CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Gebiedsvisie Houten Oost - Buurtschappen in het Kromme Rijn Linie Landschap

Gemeenteraad 30 september 2025, gemeente HoutenBij agendapunt: Gebiedsvisie Houten Oost15.779 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Afb.14: Referentie Rietlanden (Hooge Boezem, Haastrecht)

Afb.15: Referentie Wulvenwoud (Nieuw-Wulven, Houten) Hoofdstuk 3: Uitwerking per thema 71

71

Bron richtgetallen: Groen Groeit Mee (Provincie Utrecht), Handreiking groen bij uitbreidingslocaties

Van voordeur naar landschap (Groen Groeit Mee)

O2 opname C it te si er iv d io Schaal - B 150m

300 m

+/- 5 km afstand tot woning

Voordeurgroen

Buurtgroen

Wijkgroen (Houtense Rijn)

Landgroen (Houtense Rijn)

Landschap (Rietlanden & KRLL)

Het landschappelijke raamwerk begint bij de voordeur. • Groene daken en gevelgroen • Tuinen opleveren met tuinaarde en inheemse hagen en bomen • Haag als erfscheiding • Opvang regenwater in de tuin • Hergebruik van regenwater in het huis of voor beplanting

Het buurtgroen is voor iedereen bereikbaar. • Verkeersvrije en -luwe, en schaduwrijke routes • Sociale controle • Zit- en picknickplekken • Regenwater opvangen, hergebruiken en bergen • Waterberging en spelen combineren • Diversiteit in beplanting • Boomkroonoppervlakte telt mee

Wijkgroen heeft meerdere gebruiksfuncties. • Raamwerk van water, groen en recreatie integreren • Gebruiksflexibiliteit voor de toekomst • Regenwater opvangen en bergen • Waterberging en spelen combineren • Speel- en beweegcircuits • Eetbaar openbaar groen

De woningbouwontwikkeling sluit aan op het omliggende. • Raamwerk van water en groen loopt door naar het landschap • Fietspaden lopen richting het landschap, combineren met nieuwe, kleine landschapselementen • Bestaande bomenlanen lopen door in het woningbouwplot • Rustige, prikkelarme plekken

Beter toegankelijk maken. • Water en groen lopen door in het grootschalige landschap • Toegankelijkheid van opengestelde natuurgebieden herijken via zonering • Nationaal erfgoed beleefbaar en bereikbaar maken • Slecht gebruikte recreatieplekken herinrichten • Combinatie van natuur en recreatie realiseren • Bos en/of voedselbos realiseren NB: Houten Oost levert een bijdrage aan de ambities vanuit het Kromme Rijn Linielandschap, maar de financiering voor deze ambities komt niet vanuit het project Houten Oost. Dit is een gezamenlijk verantwoordelijkheid van gemeentes, provincie, waterschap, natuurorganisaties etc.

Richtgetal: 75 m2 per woning Ziegler | Branderhorst

Richtgetal: 500 m2 per woning Hoofdstuk 3: Uitwerking per thema

73

DORPS KARAKTER

3.3 De wijk als gemeenschap Kleinschalig en omkijken naar elkaar Houten Oost is geen gewone uitbreidingswijk. Het wordt een dorp van nu: betaalbaar, verbonden, gezond. Het is een plek waar je thuiskomt met anderen. Met Houten Oost bouwen we een gemeenschap, een wijk waar mensen elkaar kennen, elkaar ontmoeten en samenleven. Waar betaalbaarheid geen uitzondering is, maar de norm. Waar ruimte is voor iedereen: van starters tot senioren, van alleenstaanden tot gezinnen, van mensen met een zorgvraag tot mantelzorgers, van inwoners die een kant-en-klare woning zoeken tot zelfbouwers. Houten Oost is een dorpse en groene leefomgeving met een menselijke maat, waar oude waarden gecombineerd zijn met nieuwe woonvormen.

Anders gezegd: de kracht van het dorp, verbonden met de voorzieningen van de stad. Gemeenschapszin begint bij een passend huis dat voelt als thuis. Een goede, fijne en duurzame woning is een eerste levensbehoefte en voor velen een veilige uitvalsbasis om mee te doen in de samenleving. Maar de kwaliteit van de directe leefomgeving is net zo belangrijk. Dan gaat het om de aanwezigheid van (dagelijkse) voorzieningen en om hoe de wijk eruitziet en beleefd wordt. Een moderne wijk biedt inwoners schone lucht en natuur om de hoek, en voldoende mogelijkheden voor sport, ontspanning en beweging.

De schematische doorsnede toont verschillende ambities van ‘Dorps karakter’ Ziegler | Branderhorst

Themakaart wijk als gemeenschap Hoofdstuk 3: Uitwerking per thema

75

3.3.1 Betaalbaar en gemengd Prettig wonen voor iedereen Houten heeft als gevolg van de dubbele groeitaak uit het verleden een eenzijdige woningvoorraad met een overmaat aan grondgebonden rijwoningen. Om het gemeenschapsgevoel aan te wakkeren, introduceren we per buurtschap verschillende woningtypologieën. Zo komen we tegemoet aan de behoeften van verschillende doelgroepen (waaronder dus ouderen en eenpersoonshuishoudens) en bevorderen we de doorstroming op de woningmarkt. We leggen de focus op gestapelde woonvormen. Hiermee borgen we de betaalbaarheid, en maken we de wijk aantrekkelijk voor starters, ouderen en mensen die zorg nodig hebben. Daarnaast is de stapeling nodig om andere kwalitatieve ambities te realiseren; zoals een robuust wijkpark, een duurzaam energiesysteem, de mobiliteitstransitie en gemeenschapsvorming door middel van collectiviteit. De stapeling blijft beperkt, en rijkt van drie tot vijf lagen rond erven en pleintjes, waardoor de condities

voor ontmoeting, spelen en burenhulp optimaal zijn. Incidenteel is er ruimte voor een hoogteaccent. De grondgebonden woningen hebben verschillende verschijningsvormen – denk aan rijwoningen, rug-aan-rug of vrijstaand. Naast deze twee hoofdtypen is er plaats voor andersoortige typologieën, zoals geclusterde woonvormen, hofjes en woonwagenstandplaatsen.

Wonen rondom erven en pleintjes

Divers woningaanbod

Gedeelde voorzieningen

Open en beschut wonen

Ziegler | Branderhorst

Betaalbaar wonen is in Houten Oost geen ambitie, maar een belofte. Conform de Woondeal en de doelgroepenverordening valt minimaal twee derde (66 procent) van de 2.750 woningen in het betaalbare segment – oftewel sociale huur, middenhuur en betaalbare koop. De betaalbaarheidsgrens voor koopwoningen wordt jaarlijks opnieuw bepaald door de Rijksoverheid. Minimaal 30 procent (825 woningen) moet sociale huur zijn, maar we spannen ons in om 900 (33 procent) sociale huurwoningen te realiseren.

