CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Besluit Windpark Goyerbrug 47 dB + 0 uren slagschaduw -.docx.pdf

Gemeenteraad 20 december 2022, gemeente HoutenBij agendapunt: Nota beantwoording zienswijzen, verklaring van geen bedenkingen en omgevingsvergunning Windpark Goyerbrug16.270 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Eén turbine ligt in een gebied met lage archeologische waarde, één turbine ligt in een gebied met hoge archeologische verwachting en twee turbines in een gebied of terrein van archeologische waarde. Om vast te stellen of er daadwerkelijk archeologische waarden aanwezig zijn op de locaties, is onderzoek uitgevoerd door Laagland Archeologie (zie bijlage 16a en 16b bij de 'Ruimtelijke Onderbouwing'). Op basis van het uitgevoerde onderzoek (bureauonderzoek en proefsleuvenonderzoek) is geconcludeerd dat de vier turbinelocaties vrijgegeven kunnen worden voor de realisatie van het windpark. De gemeente heeft op 17 november 2017 geconcludeerd dat er onvoldoende aanleiding is voor vervolgonderzoek en heeft de vier locaties formeel vrijgegeven voor realisatie van Windpark Goyerbrug (zie bijlage 16b bij de 'Ruimtelijke Onderbouwing'). Cultuurhistorie Niet alleen de bescherming van de archeologische waarden is vastgelegd in het vigerende bestemmingsplan, maar ook de bescherming van de cultuurhistorische gebieden binnen de gemeente Houten. De basis voor deze bescherming vormt de Interim Omgevingsverordening van de provincie Utrecht. Het gaat hier onder meer om restanten uit diverse tijdperken zoals middeleeuwse wegenstructuren, historische bebouwing en oude beplanting. Op de onderhavige locatie zijn geen grote cultuurhistorische waarden aanwezig.

Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor het onderhavig plan. Slagschaduw Ten aanzien van het aspect slagschaduw heeft Pondera, in opdracht van de gemeente Houten, een gespecialiseerd advies gegeven over de normstelling en voorschriften voor Windpark Goyerbrug. Dit advies is als gewaarmerkt stuk bij dit besluit gevoegd: Windpark Goyerbrug, advies lokale normen, kenmerk: 718153, d.d. 30-06-2022

Casenummer. 213113 GISVG nr. UV19016, olonr. 3909645 Windpark Goyerbrug Pagina 20 van 36

Binnen het kader van dit besluit wordt Slagschaduw gedefinieerd als: De schaduw die wordt veroorzaakt door draaiende rotorbladen voor zover: a. de afstand tussen de windturbine en de ontvanger minder dan 1.913 m bedraagt, en b. er in de door de slagschaduw getroffen uitwendige scheidingsconstructie van het getroffen object zich ramen bevinden, en c. de directe straling van het zonlicht – gemeten in een vlak loodrecht op de richting van de zon – groter is dan 120 W/m2, en d. de zon hoger dan 3 graden boven de horizon staat. De initiatiefnemer heeft een norm voor slagschaduw aangevraagd waarbij jaarlijks maximaal 14 uur netto en dagelijks maximaal 20 minuten aan slagschaduw bij slagschaduwgevoelige objecten mag worden veroorzaakt, welke wordt gereguleerd door het toepassen van een stilstandvoorziening. Uit de opbrengstberekeningen blijkt dat, in combinatie met een geluidnorm van 47 dB Lden, de slagschaduwmitigatie van maximaal 14 uur per jaar en 20 minuten per dag, leidt tot circa 0,7% opbrengstverlies en bescherming (beperking hinder) biedt aan 17 van de 164 woningen. Verwacht aantal uur slagschaduw per jaar

Aantal woningen

≥ 30 uur per jaar1 20 – 30 uur per jaar 14 – 20 uur per jaar 10 – 14 uur per jaar 8 – 10 uur per jaar 6 – 8 uur per jaar 4 – 6 uur per jaar 2 – 4 uur per jaar 0 – 2 uur per jaar Totaal

6 5 6 7 14 12 39 45 30 164

Tabel 2.3: Slagschaduw nabij schaduwgevoelige objecten

Het advies concludeert dat wetenschappelijke onderzoeken1 aanbevelen om niet meer dan 15 uur slagschaduw per jaar en 20 minuten op een dag te veroorzaken. Uit de genoemde onderzoeken blijkt dat ernstige hinder voornamelijk optreedt wanneer deze grenzen worden overschreden. Daarmee is een norm van maximaal 14 uur per jaar en 20 minuten per dag acceptabel. Daarnaast wordt in het advies gesteld dat extra bescherming geboden kan worden door een lagere blootstellingsduur op te nemen voor het maximaal aantal uren slagschaduw per jaar. Binnen Nederland wordt bij besluitvorming over windturbineparken tegenwoordig veelal een waarde van 6 uur gehanteerd in plaats van 14 uur, als norm voor het maximaal aantal uren slagschaduw per jaar. Zonder toepassing van de stilstandvoorziening zijn er 50 woningen waar gemiddeld meer dan 6 uur slagschaduw wordt verwacht en die dus extra beschermd worden met norm die de jaarlijkse blootstellingsduur door slagschaduw maximaliseert tot 6 uur netto. Een dergelijke lagere jaarlijkse blootstellingsduur heeft tevens een positief effect op het aantal dagen waarop potentieel 20 minuten slagschaduw kan optreden. Bij een norm van 6 uur per jaar zijn dit 18 dagen, terwijl bij een norm van 14 uur per jaar er maximaal 42 dagen kunnen zijn waarop 20 minuten slagschaduw kan optreden.

Een norm voor slagschaduw van 6 uur per jaar en maximaal 20 minuten per dag leidt tot 0,2% opbrengstverlies ten opzichte van 1 Pohl, J, Faul, F, & Mausfeld, R; Belästigung durch periodischen Schattenwurf von Windenergieanlagen, 1999. Pohl, J, Faul, F, & Mausfeld, R; Belästigung durch periodischen Schattenwurf von Windenergieanlagen, Laborpilotstudie, 2000 Casenummer. 213113 GISVG nr. UV19016, olonr. 3909645 Windpark Goyerbrug Pagina 21 van 36

een norm van 14 uur per jaar. Voor dit relatief beperkte opbrengstverlies wordt extra bescherming geboden aan 50 woningen. Bij een norm van 0 uur slagschaduw per jaar geeft dit een opbrengstverlies van 0,31 GWh (ca. €21.700 en ca. 88 huishoudens). Dat is 0,6% meer verlies dan bij een norm van maximaal 14 uur per jaar. Met de norm van 0 uur per jaar worden 147 woningen extra beschermd tegen slagschaduw ten opzichte van de norm van 14 uur per jaar. Het belang van de omwonenden om niet met slagschaduw geconfronteerd te worden weegt zwaar voor de gemeente. In afwijking van het advies acht de gemeente een norm van 0 uur slagschaduw het best passend in deze situatie. Het geeft omwonenden de maximale bescherming tegen slagschaduw. Het extra opbrengstverlies dat daar tegenover staat, is beperkt. Radar, laagvlieggebied en vliegvelden Initiatiefnemer heeft door TNO een radarverstoringsonderzoek laten uitvoeren. Bijlage 17a bij de 'Ruimtelijke Onderbouwing' (Radarverstoringsonderzoek Windpark Goyerbrug – TNO) geeft de effecten van Windpark Goyerbrug weer op: het primaire verkeersleidingsradarnetwerk, aangevuld met de Terminal Approach radar TAR West bij Schiphol, de MPR gevechtsleidingsradar nabij Nieuw Milligen en de gevechtsleidingsradar nabij Herwijnen. De beoordeling heeft uitgewezen dat er voor het aspect radar geen belemmeringen zijn.

