Bijlage 3. Ruimtelijke Onderbouwing Zonneweide De Heul.pdf
Tekst van het document
Tussen de panelen wordt ruimte vrijgehouden, zodat water daar kan infiltreren.
Zonneweide de Heul | Eelerwoude | 24
In principe worden de zonnepanelen in de grond verankerd middels dunne stalen palen, welke circa 1,5 meter diep de grond in worden geslagen. Bodemonderzoek zal uitwijzen of eventueel extra funderende maatregelen nodig zijn. Na de exploitatiefase worden deze op een eenvoudige wijze uit de grond getrokken zonder daarbij grond af te graven. De zonnepanelen, bijbehorende installaties, etc. hebben geen vervuilende werking op de bodem of water. De realisatie van voorliggend plan heeft juist een positieve invloed op de bodemkwaliteit. Binnen het plangebied worden geen meststoffen of pesticiden meer gebruikt, waardoor bodemorganismen zich kunnen ontplooien. De panelen worden hoger dan gemiddeld geplaatst om meer diffuus licht op de bodem te laten komen, ook wordt er 15 tot 20 mm tussen de panelen gelaten waardoor water door de tafels heen kan vallen. Met deze maatregelen kan regen en zon de bodem bereiken zodat het kruidenrijkgrasmengel kan groeien. Wageningen Universiteit heeft onderzoek gedaan naar opstellingen van zonnepanelen in relatie tot de bodem3. Hieruit blijkt o.a. dat een zuidopstelling en een ruimte van minimaal 1 cm een positieve werking heeft op de bodem, de opstelling van Zonneweide de Heul voldoet daaraan.
Figuur 11: Ligging plangebied in Klimaatbestendige en waterveilige omgeving
3.3.2 Interim Omgevingsverordening Utrecht De Interim Omgevingsverordening Utrecht is op 10 maart 2021 vastgesteld door de Provinciale Staten van provincie Utrecht. Het is een doorvertaling van de Omgevingsvisie naar concrete en juridisch ingekaderde regels. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die 3
Verkenning van bodem en vegetatie in 25 zonneparken in Nederland (Wageningen University & Research, 2021) https://edepot.wur.nl/541057
Zonneweide de Heul | Eelerwoude | 25
betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Met de Interim Omgevingsverordening loopt de provincie vooruit op de Omgevingswet. In artikel 5.5 de Interim Omgevingsverordening zijn instructieregels opgenomen ten aanzien van zonnevelden in het landelijk gebied. Deze zijn hiernavolgend weergegeven. Artikel 5.5 Instructieregel zonnevelden 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Zonnevelden kan bestemmingen en regels bevatten die de realisatie van opwekking van zonne-energie toestaan door middel van zonnevelden, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de structuren in landschap herkenbaar blijven en voorzien wordt in een goede landschappelijke inpassing; b. de zonnepanelen in een opstelling worden geplaatst die ruimte biedt voor een bij het gebied passende bodemkwaliteit en waterkwaliteit; en c. voorzien wordt in een opruimplicht na beëindiging van de activiteit. 2.
De motivering van een bestemmingsplan bevat: a. een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan; b. een beeldkwaliteitsparagraaf; c. een beschrijving van hoe de omwonenden en andere stakeholders in de planvorming zijn betrokken; en d. een beschrijving van het door de gemeente te voeren beleid inzake de mogelijkheden voor kavelruil vanwege het behouden en verbeteren van een goede landbouwstructuur.
Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Voorliggend plan voor Zonneweide de Heul past binnen de gestelde regelgeving van de provincie Utrecht. Onderstaand zijn de voorwaarden uit artikel 5.5 Instructieregel zonnevelden ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling weerlegd. Ad 1. Toestaan zonneveld binnen vigerend bestemmingsplan a. In het kader van een goede landschappelijke inpassing is voor voorliggend plan een Landschappelijk inrichtingsplan opgesteld (zie separate bijlage). De landschappelijke inrichting is nadrukkelijk afgestemd op elementen die de streekidentiteit extra kracht bijzetten. Het projectgebied is gelegen in de kleinschalige komgronden met een open karakter, welke op de hoger gelegen delen in het landschap ligt. De locatie leent zich vanwege de ligging op de overgang van het kommen- en oeverwallenlandschap voor een kleinschaligere uitstraling in contrast met de meer weidse en nattere open komgronden. In dit deel van het landschap is de afwisseling tussen de open agrarische percelen en de beslotenheid van de boomgaarden kenmerkend. Deze afwisseling is terug te zien in de zonneweide, bepaalde randen zijn omsloten met landschappelijke inpassingen en andere randen zijn open juist gehouden. Hierdoor sluit het aan bij de huidige landschappelijke context. Het sterkste komt dit tot uiting in het toevoegen van de windsingels van max.
2.5m hoogte rondom een gedeelte van de panelenvelden. Dit heeft niet uitsluitend als doel om de zichtbaarheid van de panelen te verminderen. Het is een inrichtingselement dat passend is in zijn omgeving, een extra biodiversiteitswaarde biedt en bijdraagt aan een recreatief aantrekkelijke route door en langs de zonneweide. Aangezien er sprake is van een lang, diep perceel is het wenselijk om een monotone uitstraling te voorkomen. Langs een gedeelte van de zonneweide wordt dan ook aanvullend een natuurvriendelijke oever gerealiseerd met pleksgewijs schietwilgen. Dit biedt variatie in landschapsbeleving (ook vanaf de Zuwedijk), past binnen de gebiedskarakteristieken en biedt een verhoogde biodiversiteitswaarde. Om ervoor te zorgen dat de zonneweide niet direct tegen de Kanaaldijk Oost aan komt te liggen, wordt er een landschappelijke haag geplaatst waar de plangrens direct aan de Kanaaldijk Oost ligt. Het resterende stuk aan de noord oostzijde ligt op een aanzienlijke afstand van de
Zonneweide de Heul | Eelerwoude | 26
Kanaaldijk Oost. De afstand wordt gezien als groene buffer tot de zonneweide en zal hierdoor niet als harde lijn worden ervaren. b. De huidige ecologische waarde van het gebied is gering door een monotoon en overwegend agrarisch landgebruik (gras en maïs). Met de ontwikkeling van de zonneweide is een aanzienlijke biodiversiteitswinst te behalen voor het gebied. Naast de toevoeging van een royale, gevarieerde hoeveelheid aan inheemse beplanting wordt ook geïnvesteerd in de ontwikkeling van kruidenrijke vegetaties (ook onder de panelen) en natuurvriendelijke oevers. Bij de opstelling van de panelen wordt rekening gehouden met een goede lichtinval op de bodem onder de panelen ten behoeve van een rijk bodemleven (insecten). Daarnaast zal door de komst van de zonneweide de bodem niet meer worden bemest, hetgeen ook de biodiversiteit ten goede komt. c. Na beëindiging van de exploitatiefase wordt de zonneweide volledig ontmanteld. De bijgebouwen, kabels, etc. worden weggehaald en op een milieuvriendelijke manier verwerkt of gerecycled. Dit alles gebeurt volgens de daarvoor geldende Europese Richtlijnen van de AEEA (WEEE in Engels). Chint is als fabrikant van zonnepanelen verplicht om zich aan deze Europese richtlijnen te houden en ons te registreren voor de recycling van onze parken. Daarnaast verzekerd Chint dat zij alleen componenten gebruik die zijn geregistreerd volgens de AEEA.
