CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Transitievisie Warmte DEF (002).pdf

Gemeenteraad 9 maart 2021, gemeente HoutenBij agendapunt: Transitievisie Warmte18.715 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Op weg naar aardgasvrij wonen en werken in Houten

Transitievisie Warmte Gemeente Houten

Colofon De visie is opgesteld door Over Morgen, in opdracht van de Gemeente Houten. De foto’s in deze publicatie zijn afkomstig uit de beeldbanken van: de gemeente Houten, klimaatstichting HIER, Adobe Stock en Pexels.

Publiekssamenvatting De Transitievisie Warmte voor gemeente Houten Gemeente Houten wordt aardgasvrij. In 2040 wil de gemeente Houten energieneutraal zijn. Woningen worden dan niet meer met aardgas verwarmd. Dit past in het landelijk beleid (o.a. Klimaatakkoord) om de uitstoot van CO2 terug te dringen en klimaatverandering tegen te gaan. Daarnaast stoppen we in Groningen met aardgasproductie om aardbevingen tegen te gaan. Dit betekent dat we voor aardgas meer afhankelijk van het buitenland worden. We gaan dus onze huizen op een duurzame en aardgasvrije manier verwarmen. Deze overstap naar een aardgasvrije manier van verwarmen noemen we de warmtetransitie. Elke gemeente in Nederland maakt hiervoor uiterlijk in 2021 een plan: de Transitievisie Warmte.

2005-2020 3.000

< 1950 600 1950 - 1975 1.100

1990 - 2005 6.800

Bouwjaar Aantal woningen

1975 - 1990 8.300

Figuur 1: aantal woningen per bouwperiode in Houten.

De opgave: een aardgasvrije gebouwde omgeving De Transitievisie Warmte gaat over de gebouwde omgeving. Dat zijn alle woningen, winkels, kantoren, scholen en andere gebouwen. Van de circa 20.400 woningen en andere gebouwen in Houten wordt het overgrote deel verwarmd met aardgas of met een warmtenet op aardgas. We gebruiken aardgas vooral voor de verwarming van onze huizen en gebouwen. Ook voor warm tapwater en koken wordt aardgas gebruikt. In 2040 gebruiken alle woningen en gebouwen in Houten een duurzaam alternatief voor aardgas.

Een haalbare en betaalbare overstap naar een aardgasvrij Houten We hebben uitgangspunten opgesteld die voorop staan in de warmtetransitie in Houten: · De Transitievisie Warmte is richtinggevend · Ruimte voor keuzevrijheid bij de overstap naar aardgasvrij · Aandacht voor gezamenlijke belangen van verschillende doelgroepen · Kosten van oplossingen worden inzichtelijk gemaakt: oog voor betaalbaarheid · Planningen sluiten op elkaar aan: sturen op natuurlijke momenten

1

De warmtetransitie verloopt in stappen en begint met isoleren Stap 1: Maatregelen in het gebouw

Huidige situatie

Stap 2: Duurzame warmteoplossing

Klaar voor de overstap

Aardgasvrij wonen en werken

Inzet op duurzame bronnen De verduurzaming van energiebronnen zorgt ervoor dat er geen aardgas of andere fossiele energie meer nodig is om onze huizen en gebouwen te verwarmen. Dat betekent dat de elektriciteit duurzaam wordt opgewekt, dat we duurzame warmte gebruiken voor warmtenetten en dat al het gas dat we in 2040 nog gebruiken duurzaam is.

Welke oplossingen en tussenstappen passen bij welke wijk? Houten-Noord en buitengebied

Figuur 2: stappen naar een duurzame en aardgasvrije warmtevoorziening

Maatregelen in de woning of het gebouw: isoleren, ventileren en elektrisch koken Wat je niet gebruikt, hoef je ook niet op te wekken. Daarom is de eerste stap isoleren. Bovendien is isoleren vaak nodig om een woning of gebouw comfortabel zonder aardgas te kunnen verwarmen. Bij isoleren is ook goede ventilatie belangrijk. Tot slot is ook elektrisch koken een belangrijke maatregel voordat een woning aardgasvrij kan worden.

Alternatieve warmteoplossing Als de isolatie op orde is, kunnen we aan de slag met de alternatieve warmteoplossing. Er zijn verschillende aardgasvrije warmteoplossingen mogelijk. Er zijn drie soorten oplossingen: warmtenetten, all-electric oplossingen en gasnetten in combinatie met duurzaam gas. Ook is een hybride oplossing mogelijk, waarbij een woning met een warmtepomp voor de lente en herfst en een cv-ketel voor de winter wordt verwarmd. In Houten verwachten we een mix van oplossingen.

Voor de meeste woningen in Houten-Noord en het buitengebied is een overstap naar aardgasvrij wonen nu nog niet betaalbaar. Hier werken we vooral aan isolatie als logische eerste stap. Dit geldt in het bijzonder voor het Oude Dorp, de wijk De Oorden en de vooroorlogse woningen in de kern en het buitengebied van de gemeente Houten. In het Oude Dorp en De Oorden willen we met buurtisolatieplannen aan de slag. Voor vooroorlogse woningen gaan we aan de slag met een maatwerk aanpak. Tot slot onderzoeken we welk aardgasvrij alternatief voor Houten-Noord en het buitengebied het beste is. Onze ambitie is om dit uiterlijk in 2025 duidelijk te hebben.

Houten-Zuid De oplossing voor Houten-Zuid is all-electric of een duurzaam warmtenet. Het huidige warmtenet wordt verduurzaamd. Voor de buurten zonder warmtenet: samen met inwoners van HoutenZuid maken we de komende jaren de keuze of all-electric of een warmtenet het beste is. Afhankelijk van de individuele situatie en de uiteindelijke keuze voor een wijk, kan een hybride warmtepomp in deze wijken een interessante tussenoplossing zijn.

In Houten gaan we naar een mix van collectieve en individuele oplossingen om het aardgas te vervangen.

Het volledig elektrisch verwarmen van woningen, bijvoorbeeld met een warmtepomp. Dit wordt nu al in Houten toegepast.

Bij een warmtenet stroomt er warm water door buizen in de grond naar de woningen. In de kern van Houten kunnen we in de toekomst mogelijk gebruikmaken van warmtenetten. We kijken naar de kansen op grote en kleine schaal.

Hernieuwbaar gas of een hybride warmtepomp vraagt de minste aanpassingen in woningen, maar is in de vorm van groen gas of waterstof gas beperkt beschikbaar.

We houden in de gaten welke nieuwe technieken in de toekomst beschikbaar komen. Tegelijkertijd starten we met oplossingen die er nu al zijn.

ALL-ELECTRIC

LOKALE WARMTENETTEN

HERNIEUWBAAR GAS / HYBRIDE WARMTEPOMP

TOEKOMSTIGE OPLOSSINGEN

< 70° C

Figuur 3: alternatieven voor aardgas

2

GAS

Bedrijventerreinen Op bedrijventerreinen en voorzieningengebieden zien we een duidelijke oplossingsrichting, namelijk all-electric. Dit kan zowel individueel als collectief met een bronnet met warmte koude opslag (WKO) of een andere laagtemperatuur bron.

Nieuwbouw Nieuwbouw wordt aardgasvrij gebouwd. In de mogelijke transformatiegebieden (Concept-Ruimtelijke Koers: Centrum, Molenzoom, De Koppeling en Noordwest) liggen door de hogere dichtheid van woningen kansen voor een warmtenet en/of bodemenergie. Als integraal onderdeel van de ontwikkeling in een gebied voert de gemeente daar regie op.

