Bijlage 2 - Gewijzigd ontwerpbestemmingsplan Forward Farming Fruit (ASV III) gecomprimeerd
Tekst van het document
Bestemmingsplan "ASV III"
Bezoekadres Postadres
Rombou : Jufferenwal 30, 8011 LE Zwolle : Postbus 432, 8000 AK Zwolle
Datum
: 5 december 2023, aangevuld op 6 maart 2024
Status Projectleider Telefoon E-mail
: vastgesteld : Rombou GJF / EW : 08 8236 8236 : info@rombou.nl
Inhoudsopgave Toelichting
Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Plangebied
9
1.3
Vigerend bestemmingsplan
11
1.4
Leeswijzer
14
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
15
2.1
Huidige situatie
15
2.2
Toekomstige situatie
17
Hoofdstuk 3
Beleidskaders
28
3.1
Rijksbeleid
28
3.2
Provinciaal beleid
31
3.3
Gemeentelijk beleid
35
Hoofdstuk 4
Milieu en omgevingsaspecten
49
4.1
Milieuzonering
49
4.2
Bodem
54
4.3
Geluid
55
4.4
Geur
57
4.5
Externe veiligheid
59
4.6
Luchtkwaliteit
64
4.7
Water
66
4.8
Ecologie
69
4.9
Archeologie en cultuurhistorie
72 3
4.10
Verkeer en Parkeren
75
4.11
M.e.r.-beoordeling
78
Hoofdstuk 5
Juridische planopzet
81
5.1
Toelichting op het juridisch systeem
81
5.2
Toelichting op de bestemmingen
82
Hoofdstuk 6
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
84
6.1
Omgevingsdialoog
84
6.2
Inspraak, overleg, zienswijzen
84
Hoofdstuk 7
7.1
Economische uitvoerbaarheid
Uitvoerbaarheid
Bijlagen
Bijlage 1
Huidig bouwvlak
Bijlage 2
Gewenste situatie met huidig bouwvlak
Bijlage 3
Forward Farming
Bijlage 4
Noodzaak permenent teeltondersteunende voorziening
Bijlage 5
Ontwerp permanente teeltondersteunende voorziening
Bijlage 6
Inpassingsplan Provincialeweg 32
Bijlage 7 Aangepaste erfinrichtingstekening (verplaatsing vaste parkeerplaatsen) Bijlage 8
Locatiekeuze woningen
Bijlage 9
Landschappelijke inpassing en beeldkwaliteit Waalseweg
Bijlage 10
Proeven teeltondersteunende voorziening
Bijlage 11
Bodemonderzoek Provincialeweg 32
Bijlage 12
Bodemonderzoek Waalseweg
Bijlage 13
Akoestisch onderzoek Provincialeweg 32
Bijlage 14
Akoestisch onderzoek Waalseweg
4
ASV III
85
85
Bijlage 15
Verhard oppervlak
Bijlage 16
Watertoets
Bijlage 17
Voortoets Provincialeweg
Bijlage 18 Waalseweg
Quickscan Natuurwaardenonderzoek Provincialeweg 32 en
Bijlage 19
Voortoets Waalseweg
Bijlage 20
Participatieverslag Waalseweg
Regels
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
503
Artikel 1
Begripsbepaling
503
Artikel 2
Wijze van meten
519
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
521
Artikel 3
Agrarisch
521
Artikel 4
Wonen - Vrijstaand
532
Artikel 5
Waarde - Archeologie 1
535
Artikel 6
Waarde - Archeologie 3
538
Artikel 7
Waarde - Cultuurhistorie
541
Artikel 8
Waarde - Landschap 1
543
Artikel 9
Waarde - Landschap 2
546
Hoofdstuk 3
Algemene regels
550
Artikel 10
Anti-dubbeltelregel
550
Artikel 11
Algemene bouwregels
551
Artikel 12
Algemene gebruiksregels
554
Artikel 13
Algemene afwijkingsregels
556
Artikel 14
Algemene procedureregels
561
Artikel 15
Algemene wijzigingsregels
562 Inhoudsopgave
5
Artikel 16
Overige regels
564
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
565
Artikel 17
Overgangsrecht bouwwerken
565
Artikel 18
Overgangsrecht gebruik
566
Artikel 19
Slotregel
567
6
ASV III
Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1
Aanleiding
Initiatiefnemer exploiteert een fruitteeltbedrijf dat gespecialiseerd is in de teelt van steenvruchten en zacht fruit. Het bedrijf beschikt over meerdere bedrijfslocaties en teeltpercelen in de gemeente Houten. Door deze bedrijfsstructuur kunnen activiteiten niet gebundeld worden op één locatie en zijn er teveel transportbewegingen tussen de locaties. Om de bedrijfsstructuur te versterken worden de activiteiten geconcentreerd op het Eiland van Schalkwijk. Experimenteerruimte/ Agrarische structuurversterking Vanaf de jaren 90 is in Houten flink gebouwd. Een nieuwe VINEX locatie is ontwikkeld, Houten Zuid. De projectontwikkelaars speculeerden, dat nadat de VINEX was afgerond dat dan verder gebouwd kon worden aan Schalkstad op het Eiland van Schalkwijk. Vele gronden op het eiland zijn toen verkocht aan de projectontwikkelaars en de boeren pachten hun gronden van de ontwikkelaars. Hoewel de grond zo agrarisch bleef, hadden boeren minder kans om hun bedrijfspercelen door gerichte grondaankopen te optimaliseren. De investeringsbereidheid werd minder. De economische duurzaamheid van de bedrijven dreigde achteruit te gaan, terwijl die nu juist nodig is om het agrarisch karakter, en de daarbij horende weidse doorkijken en open landschap te behouden. De gemeente ging aan de slag met beleid voor het Eiland.
Versterking van de agrarische structuur was daarbij het uitgangspunt, maar ook het stimuleren van leefbaarheid en vitaliteit van de kernen, en behoud en het voortbouwen op de waarden van het gebied. Een nieuwe structuurvisie werd gemaakt, in overleg met de bewoners van het Eiland. Centraal in de gebiedsontwikkeling staan het versterken en toevoegen van kwaliteiten in/aan het gebied. Deze kwaliteiten moeten op lange termijn gehandhaafd kunnen worden en te beheren zijn. Het draait om een goede samenhang tussen de kenmerken van het landschap, de functies die het landschap vervult en de manier waarop de mens van die functies gebruik maakt. Deze samenhang is het uitgangspunt bij de ontwikkeling van het Eiland van Schalkwijk. Toelichting
7
De recente geschiedenis van het Eiland van Schalkwijk laat een grote uitstroom zien van agrarische ondernemers die de grond aan projectontwikkelaars verkochten ten behoeve van vermeende woningbouwmogelijkheden. Daarnaast zijn er ook ondernemers die de pensioengerechtigde leeftijd bereiken, zonder opvolger. De gemeente (en andere overheden) kunnen die geschiedenis niet terugdraaien. Overheden kunnen wel jonge agrarische ondernemers faciliteren om hun bedrijf te verplaatsen, in te plaatsen, te verbreden of om te vormen, naar een nieuw type agrarisch ondernemerschap. In dit kader heeft de initiatiefnemer 19 hectare agrarische grond gekocht van een woningcorporatie die deze grond speculatief in bezit had. Agrarische bedrijfsactiviteiten in Eck en Wiel zijn door de initiatiefnemer opgeheven, zodat er sprake is van een concentratie van de bedrijfsactiviteiten op het Eiland van Schalkwijk. Daarbij zijn gronden op het Eiland weer duurzaam in beheer gekomen van een agrariër, tevens is het voormalig bijbehorend agrarisch bouwvlak weer gekoppeld aan de gronden (de (bedrijfs-)woning was losgekoppeld van het agrarisch bedrijf). Het doel van de gehele ontwikkeling is om Van Garderen Zachtfruit een voorbeeldfunctie te ontwikkelen voor de productie van zachtfruit als vorm van “duurzame fruitteelt”. Hiervoor wordt een innovatieruimte en ontvangst- en educatieruimte op het perceel gebouwd.
