CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Onderdeel bouwen en Beperkte Milieutoets LBP SIGHT versie 11_001_compressed.pdf

Gemeenteraad 22 september 2022, gemeente HoutenBij agendapunt: Windpark Goyerbrug Ontwerp vergunning en Verklaring van geen bedenkingen26.673 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toelichting omgevingsvergunning Windpark Goyerbrug in Houten Onderdeel bouwen en Beperkte Milieutoets

Opdrachtgever Windpark Goyerbrug BV Contactpersoon Kenmerk R068362ab.18AKCNR.jwi Versie 11_001 Datum 29 juli 2022 Auteur

Kelvinbaan 40, 3439 MT Nieuwegein | Postbus 1475, 3430 BL Nieuwegein | T (030) 231 13 77 | F (030) 234 17 54 E info@lbpsight.nl | www.lbpsight.nl | IBAN: NL62 RABO 036 42 36 558 | KvK 30073990 | BTW NL007093159B01

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding ..................................................................................................................................... 4 1.1

Aanleiding ......................................................................................................................... 4

1.2

De aanvraag ...................................................................................................................... 4

1.3

Algemene gegevens .......................................................................................................... 5

1.4

Overige vergunningen ....................................................................................................... 6

1.5

M.e.r.-beoordelingsplicht .................................................................................................. 6

1.6

Het bestemmingsplan ....................................................................................................... 7

1.7

Leeswijzer .......................................................................................................................... 7

Beschrijving van het project ..................................................................................................... 8 2.1

Locatie ............................................................................................................................... 8

2.2

Kadastrale gegevens ......................................................................................................... 8

2.3

Aanvraag met bandbreedte .............................................................................................. 8

Oprichting van een inrichting (Beperkte Milieutoets) ......................................................... 10 3.1

Inleiding .......................................................................................................................... 10

3.2

Omschrijving inrichting ................................................................................................... 10 3.2.1

Windturbine ....................................................................................................... 10

3.2.2

Inrichtingsgrens .................................................................................................. 11

3.2.3

Opgesteld vermogen .......................................................................................... 12

3.2.4

Bedrijfstijden ....................................................................................................... 12

3.3

Huidige situatie ............................................................................................................... 12

3.4

Toekomstige situatie ....................................................................................................... 12

3.5

Wijze van registratie milieubelasting ............................................................................... 13

3.6

Geluid .............................................................................................................................. 14 3.6.1

3.7

Slagschaduw .................................................................................................................... 29 3.7.1

4

Aangevraagde norm ........................................................................................... 26 Aangevraagde norm ........................................................................................... 34

3.8

Externe veiligheid ............................................................................................................ 36

3.9

Luchtkwaliteit .................................................................................................................. 48

3.10

Radar ............................................................................................................................... 48

3.11

Lichthinder....................................................................................................................... 50

3.12

Mitigerende maatregelen ................................................................................................ 51

3.13

Conclusie ......................................................................................................................... 52

Bouwen ..................................................................................................................................... 53 4.1

Type bouwwerk ............................................................................................................... 53

4.2

Afmetingen...................................................................................................................... 55

4.3

Fundering ........................................................................................................................ 56

4.4

Aanleg wegen, kraanopstelplaatsen, elektrische/data infrastructuur .............................. 57

R068362ab.18AKCNR.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022

2

4.5

Gebruik ............................................................................................................................ 60

4.6

Schakelstation ................................................................................................................. 61

4.7

Bouwveiligheidsplan ........................................................................................................ 61

4.8

Brandveiligheid................................................................................................................ 62

4.9

Bouwkosten ..................................................................................................................... 62

5

Aan te vragen normen ............................................................................................................ 63

6

Nog aan te leveren bescheiden en gegevens ........................................................................ 64

Bijlagen Bijlage 1

Vaststelling bevoegd gezag – Gedeputeerde Staten

Bijlage 2

Definitieve beschikking ontheffing Wnb – Gedeputeerde Staten

Bijlage 3

Aanmeldingsnotitie m.e.r.- beoordeling – LBPSIGHT

Bijlage 4a

Onderbouwing molenaarswoningen – Timmermans Juridisch Advies

Bijlage 4b

Molenaarsovereenkomsten – Windpark Goyerbrug

Bijlage 4c

Volmachten eigenaren – Windpark Goyerbrug

Bijlage 5

Kadastrale kaarten – Kadaster

Bijlage 6a

Onderzoek geluid en slagschaduw - Nevele arrest – LBP|SIGHT

Bijlage 6b

Nadere onderbouwing gekozen windturbinenormen – LBP|SIGHT

Bijlage 7

Opbrengstberekening Windpark Goyerbrug - Blue Bear Energy

Bijlage 8a

Rapport externe veiligheid – LBP|SIGHT

Bijlage 8b

Brief geldigheid rapport – LBP|SIGHT

Bijlage 8b

Onderzoek normstellend kader – AVIV

Bijlage 9a

Radarverstoringsonderzoek Windpark Goyerbrug – TNO

Bijlage 9b

Verklaring van geen bezwaar – Ministerie van Defensie

Bijlage 9c

Brief verklaring van geen bezwaar windpark Goyerbrug - TNO

Bijlage 10a

General description 4MW platform – Vestas

Bijlage 10b

Voor- en zijaanzichten – Mug Ingenieursbureau

Bijlage 10c

Aanzichten – Vestas

Bijlage 11

Principe tekening fundering – Vestas

Bijlage 12a

Wegen en kraanopstelplaatsen – Windpark Goyerbrug

Bijlage 12b

Duikers, sloten en compensatiegebied – Windpark Goyerbrug

Bijlage 13a

Principe tekening kabelsleuf – Van den Heuvel

Bijlage 13b

Kabeltracé – Windpark Goyerbrug

Bijlage 13c

Principe tekening inkoopstation – AKA

Bijlage 13d

Kruisingen oppervlaktewaterlichamen kabeltracé – Windpark Goyerbrug

R068362ab.18AKCNR.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022

3

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Windpark Goyerbrug bv is voornemens Windpark Goyerbrug te realiseren tussen Houten en Wijk bij Duurstede. De locatie van het geplande windpark ligt in de gemeente Houten. De locatie van het Windpark Goyerbrug is opgenomen in de structuurvisie van de gemeente Houten. Het plan omvat vier nieuwe windturbines in lijnopstelling ten zuiden van het AmsterdamRijnkanaal. De lengte van de opstelling is circa 1,6 kilometer. Over het type windturbine is nog geen beslissing genomen. In ieder geval gaat het om vier dezelfde turbines met een ashoogte van minimaal 145 meter en maximaal 166 meter, en een rotordiameter van maximaal 150 meter. Windpark Goyerbrug draagt bij aan het behalen van 1) de Rijksdoelstelling van 6.000 MW Wind op land in 2020 en 16% hernieuwbare energie te realiseren in 2023, 2) de doelstellingen van de provincie Utrecht van 65,5 MW aan opgesteld vermogen windenergie in 2020 en 3) de doelstelling van de gemeente Houten om 9% van het totale energieverbruik lokaal duurzaam op te wekken in 2018 en klimaatneutraal te zijn in 2040. Bij brief van 10 oktober 2018 heeft de Provincie Utrecht bepaald dat zij onder verwijzing naar artikel 9f, zesde lid, onder a van de Elektriciteitswet, afziet van toepassing van de gecoördineerde voorbereiding en bekendmaking van de benodigde besluiten ten behoeve van de realisatie van het Windpark Goyerbrug.

Daarmee is de gemeente Houten het bevoegd gezag om op de aanvraag om omgevingsvergunning te beslissen. Het besluit van de Provincie Utrecht is bijgevoegd als Bijlage 1 Vaststelling bevoegd gezag - Gedeputeerde Staten.

1.2

De aanvraag

De onderhavige aanvraag heeft betrekking op de volgende onderdelen: •

Het bouwen van een bouwwerk (4 windturbines en een schakelstation) (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo), artikel 2.1, lid 1, aanhef en onderdeel a)

•

Het aanleggen van toegangswegen, kraanopstelplaatsen en elektrische/data infrastructuur. (Wabo, artikel 2.1, lid 1, aanhef en onderdeel b)

•

Het oprichten van een inrichting (Beperkte milieutoets) (Wabo, artikel 2.1, lid 1, aanhef en onderdeel i, juncto Besluit omgevingsrecht, artikel 2.2a, lid 1, aanhef en onderdeel a, juncto Wet milieubeheer artikel 7.2, lid 1, aanhef en onderdeel b)

•

Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening (Wabo, artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 3)

R068362ab.18AKCNR.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022

4

Onderhavige aanvraag voorziet in: de bouw en exploitatie van de windturbines en bijbehorende kraanopstelplaatsen en

•

schakelstation; overige bijbehorende voorzieningen, zoals wegen en elektrische infrastructuur.

