking geen sprake is. Hoe kleiner de afdekking, hoe ‘diffuser’ de schaduw;
2.
Er moet sprake zijn van een minimale stralingsintensiteit van 120 Watt/m2 om het voor een hinderervaring benodigde contrast (schaduw) te kunnen laten optreden;
3.
De windturbine moet in bedrijf zijn (draaien);
4.
Er dient sprake te zijn van een ruimte met ramen die kunnen worden afgeschermd door een bewegende slagschaduw. De ervaring van een bewegende schaduw in de buitenlucht wordt niet als hinderlijk beschouwd;
5.
De schaduw moet daadwerkelijk de gevel van het gevoelige object kunnen bereiken en dus niet afgeschermd worden door obstakels zoals gebouwen (‘line of sight’).
Verder wordt in de onderzoeken uitgegaan van een minimale zonhoogte van 3 graden waarbij slagschaduw nog wordt beoordeeld. Bij lagere zonnestanden is de optredende slagschaduw dusdanig diffuus en laag qua intensiteit dat dit als niet-hinderlijk wordt verondersteld. In de onderzoeken van LBP Sight [4] is onderscheid gemaakt in optredende slagschaduw nabij gevoelige objecten (woningen) en nabij overige gebouwen met een gezondheidszorgfunctie, logiesfunctie,
718153 | Motivering lokale milieunormen windpark Goyerbrug | v1.0 | 30-6-2022 Pagina 6
kantoorfunctie en bijeenkomstfunctie (zie ook volgende paragraaf). In onderstaande Figuur 2.3 zijn de maximale slagschaduwcontouren opgenomen.
Figuur 2.3 Slagschaduwcontouren Windpark Goyerbrug
Bron: LBP Sight, 2022 [3]
Uit het onderzoek blijkt dat windpark Goyerbrug bij 164 gevoelige objecten (woningen) daadwerkelijk slagschaduw kan veroorzaken. In onderstaande tabel is dit verder uitgesplitst: Tabel 2.2 Slagschaduw nabij schaduwgevoelige objecten (woningen)
1
Verwacht aantal uur slagschaduw per jaar
Aantal woningen
≥ 30 uur per jaar1
6
20 – 30 uur per jaar
5
14 – 20 uur per jaar
6
10 – 14 uur per jaar
7
8 – 10 uur per jaar
14
6 – 8 uur per jaar
12
4 – 6 uur per jaar
39
2 – 4 uur per jaar
45
0 – 2 uur per jaar
30
Totaal
164
de maximaal optredende slagschaduw bij een individueel object is 54 uur en 29 minuten per jaar.
Overige slagschaduwgevoelige objecten (winkels, kantoren en gebouwen met industriefunctie) Uit de berekeningen in de rapportage van LBP Sight [3] blijkt dat er 71 objecten en terreinen zijn die mogelijk wel schaduwgevoelig zijn, maar geen woonfunctie hebben en zijn gelegen binnen een afstand
718153 | Motivering lokale milieunormen windpark Goyerbrug | v1.0 | 30-6-2022 Pagina 7
van 1913 meter. Van deze 71 objecten zijn er 61 gelegen binnen de 0-uurscontour en die slagschaduw kunnen ondervinden als gevolg van windpark Goyerbrug. In onderstaande tabel is dit samengevat in verwachte uren slagschaduw per jaar: Tabel 2.3 Slagschaduw nabij overige objecten
Verwacht aantal uur slagschaduw per jaar 1
1
Aantal objecten
≥ 30 uur per jaar
0
20 – 30 uur per jaar
1
14 – 20 uur per jaar
0
10 – 14 uur per jaar
4
8 – 10 uur per jaar
2
6 – 8 uur per jaar
3
4 – 6 uur per jaar
6
2 – 4 uur per jaar
11
0 – 2 uur per jaar
34
Totaal
61
de maximaal optredende slagschaduw bij een individueel object is 20 uur en 55 minuten per jaar.
Woning in de sfeer van de inrichting Er zijn twee woningen die worden beschouwd als woning in de sfeer van de inrichting. Ook voor slagschaduw betekent dit dat deze woningen niet getoetst hoeft te worden aan de milieuregels. Tegelijkertijd moet wel sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse aangezien er nog steeds sprake is van een woonbestemming. Ter plaatse van deze woningen treedt als gevolg van de windturbines maximaal 23 uur en 8 minuten per jaar aan slagschaduw op (langjaargemiddeld). Dit zal voornamelijk in de ochtend optreden, gezien de ligging van de woningen ten opzichte van de windturbines. Gevolgen slagschaduw Door de initiatiefnemer is een norm aangevraagd van maximaal 20 minuten per dag en 14 uur per jaar voor gevoelige objecten. Het aantal woningen waar volgens de berekeningen dagen kunnen voorkomen in het jaar met meer dan 20 minuten aan slagschaduw bedraagt 148 (van de 164). De aangevraagde norm biedt daarom bescherming aan 148 woningen. Zonder toepassing van stilstandvoorzieningen zijn er 17 woningen waar gemiddeld meer dan 14 uur per jaar aan slagschaduw optreedt. Deze 17 woningen worden, naast de bescherming die de maximale blootstellingsduur van 20 minuten op één dag, mogelijk aanvullend beschermd tot een slagschaduwduur van maximaal 14 uur per jaar (als de limiet van 20 minuten op één dag nog niet voldoende reductie biedt).
De verwachte opbrengstverliezen zijn door de initiatiefnemer berekend en worden geschat op gemiddeld 0,7% wanneer de voorgestelde slagschaduwnorm wordt gehanteerd. Het wegnemen van alle slagschaduw ter plaatse van woningen kost gemiddeld 1,3% van de energieopbrengst. Ter plaatse van overige objecten kan nog wel enige slagschaduw kunnen optreden. Het toetspunt met meer dan gemiddeld 14 uur per jaar aan slagschaduw (logiesfunctie) ligt op hetzelfde terrein als een woning en zal derhalve tot op enige hoogte meeprofiteren van de stilstandvoorziening die voor woningen wordt getroffen. Andere overige objecten ervaren gemiddeld minder dan 14 uur per jaar aan slagschaduw, maar voor een groot deel geldt dat deze objecten meeprofiteren van de stilstand voor nabijgelegen woningen. Het is mogelijk dat er ter plaatse van de overige objecten meer dan 20 minuten op één dag aan
718153 | Motivering lokale milieunormen windpark Goyerbrug | v1.0 | 30-6-2022 Pagina 8
slagschaduw optreedt. De optredende slagschaduw wordt gezien de aard van deze objecten (logies, gezondheidszorg, kantoor of bijeenkomstfunctie) door de initiatiefnemers als acceptabel geacht.
