CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Perspectiefnota 2022 vs 1.0 25-5-2021.pdf

Gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente HoutenBij agendapunt: Perspectiefnota23.757 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Tabel: Stelpost ‘compensatie door het Rijk voor hogere kosten jeugdhulp’ bedragen * € 1.000 Nr. 5.4.2

Omschrijving Maatwerk afspraak met de financieel toezichthouder provincie Utrecht

2022

2023

2024

2025

1.151

1.151

1.151

1.151

5.5 Ombuigingen Op basis van de huidige inzichten zijn in de begroting 2022 ombuigingen nodig om een structureel sluitende meerjarenbegroting op te stellen. Over de dilemma’s, afwegingen en gevolgen hiervan hebben wij de raad op 20 mei 2021 bijgepraat. Hoeveel er bij het opstellen van de begroting daadwerkelijk echt moet worden omgebogen is nu nog onzeker. Daarom nemen we in deze perspectiefnota alleen een denkrichting voor de ombuigingen op. Deze wordt in de begroting 2022 uitgewerkt in concrete ombuigingsvoorstellen en ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. Als denkrichting willen we straks bij de ombuigingsmaatregelen zoveel mogelijk inzetten op ‘omkeerbaarheid’ 3 van de ombuigingsmaatregel. Dit met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen 2022. Een nieuwe raad wil namelijk wellicht andere keuzes. Maar ook omdat er nu nog onzekerheid is over toekomstige geldstromen (algemene uitkering) op basis van het nieuwe regeerakkoord 2021. Bij het opstellen van de perspectiefnota hebben we breed gekeken naar de hoofdlijnen van onze begroting (zie schema hieronder). Tabel: Denkrichting voor mogelijke ombuigingen

3

Ombuigingsmaatregel kan relatief gemakkelijk ongedaan worden gemaakt en in het coalitieakkoord 2022-2026 worden vervangen door een andere ombuigingsmaatregel.

36 / 49

Perspectiefnota 2022 Op basis hiervan is de denkrichting voor de uit te werken ombuigingsmaatregelen als volgt: combinatie van de blokken 1 t/m 4 (evenwichtige verdeling); waarbij alles bespreekbaar is; maar ombuigingen op de beleidsterreinen Wmo en jeugdhulp en op de organisatie (formatie) minder gewenst zijn en; - op basis van het uitgangspunt ‘structureel sluitende meerjarenbegroting’ nu, met uitzondering van 2023, geen inzet reserves. Op basis van de perspectiefnota 2022 moet er voor € 2,5 miljoen worden omgebogen om een structureel sluitende meerjarenbegroting op te stellen. -

37 / 49

Perspectiefnota 2022

6. Financiële onzekerheden In dit hoofdstuk worden de belangrijkste financiële onzekerheden beschreven. In de begroting 2022 worden deze, indien mogelijk, verder gekwantificeerd in de risicomatrix van de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Dan worden deze financiële onzekerheden aangevuld met overige onzekerheden als imago, politiek, organisatie et cetera.  Gevolgen van COVID-19 voor 2022 In de raadsvergadering van 17 juni 2021 zijn de jaarstukken 2020 besproken. In deze jaarstukken is in een aparte paragraaf Covid-19 ingegaan op: - een terugblik op 2020 - het perspectief voor 2021 - de financiële effecten van Covid-19 - een actualisatie van de risico impact-analyse uit de begroting 2021 Ten opzichte van het in de jaarstukken 2020 geschetste beeld is in deze perspectiefnota geen nieuwe relevante informatie toe te voegen. Bij het opstellen de begroting 2022 wordt opnieuw gekeken of een aparte paragraaf Covid-19 nog nodig is of dat het ‘gewoon’ onderdeel kan zijn van de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.  Houtense Werktafel (HWT) / Project Op Koers In 2019 is gestart met een pilot waarin een multidisciplinair team (inzet van sociaal team Houten, Werk en Inkomen Lekstroom (WIL) en Houtense Werktafel (HWT) met al haar stakeholders) de inwoner vanuit zijn eigen perspectief ondersteund.

Hierbij wordt de transformatie verder vormgeven door de inzet van personen, het gebruiken van nieuwe methodieken en worden middelen ontschot ingezet. Hierdoor willen we de inwoner naar eigen vermogen (weer) deel laten nemen aan de maatschappij. Arbeidsparticipatie regelen wij zoveel mogelijk lokaal met de inzet van de HWT. In het collegeprogramma is ervan uitgegaan dat de HWT / Op Koers in 2020 zouden worden geëvalueerd. Daarom is in het collegeprogramma alleen voor 2019 een bedrag van € 500.000 opgenomen voor deze doorontwikkeling. Op basis van de evaluatie moet blijken of en in welke mate bij voortzetting van het beleid er sprake is van structurele financiële gevolgen. De evaluatie is in 2020 vanwege Corona uitgesteld. Er was door de veranderende omstandigheden onvoldoende informatie om de dienstverlening te evalueren. Deze evaluatie vindt nu plaats in 2021. Het resultaat wordt in het najaar 2021 aan de raad aangeboden. Op basis van de evaluatie kan worden bepaald op welke manier de dienstverlening op het gebied van werk en inkomen lokaal / regionaal en bovenregionaal het beste kan worden ingericht en of hierbij sprake is van structurele financiële gevolgen. De voorzetting van beide projecten wordt voor de periode 2021-2022 uit bestaande middelen in de begroting gefinancierd.