•

Deze aanvraag betreft de bouw, het oprichten en inwerking hebben van een nog nader te specificeren windturbinetype. Zodoende wordt een flexibele vergunning aangevraagd. Dit betekent voor het onderdeel bouwen dat een bandbreedte wordt opgenomen met maximale en minimale afmetingen voor de ashoogte, rotordiameter en de tiphoogte en de dimensionering van de funderingen. Voor de aanvraag voor het onderdeel milieu wordt per relevant milieuaspect gekeken naar de maximale impact van deze bandbreedte op de omgeving. Er wordt voldaan aan de normen uit het Activiteitenbesluit. Voorafgaand aan de start van de bouw wordt een definitieve keuze gemaakt voor een windturbinetype. Verzocht wordt om in de vergunning een voorschrift op te nemen op basis waarvan de keuze voor een windturbinetype uiterlijk drie maanden voorafgaand aan de start van de bouw aan het bevoegd gezag gemeld dient te worden. In hoofdstuk 5 wordt de lijst gegeven van alle later in te leveren bescheiden en gegevens op het moment dat de windturbinekeuze is bepaald. Met deze systematiek is enerzijds bij de verlening van de aangevraagde omgevingsvergunning duidelijk wat er mogelijk is en anderzijds bij de selectie van het windturbinetype een controlemoment voor het bevoegd gezag voorafgaand aan de start van de bouwwerkzaamheden.

Het onderhavige document voorziet uitsluitend in een toelichting op de activiteiten ‘bouwen van een bouwwerk’, het ‘aanleggen van toegangswegen, kraanopstelplaatsen en elektrische/data infrastructuur’ en het ‘oprichten van een inrichting (Beperkte milieutoets)’. De toelichting op de activiteit ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ vindt plaats in de ruimtelijke onderbouwing met kenmerk R068362ab.189Y8XR.jwi, die apart bij de vergunningsaanvraag is ingediend.

1.3

Algemene gegevens

De aanvrager van de onderhavige vergunningsaanvraag betreft Windpark Goyerbrug B.V. Naam

Windpark Goyerbrug B.V.

KvK-nummer

62710117

Contactpersoon Adres 3994 PD Houten

R068362ab.18AKCNR.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022

5

1.4

Overige vergunningen

Voor de bouw en exploitatie van het hier aangevraagde windpark is op 15 juni 2018 een ontheffing Wet natuurbescherming aangevraagd voor het (voorwaardelijk) opzettelijk doden van vogels en vleermuizen. De benodigde ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming kan worden verleend omdat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is en ook aan de overige voorwaarden voor verlening van de ontheffing wordt voldaan. Op 14 december 2018 is door Provincie Utrecht dan ook besloten om – onder het opleggen van voorschriften - ontheffing te verlenen van de verbodsbepalingen genoemd in artikel 3.1, eerste lid van de Wet natuurbescherming voor zover dit betreft het opzettelijk doden van vogels en vleermuizen. De beschikking van dit besluit is bijgevoegd als Bijlage 2 - Definitieve beschikking ontheffing Wnb Gedeputeerde Staten. De Wnb-ontheffing is inmiddels onherroepelijk geworden door de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 4 augustus 2021. Daarmee zijn er definitief geen belemmeringen vanuit de Wet natuurbescherming voor de realisatie van Windpark Goyerbrug.

1.5

M.e.r.-beoordelingsplicht

De activiteit ‘oprichting van een inrichting’ (Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets oftewel OBM) is van toepassing op de activiteiten waarvoor de drempel voor de m.e.r.-beoordeling niet wordt overschreden. Voor elke aanvraag waarbij een 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' aan de orde is, moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen. De oprichting van een windturbinepark valt onder de activiteiten die zijn opgesomd in categorie 22.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (zie tabel hieronder). In onderdeel D zijn zogenaamde m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten opgenomen. Tabel 3.1 Categorie 22.2, bijlage 2, onderdeel D Besluit m.e.r. Categorie

Activiteiten

Gevallen

Plannen

Besluiten

D 22.2

De oprichting,

In gevallen waarin de activiteit

De structuurvisie,

Het besluit bedoeld in artikel 6.5,

wijziging of

betrekking heeft op

bedoeld in de artikelen

onderdeel c, van de Waterwet, het

uitbreiding van

(1) een gezamenlijk vermogen

2.1, 2.2 en 2.3 van de

besluit, bedoeld in artikel 3, eerste lid,

een windturbine-

van 15 megawatt (elektrisch) of Wet ruimtelijke

van de Wet windenergie op zee of de

park.

meer, of

ordening, en de

besluiten waarop afdeling 3.4 van de

(2) 10 windturbines of meer.

plannen, bedoeld in de

Algemene wet bestuursrecht en een of

artikelen 3.1, eerste lid,

meer artikelen van afdeling 13.2 van de

3.6, eerste lid, onder-

wet van toepassing zijn dan wel waarop

delen a en b, van die

titel 4.1 van de Algemene wet bestuurs-

wet.

recht van toepassing is.

R068362ab.18AKCNR.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022

6

Met een indicatief vermogen van 22,4MW overschrijdt Windpark Goyerbrug de drempelwaarde van 15MW of meer, zoals genoemd in de derde kolom van tabel 1.2. Daardoor is een m.e.r.beoordeling noodzakelijk en niet enkel een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Gezamenlijk met de vergunningsaanvraag en deze ruimtelijke onderbouwing wordt tevens de benodigde m.e.r.beoordeling ingediend. De aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling is bijgevoegd bij deze ruimtelijke onderbouwing (bijlage 3 – Aanmeldingsnotitie m.e.r.- beoordeling – LBP|SIGHT). Voorafgaand aan de vergunningverlening moet het bevoegd gezag een besluit nemen op de m.e.r.-beoordeling. Gezien de beperkte potentiële effecten als gevolg van de realisatie van Windpark Goyerbrug in combinatie met de kenmerken en de gevoeligheid van de omgeving, is de impact van het windpark op het milieu verwaarloosbaar te noemen. Belangrijke nadelige effecten voor het milieu zijn hiermee uitgesloten. Op basis van de aanmeldingsnotitie wordt geconcludeerd dat de realisatie van Windpark Goyerbrug geen belangrijke negatieve milieueffecten veroorzaakt en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die aanleiding geven om een m.e.r.-procedure (een plan- m.e.r of project-m.e.r.) te doorlopen. Een m.e.r.-beoordeling volstaat.

1.6

Het bestemmingsplan

De aangevraagde vergunning is in strijd met het bestemmingsplan ‘Eiland van Schalkwijk’ (vastgesteld op 30 augustus 2017). Gelet op het bepaalde in artikel 2.10 lid 2 van de Wabo dient beoordeeld te worden of vergunningverlening onder toepassing van artikel 2.12 van de Wabo mogelijk is. In dit geval wordt afgeweken van het geldende bestemmingsplan. Medewerking kan alleen worden verleend met toepassing van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 3 van de Wabo.

1.7

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt het project beschreven. Hoofdstuk 3 belicht de milieuaspecten en hoofdstuk 4 gaat in op de activiteit bouwen. Omdat het een aanvraag met een bandbreedte betreft, wordt een deel van de informatie later (na de definitieve keuze van een type windturbine) ingediend. Dit wordt in hoofdstuk 5 aangegeven. De onderzoeksrapporten en tekeningen waar in de tekst van deze toelichting naar wordt verwezen, zijn als bijlagen bij deze toelichting gevoegd. Separaat zijn in het Omgevingsloket Online ook ingediend -

Meldingsformulier Activiteitenbesluit milieubeheer

-

Toestemming landeigenaren

R068362ab.18AKCNR.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022

7

2

Beschrijving van het project

2.1

Locatie

Het plangebied ligt evenwijdig aan de zuidkant van het Amsterdam-Rijnkanaal ter hoogte van de Goyerbrug in de gemeente Houten. Het omringende gebied bestaat voornamelijk uit agrarische gronden. Ten zuiden van het plangebied ligt het natuurgebied de Buitenwaard en aansluitend ligt de Lek. Aan de noordzijde van het kanaal liggen de kernen Dwarsdijk (op circa 1,3 kilometer afstand) en ’t Goy (op circa 1,7 afstand). De nieuwe windturbines komen in een lijnstopstelling van circa 1,5 kilometer te staan.