2.4
Externe veiligheid Huidige situatie In de huidige situatie zijn enkele objecten aanwezig welke relevant zijn voor het onderwerp externe veiligheid. In het onderzoek van LBP Sight [2] is de aanwezigheid van bebouwing, wegen, vaarwegen, dijklichamen en waterkeringen binnen de identificatieafstand geconstateerd. Er zijn daarnaast locaties in de nabijheid van de geplande windturbines aanwezig waar grote groepen personen (meer dan 10) kunnen verblijven. Effect windpark Goyerbrug De additionele risico’s en effecten voor de wegen, vaarwegen, dijklichamen en waterkeringen zijn in de rapportage van LBP Sight [2] beoordeeld aan de daarvoor geldende beleidsregels van de betrokken beheerders van deze objecten en infrastructuren. Voor deze infrastructuren en installaties geldt dat is aangetoond dat er kan worden voldaan aan de daarvoor geldend beleid van de beheerders en/of is de verwaarloosbaarheid van het resterende risico aangetoond. Figuur 2.4 PR contouren windturbines WP Goyerbrug (maximale afmetingen)
Bron: AVIV, 2022 [6] Naast deze installaties en infrastructuren zijn er enkele gebouwen aanwezig binnen de werpafstand bij overtoeren (identificatieafstand). Door de initiatiefnemer wordt een grenswaarde van PR 10 -05 voor beperkt kwetsbare objecten en PR 10-06 voor kwetsbare objecten aangevraagd. Binnen de maximale PR10-05
718153 | Motivering lokale milieunormen windpark Goyerbrug | v1.0 | 30-6-2022 Pagina 9
contouren zijn geen beperkt kwetsbare of kwetsbare objecten aanwezig. Binnen de maximale PR10 -06 contouren zijn geen kwetsbare objecten aanwezig. De groepsrisico’s zijn eveneens bepaald en de kans dat er minimaal 10 personen tegelijk geraakt worden is verwaarloosbaar klein.
718153 | Motivering lokale milieunormen windpark Goyerbrug | v1.0 | 30-6-2022 Pagina 10
3 Keuze voor een normstelling 3.1
Context: doelstellingen energietransitie Windturbines vormen een van de mogelijkheden om hernieuwbare elektriciteit te produceren en leveren daarmee in Nederland een belangrijke bijdrage aan de energietransitie, in ieder geval de komende decennia. Ook in de RES U16 wordt dit onderschreven en 22% van het bod (0,399 TWh) zal dan ook worden ingevuld met windenergie6. In zowel de RES als in de routekaart van gemeente Houten7 staan voor 2030 de bouw van 4 nieuwe windturbines gepland. Windpark Goyerbrug is concreet het project waarmee dit deel van het bod wordt gerealiseerd. Op langere termijn (2040) zijn wellicht nog circa 8 aanvullende windturbines nodig7. Kader 3.1 ALARA Het primaire doel van de Wet milieubeheer (Wm), de bijbehorende uitvoeringsbesluiten en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is het beschermen van de leefomgeving tegen onaanvaardbare milieueffecten. Daarbij is het begrip milieu ruim gedefinieerd, maar wordt primair de focus gelegd op gevolgen voor mensen en hun directe leefomgeving. In een dichtbevolkt land waarin veel gebruiksfuncties op een beperkte oppervlakte samenkomen zijn enige gevolgen voor het milieu vaak niet volledig te vermijden.
Daarom is het ALARA- (as-low-asreasonably-achievable) beginsel opgenomen in de zorgplicht in artikel 1.1a Wm: “…een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken”). Het doel is dan ook een adequaat beschermingsniveau tegen (milieu)effecten van windturbines te bieden, waarbij gelijktijdig projecten nog kunnen worden gerealiseerd. Die projecten hebben – als onderdeel van de energietransitie - per saldo namelijk positieve effecten, zo stelt het RIVM in het recente rapport: “Klimaatakkoord; effecten op veiligheid, gezondheid en natuur” (2019). Ook als die ontwikkelingen een beperkte, doch aanvaardbare mate van hinder, opleveren voor de omgeving. Uit jurisprudentie blijkt ook dat - gelet op het ALARA-beginsel - geen nulhinder als uitgangspunt genomen hoeft te worden (zie o.a. ECLI:NL:RVS:2018:616; ECLI:NL:RVS:2015:1702); ECLI:NL:RVS:2010:BL6187).
De normering voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid voor windturbines uit het Activiteitenbesluit en -regeling hebben een belangrijke overeenkomst met elkaar en met die van andere (hinder)bronnen en inrichtingen. De normen zijn vastgesteld op basis van de aanvaardbaarheid van enige mate van hinder of risico voor omgeving ten opzichte van het algemene maatschappelijk belang van, in deze, het realiseren van windturbines om duurzame energie op te wekken en daarmee de landelijke, provinciale en gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen en klimaatdoelstellingen te behalen. Er is dus sprake van een afweging tussen het individueel belang van een omwonende, op het gebied van leefbaarheid, veiligheid en gezondheid, versus het algemeen maatschappelijk belang van de energietransitie naar hernieuwbare
6
RES 1.0 Regio Utrecht (U16), juni 2021: https://energieregioutrecht.nl/publicaties/HandlerDownloadFiles.ashx?idnv=1990238 7
https://www.houten.nl/fileadmin/user_upload/Thema/Groen__water_en_duurzaamheid/Energie/Houten_energietransitiev6a-A-formaat.pdf
718153 | Motivering lokale milieunormen windpark Goyerbrug | v1.0 | 30-6-2022 Pagina 11
energie en verbetering van het klimaat en de leefomgeving.8 Het accepteren van enige mate van hinder of risico is inherent aan het feit dat Nederland een druk bevolkt en dicht bebouwd land is. Het geheel uitsluiten van hinder of risico behoort niet tot de mogelijkheden, omdat er daarmee geen ontwikkelingen meer kunnen plaatsvinden (zie ook kader 3.1 ten aanzien van het ALARA-beginsel). Dat geldt voor veel maatschappelijke activiteiten, zoals weg- en railverkeer, luchtvaart, industrie, sport- en recreatieterreinen en ook windturbines. De afweging tussen (individuele) hinder voor de omgeving enerzijds en het (algemeen) belang van duurzame elektriciteitsopwekking anderzijds is dan ook het vertrekpunt bij de afweging van de normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid voor windpark Goyerbrug.
