Bijlage 1 - Ruimtelijke Koers lage resolutie
Tekst van het document
Arbeidsplaatsen: vervangingsvraag en groei De Ruimtelijke Koers houdt rekening met ongeveer 3.000 arbeidsplaatsen. Dit aantal is opgebouwd uit een groei van 2.000 arbeidsplaatsen (het gevolg van de bevolkingsgroei) en een
ingeschatte ‘vervangingsvraag’ van 1.000. Deze vervangingsvraag komt voort uit de mogelijke sloop van bedrijfsgebouwen op bijvoorbeeld Doornkade en Molenzoom. Net als bij de te slopen woningen is dit een eerste inschatting. De groei van 2.000 heeft betrekking op arbeidsplaatsen bij bovenlokale bedrijvigheid (ict-dienstverlening, productietechnologie, maakindustrie) en arbeidsplaatsen bij bedrijven die ‘lokaal verzorgend’ zijn (bakker, slager, supermarkt, kapper, apotheek, huisarts, dierenarts, tandarts, klusbedrijven). De 3.000 arbeidsplaatsen worden als volgt verdeeld: 2.200 plekken zijn voorzien in de ontwikkelgebieden en 800 in de rest van Houten. Die 2.200 arbeidsplaatsen staan voor circa 60.000 vierkante meter bruto vloeroppervlak. Die ruimte moet gevonden worden in de deelgebieden, waarbij onderscheid is gemaakt tussen kantoor- en bedrijfsruimten en commerciële voorzieningen. Bij commerciële voorzieningen moet niet worden gedacht aan grootschalige toevoeging van winkels, er komt ook geen nieuw winkelcentrum in Houten; dit alles geheel volgens het huidige detailhandelsbeleid. Het gaat qua detailhandel hooguit om toevoeging van een enkele winkel zoals een bakker of slager ‘op de hoek’. Daarnaast ontstaat er – alleen bij grootschalige toevoeging van woningen op een bepaalde locatie - mogelijk ruimte voor een extra supermarkt.
Overigens bepaalt ‘de markt’ zelf waar ze zich wil vestigen. Dat maakt het daarom ook lastig om in de Koers harde uitspraken te doen over de omvang en precieze locaties van toekomstige werkplekken. De verwachte groei van arbeidsplaatsen en de ontwikkeling van de vervangingsvraag moet continu
Commerciele voorzieningen en werken Kantoren Bedrijfsruimten (ambacht/creatief/productie) Commerciele voorzieningen (detailhandel, horeca, zorg) Subtotaal binnen Ruimtelijke Koers Werken buiten de deelgebieden van de Ruimtelijke Koers* Totaal
Arbeidsplaatsen Gem. ruimteclaim per wp Opp. werken (m2 bvo) 20 30.000 1.500 50 25.000 500 25 5.000 200 27 60.000 2.200 800 27 60.000 3.000
* ruimte voor werken die niet binnen de Ruimtelijke Koers wordt voorzien. Dit betreft o.m. grootschalige bedrijvigheid, maar ook werklocaties die worden gecombineerd met woonfuncties
74
gemonitord worden. Dit kan op termijn leiden tot aanpassingen in de omvang van de behoefte aan werklocaties, in het type werk waar ruimte voor wordt geboden en in de locaties die aansluiten op de vraag naar werken. Bovenstaande is nader toegelicht in de notitie ‘Prettig werken in Houten’ (bijlage 4). Werken en mengbaarheid met wonen De Koers kiest voor het toevoegen van woningbouw in bestaande werkgebieden. Het onderzoek van STEC (zie bijlage 4 onderdeel ‘Prettig werken in Houten’) wijst uit dat driekwart van het huidige ruimtegebruik op de Schaft en Doornkade in gebruik is bij bedrijven die mengbaar zijn met wonen. Het overige kwart is in gebruik door bedrijven die mengbaar zijn onder voorwaarden. De verschillen per terrein zijn wel groot. Op de Schaft is circa 89% van het ruimtegebruik mengbaar (11% mengbaar onder voorwaarden). Op Doornkade circa 67% (33% mengbaar onder voorwaarden). Er zijn meerdere vormen van menging denkbaar; het kan gaan om sloop-nieuwbouw, om bedrijven op de begane grond met woningen daarboven maar bijvoorbeeld ook om een bedrijfspand naast een woonpand. Dit vergt nog nadere uitwerking, waarbij zittende ondernemers nadrukkelijk zullen worden betrokken.
3.4.2 Maatschappelijke voorzieningen Door demografische veranderingen en de bouw van nieuwe woningen moet ook het maatschappelijke voorzieningenpakket veranderen. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten. • Onderwijsvoorzieningen liggen verspreid (niet alle scholen in één wijk) en zijn (veilig) bereikbaar. • Voorzieningen ‘groeien’ mee met Houten en worden waar mogelijk geclusterd (verschillende voorzieningen onder één dak of dicht bij elkaar). • Bij nieuwbouw en renovatie is energieneutraal uitgangspunt. • De multifunctionaliteit van het gemeentelijk vastgoed wordt vergoot. • Schoolgebouwen worden ‘kindcentra’ door onderwijs te combineren met opvang. Een eerste analyse leert dat voor maatschappelijk vastgoed tot 2040 26.000 vierkante meter bruto vloeroppervlak nodig is. Voor buitensportterreinen is dat 70.000 vierkante meter – mede door de verplaatsing van Sportpark Oud Wulven (SV Houten). De groei van de capaciteit aan voetbalvelden op grond van de huidige situatie is onderwerp van gesprek en wordt nader bepaald. Uitgangspunt is dat
Referenties kantoorgebouwen
75
door de aanleg van kunstgrasvelden intensiever gebruik mogelijk is. Afhankelijk van de omvang van de uitbreiding van Sportpark Oud Wulven (op korte termijn op basis van de huidige situatie) wordt de omvang van het te verplaatsen sportpark als geheel groter. De inschatting van de totale behoefte aan maatschappelijke voorzieningen is op basis van drie aspecten bepaald (eindbeeld in 2040). • De aanvullende behoefte naar (maatschappelijke) voorzieningen vanuit de voorziene groei van Houten (zie bevolkingsprognose). • De vervangingsvraag door de herontwikkeling van bestaande voorzieningen. • Een analyse van de bestaande over- en ondercapaciteit van het huidige programma. Wanneer sprake is van overcapaciteit kan dit worden ingezet om in de groeiende behoefte te voorzien. Bij een bestaand tekort is dit toegevoegd als aanvullende behoefte die een plek krijgt binnen deze Koers. Bij het in kaart brengen van de behoefte van onderwijsinstellingen is uitgegaan van de bevolkings- en leerlingenprognose die op basis van het woningbouwprogramma is uitgevoerd. Voor de vervangingsvraag is ingeschat welke voorzieningen moeten worden verplaatst en welke mogelijkheden er voor die voorzieningen zijn. Een belangrijk onderdeel is de verplaatsing van Sportpark Oud Wulven. Er zijn twee opties: ten noordoosten van de nieuwe Rondweg of ten oosten van De Kruisboog (Binnenweg).