2.2

Kadastrale gegevens

De ontwikkeling vindt plaats op meerdere percelen. Het gaat om de percelen kadastraal bekend als gemeente Houten K162, K696 en C1893. De percelen kadastraal bekend als gemeente Houten C1892, C1893, K642 en K643 worden als onderdeel van de inrichting opgenomen in verband met de technische, organisatorische en functionele binding uit hoofde van de molenaarsfunctie. Volgens vaste jurisprudentie is dit mogelijk, zie hiervoor ook de juridische onderbouwing in Bijlage 4a - Juridische onderbouwing molenaarswoningen Windpark Goyerbrug – Timmermans Juridisch Advies. De molenaarsovereenkomsten waaruit de technische, organisatorische en functionele binding met de onroerende zaken en Windpark Goyerbrug blijkt, is als Bijlage 4b – Molenaarsovereenkomsten - Windpark Goyerbrug en Bijlage 4c – Volmachten eigenaren – Windpark Goyerburg gevoegd. Voor het kabeltracé worden mogelijk ook de percelen kadastraal bekend als gemeente Houten K185 en K845 gebruikt. Voor de kadastrale kaarten van de percelen wordt verwezen naar Bijlage 5 Kadastrale kaarten - Kadaster.

2.3

Aanvraag met bandbreedte

Het betreft een omgevingsvergunningaanvraag voor een viertal windturbines. Er is nog geen keuze gemaakt in het merk en type windturbine dat wordt geplaatst. In overeenstemming met jurisprudentie is er voor de afmetingen van de windturbines een bandbreedte aangevraagd (zie ook: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Brochure Windenergie en flexibel vergunnen, april 2016). Binnen deze bandbreedte zijn er bij de realisatie verschillende turbinetypen van verschillende windturbinefabrikanten mogelijk. Mogelijke turbinetypen zijn genoemd in tabel 2.1. Op basis van de huidige inzichten kan het windpark een indicatief vermogen krijgen van circa 22,4 MW. Het aantal MW van een windpark is overigens niet één-op-één bepalend voor de milieueffecten. In de milieutechnische onderzoeken ten behoeve van de vergunningsaanvraag zijn de maximale worst case effecten in beeld gebracht op basis van de marges zoals worden aangevraagd.

R068362ab.18AKCNR.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022

8

Tabel 2.1 Mogelijke turbinetypen binnen de genoemde bandbreedte Type

Vermogen

Ashoogte

Rotordiameter

Nordex 131

3,9 MW

145 meter

131 meter

Nordex 149

4,0 - 4,5 MW

164 meter

149 meter

Nordex 149

5,7 MW

155 meter

149 meter

Senvion 3.7M140

3,7 MW

160 meter

140 meter

Senvion 4.2M148

4,2 MW

165 meter

148 meter

Vestas 136

3,6 MW

149 meter

136 meter

Vestas 150

4,0 – 4,2 MW

166 meter

150 meter

Vestas 150

5,6 MW

155 meter

150 meter

Vestas 150

5,6 MW

166 meter

150 meter

R068362ab.18AKCNR.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022

9

3

Oprichting van een inrichting (Beperkte Milieutoets)

3.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt de aanvraag voor een vergunning op basis van de Wabo artikel 2.1 lid 1 onder e toegelicht. Dit betreft het oprichten en in werking hebben van een inrichting, zijnde het windpark. Bij de verschillende onderzoeken die aan de omgevingsvergunningaanvraag ten grondslag liggen, zijn de berekeningen uitgevoerd gebaseerd op het maximale effect op de omgeving.

3.2

Omschrijving inrichting

3.2.1

Windturbine

Een windturbine zet de energie uit wind door de draaiing van de rotorbladen via een generator om in elektriciteit. Voor dit proces worden geen grond- of hulpstoffen gebruikt. De belangrijkste onderdelen van de windturbine, ongeacht het type, zijn: •

Fundering

•

Mast

•

Gondel

•

Rotorbladen

Zoals in paragraaf 2.3 is aangegeven is er nog geen keuze gemaakt in het merk en type windturbine dat wordt geplaatst. Daarom wordt er in de vergunning een bandbreedte qua afmetingen van de windturbines aangevraagd. De opwekking van elektriciteit vindt plaats in de gondel bovenin de windturbine. De belangrijkste onderdelen van de windturbine worden hieronder verder toegelicht: •

Drie rotorbladen;

•

De gondel met generator die de hoofdonderdelen bevat waar de rotor aan bevestigd wordt;

•

De generator voor het omzetten van de draaiing van de rotorbladen in elektriciteit;

•

De hub is de naaf waar de rotorbladen aan bevestigd zijn;

•

Bladadaptors verbinden de rotorbladen met de hub (de ‘neus’ van de windturbine) waarmee de hoek van het rotorblad kan worden aangepast aan de heersende windomstandigheden;

•

Het fundatieblok bestaat uit gewapend beton en wordt onderheid;

•

De mast waarop de gondel wordt geplaatst is rond en conisch gevormd.

Op figuur 3.1 is een algemeen aanzicht van een windturbine gegeven.

R068362ab.18AKCNR.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022

10

Figuur 3.1 Algemeen aanzicht windturbine 3.2.2

Inrichtingsgrens

De inrichting van een windpark kenmerkt zich op drie onderdelen: 1.

Fundatie van de windturbine.

2.

Permanente kraanopstelplaats.

3.

Overzwaaicontour van de rotorbladen.

De windturbines worden geplaatst in een lijnopstelling van circa 1.600 meter, op circa 105 tot 125 meter van de zuidelijke oevergrens van het Amsterdam-Rijnkanaal. Op figuur 3.2 is de lijnopstelling weergegeven.

Figuur 3.2 Globale ligging plangebied (links, blauw omcirkeld) en locatie van de geplande windturbines (rechts, groen gemarkeerd)

R068362ab.18AKCNR.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022

11

3.2.3

Opgesteld vermogen

Het opgesteld vermogen is pas exact te geven op het moment dat de definitieve turbinekeuze is gemaakt. In de aanvraag is aangegeven dat de definitieve turbinekeuze en daarmee dus ook het definitief te kiezen opgesteld vermogen voorafgaand aan de bouw wordt overlegd aan de vergunningverlenende instantie. Het opgesteld vermogen ligt op basis van huidige inzichten naar verwachting tussen de 3,6 en 5,6 MW per turbine. Zoals eerder opgemerkt is het vermogen van de windturbines niet (primair) bepalend voor de milieueffecten op de omgeving, zodat er ook geen specifiek vermogen van het windpark wordt aangevraagd. 3.2.4

Bedrijfstijden

Elk windturbinetype gaat in en uit bedrijf bij bepaalde windsnelheden. De windsnelheid ter hoogte van de rotoras is hierbij bepalend. Aangezien de omstandigheden niet afhankelijk zijn van dag of nacht is de windturbine in principe, bij voldoende wind, 24 uur per dag en 7 dagen per week in bedrijf.

3.3

Huidige situatie

Het plangebied ligt evenwijdig langs de zuidkant aan het Amsterdam-Rijnkanaal ter hoogte van de Goyerbrug in de gemeente Houten. Het karakter van het gebied wordt bepaald door de komgronden die ten noorden en noordoosten van Schalkwijk liggen en de oeverwal van de Lek. De gronden waar de windturbines worden gerealiseerd, zijn onbebouwd. De gronden worden agrarisch gebruikt.

3.4

Toekomstige situatie

De toekomstige situatie is weergegeven in figuur 3.3. De afbeeldingen zijn fotovisualisaties van de lijnsoptelling.

R068362ab.18AKCNR.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022

12

Figuur 3.3 Visualisatie van Windpark Goyerbrug vanaf de Lekdijk (nabij de afrit naar Schalkwijk)

3.5

Wijze van registratie milieubelasting

Milieubelasting is de fysieke belasting (in de vorm van schade, hinder of verontreiniging) van het milieu. Er zijn drie relevante effecten op de omgeving als gevolg van het in gebruik zijn van het windpark: 1.

Geluid

2.

Slagschaduw

3.

Externe veiligheid

In de tussenuitspraak van 30 juni 2021 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) inzake windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding is geoordeeld dat de algemene normen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit) en de Activiteitenregeling milieubeheer (Activiteitenregeling) voor (onder andere) windturbinegeluid, slagschaduw en externe veiligheid buiten toepassing moeten worden gelaten ingeval van besluitvorming voor windturbineparken. Als gevolg hiervan kan voor de verlening van de omgevingsvergunning voor de oprichting van het windpark niet aan de windturbinebepalingen worden getoetst. Wel kan het bevoegd gezag voor concrete projecteneigen normen stellen. Die normen moeten dan wel zijn voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering.

