Bijlage 1 b 3 01. 2020-09-13, Cult hist onz en advies Houten-Zuid.pdf
Tekst van het document
46006-ch-rap-houten-zuid-v2-3
25 september 2013
GEMEENTE HOUTEN CULTUURHISTORISCH ONDERZOEK EN ADVIES HOUTEN-ZUID (SCHALKWIJK EN TULL EN ’T WAAL)
Opdrachtgever Naam Contactpersoon Adres PC + plaats Tel. Mail
: : : : : :
GEMEENTE HOUTEN B. Peters en Y. Monincx Postbus 30 3990 DA Houten 030-639 26 11
: : : : : :
GEMEENTE HOUTEN B. Peters en Y. Monincx Postbus 30 3990 DA Houten 030-639 26 11
Bevoegd gezag Naam Contactpersoon Adres PC + plaats Tel. Mail
Uitvoerend bureau Naam Auteur Adres PC + plaats Tel. Mail Website Projectnummer
: : : : : : : :
Cuijpers Advies/ Projectbureau Ruimtelijke Ontwikkeling b.v. ir. J.J. Cuijpers Gouverneur Hultmanstraat 2 5224 CJ ’s-Hertogenbosch 06 – 5146 1115 info@posd.eu www.posd.eu 46006
Samenvatting Het studiegebied omvat het gebied van de gemeente Houten ten zuiden van het AmsterdamRijnkanaal en bevat de kernen Tull en 't Waal en Schalkwijk met het daarbij behorende buitengebied. Het betreft oude nederzettingen waar archeologische restanten uit diverse tijdperken zijn aangetroffen. Ook bovengronds zijn er vele restanten uit diverse tijdperken aanwezig, zoals middeleeuwse wegenstructuren, historische bebouwing en oude beplanting. Het studiegebied blijkt zeer rijk aan historische restanten. Ook zijn er complexen van historische elementen aanwezig (zogenaamde ensembles) die samen een belangrijke historische waarde hebben, zoals De Brink in Schalkwijk en de aangrenzende bebouwing en de lintbebouwing in Schalkwijk en in Tull en 't Waal. Daarnaast hebben de historische elementen en ensembles een belangrijke waarde voor de ruimtelijke structuur van het gebied. Daarom is het noodzakelijk dat de aanwezige cultuurhistorische waarden worden beschermd in op te stellen bestemmingsplannen.
Versietabel versie
datum
Inhoud
status
validatie
1-1
15 04 2013 17 06 2013 23 07 2013 02 09 2013 24 09 2013
conceptrapport Opmerkingen opdrachtgever verwerkt/ NHW op inventarisatiekaart verwerkt Enkele aanvullingen/wijzigingen Enkele redactionele wijzigingen
concept
JC
concept
JC
concept Definitief rapport
JC JC
2-1 2-2 2-3
CUIJPERS ADVIES PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING B.V.
1
46006-ch-rap-houten-zuid-v2-3
25 september 2013
GEMEENTE HOUTEN CULTUURHISTORISCH ONDERZOEK EN ADVIES HOUTEN-ZUID (SCHALKWIJK EN TULL EN ’T WAAL) Inhoud
0.
INLEIDING
3
0.1 0.2 0.3 0.4
Aanleiding Doel Leeswijzer Werkwijze
3 3 3 4
1.
DE AANWEZIGE SITUATIE EN CULTUURHISTORISCHE WAARDEN
6
1.1 1.2 1.3
De ondergrond Korte beschrijving van de geschiedenis van het gebied Aanwezige cultuurhistorische waarden
6 7 18
1.3.1 Archeologie 1.3.2 Historische bebouwing 1.3.3 Historisch-geografische waarden 1.3.4 Ensemblewaarden
18 20 22 34
2
ADVIES
36
2.1
Waardering
36
2.1.1 Methodiek 2.1.2 Archeologie 2.1.3 Historische (steden)bouwkunst 2.1.4 Historische geografie
36 36 36 37
2.2
Wijze van opname in het bestemmingsplan
37
SAMENVATTING
40
bijlage 1 - geraadpleegde bronnen bijlage 2 - lijst van Rijksmonumenten bijlage 3 - lijst van gemeentelijke monumenten bijlage 4 - bestemmingsplanregels
41 43 45 51
CUIJPERS ADVIES PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING B.V.
2
46006-ch-rap-houten-zuid-v2-3
25 september 2013
GEMEENTE HOUTEN CULTUURHISTORISCH ONDERZOEK EN ADVIES HOUTEN-ZUID (SCHALKWIJK EN TULL EN ’T WAAL)
0.
INLEIDING
0.1
Aanleiding
In opdracht van Gemeente Houten heeft Cuijpers Advies/Projectbureau Ruimtelijke Ontwikkeling b.v. in april 2013 een onderzoek uitgevoerd naar de aanwezige cultuurhistorische waarden in het gebied van de gemeente Houten ten zuiden van het Amsterdam-Rijnkanaal. Op basis van de onderzoeksresultaten is vervolgens een advies met betrekking tot wijze van opname van de cultuurhistorische gegevens in een op te stellen bestemmingsplan geformuleerd. De gemeente Houten laat bij de voorbereiding van een nieuw bestemmingsplan een cultuurhistorisch onderzoek uitvoeren, overeenkomstig de regelgeving zoals die sinds 1 januari 2012 wettelijk verplicht is. Het gaat daarbij om het in kaart brengen van archeologische, historisch stedenbouwkundige en historischgeografische waarden en het beschrijven van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige waarden en de aanwezige of te verwachten monumenten in het plan wordt omgegaan. De gemeente Houten heeft het erfgoedbeleid vastgelegd in de nota Gekoesterd Erfgoed1 uit 2004, een integrale beleidsnota op het gebied van de bovengrondse en ondergrondse monumentenzorg. Verder is het archeologisch beleid vastgelegd in een archeologische beleidskaart2 (2007) en in het Paraplubestemmingsplan Archeologie (2011).
0.2 Doel Het doel van dit onderzoek is het in kaart brengen van het erfgoed3 binnen het plangebied, en het beschrijven van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige waarden en de aanwezige of te verwachten monumenten in het plan wordt omgegaan
0.3 Leeswijzer De rapportage is bedoeld om opgenomen te worden in de toelichting van het bestemmingsplan. Daarom is deze inleiding niet mee genummerd. In hoofdstuk 1 is een beschrijving opgenomen van de ontwikkeling van het plangebied. Deze beschrijving is zeer kort gehouden. Voor uitgebreider beschrijvingen wordt verwezen naar de in de literatuurlijst opgenomen bronnen. Verder zijn in dat hoofdstuk de relevante cultuurhistorische waarden in het plangebied beschreven. Bij dat laatste is onderscheid gemaakt tussen de statuswaarden 1
Gemeente Houten, 2004 Gemeente Houten, 2007. 3 Bedoeld wordt het erfgoed dat relevant is voor de ruimtelijke ordening, zoals archeologische, historisch-bouwkundige, historische stedenbouwkundige en historischlandschappelijke restanten. 2
CUIJPERS ADVIES PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING B.V.
3
46006-ch-rap-houten-zuid-v2-3
25 september 2013
(cultuurhistorische objecten en structuren die een wettelijke bescherming genieten) en overige waarden. In hoofdstuk 2 is aangegeven wat de uitkomsten van het onderzoek betekenen voor het bestemmingsplan en eventuele andere beleidsvelden.
Afbeelding 1 – Situering plangebied (bron: Google-maps) – het plangebied is omlijnd met een groene lijn (gemeentegrens) en een bruine lijn (midden Amsterdam-Rijnkanaal).
0.4 Werkwijze Sinds 1 januari 2012 is het verplicht om in de toelichting van het bestemmingsplan een paragraaf op te nemen waarin wordt aangegeven welke boven- en ondergrondse cultuurhistorische waarden in het plangebied aanwezig zijn en waarin wordt gemotiveerd hoe daarmee in het bestemmingsplan omgegaan wordt. Deze paragraaf is, geheel overeenkomstig de desbetreffende richtlijnen van de Rijksdienst voor het cultureel erfgoed4, opgesteld door een ter zake kundig persoon, te weten ir. J.J. Cuijpers, erfgoeddeskundige. In genoemde richtlijnen is aangegeven dat het onderzoek een inventarisatie, een waardering en een beschrijving van het perspectief moet omvatten. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van bureauonderzoek en veldonderzoek. Het bureauonderzoek omvatte literatuuronderzoek van openbare en/of gepubliceerde stukken, alsmede archiefonderzoek van de via digitale kanalen toegankelijke bescheiden. Het veldonderzoek omvatte een korte inventarisatie ter plaatse. Het omvatte geen bouwhistorisch onderzoek. Wel werd een nadere analyse van de geregistreerde waarden gemaakt. Op basis van de verworven gegevens werd een gebiedskaart vervaardigd (kladkaart) met daarop aangegeven de aanwezige waarden.
