CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bestemmingsplan Provincialeweg 69 NL.IMRO.0321.0670PWEG69-VSBP.pdf

Gemeenteraad 25 januari 2022, gemeente HoutenBij agendapunt: Vaststelling ontwerpbestemmingsplan Provincialeweg 6922.525 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

faciliteiten ten behoeve van paarden, zoals paardenbakken, tredmolens, uitloopvoorzieningen en mestplaten zijn niet toegestaan buiten het bouwvlak; c. tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: 1. prostitutiebedrijven; 2. (permanente) buitenopslag van goederen en materialen voor de voorgevelrooilijn; 3. wonen, behoudens bedrijfswoningen en plattelandswoningen; 4. commerciële zaalverhuur; 5. zelfstandige horeca. d. tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: het gebruik van gebouwen en overkappingen ten behoeve van de uitbreiding of wijziging van de bestaande veestapel waarbij een toename plaatsvindt van de bestaande ammoniakemissie vanaf het betreffende agrarische bedrijf. 3.5 Afwijken van de gebruiksregels 3.5.1 Ten behoeve van paardenbakken buiten het bouwvlak Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het gestelde in lid 3.4 onder b ten behoeve van het realiseren van een paardenbak buiten het bouwvlak, met inachtneming van het volgende: a. de paardenbak dient gesitueerd te worden direct grenzend aan het betreffende agrarische bouwvlak; b.

in afwijking van het bepaalde onder a is het toegestaan om een paardenbak, die wordt gerealiseerd ten behoeve van de bestemming Wonen, te situeren op gronden met de bestemming Agrarisch direct grenzend aan het betreffende bestemmingsvlak Wonen, mits wordt aangetoond dat situering binnen het bestemmingsvlak Wonen redelijkerwijs niet mogelijk is; c. per bestemmingsvlak is ten hoogste één paardenbak toegestaan; d. de paardenbak mag niet voor commerciële doeleinden gebruikt worden; e. de paardenbak dient achter de bestaande bebouwing gerealiseerd te worden; f. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; g. de omvang van de paardenbak bedraagt ten hoogste 20 bij 40 meter; h. lichtmasten zijn niet toegestaan; Rho adviseurs voor leefruimte

44002559.20192098

65

i. j.

de bouwhoogte van afrasteringen bedraagt maximaal 1,7 meter; het woon- en leefklimaat van derden mag niet onevenredig worden aangetast, waarbij in ieder geval een afstand van minimaal 50 meter wordt aangehouden ten opzichte van (bedrijfs)woningen van derden.

3.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.6.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Agrarisch zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het nieuw aanplanten van een fruitboomgaard voor zover deze gelegen binnen 50 meter van een gevoelige functie; b. het herplanten van een fruitboomgaard voor zover dit niet binnen 1 jaar na het rooien heeft plaatsgevonden en niet herplant wordt op exact dezelfde locatie. 3.6.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 3.6.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij de bouwregels in acht zijn genomen; b. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan. 3.6.3 Toelaatbaarheid De genoemde omgevingsvergunning in 3.6.1 kan slechts worden verleend indien ten aanzien van de aanplant van fruitboomgaarden, zoals bedoeld in lid 3.6.1 a en b een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de omliggende gevoelige functies kan worden gegarandeerd.

Van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is sprake indien de aanvrager voor omgevingsvergunning middels locatiespecifiek onderzoek, zoals omschreven binnen artikel 1.21 kan aantonen dat voor de omliggende gevoelige functies binnen 50 meter van de aan te leggen fruitboomgaard voorzien wordt in een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002559.20192098

66

Artikel 4

Wonen

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ten hoogste 6 zelfstandige woonruimtes, daaronder begrepen beroepen- en bedrijven-aan-huis; b. tuinen, erven en terreinen; c. (ondergrondse) parkeervoorzieningen; d. nutsvoorzieningen; e. verkeers- en verblijfsvoorzieningen, waaronder parkeren; f. groenvoorzieningen; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 4.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 4.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de goothoogte van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 6 meter; c. de bouwhoogte van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 8 meter; d. in afwijking van het bepaalde in 4.1 onder d en e gelden de bestaande goothoogte en de bestaande bouwhoogte als maximum indien deze bij het bestaande aantal bouwlagen meer bedragen dan de maten die genoemd zijn in 4.1 onder d en e; 4.2.2 Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen, mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en ten dienste van de bestemming worden gebouwd; b.