De overstap naar aardgasvrij doen we samen We hebben deze Transitievisie Warmte gemaakt op basis van wat inwoners en relevante organisaties belangrijk vinden. Deze organisaties zijn de woningcorporatie Viveste, de netbeheerder Stedin, de energie-initiatieven (o.a. EnergieRijk Houten, De Hoeven Energie, Coöperatie Duurzaam Eiland), warmtebedrijf Eneco en !mpact Houten. Deze samenwerking willen we voortzetten, op de volgende manier: · Bij het opstellen van de wijkplannen worden inwoners en bovenstaande organisaties betrokken en gaan we op zoek naar betaalbare oplossingen passend bij de specifieke woningen in de wijk. Dit doen we voor het Oude Dorp en de wijk De Oorden (isolatie) en voor Houten-Zuid (verkenning aardgasvrij alternatief voor wijken waar geen warmtenet is). · We werken samen met de energie-initiatieven om inwoners te informeren en te activeren om met isolatie aan de slag te gaan. De organisaties van de Energietafel zijn de kennispartners en kunnen isolatie voor bewoners bereikbaar maken met collectieve inkoopacties. Voor huurders doen we dit samen met woningcorporatie Viveste.

Gericht stimuleren van inwoners die zelf aan de slag willen Warmtepompen (all-electric en hybride) zijn een geschikte optie voor woningen gebouwd vanaf 1990 of voor goed geïsoleerde oudere woningen. We informeren inwoners over de mogelijkheden. We zorgen dat inwoners die de overstap naar een (hybride) warmtepomp willen maken advies en hulp bij de uitvoering krijgen. Dit willen we ook doen voor kleinschalige collectieve oplossingen, bijvoorbeeld bij appartementencomplexen.

Verder werken aan een aardgasvrij Houten Deze Transitievisie Warmte is een eerste versie. Hiermee gaan we aan de slag om zoveel mogelijk woningen voldoende te isoleren. Daarbij benutten we ook instrumenten die op landelijk niveau ontwikkeld worden, zoals subsidies en financieringen. En we gaan wijkgerichte verdiepingsslagen maken, zodat we samen een keuze kunnen maken welk alternatief voor aardgasvrij het beste is. Dit zal terugkomen bij de actualisatie van de Transitievisie omstreeks 2025. Dan maken we opnieuw de balans op van de ontwikkelingen in Houten en op nationaal niveau.

Zelf aan de slag Wilt u zelf aan de slag met de voorbereidingen op een aardgasvrije woning? Isoleren en elektrisch koken zijn altijd goede stappen om te zetten. Maak daarbij gebruik van logische momenten. Kies bijvoorbeeld voor inductie koken bij het vervangen van uw keuken, en ga voor HR++/+++ glas bij het schilderen of vervangen van kozijnen. Kijk bij het Energieloket welke maatregelen voor uw woning of gebouw geschikt zijn. Kijk ook naar wat er nog meer in Houten gebeurt. Dit vindt u op www.duurzaamhouten.nl en www.houten.nl/aardgasvrij.

· Voor het buitengebied gaan we in samenwerking met de andere Kromme Rijn gemeenten onderzoeken op welke wijze we het beste kunnen helpen bij maatwerk voor vooroorlogse woningen in de kern en het buitengebied van Houten kan.

Om je woning voor te bereiden kun je alvast maatregelen nemen. Onderstaande maatregelen besparen energie en verhogen het comfort. Vaak zijn hiervoor subsidies beschikbaar. Het duurzaamheidsloket kan je helpen met een gratis, onafhankelijk, persoonlijk en vrijblijvend energieadvies. Kijk voor meer informatie op www.jouwhuisslimmer.nl/houten Woon je in een huurwoning, neem dan contact op met je verhuurder. Vervang enkel glas door HR++/+++ dubbelglas

Laat de spouwmuren isoleren

Isoleer de vloer van de begane grond

Isoleer het dak

Zorg voor voldoende ventilatiemogelijkheid

Stap over op elektrisch koken

Figuur 4: jouw woning voorbereiden op de overstap naar aardgasvrij

3

Inhoud Publiekssamenvatting...................................................................................................................................................................................................... 1 Hoofdstuk 1: Inleiding...................................................................................................................................................................................................... 5 1.1

Landelijke ambities................................................................................................................................................................................................ 5

1. 2 Ambities gemeente Houten.................................................................................................................................................................................. 6 1. 3 Hoe hebben we de TVW opgesteld?................................................................................................................................................................... 6 1. 4 Leeswijzer................................................................................................................................................................................................................. 7 Hoofdstuk 2: Algemene principes.................................................................................................................................................................................. 8 2.1

De Transitievisie Warmte is richtinggevend...................................................................................................................................................... 8

2.2

Ruimte voor keuzevrijheid bij de overstap naar aardgasvrij.......................................................................................................................... 8

2.3

Aandacht voor gezamenlijke belangen van verschillende doelgroepen.................................................................................................... 8

2.4

Kosten van oplossingen worden inzichtelijk gemaakt: oog voor betaalbaarheid.................................................................................... 9

2.5

Planningen sluiten op elkaar aan........................................................................................................................................................................ 9

Hoofdstuk 3: De warmtetransitie in Houten..............................................................................................................................................................10 3.1

De huidige situatie in Houten.............................................................................................................................................................................10

3.2

Naar aardgasvrij wonen en werken...................................................................................................................................................................11

3.3

Duurzame warmtebronnen voor Houten........................................................................................................................................................12

Hoofdstuk 4: transitie naar een aardgasvrij Houten.................................................................................................................................................14 4.1

Besliscriteria om startgebieden te bepalen.....................................................................................................................................................14

4.2

Maatschappelijke kosten voor een aardgasvrij Houten................................................................................................................................15

4.3

Aan de slag met de warmtetransitie voor Houten.........................................................................................................................................18

Hoofdstuk 5. Hoe gaan we verder?..............................................................................................................................................................................20 5.1

Nieuwe manieren van samenwerken...............................................................................................................................................................20

5.2

Wijkgerichte aanpak: informeren, betrekken en samenwerken.................................................................................................................21

5.3

Stappen zetten in de kansrijke gebieden.........................................................................................................................................................22

Hoofdstuk 6: Tot slot.......................................................................................................................................................................................................25 Bijlage 1 Enquête.............................................................................................................................................................................................................26 Bijlage 2 Isolatie...............................................................................................................................................................................................................27 Bijlage 3 Aardgasvrije warmteoplossingen................................................................................................................................................................29 Bijlage 4 Koudevraag in de gebouwde omgeving....................................................................................................................................................33 Bijlage 5 Achtergrond laagste maatschappelijke kosten........................................................................................................................................35 Bijlage 6 Financiële instrumenten in de

warmtetransitie.......................................................................................................................................37 Kaarten..............................................................................................................................................................................................................................38 Begrippenlijst...................................................................................................................................................................................................................40

4

Hoofdstuk 1: Inleiding Om klimaatverandering tegen te gaan en de aardbevingen door bodemdaling in Groningen te stoppen nemen we op den duur afscheid van aardgas. We gaan op zoek naar duurzame oplossingen voor koken en het verwarmen van onze woningen en andere gebouwen. Houten heeft als doel om in 2040 energieneutraal te zijn. Landelijk is het doel uit het Klimaatakkoord om in 2050 aardgasvrij te zijn. De warmtetransitie draagt daarnaast bij aan een gezond en comfortabel binnenklimaat, meer samenwerking in de wijken en meer werkgelegenheid. 2040 en 2050 lijken nog ver weg, maar die tijd hebben we echt nodig om samen onze woningen, bedrijfspanden en andere gebouwen klaar te maken voor een aardgasvrije toekomst. Om dit goed te kunnen plannen, is in het Klimaatakkoord vastgelegd dat elke gemeente uiterlijk in 2021 een Transitievisie Warmte opstelt. De Transitievisie Warmte geeft voor de gemeente als geheel en per wijk een richtinggevend beeld voor de toekomstige aardgasvrije infrastructuur. Hierbij wordt rekening gehouden met landelijke en regionale thema’s zoals de beschikbaarheid van bijvoorbeeld groen gas en de capaciteit van het elektriciteitsnet. Ook benoemt de Transitievisie Warmte de tussenstappen zoals isolatie, de koppelkansen met nieuwbouw en koeling, en de gebieden of wijken waar gestart kan worden met de transitie naar aardgasvrij wonen en werken.