3.2
Effecten en aanvaardbaarheid geluid Effecten van geluidbelasting Blootstelling aan geluid kan leiden tot hinder of stress gerelateerde klachten. Met name in de nachtperiode, wanneer dit kan leiden tot slaapverstoring. Recent literatuuronderzoek van het Rijksinstituut voor Gezondheid en Milieu (RIVM)9 (2020) concludeert hierover specifiek voor windturbines dat “wonen in de buurt van een windturbine of het horen van geluid van windturbines kan leiden tot chronische hinder onder omwonenden”. Hoe sterker het geluid (in dB) van windturbines, hoe groter de hinder ervan. Uit de literatuur bleek niet dat het zogeheten 'laagfrequent geluid' (lage tonen) van windturbines voor extra hinder zorgt tot die gerelateerd aan 'gewoon' geluid. Voor andere gezondheidseffecten zijn de resultaten van wetenschappelijk onderzoek niet eenduidig: deze effecten hangen niet duidelijk samen met het geluidniveau, maar soms wel met de ervaren hinder. Voor andere gezondheidseffecten (slaapverstoring, slapeloosheid en geestelijke gezondheidseffecten) ontbreekt consistent bewijs. Deze resultaten onderbouwen de eerdere conclusies van eigen RIVM-literatuurstudie van drie jaar eerder. In 2018 heeft de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) een rapport uitgebracht 10 ten aanzien van geluidrichtlijnen voor verschillende geluidbronnen binnen de Europese Unie.
Dit WHO-rapport gaat dus niet specifiek alleen over windturbinegeluid. Op basis van diverse onderzoeken wordt gesteld dat op basis van een geluidniveau van 45 dB Lden ongeveer 10% van de omwonenden ernstige hinder buitenshuis ervaart. Het bewijs hiervoor wordt echter aangemerkt als van lage kwaliteit. Er wordt geen percentage binnenshuis genoemd, noch wordt aangegeven welke percentages verwacht worden bij andere geluidbelastingen. Omdat de kwaliteit van dit bewijs als laag wordt beschouwd (bevestigd door RIVM, 2020), is het advies wat hieruit voortkomt aangeduid als voorwaardelijk (conditional).11 In juli 2021 heeft RIVM een nieuwe factsheet over gezondheidseffecten van windturbines opgesteld met een overzicht van wat op dit moment bekend is over gezondheidseffecten van geluid van windturbines. 12 De literatuuronderzoeken van het RIVM zelf als ook het rapport van de WHO komen hierin aan bod. Ook 8
Zie paragraaf 5.2 "Nota van toelichting" bij besluit van 14 oktober 2010 tot wijziging van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer en het Besluit omgevingsrecht (wijziging milieuregels windturbines), Staatsblad 2010, 729 en verwijzing naar TNO-onderzoek "Hinder door geluid van windturbines", rapport nr. 2008-D-R1051/b) 9 RIVM-rapport 2020-0214, Gezondheidseffecten van windturbinegeluid, I. van Kamp & G.P. van den Berg 10 Environmental Noise Guidelines for the European Region, WHO, 2018 11 In tegenstelling tot andere geluidbronnen, zoals wegverkeer, railverkeer en luchtvaart; voor deze bronnen is een veel sterker bewijs gevonden voor hinder en wordt de aanbevolen maximale geluidbelasting ‘sterk aanbevolen’ (strong recommendation) 12 RIVM Factsheet Gezondheidseffecten van windturbinegeluid, M. Reedijk, I. van Kamp, J. Hin, juli 2021. Te raadplegen via: https://www.rivm.nl/sites/default/files/2021-08/Factsheet-windturbines.pdf
718153 | Motivering lokale milieunormen windpark Goyerbrug | v1.0 | 30-6-2022 Pagina 12
gaat de factsheet in op de dosis-hinderrelatie voor windturbinegeluid zoals hierna beschreven. De factsheet geeft geen nieuwe inzichten en bevestigt wat in andere onderzoeken al is beschreven. De factsheet van het RIVM uit juli 2021 is in de rapportages van LBP Sight [4] samengevat: -
Hinder is het meest beschreven en bewezen effect van windturbinegeluid;
-
Voor andere gezondheidseffecten zoals hart- en vaatziekten, stofwisselingsstoornissen, cognitieve effecten, diabetes, obesitas en effecten op de mentale gezondheid, is onvoldoende bewijs gevonden dat die samenhangen met het geluid of wonen in de buurt van windturbines;
-
Hinder en slapeloosheid zijn gezondheidseffecten die mensen mogelijk kunnen ondervinden;
-
Onderzoeken naar slaapverstoring door windturbines zijn niet eenduidig, ze laten verschillende resultaten zien;
-
Windturbinegeluid is ’s nachts beter te horen, omdat het geluid van andere bronnen dan juist wegvalt;
-
Kenmerkend voor windturbinegeluid is het zwiepende, zoevende en stampende karakter. Dit noemen we de amplitudemodulatie;
-
Bij gelijke geluidbelasting wordt geluid van windturbines als hinderlijker ervaren dan andere bronnen van omgevingsgeluid zoals industrie, rail- en wegverkeer. Door omwonenden ervaren hinder van windturbinegeluid treedt bij lagere geluidniveaus op in vergelijking met andere geluidbronnen;
-
Het aandeel laagfrequent geluid en infrageluid van windturbinegeluid is vergelijkbaar met dat van
-
andere alledaagse bronnen, zoals verkeer; Persoonlijke en contextuele factoren hebben invloed op de hinder van windturbines. Zo kan het betrekken van omwonenden in het lokale besluitvormingsproces de ervaren hinder verminderen;
Toepasbaarheid Lden-systematiek De aangevraagde norm is een norm in dB Lden. Deze systematiek is de Europese standaard13 voor omgevingslawaai en wordt in Nederland ook gehanteerd voor luchtvaartlawaai en weg- en railverkeerslawaai. Op basis van de geluidbrongegevens van de windturbine (die door fabrikanten beschikbaar kan worden gesteld of kan worden gemeten) en de langjaargemiddelde windverdeling op ashoogte (beschikbaar gesteld door het KNMI of op basis van lokaal uitgevoerde metingen) worden de jaargemiddelde geluidniveaus in dB Lday, Levening en Lnight berekend en wordt, om de geluidbelasting in dB Lden te berekenen, een strafcorrectie van +5 dB op de avondperiode en +10 dB op de nachtperiode toegepast. Een Lden normsystematiek is relatief goed geschikt om de geluidbelasting van een bron die in principe continue (24/7) geluid produceert te bepalen en wordt rekening gehouden met specifiek aspecten zoals windsnelheidsverdeling, bodemreflectie/absorptie. Ook zijn de ten tijde van schrijven bekende dosishinderrelaties uitgedrukt in dB Lden waarmee een betere voorspelling kan worden gegeven van de te verwachten hinder dan wanneer er nog een omrekenslag zou worden toegepast. In andere landen wordt vaak een LArLT of LAeq norm gehanteerd14. Met een dergelijke norm wordt het maximale geluidniveau wat een windturbine mag veroorzaken ter plaatse van geluidgevoelige objecten beperkt.
Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen of dit misschien 0,1% van de tijd voorkomt of 13
Dit is de dosismaat die is gedefinieerd in de Europese richtlijn nr. 2002/49/EG inzake evaluatie en beheersing van omgevingslawaai. 14 Nederlandse geluidsnormen in internationaal perspectief, E. Koppen, Arcadis, Windnieuws nr 4 2015
718153 | Motivering lokale milieunormen windpark Goyerbrug | v1.0 | 30-6-2022 Pagina 13
20% van de tijd. Als voordeel heeft een dergelijke normsystematiek dat deze eenvoudiger te communiceren is naar de omgeving en er tijdens een meting al een eventuele normoverschrijding kan worden geconstateerd. Feitelijk kan het vaststellen van een overschrijding van een Lden-norm pas achteraf. Voor beide systematieken geldt dat immissiemetingen praktisch onuitvoerbaar zijn vanwege de aanwezigheid van andersoortige geluidbronnen. Een geluidnorm van 47 dB Lden komt ongeveer overeen14 met een geluidnorm van 43-45 dB(A) LAeq. Wanneer er sprake is van mitigerende maatregelen ten behoeve van geluid is het mogelijk dat deze waardes overdag en ’s avonds (7 – 19 u) wat hoger liggen en ’s nachts (23 – 7 u) wat lager.
Kader 3.2 Conclusie systematiek
Voor zowel een Lden-norm als een LAeq-norm zijn goede argumenten te geven en bieden een gepastere bescherming dan bijv. een afstandsnorm of een maximaal bronvermogen omdat er een grens wordt gesteld aan de geluideffecten ter plaatse van gevoelige objecten. Een LAeq-norm is wat eenvoudiger uit te leggen en makkelijker in handhavingsmetingen, maar een Lden-norm weegt de momenten waarop een bepaalde geluidbelasting optreedt mee en biedt daardoor wellicht een betere bescherming dan een LAeq-norm. De berekeningen voor WP Goyerbrug zijn uitgevoerd met een Lden-norm als basis en het ligt daarom ook voor de hand om, mede op basis van de door de initiatiefnemer gegeven onderbouwing, een Lden-norm voor te schrijven.
Hinderlijkheid van windturbinegeluid De dosis-hinderrelatie voor windturbinegeluid is de relatie tussen de hoogte van de geluidbelasting (dosis) en het aantal (ernstig) gehinderden die daarbij kunnen optreden. In het onderzoek van LBP Sight is een dosis-hinderrelatie gegeven15 voor windturbinegeluid die de geluidbelasting in dB Lden relateert aan een percentage personen dat ernstige hinder binnenshuis ondervindt. Deze dosis-hinderrelatie is ook beschreven in het eerder benoemde WHO-rapport uit 2018, maar ook door Janssen et al uit 201116. De dosis-hinderrelatie is gebaseerd op onderzoeksgegevens uit Zweden en Nederland en gepubliceerd door TNO. Bij het bepalen wat een aanvaardbare geluidbelasting is, in relatie tot de effecten daarvan op omgeving en op de productie van duurzame energie, kan rekening worden gehouden met het niveau van geluidbelasting dat voor andere bronnen acceptabel wordt geacht. Er zijn in Nederland ook voor andere geluidproducerende activiteiten bijbehorende geluidnormen van toepassing. Bijvoorbeeld voor weg- en railverkeer, industrie en luchtvaart.
Bij de vaststelling van de geluidnormen voor andere bronnen wordt vaak de maximaal toegestane geluidbelasting gerelateerd aan een percentage personen die bij deze geluidbelasting ernstige hinder ondervindt.17 In Nederland wordt voor het beoordelen van geluidbronnen en de gevolgen daarvan voor de omgeving altijd de situatie binnenshuis beoordeeld. Achterliggende reden hiervoor is dat een bewoner in zijn eigen woning een goed- woon- en leefklimaat mag verwachten en daar ook optimale bescherming verdient. Ook voor windturbinegeluid wordt daarom gekeken naar de situatie binnenshuis. De volgende tabel geeft het algemeen geaccepteerde percentage potentieel ernstig gehinderden (binnenshuis) aan bij de normstelling (maximaal toelaatbare waarde) in Nederland voor
15
Hinder door geluid van windturbines, Dosis-effect relaties op basis van Nederlandse en Zweedse gegevens TNO Rapport 2008-D-R1051/B, 2008 16 S.A. Janssen, H. Vos en A.R. Eisses, TMP-rapport, Hinder door geluid van windturbines: Dosis—effectrelaties op basis van Nederlandse en Zweedse gegevens, 2008-D-R1051/B 17 Brief van de minister van VROM, 31 209, nr 135, 28-9-2010
718153 | Motivering lokale milieunormen windpark Goyerbrug | v1.0 | 30-6-2022 Pagina 14
verschillende geluidbronnen op de gevel. Voor windturbines ligt het verwachte percentage ernstig gehinderden bij een geluidbelasting van 47 dB Lden op circa 8 à 9%.18 In absolute aantallen gaat het in Nederland bij wegverkeer om circa 970.000 ernstig gehinderden, bij vliegverkeer om ruim 260.000, bij railverkeer om bijna 100.000 en bij windturbines om ruim 7.000 ernstig gehinderden. 19
Tabel 3.1 Verwacht percentage ernstig gehinderden (binnenshuis) voor verschillende geluidsbronnen20 Geluidveroorzakende activiteit/geluidsbron
Verwacht percentage ernstig gehinderden bij maximaal toelaatbaar geluidniveau
snelwegen (wegverkeer)
14 %
spoorwegen (railverkeer)
16%
industrieterrein
9%
luchtvaart (vliegverkeer)
54%
windturbines
9%
Wat geluidbelasting voor een individuele bewoner betekent qua hinderbeleving, kan sterk verschillen. De meeste bewoners zullen weinig tot geen hinder ervaren, maar anderen kunnen er om meerdere redenen veel last van hebben. In het Kennisbericht "Geluid van windturbines" (Pilot Kennisplatform Windenergie, 2015) wordt hierover nog het volgende gesteld: “Het is niet goed mogelijk de beoordeling van geluid los te zien van andere factoren. Bijvoorbeeld het zien van windturbines en de schaduwwerping kunnen invloed hebben op de mate van geluidhinder. Ook heeft de manier waarop een project tot stand is gekomen, invloed op de houding en waarneming van omwonenden. Dit is bij andere geluidsbronnen niet anders.”
Lokale situatie Windpark Goyerbrug In het geval van windpark Goyerbrug blijkt uit de onderzoeken dat (in het geval van een zeer luid windturbinetype) circa 71% van de woningen binnen de 37 dB Lden-contour van de windturbines een geluidbelasting ervaart van 42 dB Lden of lager wanneer er geen geluidvoorzieningen worden getroffen. Dit komt overeen met een nachtelijk geluidniveau van circa 36 dB Lnight of lager. Dit betreffen geluidniveaus op de buitengevel van de woning. Binnenshuis zal dit niveau nog circa 10-20 dB lager liggen als gevolg van gevelwering (afhankelijk van type woning, bouwjaar, etc.). Bij dergelijke lage geluidniveaus zullen de windturbines van windpark Goyerbrug voor het overgrote deel van de woningen dus slechts zelden waarneembaar zijn binnenshuis. Het aantal ernstig gehinderden binnenshuis wat wordt verwacht ligt tussen de 4,5 en 6,2 (gemiddeld 5,3) zonder toepassing van geluidvoorzieningen. In de referentiesituatie (zonder windpark Goyerbrug) is voornamelijk wegverkeer bepalend voor de cumulatieve geluidbelasting. Zonder het toepassen van geluidvoorzieningen zijn er maximaal 19 van de 25 referentietoetspunten (waarvan 2 woningen in de sfeer van de inrichting) die een verslechtering van de Miedema-classificering ondergaan.
