Bijlage 3 - Onderdeel bouwen en Beperkte Milieutoets LBP SIGHT versie 11_001_compressed.pdf
Tekst van het document
Daarom bepalen wij, onder verwijzing naar artikel 9f, zesde lid, onder a van de Elektriciteitswet, dat wij afzien van toepassing van de gecoördineerde voorbereiding en bekendmaking van de benodigde besluiten ten behoeve van de realisatie van het windpark Goyerbrug, zodat uw college bevoegd is om op de aanvraag om omgevingsvergunning te beslissen.
Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Namens hen,
e Ruimtelijke Ontwikkeling, Economie, Binnenstedelijke Ontwikkeling en Energietransitie
Lid van het college van gedeputeerde staten PROVINCIE-UTRECHT.NL
Archimedeslaan 6 Postbus 80300, 3508 TH Utrecht T 030-25891 1 1
t7766
Bijlage 2 Definitieve beschikking ontheffing Wnb – Gedeputeerde Staten
R068362ab.18AKCNR.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022
PROVINCIE:: UTRECHT
VERZONDEN
Windpark Goyerbrug b.v.
18 DEC 2018
3994 PD HOUTEN
DATUM
14 december2018
TEAM
ZAAKKENMERK
Z-WNB-RI-REG-2018-0945 81DF3DD7 15juni2018
DOORKIESNUMMER
UW NUMMER
E-MAILADRES
BIJLAGE(N)
Definitief besluit en bekendmaking
ONDERWERP
NUMMER UW BRIEF VAN
REFERENTIE
FAX
Vergunningverlening Natuur en Landschap Servicebureau 030-2583311 030-2583139 servicebureau@provincie-utrecht.nl begeleidende brief beschikking
Geachte
Op 15 juni 2018 hebben wij een aanvraag voor de Wet natuurbescherming ontvangen. De aanvraag heeft betrekking op het onderdeel Hoofdstuk 3, Soortenbescherming, aangevraagd door Windpark Goyerbrug b.v. voor de locatie Windpark Goyerbrug Houten en is bij ons geregistreerd onder nummer Z-WNB-RI-REG-2018-0945. Bij eventuele correspondentie verzoeken wij u naar dit nummer te verwijzen. Bijgaand bij deze brief sturen wij u de definitieve beschikking op de aanvraag op grond van de artikelen 3.3 en 3.8, van de Wet natuurbescherming. Wij hebben op basis van door u aangeleverde stukken de vergunning verleend. Een nadere toelichting kunt u lezen in de definitieve beschikking. Tevens treft u een exemplaar van de bekendmaking aan. De bekendmaking zal worden gepubliceerd op www.officielebekendmakingen.nl. Voor meer informatie verwijzen we u naar de website: www.provincie-utrecht.nl. Als u vragen heeft over de inhoud van deze brief kunt u contact opnemen met het Servicebureau, bereikbaar via bovengenoemd e-mailadres en telefoonnummer.
Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Utrecht, namens hen,
Beleidsondersteunend medew. A Team Vergunningverlening Natuur en Landschap Domein Leefomgeving
PROVINCIE-UTRECHT.NL
Domein Leefomgeving Archimedeslaan 6 Postbus 80300, 3508 TH, Utrecht Telefoon 030-2589111
17766
Provincie Utrecht - Beschikking in het kader van de Wet natuurbescherming Hoofdstuk 3, Soortenbescherming - Windpark Goyerbrug Houten Bekendmaking Gedeputeerde Staten van Utrecht hebben een ontheffing, met zaakkenmerk Z-WNB-RI-REG-2018-0945 op grond van de Wet Natuurbescherming verleend. De ontheffing is verleend aan Windpark Goyerbrug b.v .. Aan de ontheffing zijn voorwaarden verbonden. Publicatiedatum donderdag 20 december 2018. Bezwaar Belanghebbenden kunnen tot zes weken na publicatiedatum een bezwaarschrift bij Gedeputeerde Staten van Utrecht indienen: 1. Digitaal: gebruikt u hiervoor het formulier "Bezwaar tegen beslissing provinciaal bestuur met DigiD". Uw DigiD geldt als ondertekening. U vindt het formulier via: www.provincie-utrecht.nl onder loket/ klacht, bezwaar of melding doorgeven / bezwaar tegen beslissing provincie; 2. Schriftelijk: t.a.v. de secretaris van de Awb- adviescommissie van PS en GS, postbus 80300, 3508 TH Utrecht. Het bezwaarschrift moet in ieder geval bevatten: uw naam en adres; de datum; en omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht, onder vermelding van het zaakkenmerk; de reden van bezwaar; ondertekening. Aan de behandeling van een bezwaarschrift zijn voor de indiener geen kosten verbonden.
Inwerkingtreding besluit De beschikking treedt in werking op de dag na bekendmaking door uitreiking of verzending aan de aanvrager (en indien van toepassing adviseur). Het indienen van bezwaar schorst de werking van de beschikking niet. Voorlopige voorziening Als u niet kunt wachten op de normale behandeling van uw bezwaarschrift, hebt u de mogelijkheid om een voorlopige voorziening aan te vragen bij de rechtbank. U moet op dat moment ook al een bezwaarschrift hebben ingediend. Het verzoek om een voorlopige voorziening richt u aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland, Sector bestuursrecht, postbus 16005, 3500 DA Utrecht. Griffierecht Voor het behandelen van een verzoek voor het treffen van een voorlopige voorziening is griffierecht verschuldigd. Informatie Als u vragen heeft over de inhoud van deze bekendmaking kunt u contact opnemen met ons Servicebureau, bereikbaar op telefoonnummer (030) 258 3311 of via e-mailadres Servicebureau@provincie-utrecht.nl, onder vermelding van zaakkenmerk.