De gronden kunnen vervolgens weer in gebruik genomen worden voor de daartoe bestemde functie. De zonnepanelen, kabels en overige materialen zullen zoveel mogelijk op een milieuvriendelijke manier gerecycled of worden hergebruikt. Ad 2. Motivering bestemmingsplan 1.
2.
3.
4.
Voorliggend document betreft een ruimtelijke onderbouwing van het initiatief. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt beschreven op welke wijze wordt voldaan aan de voorwaarden van het Rijk, de provincie, de regio U16 en gemeente Houten. De beeldkwaliteit van het gebied is gewaarborgd in het Landschappelijk inrichtingsplan. Dit plan is separaat bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd als separate bijlage. Een samenvatting van dit plan is te lezen in hoofdstuk 2. Een beschrijving van het omgevingsproces en de financiële participatie is te vinden in de separaat toegevoegde bijlagen, het communicatie- en participatieplan en het financiële participatieplan. Een korte toelichting is gegeven in paragraaf 2.3.8. Het plangebied is momenteel onderverdeeld in meerdere percelen. In het plan wordt ruimte gegeven voor een agrarische doorsteek zodat de naastgelegen agrarisch ondernemer makkelijk tussen zijn percelen kan begeven met landbouwvoertuigen, gierslangen en voor de weidegang van zijn koeien. Met de landschappelijke inpassing van voorliggend plan is gekozen om de bestaande kavelstructuren te handhaven. Beplanting wordt aangeplant langs bestaande watergangen. Hierdoor doen zich in het plangebied geen grote ruimtelijke veranderingen voor die een negatieve invloed hebben op het toekomstige agrarische gebruik. Het gemeentelijk beleid gaat niet in op de ruil van kavels.
3.3.3 Regionale Energiestrategie U16 Op 28 juni 2019 is het Klimaatakkoord gepubliceerd, waarin ook het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie is vastgelegd. Met het Nationaal programma RES stuurt de Rijksoverheid aan op een regionale aanpak van de energietransitie. Het is de doorvertaling van het Parijs-akkoord en het Klimaatakkoord van het Rijk. In het programma is Nederland onderverdeeld in 30 regio’s. Gemeenten, provincie, waterschap en andere stakeholders uit eenzelfde regio werken gezamenlijk aan het opstellen van één document met daarin de contouren van de strategie voor besparing, grootschalige opwek van duurzame energie en de warmtetransitie. De gemeente Houten is onderdeel van de energieregio U16, waarin de provincie Utrecht, 16 Utrechtse gemeenten en 4 waterschappen met andere stakeholders samenwerken aan de energietransitie. De regio wil een reële bijdrage leveren aan de landelijke energietransitie en geeft aan dat het landschap en
Zonneweide de Heul | Eelerwoude | 27
elektriciteitsnetwerk genoeg ruimte bieden voor het opwekken van duurzame energie. Het concept bod voor de periode tot 2030 is momenteel 1,8 TWh. Dit staat gelijk aan 15% benutting van grote dakoppervlaktes, ongeveer 800 hectare aan zonnevelden en 45 grote windmolens. Voor deze periode zet de regio in op 1 TWh aan zonnevelden. Realisatie hiervan langs infrastructuur behoort tot een van de voorkeuren. In het rapport Energielandschappen heeft de regio eerste stappen gezet richting zoekgebieden en de landschappelijke inpassing van windmolens en zonnepanelen. Het plangebied is onderdeel van het gebied ‘Opstrekkende ontginning’ en ligt ook in het ‘Infralandschap’. De regio heeft enkele eerste richtlijnen opgesteld. Dit zijn: relatief lage opstellingen van zonnepanelen, functiecombinaties (bijv. recreatie en natuurbeheer) en passende afscheidingen (hekwerk, watergangen, bomensingels). Langs infrastructuur wordt een lijnopstelling aangehouden. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Zonneweide de Heul draagt bij aan de regionale energiedoelstelling om in 2030 maar liefst 1,8 TWh aan duurzame energie op te wekken. De zonneweide heeft een bruto oppervlakte van 25 hectare, inclusief landschappelijke elementen, beheerpaden, etc. Er wordt met voorliggend plan veel meerwaarde gecreëerd op de ontwikkelmogelijkheden voor flora en fauna, recreatie en landschap.
Zo wordt bijvoorbeeld de recreant de mogelijkheid geboden om het gebied niet vanaf de randen te beleven een gevarieerde recreatieve route door de zonneweide, langs boomgaard die fungeert als pluktuin, tussen windsingels door en over watergang heen, langs open gebied met informatieborden en uitkijkpunt met zicht over Schalkwijk, en langs de natuurvriendelijke oever. Er wordt een doorsteek dóór de zonneweide voor de aangrenzende agrarische ondernemer gerealiseerd. De biodiversiteit wordt versterkt door windsingels van max 2.5m hoogte rondom de panelen, een ruim 800 meter lange natuurvriendelijke oever, voldoende licht en water onder de panelen waar kruidenrijk grasland wordt ingezaaid. Daarnaast worden gebiedseigen soorten toegepast en worden de aquatische, ecologische en waterkwaliteit van de watergang verbeterd.
3.3.4 Conclusie provinciaal en regionaal beleid Het plan voor Zonneweide de Heul past binnen de ambities, doelstellingen en voorwaarden van provincie Utrecht en energieregio U16. Er wordt voorzien in een meervoudig ruimtegebruik en aangehaakt op meerdere gebiedsopgaven.
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Beleidskader zonnevelden Gemeente Houten Op 8 juli 2021 heeft de gemeenteraad van Houten het ‘Beleidskader zonnevelden gemeente Houten’ vastgesteld. Dit beleidskader is opgesteld, omdat gemeente Houten een bijdrage wil leveren aan de opwek van duurzame energie middels de ontwikkeling van kwalitatief hoogwaardige zonnevelden. Belangrijk hierbij is een goede landschappelijke inpassing met oog voor natuur, recreatie en een hoge betrokkenheid van omwonenden mogelijkheden om (financieel) te profiteren van het zonneveld. Ten behoeve van het beleidskader heeft de gemeente Houten een kansenkaart opgesteld om te duiden waar initiatieven voor zonnevelden kansrijk zijn. In de kansenkaart wordt gebruik gemaakt van een viertal kleuren, te kennen: - Groen: Hier is onder beperkte voorwaarden een ontwikkeling van een zonneveld mogelijk. - Oranje: Hier is onder strenge voorwaarden een ontwikkeling van een zonneveld mogelijk. - Rood: Hier is geen ontwikkeling van een zonneveld mogelijk. - Blauw: Dit zijn de al vergunde zonnevelden. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van de kansenkaart weergegeven. In het beleidskader zijn eisen over de uitvoering opgenomen. Dit betreffen algemene eisen waaronder het ondersteunen van de 'Gedragscode zon op land' en de bereikbaarheid voor veiligheidsdiensten; eisen aan aanleg/gebruik/na gebruik
Zonneweide de Heul | Eelerwoude | 28
waaronder behoud van landschappelijke structuren en instandhouding van bodemkwaliteit en een opruimplicht. Daarnaast zijn er extra voorwaarden in het gebied van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. In deze Ruimtelijke Onderbouwing geven wij per inhoudelijk onderwerp aan hoe wij voldoen aan deze eisen.
