CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1-a Ruimtelijke_Onderbouwing_Kindcentrum_De_Velduil v3.pdf

Gemeenteraad 7 oktober 2021, gemeente HoutenBij agendapunt: Nieuwbouw Kindcentrum De Velduil (OBS) en sporthal Eggeveld26.220 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.9

Archeologie en cultuurhistorie

4.9.1

Archeologie

Toetsingskader Rijk en provincie stellen zich op het standpunt dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologisch erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Doelstelling van het Verdrag van Valetta is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. Bij het archeologiebeleid is ook een beleidskaart opgesteld die de zonering van de verschillende

28

Kindcentrum De Velduil

archeologische verwachtingswaarden aangeeft. Aan de verschillende verwachtingswaarden zijn voorwaarden gekoppeld wanneer bij bouw- en grondwerkzaamheden archeologisch onderzoek vereist wordt. Situatie plangebied Het initiatief voorziet in de realisatie van een nieuw kindcentrum. Op de archeologische beleidskaart is het plangebied aangemerkt met een lage tot geen archeologische verwachtingswaarde. Op basis hiervan hoeft er geen archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden bij grondroerende ontwikkelingen. Bij voorliggend initiatief kan nader archeologisch onderzoek achterwege blijven. 4.9.2

Cultuurhistorie

Toetsingskader De regering heeft in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) vastgelegd dat gemeenten vanaf 1 januari 2012 in hun bestemmingsplannen rekening moeten houden met aanwezige cultuurhistorische waarden. Burgers krijgen hiermee het recht om bij de planning van bouwwerkzaamheden aan te geven of er cultureel erfgoed wordt geraakt. Situatie plangebied In het plangebied bevinden zich geen rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten. Tevens zijn er geen landschappelijke waarden aanwezig welke gewaarborgd dienen te worden. Qua uitstraling wordt het gebouw aangesloten op de aanwezige bebouwing in de omgeving. 4.9.3

Conclusie

Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het initiatief.

4.10 Duurzaamheid Vanaf 1 januari 2021 moeten alle nieuwe gebouwen in Nederland bijna energieneutrale gebouwen (BENG) zijn. Dit vloeit voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese richtlijn EPBD. De vastgestelde niveau's voor onderwijsgebouwen gelden als volgt: Een maximaal energiebehoefte van 190 kWh/m2/jr gebruiksoppervlak Een maximaal primair fossiel energiegebruik, eveneens in 70 kWh/m2/jr gebruiksoppervlak Een minimaal aandeel hernieuwbare energie van 40%. Deze regels gelden niet voor restauratie. Bij de renovatie van de gebouwen zal zoveel mogelijk worden geanticipeerd op deze nieuwe regelgeving. In de wet voortgang energietransitie (VET) is bepaald dat per 1 juli 2018 nieuw te bouwen bouwwerken niet meer aangesloten worden op het gasnet. In uitzonderlijke gevallen kan de gemeente, bij zwaarwegende redenen van algemeen belang, een ontheffing verlenen. De omgevingsvergunning voor nieuwe bouwwerken wordt afgekeurd als in de bouwaanvraag geen rekening is gehouden met aardgasvrij bouwen. Deze regels gelden niet voor restauratie, desondanks wil de eigenaar onderzoeken welke maatregelen mogelijk zijn zodat geanticipeerd kan worden op deze nieuwe regelgeving. Wettelijk kader Bouwbesluit 2012 De wettelijke eisen volgen uit het bouwbesluit van 2012. Per 1 januari 2021 zijn de eisen ten aanzien duurzaamheid en isolatie aangepast i.v.m.

de invoering van de BENG-eisen en NTA8800-rekensystematiek. De volgende eisen zijn wettelijk van toepassing: Minimale isolatiewaarden (Rc): 1. Rc=4,7 m2 .K/W voor gevels, 2. Rc=6,3 m2 .K/W voor daken, 3. Rc=3,7 m2 .K/W voor vloeren; Maximale warmtedoorgangscoëfficiënten (Uw):