Bijlage 3 Aanmeldingsnotitie m.e.r.- beoordeling – LBPSIGHT
R068362ab.18AKCNR.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022
Windpark Goyerbrug Gemeente Houten Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling
Opdrachtgever Windpark Goyerbrug BV Contactpersoon Kenmerk R068362ab.185MOJE.jwi Versie 11_001 Datum 29 juli 2022 Auteurs
R068362ab.185MOJE.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022
1
Inhoudsopgave Samenvatting en conclusie ............................................................................................................... 4 Kenmerken van het plan .............................................................................................................. 4 Plaats van het plan....................................................................................................................... 4 Kenmerken van het potentiële effect ........................................................................................... 5 1
2
3
Inleiding ..................................................................................................................................... 7 1.1
Aanleiding ......................................................................................................................... 7
1.2
Toetsingskader ................................................................................................................ 10
1.3
Betrokken partijen en procedures ................................................................................... 12
1.4
Leeswijzer ........................................................................................................................ 13
De kenmerken van het project ............................................................................................... 14 2.1
Achtergrond .................................................................................................................... 14
2.2
De omvang van het project ............................................................................................. 15
2.3
Cumulatie met andere projecten ..................................................................................... 16
2.4
Gebruik van natuurlijke hulpbronnen .............................................................................. 17
2.5
Productie van afvalstoffen ............................................................................................... 17
2.6
Verontreiniging en hinder ............................................................................................... 17
2.7
Risico van ongevallen ...................................................................................................... 17
De locatie van het project ....................................................................................................... 18 3.1
Locatie ............................................................................................................................. 18
3.2
Bestaande grondgebruik ................................................................................................. 19
3.3
Relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke
hulpbronnen van het gebied ..................................................................................................... 19 3.4 4
Opnamevermogen natuurlijk milieu ................................................................................ 20
De kenmerken van de potentiële effecten ............................................................................ 21 4.1
Inleiding .......................................................................................................................... 21
4.2
Geluid .............................................................................................................................. 22
4.3
Slagschaduw .................................................................................................................... 39
4.4
Luchtkwaliteit .................................................................................................................. 46
4.5
Externe veiligheid ............................................................................................................ 46
4.6
Landschap ....................................................................................................................... 59
4.7
Water ............................................................................................................................... 68
4.8
Natuur ............................................................................................................................. 71
4.9
Bodem ............................................................................................................................. 78
4.10
Cultuurhistorie en archeologie ........................................................................................ 79
4.11
Radar ............................................................................................................................... 82
4.12
Lichtschittering ................................................................................................................ 85
R068362ab.185MOJE.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022
2
4.13
Cumulatieve effecten ....................................................................................................... 85
R068362ab.185MOJE.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022
3
Samenvatting en conclusie Ten zuidoosten van Houten worden evenwijdig aan de zuidkant van het Amsterdam-Rijnkanaal vier windturbines opgesteld. Samen vormen ze Windpark Goyerbrug. Het windpark is m.e.r.beoordelingsplichtig volgens het Besluit milieueffectrapportage. Deze aanmeldingsnotitie is opgesteld, om het bevoegd gezag te kunnen laten bepalen of er bijzondere omstandigheden zijn die aanleiding geven om een m.e.r.-procedure te doorlopen. De opzet van deze notitie volgt de lijn van de beoordelingscriteria van bijlage 3 bij de Europese richtlijn ‘Betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten'.
Kenmerken van het plan Windpark Goyerbrug is voorzien als lijnopstelling van vier turbines. Als uitgangspunt is de volgende brandbreedte toegepast: -
een ashoogte van minimaal 145 meter en maximaal 166 meter;
-
een rotordiameter van maximaal 150 meter;
-
het totale vermogen van het windpark wordt indicatief 22,4 MW.
Het aantal MW van een windpark is overigens niet één-op-één bepalend voor de milieueffecten. In de milieutechnische onderzoeken ten behoeve van de vergunningsaanvraag zijn de maximale worst case effecten in beeld gebracht. Uit de onderzoeken blijkt dat de realisatie van vier nieuwe windturbines leidt niet tot significante cumulatieve effecten.
Plaats van het plan Het bestaande grondgebruik in het gebied wijzigt in beperkte mate: de grond die in gebruik is voor agrarische activiteiten wordt voor een deel in gebruik genomen voor de funderingen en opstelplaatsen van vier windturbines. Doordat er weinig woningen in de directe nabijheid van het geplande windpark liggen, is de hinder als gevolg van de windturbines gering. In de nabijheid van het plangebied bevinden zich Natura 2000-gebieden. Significant negatieve effecten op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van nabijgelegen Natura 2000-gebieden kunnen met zekerheid worden uitgesloten. Wel zijn er mitigerende maatregelen nodig om sterfte van enkele vleermuissoorten tegen te gaan en is er een ontheffing Wet natuurbescherming voor het onderdeel soortenbescherming nodig.
R068362ab.185MOJE.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022
4
Kenmerken van het potentiële effect In onderstaande tabel is een samenvattend overzicht gegeven van de milieueffecten. Overzicht milieueffecten Aspect
Effect Geen. De windturbines hebben geen invloed op de bodemkwaliteit; de kwaliteit van de grond verslechtert
Bodem
niet. Bij het realiseren van de turbines wordt een bodemonderzoek uitgevoerd. Indien de grond verontreinigd blijkt, worden passende maatregelen genomen. Ook tijdens de gebruiksfase zorgen de turbines niet voor verslechtering van de bodemkwaliteit. Beperkte effecten op omliggende woningen bij het stellen van een geluidsnorm van 47 Lden en 41
Geluid
Lnight en de toepassing van noise modes als mitigerende maatregelen. Daarmee zijn belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu uitgesloten. Beperkte effecten op omliggende woningen bij het stellen van een slagschaduwnorm van 14 uur per
Slagschaduw
jaar en 20 minuten slagschaduw per dag en het treffen van een stilstandsvoorziening ter naleving van die norm als mitigerende maatregelen. Daarmee zijn belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu uitgesloten. Positief. De CO2-uitstoot is bij bouw, onderhouden en afbreken van de turbines, binnen 3 tot 6
Luchtkwaliteit
maanden draaien van de turbines al weer uitgespaard. Met de windturbines wordt gebruik van de eindige voorraad aan fossiele brandstoffen en daarmee de uitstoot van broeikasgassen voorkomen. De windturbines draaien niet over openbare wegen of over het Amsterdam-Rijnkanaal. Aan de eisen
Externe veiligheid
voor het plaatsgebonden risico wordt voldaan. De toename van risico’s op ongevallen met gevaarlijke stoffen door het windpark zijn verwaarloosbaar. De ontwikkeling van de windturbines heeft effect op het landschap omdat de windturbines op afstand zichtbaar zijn. In de omgeving bevinden zich andere windparken. Het gebied waarin meerdere windparken te zien zijn, wordt ten gevolge van het windpark groter. In deze gebieden bevinden zich weinig woningen. Bovendien is het zicht in dit gebied in de praktijk veelal beperkt door
Landschap, cultuurhistorie en archeologie
reeds bestaande objecten zoals houtopstanden, infrastructuur en andere voorzieningen. Daarom is eventuele hinder ten gevolge van verstoring van het landschap of uitzichtbeperking beperkt groter. Op het gebied van archeologie en cultuurhistorie treden door de voorgenomen activiteiten geen belangrijke negatieve gevolgen op. Archeologisch bureauonderzoek en daaropvolgend proefsleuvenonderzoek heeft aangetoond dat er onvoldoende aanleiding is voor vervolgonderzoek. De locatie is derhalve door de gemeente Houten vrijgegeven voor de realisatie van het windpark. Voor wat betreft cultuurhistorie zijn er geen waardevolle landschapskenmerken aanwezig. Gebiedsbescherming Het plangebied van Windpark Goyerbrug maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Op basis van het uitgevoerde onderzoek wordt geconcludeerd dat de realisatie van Windpark Goyerbrug geen effect heeft op broedvogels, niet-broedvogels, habitattypen of soorten van Bijlage II van de Habitatrichtlijn waarvoor Natura 2000-gebieden in de omgeving zijn aangewezen. Significant negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden zijn met zekerheid
Natuur
uitgesloten. Soortenbescherming Voor vogels geldt dat de sterfte voor de 81 betrokken soorten beneden de 1%-mortaliteitsnorm blijft. Voor geen van de 81 betrokken vogelsoorten wordt de gunstige staat van instandhouding aangetast. In het kader van de soortenbescherming van de Wet Natuurbescherming worden mitigerende maatregelen genomen om sterfte van enkele vleermuizensoorten tegen te gaan. Er is bij de Provincie
R068362ab.185MOJE.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022
5
Aspect
Effect Utrecht een ontheffing Wet Natuurbescherming aangevraagd. Deze ontheffing is verleend en onherroepelijk in werking, In de omgeving van de geplande windturbines zijn geen andere beschermde soorten aanwezig die negatieve effecten kunnen ondervinden van de aanleg en het gebruik van het geplande windpark. Het windpark maakt gebruik van wind als natuurlijke hulpbron.