 Herijking gemeentefonds Het adviestraject over de herijking van het gemeentefonds is in maart 2021 gestart. Eerst is de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) om advies gevraagd. Daarna de VNG. Dit adviestraject vergt meer tijd dan gedacht. Hierdoor schuift de invoering ook op van 1 januari 2022 naar 1 januari 2023. Dit betekent dat uiterlijk in de meicirculaire 2022 duidelijkheid komt over de nieuwe gemeentefondsuitkering per gemeente. Het voorlopige effect (voor Houten € 120.000 negatief) van de herijking van het gemeentefonds wordt niet verwerkt in de meerjarenbegroting 2022-2025. De herverdeeleffecten kunnen namelijk nog wijzigen, maar ook kan de totale omvang van het gemeentefonds nog worden aangepast. Hierdoor kan een voorlopig negatief herverdeeleffect nog veranderen.  Opschalingskorting gemeentefonds De omvang van het gemeentefonds wordt beïnvloed door de zogenaamde opschalingskorting. Deze opschalingskorting is gebaseerd op een geplande grootschalige herindelingsoperatie. Met als gevolg lagere apparaatslasten voor gemeenten. De herindelingsoperatie is wegens onvoldoende draagvlak afgeblazen, maar het kabinet houdt nog wel vast aan de opschalingskorting. De vraag van de VNG om (een deel van) de opschalingskorting te schrappen heeft het demissionaire kabinet doorgeschoven naar het nieuwe kabinet.

Het geheel of gedeeltelijk afschaffen van de opschalingskorting heeft een positief effect van de meerjarenbegroting 2022-2025.  Compensatie voor hogere kosten jeugdhulp Het kabinet heeft voor de periode 2019-2022 incidenteel (€ 300 miljoen en voor 2021 nog eens € 493 miljoen) extra middelen in de algemene uitkering beschikbaar gesteld voor de toegenomen kosten voor jeugdhulp. Met toestemming van de provinciaal toezichthouder is het aandeel (€ 0,767 miljoen) van de gemeente Houten in de € 300 miljoen structureel geraamd in de meerjarenbegroting 20222025. Daarnaast wordt op basis van een maatwerkafspraak (zie § 5.4.2) met de provinciaal 38 / 49

Perspectiefnota 2022 toezichthouder de stelpost ‘Compensatie door het Rijk voor hogere kosten jeugdhulp’ opgehoogd met € 1,151 miljoen. Het is nu nog onzeker of en zo ja in welke mate het nieuwe kabinet de gemeenten, op basis van de AEF-rapportage, in de hogere kosten voor jeugdhulp tegemoetkomt.  Abonnementstarief huishoudelijke ondersteuning (Wmo) Op 1 januari 2019 is het abonnementstarief huishoudelijk ondersteuning ingevoerd. Onderzoek heeft aangetoond dat de financiële gevolgen (€ 226 miljoen) voor gemeenten substantieel groter zijn dan de door het Rijk toegekende compensatie (€ 145 miljoen). Door het demissionaire kabinet is aangegeven dat zij een aanvullende compensatie niet nodig vinden. Hierdoor ontstaat er een extra financieel knelpunt (zie § 5.4.1) in de begrotingen van gemeenten. De begroting moet worden aangepast op basis van eigen volumeontwikkeling zonder dat hier compensatie tegenover staat. Indien het nieuwe kabinet straks toch tot compensatie zou besluiten heeft dit een positief effect op de meerjarenbegroting 2022-2025.  Beschermd wonen (Wmo) Een afzonderlijk onderdeel binnen de herijking van het gemeentefonds is een nieuw objectief verdeelmodel voor beschermd wonen. De uitvoering van de taak (en de bijbehorende middelen) gaat over van de centrumgemeenten naar alle gemeenten. Deze doorcentralisatie beperkt zich tot nieuwe cliënten en gaat in per 2023.

Stapsgewijs worden op basis van analyses van in- en uitstroom van cliënten in de afgelopen jaren, middelen aan het gemeentefonds toegevoegd. Als het goed is heeft het voor de gemeente Houten een budgetneutraal effect, omdat de kosten van de nieuwe cliënten via het nieuwe verdeelmodel voor beschermd wonen worden verdeeld.  Aanbesteding exploitatie fietstransferium Op 15 maart 2011 is er met “NS Fiets” een huur- en exploitatieovereenkomst afgesloten voor het fietstransferium in Houten Centrum. Later is hier onder dezelfde condities het fietstransferium Castellum aan toegevoegd. Sinds ruim een jaar is de gemeente in overleg met NS over verlenging van de huur- en exploitatieovereenkomsten van de twee fietstransferia in Houten. Beide partijen komen niet tot overeenstemming over een verlenging van 5 jaar. De einddatum van de overeenkomsten was 19 maart 2021. Op 6 april 2021 hebben we besloten akkoord te gaan met het voorstel van “NS Fiets” om de huur- en exploitatieovereenkomsten per 1 december 2021 te beëindigen. Door deze korte verlenging van de overeenkomst voorgesteld is er tijd om een via een aanbesteding een nieuwe exploitant te vinden. De aanbesteding moet nog opgestart worden. Hierdoor is het nu nog onzeker of het resultaat van deze aanbesteding straks past binnen de beschikbare budgetten voor exploitatie van de fietstransferia.

 Aanbesteding openbare verlichting Op 20 april 2021 hebben wij besloten over de voorbereiding voor het beheer- en onderhoudscontract voor de openbare verlichting met een beheertermijn van 20 jaar. Hiervoor zijn verschillende scenario’s met een kostendoorrekening uitgewerkt. Bij het voorkeursscenario is er op basis van de doorrekening een besparing mogelijk van € 170.000 per jaar. Deze mogelijke besparing is nog te onzeker om nu al te begroten. Eerst wordt het resultaat van de aanbesteding (2022) afgewacht.  Wet kwaliteitsborging voor gebouwen (Wkb) Bij de Wkb is er sprake van verminderde legesinkomsten door het vervallen van de vergunningsplicht technische bouwactiviteit gevolgklasse 0 en voor gevolgklasse 1 door verschuiving van het werk naar de markt. Het effect voor de gemeente Houten is nu nog moeilijk in te schatten. Dit is afhankelijk van het aantal vervallen vergunningen, de resterende werkzaamheden in het toezicht en handhaving die bij de gemeente blijven en de mogelijkheid om kosten en/of formatie terug te dringen. Het ministerie van BzK voert nog een zogenaamd artikel 2 onderzoek uit in het kader van de Financiële verhoudingswet. Vooruitlopend op het resultaat van dit onderzoek wordt nu nog geen structureel voorof nadeel in de meerjarenbegroting opgenomen. De beoogde inwerkingtreding (1 januari 2022) van de Wkb sluit aan bij die van de Omgevingswet.

