CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Perspectiefnota 2022 vs 1.0 25-5-2021.pdf

Gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente HoutenBij agendapunt: Perspectiefnota23.757 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Perspectiefnota 2022

Perspectiefnota 2022

Raadsvergadering 6 juli 2021

1 / 49

Perspectiefnota 2022

0. Inhoudsopgave 0.

Inhoudsopgave ......................................................................................................................................... 2

1.

Voorwoord ............................................................................................................................................... 4

2.

Onze leefomgeving ................................................................................................................................... 7 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7

3.

Onze Sociale omgeving ........................................................................................................................... 21 3.0 3.1 3.2 3.3 3.4

4.

Sociale Koers ............................................................................................................................................ 21 Thema Gezondheid, zorg en welzijn ........................................................................................................ 21 Sociale zekerheid, werk en inkomen ....................................................................................................... 23 Thema Jeugd en onderwijs ...................................................................................................................... 23 Thema Kunst, cultuur en sport ................................................................................................................ 24

Betrokken bestuur .................................................................................................................................. 26 4.1

5.

Thema Duurzaamheid ............................................................................................................................... 7 Thema Bouwen en wonen ....................................................................................................................... 11 Thema Buitengebied, landbouw, natuur en recreatie ............................................................................ 12 Thema Mobiliteit en bereikbaarheid ....................................................................................................... 15 Thema Openbare ruimte en groen .......................................................................................................... 17 Thema Economie en ondernemen .......................................................................................................... 18 Thema Veiligheid ..................................................................................................................................... 19

Thema Bestuur en inwonersparticipatie ................................................................................................. 26

Financieel meerjarenperspectief 2022-2025 ........................................................................................... 31 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

Stand meerjarenbegroting 2022-2025 .................................................................................................... 32 Raadsbesluiten in voorbereiding ............................................................................................................. 32 Algemene uitkering (meicirculaire 2021) ................................................................................................ 33 Financiële effecten perspectiefnota 2022 ............................................................................................... 33 Ombuigingen ........................................................................................................................................... 36

6.

Financiële onzekerheden ........................................................................................................................ 38

7.

Ontwikkeling reservepositie ................................................................................................................... 41

8.

Begrotingsrichtlijnen 2022 ...................................................................................................................... 43 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6 8.7 8.8

9.

Inleiding ................................................................................................................................................... 43 Begrotingscirculaire Gemeenten 2022-2025 ........................................................................................... 43 Uitgangspunten opstellen begroting 2022 en meerjarenbegroting 2023-2025...................................... 44 Prijsontwikkelingen ................................................................................................................................. 45 Loonontwikkeling .................................................................................................................................... 47 Algemene uitkering ................................................................................................................................. 47 Gemeentelijke belastingen en heffingen ................................................................................................. 47 Effect- en prestatie-indicatoren .............................................................................................................. 48

Verklaring symbolen Interbestuurlijk Programma (IBP) .......................................................................... 49

2 / 49

Perspectiefnota 2022

Bestuurlijk perspectief

3 / 49

Perspectiefnota 2022

1. Voorwoord Inleiding Voor u ligt de perspectiefnota 2022. De laatste perspectiefnota van de bestuursperiode 2018-2022. Wij hebben onze ambities voor deze periode vastgelegd in het collegeprogramma “Duurzaam, ondernemend en dichtbij!”. Bij de perspectiefnota 2021 (ten tijde van de coronacrisis) hebben we een voortgangsrapportage over het collegeprogramma (cpr) opgenomen. Toen is geconstateerd dat we met de uitvoering van het collegeprogramma goed op koers liggen. Belangrijke beleidsnota’s en visies zijn vastgesteld of in een vergevorderd stadium. Vele nieuwe projecten zijn opgepakt en lopende projecten voortgezet. Daarnaast zijn we gewoon doorgegaan met de uitvoering van al onze gemeentelijke taken. Dit doen we, vanwege corona, al meer dan een jaar grotendeels vanuit huis. In dit voorwoord gaan we in op de actuele stand van zaken van de uitvoering van het collegeprogramma 2018-2022 “Duurzaam, ondernemend en dichtbij!”. Het kabinet heeft op 13 april 2021 het openingsplan ‘stap voor stap meer mogelijk’ gepresenteerd. Dit plan is gericht op het weer veilig openen van de samenleving. De door het Rijk genomen maatregelen worden ‘stap voor stap’ afgebouwd. Op weg naar een samenleving zonder coronamaatregelen. Bij het opstellen (september 2021) van de begroting 2022 kijken we naar de voortgang van het openingsplan en de betekenis hiervan voor de begroting 2022.

Op koers met het collegeprogramma 2018-2022 “Duurzaam, ondernemend en dichtbij!” Vorig jaar is een uitgebreide voortgangsrapportage opgesteld. Daarom nemen we nu geen nieuwe integrale rapportage op. Wel gaan we in op enkele belangrijke ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden na het opstellen (mei 2020) van de voortgangsrapportage over het collegeprogramma. 

In het sociaal domein is met het programma Sociale Koers 2020-2023 een belangrijke stap gezet op weg naar een inclusieve samenleving. Het is belangrijk dat iedereen de kans krijgt om mee te doen in de maatschappij en erbij te horen. De stip op de horizon luidt daarom: iedereen telt mee! Iedere inwoner hoort erbij, voelt zich thuis in Houten en kan op zijn/haar manier deelnemen aan maatschappelijke en sociale activiteiten. Zo werken we met elkaar toe naar een inclusieve samenleving.  Om de uitdaging van de Omgevingswet in het ruimtelijk domein het hoofd te bieden hebben we een programmaplan voor de periode tot 2029 opgesteld. Dit programmaplan sluit aan bij de manier van werken (‘in de geest van de Omgevingswet’) die de afgelopen jaren al is gehanteerd. Hierdoor zijn we goed voorbereid op de gevolgen van de inwerkingtreding van de Omgevingswet.  Om een antwoord te geven op de woningbouwopgave in het ruimtelijk domein is de Ruimtelijke Koers Houten 2040 opgesteld. In 2020-2021 is uitvoerig met betrokkenen gesproken over deze visie. Op 17 maart 2021 heeft het referendum Ruimtelijke Koers plaatsgevonden. En op 30 maart 2021 heeft de gemeenteraad over het voorliggende raadsvoorstel Ruimtelijke Koers Houten, in samenhang met de uitslag van het referendum, gedebatteerd. Besloten is toen niet in te stemmen met het raadsvoorstel Ruimtelijke Koers Houten.

Wel is de motie ‘Tijd voor reflectie en verbinding’ door de raad aangenomen. Op 11 mei 2021 is de raad door middel van een raadsinformatiebrief geïnformeerd over de uitvoering van deze motie.  In het financieel domein is er opnieuw sprake van ‘zwaar weer’. De transformatie en inhoud gestuurde kostenbeheersing in het sociaal domein hebben (nog) niet het gewenste financieel effect. Ook in 2020 is het beschikbare budget ontoereikend voor een adequate uitvoering van de taken voor jeugdhulp en Wmo. Hiermee wordt de (landelijke) trend van tekorten op deze beleidsterreinen van de afgelopen jaren bevestigd. Vooral de tekorten op jeugdhulp zijn groot. Naar aanleiding hiervan hebben het Rijk en de VNG het bureau Andersson Elffers Felix (AEF) opdracht gegeven te onderzoeken of er structureel extra middelen nodig zijn voor de uitvoering van de Jeugdwet. De uitkomst van dit onderzoek bevestigt de trend van de tekorten. Op basis van het rapport komen gemeenten namelijk (landelijk) € 1,6 - € 1,8 miljard (op basis van 2019) tekort voor de uitvoering van de Jeugdwet. Belangrijke oorzaken voor dit structurele tekort zijn een stijgende instroom en achterblijvende uitstroom de afgelopen jaren. Ook is een stijging van de gemiddelde kosten per cliënt per jaar te zien en zijn de kosten voor wijkteams en voorliggend veld gestegen.

