Bijlage 1 Begroting 2023.docx
Tekst van het document
Begroting 2023
82
Met het aanbrengen van prioritering worden keuzes gemaakt in de uitvoering, die tussentijds bijgesteld kunnen worden door inhoudelijke heroverwegingen, financiële mogelijkheden en beschikbare personele capaciteit. Haalbaarheid project versterking Lekdijk in combinatie met andere projecten op Eiland van Schalkwijk (Gewijzigd) In 2022/2023 moet duidelijk worden in welke mate het project Sterke Veilige Lekdijk (financieel) haalbaar is. De kosten van het project moeten grotendeels gefinancierd worden met geld van derden, zoals subsidies. De realisatie van het project is ook van belang voor andere projecten en ontwikkelingen op het Eiland van Schalkwijk; deze projecten zijn afhankelijk van het doorgaan van het project Sterke Veilige Lekdijk. Bij het haalbaarheidsonderzoek komen onder meer de volgende aspecten aan bod: de Visie Mobiliteit en Recreatie voor het Eiland van Schalkwijk, actualisatie Mobiliteitsvisie, regionale afstemming, doorlooptijd participatietraject en subsidie procedures. Hoewel reeds stappen zijn gezet, is ten tijde van het opstellen van de begroting 2023 nog niet nog geen compleet beeld van de (financiële) haalbaarheid. Dit zal in de loop van 2023 duidelijk worden. Klimaatdoelstellingen/ windparken (Gewijzigd) De uitstoot van broeikasgassen heeft als ongewenst effect de opwarming van de aarde. Dit heeft negatieve gevolgen voor mens, dier en de natuur.
Daarnaast raken zonder ingrijpen de huidige energiebronnen uitgeput. Op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau wordt beleid ontwikkeld om deze neerwaartse spiraal om te buigen. Op gemeentelijk niveau hebben wij de ambitie een duurzaam Houten in 2040: klimaaten energieneutraal, stil, schoon, klimaatproof, met volop groen en water, gesloten kringlopen en natuurlijk materiaalgebruik. De inwoners worden met behulp van voorlichting en subsidies gestimuleerd om vorm te geven aan duurzaamheid. Bij de vorming van het nieuwe kabinet is in het coalitieakkoord ingegaan op Klimaat en Energie. In februari 2022 zijn de afspraken in het coalitieakkoord uitgewerkt in een beleidsprogramma. Daarbij is afgesproken dat er 35 miljard euro beschikbaar wordt gesteld voor een klimaat en transitiefonds voor de komende 10 jaar voor energie-infrastructuur, groene industriepolitiek, mobiliteit en gebouwde omgeving. Medeoverheden, waaronder gemeenten, krijgen via een specifieke uitkering middelen voor de uitvoering van het klimaatbeleid. Voldoende financiële middelen en acceptatie/begrip vanuit de samenleving voor maatregelen bepalen het succes van de uitvoering. Goede participatie is daarin een belangrijk middel. Dit vraagt echter wel extra inzet en tijd. De energietransitie vraagt van de hele maatschappij investeringen.
Door het dalende consumentenvertrouwen en financiële onzekerheid bij huishoudens en bedrijven ten gevolge van eerst Covid-19 en vervolgens de hoge inflatie in 2022 is het zeer wel denkbaar dat investeringen in bijvoorbeeld het verduurzamen van de woning of het bedrijfspand worden uitgesteld. De realisatie van de doelen uit het Energieplan komen daarmee onder druk te staan. Tegelijkertijd kunnen de hoge energieprijzen juist een stimulans zijn voor investeringen in energiebesparing. De inzet van de rijksoverheid voor koopkracht en energiebesparing zullen erg bepalend zijn. Ten aanzien van de ingediende bezwaren tegen de windparken is de situatie als volgt. Door uitspraken van respectievelijk de rechtbank en de Raad van State hebben de Windparken Houten en Goyerbrug veel aandacht en inzet gevraagd in 2021 en 2022. Dit heeft geleid tot nieuwe besluiten over deze windparken in 2022. Beide dossiers zijn (juridisch) complex en maatschappelijk en politiek zeer gevoelig. In 2023 volgen waarschijnlijk juridische procedures bij de rechtbank (Windpark Houten) en/of Raad van State (Windpark Houten en Windpark Goyerbrug). Deze procedures vragen veel ambtelijke inzet en externe (juridische) expertise. Daarmee is het niet alleen een juridisch risico, maar ook op financieel-economisch gebied, organisatie en imago.
Spoortrillingen (Gewijzigd) Inwoners van Houten ondervinden ernstige hinder van trillingen veroorzaakt door passerende (goederen) treinen. Deze situatie bestaat al vanaf 2009. In dat jaar werd de verdubbeling van het
Begroting 2023
83
spoor door Houten (traject Utrecht-Geldermalsen) voltooid. Deze bewoners hebben sinds de spoorverdubbeling last van slapeloze nachten en stress en zitten met een onverkoopbare woning. Op ambtelijk en bestuurlijk niveau hebben wij samen met alle betrokkenen partijen (vertegenwoordigers van het ministerie van IenW, ProRail en de bewoners) ons uiterste best gedaan om te komen tot een voor de bewoners en voor de gemeente aanvaardbare oplossing. De oplossing is er. Alle partijen zijn het erover eens dat de beste manier om de trillingen te beperken een betonnen plaat of bak onder het spoor is. In 2021 is bij bewoners die daarvoor toestemming hebben gegeven, onderzocht of er aanpassingen in de woningen mogelijk waren. Geen van de onderzochte oplossingen bleken voor het ministerie van IenW effectief en doelmatig te zijn. In december 2021 hebben er diverse hoorzittingen plaatsgevonden van bewoners die tegen het besluit van het ministerie om geen fysieke maatregelen te treffen, in beroep zijn gegaan. Deze uitkomst om geen maatregelen te treffen is voor ons, maar in de eerste plaats voor de betrokken bewoners, onaanvaardbaar. Het Ministerie van IenW heeft ProRail in 2022 opdracht gegeven om te onderzoeken of het voor de hinder van trillingen uitmaakt als de goederentreinen in de nacht over de 2 binnenste sporen i.p.v. de 2 buitenste sporen rijden.
Movares heeft dit onderzoek uitgevoerd in de periode januari tot mei 2022. Bij enkele woningen aan de Prins Willem-Alexanderweg en Vlierweg is meet apparatuur geplaatst. ProRail bespreekt de uitkomsten eerst met Ministerie van IenW. De verwachting is dat er eind september 2022 een bestuurlijk overleg zal plaatsvinden om de uitkomsten te bespreken). Mocht ook deze oplossing geen effect hebben, dan zullen wij ook in 2023 het ministerie van IenW blijven aanspreken op haar eindverantwoordelijkheid om een effectieve en toekomst vaste oplossing voor deze bewoners te realiseren. Mocht het ministerie van IenW in 2023 toch overgaan tot het nemen van maatregelen, dan zal zij mogelijk ook een financiële bijdrage vragen van de gemeente Houten. Woningbouwopgave 2021- 2030 (Gewijzigd) Opgave woningbouw In december 2021 heeft de gemeenteraad de woningbouwopgave vastgesteld in de woonvisie 20212030. Hierin staat beschreven dat 4.750 extra woningen moeten worden gerealiseerd in de periode 2021- 2040. Deze opgave wordt voortvarend opgepakt doormiddel van het Programma Bouwen voor Houten in samenspraak met de bewoners en gebruiken de kernwaarde van Houten (Houtens DNA) als basis voor de toekomstige ontwikkelingen.