In samenwerking met regionale, nationale en internationale partners zullen hier duurzame gewasbeschermingsmiddelen worden getest en veredeling van zachtfruitrassen plaatsvinden. Deze samenwerking en bedrijfsvoering op deze locatie wordt daarmee uniek in Nederland en vormt daarmee een goede invulling van het begrip “duurzame fruitteelt”. Op 20 december 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders het besluit genomen dat zij instemmen met de herontwikkeling van een beëindigd agrarisch bedrijf aan de Provincialeweg 32 te Schalkwijk, inclusief compensatiewoningen onder de voorwaarde dat er een bijdrage wordt geleverd aan de doelen van het Eiland van Schalkwijk: agrarische structuurversterking, duurzaamheid, recreatie en cultuurhistorie. In navolging van dit collegebesluit is op 27 maart 2017 tussen de gemeente Houten en initiatiefnemer een overeenkomst gesloten met de belangrijkste randvoorwaarden nader uitgewerkt. Vervolgens is op 11 mei 2017 het agrarisch bedrijf op het perceel Provincialeweg 32 te Schalkwijk aangekocht door initiatiefnemer. Initiatiefnemer gaat op deze locatie middels het principe van 'Forward Farming' in samenwerking met partners en andere 8
ASV III
fruittelers een duurzame, innovatieve fruitkwekerij realiseren. Om de verwerving en ontwikkeling van het centrum voor innovatie, onderzoek en voorlichting financieel mogelijk te maken, is het mogelijk om binnen de experimenteerruimte met compensatiewoningen het plan financieel haalbaar te maken. Initiatiefnemer zal dit doen op de bestaande teeltlocatie aan de Waalseweg, door drie compensatiewoningen te realiseren. Met het voorliggende bestemmingsplan wordt invulling gegeven aan het collegebesluit betreffende de herontwikkeling van de Provincialeweg 32 te Schalkwijk en de afgesloten overeenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente Houten voor het realiseren van de compensatiewoningen aan de Waalseweg in Tull en 't Waal. 1.2
Plangebied
Het plangebied voor dit bestemmingsplan heeft betrekking op twee locaties: 1. Provincialeweg 32 te Schalkwijk (hierna: locatie Provincialeweg 32) 2. Waalseweg te Tull en 't Waal (hierna: locatie Waalseweg) In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied aan de Provincialweg (meest oostelijk) ten opzichte van het plangebied aan de Waalseweg weergegeven.
Afbeelding 1.1 ligging plangebied aan de Provincialweg (oostelijk) ten opzichte van het plangebied aan de Waalseweg (westelijk) aangegeven met rode stippen Toelichting
9
Beide locaties liggen op het Eiland van Schalkwijk. Het Eiland van Schalkwijk is een open en groen gebied ten zuiden van de kern Houten. Het wordt aangeduid als eiland omdat het vrijwel geheel wordt omsloten door water, het Amsterdam-Rijnkanaal, de Lek en het Lekkanaal. 1.2.1
Locatie Provincialeweg 32
Het plangebied aan de Provincialeweg 32 ligt circa 1.000 meter ten zuidoosten van de kern Schalkwijk. De locatie ligt in een lintbebouwing met afwisselend (agrarische) bedrijven en woningen.
Afbeelding 1.2: Globale ligging plangebied in het lint van Provincialeweg (Bron: Pdok viewer) 1.2.2
Locatie Waalseweg
Het plangebied aan de locatie Waalseweg is gelegen op 850 meter ten westen van de kern Schalkwijk en circa 1.900 meter ten zuiden van de kern Houten. De locatie ligt aan een weg waar agrarische bedrijven en woonbestemmingen aan weerszijden van de weg zijn gevestigd.
10
ASV III
Afbeelding 1.3: Globale ligging plangebied aan de Waalseweg (Bron: Pdok viewer) Het plangebied aan de Waalseweg ligt binnen de grenzen van het UNESCO wereld erfgoed gebied. In paragraaf 4.9 wordt hier nader op ingegaan. 1.3
Vigerend bestemmingsplan
1.3.1
Provincialeweg 32
De locatie Provincialeweg maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan 'Eiland van Schalkwijk' vastgesteld op 30 augustus 2017. Voor de gronden die betrekking hebben op het plangebied is de bestemming 'Agrarisch' van toepassing. Naast deze bestemming gelden de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1', Waarde Archeologie 3', 'Waarde - Landschap 1' en 'Waarde - Landschap 2'. Ook is er een bouwvlak toegekend aan deze locatie (zie Bijlage 1).
Toelichting
11
Afbeelding 1.4: fragment bestemmingsplan ter plaatse van Provincialeweg (Bron: ruimtelijkeplannen.nl) Het realiseren van de loods met wasplaats en de permanent teeltondersteunende voorziening met innovatieruimte buiten het huidige bouwvlak (zie Bijlage 2) is in strijd met de bouwregels van de agrarische bestemming. De bestaande schuur die behoort bij de agrarische bedrijfslocatie heeft een woonbestemming. Dit wordt in dit dit bestemmingsplan aangepast. De bestaande schuur wordt opgenomen binnen de agrarische bestemming, en binnen het agrarisch bouwvlak. Naast deze huidige planologische situatie is er op 7 december 2017 een vergunning verleend voor het aanleggen van een gaard met regenkappen. De percelen waar deze vergunning op van toepassing is, zijn weergegeven op afbeelding 4.
12
ASV III
Afbeelding 1.5: percelen waar de gaard met regenkappen is vergund. 1.3.2
Waalseweg
Het plangebied aan de Waalseweg maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan 'Eiland van Schalkwijk' vastgesteld op 30 augustus 2017. Voor de gronden die betrekking hebben op het plangebied is de bestemming 'Agrarisch' van toepassing. Naast deze bestemming gelden de dubbelbestemmingen 'Waarde - Cultuurhistorie' en 'Waarde - Landschap 2'. Het realiseren van de drie woningen is in strijd met de regels van de agrarische bestemming.
Toelichting
13
Afbeelding 1.6: Locatie Lange Uitweg 33-35 en zoekgebied compensatiewoning Waalseweg (rood omlijnd) 1.4
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een weergave van de huidige en de toekomstige situatie gegeven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid van het rijk, de provincie en de gemeente beschreven. In hoofdstuk 4 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. De juridische planopzet wordt in het vijfde hoofdstuk uiteengezet. Hoofdstuk 6 gaat in op de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. In het laatste hoofdstuk wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven.
14
ASV III
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1
Huidige situatie
2.1.1
Provincialeweg 32
Op deze locatie staat een bedrijfswoning, een kapschuur en een ligboxenstal. Tot 2017 was de locatie in gebruik voor het houden van melkrundvee. Het bestaande woonhuis is aangewezen als gemeentelijk monument.
Afbeelding 2.1: Luchtfoto huidige situatie (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) De gemeente Houten heeft op 17 december 2017 een omgevingsvergunning (OV17314) verleend voor het aanleggen van een bessengaard van 19 ha., inclusief het plaatsen van teelt ondersteunende voorzieningen (regenkappen), het aanleggen van een kavelpad en verharding binnen het bouwvlak. Het gebied waar dit betrekking op heeft is weergegeven op afbeelding 1.4. De aanleg van de gaard is grotendeels afgerond. De aanwezige ligboxenstal wordt op dit moment gebruikt als werkruimte en opslag van materialen.
Toelichting
15
2.1.2
Waalseweg
De bedrijfslocatie aan de Lange Uitweg is een vestigingslocatie met teeltpercelen en een agrarisch bouwvlak. Op 13 juli 2016 is een omgevingsvergunning verleend voor het teeltperceel Waalseweg, dit perceel is kadastraal bekend als gemeente Houten, sectie I nummers 269 en 2062. Aanvullend hierop is op 25 april 2019 een omgevingsvergunning verleend vanwege de uitbreiding van de gaard op het aangekochte perceel Lange Uitweg 33-35. Het teeltperceel dat parallel loopt aan de Lange Uitweg is nog niet ingericht als gaard.