Van het structureel door AEF berekende tekort wordt € 1,5 miljard als nietbeïnvloedbaar, binnen het bestaande stelsel, door gemeenten gezien. Het demissionaire kabinet laat besluitvorming over het rapport van AEF over aan het nieuwe kabinet. In het regeerakkoord 2021 wordt dan ook pas duidelijk of en zo ja hoeveel structurele middelen er extra naar gemeenten gaan voor de uitvoering van de Jeugdwet. In de meicirculaire 2021 komt hierover dus geen duidelijkheid. Om toch een structureel sluitende meerjarenbegroting 2022-2025 (op basis van de meicirculaire 2021) op te stellen is een maatwerk afspraak met de financieel toezichthouder gemaakt (zie het financieel perspectief § 5.4.2). Ook zijn er 4 / 49

Perspectiefnota 2022 echter aanvullend nieuwe ombuigingen noodzakelijk. In de voorliggende perspectiefnota 2022 worden hier de eerste denkrichtingen voor beschreven. Op basis van deze denkrichtingen en de actuele financiële stand van zaken volgen in de begroting 2022 concrete ombuigingsvoorstellen. Vanwege de onzekere financiële situatie is er in deze perspectiefnota ook geen structurele ruimte voor beleidsintensivering en/of nieuw beleid. We naderen het einde van de huidige collegeperiode en constateren dat er veel is bereikt. Met inzet van inwoners, partners en medewerkers is gewerkt aan een leefbare en sociale omgeving en een betrokken bestuur. In de perspectiefnota 2022 benoemen we een aantal punten waar we de komende tijd nog nadrukkelijk aandacht aan willen geven. We kondigen ook alvast een overdrachtsdocument 2022 aan. In het overdrachtsdocument schetsen we trends en ontwikkelingen die op ons afkomen en wat die voor de gemeente Houten betekenen. Daarnaast beschrijven we dossiers die doorlopen en waarvan we de stand van zaken aan een volgend bestuur willen doorgeven. Ook maken we een doorkijk van het financieel perspectief voor de periode 2022-2026. Hiermee waarborgen we zo goed mogelijk de bestuurlijke continuïteit in de overgang tussen twee bestuursperioden.

Ook worden de coalitieonderhandelingen, na de gemeenteraadsverkiezingen op 16 maart 2022, met het overdrachtsdocument zo goed mogelijk gefaciliteerd. Covid-19 De gevolgen van Covid-19 voor 2022 zijn nu nog onduidelijk. Bij het opstellen (september 2021) van de begroting 2022 kijken we naar de actuele stand van zaken. Daarbij hebben we aandacht voor het sociaal perspectief, voor jeugd & maatschappelijk welzijn en onderwijs, maar ook voor het economisch perspectief, voor het perspectief van cultuur en evenementen, voor veiligheid en het tegengaan van ondermijning en voor de dienstverlening van de gemeentelijk organisatie intern, maar zeker voor de dienstverlening aan onze inwoners, ondernemers en organisaties. Op dat perspectief stemmen we ons beleid af en volgen daarbij vanzelfsprekend het openingsplan zoals nu door het kabinet stap voor stap wordt uitgevoerd. We zullen dan ook bezien of vanuit het financieel perspectief een aparte paragraaf Covid-19 nog nodig is, of dat de risico’s van Covid-19 onderdeel kunnen zijn van de reguliere risico’s. De reguliere risico’s worden opgenomen in de paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing”, omdat de maatschappelijke gevolgen een plek hebben gekregen binnen de reguliere activiteiten van het maatschappelijk middenveld en de gemeente er compensatiemiddelen voor ontvangt.

Financieel meerjarenperspectief 2022-2025 In het collegeprogramma 2018-2022 hebben we ingezet op financiële stabiliteit met als doel een financieel huishoudboekje dat structureel op orde is. Dit met inbegrip van een solide (minimaal € 15 miljoen) beklemde algemene reserve en een vrije algemene reserve die voldoet aan de provinciale norm (circa € 2,5 miljoen). Door de financiële onzekerheden binnen het sociaal domein (jeugdhulp en Wmo) staat dit uitgangspunt bij het opstellen van het financiële kader voor de perspectiefnota 2022 onder druk. Onduidelijk is hoe de kosten zich de komende jaren voor jeugdhulp en Wmo ontwikkelen. Maar ook of het nieuwe kabinet in het regeerakkoord 2021 gemeenten voldoende gaat compenseren voor de hogere kosten voor jeugdhulp. Ten aanzien van deze dilemma’s hebben we in de perspectiefnota 2022 afwegingen moeten maken. Afwegingen die recht blijven doen aan de financiële uitgangspunten uit ons collegeprogramma 2018-2022 “Duurzaam, ondernemend en dichtbij!”. Op 20 mei 2021 hebben wij de raad over deze dilemma’s, afwegingen en gevolgen hiervan bijgepraat. In de tabel hieronder is de indicatie van het financieel meerjarenperspectief 2022-2025 weergegeven. Onder de tabel is hierop een korte toelichting opgenomen. Tabel: indicatie financieel meerjarenperspectief 2022-2025 bedragen * € 1.000 Omschrijving

2022

2023

2024

2025

Indicatie financieel meerjarenperspectief 2022-2025

-2.150

-3.050

-2.500

-2.500

Nader (in de begroting 2022) uit te werken ombuigingsvoorstellen

2.500

2.500

2.500

2.500

350

-550

0

0

Indicatie financieel meerjarenperspectief 2022-2025 (inclusief nader in de begroting 2022 uit te werken ombuigingsvoorstellen)

5 / 49

Perspectiefnota 2022 Op basis van de nog bij de begroting 2022 uit te werken ombuigingsvoorstellen is de meerjarenbegroting voor de jaren 2022 en 2024-2025 structureel sluitend. Een structureel sluitende begroting in 2022 of 2025 is ook een voorwaarde om voor repressief toezicht (de begroting kan direct worden uitgevoerd) van de financieel toezichthouder (provincie Utrecht) in aanmerking te komen. De prognose voor 2023 is, als gevolg van het grillige verloop van de algemene uitkering, negatief. Indien nodig wordt dit tekort in de begroting 2023 uit de vrije algemene reserve afgedekt. Voor de tweede fase van de uitvoering van het programmaplan Omgevingswet wordt in deze perspectiefnota voorgesteld in te stemmen met een onttrekking van € 0,577 miljoen aan de beklemde algemene reserve. Deze wordt gestort in de bestemmingsreserve Implementatie Omgevingswet. Hierdoor is er € 2,137 miljoen beschikbaar voor de uitvoering van het door de raad vastgestelde programmaplan Omgevingswet. Met de bovenstaande aanpak handhaven we de financiële stabiliteit (structureel sluitende meerjarenbegroting) met inbegrip van een solide reservepositie. Leeswijzer In hoofdstuk 2 t/m 4 gaan we in op de onderwerpen die de komende tijd onze aandacht vragen. We doen dat langs de thema’s uit het collegeprogramma 2018-2022 “Duurzaam, ondernemend en dichtbij!”, te weten:    

Onze leefomgeving: bevat de thema’s die vooral een relatie hebben met de fysieke omgeving waarin we verblijven, recreëren en leven (hoofdstuk 2). Onze sociale omgeving: is vooral gericht op ambities die de persoonlijke levenssfeer betreffen (hoofdstuk 3). Betrokken bestuur: is een hoofdstuk waarin de thema’s meedenken en samenwerken en zichtbaar in de wijk worden uitgewerkt (hoofdstuk 4). In het financieel perspectief (hoofdstuk 5 t/m 7) wordt ingegaan op de indicatie van het financieel meerjarenperspectief 2022-2025. Als bijlage zijn de begrotingsrichtlijnen 2022 aan deze perspectiefnota toegevoegd.

Tot slot Als er de komende tijd in aanloop naar de begroting 2022 nieuwe financiële ontwikkelingen zijn die van invloed zijn op het in deze perspectiefnota geschetste beeld zullen we de raad daar in aanloop naar de begroting tijdig over bijpraten. Op die manier kunnen we gezamenlijk kijken naar oplossingsrichtingen voor de verschillende dilemma’s en gevolgen daarvan. Wij zien uit naar een constructieve behandeling van de perspectiefnota 2022 op 6 juli 2021.

