Bijlage - 2a Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Oosterlaak
Tekst van het document
Hierbij zorgt Sunvest voor een goede en milieuvriendelijk verwerking en recycling, via Stichting Zonne energie Recycling Nederland (ZRN), van de aanwezige componenten en materialen. Na het
Zonnepark Oosterlaak I Eelerwoude 1 29
aflopen van de exploitatieperiode worden de gronden weer in oorspronkelijke staat gebracht. Op die manier streeft Sunvest naar een zo goed en duurzaam mogelijke levenscyclus van het zonnepark. Ad 2. Motivering bestemmingsplan a.
Voorliggend document betreft een ruimtelijke onderbouwing van het initiatief. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt beschreven op welke wijze wordt voldaan aan de voorwaarden van het Rijk, de provincie, de regio U16 en gemeente Houten.
b.
De landschappelijke inpassing en de beeldkwaliteit van het gebied rondom voorliggend zonnepark is gewaarborgd in het bijgevoegde landschappelijk inrichtingsplan. Deze is separaat bij voorliggende
c.
Een beschrijving van het omgevingsproces en de financiele participatie is to vinden in het separaat
ruimtelijke onderbouwing gevoegd. Zie hiervoor ook 2.4. toegevoegde participatieplan. Een korte toelichting is gegeven in paragraaf 2.3.7. d.
Voorliggend zonnepark is verdeeld in een vijftal gebieden met verschillende vegetatiestructuren. Deze vijf vegetatiestructuren worden ingezet ten behoeve van het onderzoek naar de bodemvruchtbaarheid, zodat de bodemkwaliteit na het zonnepark nog steeds geschikt en zelfs beter is voor de fruitteelt. De bestaande structuren van de fruitteelt worden behouden.
3.3.3 Conclusie provinciaal beleid Voorliggend plan is in lijn met de ambities en het Omgevingsbeleid van de provincie Utrecht.
Zonnepark Oosterlaak I Eelerwoude 1 30
3.4 Regionaal beleid 3.4.1 Regionale Energiestrategie U16 Op 28 juni 2019 is het Klimaatakkoord gepubliceerd, waarin ook het Nationaal Programma Regionale
Energiestrategie is vastgelegd. Met het Nationaal programma RES stuurt de Rijksoverheid aan op een regionale aanpak van de energietransitie. Het is de doorvertaling van het Parijs-akkoord en het Klimaatakkoord van het Rijk. In het programma is Nederland onderverdeeld in 30 regio's. Gemeenten, provincie, waterschap en andere stakeholders uit eenzelfde regio werken gezamenlijk aan het opstellen van een document met daarin de
contouren van de strategie voor besparing, grootschalige opwek van duurzame energie en de warmtetransitie. De gemeente Houten is onderdeel van de energieregio U16, waarin de provincie Utrecht, 16 Utrechtse gemeenten en 4 waterschappen met andere stakeholders samenwerken aan de energietransitie. De regio wil een reele bijdrage leveren aan de landelijke energietransitie en geeft aan dat het landschap en elektriciteitsnetwerk genoeg ruimte bieden voor het opwekken van duurzame energie. Het concept bod voor de periode tot 2030 is momenteel 1,8 TWh. Dit staat gelijk aan 15% benutting van grote dakoppervlaktes, ongeveer 800 hectare aan zonnevelden en 45 grote windmolens. Voor deze periode zet de regio in op 1 TWh aan zonnevelden. Realisatie hiervan langs infrastructuur behoort tot een van de voorkeuren. In het rapport
Energielandschappen heeft de regio eerste stappen gezet richting zoekgebieden en de landschappelijke inpassing van windmolens en zonnepanelen. Voorliggend plangebied is gelegen in een van de zoekzones voor de opwekking van elektriciteit middels zonne-energie. Binnen de zoekzones wordt de ontwikkeling van zonnevelden mogelijk gemaakt.
0
5
10
20 km
'Qs5 t
'a
t'^ "mo o" " r ' dgo" "~
J meentegrenzen Windturbine(gerealiseerd/vergund) e Zonnevetd(gereahseerd/vergund) [^Zoekgebied wind Zoekgebied zon Zoekzone zoo IEZoekgebted zon en wind
Afbeelding 19. Overzichtskaart van zoekgebieden en -zones in de RES U16 (bron: RES U16). Relatie met de voorgenomen ontwikkeling
Voorliggend zonnepark, Zonnepark Oosterlaak, draag bij aan de regionale doelstelling om in 2030 1,8 TWh aan duurzame energie op to wekken. Voorliggend zonnepark draagt met oppervlakte van bruto 17,6 ha. en een
Zonnepark Oosterlaak I Eelerwoude 1 31
opgesteld vermogen van 21-23 MWp bij aan dit doel. Daarnaast is het ook in een van de kansrijke gebieden van de RES U16 gelegen. Tevens wordt het zonnepark landschappelijk ingepast, waarbij de bestaande landschappelijke structuren behouden worden. Zie hiervoor paragraaf 2.4. Hiermee sluit voorliggend zonnepark aan bij de doelen uit de RES.
3.5 Gemeentelijk beleid 3.5.1 Beleidskader zonnevelden Gemeente Houten Op 8 juli 2021 heeft de gemeenteraad van Houten het 'Beleidskader zonnevelden gemeente Houten' vastgesteld. Dit beleidskader is opgesteld, omdat gemeente Houten een bijdrage wil leveren aan de opwek van duurzame energie middels de ontwikkeling van kwalitatief hoogwaardige zonnevelden. Belangrijk hierbij is een goede landschappelijke inpassing met oog voor natuur, recreatie en een hoge betrokkenheid van omwonenden mogelijkheden om (financieel) te profiteren van het zonneveld. Ten behoeve van het beleidskader heeft de gemeente Houten een kansenkaart opgesteld om te duiden waar initiatieven voor zonnevelden kansrijk zijn. In de kansenkaart wordt gebruik gemaakt van een viertal kleuren, te kennen: Groen: Oranje: Rood: Blauw:
Hier is onder beperkte voorwaarden een ontwikkeling van een zonneveld mogelijk. Hier is onder strenge voorwaarden een ontwikkeling van een zonneveld mogelijk. Hier is geen ontwikkeling van een zonneveld mogelijk. Dit zijn de al vergunde zonnevelden.
Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van de kansenkaart weergegeven. In het beleidskader zijn eisen over de uitvoering opgenomen. Dit betreffen algemene eisen waaronder het ondersteunen van de 'Gedragscode zon op land'en de bereikbaarheid voor veiligheidsdiensten; eisen aan aanleg/gebruik/na gebruik waaronder behoud van landschappelijke structuren en instandhouding van bodemkwaliteit en een opruimplicht. In deze Ruimtelijke Onderbouwing geven wij per inhoudelijk onderwerp aan hoe wij voldoen aan deze eisen.
U
1
2 km
Afbeelding 20. Kansenkaart gemeente Houten met ligging van het plangebied (bron: Gemeente Houten).
Max. opp. aan zonnevelden (% van totale gebied)
Al benut voor zonnevelden (opp. en %)
Nieuwe Hollandse Waterlinie
Weidevogels Overige belangen/kansen
4. Buitengebied Oost ®
20% (30ha)
0
Nee
Nee
Dit gebied is in beeld voor toekomstige woningbouw en een landschapspark. Voor de mogelijkheden in dit gebied moet hiermee
S.'t Goy
10% (60ha)
25 ha, 42%
Nee
Nee
Let op doorzichten op en vanaf wandelpad Amsterdam-Rijnkanaal. Rekening houden met agrarische belangen.
-
-
-
-
-
15% (40ha)
0
Ja
Nee
Kans langs de A27 vanwege de voorkeur voor ontwikkeling langs infrastructuur (burgerpanel meting. 2020) rekening houdend met agrarische belangen. In sommige stukken hoge archeologische vervachtingswaarde (3). Bescherming weidevogels en verbetering van hun leefgebieden.
Gebied
6.Werklandschap 7. Vuylcop
Kleur
-
Afbeelding 21. Gebiedsprofiel behorende bij de kansenkaart (bron: Gemeente Houten).
Zonnepark Oosterlaak I Eelerrooude 1 33
Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Op de kansenkaart van het beleidskader zonnevelden Gemeente Houten is het plangebied gelegen in een 'groene zone'. Dit houdt in dat zonneparken mogelijk zijn onder beperkte voorwaarden. Daarnaast is er, naast de kansenkaart, ook een overzicht met kansen voor specifieke gebieden. Hier is het plangebied gelegen in "t Goy'. Hier zijn zonneparken mogelijk tot maximaal 60 hectare mogelijk. Voorliggend zonnepark, met een oppervlakte van 17,6 ha, past binnen het maximaal aantal oppervlakte. Wel dient rekening gehouden te worden met de doorzichten en agrarische belangen. Om de belangen/kansen goed te waarborgen en verschillende meekoppelkansen volledig te benutten is een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld. Met voorliggend plan voor Zonnepark Oosterlaak zijn de versterking van de biodiversiteit, behoud van de bodemvruchtbaarheid en het herkenbaar maken van de huidige structuren meegenomen. Door middel van het onderzoek naar de bodemvruchtbaarheid wordt explicit rekening gehouden met de agrarische belangen om zo ook de gronden geschikt te maken voor de fruitteelt na het zonnepark.
3.5.2 Conclusie gemeentelijk beleid De voorgenomen ontwikkeling past binnen de ambities, doelstellingen en richtlijnen van de gemeente. Het zonnepark draagt bij aan de lokale energietransitie naar een energieneutrale gemeente Houten in 2040 en andere gemeentelijke opgaven.
3.6 Conclusie Uit de voorgaande beleidstoets is gebleken dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen het nationale-, provinciale-, regionale- en gemeentelijk beleid.
Zonnepark Oosterlaak I Eelerwoude 134
4 Waardentoets 4.1Inleiding In dit hoofdstuk wordt de impact van de ontwikkeling op de verschillende waarden beschreven. Hieronder vallen flora & fauna, archeologie, cultuurhistorie en water. Er wordt beschreven wat er is onderzocht en welke resultaten hieruit zijn gekomen. Vervolgens wordt hier een conclusie uit getrokken met betrekking tot de ontwikkeling.
4.2 Natuurwaarden Eelerwoude heeft een toetsing van de voorgenomen ontwikkeling van het zonnepark aan de natuurwetgeving en het natuurbeleid (Wet natuurbescherming) uitgevoerd om duidelijk te maken hoe de ontwikkeling gerealiseerd kan worden binnen de kaders van de natuurbescherming. De rapportage van deze toetsing is als bijlage opgenomen. In de hiernavolgende paragrafen volgen de belangrijkste conclusies uit het onderzoek.
4.2.1 Soortenbescherming Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt De ontwikkeling zal naar verwachting leiden tot een tijdelijk beperkt verlies van leefgebied van een aantal beschermde soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. Het betreft soorten als haas, konijn en diverse algemene (spits)muizensoorten. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat er sprake is van een tijdelijke en plaatselijke verstoring, en daarnaast voldoende leefgebied aanwezig blijft in de omgeving en het relatief algemene soorten betreft. Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt. Met de volgende soorten en/of soortgroepen dient rekening te worden gehouden. Broedvogels Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of beschadigen, als ook op het wegnemen van nesten van vogels. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. In veel situaties kan dit voorkomen worden door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen3 uit te voeren. Ten aanzien van het verplaatsen van de kasten voor torenvalken betekent dit eveneens dat deze buiten het broedseizoen uitgevoerd dienen te worden.
3 In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd. Van belong is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Globoal goat het echter om de periode van 1maart tot 15 juli-15 augustus.
Zonnepark Oosterlaak I Eelerwoude 1 35
Algemene zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 een omschrijving opgenomen over de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen 'voldoende zorg' in acht neemt voor alle in het wild levende dieren en planten, dus ook niet-beschermde soorten en hun directe leefomgeving. Dit is een algemene verantwoordelijkheid die voor iedereen geldt. Het betekent bijvoorbeeld dat er niet onnodig dieren en planten worden gedood, wanneer er redelijkerwijs een andere oplossing voor is, bijvoorbeeld door de dieren to verplaatsen naar een ander gebied.
4.2.2 Gebiedsbescherming Niet stikstof-gerelateerde effecten: In de directe omgeving van het plangebied liggen geen Natura 2000-gebieden. De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maakt dat de effecten uitsluitend tot het plangebied of de zeer directe zone eromheen beperkt blijven. Een toetsing op grond van de Wet natuurbescherming wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Stikstof-eerelateerde effecten:
4.2.3 Bescherming houtopstanden Er worden binnen het plangebied geen bomen gekapt. Een nadere toetsing van houtopstanden is daarom niet noodzakelijk.