Figuur 12: Ligging plangebied in kansenkaart gemeente Houten
Figuur 13: Gebiedstabel
Relatie met voorgenomen ontwikkeling Op de kansenkaart voor realisatie van zonneweiden binnen gemeente Houten is te zien dat De Heul is gelegen in een groene zone. Dit duidt op ‘zonnevelden mogelijk, onder algemene voorwaarden en/of positief versterkende combinaties, bijvoorbeeld met recreatie’. Met dit plan voor de locatie De Heul komen meerdere doelen ten aanzien van landschap, agrarisch, cultuurhistorie, natuur, recreatie en beleving samen in één integraal ontwerp. Het benutten van bovengenoemde meekoppelkansen maakt de locatie uiterst geschikt voor de ontwikkeling van een zonneweide (kansen benutten).
Zonneweide de Heul | Eelerwoude | 29
Naast de kansenkaart is er ook per specifiek gebied in de gebiedstabel informatie aangegeven. Blijkens figuur 12 geldt voor Noord Oost van Schalkwijk maximaal 10% (= 45 hectare) oppervlakte aan zonnevelden in het totale gebied. Met het gegeven dat er reeds een zonneveld vergund is van 16,4 hectare, is er nog maximaal 28,6 hectare mogelijk in dit gebied. Zonneweide De Heul kent een netto oppervlakte van circa 20 hectare dat grotendeels in deze behoefte kan voorzien. Door de agrarische doorsteek die in het ontwerp zit wordt goed rekening gehouden met de agrarische belangen, de doorsteek zorgt ervoor dat de agrarische ondernemer zich makkelijk tussen zijn percelen kan verplaatsen zonder daarvoor de Provincialeweg te gebruiken zoals dat nu het geval is.
3.4.2 Structuurvisie Eiland van Schalkwijk – Gemeente Houten Gemeente Houten heeft een structuurvisie opgesteld voor het Eiland van Schalkwijk, welke is vastgesteld op 22-12-2011. In dit document is een gewenst toekomstbeeld voor dit gebied neergelegd, deze visie geeft de kaders weer waar de gemeente graag naar toe wil werken. De beoogde locatie voor Zonneweide De Heul is gelegen in de kleinschalige komgronden ten noorden van Schalkwijk, dit gebied is voornamelijk getypeerd als ‘meer beschut agrarisch landschap’. Landbouw is daar de belangrijke functie, waarbij daar ook volop de ruimte aan duurzame en gezonde landbouw wordt gegeven. Verbreding aan functies kan worden gezocht in combinatie met recreatie, natuur en de productie van duurzame energie. Uitgangspunt hierin hoofd- en nevenfuncties te faciliteren en waar nodig te ondersteunen met bebouwing.
Figuur 14: Uitsnede structuurvisie Eiland van Schalkwijk Gemeente Houten, ligging plangebied in de rode cirkel
Het Eiland van Schalkwijk is een agrarische gebied waarbij fruitteelt en uitgestrekte vlakke weilanden kenmerkend zijn. Doordat het eiland omringd is door wateren, de Lek, het Lekkanaal en het AmsterdamRijnkanaal, zijn de verbindingen met de omgeving beperkt. Dit heeft er toe geleid dat het eiland nauwelijks is aangetast en niet is opgeslokt door verstedelijking. Schalkwijk is een lintdorp waarbij boerderijen, woningen en bedrijven gevestigd zijn aan één doorgaande weg. Achter dit lintdorp liggen de uitgestrekte landerijen en fruitgaarden.
Zonneweide de Heul | Eelerwoude | 30
Zoals beschreven in de structuurvisie staat de gemeente Houten voor een duurzame gebiedsontwikkelingen welke bouwen op de kracht van het gebied, kwetsbare kwaliteiten beschermen en ruimte geven waar mogelijk. Hierbij is het van belang dat er met name rekening wordt gehouden met natuur, landbouw, recreatie en cultuurhistorie waarbij het landelijke karakter niet verdwijnt. Middels deze insteek kunnen er kwaliteiten worden toegevoegd en/of versterkt. Al jaar en dag is de landbouw van Schalkwijk een belangrijke economische drager. De landbouw vormt het gezicht van Schalkwijk waarbij graslanden, akkers en boomgaarden kenmerkend zijn. De landbouw heeft al vele ontwikkelingen doorgemaakt wat veel veerkracht vraagt. Deze ontwikkelen zijn ook terug te zien in het landschap. Echter vraagt de toekomst om een duurzaamheidseconomie waarbij de landbouw in dit gebied een grote rol kan spelen. Dit kan onder andere middels energieproductie, recreatieve nevenfuncties, streekproducten en/of agrarisch natuurbeheer. Relatie met voorgenomen ontwikkeling Het projectgebied is gelegen in de kleinschalige komgronden welke op de hoger gelegen delen ligt. Hierdoor wordt het landschap gezien als een beschut agrarisch landschap waarbij geen waarde van openheid op zit. Dit geeft ruimte om oude structuren in nieuwe vormen terug te brengen.
3.4.3 Conclusie gemeentelijk beleid De voorgenomen ontwikkeling past binnen de ambities, doelstellingen en richtlijnen van de gemeente. De zonneweide draagt bij aan de lokale energietransitie naar een energieneutrale gemeente Houten in 2040 en andere gemeentelijke opgaven.
3.5 Conclusie Uit de voorgaande beleidstoets is gebleken dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen het nationale-, provinciale-, regionale- en gemeentelijk beleid.
Zonneweide de Heul | Eelerwoude | 31
4 Waardentoets 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de impact van de ontwikkeling op de verschillende waarden beschreven. Hieronder vallen natuurwaarden, archeologie, cultuurhistorie en water. Er wordt beschreven wat er is onderzocht en welke resultaten hieruit zijn gekomen. Vervolgens wordt hier een conclusie uit getrokken met betrekking tot de ontwikkeling.
4.2 Natuurwaarden De Wet natuurbescherming bestaat uit drie onderdelen: de bescherming van soorten, de bescherming van gebieden en de bescherming van houtopstanden. De kern van het natuurbeleid wordt gevormd door het Natuurnetwerk Nederland, dat een samenhangend netwerk vormt van natuurgebieden. De provincies zijn het bevoegd gezag. Alleen in een aantal situaties, zoals bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, is het Rijk het bevoegd gezag. De voorgenomen ontwikkeling is getoetst aan de Wet Natuurbescherming. Hiertoe is door Eelerwoude een Toets Wet Natuurbescherming uitgevoerd. Het onderzoek is separaat gevoegd bij deze aanvraag (zie bijlage). De belangrijkste resultaten zijn hieronder kort toegelicht.
4.2.1 Soortenbescherming Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt De ontwikkeling zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van een aantal beschermde soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat er sprake is van een tijdelijke (en plaatselijke) verstoring, er voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft. Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt Met de volgende soorten en/of soortgroepen dient rekening te worden gehouden. Broedvogels Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of beschadigen, als ook op het wegnemen van nesten van vogels. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. In veel situaties kan dit voorkomen worden door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen4 uit te voeren. Werken binnen het broedseizoen is alleen mogelijk wanneer door een ecoloog is aangetoond dat er binnen of rondom het plangebied geen nesten/jongen van broedvogels zijn vastgesteld.