Net als bij de inschatting van te slopen woningen en bedrijfspanden staat nog niet vast welke voorzieningen wanneer moeten worden verplaatst. Maatschappelijke voorzieningen Oppervlak (m2 bvo) 5.800 Sport 1.900 Sociaal cultureel 11.000 Onderwijs 7.700 Gemeentelijke diensten Sportvelden n.v.t. Totaal 26.000
76
Oppervlak (m2 kavel) n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 70.000 70.000
De verplaatsing van bijvoorbeeld Sportpark Oud Wulven is dan ook onderdeel van de totale gebiedsontwikkeling Houten-Noordwest. Het benodigde voorzieningenprogramma is verdeeld over de verschillende deelgebieden (zie hoofdstuk 4). Bij de toedeling is naast de fysieke omvang gekeken naar de behoefte per deelgebied. In de tweede helft van 2020 is team Samenleving gestart met de uitwerking van een visie op maatschappelijk vastgoed en het opstellen van een Integraal Huisvestingsplan Onderwijs. Hierin wordt de toekomstige vraag naar onderwijs- en andere maatschappelijke voorzieningen en accommodaties nader gespecificeerd (op de korte, middel- en lange termijn). Het Mulier instituut heeft een verdiepend onderzoek gedaan naar de behoefte aan sportvoorzieningen. De rapportage “ruimte voor sport in Houten” is augustus 2020 opgeleverd (dit onderzoek is opgenomen in bijlage 4 onderdeel “Visie op maatschappelijke voorzieningen in de Ruimtelijke Koers”. Aangezien de Ruimtelijke Koers een adaptief plan is – die voor een groot deel in een bestaande kern en over een periode van 20 jaar tot wasdom moet komen – zijn monitoring en bijsturing vereist. Per situatie en locatie wordt afgewogen of de realisatie van het voorzieningenprogramma in de pas loopt met de dan geldende context en beschikbare alternatieven (bijvoorbeeld handhaving van een bestaande voorziening).
Ook de vraag- en aanbodbepaling moet inspelen op actuele ontwikkelingen. Een nadere toelichting op de betekenis van de Koers voor maatschappelijke voorzieningen als theater en bibliotheek is opgenomen in bijlage 3 (Visie op maatschappelijke voorzieningen in de Ruimtelijke Koers”).
Sporthal, sportzaal Bibliotheek, cultuur Basis- en middelbaar onderwijs Huisvesting gemeentelijke diensten incl. ondersteunende diensten Verplaatsing Sportpark Oud Wulven
3.5 Een verrijking van de ‘groenblauwe basis’ Door de keuze voor verdichting wordt de binnenstedelijke groenstructuur, dat als de ‘groene basis’ altijd het fundament heeft gevormd van de stedenbouwkundige kwaliteit van Houten, steeds belangrijker. Niet alleen omdat een open en groene ruimte in een dichte stad van cruciaal belang is, maar ook omdat het Houtense groen plaats moet bieden aan actuele vraagstukken, zoals klimaatadaptatie, biodiversiteit, waterbeheer, sociale cohesie, welzijn en gezondheid. De manier waarop de Ruimtelijke Koers invulling geeft aan de groene basis is wezenlijk anders dan in bijvoorbeeld de Vinex-uitbreiding Houten-Zuid. Het toevoegen van woningen in bestaand stedelijk gebied vraagt om een hernieuwde balans tussen bebouwd en onbebouwd, om een verfijnde mix van stedelijkheid en kwalitatief en toegankelijk groen. De groenblauwe structuur blijkt – naast dat het op zichzelf verder ‘vergroent’ wordt – ook in de toekomst meerdere doelen te dienen: klimaatadaptatie, gezondheid en welzijn en relaties met het landschap. Die worden hieronder toegelicht. Daarna wordt in 3.5.1 dieper ingegaan op de inrichting van de toekomstige groenstructuur en in 3.5.2 op de belangrijkste maatregelen in het omliggende landschap.
Groen en klimaatadaptatie De groenstructuur is een middel om het klimatologische comfort in de openbare ruimte te maximaliseren – door het beperken van hittestress en hinderlijke wind. Dit wordt bereikt door het groen uit te breiden (aan gevels, op daken) en door de realisatie van een continue en robuuste groenstructuur langs de belangrijkste recreatieve routes. Verrijking van het groensysteem binnen Houten Het groene raamwerk wordt tevens uitgerust met een veerkrachtig watersysteem. De waterbergingscapaciteit wordt vergroot door infiltratiezones langs de belangrijkste groene structuren, zoals De Koppeling. In het Centrum worden infiltratiegebieden vergroot door de waterloop te verbreden en deels te verrijken met natuurvriendelijke oevers. De oude rivierarm van de Kromme Rijn wordt ‘leesbaar’ gemaakt en omgevormd tot waterretentiegebied.
1 GROEN EN KLIMAATADAPTATIE
2 VERRIJKING VAN HET GROENSYSTEEM BINNEN HOUTEN
3 LEEFOMGEVING EN GEMEENSCHAPSZIN
4 RELATIE MET DE OMGEVING
Leefomgeving en gemeenschapszin De betekenis van het groen voor inwoners is een belangrijk aandachtspunt. De ‘groenblauwe basis’ moet sport en beweging stimuleren, een fijne speelomgeving bieden en bijdragen aan het gemeenschapsgevoel. De groenstructuur en met name de voetpaden vormen het decor voor activiteiten en sociale interactie. Het sportparcours op de Vijfwal is hiervan een goed voorbeeld. Relatie met het landschap in de omgeving Een sterke verbinding tussen het groen en de routes in Houten en die in het landschap, wordt bereikt door aan te sluiten bij een opgewaardeerd fietsnetwerk. Dit fietsnetwerk overbrugt in oostwestrichting het Amsterdam- Rijnkanaal en sluit aan op de Kanaaldijk-Zuid. De oost-westgerichte groenstructuur loopt via Het Rond en de groenblauwe structuur van de Rietplas richting de Rietsloot. Daarnaast is het wenselijk de Rondweg op zoveel mogelijk plekken te transformeren in een ‘doorwaadbare’ structuur. Dit kan door bestaande passages aantrekkelijker te maken en door een nieuwe tunnel aan de oostkant. De groene structuur is gekoppeld aan het langzaamverkeernetwerk en geschakeld aan een samenhangend recreatief systeem. Op die manier worden historische
77
Gemeente Houten grens urbanized area bedrijventerrein historical centre Mobiliteit Highway Railway Trein stations (H)OV en halten fietsroute - bestaand fietsroute - nieuw Rondweg down-graded roads implekkers important crossings future connections
Green in the city existing main green structure new main green structure green connection combined with slow mobility (fiets, OV, etc) improvement of greenery in existing streets sports field zoekgebied-park binnentuin New developments new developments in the region groen met bebouwing blocks in Houten zoekgebieden with buildings to keep and spatial improvement uitgeefbare grond Gemeente Houten grens uitgeefbare grond with more porosity and green Urbanized area uitgeefbare special zone met sports en onderwijs
Visie voor de groenblauwe basis
historical centre
ontwikkeling mogelijke gebied
Mobiliteit Highway fietsroute - bestaand Landschappen Landscape fietsroute - nieuw NieuwHollandse Hollandse Waterlinie Rondweg Nieuwe Waterlinie important crossings parks en and heritage in NHW parken erfgoed in Nieuwe Hollandse future Waterlinie connections
Legenda
Ringpark Utrecht Ringpark Utrecht
Kromme Rijn Landschap Kromme Rijnvallei Rivier Lek Landschap Rivierlandschap (Lek) Speelbos Nieuw Wulven Speelbos Nieuw-Wulven water water forest bos
78
Groen Houten Green ininthe city existing maingroene green structure bestaande hoofdstructuur new maingroene green structure nieuwe hoofdstructuur green connection combined groene verbinding gecombineerd met with slow mobility (fiets,(fietsen, OV, etc)ov, enz.) langzame mobiliteit improvement of greenery existing streets verbetering van groen inin bestaande straten sports field zoekgebied sportveld zoekgebied-park zoekgebied park binnentuin binnentuin Landscape Nieuw Hollandse Waterlinie parks and heritage in NHW
Gemeente Houten grens Urbanized area historical centre Mobiliteit Mobiliteit
snelweg Highway fietsroute - bestaand bestaande hoofdfietsstructuur nieuwe hoofdfietsstructuur fietsroute - nieuw Rondweg Rondweg nieuwe verbinding important crossings future connections
Green in the city existing main green structure
plekken (Oude Dorp, boerderijen, landwegen, kasteel Schonauwen, archeologische vindplaatsen) verbonden met historische structuren en corridors. Buiten Houten worden verbindingen gelegd tussen groene bestemmingen, zoals tussen de toekomstige natuuruitbreiding van Nieuw-Wulven en Fort Vechten.