29

Kindcentrum De Velduil

1. Gemiddelde Uw=1,65 W/m2 .K voor alle ramen, deuren en kozijnen, 2. Maximale Uw=2,2 W/m2 .K voor afzonderlijke ramen, deuren en kozijnen; Van de samenstelling van constructieonderdelen van een gebouw met uitsluitend kantoorfuncties en nevenfuncties daarvan met een totale gebruiksoppervlakte van meer dan 100 m² is de uitstoot van broeikasgassen en de uitputting van grondstoffen gekwantificeerd volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken; Een soortgelijke bepaling geldt ook voor onderwijsgebouwen. In het kort: de milieuprestatie van het materiaalgebruik dient berekend te worden en dient toegevoegd te worden aan de omgevingsvergunning. Gemeentelijk beleid De gemeente Houten hecht veel belang aan duurzaamheid. Hiertoe heeft zij ook beleid opgesteld. Dit beleid is reeds uitgewerkt in paragraaf 3.3.2. Situatie plangebied Dit initiatief wordt particulier ontwikkeld. Het initiatief wordt in nauwe samenwerking met de gemeente en volgens het geldende gemeentelijke beleid voor nieuwbouw gerealiseerd. Voorts wordt het gasloos gerealiseerd. Duurzaamheid vormt een belangrijke kernwaarde van het bestuur van het nieuw te realiseren kindcentrum. Dit blijkt onder meer uit het strategisch beleidsplan van stichting Openbaar Onderwijs Houten. Conclusie Het initiatief wordt gerealiseerd conform de door het rijk en door de gemeente gestelde eisen aan duurzaamheid.

Het uitgangspunt is om een hoger niveau van duurzaamheid te behalen dan door het rijk en de gemeente geëist wordt. Het initiatief is in lijn met het beleid voor duurzaamheid.

4.11 Vormvrije m.e.r.-beoordeling In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden. In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een

30

Kindcentrum De Velduil

oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van een nieuw schoolgebouw en een gymzaal. De oppervlaktedrempel van 100 hectare wordt door deze ontwikkeling niet overschreden. Bovendien betreft het vervanging van een bestaand schoolgebouw en gymzaal. Gelet op de aard van het project en de plaats van het project is geoordeeld dat er geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden. Dit blijkt ook uit de onderzoeken van de verschillende milieuaspecten, zoals deze in de voorgaande paragrafen zijn opgenomen. Voor dit planvoornemen is dan ook geen m.e.r.-procedure noodzakelijk op grond van het Besluit m.e.r. Conclusie Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling geen m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten mogelijk maakt. Ten behoeve van het plan hoeft dan ook geen m.e.r.-(beoordelings)procedure te worden doorlopen. Evenmin blijkt uit de analyse van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dat de realisatie van het kindcentrum grote nadelige effecten heeft op de leefomgeving. De effecten zijn alleen ter plaatse te verwachten. Deze effecten zijn gezien het gebruik van de gronden aansluitend op het plangebied te verwaarlozen.

Er bestaat om deze reden geen noodzaak of aanleiding tot het doorlopen van een m.e.r.-procedure of m.e.r.-beoordeling.

31

Kindcentrum De Velduil

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, een wijzigingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid Wro of naar aanleiding van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, 3°van de Wabo wordt afgeweken van het bestemmingsplan of de beheersverordening, dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek Het bouwdeel school en gymzaal worden bekostigd door de gemeente Houten op grond van haar zorgplicht voor onderwijshuisvesting.