Het wordt met klem geadviseerd om werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren omdat de aanwezigheid van nesten en/of jongen veel invloed kan hebben op de uitvoering.
4
In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd. Van belang is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Globaal gaat het echter om de periode van 1 maart tot 15 juli.
Zonneweide de Heul | Eelerwoude | 32
Algemene zorgplicht Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 een omschrijving opgenomen over de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen ‘voldoende zorg’ in acht neemt voor alle in het wild levende dieren en planten, dus ook niet-beschermde soorten en hun directe leefomgeving. Dit is een algemene verantwoordelijkheid die voor iedereen geldt. Het betekent bijvoorbeeld dat er niet onnodig dieren en planten worden gedood, wanneer er redelijkerwijs een andere oplossing voor is, bijvoorbeeld door de dieren te verplaatsen naar een ander gebied.
4.2.2 Bescherming van gebieden Niet stikstof-gerelateerde effecten: De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maken dat de effecten uitsluitend tot het plangebied of in de zeer directe zone eromheen beperkt blijven. Een toetsing op grond van de Wet Natuurbescherming van niet stikstof-gerelateerde effecten wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Stikstof-gerelateerde effecten: In de Wet Stikstofreductie en Natuurherstel welke op 1 juli 2021 in werking is getreden zijn tijdelijke stikstofdeposities voor bouwactiviteiten vrijgesteld van vergunningplicht. Zekerheidshalve is een stikstofberekening middels de AERIUS-calculator voor de bouwwerkzaamheden de tijdelijke depositie inzichtelijk gemaakt. Daarnaast is ook een stikstofberekening uitgevoerd voor de gebruiksfase. Beide berekeningen laten zien dat de gewenste ontwikkeling een niet significante stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/jaar tot gevolg heeft, hiermee is de gewenste ontwikkeling uitvoerbaar op het gebied van stikstof. De rapportage is toegevoegd in de bijlage van deze onderbouwing.
4.2.3 Bescherming van houtopstanden Er wordt binnen het plangebied waarschijnlijk één es gekapt. Dit betreft een solitaire boom in het midden van het plangebied. Omdat deze es geen onderdeel uitmaakt van een boselement of rijlaanbeplanting is het indienen van een kapmelding niet noodzakelijk.
4.2.4 Natuurnetwerk Nederland Met de voorgenomen werkzaamheden worden geen negatieve effecten verwacht op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Het plangebied ligt niet in het NNN, daarnaast blijft de geplande ontwikkeling beperkt tot het plangebied, waardoor er geen sprake is van een externe werking. Een uitgebreide toetsing wordt daarom niet noodzakelijk geacht.
4.2.5 Conclusie Er wordt rekening gehouden met de voorgenoemde maatregelen en werkwijze waardoor geen overtreding van de natuurwetten en natuurbeleid aan de orde is. In de gewenste ontwikkeling van de zonneweide wordt rekening gehouden met de genoemde maatregelen. Vanuit de eisen van de natuurbescherming is het plan derhalve uitvoerbaar.
4.3 Archeologische waarden Aardkundige, archeologische en cultuurhistorische waarden moeten zoveel mogelijk worden behouden. Op basis van het verdrag van Malta en de wet op de archeologische monumentenzorg is het uitgangspunt gesteld om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk ter plekke te bewaren en maatregelen te nemen om dit te bewerkstelligen. De verstoorder van de bodem is verantwoordelijk voor het behoud van de archeologische resten. Daar waar behoud ter plekke niet mogelijk is, betaalt de verstoorder het archeologisch onderzoek en de
Zonneweide de Heul | Eelerwoude | 33
mogelijke opgravingen. Voor ruimtelijke plannen die archeologische waarden bedreigen, moeten betrokken partijen in beeld brengen, welke archeologische waarden in het geding zijn. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In het bestemmingsplan zoals in voorgaande paragraaf weergegeven kent het plangebied de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1’ en ‘Waarde – Archeologie 3’. Dit brengt de volgende consequenties met zich mee: -
Dubbelbestemming waarde – archeologie 3 Archeologisch onderzoek benodigd is bij grondwerkzaamheden groter dan 5.000 m2 of meer waarbij graafwerkzaamheden plaatsvinden die dieper gaan dan 1.0 m onder peil. Deze dubbelbestemming is vigerend in het gehele plangebied, alleen ter hoogte van de bebouwing aan de Provincialeweg is dubbelbestemming waarde – archeologie 1 vigerend.
-
Dubbelbestemming waarde – archeologie 1 Archeologisch onderzoek benodigd is bij grondwerkzaamheden groter dan 100 m2 of meer waarbij graafwerkzaamheden plaatsvinden die dieper gaan dan 0.5 m onder peil. Deze dubbelbestemming komt niet buiten het vigerende bouwblok van de erven. Ter hoogte van de bebouwing aan de Provincialeweg, aan de zuidwest kant van het plangebied is een hogere archeologische dubbelbestemming vigerend. Hier vinden geen grondwerkzaamheden plaats.
Figuur 15: Uitsnede bestemmingsplan 'Eiland van Schalkwijk' ter hoogte van de Provincialeweg, de archeologische dubbelbestemming waarde – archeologie 1 is aangegeven met de rode arcering
Ditzelfde gebied kent in de archeologische beleidsadvieskaart van gemeente Houten een classificering als categorie 2 ‘gebied of terrein van archeologische waarde’. In dit gebied zijn resten uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd te verwachten. Dit is te relateren uit het historische bebouwingslint langs de wetering.
Zonneweide de Heul | Eelerwoude | 34
Figuur 16: Archeologische beleidskaart Houten (bron Cultuurhistorisch onderzoek en advies Houten Zuid, Cuijpers Advies)
Relatie met voorgenomen ontwikkeling Met de voorgenomen ontwikkeling vinden er geen grondwerkzaamheden plaats in het gebied met de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 1. De zonneweide wordt gerealiseerd in het gebied met de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 3. De palen van de tafels waar de zonnepanelen op komen te liggen komen op een diepte van circa 1.5 m, echter wordt daarmee niet de oppervlakte van 5.000 m2 overschreden. Hierdoor worden er geen archeologische waarden geschaad in het gebied en is er geen onderzoek nodig, de gewenste ontwikkeling wordt uitvoerbaar geacht.
4.4 Cultuurhistorie Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moeten, naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, ook cultuurhistorische waarden in het plangebied worden meegewogen bij een afwijkingsbesluit in het kader van de Wro. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Momenteel zijn er in het plangebied weinig cultuurhistorische waarden waarneembaar en beleefbaar voor omwonenden en recreanten, zo is gebleken uit de landschapsanalyse en het veldbezoek. Met de gewenste ontwikkeling van een zonneweide worden geen cultuurhistorische waarden geschaad, de resterende waarden
Zonneweide de Heul | Eelerwoude | 35
worden juist extra beleefbaar gemaakt. De zichtbaarheid en bewustwording wordt vergroot waarmee de cultuurhistorische waarden extra worden benadrukt. Door middel van een goede landschappelijke inpassing waarbij een hoogstamfruitgaard en windsingels (refererend naar de oude fruitteelt van de regio), een uitkijktoren (refererend naar de oude luchtwachttoren) en bewust afstand te houden met de panelen van het waardevolle bebouwingslint wordt hier goed rekening mee gehouden. Op informatiepanelen worden de verhalen verteld van de cultuurhistorische waardevolle thema’s, zoals ook over het vroegere stroomgebied en dijkdoorbraken die het gebied hebben gevormd.