Grond- en
Windturbines leveren stroom zonder uitstoot van broeikasgassen. Fossiele brandstoffen worden
hulpstoffen
uitgespaard. Alleen ten behoeve van de aanlegfase worden fossiele brandstoffen gebruikt. Aan het einde van de levensfase wordt het schroot zoveel mogelijk hergebruikt.
Afvalstoffen
Geen afvalstoffen, behalve en indien er gebruik wordt gemaakt van windturbines met tandwielkasten en hydraulische pitchsystemen voor de bladen, in beperkte mate afgewerkte olie. Er is sprake van een toename van het verhard oppervlak. Water wordt tijdelijk opgevangen in grindkoffers rondom de funderingen. Voor het overige wordt gecompenseerd door open water te
Water
creëren. Hiervoor is een vergunningsaanvraag ingediend bij het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Deze vergunning is verleend en onherroepelijk in werking. Er is geen sprake van belangrijke nadelige milieugevolgen.
Gezien de beperkte potentiële effecten als gevolg van de realisatie van Windpark Goyerbrug in combinatie met de kenmerken en de gevoeligheid van de omgeving, is de impact van het windpark op het milieu verwaarloosbaar te noemen. Belangrijke nadelige effecten voor het milieu zijn hiermee uitgesloten.
Conclusie Op basis van dit rapport, concluderen initiatiefnemer en haar adviseurs dat de realisatie van Windpark Goyerbrug geen belangrijke negatieve milieueffecten veroorzaakt en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die aanleiding geven om een m.e.r.-procedure (een plan- m.e.r of project-m.e.r.) te doorlopen. Een m.e.r.-beoordeling volstaat.
R068362ab.185MOJE.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022
6
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Windpark Goyerbrug bv is voornemens langs het Amsterdam-Rijnkanaal tussen Houten en Wijk bij Duurstede, Windpark Goyerbrug te realiseren. De locatie van het geplande windpark ligt in de gemeente Houten. De doelstelling van het project is het realiseren van windenergie als bijdrage aan het behalen van 1) de Rijksdoelstelling van 6.000 MW Wind op land in 2020 en 16% hernieuwbare energie te realiseren in 2023, 2) de doelstellingen van de provincie Utrecht van 65,5 MW aan opgesteld vermogen windenergie in 2020 en 3) de doelstelling van de gemeente Houten om 9% van het totale energieverbruik lokaal duurzaam op te wekken in 2018 en klimaatneutraal te zijn in 2040. Begin 2022 stond er in de provincie een opgesteld vermogen van 34 MW, waarvan 6 MW in de gemeente Houten. Het plan voor Windpark Goyerbrug levert een aanzienlijke bijdrage aan het behalen van de provinciale taakstelling.
Figuur 1.1 Globale ligging van het voorgenomen windpark
R068362ab.185MOJE.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022
7
Figuur 1.2 Opstelling en impressie van het voorziene windpark Het plan is om vier nieuwe windturbines in lijnopstelling ten zuiden van het Amsterdam-Rijnkanaal te plaatsen. De lengte van de opstelling is circa 1,6 kilometer. Over de precieze type turbines die gepland zijn, is nog geen beslissing genomen.
R068362ab.185MOJE.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022
8
In ieder geval zal het gaan om vier dezelfde turbines met een ashoogte van minimaal 145 meter en maximaal 166 meter, en een rotordiameter van maximaal 150 meter. Binnen deze bandbreedte is gezocht naar turbinetypen die mogelijk op deze locatie gerealiseerd kunnen worden. Er zijn verschillende turbinetypen van verschillende windturbinefabrikanten mogelijk. Welk turbinetype er uiteindelijk gekozen wordt, de milieu impact per aspect is niet groter dan die beschreven is in onderhavige aanmeldnotitie. De Omgevingsvisie van de provincie Utrecht biedt ruimte aan het opwekken van duurzame energie. In de Omgevingsvisie is, op enkele kleine gebieden na, het gehele provinciale grondgebied aangewezen hiervoor, zie ook figuur 1.3. Binnen dit gebied geeft de provincie Utrecht ruimte voor een regionale en lokale afweging om tot een locatiekeuze voor duurzame energie te komen. Hierbij stelt de provincie wel een aantal voorwaarden. In deze gebieden vindt de provincie het met een goed ontwerp en zorgvuldige locatiekeuze de realisatie van windenergie en/of zonnevelden ruimtelijk toelaatbaar met een goed ontwerp en zorgvuldige locatiekeuze. Bij de inpassing van grootschalige hernieuwbare energieopwekking moet worden aangesloten bij belangrijke structuren in het landschap, en bij voorkeur ook bij snel- en waterwegen.
De provincie heeft de voorkeur om duurzame energiebronnen te concentreren om spreiding in het landschap te voorkomen en om de energieinfrastructuur optimaal te benutten. Echter, de provincie accepteert dat dit vanwege de omvang van de opgave niet overal gevolgd kan worden, en dat daarom in sommige gevallen maar aan enkele voorkeuren van de provincie voldaan kan worden. Verder geldt er een opruimplicht wanneer de windturbines of zonnevelden niet meer gebruikt worden.
R068362ab.185MOJE.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022
9
Figuur 1.3 Uitsnede Omgevingsvisie met het gebied in roze aangegeven waar ruimte is voor windenergie en zonnevelden. Met een gele marker is de locatie van Windpark Goyerbrug weergegeven (bron: viewer van de provincie Utrecht: https://ruimtelijkeplannen.provincieutrecht.nl/NL.IMRO.9926.2020OWVISIE-VA01) De locatie van het Windpark Goyerbrug is opgenomen in de structuurvisie van de gemeente Houten (Structuurvisie Eiland van Schalkwijk, vastgesteld door de gemeenteraad op 22 december 2011). In de structuurvisie heeft de gemeente een zoekgebied voor windturbines vastgesteld langs het Amsterdam-Rijnkanaal. Dit initiatief ondersteunt de ambitie van de gemeente om een bijdrage te leveren aan de opwekking van duurzame energie.
1.2
Toetsingskader
De voorgenomen realisatie van de windturbines met bijbehorende infrastructuur past niet in het vigerende bestemmingsplan. Er is voor gekozen om een omgevingsvergunning aan te vragen waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan ‘Eiland van Schalkwijk’.