4.2.4 Natuurnetwerk Nederland Het plangebied en de directe omgeving maken geen onderdeel uit van de NNN. Het plangebied ligt op ongeveer 1,6 kilometer van begrensd NNN-gebied. Met de voorgenomen werkzaamheden worden geen negatieve effecten verwacht op de wezenlijke waarden en kenmerken van de NNN. Van afname van areaal is geen sprake, tevens worden geen effecten verwacht die de wezenlijke waarden en kenmerken van de NNN significant aantasten. Bovendien is het wijzigen van het bestemmingsplan niet nodig. Een toetsing aan het NNN-beleid wordt daarom niet noodzakelijk geacht.
4.2.5 Uitvoerbaarheid Met de voorgenomen ontwikkeling wordt met de voorgenoemde maatregelen en werkwijze rekening gehouden. Met de werkzaamheden zal rekening worden gehouden met het broedseizoen van de vogels, de aanbevelingen voor vleermuizen en de algemene zorgplicht. Vanuit de eisen van de Wet natuurbescherming en het provinciale voor gebiedsbescherming wordt voorliggend plan uitvoerbaar geacht.
Zonnepark Oosterlaak I Eelerwoude 1 36
4.3 Archeologische waarden Aardkundige, archeologische en cultuurhistorische waarden moeten zoveel mogelijk worden behouden. Op basis van het verdrag van Malta en de Wet op de Archeologische Monumentenzorg is het uitgangspunt gesteld om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk ter plekke te bewaren en maatregelen te nemen om dit te bewerkstelligen. De verstoorder van de bodem is verantwoordelijk voor het behoud van de archeologische resten. Daar waar behoud ter plekke niet mogelijk is, betaalt de verstoorder het archeologisch onderzoek en de mogelijke opgravingen. Voor ruimtelijke plannen die archeologische waarden bedreigen, moeten betrokken partijen in beeld brengen welke archeologische waarden in het geding zijn. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Gemeenten beschermen de archeologische waarden binnen de gemeentegrenzen door de waardevolle gebieden vast te leggen middels dubbelbestemmingen, die zijn gebaseerd op een archeologische verwachtingskaart. Voorliggend zonnepark kent de volgende dubbelbestemmingen; 'Waarde - Archeologie 1 (Terrein van archeologische waarde)' en 'Waarde - Archeologie 2 (Gebied met hoge archeologische verwachtingswaarde)'.
Afbeelding 22. Uitsnede bestemmingsplan "t Goy en omgeving'. Ter plaatse van het rode kader geldt de 'WaardeArcheologie 1 (Terrein van archeologische woorde)'. Bron: ruimtelijkeplannen.nl
Waarde - Archeologie 2 (Gebied met hoge archeologische verwachtingswaarde) Archeologisch onderzoek is benodigd bij (grond)werkzaamheden groter dan 500 mz of meer waarbij graafwerkzaamheden plaatsvinden die dieper gaan dan 0,5 m onder peil. Deze dubbelbestemming is vigerend in het gehele plangebied, alleen ter hoogte noordwesthoek geldt de dubbelbestemming 'Waarde -Archeologie 1 (Terrein van archeologische waarde)'
Zonnepark Oosterlaak I Eelerwoude 1 37
Waarde - Archeologie 1 (Terrein van archeologische waarde) Archeologisch onderzoek is benodigd bij (grond)werkzaamheden grater dan 100 mz of meer waarbij graafwerkzaamheden plaatsvinden die dieper gaan dan 0,5 m onder peil. Archeologisch bureauonderzoek Hierop volgend is door RAAP een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is separaat bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing bijgevoegd. Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Er wordt daarbij met name gedacht aan het aanleggen van de middenspanningskabels. De overige ingrepen hebben een geringe impact op het bodemarchief. Daarom wordt geadviseerd om de plannen zodanig aan te passen dat verstoring wordt voorkomen, in het bijzonder ter plaatse van het AMK-terrein in het noordwestelijke deel van het plangebied. Dat kan door de middenspanningskabels minder diep aan te leggen, vergelijkbaar met de laagspanningskabels en de inkoop- en transformatorstations op het maaiveld te plaatsen op betonnen platen. Indien planaanpassing niet mogelijk is, wordt aanbevolen in het kader van de bestaande planvorming onderstaande vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) te nemen. Geadviseerd wordt om het aanleggen van de middenspanningskabels te laten begeleiden door een archeoloog.
De geplande omvang van de sleuven voor de middenspanningskabels maakt het mogelijk om daar waarnemingen te doen. Voor een archeologische begeleiding is een Programma van Eisen noodzakelijk, dat voor aanvang van de werkzaamheden akkoord moet zijn bevonden door de bevoegde overheid, de gemeente Houten. In het overige deel van het plangebied wordt in het kader van de nu voorgenomen bodemingrepen geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. In voorliggend plan wordt ter plaatse van het AMK-terrein geen middenspanningskabel gerealiseerd en worden ook geen transformator- of inkoopstations geplaatst. Tot slot blijft te allen tijde de archeologische meldingsplicht van kracht. Dit betekent dat wanneer bij werkzaamheden archeologische vondsten worden aangetroffen waarvan kan worden aangenomen dat dit archeologische waardevolle vondsten betreffen, dit gemeld wordt bij het bevoegd gezag.
4.4 Cultuurhistorische waarden Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moeten naast de in de grond aanwezige of to verwachten monumenten, ook cultuurhistorische waarden in het projectgebied worden meegewogen bij een afwijkingsbesluit in het kader van de Wro. Relatie met voorgenomen ontwikkeling
Er zijn in het plangebied geen monumenten of cultuurhistorische elementen aanwezig. Er worden, met de realisatie van het zonnepark, geen cultuurhistorische waarden in het geding gebracht.
4.5 Water De toelichting van een omgevingsvergunning dient, conform artikel 3.1.6, lid 1 onder b van het Besluit ruimtelijke ordening, een beschrijving te bevatten van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. In deze paragraaf wordt eerst ingegaan op het voor dit plan relevante
Zonnepark Oosterlaak I Eelerwoude 1 38
waterbeleid. Vervolgens is de huidige en toekomstige waterhuishoudkundige situatie van het projectgebied beoordeeld. Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit is 2015. Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel) stroomgebied beheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. Rijksbeleid Het Nationaal Water Programma 2022-2027 geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. Er wordt gewerkt aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren.