18
Zie o.a. bijlage C van het TNO-onderzoek (2008), brief van de minister van VROM, 31 209, nr 135, 28-9-2010 en Kamerbrief Staatssecretaris van EZK, 9 juni 2021; DGKE-WO / 21119163. Hier staat een percentage van 8,09%. In de meeste latere stukken is dit (conservatief) naar boven afgerond als 9%. 19 RIVM-rapport “Motie Schonis en de WHO-richtlijnen voor omgevingsgeluid (2018)”, bijlage bij Kamer45stuk 29 383, nr. 34347 20 Brief va46n de minister van VROM, 31 209, nr 135, 28-9-2010
718153 | Motivering lokale milieunormen windpark Goyerbrug | v1.0 | 30-6-2022 Pagina 15
Het hanteren van een lagere geluidnorm heeft voornamelijk effect voor de woningen in de directe nabijheid. Op grotere afstanden is het geluidniveau al zeer laag en is de milieuwinst van het verlagen van de geluidbelasting verwaarloosbaar of zeer gering.
Gevolgen van een lagere norm Wanneer er moet worden voldaan aan een geluidnorm van 47 dB Lden (en 41 dB Lnight) zijn dit circa 80% van de woningen waar de geluidbelasting 42 dB L den (of 36 dB Lnight) of lager is. De strengst onderzochte geluidnorm (45 dB Lden) resulteert in circa 89% van de woningen met een geluidbelasting van 42 dB Lden of lager. Bij een geluidnorm van 47 dB Lden light het aantal personen dat ernstige hinder als gevolg van windturbinegeluid ondervindt tussen de 2,8 en 3,2 (gemiddeld 3,0). De strengst onderzochte norm van 45 dB Lden leidt tot 1,4 – 1,8 (gemiddeld 1,6) personen met ernstige hinder. Wanner een normstelling van 47 dB Lden wordt gehanteerd zijn is er sprake van een verslechtering van Miedema-classificatie ter plaatse van 11 van de 25 referentietoetspunten (waarvan 2 woningen in de sfeer van de inrichting). De strengst onderzochte norm leidt tot een verslechtering van Miedema-classificatie ter plaatse van 7 woningen (waarvan 1 woning in de sfeer van de inrichting). Indien de norm wordt gereduceerd naar maximaal 47 dB Lden leidt dit voor de woningen in de directe omgeving tot een reductie21 van de geluidbelasting met circa 2,5 dB Lden. Omdat als eerst in de nachtperiode geluidvoorzieningen worden toegepast, is de afname in dB Lnight hoger (gemiddeld 3,1 dB).
Een geluidnorm van 45 dB Lden brengt de geluidniveaus verder terug met gemiddeld 5,1 dB L den en 6,0 dB Lnight. Het optredende geluid is in deze gevallen echter niet naar nul gereduceerd. Uitgaande van dezelfde dosiseffectrelaties betekent een geluidnorm van 47 dB Lden circa 3,0 ernstig gehinderden. De geluidnorm van 45 dB Lden leidt tot circa 1,6 ernstig gehinderden. De milieuwinst van een lagere norm is daarmee relatief beperkt wanneer wordt gekeken naar het aandeel ernstig gehinderden als deel van de populatie. Het energieopbrengstverlies van deze lagere norm heeft tot gevolg dat de windturbines een lagere elektriciteitsproductie zullen halen. Dit is (afhankelijk van het windturbinetype) gemiddeld 6,1% voor een geluidnorm van 47 dB Lden en 17,5% voor een geluidnorm van 45 dB Lden.
21
Uitgaande van het worst-case windturbinetype
718153 | Motivering lokale milieunormen windpark Goyerbrug | v1.0 | 30-6-2022 Pagina 16
Tabel 3.2 Samenvatting geluidnormhoogte en aantal verwachte ernstig gehinderden (gemiddelde van windturbinetypes) Geluidnorm
Aantal ernstig gehinderden (alle woningen binnen originele 37 dB Ldencontour)
Gemiddeld productieverlies van alle windturbinetypes
Geen1 (50 dB Lden)
5,3
--
49 dB Lden
4,4
1,2%
48 dB Lden
3,6
3,7%
47 dB Lden
3,0
6,1%
46 dB Lden
2,2
11,9%
45 dB Lden
1,6
17,5%
1
: ter indicatie: de maximale belasting als gevolg van het windpark is Lden 46 dB. Daarom zal bij een norm van 50 dB Lden het gevolg
voor de omgeving gelijk zijn.
Het hanteren van een geluidnorm van 47 dB Lden (t.o.v. geen geluidnorm) zorgt voor een reductie van gemiddeld 2,3 ernstig gehinderden tegen 6,1% extra opbrengstverlies. Een geluidnorm van 45 dB Lden zorgt voor een aanvullende reductie van het aantal gehinderden van 1,4 (totaal aantal ernstig gehinderden 1,6) tegen 11,4% extra opbrengstverlies. Deze opbrengstverliezen dienen daarnaast nog te worden aangevuld met de andere verliezen (stilstand voor slagschaduw, vleermuizen etc.). De opbrengstverliezen lijken daarmee niet in verhouding te staan met de milieuwinst (minder ernstig gehinderden). Als alternatief zou er voor de woningen van derden met een hoge geluidbelasting (bijvoorbeeld meer dan 45 dB Lden omdat dit de woningen zijn waar de meeste hinder wordt verwacht op basis van de dosis-hinderrelatie) kunnen worden nagedacht over aanvullende maatregelen zoals extra geluidisolatie om de hinder verder te beperken. Op basis van de aangeleverde informatie en uitgevoerde onderzoeken wordt een maximale geluidbelasting van 47 dB Lden en 41 dB Lnight ter plaatse van geluidgevoelige objecten (niet zijnde woningen in de sfeer van de inrichting) geadviseerd. Daarmee wordt ernstige hinder geminimaliseerd terwijl er nog veel opwek van duurzame energie mogelijk is.