R068362ab.18AKCNR.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022

13

3.6

Geluid

Voor de beoordeling van het aspect geluid is een rapportage opgesteld (zie bijlage 6a – Onderzoek geluid en slagschaduw - Nevele arrest – LBP|SIGHT). De resultaten uit het onderzoek zijn hieronder toegelicht. Uit de rekenresultaten blijkt dat de hoogst berekende waarden bij de meest bepalende woning van derden (Nachtdijk 25) 49 t/m 51 dB Lden bedragen. De meest bepalende turbine voor de geluidsbelasting op de omgeving betreft de N131 3.9 MW. De minst bepalende turbine betreft de V150 5.6 MW op 155 m. In figuren 3.4 en 3.5 zijn de rekenresultaten zonder mitigerende maatregelen opgenomen voor de N131 3.9 MW en de V150 5.6 MW op 155 m.

Figuur 3.4 Lden contouren turbinetype Nordex N131 3.9 MW, zonder mitigerende maatregelen.

R068362ab.18AKCNR.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022

14

Figuur 3.5 Lden contouren turbinetype Vestas V150 5.6MW, zonder mitigerende maatregelen. Per windturbine is vervolgens berekend welke mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn, zodat voldaan wordt aan de volgende normwaarden: Lden 49 dB, 48 dB, 47 dB, 46 dB, 45 dB. Dit is gedaan door te bepalen in welke etmaalperioden noise-modes ingesteld moeten worden. Dit zijn de volgende etmaalperioden: -

Dag:

07.00-19.00 uur

-

Avond: 19.00-23.00 uur

-

Nacht: 23.00-07.00 uur

In de bijlage bij het onderzoek is uitgebreid aangegeven welke benodigde noise-modes geluidstechnisch van toepassing kunnen zijn bij elk type windturbine. Tevens zijn in de bijlage bij het onderzoek voor de meest en minst bepalende turbine (Nordex N131 3.9 MW en V150 5.6 MW op 155 m) de contouren weergegeven zonder en met mitigerende maatregelen. De hoogst berekende waarden bij de meest bepalende woning van derden (Nachtdijk 25) bedraagt ongemitigeerd 49 tot en met 51 dB Lden. De meest bepalende turbine betreft de N131 3.9 MW. De minst bepalende turbine betreft de V150 5.6 MW.

R068362ab.18AKCNR.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022

15

Naast de berekende Lden waarden zijn ook de Lnight waarden gegeven voor de verschillende onderzochte grenswaarden. Hieruit blijkt dat de berekende waarde voor de L night altijd meer dan 6 dB lager is dan de berekende Lden waarde. Door het toepassen van mitigerende maatregelen neemt dit verschil toe. Het toepassen van een aparte Lnight norm worden daarom ook niet noodzakelijk geacht. Hoewel geen separate Lnight norm noodzakelijk is, wordt voor de volledigheid wel een Lnight 41 norm in de vergunningvoorschriften bij de omgevingsvergunning aangevraagd. Aantallen ernstig gehinderden Voor het bepalen van de aantallen ernstig gehinderden per geluidcontour zijn de volgende uitgangspunten gebruikt: -

Bepalen geluidcontouren en tellen huishoudens. Er is bepaald met welke mitigerende maatregelen voldaan wordt aan de gehanteerde normen. Met behulp van de resulterende geluidcontouren is bepaald hoeveel huishoudens aanwezig zijn binnen de L den klassen.

-

Bepalen populatie binnen Lden klassen. Het aantal getelde huishoudens binnen de verschillende Lden klassen zijn vermenigvuldigd met het gemiddeld aantal personen per huishouden voor het jaar 2020 en 2021. De laatstgenoemde informatie komt van het CBS. Uit de data blijkt voor de jaren 2020 en 2021 een gemiddelde van 2,4 personen per huishouden voor deze regio. Dit is het gemiddelde van de gemeente Houten en Wijk bij Duurstede. Hiermee wordt de populatie verkregen (aantal personen) binnen de verschillende Lden klassen.

-

Bepalen aantal ernstig gehinderden binnenhuis. Per Lden klasse zijn vervolgens het aantal personen vermenigvuldigd met het percentage ernstig gehinderden voor die Lden klasse. Voor het percentage ernstig gehinderden is aangesloten bij het TNO-rapport uit 200812.. Zie ook de percentages is tabel 3.1. Hiermee zijn het aantal ernstig gehinderden per Lden klasse berekend. Door deze op te tellen zijn het totaal aantal ernstig gehinderden binnenhuis bepaald. Dit is voor alle genoemde normstellingen gedaan.

1 2

S.A. Janssen, H. Vos en A.R. Eisses, TMP-rapport, Hinder door geluid van windturbines: Dosis—effectrelaties op basis van Nederlandse en Zweedse gegevens, 2008-D-R1051/B In het rapport "WHO noise guidelines" paragraaf 3.4, tabel 36 is een percentage van 10% HA (highly annoyed) gegeven. Dat betreft echter een waarde voor buitenhuis, terwijl de waarden van het TNO gelden voor binnenhuis.

R068362ab.18AKCNR.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022

16

Lden

% ernstig gehinderden binnenhuis

37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53

0,58

0,79 1,07 1,44 1,90 2,49 3,22 4,12 5,22 6,53 8,09 9,91 12,02 14,43 17,14 20,15 23,46

Tabel 3.1 Percentages ernstig gehinderden binnenhuis 37 t/m 53 dB Lden (bron: TNO rapport 2008-DR1051/B) In onderstaande tabellen is per windturbinetype het aantal ernstig gehinderden binnenhuis binnen de Lden 37 contour gegeven, gebaseerd op de bovengenoemde TNO percentages. Voor het bepalen van de populatie is gekozen voor de Lden 37 contour, omdat uit het TNO-rapport is gebleken dat onder 37 dB geen relevante hinder meer te verwachten is (namelijk minder dan 0,5% ernstig gehinderden). De Lden 37 contour is dus het worst-case scenario. Om het aantal ernstige gehinderden bij windturbines in perspectief te plaatsen kan het volgende nog gesteld worden. In het antwoord op kamervragen over overlast door windmolens d.d. 15-0320223 heeft het Ministerie van Economische Zaken antwoord gegeven op de vraag hoe de normen voor windmolens op land zich verhouden tot normen van andere geluidbronnen, zoals wegverkeer. Daarin wordt gesteld dat het geluid van windmolens als relatief hinderlijker wordt ervaren dan verkeersgeluid, en dat daarmee in de normen rekening is gehouden door een lagere geluidnorm toe te passen bij windturbines. Door de lagere norm bij windturbines is het ervaren beschermingsniveau gelijkwaardig. Daaruit kan geconcludeerd worden dat bij vergelijkbare geluidsniveaus, windturbines minder ernstig gehinderden kent als bij verkeersgeluid.

3

Kenmerk DGKE-WO / 22062050 (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/03/15/beantwoordingkamervragen-over-overlast-door-windmolenst).

R068362ab.18AKCNR.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022

17

Populatie: N131 3.9 MW Mitigatie Geen max Lden 49 dB max Lden 48 dB max Lden 47 dB max Lden 46 dB max Lden 45 dB Tabel 3.2

190 binnen Lden 37 contour Ernstig gehinderden binnenhuis Aantal % van populatie 6,1 3,20 4,3 2,29 3,7 1,95 3,1 1,66 2,1 1,13 1,5 0,81

Aantallen en percentages ernstig gehinderden binnenhuis voor de Nordex N131 3.9 MW turbine op 145 m ashoogte Populatie: Nordex N149 4,5 MW Mitigatie Geen max Lden 49 dB max Lden 48 dB max Lden 47 dB max Lden 46 dB max Lden 45 dB Tabel 3.3

230 binnen Lden 37 contour Ernstig gehinderden binnenhuis Aantal % van populatie 6,2 2,71 4,7 2,04 3,8 1,66 3,2 1,39 2,4 1,03 1,8 0,79

Aantallen en percentages ernstig gehinderden binnenhuis voor de Nordex N149 4.5 MW op 164 m ashoogte Populatie: Nordex N149 5,7 MW Mitigatie Geen max Lden 49 dB max Lden 48 dB max Lden 47 dB max Lden 46 dB max Lden 45 dB Tabel 3.4

161 binnen Lden 37 contour Ernstig gehinderden binnenhuis Aantal % van populatie 5,5 3,42 4,6 2,86 3,5 2,15 2,8 1,73 2,3 1,41 1,8 1,10

Aantallen en percentages ernstig gehinderden binnenhuis voor de Nordex N149 5.7 MW op 155 m ashoogte