Themakaart betaalbaar en gemengd Hoofdstuk 3: Uitwerking per thema

77

3.3.2 Zorg en gezondheid Jong, oud en zorgbehoevend In de Woonzorgvisie is de behoefte aan specifieke woningen voor doelgroepen verder uitgewerkt. Zo krijgen we zicht op wat er precies gebouwd moet worden om tegemoet te komen aan de specifieke woonwensen van ouderen en zorgbehoevenden. In lijn met deze Woonzorgvisie is in Houten Oost ruimte opgenomen voor 150 zorggeschikte, 400 geclusterde en 900 nultredenwoningen – voornamelijk appartementen. Zorggeschikte woningen zijn bouwkundig aangepast voor mensen die intensieve zorg nodig hebben, nultredenwoningen zijn zonder traplopen bereikbaar. Geclusterde woningen zijn nultredenwoningen met collectieve ontmoetingsruimtes binnen handbereik. Belangrijk is dat zorg en wonen samenkomen in een omgeving die uitnodigt tot bewegen, ontmoeten en buiten zijn. De openbare ruimte stimuleert ommetjes, contact en ontspanning. Het is essentieel voor de fysieke en mentale gezondheid. Ook de nabijheid van dagelijkse voorzieningen speelt hierin een rol. Voor het bouwen van woningen is het Convenant toekomstbestendig bouwen (ambitieniveau Zilver) het streven (zie paragraaf 3.6). Dat betekent niet alleen energiezuinig en klimaatadaptief, maar ook gezond. Zo zorgen we voor een beter milieu en gezonde huizen en bewoners.

Afb.16: Gemengde hofjes (Aahof Zwolle) Ziegler | Branderhorst

Gezondheid is verankerd in de Omgevingswet en moet volgens de Wet Publieke Gezondheid meewegen bij elke ruimtelijke ontwikkeling. Toch bieden zulke wetten geen garantie. Daarom heeft de GGD GHOR aanvullende kernwaarden opgesteld. Die betreffen vooral gezondheidsbescherming en gezondheidsbevordering en zijn door de GGD-regio Utrecht ingebracht bij de visievorming voor Houten Oost. Zo is luchtkwaliteit een belangrijk punt. Negatieve effecten op de gezondheid ontstaan door lokale luchtverontreiniging en hinder door houtrook. We onderzoeken dan ook de mogelijkheden voor wijkgericht beleid, zoals een verbod op rookkanalen bij nieuwbouw. De ambitie om het autogebruik terug te dringen is van positieve invloed op de luchtkwaliteit. Ook de grote afstand tot de snelweg maakt Houten Oost tot een gunstige woonlocatie. Andere punten van aandacht zijn hittestress en UV-blootstelling. Het gemeentelijk hitteplan speelt hierop in. Daarnaast zorgen we voor schaduwplekken en luchtstroming, de waterrijke inrichting zorgt eveneens voor verkoeling. Verder wordt rekening gehouden met omgevingseffecten van omliggende veehouderijen en fruitteeltbedrijven, onder meer door voldoende afstand te houden in verband met spuitcirkels en emissies. Het vele groen en water in de wijk werken ontspanning, ontmoeting, beweging en mentale rust in de hand.

Dat helpt in het verminderen van sterfte, hart- en vaatziekten, diabetes type 2, zwangerschapscomplicaties en ADHD-symptomen bij kinderen. Veilige en aantrekkelijke routes voor wandelen, fietsen en hardlopen maken van Houten Oost een wijk waar bewoners gezond leven, met minder risico op chronische aandoeningen.

Themakaart inclusief en gezond Hoofdstuk 3: Uitwerking per thema79

79

3.3.3 Sociale veiligheid

3.3.4 Zelfregie

Sociale veiligheid is een belangrijk thema. Door hier al in de ontwerpfase rekening mee te houden, voorkomen we knelpunten tijdens de realisatie en zorgen we voor leefcomfort en een veiligheidsgevoel bij toekomstige bewoners.

Voor de realisatie van Houten Oost werken we samen met marktpartijen die een groot deel van de grondposities in het gebied in handen hebben. Dit betekent echter niet dat gemeente en marktpartijen alles bepalen. In lijn met de Woonvisie nodigen we (toekomstige) bewoners uit om mee te denken, mee te doen en mee te bouwen. Of het nu gaat om zelfbouw, experimentele woonvormen of gedeelde buurtvoorzieningen: er liggen volop mogelijkheden om de wijk samen met bewoners vorm te geven. De behoefte hieraan is groot. Met Houten Oost spelen we hierop in, onder meer door een klein deel van de woningen te ontwikkelen via collectieve woonvormen, collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO) en andere bewonersinitiatieven. Deze manier van werken versterkt de band tussen mensen en hun woonplek. Hierover moeten specifieke afspraken worden gemaakt.

Een sociaal veilige wijk betekent een fysieke inrichting waar mensen zich prettig en op hun gemak voelen en waar de kans op overlast of criminaliteit klein is. Het gaat dan bijvoorbeeld om heldere zichtlijnen, een logische en overzichtelijke opzet van straten en paden, en goede openbare verlichting. Buurttuinen, speelplekken en kleine pleinen die zichtbaar zijn vanuit de woningen, bevorderen de sociale interactie en een gevoel van gemeenschap. Voor jongeren is het belangrijk om eigen plekken te hebben. Denk aan ontmoetingsplekken die ook ’s avonds toegankelijk zijn, maar die geen overlast veroorzaken voor omwonenden. Door bewoners te betrekken bij het beheer en onderhoud van de openbare ruimte ontstaat eigenaarschap. Bovendien nodigen schone, goed onderhouden en multifunctionele openbare ruimtes uit tot gebruik en ontmoeting en voorkomen ze verloedering. Deze inrichtingseisen zijn gebaseerd op de uitgangspunten van het politiekeurmerk Veilig Wonen (PKVW) en sluiten aan bij het Integraal Veiligheidsprogramma Houten 2024-2027.

Ziegler | Branderhorst

Afb.17: Voorbeeld van CPO-project (Vriendenerf, Olst)

Afb.18: Grondgebonden en appartementen rondom een gedeelde tuin (Groene Mient)

Afb.19: Zorggeschikte woningen (BVNG)

Afb.20: Ontmoetingsruimte op een leefgallerij (Knarrenhof, Gouda)

De Huisvestingsverordening en beleidsregels omtrent woonruimteverdeling maken het mogelijk om woningzoekenden met een maatschappelijke en economische binding voor de helft voorrang te verlenen bij woningtoewijzing voor sociale huur- en betaalbare koopwoningen. Voor veel woningzoekenden is Houten de plek waar ze zijn opgegroeid en geworteld zijn. Het is van belang dat ze er kunnen blijven of terugkeren, dat ze kunnen doorstromen, dat ze ruimte vinden om te ‘groeien’.