Op dit moment dreigt echter opnieuw uitstel van de invoeringsdatum van de Omgevingswet. Of hiermee ook de invoeringsdatum van de Wkb verschuift is nu nog onduidelijk. Voor de inwerkingtreding zal aan de raad een voorstel worden gedaan tot aanpassing van de Legesverordening en bijbehorende tarieventabel. Daarin zullen alle veranderingen als gevolg van de Omgevingswet en Wkb worden verwerkt.  Klimaatakkoord / klimaatdoelstellingen Voor de uitvoering van het Klimaatakkoord zijn voor 2022 nog geen bedragen gereserveerd in de rijksbegroting. Er ligt een advies van de Raad Openbaar Bestuur (ROB) voor bekostiging van € 450 miljoen in 2022. Het demissionaire kabinet heeft een eventuele toezegging hierover doorgeschoven naar het nieuwe kabinet. Het demissionaire kabinet is wel voornemens om in de voorjaarsnota 2021 al een bedrag op te nemen voor gemeenten in 2022. In de meicirculaire 2021 komt hierover meer duidelijkheid. Over de verduurzaming van het eigen vastgoed van gemeenten merkt de ROB in haar 39 / 49

Perspectiefnota 2022 advies op dat het Rijk ook haar vastgoed moet verduurzamen. Op die manier krijgen gemeenten via de ‘trap-op trap-af’ methode hiervoor ook middelen uit het gemeentefonds. In de perspectiefnota 2021 (ten tijde van de coronacrisis) is door de raad met ingang van 2022 structureel € 200.000 beschikbaar gesteld voor ‘Houten snel aardgas vrij’. Deze middelen blijven voorlopig leidend voor de uitvoering van dit proces. Op het moment dat meer duidelijk is over de structurele bekostiging door het Rijk van de uitvoering van het Klimaatakkoord zullen we kijken wat dit voor Houten betekent.  Project Sterke Lekdijk Het project Sterke Lekdijk betreft twee onderdelen: het vergroten van de capaciteit van de Lekdijk tussen A27 en Fort Honswijk (Project Wegverbreding) en aanpassen weginrichting (Project Beeldkwaliteit). Het vergroten van de capaciteit van de Lekdijk betreft twee dijkvakken, namelijk A27 Pont Culemborg en Pont Culemborg - Grens Wijk bij Duurstede. Geplande uitvoering respectievelijk 2025/2026 en 2027/2029. Vooral het vergroten van de capaciteit van de weg op het dijkvak A27 tot fort Honswijk is essentieel voor alle ontwikkelingen op het Eiland van Schalkwijk zoals woningbouw, recreatie, werken en ontsluiting van fort Honswijk, Lunet aan de Snel en recreatief knooppunt ’t Waal.

De komende periode worden de gesprekken met het HDSR, de provincie Utrecht en enkele andere partners over ambities, meekoppelkansen en financieringsmogelijkheden voortgezet. In de begroting is financiële ruimte voor groot onderhoud en vervanging van bestaand areaal, maar niet voor uitbreiding. Afhankelijk van het resultaat van de voortgang van deze gesprekken wordt in beeld gebracht wat dit betekent voor het te actualiseren meerjarenonderhoudsplan Beheer openbare ruimte.  Transitie Recreatieschap Midden-Nederland Het Recreatieschap Midden Nederland (RMN) heeft aangegeven dat zij zichzelf eind 2021 willen opheffen en dan over willen gaan op en/of in een nieuwe organisatie. Dit proces is in gang gezet, maar verloopt onvoldoende snel. In de loop van 2021 zal door de deelnemers een keuze moeten worden gemaakt over de toekomstige samenwerking van de Recreatieschappen. De met de transitie samenhangende kosten zal naar verwachting voor de gemeenten in 2022 een éénmalige bijdrage betekenen.  Vervangingsinvesteringen sportvelden Op 1 december 2020 heeft de raad het meerjarenonderhoudsplan voor het beheer en onderhoud van gemeentelijke accommodaties vastgesteld. Hierbij is aangegeven dat voor de actualisatie van de vervangingsinvesteringen (revitalisering en verharding) van de sportfaciliteiten nog een apart onderzoek loopt.

In dit onderzoek wordt onder andere gekeken naar sportmaterialen en wanneer velden vervangen moeten worden. Door overmatig gebruik van materialen en velden kan het zijn dat velden harder slijten dan gepland. Eerder vervangen van een sportveld heeft een nadelig financieel effect. Dit onderzoek is nog niet afgerond. Hierdoor is het nu nog onzeker of en zo ja welke financiële effecten dit heeft voor de meerjarenbegroting 2022-2025. .