Vervolgens is een globale waardering van de aanwezige waarden gemaakt en is aangegeven welk beleid ten aanzien van de aanwezige cultuurhistorische waarden opgenomen dient te worden in het bestemmingsplan
4
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: Cultuurhistorisch onderzoek in de vormgeving van de ruimtelijke ordening, versie 6 zoals verzonden aan de Tweede Kamer, februari 2013.
CUIJPERS ADVIES PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING B.V.
4
46006-ch-rap-houten-zuid-v2-3
25 september 2013
en welke andere beleidsinstrumenten eventueel ingezet zouden moeten of kunnen worden. De tekst is zodanig opgesteld, dat deze in de toelichting van het bestemmingsplan opgenomen kan worden.
CUIJPERS ADVIES PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING B.V.
5
46006-ch-rap-houten-zuid-v2-3
1.
25 september 2013
DE AANWEZIGE SITUATIE EN CULTUURHISTORISCHE WAARDEN
In dit hoofdstuk worden de aanwezige cultuurhistorische waarden in het plangebied beknopt beschreven. De geschiedenis van het gebied (zie 1.2) is elders uitgebreid beschreven5. Hier wordt volstaan met een zeer korte samenvatting.
1.1 De ondergrond De ondergrond is voor een belangrijk deel bepalend geweest voor de archeologische en cultuurhistorische ontwikkeling van het gebied. Onze voorouders lieten zich bij de keuze van hun woonplek, van landschappelijke eenheden als akkers, weilanden en hooilanden, bepalen door de hoogteligging, vruchtbaarheid en vochtigheid van de grond. Voor Tull en 't Waal is met name de situering van de stroomruggen mede bepalend geweest.
Afbeelding 2 – stroomruggenkaart – Het studiegebied is aangegeven met een blauwe lijn; in het studiegebied zijn diverse fossiele stroomruggen aanwezig. (Bron: Berendsen e.a. 2001): nr. naam afgezet tussen en 22 Stroomrug van Blokhoven ±2600 v. Chr. ±1800 v. Chr. 70 Stroomrug van Honswijk ±1945 v. Chr. ±1050 v. Chr. 72 Stroomrug van Hoon ±2900 v. Chr. ±1730 v. Chr. 173 Stroomrug van Vuylkoop ±3350 v. Chr. ±1795 v. Chr. 183 Stroomrug van Wiersch ±4800 v. Chr. ±3800 v. Chr. 202 Stroomrug van Zouwe ±1700 v. Chr. ±1000 v. Chr. De grijze vlakken zijn crevasse-afzettingen (zie tekst).
5
zie bijvoorbeeld Smits en Wttewaal 1988 en 1991, gemeente Houten/Ledeboer, 2009 en W. Thoomes, 2007, 2008.
CUIJPERS ADVIES PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING B.V.
6
46006-ch-rap-houten-zuid-v2-3
25 september 2013
Stroomruggen zijn hogere afzettingen langs een (tak van een) rivier. De riviertak zelf slibde op den duur vaak grotendeels dicht, waarna de rivier zijn stroom verlegde. Het Nederlands rivierengebied kent zo een heel stelsel van elkaar opvolgende stroomruggen. Een crevasse-afzetting bestaat uit een doorbraak van een rivier die niet heeft doorgezet. Door de doorbraak is een afzetting ontstaan met sediment uit de oeverwal. Crevasse-afzettingen zijn bewaard gebleven doordat ze hoger liggen in het landschap. Doordat de stroomruggen en crevasseafzettingen hoger en droger waren dan de omgeving, vormden ze ideale vestigingsomstandigheden voor mensen in vroeger eeuwen, zeker tot en met de Vroege Middeleeuwen. Ook waren deze gronden droger en beter te bewerken dan de omgeving, zodat ze geschikt waren voor akkerbouw. De oudste akkercomplexen liggen dan ook op de stroomruggen. Ook voor de historische geografie zijn deze omstandigheden dus belangrijk6. Buiten de stroomruggen waren de gronden laag gelegen en vochtig.
Afbeelding 3 - hoogtekaart van het gebied: oranje is relatief hoog, blauw is relatief laag; de stroomruggen uit afbeelding 2 zijn met rode pijlen aangewezen, de crevasseafzettingen met zwarte pijlen (bron hoogtekaart: www.ahn.nl).
1.2 Korte beschrijving van de geschiedenis van het gebied Geschiedenis Tull en 't Waal Zoals in paragraaf 1.1 is aangeduid, ligt Tull en 't Waal op de Vuijlkoopstroomrug aan de noordzijde van de Lek. De ontginning van dit gebied land dateert uit de 10de of 11de eeuw. Kerkelijk en bestuurlijk vormden Tull en 't Waal (en het meer 6
Verwezen wordt naar: Gemeente Houten/Vestigia 2007 en naar Smits en Wttewaal 1988 en 1991
CUIJPERS ADVIES PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING B.V.
7
46006-ch-rap-houten-zuid-v2-3
25 september 2013
oostelijk gelegen Honswijk) toen één geheel met het aan de zuidzijde van de rivier gelegen Hagestein. Daar bezaten de Utrechtse kapittels van de Dom en Oud-Munster een vroonhof7.
Afbeelding 4 – straatbeeld in Tull en 't Waal in 1951. Het geheel ademt een landelijke sfeer. (bron: www.hetutrechtsarchief.nl).
De kern 't Waal (met de kerk) grensde in het westen vanouds aan het gerecht Vreeswijk of De Vaart en oostelijk aan het goed Blasenburg. Tull lag ter weerszijden van de Uitweg (in oude akten "de afwegh bij het Vosje") en grensde aan de wetering Snel, tevens de grens met Honswijk. Ter beslechting van een geschil tussen de Graaf van Culemborg en de Heer van Asperen werd deze grens in 1338 vastgelegd, waarbij Honswijk bij Culemborg en Tull en 't Waal bij Asperen bleven behoren. In de 17de en 18de eeuw schommelde het aantal gezinnen in Tull en 't Waal tussen de 30 en 35, waarvan de overgrote meerderheid in 't Waal woonde. Het waren overwegend boeren en dagloners. Het Rietveld telde zo'n 10 tot 15 gezinnen. Het aantal personen varieerde tussen de 150 en 230. Hoewel het dus maar een kleine gemeenschap was zijn er een naar verhouding groot aantal ambachtslieden werkzaam: kleermaker, schoenmaker, smid, tapper en de schipper die met zijn beurtschip op de Utrechtse markten voer. En er is de veerman, die het Oudslijkerveer tussen 't Waal en Hagestein bedient. De meerderheid van de bevolking - en met name de grote boeren - bleef roomskatholiek en kerkte in Schalkwijk. Geschiedenis Schalkwijk Na de bedijking van de Lek en de afdamming van de Kromme Rijn in 1122 bij Wijk bij Duurstede was de weg vrij om de moerasachtige wildernis in de laaggelegen gebieden te gaan ontginnen.
De redenen daarvoor waren de behoefte aan agrarische grond door de bevolkingstoename en het genereren van meer inkomsten voor de Utrechtse bisschop. De bisschop was als landsheer eigenaar van de meeste wildernis. Al snel na de afdamming werd begonnen met 7
Een vroonhof of vroonhoeve was in de Middeleeuwen de hoeve van een landsheer, van waaruit de omringende landbouwgronden werden geëxploiteerd (deels met horige boeren volgens het systeem van het hofstelsel).
CUIJPERS ADVIES PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING B.V.
8
46006-ch-rap-houten-zuid-v2-3
25 september 2013
de werkzaamheden, die door de bisschop aan verschillende partijen werden uitbesteed via zogenaamde copecontracten. De nederzetting Schalkwijk ontstond centraal in de lintbebouwing aan de kop van de ontginningskavels aan weerskanten van de Schalkwijkerwetering. De naam Schalkwijk is afgeleid van woonplaats (wijk) en dienaar (schalk). Bekend is dat de burggraaf van Utrecht, een zekere Arnold, als contractant betrokken was bij de ontginningen. De burggraaf was een dienaar van de bisschop en verantwoordelijk voor de militaire organisatie van de stad Utrecht. Zijn nazaten gingen zich Van Schalkwijk noemen. Zij bewoonden het kasteel Schalkwijk en waren heer van het gebied.
Afbeelding 5 - Schalkwijk - tekening door Louis Philip Semunier uit ca. 1730 naar een onbekend voorbeeld uit 1651. Het kerkgebouw is grotendeels gefantaseerd (bron: Het Utrechts Archief).