Afbeelding 2.2: Huidige situatie vanaf de Waalseweg op het gebied voor de uitbreiding van de gaard. Op de achtergrond de vestigingslocatie aan de Lange Uitweg 33-35 en de bestaande gaard (Bron: Zachtfruit) Op afbeelding 1.2 is te zien welk deel van het teeltperceel ingericht wordt voor de woningen. Het gebied tussen de woningen en de bedrijfslocatie Lange Uitweg wordt ingericht als gaard.
16
ASV III
2.2
Toekomstige situatie
2.2.1
Provincialeweg 32
Door het aankopen van de locatie Provincialeweg 32 en het afstoten van de locatie in Eck en Wiel worden alle bedrijfsactiviteiten van initiatiefnemer geconcentreerd op het Eiland van Schalkwijk. Dit resulteert in een versterking van de bedrijfsstructuur en een reductie van vervoersbewegingen en transportafstanden. De verbeterde logistiek maakt een snellere uitwisseling van mensen en materieel mogelijk. De initiatiefnemer wil de locatie aan de Provincialeweg 32 als centrum voor innovatie, onderzoek en educatie voor een duurzame zachtfruitteelt ontwikkelen volgens de principes van Forward Farming. Forward Farming staat voor samenwerking om duurzaamheid in de praktijk te demonstreren. Hiertoe is initiatiefnemer een samenwerkingsovereenkomst aangegaan met de partners Bayer Cropscience, The Greenery en Centrale Adviesdienst Fruitteelt (CAF). Ook zullen collega fruittelers uit de directe omgeving bij het educatie aspect worden betrokken. In Bijlage 3 wordt een toelichting op het principe van Forward Faming gegeven. Met het concept van Forward Farming ontstaat de mogelijkheid om te komen tot een (inter)nationaal toonaangevend fruitteeltbedrijf. Initiatiefnemer wil de productielocatie optimaal inrichten voor de teelt, het onderzoek en de voorlichting over duurzame bedrijfsvoering.
Op het erf worden de volgende bedrijfsgebouwen gerealiseerd (of zijn aanwezig): bedrijfswoning (aanwezig), schuur (aanwezig), loods, ontvangstruimte en permanent teeltondersteunende voorziening. In afbeelding 2.3 is de bedrijfsopzet weergegeven.
Toelichting
17
Afbeelding 2.3 bedrijfsopzet Provincialeweg 32 Bedrijfswoning (1) De bestaande monumentale bedrijfswoning is inpandig gerenoveerd. Hierdoor blijft het monumentale karakter van de woning behouden. De woning is verduurzaamd en heeft energielabel D. Initiatiefnemer heeft daarnaast plannen de bedrijfswoning te verbouwen. Deze plannen vallen binnen de grenzen van het nieuwe bouwvlak. Schuur (2) Deze schuur is voorzien van een asbest houdend golfplaten dak. Initiatiefnemer gaat het golfplaten dak van de schuur vervangen en de schuur gebruiken voor opslagdoeleinden. Op het nieuwe dak worden 22 zonnepanelen geplaatst. Loods (3) De nieuw te realiseren loods heeft inclusief overdekte wasplaats een afmeting van 15 bij 45 meter. De loods is zowel aan de achter als voorzijde voorzien van toegangsdeuren. Op het dak van de loods worden (4*45=) 180 zonnepanelen geïnstalleerd. De deuren aan de achterzijde worden gebruikt voor het landbouwverkeer dat in de boomgaard komt. Onderdeel van de loods is een overdekte wasplaats voor machines en werktuigen. 18
ASV III
Onder de vloer van de wasplaats zit een opslagvoorziening voor het spoel- en reinigingswater. Hierdoor kan spoel en reinigingswater worden opgevangen en wordt emissie naar het oppervlaktewater voorkomen. Het spoel- en reinigingswater wordt verplaatst naar de phytobac waar het biologisch wordt afgebroken. In de loods komt een kantine met pantry voor medewerkers die werkzaam zijn op het bedrijf. Ook wordt in de loods een koelcel gerealiseerd om de geoogste dagproductie te bewaren alvorens deze naar de Schalkwijkseweg wordt getransporteerd. De overige ruimte wordt ingericht voor het opslaan van bedrijfsmiddelen, fust en het stallen van machines en werktuigen. Ontvangstruimte (4) Ter ondersteuning van de educatieve functie van het bedrijf is er een ontvangstruimte (12,75 x 19,0 meter) nodig. De ontvangstruimte is een vooruitgeschoven post die vanuit de permanent teeltondersteunende voorziening naar voren komt. In deze ruimte worden naast de feitelijke ontvangstruimte een kantoor/werkplekken, keuken en sanitaire ruimte gerealiseerd. In de ontvangstruimte worden groepen ontvangen en demonstraties en presentaties verzorgt. De ontvangstruimte wordt gedeeltelijk ( 1/3 deel) ingebouwd in de permanent teeltondersteunende voorziening. Op deze manier loopt de ontvangstruimte direct over in de onderzoeksruimte.
Onderzoek, demonstatie, educatie, innovatie worden hierdoor direct met elkaar verweven. Permanent teeltondersteunende voorziening (5) Om op praktijkschaal onderzoek te doen in de zachtfruitteelt is een gecontroleerde onderzoeksruimte noodzakelijk (zie Bijlage 4). Hiervoor wordt een permanent teeltondersteunende voorziening gerealiseerd met een totaal oppervlakte van circa 1 ha. (57,6 bij 182 meter). De beoogde permanent teeltondersteunende voorziening heeft een nokhoogte van 5,55 meter en een goothoogte van circa 2,7 meter. De kopse kanten van de permanent teeltondersteunende voorziening kunnen worden opgerold zodat de permanent teeltondersteunende voorziening toegankelijk is voor werktuigen. Dit is weergegeven op de tekening in Bijlage 5. De permanent teeltondersteunende voorziening biedt optimale mogelijkheden voor: innovatieve diagnose van gewasgezondheid; Toelichting
19
breed onderzoek naar de juiste, biologische gewasbescherming; het monitoren van de resultaten binnen een jaarrondteelt; het opvangen van regenwater om dit te bewaren in een berging om later te benutten; het jaarrond ontvangen en rondleiden van de genoemde doelgroepen, te midden van de teelt. Overig Het bedrijf van initiatiefnemer maakt gebruik van arbeidsmigranten. De arbeidsmigranten zullen ook in de nieuwe situatie op het bedrijf aan de Provincialeweg diverse werkzaamheden uitvoeren. Er zal op deze locatie geen huisvesting wordt gerealiseerd voor de arbeidsmigranten. 2.2.1.1 Ruimtelijke kwaliteit Initiatiefnemer heeft in samenwerking met het ontwerpbureau Mooisticht een nieuwe moderne bedrijfsopzet ontworpen die qua indeling, inrichting, functionaliteit en uitstraling aansluit bij de nieuwe functie en doelstellingen van de toekomstige bedrijfsvoering. In dit ontwerp is veel aandacht besteedt aan de ruimtelijke kwaliteit en de landschappelijke inpassing van het geheel. Er worden diverse groenelementen toegevoegd op het erf zoals struweelhagen, hoogstamfruitbomen, een wadi met bomenrij ect. Het complete inrichtingsplan is bijgevoegd als Bijlage 6. De plaats van de vaste parkeerplaatsen in het plan van Mooisticht zijn in overleg met de gemeente later nog iets aangepast. De definitieve inrichtingstekening van het erf is opgenomen als Bijlage 7.