3.5.1 Het nieuwe raamwerk van de groenblauwe basis De oost-westgerichte groene as in het noordelijk deel wordt ter hoogte van het Centrum versterkt en doorgetrokken in zowel westelijke als oostelijke richting. Zo ontstaat een relatie tussen de te transformeren werkgebieden (via de Hoofdveste) en het landschap (via een goede connectie met de Kooikersplas ten zuiden van de Limesbaan). In het Centrum en in de verlengde groene as wordt de wateroever zodanig ingericht dat het bijdraagt aan de stadsecologie en het vergroten van de biodiversiteit. Een nieuwe fietsroute maakt de oostwestverbinding hechter (vanaf de Schalkwijkse Wetering via Amsterdam-Rijnkanaal en het Oude Dorp naar de Kruisboog en het landschap). In noord-zuidrichting bestaat het raamwerk uit drie groene ‘aders’. Ten eerste de groenstructuur van de Vijfwal, die op andere structuren wordt aangesloten – mede door een vergroening van De Koppeling. Aan de westkant wordt de Houtense Wetering omgevormd tot een sterke groenstructuur, die verlengd kan worden met een deel van de Rondweg (als Noordwest ontwikkeld wordt en de Rondweg omgelegd). Aan de oostkant loopt een groenblauwe verbin-ding – de verbeelding van de loop van de oude Kromme Rijn – via Rietplas en Rietdijk naar de Kooikersplas. Deze verbinding bestaat uit royaal water, flauwe oevers, plas-draszones en opgaande beplanting.
Het is al met al een forse gebiedsontwikkeling voor recreatie, waterberging- en zuivering en natuur, die invulling geeft aan de behoefte aan groen dichtbij de verdichtende kern. Het betreft hier ongeveer 35 hectare (1.700 meter lang, 200 meter breed). Op sommige punten wordt deze zone verbonden met het nabijgelegen sportcomplex.
Dit raamwerk wordt verfijnd met een groen netwerk. Allereerst de versterking van historische lijnen – onder meer met royale beplanting –, die groene fietsroutes vormen tussen onder meer het Oude Dorp en de Vijfwal. Daarnaast de creatie van groene fietsverbindingen die op belangrijke punten aanhaken op de hoofdstructuur, en de aanleg van verbindingen met buurtparken, zodat die zijn aangehaakt op de belangrijkste routes en structuren.
3.5.2 Verbindingen en routes in het landschap Nieuwe verbindingen moeten de infrastructurele barrières – snelwegen, spoorlijnen, kanalen – slechten. Recreatieve structuren, zowel land (fiets en voetpaden) als water (kano) gebruik, zijn te koppelen aan groene structuren. Waar mogelijk worden watergangen en waterpartijen verbonden door duikers (minimaal 90-100 cm boven de waterlijn), overdraagplaatsen en lage beschoeiingen. Dit zijn projecten van regionale betekenis. Cruciaal is een route die via de hoofdverdedigingslijn van de Nieuwe Hollandse Waterlinie een link legt tussen het nieuwe natuur- en recreatiegebied rond de loop van de oude Kromme Rijn en de zone rondom het uitgebreide bos van Nieuw-Wulven. Dit gebied (ten noorden van de Limesbaan) telt 10 tot 15 hectare en biedt kansen voor recreatief medegebruik. Cultuurhistorische en archeologische elementen kunnen zichtbaar gemaakt worden en gekoppeld aan wandel- en fietsroutes. Met een brug over het AmsterdamRijnkanaal ontstaat een directe fietsroute tussen Houten en Nieuwegein en een recreatieve verbinding met het Eiland van Schalkwijk. In noordelijke richting wordt het bos van NieuwWulven verbonden met Fort Vechten. Deze verbinding is een open en nat gebied, dat het schootsveld van de Waterlinie benadrukt. De routes vanuit Houten via Nieuw-Wulven naar Fort Vechten worden aantrekkelijker.
Deze ontwikkeling bedraagt 10 tot 15 hectare (300 bij 300 tot 500 meter).
79
‘Transformeer parkeerplaatsen naar groene initiatieven die de leefbaarheid en biodiversiteit ten goede komen’ Deelnemer startbijeenkomst, 12 juni 2019
80
Met de Waterlinie als regionale drager dienen forten en recreatieterreinen ontwikkeld te worden tot trekpleisters. Andere fortificaties moeten beter verbonden worden door logische en doorgaande fietsroutes. Een aansluiting tussen Fort Het Hemeltje en Oud Wulven is cruciaal. Bij Laagraven is het wenselijk om het inundatiekanaal en de fietsverbinding onder de N409 richting Fort De Batterijen door te trekken. Verder is een fietsroute naar kasteel Heemstede van belang, aansluitend op de Heemsteedseweg naar de recreatieplassen en Utrecht. Rond de kleine kernen moet het recreatieve routenet versterkt worden. Die routes kunnen verbonden worden met kleine groengebiedjes, die van ecologische betekenis zijn en bijdragen aan de biodiversiteit – in totaal zo’n 5 tot 10 hectare. Het landschap tussen Houten en Bunnik wordt beter ontsloten voor langzaam recreatief verkeer. De nieuwe recreatieve structuur langs de Oude Kromme Rijn kan worden versterkt door aanleg van fietspaden en wandelpaden richting Odijk en Bunnik. Tevens komen er recreatieve knooppunten langs routes en bij agrarische bedrijven.