Burgemeester en wethouders van Houten, de secretaris,

de burgemeester,

A.J. Barink

G.P. Isabella

6 / 49

Perspectiefnota 2022

2. Onze leefomgeving 2.1 Thema Duurzaamheid Bij duurzaamheid gaat het om een ideaal evenwicht tussen ecologische, economische en sociale belangen: we kijken naar de huidige behoeften die mensen hebben en hoe die in de toekomst ontwikkeld kunnen worden zonder dat de mensen, het milieu of de economie in gevaar komen. Het is dus een zeer breed begrip. Het raakt in veel opzichten ons leven en onze omgeving. Het komt daarom ook overal in het coalitieakkoord terug. (Bron: Coalitieakkoord 2018-2022) Energietransitie: energieneutraal in 2040 (cpr-thema 2.1.1) In het collegeprogramma (cpr) is een Klimaatplan aangekondigd, bestaande uit 3 delen: 1. 2. 3.

Energie Circulaire Economie Klimaatadaptatie

1. Klimaatplan/ Energieplan Het Energieplan 2020-2025 is begin 2020 vastgesteld. Het ondersteunt de energietransitie van onderop in Houten. Samen met de Regionale Energie Strategie en de Transitievisie Warmte vormt het Energieplan het kader voor de energietransitie in Houten. Bij de uitvoering van het Energieplan is een centrale rol weggelegd voor de lokale energie-initiatieven. Zij helpen Houtense inwoners en bedrijven energie te besparen en duurzaam op te wekken. De gemeente ondersteunt de initiatieven met subsidie en een energieteam. Het energieteam helpt de initiatieven professionaliseren en (nog beter) samenwerken. In 2022 moet de uitvoering van het Energieplan volledig op st(r)oom gekomen zijn. De initiatieven bieden dan een breed palet aan activiteiten en projecten. Bijvoorbeeld met collectieve inkoopacties, grootschalige zonnedaken en voorlichting stuwen zij het percentage duurzame energie op. Bij vaststelling van het Energieplan heeft de raad structureel budget beschikbaar gesteld voor de uitvoering. De gemeente werkt samen met de initiatieven aan de Energietafel. De rol van de gemeente is vooral ondersteunend. Daarbij bewaakt de gemeente de voortgang. 2. Circulaire Economie Het Actieplan Circulaire Economie wordt in 2021 opgesteld. De uitvoering start naar verwachting in 2022.

Het actieplan zal een aantal kansrijke projecten identificeren en een structuur/werkwijze voor toekomstige projecten opzetten. De ideeën en behoeftes van het bedrijfsleven zullen daarin voorop staan met een ondersteunende rol vanuit de gemeente. In 2022 worden de eerste circulaire projecten gestart. Hoe deze eruit komen te zien en welke partijen daarin een rol spelen is op moment van schrijven nog niet te zeggen. Uitgangspunt voor het Actieplan Circulaire Economie is dat de projecten (op termijn) ook financieel duurzaam zijn. Binnen het bestaande budget Duurzaam is jaarlijks ca. €15.000 gereserveerd voor het thema Circulariteit. De bijdrage van de gemeente in de uitvoering van het actieplan moet binnen deze financiële mogelijkheden passen en zal dan ook vooral bestaan uit personele inzet. Dit past binnen de bestaande formatie van het programmateam duurzaamheid. Het Actieplan Circulaire Economie maakt de gemeente samen met het Houtense bedrijfsleven. Daarin speelt !mpact Houten een centrale rol. De gemeente is in de uitvoering vooral ondersteunend en bewaakt de voortgang. 3. Klimaatadaptatieplan/ Energieplan Het Klimaatadaptatieplan wordt in 2021 opgesteld. Daarin leggen we vast hoe een klimaatproof Houten eruitziet en hoe dit gerealiseerd gaat worden. De uitvoering start dan naar verwachting in 2022.

Bestaande en al geplande activiteiten, met name uit het Water- en Rioleringsplan, zullen daar de basis voor vormen. De uitvoering van het Water- en Rioleringsplan draagt al in belangrijke mate bij aan het klimaatproof maken van Houten. Dat loopt nu al. In 2022 komen daar mogelijk, als uitvoering van het klimaatadaptatieplan, nieuwe activiteiten bij. Hoe deze eruit komen te zien en welke partijen daarin een rol spelen is op moment van schrijven nog niet te zeggen. Voor de uitvoering van het Water- en Rioleringsplan zijn financiële middelen beschikbaar vanuit de rioolheffing. Aanvullend daarop is binnen het bestaande budget Duurzaam jaarlijks beperkte ruimte voor klimaatadaptatie. Deze financiële kaders zijn leidend voor de uitvoering van het 7 / 49

Perspectiefnota 2022 Klimaatadaptatieplan. Voor eventueel aanvullende activiteiten zal vooral ingezet worden op werk-metwerk maken en subsidies vanuit bijvoorbeeld de rijksoverheid. Voor het klimaatproof maken van de openbare ruimte staat de gemeente als eerste aan de lat. Daarbij werken wij steeds vaker samen met inwoners en andere partijen, bijvoorbeeld via Ons Buiten. Ook in de private ruimte (veelal tuinen) kunnen activiteiten aan de orde zijn. Daarbij zal de gemeente vooral een informerende, stimulerende en ondersteunende rol hebben. 4. Regionale Energie Strategie De Regionale Energie Strategie (RES) vloeit voort uit het landelijke Klimaatakkoord. In de RES beschrijft een RES-regio welke duurzame energiebronnen (warmte en elektriciteit) zij in 2030 wil gebruiken. De RES-en moeten samen in ieder geval optellen tot 35 TWh (eenheid van stroom: terrawattuur) (grootschalige) zonne- en windenergie op land. Gemeente Houten is onderdeel van de regio U16. In 2020 heeft de gemeenteraad ingestemd met de ontwerp-RES U16, met daarin een concept-bod van 1,8 TWh. Samen met het Energieplan en de Transitievisie Warmte vormt de RES het kader voor de energietransitie in Houten. De uitvoering van de RES 1.0 start in 2022. Voor Houten vormt het in 2021 geactualiseerde beleidskader voor zonnevelden een deel van de lokale uitwerking. Voor windenergie zal lokaal beleid gemaakt worden in 2022.

Dit beleid is de basis voor vergunningverlening. Als vuistregel wordt gehanteerd dat projecten in 2025 vergund moeten zijn om in 2030 operationele grootschalige zonneen windinstallaties te hebben. De RES moet elke twee jaar geactualiseerd worden. De eerste actualisatie is dus in 2023 aan de orde. De voorbereidingen daarvoor zullen ook in 2022 starten. Voor de beleidsmatige kant van de RES zijn in de begroting structurele (personele en financiële) middelen beschikbaar. Over het advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) zal een nieuw kabinet knopen doorhakken over de periode 2022-2024 en de uitvoeringslasten. 5. New Grid on the Block In de Kromme Rijnstreek hebben gemeenten, provincie en netbeheerder een verkenning gedaan naar knelpunten in het huidige elektriciteitsnet met het oog op de energietransitie. Dit project noemden we New Grid on the Block. Deze verkenning heeft interessante inzichten opgeleverd over potentiële knelpunten in het elektriciteitsnetwerk en wet- en regelgeving daaromtrent. Het project heeft geresulteerd in een gezamenlijke aanpak voor het bundelen van kleinschaliger energie-opwek in het buitengebied (ondersteund door de provincie via gebiedscoöperatie O-gen). En door New Grid on the Block is de discussie aangezwengeld over benodigde investeringen in het elektriciteitsnetwerk in de Kromme Rijnstreek.