20
ASV III
Afbeelding 2.4: impressie nieuwe erfopzet (Bron: Mooisticht) Uitgangspunt is dat er sprake is van een regulier landbouwbedrijf met aanvullende activiteiten zoals de proeftuin en de demoruimte. Ook op het gebied van bedrijfsinrichting wil dit bedrijf een voorbeeldfunctie vervullen. De verschillende functies van het bedrijf worden door de inrichting en uitstraling van het erf met elkaar verbonden. 2.2.1.2 Duurzame fruitteelt Middels onderstaande punten draagt het bedrijf en de bedrijfsvoering bij aan een verduurzaming van de fruitteelt. Innovatief onderzoek Middels het concept Forward Farming wordt een samenwerking opgestart om duurzaamheid in de praktijk te stimuleren en te demonstreren. Forward Farming is gebaseerd op innovatief onderzoek en educatie gericht op een duurzame ontwikkeling van de (zacht)fruit sector. Landelijk liggen er grote vraagstukken op het gebied van verduurzaming, verminderingen van het middelen gebruik en het reduceren van residuen. Het beoogde innovatieve praktijkonderzoek richt zich o.a op de thema's: Toelichting
21
Rassenonderzoek Bemesting Biostimulanten Biologische gewasbescherming Inzet nuttige insecten Maatregelen ter voorkoming van emissie Gezonde leefomgeving voor bijen Perceelsinrichting geoptimaliseerd voor ontwikkeling van wilde bijen Biodiversiteit De basis is praktijkonderzoek en het uitdragen van toepassingsmogelijkheden. Sectorale kennisoverdracht Initiatiefnemer wil bijdragen aan een duurzame fruitteelt. De educatie mogelijkheden zullen bijdragen aan een versnelde kennisoverdracht binnen de sector en daarmee leiden tot een verduurzaming van de fruitteelt. Duurzame bedrijfsvoering De initiatiefnemer wil versneld inzetten op het verduurzamen van het bedrijf en de teelt. Onderstaand worden de maatregelen die in dit kader worden toegepast nader toegelicht. Voorkomen ongewenste erf emissie Initiatiefnemer streeft naar een situatie waarbij geen lozing van ongewenste vervuilende stoffen van het erf naar het oppervlaktewater plaatsvindt. Om dit mogelijk te maken wordt met de volgende zaken rekening gehouden. Overdekte vulplaats en wasplaats draagt bij aan het verminderen van residuen naar de omgeving; Phytobac zorgt voor afvangen van residuen van gebruikswater. De gewasbeschermingsmiddelen worden afgebroken door de biologische actieve bodem in de bak.
Het water wordt in het proces verdampt; Spuitvrije zones langs watergangen (5 meter voor een boomgaard); Gebruik windhagen met grotere diversiteit; Gebruik van technische mogelijkheden, driftarme doppen; Maximale inzet van biologicals (biologische gewasbeschermingsmiddelen); Residuen reductie; Gebruik van digitale technieken voor gewasmonitoring en plaats specifieke inzet gewasbescherming op basis van digitale data; 22
ASV III
Raskeuze minder gevoelig voor ziekte en plagen; Inzet en versterken leefmilieu nuttige insecten; Zo groen mogelijk telen, regulier alleen als het niet anders kan. Biodiversiteit Initiatiefnemer wil inzetten op versterken van de biodiversiteit bij de inrichting van het bedrijf en gebruik maken van biologische gewasbeschermingsmaatregelen. Op grond van de huidige inzichten worden onderstaande maatregelen genomen om de ontwikkeling van de nuttige insecten populatie te stimuleren: In de gaard is een bijenstal gerealiseerd. De honingbijen vormen hiermee een vast onderdeel van de bedrijfsvoering; Over de gehele lengte van het perceel (1500 m) is naast de kavelgrenssloot een strook van 1,5 meter breed in gezaaid met een bloemenrijk mengsel. Deze strook zorgt ervoor dat de nuttige insecten zich sneller over een groter gebied kunnen verplaatsen. Tevens is deze stook belangrijk als schuilplaats en voor extra voedselaanbod voor nuttige insecten. Het gebruikte bloemenmengsel draagt bij aan de diversiteit en biologisch evenwicht en als voedselbron voor honingbijen en wilde bijen; In een reguliere gaard worden struiken aangeplant op de maaiveldhoogte. Veel wilde bijen zijn echter afhankelijk van goede schuilplekken in de bodem.
Door het aanleggen van (grond)ruggen rondom de struiken ontstaan extra schuilmogelijkheden voor wilde bijen; Een windsingel met toepassing van diverse wilgen, zwarte els en beukenhaag draagt bij aan het verlengen van de bloeitijd van de windsingel. De windsingel wordt diverse en zorgt voor een groter voedselaanbod voor alle soorten bijen en nuttige insecten, betere schuilgelegenheden en overwinteringsmogelijkheden voor nuttige insecten; In de achterliggende gaard zijn in de rijen Predasect insectenhotels opgehangen. Het aantal insectenhotels bedraagt circa 300 per hectare. Dit draagt bij aan de biodiversiteit. 2.2.1.3 Energie-arme bedrijfsvoering Naast het verduurzamen van de teelt is er ook aandacht voor het verduurzamen van de locatie op het gebied van energie verbruik. Gestreefd wordt naar een zoveel mogelijke energie-neutrale bedrijfsvoering. Als strategie is ervoor gekozen om: Toelichting
23
Het energieverbruik zoveel als mogelijk te beperken Opwekken van energie met behulp van zonnepanelen. Eenergieopwekking In de zomerperiode wordt energie voornamelijk gebruikt voor fertigatie en koelen. In de winter bestaat het energieverbruik voor verwarming en verlichting (kantine en bezoekerscentrum). In het voorliggende plan worden op het dak van de loods 180 zonnepanelen met een geschatte opbrengst van 45.900 kWh geplaatst. Vanwege het verschil in energieverbruik tussen de zomer en winterperiode is voor de bedrijfsinrichting gekozen voor een all-electric oplossing. Immers de opgewekte stroom kan in de zomer worden aangewend voor fertigatie en koelen en in de winter voor verwarming en verlichting. Op de loods kan met reguliere zonnepanelen kan op jaarbasis een reëel elektrisch vermogen van (180 *300 Wattpiek * 0,85=) 45.900 kWh worden opgewekt. Op de schuur bij de woning worden 22 zonnepanelen geïnstalleerd. Hiermee kan op jaarbasis een reëel elektrisch vermogen van (22 * 300 Wattpiek *0,85=) 5.610 kWh worden opgewekt. Energiebesparing Het energieverbruik concentreert zich met name op de bedrijfsgebouwen waar sprake is van verwarming, koeling en/of verlichting.
Hierbij worden de onderstaande maatregelen getroffen: Toepassing van LED-verlichting in geval er sprake is van gebouw- of ruimteverlichting Energiezuinige koeling voor dagproductie (oogstperiode) Elektrische verwarming in kantine en ontvangstruimte (winterperiode) Isolatie van de kantine en ontvangstruimte Het deel van de wasplaats dat bedoeld is voor de trekkers wordt uitgevoerd als onverwarmde ruimte, wel is er verlichting aanwezig. Energieverbruik Op grond van het voorliggende plan is een inschatting gemaakt van het electra verbruik van de locatie. De locatie wordt all-electric ingericht. De ontvangstruimte wordt alleen verwarmd als er mensen aanwezig zijn. Om een inschatting te maken van het totale energieverbruik wordt een worst case benadering toegepast waarbij het energieverbruik van de woning qua verwarming wordt gelijkgesteld aan een kleine woning. 24
ASV III
In de onderstaande tabel is het energieverbruik (stroom en gas) per gebouw in kWh/jaar weergegeven.
Tabel 2.1: Energieverbruik Het totale energieverbruik bedraagt (27.629 + 18.154=) 45.783 kWh. Deelconclusie energie Het energieverbruik van de locatie wordt gecompenseerd door het opwekken van energie middels zonnepanelen. De totale energieproductie van de te plaatsen panelen bedraagt 51.510 kWh. Het electra verbruik van de locatie bedraagt 45.783 kWh. Het overschot aan stroom kan worden terug geleverd aan het net. Hierdoor kan worden gesteld dat het bedrijf zo energieneutraal mogelijk is opgezet. 2.2.2
Waalseweg
2.2.2.1 Locatiekeuze Binnen de kaders van eigendom en toekomstige bedrijfsontwikkelingsmogelijkheden is een keuze gemaakt om de compensatiewoningen op eigen grond te realiseren. De analyse van de locatiekeuze is uitgewerkt in Bijlage 8. Uit deze analyse volgt dat het agrarisch teeltperceel aan de Waalseweg, behorende bij de vestigingslocatie Lange Uitweg 33-35, ruimtelijk de meest optimale locatie is om de compensatiewoningen te realiseren. Dit perceel wordt ontsloten via de Waalseweg en sluit goed aan bij bestaande functies en het bebouwingslint aan de Toelichting
25
Waalseweg. Toevoegen van woningen aan de Waalseweg is het meest perspectiefrijk en zorgt er voor dat openheid en waardevolle doorzichten worden behouden. De woningen worden op het teeltperceel gepositioneerd parallel aan de Waalseweg. In afbeelding 2.5 is de verkaveling van de compensatiewoninggen weergegeven.