De kerkstichting vond al vrij snel na de ontginning plaats. Bij de kerk ontstond een brink die niet op een kruispunt van wegen lag, maar gewoon onderdeel vormde van de lintbebouwing. De lintbebouwing is zeer langgerekt en in de negentiende eeuw volgde verdichting zonder dat het open karakter verloren ging. Een ingrijpende infrastructurele ingreep was de doorsnijding van het bebouwingslint bij de oude kerk door de spoorlijn Houten-Culemborg in 1866. Op de groei had deze aanleg geen effect, Schalkwijk bleef zich in hetzelfde langzame tempo ontwikkelen. Nieuwe gebouwen die de dorpssilhouet gingen domineren door hun monumentale grootte waren de katholieke Heilige Michaelskerk en het Canisiusgesticht uit 1879. In de jaren veertig van de twintigste eeuw werden plannen gemaakt om een echte kern te ontwikkelen. Dit is slechts deels gerealiseerd door nieuwbouw aan de Wickenburghselaan en ten westen daarvan. Bestuur Onder leiding van de heer van Culemborg werd in 1451 het schepenrecht ingevoerd. Schalkwijk is daarmee het eerste gerecht binnen het Sticht dat van burenrecht overstapte op schepenrecht. In Schalkwijk wisselden de heerlijke rechten na verkoop in 1633 door de heren van Culemborg vele malen van eigendom. Tot de Franse Tijd bepaalden de ambachtsheren of –vrouwen de
CUIJPERS ADVIES PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING B.V.
9
46006-ch-rap-houten-zuid-v2-3
25 september 2013
benoemingen van schout en schepenen. Van 1811 tot 1962 was Schalkwijk een zelfstandige gemeente. In 1962 verloren Schalkwijk en Tull en 't Waal hun zelfstandigheid en gingen op in de gemeente Houten.
Gemeente Houten
Gemeente Schalkwijk
(Houten) Gemeente Tull en 't Waal
Afbeelding 6 - Vroegere gemeentegrenzen (tot 1962) - rood zijn de huidige gemeentegrenzen, groen de voormalige gemeentegrenzen. Ontginningsgeschiedenis Voor de ontginning van het enorme gebied tussen Houten en ’t Goy in het noorden en de reeds ontgonnen strook achter de Lekdijk van Honswijk/Tull en ’t Waal in het zuiden, werden drie gegraven afwateringen benut. De Houtense/Goyerwetering ligt in het noorden en moest het grondwater van de hogere delen afvoeren. De Schalkwijksche wetering werd in 1135 gegraven en kwam uit op de Vaartse Rijn die in 1127 was gegraven om Utrecht met de Lek te verbinden, nadat de Kromme Rijn als verbinding was geblokkeerd. De Schalkwijksche Wetering fungeerde als basis van de ontginningen. Van hieruit werd het gebied in strookvormige percelen ontgonnen. De achtergrenzen van de nieuwe ontginningen waren de Goyerwetering en de Houtense Wetering in het noorden en de Waalsche en Honswijksche Wetering (Achterdijk) in het zuiden. Het ontginningsproces verliep in fasen. Het middenstuk met de blokken Bieshaar en Tetwijk werd als eerste ontgonnen en is de plek waar het dorp Schalkwijk is ontstaan. Daarna volgden Vuylcop vanuit de Houtense Wetering en het Waalsche Veld vanuit de Waalsche Wetering. Nadien werden de oostelijke (Goyerveld, Tuurlaak, Kanenbroek en Blokhoven) en westelijke gebieden (Waalseveld of Rietveld en Vuilkop) ontgonnen8.
8
Blijdenstijn, 2007, pag. 221.
CUIJPERS ADVIES PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING B.V.
10
46006-ch-rap-houten-zuid-v2-3
25 september 2013
Afbeelding 7 – Hoog- en Laatmiddeleeuwse ontginningen in het studiegebied (bron: Blijdestijn, 2007). De kerk van 't Waal en de kapel van Tull staan aangeduid als "niet meer bestaand".
Door de hiervoor beschreven wijze van ontginnen zijn er in het gebied drie landschapstypen ontstaan die ieder hun eigen (historische) karakteristiek hebben: a. het uiterwaardenlandschap Door de aanleg van de Lekdijk omstreeks 1100 is een deel van het gebied buitendijks komen te liggen. Doordat de rivier hier vrij spel bleef houden, werd het gebied regelmatig overstroomd. Daardoor werden telkens laagjes slib afgezet, waardoor het maaiveld er in de loop der eeuwen steeds hoger kwam te liggen. Op de hoogtekaart (afbeelding 3) is bijvoorbeeld goed te zien dat het buitendijkse gebied aanzienlijk hoger ligt dan het aangrenzende binnendijkse gebied. De uiterwaarden werden voornamelijk gebruikt voor het weiden van vee. Akkerbouw was, door de kans op overstromingen, riskant en werd dan ook weinig uitgeoefend. In het uiterwaardenlandschap zijn typische landschapselementen zoals rivierstrangen (restgeulen van oude (zij)armen van de rivier) en veerdammen herkenbaar. Het landschap is open en vanaf de dijk goed te overzien. b. het oeverwallandschap Het oeverwallandschap wordt scherp begrensd door de rivierdijk aan de zuidzijde en de grenzen van het veenontginningenlandschap aan de andere zijde. Het is een strook met het oudste cultuurlandschap in het gebied. Deze strook was al in cultuur voordat de rivierdijken werden aangelegd en voordat de venen waren ontgonnen.
Van ouds is het gebied vooral in gebruik voor akkerbouw. Hier liggen (restanten van) de oude nederzettingen Tull, 't Waal en Honswijk. Het landschap wordt gekenmerkt door opgaande begroeiing, afgewisseld met bebouwing en open stukken.
CUIJPERS ADVIES PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING B.V.
11
46006-ch-rap-houten-zuid-v2-3
25 september 2013
c. de veenontginningen De veenontginningen zijn ontstaan zoals hiervoor beschreven. Oorspronkelijk werd het gebied voornamelijk voor de akkerbouw gebruikt, maar door de inklinking van het veen kwam het gebied steeds lager te liggen en werd overschakeling naar veeteelt noodzakelijk.
Afbeelding 8 – De historische landschapstypen in het gebied (bron ondergrond: Googlemaps) – blauw is het uiterwaardenlandschap, geel het oeverwallandschap en groen het veenontginningslandschap.
Nederzettingstypen De nederzettingen in het gebied zijn eigenlijk allemaal te identificeren als lintbebouwing: vrijwel alle bebouwing is gelegen aan één vestigingsas. Bij de ene nederzetting wordt die vestigingsas gevormd door een wetering met aan weerszijden een ontsluitingsweg (Schalkwijk), bij de andere door een wetering met aan één zijde een ontsluitingsweg ('t Waal) en bij weer een andere bestaat de nederzetting uit enigszins verspreide bebouwing aan de voet van de dijk (Honswijk). Afbeelding 9 - Schalkwijk in 1832 (bron: gedigitaliseerd kadastraal minuutplan, ingekleurd naar grondgebruik volgens Oospronkelijke Aanwijzende Tafel, www.hisgis.nl). Duidelijk is te zien dat het dorpscentrum in de oorspronkelijke verkaveling is uitgespaard. De kerk heeft men bewust iets naar achteren gezet, zodat een pleinachtige voorruimte ontstond: de Brink. De kerk is op middeleeuwse wijze oostwest geplaatst. Daardoor heeft de Brink een wat merkwaardige, onregelmatige vorm gekregen.
CUIJPERS ADVIES PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING B.V.
12
46006-ch-rap-houten-zuid-v2-3
25 september 2013
Ook komen er enkele solitaire boerderijen voor die op enige afstand van de weg aan het einde van een insteekweggetje liggen. Maar dit type komt veel minder vaak voor dan bijvoorbeeld in 't Goy. Typisch is de situatie van de Brink in Schalkwijk. Schalkwijk is duidelijk gesticht als veenontginnings-nederzetting met boerderijen op de kavels. Op één plek heeft men ongeveer tezelfdertijd de kerk gebouwd, maar die heeft men bewust op enige afstand van de ontginningsas geplaatst, zodat er een centrale dorpsruimte (De Brink) ontstond.
Afbeelding 10 Schalkwijk in 1731 - tekening door L.P. Serrurier (bron: Het Utrechts archief) - Te zien is de Brink met op de voorgrond een boogbrugje (dat in 1849 werd vervangen door het huidige bruggetje), de opgaande bomen van de Brink en de kerk op de achtergrond. De stedenbouwkundige hoofdopzet van de Brink is vrijwel onveranderd bewaard gebleven.
Afbeelding 11 - De Brink in Schalkwijk in 1915 à 1920 (bron: Het Utrechts Archief).
CUIJPERS ADVIES PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING B.V.
13
46006-ch-rap-houten-zuid-v2-3
25 september 2013
Kastelen en omgrachte plaatsen Vanaf 1250 is er sprake van een kasteel in Schalkwijk. Dit kasteel stond mogelijk noordelijker9 dan het kasteel Schalkwijk waarvan de restanten nog aanwezig zijn. Het eerste kasteel is waarschijnlijk tijdens de Vlaams-Hollandse oorlog van 1304 afgebroken.