4.5 Water De toelichting van een omgevingsvergunning dient, conform artikel 3.1.6, lid 1 onder b van het Besluit ruimtelijke ordening, een beschrijving te bevatten, van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. In deze paragraaf wordt eerst ingegaan op het voor dit plan relevante waterbeleid. Vervolgens is de huidige en toekomstige waterhuishoudkundige situatie van het plangebied beoordeeld. Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit was 2015. Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel) stroomgebied beheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. Rijksbeleid Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is op 10 december 2015 vastgesteld.
Dit Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021 weer, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. Binnen de planperiode gaan realistische maatregelen in uitvoering die een antwoord bieden op de opgaven voor de korte termijn en voldoende mogelijkheden openlaten om op langere termijn verdere stappen te zetten. Het kabinet sluit daarmee aan bij de resultaten van het Deltaprogramma. Met deze handelwijze is Nederland koploper en een toonaangevend voorbeeld in de wereld. Met dit Nationaal Waterplan zet het kabinet een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Provinciaal beleid De provincie werkt nauw samen met waterschappen om haar ambities te realiseren. Hiervoor hebben de waterschappen eigen regionale waterbeheerplannen opgesteld.
De Provinciale Staten hebben de wettelijke bevoegdheid tot het instellen en opheffen van waterschappen, tot regeling van hun gebied, taken, inrichting, samenstelling van hun bestuur en tot de verder reglementering van waterschappen. De manier waarop de waterschappen hun taak uitoefenen is onderhevig aan provinciaal toezicht, doordat het waterbeheerplan de goedkeuring van Gedeputeerde Staten behoeft. Dus de provincie stelt de regels op en de waterschappen doen verder de uitvoering van het waterbeheer. Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden
Zonneweide de Heul | Eelerwoude | 36
Het Algemeen Bestuur van Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR) heeft op 16 maart 2016 het waterbeheerplan ‘Waterkoers 2016 – 2021’ vastgesteld. Het motto van de Waterkoers is ‘Samenwerken aan een veilige, gezonde en prettige leefomgeving’. In het waterbeheerplan is een vijftal pijlers geformuleerd: • Waterveiligheid (Voorkomen van overstromingen, heel centraal Holland veiliger, gevolgenbeperking en calamiteitenzorg). • Voldoende water (Eerlijke verdeling van lusten en lasten, samen omgaan met wateroverlast, aanvoer van zoet water, prettig leven in de stad, mooi en vitaal veenweidegebied en in gesprek over grondwater). • Gezond water (Levendige boerensloten, gezond water in de stad, waternatuur met waarde). • Gezuiverd afvalwater (Efficiënt en doelmatig zuiveren, samenwerken in de afvalwaterketen, van afval naar grondstof en vernieuwen rioolwaterzuivering Utrecht). • Genieten van water (Soepele doorstroming vaarverkeer, samen voor een goede visstand, kansen voor recreatief medegebruik en 1000 jaar waterbeheer zichtbaar). Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt in beleids- en algemene regels.
Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De HDSR Legger Oppervlaktewater 2020 is geraadpleegd. Te zien is dat er meerdere tertiaire watergangen, dammen en kunstwerken in het plangebied aanwezig zijn. Door een passende landschappelijke inpassing ondervindt slootonderhoud geen belemmering. De watergang aan de noordoostzijde (ten noorden van de Kanaaldijk Oost) is een primaire watergang, deze grenst niet aan het plangebied doordat deze ruim 100 meter ten westen van het plangebied aan de noordkant van de Kanaaldijk Oost verder gaat. Daarnaast wordt een sloot met een dam met duiker verplaatst, een stuw verwijderd, en een spindelschuif geplaatst. Hiervoor wordt ter zijne tijd een watervergunning aangevraagd. In de planvorming heeft uitvoering overleg plaatsgevonden met HDSR. Hieruit blijkt dat de natuurvriendelijke oever positieve effecten heeft voor de waterberging en verbetering waterkwaliteit. HDSR heeft aangegeven dat de dwarssloot binnen het plangebied mag worden verplaatst zodat deze goed aansluit bij de nieuwe agrarische doorsteek.
HDSR is reeds op de hoogte van de te verplaatsen dam met duiker, verwijderen van de stuw en plaatsen van de spindelschuif. Daarnaast is met HDSR besproken dat mochten er in het plangebied zich duikers bevinden die als niet nodig worden beschouwd er wordt gekeken of deze verwijderd kunnen worden.
Zonneweide de Heul | Eelerwoude | 37
Figuur 17: Uitsnede HDSR Legger Oppervlaktewater 2020
Op 28 maart is de Watertoets afgenomen bij Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden via Watertoets.nl (zie bijlage). Hieruit blijkt dat de korte procedure van toepassing is. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen groot effect (geen groot waterbelang) op het water. Wel worden er meerdere adviezen meegegeven: Advies hemelwater infiltreer Hemelwater wordt geïnfiltreerd in de bodem. In het waterbeleid is afvoer van overtollig hemelwater door middel van infiltratie in de bodem het uitgangspunt. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi's heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool een optie. Afvalwater kan worden afgevoerd naar vuilwaterriool/DWA-riool. Advies gebruik van materialen Het verdient de voorkeur om geen zware metalen, zoals lood, koper of zink toe te passen voor dak, dakgoot of regenpijp. Indien dit wel gebeurd, moet er een zuiveringsvoorziening worden aangelegd, zodat hemelwater geloosd kan worden op oppervlaktewater. Zware metalen vervuilen namelijk het oppervlaktewater. Voorgenomen ontwikkeling wordt uitvoerbaar geacht en er worden geen waarden op het gebied van water geschaad.
4.6 Conclusie Met de voorgenomen ontwikkeling worden de aanwezige archeologische-, cultuurhistorische-, water- en natuurwaarden niet aangetast. Het voornemen is dan ook uitvoerbaar ten aanzien van de bestaande waarden in het plangebied.
Zonneweide de Heul | Eelerwoude | 38
5 Milieuaspecten 5.1 Inleiding Nieuwe initiatieven hebben te maken met milieuaspecten. Een aantal van deze milieuaspecten zijn ruimtelijk relevant. In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens ingegaan op: • bodem; • geluid; • luchtkwaliteit; • lichtreflectie; • warmteontwikkeling; • elektromagnetische straling; • kabels en leidingen; • externe veiligheid; • bedrijven en milieuzonering; • verkeer en parkeren; • vormvrije m.e.r.-beoordeling.