R068362ab.18AKCNR.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022

18

Populatie: Senvion 3.7M Mitigatie Geen max Lden 49 dB max Lden 48 dB max Lden 47 dB max Lden 46 dB max Lden 45 dB Tabel 3.5

137 binnen Lden 37 contour Ernstig gehinderden binnenhuis Aantal % van populatie 4,5 3,26 4,3 3,16 3,6 2,61 2,8 2,02 2,3 1,72 1,5 1,06

Aantallen en percentages ernstig gehinderden binnenhuis voor de Senvion 3.7M140 3.7 MW op 160 m ashoogte Populatie: Senvion 4.2M Mitigatie Geen max Lden 49 dB max Lden 48 dB max Lden 47 dB max Lden 46 dB max Lden 45 dB Tabel 3.6

156 binnen Lden 37 contour Ernstig gehinderden binnenhuis Aantal % van populatie 5,0 3,22 4,6 2,92 3,6 2,30 2,9 1,88 2,4 1,53 1,4 0,91

Aantallen en percentages ernstig gehinderden binnenhuis voor de Senvion 4.2M148 4.8 MW op 165 m ashoogte Populatie: Vestas V136 3,6 Mitigatie Geen max Lden 49 dB max Lden 48 dB max Lden 47 dB max Lden 46 dB max Lden 45 dB Tabel 3.7

163 binnen Lden 37 contour Ernstig gehinderden binnenhuis Aantal % van populatie 5,7 3,48 4,3 2,63 3,7 2,24 3,0 1,86 2,0 1,25 1,6 0,97

Aantallen en percentages ernstig gehinderden binnenhuis voor de Vestas V136 3.6 MW op 149 m ashoogte

R068362ab.18AKCNR.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022

19

Populatie: Vestas V150 4.2 Mitigatie Geen max Lden 49 dB max Lden 48 dB max Lden 47 dB max Lden 46 dB max Lden 45 dB Tabel 3.8

158 binnen Lden 37 contour Ernstig gehinderden binnenhuis Aantal % van populatie 5,1 3,20 4,5 2,82 3,6 2,25 2,9 1,86 2,5 1,56 1,6 1,03

Aantallen en percentages ernstig gehinderden binnenhuis voor de Vestas V150 4.2 MW op 166 m ashoogte Populatie: Vestas V150 5.6 op 155m Mitigatie Geen max Lden 49 dB max Lden 48 dB max Lden 47 dB max Lden 46 dB max Lden 45 dB Tabel 3.9

156 binnen Lden 37 contour Ernstig gehinderden binnenhuis Aantal % van populatie 4,8 3,07 4,3 2,77 3,6 2,33 2,9 1,89 2,1 1,36 1,6 1,05

Aantallen en percentages ernstig gehinderden binnenhuis voor de Vestas V150 5.6 MW op 155 m ashoogte Populatie: Vestas V150 5.6 op 166m Mitigatie Geen max Lden 49 dB max Lden 48 dB max Lden 47 dB max Lden 46 dB max Lden 45 dB Tabel 3.10

168 binnen Lden 37 contour Ernstig gehinderden binnenhuis Aantal % van populatie 4,9 2,94 4,4 2,59 3,7 2,21 2,9 1,75 2,1 1,24 1,6 0,98

Aantallen en percentages ernstig gehinderden binnenhuis voor de Vestas V150 5.6 MW op 166 m ashoogte

R068362ab.18AKCNR.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022

20

binnen Lden 37 contour Ernstig gehinderden binnenhuis Aantal % van populatie 5,3 3,2 4,4 2,7 3,6 2,2 3,0 1,8 2,2 1,4 1,6 1,0

Gemiddelde Mitigatie Geen max Lden 49 dB max Lden 48 dB max Lden 47 dB max Lden 46 dB max Lden 45 dB Tabel 3.11

Gemiddeld aantallen en percentages ernstig gehinderden binnenhuis Cumulatie met andere geluidbronnen De geluidbelasting vanwege windturbinegeluid is gecumuleerd met andere geluidbronnen in de omgeving. De volgende geluidbronnen zijn bepalend voor de omgeving: wegverkeer (gezoneerd in het kader van de Wet geluidhinder) en scheepvaart (niet gezoneerd in het kader van de Wet geluidhinder). Voor scheepvaart bestaat geen apart beoordelingskader, maar is in deze cumulatiestudie wel betrokken. Andere bepalende geluidbronnen zijn niet aanwezig of liggen te ver weg om van invloed te zijn op de gecumuleerde geluidbelasting. Er zijn twee jaren berekend, namelijk 2022 en 2032. De cumulatieve geluidbelasting (Lcum) is bepaald conform de rekenmethode uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines, zoals opgenomen in bijlage 4 bij de Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer. Met deze methode is de gecumuleerde hinderequivalente geluidbelasting berekend, waarbij rekening wordt gehouden met de verschillen in dosis-effectrelaties van de verschillende geluidbronnen. Daarbij is uitgegaan van specifieke formules, waarbij de berekende geluidwaarden (Lden-waarden, met uitzondering van industrielawaai) van de desbetreffende bronnen worden gebruikt om de hinderequivalente geluidwaarden te berekenen. Vervolgens zijn deze hinderequivalente geluidwaarden energetisch bij elkaar opgeteld.

Een en ander is beschreven in het akoestisch onderzoek (bijlage 6a – Onderzoek geluid en slagschaduw - Nevele arrest – LBP|SIGHT). De cumulatieve geluidbelasting met andere geluidbronnen is onderzocht voor de meest bepalende turbine (Nordex N131 op 145 m ashoogte). Dit betreft, zonder mitigatie, de meest worst-case turbine. De overige turbines hebben een vergelijkbare of lagere impact. We hebben de volgende situaties beschouwd: -

De bestaande situatie, alleen wegverkeer en scheepvaart.

-

De nieuwe situatie, zonder mitigatie.

-

De nieuwe situatie met mitigatie naar Lden 49 dB, 48 dB, 47 dB, 46 dB en 45 dB.

Dit is gedaan voor de meest nabijgelegen geluidgevoelige objecten. Dit betreffen 25 woningen in de directe omgeving van het windpark, inclusief bedrijfswoningen.

R068362ab.18AKCNR.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022

21

De berekende, gecumuleerde, geluidbelasting voor het jaar 2022 is gegeven in tabel 3.12. De toename van de gecumuleerde geluidbelasting in tabel 3.13. Voor de classificatie van de akoestische kwaliteit van de leefomgeving is gebruik gemaakt van de methode Miedema. De classificatie is aangegeven met kleurcodes.

Toetspunt 3997ML144_ - Beusichemseweg 144 3998NL69_A - Beusichemseweg 69 3998NL71_A - Beusichemseweg 71 B3998NL146 - BW - Beusichemseweg 146 B3998NA6_A - BW - Zuwedijk 6 3998NM1_A - Hoeksedijk 1 3961ME2_A - Hoeksedijk 2 3998NM3_A - Hoeksedijk 3 3945LA11_A - Kapelleweg 11 3945LA1b_A - Kapelleweg 1b 3997MP20_A - Kapelleweg 20 3997MP25_A - Kapelleweg 25 3997MP25a_ - Kapelleweg 25a 3945LA3_A - Kapelleweg 3 3945LA5_A - Kapelleweg 5 3945LA6_A - Kapelleweg 6 3945LA7_A - Kapelleweg 7 3945LA9_A - Kapelleweg 9 3998NH4_A - Lekdijk 4 3961MD52_A - Lekdijk West 52 3961MD53_A - Lekdijk West 53 3997MR19_A - Nachtdijk 19 3997MR25_A - Nachtdijk 25 3961MN 33_ - Wijkersloot 33 3998NA2_A - Zuwedijk 2

Lcum <50 50-55 55-60 60-65 65-70 >70

Classificatie goed redelijk matig tamelijk slecht slecht zeer slecht

Lcum Bestaand 54 47 49 50 56 46 43 42 55 56 58 56 56 56 55 60 45 56 52 50 52 51 57 37 56

Zonder Lcum Nieuw 56 63 63 65 67 54 58 58 58 57 61 61 61 57 56 62 54 58 59 53 55 56 64 44 59

49 dB Lcum Nieuw 55 61 61 62 64 54 57 58 57 57 60 60 60 57 56 62 52 57 57 52 54 54 62 43 58

48 dB Lcum Nieuw 55 59 60 61 63 53 57 58 56 57 59 59 59 57 56 61 51 57 56 52 54 53 61 43 57

47 dB Lcum Nieuw 55 58 58 59 62 53 57 58 56 56 59 58 58 57 56 61 50 57 55 52 54 53 60 42 57