Afbeelding 12 - Kasteel Schalkwijk in welstand, afbeelding 1660-1670, N.N. (bron: het Utrechts Archief) - het kasteel is aan het eind van de achttiende eeuw afgebroken. De grachten zijn thans weer zichtbaar.
Afbeelding 13 – de locatie van het kasteel Schalkwijk thans (bron: Google Earth) 9
Deze voorloper van het latere Kasteel Schalkwijk stond enkele honderden meters ten noorden van de ijsbaan, aan het begin van de Tetwijkseweg. (bron: www.oudhouten.nl)
CUIJPERS ADVIES PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING B.V.
14
46006-ch-rap-houten-zuid-v2-3
25 september 2013
De plek van het tweede kasteel ligt langs de spoorlijn en is herkenbaar gemaakt door het uitgraven van de slotgracht. Het kasteel werd erkend als ridderhofstad. Adriaan Ram kocht het goed in 1633 en enkele jaren later de ambachtsheerlijkheid van de heren van Culemborg. Als devoot katholiek stelde Ram zijn slotkapel beschikbaar als schuilkerk. De Staten van Utrecht kwamen hier achter; ze lieten Ram in 1651 arresteren en sloopten de toren waarin de schuilkerk was ondergebracht. In de achttiende eeuw verviel het kasteel en aan het einde van die eeuw is het gesloopt. Een ander kasteel in Schalkwijk lag bij Honswijk aan de Achterdijk (nummer 7). Hier stond kasteel Blokhoven. Restanten van het verdwenen bouwwerk zouden nog in het muurwerk van boerderij Blokhoven bewaard zijn gebleven. Ten noorden van Schalkwijk heeft in de ontginning Bieshaar kasteel Markenburg gestaan, dat reeds in 1355 werd afgebroken. Afbeelding 14 De woontoren met bijgebouwen van Vuylcop in 1732 (pentekening door L.P. Serrurier (bron: Het Utrechts Archief). De aanbouwen aan de woontoren zijn thans verdwenen, maar de woontoren zelf bestaat nog steeds (zie afbeelding 15).
In de ontginning Waalse veld of Rietveld aan het Neereind staat nog de ridderhofstad Vuylcoop. Vuylcoop is rond 1300 gebouwd als woontoren, groeide uit tot een buitenplaats in de zeventiende eeuw, maar werd rond 1800 weer ontdaan van zijn toevoegingen. De boerderij van de ridderhofstad staat nog wel bij de woontoren. Deze bestond al zeker in 1626 en is nagenoeg onveranderd gebleven. Afbeelding 15 - de woontoren van Vuylcop thans.
CUIJPERS ADVIES PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING B.V.
15
46006-ch-rap-houten-zuid-v2-3
25 september 2013
boerderijen Een groot deel van de historisch waardevolle bebouwing in het plangebied bestaat uit boerderijen. Oude boerderijen hebben als relict in het landschap een duidelijke historisch informatieve waarde. Als functioneel bedrijfsgebouw, dikwijls met woon- en bedrijfsfuncties in aanleg onder één dak, geven zij informatie over de agrarische bedrijfsvoering en inrichting in vroeger tijden. Ook laten oude boerderijen zien hoe de dorpstimmerman in samenspraak met zijn opdrachtgever materiaal uit de omgeving benutte bij de bouw. De aard van de landbouw, de beschikbare materialen en de sociale en economische ontwikkelingen op het platteland hebben een verscheidenheid van boerderijvormen doen ontstaan. Van streek tot streek zijn verschillende tradities ontstaan in het bouwen en inrichten van boerderijen. De provincie Utrecht en dus ook het plangebied van de omgeving van Schalkwijk valt binnen de Hallehuisgroep. Afbeelding 16: Jhr. Ramweg 7-8 Boerderijvorm: langhuis: woon- en bedrijfsgedeelte onder één doorlopend dak
Afbeelding 17: Lekdijk 66 Boerderijvorm: krukhuis: aan het woongedeelte is aan één zijde een aanbouw gemaakt, waardoor het geheel een Lvormige plattegrond gekregen heeft.
Afbeelding 18: Lagedijk 32 Boerderijvorm: T-huis: hierbij zijn er aan beide zijden van het woongedeelte uitbouwen gemaakt, waardoor het geheel een de vorm van een omgekeerde T heeft gekregen.
CUIJPERS ADVIES PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING B.V.
16
46006-ch-rap-houten-zuid-v2-3
25 september 2013
In de driebeukige ruimte is de middenbeuk veelal als deel in gebruik, de middendeel of middenlangdeel. De zolder kan dienst doen als hooiopslag voor het vee dat op 'Hollandse' wijze (met de koppen naar de deel) in de zijbeuken staat aangebonden. De oudste boerderijen in het gebied dateren uit de 17e eeuw. De Hallehuisgroep is weer in verschillende typen onder te verdelen. In het plangebied zien we de langhuisboerderij, waar woonhuis en stal onder een doorlopend dak liggen en twee varianten hierop. Het hier vrij zeldzame krukhuistype ontstond door een uitbouw aan een zijde van de boerderij voor de kaasbereiding. De T- of dwarshuisboerderij komt ook voor in het gebied. Dit type boerderij heeft een breed onderkelderd woonhuis onder een eigen dak dwars op het stalgedeelte. Vanwege de landbouwcrisis is vanaf 1877 een toename van de kaasbereiding te zien en schakelden de boeren van akkerbouw over op fruitteelt in combinatie met veeteelt. Met de veranderingen in de landbouw verschenen er op de erven ook nieuwe bedrijfsgebouwen als fruit- en veeschuren. Karakteristiek zijn de schuren met aangebouwd varkenshok. De Nieuwe Hollandse Waterlinie De Nieuwe Hollandse Waterlinie was een van de belangrijkste verdedigingslinies van ons land. De linie deed dienst van 1815 tot ongeveer 1940. Water werd daarbij ingezet als verdedigingswapen.
Afbeelding 19 - Het deel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie binnen het studiegebied wordt aangeduid als de Stelling bij Honswijk. Anonieme inundatiekaart omstreeks 1900 (bron: Bekius, 1999).
CUIJPERS ADVIES PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING B.V.
17
46006-ch-rap-houten-zuid-v2-3
25 september 2013
Als de vijand eraan kwam, konden stroken land tussen Muiden en de Biesbosch onder water gezet worden. Het land werd daardoor moeilijk begaanbaar voor de vijand. Door hoogteverschillen in het landschap, bijvoorbeeld bij rivieren en dijken, bleven sommige gronden droog en dus begaanbaar door de vijand. Deze kwetsbare delen van de Waterlinie werden onder schot gehouden vanuit forten. De Waterlinie heeft haar waarde als verdedigingslinie nooit echt kunnen bewijzen, maar is wel drie keer (deels) in staat van verdediging gebracht. In 1870 toen de Frans-Duitse oorlog dreigde uit te draaien op een Europese oorlog, tijdens de Eerste Wereldoorlog en de laatste keer in 1939 toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. In 1940 konden de Duitsers echter gemakkelijk over de Linie heen vliegen en bleek dat de verdedigingswaarde ervan verleden tijd was. De Nieuwe Hollandse Waterlinie is een ingenieus samenstel van allerlei verdedigingswerken, zoals de inundatievelden (de gebieden die onder water werden gezet), forten, sluizen, kanalen, bunkers, schuilplaatsen, kazematten etc. De Linie is niet in één keer aangelegd, maar men heeft er vanaf 1815 vrijwel constant aan gebouwd, telkens proberend de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van de oorlogvoering vóór te blijven. In het studiegebied ligt een van de mooiste stukjes van de waterlinie10, nog nauwelijks aangetast door bebouwing, infrastructuur etc.
De Nieuwe Hollandse Waterlinie is als geheel een beschermd rijksmonument (voorbescherming) en is genomineerd om opgenomen te worden op de UNESCO-werelderfgoedlijst.
1.3
Aanwezige cultuurhistorische waarden
De aanwezige cultuurhistorische waarden in het plangebied worden onderscheiden in archeologische, historisch-bouwkundige en historischgeografische waarden. Verder behoort het noordelijk deel van het plangebied tot een gebied, waar meerdere waarden aanwezig zijn, die elkaar versterken (ensemblewaarden).