Aanvullend kan worden overwogen om ook de geluidbelasting ter plaatse van de twee woningen aangeduid als woning in de sfeer van de inrichting te normeren op 53 dB Lden en 46 dB Lnight voor Zuwedijk 6 en 51 dB Lden en 45 dB Lnight voor Beusichemseweg 146. Ten behoeve van handhaving wordt geadviseerd om, naast enkele specifieke voorschriften die ook in het Activiteitenbesluit milieubeheer werden genoemd, ook het Reken- en meetvoorschrift windturbines op te nemen in de vergunning.
Nachtelijke bescherming Uit de meeste onderzoeken naar geluid van windturbines komt naar voren dat met name de nachtperiode de periode is waarin mensen hinder rapporteren van windturbinegeluid. Op dat moment is de omgeving relatief stiller omdat andere geluidbronnen afnemen en kunnen de windturbines beter hoorbaar zijn. Dit kan mogelijk leiden tot slaapverstoring, wat weer kan leiden tot lichamelijke en psychische klachten, al zijn de onderzoeken nog niet eenduidig over de relatie tussen geluidniveaus en slaapverstoring. Een specifieke strengere norm voor de nachtperiode kan echter wel helpen om deze hinder te voorkomen of beperken. Daarmee wordt naast het jaargemiddelde geluidniveau, ook specifiek het nachtelijke niveau beperkt. Uit de gegevens van windpark Goyerbrug blijkt dat dit windpark in de nacht maximaal 41 dB Lnight
718153 | Motivering lokale milieunormen windpark Goyerbrug | v1.0 | 30-6-2022 Pagina 17
veroorzaakt ter plaatse van woningen van derden. We adviseren om dit tevens vast te leggen in de vergunningvoorschriften.
3.3
Effecten en aanvaardbaarheid slagschaduw Effecten van slagschaduw De draaiende rotorbladen van windturbines kunnen een bewegende schaduw naar de omgeving veroorzaken op het moment dat de zon schijnt. Deze zogenaamde ‘slagschaduw’ kan onder bepaalde omstandigheden als hinderlijk worden ervaren door personen in de omgeving. Daarnaast kan (zon)licht reflecteren van onderdelen van de windturbine, dit wordt ‘lichtschittering’ genoemd. Beide omgevingseffecten kunnen zich alleen voordoen indien er sprake is van zonneschijn. Tijdens bewolkte weersomstandigheden treden deze effecten niet op. De impact van slagschaduw op de omgeving verschilt sterk, afhankelijk van de locatie van de windturbine, de locatie van de plek waar een waarnemer verblijft, de afmetingen van de windturbine en de windrichting en zonneschijnduur. Slagschaduw treedt op wanneer er voldoende afdekking plaatsvindt van de zon (zie Figuur 3.1), de zon voldoende fel is (minimale stralingsintensiteit), de windturbine in bedrijf is en er een ononderbroken zichtlijn is tussen de ontvanger en de zon / windturbine. Figuur 3.1 Minimale afdekking als voorwaarde voor optreden ‘schaduw’
Hinderlijkheid van slagschaduw Het menselijk oog is gevoelig voor optredende verschillen tussen licht en donker en voor snelle bewegingen. Dit trekt aandacht en leidt af, waardoor dit als hinderlijk kan worden ervaren door de waarnemer. De mate van hinder van een passerende schaduw wordt onder meer bepaald door de frequentie van het passeren (rotortoerental), door de blootstellingsduur en door de intensiteit van de wisselingen in lichtsterkte.
718153 | Motivering lokale milieunormen windpark Goyerbrug | v1.0 | 30-6-2022 Pagina 18
Uit onderzoek dat in 1999 en 2000 in Duitsland is verricht, blijkt dat omwonenden van windturbines die een netto slagschaduwduur van meer dan 15 uur per jaar ervaren, daarvan een hogere mate van dagelijkse hinder ervaren in hun leefomgeving22 23. Herhaaldelijke of langdurige blootstelling aan slagschaduw kan bovendien leiden tot stress en concentratieverlies. Onderzoekers van de Universiteit van Kiel vonden in deze laboratoriumstudie een duidelijke relatie tussen blootstellingsduur aan slagschaduw en de ervaren hinder door de testpersonen. Uit het laboratoriumonderzoek komt specifiek naar voren dat in de eerste 20 minuten dat harde slagschaduw optreedt, dit een fysieke reactie veroorzaakt, die bij langere blootstelling daarna door het lichaam wordt gecompenseerd. De onderzoekers hebben aanbevolen de slagschaduwduur te beperken om effecten op langere termijn te voorkomen vanwege de energie die deze compensatie kost. Bij frequenties hoger dan 2,5 Hz (aantal passeringen per seconde) kan als gevolg daarvan sprake zijn een fysiologisch effect in de vorm van een kans op een epileptische aanval bij personen die gevoelig zijn voor licht24. Bij grote moderne windturbines treedt dit niet op aangezien de frequentie veel lager dan 2,5 Hz (veelal beneden de 1 Hz) is, omdat de rotorbladen relatief weinig omwentelingen per minuut maken.
Er is geen bewijs gevonden dat directe blootstelling aan slagschaduw bij frequenties beneden de 2,5 Hz an sich gezondheidseffecten veroorzaakt. In de periode sinds dit onderzoek zijn in Europa vele duizenden windturbines gerealiseerd waaruit geen wetenschappelijk vastgestelde gevallen van gezondheidseffecten als gevolg van slagschaduw bekend zijn en er zijn ook geen andere onderzoeken gepubliceerd die een andere conclusie geven op dit punt. Directe gevolgen voor de gezondheid als gevolg van blootstelling aan slagschaduw – mits frequenties beneden 2,5 Hz blijven - zijn daarmee niet aannemelijk. Slagschaduw wordt echter wel als hinderlijk beschouwd en dit is aanleiding de slagschaduw te normeren 25. In Nederland gold tot voor kort de slagschaduwnorm uit het Activiteitenbesluit (‘gemiddeld niet meer dan 17 dagen per jaar met meer dan 20 minuten slagschaduw’) die vaak strenger werd geïnterpreteerd als 6 uur per jaar. De letterlijke interpretatie leidt tot slagschaduwduren van circa 15 uur per jaar, maar in theorie zijn veel hogere slagschaduwduren mogelijk26. In andere landen wordt ook wel 8 uur per jaar (na toepassing stilstandvoorzieningen) met maximaal 30 minuten op één dag toegestaan 26 (in bijvoorbeeld Duitsland of België/Vlaanderen)
Lokale situatie Windpark Goyerbrug Uit de uitgevoerde onderzoeken van LPB Sight blijkt dat er op basis van de maximale afmetingen van WP Goyerbrug 164 woningen zijn waar slagschaduw op kan treden. Bij 17 woningen wordt er zonder toepassing van stilstandvoorzieningen gemiddeld meer dan de voorgestelde norm van 14 uur per jaar aan slagschaduw verwacht. Naast een norm voor de jaarlijkse hoeveelheid slagschaduw is een norm aangevraagd die de maximale slagschaduwduur die op kan treden op één dag beperkt tot 20 minuten. Dit zorgt potentieel voor een bescherming van 148 van de 164 woningen.