Op de hoofdlijn is het de ambitie om in de periode tussen 2022 en 2030, circa 2000 woningen te ontwikkelen en toe voegen door middel van transitie en transformatie in de gebieden van Molenzoom, Centrum en Koppeling. Tevens worden voorbereidingen gedaan om Houten-oost tot ontwikkeling te brengen. Hier kunnen nog circa 2.750 woningen worden gerealiseerd in de periode tot 2040. Vanuit de Vinex en andere ontwikkelingen is er een harde planvoorraad tot 2025 van circa 900 woningen. De realisatie van de woningen in de periode 2021-2040, kan onder druk komen te staan doordat er onvoldoende locaties beschikbaar komen, bezwaren worden ingediend tegen planologische procedures en/of er onvoldoende budget en personele capaciteit beschikbaar is. Financiën en risico’s We zoeken voor de financiering van de (woningbouw)plannen aansluiting bij het Rijk (MIRT) en provincie voor gelden voor de infrastructuur en woningbouw. Hiervoor zijn aanvragen in gang gezet. Randvoorwaarde en risico hierbij is dat er voldoende betaalbare woningen moeten worden gebouwd (50% betaalbaar) om aanspraak te kunnen maken op deze gelden. Bijkomende randvoorwaarde is cofinanciering door de gemeente van een deel van de investering. Tevens moet structureel ingezet worden op kostenverhaal van binnenplanse- en bovenwijksekosten op de ontwikkelaars.
Dit is een wettelijke verplichting, maar ook een noodzaak om de begeleiding van de plannen en de financiering van ruimtelijke investeringen te kunnen borgen. Vennootschapsbelastingplicht voor eigen ondernemingsactiviteiten (Ongewijzigd) Per 1 januari 2016 is de vennootschapsbelastingplicht (Vpb-plicht) voor overheidsondernemingen in werking getreden. Aanvankelijk leek Houten niet Vpb-plichtig te zijn. In 2019 zijn er afspraken gemaakt
Begroting 2023
84
tussen de brancheorganisatie die zich bezig houdt met de inzameling van huishoudelijk afval (de NVRD) en de Belastingdienst. Over afvalstromen met een positieve waarde moet nu, met terugwerkende kracht vanaf 2016, aangifte worden gedaan van een “winst” ter grootte van 1% van de opbrengst. Andere bestaande activiteiten die momenteel niet als ondernemersactiviteit worden beschouwd, kunnen dat in de toekomst wel worden, waardoor met terugwerkende kracht (inclusief heffingsrente) vennootschapsbelasting moet worden betaald. Herijking gemeentefonds/verdelingssystematiek (Gewijzigd) Met ingang van 2023 is een nieuwe verdeelsystematiek voor het gemeentefonds van toepassing. In de meicirculaire 2022 gaat het Rijk uit van een ingroeipad voor 3 jaar. In het begrotingsjaar 2023 wordt het ingroeipad van de herverdeling beperkt tot € 7,50 per inwoner en voor de jaren 2024 en 2025 € 15 per inwoner. Het totale herverdeeleffect komt daarmee op maximaal € 37,50 per inwoner (in Houten is sprake van een negatief effect). Onzekerheden bestaan er nog omtrent de hoogte van de suppletie-uitkering die we ontvangen ter compensatie van het verschil tussen het werkelijke nadeel volgens BZK (€ 103 per inwoner) en het nadeel volgens het ingroeipad. En ook de evaluatie van deze nieuwe verdeling (“onderhoudsagenda”) brengt onzekerheden met zich mee. Deze wordt uiterlijk 2025 afgerond.
Aan de hand hiervan kan het verdeelstelsel nog wijzigen. Ontwikkelingen worden gevolgd in de komende circulaires. “Duurzame ICT-dienstverlening Houten” (Gewijzigd) Voor de zomer van 2021 is onderzoek gedaan naar de ‘duurzame ICT-dienstverlening Houten’. Bij dit onderzoek is in beeld gebracht wat er nodig is om onze ICT-infrastructuur duurzaam toekomstig bestendig te organiseren. Het gaat dan over de organisatie, processen en beheer van de ICTinfrastructuur. De rapportage en aanbevelingen zijn in het najaar 2021 met de raad besproken. De aanbevelingen hebben betrekking op de organisatie, processen en het beheer van de ICTinfrastructuur, maar ook op het al dan niet in eigen beheer uitvoeren van de dienstverlening. Om een inschatting te maken wat hiervan de kosten zijn is een businesscase met kosten-baten analyse opgesteld. In het najaar 2021 is het college over de resultaten van het onderzoek en de voorgestelde gewenste / noodzakelijke veranderingen van de organisatie, processen en het beheer van de ICTinfrastructuur geïnformeerd. Dit hebben we in samenhang met de uitgewerkte businesscase gedaan zodat duidelijk is wat de incidentele en/of structurele financiële effecten zijn van de voorgestelde gewenste / noodzakelijke veranderingen.
Bij de tweede bestuursrapportage 2021 is de raad voorgesteld om bestemming van de bestemmingsreserve ICT-RUD te wijzigingen in "Zorgdragen voor een Duurzaam ICT-beheer". Hierdoor zijn er op de korte termijn middelen beschikbaar om, indien nodig, te kunnen handelen bij urgente knelpunten. De uitkomsten van het 2e rapport medio januari 2022 waarin de businesscases van 4 scenario’s zijn uitgewerkt heeft ook een advies opgeleverd. De effecten van dit advies op lange termijn geven een stijging van de structurele kosten voor de ICT-dienstverlening weer. Het advies om de datacenter diensten uit te besteden vraagt zowel structureel als incidenteel een aanzienlijk bijdrage. De aanbesteding van de ICT-diensten wordt in november/december 2022 afgerond, Pas dan weten we wat de werkelijk kosten zullen zijn voor de uitbesteding. Wanneer deze gegevens bekend zijn kan een beslistraject in werking worden gezet langs directie, college en raad. Verwacht dat pas in het tweede kwartaal gestart kan worden met de uitbesteding mits akkoord wordt gegeven. Risico daarbij is dat de rechtmatigheid in 2023 in het geding komt voor de diensten die we nu al afnemen van onze externe partners. Jeugdhulp (Gewijzigd) Hoogte rijksvergoeding. De jeugdhulp is een open einde regeling. De gemeente kan (en wil) geen cliënt weigeren indien het budget ontoereikend is.
Indien er sprake is van structurele tekorten op het budget voor jeugdhulp dan gaat dit ten koste van de budgetten voor andere voorzieningen zoals het zwembad, de bibliotheek en sportvoorzieningen. Op landelijk niveau werd duidelijk dat de rijksvergoeding die gemeenten ontvangen voor jeugdhulp onvoldoende is om de kosten te dekken. Ook bij de gemeente Houten is dit het geval.
Begroting 2023
85
In verband met de structurele tekorten spande de VNG een arbitragezaak aan tegen het rijk over onvoldoende compensatie vanuit het rijk voor de tekorten op jeugdhulp. De arbitragecommissie (Commissie van wijzen, CvW) gaf vervolgens aan dat in basis het rijk de gemeenten structureel een extra bedrag van 1,9 miljard euro beschikbaar moet stellen. Als vervolg op de uitkomsten van de uitkomsten van de arbitrage zaak spraken het rijk en de VNG af om via de Hervormingsagenda jeugdzorg duidelijkheid te geven over structurele extra rijksvergoeding en mogelijkheden voor de gemeente om te besparen op de kosten van jeugdzorg. De verwachting is dat in het najaar 2022 deze duidelijkheid er komt. De uitkomsten hiervan vertalen wij vervolgens naar de begroting. Vooruitlopend op de uitkomsten van Hervormingsagenda stelde het rijk voor de jaren 2022 en 2023 incidenteel extra geld beschikbaar. Naast de besparingsopgave die volgt uit de uitspraak van de CvW besloot het kabinet tot het realiseren van de aanvullende besparing van structureel € 511 miljoen, welke een Rijksverantwoordelijkheid is gemaakt. Concreet betekent dit dat het aan de Rijksoverheid is om de besparing in te vullen met (wettelijke) maatregelen. Het gaat daarbij om maatregelen waardoor gemeenten minder middelen nodig hebben of waarbij alternatieve inkomsten gegenereerd worden.
