Bijlage 2 - Gewijzigd ontwerpbestemmingsplan Forward Farming Fruit (ASV III) gecomprimeerd
Tekst van het document
ASV III
beoordeeld te worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan). Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd; d. de activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit worden niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.- (beoordelings)plicht. Sinds 16 mei 2017 geldt er een directe werking van het Europees recht. Daarom is per 7 juli 2017 het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In de gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, moet: Door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld; Het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden; De initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen (Artikel 7.28 Wet milieubeheer). De artikelen 7.16 tot en met 7.20a Wm zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing.
4.11.2 Toets Het voorgenomen plan betreft de herontwikkeling van een beëindigd agrarisch bedrijf aan de Provincialeweg 32 te Schalkwijk en de realisatie van drie compensatiewoningen aan de Waalseweg in Tull en 't Waal. Uit toetsing aan het Besluit m.e.r. volgt dat het besluit tot vaststelling van voorliggend bestemmingsplan de locatie aan de Waalseweg valt onder mogelijkheid c. Het besluit bevat namelijk wel een activiteit uit kolom 1 (de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen), maar er wordt niet voldaan aan de gegeven drempelwaarde van 2000 of meer woningen. De voorgenomen ontwikkeling bevat namelijk slechts 3 nieuwe woningen. De ontwikkeling aan de Provinialeweg 32 planlocatie worden niet genoemd in onderdeel c of in onderdeel d. Voor beide planlocaties kan daarmee worden afgezien van een m.e.r.-beoordeling en volstaan kan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: Toelichting
79
a. belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; b. belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet toch een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn de belangrijkste milieuaspecten waaronder bodem, luchtkwaliteit, geluid, externe veiligheid, geur en ecologie in beeld gebracht in hoofdstuk 4. Tezamen met de overige hoofdstukken vormen deze paragrafen de zogenaamde aanmeldingsnotitie in het kader van het Besluit m.e.r. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van een ontwikkeling die een forse invloed heeft op het milieu. Belangrijke milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. De huidige onderzoeken geven voldoende inzicht in de milieugevolgen om een gewogen besluit omtrent dit bestemmingsplan en een eventueel op te stellen m.e.r. Het opstellen van een milieueffectrapportage zal geen verder inzicht verschaffen op de relevante milieuaspecten. Het bevoegd gezag kan op basis van deze plantoelichting een besluit nemen over de uitkomst van de m.e.r.-beoordeling, of er al dan niet een m.e.r. nodig is en publiceert dit in een m.e.r.-beoordelingsbesluit. Het besluit dat geen m.e.r. uitgevoerd hoeft te worden, hoeft niet gepubliceerd te worden in de Staatscourant.
Er is geen sprake van een aparte bezwaar- en beroepsprocedure bij de beslissing over de m.e.r.-plicht. Bezwaar en beroep is alleen mogelijk tegelijkertijd met de procedure voor het wijzigingsplan. 4.11.3 Conclusie Op basis van deze plantoelichting, welke gezien kan worden als aanmeldingsnotitie, kan geconcludeerd worden dat een m.e.r.-beoordeling niet vereist is. Volstaan wordt met een vormvrije m.e.r.-beoordeling.