de bouwhoogte van erf- en terreinafscheiding bedraagt maximaal 2 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn en buiten het bouwvlak maximaal 1 meter bedraagt; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 meter. 4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om nadere eisen te stellen met betrekking tot de situering en/of afmetingen van bebouwing, indien dit noodzakelijk is in verband met: a. een goede stedenbouwkundige en/of landschappelijke inpassing; b. een goede verkeerskundige inpassing; c. een goede inpassing van de cultuurhistorische waarden; d. een goede hydrologische inpassing; e. een goede brandveiligheid en rampenbestrijding.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002559.20192098

67

Artikel 5

Waarde - Archeologie 3

5.1 Bestemmingsomschrijving De op de verbeelding als 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische waarden. 5.2 Bouwregels a. De aanvrager van een omgevingsvergunning voor bouwen op gronden die zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie 3' legt een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie over, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld; b. Burgemeester en wethouders verlenen de omgevingsvergunning indien deze past binnen de bouwregels van de onderliggende bestemming en naar hun oordeel uit het rapport als bedoeld onder a blijkt dat: 1. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; 2. schade door de bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften; c. De situatie als bedoeld in het onder b, onderdeel 2, kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften aan een omgevingsvergunning verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden (insitu-behoud), of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of 3.

de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties; d. Het bepaalde onder a, b en c is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte kleiner dan 5.000 m2; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 1,0 meter en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst, of; 4. een gedeelte van een perceel dat gelegen is binnen kabels- en leidingenstroken. 5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, en/of van werkzaamheden 5.3.1 Werken en werkzaamheden In het belang van de archeologische monumentenzorg en ter voorkoming van onevenredige aantasting van aanwezige archeologische waarden en behoudens het bepaalde in 5.2 is het verboden op of in de in lid 5.1 bedoelde grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag, over een oppervlakte van 5000 m2 of meer, de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te (laten) voeren: a.

het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 1,0 meter onder peil, waaronder begrepen het aanleggen van drainage; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; c. het egaliseren van gronden; d. het ophogen van het maaiveld met meer dan 0,75 meter; e. het wijzigen van de waterhuishouding of de grondwaterstand en/of het vergroten van de toe- of aanvoer van water door bijvoorbeeld het afdammen, stuwen, bemalen of onderbemalen, het draineren van gronden, het graven, dempen of anderszins vergroten en veranderen van waterlopen, sloten en greppels; f. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem dieper dan 1,0 meter onder peil;

Rho adviseurs voor leefruimte

44002559.20192098

68

g.

het slopen van gebouwen en het verwijderen van funderingen waarbij grondroering plaatsvindt dieper dan 1,0 meter onder peil.

5.3.2 Uitzonderingen Van het vereiste van omgevingsvergunning als bedoeld in 5.3.1 zijn uitgezonderd: a. werken en werkzaamheden in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen; b. werken en werkzaamheden waarmee is of mag worden begonnen op het tijdstip van onherroepelijk worden van het bestemmingsplan; c. werken en werkzaamheden welke toezien op de vervanging, vernieuwing of verandering van kabels en leidingen binnen bestaande leidingtracés. 5.3.3 Toelaatbaarheid De omgevingsvergunning als bedoeld in 5.3.1 kan slechts worden verleend indien: a. door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer archeologische waarden van de betreffende gronden, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, en b. vooraf door aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie is overgelegd waaruit blijkt dat in de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld, wat inhoudt dat: 1. de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld; of 2. er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of 3.

de archeologische waarden hierdoor niet of niet onevenredig worden geschaad. c. burgemeester en wethouders advies hebben ingewonnen bij een door hen aan te wijzen deskundige op het terrein van de archeologie. 5.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen grond van artikel 3.4 van de Wet ruimtelijke ordening de verbeelding van het plan zodanig wijzigen dat het bestemmingsvlak: a. naar ligging wordt verschoven; dan wel b. naar omvang wordt vergroot of verkleind; dan wel c. van de verbeelding wordt verwijderd; d. alvorens over de wijziging te besluiten wint het college van burgemeester en wethouders advies in bij een deskundige inzake archeologie; voor zover de uit archeologisch onderzoek geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden daartoe aanleiding geeft.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002559.20192098