Ook draagt het Rijk het budgettaire risico ingeval (een deel van) deze maatregelen geen of niet tijdig doorgang vinden. Voor Houten is het belangrijk om duidelijkheid te krijgen over deze bezuinigingsmaatregelen. We voerden de afgelopen jaren al diverse maatregelen in om te bezuinigen, met positief effect. Denk hierbij aan de coördinatie van zorg, de inzet van een praktijkondersteuner huisartsen GGZ en de invoeren van een regionaal omdenk en expertise team. Het nogmaals doorvoeren van een bezuiniging met dergelijke maatregelen is niet haalbaar. Hierom is het belangrijk dat we goed aangesloten blijven bij de lobby en gesprekken met het rijk. Stichting Sociaal Team Houten (Gewijzigd) De meerjarenbegroting van de SSTH laat een oplopend tekort zien ten opzichte van de budgetten voor de SSTH in onze gemeentebegroting. We zijn in gesprek met de Stichting om te komen tot een structurele oplossing van deze ontwikkeling zodat de dienstverlening aan inwoners op peil blijft. Risico op Wmo-openeinde-regelingen (in het bijzonder Woonvoorzieningen (Gewijzigd) Begrote budget voor uitgaven Wmo is ontoereikend. Evenals bij de jeugdhulp het geval is, is ook bij de Wmo sprake van een openeinde-regeling. Indien een aanvrager voldoet aan de regels, dan kan hij/ zij aanspraak maken op de voorziening, ongeacht of er nog budget beschikbaar is ten opzichte van het begrote bedrag.
Door de onzekerheid over de mate waarin doelgroepen aanspraak maken op de regeling of gemaakte afspraken, maakt de financiële impact van dergelijke regelingen ongewis en lastig te kwantificeren. Bij bijvoorbeeld woonvoorzieningen kan het gaan om een aanvraag van een paar duizend euro maar ook om een aanvraag van honderd duizend euro. Omdat de kosten op dit onderdeel moeilijk te voorspellen zijn, zijn de geraamde uitgaven bedragen in de meerjarenbegroting 2023 en verder gebaseerd op de uitgaven in voorgaande jaren waarbij een index is toegepast. Risico op kostenontwikkeling Landelijk Transitiearrangement (LTA) (Gewijzigd) Begrote budget voor uitgaven jeugdhulp is ontoereikend. De jeugdwet is een openeinde regeling, waarbij de kosten ook nog eens sterk kunnen fluctueren. Indien voor een cliënt, in verband met een complexe problematiek, een intensieve behandeling nodig is, dan kunnen de kosten behoorlijk oplopen. Het is van te voren niet in te schatten hoeveel intensieve zorgtrajecten nodig zijn. Omdat de kosten voor jeugdzorg dus moeilijk te voorspellen zijn, zijn de geraamde uitgaven in de meerjarenbegroting 2023 en verder gebaseerd op de uitgaven in voorgaande jaren waarbij een index is toegepast.
Bestrijding eikenprocessierups (Ongewijzigd) Ondanks dat de eikenprocessierups de afgelopen jaren effectief is bestreden neemt het aantal nesten en de verspreiding ervan steeds meer toe. De brandhaartjes die de rupsen loslaten veroorzaken jeuk, oog klachten en benauwdheid waardoor dit een volksgezondheidsprobleem is. Als boombeheerder kan je aansprakelijk gesteld worden als niet aan de wettelijke zorgplicht wordt voldaan.
Begroting 2023
86
Aanbestedingen (Gewijzigd) Door de economische groei is de vraag naar producten en energie hoog. Het gevolg van deze marktwerking is dat de prijzen voor aan te besteden inkoop van goederen, energie/brandstof en diensten toenemen. Een prijsstijging van 20% voor brandstof in 2022 is reeds doorgevoerd. De energieprijs kan ook door de onzekerheden in Oost Europa verder toenemen. Deze risico’s zijn in alle lagen binnen de organisatie merkbaar en dus team overstijgend. Daarnaast kan de klimaatverandering een rol spelen omdat hierdoor het groeiseizoen langer wordt. Deze factoren kunnen van invloed zijn op toekomstige aanbestedingen. Zo zijn in 2021 het groen onderhoud, de exploitatie van de fietstransferia en de aanschaf van ondergrondse containers voor de afvalinzameling aanbesteed en afgerond. De kosten zijn hoger uitgevallen en aanvullende dekking is geregeld. In 2022 worden o.a. het schoffelbestek en het beheer en onderhoud openbare verlichting aanbesteed (tijdens deze rapportage zijn de eventuele financiële gevolgen nog niet bekend). Opschalingskorting gemeentefonds (Gewijzigd) De omvang van het gemeentefonds wordt beïnvloed door de zogenaamde opschalingskorting. Deze opschalingskorting is gebaseerd op een geplande grootschalige herindelingsoperatie.
Dit moest leiden tot besparingen als gevolg van schaalvoordelen, vermindering van toezicht, vereenvoudiging van regelgeving en minder dubbeling van taken. De herindelingsoperatie is wegens onvoldoende draagvlak afgeblazen, maar het kabinet houdt nog wel vast aan de opschalingskorting. In de meicirculaire 2022 heeft het Rijk de oploop van de korting voor de jaren 2023 t/m 2025 geschrapt. In 2026 is weer de volledige korting van kracht (landelijk 975 miljoen). Abonnementstarief huishoudelijke ondersteuning (Gewijzigd) Abonnementstarief Wmo waaronder huishoudelijke hulp Met ingang van 1 januari 2019 heeft de rijksoverheid de systematiek en de hoogte van de eigen bijdrage gewijzigd. Indien een client zelfstandig woont, dan betaalt de client, ongeacht het aantal Wmo voorzieningen en de kosten hiervan, een maximale eigen bijdrage van € 19,- per maand (prijspeil 2022). Indien er sprake is van begeleid wonen, dan gelden andere regels voor de eigen bijdrage. Onderzoek heeft aangetoond dat de financiële gevolgen voor de gemeente (€ 226 miljoen) aanzienlijk groter zijn dan de compensatie van het rijk (€ 145 miljoen). Als reactie hierop werkt het rijk aan een aanpassing van de eigen bijdrage voor de huishoudelijke hulp in de Wmo. De komende periode wordt deze maatregel met cliënten, gemeenten en het Centraal Administratie Kantoor (CAK) uitgewerkt.