Afbeelding 2.5: landschappelijke inpassing woningen aan de Waalseweg De woningen worden gebouwd als NOM woningen (nul op de meter) en voorzien van zonnepanelen. Bij het ontwerp zal worden gestreefd naar een zo energiearm mogelijk ontwerp. Per woning zal een bijgebouw in de vorm van een garage worden gerealiseerd. De landschappelijk inpassing van de woningen aan de Waalseweg is uitgewerkt in Bijlage 9.
26
ASV III
2.2.2.2 Beeldkwaliteit en landschappelijke inpassing Om de ontwikkeling op de locatie Waalseweg passend te krijgen in het landschap is een landschaps- en beeldkwaliteitsplan opgesteld. Dit landschaps- en beeldkwaliteitsplan wordt vastgesteld door de gemeenteraad van Houten. De in het beeldkwaliteit vastgelegde ambities, regels en richtlijnen krijgen hierdoor de status van een beleidskader. Voor alle bebouwing geldt dat binnen traditionele bouwvormen of met hedendaagse bouwtechnieken een eigentijdse uitstraling met karakteristieken van landelijke bebouwing beoogd is. Deze typen bebouwing passen binnen het, van oorsprong agrarische erf en sluiten aan bij het agrarische en landelijke karakter. Ten aanzien van de beeldkwaliteit zijn in het plan referentiebeelden opgenomen ten aanzien van de vormgeving en uitstraling van de nieuwe bebouwing en de inrichting van het landschap. De referentiebeelden dienen ter inspiratie voor de inrichting van het erf en de architectuur van de bebouwing. Omdat de gemeente Houten geen welstandsbeleid meer kent maakt het beeldkwaliteitsplan ook onderdeel uit van de regels van dit bestemmingsplan (zie artikel 4.3 onder f) en van de anterieure overeenkomst die in het kader van deze ontwikkeling gesloten wordt met de initiatiefnemer(s). Op deze wijze is geborgd dat het plan ook daadwerkelijk overeenkomstig dit beeldkwaliteitsplan wordt gerealiseerd.
Toelichting
27
Hoofdstuk 3 Beleidskaders Dit hoofdstuk behandelt het beleid dat betrekking heeft op het bestemmingsplan. Achtereenvolgens wordt ingegaan op het rijks, provinciaal, (regionaal) en gemeentelijk beleid, welke een relatie hebben met het plangebied. 3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. 3.1.2
Toets
In de Omgevingsvisie is de Nieuwe Hollandse Waterlinie sinds 2021 op de kaart aangegeven als een gebied voor de Werelferfgoedlijst. De planlocatie aan de Waalseweg ligt binnen dit Werelderfgoed gebied. Dit heeft ertoe geleid dat in de planopzet en verdere uitwerking rekening is gehouden met de kernkwaliteiten van het Werelderfgoed. Bestaande landschappelijke structuren zijn in de ontwerpfase als uitgangspunt genomen en met het ontwerp waar mogelijk 28
ASV III
versterkt. In de verschillende overleggen met de overige betrokken overlegpartners, zoals de provincie Utrecht en de Rijksdienst Cultureel Erfgoed zijn deze criteria het toetsingskader geweest en is in lijn met deze criteria ook verzocht om aanpassingen en bijstellingen in het plan. In de Omgevingsvisie wordt verwezen naar de beleidsnota 'Erfgoed telt!'. Deze nota onderschrijft het belang van erfgoed voor de samenleving. Het Rijk beschermt erfgoed en stimuleert dat erfgoed bij actuele ruimtelijke opgave wordt benut en als inspiratie dient voor de beoogde ontwikkeling. Behoud, versterken en benutten van de bestaande kwaliteiten van (gebouwd) erfgoed en landschap wordt verbonden aan de groei en ontwikkeling van steden, dorpen en wijken. In lijn met deze inzet heeft het Project Agrarisch Structuurversterking vorm gekregen. Door in het gebied agrarisch gebruik een toekomst te geven kan het van oudsher aanwezige gebruik op een duurzame manier worden voortgezet. Met de voortzetting van dit gebruik blijft het agrarische gebruik de drager van het landschap en kan de bestaande verschijningsvorm behouden blijven 3.1.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Op 1 oktober 2012 is aan het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), waarin rijksregels ten aanzien van de ruimtelijke inrichting van Nederland zijn verzameld, een aantal onderwerpen toegevoegd. Het gaat onder andere om de Ecologische hoofdstructuur, elektriciteitsvoorziening, toekomstige uitbreiding hoofd(spoor)wegennet, veiligheid rond rijksvaarwegen. 3.1.4
Toets
Het Barro bevat geen relevante regels die invloed uitoefenen op het onderhavige plan. 3.1.5
Ladder voor duurzame verstedelijking
In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument.
Toelichting
29
Om een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: Bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ De Ladder voor duurzame verstedelijking moet worden gevolgd wanneer planologisch nieuwe “stedelijke ontwikkelingen” mogelijk worden gemaakt binnen bestaand stedelijk gebied. Nieuwe planologische bouwmogelijkheden van enige omvang kwalificeren als zodanig en zijn 'Ladderplichtig'. Het al dan niet toenemen van het ruimtebeslag is een belangrijk criterium voor het aanmerken van een ontwikkeling als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Indien er wel sprake is van een (geringe) toename van bouwmogelijkheden, dan is doorgaans sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Ook als er formeel geen sprake is van nieuwe stedelijke ontwikkeling moet toch het nut, de noodzaak en uitvoerbaarheid van de ontwikkeling op die plek worden aangetoond. Door middel van het alternatievenonderzoek moet worden aangetoond dat de gekozen locatie buiten bestaand stedelijk gebied een betere optie is dan een locatie binnen bestaand stedelijk gebied. Er wordt daarmee verwacht dat er een goede kennis is van de bestaande voorraad. In beide gevallen van ontwikkeling, zowel binnen als buiten bestaand gebied, moet er voldaan worden aan een goede ruimtelijke ordening. 3.1.6
Toets
Provincialeweg 32 Bij het verruimen van de mogelijkheden aan de Provincialeweg 32, waarbij de agrarische bestemming gehandhaafd blijft, is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i Bro. Waalseweg Het plangebied aan de Waalseweg maakt de realisatie van drie woningen mogelijk. 30
ASV III
In de uitspraak ECLI:NL:RVS:2015:2921 oordeelt de Raad van State dat het toevoegen van 11 extra woningen binnen een (dorps) kern geen stedelijke ontwikkeling is. In dit geval worden drie woningen toegevoegd aansluitend aan een bestaande lintbebouwing. Op basis van deze uitspraak kan geconcludeerd worden dat het ontwikkelen van de woningen aan de Waalseweg geen stedelijke ontwikkeling is als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i Bro. Op basis hiervan is een verdere toetsing aan de ladder niet noodzakelijk. 3.1.7
Conclusie
Het initiatief voldoet aan het Rijksbeleid. 3.2
Provinciaal beleid
Voor het provinciaal ruimtelijk beleid zijn de Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening (IOV) van belang. 3.2.1
Omgevingsvisie Provincie Utrecht