R068362ab.185MOJE.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022
10
Reden hiervoor is onder andere dat het volgen van één procedure (omgevingsvergunning voor afwijken en bouwen) in de communicatie naar belanghebbenden het voordeel heeft dat het een overzichtelijke procedure is. De wijziging van een windturbinepark valt onder de activiteiten die in categorie 22.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage, de m.e.r.- beoordelingsplichtige activiteiten, zijn opgenomen. Tabel 1.1 Categorie 22.2, bijlage 2, onderdeel D Besluit m.e.r. Categorie
Activiteiten
Gevallen
Plannen
Besluiten
D 22.2
De oprichting,
In gevallen waarin de activiteit
De structuurvisie,
Het besluit bedoeld in artikel 6.5,
wijziging of
betrekking heeft op (1) een
bedoeld in de artikelen
onderdeel c, van de Waterwet, het
uitbreiding van
gezamenlijk vermogen van 15
2.1, 2.2 en 2.3 van de
besluit, bedoeld in artikel 3, eerste lid,
een windturbine-
megawatt (elektrisch) of meer,
Wet ruimtelijke
van de Wet windenergie op zee of de
park.
of (2) 10 windturbines of meer.
ordening, en de
besluiten waarop afdeling 3.4 van de
plannen, bedoeld in de
Algemene wet bestuursrecht en een of
artikelen 3.1, eerste lid,
meer artikelen van afdeling 13.2 van de
3.6, eerste lid, onder-
wet van toepassing zijn dan wel waarop
delen a en b, van die
titel 4.1 van de Algemene wet bestuurs-
wet.
recht van toepassing is.
De drempelwaarde in de derde kolom voor een m.e.r.- beoordelingsplicht zijn slechts indicatief. Het bevoegd gezag moet ook bij activiteiten die de genoemde drempelwaarden niet overschrijden, nagaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, zodanig dat er toch een m.e.r.-procedure doorlopen moet worden. Windpark Goyerbrug overschrijdt de drempelwaarde van de derde kolom waardoor een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is (en niet enkel een vormvrije m.e.r.-beoordeling). Het bevoegd gezag moet daar een gemotiveerd oordeel over geven. De initiatiefnemer moet daarvoor voldoende informatie over de activiteit geven. De benodigde informatie is in deze aanmeldingsnotitie opgenomen. Bij de beoordeling of er sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu moet het bevoegd gezag rekening houden met de criteria opgenomen in bijlage III van de Europese m.e.r.richtlijn 97/11/EG. In deze aanmeldingsnotitie is in hoofdlijnen de structuur van deze richtlijn aangehouden: 1.
De kenmerken van het project. a.
De omvang van het project.
b. De cumulatie met andere projecten. c.
Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen.
d. De productie van afvalstoffen. e.
Verontreiniging en hinder.
f.
Risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën.
R068362ab.185MOJE.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022
11
2.
De plaats van het project. a.
Het bestaande grondgebruik.
b. De relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied. c. 3.
Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu.
De kenmerken van de potentiële effecten. a.
Het bereik van het effect.
b. De orde van grote en de complexiteit van het project. c.
De waarschijnlijkheid van het effect.
d. De duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect. In het kader van Windpark Goyerbrug is nog geen definitieve keuze gemaakt voor het windturbinetype. In de vergunningsaanvraag zal een bandbreedte voor de afmetingen van de windturbines een bandbreedte worden aangevraagd. Het opgesteld vermogen van het windpark is gemaximeerd. Ten behoeve van de m.e.r.- beoordeling zijn daarom de effecten van verschillende mogelijke windturbinetypen binnen deze brandbreedte onderzocht. Voor de thema’s geluid en slagschaduw zijn verschillende turbinetypen doorgerekend. Voor het thema externe veiligheid is een type gekozen met de grootste werpafstand van de bladen. Met andere woorden: welke van de onderzochte turbines uiteindelijk ook gekozen wordt, de effecten zijn altijd kleiner of gelijk aan de in deze aanmeldingsnotitie beschreven effecten.
1.3
Betrokken partijen en procedures
Betrokken partijen Bij deze m.e.r.-beoordelingsprocedure zijn de volgende partijen aan te merken als initiatiefnemer en bevoegd gezag. Windpark Goyerbrug bv is initiatiefnemer van het project voor deze m.e.r.beoordelingsprocedure. Omdat verschillende vergunningen aangevraagd worden, is er sprake van meerdere bevoegde gezagen. De gemeente wordt het bevoegd gezag voor: een omgevingsvergunning afwijken van het bestemmingsplan, een omgevingsvergunning bouwen en een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM). Het gaat daarbij om het bouwen van een bouwwerk, het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan en het oprichten van een inrichting. Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht zal nog besluiten haar bevoegdheid op grond van 9f, lid 1 van de Elektriciteitswet niet toe te passen. Procedure De procedure voor de m.e.r.-beoordeling is als volgt: -
De initiatiefnemer dient een aanmeldingsnotitie in bij het bevoegd gezag (in dit geval het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten). Deze mag tegelijk met de aanvraag omgevingsvergunning worden ingediend;
-
Binnen 6 weken na ontvangst beslist het bevoegd gezag over de noodzaak tot het al dan niet doorlopen van een m.e.r.-procedure;
R068362ab.185MOJE.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022
12
-
Het m.e.r.-beoordelingsbesluit maakt als verplichte bijlage onderdeel uit van het ontwerpbesluit over de omgevingsvergunning en wordt tegelijk met dit ontwerpbesluit bekend gemaakt.
Er staat bij een m.e.r.-beoordeling geen direct beroep en bezwaar open. Dat vindt plaats in het kader van de procedure van het ‘moederbesluit’. In dit geval is dat de omgevingsvergunning voor de activiteit afwijken van het bestemmingsplan, de activiteit bouwen en een OBM.
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 schetst de kenmerken van de voorgenomen activiteit, zoals de omvang, de cumulatie met andere projecten, verontreiniging en het risico op ongevallen. In hoofdstuk 3 wordt de plaats van de activiteit beschreven, waarbij wordt ingegaan op het bestaande grondgebruik, de natuurlijke hulpbronnen in het gebied en het opnamevermogen van het natuurlijke milieu. Hoofdstuk 4 gaat over de kenmerken van de potentiële gevolgen voor milieu en woon- en leefomgeving, Natura 2000-gebieden, ecologische hoofdstructuur en landschap.
R068362ab.185MOJE.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022
13
2
De kenmerken van het project
2.1
Achtergrond
De overheid wil het aandeel van windenergie in de totale energieproductie in Nederland vergroten. In 2013 hebben het Rijk en alle provincies een akkoord gesloten waarin is afgesproken dat in 2020 6.000 MW aan energie door windturbines geproduceerd zou moeten worden. Deze doelstelling is niet gehaald. Dit toont aan dat de ontwikkeling van windenergie niet snel genoeg gaat. In het algemeen kan het volgende worden gesteld over de doelstelling en het opstelde MW aan windenergie. Windpark Goyerbrug draagt bij aan het behalen van 1) de Rijksdoelstelling van 6.000 MW Wind op land in 2020 en 16% hernieuwbare energie te realiseren in 2023, 2) de doelstellingen van de provincie Utrecht van 65,5 MW aan opgesteld vermogen windenergie in 2020 en 3) de doelstelling van de gemeente Houten om 9% van het totale energieverbruik lokaal duurzaam op te wekken in 2018 en klimaatneutraal te zijn in 2040. Volgens de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) - Monitor Wind op Land 2020 - stond eind 2020 bijna 4.200 MW vermogen aan windenergie in Nederland. Het uitgangspunt was dat het totale windvermogen dat eind 2023 in gebruik kon zijn op 6.665 MW kan uitkomen. Dit aantal wordt opgemaakt door de bestaande windparken op te tellen bij projecten die nu nog in voorbereiding zijn en binnenkort gebouwd worden. In de provincie Utrecht stond begin 2022 een opgesteld vermogen aan windenergie van 34 MW.