Er liggen grote opgaven voor het waterdomein: Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. We moeten blijven werken aan een goede bescherming tegen overstromingen en klimaatrobuust zoetwatervoorziening tegen toenemende droogte. Ook de zorg voor goede waterkwaliteit en duurzame drinkwatervoorziening verdient aandacht. Daarnaast zijn allerlei functies afhankelijk van water, zoals de scheepvaart, de landbouw en de natuur. Op de Noordzee moeten vele functies, waaronder de opgaven voor windenergie, natuurontwikkeling, duurzame visserij, scheepvaart en zandwinning, in balans met elkaar een plek krijgen. Om aan te geven hoe we omgaan met de uitdagingen van ons water, ontwikkelde de Rijksoverheid het Nationaal Water Programma 2022-2027. Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022. In het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden Het algemeen bestuur van Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR) heeft op 22 december 2021 het waterbeheerprogramma 'Waterkoers 2022 — 2027' vastgesteld. De Koers is 'Stroomopwaarts samen voor de toekomst'. Het waterschap wil transparant, doelmatig en effectief bijdragen aan gezond leven in een toekomstbestendig gebied.
Klimaatadaptatie, de energietransitie, circulariteit, bodemdaling, droogte en biodiversiteit hebben allemaal een watercomponent en vragen de betrokkenheid van het waterschap. Hierbij volgt het waterschap twee lijnen: - Stroomopwaarts samen voor het gebied. Zuiver en duurzaam voor de toekomst. Het waterschap wil bij de start van ruimtelijke ontwikkelingen water een meer sturende rol geven voor een toekomstbestendige leefomgeving. Hiervoor heeft het waterschap een set aan regels en instrumentarium die hen daarbij ondersteund. Keur
De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt in beleids- en algemene regels.
Zonnepark Oosterlaak I Eelerwoude 1 39
Legger
De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven.
Afbeelding 23. Uitsnede legger (bron: Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden).
Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De leggerkaart is geraadpleegd. Het plangebied is deels gelegen aan een primaire watergang. Langs de zuidzijde van het plangebied en de oostzijde van het plangebied loopt deze primaire watergang. Ter plaatse van de watergang aan de zuid- en oostzijde van het plangebied wordt een natuurvriendelijke oever gerealiseerd. Primaire watergangen zijn in eigendom en beheer van het waterschap en langs de watergangen liggen beschermingszones. Deze dienen vrijgehouden to worden voor onderhoud en beheer aan watergangen. In voorliggend plan worden deze onderhoudzones natuurvriendelijk ingericht met bloem- en kruidenrijke vegetaties. Wel blijven deze zones bereikbaar voor het waterschap. Daarnaast zal een watervergunning worden aangevraagd voor de realisatie van de natuurvriendelijke oevers. Digitale watertoets Er is een digitale watertoets voor de voorgenomen ontwikkeling uitgevoerd. Uit deze watertoets blijkt dat naast de normale procedure die wordt doorlopen bij Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden, ook een watervergunning nodig is. Voorliggend plan is afgestemd met het waterschap. Bij de landschappelijke inpassing van het plan is rekening gehouden met de primaire watergang. Zie hiervoor paragraaf 2.4 en het separate landschappelijke inrichtingsplan.
Zonnepark Oosterlaak I Eelerwoude 1 40
4.6 Conclusie Met de voorgenomen ontwikkeling worden de aanwezige archeologische-, cultuurhistorische-, water- en natuurwaarden niet aangetast. Het voornemen is dan ook uitvoerbaar ten aanzien van de bestaande waarden in het plangebied.
Zonnepark Oosterlaak I Eelerwoude 1 41
5 Milieuaspecten 5.1Inleiding Nieuwe initiatieven hebben te maken met milieuaspecten. Een aantal van deze milieuaspecten zijn ruimtelijk relevant. In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens ingegaan op: •
Bodem.
•
Geluid.
•
Luchtkwaliteit.
•
Externe veiligheid.
•
Bedrijven en milieuzonering.
•
Verkeer en parkeren.
•
Vormvrije m.e.r.-beoordeling.
•
Kabels en leidingen.
•
Elektromagnetische straling.
•
Warmteontwikkeling
•
Lichtreflectie
5.2 Bodem Sinds 1 januari 2008 is in het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) vastgelegd hoe we in Nederland omgaan met het hergebruik van schone en licht verontreinigde grond en de bescherming van de bodem. Bij de verlening van een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan moet worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De bodemkwaliteit binnen het plangebied te bepalen is de kaart van het Bodemloket (bodemloket.nl) geraadpleegd. Op deze kaarten zijn gebieden aangewezen waar (mogelijk) sprake is geweest van bodemverontreiniging. Ook is informatie van uitgevoerde bodemonderzoeken te raadplegen. Op deze kaart is te zien dat er geen verdachte locaties zijn in het plangebied. Een zonnepark is geen gevoelige functie. Wat betreft het aspect bodem zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling en is nader bodemonderzoek niet aan de orde. Voorafgaand aan de bouwfase van het zonnepark voert Sunvest altijd een bodemonderzoek uit als nulmeting van het plangebied.
Zonnepark Oosterlaak I Eelerwoude 1 42
8,8
,41463813
~Bodaminlormatla
=.
'ys,
WNCob
BRT
(v im
:a-~' l
BasNlkbaaNald gagauans 0 [ge~+emmu.sd+eee
Oren 4o~u n=.4 Voortgang ondaraoak
mom+
©womee.xm4
O Bodamk~vallblWoartan OMBnstaangabladan
•
143363,446336
Afbeelding 24. Uitsnede kaart bodemloket (bron: bodemloket). Bodemvruchtbaarheid In samenwerking met Fraunhofer ISE zet Sunvest een onderzoek op waarbij direct vanaf de bouw van het
zonnepark een pilot wordt gestart die gedurende 30 jaar de bodemkwaliteit gaat monitoren en managen. De pilot omvat de combinatie van het opwekken van duurzame energie met behoud en verbetering van bodemkwaliteit t.b.v. professionele fruitteelt. Fraunhofer ISE heeft voor de uitvoering van het pilotproject een gedetailleerde bodemkwaliteitsstudie opgesteld voor de analyse van de bodem gedurende de looptijd van het zonnepark. Gedurende een periode van 30 jaar zullen verschillende beheersconcepten onder een PV-systeem worden
uitgeprobeerd en geevalueerd. Het doel is te bepalen welke van de maatregelen het meest geschikt is om een "optimale" bodem voor toekomstige landbouwactiviteiten te verkrijgen. Het doel van het onderzoek is naast kennisontwikkeling echter in eerste instantie het realiseren van een goede bodemvruchtbaarheid in het project zelf. Daartoe zal gedurende het project het beheer op een aantal momenten worden bijgesteld. Door Fraunhofer ISE is een 'Soil Research Management Plan for Oosterlaak Solar Park' waarin de onderzoeksopzet en het onderzoek nader is beschreven. Dit onderzoek is tevens als bijlage bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing bijgevoegd.