80
ASV III
Hoofdstuk 5 Juridische planopzet In dit hoofdstuk wordt aangegeven op welke wijze de voorkomende functies in het bestemmingsplan worden geregeld. In de planopzet is aansluiting gezocht bij de recente uitgave "Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen", kortweg SVBP. 5.1
Toelichting op het juridisch systeem
Met de SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen2012) is in dit plan rekening gehouden, evenals met de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) die op 1 oktober 2010 in werking is getreden. Het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. 5.1.1
Verbeelding
Op de verbeelding is de bestemming van het plangebied weergegeven. Deze bestemming is gerelateerd aan de in de planregels opgenomen juridische regeling. Bij de opzet van de verbeelding is de SVBP2012 als uitgangspunt gehanteerd. In de SVBP2012 zijn onder andere bestemmingscategorieën vastgelegd en zijn uniforme kleuren en aanduidingen beschreven. De aanduidingen dienen voor de leesbaarheid van de verbeelding (kadastrale indeling of bestaande bebouwing) of hebben betrekking op wat er wel of niet is toegestaan. 5.1.2
Regels
De regels geven inhoud aan de op de verbeelding gegeven bestemmingen. Ze geven aan waarvoor de gronden en opstallen al dan niet mogen worden gebruikt en wat en hoe er mag worden gebouwd. Bij de opzet van de planregels is het aantal regels zo beperkt mogelijk gehouden. Alleen datgene is geregeld, wat werkelijk noodzakelijk is. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. inleidende regels (begripsbepalingen en wijze van meten); 2. bestemmingsregels; 3. algemene regels (o.a. afwijkingsregels); 4. overgangs- en slotregels. Toelichting
81
5.2
Toelichting op de bestemmingen
Artikel 3 Agrarisch Binnen de bestemming Agrarisch zijn de productietakken grondgebonden veehouderij en akker- en vollegrondstuinbouw overal zonder meer toegestaan. In dit bestemmingsplan valt de fruitteelt ook bij recht onder de agrarische bestemming. Door middel van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - onderzoek en innovatie-ermanent teeltondersteunende voorziening' is geregeld dat de gronden tevens bestemd zijn voor een centrum voor innovatie, onderzoek en educatie voor een duurzame zachtfruitteelt. Artikel 4 Wonen - Vrijstaand Burgerwoningen in het plangebied zijn bestemd als Wonen - Vrijstaand. De maximale inhoud van de woning inclusief aan- en uitbouwen bedraagt 660 m³. Bij de woning mogen tevens vrijstaande bijgebouwen en overkappingen worden gebouwd, waarbij het oppervlak maximaal 50% van het oppervlakte van het bouwperceel buiten het bouwvlak mag bedragen, tot ten hoogste 50 m². Artikel 5 Waarde - Archeologie 1 en Artikel 6 Waarde - Archeologie 3 In deze artikelen is de bescherming van de archeologische waarde van gronden in het plangebied geregeld met een zogenoemde dubbelbestemming. Hierin is nadrukkelijk gesteld dat gebouwen (die op basis van de bestemmingen mogelijk zijn) op gronden met een archeologische verwachtingswaarde, ter bescherming van die waarden, moeten worden gebouwd binnen de bebouwingsgrenzen.
Voorts is een groot aantal werken en werkzaamheden opgenomen. Voor het verlenen van een vergunning dient advies te worden ingewonnen bij een ter zake deskundige. De dubbelbestemmingen met betrekking tot archeologie zijn opgesteld op basis van de beleidskaart archeologie van de gemeente Houten. Hierop zijn gebieden met een verschillende archeologische verwachtingswaarde en het beleid ten aanzien van deze gebieden weergegeven. Artikel 7 Waarde - Cultuurhistorie Ter bescherming van de cultuurhistorische waarden van de objecten van Nieuwe Hollandse Waterlinie en de bijbehorende inundatievelden, is de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie opgenomen. Hierin is opgenomen dat bij een aanvraag voor 82
ASV III
een omgevingsvergunning of planwijziging, de aanvraag tevens getoetst dient te worden aan de waarden van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Een verzoek wordt alleen ingewilligd indien de ontwikkeling de waarden niet onevenredig aantast. Artikel 8 Waarde - Landschap 1 Dit artikel is gericht op het behoud, versterking en ontwikkeling van de waarden die samenhangen met het karakteristiek landschap van de linten van Tull en 't Waal en Schalkwijk, te weten: Bij aanvragen voor een omgevingsvergunning of planwijziging dient de aanvraag getoetst te worden aan de landschappelijke kwaliteiten en randvoorwaarden van de specifieke zone. Een aanvraag kan alleen ingewilligd worden indien de ontwikkeling de kwaliteiten niet onevenredig aantast en bijdraagt aan de versterking ervan. Artikel 9 Waarde - Landschap 2 Dit artikel is gericht op het behoud, versterking en ontwikkeling van de waarden die samenhangen met het karakteristiek landschap van de komgronden ten noorden van Schalkwijk en Tull en 't Waal, te weten: Bij aanvragen voor een omgevingsvergunning of planwijziging dient de aanvraag getoetst te worden aan de landschappelijke kwaliteiten en randvoorwaarden van de specifieke zone. Een aanvraag kan alleen ingewilligd worden indien de ontwikkeling de kwaliteiten niet onevenredig aantast en bijdraagt aan de versterking ervan.