5.2 Bodem Sinds 1 januari 2008 is in het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) vastgelegd hoe we in Nederland omgaan met het hergebruik van schone en licht verontreinigde grond en de bescherming van de bodem. Bij de verlening van een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan moet worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Op de website www.bodemloket.nl is nagegaan of er eventuele bodemverontreinigingen in het plangebied bekend zijn. Na het raadplegen van het bodemloket is naar voren gekomen dat van het plangebied nog geen bodeminformatie is. Bij nieuwe ontwikkelingen zou hier een bodemonderzoek uitgevoerd moeten worden, om aan te tonen dat de grond geschikt is voor het gebruik. Op basis van beschikbare gegevens en bronnen is het aannemelijk om te stellen dat de huidige grond geschikt is voor de realisatie van een zonneweide. Een zonneweide is immers geen functie waar mensen langdurig verblijven. Daarnaast zal er geen grond van het terrein afgereden worden. Er wordt gewerkt met een gesloten grondbalans. Een nader bodemonderzoek wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Op de volgende afbeelding is een uitsnede van het bodemloket opgenomen.
Zonneweide de Heul | Eelerwoude | 39
Figuur 18: Uitsnede bodemloket kaart
Gelet op voorgaande bevindingen wordt gestel dat het aspect bodemkwaliteit geen probleem zal opleveren voor de ontwikkeling van een zonneweide. Met betrekking tot het aspect bodem wordt de voorgenomen ontwikkeling uitvoerbaar geacht. Het omzetten van het plangebied van agrarisch naar zonneweide heeft vrijwel automatisch een positief effect op de bodemkwaliteit. Dit komt omdat veel zaken welke betrekking hebben op het verslechteren van de bodemkwaliteit voornamelijk plaatsvinden bij intensief agrarisch gebruik. In de tijd dat er zonnepanelen op staan krijgt de bodem een rustperiode/herstart. De grond wordt ingezaaid met een kruidenrijkmengsels die qua soorten heel specifiek is afgestemd met omliggende agrariërs zodat er geen soorten tussen zitten die tot overlast veroorzaken. De panelen worden hoger geplaatst om meer diffuus licht op de bodem te laten komen, daarnaast wordt er 15 tot 20 mm tussen de panelen gelaten waardoor water door de tafels heen kan vallen. Hierdoor kan regen en zon de bodem bereiken zodat het kruidenrijkgrasmengels kans heeft om te groeien. Dit heeft een positief effect op het aandeel organische stof op de bodem. De panelen zijn gemaakt van veilige materialen zodat er geen uitspoeling van metalen in de grond plaatsvindt. Daarmee wordt er alles aan gedaan om de kwaliteit van de bodem op de termijn te verbeteren.
De bodemkwaliteit zal fysische, chemische en biologische kwaliteit van de bodem zal er op vooruit gaan: Fysisch en biologisch Als gevolg van het staken van grondbewerking verbeteren met name de fysische en biologische eigenschappen van de bodem. Als eerste wordt er niet meer geploegd waardoor er geen oxidatie meer optreedt in de bodem. Aanwezige organische stoffen zullen hierbij niet meer worden afgebroken en sneller behouden blijven. Dit maakt het voor het bodemleven mogelijk om hiervan te leven en stoffen om te zetten. Naast grondbewerking zal ook verdere verdichting van de bodem worden tegengegaan en het poriënvolume toenemen. Het plangebied wordt niet meer met zwaar materieel bereden. Enig onderhoud van het park blijft
Zonneweide de Heul | Eelerwoude | 40
noodzakelijk ten behoeve van maaiacties. Echter zal dit gebeuren over vaste paden en extensief worden uitgevoerd waardoor een groot gedeelte van het perceel wordt ontzien. Zowel het stoppen van oxidatie in de bodem als het terugdringen van verdichting heeft meerdere voordelen. Niet alleen krijgen micro-organismen de kans om zich te ontwikkelen, ook houdt de bodem meer water vast. Het vasthouden van water is belangrijk om ten tijde van regen het hemelwater op te slaan en daardoor perioden van droogte te kunnen overbruggen. Het staken van het gebruik van insecticiden en herbiciden zorgt ervoor dat micro-organismen zich kunnen ontwikkelen in de bodem. Chemisch Het staken van bemesting zorgt ervoor dat het overschot aan fosfor, stikstof en kalium niet groter wordt. Daarnaast zal met name stikstof en kalium uitspoelen uit de bodem. Door deze uitspoeling zullen de chemische eigenschappen van de bodem verbeteren. Als positief effect heeft dit dat er een meer diverse vegetatie mogelijk is en er meer biodiversiteit ontstaat. Fosfor spoelt niet tot nauwelijks uit en zal grotendeels behouden blijven in de bodem. Conclusie Het eerdergenoemde onderzoek van Wageningen University & Research (paragraaf 3.3.1) liet zien dat een opstelling richting zuid met minimaal 1cm ruimte een positieve werking heeft op de bodemkwaliteit.
Er zijn meerdere onderzoeken gedaan naar de relatie tussen zonnepanelen en bodemkwaliteit, waaronder het onderzoek door CLM5, ook hier wordt beschreven dat zonnepanelen in een zuidopstelling de meest gunstige opstelling is in relatie tot de bodemkwaliteit.
5.3 Geluid Voor de beoordeling van het onderdeel geluid moet in algemene zin aan de volgende punten worden voldaan: De normen uit de Wet geluidhinder worden in acht genomen. • Bedrijven in de omgeving worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. • Op en rond het plangebied blijft sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Wet geluidhinder Per 1 januari 2007 is de gewijzigde Wet geluidhinder (Wgh) in werking getreden. Hierin staat dat inzichtelijk moet worden gemaakt welke geluidsbronnen in het gebied aanwezig zijn en wat de geluidsbelasting is voor woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zoals onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er drie geluidsbronnen waarmee bij nieuwe ruimtelijke plannen rekening gehouden dient te worden: wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai. Artikel 76 Wgh verplicht er toe om bij ruimtelijke ontwikkelingen, die betrekking hebben op gronden binnen een geluidzone terzake van de geluidsbelasting van de gevel van geprojecteerde geluidsgevoelige bestemmingen, de grenswaarden uit de Wgh in acht te nemen. Relatie met voorgenomen ontwikkeling Op deze locatie wordt geen geluidsgevoelige bestemming toegevoegd. De zonneweide hoeft dan ook niet beschermd te worden tegen geluidsoverlast. Ook is er geen sprake van industrielawaai vanuit het nieuw te realiseren zonneweide.
In het plangebied worden zonnepanelen geplaatst. Deze zonnepanelen produceren geen geluid. Daarnaast worden er ook geen installaties opgenomen die een wezenlijke geluidsemissie veroorzaken waardoor nader onderzoek noodzakelijk is. De transformatoren worden op ruime afstand van de dichtstbijzijnde geluidsgevoelige bestemmingen (woonhuizen) geplaatst. Vanwege de liggende positie van de panelen ontstaat geen significante reflectie van omgevingsgeluid. De panelen kaatsten door deze positie het geluid omhoog. Een akoestisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk. 5
Zonneparken in agrarisch gebied: effecten op de bodemkwaliteit door J.A. Keuskamp, D.W. Dijkman en R.J. Gommer (2018)
Zonneweide de Heul | Eelerwoude | 41
Bedrijven in de omgeving Bestaande bedrijven worden niet extra belemmerd, aangezien er binnen het plangebied geen nieuwe geluidgevoelige bestemmingen gerealiseerd worden. Woon- en leefklimaat De transformatorstations hebben een bronvermogen van 3 MVA. De omvormers (circa 250 KW) kunnen ook nog enig geluid produceren. De VNG heeft inzake bedrijven en milieuzonering richtafstanden voorgeschreven ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voor transformatorstations met een vermogen minder dan 10 MVA geldt voor het voorkomen van geluidhinder een richtafstand van 30 meter. Dit betekent dat wordt geadviseerd om, op basis van een goede ruimtelijke ordening, een afstand van minimaal 30 meter aan te houden met geluidsgevoelige functies (zoals burgerwoningen). De zonneweide vormt geen hinder voor geluidsgevoelige bestemmingen. In het plangebied worden zonnepanelen geplaatst. Deze zonnepanelen produceren geen geluid. Daarnaast komen er in het plangebied circa 8 transformatorstations met elk een vermogen van circa 10 MVA en een klantstation te staan. Deze worden op een minimale afstand van 50 meter geplaatst. Zo vormen de aanwezige installaties geen geluidshinder voor omliggende woningen en bestemmingen. De dichtstbijzijnde woonbestemming ligt aan de zuidzijde, op circa 50 meter van het plangebied.