Het Ministerie van Defensie heeft een verklaring van geen bezwaar afgegeven op 17 mei 2018 (zie bijlage 17b bij de 'Ruimtelijke Onderbouwing' “Verklaring van geen bezwaar – Defensie”. Ook voor vliegvelden of laagvliegroutes- en gebieden, vormt Windpark Goyerbrug geen belemmering). Conclusie Het Ministerie van Defensie verzet zich niet tegen het windpark Goyerbrug voor wat betreft het aspect radarverstoring. Wij zien in radarverstoring dan ook geen belemmering voor de uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling. Kabels en leidingen In het kader van een goede ruimtelijke ordening is eveneens aandacht besteed aan de ligging en eigenschappen van binnen het plangebied voorkomende kabels en leidingen. Op grond van het Barro moet bij nieuwe ontwikkelingen rekening worden gehouden met functies die de komst van belangrijke hoofdtransportleidingen zouden kunnen belemmeren. In en om de directe omgeving van Windpark Goyerbrug liggen geen planologisch relevante kabels of leidingen, zoals hogedruk aardgasleidingen of rioolleidingen. Wel ligt ter plaatse van windturbine 1 een 10 kV leiding. Deze leiding wordt omgelegd. Hierover is overleg met de netbeheerder. Windpark Goyerbrug belemmert de komst van belangrijke hoofdtransportleidingen in de toekomst niet. Maximaal 6 weken voordat de bouwwerkzaamheden beginnen wordt er een KLIC-melding uitgevoerd.

Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Lichtschittering Gladde en glimmende oppervlakken (bijvoorbeeld glas, maar ook geschilderde oppervlakken) kunnen invallend zonlicht reflecteren. Wanneer dit licht bij de ontvanger aankomt kan dit een hinderlijk (verblindend) effect hebben of tot gevaarlijke situaties leiden, bijvoorbeeld voor wegverkeer. Dit effect kan echter eenvoudig worden voorkomen door de betreffende objecten en oppervlakken te voorzien van een anti-reflecterende coating of gebruik te maken van niet reflecterende materialen. Voor windturbines is dit standaardpraktijk en wordt dit geborgd door Casenummer. 213113 GISVG nr. UV19016, olonr. 3909645 Windpark Goyerbrug Pagina 22 van 36

reflectiewaarden te controleren via de certificering en de NENEN-ISO 2813 of een daaraan ten minste gelijkwaardige meetmethode. Molenaarswoningen In de aanvraag is opgenomen dat twee woningen, te weten Zuwedijk 6 (fruitteeltbedrijf) en Beusichemseweg 146 (veeteeltbedrijf), als bedrijfswoningen bij het windpark zijn aan te merken (de molenaarswoningen). Voor het kunnen aanmerken van een bedrijfswoning bij een inrichting dient sprake te zijn van voldoende functionele, organisatorische en technische bindingen. Tussen de initiatiefnemer en de eigenaren van de agrarische bedrijfswoningen zijn afspraken gemaakt over het beheer van de windturbines. Initiatiefnemer hecht er namelijk aan dat in de nabije omgeving toezichthouders aanwezig zijn voor onderhouds- en beveiligingsdoeleinden, maar ook om directe visuele inspectie te verrichten of het stilzetten van de turbine wanneer dit nodig is. De woningen Zuwedijk 6 en Beusichemseweg 146 bevinden zich op een afstand van respectievelijk 171 en 228 meter van de dichtstbijzijnde windturbine. De betreffende eigenaren krijgen de functie als molenaar van het nieuwe windturbinepark. Dat houdt het volgende in: 1. De molenaars zijn het aanspreekpunt voor de initiatiefnemer met betrekking tot de status van de windturbines.

De eigenaren verstrekken op verzoek van de initiatiefnemer informatie over de actuele stand van zaken betreffende de windturbines. 2. De eigenaren voeren het technische beheer over de windturbines uit. Bijvoorbeeld door het resetten van de besturingscomputer of door het handmatig herstarten van een windturbine na een storing. Ook kunnen de eigenaren (bij falen van de automatische stilstandsregeling) de turbine ten tijde van ijsafzetting stilzetten en eventueel weer opstarten nadat het ijs is verwijderd. 3. De eigenaren houden het toezicht op de goede werking van het windturbinepark. Dit betreft onder meer toezicht op de goede werking van één of meerdere windturbine(s) door middel van visuele en auditieve observatie ter plaatse en toegang tot het (online) windturbinebeheerssysteem. De eigenaren krijgen daarvoor ook toegang tot het windturbinepark. 4. De eigenaren van de agrarische bedrijfswoning verrichten het onderhoud (zoals het maaibeheer) van het terrein direct rondom de windturbines. 5. De eigenaren dragen mede ervoor zorg dat het onderhoud aan (en toegang tot) het windturbinepark ongehinderd kan plaatsvinden. 6. Voor deze werkzaamheden ontvangen de eigenaren een vergoeding. Daarnaast is van belang dat de eigenaren van de molenaarswoningeng mede-initiatiefnemer zijn van het windpark en in dit kader ook de aanvraag mede hebben ondertekend.