1.3.1
Archeologie
Archeologisch beleid De Archeologische Beleidskaart11, maakt een nadere onderverdeling in een aantal categorieën archeologisch waardevolle gebieden. In het paraplubestemmingsplan Archeologie zijn aan deze verschillende categorieën gebieden, aangepaste regels verbonden. De volgende 5 categorieën worden onderscheiden en komen ook alle vijf voor in het studiegebied: 1. Wettelijk beschermd archeologisch monument (rood met zwarte arcering op afbeelding 20). Van deze categorie zijn er acht gebieden aanwezig binnen het plangebied; de locatie van het kasteel Schalkwijk bestaat uit drie monumentnummers. 2. Gebied of terrein van archeologische waarde (rood op afbeelding 20). In eerdere onderzoeken is reeds aangetoond dat in deze zones hoge concentraties archeologische resten voorkomen, die als behoudenswaardig gekarakteriseerd kunnen worden.
10
zie Bekius, 1999
11
Gemeente Houten/Vestigia, 2007.
CUIJPERS ADVIES PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING B.V.
18
46006-ch-rap-houten-zuid-v2-3
25 september 2013
Afbeelding 20 - Verkleinde weergave van de Archeologiekaart – rood met zwarte arcering zijn de wettelijk beschermde archeologische monumenten (moeilijk te lezen op deze schaal - verwezen wordt naar de oorspronkelijke weergave); rood zijn de gebieden met archeologische waarde, donkeroranje zijn de terreinen met hoge archeologische verwachtingswaarde, geel de terreinen met een matige archeologische verwachtingswaarde; de witte gebieden hebben geen archeologische verwachtingswaarde (bron: Vestigia, 2008).
3. Gebied met een hoge archeologische verwachting (oranje op afbeelding 20). In deze gebieden geldt op basis van geologische en bodemkundige opbouw en aangetroffen archeologische vondsten en relicten een hoge archeologische verwachting. 4. Gebied met een gematigde archeologische verwachting (geel op afbeelding 20). Gezien de aard van de ondergrond (dieper gelegen stroomruggen) is er een gematigde kans op het aantreffen van archeologische restanten. Deze categorie komt door het gehele gebied voor.
CUIJPERS ADVIES PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING B.V.
19
46006-ch-rap-houten-zuid-v2-3
25 september 2013
5. Gebied of terrein zonder archeologische verwachting of gedeselecteerde gebieden (wit op afbeelding 20). Het gaat hierbij om gebieden waar om archeologische en landschappelijke redenen de kans op behoudenswaardige archeologische relicten uiterst klein wordt geacht. Hieronder vallen tevens de gebieden waar het bodemprofiel als gevolg van saneringen, ontgrondingen, onderkelderingen en zware funderingen zodanig verstoord is, dat eventuele archeologische resten als verloren beschouwd mogen worden, of in ieder geval zodanig zijn aangetast dat zij niet meer voor onderzoek of bescherming in aanmerking komen.
1.3.2 Historische bebouwing Beschermde monumenten: rijksmonumenten In het gebied komen diverse gebouwen en objecten voor die als rijksmonument beschermd zijn krachtens de Monumentenwet 1988. In het bestemmingsplan hoeven geen beschermende maatregelen voor deze objecten opgenomen te worden. Deze gebouwen vallen reeds onder de bescherming van de Monumentenwet 1988 en dubbele regelgeving moet worden voorkomen.
Beschermde monumenten: gemeentelijke monumenten Binnen het plangebied zijn diverse gebouwde gemeentelijke monumenten aanwezig of terreinen waarop zich monumentale objecten bevinden. Deze zijn beschermd krachtens de geldende regelgeving. Op grond van artikel 2.2 lid 1 sub b Wabo is voor het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een gemeentelijk monument een omgevingsvergunning nodig. Dit geldt ook voor het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een gemeentelijk monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. In het bestemmingsplan hoeven ook voor deze bouwwerken geen beschermende maatregelen te worden opgenomen, omdat ze al wettelijk beschermd worden. Dubbele regelgeving moet worden voorkomen.
Overige karakteristieke bebouwing Behalve de beschermde rijks- en gemeentelijke monumenten, zijn er panden die vanwege hun aard, uitstraling, historische betekenis, ligging in het landschap of anderszins karakteristiek genoemd kunnen worden. Deze karakteristiek is ruimtelijk relevant, omdat deze de ruimtelijke karakteristiek van de omgeving (mede) bepaalt. Daarom dient bij het opstellen van een bestemmingsplan een afweging te worden gemaakt waarin de ruimtelijke karakteristiek tegen de andere ruimtelijke belangen wordt afgewogen. Tijdens het Monumenten Inventarisatie Project (MIP) eind jaren 80 is de aanwezige historische bebouwing in de gemeente geïnventariseerd. De uitkomsten van dit onderzoek zijn gepubliceerd. De provincie Utrecht heeft in 2001 een kartering van alle cultuurhistorische waarden verricht. Daarbij zijn ook (nog) niet beschermde panden aangeduid. De objecten die in die beschrijvingen zijn opgenomen en niet in de gemeentelijke of rijksmonumentenijst, worden aangegeven als MIP-pand. Het is wenselijk dat in het bestemmingsplan beschermende bepalingen worden opgenomen ten aanzien van de karakteristiek van deze panden. Let wel: dit is geen verkapte monumentenlijst. Er worden uitsluitend ruimtelijk relevante waarden beschermd.
CUIJPERS ADVIES PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING B.V.
20
46006-ch-rap-houten-zuid-v2-3
Tabel 1 - karakteristieke bebouwing, geen monumenten zijnde nr adres type/functie 1 Achterdijk 7 agrarisch 2 Brink 5 woonhuis 3 Brink 12 woonhuis 4 Jhr. Ramweg 10 agrarisch 5 Jhr. Ramweg 18 kerk 6 Jhr. Ramweg 24 woonhuis 7 Jhr. Ramweg 28 woonhuis 8 Jhr. Ramweg 36 agrarisch 9 Jhr. Ramweg 43/43a woonhuis 10 Kaaidijk 7 agrarisch 11 Kaaidijk 3 agrarisch 12 Kaaidijk 1 agrarisch 13 Lagedijk 22 woonhuis 14 Lagedijk 23-24 woonhuis 15 Lagedijk 25 woonhuis 16 Lagedijk 31 bij brug 17 Lange Uitweg 100 agrarisch 18 Lange Uitweg 57 agrarisch 19 Lange Uitweg 21 woonhuis 20 Lekdijk 28 agrarisch 21 Lekdijk 46a agrarisch 22 Lekdijk 89 agrarisch 23 Neereind 13 woonhuis 24 Overeind 1 woonhuis 25 Overeind 11 woonhuis 26 Overeind 17 woonhuis 27 Overeind 27 woonhuis 28 Overeind 46 agrarisch 29 Overeind t.o. 47 brug 30 Overeind 59-60 agrarisch 31 Overeind 88-89 agrarisch 32 Overeind 94 woonhuis 33 Pothuizerweg 11 agrarisch 34 Pothuizerweg 23 agrarisch 35 Pothuizerweg 27 agrarisch 36 Provincialeweg 12 agrarisch 37 Provincialeweg 29 agrarisch 38 Provincialeweg 34 woonhuis 39 Provincialeweg 40-41 agrarisch 40 Provincialeweg 52 woonhuis 41 Provincialeweg 54-55 woonhuis 42 Provincialeweg ong.
brug met hekwerk 43 Strijpweg 10 woonhuis 44 Waalseweg 18 2 houten schuren 45 Waalseweg 49 agrarisch 46 Waalseweg 48 agrarisch 47 Waalseweg 59 woonhuis 48 Waalseweg 66-68 woonhuis 49 Waalseweg 77 woonhuis 50 Waalseweg 74 agrarisch 51 Waalseweg 76 agrarisch 52 Waalseweg 90 agrarisch 53 Zuwedijk 2-4 agrarisch
25 september 2013
bouwjaar 1400 1895 1800 1875 1878 1928 1875 1800 1905 1850 1800 1915 1875 1916 1927 1865 1700 1883 1900 1881 1800 1800 1947 1875 1905 1912 1921 1875 1900 1800 1875 1675 1899 1916 1800 1700 1800 1915 1800 1875 1922 1875 1930 1875 1800 1900 1900 1900 1850 1849 1800 1850
CUIJPERS ADVIES PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING B.V.
21
46006-ch-rap-houten-zuid-v2-3
1.3.3
25 september 2013
historisch-geografische waarden
Historisch geografische waarden omvatten de waarden die herkenbaar zijn in het historisch landschap of de historische nederzettingen die de ontstaansgeschiedenis van (delen van) het landschap of de historische nederzettingen markeren. strangen, natuurlijke waterlopen, restgeulen, gegraven waterlopen In de uiterwaarden zijn nog enkele rivierstrangen herkenbaar. Dat zijn vroegere (zij)armen van de rivier die hun functie verloren hebben en nu nog als een smalle waterloop overgebleven zijn. Vóór de aanleg van de dijken vond de afwatering in het gebied op natuurlijke wijze plaats. Het regenwater verzamelde zich op het laagste punt in het landschap en stroomde naar de hoofdafwatering, de rivier. Na de aanleg van de dijken moest het water kunstmatig afgevoerd worden. Daartoe werden waterlopen gegraven die het water naar de sluis voerde en vandaar naar de rivier (als de stand van het rivierwater van dat moment dit toeliet). Veelal werden de bestaande natuurlijke afwateringen ook weer gebruikt bij de nieuwe afwatering. Vaak werden deze waterlopen ook vergraven, recht getrokken of breder gemaakt. Tenslotte werden er ook nieuwe waterlopen gegraven. Deze zijn veelal herkenbaar aan hun rechte tracé. Door alle vergravingen van de natuurlijke waterlopen is het verschil tussen natuurlijke en gegraven waterlopen niet altijd direct herkenbaar.