40 / 49

Perspectiefnota 2022

7. Ontwikkeling reservepositie In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ontwikkeling van de reservepositie van de algemene dienst. In de jaarstukken 2020 is de meest recente herziening van de grondexploitaties opgenomen. Voor de ontwikkeling van de reservepositie van de algemene dienst is het van belang te kijken naar de omvang van de vrije algemene reserve en beklemde algemene reserve. a. Stand vrije algemene reserve per 31 december 2020 € 2,9 miljoen (de provinciale norm is circa € 2,5 miljoen) 4. b. Stand beklemde algemene reserve per 31 december 2020: € 19,1 miljoen. c. Prognose stand beklemde algemene reserve per 31 december 2022: € 16,3 miljoen. In de tabel hieronder wordt het verloop van de beklemde algemene reserve weergegeven. Tabel: prognose beklemde algemene reserve bedragen * € 1.000 Omschrijving

Bedrag

Stand 31 december 2020

19.071

Onttrekkingen 2021-2022 - op basis van collegeprogramma 2018-2022 en perspectiefnota 2020

-2.246

- op basis van raadsbesluit Windpark Goyerbrug (raadsbesluit1 oktober 2019)

-150

- 2e tranche voor de uitvoering van het programmaplan Omgevingswet (voorstel in perspectiefnota 2022)

-577

Toevoegingen 2021 - afrekening voorschotregeling BCF-regeling algemene uitkering (perspectiefnota 2020) Prognose stand per 31 december 2022

165 16.263

Opmerkingen: 1. Onderdeel van het raadsbesluit Windpark Goyerbrug is dat de initiatiefnemer in de operationele jaren 3, 4 en 5 jaarlijks € 16.667 terugbetaald aan de gemeente. Deze bijdrage wordt teruggestort in de beklemde algemene reserve. Dit bedrag (€ 50.000) is nog niet in bovenstaande tabel verwerkt. 2. Uitvoering van het programmaplan Omgevingswet kost € 2,1 miljoen. Dit bedrag is voor de periode 20202023. Er is gekozen voor een programmatische aanpak en een extra fasering. Gedurende de eerste fase (2020-2021) is € 1,5 miljoen nodig (zie raadsbesluit 16 juni 2020). In de perspectiefnota 2022 wordt het resterende benodigde bedrag ter besluitvorming aan de raad voorgelegd (zie hieronder). 3. Op basis van de perspectiefnota 2022 voldoen de vrije en beklemde algemene reserve aan de door de raad hiervoor gestelde kaders.

Tweede tranche (€ 577.000) voor de uitvoering programmaplan Omgevingswet Voor de uitvoering van het door de raad op 16 juni 2020 vastgestelde programmaplan Omgevingswet is € 2,137 miljoen benodigd. De opbouw van dit bedrag is toegelicht in de bij het raadsvoorstel toegevoegde Programma aanpak Omgevingswet. Voor de eerste fase (2020-2021) is € 1,5 miljoen beschikbaar gesteld. De raad heeft destijds ook verzocht te onderzoeken of besparingen op de implementatiekosten mogelijk zijn. Dit blijkt op korte termijn niet het geval. Dit hangt in belangrijke mate samen met de grote vraag in de markt naar Omgevingswet gerelateerde expertise, waardoor menskracht moeilijk te vinden is en vaak ingehuurd moet worden. Dit heeft een kostenverhogend effect. Ook blijken naar de huidige inzichten de inverdieneffecten, anders dan in de eerste landelijke bestuursovereenkomst Omgevingswet nog gedacht, niet tot nauwelijks aanwezig. Belangrijke oorzaak hiervoor is dat de ontlasting van de burger bij een aanvraag, tot een toename van de coördinatielast bij de overheid leidt. De VNG is hierover inmiddels met het Rijk in gesprek om tot een herijking van de tegemoetkoming in de implementatiekosten te komen. De uitkomsten van dit overleg zijn op moment van schrijven nog ongewis.

4 Dit is exclusief de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2020. Bij het schrijven van deze perspectiefnota

moet de raad hier nog over besluiten (raadsvergadering 17 juni 2021).

41 / 49

Perspectiefnota 2022 De implementatie is inmiddels voortvarend ter hand genomen en wordt met het huidig verwachte bestedingstempo, vrijgave van de tweede tranche voor 2022 noodzakelijk om de implementatiekosten te kunnen blijven dekken. De omvang van de bestemmingsreserve Implementatie Omgevingswet is per 31 december 2020 € 1,560 miljoen. Daarom wordt in de perspectiefnota 2022 voorgesteld in te stemmen met een onttrekking van € 0,577 miljoen aan de beklemde algemene reserve. Deze wordt gestort in de bestemmingsreserve Implementatie Omgevingswet. Hierdoor is er in deze bestemmingsreserve € 2,137 miljoen beschikbaar.

42 / 49

Perspectiefnota 2022: Begrotingsrichtlijnen

8. Begrotingsrichtlijnen 2022 8.1 Inleiding Ter voorbereiding op de opstelling van de begroting 2022 worden bij de perspectiefnota 2022 de begrotingsrichtlijnen door de raad vastgesteld. Binnen de kaders van deze begrotingsrichtlijnen werkt het college de begroting 2022 uit.

8.2 Begrotingscirculaire Gemeenten 2022-2025 Op 31 maart 2021 is door de provincie Utrecht de circulaire “begrotingsrichtlijnen en toetsingsaspecten 2022” aan de raad toegestuurd. Hierin staan de begrotingsrichtlijnen en toetsingsaspecten voor de begroting 2022 en de meerjarenraming 2023-2025. Uitgangspunt hierbij is het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK 2020 Gemeenten). Daarnaast worden actuele onderwerpen toegelicht. 8.2.1

Gemeenschappelijk financieel Toezichtkader 2020 Gemeenten

Enkele onderwerpen uit het toezichtkader worden hieronder kort toegelicht.  Repressief of preventief toezicht Repressief toezicht betekent dat de begroting direct kan worden uitgevoerd. Wanneer de begroting niet aan de wettelijke criteria voldoet kan preventief toezicht worden ingesteld. Preventief toezicht betekent dat de begroting en de daaropvolgende begrotingswijzigingen eerst moeten worden goedgekeurd door de provincie voordat deze kunnen worden uitgevoerd.  Begroting moet structureel en reëel in evenwicht zijn Structureel evenwicht = de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Reëel evenwicht = de geraamde bedragen moeten volledig, realistisch en haalbaar zijn.  Algemene uitkering Voor de begroting 2022 en de meerjarenbegroting 2023-2025 moet voor de algemene uitkering uit het gemeentefonds uitgegaan worden van de meicirculaire 2021 en de daarin opgenomen uitkeringsfactoren (op basis van constante prijzen).  Opschuivend sluitend financieel meerjarenperspectief Er mag geen sprake zijn van opschuivend sluitend financieel meerjarenperspectief. Hiermee wordt bedoeld dat het niet is toegestaan om ieder jaar opnieuw een (meerjaren)begroting aan te bieden waarbij uitsluitend de laatste jaarschijf in evenwicht is.