5.3 Geluid Voor de beoordeling van het onderdeel geluid moet in algemene zin aan de volgende drie punten worden voldaan: •
de normen uit de Wet geluidhinder worden in acht genomen;
•
bedrijven in de omgeving worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd;
•
op en rond het projectgebied blijft sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Wet geluidhinder
Per 1 januari 2007 is de gewijzigde Wet geluidhinder (Wgh) in werking getreden. Hierin staat dat inzichtelijk moet worden gemaakt welke geluidsbronnen in het gebied aanwezig zijn en wat de geluidsbelasting is voor woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zoals onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er drie geluidsbronnen waarmee bij nieuwe ruimtelijke plannen rekening gehouden dient te worden: wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai. Artikel
76 Wgh stelt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen een geluidzone de grenswaarden uit de Wgh in acht genomen moeten worden wat betreft de geluidsbelasting van de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen.
Zonnepark Oosterlaak I Eelerwoude 1 43
Relatie met de vooraenomen ontwikkeling
Een zonnepark is geen geluidgevoelige functie. Met de realisatie van het zonnepark worden ook geen geluidgevoelige functies aangebracht, waardoor het zonnepark zelf geen bescherming tegen geluidsoverlast vereist. In het kader van een goede ruimtelijke ordening worden de richtafstanden uit de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' aangehouden. Hierbij wordt een vergelijking gemaakt 'elektriciteitsdistributiebedrijven' Voor transformatorstations met een vermogen minder dan 10 MVA geldt een richtafstand van 30 meter voor geluid. Transformatorstations met een vermogen tot 100 MVA geldt een richtafstand van 50 meter. Binnen het zonnepark worden vier transformatoren van 6 MVA, een energieopslagsysteem en inkoopstation geplaatst. Binnen het energieopslagsysteem worden omvormers, transformatoren en batterijen geplaatst. Hier kan tevens een vergelijking worden gemaakt met 'elektriciteitsdistributiebedrijven'. De dichtstbijzijnde gevoelige woonbestemming is gelegen op circa 250 meter van de rand van het plangebied. Hiermee wordt ruim voldoende afstand tot de woningen gehouden, waardoor er geen sprake zal zijn van geluidshinder door de installaties in het zonnepark. Een goed woon- en leefklimaat voor het aspect geluid kan worden gegarandeerd.
Afbeelding 25. Schematische weergave geluidscontouren VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering'.
Zonnepark Oosterlaak I Eelerwoude ( 44
5.4 Luchtkwaliteit Het wettelijk kader met betrekking tot de luchtkwaliteit is sinds 2007 vastgelegd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) en in de algemene maatregel van bestuur: 'Niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit NIBM) en de ministeriele regeling NIBM (Regeling NIBM). Om te berekenen of de ontwikkeling met het aantal verkeersbewegingen een negatieve impact heeft op de luchtkwaliteit, is er een NIBM-tool ontwikkeld. In titel 5.2 van de Wm is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) geregeld. In dit programma staat onder andere beschreven wanneer en hoe overschrijding van luchtkwaliteitsnormen moet worden aangepakt. In het programma wordt rekening gehouden met nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Ontwikkelingen die binnen het programma passen hoeven niet te worden getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Op grond van de NIBM-tool is een ontwikkeling 'in betekende mate' bij een toename van het aantal verkeersbewegingen met ruim 800 per dag (met 5% aandeel vrachtverkeer). In de voorgenomen ontwikkeling wordt een zonnepark gerealiseerd. Dit leidt niet tot een sterke toename van het aantal verkeersbewegingen. Tijdens de bouwperiode neemt het aantal verkeersbewegingen tijdelijk toe, maar blijft ruimschoots onder de 800 per dag.
Gedurende de exploitatiefase neemt het aantal verkeersbewegingen weer of en beperkt tot het beheer en onderhoud van het zonnepark. Hiermee leidt de ontwikkeling niet tot een verslechtering van de Luchtkwaliteit en kan de ontwikkeling niet als 'niet in betekenende mate' worden gezien. Op basis hiervan wordt gesteld dat nader onderzoek naar het aspect Luchtkwaliteit niet noodzakelijk is.
5.5 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over de risico's voor de omgeving ten gevolge van een ongeval bij de productie, opslag en het transport van gevaarlijke stoffen en de kans dat hierbij dodelijke slachtoffers vallen. In het geval van een ruimtelijke plan dient het milieuaspect externe veiligheid onderzocht te worden. Het plan voornemen kan risicobronnen in het kader van externe veiligheid mogelijk maken en of bestaande risicobronnen kunnen invloed hebben op het plan. Deze risico's moeten worden beschouwd om te onderzoeken of het planvoornemen voldoet aan de geldende normen. Beleidskader Het landelijke beleidskader valt uiteen in verschillende besluiten en regelingen voor de verschillende type risicobronnen. Risicobronnen in het kader van Externe veiligheid zijn inrichtingen (bedrijven met gevaarlijke stoffen), infrastructuur zoals auto-, spoor- of vaarwegen, en buisleidingen voor het transport van aardgas. • Voor inrichtingen (bedrijven) wordt getoetst aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). •
Voor transportroutes over de weg, het water en het spoor wordt getoetst aan het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt).
• •
Voor buisleidingen wordt getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Daarnaast is in sommige gevallen het Activiteitenbesluit milieubeheer en/of het Vuurwerkbesluit van toepassing.
Toetsingskader Externe veiligheid (geldt voor Bevi, Bevt en Bevb) maakt onderscheid tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. •
Het plaatsgebonden risico kan beperkingen opleggen voor de bouw van (beperkt) kwetsbare objecten. Zoals woningen, kantoren en andere gebouwen waarin personen aanwezig zijn. Voor het bouwen van kwetsbare objecten geldt de plaatsgebonden risicocontour van 1*10-6 per jaar als grenswaarde.