Het bouwdeel kinderopvang wordt ook bekostigd door de gemeente en zal tegen een marktconforme huur worden verhuurd aan een kinderopvangorganisatie. Op grond van haar zorgplicht voor onderwijshuisvesting dient de gemeente zorg te dragen voor het ter beschikking stellen van bouwrijpe (in technische en juridische zin) grond aan een schoolbestuur. Om deze reden is geen anterieure overeenkomst gesloten tussen de initiatiefnemer en de gemeente. Het uitvoeren van het project heeft financiële gevolgen voor de gemeente. De realisatie van het nieuwe schoolgebouw is voorzien in de gemeentelijke begroting en voorziet niet in een onverwachte kostenpost. De financiële uitvoerbaarheid is daarmee verzekerd.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De vergunningsaanvraag doorloopt de procedure zoals vastgelegd in artikel 3.6, eerste lid, sub a, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Door het voeren van de genoemde procedure, wordt eenieder in de gelegenheid gesteld voor het indienen van zienswijzen. Er wordt geen vooroverleg gevoerd over dit plan met het rijk, provincie of waterschap, omdat er geen Rijks-, provinciale of waterschapsbelangen in het geding zijn. De vergunningsaanvraag wordt gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode heeft een ieder de mogelijkheid een zienswijze in te dienen. Het initiatief is tevens voorgelegd aan de omwonenden en aan de ouders van de leerlingen op de school. Daarbij zijn ook de wensen van deze belanghebbenden geïnventariseerd, en daar waar mogelijk meegenomen in het ontwerp. Over het algemeen zijn er geen grote bezwaren uit de buurt.

Bijlagen

32

Kindcentrum De Velduil

Bijlage 1 Ontwerptekening school

33

Jeanne Papenstraat Dekkers 7 2611 Architectuur JB 215 Delft T 015 215 2969 015 2960 info@jeannedekkers.nl www.jeannedekkers.nl