22
Pohl, J, Faul, F, & Mausfeld, R; Belästigung durch periodischen Schattenwurf von Windenergieanlagen, 1999 Pohl, J, Faul, F, & Mausfeld, R; Belästigung durch periodischen Schattenwurf von Windenergieanlagen, Laborpilotstudie,2000 24 Parsons Brinckerhoff, 2006; Update of UK Shadow flicker Evidence Bas 25 De onderzoeken en laboratoriumstudie stammen uit 1999 en 2000, maar omdat het effect van slagschaduw niet wezenlijk veranderd is (enkel de afstand waarop het als hinderlijk wordt beschouwd is groter) kunnen de resultaten ook voor moderne windturbines worden gebruikt. 26 Koppen, E, et al, 2017; International Legislation and Regulations for Wind Turbine Shadow Flicker Impact 23
718153 | Motivering lokale milieunormen windpark Goyerbrug | v1.0 | 30-6-2022 Pagina 19
Door de dagelijkse hoeveelheid slagschaduw te beperken tot maximaal 20 minuten zal de jaarlijkse hoeveelheid slagschaduw reeds verminderd worden en wordt aangesloten bij adviezen uit slagschaduwonderzoek om effecten op de lange termijn uit te sluiten. Door daarnaast de jaarlijkse hoeveelheid slagschaduw te beperken tot 14 uur per jaar wordt de grootste hinder eveneens voorkomen (zoals blijkt uit Duits onderzoek22 23). Een jaarlijkse hoeveelheid slagschaduw van 14 uur betekent dat circa 0,3% van de daglichtperiode en circa 0,9% van de zonuren er sprake is van slagschaduw. De gevolgen van de voorgestelde normstelling is door de initiatiefnemers berekend op gemiddeld 0,7% van de energieopbrengst. Kader 3.3 Beoordeling berekeningen opbrengst en slagschaduwverlies
Er zijn ten tijde van schrijven geen rekenprogramma’s bekend die de effecten van de voorgestelde mitigatie op de opbrengstverliezen nauwkeurig kunnen berekenen. De gehanteerde rekenmethode door de initiatiefnemer zorgt volgens onze inschattingen voor een onderschatting van de optredende slagschaduwduren na toepassing van stilstandvoorzieningen en voor een overschatting van de berekende opbrengstverliezen. Voor de uiteindelijke beoordeling van de blootstellingsduur is dat niet zo relevant omdat de voorgestelde maximale blootstellingsduur op basis van de beschikbare informatie en onderzoeken genoeg bescherming biedt om de meeste hinder te beperken.
Gevolgen van een lagere norm Uit de opbrengstberekeningen blijkt dat (in combinatie met een geluidnorm van 47 dB Lden) de voorgestelde slagschaduwmitigatie leidt tot circa 0,7% opbrengstverlies. Indien alle slagschaduw ter plaatse van gevoelige objecten wordt weggenomen gaat dat nog eens ten koste van 0,6 % van de energieopbrengst (totaal opbrengstverlies als gevolg van slagschaduwmitigatie 1,3%). Een jaarlijkse hoeveelheid van 8 uur per jaar (zoals bijvoorbeeld in Duitsland of België gangbaar is27) kost 0,1% extra van de energieopbrengst. Daarbij dient te worden opgemerkt dat in Duitsland en België de dagelijkse limiet hoger is (30 minuten) en er dus ook sprake kan zijn van meer hinder dan bij de voorgestelde norm voor WP Goyerbrug. Een jaarlijkse hoeveelheid van 6 uur per jaar, die bij veel andere projecten in Nederland wordt gehanteerd, leidt tot nog eens 0,1% extra verlies (totaal 0,2% ten opzichte van 14 uur per jaar). Zonder toepassing van stilstandvoorzieningen zijn er 50 woningen (zie ook Tabel 2.2 in paragraaf 2.3) waar gemiddeld meer dan 6 uur slagschaduw wordt verwacht en die met een relatief beperkt opbrengstverlies (0,9% i.p.v. 0,7%) in potentie extra beschermd worden.
Hier geldt wederom dat bij WP Goyerbrug er dagelijks niet meer dan 20 minuten aan slagschaduw mag optreden, waar met enkel een jaarlijkse norm van 6 uur er dagen kunnen zijn met veel meer dan 20 minuten totdat de jaarlijkse limiet is bereikt, hetgeen weer als extra hinderlijk kan worden ervaren. Met andere woorden: een norm van 6 uur slagschaduw per jaar zonder dagelijkse limiet van 20 minuten per dag kan als hinderlijker worden ervaren als een norm van 14 uur per jaar mét een dagelijkse limiet van 20 minuten per dag. Een lagere jaarlijkse blootstellingsduur heeft daarnaast een effect op het aantal dagen waarop potentieel 20 minuten slagschaduw kan optreden: bij een norm van bijvoorbeeld 6 uur per jaar zijn dit 18 dagen, terwijl bij een norm van 14 uur per jaar er maximaal 42 dagen kunnen zijn waarop 20 minuten slagschaduw optreedt. Gezien de beperkte extra verliezen die dit met zich meebrengt (0,2%) kan de potentiële extra bescherming voor een individuele woning een reden zijn voor het hanteren van een 27
International Legislation and Regulations for Wind Turbine Shadow Flicker Impact, E. Koppen, Arcadis, 7th International Conference on Wind Turbine Noise Rotterdam – 2nd to 5th May 2017
718153 | Motivering lokale milieunormen windpark Goyerbrug | v1.0 | 30-6-2022 Pagina 20
strengere normstelling dan de aangevraagde 14 uur per jaar in combinatie met maximaal 20 minuten per dag. De voorgestelde stilstandvoorziening probeert de hinder te minimaliseren door enerzijds de jaarlijkse blootstellingsduur te beperken tot 14 uur per woning en anderzijds door de maximale dagelijkse blootstellingsduur tot 20 minuten per woning te beperken. Uit de genoemde onderzoeken blijkt dat ernstige hinder voornamelijk optreedt wanneer deze grenzen worden overschreden. De automatische stilstandvoorziening moet dit voorkomen. Naast de norm wordt tevens geadviseerd om voorschriften in de vergunning op te nemen die het mogelijk maken de slagschaduwvoorziening te kunnen handhaven en de werking ervan te kunnen controleren. De uitgangspunten van de uitgevoerde slagschaduwberekeningen zijn onderdeel van de aanvraag en dienen daarom niet expliciet vastgelegd te worden. Voor overige objecten (gezondheidszorgfunctie, logiesfunctie, kantoorfunctie of bijeenkomstfunctie) is de optredende slagschaduwduur maximaal een twintigtal uren per jaar. Deze objecten liggen doorgaans nabij woningen waarvoor de slagschaduw wordt beperkt tot 14 uur per jaar en 20 minuten per dag waardoor het aannemelijk is dat de optredende slagschaduwduur ook ter plaatse van de overige objecten wordt gereduceerd.