Zonnepark Oosterlaak I Eelerwoude 1 45
•
•
Het groepsrisico is de kans dat een groep mensen komt te overlijden in de omgeving van een risicobron. Door de ontwikkeling van een planvoornemen kan het groepsrisico van de risicobron toenemen. Het groepsrisico wordt bepaald voor zowel de huidige situatie als de situatie na ontwikkeling van het planvoornemen. Het groepsrisico wordt weergegeven ten opzichte van de orientatiewaarde. Wanneer sprake is van een toename van het groepsrisico (een verhoging ten opzichte van de orientatiewaarde tussen bestaande situatie en toekomstige situatie) is het bevoegd gezag conform de bovengenoemde besluiten (Bevi, Bevt en Bevb) verplicht het groepsrisico in meer of mindere mate te verantwoorden. In de verantwoording groepsrisico motiveert het bevoegd gezag hoe om te gaan met de risico's ten gevolge van externe veiligheid.
Relatie met de voorgenomen ontwikkeling
Om te controleren of er in het plangebied of de nabijheid daarvan risicobronnen aanwezig zijn is de Risicokaart Nederland geraadpleegd. Hieruit blijkt dat er binnen het plangebied geen risicobronnen aanwezig zijn. Een zonnepark is geen gevoelig object of inrichting dat formeel een veiligheidscontour kent. Ook is een zonnepark conform het Bevi, Bevt, en/of het Bevb niet te kwalificeren als een risicobron in het kader van externe veiligheid. Tevens is de voorgenomen ontwikkeling niet te kwalificeren als een kwetsbaar object conform het Bevi. Dit betekent dat de voorgenomen ontwikkeling niet relevant is in het kader van externe veiligheid. Wel betreft een zonnepark een inrichting dat energie in de vorm van elektriciteit opwekt en op het elektriciteitsnet levert. Daarnaast zorgt het energieopslagsysteem (EOS) voor opslag van energie middels batterijen. De technische installaties bij een EOS zijn vergelijkbaar met omvormers en transformatoren van het zonnepark. Voor een EOS wordt gebruik gemaakt van lithium-ion accu's. Voor deze accu's is een Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS 37-1) in ontwikkeling. Deze PGS-richtlijn heeft betrekking op o.a. energieopslagsystemen. Op dit moment zijn geen veiligheidsafstanden bekend met betrekking tot energieopslagsystemen en de daarbij horende batterijen/accu's.
Wel wordt er binnen de EOS een afstand van 2,5 meter tussen de units vrijgehouden. Verder worden de normen vanuit de PGS 37-1 gevolgd. Net als bij het zonnepark kan, afhankelijk van het type EOS, brand een mogelijk risico zijn. Hiervoor wordt overleg gevoerd met de veiligheidsregio Utrecht. In overleg met de Veiligheidsregio worden afspraken gemaakt wanneer zich een calamiteit voordoet. Daarnaast wordt het zonnepark niet openbaar toegankelijk. Toegang tot het terrein voor beheer, onderhoud en calamiteiten wordt gefaciliteerd met een afgesloten poort. Met de Veiligheidsregio Utrecht, zoals de brandweer, worden afspraken gemaakt voor toegang in geval van nood. Binnen de landschappelijke inpassing wordt een hek geplaatst van maximaal 2 meter hoog met 20 cm ruimte ter hoogte van het maaiveld om kleine zoogdieren te laten passeren. Daarnaast wordt het park geaard en worden elektriciteitskabels ondergronds aangelegd.
Zonnepark Oosterlaak I Eelerwoude 1 46
5.6 Bedrijven en milieuzonering In zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid is het behouden en bevorderen van een goede kwaliteit van het leefmilieu een belangrijke doelstelling. Milieuzonering is hiervoor een belangrijk instrument. Milieuzonering betreft het aanbrengen van voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen, en anderzijds milieugevoelige functies zoals wonen en recreeren. Meestal bestaat deze ruimtelijke scheiding uit het houden van een bepaalde afstand tussen deze milieubelastende en milieugevoelige functies. De grootte van de onderlinge afstand is afhankelijk van de mate van milieubelasting: een hogere belasting leidt tot een grotere afstand tussen de verschillende functies. Milieuzonering heeft twee doelen: •
Het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies.
•
Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.
Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt in eerste instantie doorgaans de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd, waarin richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zijn opgenomen. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Binnen het zonnepark worden technische installaties, zoals transformators, omvormers en een inkoop geplaatst. In de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' wordt voor de voorgenomen ontwikkeling een vergelijking gemaakt met de catagorie 'elektriciteitsdistributiebedrijven met transformatorvermogen tot 10 MVA' en "elektriciteitsdistributiebedrijven met transformatorvermogen 10-100 MVA'. Voor de EOS is tevens de vergelijking gemaakt met de activiteit 'elektriciteitsdistributiebedrijven met transformatorvermogen tot 10 MVA'. Voor de benodigde technische installaties wordt een richtafstand voor geluid aangehouden van 30 meter. De dichtstbijzijnde woonbestemming aan de tuurdijk ligt op circa 250 meter van de rand van het zonnepark. Zie afbeelding 23 voor de contouren rondom het zonnepark. De technische installaties worden in het midden van het zonnepark gerealiseerd, waardoor voldaan kan worden aan de richtafstanden uit de VNG-uitgave. De EOS zal aan de rand van het zonnepark worden gerealiseerd, waarmee ruim voldaan wordt aan de richtafstanden.
Het aspect milieuzonering levert geen belemmeringen op voor de ontwikkeling.
5.7 Verkeer en parkeren De realisatie van Zonnepark Oosterlaak leidt niet tot een significante toename in verkeer. Enkel gedurende de aanleg- en ontmantelingsfase zal er tijdelijk een toename zijn van het aantal verkeersbewegingen. Hiervoor wordt voorafgaand de bouw een passend verkeersplan opgesteld. Tijdens de looptijd van het zonnepark beperkt het extra verkeer zich tot het beheer en onderhoud van het zonnepark. Dit beperkt zich tot een aantal keer per jaar. Het zonnepark wordt ontsloten via het bestaande kavelpad naar de Tuurdijk. Binnen het plangebied is voldoende ruimte om te parkeren ten tijde van onderhoud.
Zonnepark Oosterlaak I Eelerwoude 147
5.8 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.-beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, ook wel genoemd de 'vergewisplicht'. Het komt erop neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst, deze aangeeft of er voor activiteiten en projecten beoordeeld moet worden of er een m.e.r. gemaakt moet worden. Voor projecten of activiteiten die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: o belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. beoordeling noodzakelijk; o belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r.