De maatregel vraagt een wetswijziging en vergt een aanzienlijke implementatietijd waardoor de beoogde datum van inwerkingtreding op 1 januari 2025 is gesteld. De aanpassing moet vanaf 2025 een forse besparing opleveren. Zodra hier meer over bekend is zullen wij de financiële effecten vertalen naar de begroting. Transitie Recreatieschap Midden-Nederland (Gewijzigd) Recreatieschap Midden Nederland (RMN) verzorgt de feitelijke werkzaamheden voor recreatieschap Stichtse Groenlanden (SGL). RMN heeft echter aangegeven dat zij zichzelf eind 2022 (was eerst 2021) willen opheffen en dat een andere organisatie moet worden gezocht voor het verrichten van de werkzaamheden die zij verrichten. Met Staatsbosbeheer (SBB) is reeds een overeenkomst gesloten dat zij de werkzaamheden van RMN gaan overnemen. Hierbij zijn afspraken gemaakt over de kosten die SBB in rekening brengt en hoe wordt omgegaan met het personeel dat bij RMN werkt en (grotendeels) wordt overgenomen door SBB. Komende 2 jaren zullen de kosten voor de deelnemers in de gemeenschappelijke regelen met SGL gelijk zijn. In die periode wil SBB inzicht krijgen in de benodigde werkzaamheden die nodig zijn voor het beheer en onderhoud en ook in de kosten voor groot onderhoud en vervanging. Dit moet eind 2024 in beeld zijn.
Dan worden ook afspraken gemaakt over het onderhoudsniveau dat de deelnemers nastreven op basis waarvan dan ook de kosten bekend zijn. Vervangingsinvesteringen sportvelden (Gewijzigd) Een extern bureau heeft het vervangingsinvesteringsplan (revitalisering en verharding) van de buitensportaccommodaties geactualiseerd. Onder andere is gekeken wanneer velden vervangen moeten worden tegen welke kosten. De actualisatie duidt erop dat sommige velden eerder moeten worden vervangen dan oorspronkelijk was ingeschat. Samen met hogere prijzen zou dit een nadelig financieel effect met zich meebrengen. De komende maanden beoordelen we de uitkomsten van het onderzoek net als mogelijke oplossingsrichtingen.
Begroting 2023
87
Omgevingswet (Gewijzigd) In de omgevingswet worden 26 huidige wetten over onder meer milieu ruimtelijke ordening, natuur, water en bouwen samengevoegd. Naast samenvoegingen van wetten worden 60 Algemene Maatregelen van Bestuur teruggebracht naar vier en 75 ministeriële regelingen naar één Omgevingsregeling. Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. Zodat het straks bijvoorbeeld makkelijker is om bouwprojecten te starten. De inwerkingtreding wordt nu verwacht op 1 januari 2023. In april 2022 komt duidelijkheid over de exacte invoeringsdatum. Het uitstel heeft in belangrijke mate te maken met de invoering van het digitale stelsel omgevingswet (DSO), dat nog niet alle benodigde functionaliteit stabiel kan ondersteunen. De invoering van de nieuwe omgevingswet vergt het nodige van onze organisatie. Van belang is dat het plan van aanpak om de omgevingswet te implementeren op schema loopt. Daarnaast moet er voldoende budget en personele capaciteit beschikbaar zijn. Het personeel moet worden bijgeschoold en de benodigde software moet operationeel kunnen draaien. In financiële zin heeft de invoering van de omgevingswet zowel incidenteel als structurele gevolgen. In twee stappen heeft de raad voor de invoering van de omgevingswet een incidenteel budget beschikbaar gesteld van € 2,2 miljoen.
In aanvulling daarop is de verwachting dat voor de periode 2023-2026 ongeveer € 2,5 miljoen benodigd zijn voor de voltooiing van de implementatie van de Omgevingswet en het opstellen van de Omgevingsvisie en Omgevingsplan. Met het slim inregelen van Omgevingsvisie en -plan kunnen de structurele financiële gevolgen van de Omgevingswet Mogelijk beperkt worden. De effecten van de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging (Wkb) op onder andere op inkomsten uit bouwleges en personeel zijn nu lastig te kwantificeren omdat deze afhankelijk zijn van nog te maken beleidskeuzes. De uitkomsten van de gesprekken tussen de VNG en het Rijk over mogelijke financiële compensatie zijn bij het opstellen van deze begroting nog onbekend. Op zijn vroegst zijn deze financiële effecten te zien in 2023, maar waarschijnlijk nog later. In de nieuwe raadsperiode worden de diverse beleidskeuzes (inclusief bijbehorende dekking) aan het college en raad voorgelegd, waarbij in beeld wordt gebracht in hoeverre de structurele financiële effecten van Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging beperkt kunnen worden door slim inregelen van omgevingsvisie en omgevingsplan, in rekening brengen van nieuwe vormen van vooroverleg of toetsing van initiatieven, inzet op het gebied van andere beleidsterreinen zoals duurzaamheid. Deze keuzes moeten nog verder worden uitgewerkt.
Opvang en integratie statushouders/ Wet inburgering (Gewijzigd) Op 1 januari 2022 is de Wet inburgering in werking getreden. Van het rijk wordt een vergoeding ontvangen voor de invoerings- en uitvoeringskosten. In de komende jaren zal duidelijk worden in hoeverre de rijksvergoeding voldoende is om de kosten te dekken. 2. Organisatie Krappe arbeidsmarkt (Gewijzigd) De huidige arbeidsmarkt vertoont krapte, waardoor het steeds meer inspanning vraagt om de juiste mensen aan onze organisatie te binden en medewerkers ook te behouden. Het is daarom zaak om werk te maken van succesvol arbeidsmarktbeleid. Daar hoort onder andere ook de modernisering van de arbeidsmarktcommunicatie bij. Intensief gebruik van social media gericht op het vertellen van ‘het verhaal van Houten’, gebruik van beeldmateriaal, de ontwikkeling van een nieuwe website en het toepassen van nieuwe, effectievere selectievormen. Door het uitbreken van de Coronapandemie zijn vanaf het voorjaar 2020 alle geplande activiteiten rond de vernieuwing van de arbeidsmarktcommunicatie stilgelegd. En ondertussen gaat alle aandacht uit naar het succesvol doorlopen van de vele werving- en selectieprocedures die sindsdien in aantal flink zijn toegenomen. De voorgenomen vernieuwing wordt nu weer opgepakt.
Het maakt dan onderdeel uit van onze doelstellingen om verdere vergrijzing tegen te gaan en een vitale en gezonde personeelssamenstelling. We blijven investeren in onboarding, zorgen daarbij voor een uitdagende, prettige werkomgeving en werkklimaat met voldoende ontwikkel- en doorgroeimogelijkheden en hebben oog voor een goede werk-privébalans.
Begroting 2023
88
Onderhoudsronde functiewaarderingssysteem HR21 (Ongewijzigd) Jaarlijks vindt er een zogenaamde onderhoudsronde HR21 plaats. Hierbij wordt gekeken of er functies zijn die inhoudelijke dermate zijn veranderd dat de huidige HR21-indeling niet meer passend is. Ook kan er sprake zijn van nieuwe functies die moeten worden gewaardeerd. De uitkomst van deze onderhoudsronde kan structurele effecten hebben voor de meerjarenbegroting. Vitaliteit (Gewijzigd) Het komende decennium bereikt een substantieel deel van onze medewerkers de pensioengerechtigde leeftijd. Eind 2030 gaat het om een aantal van 95 medewerkers. Dit is ongeveer een derde van het personeelsbestand. Een vergrijzende organisatie, in combinatie met een stijging van de AOW-leeftijd, maakt het van groot belang om te investeren in de vitaliteit van de organisatie en duurzame inzetbaarheid van het personeel. Het zolang mogelijk behouden van de aanwezige kennis en ervaring en deze groep gezond aan het werk houden, moet gelijk oplopen met het effectief binden en inzetten van talentvolle jongere generaties. In een krapper wordende arbeidsmarkt is het belangrijk om een aantrekkelijk werkgever te blijven en jongere generaties loopbaanperspectieven te bieden binnen onze organisatie. We richten ons daarom de komende jaren op de vitaliteit van de medewerkers en daarmee de vitaliteit van de organisatie.