Voor de woning Beusichemseweg 146 geldt bovendien dat de bewoner grondeigenaar is van de gronden waarop 3 van de 4 windturbines zijn geprojecteerd. Onder deze omstandigheden zijn wij van mening dat sprake is van voldoende functionele en organisatorische bindingen om de agrarische bedrijfswoningen tevens als bedrijfswoning bij het windpark Goyerbrug aan te merken. In dit besluit is daarom voorzien in een publiekrechtelijke grondslag voor deze extra functie bij deze woningen. Dit betekent concreet dat deze woningen niet getoetst hoeven te worden aan de milieuregels, omdat de eigenaren een andere bescherming hebben tegen milieugevolgen die zij zelf (mede) veroorzaken. De molenaarswoningen bij het windpark zijn derhalve buiten beschouwing gelaten bij toetsing aan normen, maar zijn wel meegenomen in de berekeningen en tellingen van aantallen ernstig gehinderden binnenhuis, mede omdat ook in deze woningen sprake moet zijn van een goed woon en leefklimaat. Om een goed woon en leefklimaat te borgen zijn voor de molenaarswoningen afwijkende geluidsnormen op genomen in de voorschriften. Voor de molenaarswoning gelegen aan de Zuwedijk 6 wordt een norm gesteld van 53 dB Lden en

Casenummer. 213113 GISVG nr. UV19016, olonr. 3909645 Windpark Goyerbrug Pagina 23 van 36

46 dB Lnight. Voor de molenaarswoning gelegen aan de Beusichemseweg 146 wordt een norm gesteld van 51 dB Lden en 45 dB Lnight. Gelet op het feit dat het hier gaat om Molenaarswoningen behorende bij het windpark, is dit aanvaardbaar. Zowel vanuit ruimtelijk perspectief als vanuit het perspectief van leefklimaat. Straalpaden Een beoordeling van een eventueel effect van het windpark op straalverbindingen voor telecommunicatie ontbreekt in de aanvraag. Wij hebben evenwel geconstateerd dat ter plaatse van het beoogde windpark geen sprake is van beschermde straalpaden voor de telecommunicatie. Dit betekent dat dit aspect geen consequenties heeft voor het besluit op deze aanvraag. Uitvoerbaarheid Bij een omgevingsvergunning voor planologisch afwijken van het bestemmingsplan dient op grond van artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening (Wro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wro de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. De ontwikkeling van voorliggend project betreft een particulier initiatief op gronden die in particulier eigendom zijn.

Na realisatie blijven de gronden in particulier bezit. De kosten die verband houden met onderhavige ruimtelijke onderbouwing, alsmede met de uitvoering van de bouwplannen, zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De gemeentelijke kosten worden verhaald door het heffen van leges. Financieel De investeringen voor de aanleg van de windturbine(s) en kraanopstelplaatsen worden gedragen door de initiatiefnemer. De initiatiefnemer verdient de investeringen terug door de verkoop van de opgewekte elektriciteit. Voor de totstandkoming van dit windpark is een subsidie op grond van de Subsidieregeling Duurzame Energie (SDE+) aangevraagd, waarmee de zogeheten onrendabele top van de elektriciteitsproductie van dit windpark via een bedrag per aan het elektriciteitsnet geleverde kilowattuur wordt gecompenseerd. Met de SDE+ vult de rijksoverheid de elektriciteitsopbrengsten voor de initiatiefnemer aan tot het basisbedrag dat nodig is om de investering terug te kunnen verdienen binnen een redelijke termijn. De SDE+ is aangevraagd en inmiddels door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) verleend op 25 februari 2020. Daarmee is zeker gesteld dat het plan financieel uitvoerbaar is. Op 12 oktober 2021 heeft RVO per brief aangegeven dat er uitstel is verleend op opdrachtverstrekking van de (turbine)leverancier.

Deze brief is ook bijgevoegd als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing (bijlage 18 bij de 'Ruimtelijke Onderbouwing', 'Uitstel aanlevering opdrachtbevestiging – RVO'). Opbrengstberekening Om de gevolgen van de verschillende mitigerende maatregelen bij verschillende normen in beeld te brengen heeft Blue Bear Energy een opbrengstberekening uitgevoerd (zie bijlage 19 bij de 'Ruimtelijke Onderbouwing', 'Opbrengstberekening Windpark Goyerbrug Blue Bear Energy'). Er kan geconcludeerd worden dat met de voorgestelde normstelling van Lden 47 dB voor geluid en 0 uur slagschaduw per jaar de financiële uitvoerbaarheid van Windpark Goyerbrug niet in gevaar is. Planschade Artikel 6.1 van de Wro biedt de grondslag voor de vergoeding van zogenoemde ‘planschade’. Degene die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden kan vragen om een tegemoetkoming. Artikel 6.4 onder a van de Wro Casenummer. 213113 GISVG nr. UV19016, olonr. 3909645 Windpark Goyerbrug Pagina 24 van 36

bepaalt dat de gemeente de mogelijkheid heeft om een met een initiatiefnemer van een plan (degene die om het besluit om van het bestemmingsplan af te wijken verzoekt) een overeenkomst te sluiten. Ook in dit geval is een anterieure overeenkomst gesloten waarin is opgenomen dat eventuele planschade voor rekening van de initiatiefnemer is. Hiermee wordt het risico op planschade voor de gemeente afgedekt. Een aanvraag voor een tegemoetkoming in schade ten gevolge van de verleende omgevingsvergunning, kan bij het college van burgemeester en wethouders worden ingediend binnen de periode van 5 jaar na het onherroepelijk worden van deze omgevingsvergunning. Overig Ten tijde van het verlenen van de omgevingsvergunning dient aannemelijk te zijn dat de benodigde andere vergunningen en ontheffingen zullen worden verkregen. De ontheffing Wet Natuurbescherming (Wnb), de Watervergunning en de verklaring van geen bezwaar van het Ministerie van Defensie zijn ondertussen reeds verkregen en onherroepelijk. Conclusie Gezien het voorgaande wordt het plan uitvoerbaar geacht. Financiële participatie Omwonenden en de gemeenteraad van Houten zijn in een vroeg stadium bij de ontwikkeling van Windpark Goyerbrug betrokken. Windpark Goyerbrug bv maakt het voor omwonenden en inwoners van omliggende gemeenten mogelijk om na realisatie financieel deel te nemen in één van de vier windturbines.

Dit kan bijvoorbeeld door een coöperatie op te richten. Maar dit kan ook een andere juridische entiteit zijn. In ieder geval bevat een participatie variant de volgende elementen: 1. Omwonenden binnen een straal van 1.500 meter kunnen afhankelijk van de afstand tot de windturbines korting krijgen op de elektriciteit geproduceerd door de coöperatieve windturbine. Dit wordt georganiseerd via een participatie in die coöperatieve windturbine. De participatiekorting draagt een afstandselement of staffel in zich. Zodoende krijgen omwonenden die dichterbij wonen een groter voordeel ten opzichte van omwonenden die verder van het windpark vandaan wonen. De maximale omvang van de participatiekorting bedraagt 3.000 kWh/jaar per huishouden. 2. Daarnaast worden omwonenden en de inwoners van ten minste gemeenten Houten, Wijk bij Duurstede en Culemborg in gelegenheid gesteld om een participatie in de coöperatieve windturbine te kopen, tot een maximum van 3.000 kWh/jaar en voor zover deze elektriciteit al niet met korting ontvangen wordt (zie bovenstaand punt). De financiële participatie wordt de komende tijd verder uitgewerkt. Mogelijk wordt de straal van 1.500 meter aangaande de participatiekorting verder verruimd. De financiële participatie wordt de komende tijd verder uitgewerkt.