Hoofdstuk 3: Uitwerking per thema

81

MOBILITEIT ANDERS

3.4 Mobiliteit Mobiliteit volgens het STOMP-principe De wijze waarop we het mobiliteitssysteem inrichten is voorwaardelijk voor het welslagen van de hierboven beschreven planambities. Anders gezegd: om bovenstaande mogelijk te maken – gemeenschappen maken, een biotoop, ruimte voor water – moeten we de claim die mobiliteit legt op de publieke ruimte rigoureus herzien. Het is al vaker gezegd: meer nadruk op lopen, fietsen en openbaar vervoer en minder op de auto. Houten heeft hierin een rijke traditie. In die zin is het verklaarbaar waarom de lat op dit vlak niet expliciet extra hoog is gelegd: de focus op fietsen en lopen is immers al heel erg Houtens. In een tijd waarin steden worstelen met files, luchtvervuiling en ruimtegebrek, volgen we in Houten Oost een koers die de mens en het landschap centraal stelt. We bouwen aan een 10 minuten-dorp waar lopen en fietsen vanzelfsprekend zijn, verbindingen logisch en de leefomgeving uitnodigt tot

gezond en duurzaam gedrag. Daarmee is de wijk een aanjager van de noodzakelijke mobiliteitstransitie: we zetten in op een autoluwe woonomgeving met ‘parkeren om de hoek’, en zorgen voor hoogwaardige mobiliteitsalternatieven. Het achterliggende idee is om te komen tot een wijk die verkeersveilig is, toegankelijk voor iedereen en ontmoeting tussen bewoners in de hand werkt. Met de ligging op circa vijf minuten fietsen van twee NS-stations ligt de nieuwe wijk binnen de invloedsfeer van de regiopoort Houten. Het idee achter dit concept is om de bereikbaarheid van steden en regio’s te vergroten door strategisch gelegen ov-knooppunten te combineren met woningbouw, fiets- en wandelinfrastructuur en duurzame vormen van mobiliteit (zoals deelmobiliteit). Het STOMP-principe is leidend. In de planvorming voor Houten Oost geven we prioriteit aan ‘stappen’, ‘trappen’, openbaar vervoer en deelmobiliteit (mobility as a service, MAAS), alvorens we aandacht geven aan de personenauto.

De schematische doorsnede toont verschillende ambities van ‘Mobiliteit anders’ Ziegler | Branderhorst

Afb.21: Aansluiten op de Houtense fietsstructuur, brede fietspaden zijn ook geschikt voor electrokarren lokaal vervoer van deur tot deur (Gemeente Houten, 2025)

STOMP-principe zet de mens centraal bij gebiedsontwikkeling Hoofdstuk 3: Uitwerking per thema

83

3.4.1 Voetganger en fiets eerst Conflictvrij fietsen Groene paden lopen kriskras door de nieuwe wijk en nodigen uit tot ommetjes, spelen en sporten, en ontmoeting. Door bij de inrichting ouderen en bewoners met een beperking als uitgangspunt te nemen (principes als Universal Design en Design for All), is de openbare ruimte toegankelijk en aangenaam voor iedereen. Er is voldoende ruimte voor allerlei vervoerswijzen, zoals scootmobielen, bakfietsen en lichte voertuigen. We onderzoeken of meer gebruik van elektrische wagentjes voor ouderen tot de mogelijkheden behoort. Houten is al drie keer uitgeroepen tot beste fietsstad van Nederland en wordt internationaal gezien als het schoolvoorbeeld van een fietsgerichte stedelijke ontwikkeling. Met Houten Oost zetten we deze traditie voort. Oftewel: brede en vrij liggende fietspaden (dus gescheiden van het autoverkeer), veilige oversteekplaatsen en aantrekkelijke fietsroutes in het groen vormen het fundament van de wijk.

Vanuit elke woning zijn het Houtense centrum en beide treinstations binnen afzienbare tijd bereikbaar – per fiets binnen 10 minuten, te voet in twintig minuten. We versterken en verbreden bestaande hoofdfietsroutes en creëren drie regionale fietsverbindingen door het Kromme Rijn Linie Landschap naar Bunnik en Odijk – waaronder een nieuwe route van Houten Castellum naar Utrecht Science Park. Alle routes sluiten aan op de bestaande (fiets)tunnels onder de Rondweg. Een extra fiets- en voetgangerstunnel aan de noordzijde behoort tot de mogelijkheden. Voor het verbeteren van fietsverbindingen en de aanleg van nieuwe fietsroutes maken we gebruik van het ‘versnellingsgeld’ dat het Rijk beschikbaar stelt voor investeringen in duurzame bereikbaarheid.

Themakaart fietsen en wandelen Ziegler | Branderhorst

Hoofdstuk 3: Uitwerking per thema85

85

Hoe kom je thuis in Houten Oost?

1. Stappen

2. Trappen

3. Openbaar vervoer

4. Mobility as a Service

5. Particuliere auto

Ziegler | Branderhorst

Hoofdstuk 3: Uitwerking per thema

87

3.4.2 Openbaar vervoer en deelmobiliteit OV-bereikbaarheid De bestaande busverbinding door het plangebied richting het buitengebied (lijn 43) blijft behouden. Ook de directe buslijn naar het Utrecht Science Park (lijn 32) die eind dit jaar terugkeert, maakt een stop in Houten Oost. Door de komst van een aanzienlijk aantal nieuwe bewoners neemt de rendabiliteit van deze buslijnen toe. Naast het toevoegen van een nieuwe halte blijft de Kruisweg (N410) ondanks de voorgenomen knip (zie 3.4.3) toegankelijk voor de bus. Bestaande haltes worden voor fietsers en voetgangers beter bereikbaar gemaakt – in lijn met de regionale mobiliteitsstrategie van U-Ned. Door deze ingrepen heeft de nieuwe wijk straks een goede busverbinding met Houten zelf, Odijk, Driebergen-Zeist en het Science Park. Het is verder de bedoeling om de rijfrequentie van de sprinter tussen de Houtense stations en Utrecht te verhogen van vier naar acht treinen per uur. Tot slot is het de bedoeling om in lijn met het het Convenant toekomstbestendig bouwen (ambitieniveau Zilver) te onderzoeken of deelmobiliteitsconcepten voor alle bewoners haalbaar zijn. Denk aan deelauto’s en -scooters, scootmobielen of (bak)fietsen. Deze diensten zijn beschikbaar in de openbare ruimte of bijvoorbeeld in collectieve mobiliteitshubs, waar ook faciliteiten beschikbaar zijn voor het ophalen en afleveren van pakketten.