Daarmee is 51,9% van de provinciale doelstelling uit 2020 behaald. Het operationeel tekort in de provincie Utrecht bedraagt 31,5 MW (netto) voor de doelstelling wind op land 2020. In de Monitor Wind op Land is Windpark Goyerbrug expliciet opgenomen als plan dat in procedure is (‘bouw in voorbereiding’), en waar ‘de hoop op realisatie gevestigd is’. Volgens de Klimaatmonitor van Rijkswaterstaat werd er in 2019 in de gemeente Houten 3.090 TJ aan energie verbruikt. Hiervan werd 204 TJ lokaal duurzaam opgewekt, oftewel 6,6%. Daarmee is 73,3% (6,6% van 9,0%) van de gemeentelijke 2018-doelstellling behaald. Windpark Goyerbrug ondersteunt de ambitie van het Rijk, de provincie en de gemeente om een bijdrage te leveren aan de opwekking van duurzame energie. Windpark Goyerbrug heeft een indicatief vermogen van 22,4 MW. Windpark Goyerbrug kan binnen de genoemde specificaties circa 51 tot 79 GWh/jaar (circa 183 tot 284 TJ/jaar) leveren. Daarmee levert het windpark een aanzienlijke bijdrage aan het behalen van de overheidsdoelstellingen. Windpark Goyerbrug draagt tussen 0,24% en 0,37% bij aan de landelijke 2020-doelstelling en tussen 22,0% en 34,2% aan de provinciale 2020-doelstelling.
R068362ab.185MOJE.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022
14
Bij realisatie van Windpark Goyerbrug wordt in de gemeente Houten (bij gelijkblijvend verbruik) 15,8% van de energie duurzaam lokaal opgewekt. Windpark Goyerbrug wekt (met circa 284 TJ/jaar) meer op dan het elektrisch verbruik van alle huishoudens in Houten bij elkaar (211 TJ in 2020).
2.2
De omvang van het project
De voorgenomen activiteit betreft het realiseren van een windpark. Dit bestaat uit de bouw, aanleg en inwerking hebben van het nieuwe windpark inclusief de daarbij behorende infrastructuur (hoofdzakelijk de bouwwegen, opstelplaatsen en kabels die windturbines onderling en met het openbare net ondergronds verbinden) en een inkoopstation. De tijdsduur van aanleg beslaat naar verwachting een periode van een half jaar, vooral afhankelijk van toegestane bouwperiodes en weercondities, levering van materialen en beschikbaarheid van materieel. Een windpark heeft na oplevering een verwachte minimale technische levensduur van minimaal 25 jaar die door onderhoud en vervanging is te verlengen. Gedurende de exploitatiefase zijn de activiteiten, naast de in bedrijf zijnde windturbines, beperkt tot het periodiek verrichten van inspecties en onderhoud. Het windpark bestaat uit vier windturbines. Gezien de huidige stand der techniek en het windaanbod op locatie is een aantal windturbinetypes realiseerbaar. Voorzien is dat het totale vermogen van het windpark indicatief 22,4 MW wordt. De windturbines krijgen een ashoogte van minimaal 145 en maximaal 166 meter en een rotordiameter van maximaal 150 meter. Het definitieve windturbinetype staat nog niet vast, maar duidelijk is wel dat het windpark na de realisatie bestaat uit een opstelling van vier identieke windturbines met hetzelfde uiterlijk.
Daarmee wordt bedoeld dezelfde ashoogte, gelijke vorm van de gondel en van gelijke rotordiameter. De windturbines worden in een lijnopstelling gerealiseerd.
R068362ab.185MOJE.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022
15
Figuur 2.1 Lijnopstelling van de windturbines
2.3
Cumulatie met andere projecten
Het onderhavige plan waarbij vier windturbines gerealiseerd worden, is een op zichzelf staand plan van initiatiefnemer Windpark Goyerbrug bv. Er zijn geen andere plannen en/of projecten in de directe omgeving in ontwikkeling waarmee de gevolgen van dit project zouden kunnen cumuleren. Wel zijn er verschillende bestaande windparken in de omgeving aanwezig. Het gaat om: −
Windpark Houten (op circa 7 kilometer afstand ten noordwesten)
−
Windpark Nieuwegein (op circa 9 kilometer afstand ten noordwesten)
−
Windpark Vianen (op circa 9,5 kilometer afstand ten westen)
−
Windpark Culemborg (op circa 6,5 kilometer afstand ten zuidwesten).
Op de cumulatieve effecten die mogelijk als gevolg van deze bestaande windparken optreden wordt nader ingegaan in paragraaf 4.13.
R068362ab.185MOJE.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022
16
2.4
Gebruik van natuurlijke hulpbronnen
Het windpark maakt gedurende haar levensduur gebruik van wind als natuurlijke hulpbron. Gedurende die tijd wordt het gebruik van de eindige voorraad fossiele brandstoffen uitgespaard. Voor de bouw, bij het onderhoud en de afbraak van de windturbines, is beperkt energie nodig uit fossiele brandstoffen. Tijdens de hele levensduur van een windturbine, 25 jaar, produceert deze minimaal 50 keer zoveel energie als er nodig is om er één te bouwen. De windturbines bestaan hoofdzakelijk uit staal, koper en aluminium. Aan het einde van de levensfase worden deze materialen hergebruikt. Voor de fundering en toegangswegen worden beton en/of asfalt(granulaat) gebruikt.
2.5
Productie van afvalstoffen
Het windpark levert in beperkte mate afgewerkte olie uit de draaiende systemen op. Verder worden geen afvalstoffen geproduceerd. Afgewerkte olie wordt afgevoerd na onderhoud.
2.6
Verontreiniging en hinder
Het project leidt niet tot verontreiniging. In potentie kan een windpark leiden tot hinder voor de directe omgeving vanwege slagschaduw en de emissie van geluid. Middels een slagschaduw stilstandvoorziening en toepassing van geluidsmodi op de windturbines is het uitgangspunt dat voldaan wordt aan de door de gemeente vastgestelde norm. In hoofdstuk 4 worden de effecten op woon- en leefklimaat en milieu verder omschreven.