Dit heeft uiteindelijk geleid tot het besluit van Stedin om een nieuw station Houten-Oost te gaan bouwen. Naar verwachting wordt hiervoor in 2021 vergunning verleend. Het project New Grid on the Block is afgerond. De bouw van het nieuwe elektriciteitsstation HoutenOost start naar verwachting in 2022. De gemeente is betrokken bij de realisatie van het nieuwe elektriciteitsstation Houten-Oost via de reguliere ruimtelijke procedures. Naast de directe rol als vergunningverlener heeft de gemeente zowel op operationeel als tactisch/strategisch niveau reguliere overleggen met Stedin om gezamenlijk de uitvoering van de energietransitie te bewaken. Snel aardgasvrij (cpr-thema 2.1.2) 6. Transitievisie Warmte/Aardgasvrij Vanuit het landelijke Klimaatakkoord moet elke gemeente uiterlijk in 2021 een Transitievisie Warmte (TVW) maken. In maart 2021 heeft de gemeenteraad de TVW vastgesteld. De TVW schetst hoe Houten uiteindelijk aardgasvrij wordt. Daarvoor starten we met: -

onderzoek naar de verduurzaming van het warmtenet in Houten-Zuid (door Eneco); een wijkgerichte isolatie-aanpak in eerst Oude Dorp/Oorden en later ook buitengebied; een verdiepende verkenning naar de beste alternatieve warmtebronnen voor Houten-Zuid buiten de Vijfwal. De TVW moet elke vijf jaar geactualiseerd worden, oftewel voor het eerst in 2026. Samen met de RES en het Energieplan vormt de TVW het kader voor de energietransitie in Houten. De uitvoering van de TVW is in 2021 gestart met het uitwerken en opzetten van de wijkaanpakken voor Oude Dorp/Oorden en Houten-Zuid. De isolatie-aanpak zal een aantal jaar doorlopen. De verkenning wordt naar verwachting eind 2022 afgerond. Daarna is een nieuw besluit aan de orde over voor welke wijk(en) een wijkuitvoeringsplan gemaakt zal worden en welke alternatieve warmtebron in die wijken ingezet zal worden. Bij het opstellen van de TVW hebben we samengewerkt met Bunnik, Wijk bij Duurstede en Utrechtse Heuvelrug. Deze samenwerking zetten we voort. Zo kunnen we leren van elkaars ervaringen. En de 8 / 49

Perspectiefnota 2022 aanpak in het buitengebied kunnen we gezamenlijk vormgeven, aangezien de opgave daar vergelijkbaar is. Daarnaast vindt regionale afstemming plaats binnen de RES. Dit is vooral relevant voor regionale warmtebronnen, waar meerdere gemeenten gebruik van kunnen en/of willen maken. Voor de uitvoering van de TVW heeft de raad bij vaststelling per 2022 structureel budget beschikbaar gesteld. Dit is niet voldoende om de volledige TVW uit te voeren. Over het advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) zal een nieuw kabinet knopen doorhakken over de periode 2022-2024 en de uitvoeringslasten. Bij de uitvoering van de wijkaanpakken werken we samen met inwoners, woningcorporatie(s) en lokale energie-initiatieven. De gemeente is daarin wel leidend, maar een succesvolle warmtetransitie staat of valt met de medewerking van de woningeigenaren en andere stakeholders. Meer windenergie (cpr-thema 2.1.3) 7. Windparken Twee grote dossiers tijdens deze collegeperiode zijn Windpark Houten en Windpark Goyerbrug. In de uitspraak over de beroepszaak Windpark Houten in 2021 met betrekking tot de maatwerkvoorschriften heeft de rechtbank het besluit van de gemeente vernietigd en de gemeente opdracht gegeven een nieuw besluit te nemen. De oorspronkelijke verwachting was dat de bouw van Windpark Goyerbrug in 2022 zou plaatsvinden. Zover is het nog niet.

Op dit moment lopen de juridische procedures tegen de vergunning nog. Door vertraging in de juridische procedures is dit nu onzeker. Dit kan ook gevolgen hebben voor het opzetten van het windfonds. Vooralsnog gaan we ervan uit dat dit in 2022 tot besluitvorming zal leiden. De juridische procedures vragen geregeld inzet van personeel en financiële middelen ten behoeve van juridische ondersteuning. Dit wordt gedekt uit de bestaande formatie en leges. Ook het opzetten van het windfonds wordt vanuit de bestaande formatie gedaan. Bij de besluitvorming over Windpark Goyerbrug is besloten om in 2022 € 150.000 vanuit de beklemde algemene reserve in het windfonds te storten. Het windfonds zal worden uitgewerkt in overleg met omwonenden en de initiatiefnemer. 8. Windenergie-kader Met één operationeel en één vergund windpark zet Houten al substantiële stappen naar een energieneutraal Houten. Voor dat doel is in de toekomst echter meer duurzame energie-opwek nodig. Naast zon op dak en zonnevelden zijn extra windmolens ook nodig. In de RES heeft Houten 55 ha zonnevelden en een zoekgebied voor 1-3 extra windmolens ingebracht. Voordat hier daadwerkelijk sprake zou kunnen zijn van realisatie moet dit verankerd worden in lokaal beleid. Dat is ook nodig als kader voor eventuele vergunningverlening. Voor zonnevelden heeft Houten al een geactualiseerd beleidskader.

Voor windenergie ontbreekt dit nog. Dit wordt gemaakt na vaststelling van de RES 1.0. Het heeft onze voorkeur om dit samen met de andere Kromme Rijngemeenten te doen. Het maken van een beleidskader windenergie staat gepland voor 2022. Dit zal in de volgende bestuursperiode tot besluitvorming leiden. Daarom zal eind 2021 (low profile) gestart worden met eerste verkennende gesprekken en thematische verdiepingen, voortbordurend op bestaande onderzoeken en de opgehaalde input uit het RES-participatietraject. Het opstellen van een beleidskader windenergie kan binnen de bestaande formatie opgepakt worden. Mogelijk dat op onderdelen expertise ingehuurd moet worden. Hiervoor is ruimte binnen de huidige duurzaamheidsbudgetten. Bij het opstellen van een beleidskader windenergie zal participatie van de samenleving, zowel inwoners als stakeholders, de basis zijn. Meer zonne-energie (cpr-thema 2.1.4) 9. Zonnevelden In 2019/2020 heeft de gemeente het Uitnodigingskader zonnevelden geëvalueerd. Op basis van deze evaluatie heeft de raad in mei 2020 het college de opdracht gegeven om het beleid voor zonnevelden te actualiseren. Dit nieuwe beleid wordt in juni 2021 vastgesteld. Het is gebaseerd op het principe van schaarse vergunningen met een puntensysteem voor de beoordeling van initiatieven. Hiermee wordt beoogd meer te sturen op kwaliteit.

In het beleid blijft de maximale beleidsruimte van (netto) 100 ha zonnevelden gehandhaafd. Met circa. 45 ha al vergunde zonnevelden, betekent dit in de praktijk dat er nog ruimte is voor 55 ha nieuwe zonnevelden. 9 / 49

Perspectiefnota 2022 Na vaststelling door de gemeenteraad hebben initiatiefnemers tot 1 november 2021 om plannen voor te leggen ter beoordeling. Bij een positief oordeel kan binnen een jaar een vergunningaanvraag worden ingediend. Vergunningverlening voor nieuwe zonnevelden, inclusief besluitvorming over de verklaring van geen bedenkingen in de gemeenteraad, zal dan ook vooral in 2022, mogelijk doorlopend in 2023 aan de orde zijn. De vergunningverlening voor zonnevelden is een reguliere ruimtelijke procedure. De kosten hiervoor worden gedekt uit de leges. Voor zonnevelden zijn de leges in de legesverordening gemaximeerd op € 100.000. Dit is nog steeds kostendekkend. De rol van de gemeente is voor zonnevelden vooral kaderstellend en toetsend. Realisatie is aan de initiatiefnemers. In het nieuwe beleid zijn voorwaarden opgenomen ten aanzien van de participatie (zowel proces als financieel) van omwonenden en andere inwoners van Houten. Bij de beoordeling van plannen eind 2021 betrekt de gemeente in ieder geval netbeheerder Stedin, Provincie Utrecht en Natuur- en Milieufederatie Utrecht (Utrecht). Indien nodig wordt breder advies ingewonnen. Meer energie besparen(cpr-thema 2.1.5) 10. Campagne energiebesparing Voor 2021 en verder hebben de lokale initiatiefnemers, verenigd aan de Energietafel Houten, een gezamenlijk communicatieplan opgesteld.