46 dB Lcum Nieuw 55 56 57 58 61 51 53 54 56 56 58 58 58 56 55 61 49 56 55 51 53 52 60 40 57

45 dB Lcum Nieuw 55 55 55 57 59 50 52 52 55 56 58 57 57 56 55 61 48 56 54 51 53 52 59 40 56

Kleurcode

Tabel 3.12 Gecumuleerde geluidbelasting 2022

R068362ab.18AKCNR.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022

22

Zonder ID 3997ML144_ - Beusichemseweg 144 3998NL69_A - Beusichemseweg 69 3998NL71_A - Beusichemseweg 71 B3998NL146 - BW - Beusichemseweg 146 B3998NA6_A - BW - Zuwedijk 6 3998NM1_A - Hoeksedijk 1 3961ME2_A - Hoeksedijk 2 3998NM3_A - Hoeksedijk 3 3945LA11_A - Kapelleweg 11 3945LA1b_A - Kapelleweg 1b 3997MP20_A - Kapelleweg 20 3997MP25_A - Kapelleweg 25 3997MP25a_ - Kapelleweg 25a 3945LA3_A - Kapelleweg 3 3945LA5_A - Kapelleweg 5 3945LA6_A - Kapelleweg 6 3945LA7_A - Kapelleweg 7 3945LA9_A - Kapelleweg 9 3998NH4_A - Lekdijk 4 3961MD52_A - Lekdijk West 52 3961MD53_A - Lekdijk West 53 3997MR19_A - Nachtdijk 19 3997MR25_A - Nachtdijk 25 3961MN 33_ - Wijkersloot 33 3998NA2_A - Zuwedijk 2

49 dB

48 dB

47 dB

46 dB

45 dB

0,3 9,5 8,1 8,3 4,9 4,3 10,3 11,9 0,9 0,2 1,0 1,7 1,8 0,2 0,4 0,5 3,8 0,6 2,2 1,0 1,1 1,3 2,4 3,1 0,8

0,1 7,8 6,6 7,0 3,3 3,3 8,8 10,4 0,6 0,1 0,6 1,1 1,1 0,1 0,3 0,3 2,8 0,4 1,4 0,7 0,8 0,8 1,5 2,3 0,5

Toename 1,2 15,7 14,6 15,3 11,0 8,1 14,8 16,5 3,2 0,7 3,3 5,2 5,3 0,8 1,4 1,9 8,6 2,3 6,4 2,8 3,0 4,5 6,9 6,8 3,2

0,6 14,0 12,1 12,3 7,8 7,4 14,3 16,0 2,2 0,5 2,3 3,8 3,8 0,5 0,9 1,2 6,8 1,5 4,3 2,3 2,6 2,9 4,4 5,9 1,8

0,5 11,8 10,9 11,5 6,7 7,1 14,1 15,9 1,6 0,4 1,6 2,6 2,7 0,4 0,8 0,8 5,9 1,1 3,3 2,2 2,5 2,2 3,6 5,5 1,3

0,4 10,9 9,6 9,8 6,0 6,9 14,0 15,7 1,4 0,3 1,3 2,3 2,3 0,4 0,7 0,7 5,2 0,9 2,9 2,0 2,3 1,8 3,1 5,2 1,1

Tabel 3.13 Toename gecumuleerde geluidbelasting Uit de tabellen 3.12 en 3.13 blijkt dat: -

Woningen die gelegen zijn binnen de directe invloed van wegverkeer of scheepvaart hebben al een hogere gecumuleerde geluidbelasting. Hier is het effect van het nieuwe windpark minimaal (bijvoorbeeld de woning aan de Kapelleweg 6 met een beperkte toename van 0,3 tot 1,9 dB, maar wel een verandering van classificatie).

-

Woningen die verderaf gelegen zijn van wegverkeer en scheepvaart, en die nabij het nieuwe windpark gelegen zijn, is het effect het grootst (bijvoorbeeld de woning aan Hoeksedijk 3 met een toename van 10,4 dB tot 16,5 dB). Ter plaatse van deze woningen is de nieuw berekende gecumuleerde geluidbelasting in de ordegrootte van die woningen die al in de buurt van bestaande geluidbronnen liggen.

R068362ab.18AKCNR.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022

23

-

Als gevolg van mitigerende maatregelen, verbetert de Miedema-classificering van omliggende woningen. Het aantal woningen waarbij de classificering verbetert, is hieronder per Lden norm weergegeven: Lden 49: 6 woningen Lden 48: 8 woningen Lden 47: 12 woningen Lden 46: 15 woningen Lden 45: 17 woningen

Bij het voorgaande moet worden bedacht dat een toename van de cumulatieve geluidbelasting inherent is aan het realiseren van een windpark in een relatief stille agrarische omgeving (zie ook de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 20 december 2017 (kenmerk 201608339/1/R6 en 201608341/1/R6, ECLI:NL:RVS:2017:3504)). Bij een aantal gevoelige objecten is sprake van een toename van de geluidbelasting. Deze toename wordt doorgaans aanvaardbaar geacht gelet op de doelen die worden nagestreefd met de realisatie van het windpark. Ook voor het jaar 2032 is de gecumuleerde geluidbelasting berekend. Zie onderstaande tabel.

Lcum Toetspunt 3997ML144_ - Beusichemseweg 144 3998NL69_A - Beusichemseweg 69 3998NL71_A - Beusichemseweg 71 B3998NL146 - BW - Beusichemseweg 146 B3998NA6_A - BW - Zuwedijk 6 3998NM1_A - Hoeksedijk 1 3961ME2_A - Hoeksedijk 2 3998NM3_A - Hoeksedijk 3 3945LA11_A - Kapelleweg 11 3945LA1b_A - Kapelleweg 1b 3997MP20_A - Kapelleweg 20 3997MP25_A - Kapelleweg 25 3997MP25a_ - Kapelleweg 25a 3945LA3_A - Kapelleweg 3 3945LA5_A - Kapelleweg 5 3945LA6_A - Kapelleweg 6 3945LA7_A - Kapelleweg 7 3945LA9_A - Kapelleweg 9 3998NH4_A - Lekdijk 4 3961MD52_A - Lekdijk West 52 3961MD53_A - Lekdijk West 53 3997MR19_A - Nachtdijk 19 3997MR25_A - Nachtdijk 25 3961MN 33_ - Wijkersloot 33 3998NA2_A - Zuwedijk 2

2032 zonder wp

55 47 49 50 57 47 43 42 55 57 58 57 56 57 55 61 46 56 53 50 52 52 58 37 56

Zonder Lcum Nieuw 56 63 63 65 67 55 58 58 58 57 61 61 61 57 57 62 54 58 59 53 55 56 64 44 59

49 dB Lcum Nieuw 55 61 61 62 64 54 58 58 57 57 60 60 60 57 56 62 52 58 57 53 55 54 62 43 58

48 dB Lcum Nieuw 55 59 60 61 63 54 57 58 57 57 59 59 59 57 56 62 51 57 56 52 54 54 61 43 57

47 dB Lcum Nieuw 55 58 58 60 62 53 57 58 56 57 59 59 59 57 56 61 50 57 56 52 54 53 61 42 57

46 dB Lcum Nieuw 55 56 57 58 61 51 53 54 56 57 59 58 58 57 56 61 49 57 55 51 53 53 60 40 57

45 dB Lcum Nieuw 55 55 55 57 60 50 52 52 56 57 58 58 58 57 56 61 48 57 54 51 53 52 59 40 57

Tabel 3.14 Gecumuleerde geluidbelasting 2032 Uit tabellen 3.12 en 3.14 blijkt dat tussen 2022 en 2032 geen relevant verschil optreedt. De toename van de gecumuleerde geluidbelasting ten opzichte van de situatie zonder windpark is niet berekend voor het jaar 2032. De berekening voor het jaar 2022 is maatgevend omdat deze toename hoger is dan die ten opzichte van 2032.