Gezien de aard van deze objecten, de daar plaatsvindende activiteiten en deze beperkte duur, is het niet nodig nadere maatregelen te nemen. Er is dan ook geen aanleiding een specifieke norm voor deze objecten te stellen voor windpark Goyerbrug. Een bijzondere situatie geldt voor de woningen aan de en Dit betreffen de woningen in de sfeer van de inrichting. Ter plaatse van deze woningen treedt maximaal gemiddeld circa 23 uur slagschaduw per jaar op. De bewoners van deze woningen zijn echter beheerder van het windpark. Als zodanig zijn de bewoners zich bewust van de hinder die hij/zij zal ervaren als gevolg van wonen nabij de windturbine. Net als voor geluid zou kunnen overwogen worden om de slagschaduwduur ter plaatse van deze twee woningen (hoger) te normeren.
3.4
Effecten en aanvaardbaarheid externe veiligheid Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is een maat die staat voor de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtsreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats in de omgeving permanent (24 uur voor 365 dagen) en onbeschermd verblijft. Het plaatsgebonden risico rekent daarmee de maximale trefkans uit voor een individueel persoon die permanent aanwezig is. Deze maat is dan ook niet geschikt voor beoordeling van tijdelijke voorbijgangers / passanten. Het risico wordt uitgedrukt in een kans op overlijden waarbij de veelal de conservatieve aanname wordt gedaan dat treffen door een windturbineonderdeel gelijk staat aan 100% kans op overlijden. De kans wordt tevens conservatief berekend zonder rekening te houden met vluchtgedrag of andere actieve actie van het potentiële slachtoffer om risico’s te vermijden of uit de weg te gaan. Het plaatsgebonden risico is daarmee een conservatieve maat voor het maximale risico dat in de omgeving kan worden ervaren op een bepaalde locatie.
Omgaan met risico’s in een drukbevolkt land De doelstelling van het externe veiligheidsbeleid op rijksniveau luidt: “Het uitvoeren van een veiligheids- en risicobeleid om mens en milieu te beschermen tegen maatschappelijk onaanvaardbaar geachte gezondheids- en milieurisico’s”. Het beleid is erop gericht een zogenaamd basisbeschermingsniveau voor externe veiligheid te bieden aan personen die wonen, werken of recreëren in de omgeving van risicovolle
718153 | Motivering lokale milieunormen windpark Goyerbrug | v1.0 | 30-6-2022 Pagina 21
activiteiten. Uitgangspunt van het risicobeleid in zijn algemeenheid is dat het gevaar van een activiteit acceptabel is wanneer op een bepaalde plaats een daar aanwezig individu geen hogere kans op overlijden heeft dan maatschappelijk is geaccepteerd. Deze basisbescherming, die veelal een limiet kent van 1*10-6 (1 op 1.000.000) tot 1*10-4 (1 op 10.000) per jaar, wordt uitgedrukt in het plaatsgebonden risico28,29. Dit geldt voor onder andere industrie, transport en opslag van gevaarlijke stoffen zoals toxische of brandbare stoffen maar is ook toepasbaar voor windturbines en daarom ook zo opgenomen in het Activiteitenbesluit (art 3.15a lid 1 en 2). Het externe veiligheidsbeleid van alle risicobronnen is met introductie van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) in 2004 gelijkgetrokken. Het hanteren van 10 -5 en 10-6 voor een aanvaardbaar risico dateert al van voor die tijd. Zo wordt het onder andere genoemd in het Nationaal milieubeleidsplan 4 (juni 2001), maar ook daarvoor werd deze norm al als aanvaardbaar gehanteerd. De vuurwerkramp in Enschede (2000) en het daaropvolgende rapport van de commissie Oosting heeft er toe geleidt dat het gehele externe veiligheidsbeleid in Nederland tegen het licht is gehouden en er uiteindelijk maatschappelijk aanvaardbare normen in het Bevi zijn vastgelegd.
Het feit dat een zekere mate van risico, alhoewel zeer beperkt, wordt geaccepteerd is inherent aan het feit dat Nederland een drukbevolkt land is en multifunctioneel ruimtegebruik toegepast wordt.
Aanvaardbaar beschermingsniveau In 2014 heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een rapport laten opstellen over het in perspectief zetten van risico’s30. Uit dit rapport kunnen geen cijfermatige conclusies worden getrokken maar het geeft wel aan welke mate van bescherming voor windturbines leidt tot maatschappelijk aanvaardbare risico’s in vergelijking met risico’s bij andere activiteiten. Op stadsniveau (generieke stad van 50.000 personen) is de kans op een vergelijkbaar aantal verloren levensjaren voor reizen met het vliegtuig vergeleken met een windturbineongeluk circa 1.000x hoger. Het wonen in laaggelegen gebieden (overstromingsrisico) geeft circa een 10x hogere kans op overlijden dan een windturbine en voor autorijden ligt de kans op een vergelijkbaar aantal verloren levensjaren bijna 10.000x hoger dan bij een windturbineongeluk. Er is daarom geen aanleiding een strengere norm te hanteren voor windturbines dan voor andere risicovolle objecten.
Lokale situatie Binnen de invloedsfeer van de windturbines van windpark Goyerbrug zijn meerdere verblijfsobjecten aanwezig die op grond van de definities uit het Bevi als beperkt kwetsbaar moeten worden beschouwd. Er zijn geen kwetsbare objecten gelegen binnen de invloedsfeer. Op basis van de bezetting van de gebouwen binnen de invloedsfeer wordt in de onderzoeken geconcludeerd dat voor alle turbines gezamenlijk maximaal 42 personen worden blootgesteld aan de risico’s van windpark Goyerbrug. Echter is de kans dat een groep van minimaal 10 personen tegelijk geraakt wordt verwaarloosbaar klein. De meeste personen bevinden zich buiten de PR10 -06 contour. De woningen in de sfeer van het windpark hebben een specifieke binding met het windpark en de eigenaren zijn bekend met de risico’s en zijn als beheerder van het windpark medeverantwoordelijk voor de veiligheid van het project. Het betreffen tevens losliggende woningen. Gezien deze bezetting en de 28
Nota Modernisering omgevingsveiligheid (Tweede Kamer, vergaderjaar 2013-2014, 29517, nr. 92) Roels, J.M, et al, 2018; Bewust Omgaan met Veiligheid: doelen en effectmaten in het risico- en veiligheidsbeleid, RIVM Rapport 2018-0029 30 Risico's in perspectief – Risicovergelijking, HaskoningDHV Nederland B.V, november 2014 i.o.v. Ministerie BZK 29
718153 | Motivering lokale milieunormen windpark Goyerbrug | v1.0 | 30-6-2022 Pagina 22