De participatie(korting) is onder andere afhankelijk van de beschikbare SDE-subsidie en kostenvoet van het project. De totale set aan mogelijkheden en voorwaarden volgt later. Windfonds Initiatiefnemer heeft toegezegd om 50.000, - euro in een windfonds te brengen dat door de gemeente Houten wordt opgezet. Samen met de bijdrage van de gemeente zelf, ontstaat daarmee een eenmalig fonds van € 150.000. Het windpark kan in drie gelijke termijnen (van 16.667 euro) aan het windfonds betalen, te weten aan het einde van operationeel jaar 3, 4 en 5. Vanwege de aangepaste opzet van de andere financiële participatiemogelijkheden, kan niet eerder betaald worden. De gemeente schiet deze € 50.000 bij de start van het windfonds voor, zodat direct het totale bedrag beschikbaar is (zie raadsbesluit 2019-062). Initiatiefnemer stelt wel een voorwaarde aan deze inbreng. De inbreng van Windpark Goyerbrug moet concreet ingezet worden om het draagvlak van Windpark Goyerbrug (in de Casenummer. 213113 GISVG nr. UV19016, olonr. 3909645 Windpark Goyerbrug Pagina 25 van 36

breedste zin van het woord) te vergroten. Het geld mag dus niet in de algemene middelen van gemeente Houten verdwijnen. Initiatiefnemer denkt graag mee over de inzet van het windfonds. De gemeente gaat het windfonds in overleg met de omgeving en initiatiefnemer vormgeven. Conclusie Gezien het voorgaande wordt het plan maatschappelijk uitvoerbaar geacht. Monitoring in operationele fase Minimaal 8 weken voor de definitieve opleverdatum van het windpark, dient de initiatiefnemer een definitief monitoringsplan in te dienen. In het plan moeten minimaal de volgende onderwerpen concreet zijn uitgewerkt: - bereikbaarheid van de exploitant in de operationele fase; - monitoring en beschikbare monitorgegevens voor gemeente en uitvoeringsdienst; - hoe wordt omgegaan met overschrijdingen van de norm/grenswaarden in de monitoringsgegevens; - inspectie van de turbines gedurende de operationele fase; - een klachtenprocedure en afhandelingsprocedure. De handhavingsafspraken tussen gemeente Houten en Regionale Uitvoeringsdienst zijn hierbij leidend. Eindconclusie bouwen en planologisch strijdig gebruik De realisatie van het windpark Goyerbrug draagt bij aan realisatie van de doelen voor duurzame energie zoals vervat in Rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Om die reden vinden wij de realisatie van het windpark Goyerbrug gewenst.

Wij constateren dat de voorgenomen ontwikkeling effecten heeft op de omgeving. Wij hebben deze effecten afgewogen en betrokken in onze beoordeling van deze ontwikkeling. Zoals hiervoor door ons uiteengezet zijn de effecten van het windpark Goyerbrug ruimtelijk aanvaardbaar. Alle belangen in ogenschouw nemende, zijn wij van oordeel dat de belangen die zijn gemoeid met de realisatie van het windpark Goyerbrug zwaarder wegen dan de effecten daarvan op de omgeving. Gelet hierop verlenen wij de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en de afwijking van het bestemmingsplan.

2.3 Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets (OBM) 2.3.1

Juridisch kader OBM

OBM De verplichting om een aanvraag voor een OBM in te dienen is opgenomen in artikel 2.2 a lid 1, van het Besluit omgevingsrecht (Bor), waarin wordt verwezen naar het Besluit m.e.r. onderdeel D onder 22.2. De gronden voor het verlenen of weigeren van een OBM zijn opgenomen in artikel 5.13b van het Bor. Besluit het bevoegd gezag dat geen m.e.r. nodig is, dan wordt de OBM verleend. Op grond van artikel 5.13a van de Bor mogen aan een OBM geen voorschriften worden verbonden. Artikel 7.20a Wet milieubeheer (Wm) stelt echter dat wanneer uit de m.e.r.-beoordeling bij de OBM blijkt dat er geen MER hoeft te worden gemaakt vanwege de door de aanvrager geplande (brongerichte) maatregelen om nadelige gevolgen voor het milieu te vermijden of te voorkomen, deze maatregelen als voorschriften in de OBM moeten worden opgenomen.

Casenummer. 213113 GISVG nr. UV19016, olonr. 3909645 Windpark Goyerbrug Pagina 26 van 36

Activiteitenbesluit milieubeheer Volgens een tussenuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 30 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1395, zijn de windturbinenormen voor geluid, slagschaduw en veiligheid van het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling momenteel buiten werking gesteld wegens strijd met artikel 3, tweede lid, onder a, van richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's (L 197/30) (de SMB-richtlijn). Verderop in deze vergunning wordt hier op ingegaan. 2.3.2 Projectbeschrijving Het project is voorzien in een lijnopstelling van vier windturbines. Aangezien de aanvrager nog geen keuze heeft gemaakt van het type windturbine is als uitgangspunt de volgende bandbreedte gekozen van de te plaatsen windturbines: - een ashoogte van minimaal 145 meter en maximaal 166 meter; - een rotordiameter van maximaal 150 meter; - het totale vermogen van het windpark bedraagt maximaal 22,8 MW. Gelet op het vermogen van het windpark (minimaal 14,4 MW en maximaal 22,8 MW) geldt – wegens het overschrijden van de drempelwaarden van kolom 2 van categorie D 22.2 van de D-lijst van het Besluit m.e.r. – een m.e.r. beoordelingsplicht.

Maatregelen Op grond van artikel 7.16 van de Wm is bij de aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling een beschrijving gevoegd van de kenmerken van de voorgenomen activiteit en van de geplande maatregelen om mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te vermijden of te voorkomen en te voldoen aan de gestelde normen. De aanmeldnotitie heeft kenmerk R068362ab.185MOJE.jwi, versie 11_001, d.d. 29 juni 2022 en is toegevoegd als bijlage 2 van de Ruimtelijke Onderbouwing. De genoemde mitigerende maatregelen zijn in de voorschriften van deze vergunning opgenomen. Het gaat om de volgende mitigerende maatregelen: Aspect

Mitigerende maatregelen

Bodem

Indien turbines worden toegepast met hydrauliek wordt de hub uitgerust met een lekbak en een lekdetectiesysteem (controlesysteem) wat direct melding maakt van eventuele lekkages en de turbine in fail safe stop zet. Toepassing van noisemodes (per windturbine) in combinatie met een geluidsnorm op woningen van 47 Lden en 41 Lnight. Toepassing van een stilstandvoorziening per windturbine in combinatie met een norm voor slagschaduw van 14 uren netto slagschaduw per jaar met een maximum van 20 minuten per dag op lichtdoorlatende delen van de gevels van gevoelige objecten. Windturbines worden voorzien van anti-reflecterende coating of niet reflecterende materialen. Reflectiewaarden worden gecontroleerd via de certificering en de NENEN-ISO 2813 of een daaraan ten minste gelijkwaardige meetmethode. Toepassing van een stilstandvoorziening per windturbine.