R068362ab.18AKCNR.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022

24

Laagfrequent geluid In praktijk bestaat geluid bijna nooit uit een zuivere toon met één frequentie, maar is opgebouwd uit verschillende frequenties. Het geluid van wegverkeer is bijvoorbeeld opgebouwd uit een laagfrequent geluid van de brommende motor, een middenfrequent geluid van de interactie tussen band en wegdek en mogelijk nog een hoogfrequent geluid van de luchtstroming om de auto. Geluid met een frequentie lager dan 100 Hz wordt in het algemeen laagfrequent genoemd. Een windturbine is niet een bron met een bijzonder aandeel laagfrequent geluid. Wel bevat het geluid van een windturbine een deel van laagfrequent geluid. In de overdracht van turbine naar woning en van buiten naar binnen, wordt dit deel minder gereduceerd dan het midden- en hoogfrequente deel. In de brief d.d. 31 maart 2014 aan de Tweede Kamer van de staatsecretaris van infrastructuur en milieu4 wordt geconcludeerd dat de ‘normale’ geluidnorm voor geluidhinder van windturbines voldoet. Voorheen stonden de normen in het Activiteitenbesluit. Zoals eerder vermeld zijn de normen uit het Activiteitenbesluit niet meer te gebruiken om de aanvaardbaarheid van windparken te onderbouwen. Voor Windpark Goyerbrug worden projectspecifieke normen vastgesteld. De normstelling alsmede de meet- en rekenmethode geldt voor ‘gewoon’ geluid. Voor laagfrequent geluid zijn geen aparte eisen gesteld.

Bij ‘gewoon’ geluid wordt impliciet ook het laagfrequent geluid meegenomen. Dit betekent dat laagfrequent geluid wel beoordeeld en meegenomen wordt in de toetsing aan de normen voor gewoon geluid. De huidige Nederlandse geluidnorm is bedoeld om geluidhinder en slaapverstoring te voorkomen. De World Health Organization (afdeling Europa) heeft een groot samenvattend onderzoek naar geluid – waaronder windturbinegeluid – uitgevoerd. De resultaten van deze studie en de aanbevelingen voor overheden zijn gegeven in het rapport Environmental Noise Guidelines 25ort he European Region, 2018. Volgens deze samenvattende studie is er geen of onvoldoende wetenschappelijk bewijs voor de volgende problemen in relatie tot windturbinegeluid: 1) hart- en vaatziekten 2) hoge bloeddruk 3) gehoorschade en oorsuizen 4) cognitieve stoornissen, waaronder problemen met spraak- en leesvaardigheden bij kinderen 5) ongunstige zwangerschapsuitkomsten. Er zijn beperkte aanwijzingen (“low quality evidence”) dat bij een geluidsniveau van 45 dB Lden 10% van de onderzochte bevolking “grote ergernis” van het windturbinegeluid ondervindt. Deze geluidsniveaus komen bij Windpark Goyerbrug bij 9 huishoudens voor. Ook zijn er beperkte aanwijzingen gevonden dat mensen last kunnen hebben van een gestoorde nachtrust. Deze aanwijzingen bleken echter statistisch niet significant te zijn.

Dergelijke uitkomsten – hoewel minder prominent samengevat - zijn in 2015 ook door het RIVM vastgesteld. Het RIVM stelt dat “Nederlands onderzoek liet zien dat het geluid van windturbines geen invloed had op problemen met in slaap vallen, maar wel op doorslapen. Een toename in geluidniveau tot boven ongeveer 45 decibel hing samen met een grotere kans op wakker worden. Dit was overigens niet het geval bij deelnemers met economische voordelen van windturbines.” 4

IENM/BSK-2014/44564

R068362ab.18AKCNR.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022

25

Er zijn ook geen aanwijzingen dat het aandeel laagfrequent geluid hier een bijzondere dan wel belangrijke rol in speelt. Onacceptabele hinder vanwege laagfrequent geluid is derhalve niet te verwachten indien voldaan wordt aan de vastgestelde norm. Geluidniveaus bij niet-geluidgevoelige functies De hoogste geluidniveaus bij niet-geluidgevoelige functies zijn niet hoger dan die bij de woningen. De hoogst belast niet-geluidgevoelige functie betreft Kapelleweg 7a. De geluidbelasting is gelijk aan de nabijgelegen woning Kapelleweg 7a;. Maximaal optredende geluidniveaus’s in dB(A) De Lden-waarde is een jaargemiddelde waarde. Dit betekent dat op bepaalde momenten (bij harde wind) het momentane geluidniveau hoger is dan op andere momenten (bij minder wind). Afhankelijk van het turbinetype kan het momentane geluidniveau LAr,LT bij een woning hooguit circa 2 à 3 dB lager zijn dan de getalswaarde van de Lden (dus bij een Lden van 47 dB zal de hoogste momentane waarde 44 à 45 dB(A) bedragen). Deze waarde is lager dan de getalswaarde van de L den omdat in de Lden een toeslag is verrekend voor het geluidniveau in de avond- en nachtperiode.

3.6.1

Aangevraagde norm

Voor het aspect geluid wordt een norm aangevraagd van Lden 47 dB geldend op de gevel van gevoelige objecten. Hoewel geen separate Lnight norm noodzakelijk is, wordt voor de volledigheid wel een Lnight 41 norm in de vergunningvoorschriften bij de omgevingsvergunning aangevraagd. In het kader van deze normstelling heeft LBP|SIGHT een nadere onderbouwing opgesteld om aan te tonen dat de Lden 47 dB norm voor Windpark Goyerbrug milieutechnisch een aanvaardbare norm is. Zie Bijlage 6b - Nadere onderbouwing gekozen windturbinenormen – LBP|SIGHT voor de volledige onderbouwing. Samenvattend komt de onderbouwing neer op het volgende: -

Het feit dat windturbines veel groter zijn geworden de afgelopen jaren betekent niet dat het geluid dat veroorzaakt wordt door windturbines wezenlijk anders is. Het geluidspectrum voor grote windturbines (>3 MW) wijkt niet of nauwelijks af van die van kleinere turbines (0,5 tot 3 MW). Er is nog steeds in hoofdzaak sprake van aerodynamische geluid (geluid dat ontstaat bij het draaien van de wieken door de luchtlagen, waardoor turbulenties worden veroorzaakt). Laagfrequent geluid en infrageluid is bij windturbines niet in onderscheidende mate aanwezig, in vergelijking met andere alledaagse geluidbronnen, bijvoorbeeld wegverkeer.

-

Er zijn sinds 2011 geen nieuwe (wetenschappelijke) inzichten ontstaan over de effecten van windturbinegeluid en daarom kan de eerder landelijk vastgestelde normen Lden 47 dB en de daaraan gekoppelde dosis-effectrelaties voor gezondheidseffecten van geluid van windturbines, nu nog steeds als uitgangspunt gehanteerd worden. Deze sinds 2011 geldende normstelling kan daarom anno 2022 op verantwoorde wijze gebruikt worden bij vergunningverlening en ruimtelijke inpasbaarheid van wind op land projecten. Daarbij is dan sprake van een aanvaardbaar effect op de leefomgeving wat

R068362ab.18AKCNR.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022

26

betreft het geluid afkomstig van windturbines en een verwacht percentage ernstige hinder van circa 9%. Een dergelijk niveau van ernstige hinder is goed vergelijkbaar met hetgeen bij de normering voor wegverkeer, railverkeer en industrielawaai als maximaal toelaatbaar wordt beschouwd. Een norm van 47 dB Lden voor windturbinegeluid die daarmee aansluit bij de bestaande uitvoeringspraktijk is dan ook toereikend uit oogpunt van bescherming tegen geluidhinder. -

Bij Windpark Goyerbrug is bij een norm van Lden 47 dB sprake van maximaal 2,02% ernstig gehinderden. Als de Senvion turbines buiten beschouwing worden gelaten (in verband met het feit dat deze niet langer meer leverbaar zijn door het faillissement van Senvion) bedraagt het percentage ernstig gehinderden maximaal 1,89% bij een L den 47 dB norm. Dit is primair het gevolg van de afstand van de windturbines tot de omliggende woningen: aangezien er relatief weinig woningen nabij het windpark zijn gelegen, is er ook relatief weinig hinder van geluidsbelasting te ondervinden.

Bij het hanteren van een strengere norm (dus Lden 45 dB of 46 dB) weegt de afname van het aantal ernstig gehinderden niet meer op tegen het verlies aan productie van het windpark en daarmee het algemeen, maatschappelijk belang. Uit het geluidonderzoek en de productiegegevens van de windturbines blijkt namelijk dat bij een verlaging van de norm van Lden 46 dB naar 45 dB het aantal ernstig gehinderden niet wijzigt. Bij beide Lden normen gaat het om (afgerond) 2 ernstig gehinderden. Een strengere norm dan Lden 46 dB is dus in beginsel niet zinvol. Daar komt bij dat een Lden 46 dB norm voor een aanzienlijk productieverlies zorgt ten opzichte van een Lden 47 dB norm. Gemiddeld gaat het om een afname van 4,7 GWh, terwijl er in die situatie maar een zeer beperkte winst is aan het aantal ernstig gehinderden, namelijk (afgerond) 1 persoon. De algehele conclusie is dus dat bij een steeds strengere geluidnorm, het aantal ernstig gehinderden minder snel afneemt. Het kantelpunt hiervoor lijkt bij Lden 48 dB te liggen. Zie ook onderstaande figuren. In figuur 3.6 is weergegeven dat het extra productieverlies vanaf Lden 47 dB onevenredig toeneemt ten opzichte van de afname ernstige gehinderden. In figuur 3.7 is te zien dat het aantal ernstig gehinderden afvlakt vanaf Lden 48 dB terwijl de gemiddelde productie juist sterker afneemt bij elke verlaging van de Lden norm.