69

Artikel 6

Waarde - Landschap 1

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Landschap 1' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar geldende bestemming(en) - tevens bestemd voor: a. behoud, versterking en ontwikkeling van de waarden die samenhangen met het karakteristiek landschap van de linten van Tull en 't Waal en Schalkwijk, te weten: 1. bebouwing op de koppen van de copeverkaveling aan weerszijden van de ontginningslijnen van de Schalkwijkse Wetering en de Waalse Wetering, waarbij de bebouwing de lengterichting van de kavel volgt en licht gedraaid staat ten opzichte van de ontginningswegen. Als totaal is het lint lang en gestrekt in een relatief smal profiel; 2. een dichtere bebouwing in de kern van het lint, waarbij altijd langs de bebouwing het achterliggende erf, de beplanting en het agrarische landschap te zien is. Meer van de kern af een meer open bebouwingstructuur, waar het agrarische landschap af en toe tot aan de weg doorloopt; 3. de lengterichting van het lint wordt niet ondersteund met groen, het groene karakter van het lint ontstaat door de inrichting van private tuinen. Aanwezige bomenrijen, houtwallen en singels volgen de lengterichting van de copeverkaveling. b. productiegerichte paardenhouderijen ter plaatse van bouwvlakken met de bestemming Agrarisch; c. hobbymatige paardenhouderijen ter plaatse van bouwvlakken met de bestemming Wonen.

6.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.2.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in gronden met de bestemming 'Waarde - Landschap 1' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. ophogen, egaliseren, afgraven, afschuiven en ontgronden; b. het graven en dempen van sloten en andere watergangen, het vergroten of verkleinen van het doorstromingsprofiel, het aanbrengen of verwijderen van dammen en stuwen en het aanbrengen van drainage; c. het aanpassen van het beloop van bestaande wegen; d. het aanpassen van het dwarsprofiel van bestaande wegen, voor zover het profiel met meer dan 2 meter wordt verbreed; e. het aanleggen of verwijderen van ondergrondse leidingen voor zover deze zijn gelegen buiten de bekend zijnde kabeltracés; f. het vellen of rooien van houtgewas; g. het aanleggen of verharden van wegen of paden of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, niet zijnde kavelpaden. 6.2.2 Uitzondering op het uitvoeringsverbod Het verbod van 6.2.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: a. die uitgevoerd worden binnen een bouwvlak; b. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij de bouwregels in acht zijn genomen; c.

normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; d. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002559.20192098

70

6.2.3 Voorwaarden van een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 6.2.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. deze het karakteristieke landschap, zoals in het Beoordelingskader Structuurvisie Eiland van Schalkwijk (december 2011), voor het gebied 'Linten Tull en 't Waal en Schalkwijk' (paragraaf 3.3.1) niet in onevenredige mate schaden; b. deze de natuurwaarden ter plaatse niet in onevenredige mate schaden; c. burgemeester en wethouders advies hebben ingewonnen bij een door hen aan te wijzen deskundige op het terrein van de landschap omtrent het bepaalde onder a en b. 6.3 Wijzigingsbevoegdheid Indien met betrekking tot de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) het plan kan worden gewijzigd, wordt hierbij het volgende in acht genomen: a. door het verlenen van de omgevingsvergunning mag het karakteristieke landschap, zoals beschreven in het Beoordelingskader Structuurvisie Eiland van Schalkwijk (december 2011), voor het gebied 'Linten Tull en 't Waal en Schalkwijk', niet in onevenredige mate worden geschaad, waarbij de belangrijkste ruimtelijke vertrekpunten zijn: 1. geen verdere verdichting van het lint buiten de bestaande erven, met uitzondering van de Molenbuurt, de Kaaidijk en het lint Tull en 't Waal waar in beperking verdichting buiten de bestaande erven kan worden toegestaan; 2.