Geluid Slagschaduw

Lichtschittering

Natuur

Tabel 2.4: Mitigerende maatregelen aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling

Casenummer. 213113 GISVG nr. UV19016, olonr. 3909645 Windpark Goyerbrug Pagina 27 van 36

Normen opgenomen in de aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Algemeen In opdracht van de gemeente Houten heeft Pondera een gespecialiseerd advies gegeven over de normstelling en voorschriften voor Windpark Goyerbrug. Cumulatie van geluid is hierin meegenomen. Uitgangspunt voor dit advies is de aanmeldnotitie ingediend door de initiatiefnemer. Het advies van Pondera is toegevoegd als gewaarmerkt stuk bij dit besluit: Windpark Goyerbrug, advies lokale normen, kenmerk: 718153, d.d. 30-06-2022. De aanmeldnotitie van de initiatiefnemer is toegevoegd als gewaarmerkt stuk bij dit besluit: Ruimtelijke onderbouwing, R068362ab.185MOJE.jwi, versie 11_001, d.d. 29 juni 2022, bijlage 2. Geluid Het advies concludeert dat een geluidnorm van 47 dB Lden en 41 dB Lnight, zoals opgenomen in de aanmeldnotitie, recht doet aan de bescherming van de omgeving enerzijds en het belang van het opwekken van duurzame elektriciteit met windturbines anderzijds. Het hanteren van een geluidnorm van 47 dB Lden zorgt voor een reductie van gemiddeld 2,3 ernstig gehinderden tegen 6,1% extra opbrengstverlies (t.o.v. geen geluidnorm). Een geluidnorm van 46 dB Lden (t.o.v.

een geluidnorm van 47 dB Lden) zorgt voor een aanvullende reductie van het aantal gehinderden van 0,8 (totaal aantal ernstig gehinderden 2,2) tegen 5,8 % extra opbrengstverlies, ten opzichte van een geluidnorm van 47 dB Lden (totaal opbrengstverlies 11,9%). Een geluidnorm van 45 dB Lden (t.o.v. een geluidnorm van 47 dB Lden) zorgt voor een aanvullende reductie van het aantal gehinderden van 1,4 (totaal aantal ernstig gehinderden 1,6) tegen 11,4% extra opbrengstverlies ten opzichte van een geluidnorm van 47 dB Lden (totaal opbrengstverlies 17,5%). Deze opbrengstverliezen dienen daarnaast nog te worden aangevuld met de andere verliezen (stilstand voor slagschaduw, vleermuizen etc). De opbrengstverliezen van een strengere norm dan 47 dB Lden en 41 dB Lnight lijken daarmee niet in verhouding te staan met de milieuwinst (minder ernstig gehinderden). Hieruit kan worden geconstateerd dat het toepassen van een geluidsnorm van 47 dB Lden en 41 dB Lnight voor woningen derden, recht doet aan de bescherming van de omgeving enerzijds en het belang van het opwekken van duurzame elektriciteit met windturbines anderzijds. Daarmee borgen deze maatregelen voldoende dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu voorkomen worden.

Externe veiligheid Ten aanzien van het aspect externe veiligheid heeft Pondera, in opdracht van de gemeente Houten, een gespecialiseerd advies gegeven over de normstelling en voorschriften voor Windpark Goyerbrug. Dit advies is als gewaarmerkt stuk bij dit besluit gevoegd: Windpark Goyerbrug, advies lokale normen, kenmerk: 718153, d.d. 30-06-2022. Het advies concludeert dat de in de m.e.r.-aanmeldnotitie aangevraagde norm voor externe veiligheid van de windturbines aanvaardbaar is. Deze norm betreft: PR10-5 voor beperkt kwetsbare objecten en PR10-6 voor kwetsbare objecten. Deze norm wordt algemeen toegepast als grenswaarde voor activiteiten waarbij externe veiligheid een rol speelt. Het risico voor externe veiligheid ligt voor Windpark Goyerbrug aanzienlijk lager dan andere algemeen aanvaarde maatschappelijke risico’s die dezelfde norm gebruiken, zoals bijvoorbeeld tankstations en bedrijven die gevaarlijke stoffen opslaan. Hieruit kan worden geconstateerd dat het toepassen van een norm voor externe veiligheid van PR105 en PR10-6 voor de windturbines van windpark Goyerbrug een maatschappelijk geaccepteerd risico

Casenummer. 213113 GISVG nr. UV19016, olonr. 3909645 Windpark Goyerbrug Pagina 28 van 36

oplevert. Daarmee borgen deze maatregelen voldoende dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu voorkomen worden. Slagschaduw De initiatiefnemer heeft een norm voor slagschaduw aangevraagd waarbij jaarlijks maximaal 14 uur netto en dagelijks maximaal 20 minuten aan slagschaduw bij slagschaduwgevoelige objecten mag worden veroorzaakt, welke wordt gereguleerd door het toepassen van een stilstandvoorziening. Uit de opbrengstberekeningen blijkt dat, in combinatie met een geluidnorm van 47 dB Lden, de slagschaduwmitigatie van maximaal 14 uur per jaar en 20 minuten per dag, leidt tot circa 0,7% opbrengstverlies en bescherming (beperking hinder) biedt aan 17 van de 164 woningen. Verwacht aantal uur slagschaduw per jaar ≥ 30 uur per jaar1 20 – 30 uur per jaar 14 – 20 uur per jaar 10 – 14 uur per jaar 8 – 10 uur per jaar 6 – 8 uur per jaar 4 – 6 uur per jaar 2 – 4 uur per jaar 0 – 2 uur per jaar Totaal

Aantal woningen 6 5 6 7 14 12 39 45 30 164

Tabel 3.1: Slagschaduw nabij schaduwgevoelige objecten

Het advies concludeert dat wetenschappelijke onderzoeken2 aanbevelen om niet meer dan 15 uur slagschaduw per jaar en 20 minuten op een dag te veroorzaken. Uit de genoemde onderzoeken blijkt dat ernstige hinder voornamelijk optreedt wanneer deze grenzen worden overschreden. Daarmee borgt een norm van maximaal 14 uur netto slagschaduw per jaar en 20 minuten per dag voldoende dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu voorkomen worden. Conclusie OBM Gezien de beperkte potentiële effecten als gevolg van de realisatie van Windpark Goyerbrug in combinatie met de kenmerken en de gevoeligheid van de omgeving, is de impact van het windpark op het milieu verwaarloosbaar te noemen. Belangrijke nadelige effecten voor het milieu zijn hiermee uitgesloten.