R068362ab.18AKCNR.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022

27

Figuur 3.6 Relatieve verandering in productieverlies afgezet tegen de afname ernstig gehinderden

Figuur 3.7 Gemiddelde productie in relatie tot ernstig gehinderden en de te hanteren geluidnorm.

R068362ab.18AKCNR.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022

28

Opgemerkt wordt dat de gemeenteraad van de gemeente Houten ten behoeve van de vergunningsaanvraag in 2019 ook gekozen heeft om de Lden 47 dB norm te hanteren. Ondanks dat deze norm onderbouwd was door het Activiteitenbesluit zijn er destijds geen alternatieve of aanvullende normen gesteld door de gemeente. De gemeente heeft hiermee aangegeven dat de Lden 47 dB norm aanvaardbaar is. In aanvulling hierop wordt opgemerkt dat in het kader van de financiële uitvoerbaarheid van het windpark middels een opbrengstberekening is gebleken dat een Lden 46 dB of 45 dB niet financierbaar is. Zie voor een uitgebreidere toelichting hierop paragraaf 5.1.2 in de ruimtelijke onderbouwing en bijlage 7 – Opbrengstberekening Windpark Goyerbrug – Blue Bear Energy. De consequentie hiervan is dat, gelet op de algehele uitvoerbaarheid van het windpark, een L den 47 dB norm de strengste norm is die gehanteerd kan worden voor deze specifieke locatie. Het opleggen van een Lden 47 dB norm sluit ook aan bij de afspraken die het project heeft gemaakt met 16 van de 17 dichtstbijzijnde woningen en onderschrijft daarmee de aanvaardbaarheid van deze norm voor de genoemde woningen. Zie verder paragraaf 5.2.4 in de ruimtelijke onderbouwing voor een verdere toelichting op de overeenkomsten met de omwonenden.

3.7

Slagschaduw

Voor de beoordeling van het aspect slagschaduw is een rapportage opgesteld (zie bijlage 6a – Onderzoek geluid en slagschaduw - Nevele arrest – LBP|SIGHT). De resultaten uit het onderzoek zijn hieronder toegelicht. Slagschaduw kan gemeten worden in aantal uren/minuten per dag en in aantal uren/minuten per jaar. De verwachte (netto) slagschaduw is daarbij van belang. Dat is de slagschaduwduur waarbij de potentiële (bruto) slagschaduwduur gecorrigeerd is voor zonneschijn, stilstand en windrichting. We onderzoeken de effecten van verschillende strategieën voor slagschaduwmitigatie. Het onderzoek richt zich op maximale aantallen uren/minuten slagschaduw per jaar en per dag. Voor slagschaduw zijn de effecten onderzocht voor de volgende grenswaarden:

5

-

Geen mitigatie5.

-

30 uren netto slagschaduw per jaar met een maximum van 20 minuten per dag.

-

20 uren netto slagschaduw per jaar met een maximum van 20 minuten per dag.

-

14 uren netto slagschaduw per jaar met een maximum van 20 minuten per dag.

-

10 uren netto slagschaduw per jaar met een maximum van 20 minuten per dag.

-

8 uren netto slagschaduw per jaar met een maximum van 20 minuten per dag.

-

6 uren netto slagschaduw per jaar met een maximum van 20 minuten per dag.

-

4 uren netto slagschaduw per jaar met een maximum van 20 minuten per dag.

reeds onderzocht bij de aanvraag van de omgevingsvergunning van windpark Goyerbrug van 12 januari 2019

R068362ab.18AKCNR.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022

29

-

2 uren netto slagschaduw per jaar met een maximum van 20 minuten per dag.

-

0 uren netto slagschaduw6.

De 20 minuten maximaal per dag komt voort uit laboratoriumonderzoek 7. Hierin komt specifiek naar voren dat in de eerste 20 minuten dat slagschaduw optreedt een fysieke reactie wordt veroorzaakt. Die reactie wordt bij langere blootstelling vervolgens door het lichaam gecompenseerd. Met een maximum van 20 minuten slagschaduw per dag worden effecten op de langere termijn voorkomen vanwege de energie die deze compensatie kost. Voorheen was de norm van maximaal 20 minuten slagschaduw per dag opgenomen in het Activiteitenbesluit. Deze regel werd in de praktijk echter verschillende geïnterpreteerd. Daarnaast is het ene jaar zonniger dan het andere jaar, waardoor bij sommige omwonenden jaarlijks redelijke verschillen kunnen ontstaan in de ervaren slagschaduw. In het onderzoek zijn de effecten onderzocht van meerdere grenswaarden voor slagschaduw bij woningen van derden. De volgende uitgangspunten zijn gebruikt bij het bepalen van het effectgebied: -

Bepalen effectgebied. Voor het bepalen van het effectgebied is de 0 uren slagschaduwcontour bepaald. Deze contour is mede afhankelijk van de rekenafstand waarop relevante slagschaduw optreedt. Als basis voor het slagschaduwonderzoek is de Vestas V150 turbine op 166 m ashoogte gebruikt. Dit is de turbine met de grootste afmetingen en daarmee de meest bepalende turbine van de onderzochte turbinetypes. Zie ook figuur 3.8 waarop de 0 uren slagschaduwcontour is weergegeven.

-

Bepalen relevante gevoelige objecten. Vervolgens is op basis van de 0 uren contour bepaald welke gevoelige objecten relevant zijn voor het onderzoek. Hiervoor zijn alle gevoelige objecten geselecteerd binnen de 0 uren slagschaduwcontour. Dit betreffen 164 gevoelige objecten. Dit is inclusief de woningen behorende bij de sfeer van de inrichting.

-

Berekenen slagschaduwduren. De relevante gevoelige objecten zijn ingevoerd als receptor in het rekenmodel. Vervolgens zijn de bruto (worst-case slagschaduw) en netto slagschaduwuren (daadwerkelijke verwachte slagschaduw) bepaald bij deze receptoren.

6

7

0 uren slagschaduw is technisch niet haalbaar. Er zal altijd sprake zijn van een restant slagschaduw door de tijd die het kost de turbine in en uit te schakelen. Bijvoorbeeld op momenten dat bewolking openbreekt en plotseling slagschaduw optreedt, dan kost het enige tijd voor de turbine om tot stilstand te komen. Pohl, J, Faul, F, & Mausfeld, R; Belästigung durch periodischen schattenwurf von Windenergieanlagen, 1999.

R068362ab.18AKCNR.jwi | versie 11_001 | 29 juli 2022

30

Figuur 3.8 Slagschaduwcontouren Vestas V150 op 166 m ashoogte Uit de slagschaduwresultaten blijkt dat de hoogste waarde voor de verwachte slagschaduwuren zonder mitigatie 54,5 uren bedraagt. De bepalende woning is de woning aan de Nachtdijk 25. In onderstaande tabel 3.15 zijn de aantallen woningen gegeven binnen de klassen van verwachte slagschaduwduren, zonder mitigatie. Verwachte slagschaduw Aantal woningen

totaal 164

> 30 uren 6

20 - 30 uren 14 - 20 uren 10 - 14 uren 8 - 10 uren 5 6 7 14

6 - 8 uren 12

4 - 6 uren 39

2 - 4 uren 45

0 - 2 uren 30

Tabel 3.15 Aantallen woningen binnen de beschouwde verwachte slagschaduwduren – zonder mitigatie De totaal te verwachten opgetelde slagschaduw bij de woningen bedraagt 1164 uur. Dit is de optelsom van alle verwachte slagschaduw bij de individuele woningen. In onderstaande tabel 3.16 is het aantal verwachte slagschaduwuren opgenomen veroorzaakt door de individuele turbines. Het totaal hiervan bedraagt 498 uur en 17 minuten. Dat is lager dan het totaal te verwachten slagschaduw bij de individuele woningen. Dit heeft ermee te maken dat een enkele turbine bij meerdere woningen tegelijkertijd slagschaduw kan veroorzaken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=a3a4beeb-8a7f-4015-8d0e-81d8f348f451