Maatregelen Het uitgangspunt is dat Houten ruimte zal geven aan en investeren in een groene schaalsprong die hand in hand gaat met woningbouw. Een groene kern is onbetaalbaar maatschappelijk kapitaal, dat positief bijdraagt aan gezondheid, sociale cohesie en een goede huizenmarkt. Voor het groeiende inwoneraantal willen we naast forse binnenstedelijke vergroening ook groenstructuren buiten de Rondweg aanleggen, die zowel recreatie als biodiversiteit stimuleren. We hebben nadrukkelijk partners in de regio nodig om ambities – zoals het vergroten van Nieuw Wulven en de verbinding van de oude Kromme Rijn – te realiseren. Interne groenblauwe structuur • Groene oost-westverbinding door het centrum, in combinatie met fietsroute (vergroening van de oevers van de waterloop in het centrum, royale boombeplanting, vergroting biodiversiteit, ecologische verbinding) • Noord-zuidverbinding tussen de belangrijke
•
•
• • •
• •
oost-westgerichte groenstructuur in de noordelijke kern en de Vijfwal: de Molenzoom als een groen park met waterinfiltratie Noord-zuidverbinding tussen de belangrijkste groenstructuren in de noordelijke kern en de Vijfwal: de Houtense Wetering als recreatieve en ecologische groenstructuur Noord-zuidverbinding tussen de belangrijkste groenstructuren in de noordelijke kern en de Vijfwal: groene en blauwe verbinding tussen Rietplas en Kooikersplas De Koppeling als een groene boulevard (royale beplanting, vergroting biodiversiteit, waterinfiltratie en -retentie) Versterking van historische routes vanuit het Oude Dorp Verbetering van de verbindingen tussen de groene oost-westverbinding, het Centrum en de buurtparken – robuuste, ecologische en recreatieve structuren, die de groengebieden met elkaar verbinden Vergroening van schoolpleinen Versterking ecologisch netwerk binnen en buiten de Rondweg
Verbindingen met en in het landschap • Verbind de groene oost-westverbinding met het omringende landschap en recreatieve routes, inclusief een extra passage onder de Rondweg • Versterking van de groenstructuur langs de Utrechtseweg • Groene as en recreatieve verbinding richting Heemstede • Herinrichting van de Rondweg (aan de noordwestzijde) tot een groene boulevard • Natuur- en recreatiegebieden in het landschap • Groengebied rondom de oude loop van de Kromme Rijn: een combinatie van recreatie en ecologie, inclusief groenblauwe verbinding tussen Rietplas en Kooikersplas (inclusief fietsroute) • Gebiedsuitbreiding bos Nieuw-Wulven: open landschap in aansluiting op Nieuwe Hollandse Waterlinie en Fort Vechten, plus combinaties van groenstructuur met archeologie
81
3.6 Mobiliteit - fiets, ov, auto en parkeren De Ruimtelijke Koers biedt kansen om de kwaliteit van het fietsnetwerk en het openbaar vervoer te versterken. Tegelijkertijd betekent het toevoegen van een groot aantal woningen dat extra maatregelen aan het wegennet eveneens nodig zijn om Houten per auto bereikbaar te houden.
3.6.1 Netwerk voor fietsers en voetgangers Niet alleen de fietspaden binnen de ontwikkellocaties, maar ook de routes ernaartoe worden verbeterd. Zo worden ‘dragende’ fietsroutes doorgetrokken naar de toekomstige woongebieden aan de noordwestkant. Zoals gebruikelijk in Houten worden deze nieuwe toevoegingen gekoppeld aan de groenstructuur en worden belangrijke voorzieningen langs de fietsroutes gesitueerd. Het blijkt mogelijk om nieuwe routes toe te voegen. De meest opvallende is de reconstructie van de historische lijn van de Loerikseweg over De Koppeling heen. Omdat De Koppeling hier al wat naar beneden gaat, kan relatief eenvoudig een fietsbrug gerealiseerd worden. Nieuwe fietspaden zijn standaard 4 meter breed en voorzien van vrij liggende voetpaden. Omdat het steeds drukker wordt op fietsroutes en de snelheidsverschillen op de fietspaden toenemen, worden doorgaande paden voor voetgangers steeds belangrijker - ondermeer in het voor- en natransport naar openbaar vervoer en voor ouderen die niet meer kunnen fietsen. Ook bestaande fietsroutes van en naar de ontwikkelgebieden worden (indien mogelijk) volgens deze nieuwe standaard aangepast. Uitgangspunt is dat fietsroutes drukke autowegen ongelijkvloers kruisen. Binnen de woongebieden hebben fietsroutes voorrang op kruisende straten met autoverkeer.
In de nieuwe woongebieden moet voldoende ruimte zijn voor het parkeren van fietsen. Met de Koers sluiten we aan bij de ambitie om de regionale fietsstructuur te versterken. Denk aan de snelfietsroute naar de Uithof en een nieuwe fietsverbinding over het Amsterdam-Rijnkanaal naar Nieuwegein en Vianen (zoals opgenomen in de Regionale Fietsvisie 2.0 van de U10). De routes hebben immers een belangrijke functie voor de
82
regionale ontsluiting van de ontwikkellocaties in Noordwest, Centrum, Molenzoom en De Koppeling.
3.6.2 Openbaar vervoer In Houten is de trein de ruggengraat van het openbaar vervoer. Er zijn twee stations met fietsverbindingen in alle richtingen. In de toekomst wordt een verdere groei van het aantal treinreizigers verwacht, waardoor de frequentie van de treinen omhoog gaat. Er stoppen in Houten en Houten Castellum in de spits zes sprinters per uur. De ambitie is om de frequentie te verhogen naar acht keer per uur. Ook de avond- en nachtbediening kan beter. Overigens moet bij planontwikkeling direct aan het spoor in de binnenstedelijke gebieden Het Centrum, De Molenzoom en De Koppeling rekening worden gehouden met geluid en spoortrillingen. De bus heeft een relatief bescheiden rol: slechts 0,5 procent van alle verplaatsingen van en naar Houten gebeurt per bus. We zien op dit moment zelfs een vermindering van het aantal bussen. Met de Ruimtelijke Koers willen we het tij keren. Het is niet realistisch om een nieuwe hoogwaardige ov-as te verwachten, mede omdat op regionale schaal ingezet wordt op een nieuwe verbinding ten zuiden van de stad Utrecht (via Lunetten). Maar door binnenstedelijke verdichting kunnen bestaande buslijnen wel versterkt worden (hogere frequentie, betere bezetting, extra doorstromingsmaatregelen).
Alle ontwikkelingsgebieden liggen bijvoorbeeld aan de busverbinding vanaf de Utrechtseweg via de westelijke Rondweg naar De Koppeling en het Centrum, waardoor het draagvlak voor deze verbinding stijgt. Daarnaast wordt ingezet op een busverbinding richting Bunnik. De kans van slagen is mede afhankelijk van ruimtelijke ontwikkelingen in de buurgemeenten, vooral in Odijk-West en BunnikZuid. Door te kiezen voor woningbouw binnen het bestaand stedelijk gebied, ontstaat meer draagvlak voor vraagafhankelijke vormen van openbaar vervoer op de first en last mile (bijvoorbeeld met elektrokarren). De verdere ontwikkeling hiervan moet niet beperkt blijven tot de nieuwbouwgebieden.