Afb.22: People Movers gelden op brede fietspaden als aanvulling op of alternatief voor de bus (Bron: www.cnbc.com) Ziegler | Branderhorst

Themakaart openbaar vervoer van Houten Hoofdstuk 3: Uitwerking per thema89

89

3.4.3 Auto Stimuleren actieve mobiliteit Vanwege de goede fiets- en wandelroutes, een toegankelijk openbaarvervoersysteem, deelmobiliteit en voorzieningen in de buurt kan het privéautobezit in Houten Oost omlaag. Dit bereiken we door geen doorgaande wegen aan te leggen, geen nieuwe rondweg te maken en door het parkeren te concentreren, bijvoorbeeld in parkeerkoffers, onder of op parkeerdekken en mogelijk in ‘mobiliteitshubs’. Om het autobezit hoe dan ook omlaag te brengen, is in Houten Oost sturend parkeerbeleid noodzakelijk. We streven naar een lage parkeernorm van gemiddeld minder dan een auto per woning. Zo ontstaat in de openbare ruimte plek voor andere functies, zoals vergroening, ontmoeting en waterberging. Vanwege de gehele woningbouwopgave in Houten (dus ook de herontwikkeling van het CMK-gebied) zijn ingrepen nodig in de gemeentelijke en provinciale infrastructuur. Op enkele kruispunten op de Rondweg moeten verkeerslichten toegevoegd en kruispunten heringericht of uitgebreid. We onderzoeken de verkeersafwikkeling op de Limesbaan en de Rondweg om mogelijke infrastructurele en geluidsreducerende maatregelen in beeld te krijgen. Een deel van de buurtschappen ontsluiten we via ‘inprikkers’ die naar de Rondweg leiden. De rest van de woningen krijgt via een grote ‘inprikker’ een aansluiting op de Limesbaan (N421).

Zo laten we auto’s vooral rijden waar het wegennetwerk nog ruimte heeft en zorgen we voor een evenwichtige verdeling van het verkeer.

De huidige Rondweg wordt dus niet verlegd, want dan zou het een nieuwe barrière vormen tussen dorp en buitengebied. Dat zou veel (gemeentelijk) geld kosten, terwijl dit vanwege de beschikbare restcapaciteit op het wegennet niet noodzakelijk en zeker niet wenselijk is. Deze keuze heeft ook invloed op de mobiliteitstransitie, aangezien nieuw asfalt meer verkeersbewegingen genereert. Zoals gezegd begint het landschap straks direct bij de Rondweg en blijft het voor iedereen makkelijk toegankelijk. Om de algehele bereikbaar- en leefbaarheid van Houten en het buitengebied te verbeteren onderzoeken we toekomstgerichte ontsluitingen, zoals een knip voor de auto in de Kruisweg (N410) om sluipverkeer tegen te gaan en de Rondweg te ontlasten.

Afb. 23: Indicatie ruimtebeslag mobiliteit per persoon voor diverse vervoerwijzen, inclusief halteren op rijbaan (stallen in blauw) (Bron: U-Ned (2022), Mobiliteitsstrategie) Themakaart autoverkeer

Ziegler | Branderhorst

Hoofdstuk 3: Uitwerking per thema

91

DUURZAAM EN KLIMAATROBUUST

3.5 Energiestrategie Zuinig met duurzame bronnen Een energievisie voor een nieuwbouwwijk is nodig vanwege actuele uitdagingen zoals netcongestie en fluctuerende energieprijzen. Met name de beschikbaarheid van elektriciteit is niet langer vanzelfsprekend, en dat vraagt om een andere benadering van hoe woningen en openbare ruimtes ontwikkeld worden. Een energievisie helpt om tijdens het planproces slimme en duurzame keuzes te maken met betrekking tot de energie-infrastructuur. Daarbij biedt het kansen om innovatieve oplossingen, zoals lokale energieopslag en deelnetwerken, in het plan te integreren. De nieuwe wijk zal geheel in lijn met de gemeentelijke ambitie energieneutraal zijn. Daarom onderzoeken we een collectief warmte- of bronnet. Daarnaast zetten we in op duurzame energiebronnen en slim energiemanagement. De keuzes in deze strategie zijn mede geïnspireerd op het Convenant toekomstbestendig bouwen van de provincie Utrecht, waarin duurzaamheid, gezondheid, klimaatadaptatie, circulariteit

en energie in samenhang zijn benaderd. Met Houten Oost streven we naar het ambitieniveau Zilver. Dit betekent dat de wijk in ontwerp, realisatie en exploitatie aantoonbaar rekening houdt met bovengenoemde thema’s, met extra aandacht voor energieprestaties, natuurinclusiviteit en adaptiviteit. Een energieneutrale wijk is een gebied waar de jaarlijkse energieproductie uit duurzame bronnen nagenoeg gelijk is aan het totale verbruik. Volledige zelfvoorzienendheid op elk moment van de dag is overigens niet het doel, omdat dit technisch complex, financieel onaantrekkelijk en ruimtelijk onwenselijk is. Een beperkte afhankelijkheid van externe netten blijft dan ook nodig om leveringszekerheid te garanderen, met name in perioden van lage opwek uit zon en wind. De nadruk ligt op een slimme balans tussen opwek, opslag, vraagsturing en netgebruik, passend binnen het provinciale streven naar energiezuinige en toekomstgerichte bouw.

De schematische doorsnede toont verschillende ambities van ‘Duurzaam en klimaatrobuust’ Ziegler | Branderhorst

Afb.24: (Bron: Gemeente Houten, Tekening Route naar Houten Energieneutraal 2040)

Afb.25: (Bron: Arcadis (2024), Memo energieconcepten) Hoofdstuk 3: Uitwerking per thema93

93

Voor Houten Oost wordt gedacht aan collectieve warmte- of bronnetten die gevoed worden door meerdere duurzame bronnen, zoals bodemwarmte, gedeelde warmtepompen en gekoppelde WKO-installaties (warmte-koudeopslag). Zo’n systeem maakt het mogelijk om woningen op efficiënte en schaalbare wijze van duurzame warmte te voorzien – een belangrijke stap richting een aardgasvrije wijk. De bronnen zijn strategisch verspreid over het plangebied en worden gefaseerd ontwikkeld in samenhang met de woningbouw. Zo kan dit warmtesysteem flexibel meegroeien met de wijk en worden onnodige investeringen voorkomen. De keuze voor WKO biedt het voordeel van seizoensopslag en benutting van de bodem als energiebuffer. Dit sluit aan bij een laagtemperatuur-warmtenet met collectieve warmtepompen. Een dergelijk collectief systeem wordt beheerd en geëxploiteerd door een lokaal energiebedrijf.

afspraken gemaakt over maximale belasting, fasering en benodigde capaciteit, om te voorkomen dat netcongestie de ontwikkeling van de wijk in de weg zit. Een belangrijk aandachtspunt is de toename van elektrisch vervoer. Door te sturen op laadtijden en het combineren van laadinfrastructuur met slim energiemanagement, blijft de impact van elektrisch rijden beheersbaar.