Aan deze zijde komt eerst een stuk landschappelijke inpassing in verband met het uitzicht vanaf de Provincialeweg. Hierdoor is de afstand tussen de omvormers/transformatoren/het onderstation en de woonbestemming ruim meer dan 30 meter bedraagt. Met betrekking tot geluid blijft dan ook een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aanwezig.
5.4 Luchtkwaliteit Het wettelijk kader met betrekking tot de luchtkwaliteit is sinds 2007 vastgelegd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) en in de algemene maatregel van bestuur: ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM). Om te berekenen of de ontwikkeling met het aantal verkeersbewegingen een negatieve impact heeft op de luchtkwaliteit, is er een NIBM-tool ontwikkeld. In titel 5.2 van de Wm is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) geregeld. In dit programma staat onder andere beschreven wanneer en hoe overschrijding van luchtkwaliteitsnormen moet worden aangepakt. In het programma wordt rekening gehouden met nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Ontwikkelingen die niet in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet te worden getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Ten behoeve van voorliggend plan is de NIBM-tool geraadpleegd om te berekenen in welke mate de ontwikkeling bijdraagt aan vermindering van de luchtkwaliteit. Krachtens de NIBM-tool is een ontwikkeling ‘niet in betekenende mate’ bij een toename van 800 verkeersbewegingen (waarvan 5% vrachtverkeer) per dag. De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van een zonneweide.
Gedurende de aanleg- en ontmantelingsfase ontstaat een tijdelijke verhoging van het aantal verkeersbewegingen. Dit aantal blijft ruimschoots onder de 800 per dag. Gedurende de exploitatiefase is het aantal verkeersbewegingen gelijk met de huidige situatie. Enkel voor onderhoud en beheer is een niet significant aantal verkeersbewegingen benodigd. Zonneweide de Heul heeft geen verkeersaantrekkende werking voor gemotoriseerd verkeer. De voorgenomen ontwikkeling leidt daarmede niet tot een vermindering van de luchtkwaliteit. Een onderzoek naar de luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. Het onderdeel ‘stikstofdepositie’ wordt behandeld in paragraaf 4.2.2.
Zonneweide de Heul | Eelerwoude | 42
5.5 Lichtreflectie Zonneweide de Heul wordt landschappelijk ingepast. De zonnepanelen liggen in een hellingshoek van ongeveer 10 graden. Deze hellingshoek zorgt ervoor dat licht naar boven wordt gekaatst. Reflectie is daardoor enkel in een zeer kleine hoek mogelijk. Echter zijn de zonnepanelen ook voorzien van een anti-reflectie folie of coating, waarmee lichtreflectie tijdens normale weersomstandigheden wordt voorkomen. Hinder door lichtreflectie voor omwonenden en passanten, zoals gebruikers van omliggende wegen, wordt dan ook niet verwacht.
5.6 Elektromagnetische straling Zowel bij de omvormers als de transformatoren zullen extreem laagfrequente elektromagnetische velden (ELF) vrijkomen. Ten aanzien van elektromagnetische straling bij hoogspanningsmasten hanteert de overheid een voorzorgprincipe waarbij een grens wordt aangehouden van 0,4 micro Tesla (μT). De GGD adviseert om ook bij ander bronnen van ELF-EM velden, zoals onderstations en transformatorhuisjes, dit voorzorgsprincipe te hanteren. Vandaar het advies om dit voorzorgsprincipe ook te hanteren bij de ontwikkeling van een zonneweides door de afstand van een zonneweide tot woningen en gevoelige bestemmingen zodanig te laten zijn, dat de magnetische veldsterkte bij de gevoelige bestemmingen niet boven de advieswaarde van 0,4 μT komt. Gezien de relatief grote afstand van zowel omvormers als de transformatoren tot de dichtstbijzijnde burgerwoningen wordt ruimschoots voldaan aan de advieswaarde van 0,4 μT. In het RIVM ‘Verkenning van extreem-laagfrequente (ELF) magnetische velden bij verschillende bronnen’ (RIVM-rapport 609300011/2009) wordt aandacht besteed aan elektromagnetische velden als gevolg van de aanwezigheid van transformatorstations. De sterkte van deze velden neemt sterk af wanneer de afstand tot de bron groter wordt. Uit het onderzoek blijkt dat 0,4 μT wordt bereikt op een afstand van maximaal 7 meter van onderzochte transformatorstations.
In voorliggend plan wordt voor de transformatorstations, omvormers en het inkoopstation een grotere afstand aangehouden dan 7 meter ten opzichte van woningen in de omgeving. Derhalve mag redelijkerwijs worden aangenomen dat elektromagnetische straling bij Zonneweide de Heul geen gezondheidsrisico vormt.
5.7 Warmeontwikkeling In 2013 is in de Verenigde Staten een studie verricht (o.a. Analysis of the potential for a heat Island Effect in Large Solar Farms, Columbia University) waarin is onderzocht of er bij zonneweides sprake is van ‘(Urban) Heat Island Effects’. Uit onderzoeken is gebleken dat er onder bepaalde condities sprake kan zijn van een hogere temperatuur direct boven zonneweides. Direct rondom zonneweides zijn eventuele temperatuurverschillen deels, dan wel geheel te verwaarlozen, afhankelijk van de windrichting en eventuele neerslag. Op basis van deze resultaten is het niet te verwachten dat er sprake zal zijn van significante temperatuurverschillen in de omgeving van Zonneweide de Heul. Binnen het plangebied zijn meerdere elementen aanwezig die zorgen voor verkoeling van de zonneweide, zoals watergangen en groenstructuren. De landschappelijke inpassing zorgt ervoor dat afkoeling door verdamping blijft plaatsvinden.
5.8 Kabels en leidingen In het kader van de veiligheid bij de werkzaamheden en voorkomen van schade aan kabels en leidingen wordt in voorbereiding op de aanleg van de zonneweide een KLIC-melding gedaan. Indien blijkt dat in het plangebied kabels of leidingen aanwezig zijn worden de werkzaamheden afgestemd met de beheerder.