3.6.3 Wegenstructuur Voor de externe bereikbaarheid is het noodzakelijk dat de aansluiting van de Limesbaan op de A12 wordt gerealiseerd – dus ook op- en afritten in oostelijke richting. Daarmee kunnen ook De Staart en de Utrechtseweg ontlast worden, waardoor ruimte ontstaat voor nieuw verkeer. Voor de geplande ontwikkelingen in het noordwestelijke deel zal dit evenwel niet genoeg zijn. Veel woningen komen nabij de Utrechtseweg te liggen, zodat de druk op deze verbinding toeneemt. De weg moet daarom verdubbeld worden. Dit heeft ook consequenties voor de
Laagravenseweg in Nieuwegein (N408). Om een hoogwaardig woningbouwgebied te ontwikkelen aan de noordwestzijde is een aanpassing van de wegenstructuur nodig – ook om te voorkomen dat de nieuwe woningen als ‘eilandjes’ tussen de drukke wegen (Utrechtseweg, A27, Rondweg) komen te liggen. Tussen het kruispunt De Staart-De Rede en de Utrechtseweg wordt een nieuwe weg gerealiseerd die de functie van het noordwestelijke deel van de Rondweg grotendeels overneemt. Daarmee ontstaat een nieuwe Rondweg met een maximum snelheid van 70 kilometer. Om het gebruik van deze nieuwe weg te stimuleren, wordt het noordwestelijke tracé van de huidige Rondweg
Gemeente Houten grens
Gemeente Houten grens
Urbanizedarea area Urbanized historicalcentre centre historical
Legenda Mobiliteit
Mobiliteit Highway snelweg Highway Railway spoorlijn Railway Trein stations treinstations
Trein stations
(H)OV en halten (h)ov enenhalte (H)OV halten fietsroute - bestaand bestaande hoofdfietsstructuur fietsroute bestaand fietsroute - nieuw nieuwe hoofdfietsstructuur fietsroute - nieuw Rondweg Rondweg roads down-graded implekkers ‘knip’ autoverkeer down-graded roads important inprikkercrossings implekkers future connections nieuwe verbinding important crossings
future connections
Visie op de toekomstige mobiliteit
83
afgesloten voor doorgaand autoverkeer. Ook een mogelijke sluiproute door de woonbuurt (tussen De Borch en De Camp) wordt afgesloten. Alleen voor bussen en hulpdiensten blijft een doorgaande route bestaan. De route via de huidige Rondweg krijgt het karakter van een buurtstraat. De maximumsnelheid wordt hier teruggebracht tot 50 km/h. Bij de plaatsen waar veel fietsers en voetgangers de weg kruisen, komen ook bushalten en gaat de snelheid terug naar 30 km/h. De Utrechtseweg wordt verkort en verdubbeld, zodat deze niet dwars door het nieuwe woongebied loopt. Op die manier wordt de nieuwbouw verbonden met de Houtense fiets- en groenstructuren. De nieuwe Rondweg ligt parallel aan de A27, waardoor barrières zoveel mogelijk worden gebundeld en effectieve geluidsafscherming mogelijk is. Het oude tracé van de Utrechtseweg kan worden ingericht als busbaan, met een centraal gelegen halte in het ontwikkelingsgebied. Door een heldere stedenbouwkundige en landschappelijke vormgeving moeten binnenstedelijke wegen herkenbaar blijven. Gezien de hoeveelheid verkeer blijven de kruisingen met fietsverkeer ongelijkvloers. Voor het overige blijft de autostructuur intact. Op sommige plaatsen op de Rondweg en De Koppeling zijn mogelijk aanpassingen nodig om de doorstroming bij toenemend verkeersaanbod te waarborgen.
Denk aan verkeerslichten op drukkere kruispunten of extra capaciteit in de tunnel onder het spoor.
3.6.4 Parkeren Stedelijke verdichting betekent dat de ruimte schaars is en dat hogere eisen gesteld worden aan de kwaliteit van de openbare ruimte en het groen. Daarin is vaak geen ruimte voor grote hoeveelheden parkeerplaatsen. Het aantal parkeerplaatsen per woning wordt verminderd om parkeren zoveel mogelijk te concentreren in collectieve, gebouwde parkeervoorzieningen, soms op afstand van de woning. Concreet gaat het om de volgende maatregelen. • Introductie van een ‘schilnorm’ • Het gebruik van deelauto’s • Dubbel gebruik van parkeerplaatsen
Introductie ‘schilnorm’ In het Centrum gelden al lagere parkeernormen dan elders in Houten, maar direct daarbuiten is de parkeereis 0,5 parkeerplaats per woning hoger (volgens Houtens parkeerbeleid uit 2013). In andere gemeenten is het gebruikelijk om rond het Centrum een norm te hanteren die tussen de norm voor ‘centrum’ en ‘rest bebouwde kom’ in ligt (de zogenaamde ‘schilnorm’). Dat is met name voor de ontwikkelingen in de Molenzoom reëel – gezien de ligging nabij het Centrum en het treinstation. Gebruik van deelauto’s Vooral in het Centrum en de Molenzoom is het gebruik van deelauto’s kansrijk. De ervaring leert dat hiermee 15 procent minder autoparkeerplaatsen nodig zijn, mits aan een aantal voorwaarden voldaan wordt. • Deelauto’s vormen een goed alternatief voor diegenen die relatief weinig rijden (en niet voor diegenen die dagelijks de auto gebruiken). Daarom zijn deelauto’s alleen succesvol in gebieden met goed openbaar vervoer en dagelijkse voorzieningen op korte (fiets)afstand. Daarom liggen er vooral kansen in het Centrum en de Molenzoom. • Deelautosystemen zijn het meest succesvol als zij onderdeel zijn van een totale visie op mobiliteit. Deelauto’s zijn meestal niet voor elke voordeur beschikbaar.
Om te zorgen dat deelauto’s minstens zo aantrekkelijk zijn als de eigen auto, worden ook de ‘gewone’ parkeervoorzieningen geconcentreerd op locaties op enige afstand van de woning (dat maakt ook dubbel gebruik mogelijk, zie hierna). Hoogwaardige fietsenstallingen en -bergingen moeten daarentegen ‘voor de deur’ beschikbaar zijn. Hierin moet ook ruimte zijn voor bijzondere
Elektrische deelauto’s als alternatief voor privaat autobezit
84
•
•
•
fietsen zoals driewielers, scootmobielen of bakfietsen. Parkeerregulering (betaald parkeren en vergunninghoudersparkeren) is een vereiste om het effect van deelauto’s te vergroten. Enerzijds als stimulans om gebruik te maken van deelauto’s (daarvoor hoeft immers geen parkeergeld betaald te worden en de deelauto heeft een vaste plaats dichtbij de woning). Anderzijds om te ‘sturen’ op autobezit, zodat eventueel tegenvallende resultaten niet leiden tot parkeerproblemen in de eigen of omliggende woonbuurten. De figuur geeft een indicatie van waar regulatie nodig is bij inzet op deelautosystemen. Het gaat om Centrum en Molenzoom, maar ook om de gebieden daaromheen (om overloopeffecten tegen te gaan). In Noordwest en De Koppeling wordt ook ingezet op deelauto’s, maar in bescheiden mate (vanwege de minder directe nabijheid van voorzieningen en hoogwaardig openbaar vervoer).
Dubbel gebruik van parkeerplaatsen Functiemenging van wonen en werken betekent ook dat meer parkeerplaatsen dubbel gebruikt kunnen worden. Want woningen hebben ’s nachts de grootste parkeerbehoefte en werklocaties juist overdag. De functiemenging die in de Ruimtelijke Koers wordt voorgesteld biedt dus kansen om naar verhouding minder parkeerplaatsen te realiseren. Maar dat betekent wel dat er zo min mogelijk private parkeerplaatsen uitgegeven mogen worden: in een meer verstedelijkt gebied is het niet meer wenselijk om woningen en bedrijven allemaal
eigen parkeerplaatsen aan te bieden. Een efficiënt gebruik van de beschikbare ruimte is essentieel om een hoogwaardige openbare ruimte te kunnen realiseren.