Beloop, profiel en eventuele begeleidende beplanting (laanbeplanting) van deze waterloop hebben cultuurhistorische waarde.
Afbeelding 21 – De Waalse Wetering in de kern 't Waal - deze middeleeuwse gegraven waterloop ontwikkelde zich met de naastgelegen weg, tot de ontwikkelingsas van 't Waal.
CUIJPERS ADVIES PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING B.V.
22
46006-ch-rap-houten-zuid-v2-3
25 september 2013
Lekdijk Het gebied is door bedijking vanaf 1100 na Chr. op grote schaal geschikt gemaakt voor bewoning. De bedijking van de Lek betekende niet dat het gebied achter de dijk nooit meer overstroomde. De naam ’t Waal is waarschijnlijk afkomstig van ‘waal' of 'wiel', wat doorbraakgat of doorbraakkolk betekent. Volgens de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Utrecht heeft de Lekdijk een zeer hoge cultuurhistorische waarde.
Afbeelding 22 - de Lekdijk - deze dijk ligt op het middeleeuws tracé van de doorgaande waterkering langs de Lek. Deze waterkering had vanouds een nationale betekenis, omdat bij een eventuele dijkdoorbraak het gehele gebied tot aan Haarlem onder kon lopen.
Beloop en profiel van de dijk en de vrije ligging in het landschap, hebben cultuurhistorische waarde, die in het bestemmingsplan beschermd zou moeten worden. Wielen Een wiel is een doorbraakkolk die ontstaat bij een dijkdoorbraak. Vaak stort het water zich met zoveel kracht op het naastgelegen lager liggende land, dat er een rond diep gat wordt uitgeschuurd. Als de dijk gedicht is, blijft dat gat, gevuld met water, achter. Zo'n plas wordt "wiel" of "waal" genoemd. Vlakbij 't Waal zijn twee plassen gelegen die op de geomorfogenetische kaart van de provincie Utrecht zijn aangegeven als wielen. Uit bronnen is bekend dat de dijk bij ’t Waal in 1482 is doorgestoken en in 1624 is doorgebroken. De genoemde wielen zijn mogelijk bij deze dijkdoorbraken ontstaan en hebben grote cultuurhistorische en landschappelijke waarde. Daarom zijn ze beschermenswaardig.
CUIJPERS ADVIES PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING B.V.
23
46006-ch-rap-houten-zuid-v2-3
25 september 2013
Afbeelding 23 Het dichten van de dijkdoorbraak bij 't Waal in 1664. Schilderij door Jan Boit, vermoedelijk naar een ets van Van de Velde (bron: Blijdenstijn, 2007).
oude wegen De wegenstructuur in het plangebied moet al erg oud zijn. Delen (met name bij Tull en 't Waal) zullen al sinds de hoge middeleeuwen in gebruik geweest zijn. In ieder geval is het huidige wegenpatroon op oude kaarten herkenbaar. De historische wegen zijn op hoofdlijnen geïdentificeerd in de MIP-rapportage12 en de cultuurhistorische inventarisatie door de provincie13. Een nadere inventarisatie is nu gedaan op basis van kaartvergelijking met de topografische kaart 185014. Beloop, profiel en eventuele begeleidende beplanting (laanbeplanting) van de betreffende wegen hebben cultuurhistorische waarde, die in het bestemmingsplan beschermd moet worden. Binnen het plangebied ligt een deel van een vroegere landbouwweg, "Trip" geheten, die aan de overkant van het Amsterdam-Rijnkanaal doorloopt, oorspronkelijk tot Houten toe. Dit oude landbouwweggetje is een voormalige provinciale weg. Het is in 1630 aangelegd als voetpad/wandelpad. Daarna werd het verbreed tot provinciale weg naar Houten. Door de aanleg van het kanaal in de jaren 30 werd dit deel afgesneden. Thans is het weer een smalle landbouwweg. Blokken, strokenverkaveling, akkers Een van de meest kenmerkende aspecten van het gebied is de typische strokenverkaveling. Zowel in de oeverwallenstrook als in het veenontginningslandschap komen deze voor.
De kavels in het oeverwallengebied lopen plaatselijk een beetje krom, hetgeen te maken heeft met de eerste keerploegen, die geen verstelbaar rister hadden en door ossen getrokken moesten worden. De lichte kromming was gemakkelijker bij het keren van de ploeg. Ook werden de akkers door het gebruik van deze ploeg bol geploegd. Die bolling is in het terrein nog steeds herkenbaar. In het veengebied is de ontginning en verkaveling die in de hoge middeleeuwen plaatsvond, nog steeds herkenbaar. De ontginning vond plaats vanaf de 12 13 14
Smits en Wttewaal 1988 en 1991 Provincie Utrecht, 2001 Wolters-Noordhof Atlasproducties, 1990/1839-1859
CUIJPERS ADVIES PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING B.V.
24
46006-ch-rap-houten-zuid-v2-3
25 september 2013
Schalkwijkse Wetering en de parallel daaraan aangelegde wegen. Langs de wegen werden op vaste afstanden grenzen uitgezet ("geslagen"). Op de grenzen werden perceelssloten gegraven en aan de voorkant werd de boerderij gebouwd. Vervolgens werd er naar achteren verder ontgonnen totdat men aan de achtergrens (die in het cope-contract was vastgelegd) bereikte.
zijgrens ontginningsblok bepaalde de richting van de verkaveling zijsloten van de kavels op vaste afstanden restanten bolle akkertjes hoofdas = Schalkwijkse Wetering
boerderijen parallel aan de zijsloten (dus schuin op de hoofdas)
Afbeelding 24- schema verkaveling en inrichting van de veenontginningen
Afbeelding 25 – Hoogtekaart van de omgeving van Schalkwijk (blauw is laag, oranje is hoog). De bolle akkertjes in de omgeving van het plangebied zijn goed herkenbaar, ook daar waar de sloten inmiddels gedempt zijn (bron: Algemeen Hoogtebestand Nederland).
CUIJPERS ADVIES PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING B.V.
25
46006-ch-rap-houten-zuid-v2-3
25 september 2013
Aanvankelijk werden de gronden vooral voor akkerbouw gebruikt. Daartoe werden er smalle akkertjes naast elkaar op de kavel aangelegd. Doordat men met een vast rister ploegde, werden die akkertjes bol geploegd. In het terrein zijn deze bolle akkertjes nog steeds goed zichtbaar. Later werd het gebied door inklinking steeds vochtiger en werd de grond steeds minder geschikt voor akkerbouw. Men schakelde over op veeteelt. De bolling van de vroegere akkers werd niet weggehaald, omdat die ook zorgde voor een goede detailontwatering. Daardoor zijn er thans nog smalle bolle percelen in het gebied herkenbaar. die dus hun oorsprong in de middeleeuwen hebben. Beloop, profiel en eventuele begeleidende beplanting van de waterlopen die de verkaveling bepalen, hebben cultuurhistorische waarde, evenals de restanten van de bolle percelen die nog in het terrein herkenbaar zijn.
Afbeelding 26 - historische kavelsloot in het plangebied.
Huisterpen In het gebied komen veel huisterpen voor. Huisterpen zijn kunstmatige ophogingen voor één huis of boerderij. Meestal zijn de betreffende huizen of boerderijen nog aanwezig, maar op meerdere plaatsen zijn ze verdwenen. Huisterpen hebben niet alleen archeologische waarde, maar ook historischlandschappelijke waarde. De ophogingen in het landschap markeren de ouderdom van de vroegere woonplekken die daardoor direct afleesbaar en herkenbaar zijn. Daarom zijn de huisterpen ook op de cultuurhistoriekaart aangegeven. De plaatsen van de huisterpen zijn afgeleid van de provinciale cultuurhistoriekaart15. Daarop staat ook aan de noordzijde van de Schalkwijkse Wetering in het blok Vuylcop een reeks huisterpen aangegeven (zie navolgende afbeelding). Aan de hand van vondsten en de aanwezige huisterpen is het aannemelijk dat hier oospronkelijk boerderijen aan de Schalkwijksewetering stonden. Waarschijnlijk vanwege de lage ligging van het terrein heeft men er al vroeg voor gekozen de
15
Provincie Utrecht, 2001
CUIJPERS ADVIES PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING B.V.