nieuwe ruimtelijke initiatieven dienen te passen binnen de maat en schaal van de bestaande bebouwing langs het lint, waarbij het accent ligt op kleinschaligheid en variatie; 3. nieuwe bebouwing dient in de lengterichting van de verkaveling te worden gerealiseerd, dwars en licht gedraaid ten opzichte van het lint; 4. het smalle profiel van het lint en de geringe diepte van de bebouwde kavels langs het lint dienen behouden en versterkt te worden; 5. bij nieuwe bebouwing dient nieuwe erfbeplanting te worden gerealiseerd, passend in het groene beeld van het lint; 6. nieuwe bebouwing in de aangrenzende polders dient op minimaal 175 meter van de achterzijde van het bestaande erf in het lint te worden gerealiseerd; 7. doorzichten vanaf het lint over het agrarisch landschap blijven gehandhaafd; 8. nieuwe bomenrijen, houtwallen of singels volgen de copeverkaveling.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002559.20192098

71

Artikel 7

Waarde - Landschap 4

7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Landschap 4' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar geldende bestemming(en) - tevens bestemd voor: a. behoud, versterking en ontwikkeling van de waarden die samenhangen met het karakteristiek landschap van de oeverwal, te weten: 1. het landgebruik achter de dijk (waterkering) bestaat uit een afwisseling van open cultuurlandschap en opgaande begroeiing (boomgaarden, singels, houtwallen) haaks op de dijk. Boerderijen en woonbebouwingen liggen op enige afstand en beneden aan de dijk; 2. de dijk sluit aan op het hoogste punt van de oeverwal en vormt een onbegroeide zoom en een opgetilde groene horizon; 3. de Waalse Wetering, de Achterdijk en de Pothuizerweg sluiten aan op het laagste punt van de oeverwal en vormen de noordelijke begrenzing van de oeverwal met watergangen en boomschermen; 4. door de hogere ligging van de oeverwal heeft ontwatering minder intensief plaatsgevonden en zijn de percelen breder dan de percelen in de lager gelegen polders, De ontstane brede blokverkaveling is karakteristiek voor de oeverwal. De hogere ligging maakt de gronden goed bruikbaar voor fruitteelt (boomgaarden, windsingels en houtwallen). De oeverwal is daardoor minder open en biedt meer beschutting dan de laaggelegen polders op het eiland; 5.

het beeld van de oeverwal wordt bepaald door een afwisseling van open cultuurlandschap en opgaande begroeiing haaks op de dijk, door deze afwisseling van open en gesloten kavels ontstaan er karakteristieke doorzichten over het open cultuurlandschap van de oeverwallen richting het achterliggende gebied. b. productiegerichte en semi-bedrijfsmatige gebruiksgerichte paardenhouderijen ter plaatse van bouwvlakken met de bestemming Agrarisch, met dien verstande dat de semi-bedrijfsmatige gebruiksgerichte paardenhouderijen uitsluitend zijn toegestaan ten oosten van de spoorlijn, rechts van het lint Schalkwijk; c. hobbymatige paardenhouderijen ter plaatse van bouwvlakken met de bestemming Wonen. 7.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.2.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in gronden met de bestemming 'Waarde - Landschap 4' met waarden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. ophogen, egaliseren, afgraven, afschuiven en ontgronden; b. het graven en dempen van sloten en andere watergangen, het vergroten of verkleinen van het doorstromingsprofiel, het aanbrengen of verwijderen van dammen en stuwen en het aanbrengen van drainage; c. het aanpassen van het beloop van bestaande wegen; d.

het aanpassen van het dwarsprofiel van bestaande wegen, voor zover het profiel met meer dan 2 meter wordt verbreed; e. het aanleggen of verwijderen van ondergrondse leidingen voor zover deze zijn gelegen buiten de bekend zijnde kabeltracés; f. het vellen of rooien van houtgewas; g. het aanbrengen van diepwortelende beplanting en of bomen en opgaand gewas; h. het aanleggen of verharden van wegen of paden of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, niet zijnde kavelpaden.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002559.20192098