Met een wijk bedoelen we in deze visie een logisch plangebied voor de aardgasvrije warmteoplossing, ongeacht of het een (deel van een) woonwijk, bedrijventerrein of buitengebied is. Oplossingsrichtingen zijn vaak wijkgericht, maar kunnen ook breder toepasbaar zijn, zoals isolatie.

Om te bepalen welke aardgasvrije oplossingen het beste passen bij de verschillende wijken en het buitengebied van de gemeente Houten hebben we met input van inwoners en stakeholders een notitie van uitgangspunten opgesteld. We gebruiken de uitgangspunten in deze notitie als leidraad voor het maken van keuzes in de Transitievisie Warmte, zodat we de juiste stappen kunnen zetten richting aardgasvrij wonen in Houten. Dit visiedocument is geen eindpunt. We zullen de Transitievisie Warmte minimaal eens in de vijf jaar vernieuwen op basis van nieuwe ontwikkelingen. Op deze manier kunnen we de planning steeds verder uitwerken, waarbij we de leerervaringen in de eerste wijken meenemen. We doorlopen dit traject parallel met de andere Kromme Rijn-gemeenten (Utrechtse Heuvelrug, Bunnik en Wijk bij Duurstede). In het proces hebben we van elkaar geleerd, kansen buiten de gemeentegrenzen verkend en ervaringen gedeeld. 1.1 Landelijke ambities

In lijn met de klimaatdoelen uit het Klimaatakkoord Parijs (20202050) hebben we in de vorm van het landelijke Klimaatakkoord ook afspraken gemaakt over de reductie van CO2-uitstoot. Om die afspraken na te komen, is een forse inspanning op energiebesparing en het gebruik van alternatieve energiebronnen nodig. De verwarming met aardgas zorgt voor meer dan twee derde van de CO2-uitstoot van gebouwen in Nederland. Bovendien betekent het gebruik van aardgas een onwenselijke afhankelijkheid van aardgas uit Groningen of uit het buitenland. Landelijk

5

is daarom de opgave geformuleerd dat 1,5 miljoen woningen (ongeveer 20%) in 2030 verduurzaamd moeten zijn, om tot een volledig aardgasvrije gebouwde omgeving te komen in 2050. De Transitievisie Warmte (TVW) omschrijft maar een deel van de opgave in de energietransitie. Hieronder wordt de TVW toegelicht in relatie tot de andere plannen uit het Klimaatakkoord die een rol spelen op zowel gemeentelijk als regionaal niveau. Gemeenten hebben een belangrijke rol in de uitvoering van het nationale Klimaatakkoord. De plannen uit dit Klimaatakkoord vinden plaats op drie niveaus: 1. Regionaal wordt er in de regio U16 gewerkt aan de Regionale Energie Strategie (RES). De RES brengt de mogelijke duurzame energiebronnen (zoals zon, wind maar ook warmtebronnen zoals aardwarmte, warmte uit oppervlaktewater, rioolwaterzuiveringsinstallaties en restwarmte) in de regio in kaart. De RES is bovendien het kader voor realisatie en verdeling van deze duurzame bronnen. 1 2. Deze Transitievisie Warmte (TVW) beschrijft hoe we als gemeente onze warmtevraag op een aardgasvrije en duurzame manier kunnen gaan invullen, waarbij we de voorlopige resultaten uit de RES meenemen. 3. Voor wijken die we in deze TVW als startwijken selecteren, zullen we vervolgens op wijkniveau een concreet Wijkuitvoeringsplan opstellen. Daarbij worden de bewoners en andere gebouweigenaren betrokken.

1.2 Ambities gemeente Houten

Houten wil een gemeente zijn waar mensen met plezier wonen, werken en recreëren. Niet alleen nu, ook volgend jaar en alle jaren daarna. Als tussenstap wil Houten in 2025 20% van de Houtense energievraag lokaal duurzaam opwekken. De gemeente heeft al een Energieplan waarmee Houten haar inwoners faciliteert om zelf aan de slag te gaan met de energieen warmtetransitie. Daarin hebben de lokale energie-initiatieven een centrale rol: zij helpen bewoners met kennis, projecten en ervaringen. Op www.duurzaamhouten.nl is meer informatie te vinden over deze initiatieven en hun activiteiten. Daarnaast is er een regionaal informatiepunt, Jouw Huis Slimmer, met een eigen website waar tips en hulpmiddelen beschikbaar zijn voor woningeigenaren. Onder andere is hier informatie te vinden over duurzaam (ver)bouwen en financieringsmogelijkheden. kaderstellend

RES bron

De overstap naar een aardgasvrije manier van verwarmen vraagt om investeringen. De rijksoverheid werkt aan verschillende instrumenten om een betaalbare overstap mogelijk te maken. Bijvoorbeeld door de gemiddelde kosten voor energie via de energiebelasting te verlagen, door subsidies te geven en nieuwe financieringsmogelijkheden te ontwikkelen. Nog niet alles is op orde, dat kost tijd. Als gemeente houden we de landelijke ontwikkelingen nauwgezet in de gaten, want we vinden het belangrijk dat de overstap naar aardgasvrij haalbaar en betaalbaar is.

faciliterend Figuur 5: structuur gemeentebeleid voor energietransitie in Houten. X-as: energiesysteem van bron tot gebruik, Y-as: rol van de gemeente. 1.3 Hoe hebben we de TVW opgesteld?

De rol van de gemeente is om regie te voeren over de warmtetransitie. De gemeente Houten werkt samen met bewoners en partners aan de warmtetransitie. Zo kunnen we planningen op elkaar afstemmen, schaalgrootte behalen, leren van elkaar en de transitie versnellen. Uiteindelijk heeft de warmtetransitie impact op alle gebouweigenaren en bewoners. Daarom zijn ook zij betrokken bij de Transitievisie Warmte en worden ze nog intensiever betrokken in de plannen voor hun wijk. De Transitievisie Warmte is tot stand gekomen door het bestuurlijke, inhoudelijke en participatieve traject aan elkaar te koppelen (zie Figuur 6).

Nieuwbouw is altijd aardgasvrij. Sinds 1 juli 2018 is de aansluitplicht van aardgas voor netbeheerders voor de nieuwbouw afgeschaft en moeten nieuwbouwwoningen aardgasvrij worden gebouwd. Tot slot wordt er gewerkt aan wetgeving die duurzame energie moet bevorderen, zoals de Omgevingswet en de Wet Collectieve Warmtevoorziening (verwacht in 2022). Die laatste heeft invloed op de manier waarop we in Nederland warmtenetten organiseren en de rol die gemeenten en initiatieven daarin kunnen spelen.

1 Zie bijlage 3 voor toelichting op energiebronnen, waaronder ook warmtebronnen

6

gebruik

Energie plan

Landelijke ontwikkelingen aardgasvrije wijken De transitie naar aardgasvrij is een proces van leren en opschalen. Het Rijk wil versnelling en heeft daarom de regeling “Grootschalige Proeftuinen Aardgasvrij” in het leven geroepen. Dit is een subsidie voor wijken waar concrete stappen naar aardgasvrij worden gezet. In 2018 en 2020 zijn de eerste 48 wijken bekend gemaakt, eind 2021 wordt een derde ronde verwacht.

TVW

Proces, participatie & communicatie

Eerste concept voorlopige resultaten

Nota van uitgangspunten

1. Uitgangspunten

2. Analyse

3. Wijkfasering

Transitievisie warmte

4. Uitvoeringsstrategie

5. Bestuurlijke besluitvorming

April 2020

Mei/juni 2020

4, 5 en 11 november 2020

Januari 2021

9 maart 2021

Startgesprekken met organisaties in de projectgroep.

Filmpje en online enquête: input ophalen bij bewoners op de uitgangspunten + vragen ophalen. Q&A.

Informeren over de TVW en warmtetransitie, de voorlopige resultaten, input bewoners op vervolg na de visie (uitvoeringsstrategie).

bewonersinformatie avonden: delen van de resultaten en ophalen input over vervolg.