De Omgevingsvisie van de provincie Utrecht is op 10 maart 2021 vastgesteld. De ruimte in de provincie is beperkt terwijl de vraag naar ruimte groot is. Dat stelt de provincie Utrecht voor een grote uitdaging: 'hoe gaan we om met de groei van inwoners en bedrijven zonder dat dit ten koste gaat van een prettige en gezonde leefomgeving? We móeten keuzes maken'. Daarom is het uitgangspunt om waar mogelijk te kiezen voor slim combineren en concentreren. Met zeven beleidsthema’s geeft de provincie richting aan de ontwikkeling en de bescherming van een gezonde en veilige leefomgeving. In 2050 is de provincie Utrecht een inclusieve en circulaire provincie: waarin Stad en land gezond zijn; die Klimaatbestendig en waterrobuust is; waarin Duurzame energie een plek heeft; met Vitale steden en dorpen; die Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar is; met een Levend landschap, erfgoed en cultuur; die een Toekomstbestendige natuur en landbouw heeft. Slim combineren Met slim combineren bedoelt de provincie Utrecht dat de beschikbare ruimte op Toelichting
31
meerdere manieren gebruikt kan worden. De provincie combineert bijvoorbeeld het versterken van de rivierdijken met de ontwikkeling van nieuwe fiets- en wandelroutes en nieuwe recreatie- en natuurgebieden. Door te zorgen dat het autoverkeer op de dijken vermindert, ontstaat er meer ruimte voor wandelaars en fietsers. Concentreren Concentreren betekent bijvoorbeeld dat nieuwe woningen voornamelijk gebouwd worden dichtbij stations en in steden en dorpskernen. Veel van wat je nodig hebt, is dan in de buurt en goed bereikbaar. Als het nodig is om kernen leefbaar te houden, is daarnaast een kleine uitbreiding mogelijk. Daarbij is voldoende ruimte om te bewegen en voldoende groen en water belangrijk. En door te bouwen in bebouwd gebied (concentreren), wordt er juist gezorgd dat er op andere plekken in de provincie ruimte overblijft voor andere zaken dan wonen. Denk aan natuur, het verbouwen van voedsel en het opwekken van zonne- en windenergie. Uitvoering geven aan de Omgevingsvisie De vraagstukken waar de provincie voor staan kan zij niet alleen oplossen. Samenwerking met inwoners, ondernemers, belangenorganisatie, medeoverheden, partners en de samenleving is cruciaal. Alleen dan kunnen de ambities bereikt worden. 3.2.2
Toets
3.2.2.1 Provincialeweg Het planvoornemen aan de Provincialeweg betreft een unieke ontwikkeling die gericht is op innovatie en onderzoek. Het bedrijf kan hiermee een nationaal en internationaal voorbeeld worden van verduurzaming binnen de fruitsector. Dit kan een impuls zijn voor het beeld van de gemeente als fruitteelt-gemeente. Tevens kan het een economische en recreatieve meerwaarde met zich meebrengen voor bedrijven in de omgeving. In de huidige situatie is sprake van een veehouderij locatie waar de bedrijfsactiviteiten zijn gestaakt. Met dit initiatief wordt deze agrarische bedrijfslocatie nieuw leven in geblazen. Het planvoornemen voorziet in een opwaardering van de agrarische bedrijfslocatie met een uniek onderzoeks- en innovatie component. Dit komt de vitaliteit van het gebied ten goede. Samen met 32
ASV III
een zorgvuldige inpassing in het landschap wordt de kwaliteit ter plaatse geborgd. De bijzondere status van het 'Eiland van Schalkwijk' als experimenteergebied sluit goed aan bij het initiatief. Dit wordt verder onderbouwd bij de behandeling van de interim omgevingsverordening. 3.2.2.2 Waalseweg Het plangebied aan de Waalseweg is niet gelegen in een gebied met een zogenaamde 'rode contour'. De locatie zal zorgvuldig worden ingepast in het landschap en aansluiten bij de bestaande (woon)functies. Ook de woonfunctie wordt in de experimenteerstatus van het gebied 'Eiland van Schalkwijk' meegenomen. Er is woningbouw mogelijk buiten de rode contour tot een maximum van 250 woningen. Hier wordt in de volgende paragraaf verder op ingegaan. 3.2.3
Interim omgevingsverordening
De Omgevingsverordening In de Interim Omgevingsverordening van de provincie Utrecht, vastgesteld op 10 maart 2021, staan de regels die horen bij het beleid dat in de Omgevingsvisie staat. Bijvoorbeeld regels voor natuurgebieden, waterwingebieden en woningbouw. Het opstellen van deze regels is een wettelijke taak of is het gevolg van politieke keuzes van de provincie Utrecht. In de Omgevingsverordening gaat het deels om regels die alleen voor gemeenten, waterschappen en uitvoeringsdiensten gelden en deels om regels die voor iedereen gelden. De provincie Utrecht heeft de ambitie om alleen regels te maken om risico’s uit te sluiten. Soms is het mogelijk van regels af te wijken. De provincie Utrecht vindt het belangrijk om ruimte te geven aan nieuwe initiatieven en maatwerk per gebied. In de Omgevingsverordening zijn alle regels voor de leefomgeving samengebracht en de provincie Utrecht is van zo’n 20 verordeningen naar één Omgevingsverordening gegaan. Dit moet het voor iedereen eenvoudiger maken om te zien welke regels waar gelden. Programma's Om het beleid uit te voeren zijn er niet alleen regels nodig, maar ook op uitvoering gerichte programma’s. De provincie zal hier samen met overheden, partners en de Toelichting
33
samenleving invulling aan geven. Bijvoorbeeld in het programma ‘wonen en werken’. Gemeenten in een regio en provincie zitten daarbij samen aan tafel en leggen vast welke woningen waar op welk moment gebouwd gaan worden en welke bedrijventerreinen ontwikkeld gaan worden. Daarbij wordt ook rekening gehouden met andere zaken, zoals dat mensen naar hun werk kunnen gaan en dat er voldoende recreatie en groen is. Met de Omgevingsvisie wil de provincie Utrecht duidelijkheid geven hoe de Utrechtse leefomgeving ingericht kan worden. Welke rol de provincie pakt, hangt af van de situatie. De ene keer zal de provincie Utrecht een ontwikkeling stimuleren, de andere zorgt ze ervoor dat plannen worden aangepast om de kwaliteiten van de omgeving te beschermen 3.2.4
Toets
Het voorgenomen plangebied ligt in het landelijk gebied van Schalkwijk en ook in het experimenteer gebied. Artikel 1.7 Experimenteergebied van de omgevingsverordening geeft de mogelijkheid om op een innovatieve manier ‘uitnodigingsplanologie’ te bedrijven. Hiermee wordt bedoeld: planologie die redeneert vanuit de plek of de ruimtelijke opgave. Dergelijke experimenteerruimte kan helpen bij de transities voor landbouw. Het gaat de provincie er om dat belangen in een gebied bij elkaar worden gebracht en dat gezamenlijk nagedacht gaat worden over de kwaliteiten van een gebied en wat er voor nodig is om een gebied een goede toekomst te gunnen. Zoals in de inleiding is beschreven is een in 2016 een collegebesluit genomen inzake de herontwikkeling van de locatie Provincialeweg 32 met als voorwaarde dat er een bijdrage wordt geleverd aan de doelen van het Eiland van Schalkwijk met betrekking tot agrarische structuurversterking, duurzaamheid, recreatie en cultuurhistorie. Vervolgens is een overeenkomst gesloten waarin de randvoorwaarden zijn uitgewerkt. Partijen zijn hierbij van oordeel dat het initiatief zorgt voor meerwaardecreatie voor het Eiland van Schalkwijk. In dit plan wordt specifiek aandacht besteedt aan de verdere uitwerking van de genoemde doelen voor het eiland van Schalkwijk.