 Inzicht in de structurele begrotingspositie Binnen het meerjarige overzicht van incidentele baten en lasten worden naast alle incidentele posten, ook alle toevoegingen en onttrekkingen aan reserves die incidenteel van aard zijn opgenomen. Alle opgenomen posten worden goed toegelicht. De notitie Structurele en incidentele baten en lasten van de Commissie BBV biedt hiertoe kaders. 8.2.2

Actuele onderwerpen

In de begrotingscirculaire van de provincie zijn de volgende actuele onderwerpen opgenomen die bij het opstellen van de begroting van belang zijn. De provincie heeft daarbij meerdere mogelijkheden genoemd om de financiële effecten in de begroting te verwerken. Hieronder staat de verwerking in onze begroting toegelicht.  Covid-19 Het is zeer ongewis wat de financiële effecten van de corona-crisis zijn op de begroting 2022 en de meerjarenraming 2023-2025. Wij gaan ervan uit dat het Rijk de financiële gevolgen van de coronacrisis (grotendeels) compenseert. Daarom worden in de begroting en meerjarenraming de financiële gevolgen van de corona-crisis budgettair neutraal geraamd. Eventuele werkelijke financiële effecten worden in tussentijdse rapportages en de jaarrekening verwerkt. Bij het opstellen de begroting 2022 wordt gekeken of een aparte paragraaf Covid-19 nog nodig is of dat het ‘gewoon’ onderdeel kan zijn van de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.  Herijking gemeentefonds/verdelingssystematiek Naast de verdeling en omvang van het gemeentefonds wordt er bij de herijking onder andere ook de toereikendheid van de financiering van de jeugdzorg onderzocht. Dit maakt dat er nog veel onzekerheid over de uiteindelijke effecten van de herijking van het gemeentefonds is. De invoering 43 / 49

Perspectiefnota 2022: Begrotingsrichtlijnen van de nieuwe verdeling wordt overgelaten aan het nieuwe kabinet, de voorgestelde invoeringsdatum is daardoor verschoven naar 1 januari 2023. Wij vinden het te voorbarig om bij het opstellen van de begroting 2022 al rekening te houden met de herverdelingseffecten en hebben de voorlopige effecten niet opgenomen.  Sociaal domein De extra middelen jeugdzorg die tot en met 2022 onderdeel uitmaken van de algemene uitkering, kunnen structureel naar rato als stelpost ‘Uitkomst onderzoek jeugdzorg’ worden geraamd. Vanwege de onzekerheid of de inkomsten daadwerkelijk ontvangen worden, wordt deze stelpost in de risicoparagraaf benoemd en weegt mee in de berekening van de ratio van het weerstandsvermogen. Tevens nemen we zelf ook maatregelen die gericht zijn op beheersing van de kosten.  Onderhoud kapitaalgoederen De provincie schenkt dit jaar extra aandacht aan de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen. In deze tijd, waarin de financiële middelen beperkt zijn, neemt de kans toe dat het beheer en onderhoud van kapitaalgoederen minder prioriteit krijgt. Dit kan leiden tot achterstallig onderhoud en/of kapitaalvernietiging. Wij zullen daarom in de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen onderwerpen met meerjarige financiële consequenties goed inzichtelijk maken.

Het gaat dan om de actualiteit en looptijd van onderhoudsplannen, eventuele achterstanden in beheer en onderhoud, middelen voor regulier klein en groot onderhoud en vervangingsinvesteringen.

8.3 Uitgangspunten opstellen begroting 2022 en meerjarenbegroting 2023-2025 8.3.1

Inleiding

Deze begrotingsrichtlijnen bevatten de uitgangspunten die worden gehanteerd bij de opstelling van de begroting 2022 en de meerjarenbegroting 2023-2025. 8.3.2

Financiële basis voor begroting 2022

De financiële basis voor het opstellen van de begroting 2022 is de indicatie van het financieel meerjarenperspectief 2022-2025 in de perspectiefnota 2022. Raadsbesluiten met financiële effecten die niet in de perspectiefnota zijn opgenomen, worden verwerkt in de begroting 2022.  

De indicatie van het financieel meerjarenperspectief 2022-2025 in de perspectiefnota 2022 is het uitgangspunt voor de uitwerking van de begroting 2022. Financiële effecten van raadsbesluiten tot en met 8 juli 2021 (inclusief de perspectiefnota 2022) worden in de begroting 2022 verwerkt.

8.3.3

Kerngegevens

Voor het opstellen van de begroting 2022 en de meerjarenbegroting 2023-2025 is een aantal gegevens van belang. Het gaat hierbij om de kerngegevens die van invloed zijn op de berekening van de groei-gerelateerde budgetten, dus die Q (hoeveelheid) afhankelijk zijn, en een aantal andere specifieke posten zoals de algemene uitkering. In onderstaande tabel is een aantal van toepassing zijnde kerngegevens per 1 januari van het betreffende jaar opgenomen. Begrotingsrichtlijnen 2022 Gegeven Totaal aantal woningen