Vaststelling

De projectgroep is in elke fase bij elkaar gekomen.

Figuur 6: overzicht van het gevolgde proces voor het opstellen van de Transitievisie Warmte

College en raad Het college van burgemeester en wethouders en gemeenteraad hebben op 19 november 2019, respectievelijk 21 januari 2020 met de Startnotitie Transitievisie Warmte opdracht gegeven voor het opstellen van de Transitievisie Warmte. De uitgangspunten zijn op 23 juni 2020 met de gemeenteraad besproken. De voorlopige resultaten zijn op 6 oktober 2020 aan de gemeenteraad toegelicht.

In november 2020 hebben we inwoners van Houten via online bijeenkomsten geïnformeerd en hen gevraagd naar hun reactie. Door de grote belangstelling hebben we niet één maar drie bijeenkomsten georganiseerd. Ruim 70 deelnemers hebben de avonden geëvalueerd. Zij gaven gemiddeld het rapportcijfer 7 voor de verstrekte informatie en gaven aan dat zij meer zouden willen weten over isolatie, stadsverwarming, waterstof, kosten en subsidies.

Projectgroep

1.4 Leeswijzer

Deze Transitievisie Warmte is opgesteld met input van een brede groep betrokkenen, verenigd in een projectgroep. Hierin zaten vertegenwoordigers van de netbeheerder Stedin, de woningcorporatie Viveste, Eneco, EnergieRijk Houten, De Hoeven Energie, Coöperatie Duurzaam Eiland en Ondernemend Houten. Ook medewerkers van de gemeente deelden hun kennis over de openbare ruimte, wonen en communicatie.

In deze Transitievisie Warmte behandelen we eerst in hoofdstuk 2 de gezamenlijke uitgangspunten waarop deze visie gebaseerd is. Dit zijn de leidende principes die centraal hebben gestaan tijdens het opstellen van deze visie.

Inwoners De inwoners van Houten zijn ook bij het proces betrokken geweest. Vanwege de maatregelen met betrekking tot het coronavirus is dit proces aangepast. Inwoners hebben door middel van een enquête aan kunnen geven wat zij belangrijk vinden voor de warmtetransitie. Deze enquête is door 662 inwoners van Houten ingevuld. De volledige uitkomsten zijn opgenomen in bijlage 1. Hiermee hebben we een eerste indruk opgedaan van wat bewoners belangrijk vinden en welke vragen en zorgen ze hebben met betrekking tot de warmtetransitie. Dat vormde een belangrijke basis voor de notitie van uitgangspunten (zie hoofdstuk 2).

Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 de transitie naar aardgasvrij toegelicht en gaan we in op de verschillende oplossingen voor het aardgasvrij maken van woningen en gebieden. In hoofdstuk 4 geven we een richting voor een aardgasvrij Houten in 2040 en zoomen we in op de wijken waar we de komende jaren van start willen gaan met de warmtetransitie. Tot slot gaan we in hoofdstuk 5 in op de manier waarop we dit gaan organiseren en welke stappen we de komende tijd gaan zetten om te komen tot een programmatische aanpak van de warmtetransitie in Houten.

7

Hoofdstuk 2: Algemene principes Algemene principes zijn kwalitatieve uitgangspunten om de warmtetransitie in Houten tot een succes te maken. Deze zijn opgesteld in samenwerking met stakeholders en met input van inwoners. Deze principes laten we duidelijk terugkomen in de Transitievisie Warmte. Op die manier wordt er zoveel mogelijk aangesloten bij de wensen en verwachtingen van inwoners, ondernemers en andere betrokken partijen. 2.1 De Transitievisie Warmte is richtinggevend

De Transitievisie Warmte is een richtinggevende visie die de startwijken voor de korte termijn selecteert, maar ook de lange termijn in het oog houdt. De Transitievisie Warmte geeft de richting, de uiteindelijke keuzes worden in een Wijkuitvoeringsplan voor een wijk of buurt gemaakt. De Transitievisie Warmte gaat ook in op isoleren en andere manieren om de warmtevraag te beperken, wat een essentiële eerste stap is om de transitie naar aardgasvrij mogelijk te maken. 2.2 Ruimte voor keuzevrijheid bij de overstap naar aardgasvrij

De Transitievisie Warmte is duidelijk over wat de warmtetransitie inhoudt, wat de richting per wijk is en wat het tijdspad is. Uit zowel de enquête als de werkgroep komt naar voren dat bewoners en bedrijven zelf keuzes willen maken om hun huis of bedrijfsgebouw te verduurzamen. Aan de hand van de Transitievisie Warmte en binnen de kaders van de landelijke regelgeving kunnen gebouweigenaren beslissen over de keuzes voor een alternatief voor aardgas voor hun woning of bedrijf. Dit betekent dat koplopers in de warmtetransitie de kans en ruimte krijgen

8

om te beginnen op een manier die past in hun wijk. Een aandachtspunt is dat keuzevrijheid in strijd kan zijn met betaalbaarheid en duurzaamheid. Om kosten zo laag mogelijk te houden en duurzame keuzes te maken is het noodzakelijk om een balans te vinden tussen oplossingen op wijkniveau en keuzevrijheid voor een eigenaar. Dit speelt bijvoorbeeld als een deel van de bewoners in een wijk voor een individuele oplossing kiest, waar een collectieve oplossing de meest betaalbare optie is. Dit maakt de collectieve oplossing minder betaalbaar en zorgt er wellicht ook voor dat er minder efficiënt gebruik gemaakt wordt van energiebronnen. 2.3 Aandacht voor gezamenlijke belangen van

verschillende doelgroepen

In Houten luisteren we naar wat inwoners en bedrijven belangrijk vinden. Samen maken we de keuzes over hoe we uiteindelijk aardgasvrij gaan wonen en werken. Dit betekent dat de gemeente transparant is over hoe de Transitievisie Warmte en Wijkuitvoeringsplannen opgesteld worden en over welke keuzes gemaakt moeten worden. Inwoners en bedrijven worden stap voor stap geïnformeerd en geraadpleegd op een manier die iedereen kan begrijpen. De warmtetransitie vraagt een gezamenlijke aanpak, vooral bij warmtenetten. Samen werken kan ook inkoopvoordeel opleveren. Dit stimuleren we in Houten. Maar we maken ook ruimte voor individuele keuzevrijheid. Zo houden we de gezamenlijke en individuele belangen in balans en creëren we lokaal eigenaarschap van de warmtetransitie.

2.4 Kosten van oplossingen worden

inzichtelijk gemaakt: oog voor betaalbaarheid Betaalbaarheid is voor inwoners een zeer belangrijk vraagstuk. Bij de keuzes voor aardgasvrije oplossingen in de Transitievisie Warmte hebben de oplossingen met de laagste maatschappelijke kosten2 voorrang. Dit streven naar laagste maatschappelijke kosten is landelijk bepaald in het Klimaatakkoord. We kijken bij de concrete keuzes voor een aardgasvrije oplossing ook naar wat het financieel betekent voor eindgebruikers en eigenaren. Het Klimaatakkoord geeft daarbij als uitgangspunt woonlastenneutraliteit aan, wat betekent dat woonlasten van het alternatief vergelijkbaar zijn met de situatie op aardgas.

Het is in ieder geval van belang om de kosten van deze oplossingen zoveel mogelijk inzichtelijk te maken en helder te communiceren naar inwoners (huurders en eigenaren) en ondernemers. 2.5 Planningen sluiten op elkaar aan

Bij de fasering van de wijken in de Transitievisie Warmte creëren we zoveel mogelijk gelijktijdigheid van werkzaamheden. Hiermee ontstaat efficiëntie en schaalvoordeel. Door gebruik te maken van natuurlijke momenten worden oplossingen zo betaalbaar mogelijk. Bij nieuwbouw en warmtenetten kijken we bijvoorbeeld of er combinaties met andere omliggende bouw mogelijk zijn. Op kleinere schaal werken we bijvoorbeeld met gezamenlijke inkoopacties.