26
46006-ch-rap-houten-zuid-v2-3
25 september 2013
boerderijen te verplaatsen naar de kant van de Houtensewetering. Dit is dan al in de 13e of 14e eeuw gebeurd16. Afbeelding 27 - de laag "archeologie" van de provinciale cultuurhistoriekaart laat aan de noordoostzijde van het studiegebied een reeks huisterpen zien.
historisch bebouwingslint Hiervoor is al uiteen gezet dat het centrale deel van het studiegebied is ontgonnen vanaf de Schalkwijkse Wetering. Daar werden ook de boerderijen gevestigd van waaruit het gebied werd geëxploiteerd. Ook de kern 't Waal is grotendeels te identificeren als bebouwingslint langs de Waalse Wetering. Aan weerszijden van deze weteringen en de daarlangs lopen weg, ontwikkelde zich in de loop der eeuwen een vrij extensief, open bebouwingslint van boerderijen.
Afbeelding 28 - historisch bebouwingslint aan weerszijden van de Waalse Wetering en de Waalseweg.
16
medeling dhr. O. Wttewaal, mail van 17 juni 2013.
CUIJPERS ADVIES PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING B.V.
27
46006-ch-rap-houten-zuid-v2-3
25 september 2013
Dit historische bebouwinglint heeft een zekere karakteristiek en historische betekenis. Het vormt een ensemble (zie 1.3.4) van bebouwing, afgewisseld met open plekken, de historische waterloop, het historisch wegenpatroon en karakteristieke beplanting. Oude erven Op de inventarisatiekaart zijn de zogenaamde “oude erven” aangegeven. Het betreft de locaties die blijkens de topografische kaart 1850 en de kadastrale minuutplans uit 183217 in die tijd reeds bebouwd waren. Dit is enerzijds interessante informatie voor de archeologie (omdat er van die oude bewoning zeer waarschijnlijk nog sporen te vinden zullen zijn), maar geeft ook de huidige bebouwing op die plek een extra dimensie, een meerwaarde. Deze meerwaarde speelt vooral in samenhang met andere cultuurhistorische waarden (zie 1.3.4 ensemblewaarden). Omgrachte plaatsen Behalve kastelen werden vroeger ook om aanzienlijke boerderijen grachten aangelegd. Restanten daarvan komen nog op verschillende plaatsen in het gebied voor. Dergelijke omgrachte plaatsen (moated sites in vaktermen) zijn niet alleen archeologisch van belang, maar ook historisch-geografisch, omdat ze zichtbare getuigenissen van het verleden vormen als relict van roerige tijden.
Afbeelding 29 - Hofstede Ter Weide in 't Waal. Deze hofstede werd al in 1435 vermeld. Thans ligt ter plaatse boerderij Voorzorg. Dit is een typisch voorbeeld van een rijke, omgrachte boerderij. Detail van een kaart door Jan van Diepenem uit 1634 (bron: Blijdenstijn, 2007). Afbeelding 30 - Dezelfde situatie nu: boerderij Voorzorg aan de Waalseweg 33 in 't Waal.
17
www.watwaswaar.nl, geraadpleegd januari 2012.
CUIJPERS ADVIES PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING B.V.
28
46006-ch-rap-houten-zuid-v2-3
25 september 2013
Brink De Brink van Schalkwijk is hiervóór al beschreven. Het bijzondere aan deze plek is het feit dat het een bewust als zodanig aangelegde centrale dorpsruimte is. Ook bijzonder is het feit, dat men deze ruimte niet verhard heeft, zoals dat elders veelal gebeurd is. Het plein met zijn opgaande beplanting heeft nog steeds dezelfde uitstraling als die op oude afbeeldingen herkenbaar is. leilinden Leilinden werden bij oude boerderijen geplaatst om schaduw te brengen en zo het huis koel te houden. Leilinden stonden dan ook altijd aan de zuidkant. Op de gemeentelijke monumentenlijst staan meerdere leilinden vermeld. Deze bomen zijn dus beschermd ingevolge de Wabo. De leilinden worden van de monumentenlijst afgevoerd, omdat ze op de lijst 'bomen met bijzondere waarden' staan en vanuit die optiek beschermd worden. De aldus beschermde bomen behoeven in het bestemmingsplan geen nadere regeling. Eendenkooi Een eendenkooi is van oorsprong een plek waar diverse soorten in het wild levende eenden werden gevangen voor consumptie. De eendenkooi bestaat uit een flinke plas (de vangplas) waar enkele smalle sloten op uitkomen, de zogenaamde vangpijpen. Eenden die uit een ander kouder wordend gebied getrokken zijn om in een warmer gebied te overwinteren, zoeken vaak plekken uit waar ze kunnen uitrusten van de reis.
Om overvliegende eenden te lokken had de kooiker, de beheerder van de kooi, op de kooiplas een groot aantal lokeenden die hij dagelijks voert. Zij zijn gewend aan de kooiker en zijn hond. Met behulp van een ingewikkeld samenspel van de kooiker en vooral het kooikershondje, werden de vreemde eenden in de vangpijp gelokt, gevangen en gedood. Er zijn nog diverse eendenkooien in bedrijf, maar voornamelijk om de eenden te ringen.
kooibosje vangplas vangpijpen
Afbeelding 31 - Restanten eendenkooi - belangrijke delen van de eendenkooi zijn nog goed herkenbaar: allereerst het kooibos, dat de vangplas omringt, de vangplas zelf en twee van de vier vangpijpen.
29 CUIJPERS ADVIES PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING B.V.
46006-ch-rap-houten-zuid-v2-3
25 september 2013
Begraafplaatsen Binnen het plangebied zijn twee begraafplaatsen aanwezig, waarvan delen gemeentelijk monument zijn en dus beschermd. Het betreft met name grafmonumenten. Van de begraafplaats in Schalkwijk is ook de hoofdstructuur beschermd. Veerwagenterrein Aan de noordkant van het studiegebied ligt het Amsterdam-Rijnkanaal. Tegenover de Veerwagenweg18 ten noorden van het kanaal ligt een merkwaardig soort kromming in de wegberm. De luchtfoto laat iets interessants zien; aan de andere zijde van het kanaal heeft de weg een zelfde verloop. Dit heeft alles te maken met de veerwagen die hier ooit een verbinding onderhield.
Afbeelding 32 - locatie van de vroegere veerwagen over het Amsterdam-Rijnkanaal (Bron: www.inzichten.nl/topografie/topo_3505.htm, Kaart © Google Maps).
De veerwagen was een bijzonder soort 'veer', want het voer niet maar het reed. De veerwagen was eigenlijk een platform op een hoge stellage met wielen. Deze wielen reden over een rails op de bodem van het kanaal. De veerwagen was vooral bedoeld voor boeren van wie door de aanleg van het Amsterdam-Rijnkanaal hun land aan weerszijden van het kanaal was komen te liggen. De veerwagen 'voer' dwars over het kanaal. Tussen 1961 en 1963 werd het Amsterdam-Rijnkanaal verbreed van 58,5 meter naar 70 meter, hetgeen het einde betekende voor de veerwagens. De veerwagen SchalkwijkHouten is per 1-11-1972 buiten dienst gesteld19. Voor zover bekend zijn er in Nederland geen veerwagens meer in bedrijf.
18 19
Bron: www.inzichten.nl/topografie/topo_3505.htm
bron: www.plaatsengids.nl/schalkwijk
30 CUIJPERS ADVIES PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING B.V.
46006-ch-rap-houten-zuid-v2-3
25 september 2013
Afbeelding 33 - De veerwagen Schalkwijk-Houten in 1968.
De aanwezige restanten van dit bijzondere fenomeen hebben cultuurhistorische waarde en vormen samen met de restanten aan de overkant (de huizen, de infrastructuur, het kaartverkoopgebouwtje) een bijzonder ensemble. Elk van de onderdelen op zich heeft niet zoveel cultuurhistorische waarde, maar samen, als ensemble, vertegenwoordigen zij een bijzonder relict van de geschiedenis van het transport in Nederland.
De Nieuwe Hollandse Waterlinie De Nieuwe Hollandse Waterlinie is een complex van terreinen, waterwerken en verdedigingswerken, die in de negentiende eeuw en de eerste helft van de twintigste eeuw werden aangelegd voor de verdediging van de "Vesting Holland". De waterlinie strekte zich uit van Muiden aan het Ijsselmeer tot Werkendam aan de Biesbosch. Veel elementen van de waterlinie, zoals forten en sluizen, zijn beschermd monument. Andere onderdelen, zoals de bunkers, groepsschuilplaatsen en dergelijke, zitten in de voorbescherming en worden nagenoeg zeker rijksbeschermd. Andere onderdelen (zoals sommige houten gebouwen) zijn niet in de voorbescherming opgenomen. Meerdere daarvan zijn echter wel beschermd als gemeentelijk monument. Forten Om de Nieuwe Hollandse Waterlinie ten zuiden van de Lek in verband te brengen met de linie ten noorden van de Lek werden in het studiegebied het fort Honswijk en het Lunet de Snel aangelegd. Fort Honswijk werd precies in de noordelijke Lekdijk gesitueerd. Zo kon het zowel de Lek en de uiterwaarden als het binnendijks gelegen gebied bestrijken. Het lunet de Snel bestreek een bocht in de Lekdijk die niet vanuit het fort onder vuur kon worden gehouden. In 1848 waren beide werken voltooid20. Tegelijk werden ook veranderingen aangebracht in het inundatiesysteem.