Het initiatief is daarmee passend binnen de maatwerkruimte die door de verordening wordt geboden met artikel 1.7. Naast dat het plangebied ligt in de experimenteerruimte ligt het deel aan de Waalseweg ook binnen het gebied van de Nieuwe hollandse waterlinie en het UNESCO Werelderfgoed. Bij het opstellen van de uitgangspunten van dit deel van het plangebied en de verdere uitwerking is getracht rekening te houden met de 34
ASV III
ligging van het plan binnen de NHW. Voor het plangebied aan de Provincialeweg is aansluiting gezocht bij de bestaande ontginningstructuur en bestaande landschappelijke lijnen. Bij het opstellen en uitwerken van het inpassingsplan voor de locatie Waalseweg is door de provincie Utrecht nadrukkelijk meegedacht om tot een acceptabel en passend ruimtelijk plan te komen. 3.2.5
Conclusie
Het planvoornemen voldoet aan artikel 1.7 Experimenteergebied van de omgevingsverordening. Dit biedt de mogelijkheid om op een innovatieve manier ‘uitnodigingsplanologie’ te bedrijven. Tevens is bij de uitwerking van het plan uitdrukkelijk rekening gehouden met de Nieuwe hollandse waterlinie door de bestaande landschappelijke structuren als uitgangspunt te nemen in de ontwerpfase en zijn deze structuren waar mogelijk versterkt. Het plan is derhalve in overeenstemming met het provinciaal beleid. 3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Structuurvisie 'Eiland van Schalkwijk'
Het gemeentebestuur van Houten heeft met de structuurvisie een toekomstbeeld neergelegd voor het Eiland van Schalkwijk. Met deze visie geeft de gemeente planologische duidelijkheid. Een visie die gericht is op de duurzame ontwikkeling van het eiland met en door alle betrokken partijen. Het is een uitdaging, want in de gemeentelijke visie zijn het de ondernemers en bewoners zelf die, rekening houdend met de kwaliteiten in het gebied, aan zet zijn om het Eiland van Schalkwijk een duurzame toekomst te geven. In de structuurvisie zijn voor het gehele grondgebied van de gemeente 'deelgebieden' aangewezen. Elk deelgebied heeft een eigen beoordelingskader. Op onderstaande afbeelding zijn de vestigingslocaties Lange Uitweg en Provincialeweg te zien op de deelgebiedenkaart.
Toelichting
35
Afbeelding 3.1: fragment deelgebiedenkaart Structuurvisie 'Eiland van Schalkwijk'. (Bron: gemeente Houten) In deze paragraaf worden per locatie de relevante deelgebieden beschreven en vindt een toets plaats aan het beoordelingskader behorende bij de deelgebieden. 3.3.2
Toets
3.3.2.1 Provincialeweg 32 Het plangebied aan de Provincialeweg 32 is gelegen in de deelgebieden 'Komgronden ten noorden van Schalkwijk' en 'Linten Tull en 't Waal en Schalkwijk'. Beide gebieden worden hier beschreven en getoetst middels een deeltoets. 1. Deelgebied: Linten Tull en ' t Waal en Schalkwijk
36
ASV III
Afbeelding 3.2: Locatie Provincialeweg 32 gelegen in het deelgebied 'Linten Tull en 't Waal en Schalkwijk. Binnen dit deelgebied ligt de nadruk op leefbaarheid in de vorm van een mix van functies, wonen, agrarische bedrijfsvoering met minimale milieuhinder, kleinschalige bedrijvigheid en ondersteunende voorzieningen. De ambitie ligt op het vlak van het verminderen van milieuoverlast van agrarische bedrijvigheid en verkeersstromen te beperken. Hier zijn gerichte oplossingen voor nodig. De cultuurhistorische linten worden tevens gezien als aantrekkelijke bestemmingen voor bezoekers van het Eiland van Schalkwijk. Dit deelgebied kent een specifiek beoordelingskader dat gericht is op wonen en werken. De kenmerkende landschappelijke kwaliteit met zijn ruimtelijke dragers en ruimtelijke vertrekpunten zijn verwerkt in het inrichtingsplan dat is bijgevoegd als Bijlage 6. Ruimtelijke dragers landschappelijke kwaliteit De linten zijn ontstaan op de voormalige stroomruggen in het gebied en bestaan uit bebouwing op de koppen van de copeverkaveling aan weerszijden van de ontginningslijnen van de Schalkwijkse Wetering en de Waalse Wetering. De bebouwing volgt de lengterichting van de kavel en staat licht gedraaid ten opzichte van de ontginningswegen. Als totaal is het lint lang en gestrekt in een relatief smal profiel.
In de kern van het lint is er een dichtere bebouwing, maar is altijd langs de Toelichting
37
bebouwing het achterliggende erf, de beplanting en het agrarisch landschap te zien. Dat is een specifieke kwaliteit, en daarmee een ruimtelijke drager van de kern. Meer van de kern van het lint af ontstaat er een meer open bebouwingstructuur, waar het agrarisch landschap af en toe tot aan de weg doorloopt. Hierdoor ontstaat in deze delen van het lint een mooie afwisseling tussen particulier bebouwde kavels en het uitzicht over het agrarische landschap. Door dit contrast is de omgeving tegelijkertijd beschut en weids. Een andere karakteristieke drager wordt gevormd door de erfbeplanting tussen de bebouwing. De lengterichting van het lint wordt niet ondersteund met groen, maar het groene karakter ontstaat voornamelijk door de inrichting van de private tuinen. Er zijn veel smalle lange particuliere kavels. Daar waar bomenrijen, houtwallen en singels aanwezig zijn, volgen die voornamelijk de lengterichting van de copeverkaveling en dus niet de richting van het lint. De gras taluds langs de wetering is (naast het privégroen) het enige openbare groen wat bijdraagt aan de groene uitstraling van het lint. 1. Uitgangspunt in de visie is geen verdere verdichting van het lint toe staan buiten de bestaande erven. Dat moet voorkomen dat het lint “dichtslibt” en er toe bijdragen dat het zicht op het achterliggende agrarische landschap gewaarborgd wordt.
Echter voor de Molenbuurt, de Kaaidijk en het lint Tull en ‘t Waal moet nader worden uitgewerkt waar en in welke mate programma buiten de bestaande erven kan worden toegevoegd buiten de bestaande erven, rekening houdend met de hierboven genoemde uitgangspunten. 2. Het is essentieel om het profiel en de kleine schaal van het lint zoveel mogelijk in tact te laten. Toe te voegen ruimtelijke initiatieven moeten in de maat en schaal passen bij de bestaande bebouwing langs het lint (zelfstandige/vrijstaande gebouwen met een erf of tuin, geen seriematige bebouwing). Daarbij ligt het accent op kleinschaligheid en variatie. 3. Bij nieuwe bebouwing moet de copeverkaveling worden gerespecteerd. Nieuwe bebouwing ligt in de lengterichting van de verkaveling, dwars en licht gedraaid ten opzichte van het lint, en versterkt het karakteristieke beeld dat in de loop der jaren is ontstaan. 4. Het smalle profiel van het lint en de geringe diepte van de bebouwde kavels langs het lint moet behouden en versterkt worden. 5. Het groen in het lint bestaat voornamelijk uit particuliere erfbeplanting en ook bij 38
ASV III
nieuw programma zal nieuwe erfbeplanting bijdragen aan het versterken van dit beeld. 6. Eventueel toe te voegen bebouwing in de aangrenzende polders houdt afstand van het lint, en ligt op een afstand van minimaal 175 meter uit de achterzijde van het bestaande erven (huiskavel) in de polder, zodat de beleving van het lint (vanaf bijvoorbeeld routes/dijken) behouden blijft en het lint zijn huidige kleine maat en schaal behoudt. 7. Doorzichten vanaf het lint over het agrarisch landschap blijven gehandhaafd. Eventueel toe te voegen bebouwing in de aangrenzende polders nemen dus de doorzichten niet weg. 8. Daar waar bomenrijen, houtwallen en singels worden geïntroduceerd volgen zij de copeverkaveling. Deze landschappelijke elementen kunnen wel doorlopen tot aan het lint , omdat ze enerzijds de bebouwing inkaderen en afschermen, en anderzijds de richting van de copeverkaveling zichtbaar maken tussen de bebouwing en dwars op het lint. Deeltoets deelgebied linten Tull en ' t Waal en Schalkwijk Het voorste gedeelte van het plangebied is gelegen binnen de linten Tull en 't Waal en Schalkwijk. Het bestaande erf wordt getransformeerd van veehouderij naar fruitteeltbedrijf. Hierbij is geen sprake van een nieuwe locatie maar het hergebruiken van het bestaande agrarische erf. Er is geen sprake van het oprichten van seriematige bedrijfsgebouwen.