2 Laagste maatschappelijke kosten zijn de totale kosten van de maatregelen aan de gebouwen, aan de infrastructuur en aan de bron, productie en levering van energie om een buurt aardgasvrij te maken. Daarbij worden niet alleen de investeringen, maar ook onderhoud en operationele kosten meegenomen, inclusief de energierekening van de eindgebruiker, gedurende een periode van 30 jaar. Deze kosten worden uitgedrukt in bandbreedtes. De bandbreedtes houden rekening met zaken zoals onzekerheid in het prijspeil, benutten van natuurlijke momenten en technische varianten binnen de warmteopties.

9

Hoofdstuk 3: De warmtetransitie in Houten In dit hoofdstuk gaan we in op de verandering naar een aardgasvrije gemeente. Er wordt eerst gekeken naar de opgave waar we als gemeente voor staan. Vervolgens gaat het hoofdstuk in op welke stappen nodig zijn voor de transitie naar een aardgasvrije gemeente: wat moeten we doen om al onze gebouwen zonder aardgas van warmte en warm water te voorzien? 3.1 De huidige situatie in Houten

De gemeente Houten kent ongeveer 20.000 woningen, waarvan ongeveer 16.000 eengezinswoningen en 4.000 appartementen en meergezinswoningen. Hiervan is circa 25% in bezit van woningcorporaties, met name Viveste. Daarnaast zijn er nog zo’n 2.000 andere panden, waaronder scholen, zorggebouwen, kantoren en bedrijfspanden. De meeste woningen en andere gebouwen maken op dit moment nog gebruik van aardgas voor verwarming, warm tapwater en koken. Houten heeft binnen de Vijfwal een warmtenetwerk van Eneco waarop circa 3.800 woningen zijn aangesloten. Dit warmtenetwerk wordt met een gasgestookte installatie gevoed. Er zijn daarnaast een aantal WKO systemen in Houten, onder andere in de Mossen en op het bedrijventerrein de Meerpaal. Tot slot zijn er ook circa 200 woningen die een individuele warmtepomp hebben in plaats van een cv-ketel. Tabel 1 laat zien hoe aardgas op dit moment in de woningen van Houten wordt gebruikt.

Het grootste deel van de woningen en bedrijfspanden heeft een cv-ketel voor de verwarming. Een particulier huishouden in de gemeente Houten verbruikte in 2019 gemiddeld 1.200 m3 aardgas per jaar, circa 10 m3 gas per m2. Het gasverbruik verschilt per huishouden en is afhankelijk van het soort huis, het bouwjaar, de mate van isolatie, gezinssamenstelling en het gebruik van verwarming en warm water. De cv-ketel verwarmt water tot 70 - 90°C verwarmen, afhankelijk van de isolatie. Dat water gaat vervolgens door de radiatoren en verwarmt onze huizen. Sommige huizen in Houten-Noord hebben heteluchtverwarming in plaats van radiatoren. In dat geval verwarmt de cv-ketel de lucht direct. Bijna 80% van het aardgas in een woning wordt gebruikt voor het verwarmen van de woning. Bijna 20% wordt gebruikt voor warm water, met name douchen. Voor koken wordt maar een heel klein deel van het aardgas gebruikt, minder dan 5%. Tabel 1: overzicht gebruik aardgas

10

3.2 Naar aardgasvrij wonen en werken

Stap 2: Alternatieve warmteoplossing

Om de stap naar aardgasvrij te maken, moeten we op zoek naar alternatieve, duurzame oplossingen. Maar er is meer nodig om gebouwen duurzaam en comfortabel te verwarmen. Figuur 7 laat de twee belangrijke stappen zien naar uiteindelijk aardgasvrij wonen en werken in 2040.

Veel gebouwen in Houten zijn nu aangesloten op het aardgasnet. Er is (minimaal) één van de volgende vier energie-infrastructuren in de wijk nodig voor een alternatieve oplossing: een elektriciteitsnet, een warmtenet, een bronnet of een gasnet. Een hybride warmteoplossing is ook mogelijk: dat is een combinatie van twee typen infrastructuur. Een voorbeeld van een hybride oplossing is een elektrische warmtepomp in combinatie met een cv-ketel met duurzaam gas.

Stap 1: Maatregelen in het gebouw

Huidige situatie

Stap 2: Duurzame warmteoplossing

Klaar voor de overstap

Aardgasvrij wonen en werken

Figuur 7: stappen naar een duurzame en aardgasvrije warmtevoorziening

Stap 1: Maatregelen in het gebouw Energiebesparende maatregelen beperken de warmtevraag in de woning en zijn essentieel in de energietransitie. Wat je niet gebruikt, hoef je ook niet op te wekken. Dit begint met zuinig met energie omgaan en simpele maatregelen zoals kieren dichten en folie achter de radiatoren. Voor veel woningen is het wenselijk om aanvullende maatregelen voor isolatie te nemen zodat een overstap mogelijk is naar duurzame verwarming. Dit kan met één of meerdere van de volgende maatregelen: · Isoleren van het dak, de vloer, muur en glas (HR++ glas of beter) · Andere maatregelen als nodig: efficiënt ventileren, aanpassen radiatoren, koeling · Elektrisch koken Isolatie verbetert het wooncomfort, verlaagt de CO2-uitstoot en is voor veel woningen een voorwaarde om later de overstap naar een aardgasvrije warmteoplossing te kunnen maken. Dit is omdat de meeste alternatieve warmteoplossingen op lagere temperatuur werken dan een cv-ketel. Bijlage 2 gaat nader in op isolatie maatregelen. Daarnaast zullen alle huishoudens over moeten stappen op elektrisch koken. In sommige gevallen moet het bestaande afgiftesysteem, zoals de radiatoren vervangen worden door laagtemperatuur radiatoren of vloerverwarming. Tot slot kunnen betere isolatie en kierdichting ertoe leiden dat mechanische ventilatie noodzakelijk is voor een gezond binnenklimaat.

· Warmtenetten: collectieve warmtevoorziening in de vorm van een middentemperatuur warmtenet (70°C) of lagetemperatuur warmtenet (40-55°C), waarbij warm water met een temperatuur van maximaal 70°C aangevoerd wordt tot bij het gebouw of de woning. · Lokale bronnetten: lokale (kleinschalige) collectieve warmtevoorziening in de vorm van een zeer lage temperatuur bronnet. In het gebouw is een warmtepomp nodig voor verwarming. Het aangevoerde water kan ook gebruikt worden voor koeling. Een voorbeeld van een lokaal bronnet is met warmte koude opslag (WKO), waarbij energie uit de bodem in de vorm van water met een temperatuur van ongeveer 15°C naar gebouwen wordt gebracht. Hiermee kunnen gebouwen gekoeld en in combinatie met warmtepompen verwarmd worden. · All-electric: verwarmen en koken met gebruik van elektriciteit voor een individueel gebouw. Dit is meestal een warmtepomp, waarvan er 3 types zijn: lucht/water, panelen op het dak (PVT panelen3) of bodem/water. In enkele gevallen zijn directe elektrische verwarming of infrarood panelen mogelijk. · Gasnet in combinatie met hybride oplossingen: een gasinfrastructuur gevoed met duurzaam gas, in combinatie met een elektrische warmtepomp. De alternatieven voor aardgas verschillen in de temperatuur waarmee de woning verwarmd kan worden.

De vuistregel daarbij is: hoe beter de woning is geïsoleerd, hoe lager de temperatuur van de warmte kan zijn voor verwarming van een huis. De meest geschikte infrastructuur en warmte-oplossing is afhankelijk van de eigenschappen van gebouw en gebied. Diverse factoren spelen hierbij een rol, zoals bouwjaar, gebouwtype, gebouwfunctie, bebouwingsdichtheid, eigendom, schaal en bij warmtenetten: beschikbaarheid van warmtebronnen. In bijlage 3 worden deze warmteoplossingen verder toegelicht.