De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient to geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: o de kenmerken van het project; o de plaats van het project; o de kenmerken van de potentiele effecten. Het project maakt een (tijdelijke) functiewijziging naar een zonnepark mogelijk. Dergelijke ontwikkelingen zijn geen onderdeel van de D-Iijst van het Besluit m.e.r. Een m.e.r.-beoordeling of vormvrije m.e.r. is niet benodigd voor het voorgenomen plan. Uit jurisprudentie4 is gebleken dat een zonnepark niet kan worden aangemerkt als een 'industridle installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water' (cat. D 22.1), omdat een zonnepark geen thermische (verbrandings)installatie betreft. In een zonnepark wordt immers geen thermische energie opgewekt of gebruikt voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water, maar wordt stralingsenergie (zonlicht) rechtstreeks omgezet in elektrische energie. Daarnaast is uit diezelfde uitspraak gebleken dat een zonnepark evenmin kan worden aangemerkt als een 'stedelijk ontwikkelingsproject' (cat. D 11.2).
Bij een stedelijk ontwikkelingsproject kan het gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Een zonnepark kan naar het oordeel van de Afdeling niet gelijk worden gesteld met dergelijke ontwikkelingen. Daarbij acht de Afdeling van belang dat de gevolgen voor het milieu van een zonnepark in de kern beperkt zijn tot visuele hinder en landschappelijke aantasting.
4
Zie: ABRvS 14 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2770.
Zonnepark Oosterlaak I Eelerwoude 148
5.9 Kabels en leidingen In de buurt van het plangebied bevinden zich mogelijk een aantal kabels en leidingen die mogelijk een belemmering zijn voor het zonnepark. Aan de westzijde van het plangebied is een persrioolleiding gelegen. Hiervoor geldt een vrijwaringszone van 10 meter. Hier wordt in het landschappelijk inrichtingsplan rekening mee gehouden. In deze zone worden geen bouwwerken gerealiseerd. Daarnaast wordt voorafgaand de bouw van het voorgenomen zonnepark een KLIC-melding aangevraagd. Met de technische uitwerking van het voorgenomen zonnepark wordt rekening gehouden met de aanwezigheid van deze kabels en leidingen. Hiermee vormen kabels en leidingen geen belemmering voor het zonnepark.
5.10 Elektromagnetische straling Zowel bij de omvormers als de transformatoren zullen extreem laagfrequente elektromagnetische velden (ELF) vrijkomen. Ten aanzien van elektromagnetische straling bij hoogspanningsmasten hanteert de overheid een voorzorgprincipe waarbij een grens wordt aangehouden van 0,4 micro Tesla (iT). De GGD adviseert om ook bij ander bronnen van ELF-EM velden, zoals onderstations en transformatorhuisjes, dit voorzorgsprincipe te hanteren. Vandaar het advies om dit voorzorgsprincipe ook te hanteren bij de ontwikkeling van een zonnepark door de afstand van een zonnepark tot woningen en gevoelige bestemmingen zodanig te laten zijn dat de magnetische veldsterkte bij de gevoelige bestemmingen niet boven de advieswaarde van 0,41T komt. Gezien de relatief grate afstand (enkele honderden meters) van zowel omvormers als de transformatoren tot de dichtstbijzijnde burgerwoningen wordt ruimschoots voldaan aan de advieswaarde van 0,41T. In het RIVM 'Verkenning van extreem-laagfrequente (ELF) magnetische velden bij verschillende bronnen' (RIVM-rapport 609300011/2009) wordt aandacht besteed aan elektromagnetische velden als gevolg van de aanwezigheid van transformatorstations. De sterkte van deze velden neemt sterk of wanneer de afstand tot de bran grater wordt.
Uit het onderzoek blijkt dat 0,4 µT wordt bereikt op een afstand van maximaal 7 meter van onderzochte transformatorstations. Relatie met voorgenomen ontwikkeling
De woningen random het plangebied staan op geruime afstand van het zonnepark, waarmee kan worden aangenomen dat elektromagnetische straling geen gezondheidsrisico vormt en dus niet leidt tot een belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.11 Warmteomtwikkeling Zonneparken, welke gerealiseerd worden op land, zijn doorgaans onbebouwde percelen, welke voorheen een agrarische functie kende. Met de realisatie van een zonnepark op onbebouwde percelen kan er mogelijk een hitte eiland ontstaan, welke vergelijkbaar is met een hitte-eilandeffect in binnenstedelijke gebieden. Dit hitteeilandeffect (Urban Heat Island (UHI)) is waarneembaar in de zin dat de temperatuur in stedelijk gebied gemiddeld hoger is dan in omliggende, onbebouwde, landelijk gebied. Een vergelijkbaar effect zou mogelijk op kunnen treden bij de realisatie van zonneparken op onbebouwde gronden, dit noemt men PV Heat Island (PVHI). Uit literatuurstudie blijkt dat er inderdaad een beperkte stijging is van de temperatuur binnen in het zonnepark ten opzichte van de omliggende gronden. De stijging van de temperatuur binnen het zonnepark ligt tussen de 1 en 2 graden Celsius. Een onderzochte studie in het literatuuronderzoek laat zien dat bij een zonnepark een
Zonnepark Oosterlaak I Eelerwoude 149
lichte stijging van de temperatuur is op een aantal meter van het zonnepark, waarbij op 100 meter van het zonnepark de temperatuur weer gedaald is tot de omgevingstemperatuur. De kanttekening die hierbij gemaakt dient to worden is dat alle onderzochten zonneparken in een andere
omgeving (droger en woestijnachtiger), zoals Arizona, met een andere configuratie zijn gerealiseerd. De onderzochte zonneparken hebben alien of tracking-panelen of hellingshoek van boven de 30 graden. Dit betekent dat de onderzochte zonneparken een hogere instraling van energie/zonlicht hebben in een — over het
algemeen — warmere omgeving. Zonneparken in Nederland hebben over het algemeen een hellingshoek van tussen de 10-20 graden. Hiermee wordt zonlicht terug omhoog gekaatst. Op basis van het literatuuronderzoek wordt verwacht dat een aanzienlijke stijging van de
omgevingstemperatuur op 50 meter van Nederlandse zonneparken onwaarschijnlijk, gezien een lagere hellingshoek, een lagere beschikbare instraling in relatie tot een woestijnachtige omgeving en het gebruik van efficientere pv-modules ten opzichte van de modules die onderzocht zijn. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling
Voorliggend zonnepark is gelegen op circa 250 meter afstand van de dichtstbijzijnde woonbestemming aan de Tuurdijk. Hiermee is er geen sprake van warmteontwikkeling en temperatuurstijging ter plaatse van nabijgelegen woningen als gevolg van het zonnepark. Daarnaast wordt het zonnepark landschappelijk ingericht wat zorgt voor een verkoelend effect. In relatie tot het aspect warmteontwikkeling wordt voorliggend zonnepark uitvoerbaar geacht.