2.7
Risico van ongevallen
Doordat de normen uit het Activiteitenbesluit niet meer toepasbaar zijn zal de gemeente projectspecifieke normen opnemen voor de vergunningsaanvraag. De normen en rekenregels uit het Handboek Risicozonering Windturbines, het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en het Besluit externe veiligheid transport (Bevt) blijven ongewijzigd van toepassing. Het risico op falen wordt daarmee tot een minimum beperkt. Er blijft echter een uiterst kleine kans op falen bestaan waar rekening mee moet worden gehouden. Hier wordt in paragraaf 4.5 op ingegaan.
R068362ab.185MOJE.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022
17
3
De locatie van het project
3.1
Locatie
Het plangebied ligt evenwijdig langs de zuidkant aan het Amsterdam-Rijnkanaal ter hoogte van de Goyerbrug in de gemeente Houten. Het omringende gebied bestaat voornamelijk uit agrarische gronden. Ten zuiden van het plangebied ligt het natuurgebied de Buitenwaard en aansluitend loopt de Lek. Aan de noordzijde van het kanaal liggen de kernen Dwarsdijk (op circa 1,3 kilometer afstand) en ’t Goy (op circa 1,7 afstand). In onderstaande figuur is de ligging van het windpark op een topografische kaart globaal weergegeven. In de buurt van het windpark liggen drie Natura 2000-gebieden. Het gaat om het Natura 2000-gebied Rijntakken (op circa 5,8 kilometer afstand), Kolland & Overlangbroek (op circa 6,5 kilometer afstand) en Lingegebied & Diefdijk Zuid (op circa 8,9 kilometer gelegen). Op figuur 3.2 is de ligging van de natuurgebieden weergegeven.
Figuur 3.1 Globale ligging windturbines
R068362ab.185MOJE.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022
18
Figuur 3.2 De Natura 2000-gebieden nabij het plangebied van Windpark Goyerbrug (uiterwaarden Neder-Rijn is deelgebied van Natura 2000-gebied Rijntakken)
3.2
Bestaande grondgebruik
Met de bouw van de turbines treedt er een wijziging op van het gebruik. Het gebied heeft een agrarische bestemming en tussen de voorziene windturbines door ligt een wegbestemming. De afname van agrarische grond als gevolg van de ontwikkeling is beperkt omdat slechts het benodigde oppervlak voor de fundering van de windturbines en de toegangswegen en opstelplaatsen aan het agrarisch gebruik wordt onttrokken.
3.3
Relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied
Op de locaties van de windturbines zijn geen aanwezige natuurlijke hulpbronnen die door de realisatie van het windpark worden aangetast.
R068362ab.185MOJE.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022
19
3.4
Opnamevermogen natuurlijk milieu
Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: a) wetlands; b) kustgebieden; c)
berg- en bosgebieden;
d) reservaten en natuurparken; e) gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 79/409/EEG (=Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (=Habitatrichtlijn); f)
gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden;
g) gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; h) landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. Van gebieden als bedoeld onder a, b, c, d, f en g is in de directe omgeving geen sprake. Voor ‘e’ en ‘h’ wordt verwezen naar paragraaf 4.8 en 4.10.
R068362ab.185MOJE.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022
20
4
De kenmerken van de potentiële effecten
4.1
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft een beschrijving van de bestaande milieusituatie en de te verwachten gevolgen voor het milieu. Relevante milieuthema’s en overige thema’s Gelet op het karakter van het voornemen en de lokale omstandigheden wordt in de voorliggende aanmeldingsnotitie voor de m.e.r.-beoordeling ingegaan op de volgende (milieu)thema’s: -
geluid;
-
slagschaduw;
-
luchtkwaliteit;
-
externe veiligheid;
-
landschap;
-
water;
-
natuur;
-
bodem;
-
archeologie en cultuurhistorie;
-
radar;
-
cumulatie.
Per milieuthema is gebruik gemaakt van de beschikbare bronnen met achtergrondinformatie, bijvoorbeeld een archeologische waardenkaart voor het aspect archeologie. Voor enkele thema’s zijn sectorale onderzoeken uitgevoerd, waarvan de resultaten in de desbetreffende paragrafen zijn opgenomen. De onderzoeksrapporten zelf zijn als bijlagen opgenomen. Worst case beschouwing per aspect Omdat het turbinetype nog niet is geselecteerd, worden de gevolgen voor het milieu per milieuaspect verschillend beoordeeld. Voor wat betreft het thema geluid zijn verschillende turbinetypen doorgerekend. Voor het thema slagschaduw zijn eveneens verschillende turbinetypen doorgerekend. Voor het thema externe veiligheid is een type gekozen met de grootste werpafstand van de bladen. Met andere woorden: welke van de geselecteerde turbines uiteindelijk ook gekozen wordt, de effecten zijn altijd kleiner of gelijk aan de in deze aanmeldingsnotitie beschreven effecten. Omkeerbaarheid van de effecten Met uitzondering van de aanleg van de fundering en toegangswegen geldt voor alle aspecten dat mogelijke effecten tijdelijk en omkeerbaar zijn: zodra de exploitatie van de windturbines wordt gestaakt treden effecten niet meer op.
R068362ab.185MOJE.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022
21
Na beëindiging worden de funderingen (tot 2 meter onder het maaiveld) en de toegangswegen verwijderd. De aanleg van de fundering en toegangswegen heeft geen belangrijke negatieve milieugevolgen.
4.2
Geluid
Draaiende windturbines maken geluid. Het geluid van windturbines kan als storend worden ervaren. Dit is mede afhankelijk van het type windturbine en de hoeveelheid achtergrondgeluid. In de uitspraak van 30 juni 2021 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) inzake windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding is geoordeeld dat de algemene normen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit) en de Activiteitenregeling milieubeheer (Activiteitenregeling) voor (onder andere) windturbinegeluid, slagschaduw en externe veiligheid buiten toepassing moeten worden gelaten ingeval van besluitvorming voor windturbineparken. Hierdoor kan de ruimtelijke aanvaardbaarheid van planologische besluiten voor windturbineparken niet meer enkel onderbouwd worden met een verwijzing naar die windturbinenormen in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling. Wel kan het bevoegd gezag voor concrete projecteneigen normen stellen. Die normen moeten dan wel zijn voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering. Voor de beoordeling van het aspect geluid is een rapportage opgesteld (bijlage 10a bij de ruimtelijke onderbouwing – Onderzoek geluid en slagschaduw - Nevele arrest – LBP|SIGHT).
In de uitspraak van 30 juni 2021 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) inzake windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding is geoordeeld dat de algemene normen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit) en de Activiteitenregeling milieubeheer (Activiteitenregeling) voor (onder andere) windturbinegeluid, slagschaduw en externe veiligheid buiten toepassing moeten worden gelaten ingeval van besluitvorming voor windturbineparken. Hierdoor kan de ruimtelijke aanvaardbaarheid van planologische besluiten voor windturbineparken niet meer enkel onderbouwd worden met een verwijzing naar die windturbinenormen in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling. Wel kan het bevoegd gezag voor concrete projecteneigen normen stellen. Die normen moeten dan wel zijn voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering. Voor de beoordeling van het aspect geluid is een rapportage opgesteld (zie bijlage 10a bij de ruimtelijke onderbouwing – Onderzoek geluid en slagschaduw - Nevele arrest – LBP|SIGHT). De resultaten uit het onderzoek zijn hieronder toegelicht. Uit de rekenresultaten blijkt dat de hoogst berekende waarden bij de meest bepalende woning van derden (Nachtdijk 25) 49 t/m 51 dB Lden bedragen.