Het gaat dan om de duurzame inzetbaarheid van de medewerker (fysiek en mentaal fit, werk-privébalans), het aantrekken van nieuwe, jongere generaties en het organiseren van een warme overdracht van kennis en ervaring naar die nieuwe medewerkers, vooruitlopend op pensionering. Het opnemen van een vitaliteitsbudget in de meerjarenbegroting helpt ons om hier structureel aandacht aan te schenken. Wegvallen werkzaamheden met betrekking tot rijbewijzen (Gewijzigd) De Rijksdienst voor het Wegverkeer is een pilot gestart met een dertigtal gemeenten waarin de inwoners van die gemeenten geen aanvragen verlengingen rijbewijzen meer bij de gemeente indienen, maar digitaal. De pasfoto wordt direct door de fotograaf digitaal ingezonden naar de RDW en de betaling gaat tevens digitaal. Daardoor bestaat onzekerheid of het verstrekken van rijbewijzen in de toekomst nog onderdeel blijft uitmaken van onze productenlijst. Als dit aan de orde komt, wordt het effect daarvan in beeld gebracht. Sinds oktober 2021 neemt de gemeente Houten deel aan het project DAR (Digitaal Aanvragen Rijbewijs). De mogelijkheid om digitaal een rijbewijs aan te vragen geldt op dit moment alléén voor verlenging van rijbewijzen. Wetgeving voor digitaal aanvragen rijbewijs wordt aangepast (uiterlijk 10-10-2024 inwerkingtreding). Tot die tijd geldt de huidige experimenteerbepaling.
In de eerste maanden van 2022 is ten opzichte van de start met de pilot een stijgende lijn te zien. Het percentage aangevraagde rijbewijzen is gestegen tot rond de 40%. DAR is een aanvulling op de dienstverlening van de gemeente. Als dit percentage representatief is voor de pilotperiode is dit een inkomstenvermindering van ca. 50% op leges voor rijbewijzen. Voor een fysiek aangevraagd rijbewijs ontvangen we € 31.90 gemeentelijke leges. Voor een digitaal aangevraagd rijbewijs ontvangen we € 16.30. De deelname aan de pilot wordt na afloop geëvalueerd. Bij inwerking treden van de wet moet de begroting hierop aangepast worden. Mogelijk zijn er dan ook meer of andere kosten mee gemoeid. Organiseren Tweede Kamer verkiezingen (Nieuw) Het politieke klimaat in Nederland is onrustig i.v.m. diverse crises. Het is niet geheel ondenkbaar dat er in 2023 Tweede Kamer verkiezingen georganiseerd moeten worden. Adviesrapport duurzame ICT (Gewijzigd) Het rapport geeft aan dat het volwassenheidsniveau van onze informatievoorziening zich bevindt op niveau 1 op een schaal van 5. Om een goede dienstverlening te kunnen bieden is een volwassenheidsniveau van minimaal 3 nodig en bij uitbesteding niveau 4. Om dit mogelijk te maken is een uitbreiding van de formatie onontkoombaar.
Tevens zal bij uitbesteding of outsourcing van de datacenterdiensten een kanteling van de organisatie nodig zijn van uitvoeren naar regisseren. Ook is het gezien het belang van ICT in alle processen van de gemeente, zaak om de rol van CIO (Chief Information Officer) als onderdeel van de directie vorm te geven.
Begroting 2023
89
3. Juridisch De invoering van WOO en DSO (Ongewijzigd) In 2022 zullen de Wet Openbare Overheid en Digitaal Stelsel Omgevingswet ingevoerd worden. Beiden zullen leiden tot een aanzienlijke inspanning incidenteel en structureel om te kunnen voldoen aan deze invoeringen. Bezwaar-en beroepsprocedures (Gewijzigd) Ook als een primair besluit en de beslissing op bezwaar zorgvuldig zijn afgehandeld, hebben belanghebbenden een wettelijk recht om in bezwaar of beroep gaan. Risico betreft het opnieuw beoordelen en zo nodig een nieuw besluit nemen. Bij beroep kan de gemeente veroordeeld worden in de proces- en griffiekosten. Als het een politiek gevoelig dossier betreft kan er naast een financieel effect ook sprake zijn van imagoschade. Bij ingewikkelde juridische dossiers bestaat bovendien de kans dat niet binnen de wettelijke termijnen een beslissing (op bezwaar) kan worden genomen, hiertoe kunnen belanghebbenden een ingebrekestelling indienen en bestaat de kans op het verbeuren van een dwangsom. 4. Imago Klachtprocedures (Ongewijzigd) Onjuiste bejegening van inwoners kan tot een klacht leiden. Belangrijk is dat de klacht op een zorgvuldige wijze afgehandeld wordt. Zo niet, dan kan dit leiden tot imagoschade. Maar ook als de klacht gegrond verklaard wordt of als de klager het niet eens is met de afhandeling van de klacht.
Social media (Ongewijzigd) Communicatie via social media wordt steeds belangrijker en inwoners vinden dat de gemeente hierop actief moet zijn. Vooral bij crisis en calamiteiten maar ook bij minder dringende maar voor inwoners wel belangrijke zaken. Als de gemeente onvoldoende aanwezig is en niet snel en adequaat reageert, loopt zij het risico op imagoschade. Cybersecurity (Ongewijzigd) Met de recente cybersecurity aanvallen bij Hof van Twente, Lochem en Maastricht en de log4j dreiging is het zaak om zwaar in te zetten op het beveiligen van de data, de systemen en de mogelijkheid van datalekken. Tevens zal aandacht besteed worden aan de awareness van de medewerkers. De bevindingen bij met name Hof van Twente hebben de noodzaak aangetoond voor het ontwikkelen van een business continuity plan in het geval van een cyberaanval. Tevens zullen steeds meer middelen en inspanningen van beheerders nodig zijn om de cyberaanvallen het hoofd te bieden. 5. Verbonden partijen Een aantal gemeentelijke taken voert Houten niet meer zelf uit maar tezamen met andere gemeenten in een Gemeenschappelijke Regeling of andere samenwerkingsvorm. De risico’s die hiermee te maken hebben, zijn voor iedere verbonden partij beschreven in de paragraaf ‘Verbonden partijen’. Gemakshalve verwijzen we hiernaar.
Ons beleid over de sturing op financiële risico’s bij verbonden partijen is uitgewerkt in de nota Verbonden partijen. Deelnemende gemeenten zijn gezamenlijk aansprakelijk voor ontstane tekorten in enig jaar en dragen gezamenlijk bij aan de aanwezige schulden bij faillissement of liquidatie. Daarnaast blijft de gemeente verplicht adequaat uitvoering te geven aan de wettelijke taken. 3b. Kwalitatieve risico's De kwantitatieve risico's zijn relevant voor het bepalen van de ratio van het weerstandsvermogen. Zoals in de inleiding gezegd, dit zijn risico's waarvan de financiële gevolgschade kan worden gekwantificeerd. De recentste weergave van deze risico's is geweest bij de jaarrekening 2021 (medio juni 2022). In de begroting 2023 zijn deze risico's geactualiseerd. Onderstaande tabel laat de huidige stand van zaken zien. Ieder risico wordt kort beschreven, met oorza(a)k(en) en gevolg en beheersmaatregelen die we kunnen inzetten om deze risico's zoveel mogelijk te beperken. De gemiddelde kansinschatting dat het risico zich voordoet vermenigvuldigd met de mogelijke financiële omvang geeft een waardering van de mogelijke gevolgschade van ieder risico aan.