De energiestrategie in een notendop •

Voor elektriciteit wordt vol ingezet op zonnestroom, afkomstig uit zonnepanelen op woningen en andere gebouwen. De mogelijkheden voor kleinschalige windenergie worden nader onderzocht, vooral op de landschappelijke en maatschappelijke inpasbaarheid. Omdat vraag en aanbod niet altijd samenvallen, speelt opslag een belangrijke rol. Tijdelijke opslag in bijvoorbeeld wijkbatterijen helpt om pieken op te vangen, terwijl met slimme sturingstechnieken apparaten en het gedrag van bewoners kan worden afgestemd op de beschikbaarheid van duurzame elektriciteit. De netaansluiting blijft evenwel onmisbaar als back-up en om overschotten of tekorten in evenwicht te brengen. Met netbeheerder Stedin worden

•

•

•

Onderzoek naar collectieve systemen voor warmtevoorziening, zoals bodemwarmte, gedeelde warmtepompen of WKO – beheerd door een lokaal energiebedrijf Elektriciteitsvoorziening door zonnepanelen op daken en gebouwen, eventueel aangevuld met alternatieve bronnen Energieopslag om overcapaciteit tijdelijk te bewaren (batterijen op woning- of wijkniveau, opslag in de bodem) Slim energiebeheer, waarbij bewoners hun gedrag afstemmen op energiemanagementsystemen (denk aan uitgesteld laden van elektrische auto’s) Themakaart energiesysteem

Ziegler | Branderhorst

Hoofdstuk 3: Uitwerking per thema

95

3.6 Biobased, circulair en natuurinclusief bouwen Zuinig met duurzame materialen Houten Oost wordt een voorbeeldwijk voor wonen in het groen. Daarom is het Convenant toekomstbestendig bouwen leidend. Het Convenant is geen eis, maar een ambitie, waarbij we streven naar het ambitieniveau Zilver. Het Convenant gaat uit van het gebruik van zoveel mogelijk biobased en/of circulaire bouwmaterialen, die zo goed als vrij zijn van giftige stoffen. Vanuit natuurinclusiviteit geldt de ambitie dat bouwprojecten leefplekken bevatten voor minimaal vier soorten. Natuurinclusieve maatregelen zijn onderdeel van de architectuur en afgestemd op de biotopen in de stedenbouwkundige opzet. De milieuprestatie van de woningen is strenger dan de huidige wettelijke norm van 0,8. De uiteindelijke toetsing moet plaatsvinden aan het op dat moment vigerende beleid.

Ziegler | Branderhorst

Afb.26: Voorbeeld van biobased zelfbouw (Vredeoord Eindhoven, Mulderendevries architecten)

Afb.27: Gebouwen als habitat, nestkasten onderdeel van architectuur (Hortus Ludi Nijmegen, Architectuur Maken)

Afb.28: Voorbeeld van circulaire woningen van hout (Zeist Kerckebosch, Mix Architectuur)

Afb.29: Voorbeeld van houten appartementen (Nachtschade, Malburgen) Hoofdstuk 3: Uitwerking per thema97

97

MEERWAARDE VOOR DE HOUTENAAR

3.7 Voorzieningen Voorzieningen zijn nabij Een gezonde en levendige wijk valt of staat met de nabijheid van het alledaagse. Daarom wordt in Houten Oost voldoende ruimte gereserveerd voor dagelijkse voorzieningen als een basisschool, supermarkt, zorgfuncties en ontmoetingsplekken. Zeker voor ouderen is het essentieel dat deze voorzieningen op loopafstand liggen. Dit principe en de bijbehorende inrichtingsvereisten staan in de Woonzorgvisie die in juni 2025 is vastgesteld en vormen belangrijke pijlers onder de ontwikkeling van Houten Oost. We reserveren vierkante meters voor maatschappelijke, culturele en commerciële voorzieningen. Denk aan een of twee supermarkten, dagelijkse winkels als een bakker, slager en groenteboer, en een apotheek en zorgcentrum. Ook een kindcentrum en cultureel centrum behoren tot de mogelijkheden.

De ligging dicht bij de voorzieningen in De Kruisboog is een enorm voordeel. Door in de nabijheid hiervan functies toe te voegen – zoals daghoreca, een zorgpunt, een supermarkt en plekken voor ontmoeting en ondernemerschap – groeit De Kruisboog uit tot een centrale plek waar inwoners van zowel Houten Oost als ook andere buurten van profiteren. Het wordt een levendig knooppunt, waar wonen, leren, werken, sporten, recreëren en ontmoeten naadloos in elkaar overvloeien. Bij de verdere uitwerking onderzoeken we hoe De Kruisboog tegemoet kan komen aan dit intensievere gebruik van het gebied.

De schematische doorsnede toont verschillende ambities van ‘Meerwaarde voor de Houtenaar’ Ziegler | Branderhorst

Themakaart dagelijkse voorzieningen Hoofdstuk 3: Uitwerking per thema99

99

3.7.1 Onderwijs en sport Voorzieningen groeien mee De voorzieningen op onder andere de Kruisboog groeien mee met de gehele woningbouwopgave en groei van inwoners in Houten, niet enkel vanuit de ontwikkeling van Oost. De Kruisboog kan worden geïntensiveerd en daarmee ruimte bieden aan bijvoorbeeld een scholencampus en intensivering van sportvelden: een clustering van middelbare scholen in combinatie met sportvoorzieningen. Een verhuizing vanuit het centrum zoals onderwijs en sport naar de Kruisboog behoort functioneel tot de mogelijkheden zoals sporthal de Molenwiek. Dit biedt ruimte voor onderwijsvernieuwing die door alle inwoners gebruikt kunnen worden.

3.8 Lokale economie Ondernemerschap Een toekomstbestendige wijk houdt tot slot rekening met werkgelegenheid en de economische dynamiek. Door de transformatie van het CMK-gebied verdwijnen kantoorpanden en arbeidsplaatsen. Dat vraagt om slimme keuzes elders in Houten. Samen met de provincie Utrecht onderzoeken we de mogelijkheden om grootschalige werklocaties in Houten-West en -Noord te behouden en te intensiveren. In Houten Oost komen juist geen grootschalige bedrijven die veel autoverkeer aantrekken. In de nieuwe wijk is wel ruimte voor kleine ondernemingen, zzp’ers en lokaal verzorgende bedrijfjes. Denk aan kleine bedrijfsunits aan huis, ophaalen afgiftepunten voor pakketdiensten en werkplekken voor zorg en onderwijs. Dit past bij het dorpse karakter en sluit aan bij het streven naar minder mobiliteit en meer nabijheid.

Themakaart onderwijs en sport Ziegler | Branderhorst

Hoofdstuk 3: Uitwerking per thema

101

4. ONTWIKKEL STRATEGIE EN HAALBAARHEID Voor de ontwikkeling van Houten Oost is het belangrijk dat de stapeling van ambities – een landschappelijk raamwerk, betaalbare en gevarieerde woningbouw, duurzame mobiliteit – leidt tot een haalbaar plan. Het gaat dan om de financiële haalbaarheid, de technische haalbaarheid en de maatschappelijke en politieke haalbaarheid.

Ziegler | Branderhorst

Hoofdstuk 4: Ontwikkelstrategie

103

ONTWIKKELSTRATEGIE EN HAALBAARHEID

4.1 Maatschappelijke en politieke haalbaarheid

4.1.1 Samenwerking met de provincie

4.1.2 Samenwerking met marktpartijen

De gemeente ziet een belangrijke regierol voor zichzelf weggelegd. Dat blijkt al uit het initiatief om deze gebiedsvisie te maken en uit de hoge ambitie om de bouw van een woonwijk te combineren met de realisatie van een landschapspark. Maar de gemeente kan het natuurlijk niet alleen. Diverse partijen zijn nodig om deze gebiedsontwikkeling tot een goed einde te brengen. Daarom is een constructieve samenwerking nodig met andere overheden (gemeenten, provincie, Hoogheemraadschap) en met marktpartijen (die eigenaar zijn van een groot deel van de gronden).