Algemene regels Dit hoofdstuk bevat algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene afwijkingsregels, algemene procedure regels, algemene wijzigingsregels en de antidubbeltelregel. Dit laatste standaardartikel is bindend voorgeschreven voor ieder bestemmingsplan. Daarnaast is in de algemene regels opgenomen dat ten aanzien van parkeren moet worden voorzien, zoals dat eerder in de bouwverordening was geregeld. Overgangsrecht en slotregel In artikel 3.2.1 Bro zijn standaardregels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik. Deze maken onderdeel uit van dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt de citeerwijze van de regels van het plan voorgeschreven.
Toelichting
83
Hoofdstuk 6 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. In dit hoofdstuk wordt besproken hoe de verwezenlijking door de maatschappij (overheid en burgers samen) wordt gedragen. 6.1
Omgevingsdialoog
Conform de 'Leidraad communicatie en participatie bij particuliere (bouw) initiatieven' is het plan aan de Waalseweg voorgelegd aan de omgeving. Dit betekent dat omwonenden in kennis zijn gesteld van het initiatief. Van deze bijeenkomst is een participatieverslag opgesteld. Dit verslag is bijgevoegd als Bijlage 20. Met de omwonenden van het plan aan de Provincialeweg 32 zijn individuele gesprekken gevoerd. 6.2
Inspraak, overleg, zienswijzen
Het plan wordt naar een aantal instanties verzonden in het kader van het vooroverleg. De resultaten van dit overleg zullen worden opgenomen in een bijlage. Daarbij zal worden aangegeven of het overleg heeft geleid tot aanpassing van het plan. Het ontwerpbestemmingsplan wordt daarna gedurende zes weken ter inzage gelegd op grond van artikel 3.1 Wro. Gedurende deze termijn heeft iedereen mondeling of schriftelijk de mogelijkheid een zienswijze in te dienen. Ontvangen zienswijzen zullen worden beoordeeld en beantwoord. De zienswijzen kunnen eventueel leiden tot aanpassing van het bestemmingsplan. De resultaten van de ter inzage legging worden opgenomen in een bijlage bij het plan. Vervolgens wordt het bestemmingsplan, al dan niet gewijzigd naar aanleiding van zienswijzen, vastgesteld door de gemeenteraad en zes weken ter visie gelegd. Belanghebbenden kunnen dan beroep indienen bij de Raad van State.
84
ASV III
Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid Omtrent de wettelijke verplichting inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een plan, wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de economische aspecten die met de verwezenlijking van het plan samenhangen. Tevens is in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) geregeld dat in het kader van een bestemmingsplan voor bepaalde bouwplannen de grondexploitatieregeling van toepassing is. 7.1
Uitvoerbaarheid
Er moet worden aangetoond dat het plan economisch haalbaar en uitvoerbaar is. Het plan wordt gefinancierd door de initiatiefnemer, de gemeentelijke kosten aan het plan zijn gedekt middels de te heffen leges. De kosten voor het opstellen van dit bestemmingsplan zijn voor de initiatiefnemer. Er wordt vanuit gegaan dat de initiatiefnemer het plan kan financieren en dat het daarom economisch uitvoerbaar is.