Begroting 2023
90
Risico + omschrijving
Oorzaak
Cyberaanval. Hackers zijn continue op zoek naar manieren Ransomware aanvallen zijn om ons ICT-netwerk binnen te dringen. financieel aantrekkelijk voor aanvallers.
Gevolg
Beheersmaatregelen
Gebied
Digitale gegevens zijn niet meer 1. Implementatie van de baseline ICT beschikbaar en worden pas informatiebeveiliging overheid (BIO). Informatiebevrijgegeven na het betalen van losgeld 2. Implementatie van SIEM (Security Information & veilging (ransom). Daarnaast kunnen deze Event Management) tot niveau "medium". Hierbij Privacy gegevens in handen komen van worden alle aspecten van de ICT-infrastructuur onbevoegden. 24/7 gemonitord door een gespecialiseerde Bij een aanval moeten dure experts organisatie. worden ingeschakeld. 3. Strict patchbeleid, zodat veiligheidsupdates direct worden geïnstalleerd. 4. Tooling die kwetsbaarheden en malware in het netwerk detecteert. 5. Personeel bewust maken van de risico's van o.a. het klikken op verdachte mails en links. 6. Een goede backup procedure en een dubbele uitvoering van serverruimtes, zodat gegevens op meerdere plekken zijn opgeslagen. 7. Aanwezigheid van een crisis response team met duidelijke procedures. 8. Inloggen vanuit een onbeveiligde omgeving (v.b. vanuit huis) vereist tweefactor authentificatie. 9. Aangescherpt cloudbeleid incl. een checklist die moet worden ingevuld door leveranciers van cloudapplicaties. 10. D.m.v. gap-analyses wordt bepaald voor welke informatie-systemen extra beveiligingsmaatregelen benodigd zijn. 11.
Segementatie van het netwerk, zodat de gegevens van Houten, WIL en RUD volledig van elkaar zijn gescheiden. 12. Maken van een draaiboek hoe te handelen in het geval van een Cyberaanval en 1 maal per jaar een oefening doen.
Begroting 2023
Categorie
Kans
Omvang
Informatie / 41-60% * ≥ €1.000.000 < €2.500.000 organisatorisch / financieel
Gevolgschade € 875.000
91
Risico + omschrijving
Oorzaak
Gevolg
Schimmelziekte 'essentaksterfte'. Deze agressieve ziekte De essentaksterfte verspreidt zich Aantasting van het straatbeeld tast de essen in Houten (4.000-5.000 bomen, vooral langs vanuit Duitsland fietspaden) aan, waardoor zij afsterven.
Beheersmaatregelen
Gebied
Categorie
Bij vervangen van de essen die conform de VTA Openbare ruimte Overig onveilig zijn het realiseren van een nieuw duurzame en kwalitatief hoogwaardige beplanting. Dan zal voor de toekomst bomen aangeplant zijn conform het nieuw bomenbeleid.
Kans
Omvang
Gevolgschade
61-80%
≥ €100.000 < €500.000
€ 210.000
61-80%
≥ €100.000 < €500.000
€ 210.000
Voor herplant van ca.250 bomen per jaar is ongeveer € 150.000 per jaar nodig. Hiervoor is dekking beschikbaar voor 2021, voor de aankomende jaren wordt aanvullende dekking gezocht. Aantal te herplanten bomen is afhankelijk van de weersomstandigheden en de snelheid waarmee ziekte de essenbomen aftakelt dit word gecontroleerd/beoordeeld middels de VTA controle en inventarisatie ETS
Toename hevige stormen. Er treedt steeds vaker stormschade op.
Het klimaat verandert en wordt extremer.
Onevenredige stijging bijdragen gemeenschappelijke regelingen. Het risico dat deze bijdragen (minder) sterker stijgen dan de in de begrotingsrichtlijnen toegepaste indexering voor prijsontwikkeling.
De gemeenschappelijke regelingen Een financieel effect als gevolg van de Bij de bespreking van de kadernota's in het Regionale hanteren in hun kadernota's hun beide toegepaste systematieken. algemeen bestuur is dit onderwerp van gesprek. samenwerking eigen systematiek voor prijs- en Echter, op basis van art. 194 Gemeentewet is de loonontwikkeling. gemeente verplicht om de bijdrage, op basis van de begroting van de gemeenschappelijke regeling, in haar eigen begroting te verwerken.
Financieel / economisch
61 - 80% € 0 - € 350.000
€ 122.500
Geen aflossing op verstrekte leningen / effectuering verleende garanties. Van verstrekte leningen of garanties bestaat het risico dat een organisatie niet aan haar aflossingsverplichting kan voldoen.
De gemeente verstrekt leningen en Organisaties voldoen niet aan hun garanties aan diverse verplichtingen voldoen. vereningingen, stichtingen of organisaties met een publiek belang (€ 3,2 miljoen).
Financieel / economisch
0-20%
€ 75.000
Er waaien bomen om, eventueel met Jaarlijks risicobomen inventariseren en Openbare ruimte Financieel / vervolgschade aan omliggende verwijderen. Na een storm: schade herstellen, economisch objecten bomen herplanten conform de richtlijnen van het bomenbeleid.
- Beleidsregels leningen en garanties - incidentele Financieel controle jaarverslagen van organisaties
Begroting 2023
≥ €500.000 < €1 mln
92
Risico + omschrijving
Oorzaak
Gelimiteerde achtervang bij het WSW voor verstrekte Door landelijke maatregelen renteloze leningen aan woningbouwcorporaties. De bestaat de kans dat de financiele zekerheidsstructuur in de volkshuisvesting is in 3 lagen situatie van woningcorporaties verdeeld, primair het eigen vermogen van de rentederving verslechtert waardoor zij niet meer (=omslagrente) op dit bedrag in verband met het verstrekken aan hun rente- en van renteloze leningen van de woningcorporaties en aflossingsverplichtingen kunnen secundair het vermogen van het WSW. De tertiaire zekerheid voldoen. is de achtervangpositie van Rijk en gemeenten. Hierbij is 50% voor rekening van het Rijk, 25% voor de schadegemeente en 25% voor alle deelnemende gemeenten gezamenlijk. Het risico dat de gemeente Houten loopt betreft de rentederving (1,5%) op dit bedrag in verband met het verstrekken van renteloze leningen. Voor de gemeente Houten gaat het om een totaalbedrag van € 117 miljoen aan uitgezette leningen.
Gevolg
De kans dat de gemeente een Geen beheersmaatregelen renteloze lening aan WSW moet verstrekken voor het uitgezette bedrag aan leningen aan woningbouwcorporaties. Dit kost de gemeente rente. Het risico is afhankelijk van de hoogte van de martkrente.
Datalek. Onbevoegden hebben toegang tot privacygevoelige 1. Onvoldoende beveiliging van Onbevoegden hebben toegang tot gegevens. privacygevoelige gegevens privacygevoelige gegevens. Het 2. Medewerkers zijn zich datalek moet worden gemeld bij de onvoldoende bewust van de risico's Autoriteit Persoonsgegevens. De van privacyschending. Autoriteit Persoonsgegevens kan vervolgens een onderzoek instellen naar de oorzaak van het datalek.
Schade op wegen van dijken. Bij wegen met een waterkerende functie ontstaat regelmatig schade aan de bermen en/of dijklichaam.