2 Pohl, J, Faul, F, & Mausfeld, R; Belästigung durch periodischen Schattenwurf von Windenergieanlagen, 1999. Pohl, J, Faul, F, & Mausfeld, R; Belästigung durch periodischen Schattenwurf von Windenergieanlagen, Laborpilotstudie, 2000 Casenummer. 213113 GISVG nr. UV19016, olonr. 3909645 Windpark Goyerbrug Pagina 29 van 36

3. Voorschriften 3.1 Bouwen 3.1.1 Turbinekeuze 3.1.1.1 Tenminste 8 weken voor uitvoering van de werkzaamheden dient de definitieve turbinekeuze te zijn vastgesteld en ter goedkeuring aan de gemeente zijn voorgelegd. Deze dient vergezeld te zijn van het ontwerpcertificaat. Daarnaast moet er een nieuwe effectbeoordeling geluid, slagschaduw en externe veiligheid voor de betreffende turbinekeuze worden aangeleverd. De ashoogte mag niet kleiner zijn dan 145 meter en niet groter dan 166 meter zijn. De tiphoogte moet liggen tussen 211 meter en 241 meter. De rotordiameter mag niet groter zijn dan 150 meter waarbij het aantal bladen niet meer dan 3 mag zijn. Uit de stukken moet ook blijken dat de definitieve turbine voldoet aan het bouwbesluit 2012. Zonder deze goedkeuring mag niet worden gestart met de bouwwerkzaamheden. 3.1.2 Constructieve gegevens 3.1.2.1 De gedetailleerde berekeningen en tekeningen van de constructies moeten ten minste 3, maar bij voorkeur 6 weken voor de uitvoering van de werkzaamheden, alsnog ter goedkeuring bij de gemeente (team VTH) worden ingediend. 3.1.3 Veiligheidsplan 3.1.3.1 De gegevens en bescheiden over veiligheid en het voorkomen van hinder tijdens het bouwen dienen (ten minste drie, maar bij voorkeur zes weken) voor de uitvoering van de werkzaamheden, alsnog ter goedkeuring bij de gemeente (team VTH) te worden ingediend. Met de volgende onderdelen: a.

ten minste een tekening waaruit de bouw- of sloopplaatsinrichting blijkt met: 1. de toegang tot de bouw- of sloopplaats inclusief begrenzing, afscheiding en afsluiting van de bouw- of sloopplaats; 2. de ligging van het perceel waarop gebouwd of gesloopt wordt en de omliggende wegen en bouwwerken; 3. de situering van het bouwwerk; 4. de aan- en afvoerwegen; 5. de laad-, los- en hijszones; 6. de plaats van bouwketen; 7. de in of op de bodem van het perceel aanwezige leidingen; 8. de plaats van machines, werktuigen en ander hulpmaterieel en opslag van materialen; 9. de bereikbaarheid van bluswater- en andere veiligheidsvoorzieningen; b. gegevens en bescheiden over de toe te passen bouw- of sloopmethodiek en de toe te passen materialen, materieel, hulp- en beveiligingsmiddelen bij de bouw- of sloopwerkzaamheden;

Casenummer. 213113 GISVG nr. UV19016, olonr. 3909645 Windpark Goyerbrug Pagina 30 van 36

c. indien een bouwput moet worden gemaakt: 1. de hoofdopzet van de verticale bouwputafscheiding en de bouwputbodem; 2. de uitgangspunten voor een bemalingsplan; 3. de uitgangspunten voor een monitoringsplan ter voorkoming van schade aan naburige bouwwerken; d. een rapport van een akoestisch onderzoek, indien aannemelijk is dat de dagwaarde vanwege het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden meer bedraagt of de maximale blootstellingsduur in dagen langer duurt dan de waarden, bedoeld in artikel 8.3, tweede en derde lid van het Bouwbesluit 2012, of indien aannemelijk is dat niet wordt voldaan aan de beleidsregels als bedoeld in artikel 8.3, vierde lid van ditzelfde besluit; e. een rapport van een trillingenonderzoek, indien aannemelijk is dat het uitvoeren van de bouw- of sloopwerkzaamheden een grotere trillingssterkte veroorzaakt dan de trillingssterkte bedoeld in artikel 8.4, eerste lid. f. de naam en contactgegevens van diegene die het treffen van de maatregelen, bedoeld in artikel 8.2 van het Bouwbesluit 2012, coördineert. 3.1.4 Overige gegevens 3.1.4.1 De definitieve ontwerpen van de toegangswegen en opstelplaatsen dienen minimaal 8 weken voor uitvoering te worden ingediend. 3.1.4.2

Voor het kabeltracé zijn boringen nodig. Hiervoor moet tenminste 6 weken voor uitvoering van de werkzaamheden een boorplan worden ingediend conform de van toepassing zijnde NEN 3650.

3.1.4.3

Ter plaatse van het kabeltracé en de kraan opstelplaatsen zijn voor verschillende delen drie archeologische bestemmingen van toepassing, te weten ‘Waarde Archeologie 1’, ‘Waarde Archeologie 2’ en ‘Waarde Archeologie 3’. Ten minste 6 weken voor aanvang van de werkzaamheden dient door middel van archeologisch onderzoek te worden aangetoond dat geen sprake is van aantasting van de archeologische waarden, danwel dat de werkzaamheden wat betreft diepte van aanleg en/of de oppervlakte vallen onder de ontheffingsmogelijkheden.

3.1.4.4

De vergunninghouder dient aan het team VTH mededeling te doen van: - de aanvang van de werkzaamheden, waaronder ontgravingswerkzaamheden, tenminste twee werkdagen tevoren; - de aanvang van het inbrengen van funderingspalen, tenminste twee werkdagen tevoren; - de aanvang van grondverbeteringswerkzaamheden tenminste twee werkdagen tevoren; - de aanvang van het storten van beton tenminste één werkdag tevoren; - de voltooiing van grondleidingen en afvoerputten onmiddellijk na voltooiing; - de voltooiing van (onderdelen van) het bouwwerk onmiddellijk na voltooiing. Deze mededelingen aan team VTH kunnen gedaan worden via telefoonnummer (030) – 63 92 611 of via omgevingsloket@houten.nl.

3.1.4.5

De vergunninghouder dient er voor te zorgen dat de vergunning en de daarvan deel uitmakende stukken op de locatie waar de werkzaamheden worden uitgevoerd aanwezig zijn en op eerste verzoek van een toezichthouder van team VTH ter inzage worden gegeven.

Casenummer. 213113 GISVG nr. UV19016, olonr. 3909645 Windpark Goyerbrug Pagina 31 van 36

3.2

Gebruik (ruimtelijke ordening)

3.2.1 Geluid 3.2.1.1 Het geluidsniveau veroorzaakt door alle windturbines van Windpark Goyerbrug tezamen, mag niet meer bedragen dan 47 dB Lden en 41 dB Lnight op de gevel van geluidgevoelige objecten. 3.2.1.2

Het geluidsniveau veroorzaakt door alle windturbines van Windpark Goyerbrug tezamen, mag op de gevel van Zuwedijk 6 te Schalkwijk niet meer bedragen dan 53 dB Lden en 46 dB Lnight.

3.2.1.3

Het geluidsniveau veroorzaakt door alle windturbines van Windpark Goyerbrug tezamen, mag op de gevel van Beusichemseweg 146 te Schalkwijk niet meer bedragen dan 51 dB Lden en 45 dB Lnight.