Toelichting
85
Bijlagen
86
ASV III
Bijlage 1
Huidig bouwvlak
Toelichting
87
N kadastrale gemeente: Houten sectie: K, perceelnummer: 82,104,107,763,909,910 schaal 1: 2000
legenda bouwvlak 3900m2
opdrachtgever Zachtfruit Schalkwijk B.V. onderdeel Bestaande situatie met bestaand bouwvlak bladnummer
HT-01
Jufferwal 30 Postbus 432 8011 LE Zwolle
intake 4454021006 schaal 1:500 papierformaat A2 datum 06-02-2019
t 08 8236 8236 e info@rombou.nl i www.rombou.nl
Bijlage 2 Gewenste situatie met huidig bouwvlak
Toelichting
89
Bijlage 3
Forward Farming
Toelichting
91
Bayer en The Greenery De firma Bayer is een wereldwijd opererend bedrijf, onder andere actief op het gebied van zaden en gewasbeschermingsmiddelen, met een omzet van ruim 46 miljard euro. Ook Bayer hoort en verstaat de maatschappelijke roep om een duurzame ontwikkeling van de land- en tuinbouw en investeert daar ook in. The Greenery is een grote internationale verkooporganisatie van verse groenten en fruit. The Greenery staat in nauw contact met supermarkten, groothandelaren, cateraars en verwerkende industrie en wil niet alleen aansluiten op de behoeften van de samenleving, maar daar ook op anticiperen. Zowel Bayer als The Greenery beseffen dat alleen door in te spelen op de behoeften van de eindgebruiker, de consument, zij van toegevoegde waarde kunnen zijn voor de samenleving. Bayer, The Greenery en het familiebedrijf Van Garderen willen graag met elkaar en anderen samenwerken binnen het concept van “Forward Farming”.
Forward Farming Bayer heeft het begrip ‘Forward Farming’ geïntroduceerd, zie www.agro.bayer.nl/. Forward Farming staat voor samenwerking om duurzaamheid in de praktijk te demonstreren en te stimuleren. De basis is een individueel agrarisch bedrijf, waar in de bedrijfsvoering diverse initiatieven om duurzaamheid te stimuleren worden geïntegreerd. Het familiebedrijf Van Garderen heeft zich gemeld als ‘forward farm’ voor de zachtfruitteeltsector. Daarmee ontstaat de unieke kans voor de provincie Utrecht en de gemeenten Houten om een (inter)nationaal voorbeeld- en innovatiebedrijf voor de zachtfruitteelt binnen te halen en ontwikkelingsruimte te bieden.
Forward Farming dient om: ○ kennis over duurzame oplossingen in de agrarische sector te genereren en te demonstreren ○ bewustwording te creëren; o hoe diverse gewassen worden geteeld o bevordering implementatie nieuwe en duurzame teelttechnieken ○ de kloof tussen agrarisch en niet-agrarisch te verkleinen door middel van transparantie Forward Farming heeft als belangrijkste doelstellingen: ○ dialoog hebben over verduurzaming van de landbouw ○ innovatieve oplossingen leveren en demonstreren ○ educatie over duurzame landbouw Forward Farming heeft als belangrijkste doelgroepen ○ politici ○ beleidsmakers ○ burgers ○ keten ○ standsorganisaties ○ distributie (‘de handel’) ○ voorlichting ○ telers ○ scholieren en studenten Forward Farming heeft als belangrijke basis; ○ de teler bepaald en betaald. Anders worden er luchtkastelen gebouwd en wordt er voorbij gegaan aan het feit dat alles voor ‘elke’ andere teler kopieerbaar moet zijn. ○ samenwerking: externe expertise wordt maximaal benut.