Beheersmaatregelen
Gebied
Categorie
Kans
Omvang
Stadsvernieuwin Financieel / g en economisch woningbouw
0-20%
≥ € 1 mln
€ 50.000
Informatie / organisatorisch
20-40%
€ 200.000
€ 30.000
Juridisch / aansprakelijk
0-20%
≥ €100.000 < €500.000
€ 30.000
1. D.m.v. gap-analyses en privacy impact Privacy assessments wordt bepaald voor welke informatiesystemen extra beveiligingsmaatregelen benodigd zijn. 2. Inloggen vanuit een onbeveiligde omgeving (v.b. vanuit huis) vereist tweefactor authentificatie. 3. Ingebruikname software voor veilig mailen met externe partijen. 4. Instructie / workshops / e-learning op het gebied van de AVG. 5. Bijwerken van het privacybeleid en implementatie van het beleid in de organisatie.
Deze schade heeft te maken met Mogelijk moeten juridische procedures Er zijn geen beheersmaatregelen mogelijk omdat Wegenbeheer de hoeveelheid worden gestart. het onbeïnvloedbaar is. transportbewegingen en een slappe bermen door onder andere de weersinvloeden. Diepe sporen langs de verharding maakt ook dat er randschade ontstaat doordat het aanvullen met menggranulaat niet is toegestaan en de financiële middelen ontoereikend zijn om de bermen op een andere manier te verharden. De ervaring leert ons dat de aanwezige vegetatie de bodemsamenhang van een dijklichaam positief kan beïnvloeden.
Begroting 2023
Gevolgschade
93
Risico + omschrijving
Oorzaak
Gevolg
Beheersmaatregelen
Gebied
Categorie
Kans
Omvang
Wegbeheer
Financieel / economisch
0-20%
≥ €100.000 < €500.000
€ 30.000
Klachten vissers en AUHV. Klachten Locaties zoasl Kooikersplan en Imkersplas, sloten Openbare ruimte Financieel / van mensen ivm beeldkwaliteit, niet op het Rond exstra schonen. (2 rondes ipv 1) economisch/ kunnen varen. gezondheid
61-80%
< €30.000
€ 10.500
Negatieve impact van de weersveranderingen op de Klimaatverandering. Heeft niet Toename van de uitgaven op wegen. Er zijn geen beheersmaatregelen mogelijk. beheersaspecten van wegen. Warme/droge zomers zorgen alleen een impact op wegen. Flora Pro actief werkzaamheden uitvoeren is voor extra scheurvorming en/of spatten in het asfalt. In de en Fauna en huizen welke op staal met de huidige stand der techniek meest extreme gevallen kan het zelfs leiden tot gefundeerd zijn krijgen hier ook (nog) niet mogelijk. grondwaterdaling waarbij ongelijkmatige zetting op kan mee te maken. treden wat gevolgen heeft voor grote delen van de weg. Door klimaat verandering meer waterplanten
Klimaat verandering, langer groeizeizoen.
Gevolgschade
€ 1.643.000 10
Totale omvang gekwantificeerde risico's (= benodigde weerstandscapaciteit): Totaal aantal risico's: * Als er zich een cyberaanval voor doet is de kans tussen de 41-60% aanwezig dat er een gevolgschade plaats kan vinden.
Begroting 2023
94
Een dergelijke actualisatie van de risico's geeft een dynamisch risicobestand. Dit leidt tot onderstaande matrix voor de gekwantificeerde risico's.
Risicomatrix: Financiële omvang
≥ € 1 mln € 125.000 € 375.000 € 625.000 € 875.000 € 1.125.000 Aantal: 1 ≥ € 0,5 < € 1 mln € 75.000 Aantal: 1 ≥ € 0,1 < € 0,5 € 30.000 mln Aantal: 2
Aantal 1 € 225.000 € 375.000 € 525.000
€ 675.000
€ 90.000
€ 150.000 € 210.000
€ 270.000
Aantal: 1
Aantal: 3
≥ € 0,05 < € 0,1 mln
€ 7.500
€ 22.500
€ 37.500
€ 52.500
€ 67.500
< € 0,05 mln
€ 2.500
€ 7.500
€ 12.500 Aantal: 2
€ 17.500 Aantal: 1
€ 22.500
0 - 20 %
21 - 40 %
41 - 60 % Kans
61 - 80 %
81 - 100 %
aantal gekwantificeerde risico's: 10 Toelichting bij de matrix: Het risico wordt berekend door de gemiddelde kans dat het risico zich voordoet te vermenigvuldigen met het gemiddelde financiële effect van het risico. In de bovenstaande matrix wordt het aantal risico’s weergegeven dat is gedefinieerd met dezelfde risico-score. De kleuren in de matrix zijn gerelateerd aan de risicoscore en geven de urgentie aan en de mate van bestuurlijke / politieke relevantie. De kleuren lopen op met de urgentie op: - groen - geel - oranje - rood. 4. Conclusie Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen beoordelen we aan de hand van de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit. Deze relatie wordt de ratio weerstandsvermogen genoemd. De ratio gebaseerd op de actuele informatie bij deze begroting komt uit op: ratio weerstandsvermogen =
beschikbare weerstandscapacititeit kwantificering van de risico's 2023
=
€ 9.873.000 € 1.643.000
= 6,0
De omvang van de ratio is daarmee volgens de gestelde normen uit de nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen te kwalificeren als "Uitstekend". In de door de raad in december 2014 vastgestelde nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen Algemene Dienst is de ondergrens voor de ratio van het weerstandsvermogen vastgesteld op 1,0 Dat betekent dat de beschikbare weerstandscapaciteit precies voldoende is om de risico’s financieel af te dekken. Er is geen norm voor de bovengrens voorgesteld. Het gevolg hiervan is dat bij een hoge ratio van het weerstandsvermogen (veroorzaakt door een laagrisicoprofiel) meer middelen beschikbaar blijven binnen de eigen vermogenspositie van de gemeente voor onvoorziene uitgaven.
Begroting 2023
95
5. Geprognosticeerde balansen 2022-2026 inclusief balans 2021 conform Jaarrekening 2021 bedragen x € 1.000 Activa Vaste activa
31-12-2021 31-12-2022 31-12-2023 31-12-2024 31-12-2025 31-12-2026 Passiva Vaste passiva
Materiële vaste activa
113.713
109.024
115.725
120.962
123.521
Immateriële vaste activa
1.468
1.640
1.629
1.619
1..619
Financiële vaste activa
2.728
2..492
2.2252
2.253
2.007
Totale vaste activa
117.927
113.156
119.608
124.588
126.898
Vlottende activa Voorraden
15.437
6.876
382
19
19
Vorderingen
7.562
7.562
7.562
7.562
7.562
115.325 Voorzieningen
11.904
12.246
12.606
11.425
10.856
10.075
1.619 Eigen vermogen
48.913
45.164
49.333
51.718
56.381
53.954
1.758 Vaste schulden rentetypische looptijd > 1 jaar
64.551
54.880
49.959
55.057
49.617
44.195
104.434 115..601 109..123
103.605
118.531 Totale vaste passiva Vlottende passiva Netto vlottende schulden rentetypische looptijd < 1 19 jaar 7.562 Liquide middelen
Liquide middelen
0
0
0
0
0
Overlopende activa Totale vlottende activa
2.333
2.333
2.333
2.333
2.333
2.333
25.334
16.771
10.277
9.914
9.914
9.914 Totale vlottende passiva
143..261
129.927
129.883
134,502
136.812
Balanstotaal activa
31-12-2021 31-12-2022 31-12-2023 31-12-2024 31-12-2025 31-12-2026
0 Overlopende passiva
128.445 Balanstotaal passiva
125.368 120..258
3.257
3.257
3.257
3.257
3.257
3.257
6.257
6.001
6.349
4.666
8.322
8.585
8.379
8.379
8.379
8.379
8.379
8.379
17.893
17.637
17.985
16.302
19.958
20.221
143.261
129.927
129.853
134.502
136.812
128.445
6. Financiële kerngetallen Signaalwaarden kengetallen Categorie A Categorie B Categorie C
Kengetallen
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
Begroting 2022 Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele Exploitatieruimte Grondexploitatie Belasting capaciteit
Verloop van de kengetallen Jaarverslag Raming 2022 2021
< 90% < 90% > 50% > 0% < 20% < 95%
90 - 130% 90 - 130% 20 - 50% 0% 20 - 35% 95 - 105%
> 130% > 130% < 20% < 0% > 35% > 105%
Raming 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
57%
48%
42%
50%
50%
50%
55%
46%
41%
48%
49%
49%
35%
31%
38%
38%
41%
41%
0,9%
0,9%
3,3%
3,1%
4,0%
-/-2,4%
12%
1%
0%
105%
95%
99%
0% nog niet bekend
0% nog niet bekend
0% nog niet bekend
Netto schuldquote & de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat bij leningen er onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de medeoverheid in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten.