De provincie Utrecht is het bevoegd gezag over ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied. Houten Oost ligt in het buitengebied en het bouwen van huizen is daar zonder provinciale toestemming niet toegestaan. Tegelijkertijd is de provincie zich ervan bewust dat de Utrechtse regio waartoe Houten behoort, behoefte heeft aan woningen – tot 2040 zouden daar in totaal 165.000 nieuwe woningen nodig zijn. Zoals gezegd dienen we met de gebiedsontwikkeling in Houten Oost twee doelen. Enerzijds de bouw van nieuwe woningen, anderzijds investeren in landschapsontwikkeling.

De meeste gronden van het plangebied zijn in handen van vier marktpartijen. Zij hebben zich verenigd in een consortium. De gemeente en dit consortium zijn verantwoordelijk voor de planvorming en de realisatie van Houten Oost. De gemeente streeft naar een evenwichtige samenwerking waarbij ieders belangen worden behartigd. Dit kan op verschillende manieren door te variëren in de mate van zeggenschap en regie. Ook de wijze waarop we samenwerken met woningcorporaties is een punt van aandacht. Hoe meer zeggenschap en regie voor de gemeente, hoe groter de verantwoordelijkheid en de (financiële) risico’s.

Om deze ambitie helder over het voetlicht te brengen werken we regionaal samen in de gebiedsalliantie Kromme Rijngebied. Deze samenwerking is opgericht om grip te houden op alle ontwikkelingen in het landschap van de Kromme Rijn. Zo werken onder de vlag van deze alliantie de betrokken gemeenten aan plannen voor de bouw van zo’n 29.000 woningen in de invloedssfeer van vijf treinstations – in lijn met het Regiopoortenbeleid van de U10. Het ontwikkelperspectief voor het Kromme Rijn Linie Landschap is eveneens afkomstig uit dit samenwerkingsverband (waarbij ook het Hoogheemraadschap is aangehaakt). Juist omdat in Houten Oost beide ambities samenkomen (woningbouw en landschapsontwikkeling) is de alliantie de plek om steun te vergaren. Als de provincie haar goedkeuring verleent (in het kader van het provinciale programma wonen en werken) ontstaat de planologische ruimte om de planuitwerking aan te vangen.

Zowel de gemeente als de marktpartijen hebben de haalbaarheid van het plan en de samenwerking onderzocht en zien ondanks de hoge ambities en complexiteit van de opgave voldoende perspectief om samen verder te werken aan een (financieel) haalbaar plan. Dit wordt na vaststelling van de visie concreter uitgewerkt. De marktpartijen en gemeente sluiten op korte termijn een intentieovereenkomst waar de ambities van de gebiedsvisie worden onderschreven en partijen in een vervolgproces gezamenlijk willen optrekken om deze visie naar realisatie te brengen. Een uitzondering op deze samenwerking zijn diverse private huiskavels (voormalige boerenerven). In de planvorming blijven deze grotendeels behouden en eigenaren krijgen de mogelijkheid (maar niet de plicht) om met een plan voor hun eigen huisperceel te komen.

De schematische doorsnede toont verschillende ambities van ‘Ontwikkelstrategie’ Ziegler | Branderhorst

Hoofdstuk 4: Ontwikkelstrategie

105

4.1.3 Aandachtspunten voor samenwerking 1. We onderzoeken samen met marktpartijen en overheden op welke manier we de invulling van het landschap aan de oostzijde – de Rietlanden – tot stand brengen. Binnen de financiële draagkracht van het plan is het mogelijk om in dit gebied de agrarische functie te handhaven en de recreatieve toegankelijkheid en waterberging te verbeteren. In het kader van het Kromme Rijn Linie Landschap wil de gemeente eigenlijk méér met dit gebied, maar dat kan niet gefinancierd worden uit de woningbouwontwikkeling. Daarom moet in samenwerking met marktpartijen, provincie en het Hoogheemraadschap onderzocht worden op welke wijze dit betaald wordt. De Rietlanden raakt immers aan meerdere beleidsambities, zoals het provinciale programma Groen groeit mee, het voornemen om de regiopoort Houten te voorzien van een hoogwaardige en groene leefomgeving en uiteraard de waterbergingsdoelen. 2. De Kruisboog is vanwege de goed bereikbare ligging tussen het CMK-gebied en Houten Oost een voornaam en centraal voorzieningengebied. Het aantal gebruikers zal toenemen en het gebied fungeert straks als overloopgebied voor maatschappelijke functies (sportaccommodaties, schoolgebouwen) die mogelijk hiernaartoe worden verplaatst.

Een vervolgstudie is nodig om te bepalen of en hoe De Kruisboog tegemoet kan komen aan deze ruimtevraag en wat de consequenties zijn van intensiever gebruik. 3. De collectieve voorzieningen die in Houten

Ziegler | Branderhorst

4.2 Financiële haalbaarheid Oost beoogd zijn – zoals mobiliteitshubs, een warmtenet of buurtbatterijen – onderzoeken we nader op haalbaarheid, maakbaarheid en beheer. In deze gebiedsvisie spreken we de voorkeur uit om zulke voorzieningen collectief te organiseren, maar het is nog niet duidelijk wie daar dan verantwoordelijk voor is. In een volgende fase onderzoeken we de haalbaarheid van deze collectieve voorzieningen. We houden de mogelijkheid open om deze voorzieningen op kleinere schaal of anderszins te organiseren als er geen exploitant gevonden wordt.

De gebiedsontwikkeling in Houten Oost gaat gepaard met hoge kosten. Ga maar na: de realisatie en het toekomstig beheer van het Houtense Rijnpark, de aanleg van waterbergingsgebieden, een nieuwe auto-ontsluiting, aanpassingen aan de Rondweg, het verbreden van fietsroutes en de komst van nieuwe voorzieningen, zoals een school en sport- en speelplekken. De meeste van deze onderdelen kosten geld (voor het inbrengen van grond en de aanleg en het beheer van voorzieningen). De kosten moeten grotendeels worden gedekt uit de opbrengsten van de woningbouw. Uitgangspunt is om de financiële haalbaarheid te waarborgen. Dat betekent dat de 2.750 woningen minimaal nodig zijn om tot een financieel haalbaar plan te komen. De financiële haalbaarheid van de gebiedsvisie is getoetst met een globale berekening. Hieruit blijkt dat het mogelijk is om een financieel haalbaar stedenbouwkundig plan te maken, waarbij de aanlegkosten kunnen worden gedekt uit de opbrengsten. Daardoor is het verantwoord om een volgende fase in te gaan waarbij gemeente en marktpartijen de integrale ruimtelijke en financiële haalbaarheid van het plan nader onderzoeken en uitwerken. De marktpartijen onderschrijven de beoogde plankwaliteiten en we wensen gezamenlijk de ambities nader te onderzoeken en in samenhang te beschouwen op haalbaarheid en toepasbaarheid.