2022

2023

2024

2025

2026

20.897

21.147

21.397

21.647

21.897

Prognose woningbouwproductie

250

250

250

250

250

Gemiddelde woningbezetting

2,42

2,41

2,41

2,38

2,37

50.571

50.964

51.567

51.520

51.896

Aantal inwoners Aantal éénpersoonshuishoudens

5.684

5.752

5.820

5.888

5.956

Aantal meerpersoonshuishoudens

15.109

15.290

15.470

15.651

15.832

Toelichting op bovenstaande tabel: 1. Uitgangspunt voor het aantal woningen en inwoners is de stand per 1 januari 2021 volgens de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente Houten. 2. Op basis van de woonvisie 2016-2025 moeten in 10 jaar tijd 1.800 woningen worden gerealiseerd. In de eerste 5 jaar (2016-2020) zijn er al gemiddeld 250 woningen per jaar gerealiseerd . Dit gemiddelde wordt ook voor de komende jaren als realistisch beschouwd. Dit is gebaseerd op de ontwikkelingen van afbouw Vinex

44 / 49

Perspectiefnota 2022: Begrotingsrichtlijnen

3. 4.

en kantoortransformaties. Ook wordt deze lijn bevestigt in het rapport bevolkingsprognose gemeente Houten van Pronexus (maart 2020). Deze bevolkingsprognose wordt eens in de twee jaar opgesteld. Bron voor de gemiddelde woningbezetting is de bevolkingsprognose gemeente Houten van Pronexus (maart 2020). Het verschil tussen het aantal woningen en de som van de één- en meerpersoonshuishoudens betreft vooral de incidentele leegstand van woningen.

8.4 Prijsontwikkelingen 8.4.1

Algemeen

Het algemene uitgangspunt is dat het verhogen van budgetten niet is toegestaan. Er is een klein aantal uitzonderingen, genoemd onder 3.4.3., waarbij een specifieke aanpassing toegepast wordt. 8.4.2

Indexering prijsgevoelige budgetten

Het indexeringspercentage dat meerjarig wordt toegepast op de prijsgevoelige budgetten (inclusief subsidiebudgetten) is de prijs bruto binnenlands product voor 2022 volgens de korte-termijnraming van het Centraal Planbureau (CPB) van maart 2021 ( https://www.cpb.nl/centraal-economisch-plan-cep-2021). Voor 2022 is dit 1,6%. Een aanvullende correctie vindt plaats als de actuele CPB-raming voor het lopende jaar 2021 meer dan 0,5% afwijkt van de prijsmutatie waarop de lopende begroting 2021 is gebaseerd. De afwijking is 0,3% (indexatie vorig jaar 1,8%, nu 1,5%) zodat geen bijstelling hoeft plaats te vinden. 8.4.3

Specifieke aanpassingen budgetten

Bij onderstaande budgetten wordt een specifieke aanpassing gedaan: 1. Budgetten (baten en lasten) afhankelijk van kerngegevens Voor een aantal budgetten geldt dat er een directe relatie is tussen de hoogte van het budget en de kerngegevens. Dit wordt autonome groei genoemd. In dat geval moet er een duidelijke onderbouwing van de voorgestelde budgetaanpassing worden aangeleverd. Deze onderbouwing moet gebaseerd zijn op de formule: P (prijs) x Q (hoeveelheid), waarbij de P voor de begroting 2022 alleen mag stijgen op basis van het indexeringspercentage (1,6%) in § 3.4.2 en Q moet aansluiten op de kerngegevens in § 3.3. De inwonersaantallen hebben bijvoorbeeld invloed op de legesopbrengsten van burgerzaken, kosten van verkiezingen, de bijdragen aan onder andere de VNG en kosten van verzekeringen. 2. Budgetten (lasten) gerelateerd aan specifieke contracten op gebied van jeugdhulp en Wmo Op een aantal budgetten met betrekking tot jeugdhulp en Wmo is een afwijkend indexeringspercentage van toepassing. Het gaat hierbij om budgetten waar een specifiek contract aan ten grondslag ligt. Voor deze budgetten wordt uitgegaan van de opgenomen indexeringsafspraken in het desbetreffende contract. Omdat de peildata na het opstellen van de (primitieve) begroting liggen, zullen deze budgetten in de loop van 2022 verhoogd worden.

Voor de dekking hiervan kan (deels) gebruik worden gemaakt van middelen uit de meicirculaire 2021 die voor loon- en prijsindexatie gereserveerd zijn, zie § 3.6. Onderwerp Maatwerk ZIN Wmo Huishoudelijke Hulp Wmo Hulpmiddelen Wmo Individuele voorzieningen Jeugd PGB's SAVE Essentiële functies Jeugd Leerlingenvervoer 1. 2. 3.

Grondslag indexering Overheidsbijdrage in de arbeidskosten-ontwikkeling (OVA-index) 1 OVA-index Consumenten Prijs Index (CPI)) 2 OVA-index OVA-index OVA-index 80% OVA en 20% PPC 3 NEA-index (Panteia)

Peildatum Maart 2022 Maart 2022 Januari 2022 Maart 2022 Maart 2022 Maart 2022 Oktober/november 2021 Oktober 2021

OVA: https://www.nza.nl/documenten/vragen-en-antwoorden/wat-is-het-prijsindexcijfer-voor-personele-kosten CPI: https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83131ned/table?fromstatweb Er wordt aangesloten bij de indexeringssystematiek van het LTA.

45 / 49

Perspectiefnota 2022: Begrotingsrichtlijnen 3. Verhuur accommodaties (baten) De tarieven van de sport- en welzijnsaccommodaties worden jaarlijks per 1 augustus geïndexeerd. Dit betekent dat de tarieven van sport- en welzijnsaccommodaties met ingang van 1 augustus 2022 met 1,6% worden geïndexeerd. 4. Begroting derden op basis van een gemeenschappelijke regeling (lasten) Een aantal budgetten is gerelateerd aan de begrotingen van derden op basis van een gemeenschappelijke regeling. Bij het opstellen van de begroting 2022 worden de meest actuele gegevens van de gemeenschappelijke regeling als uitgangspunt gehanteerd. 5. Te verstrekken subsidies (lasten) De te verstrekken subsidies worden met 1,6% geïndexeerd. Uitzondering hierop zijn te verstrekken subsidies waar een substantiële ‘looncomponent’ onderdeel van is. In die gevallen wordt de indexering van te verstrekken subsidies opgesplitst in: -

1,6% over het prijsgevoelige gedeelte; 1,2% over de looncomponent.