Naast aardgasvrije verwarming zal ook koeling een steeds belangrijkere rol gaan spelen in de gebouwde omgeving. Beter geïsoleerde woningen raken in de zomer lastiger hun warmte kwijt, waardoor warmteoverlast (‘hittestress’) kan ontstaan in woningen. Het voorkomen van warmteoverlast kan op twee manieren: voorkomen dat gebouwen teveel opwarmen of door actief koelen. Meer hierover in bijlage 4.

3 PVT panelen zijn zonnepanelen die elektriciteit en warmte maken. De warmte kan in combinatie met een warmtepomp gebruikt worden om de woning te verwarmen.

11

· Voor het elektriciteitsnetwerk: elektriciteit zal uiterlijk in 2050 niet meer uit gas- of kolencentrales komen, maar zal volledig duurzaam opgewekt worden, bijvoorbeeld met wind- en zonne-energie. · Daar waar het gasnet blijft liggen (en de cv-ketel blijft, al dan niet in hybride vorm), zal aardgas worden vervangen door een klimaatneutraal alternatief. De mogelijkheden zijn groen gas of wellicht op termijn waterstof. Vooralsnog zijn deze energiebronnen niet op grote schaal in Nederland beschikbaar of betaalbaar. De verduurzaming van het elektriciteitsnetwerk en gasnet (groen gas en waterstof) is onderdeel van landelijk beleid. Het verduurzamen van warmtebronnen is regionaal beleid: de Regionale Energie Strategie / Regionale Structuur Warmte.

Inzet duurzame warmtebronnen voor warmtenetten in Houten

Hybride warmtepompen De hybride warmtepomp is een combinatie van een warmtepomp met een cv-ketel. De warmtepomp gebruikt elektriciteit voor het opwekken van warmte. Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van duurzaam gas op koude dagen en in sommige gevallen ook voor warm tapwater. Een hybride warmtepomp kan gemiddeld 70% gas besparen in combinatie met goede isolatiemaatregelen. Een voordeel van een hybride systeem ten opzichte van een all-electric oplossing is dat er minder aanpassingen gedaan moeten worden aan het elektriciteitsnet en/of in de woningen. Als een overstap naar all-electric of een andere oplossing denkbaar is, is het belangrijk om te voorkomen dat de hybride tussenstap tot onnodige extra kosten leidt. 3.3 Duurzame warmtebronnen voor Houten

Om volledig energieneutraal te worden, moeten we alle energie die we na het treffen van de energiebesparende maatregelen nog verbruiken met duurzame energiebronnen opwekken. Bij iedere energie-infrastructuur (elektriciteitsnet, warmtenet en gasnet) horen andere duurzame energiebronnen:4 · Bij warmtenetwerken zal de warmte uit duurzame warmtebronnen komen, zoals aardwarmte, bodemwarmte, aquathermie of zonthermie. Tabel 2 (pagina 16) geeft het overzicht van de mogelijke warmtebronnen voor Houten.

4 Uitleg over alle technische begrippen in deze paragraaf: zie bijlage 3

12

De gemeente Houten werkt voor de warmtetransitie samen met 15 omliggende gemeentes in de RES Regio U-16 (zie ook hoofdstuk 1). Onderzoeksbureau Greenvis heeft in 2019 onderzocht welke duurzame warmtebronnen beschikbaar zijn voor mogelijke warmtenetten in Houten. De warmtebronnen met de meeste potentie (hoge zekerheid, acceptabele kosten van warmte uit de bron) zijn: · Warmte koude opslag (WKO) · Thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) in combinatie met WKO. Het Amsterdam-Rijnkanaal is de belangrijkste mogelijkheid voor grootschalige inzet op het bedrijventerrein of Houten-Zuid. Aanvullend kunnen ook kleinere oppervlaktewaters gebruikt worden. · Warmte uit de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) nabij de A27. De bovenstaande drie warmtebronnen zijn lagetemperatuur warmtebronnen van circa 15°C. Deze kunnen direct worden ingezet als warmtebron voor een bronnet of met een warmtepomp voor een lage- of middentemperatuur warmtenet. Deze drie warmtebronnen met een bronnet of warmtenet zijn interessant voor: nieuwbouw, recente bouw vanaf 1990 en kantoren / maatschappelijk vastgoed op een schaal vanaf circa 200 woningen of daarmee vergelijkbaar. Aardwarmte op een diepte tussen 1000 en 2500 meter is een warmtebron waarvan het voorlopig nog onzeker is of deze ingezet kan worden voor Houten. Het plan in Nieuwegein is om in de komende vijf jaar een eerste boring te doen.

Als deze boring succesvol is, dan is het aannemelijk dat aardwarmte ook in Houten mogelijk is. Aardwarmte is een warmtebron op midden- of hoge temperatuur en zou daarmee ingezet kunnen worden voor alle woningen met een minimum aan isolatie (zie bijlage 2).

Tabel 2 geeft het overzicht en de afweging voor warmtebronnen waarmee mogelijk warmtenetten in Houten gevoed kunnen worden. Deze afweging is gemaakt door te kijken naar hoeveel

warmte een bron kan leveren (het vermogen), hoeveel zekerheid er is dat de warmtebron er echt kan komen en wat de kosten van de warmtebron zijn.

Warmtebron

Vermogen (als gerealiseerd)

Zekerheid

Kosten van de bron

Afweging

Ondiepe aardwarmte (250-1.000m diep)

Hoog

Voorlopig Laag

Laag

Voorlopig niet mogelijk tenzij inzichten wijzigen (onderzoek in U16 verband)

Diepe (>1.000m) of ultradiepe (>4.000m) aardwarmte

Hoog

Voorlopig zeer laag

Laag

Voorlopig niet mogelijk tenzij inzichten wijzigen (onderzoek in U16 verband)

WKO (<250m diep), mogelijk aangevuld met thermische energie uit oppervlaktewater (TEO)

Hoog

Redelijk

Gemiddeld

Goede warmtebron, AmsterdamRijnkanaal voor TEO; nader onderzoek t.a.v. TEO nodig

Biomassa (hout, knip & snoei afval, pellets)

Biomassa niet beschikbaar

Redelijk

Gemiddeld

Niet mogelijk

Restwarmte uit andere gemeentes

Vrumona (dichtstbijzijnd) is te ver weg

Redelijk

Laag

Niet mogelijk

Zon op veld

Hoog

Redelijk

Hoog

Te duur; alleen denkbaar voor buitengebied

Warmte uit RWZI of riool

Beperkt (RWZI) Minimaal (rioolleidingen)

Hoog

Laag

RWZI: mogelijk voor inzet nabij A27; nader onderzoek nodig

Warmte uit drinkwaterleidingen

Minimaal

Hoog

Gemiddeld

Niet mogelijk

Tabel 2: overzicht warmtebronnen voor Houten (Greenvis 2019)

13

Hoofdstuk 4: Transitie naar een aardgasvrij Houten In dit hoofdstuk gaan we dieper in op de route naar een aardgasvrije gemeente Houten. In Houten willen we in 2040 energieneutraal zijn en dus ook van het aardgas af zijn. We gaan in Houten met een stapsgewijze en wijkgerichte aanpak de warmtetransitie realiseren. We kijken eerst naar de besliscriteria om startgebieden te bepalen. Per wijk kijken we vervolgens welke techniek het beste alternatief voor aardgas is. Daarna beschrijven we per wijk hoe we de transitie naar aardgasvrij willen vormgeven. Tot slot gaan we nader in op de wijken waar we willen starten.