72

7.2.2 Uitzondering op het uitvoeringsverbod Het verbod van 7.2.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: a. die uitgevoerd worden binnen een bouwvlak; b. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij de bouwregels in acht zijn genomen; c. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; d. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan. 7.2.3 Voorwaarden van een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 7.2.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. deze het karakteristieke landschap, zoals in het Beoordelingskader Structuurvisie Eiland van Schalkwijk (december 2011), voor het gebied 'De oeverwal' niet in onevenredige mate schaden; b. burgemeester en wethouders advies hebben ingewonnen bij een door hen aan te wijzen deskundige op het terrein van de landschap omtrent het bepaalde onder a en b. 7.3 Wijzigingsbevoegdheid Indien met betrekking tot de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) het plan kan worden gewijzigd, wordt hierbij het volgende in acht genomen: a. door het verlenen van de omgevingsvergunning mag het karakteristieke landschap, zoals beschreven in het Beoordelingskader Structuurvisie Eiland van Schalkwijk (december 2011), voor het gebied 'De oeverwal' niet in onevenredige mate worden geschaad, wordt hierbij het volgende in acht genomen: 1.

bij het inpassen en vormgeven van initiatieven is de landschappelijke opbouw van de oeverwal leidend; zij moet herkenbaar en ervaarbaar blijven; 2. bouwen op of aan de dijk (binnen de beschermingszone van 100 meter) is niet toegestaan; 3. het bestaande beeld van de dijk (hoog, grazig, groen en vrijliggend) dient behouden te blijven; 4. bij nieuwe initiatieven (rood of groen) langs de wegen wordt recht gedaan aan de bestaande afwisseling tussen lintbebouwing en agrarisch landschap; 5. de verschillen in agrarisch landschap aan weerszijden van de weg (blokverkaveling en copeverkaveling) en de traditionele maten en verhoudingen in die landschapstypen blijven ervaarbaar; 6. nieuw toe te voegen ruimtelijke initiatieven die extra verkeersbewegingen veroorzaken dienen te worden ontsloten via bestaande infrastructuur. De maatvoering van de huidige profielen van deze wegen is maatgevend voor de omvang van het nieuwe initiatief; 7. bij transformatie of uitbreiding van bestaande bebouwing langs de wegen staat de lange kant van de bebouwing haaks op de dijk in de diepte van de blokverkaveling; 8. nieuwe rode initiatieven voegen zich qua maat en schaal en materiaalgebruik bij de aanwezige bebouwing en de bebouwing dient met structuur, locatie en inrichtingsniveau landschappelijk ingepast te worden; 9.

bij ieder nieuw ruimtelijk initiatief dienen landschappelijke elementen te worden toegevoegd, zoals bomensingels, houtwallen, hagen of erfbeplanting zodat een goede landschappelijke aansluiting op de directe omgeving ontstaat; 10. onderdelen van de Hollandse Waterlinie dienen zichtbaar en ervaarbaar te blijven in het landschap.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002559.20192098

73

Hoofdstuk 3

Artikel 8

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002559.20192098

74

Artikel 9

Algemene bouwregels

9.1 Overschrijding bestemmingsgrenzen De bouwgrenzen mogen in afwijking van aanduidingen, aanduidingsgrenzen, bestemmingsgrenzen en regels worden overschreden door gebouwen, voor zover de overschrijding ten behoeve van de isolatie van het gebouw geschiedt en de overschrijding ten hoogste 0,25 meter bedraagt. 9.2 Overschrijding bouwgrenzen De bouwgrenzen mogen in afwijking van bouwgrenzen, aanduidingen of bestemmingsgrenzen door gebouwen, voor zover de overschrijding ten behoeve van de isolatie van het betreffende gebouw geschiedt en de overschrijding maximaal 0,25 meter betreft. 9.3 Wet/wettelijke regeling Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van vaststelling van het plan, tenzij anders bepaald. 9.4 Voldoende parkeergelegenheid a. Een bouwwerk, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, mag niet worden gebouwd wanneer voor dit bouwwerk op het bouwperceel of in de omgeving daarvan niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien. b. De omgevingsvergunning voor het bouwen kan alleen worden verleend als wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, zoals opgenomen in de 'Nota Parkeernormen Houten'. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met deze wijziging. c.