6. Te ontvangen subsidies (baten) Voor te ontvangen subsidies en rijksbijdragen wordt uitgegaan van de (voorlopige) beschikking voor het betreffende begrotingsjaar (indien deze al aanwezig is). Als de beschikking voor het begrotingsjaar (nog) niet is afgegeven, wordt vooralsnog uitgegaan van de meest recente inzichten waarbij lasten en baten verhoogd worden met het indexeringspercentage van 1,6%. 7. Personeel gerelateerde kosten (lasten) Een aantal budgetten is gerelateerd aan de loonsom en bedraagt concern breed 6,2% van de loonsom. Dit percentage is als volgt verdeeld over de diverse loongerelateerde budgetten: Persoonlijke toelagen Forensenvergoeding Jubilea Gratificaties Opslagpercentage genormeerd schaalbedrag

0,40% 1,25% 0,15% 0,20% 2,00%

Loopbaanoriëntatie

1,00%

Opleidingskosten Werving en selectie Arbo en vitaliteit Dienstreizen Overige personeelskosten Totaal % overige formatie-gerelateerde budgetten

1,80% 0,20% 0,60% 0,20% 0,40% 3,20%

Omdat deze budgetten gerelateerd zijn aan de loonsom worden ze verhoogd met de loonontwikkeling van 1,2%. 8. Verzekeringen (lasten) Voor lopende verzekeringen geldt de grondslag voor de premieberekening. Bij verzekeringen waarbij de premie wordt berekend op basis van het aantal inwoners, wordt rekening gehouden met de vastgestelde inwoneraantallen uit de kerngegevens (zie § 3.3). De prijs per inwoner mag stijgen met een indexering van 1,6%. Bij verzekeringen waarvan de premie wordt berekend aan de hand van een percentage van de verzekerde waarde wordt de verzekerde waarde geïndexeerd met 1,6%. 9. Onvoorzien én onuitstelbaar én onontkoombaar In een beperkt aantal gevallen kan sprake zijn van onvermijdbare budgetaanpassingen. Dit zijn aanpassingen die onvoorzien én onuitstelbaar én onontkoombaar (3xO) zijn.   

Alle prijsgevoelige budgetten (inclusief subsidiebudgetten) worden meerjarig met 1,6% geïndexeerd. Budgetten gerelateerd aan specifieke contracten op het gebied van jeugdhulp en Wmo hebben een afwijkend (anders dan 1,6%) indexeringspercentage. De looncomponent in de te verstrekken subsidies wordt met 1,2% (in plaats van 1,6%) geïndexeerd. Afwijkingen hiervan in een aantal specifieke gevallen.

46 / 49

Perspectiefnota 2022: Begrotingsrichtlijnen

8.5 Loonontwikkeling De begrote salarislasten zijn gebaseerd op het maximum van de functieschaal. De sociale lasten worden begroot op basis van de gegevens die per 28 mei 2021 beschikbaar zijn. Het ABP stelt elk jaar rond 1 december de hoogte van de verschillende premies (pensioenpremies en sociale lasten) voor het volgend jaar definitief vast. Bij het opstellen van de begrotingsrichtlijnen 2022 zijn de premies dus nog niet bekend en worden gehandhaafd op het niveau van 2021. Indien het ABP medio dit jaar een voorlopige inschatting afgeeft van de verschillende premies over 2022, wordt het effect hiervan verwerkt in de begroting 2022. De Cao voor gemeenteambtenaren geldt tot 1 januari 2021. Indien de nieuwe Cao voor 1 september 2021 afgesloten wordt, worden de loonontwikkelingen hiervan meegenomen in de begroting 2022. Indien er nog geen nieuwe Cao afgesloten is zal met betrekking tot de loonontwikkeling na 1 januari 2022 worden aangesloten bij de verwachte ontwikkelingen (https://www.cpb.nl/centraal-economisch-plan-cep2021) van het CPB. Voor de indexering wordt aangesloten bij de parameter ‘prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers’. Op basis hiervan wordt uitgegaan van een structurele verhoging van de loonkosten met 1,2% om hiermee tenminste de verwachte koopkrachtontwikkeling te kunnen compenseren.

Deze indexatie wordt dus ook toegepast op de ‘substantiële looncomponent’ in de te verstrekken subsidies (zie § 3.4.e) en de personeel gerelateerde kosten (zie § 3.4.g).    

Begrote salarislasten zijn gebaseerd op het maximum van de functieschalen. Salarislasten worden vanaf 2022 met 1,2% geïndexeerd. Werkgeversgedeelte van de pensioenpremies en sociale lasten worden gehandhaafd op basis van de vastgestelde premies voor 2021. Voorlopige inschatting premies 2022 door het ABP verwerken in de begroting 2022.

8.6 Algemene uitkering De algemene uitkering in de begroting 2022 wordt gebaseerd op de meicirculaire 2021. Voor de berekening van de algemene uitkering wordt het systeem van constante prijzen gehanteerd (het jaar 2022 is lopend en de jaren 2023-2025 zijn constant). Op basis van de meicirculaire 2021 wordt de algemene uitkering 2022 uit het gemeentefonds van het Rijk, los van wijzigingen in het beleid, geïndexeerd met de ‘prijs bruto binnenlandsproduct’. Het bedrag dat hierdoor beschikbaar komt, wordt volledig ingezet ter financiering van de loon- en prijsindexatie in het begrotingsjaar 2022. Indien bij het opstellen van de 2e bestuursrapportage 2022 blijkt dat deze middelen (deels) niet nodig blijken te zijn, vallen deze vrijvallen ten gunste van het begrotingssaldo.    