Zonneweide de Heul | Eelerwoude | 43
5.9 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over de risico's voor de omgeving ten gevolge van een ongeval bij de productie, opslag en het transport van gevaarlijke stoffen en de kans dat hierbij dodelijke slachtoffers vallen. In het geval van een ruimtelijke plan dient het milieuaspect externe veiligheid onderzocht te worden. Het plan voornemen kan risicobronnen in het kader van externe veiligheid mogelijk maken en of bestaande risicobronnen kunnen invloed hebben op het plan. Deze risico's moeten worden beschouwd om te onderzoeken of het planvoornemen voldoet aan de geldende normen. Beleidskader Het landelijke beleidskader valt uiteen in verschillende besluiten en regelingen voor de verschillende type risicobronnen. Risicobronnen in het kader van Externe veiligheid zijn inrichtingen (bedrijven met gevaarlijke stoffen), infrastructuur zoals auto-, spoor- of vaarwegen, en buisleidingen voor het transport van aardgas. • Voor inrichtingen (bedrijven) wordt getoetst aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). • Voor transportroutes over de weg, het water en het spoor wordt getoetst aan het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). • Voor buisleidingen wordt getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). • Daarnaast is in sommige gevallen het Activiteitenbesluit milieubeheer en/of het Vuurwerkbesluit van toepassing.
Toetsingskader Externe veiligheid (geldt voor Bevi, Bevt en Bevb) maakt onderscheid tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. • Het plaatsgebonden risico kan beperkingen opleggen voor de bouw van (beperkt) kwetsbare objecten. Zoals woningen, kantoren en andere gebouwen waarin personen aanwezig zijn. Voor het bouwen van kwetsbare objecten geldt de plaatsgebonden risicocontour van 1*10-6 per jaar als grenswaarde. • Het groepsrisico is de kans dat een groep mensen komt te overlijden in de omgeving van een risicobron. Door de ontwikkeling van een planvoornemen kan het groepsrisico van de risicobron toenemen. Het groepsrisico wordt bepaald voor zowel de huidige situatie als de situatie na ontwikkeling van het planvoornemen. Het groepsrisico wordt weergegeven ten opzichte van de oriëntatiewaarde. • Wanneer sprake is van een toename van het groepsrisico (een verhoging ten opzichte van de oriëntatiewaarde tussen bestaande situatie en toekomstige situatie) is het bevoegd gezag conform de bovengenoemde besluiten (Bevi, Bevt en Bevb) verplicht het groepsrisico in meer of mindere mate te verantwoorden. In de verantwoording groepsrisico motiveert het bevoegd gezag hoe om te gaan met de risico's ten gevolge van externe veiligheid.
Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Om in beeld te brengen of er in het plangebied, of in de nabijheid daarvan, risicobronnen (productie, opslag, transport en gebruik van gevaarlijke stoffen) aanwezig zijn, is de provinciale risicokaart geraadpleegd. Een uitsnede hiervan is weergegeven in hiernavolgend figuur.
Zonneweide de Heul | Eelerwoude | 44
Figuur 19: Uitsnede risicokaart
Op de uitsnede van de risicokaart is te zien dat het Amsterdam-Rijnkanaal is aangewezen als basisnet binnenvaartroute. Een zonneweide is geen gevoelig object of inrichting dat formeel een veiligheidscontour kent. Ook is een zonneweide conform het Bevi, Bevt, en/of het Bevb niet te kwalificeren als een risicobron in het kader van externe veiligheid. Tevens is het planvoornemen niet te kwalificeren als een kwetsbaar object conform het Bevi. Dit betekent dat het planvoornemen niet relevant is in het kader van externe veiligheid. Wel betreft een zonneweide een inrichting dat energie in de vorm van elektriciteit opwekt en op het elektriciteitsnet levert. In het kader van veiligheid komt rondom de zonneweide een transparant hek ter hoogte van 2 meter te staan. Voor de passerbaarheid van fauna komt het hekwerk 15 centimeter boven de grond. Tussen de afscheiding en de zonnepanelen is wordt voldoende afstand gewaarborgd, zodat onbevoegde personen niet naar de zonnepanelen kunnen reiken. In het kader van de veiligheid worden op het zonneweide verdere maatregelen genomen in overleg met gemeente, brandweer en belanghebbende organisaties. Er heeft reeds vooroverleg plaatsgevonden tussen VRU en initiatiefnemers over de brandveiligheid van de zonneweide. De VRU geeft de volgende adviezen: • Toegang tot de zonneweide voor brandweerwagens.
Deze kunnen gebruik maken van de onderhoudspaden en routes. Zowel de ondergrond als de breedte (4,5 meter) zijn geschikt voor brandweerwagens. • Bij elk transformatorstation komt binnen circa 100 meter een opstelplek voor brandweerwagens. De transformatorstations bevinden zich altijd langs de onderhoudspaden. • Vorstvrije bluswaterpunten binnen circa 8 meter van opstelplek. • De brandslang heeft een maximale lengte van 200 meter. De VRU heeft de wens om binnen 200 meter een bluswaterpunt of aansluitpunt te hebben. Al deze wensen zijn in principe uitvoerbaar. De exacte details zullen in nader overleg met de VRU moeten worden geconcretiseerd. Datzelfde geldt voor een mogelijk protocol voor afschakeling van het zonnepark bij brand. Na vergunningverlening worden er vervolggesprekken met de VRU gemaakt. Verder wordt de
Zonneweide de Heul | Eelerwoude | 45
zonneweide niet openbaar toegankelijk. Het park is enkel middels een afgesloten poort te betreden ten behoeve van regulier beheer en onderhoud. Wel krijgen enkele organisaties, waaronder de brandweer toegang tot de zonneweide. De zonneweide is niet toegankelijk voor het publiek. Dit geldt enkel voor de locaties buiten het hekwerk. Daarnaast wordt het park geaard en worden elektriciteitskabels ondergronds aangelegd. Het milieuaspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het voorgenomen plan.
5.10 Bedrijven en milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; • het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt in eerste instantie doorgaans de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd, waarin richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zijn opgenomen. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De realisatie van Zonneweide de Heul levert geen hinder of gevaar op voor omliggende gevoelige functies.
De transformatorstations hebben een bronvermogen van maximaal 3 MVA. In de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' is dit gelijk te stellen aan de activiteit 'elektriciteitsdistributiebedrijven met transformatorvermogen tot 10 MVA', milieucategorie 2. Voor deze activiteit bedraagt de grootste richtafstand 30 meter (geluid). Dit betekent dat wordt geadviseerd om, op basis van een goede ruimtelijke ordening, een afstand van minimaal 30 meter aan te houden met gevoelige functies. Zoals eerder toegelicht worden de transformatoren op een afstand groter dan 30 meter van de dichtstbijzijnde gevoelige functies geplaatst. Met betrekking tot geluid blijft dan ook een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aanwezig. Het plan past het plan binnen de geldende regelgeving en richtafstanden uit de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’.
5.11 Verkeer en parkeren De realisatie van Zonneweide de Heul heeft geen significante invloed op de verkeers- en parkeerbelasting. Het plangebied dient hoofdzakelijk in de aanleg- en ontmantelingsfase bereikt te worden. In deze perioden ontstaat een tijdelijke piek in de verkeersstroom en parkeerbelasting. Gedurende de exploitatiefase zijn een te verwaarlozen aantal verkeersbewegingen en parkeerplekken nodig. Het plangebied wordt ontsloten via de Kanaaldijk Oost. Dit gebeurt op een veilige manier, zonder daarbij overlast te veroorzaken voor omwonenden of andere weggebruikers.
5.12 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.-beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat het bevoegd gezag zich er nog steeds