Via doorlopende communicatie-activiteiten en enkele specifieke thematische campagnes zullen inwoners en bedrijven de komende jaren ook in 2022 doorlopend geïnformeerd worden over de energietransitie en de ondersteuning die voor hen beschikbaar is. Via diverse mediakanalen worden inwoners en bedrijven in 2022 geïnformeerd over de energietransitie. Zo is er een tweewekelijkse pagina in ’t Groentje. De uitvoering van het gezamenlijke communicatieplan wordt gefinancierd vanuit de door de raad beschikbaar gestelde middelen voor het Energieplan. De communicatiemedewerker van het energieteam is daar coördinerend in en werkt samen met de (communicatie-)vrijwilligers van de verschillende initiatieven. Daar waar mogelijk wordt aanvullende financiering gezocht, bijvoorbeeld uit rijks- of provinciale subsidies. De gemeente werkt samen met de initiatieven aan de Energietafel. De rol van de gemeente is vooral ondersteunend. Energiefonds (cpr-thema 2.1.7) 11. Energiefonds In het collegeprogramma is aangekondigd dat de gemeente onderzoek gaat doen naar de mogelijkheden van een Energiefonds. Dit onderzoek moet in beeld brengen waar de voornaamste (financiële) belemmeringen voor inwoners zitten om hun woning te verduurzamen, en welke mogelijkheden er zijn om deze belemmeringen op te heffen. De gemeente Houten staat niet alleen in deze zoektocht.

Daarom heeft de gemeente zich in 2020 aangesloten bij een project van het Klimaatverbond om de mogelijkheden die een energiedienstenbedrijf zou kunnen bieden te onderzoeken. Ook de gemeenten Bunnik, De Bilt, Utrechtse Heuvelrug en Zeist doen mee. Uitvoering van dit project is onder voorbehoud van aangevraagde Europese subsidie. Parallel aan het project van het Klimaatverbond werkt Houten met de eerdergenoemde gemeenten aan een breder onderzoeksvoorstel. Dit is gericht op: 1. 2.

het verkennen van behoefte bij inwoners (de vraagkant); onderzoek naar mogelijke rollen van stakeholders (overheid, energie coöperaties/U-Thuis et cetera); 3. quickscan van de mogelijkheden (de modellen/de markt). Er lopen (ambtelijk) gesprekken met de provincie voor ondersteuning bij dit bredere onderzoek. Naar verwachting kan in het najaar van 2021 gestart worden met het project Energiedienstenbedrijf (onder voorbehoud van toekenning van de subsidie) en de bredere verkenning in regioverband. Dit zal doorlopen in 2022. De deelname aan het project van het Klimaatverbond is gedekt uit de in de begroting 2020 gereserveerde (incidentele) middelen voor onderzoek naar een Energiefonds. Dit project gaat alleen door als de Europese subsidie wordt toegekend. Voor de bredere regionale verkenning verwachten wij ondersteuning te krijgen van de provincie. Inzet van de gemeente is dan enkel in de vorm van capaciteit. Dat is binnen de bestaande formatie van het programmateam duurzaamheid op te vangen.

10 / 49

Perspectiefnota 2022 De gemeente werkt bij deze onderzoeken samen met de gemeenten Bunnik, De Bilt, Utrechtse Heuvelrug en Zeist. Voor het project Energiedienstenbedrijf is het Klimaatverbond de trekker en werken wij mee. Het idee voor de regionale verkenning is om via de provincie een kwartiermaker/projectleider in te zetten, die samen met de gemeenten uitvoering geeft aan deze verkenning. Voortzetting Duurzaamheidsfonds (cpr-thema 2.1.8) 12. Voornemen om Duurzaamheidsfonds voort te zetten Eind 2013 is de gemeente, samen met Eneco en U-Wind, het Duurzaamheidsfonds Houten gestart. Zowel Eneco als de gemeente droegen jaarlijks € 25.000 bij aan het fonds. Dit was vastgelegd in een donateursovereenkomst met een looptijd van zes jaar. Eind 2019 is het Duurzaamheidsfonds geëvalueerd en heeft de gemeente besloten om (onder dezelfde condities) door te willen gaan met het donateurschap van het Duurzaamheidsfonds. Op 17 januari 2020 hebben het Duurzaamheidsfonds en de gemeente daarvoor een nieuwe donateursovereenkomst getekend. Daarmee is invulling gegeven aan het voornemen uit het collegeprogramma 2018-2022 om het Duurzaamheidsfonds Houten voort te zetten, ook in 2022. De komende jaren zal het Duurzaamheidsfonds nieuwe projecten die bijdragen aan de verduurzaming van Houten blijven steunen. Daarbij blijft het fonds ook op zoek gaan naar nieuwe donateurs.

De jaarlijkse bijdrage aan het Duurzaamheidsfonds Houten wordt gedekt uit de inkomsten van de opstalrechten voor Windpark Houten. Het Duurzaamheidsfonds houdt de gemeente op de hoogte van hun activiteiten. Jaarlijks is er een bestuurlijk evaluatiemoment.

2.2 Thema Bouwen en wonen De samenstelling van de bevolking verandert. We zien meer alleenstaanden en er ontstaan andere gezinsvormen. De vergrijzing neemt toe en mensen blijven steeds langer zelfstandig wonen. Deze ontwikkelingen hebben invloed op de huisvesting, leefbaarheid en het voorzieningenaanbod van Houten. Daarnaast heeft woningstichting Viveste een woningvoorraad die niet volledig past bij haar belangrijkste taak: het huisvesten van huishoudens met lage inkomens. In de afgelopen jaren is uit onderzoek gebleken dat de Houtense en de regionale woningbehoefte veel groter is dan we hadden voorzien. In de regio Utrecht blijkt tot 2040 vraag te zijn naar circa 100.000 woningen (U10). Hoe Houten met dit vraagstuk om zou kunnen gaan, is vastgelegd in de Stedenbouwkundige verkenning voor Houten, die begin 2018 is opgeleverd. Met de verkenning is in beeld gebracht wat de kwaliteiten van Houten zijn en waar de mogelijkheden liggen voor uitbreiding van woningbouw. (Bron: Coalitieakkoord 2018-2022) Stedenbouwkundige visie (cpr-thema 2.2.1) 13. Samen Bouwen aan Houten 2040 De gemeenteraad heeft op 31 maart 2021 niet ingestemd met het raadsvoorstel over de visievorming ten aanzien van de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van Houten (Ruimtelijke Koers).

De gemeenteraad heeft toen wel door middel van een motie het college opgeroepen om aanpakken in beeld te brengen om te komen tot een nieuwe visie op de ruimtelijke ontwikkeling voor Houten. Gedachtenvorming over de meest geschikte vorm van visieontwikkeling voor Houten moet nog in 2021 gestalte krijgen in de vorm van een ruimtelijke onderzoeksagenda. De ruimtelijke onderzoeksagenda is daarmee een proces én een product (document) waarin uiteindelijk de opgaven worden beschreven, beschrijft hoe inwoners betrokken worden bij het opstellen van een nieuwe visie en hoe tot een gedragen visie gekomen kan worden. De ruimtelijke onderzoeksagenda zal als eerste gevoed worden met inbreng van de inventarisatie onder onze bewoners over de beweegredenen om voor of tegen de Ruimtelijke Koers te stemmen. De uitwerking van de ruimtelijke onderzoeksagenda zal hand in hand gaan met geschikte vormen van in te zetten communicatie- en participatie om te werken aan draagvlak in de samenleving. De onderzoeken naar een herijkt Houten-Noordwest en Oost worden naar aanleiding van het besluit van de raad over de Ruimtelijke Koers ook bijgestuurd. Het voornemen van het college is om het onderzoek naar Houten-Noordwest en -Oost aan de hand van een onderzoeksagenda aan de raad ter besluitvorming aan te bieden direct na de zomer 2021.