14

4.1 Besliscriteria om startgebieden te bepalen

Met input van stakeholders en bewoners zijn de “besliscriteria” opgesteld om startgebieden te bepalen. De besliscriteria hoeven niet voor elke wijk hetzelfde gewicht te hebben. In de ene wijk kunnen bijvoorbeeld kansen liggen omdat daar weinig aanpassingen nodig zijn, terwijl in een andere wijk kansen zijn om veel te verduurzamen en inwoners al betrokken zijn. Wat een gegeven is vanuit het Klimaatakkoord, is dat we bij het bepalen van startkansen rekening houden met de laagste maatschappelijke en eindgebruiker kosten. We bepalen aan de hand van onderstaande besliscriteria of een wijk kansrijk is om op korte termijn aardgasvrij of aardgasvrij-ready te worden.

Criterium

Toelichting

1

Er zijn weinig aanpassingen nodig

Als er in een wijk een relatief eenvoudige en snel uitvoerbare warmteoplossing mogelijk is, is het logisch om hier te starten. Op deze manier laat je snel een wijk zien die succesvol aardgasvrij is geworden en kan deze dienen als voorbeeldwijk. Bijvoorbeeld, gebouwen uit recente jaren zijn beter geïsoleerd. Op het moment dat woningen of kantoren een beter energielabel hebben is het gemakkelijker en betaalbaarder om de overstap naar aardgasvrij te maken.

2

Complexe wijk om lessen te leren

Starten met een wijk die complex is levert nieuwe inzichten op. Een complexe wijk kan dan dienen als een voorbeeld voor de overige wijken, en zo een versnelling van aardgasvrij teweeg te brengen. Dit besliscriterium zou ook toegepast kunnen worden bij wijken met een isolatieopgave.

3

Er kan een combinatie worden gemaakt of er is een natuurlijk moment

Lokaal eigenaarschap en de laagst maatschappelijke kosten zijn belangrijk. Als er een combinatie gemaakt kan worden of als er voor een belanghebbende een natuurlijk moment is, dan kan dit de warmtetransitie versnellen.

4

Hoge mate van betrokkenheid bewoners: initiatief in de wijk

Een wijk is kansrijk als de bewoners van de wijk georganiseerd zijn. Wanneer bewoners ervoor kiezen om zelf initiatief te nemen en zich organiseren, kan dit een goede reden zijn om hier te beginnen. Als bijkomend positief effect kan een warmte-initiatief ook bijdragen aan de saamhorigheid en leefbaarheid in een wijk.

5

Laagste maatschappelijke kosten, bijvoorbeeld door vergelijkbaar woningbezit

Voor een woningbouwcorporatie is het belangrijk om oplossingen op grote schaal te kunnen toepassen om de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk te houden. Door vergelijkbaar woningbezit (bijvoorbeeld uniforme bouw) samen te pakken als startkans, kunnen de kosten voor een warmteoplossing over een groot aantal gebouwen verdeeld worden. Bewoners denken ook dat flinke slagen gehaald kunnen worden met grote gebouweigenaren zoals woningbouwcorporaties.

6

Er is een nabije energie- of warmtebron beschikbaar

Een wijk kan gemakkelijker en sneller aardgasvrij worden als een duurzame bron in de buurt beschikbaar is. In geval van warmtenetten kan het bijvoorbeeld gaan om bodemwarmte, aquathermie of uitbreiding van het bestaande warmtenet. Bij all-electric gaat het er vooral om dat het elektriciteitsnetwerk in de wijk voldoende capaciteit heeft.

Tabel 3: overzicht besliscriteria om startgebieden te bepalen 4.2 Maatschappelijke kosten voor een aardgasvrij Houten

Het Klimaatakkoord vraagt gemeenten om maatschappelijke kosten in kaart te brengen voor de Transitievisie Warmte. We hebben aan de hand van drie modellen gekeken naar de maatschappelijke kosten van de warmtetransitie: de Startanalyse van het Plan Bureau voor de Leefomgeving (PBL), het Openingsbod van Stedin en het Warmte Transitie Model van Over Morgen. In deze paragraaf laten we per wijk zien welk alternatief met de huidige kennis van de techniek de laagste maatschappelijke kosten heeft. In de volgende paragraaf bepalen we op basis van de maatschappelijke kosten en andere besliscriteria de startkansen. Uit de vergelijking van de drie modellen komt het volgende algemene beeld naar voren: - Voor woningen gebouwd tussen 1950 en 1990 (vooral Houten-Noord)5 is een volledig aardgasvrije wijk op dit moment (financieel) nog niet haalbaar. In deze buurten moeten we op zoek naar logische tussenstappen voor isolatie en hybride oplossingen om uiteindelijk aardgasvrij te worden. Uitgangspunt is een individuele oplossing (dus per woning of gebouw). Kleine collectieve warmtenetten zijn mogelijk, bijvoorbeeld voor een appartementencomplex. - Voor woningen gebouwd na 1990 (vooral Houten-Zuid) is een all-electric oplossing uiteindelijk het meest waarschijnlijk. Maar voorlopig zal ook voor deze woningen een hybride oplossing betaalbaarder zijn. Een warmtenet is mogelijk als dit

voor een buurt goedkoper blijkt dan all-electric. - Voor woningen van vóór 1950 in de kern en het buitengebied van Houten is de overstap naar een hybride of volledig aardgasvrije oplossing voorlopig (financieel) niet haalbaar. Daar zal voorlopig het gasnet blijven liggen, en kan duurzaam gas in de toekomst misschien een oplossing bieden. Voor deze woningen zetten we in op isolatie als tussenstap. - Op bedrijventerreinen en voorzieningengebieden (Meerpaal, Rondeel, Weteringhoek, Kruisboog) zien we een duidelijke oplossingsrichting, namelijk all-electric. Dit kan individueel per gebouw, of collectief via een bronnet. Voor grotere gebouwen en voor collectieven is WKO met warmtepompen de meest geschikte warmtebron. Voor kleinere gebouwen kan gedacht worden aan warmtepompen op basis van buitenlucht. - Nieuwbouw wordt volgens landelijke regelgeving zonder aardgas gebouwd. Dit geldt ook voor nieuwbouw in de mogelijke transformtiegebieden (Ruimtelijke Koers). Afhankelijk van hoe dicht de bebouwing is, is de oplossing individueel (all-electric: warmtepomp) of collectief (bronnet). Figuur 8 laat per wijk in de kern van Houten zien welke aardgasvrije warmteoptie met de huidige kennis van de technieken de laagste maatschappelijke kosten heeft.

5 Houten-Noord is het gebied binnen de Rondweg ten noorden van De Koppeling. Houten-Zuid is het gebied binnen de Rondweg ten zuiden van De Koppeling.

15

Nog geen consensus over eindbeeld • Nadruk op verbeteren van de isolatie woningen, in het bijzonder Oude Dorp en Oorden • All-electric meestal niet betaalbaar / haalbaar • Onderzoek warmtenet met aardwarmte All-electric • Kan per gebouw of met een klein collectief net Behoud huidig warmtenet • verduurzaming huidige warmtebron Per buurt bepalen • warmtenet (met verduurzaming warmtebron) of • all-electric (per gebouw), hybride tussenstap Mogelijk transformatiegebied • hier wordt nieuwbouw aardgasvrij gebouwd

Figuur 8: voorkeursoptie per wijk in de kern van Houten

Voor het buitengebied wordt de warmtetransitie per woning of gebouw bekeken. Voor panden van vóór 1990 is het uitgangspunt isolatie en eventueel hybride warmtepomp. Eigenaren van nieuwere gebouwen in het buitengebied kunnen mogelijk overstappen naar uiteindelijk all-electric met eventueel een hybride tussenstap. Voor Houten-Noord is gekeken of een grootschalig warmtenet op basis van aardwarmte mogelijk is. Aardwarmte is vanwege de omvang van Houten-Noord de enige denkbare warmtebron voor een nieuw warmtenet. Op dit moment is weinig bekend over de diepe ondergrond. Het is de verwachting dat in de komende vijf jaar daar duidelijkheid over zal ontstaan. Uit de vergelijking van de alternatieven komt naar voren dat in het eindbeeld de kostenverschillen tussen individueel all-electric en een collectief warmtenet klein zijn.