De hoogte van de algemene uitkering wordt bepaald aan de hand van de meicirculaire 2021. Voor de begroting 2022 en de meerjarenbegroting 2023-2025 wordt het systeem van constante prijzen gehanteerd (het jaar 2022 is lopend en de jaren 2023-2025 constant). De beschikbare ruimte voor loon- en prijsontwikkeling wordt volledig voor dit doel ingezet gedurende het begrotingsjaar 2022. Eventueel niet benodigde middelen voor loon- en prijsontwikkelingen vallen bij de 2e bestuursrapportage 2022 vrij ten gunste van het begrotingssaldo.

8.7 Gemeentelijke belastingen en heffingen Uitgangspunt voor de onroerendzaakbelasting (ozb) en de toeristenbelasting is een trendmatige aanpassing (1,6%) van de begrote opbrengst. Bij de berekening van het tarief voor de ozb wordt deze verhoging als gevolg van de inflatie gecorrigeerd voor de waardeontwikkeling van de woningen en de niet-woningen. De tarieven van de overige belastingen en heffingen worden op basis van kostendekkendheid vastgesteld. Voor de overige belastingen en heffingen geldt als uitgangspunt dat deze kostendekkend in de begroting worden verwerkt.  

Uitgangspunt voor de bepaling van de begrote opbrengst van ozb en toeristenbelasting is een trendmatige verhoging van 1,6%. De tarieven voor de overige belastingen en heffingen worden op basis van kostendekkendheid vastgesteld.

47 / 49

Perspectiefnota 2022: Begrotingsrichtlijnen

8.8 Effect- en prestatie-indicatoren De raad heeft (stuur)informatie nodig om zijn kaderstellende rol (bij de begroting) en controlerende rol (bij de jaarstukken) te kunnen vervullen. Effect- en prestatie-indicatoren zijn hierbij van belang. Op landelijk niveau zijn hiervoor de zogenaamde BBV-indicatoren ontwikkeld. Daarnaast heeft de raad de ruimte om haar eigen gewenste effect- en prestatie-indicatoren in de begroting hieraan toe te voegen. Effectindicatoren brengen de gewenste maatschappelijke effecten van beleid in beeld. Je meet achteraf of het uitgevoerde beleid het gewenste maatschappelijke effect heeft gehad. Het verband tussen de gemeentelijke inspanningen en de maatschappelijke effecten is echter vaak moeilijk één op één te leggen. Met andere woorden, het in de doelstelling beoogde effect wordt door meer factoren beïnvloed dan door de geleverde inspanningen van de organisatie alleen. Daarbij is het effect vaak pas na langere tijd zichtbaar en dus niet binnen het verloop van een begrotingsjaar. Daarmee kun je stellen dat effectindicatoren gekoppeld zijn aan een bestuursperiode. Prestatie-indicatoren hebben een directe relatie met de inspanningen die de gemeentelijke organisatie levert. Met andere woorden, de prestaties zijn door de organisatie direct stuurbaar.

Het voordeel van dergelijke indicatoren is dat prestaties duidelijk genormeerd zijn en de raad op basis daarvan kan (bij)sturen. Om indicatoren te gebruiken als stuurinformatie is het van belang de indicatoren SMART op te stellen. Dat betekent dat indicatoren moeten voldoen aan de volgende criteria: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, en Tijdgebonden zijn. Om indicatoren vooral meetbaar te maken moet een goede bron worden gehanteerd. Bijvoorbeeld dat deze digitaal ontsluitbaar is of een enquête (Monitor Sociale Kracht of burgerpanel). 

Effect- en prestatie-indicatoren moeten voldoen aan de hiervoor opgestelde criteria voor het SMARTformuleren van indicatoren.

48 / 49

Perspectiefnota 2022: Begrotingsrichtlijnen

9. Verklaring symbolen Interbestuurlijk Programma (IBP) 1. Samen aan de slag voor het klimaat Klimaatverandering tegengaan, aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering en transitie naar een circulaire economie. 2. Toekomstbestendig wonen Sneller meer woningen bouwen. Daarnaast de bestaande woningvoorraad goed benutten en transformeren. Dit alles in relatie met het garanderen van de mobiliteit. 3. Regionale economie als versneller Versterken van het regionaal-economische beleid door interbestuurlijke en integrale samenwerking op nationaal en regionaal niveau. 4. Naar een vitaal platteland Integraal en voor elke regio specifiek benaderen van het platteland, gericht op landbouw, natuur, kwaliteit van de leefomgeving, milieu en water. 5. Merkbaar beter in het sociaal domein Benutten van kansen binnen het sociaal domein om problemen aan te pakken van op allerlei gebied kwetsbare mensen. 6. Problematische schulden voorkomen en oplossen Terugdringen van het aantal mensen met problematische schulden en mensen met schulden effectiever helpen. 7. Nederland en migrant goed voorbereid Een asielsysteem dat flexibel inspeelt op grote schommelingen in de asielinstroom. Degenen die mogen blijven snel laten meedoen in onze samenleving. Degenen die uiteindelijk niet mogen blijven zo snel mogelijk terug laten keren. 8.

Goed openbaar bestuur in een veranderende samenleving Vertrouwen verkrijgen en behouden in een veranderende (informatie)samenleving. Positioneren van de overheid als onderdeel van de samenleving. Een sterke democratie en een bestuur dat werkt op een wijze die aansluit bij de eisen van deze tijd. 9. Passende financiële verhoudingen Goede afspraken maken tussen het Rijk en medeoverheden over de inrichting van de financiële verhoudingen als randvoorwaarde voor een succesvolle uitvoering van het IBP. 10. Overkoepelende thema’s Vanuit het IBP-overzicht houden op de overlap tussen opgaven en de overlap met overkoepelende thema’s.

49 / 49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=365a8980-fd91-40cf-8cec-fe23324bd068