Dit kan worden gezien als één van de delen van de totale ruimtelijke onderzoeksagenda. Verdere agendavorming en besluitvorming zal in het najaar 2021 en begin 2022 plaatsvinden. 11 / 49

Perspectiefnota 2022 Sociale woningbouw (cpr-thema 2.2.2) / Voorzien in woningbehoefte (cpr-thema 2.2.3) 14. Woonvisie De planning is om eind 2021 een nieuwe Woonvisie 2021-2030 vast te laten stellen. Het college heeft de ambitie om de werking van de Houtense woningmarkt te verbeteren. Dit kan bijvoorbeeld door meer sturingsinstrumenten in te zetten voor het langer betaalbaar houden van woningen, zodat deze beschikbaar blijven voor de beoogde doelgroepen. In de nieuwe Woonvisie komen uiteenlopende thema’s over de Houtense woningmarkt en de woningbehoefte aan de orde. Het gaat onder andere om de integrale benadering van verschillende huisvestingsaspecten. Een nieuwe woonvisie is ook nodig om beter aan te sluiten bij Samen Bouwen aan Houten. Wij vinden dat de samenhang tussen de beleidsvelden wonen en zorg versterkt moet worden. De landelijke Taskforce Wonen en Zorg pleit er voor dat gemeenten ‘woonzorgvisies’ ontwikkelen. Het onderdeel wonen&welzijn&zorg in de woonvisie moet richting geven aan de veranderingen in de woonvraag. We kunnen dan beter inspelen op het feit dat mensen steeds langer thuis blijven wonen met steeds grotere zorgvragen, of juist de doorstroming naar een (zelfstandige) woonplek (met begeleiding) beter bevorderen. Wij kiezen er voor om dit te integreren in de nieuwe woonvisie.

Ook moet de aansturing door de gemeente van woningstichting Viveste verder worden geconcretiseerd en verbeterd (i.v.m. te maken prestatieafspraken, verduurzaming en transformatie van de sociale huurwoningvoorraad, eventuele fusievoornemens van Viveste). Een concrete woonvisie is daarvoor de belangrijkste basis. Onder voorbehoud van vaststelling van deze Woonvisie zullen uitvoeringsacties in 2022 en verder onder andere betrekking hebben op de instelling van een fonds sociale woningbouw (cpr-thema 2.2.2) en het in algemene zin voorzien in de woningbehoefte (cpr-thema 2.2.3). Eén en ander is afhankelijk van de wijze en snelheid waarop Samen Bouwen aan Houten 2040 verder vorm krijgt. Combinatie wonen en zorg (cpr-thema 2.2.4) 15. Woon-zorgopgaven tot 2036 Het passend, eerder of opnieuw zelfstandig wonen van ouderen en zorgdoelgroepen is een belangrijk gevolg van de hervormingen door het Rijk (ambulantisering en extramuralisering van zorg) en de vergrijzing. Dit heeft tot gevolg dat er meer vraag komt naar toegankelijke zelfstandige woningen en woonvormen (al dan niet met zorg) voor diverse zorgdoelgroepen. De woon-zorgopgaven tot 2036 zijn helder op grond van het woningbehoefteonderzoek van Companen (2019).

Het is zaak om tijdig de kansen in de uitwerking van Samen Bouwen aan Houten 2040 te benutten om aan deze vraag naar toegankelijke woningen en woon(zorg)vormen voor zorgdoelgroepen en mensen met een mobiliteitsbeperking te kunnen voldoen. Hiervoor moeten we de uitwerking van de ruimtelijke ontwikkelgebieden volop benutten. In 2022 is blijvende (bestuurlijke) aandacht nodig voor de urgente huisvestingsopgaven voor wonen en zorg en daarmee voor de behoefte aan woonvormen en woningen voor (kwetsbare) doelgroepen in de periode tot vanaf heden tot 2036.

2.3 Thema Buitengebied, landbouw, natuur en recreatie We willen het rentmeesterschap van de aarde vormgeven: we zorgen samen voor de wereld waarin we leven. We willen dat er meer ruimte komt voor flora en fauna in onze gemeente, waarmee we recht doen aan de Toekomstvisie Houten 2025. We maken een totaalvisie op flora en fauna. We houden ons buitengebied bewoonbaar, bereikbaar en duurzaam groen. Bij projecten en gebiedsontwikkeling in het buitengebied is het uitgangspunt dat we bij elke activiteit kijken naar de mogelijkheid voor versterking van natuurwaarden. We houden daarbij rekening met de positie van de agrarische ondernemers en de inwoners en wegen de verschillende belangen altijd in samenspraak af. We maken het gebied aantrekkelijker voor inwoners, ondernemers en recreanten door in te zetten op natuurontwikkeling, fiets- en wandelpaden en kleinschalige overnachtingsmogelijkheden. Samen met inwoners en (agrarische) ondernemers werken we aan de leefbaarheid en ontwikkeling van ons buitengebied. (Bron: Coalitieakkoord 2018-2022)

12 / 49

Perspectiefnota 2022 Algemeen (cpr-thema 2.3.1) 16. Recreatie rondom de stad (RodS) Recreatie wordt een steeds belangrijker onderwerp in onze samenleving. Vooral vanwege Corona zijn mensen vaker thuis en hebben zij meer de behoefte vanuit huis naar buiten te gaan om te bewegen. Daarnaast speelt dat in onze regio huizen worden gebouwd. Voor deze nieuwbouw is in de directe omgeving groen noodzakelijk om te recreëren. Hiervoor geldt het beleid Groen groeit mee waarbij het uitgangspunt is dat het groen even snel meegroeit als de ruimte voor woningbouw. Medio 2021 zal het Programma Recreatie en Toerisme door de provincie worden vastgesteld. In dit programma zijn plannen gemaakt voor recreatie en toerisme. Belangrijk hierbij is ook dat er voorzieningen zijn/ komen verder buiten de steden om daarmee recreanten te spreiden. Als gemeente moeten wij ook in 2022 zorgen dat juiste afspraken worden gemaakt en kaders worden gesteld over dit programma. Vooral bij ruimtelijke ontwikkelingen is het daarom noodzakelijk dat kansen worden aangegrepen om meer recreatieve voorzieningen te realiseren. Dit in relatie tot afspraken die wij eerder hebben gemaakt over ontwikkelingen op het Eiland. Ontwikkeling Nieuwe Hollandse Waterlinie (cpr-thema 2.3.3) 17.

Fort Honswijk Uitgaande van een geslaagde uitgifte in erfpacht van Fort Honswijk aan de onlangs opgerichte Stichting Fort Honswijk de laatste dag dit jaar, wordt 2022 het jaar waarin de stichting een definitief concept voor deze plek zal ontwikkelen. Het is het eerste jaar waarin de gemeente Houten het fort min of meer loslaat, de stichting de lead voor deze ontwikkeling neemt én verantwoordelijk wordt voor de exploitatie. Tegelijkertijd vraagt de stichting aan de gemeente om wel nadrukkelijk betrokken te blijven en het fort niet “over de schutting te gooien”. Voor de gemeente is het belangrijk, dat de realisatie van de Mobiliteitsvisie Eiland van Schalkwijk verder wordt opgepakt, want dit is het uitgangspunt is voor het Ontwikkelkader van Fort Honswijk; het is randvoorwaardelijk voor een geslaagde herontwikkeling. De stichting Fort Honswijk gaat een ontwikkelconcept uitwerken. Na planvorming is een belangrijke stap vooral het opstellen en in procedure brengen van een nieuw bestemmingsplan (omgevingsplan per 01-01-2022 als de Omgevingswet in werking treedt). Met inzet van een provinciale subsidie zullen ook de nodige duurzaamheidsmaatregelen op het fort worden genomen: 

Medewerking verlenen aan het in procedure brengen van het nieuwe bestemmingsplan voor Fort Honswijk, dat door of in opdracht van de stichting Fort Honswijk wordt opgesteld;  Verdere realisatie van de Mobiliteitsvisie Eiland van Schalkwijk in het algemeen en het vergroten van de capaciteit van het wegprofiel op de Lekdijk in het bijzonder.  Bestuurlijk commitment op de realisatie van de meekoppelkans “zichtbaar maken inlaatsluis Fort Honswijk”, als belangrijk onderdeel van de beleving van de geschiedenis van Fort Honswijk. De gemeente Houten en de stichting Fort Honswijk zullen op regelmatige basis gezamenlijk overleg hebben over de voortgang van de herontwikkeling in het algemeen en over de voortgang van de bestemmingsplanprocedure in het bijzonder. Sterke Lekdijk (cpr-thema 2.3.1) 18. Meekoppelkansen Binnen het project Dijkversterking CuB (dijkvak Beatrixsluis – pont naar Culemborg) is HDSR opdrachtgever en is de gemeente Houten partner. Binnen dit dijkvak is gemeente Houten verantwoordelijk voor twee projecten (meekoppelkansen), te weten: het vergroten van de capaciteit van het wegvak tussen de A27 en Fort Honswijk en voor het weer zichtbaar maken van de inlaatsluis van het fort.