Maatregelen Fietsnetwerk • Fietsroutes blijven de dragers van de structuur. Ze kruisen drukke wegen ongelijkvloers en hebben voorrang op kruisingen met minder drukke autoroutes • Nieuwe routes sluiten naadloos aan op lokale en regionale routes • Fietsroutes in en naar nieuwe woongebieden worden breder en krijgen doorgaande voetpaden • Nieuwe openbare ruimtes worden ontworpen vanuit de wensen van voetgangers en fietsers Openbaar vervoer De trein blijft de ruggengraat van het openbaar vervoer • Extra woningen zorgen voor meer draagvlak voor buslijnen en ‘vraagafhankelijk vervoer’, zoals elektrokarren • Als Bunnik extra woningen bouwt, ontstaan kansen voor een busverbinding in oostelijke richting
•
Wegenstructuur • De Limesbaan moet van en naar het oosten aangesloten op de A12. Daarnaast moet de Utrechtseweg verkort en verdubbeld worden • De Rondweg wordt aan de noordwestkant omgelegd, zodat nieuwe woningen binnen het nieuwe tracé komen te liggen. Het oude parcours krijgt een andere functie en inrichting • Verdubbeling Rondweg Oost tussen De Koppeling en de Limesbaan Parkeren In het Centrum en op de Molenzoom gelden lagere parkeernormen dan nu. Daarvoor is (onderzoek naar) parkeerregulering nodig (betaald parkeren en vergunninghouders) • Het gebruik van deelauto’s wordt gestimuleerd (vooral in Centrum en Molenzoom) • Parkeerplaatsen worden zoveel mogelijk dubbel gebruikt
•
85
bestaande fietsroute regionale fietsroute op te waarderen door extra breedte en voetpaden nieuwe fietsroute
Maatregelen fietsroutes
Doortrekken fietsroutes
86
buslijnen en bushaltes spoorlijn en treinstations buslijn naar Bunnik
Maatregelen openbaar vervoer
Complete aansluiting op A12
uitsluitend bus buurtstraat (30 km/u) interne autoverbinding (50 km/u) Rondweg (70 km/u) invalsweg
Maatregelen wegenstructuur
87
3.7 Duurzaamheid - energie, klimaatadaptatie en circulariteit De Ruimtelijke Koers draagt bij aan een duurzaam Houten: klimaat- en energieneutraal, schoon en stil, met gesloten kringlopen en volop groen en water. Hiervoor gelden een aantal uitgangspunten en richtinggevende keuzes.
3.7.1 Energie Het uitgangspunt voor nieuwbouw in Houten is energieneutraal. Hieronder verstaan wij dat alle energie (gebouwgebonden plus gebruik) die in een jaar binnen de betreffende gebouw wordt verbruikt, ook ter plaatse duurzaam wordt opgewekt. Bij voorkeur zijn gebouwen zelfs energieleverend, oftewel ze wekken in een jaar meer energie op dan er ter plekke verbruikt wordt (zie ook het Programma Ruimte 2017-2019 en het collegeprogramma 2018-2022). Wanneer dit praktisch niet mogelijk is, is het de bedoeling dat de ontwikkeling minimaal op gebiedsniveau energieneutraal moet zijn. Grondgebonden woningen hebben voldoende dak- en geveloppervlak om deze energieneutraal te realiseren. Bij gestapelde bouw is dit niet altijd vanzelfsprekend. Op locaties met veel gestapelde bouw blijft anno 2020 waarschijnlijk een energievraag over die op andere plekken in Houten opgewekt moet worden, maar de voorkeur heeft om het om het om gebiedsniveau op te lossen. Een tekort aan dak- en geveloppervlak kan dan mogelijk (deels) gecompenseerd worden met een elders binnen het ontwikkelingsgebied geplaatste duurzame opwekinstallatie, zoals zonnepanelen, of met een collectief warmtenet (op basis van een duurzame bron). In de Transitievisie Warmte, die begin 2021 verschijnt, bepaalt de gemeente in welke gebieden een dergelijke collectieve oplossing kansrijk is.
Ook kan het bufferen/opslaan van energie de restvraag beperken. De Ruimtelijke Koers kijkt tot 2040. Tot die tijd zijn een hoop innovaties te verwachten. Daarom worden de eisen voor nieuwbouw steeds afgestemd op de laatste ontwikkelingen.
3.7.2 Klimaatadaptatie De groene structuur is de basis – groen vervult namelijk meerdere functies, zoals de opvang van water, hittereductie en het bevorderen van de
88
NOM/Energieleverend
Duurzaamheidsmaatregelen biodiversiteit. Voor de openbare ruimte geldt een verdeling van 60 procent groen en water en 40 procent verharding. Bij nieuw- en verbouw is de waterberging op eigen terrein minimaal 15 millimeter per vierkante meter verhard oppervlak. Speciale aandacht is er voor de behoefte aan meer waterbuffers. Dit wordt bereikt door het maximaliseren van infiltratiezones en het ‘slim’ profileren van straten en groene gebieden – zodat regenwater tijdelijk wordt opgevangen en vertraagd afgevoerd naar het rioolstelsel. In bouwblokken kan de waterbuffercapaciteit worden vergroot door minimaal 60 procent van daken en binnenplaatsen in te richten met waterretentiesystemen. Ondergrondse wateropslagkratten (en het hergebruik van dit water) behoren eveneens tot de mogelijkheden. De wateropslagcapaciteit kan vergroot worden door het verbinden van grote wateren en het weer blootleggen van de oude loop van de Kromme Rijn. Het is soms nodig om naast ‘groene’ maatregelen technische maatregelen te nemen om wateroverlast, droogte en hittestress te voorkomen. Hier moet pas in de laatste plaats op worden teruggegrepen – het gaat immers om een beleefbare en gezonde leefomgeving. De gemeente werkt aan een plan voor klimaatadaptatie. Hierin zal nader worden uitgewerkt hoe Houten met dit vraagstuk om zal gaan.
3.7.3 Circulariteit De Koers zet in op dubbel ruimtegebruik, optimalisatie en flexibiliteit van functies en het hergebruik van materialen. Daarvoor is het van belang om de aanwezige infrastructuur en bebouwing in beeld te brengen en waar mogelijk te benutten voor nieuwe ontwikkelingen. Zo gaat er weinig sloopmateriaal verloren en kunnen kringlopen – in ieder geval op lokaal niveau – worden gesloten. Bij nieuwbouw wordt de verwachte gebruiksduur kritisch bekeken en waar nodig het ontwerp aangepast – met bijvoorbeeld demontabele houtbouw of door de inzet op eenvoudig te transformeren gebouwen, zoals eerder is gedaan met de school(woning)gebouwen in Houten-Zuid. De grenswaarde Milieuprestatie Gebouwen (MPG) is maximaal 1,0 bij nieuwe woningen. Hoe lager de MPG, hoe duurzamer het materiaalgebruik. Ook de deeleconomie speelt een belangrijke rol. Dit levert meer ruimte op voor andere functies, omdat bijvoorbeeld door het gebruik van (elektrische) deelauto’s het ruimtebeslag voor parkeren afneemt. Ook wordt restafval zo veel mogelijk beperkt en hergebruik van grondstoffen gestimuleerd door afvalscheiding voor huishoudens zo makkelijk mogelijk maken.