5.12 Lichtref lectie Het zonnepark bestaat onder andere uit de realisatie van pv-panelen, welke het zonlicht opvangen. Hierdoor is
het mogelijk dat het zonlicht zorgt voor schittering van de pv-panelen. Indien er sprake is van schittering door de pv-panelen, dan is dat op moment dat de zonnestralen zo erg reflecteren op de pv-panelen, dat de
lichtweerkaatsing in het oog waargenomen kan worden. Voor de lichtweerkaatsing zijn twee soorten licht, welke gereflecteerd kunnen worden. Dit betreffen direct licht en diffuus licht. Direct licht wordt al meest hinderlijk ervaren, doordat direct bestaat uit zonlicht welke niet weerkaatst of afgebogen wordt. Bij reflecties
van direct licht kan de schittering, ondanks de beperkte kans, in een uiterst geval zorgen voor verblinding. Diffuus licht is licht dat is verstrooid, doordat het bijvoorbeeld door wolken heen schijnt. Het licht komt hierbij niet uit een plek. Verblinding door diffuus licht is zeer onwaarschijnlijk. Het licht dat weerkaats wordt heeft altijd dezelfde uitgaande hoek als ingaande hoek (zie afbeelding 26). Hierdoor zijn factoren, zoals hoogte, orientatie en de hellingshoek van de pv-panelen van belang voor de lichtweerkaatsing. Daarnaast zijn ook de locatie van de waarnemer en de hoogte en hoek van de zon relevant voor de lichtweerkaatsing.
Afbeelding 26. Bij reflectie van zonlicht is de inkomende hoek altijd gelijk aan de uitgaande hoek, ten opzichte van een loodrechte lijn op het oppervlak van het paneel.
Zonnepark Oosterlaak I Eelerwoude 150
Relatie met voorgenomen ontwikkeling In het zonnepark worden pv-panelen van de modernste generatie toegepast. Deze zijn zwart of doorzichtig van kleur en voorzien van anti-reflectie coating die het licht grotendeels absorbeert. Zodoende ontstaat er geen hinderlijke schittering als gevolg van lichtweerkaatsing op de panelen. De panelen hebben een vlakke ligging met een kleine hellingshoek, waardoor enige restschittering/glinstering tot geen overlast leidt. Daarnaast wordt het zonnepark landschappelijk ingepast met o.a. struweel en hagen, waardoor het zicht (en daarmee ook mogelijke hinder van reflectie) gedeeltelijk wordt weggenomen. Doordat de panelen op maximaal 1,5 meter hoog worden geplaatst met een kleine hellingshoek (10 graden), de afstand tot het zonnepark en mede vanwege de landschappelijke inpassing van het zonnepark op voorgesteld plangebied is geen reflectie to verwachten voor een waarnemer op hoogte van het maaiveld. Daarnaast zal er geen hinder ondervonden worden in de omringede woningen of omringende wegen. Hiermee vormt het aspect lichtreflectie geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.13 Conclusie In dit hoofdstuk zijn alle relevante milieuaspecten beschreven. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling geen milieubelemmeringen met zich meebrengt.
Zonnepark Oosterlaak I Eelerwoude 151
6 Uitvoerbaarheid 6.1Inleiding In dit hoofdstuk worden de ruimtelijke, maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het voorgenomen plan omschreven.
6.2 Ruimtelijke uitvoerbaarheid In de voorgaande hoofstukken is omschreven op welke manier het voorgenomen plan past binnen het relevante gemeente-, regionale en landelijke overheidsbeleid. Ook is het plan getoetst aan de verschillende waarden en milieuaspecten. Hieruit is gebleken dat er voor de uitvoering van het project geen ruimtelijke en milieukundige belemmeringen zijn. Op dit aspect is het project dan ook uitvoerbaar.
6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.3.1 Omgevingsproces Sunvest betrekt vanaf het begin de omgeving en belanghebbende organisaties om deze om feedback to vragen. Het omgevingsproces wordt in paragraaf 2.3.7 en in het separaat bijgevoegde participatieplan (bijlage 2) toegelicht.
6.3.2 Vooroverleg Voorliggend plan voor de gewenste ontwikkeling wordt door de gemeente ter overleg toegestuurd aan de provincie Utrecht, de veiligheidsregio en het Hoogheemraadschap. Daarnaast is met de betrokken partijen, zoals omwonenden, in de planfase al veelvoudig contact geweest voor wat betreft de planvorming.
6.3.3 Zienswijzen De ontwerp omgevingsvergunning wordt voor de duur van zes weken ter inzage gelegd. Na deze termijn wordt het resultaat van de terinzagelegging in deze ruimtelijke onderbouwing weergegeven.
6.4 Economische uitvoerbaarheid 6.4.1 Kostenverhaal gemeente De kosten die de gemeente maakt voor haar organisatie en behandelen van de vergunningaanvraag worden verhaald via leges.
6.4.2 Financiering zonnepark De realisatie van Zonnepark Oosterlaak doet Sunvest voor eigen rekening en risico. Hierbij is het wel noodzakelijk dat het zonnepark in de nabijheid wordt aangesloten op het net. Hiertoe heeft afstemming plaatsgevonden en zal verdere afstemming noodzakelijk zijn. Ook is er met de huidige energiemarkt SDE++ subsidie noodzakelijk, die kan worden aangevraagd nadat een omgevingsvergunning voor de realisatie van het zonnepark is verleend.
Zonnepark Oosterlaak I Eelerwoude 1 52
6.5 Conclusie Gezien het vorenstaande wordt de voorgenomen ontwikkeling ruimtelijk, maatschappelijk en economisch uitvoerbaar geacht.
Zonnepark Oosterlaak I Eelerwoude 1 53
Bijlagen
Zonnepark Oosterlaak I Eelerwoude 1 54
Eelerwoude Op weg naar 100% natuurinclusief