3.2.1.4

Uiterlijk 8 weken voorafgaand aan de bouw van de windturbines, wordt een nieuw akoestisch onderzoek ingediend voor de gekozen typen windturbines. Dit onderzoek voldoet aan de eisen opgenomen in artikel 3.2.1.5 van deze vergunning. Het onderzoek toont aan hoe er aan de gestelde geluidsnormen kan worden voldaan.

3.2.1.5

Het rapport van een akoestisch onderzoek bevat de volgende gegevens: a. de naam van de opdrachtgever van het onderzoek; b. de naam van de instantie die het onderzoek heeft uitgevoerd; c. de datum van het onderzoek; d. de aanleiding en het doel van het onderzoek; e. de gegevens waarmee wordt aangetoond dat de betreffende situatie valt binnen het toepassingsbereik van de gebruikte methode; f. indien een andere methode dan die is opgenomen in paragraaf 2.6 van de Activiteitenregeling wordt gebruikt, wordt de noodzaak daarvan aangegeven en wordt de toegepaste methode beschreven en verantwoord; g. indien een rekenmethode wordt toegepast, alle ingevoerde gegevens en tevens de geraadpleegde windfrequentiegegevens; h. een of meer kaarten of tekeningen op een zodanige schaal dat een duidelijk beeld wordt gegeven van bestaande of voorgenomen windturbines en van gevoelige gebouwen of gevoelige terreinen waarop het akoestisch onderzoek betrekking heeft; i. de waarneempunten; j. de situering, akoestisch relevante dimensies en de aard van de doorgerekende geluidsbeperkende of afschermende maatregelen, zowel op oorspronkelijk kaartmateriaal als in de vorm van de geschematiseerde computerinvoer; k. de situering, akoestisch relevante dimensies en de aard van de overige geluidsreflecterende en -afschermende objecten of constructies; l.

de scheidingslijn of scheidingslijnen tussen akoestisch harde en zachte bodemvlakken, met een aanduiding van de aard van de bodem; m. in akoestisch gecompliceerde situaties, een grafische weergave van de bij de berekeningen gehanteerde geometrische invoergegevens; n. de bestaande en toekomstige geluidsbelastingen vanwege een windturbine of een combinatie van windturbines van de gevel van een gevoelig object of van de grens van een gevoelig terrein voor de situatie waarin geen maatregelen zijn genomen ter vermindering van de geluidsemissie of ter beperking van de geluidsoverdracht.

Casenummer. 213113 GISVG nr. UV19016, olonr. 3909645 Windpark Goyerbrug Pagina 32 van 36

3.2.1.6

Binnen 3 maanden nadat de inrichting (gedeeltelijk) in overeenstemming met de vergunning in werking is gebracht, moet de vergunninghouder, door middel van een akoestisch onderzoek (controlerapportage), aan het bevoegd gezag aantonen dat aan de geluidsvoorschriften van deze vergunning wordt voldaan. De resultaten van dit akoestisch onderzoek moeten binnen deze termijn schriftelijk aan het bevoegd gezag worden gerapporteerd.

3.2.1.7

Binnen 3 maanden na ingebruikname van de windturbines wordt via een meting de bronsterkte van één of meerdere van de windturbines bepaald. Doel van deze meting is om te beoordelen of het bronvermogen van de relevante operationele modi overeenkomt met de waarden die zijn gebruikt in het akoestisch onderzoek van het definitieve windturbinetype. Hierbij wordt de methode, bedoeld in paragraaf 2.6 van bijlage 4 bij de Activiteitenregeling milieubeheer toegepast. Het resultaat van de meting wordt ter beschikking gesteld aan het bevoegd gezag.

3.2.1.8

De drijver van de inrichting registreert de volgende gegevens en bewaart deze 5 kalenderjaren na dagtekening en stelt deze indien gevraagt beschikbaar: - de emissieterm LE, bedoeld in onderdeel 3.4.1 van het Reken- en meetvoorschrift windturbines (bijlage 4 van Activiteitenregeling milieubeheer), gebaseerd op de effectieve werking gedurende het afgelopen kalenderjaar, en - de voor de duur van een handhavingsmeting als bedoeld in paragraaf 2.6 van het Rekenen meetvoorschrift windturbines (bijlage 4 van Activiteitenregeling milieubeheer) benodigde gegevens ter bepaling van de windsnelheid op ashoogte.

3.2.1.9

De drijver van de inrichting werkt mee aan geluidsmetingen uitgevoerd door het bevoegd gezag en zet op verzoek tijdens een geluidsmeting één of meerdere windturbines stil.

3.2.2 Slagschaduw 3.2.2.1 Ten behoeve van het voorkomen of beperken van slagschaduw dienen de windturbines te worden voorzien van een automatische stilstandvoorziening die de windturbine afschakelt indien slagschaduw optreedt ter plaatse van gevoelige objecten, voor zover de afstand tussen de windturbine en de gevoelige objecten minder dan 1913 meter bedraagt en voor zover zich in de door de slagschaduw getroffen uitwendige scheidingsconstructie van de gevoelige objecten ramen bevinden en de blootstellingsduur hoger is dan 0 uur netto per jaar, exclusief benodigde afslagtijd. Afslagtijd van de turbines mag per keer niet meer dan 3 minuten bedragen. 3.2.2.2

Voorschrift 3.2.2.1 is van toepassing op de molenaarswoningen aan de Zuwedijk 6 te Schalkwijk en Beusichemseweg 146 te Schalkwijk met een aangepaste blootstellingsduur voor slagschaduw van maximaal 20 minuten per dag en maximaal 23 uur netto per jaar.

Casenummer. 213113 GISVG nr. UV19016, olonr. 3909645 Windpark Goyerbrug Pagina 33 van 36

3.2.2.3

De vergunninghouder overlegt voorafgaand aan de inwerkingstelling van de windturbines een stilstandkalender, waarin wordt aangegeven welke stilstandstijden worden geprogrammeerd om aan de normstelling te voldoen, of installeert een systeem dat actief slagschaduw monitort en de windturbine afschakelt bij optredende slagschaduw op een slagschaduwgevoelig object. Indien gekozen wordt voor de tweede optie wordt dit systeem ter goedkeuring aan het bevoegd gezag voorgelegd en moet de werking ervan jaarlijks gecontroleerd worden.

3.2.2.4

Aan het begin van ieder kalenderjaar wordt door vergunninghouder een overzicht overgelegd waarin de dagen en tijden waarop de windturbine het voorafgaande kalenderjaar is uitgeschakeld ter voorkoming van slagschaduw zijn opgenomen.