•
opslag en hergebruik van energie Opslag van duurzame energie in verband met seizoens- en dag-nachtpatronen
Klimaatadaptatie Gebruik bestaande groenblauwe structuren, voeg nieuwe structuren (met fiets- en wandelroutes) toe • Groen op meerdere niveaus: in de openbare ruimte en op of tegen bebouwing (natuurinclusief bouwen) • Biodiversiteit verhogen door de aanleg van gebiedseigen groen en door natuurinclusief bouwen • Regenwater bergen • Zorg dat maatregelen zichtbaar zijn. Dit zorgt voor begrip en kennis bij bewoners
•
Circulariteit • Faciliteren van deelgebruik vervoer • Flexibel bouwen: gebouwen wisselen van functie en zijn demontabel • Circulaire materialen met een lange levensduur • Circulair bouwen: gebruik van vrijkomende materialen • Dubbel ruimtegebruik en functieoptimalisatie • Deelgebruik van voorzieningen • Gemakkelijk afval scheiden
Maatregelen Hieronder staat een aantal globale maatregelen voor energie, klimaatadaptatie en circulariteit. Deze lijst is niet uitputtend. Een nadere specificatie met voorbeelden is te vinden in paragraaf 4.1 over de deelgebieden. Energie • Isolatie en slimme technieken voorkomen energieverlies- en verspilling • Maximale opwekking van duurzame energie op nieuwe woningen en in nieuwe wijken. Daken en gevels benutten voor zonne-energie, tenzij groene daken of gevels de voorkeur hebben vanuit klimaatadaptatie en biodiversiteit • Maximaal gebruik van warmte uit water en asfalt, hergebruik van restwarmte • Dubbel ruimtegebruik voor de opwekking,
Klimaatproblemen in Houten: wateroverlast en droogte
89
3.8 Stedenbouw - principes voor een compact houten Het dorp Houten is als groeikern in de jaren tachtig en negentig, en vervolgens als Vinexwijk aan de zuidzijde fors gegroeid. Het aantal inwoners nam toe van 6.000 in 1966 tot 50.000 nu. Beide groeifasen hebben een eigen vorm en typologie opgeleverd die gekenmerkt wordt door vrijstaande en geschakelde woningen. Uitgangpunt was een kleinschalig woonlandschap van laagbouw, met aandacht voor de menselijke maat. Vooral in de woonwijken is de architectuur ondergeschikt aan de stedenbouwkundige opzet. De architectuur heeft een terughoudend karakter die bijdraagt aan een ontspannen woonlandschap. De architectuur in Houten-Zuid is expressiever dan in Noord. De entrees van de woonbuurten zijn voorzien van hoogteaccenten, en in het Centrum staat een toren van veertien verdiepingen. De bebouwing in het Centrum en op de Molenzoom kenmerkt zich door een hoogte van maximaal vier tot vijf lagen. Houten maakt een volgende stap in haar ontwikkeling. Stapsgewijs is het oude dorp getransformeerd in het Houten van vandaag. Daarbij is een DNA opgebouwd waarin groen, een focus op de fiets en ov, een aangename woonomgeving en beperkte aanwezigheid van autoverkeer een voorname rol spelen. Na twee fasen van uitbreiding is er, om aan de lokale woningbehoefte te voldoen, een noodzaak om
Bestaande bebouwing in Houten
90
1.
2.
3.
4.
5.
6.
Bestaande bebouwing in Houten. 1. gemiddeld 1-3 lagen met hellend dak 2. incidenteel 4-6 lagen met een hellend of plat dak 3. belang van publiek-private overgang bij groen 4. hogere bebouwing aan pleinen en of inprikkers 5. verspringende rooilijn en bebouwing 6. geen volledig gesloten bouwblokken
opnieuw woningen toe te voegen aan Houten. Dit gebeurt onder andere condities dan de vorige twee uitbreidingen. De volgende stap voor Houten vraagt om een andere aanpak, waarbij een groot deel van de nieuwe woningen in het bestaande Houten gerealiseerd gaan worden. Hiervoor is het noodzakelijk om in een hogere dichtheid en met ander bouwhoogte te bouwen. Dit is geen unieke opgave en Houten
91
loopt niet voor, maar het is een opgave die in veel gemeenten op tafel ligt. In de Ruimtelijke Koers is ervoor gekozen om de nieuwbouw geconcentreerd in te passen in vier deelgebieden. Het betekent wel dat het aanzien van Houten op een aantal plekken zal veranderen. Deze nieuwe laag mag best herkenbaar zijn, maar moet tegelijkertijd aansluiten bij de bestaande bebouwing en de menselijke maat. Om woningbouw met kwaliteit te bieden, die past bij het Houtens DNA, zijn vijf stedenbouwkundige principes opgesteld. 1. De nieuwbouw sluit door middel van getrapte hoogtes zo veel mogelijk aan bij de hoogtes van de omgeving. Een menging van schuine en platte daken zorgt ervoor dat de bebouwing goed aansluit op de omgeving. 2. Compacte bouwhoogte. De bebouwing heeft aan de straatzijde een maximale hoogte van vijf bouwlagen, door het gebruik van ‘setbacks’, een teruglegging van de gevel. Vanaf de straat lijkt het gebouw laag, terwijl in werkelijkheid de bouwhoogte boven de vijf verdiepingen reikt. 3. Bouwblokken bestaan uit meerdere panden en gebouwen, die variëren in hoogte en maat. Het mengen van hogere en lagere gebouwen en het terugleggen van hogere verdiepingen (setbacks), zorgen dat de menselijke maat behouden blijft, ondanks de
Bestaand hoogteprofiel
Een nieuw hoogteprofiel voor Houten
92
hogere dichtheid. Hoekverdraaiingen in het stratenpatroon zijn aanleiding om bebouwing anders te oriënteren en te onderbreken. 4. De architectuur van de bebouwing wisselt en heeft een rijke detaillering, maar is toch terughoudend. In combinatie met groene openbare ruimtes levert dit een krachtig beeld op. De architectuur kan per deelgebied verschillend worden uitgewerkt.
5. Stad op ooghoogte en ruimte voor
ontmoeten. Met inbreiding en hoogbouw wordt ruimte vrijgespeeld voor een hoogwaardige (openbare) ruimte in en rondom de gebouwen, waardoor de verblijfskwaliteit en sociale cohesie toeneemt. Door hoogwaardige materialen (duurzaam trottoirmeubilair), aantrekkelijk groen, uitnodigende plekken (parken, pleinen, atriums, terrassen, speelplekken) en een goed microklimaat ontstaat een omgeving waar het goed toeven is. Dat is een belangrijke voorwaarde voor stedelijke verdichting. Door aantrekkelijke plinten (de begane grond en /of eerste verdiepingen van een gebouw) met (commerciële) voorzieningen en horeca, en met uitnodigende gevels wordt de schaal van hogere gebouwen op straatniveau kleiner gemaakt.
Referenties voor een nieuwe ‘Houtense stedelijkheid’
93
3.9
Houten en de regio
De ambities in de Ruimtelijke Koers leveren een grote bijdrage aan regionale opgaven. Met de bouw van 5.800 woningen (4.800 plus 1.000 woningen in de planning) voorziet Houten niet alleen in de eigen behoefte, maar levert ook een bijdrage aan de regionale vraag van 37.000 woningen. De minimaal 4.800 woningen dragen bij aan de 37.000 woningen waarvoor nog een plek gevonden moet worden (zie paragraaf 2.3). De deelgebieden waar deze woningen gerealiseerd worden bevinden zich in de directe nabijheid van knooppunten – alle nieuw te bouwen woningen liggen bijvoorbeeld binnen tien minuten fietsafstand van station Houten. De locaties aan de noordwestkant kunnen aanhaken bij de dynamiek in de A12-zone tussen Nieuwegein, Utrecht en Houten. Om de ambities van deze Koers voor elkaar te krijgen heeft Houten de provincie, het Rijk en de regio hard nodig. Daarom zijn hier de belangrijkste maatregelen opgesomd waarvoor cofinanciering nodig is. Dit is van essentieel belang, want deze maatregelen zijn nodig om de Ruimtelijke Koers mogelijk te maken.