De meest bepalende turbine voor de geluidsbelasting op de omgeving betreft de N131 3.9 MW. De minst bepalende turbine betreft de V150 5.6 MW op 155 m. In figuren 4.1 en 4.2 zijn de rekenresultaten zonder mitigerende maatregelen opgenomen voor de N131 3.9 MW en de V150 5.6 MW op 155 m.
R068362ab.185MOJE.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022
22
Figuur 4.1 Lden contouren turbinetype Nordex N131 3.9 MW, zonder mitigerende maatregelen.
R068362ab.185MOJE.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022
23
Figuur 4.2 Lden contouren turbinetype Vestas V150 5.6MW, zonder mitigerende maatregelen. Per windturbine is vervolgens berekend welke mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn, zodat voldaan wordt aan de hiervoor genoemde normwaarden (Lden 49 dB, 48 dB, 47 dB, 46 dB, 45 dB). Dit is gedaan door te bepalen in welke etmaalperioden noise-modes ingesteld moeten worden. Dit zijn de volgende etmaalperioden: -
Dag:
07.00-19.00 uur
-
Avond: 19.00-23.00 uur
-
Nacht: 23.00-07.00 uur
In de bijlage bij het onderzoek is uitgebreid aangegeven welke benodigde noise-modes geluidstechnisch van toepassing kunnen zijn bij elk type windturbine. Tevens zijn in de bijlage bij het onderzoek voor de meest en minst bepalende turbine (Nordex N131 3.9 MW en V150 5.6 MW ) de contouren weergegeven zonder en met mitigerende maatregelen. Naast de berekende Lden waarden zijn ook de Lnight waarden gegeven voor de verschillende onderzochte grenswaarden. Hieruit blijkt dat de berekende waarde voor de L night altijd meer dan 6 dB lager is dan de berekende Lden waarde. Door het toepassen van mitigerende maatregelen neemt dit verschil toe.
R068362ab.185MOJE.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022
24
Het toepassen van een aparte Lnight norm worden daarom ook niet noodzakelijk geacht. Hoewel geen separate Lnight norm noodzakelijk is, wordt voor de volledigheid wel een Lnight 41 norm in de vergunningvoorschriften bij de omgevingsvergunning opgenomen. Aantallen ernstig gehinderden Voor het bepalen van de aantallen ernstig gehinderden per geluidcontour zijn de volgende uitgangspunten gebruikt: -
Bepalen geluidcontouren en tellen huishoudens. Er is bepaald met welke mitigerende maatregelen voldaan wordt aan de gehanteerde normen. Met behulp van de resulterende geluidcontouren is bepaald hoeveel huishoudens aanwezig zijn binnen de Lden klassen.
-
Bepalen populatie binnen Lden klassen. Het aantal getelde huishoudens binnen de verschillende Lden klassen zijn vermenigvuldigd met het gemiddeld aantal personen per huishouden voor het jaar 2020 en 2021. De laatstgenoemde informatie komt van het CBS. Uit de data blijkt voor de jaren 2020 en 2021 een gemiddelde van 2,4 personen per huishouden voor deze regio. Dit is het gemiddelde van de gemeente Houten en Wijk bij Duurstede. Hiermee wordt de populatie verkregen (aantal personen) binnen de verschillende Lden klassen.
-
Bepalen aantal ernstig gehinderden binnenhuis. Per Lden klasse zijn vervolgens het aantal personen vermenigvuldigd met het percentage ernstig gehinderden voor die L den klasse. Voor het percentage ernstig gehinderden is aangesloten bij het TNO-rapport uit 200812. Zie ook de percentages is tabel 4.1. Hiermee zijn het aantal ernstig gehinderden per L den klasse berekend. Door deze op te tellen zijn het totaal aantal ernstig gehinderden binnenhuis bepaald. Dit is voor alle genoemde normstellingen gedaan.
1 2
S.A. Janssen, H. Vos en A.R. Eisses, TMP-rapport, Hinder door geluid van windturbines: Dosis—effectrelaties op basis van Nederlandse en Zweedse gegevens, 2008-D-R1051/B In het rapport "WHO noise guidelines" paragraaf 3.4, tabel 36 is een percentage van 10% HA (highly annoyed) gegeven. Dat betreft echter een waarde voor buitenhuis, terwijl de waarden van het TNO gelden voor binnenhuis.
R068362ab.185MOJE.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022
25
Lden
% ernstig gehinderden binnenhuis
37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53
0,58
0,79 1,07 1,44 1,90 2,49 3,22 4,12 5,22 6,53 8,09 9,91 12,02 14,43 17,14 20,15 23,46
Tabel 4.1 Percentages ernstig gehinderden binnenhuis 37 t/m 53 dB Lden (bron: TNO rapport 2008-DR1051/B) In onderstaande tabellen is per windturbinetype het aantal ernstig gehinderden binnenhuis binnen de Lden 37 contour gegeven, gebaseerd op de bovengenoemde TNO percentages. Voor het bepalen van de populatie is gekozen voor de Lden 37 contour omdat uit het TNO-rapport is gebleken dat onder 37 dB geen relevante hinder meer te verwachten is (namelijk minder dan 0,5% ernstig gehinderden). De Lden 37 contour is dus het worst-case scenario. Om het aantal ernstige gehinderden bij windturbines in perspectief te plaatsen kan het volgende nog gesteld worden. In het antwoord op kamervragen over overlast door windmolens d.d. 15-0320223 heeft het Ministerie van Economische Zaken antwoord gegeven op de vraag hoe de normen voor windmolens op land zich verhouden tot normen van andere geluidbronnen, zoals wegverkeer. Daarin wordt gesteld dat het geluid van windmolens als relatief hinderlijker wordt ervaren dan verkeersgeluid, en dat daarmee in de normen rekening is gehouden door een lagere geluidnorm toe te passen bij windturbines. Door de lagere norm bij windturbines is het ervaren beschermingsniveau gelijkwaardig. Daaruit kan geconcludeerd worden dat bij vergelijkbare geluidsniveaus, windturbines minder ernstig gehinderden kent als bij verkeersgeluid.
3
Kenmerk DGKE-WO / 22062050 (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/03/15/beantwoordingkamervragen-over-overlast-door-windmolenst).