20
Bekius, 1999.
31 CUIJPERS ADVIES PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING B.V.
46006-ch-rap-houten-zuid-v2-3
25 september 2013
inundatievlakken
inundatiekanaal
vrije schootsveld
Afbeelding 34 - De Nieuwe Hollandse Waterlinie in het plangebied; de gele bolletjes zijn gebouwde of aangelegde delen van de linie, zoals forten, kazematten, groepsschuilplaatsen etc. (bron: Provincie Utrecht, 2001)
Afbeelding 35 - Fort Honswijk en Lunet De Snel tegenwoordig.
Inundatievlakken Een groot deel van het plangebied ligt in de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Als deze in staat van verdediging werd gebracht, liet men gebieden onderlopen (de zogenaamde inundatievlakken), die dan ontoegankelijk werden voor de vijand. Er zijn binnen het plangebied diverse inundatievlakken aanwezig. Deze zijn weergegeven op de bij dit rapport behorende inventarisatiekaart. De inundatievlakken zijn een wezenlijk onderdeel van het verdedigingssysteem van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en hebben als zodanig een cultuurhistorische waarde. De vertaling van deze waarde naar het
32 CUIJPERS ADVIES PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING B.V.
46006-ch-rap-houten-zuid-v2-3
25 september 2013
ruimtelijk beleid is geheel afhankelijk van de specifieke situatie. In sommige gevallen kan gedacht worden aan een aangepast bouwbeleid, maar in andere situaties zal het feit dat een locatie in het inundatievlak gelegen is geen directe invloed op het ruimtelijk beleid ter plaatse hebben. Inundatiekanaal Met het doel de inundatietijd te bekorten werd naast fort Honswijk een inundatiesluis aangelegd in de Lekdijk. Deze stond in verbinding met de gracht van het fort. De voormalige veenstroom De Snel werd gekanaliseerd. In de jaren 1870 bleek dit onvoldoende en in 1871 werd een nieuw inundatiekanaal gegraven naar de Schalkwijkse Wetering. Tegelijk met het kanaal werden ook twee verdedigingswerken gebouwd: het werk aan de Korte Uitweg en in 1875 het werk aan de Waalse Wetering. Langs het inundatiekanaal was een gedekte weg aanwezig.
Afbeelding 36 -Het inundatiekanaal
Vrije schootsvelden Rondom forten was een gebied aangewezen, dat vrij moest zijn van permanente bebouwing. Als het betreffende fort in staat van verdediging werd gebracht, werden de bomen gekapt en de (verplicht in hout opgetrokken) bebouwing verwijderd, zodat de vijand geen dekking had en vanuit het fort vrij kon worden geschoten. In het plangebied liggen diverse vrije schootsvelden rondom de aanwezige forten en verdedigingswerken. Houten huizen, houten schuren Om een vrij schootsveld te hebben en om de vijand geen gelegenheid te geven om dekking te vinden achter bestaand muurwerk, mochten nieuwe woningen, boerderijen en schuren in de buurt van de waterlinie alleen nog maar in hout worden gebouwd. Zo konden ze in geval van gevaar snel worden afgebroken. Er zijn nog verschillende van dergelijke houten gebouwen aanwezig in het gebied, waarvan er meerdere op de gemeentelijke monumentenlijst staan. Kazematten, groepsschuilplaatsen Een verdere verdichting van de defensie vond plaats vanaf de Eerste Wereldoorlog. met de bouw van betonnen schuilplaatsen bij de forten. Aan de vooravond van de
33 CUIJPERS ADVIES PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING B.V.
46006-ch-rap-houten-zuid-v2-3
25 september 2013
Tweede Wereldoorlog is ook nog een serie nieuwe betonnen verdedigingswerken aangelegd. Bruggen, sluizen etc. Vaak wordt vergeten dat de Nieuwe Hollandse Waterlinie niet alleen een serie forten was, maar primair een aaneenschakeling van te inunderen terreinen. Om dat voor elkaar te krijgen waren sluizen, stuwen en allerlei andere waterwerken noodzakelijk. Hier en daar zijn er nog restanten van in het gebied te vinden.
Afbeelding 37 - Betonnen bruggetje uit 1939 - aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog werden nog snel allerlei verbeteringen aan de Nieuwe Hollandse Waterlinie aangebracht. Het mocht niet baten: vliegtuigen maakten vaste verdedigingslinies vrijwel nutteloos.
1.3.4
Ensemblewaarden
uitleg In de vorige paragraaf zijn diverse historische elementen beschreven. Een kenmerk van cultuurhistorische waarden is, dat deze vaak in combinatie met elkaar voorkomen: een reeks historische boerderijen en andere bebouwing ligt aan een oude straat en een historische waterloop, afgewisseld met boomgaarden en andere opgaande beplanting, terwijl uit archeologisch onderzoek blijkt, dat de locatie al eeuwenlang bewoond is, nog vóór de huidige boerderijen gebouwd werden. Het totaal, het ensemble, is meer dan de som der delen. Elk van de afzonderlijke delen is misschien waardevol, maar juist de combinatie, het totaal, is extra waardevol. Dit noemen we ensemblewaarden. bebouwingslinten In het studiegebied liggen de oude bebouwingslinten van ‘t Waal21 en Schalkwijk, die zijn aan te merken als waardevol ensemble. Het gaat daarbij niet alleen om de afzonderlijke samenstellende delen, de Waalse- en Schalkwijkse Wetering en de parallel daaraan lopende doorgaande wegen, de monumentale en karakteristieke
21 Uit het archeologisch onderzoek blijkt, dat de bewoning aan het lint al sinds de Late Middeleeuwen plaatsvindt. Dit is een extra waardetoevoeging aan de ensemblewaarde.
34 CUIJPERS ADVIES PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING B.V.
46006-ch-rap-houten-zuid-v2-3
25 september 2013
historische bebouwing daaraan, de onregelmatige structuur van de rooilijnen, de bruggetjes over de weteringen, maar ook om het totaal, de delen in relatie tot elkaar.
Afbeelding 38 - Kadastraal minuutplan 1832 (gedigitaliseerd en ingekleurd met toenmalig grondgebruik); de lintbebouwing van 't Waal is goed herkenbaar (bron: www.hisgis.nl).
De Brink De Brink in Schalkwijk met de onmiddellijke omgeving is aan te merken als waardevol ensemble, waarbij het niet alleen gaat om de afzonderlijke samenstellende delen, de Brink, de opgaande beplanting, de onregelmatige structuur van de rooilijnen, de monumentale en karakteristieke bebouwing rondom, het straatmeubilair – de pomp en de kerk, maar ook om het totaal, de delen in relatie tot elkaar. Binnen deze gebieden dient de ensemblewaarde in de planregels als toetsingscriterium te worden opgenomen.
35 CUIJPERS ADVIES PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING B.V.
46006-ch-rap-houten-zuid-v2-3
2.
ADVIES
2.1
Waardering
25 september 2013
2.1.1 Methodiek Voor het opnemen van cultuurhistorische waarden in een bestemmingsplan is enkel een beschrijving van de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden niet voldoende. Ook de waardebepaling van het aanwezige erfgoed en de gevoeligheid voor ingrepen is een bepalende factor . Er zijn twee manieren om de waarden van cultuurhistorie te bepalen, namelijk: a. door te waarderen op basis van een officieel toegekende status (‘waardevaste elementen’). Veelal betreft het een beschermde status als beschermd dorpsgezicht, rijksmonument, gemeentelijk monument, nationaal landschap etc. b. door te waarderen aan de hand van onderscheiden waarderingscriteria, die de kwaliteit van het erfgoed weerspiegelen (‘waardevolle elementen’). De onder a. genoemde waardering van een object, vindplaats of gebied is terug te vinden in de gangbare registers en kaarten van verschillende overheden. Voor de onder b. genoemde waardering bestaan uiteenlopende systemen; ze verschillen naar vakgebied, mate van codificatie en toepassing. Van een (breed geaccepteerde en toegepaste) integrale, cultuurhistorie-brede waarderings-systematiek is in Nederland op dit moment (nog) geen sprake. Er is voor dit bestemmingsplan gebruik gemaakt van de onder a.