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde sub a en worden toegestaan dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien: 1. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of 2. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte wordt voorzien. Met dien verstande dat de omgevingsvergunning voor het afwijken uitsluitend wordt verleend indien de verwachte effecten inzichtelijk zijn gemaakt is aangetoond op welke wijze de hinder voor de directe omgeving geminimaliseerd wordt. d. Gerealiseerde parkeervoorzieningen mogen niet zodanig worden gewijzigd, dat hierdoor niet meer voldoende parkeergelegenheid aanwezig is, zoals opgenomen in de 'Nota Parkeernormen Houten'. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met deze wijziging.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002559.20192098

75

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

10.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bestemmingsregels: a. ten aanzien van de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bijbehorende bouwwerken, ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot maximaal 40 meter, onder de volgende voorwaarden: 1. losse masten met hekwerken, gebouwtjes en dergelijke zijn alleen toegestaan:  buiten de bebouwde kom en in landschappelijk minder gevoelige gebieden, langs grote verkeerswegen en dan bij voorkeur bij parkeerplaatsen, benzinestations, knooppunten, viaducten, bedrijventerreinen en horecagelegenheden;  binnen de bebouwde kom op bedrijventerreinen; 2. installaties op of aan een gebouw zijn alleen toegestaan:  op hoge gebouwen; bij voorkeur op een plat dak en zo ver mogelijk van een dakrand, met dien verstande dat bijzondere en waardevolle gebouwen in beginsel geheel dienen te worden ontzien, zo nodig in overleg met de monumentencommissie;  tegen gevels aan; wanneer de invloed van die installaties geen afbreuk doen aan de aanwezige kwaliteiten; b. afwijken van de bestemmingsplanregels, zodat zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte kan worden omgezet, mits: 1. de omzetting geen onevenredige toename van de verkeersintensiteit tot gevolg heeft; 2.

wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, waarbij de parkeernorm per woning 0,6 pp bedraagt; 3. minimaal 5 m² berging aanwezig is per onzelfstandige woonruimte; 10.2 Maten Tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds afwijking mogelijk is, kan bij een omgevingsvergunning worden afgeweken van de regels voor afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%. De omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002559.20192098

76

Artikel 11

Algemene wijzigingsregels

11.1 Overschrijding bestemmingsgrenzen Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van: a. overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 meter bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. b. overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of intensiteit daartoe aanleiding geeft. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; c. het wijzigen van de lijst van bedrijfsactiviteiten, indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten hiertoe aanleiding geven; d. het aanpassen van opgenomen regels in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar regels in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan worden gewijzigd.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002559.20192098

77

Artikel 12

Overige regels

12.1 Werking wettelijke regelingen De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002559.20192098

78

Rho adviseurs voor leefruimte

44002559.20192098

79

Hoofdstuk 4

Artikel 13

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

13.1 Overgangsrecht bouwwerken Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan; b. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van dit lid onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid onder a met maximaal 10%; c. dit lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 13.2 Overgangsrecht gebruik Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b.

het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002559.20192098

80

Artikel 14

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het bestemmingsplan Provincialeweg 69'.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002559.20192098

VERBEELDING

Plangebied Plangrens

Enkelbestemmingen jk edi

Zuw

A

Agrarisch

W

Wonen

Dubbelbestemmingen A (sb-zp)

WR-L-4

WR-A-3

Waarde - Archeologie - 3

WR-L-1

Waarde - Landschap 1

WR-L-4

Waarde - Landschap 4

Functieaanduidingen (sb-zp)

W WR-L-1

specifieke vorm van bedrijf – zonnepark

Bouwvlakken bouwvlak

WR-A-3

Pr cia

in ov eg lew

GEMEENTE HO TEN

Provincialeweg 69 Schalkwijk

bestemmingsplan PROJECT

20192098

FORMAAT

A3

SCHAAL

1:1000

Vastgesteld

25-01-2022

KAART

1/1

Ontwerp

16-06-2021

GETEKEND

K. Heijmeriks

Voorontwerp

21-04-2021

IDN

NL.IMRO.0321.0670PWEG69-VSBP

Concept

25-08-2020

RHO ADVISE RS

info@rho.nl www.rho.nl

N

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=7e515e38-e55c-4a65-a951-8cd14d4d039c