Hoofdthema’s De volgende hoofdthema’s worden gehanteerd. Verantwoord werken, met aandacht voor: ○ de gebruiker van gewasbescherming; persoonlijke bescherming ○ de omgeving; omwonenden, het bredere publiek ○ het milieu; terugbrengen van de negatieve impact van de teelt op het milieu. Emissiereductie van gewasbeschermingsmiddelen naar het oppervlaktewater is een belangrijk thema Werken met de natuur, met aandacht voor ○ Biodiversiteit ○ bodemgezondheid ○ Bestuivers ○ Nuttigen Technologie, met aandacht voor ○ spuittechniek ○ Beslissingsondersteunende systemen ○ Precisielandbouw technologieën Partners In het project zijn 4 partners vertegenwoordigd die ieder met eigen kennis, kunde en inbreng een bijdrage willen leveren aan het succesvol uitdragen van de hoofdthema’s richting de genoemde doelgroepen. Zachtfruitbedrijf Van Garderen ○ productielocatie van zachtfruit.
Onderneming van de familie van Garderen ○ is verantwoordelijk voor de reguliere bedrijfsvoering ○ zal een belangrijke rol spelen in de communicatie ○ verantwoordelijk voor praktische implementatie van de hoofdthema’s The Greenery ○ zal bezoeken vanuit de keten (inclusief burgers) verzorgen ○ inbreng van promotiemateriaal CAF (Centrale Adviesdienst Fruitteelt) ○ inbreng van kennis van de teelt én gewasbescherming ○ begeleiding van de teelt ○ zal bezoeken vanuit de telers, voorlichting en distributie verzorgen Bayer CropScience ○ inbreng van kennis rondom duurzame inrichting van erf, perceel en aanplant met betrekking tot de hoofdthema’s ○ inbreng educatief materiaal, demonstratiemateriaal rondom duurzame bedrijfsvoering ○ zal bezoeken vanuit de politiek, telers, voorlichting, distributie, ketenpartners, standsorganisaties en scholieren/studenten verzorgen Samenwerking collega telers Het bedrijf van Garderen is gespecialiseerd in de teelt van zachtfruit. Vanuit educatie wil men ook andere telers bij het concept betrekken. Enkele telers hebben aangegeven het concept te willen ondersteunen. Concreet betekent dat ze op verzoek hun bedrijf zullen openstellen voor bezoekers, educatie en demonstraties.
Bijlage 4 Noodzaak permenent teeltondersteunende voorziening
94
ASV III
Onderbouwing noodzaak Noodzaak permanent teeltondersteunende voorziening Een permanent teeltondersteunende voorziening is een voorziening waarin de omstandigheden kunnen worden gecontroleerd. Weersomstandigheden (wind, regen, zon) hebben geen directe invloed op de teelt, de proeven en monitoring. Afhankelijk van deze weersomstandigheden kan ervoor worden gekozen om de permanent teeltondersteunende voorziening af te sluiten, af te schermen of open te zetten. Een permanent teeltondersteunende voorziening biedt optimale mogelijkheden voor:
Innovatieve diagnose van gewasgezondheid;
Verlengen van de onderzoeksperiode naar biologische gewasbescherming (biociden en insecten);
Het monitoring van resultaten bij gelijke omstandigheden (betrouwbaarheid)
Jaarrond ontvangen en rondleiden van doelgroepen te midden van de teelt (educatie);
Opvangen en hergebruik van hemelwater;
In een open teelt (of volle veld) opstelling of een opstelling met regenkappen zijn de teeltomstandigheden sterk afhankelijk van niet beïnvloedbare omgevingsfactoren, zoals de weersomstandigheden. Er is een grote kans op een afbreukrisico door onbetrouwbare uitkomsten, geen uitkomsten (bijvoorbeeld door vernieling van opstelling of teelt). Noodzaak afmetingen Voor het uitvoeren van onderzoeken zijn voor de onderzoekspartners drie onderzoeksrijen beschikbaar met tussen elke rij een bufferplantenrij. Voor initiatiefnemer zijn er experimenteer rijen beschikbaar. Ook moet er voldoende ruimte zijn om groepen telers de verschillende onderzoeken en gewasdemonstratie te laten ervaren. De ruimtebehoefte is in Bijlage 6 van het bestemmingsplan nader onderbouwd door de betrokken onderzoekspartners. In deze onderbouwing wordt verwezen naar de van toepassing zijnde Europese richtlijnen voor de uitvoering van dergelijk onderzoek. De initiatiefnemer wil de onderzoeksruimte uitvoeren in de vorm van een permanent teeltondersteunende voorziening met boogconstructie. Dit sluit qua uitvoering aan op het achterliggende teeltperceel met (boog)regenkappen. De goothoogte bedraagt 2,7 m en de nokhoogte 5,55 m. In een normale veldsituatie staan de bessenstruiken onder regenkappen. Werktuigen en trekkers zijn zo ontworpen dat ze onder de regenkappen door kunnen.