Vooral het vergroten van de capaciteit van het wegvak is essentieel voor alle ontwikkelingen op het Eiland van Schalkwijk; ontwikkelingen als woningbouw, recreatie, werken en ontsluiting van fort Honswijk, fort Lunet aan de Snel en recreatief knooppunt ’t Waal. Een ander project dat een belangrijke relatie heeft, is de herinrichting conform de visie Mobiliteit en Recreatie. Hierbij gaat het om een eenduidige weginrichting die vooral veilig is voor langzaam verkeer. Voor alle projecten waarin de gemeente moet meefinancieren geldt, dat pas een besluit kan worden genomen of en hoe deze doorgaan als duidelijk is wat de kosten zijn én wat de bijdrage (subsidie) is van de verschillende partners. Het project Dijkversterking ICu (dijkvak Irenesluis – pont naar Culemborg) is in maart 2021 gestart. In 2021 moet duidelijk worden of er projecten zijn vanuit de gemeente Houten zoals het vergroten van de 13 / 49

Perspectiefnota 2022 capaciteit van de weg die hierin zullen worden meegenomen. Het is belangrijk dat een project onderdeel blijft van het project Dijkversterking omdat daarmee werk met werk gemaakt kan worden en zo de kosten kunnen meevallen. Wél moet eerst duidelijk zijn wat de kosten zijn voor de verschillende onderdelen én wat onze partners zullen bijdragen/ subsidiëren (provincie en HDSR). Dan kan beoordeeld worden welke projecten doorgang zullen vinden en hoe de financiering hiervoor plaatsvindt. Landbouw, recreatie en natuur op het Eiland van Schalkwijk (cpr-thema 2.3.2) 19. Agrarische structuurversterking en UNESCO-werelderfgoed Voor de agrarische structuurversterking (ASV) op het Eiland van Schalkwijk is een tweetal complexe projecten ASV I (Lekdijk 28) en ASV II (Lagedijk 1) met een keten aan sub-projecten in gang gezet. Op 4 april 2019 is daartoe een samenwerkingsconvenant tussen de provincie Utrecht, HDSR en de gemeente Houten ondertekend, want ASV I & ASV II, leveren in potentie een meerwaarde voor het Eiland van Schalkwijk. Ieder bestuursorgaan zal zich inspannen om onder andere de projecten ASV I & ASV II mogelijk te maken. De gemeenteraad heeft voor de beide ASV projecten al een grondexploitatie vastgesteld.

Echter, onderdeel van het samenwerkingsconvenant is ook de ambitie om de gehele Hollandse Waterlinie als onderdeel toe te voegen aan een bijzondere militaire verdedigingslinie, de stelling van Amsterdam. De stelling van Amsterdam maakt al sinds 1996 deel uit van de werelderfgoedlijst van Unesco. Dat betekent praktisch dat voor ieder deel van deze verdedigingslinie gewerkt moet worden aan een gebiedsanalyse. De provincie Utrecht doet dit onder andere voor het Eiland van Schalkwijk. Vastgelegd wordt wat de kernkwaliteiten zijn en hoe we deze kwaliteiten kunnen beschermen. Voor het Eiland, is een van de kernkwaliteiten de openheid van het landschap. De centrale vraag is hoe we daar in de toekomst bij onder andere ASV 1 & ASV 2 mee om moeten/ mogen gaan en hoe we die openheid kunnen behouden / beschermen. Op dit moment is het onduidelijk wat wel en niet kan binnen het gebied. Hierdoor lopen de al gestarte deelprojecten vertraging op. In 2022 zal het een hele uitdaging zijn om de weg te vinden tussen de experimenteerruimte op het Eiland van Schalkwijk en de Unesco Werelderfgoed bescherming. Bescherming weidevogels (cpr-thema 2.3.3) 20. Meer ruimte voor weidevogels De weidevogelpopulatie neemt af vooral vanwege een tekort aan broed- en foerageergebieden. In het collegeprogramma is onder andere opgenomen dat wij 80/ 90 ha weidevogelgebied willen realiseren.

Aansluitend aan het weidevogelgebied De Kroon van 10 ha ligt een waterwingebied van Vitens (20 ha) dat ook weidevogelvriendelijk wordt beheerd. Hiermee is een weidevogelgebied van circa 30 ha ontstaan. Vervolgens wil Vitens een tweede waterwingebied realiseren op het Eiland van Schalkwijk dat ook weidevogelvriendelijk gaat worden beheerd. Hiermee kan een tweede weidevogelgebied op het Eiland worden gerealiseerd. Daarnaast is ten oosten van het Sport- en Werklandschap De Meerpaal een weidevogelgebied ontstaan van circa 10 ha. Mogelijk zal eind 2021 de uiteindelijke bestemming bepaald worden, anders zal dat in 2022 plaatsvinden. Samen met het Collectief Utrecht Oost doen wij onderzoek naar de mogelijkheden en randvoorwaarden om weidevogelgebieden verder uit te breiden op het Eiland van Schalkwijk. Ontwikkeling Kromme-Rijnstreek (cpr-thema 2.3.4) 21. Woningbouw ’t Goy, Tull en ’t Waal en Wickengaard De bouw van 16 woningen aan de Tuurdijk is gestart. Deze zullen begin 2022 worden opgeleverd. De belangenvereniging ’t Goy en de gemeente denken na over extra woningbouw in de periode daarna. Ook in Tull en ’t Waal zijn woningen opgeleverd aan de Kerkebogerd. Ook zijn er nog initiatieven voor 3 tot 6 extra woningen.

Als het bestemmingsplan Wickengaard in Schalkwijk wordt vastgesteld, kan het gehele jaar 2022 de bouw van 32 woningen plaatsvinden en kan dit mogelijk in 2023 worden afgerond. Investeren in dierenwelzijn (cpr-thema 2.3.6) 22. Uitvoering Nota Dierenwelzijn In 2021 wordt gewerkt aan de actualisering van de nota Dierenwelzijn. De uitvoering van nieuwe activiteiten/ ontwikkelingen blijven in 2022 (net als in 2021) grotendeels gericht (in eerste instantie) op onze wettelijke taken: het vervoer van en de opvang van zwerfdieren.

14 / 49

Perspectiefnota 2022

2.4 Thema Mobiliteit en bereikbaarheid Houten ligt prachtig centraal in Nederland en is onlosmakelijk verbonden met de populaire Utrechtse regio. De verkeerstromen in deze bloeiende regio nemen toe. Willen we Houten bereikbaar en leefbaar houden, dan moeten we op zoek naar goede en schone vervoersalternatieven. Als Fietsstad van Nederland geven wij prioriteit aan de fiets. Maar we stimuleren ook ander schoon (openbaar en/of elektrisch) vervoer. (Bron: Coalitieakkoord 2018-2022) Inleiding (cpr-thema 2.4) 23. Algemeen Het programma Mobiliteit en bereikbaarheid is goed op stoom. Diverse projecten uit het bestedingsplan zijn afgerond of in voorbereiding. We liften mee op mogelijkheden van cofinanciering door derden. Nog niet alle projecten zijn opgestart, maar we streven naar een zo efficiënt mogelijke inzet van middelen gericht op kwaliteit in samenhang. Dit gaat over het uitwerken van slimme combinaties in relatie tot woningbouwambities, regionale ontwikkelingen of andere lokale ontwikkelingen en over het goed gebruik maken van cofinancieringsmogelijkheden. 