De afmetingen van de nieuwe bedrijfsgebouwen passen binnen de maat en schaal van het lint. Bij het ontwerp inrichtingsplan is het accent gelegd op kleinschaligheid en variatie. Met de realisatie van het centrum voor innovatie, onderzoek en voorlichting wordt een functie gecreëerd die voor een verlaging van de milieudruk op de omgeving zorgt. Er worden geen dieren meer gehouden en ook het vrachtverkeer richting de locatie zal afnemen. Het initiatief is aantrekkelijk voor recreanten en/of andere bezoekers aan het Eiland van Schalkwijk door de realisatie van een bezoekerscentrum. De copeverkaveling wordt gerespecteerd. Het bestaande patroon wordt niet aangetast. De ontvangstruimte wordt geïntegreerd in de permanent teeltondersteunende voorziening. De ontvangstruimte is voorzien van een plat dak. Toelichting
39
De ontvangstruimte maakt onderdeel uit van de permanent teeltondersteunende voorziening en is derhalve mede georiënteerd op de lengte richting van het perceel. Door te bouwen op het bestaande perceel blijft het smalle profiel van het lint behouden. De bedrijfsgebouwen en erf vormen in nieuwe situatie een onlosmakelijk deel van het lint. Aanvullende erfbeplanting wordt in de lengte richting van het perceel geplaatst, hierdoor wordt deze karakteristieke ruimtelijke drager versterkt. De permanent teeltondersteunende voorziening met innovatiecentrum is geprojecteerd in de achterliggende polder “komgronden ten noorden van Schalkwijk”. De beleving van het lint vanaf de doorgangsroutes blijft behouden en het lint behoud zijn huidige maat en schaal. De erftransitie heeft geen invloed op de doorzichten vanaf het lint en het zicht op de achterliggende polders verandert hiermee niet. Bomen en houtwallen in het ontwerp kaderen het nieuwe erf en bebouwing maar volgen tevens de copeverkaveling. De kenmerkende copeverkaveling blijft hiermee in stand en wordt versterkt. Het voorliggende initiatief in combinatie met het erfinrichtingsplan past binnen de ruimtelijke vertrekpunten van de Linten van Schalkwijk en Tull en 't Waal. 2. Deelgebied Komgronden ten noorden van Schalkwijk en Tull en ' Waal
40
ASV III
Afbeelding 3.4: Gronden ten noorden van Schalkwijk en Tull en 't Waal. (Bron: structuurvisie Gronden ten Noorden van Schalkwijk en Tull en 't Waal) In dit deelgebied is de landbouw de belangrijkste functie waarbij een gezonden en duurzame landbouw volop de ruimte krijgt. Er is hier zowel ruimte voor verbrede landbouw als voor schaalvergroting, mits de leefbaarheid van de linten niet in het geding komt. Verbreding kan op verschillende manieren worden tot uiting komen. Uitgangspunt is hoofd- en nevenfuncties te faciliteren en waar nodig te ondersteunen met bebouwing. Eventueel toe te voegen bebouwing dient een bijdrage te leveren aan een duurzame ontwikkeling van het Eiland van Schalkwijk. Ruimtelijke dragers landschappelijke kwaliteit Dit deelgebied kent een specifiek beoordelingskader dat gericht is op de landbouw als drager van het landschap. De kenmerkende landschappelijke kwaliteit met zijn ruimtelijke dragers en ruimtelijke vertrekpunten zijn verwerkt in het inrichtingsplan dat is bijgevoegd als Bijlage 6. De hoger gelegen komgronden ten noorden van Schalkwijk kennen een copeverkaveling (110 meter breed, 1250 meter lang). Deze komgronden worden aan de noordzijde begrensd door het Amsterdam Rijnkanaal met boombeplanting en aan de zuidzijde door het bebouwde lint van Schalkwijk.
Door de iets hogere ligging worden deze komgronden niet alleen gebruikt als weiland maar ook ten behoeve van de fruitteelt. Hierdoor ontstaat een meer beschut gebied ten opzichte van de open komgronden in polder Vuylcop en Blokhoven.
Toelichting
41
Afbeelding 3.5: Uitsnede inpassingplan, waarbij lengte doorzichten worden geaccentueerd. 1. Het gebied leent zich, vanwege haar meer beschutte karakter en de hogere ligging, voor het opnemen van compacte nieuwe ruimtelijke initiatieven. Initiatieven in dit deelgebied dragen bij aan het verdichten van de copeverkaveling in smalle en lange percelen/compartimenten. Het gebied leent zich, vanwege haar meer beschutte karakter en de hogere ligging, voor het opnemen van compacte nieuwe ruimtelijke initiatieven. Door te verdichten en tegelijkertijd het meer beschutte karakter van deze gebieden te versterken wordt het contrast met andere open gebieden op het eiland vergroot. Het gaat hier zeker niet alleen om meer ‘rode’ initiatieven, maar ook om mogelijkheden voor verdichting met hoge opgaande beplanting (boomgaarden, houtwallen, windsingels, energieteelt ed.) is goed inpasbaar in dit deelgebied. 2. Voorwaarde voor het verdichten is het respecteren van de copeverkaveling. Het toe te voegen programma volgt de copeverkaveling: smalle en diepe kavelgewijze ontwikkelingen benadrukken de lengterichting van de verkaveling. Dit uitgangspunt moet ook worden gehanteerd bij het ontwerpen van paden, routes, houtwallen en bomenrijen. 3.
Bij ieder nieuw ruimtelijke initiatief moeten in ieder geval landschappelijke elementen toegevoegd worden, zoals boomsingels, houtwallen, hagen, erfbeplanting zodat een goede landschappelijke aansluiting op de directe omgeving ontstaat. 4. Eventueel toe te voegen bebouwing ligt in de polder en blijft daarmee op een afstand van minimaal 175 meter uit de achterzijde van de huiskavel langs het lint van Schalkwijk . Deze bebouwing belemmert niet de karakteristieke doorzichten over het agrarische landschap vanuit het lint (zie 1. linten Tull en 't Waal en Schalwijk) 5. Landschappelijke elementen kunnen wel doorlopen tot in het lint zodat de richting van de copeverkaveling haaks op het lint als landschappelijke lijn zichtbaar wordt en blijft. 6. Nieuw toe te voegen ruimtelijke initiatieven die extra verkeersbewegingen veroorzaken worden ontsloten vanaf de kanaalzijde en mogen niet leiden tot meer verkeersdruk op het lint van Schalkwijk. Afhankelijk van de omvang van die extra verkeersbewegingen, is ook onderdeel van het initiatief om die 42
ASV III
ontsluitingsstructuur parallel aan het kanaal op die toekomstige omvang van verkeersbewegingen toe te snijden, zodat er geen probleem ontstaat met de verkeersafwikkeling. 7. Ten aanzien van nieuw toe te voegen ‘rode’ initiatieven geldt dat deze zich wat betreft maat en schaal en materiaalgebruik moet voegen bij de aanwezige bebouwing. 8. De westelijke punt van de komgronden vormt de Groene Poort van Schalkwijk, bebouwing is hier niet mogelijk. De openheid van de Groene Poort benadrukt de afstand tot het stedelijk gebied aan de overkant van het kanaal, het ‘eilandgevoel’, en biedt meteen bij aankomst een weidse blik over het eiland. Deeltoets: Deelgebied komgronden ten noorden van Schalkwijk In het voorliggende plan wordt bij het verdichten de copeverkaveling gerespecteerd door toepassing van beplanting bij de erfinrichting wort het beschutte karakter van het gebied versterkt. De bestaande copeverkaveling wordt gerespecteerd door binnen het bestaande patroon van smalle lange percelen te blijven. Ook alle paden en inplant benadrukken de lengte structuur. Voor de verkeersafwikkeling is slechts één ontsluiting naar de Provincialeweg beschikbaar. Het bedrijf ontvangt frequent bezoekers, vanuit veiligheid en interne logistiek is het belangrijk om de verschillende functie gebieden goed te scheiden. Het zgn. schone- vuile weg principe.