Maatregelen Fietsinfrastructuur • Verbeteren (zoals verbreden) en aanleggen van (regionale) fietsroutes (zie paragraaf 3.6 en deelgebieden) • Fietsbruggen, tunnels en viaducten (zoals over De Koppeling, zie 3.6 en deelgebieden) Openbaar vervoer • Doorstromingsmaatregelen verschillende wegen • Ontwikkelen lokaal openbaarvervoersysteem • Herinrichting busstation Molenzoom • Nieuwe bushaltes in Noordwest • Hogere frequentie van treinen
94
Landschap en groenstructuur • Versterking groenstructuur in Centrum • Lineair park Molenzoom • Verbeteren groenstructuur Utrechtseweg • Uitbreiding van Nieuw-Wulven • Ontwikkeling van het landschap aan de oostzijde Auto-infrastructuur • Volledige aansluiting van de Limesbaan op de A12 • Verdubbeling van de Rondweg tussen Limesbaan en De Koppeling • Verdubbelen en aanpassen Utrechtseweg • Verbreding viaduct Utrechtseweg over A27 • Realiseren ongelijkvloers kruispunt Laagravenseweg • Verleggen van de Rondweg aan de noordwestzijde (parallel aan A27) • Verbeteringen aansluiting A12 Laagraven • Herinrichting wegenstructuur Molenzoom • Geluidswerende maatregelen langs A27 (zoals schermen of natuurlijke buffers)
Contour Ruimtelijk-Economisch Programma (31-03-2020), Kaart van Altijd
95
Mobiliteit en verstedelijking – een regionale opgave Zoals eerder gezegd werkt de gemeente Houten met regionale partners aan grote regionale opgaven op het gebied van wonen, landschap, werken, energie en mobiliteit. Bijvoorbeeld in het Ruimtelijk Economisch Programma (REP), de Regionale Energiestrategie (RES), onderzoek voor het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) en in het Programma U Ned. Zo is in het kader van U Ned in 2018 een programmaplan op hoofdlijnen opgesteld om nieuwe woon- en werkgebieden te kunnen realiseren, zonder dat de bereikbaarheid en de leefbaarheid als gevolg daarvan achteruit gaan. Om te beginnen wordt binnen U Ned en REP ingezet op een strategie waarbij wonen en werken zoveel mogelijk in en rond vervoersknooppunten wordt verdicht, zodat waardevol groen wordt gespaard (‘ladder van verstedelijking’). Pas daarna komen nieuwe ontwikkellocaties aan de randen van de kernen in beeld (uitleglocaties). Houten neemt de regionale ambitie om zoveel mogelijk binnen bestaand stedelijk gebied te bouwen over. Zo kunnen ook in Houten bestaande trein- en buslijnen optimaal benut worden en wordt het landschap zo min mogelijk aangetast. Een andere belangrijke notie is dat ‘meer van hetzelfde’ niet genoeg is om de verwachte groei op een gezonde en duurzame manier op te vangen.
Er is behoefte aan een betere spreiding van de vraag naar mobiliteit (qua ruimte, type vervoer en tijd) en een betere integratie van meerdere modaliteiten, waaronder nieuwe vervoersconcepten als ‘mobility as a service’. Ook deze ambitie wordt in Houten al ingevuld. Bestaande fietsvoorzieningen en stallingplaatsen bij stations worden uitgebreid en in de nieuwbouwgebieden wordt ingezet op de ontwikkeling van deelautosystemen. In Centrum en Molenzoom komt sturend parkeerbeleid (vergunningparkeren), waardoor minder parkeerplaatsen nodig zijn en het gebruik van openbaar vervoer en deelauto’s gestimuleerd wordt. Bovendien willen we parkeergelegenheden clusteren en efficiënter gebruiken door dubbel gebruik. Houten geeft in de Ruimtelijke Koers invulling aan regionale ambities, voor zover dat op lokaal niveau mogelijk is. In het Programma U Ned is duidelijk aangegeven dat niet alleen alle mogelijke oplossingen nodig zijn, maar ook alle partijen. De gemeente zet in op verdichting, autoluwe woongebieden, hoogwaardige fietsroutes en sturend parkeerbeleid. Op regionaal of landelijk schaalniveau zijn innovatieve benuttingsmaatregelen, prijsbeleid en ‘spitsmijdprojecten’ denkbaar. Verder zijn Rijk en regio nodig voor investeringen om de benodigde ‘schaalsprong’ in verstedelijking en mobiliteit mogelijk te maken.
In het MIRT-onderzoek ‘Wonen, werken en bereikbaarheid in de Metropoolregio Utrecht (MRU)’ wordt dit concreter uitgewerkt.
96
97
Deze Ruimtelijke Koers staat voor de realisatie van een forse woningbouwopgave in Houten inclusief benodigde infrastructuur, ondersteunende voorzieningen en maatregelen op het gebied van groen en duurzaamheid. Daarnaast wordt met de totstandkoming van nieuwe bouwlocaties voldoende werkgelegenheid gerealiseerd – zodat deze qua omvang op peil blijft. In vergelijking met bouwperiodes uit het verleden – die voornamelijk uitleggebieden betroffen – is deze woningbouwopgave meer complex: het gaat veelal om bouwen in bestaand Houten, de gemeente is niet alleen aan zet en de afhankelijkheid van andere partijen is groter dan voorheen.
98
4
ONTWIKKELSTRATEGIE
‘Prioriteer keuzes op basis van de potenties van de locatie en de markt’ Deelnemer startbijeenkomst, 12 juni 2019
Foto: Het Rond
99
De ontwikkelstrategie voor de Koers – hoe krijgen we de ambities uit hoofdstuk 3 voor elkaar – is een tactisch stappenplan, met ruimte om gedurende het proces bij te sturen. Het is een robuuste strategie met flexibiliteit en adaptief vermogen, waarbij sturing en de inzet van instrumenten, menskracht en middelen een sleutelrol vervullen. En niet onbelangrijk, veel hangt af van de houding en werkwijze ten aanzien van de planontwikkeling en de samenwerking met marktpartijen. Dit hoofdstuk beschrijft de strategie op hoofdlijnen en is bedoeld voor het brede publiek. In een advies aan de gemeente, die apart van de Ruimtelijke Koers wordt gepresenteerd, wordt dieper ingegaan op financiële consequenties en de uitvoeringsagenda.
Grondbeleid 1. Een keuze voor (her)ontwikkeling in bestaande gebieden betekent meer stakeholders, complexiteit en divers eigendom. 2. De gemeente kan een actieve en facilitaire rol kiezen, maar is zeker niet in staat om voor de gehele opgave alle gronden te verwerven en een eigen grondexploitatie te voeren. 3. De gemeente is (dus) een van de spelers op een dynamische grond- en vastgoedmarkt. Ze is belangrijk in het ordenen van ruimte en het stellen van kaders voor de woningbouwprogrammering. 4. In de ontwikkelgebieden zijn meerdere locaties waar transformatie of herontwikkeling kansrijk is. Het succes van ontwikkeling, tempo en financiële haalbaarheid hangt af van programma, dichtheid, kosten en opbrengsten, en niet in de laatste plaats van de bereidheid van private partijen om tot (her)ontwikkeling over te gaan. 5. De menskracht en financiële middelen die de gemeente kan inzetten is schaars, waardoor ze keuzes moet maken waar en op welke wijze ze actief stuurt, ontwikkelingen afdwingt, conditioneert of juist meer keuzes overlaat aan de markt. Inzet van instrumentarium en effectiviteit hangt samen met situationele kenmerken van de deelgebieden en het grond- en vastgoedbezit van partijen. Op basis van bovenstaande kiest de gemeente voor een situationeel en dynamisch grondbeleid.
Dat betekent dat ze de inzet van instrumenten, menskracht en middelen mede laat afhangen van de situatie, grondpositie en de rol die de gemeente wil en kan spelen in de gebiedsontwikkeling. Door de tijd heen veranderen posities en prioriteiten, waardoor de gemeente haar inzet kan heroverwegen en aanpassen als de situatie daarom vraagt of als de gemeente (nieuwe) mogelijkheden ziet om de effectiviteit van handelen en beleid te verbeteren.
100