Voor de berekening van dit kengetal worden de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting of jaarstukken en uitgedrukt in een percentage. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De accountant moet ieder jaar beoordelen of de gronden tegen een actuele waarde op de balans zijn opgenomen. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente of provincie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt thans het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage.
Begroting 2023
97
Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de provincie of gemeenten zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De uitkomst van de berekening van dit kengetal is voor het jaarverslag hetzelfde als bij de begroting. Het kengetal hoeft dus voor het opnemen in het jaarverslag niet opnieuw te worden berekend. Het toch opnieuw opnemen houdt verband met het feit dat de kengetallen gezamenlijk en in samenhang bezien inzicht geven in de financiële positie van een provincie of gemeente.
Begroting 2023
98
Paragraaf Grondbeleid 1. Grondbeleid en ruimtelijke agenda De regionale druk op de woningmarkt is hoog. Het gaat hierbij niet alleen om aantallen, maar vooral over ‘passende’ woningen. Er is een groot tekort aan woningen voor ouderen, starters en specifieke woningen voor bewoners met een zorgvraag. De opgave als totaal die voor ons ligt tot 2040, is om 4.750 woningen toe te voegen. Dat is toename van circa 25% van de bestaande woningvoorraad. De ambitie van de gemeente Houten voor het toevoegen van woningen is vastgelegd in de Woonvisie 2021-2030. Naast meer diversiteit in het woningaanbod is het doel om meer sociale huurwoningen te bouwen. Intensieve samenwerking met Viveste is hierbij noodzakelijk om het percentage huurwoningen in Houten de komende jaren te laten stijgen. Stand van zaken In de paragraaf hieronder wordt ingegaan op de stand van de totale grondexploitatie. Daarna wordt specifiek ingegaan op het risicoprofiel van de grondexploitatie en de beschikbare risicobuffer. Hierbij wordt uitgegaan van de stand van maart 2022. Als vergelijk zijn deze cijfers afgezet tegen de situatie van het jaar daarvoor (2021). Grondexploitatie De totale boekwaarde per maart 2022 is € - 12,4 miljoen. De totale investeringen inclusief kostenstijging en rente voor de resterende looptijd van de grondexploitatie bedragen € 32,3 miljoen.
De totale opbrengsten die in de periode nog moeten worden gegenereerd bedragen € 48,7 miljoen. Op eindwaarde bedraagt het positieve resultaat (afgerond) € 4,0 miljoen Dit saldo fluctueert op basis van de herziening van de grondexploitatie. In de tabel hieronder is het bovenstaande schematisch weergegeven.
2. Risicoprofiel en risicobuffer Ontwikkeling risicoprofiel Het totale risicoprofiel van € 2,2 miljoen is gedaald naar € 1,9 miljoen. Deze mutatie betreft voornamelijk afnemende risico’s in relatie tot lagere kosten en verkoopopbrengsten en in de huidige woningmarkt en de voortgang van Vinex.
Begroting 2023
99
De mutatie in de risicobuffer van € 10,4 miljoen naar € 11,2 miljoen (zie ontwikkeling risicobuffer) leidt ertoe dat de ratio op basis van de H’IFLO stijgt van 1,7 naar 2,7 met de kwalificatie ‘uitstekend’. De ratio op basis van de risico-inventarisatie stijgt van 4,8 naar 6,0 met de kwalificatie ‘uitstekend’. Deze toename is in de jaarrekening 2021 toegelicht. Opbouw risicobuffer De beschikbare weerstandscapaciteit om de risico’s in de grondexploitaties af te dekken (hierna: risicobuffer) bestaat uit de post weerstandsvermogen binnen de grondexploitatie, het volkshuisvestingsfonds, het concern weerstandsvermogen grondexploitatie en het saldo van de grondexploitatie. Ontwikkeling risicobuffer Het positieve saldo van € 0,8 miljoen (verplichte winstneming 2021 € 0,5 mln en stijging saldo grex na winstneming € 0,3 mln. per maart 2022) is aan de risicobuffer toegevoegd. De totale risicobuffer neemt toe met € 0,8 miljoen van € 10,4 miljoen naar € 11,2 miljoen. In onderstaande tabellen wordt de stand weergegeven van de grondexploitatie, het risicoprofiel en de risicobuffer per maart 2022. Deze cijfers zijn afgezet tegen de situatie van 2021. De beschikbare weerstandscapaciteit grondexploitaties is groot genoeg om de risico’s, op basis van de huidige inzichten, gedurende de looptijd van de grondexploitatie op te kunnen vangen. x€1
Tabel 1: Risico's grondexploitatie Risico 2022 2023
Herziening GREX Maart 2021 200.000 -2.360.000
Herziening GREX Juli 2021 200.000 -2.360.000
Herziening GREX November 2021 200.000 -2.360.000
Herziening GREX Maart 2022
-2.160.000
-2.160.000
-2.160.000
-1.870.000
Totaal
x€1
Tabel 2: Risicobuffer grondexploitatie (dekking) Dekking
-1.870.000
WSTV binnen GREX (onvoorzien) VH-fonds (nog inzetbaar) Concern Weerstandvermogen GREX Saldo GREX na (tussentijdse) winstneming
Herziening GREX Maart 2021 650.000 1.319.500 7.746.376 684.054
Herziening GREX Juli 2021 650.000 1.319.500 7.746.376 684.054
Herziening GREX Nov 2021 650.000 1.319.500 7.746.376 684.054
Herziening GREX Maart 2022 650.000 1.319.500 8.272.780 962.112
Totaal
10.399.930
10.399.930
10.399.930
11.204.392
D:C Ratio WSV op basis van HIFLO
D:B Ratio WSV op basis van risico inventarisatie
ruim voldoende 1,7 uitstekend 2,7
uitstekend 4,8 uitstekend 6,0
Tabel 3: Ratiotabel
Stavaza maart 2021 maart 2022
A. Saldo GREX
B. Risico inventari satie
C. Benodigde WSV op basis van HIFLO norm
-3,8 mln -4,0 mln
-2,6 mln -1,9 mln
6,1 mln 4,2 mln
D. Risicobuffer c/.q. beschikbare weerstands capaciteit 10,4 mln 11,2 mln
Conform de nota ‘risicomanagement en weerstandsvermogen grondexploitaties’ wordt gestreefd naar een ratio weerstandsvermogen grondexploitatie van 1,0. Met een bandbreedte tussen 0,8 en 1,2. Op basis van deze herziening is, op grond van de H’IFLO-norm, de ratio 2,0 - ruim voldoende en gerelateerd aan de risico-inventarisatie is de ratio 2,1 – uitstekend.
Begroting 2023
100