Daartoe is de intentie uitgesproken om dit onderzoek gezamenlijk en vanuit ieders belang en doelstelling vorm te geven

De ambities voor bouwvolumes en beeldkwaliteit worden getoetst op haalbaarheid en betaalbaarheid voor de beoogde doelgroepen (koop en huur), in afstemming met beschikbare woonconcepten (Conceptueel Bouwen) en bouwmethoden. De in de gebiedsvisie opgenomen referentiebeelden en impressies gelden daarom uitsluitend ter inspiratie voor de het beoogde ambitieniveau. Daarbij is het van belang om ook de financiële haalbaarheid steeds in het oog te houden, ook als het gaat om langjarige effecten op de gemeentelijke begroting, zoals voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Het is tot slot belangrijk om rekening te houden met de onzekerheden. Zo kunnen archeologische vondsten ervoor zorgen dat een andere inrichting nodig is. Bovendien duurt het nog jaren voordat de bouw start. In de tussentijd kan er veel veranderen. Dit soort risico’s zijn moeilijk in te schatten en kunnen de financiële haalbaarheid onder druk zetten. De gebiedsvisie wordt verder uitgewerkt in een stedenbouwkundig plan. Als er een dergelijk ontwerp is, kunnen precieze ramingen voor aanleg- en beheerkosten worden gemaakt. Tijdens de uitwerking zorgen we ervoor dat het plan financieel gezond blijft. Dat kan betekenen dat ambities moeten worden bijgesteld, omdat de financiering ontbreekt. Andersom kan het ook zo zijn dat als het financieel meezit, we wat extra doen.

Hoofdstuk 4: Ontwikkelstrategie

107

4.3 Technische haalbaarheid Voor De Rietlanden geldt dat hiervoor geen kostendekking vanuit het woningbouwproject beschikbaar komt. Dit gebied heeft overwegend een bredere functie binnen het Kromme Rijn Linie Landschap. De Rietlanden vragen dus om een eigen businesscase op lange termijn. Niet alleen vanuit de investeringen in het gebied maar ook voor de lange termijn exploitatie van het landschap. Op deze manier kunnen we gefaseerd op basis van beschikbare middelen in combinatie met extern aan te trekken gelden de invulling en gebruik van het landschap verbeteren door het doen van investeringen. Zo zijn we stapsgewijs in staat om afhankelijk van de beschikbare middelen, hogere ambities te realiseren.

Bij gebiedsontwikkeling is het essentieel om rekening te houden met aanwezige en gebiedseigen elementen en mogelijke belemmeringen en uitdagingen. Belangrijke thema’s zijn onder andere archeologie en cultuurhistorie, bodemkwaliteit en -opbouw, ondergrondse infrastructuur, flora en fauna en veiligheidscontouren. Voor Houten Oost zijn deze thema’s inmiddels in beeld gebracht, gebaseerd op historische gegevens, aanwezige kennis en waar beschikbaar uitgevoerde quickscans. Op basis hiervan ontstaat een redelijk beeld van de haalbaarheid. Tegelijkertijd is voor een groot deel van deze thema’s aanvullend onderzoek nodig. Het is daarom belangrijk dat het plan voldoende flexibel is om te anticiperen op nieuwe inzichten.

Archeologie en cultuurhistorie Het gebied heeft een hoge archeologische verwachtingswaarde, mede door de aanwezigheid van de Houtense stroomrug en diverse archeologische terreinen. Vanuit cultuurhistorisch perspectief is sprake van een waardevol historisch landschap, gekenmerkt door oude structuren zoals wegen, erven, kades en sloten. Deze structuren verbinden het gebied en geven het een karakter van een deels intact cultuurlandschap, met elementen die stammen uit de Romeinse tijd of zelfs langer geleden. De cultuurhistorische en archeologische waarden dienen beschermd te worden en zorgen voor gebiedsidentiteit. Historische elementen kunnen zichtbaar worden gemaakt

Afb.30: Themakaart geluidhinder Houten Oost Ziegler | Branderhorst

Hoofdstuk 4: Ontwikkelstrategie

109

binnen de nieuwe woonwijk en zo bijdragen aan het verhaal van de plek. Denk bijvoorbeeld aan het accentueren van ondergrondse archeologische waarden via landschappelijke ingrepen, zoals een heuvellandschap, of door het integreren van historische lijnen en structuren in het stedenbouwkundig ontwerp. Enkele erven zijn van grote archeologische waarde, de bebouwing is aangewezen als gemeentelijk of rijksmonument. Vervolgonderzoeken zullen uitwijzen welke inpassingsmaatregelen in het gebied nodig zijn. De cultuurhistorisch waardevolle elementen zijn geïnventariseerd en worden zoveel mogelijk behouden en visueel versterkt. Netcongestie en energie-infrastructuur Een ander belangrijk aandachtspunt is netcongestie. Vanuit technisch perspectief vormt dit een risico voor de haalbaarheid. Met de energiestrategie (zie 3.5) wordt gekeken hoe de wijk zo energiebewust mogelijk kan worden ingericht, om de belasting op het netwerk te beperken. Dit vraagt om slimme keuzes, bijvoorbeeld in het beperken van piekbelastingen en het benutten van duurzame energiebronnen. De toekomstige energievraag, zoals de eventuele aanleg van een warmtenet en het plaatsen van traforuimtes, heeft ruimtelijke implicaties. Zo moet rekening worden gehouden met de benodigde ruimte voor ondergrondse infrastructuur en de effecten hiervan op de bovengrondse inrichting, zoals het planten van bomen en groenvoorzieningen.

Omdat deze ruimtelijke claim groter is dan in bestaande woonwijken, is een zorgvuldige inrichting van het openbaar

gebied cruciaal. Dit vraagt om straatprofielen met voldoende ruimte voor ondergrondse infrastructuur en een vroege integratie van deze opgaven in het planvormingsproces. Randvoorwaarden en milieucontouren De GGD beschouwt Houten Oost als geschikt voor woningbouw vanwege de gunstige ligging ten opzichte van zware infrastructuur. Dit draagt onder meer bij aan een gezonde luchtkwaliteit. Wel moet er rekening worden gehouden met geluidsbelasting door autoverkeer op de Rondweg, nu en in de toekomst bij toenemend verkeer. Daarnaast is er sprake van bodemverontreiniging als gevolg van fruitteelt. Dit dient tijdig en zorgvuldig te worden meegenomen in de planvorming. Een andere belangrijke randvoorwaarde is de hogedruk-gastransportleiding die dwars door het plangebied loopt. Binnen een zone van vier meter aan weerszijden van deze leiding mag niet worden gebouwd. Daarnaast geldt een aandachtsgebied met een straal van 100 meter. Bij bebouwing moet onderzoek aantonen onder welke voorwaarden dit mogelijk is. Hierbij dient rekening te worden gehouden met brandveiligheidseisen, bouwvoorschriften en aanvullende eisen ten aanzien van de inrichting van het gebied. Deze eisen moeten nader worden vastgesteld. Tot slot zijn er enkele bedrijfserven binnen het plangebied waarvoor milieuzoneringen gelden.