R068362ab.185MOJE.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022
26
Populatie: N131 3.9 MW Mitigatie Geen max Lden 49 dB max Lden 48 dB max Lden 47 dB max Lden 46 dB max Lden 45 dB Tabel 4.2
190 binnen Lden 37 contour Ernstig gehinderden binnenhuis Aantal % van populatie 6,1 3,20 4,3 2,29 3,7 1,95 3,1 1,66 2,1 1,13 1,5 0,81
Aantallen en percentages ernstig gehinderden binnenhuis voor de Nordex N131 3.9 MW turbine op 145 m ashoogte Populatie: Nordex N149 4,5 MW Mitigatie Geen max Lden 49 dB max Lden 48 dB max Lden 47 dB max Lden 46 dB max Lden 45 dB Tabel 4.3
230 binnen Lden 37 contour Ernstig gehinderden binnenhuis Aantal % van populatie 6,2 2,71 4,7 2,04 3,8 1,66 3,2 1,39 2,4 1,03 1,8 0,79
Aantallen en percentages ernstig gehinderden binnenhuis voor de Nordex N149 4.5 MW op 164 m ashoogte Populatie: Nordex N149 5,7 MW Mitigatie Geen max Lden 49 dB max Lden 48 dB max Lden 47 dB max Lden 46 dB max Lden 45 dB Tabel 4.4
161 binnen Lden 37 contour Ernstig gehinderden binnenhuis Aantal % van populatie 5,5 3,42 4,6 2,86 3,5 2,15 2,8 1,73 2,3 1,41 1,8 1,10
Aantallen en percentages ernstig gehinderden binnenhuis voor de Nordex N149 5.7 MW op 155 m ashoogte
R068362ab.185MOJE.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022
27
Populatie: Senvion 3.7M Mitigatie Geen max Lden 49 dB max Lden 48 dB max Lden 47 dB max Lden 46 dB max Lden 45 dB Tabel 4.5
137 binnen Lden 37 contour Ernstig gehinderden binnenhuis Aantal % van populatie 4,5 3,26 4,3 3,16 3,6 2,61 2,8 2,02 2,3 1,72 1,5 1,06
Aantallen en percentages ernstig gehinderden binnenhuis voor de Senvion 3.7M140 3.7 MW op 160 m ashoogte Populatie: Senvion 4.2M Mitigatie Geen max Lden 49 dB max Lden 48 dB max Lden 47 dB max Lden 46 dB max Lden 45 dB Tabel 4.6
156 binnen Lden 37 contour Ernstig gehinderden binnenhuis Aantal % van populatie 5,0 3,22 4,6 2,92 3,6 2,30 2,9 1,88 2,4 1,53 1,4 0,91
Aantallen en percentages ernstig gehinderden binnenhuis voor de Senvion 4.2M148 4.8 MW op 165 m ashoogte Populatie: Vestas V136 3,6 Mitigatie Geen max Lden 49 dB max Lden 48 dB max Lden 47 dB max Lden 46 dB max Lden 45 dB Tabel 4.7
163 binnen Lden 37 contour Ernstig gehinderden binnenhuis Aantal % van populatie 5,7 3,48 4,3 2,63 3,7 2,24 3,0 1,86 2,0 1,25 1,6 0,97
Aantallen en percentages ernstig gehinderden binnenhuis voor de Vestas V136 3.6 MW op 149 m ashoogte
R068362ab.185MOJE.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022
28
Populatie: Vestas V150 4.2 Mitigatie Geen max Lden 49 dB max Lden 48 dB max Lden 47 dB max Lden 46 dB max Lden 45 dB Tabel 4.8
158 binnen Lden 37 contour Ernstig gehinderden binnenhuis Aantal % van populatie 5,1 3,20 4,5 2,82 3,6 2,25 2,9 1,86 2,5 1,56 1,6 1,03
Aantallen en percentages ernstig gehinderden binnenhuis voor de Vestas V150 4.2 MW op 166 m ashoogte Populatie: Vestas V150 5.6 op 155m Mitigatie Geen max Lden 49 dB max Lden 48 dB max Lden 47 dB max Lden 46 dB max Lden 45 dB Tabel 4.9
156 binnen Lden 37 contour Ernstig gehinderden binnenhuis Aantal % van populatie 4,8 3,07 4,3 2,77 3,6 2,33 2,9 1,89 2,1 1,36 1,6 1,05
Aantallen en percentages ernstig gehinderden binnenhuis voor de Vestas V150 5.6 MW op 155 m ashoogte Populatie: Vestas V150 5.6 op 166m Mitigatie Geen max Lden 49 dB max Lden 48 dB max Lden 47 dB max Lden 46 dB max Lden 45 dB Tabel 4.10
168 binnen Lden 37 contour Ernstig gehinderden binnenhuis Aantal % van populatie 4,9 2,94 4,4 2,59 3,7 2,21 2,9 1,75 2,1 1,24 1,6 0,98
Aantallen en percentages ernstig gehinderden binnenhuis voor de Vestas V150 5.6 MW op 166 m ashoogte
R068362ab.185MOJE.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022
29
binnen Lden 37 contour Ernstig gehinderden binnenhuis Aantal % van populatie 5,3 3,2 4,4 2,7 3,6 2,2 3,0 1,8 2,2 1,4 1,6 1,0
Gemiddelde Mitigatie Geen max Lden 49 dB max Lden 48 dB max Lden 47 dB max Lden 46 dB max Lden 45 dB Tabel 4.11
Gemiddeld aantallen en percentages ernstig gehinderden binnenhuis Cumulatie met andere geluidbronnen In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de geluidbelasting vanwege windturbinegeluid gecumuleerd met andere geluidbronnen in de omgeving. De volgende geluidbronnen zijn bepalend voor de omgeving: wegverkeer (gezoneerd in het kader van de Wet geluidhinder) en scheepvaart (niet gezoneerd in het kader van de Wet geluidhinder). Voor scheepvaart bestaat geen apart beoordelingskader, maar is in deze cumulatiestudie wel betrokken. Andere bepalende geluidbronnen zijn niet aanwezig of liggen te ver weg om van invloed te zijn op de gecumuleerde geluidbelasting. Er zijn twee jaren berekend, namelijk 2022 en 2032. De cumulatieve geluidbelasting (Lcum) is bepaald conform de rekenmethode uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines, zoals opgenomen in bijlage 4 bij de Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer. Met deze methode is de gecumuleerde hinderequivalente geluidbelasting berekend, waarbij rekening wordt gehouden met de verschillen in dosis-effectrelaties van de verschillende geluidbronnen. Daarbij is uitgegaan van specifieke formules, waarbij de berekende geluidwaarden (Lden-waarden, met uitzondering van industrielawaai) van de desbetreffende bronnen worden gebruikt om de hinderequivalente geluidwaarden te berekenen.
Vervolgens zijn deze hinderequivalente geluidwaarden energetisch bij elkaar opgeteld. Een en ander is beschreven in het akoestisch onderzoek (bijlage 10a bij de ruimtelijke onderbouwing – Onderzoek geluid en slagschaduw - Nevele arrest – LBP|SIGHT). De cumulatieve geluidbelasting met andere geluidbronnen is onderzocht voor de meest bepalende turbine (Nordex N131 op 145 m ashoogte). Dit betreft, zonder mitigatie, de meest worst-case turbine. De overige turbines hebben een vergelijkbare of lagere impact. We hebben de volgende situaties beschouwd: -
De bestaande situatie, alleen wegverkeer en scheepvaart.
-
De nieuwe situatie, zonder mitigatie.
-
De nieuwe situatie met mitigatie naar Lden 49 dB, 48 dB, 47 dB, 46 dB en 45 dB.
R068362ab.185MOJE.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022
30