3.2.3 Externe veiligheid 3.2.3.1 Ten behoeve van het voorkomen van risico’s voor de omgeving en ongewone voorvallen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de risico’s voor de omgeving en de kans dat ongewone voorvallen zich voordoen en de gevolgen hiervan, voldoen de windturbines van Windpark Goyerbrug aan de veiligheidseisen opgenomen in NEN-EN-IEC 61400-1, NEN-EN-IEC 61400-2 en NENEN-IEC 61400-3. 3.2.4 Overige voorschriften 3.2.4.1 De windturbines worden ten minste eenmaal per kalenderjaar beoordeeld op de noodzakelijke beveiligingen, onderhoud en reparaties door een deskundige op het gebied van windturbines 3.2.4.2

De drijver van de inrichting bewaart de SCADA-data minimaal 2 kalenderjaren na dagtekening en stelt deze op verzoek beschikbaar aan het bevoegd gezag.

3.2.4.3

Minimaal 8 weken voor de definitieve opleverdatum van het windpark, dient de initiatiefnemer een definitief monitoringsplan in te dienen. In het plan moeten minimaal de volgende onderwerpen concreet zijn uitgewerkt: - bereikbaarheid van de exploitant in de operationele fase; - monitoring en beschikbare monitorgegevens voor gemeente en uitvoeringsdienst; - hoe wordt omgegaan met overschrijdingen van de norm/grenswaarden in de monitorings-gegevens; - inspectie van de turbines gedurende de operationele fase; - een klachtenprocedure en afhandelingsprocedure.

3.2.4.4

Bij definitieve beëindiging van de bedrijfsmatige activiteiten van windpark Goyerbrug, dient de initiatiefnemer binnen zes maanden het park op te ruimen. Dit betekent minimaal het verwijderen van de vier windturbines, het inkoopstation, wegen en kraanopstelplaatsen, inclusief bijbehorende fundatie tot op 2 meter onder maaiveld.

Casenummer. 213113 GISVG nr. UV19016, olonr. 3909645 Windpark Goyerbrug Pagina 34 van 36

3.3 Milieu (OBM) 3.3.1 Geluid 3.3.1.1 Het geluidsniveau veroorzaakt door alle windturbines van Windpark Goyerbrug tezamen, mag niet meer bedragen dan 47 dB Lden en 41 dB Lnight op de gevel van geluidgevoelige objecten. 3.3.2 Slagschaduw en lichtschittering 3.3.2.1 Ten behoeve van het voorkomen of beperken van slagschaduw dienen de windturbines te worden voorzien van een automatische stilstandvoorziening die de windturbine afschakelt indien slagschaduw optreedt ter plaatse van gevoelige objecten, voor zover de afstand tussen de windturbine en de gevoelige objecten minder dan 1913 meter bedraagt en voor zover zich in de door de slagschaduw getroffen uitwendige scheidingsconstructie van de gevoelige objecten ramen bevinden en de blootstellingsduur hoger is dan 20 minuten per dag en meer dan 14 uur netto per jaar. 3.3.2.2

Ten behoeve van het voorkomen of beperken van lichtschittering wordt zoveel mogelijk voorkomen of beperkt door toepassing van niet reflecterende materialen of coatinglagen op de betreffende onderdelen. Het meten van reflectiewaarden vindt plaats overeenkomstig NEN-EN-ISO 2813 of een daaraan ten minste gelijkwaardige meetmethode.

3.3.3 Externe veiligheid 3.3.3.1 Ter bescherming van de omgeving geldt dat het plaatsgebonden risico voor een buiten de inrichting gelegen kwetsbaar object, veroorzaakt door één of meer windturbines van windpark Goyerbrug, niet hoger dan 1*10-6 per jaar is en het plaatsgebonden risico voor een buiten de inrichting gelegen beperkt kwetsbaar object, veroorzaakt door één of meer windturbines van windpark Goyerbrug, niet hoger dan 1*10-5 per jaar is. Voor de definitie van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten wordt aangesloten bij de definitie uit artikel 1 lid 1b en artikel 1 lid 1l uit het Besluit externe veiligheid (Bevi).

Casenummer. 213113 GISVG nr. UV19016, olonr. 3909645 Windpark Goyerbrug Pagina 35 van 36

4. Aandachtspunten Archeologie Indien bij graafwerkzaamheden zaken worden aangetroffen, waarvan de vinder weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat het gaat om archeologische vondsten of sporen, dan is hij of zij volgens artikel 5.10 van de Erfgoedwet verplicht dit direct te melden. Deze melding dient te gebeuren bij het meldpunt archeologie van de provincie Utrecht: 030-220 55 34 of meldpunt.archeologie@landschaperfgoedutrecht.nl. Openbare weg of gemeentegrond Voor het plaatsen van bouwmaterialen, containers en dergelijke op de openbare weg of op andere gemeentegrond is afhankelijk van de grootte en de locatie daarvan toestemming van ons team VTH nodig (zie www.houten.nl/objectenopenbareweg). Vragen hierover kunt u hen via (030) 639 26 11 of via omgevingsloket@houten.nl stellen. Bouwmaterialen, containers en dergelijke die u zonder hun toestemming op de openbare weg of op andere gemeentegrond hebt geplaatst terwijl hun toestemming daarvoor wel nodig is, kunnen wij daarvan (laten) verwijderen. De kosten van dat verwijderen en de kosten van het herstellen van eventueel aangerichte schade (ook aan het openbaar groen) verhalen wij op u. Voor het niet in onze opdracht uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte (het opbreken van verharding en/of het graven in een groenvoorziening) is vooraf toestemming van ons team Voorbereiding en Ontwikkeling Beheer (VOB) nodig.

Deze toestemming geven zij in een graafvergunning. Als u voor de werkzaamheden in deze vergunning ook een graafvergunning nodig hebt, moet u ten minste tien dagen voor het begin van die werkzaamheden via (030) 639 26 11 of via bor@houten.nl contact met hen opnemen. Uitweg/ Uitrit Als u een (tijdelijke) uitweg (ook wel ‘uitrit’ of ‘inrit’ genoemd) vanaf uw perceel naar de openbare weg wilt aanleggen, moet u via (030) 639 26 11 of via bor@houten.nl contact met ons team VOB opnemen. Correspondentie Op alle correspondentie over deze vergunning moet nummer 213113 of UV19016 staan. Naleven vergunning U bent als vergunninghouder verantwoordelijk voor het juist naleven van deze vergunning. Intrekking van de vergunning Wij kunnen deze omgevingsvergunning voor geheel of gedeeltelijk intrekken als; • blijkt dat de vergunning is verstrekt op grond van onjuiste gegevens bij de aanvraag; • de aan de vergunning verbonden voorschriften niet zijn of worden nagekomen; • van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen 26 weken na bekendmaking (activiteit bouwen); • van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen 3 jaar na bekendmaking (activiteit planologisch strijdig gebruik en omgevingsvergunning beperkte milieutoets); • de werkzaamheden met meer dan 26 weken zijn stilgelegd; • de vergunninghouder dit verzoekt.

Casenummer. 213113 GISVG nr. UV19016, olonr. 3909645 Windpark Goyerbrug Pagina 36 van 36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=c06745b3-d82e-447a-894f-b59f25b6effd