Naar verwachting beëindigen deze bedrijven hun activiteiten ten behoeve van de ontwikkeling van Houten Oost, waardoor deze contouren mogelijk komen te vervallen.

Afb.31: Cultuurhistorie, randvoorwaarden en archeologie Ziegler | Branderhorst

Hoofdstuk 4: Ontwikkelstrategie

111

Houten Oost is voor een groot deel aangemerkt als ‘Ja, mits’ voor nieuwe woon- en werklocaties. Voor het kleinere, zuidoostelijke deel geldt ‘Nee, tenzij’

Afb32: Geschiktheidskaart HDSR voor nieuwe woon- en werklocaties (Bron: HDSR (2023), Geschiktheidskaart Woon- & Werklocaties)

Afb.33: Archeologie (onderzoek van Transect, 2024) Ziegler | Branderhorst

Hoofdstuk 4: Ontwikkelstrategie

113

COLOFON

LITERATUURLIJST

Gebiedsvisie Houten Oost Buurtschappen in het Kromme Rijn Linie Landschap Gemeente Houten Juli 2025 Ambtelijke opdrachtgever: Judith Köbben, Directeur Fysieke Leefomgeving Kernteam: Marianne van Ammers, Sr. Projectleider gebiedsontwikkeling Nick Vrijbloed, Projectleider Mobiliteit Wouter Le Fevre, Strategisch adviseur Mobiliteit Alexander de Reuver, Projectleider civiele techniek Koen Helling, Beleidsmedewerker Natuur en Landschap Marjolijn van Someren, Strategisch Adviseur participatie en communicatie Ivar Branderhorst, Stedenbouwkundige Gerben van Roekel, Planeconoom Marieke Oosterman, Projectondersteuner Carolien Schmidt, Strategisch adviseur Projectgroep: Alexander de Reuver, Projectleider civiele techniek Koen Helling, Beleidsmedewerker Natuur en Landschap Hugo Smorenburg, Beleidsmedewerker Milieu Ineke Kosterman, Sr. Beleidsmedewerker Sociaal Domein Frank van Helden, Beleidsmedewerker samenleving Jeroen Zwart, Beleidsmedewerker Economische Zaken

Ziegler | Branderhorst

Gerco Wicherson, Beleidsmedewerker Recreatie, Landschap en Cultuurhistorie Frank-Jos Braspenning, Strategisch adviseur Eddo van der Meulen, Planeconoom Hans Savelkouls, Projectleider openbare ruimte Fokke de Jong, Beleidsmedewerker wonen Karlijn Senden, Beleidsmedewerker Economische Zaken Gerald van der Linden, Adviseur (fysieke) Veiligheid & Crisismanagement Arie Oskam, Adviseur Openbare Ruimte Nick Vrijbloed, Projectleider Mobiliteit Patrick Aelmans, Beleidsmedewerker Energietransitie Marijke Kooistra, Jurist Grondzaken Wim Langras, Planeconoom Stadkwadraat (financieel-economisch advies gebiedsontwikkeling) Gerben van Roekel, Planeconoom Christian van der Blonk, Planeconoom Opgesteld door Ziegler | Branderhorst: Ivar Branderhorst, stedenbouwkundige/ landschapsarchitect Dennis Beekman, stedenbouwkundig ontwerper Niels Kraak, stedenbouwkundig ontwerper Isabel van Ommen, stedenbouwkundig ontwerper Kim Zweedijk, stedenbouwkundig ontwerper Kees van Roon, landschapsontwerper Tekstredactie door Tekstlandschap Mark Hendriks

Convenant toekomstbestendig bouwen Toekomstbestendig bouwen — Website

Woonvisie Houten 2021-2030 Gemeente Houten — Website

Gebiedsvisie CMK Gemeente Houten — Website

Woonzorgvisie 2025-2030 Gemeente Houten — Website

Groen Groeit Mee (Provinciaal Programma) Provincie Utrecht — Website Houtens DNA Gemeente Houten — Website Integraal Ruimtelijk Perspectief 2021-2040 U10 — Website Omgevingswet Rijksoverheid — Website Ontwikkelperspectief Kromme Rijn Linie Landschap Provincie Utrecht — Website Politiekeurmerk Veilig Wonen Politie — Website Programmalijn Regiopoorten U-Ned U-Ned — Website Visie Biodiversiteit Provincie Utrecht —Website Wet Publieke Gezondheid Overheid — Website Woningbehoefteonderzoek U10 U10 (Provincie Utrecht) — Website

115

BEELDVERANTWOORDING

Afb.1: BVR Adviseurs —Website, p.22 Afb.2: U-Ned — Website, p.23 Afb.3: Kromme Rijn Linie Landschap — Website, p.23 Afb.4: Provincie Utrecht — Website, p.32 Afb.5: Provincie Utrecht — Website, p.32 Afb.6: AHN — Website, p.35 Afb.7: Google — Website, p.35 Afb.8: Frijtag Drabbe, C.A.J., von — Website, p.37 Afb.9: Google — Website, p.37 Afb.10: BWT — Website, p.62 Afb.11: Robert Derks — Website, p.71 Afb.12: Robert Derks — Website, p.71 Afb.13: Marcel Heijmans — Website, p.72 Afb.14: Warner Reinink — Website, p.72 Afb.15: Wikipedia — Website, p.72 Afb.16: Onbekend — Website, p.78 Afb.17: Woongemeenschap Vriendenerf, Olst — Website, p.81 Afb.18: Groene Mient — Website, p.81 Afb.19: BVNG — Website, p.81 Afb.20: Rufus de Vries — Website, p.81 Afb.21: Gemeente Houten, p.83 Afb.22: Brussels Airport company — Website, p.88 Afb.23: Goudappel, APPM, Abbel, Must — Website, p.90 Afb.24: Gemeente Houten — Website, p.93 Afb.25: Arcadis, p.93 Afb.26: Mulderendevries — Website, p.97 Afb.27: Maarten van Apeldoorn — Website, p.97 Afb.28: Corné Bastiaansen, Riesjard Schropp en MIX architectuur — Website, p.97 Afb.29: Kenk Architecten — Website, p. 97 Afb.30: RIVM — Website, p.109 Afb.31: Vestigia, p.111 Afb.32: Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden — Website, p.112 Afb.33: Transect, p.112

Ziegler | Branderhorst

Alle afbeeldingen die worden weergegeven in dit document zijn gemaakt door Ziegler | Branderhorst, tenzij anders vermeld. Waar van toepassing, worden externe bronnen en attributies vermeld in de tekst met behulp van voetnoten. We streven ernaar om het eigendom van anderen te respecteren en correct te verwijzen volgens de geldende licentievoorwaarden.

117

Ziegler | Branderhorst

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=3ad7f358-a458-4b07-8a4d-b83e7ebb700c