Toelichting bij de kaarten De route naar aardgasvrij is niet in beton gegoten De kansen die in deze kaart zijn aangegeven, geven een richting voor de komende jaren. Initiatief nemen en rekening houden met flexibiliteit in de uitvoering en fasering zijn daarbij belangrijk. Ook vinden we het belangrijk om bewonersinitiatieven in de gemeente, die passen binnen de uitgangspunten van deze transitievisie te stimuleren. Het kan dus ook zo zijn dat er in wijken die nu nog niet zijn aangegeven als startkans, toch al stappen worden gezet richting aardgasvrij.

Geen startgebied betekent niet niks doen De noodzaak van het transitiegereed maken van woningen door te isoleren, geldt voor alle woningen van vóór 1990.

Grenzen liggen niet vast We kiezen in de warmtetransitie voor een gebiedsgerichte aanpak, dus wijken, combinaties van wijken of juist delen van wijken staan centraal. Dit betekent natuurlijk niet dat de aanpak ophoudt bij de grens van een wijk, of dat een bewonersinitiatief altijd maar in één wijk kan plaatsvinden. De wijkgrenzen mogen daarom ook niet beperkend zijn. Ze kunnen wel helpen om richting te geven en gebruikt worden om de communicatie op te starten.

Diversiteit binnen wijken is mogelijk Het feit dat een wijk is aangeduid als kansrijk voor een warmtenet betekent niet dat elk gebouw in de wijk op een warmtenet aangesloten wordt. Wijken zijn niet homogeen en het kan dus zijn dat in delen van een wijk andere oplossingen kostenefficiënter zijn.

16

Start met planvorming Gemeentebrede aanpak Algemeen advies voor de overstap naar aardgasvrij, met oog voor individuele situatie en betaalbaarheid Nog niet mogelijk, eerst isoleren (maatwerk vanwege complexiteit en diversiteit: bouwjaar tot 1950 Focus op isoleren; hybride is daarna mogelijk als isolatie aan minimum voldoet: bouwjaar 1950 - 1990 Hybride / all-electric is mogelijk op natuurlijk moment en na controle isolatie: bouwjaar vanaf 1990

Wijkgerichte aanpak Moglijk transformatiegebied: laag temperatuur warmtenet Verduurzaming bestaand warmtenet Eneco Wijkgerichte verkenning naar all-electric of warmtenet Bedrijventerreinen - all electric / bronnet Wijkgerichte aanpak isoleren woningen 1950-1975

Appartementen: mogelijkheid tot kleinschalig collectieve warmte

Figuur 9: kaart voor gemeentebrede en buurtgerichte aanpak voor de overstap naar aardgasvrij in Houten. In de bijlage ‘Kaarten’ (bladzijde: 52) is de kern van Houten uitvergroot.

17

4.3 Aan de slag met de warmtetransitie voor

Houten

Per wijk ziet het transitiepad er als volgt uit.

Houten-Zuid Houten–Noord: Houten-Noord is grotendeels gebouwd in de periode 1950 tot 1990. Houten-Noord bestaat voornamelijk uit eengezinswoningen. Her en der zijn er ook appartementsgebouwen met maximaal vier verdiepingen (groene stippen). Tot slot zijn er ook woningen van vóór 1950 (rode stippen). Voor Houten-Noord zien we de volgende route naar aardgasvrij: · Voor Houten-Noord is er nog geen consensus over het eindbeeld. · De warmtetransitie is voorlopig individueel per gebouw en eerst gericht op isolatie. Daarna is een overstap naar een hybride warmtepomp mogelijk. · We onderzoeken in de komende jaren of een warmtenet voor Houten-Noord op basis van aardwarmte een haalbaar en betaalbaar alternatief kan zijn. · Alle woningen die ouder zijn dan 1990 isoleren naar een minimaal niveau, zie bijlage 2. - We kiezen voor het Oude Dorp en de wijk De Oorden voor een wijkgerichte isolatie aanpak voor woningen die tussen 1950 en 1975 gebouwd zijn. - Voor woningen van vóór 1950 staat energie besparen via (maatwerk) isolatiestappen voorlopig centraal. De stap naar een hybride oplossing of aardgasvrij is hier meestal (financieel) nog niet haalbaar. · Kleine collectieve oplossingen zijn mogelijk voor bijvoorbeeld appartementsgebouwen, scholen en zorggebouwen. Deze zijn weergegeven met groene stippen.

De beschikbare warmtebronnen hiervoor zijn bijvoorbeeld WKO en collectieve warmtepompen, eventueel in combinatie met een aanvullende bronnen zoals TEO en zonthermie (zie bijlage 3 voor een toelichting op energiebronnen) · Bij de actualisatie van de Transitievisie Warmte in 2025 kijken we naar het beste aardgasvrije alternatief en de fasering voor Houten-Noord, met oog op een aardgasvrij Houten in 2040.

18

Houten-Zuid is grotendeels gebouwd na 1990. Een groot deel van Houten-Zuid wordt verwarmd met het warmtenet van Eneco. Er zijn enkele oude woningen. Voor Houten-Zuid zien we de weg naar aardgasvrij als volgt: · Het huidige warmtenet blijft. De warmtebron van het huidige warmtenet de Vijfwal (de rood gekleurde vijfhoek) wordt verduurzaamd. Nieuwbouw in dit gebied wordt all-electric. · Bewoners in het gearceerde gebied hebben nu een cv-ketel. Zij kiezen samen per buurt tussen een individuele duurzame oplossing (uiteindelijk aardgasvrij in 2040) of een aansluiting op een duurzaam warmtenet. Dit kan een nieuw warmtenet zijn, of uitbreiding en verduurzaming van het bestaande net van Eneco. Een uitzondering is hier de Mossen, een deel van de wijk beschikt over een WKO systeem. · Aansluiting op een warmtenet is denkbaar in de gearceerde delen van de wijken de Mossen, Houten, Waters, Polders, Muren en Tuinen. In de Meren is uitbreiding van het warmtenet minder waarschijnlijk, vanwege het type bebouwing en de lagere bebouwingsdichtheid. · Als bewoners voor all-electric kiezen, dan is een hybride warmtepomp een goede tussenstap. Bij woningen van vóór 2005 zal per woning gekeken moeten worden of de isolatie voldoende is en de radiatoren geschikt zijn voor all-electric.

Buitengebied Het buitengebied bestaat uit de dorpen Schalkwijk, ’t Goy en Tull en ‘t Waal. De bebouwing is zeer divers, zowel qua type als qua bouwjaar. Er zijn veel woningen van vóór 1950, maar er zijn ook nieuwe woningen. We zien het volgende pad voor de warmtetransitie in het buitengebied. · De warmtetransitie is individueel per gebouw en gericht op isolatie en daarna hybride warmtepompen. De overstap naar volledig aardgasvrij met een all-electric oplossing is vooralsnog te kostbaar, in ieder geval voor woningen van vóór 1990. · Voor gebouwen van vóór 1950 staat energie besparen via (maatwerk) isolatiestappen voorlopig centraal. De stap naar een hybride oplossing is hier nog lastig te realiseren. De gemeente Houten wil met omliggende gemeentes samenwerken om eigenaren van woningen van vóór 1950 van handvaten te voorzien hoe de warmtetransitie in hun geval het beste vormgegeven kan worden. · Kleine collectieve oplossingen zijn denkbaar (zoals zonthermie in het veld), maar met de huidige stand van de techniek niet kansrijk. Bedrijventerreinen en voorzieningengebieden: Werklandschap De Meerpaal, Meerpaal, Kruisboog, Rondeel, Noordwest, Weteringhoek. Voor de bedrijventerreinen zien we een collectief bronnet of individuele warmtepompen per gebouw (all-electric) als oplossing.

Voor kantoren komt een landelijke verplichting om energielabel C te hebben in 2023 en energielabel A in 2030. We verwachten daarom dat eigenaren van kantoren initiatief nemen en al dan niet samen met de buren stappen gaan zetten richting aardgasvrij.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=2a350cad-d056-477d-988a-6048ba27a744