In de permanent teeltondersteunende voorziening worden dezelfde werktuigen en trekkers gebruikt.
De permanent teeltondersteunende voorziening heeft een horizontale draagarm waar boogkap op rust. Om voldoende werkruimte te hebben wordt een minimale goothoogte/doorrijhoogte van 2,7 meter ten opzicht van de draagarm aangehouden. De boog vormt een luchtbuffer waarin de warme lucht zich verzamelt. Voor een goede klimaatbeheersing is het noodzakelijk dat de boogconstructie kan worden opengezet (temperatuur en luchtvochtigheid beheersing). De hoogte van de permanent teeltondersteunende voorziening zorgt ook voor een egale lichtverdeling, dit is prettiger werken, beter voor de gewas groei, maar ook bij demobezoeken en instructiedagen zal het onderzoeksgebied overzichtelijk zijn. De hoogte van de permanent teeltondersteunende voorziening is tevens belangrijk voor de interne verplaatsing van nuttige insecten. Ruimtelijke kwaliteit Voor de voorliggende erftransitie is een erf inrichtingsplan opgesteld. Vanuit de beoogde doelstellingen en ambities van het bedrijf is door de ervenconsulent Mooisticht een uitwerking gemaakt van de beoogde situatie. Historische en monumentale landschappelijke elementen zijn meegenomen in het ontwerp.
Afbeelding: impressie nieuwe erf (Bron: Mooisticht) Uitgangspunt is dat er sprake is van een normaal landbouwbedrijf met een aanvullende activiteiten zoals de proeftuin en demoruimte. Ook op het gebied van bedrijfsinrichting wil dit bedrijf een voorbeeldfunctie vervullen. De verschillende functies van de inrichting worden door de inrichting en uitstraling van het erf met elkaar verbonden. Het inrichtingsplan is bijgevoegd als Bijlage 4 bij het bestemmingsplan.
Bijlage 5 Ontwerp permanente teeltondersteunende voorziening
Toelichting
97
Linkerzijgevel
voorgevel
rechterzijgevel
achtergevel
5.550+
nokhoogte
3.500+
onderzijde goot
0.000+
peil
doorsnede B-B
5.550+
nokhoogte
3.400+
3.500+
dakrand
2750
28870
ontvangstruimte
onderzijde goot
0.000+
peil
doorsnede A-A
3.400+ dakrand 57600
ontvangstruimte 0.000+
2750
9100
bk. vloer
doorsnede C-C
19060
ontvangstruimte
keuken kantoor
9670
kantoor
6050
182450 188500
plattegrond
opdrachtgever Zachtfruit Schalkwijk B.V. onderdeel Permanent teelt ondersteunende voorziening bladnummer
SO-11 Jufferwal 30 Postbus 432 8011 LE Zwolle
intake 4454021006 schaal 1:200 papierformaat A2 datum 28-10-2019
t 08 8236 8236 e info@rombou.nl i www.rombou.nl
Bijlage 6 32
Inpassingsplan Provincialeweg
Toelichting
99