Eind 2021 hopen we dat er meer bekend is over kansen op cofinanciering uit het Nationaal Toekomstbeeld Fiets (NTF) in 2022.  In 2022 wordt de mobiliteitsstrategie van U-Ned afgerond, onderdeel hiervan is een regionaal mobiliteitspakket dat wordt ingebracht in het bestuurlijk overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO MIRT) van 2022.  De ambities op het gebied van mobiliteit zijn hoog, we moeten ook goed nadenken hoe de beschikbare capaciteit in te zetten. Mobiliteit is een thema dat nauw samenhangt met andere onderwerpen in het ruimtelijk domein (zoals woningbouw of duurzaamheid) en waarbij de koers/prioritering ook kan worden beïnvloed door regionale ontwikkelingen (zoals voorbereiding nieuwe Openbaar Vervoer (OV) concessie door de provincie, het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) en andere U10/U16 onderwerpen, herijking mobiliteitsbeleid bij de provincie). Dit alles vraagt flexibiliteit in inzet van capaciteit en prioritering van onderwerpen. De terug te vorderen A12 Salto gelden van de provincie die worden ingezet voor het bestedingsplan Mobiliteit en bereikbaarheid zullen in 3 (jaarlijkse) termijnen tot en met 2023 worden verrekend. Het NTF en het BO MIRT kunnen kansen bieden voor cofinanciering van projecten in en om Houten. (Ruimtelijke) ontwikkelingen (lokaal en regionaal) kunnen vragen om herprioritering van mobiliteitsambities.

We blijven actief in de regio opereren. Houten werkt samen met de regiogemeenten aan een integraal ruimtelijk perspectief (IRP). In het derde kwartaal van 2021 zal er besluitvorming over plaatsvinden. De inventarisatie van de provincie voor het NTF zal einde Q3 2021 gereed zijn. 24. Regio: Toekomstbeeld Openbaar Vervoer (OV) De provincie bereidt een nieuwe OV concessie voor (waarschijnlijke looptijd 2023 -2038). De afgelopen jaren is het openbaar vervoer in Houten verschraald. Door de coronacrisis heeft de provincie het openbaar vervoer nog verder moeten afschalen. De verwachting is dat het openbaar vervoer gebruik in pas 2025 weer op het oude niveau zal zijn. Door de afname van het openbaar vervoer gebruik en door investeringen in het openbaar vervoer in stedelijk gebied en gebieden waar woningbouw plaats vindt, zal elders in het openbaar vervoer netwerk moeten worden versoberd. In Houten zijn enkele buslijnen die de afgelopen jaren als pilot zijn gestart (zoals Vianen-NieuwegeinHouten en U-Flex naar Schalkwijk, Tull en ’t Waal en ‘t Goy). Het is nog niet bekend wat er na de pilot periode met deze verbindingen gaat gebeuren. De wensen/ ambities van Houten ten aanzien van het openbaar vervoer tot 2035 zullen moeten worden ingebracht bij de provincie.

Wij willen samen met de Nieuwegein, IJsselstein en Vijfheerenlanden optrekken om in 2022 tot een visie voor openbaar vervoer te komen voor het zuidelijk deel van de provincie. Veranderende mobiliteitsbehoeften (cpr-thema 2.4.3) 25. Openbare laadpalen Op 31 december 2020 is het laadpalenbeleid voor elektrische voertuigen verlopen. Op de valreep zijn nog de nodige verkeersbesluiten genomen zodat de nog ontbrekende voorkeurslocaties gerealiseerd 15 / 49

Perspectiefnota 2022 worden. Daarnaast ontvangt de gemeente verzoeken voor nieuwe locaties of verzoeken om uitbreiding van bestaande locaties. De herziening van dit beleid was voorzien in de actualisatie van de Parkeervisie in 2020, maar is uitgesteld vanwege de relatie met de Ruimtelijke Koers. De vaststelling van de nieuwe visie is gepland voor het najaar 2021. Gezien de landelijke ontwikkelingen ligt het ook voor Houten voor de hand dat de aantallen aanvragen zullen stijgen. Dit wordt in de Parkeervisie nader uitgewerkt en worden hiervan de organisatorische en financiële effecten in beeld gebracht. 26. Lightweight Electric Vehicles (LEV) Privépersonen maar ook professionele vervoerders maken tegenwoordig steeds meer gebruik van lichtere, kleinere voertuigen en van Lightweight Electric Vehicles (LEV’s). Voorbeelden hiervan zijn pakketbezorgers op grote e-bakfietsen, maaltijdbezorgers op e-fietsen, kindervervoer met de Stint. Ook worden LEV’s steeds meer aangeboden in deelsystemen (bijvoorbeeld e-steps). Daarnaast zijn er ook ontwikkelingen gaande die van invloed zijn op de stedelijke infrastructuur en het gebruik van LEV’s. Te denken valt aan: drukte op fietspaden, mobiliteitshubs, speedpedelecs en dergelijke. 

De sterke opkomst en het toenemend gebruik vraagt om een herziening van de wijze waarop deze voertuigen momenteel zijn toegelaten op de openbare weg, om zo de verkeersveiligheid te waarborgen. Dit wordt onderstreept door de Onderzoeksraad voor Veiligheid die na het ongeval met een Stint onder andere heeft geconcludeerd dat er een gebrek is aan duidelijke kaders en onvoldoende zicht op de effecten op de verkeersveiligheid.

Door het Ministerie van I&W wordt gewerkt aan een nationaal toelatingskader. Dit moet vervolgens worden omgezet in wetgeving, waarna naar verwachting inwerkingtreding per 1 juli 2022 kan plaatsvinden. Op dit moment is het onduidelijk of deze ontwikkelingen ook in Houten voor een toename gaan zorgen van LEV’s op vooral de (brom-)fietspaden en wat de consequenties van deze wetswijziging zullen zijn. In 2022 zullen we:   

De consequenties van deze wetswijziging en specifiek het fietspadennetwerk uitwerken; Meer data verzamelen ten aanzien van het gebruik van de (brom-)fietspaden; In gesprek gaan en blijven met het Ministerie van I&W en andere betrokken instanties wat de consequenties voor Houten zijn.

Oude Dorp autoluw (cpr-thema 2.4.7) 27. De herijking van de visie Oude Dorp Binnen het collegeprogramma 2018-2022 wordt het herijken van de visie Oude Dorp 2030 geagendeerd vanuit het thema Economie en ondernemen (vitale winkelcentra en horeca) als ook vanuit het thema Mobiliteit en bereikbaarheid (Oude Dorp autoluw). Als uitwerking van het collegeprogramma is in 2019 - na vaststelling van de startnotitie in de raad – een start gemaakt met het project ‘herijking visie Oude Dorp 2030’. Het streven is om het gebied te verlevendigen en de buitenruimte aantrekkelijker te maken voor bezoekers en bewoners. Een manier om dit te doen is door het realiseren van een autoluw plein. Het Oude Dorp met het Plein daarbinnen als centrale plek kan zo een aantrekkelijker en levendiger verblijfsgebied worden met een evenwichtige mix aan functies. Aanpassing van het openbaar gebied (infrastructuur, evenwichtige parkeersituatie) is hierbij van belang. Incidentele en/ of structurele kosten zijn afhankelijk van het resultaat van de herijking en de te maken keuzes ten aanzien van het ambitieniveau van de toekomstige inrichting van het Oude Dorp. Raadsbehandeling van de herijkte visie is komend najaar (2021) voorzien. Vanaf 2022 gaan we met de vastgestelde ambities en het bijbehorende uitvoeringsprogramma aan de slag.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=365a8980-fd91-40cf-8cec-fe23324bd068