Roerdompweide

Zwanenweide

6700

heg B-02

heg N-02

10775

spelen-Nklim-klauterbos

heg B-02

heg v-02

heg B-02

berging KC & BSO 44m2

27200

20 pp

heg v-01

heg B-01

boom-N-03

heg B-01

Kavel = 8.045m2

34

53

2

Peuterplein 120m2

boom-N-02

boom-N-01

heg N-01

boom-N-04

boom-N-04

boom-N-04

Entree groep 1/2

heg N-01

moestuin 250m2

heg N-01

spelen-Nklim-klauterbos

heg N-01

spelen-Nklim-klauterbos

heg N-01

Entree groep 5/6

spelen-Nstappaaltjes

spelen-Bduo schommel

spelen-Nstelten

spelen-Bzandbak

spelen-Nspeelboom

heg N-01

2

Kindcentrum

Entree groep 3/4

spelen-Nspeelboom

spelen-Nklimpalen

2

53

Hoofdentree school

34

opstelplaats brandweer

84 fietsen

wadi 55m2

10

spelen-Nduo schommel

Entree groep 7/8

6710 spelen-Nklim-klauterbos

heg N-02

0 50

2 01 2563 fietsen

heg B-02

60 fietsen

Entree sporthal

52 fietsen

totaal 264 fietsen

12 pp

30000

Eggeveld

heg N-02

12 fietsen

afval berging 7,5m2

0

2360

Verhard = 1.740m2 Schoolplein = 1.200m2

heg N-02

0

8 pp

2

20000

13

40

50000 18

6750 13

Eggeveld

2 01 26900

32

23

32

Vluchtdeur sporthal

boom-N-04

2

01

23

Sporthal

2800

heg N-02

28900 heg N-02

6750 wadi 25m2

heg N-02

2 boom-N-04

7 pp

17500

Egge

veld

438 00

ad erp

01 Ge

23

Roerdom

pweide

5

23-07-2021

datum

10

TO

fase

Nieuwe situatie

omschrijving

KC de Velduil

projectnaam

0

Moestuin

A3

formaat

OD

getekend

20

Meerjarige bloemen en hoge grassen mix

Betonsteen schoolplein/fietsenplein

Gras

Wadi

Zand

Renbaan

Voetpad

Plangrens

Hekwerk

Heg

Zitbankjes

Zwerfkei

Kunstwerk

Verlichting

Luchtalarm

Entree

800

tekeningnummer

1:500

schaal

2019004

projectnummer

50m

Kindcentrum De Velduil

Bijlage 2 Watertoets

36

datum 31-3-2021 dossiercode 20210331-14-26000 BETREFT RO-PLAN: IKC de Velduil Aanvrager:BügelHajema Adviseurs Geachte heer/mevrouw R. de Groot, U heeft via de website www.dewatertoets.nleen watertoetsproces gestart. De watertoets is uitgevoerd op een ruimtelijke ontwikkeling in het beheergebied van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Door het starten van een watertoetsproces via deze website, zorgt u er voor dat het waterschap alle relevante informatie krijgt om een goed advies te kunnen geven. Bij geen of weinig gevolgen voor water, kunt u snel door in uw procedure, zonder dat u hoeft te wachten op een reactie van het waterschap. Deze email is automatisch gegenereerd naar aanleiding van uw ingevoerde gegevens. In dit document leest u de conclusie en krijgt u informatie over het vervolgproces voor uw ruimtelijke procedure. Onze conclusie Op basis van de digitale procedure concluderen wij dat uw plan IKC de Velduil geen groot effect heeft op water (geen groot waterbelang). U kunt volstaan met een standaard wateradviesvan het waterschap. Argumentatie: Op basis van uw ingevoerde gegevens blijkt dat uw ruimtelijke ontwikkeling voldoet aan onze belangrijkste minimale voorwaarde: "het standstill beginsel". Dit beginsel houdt in dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding ontstaat.

De ontwikkelingen die door het plan mogelijk worden gemaakt, hebben een geringe invloed op de waterhuishouding en de afvalwaterketen. Graag de volgende actie uitvoeren: ● Bovenstaande conclusie betekent dat u geen verdere watertoetsproces met het waterschap hoeft door te lopen. ● Voor uw ruimtelijke plan kunt u gebruik maken van een standaard tekst. Wij verzoeken u onderstaande standaard waterparagraaf op te

nemen in de toelichting of onderbouwing van uw plan. ● U dient de standaard waterparagraaf nog wel aan te vullen met uw eigen water- en rioleringsbeleid (indien van toepassing).

Vervolgproces ● Via www.dewatertoets.nlhebben wij uw watertoets als een melding ontvangen. Wij gaan deze melding archiveren. ● U hoeft met het waterschap geen (informeel) vooroverleg te hebben bij verdere planvorming, tenzij u dat zelf wenst of tenzij het plan

verandert. ● Tijdens de formele overlegprocedures (art 3.1.1 of art 5.1.1) van uw RO-plan zal het waterschap alleen een controle doen of de

conclusies kloppen. Indien u tijdens de ter inzage termijn van uw plan niets van ons hoort, gaan wij akkoord met het plan en kunt u deze email beschouwen als ons formele wateradvies. Indien wij wel willen/moeten reageren, zullen wij met u contact opnemen. Contact Indien u dat wenst, kunt u nadere informatie toesturen naar emailadres: watertoets@hdsr.nl. Per gemeente hebben wij een contactpersoon RO-plannen en rioleringsplannen. Een overzicht van de contactpersonen vindt u op onze website http://www.hdsr.nl/watertoets Geen verlening Watervergunning LET OP: Dit formulier en deze watertoetsprocedure is geenaanvraag voor een Watervergunning. Onze conclusie en wateradvies mogen alleen gebruikt worden tijdens de planvormingsfase. Eventueel benodigde vergunningen worden niet binnen de watertoetsprocedure geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. U dient zelf na te gaan welke vergunningen nodig zijn om het plan te realiseren. Bij het waterschap dient u wellicht een Watervergunning aan te vragen of een melding te maken in het kader van

vergunningverlening. Meer informatie over de Watervergunning vindt u op http://www.hdsr.nl/vergunningen --------------------------------------------------------------------------------------Standaard waterparagraaf: Paragraaf X.X Water In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en Besluit ruimtelijke ordening is voor dit ruimtelijke plan een watertoetsproces doorlopen. De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de gemeente en waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium. De inzet daarbij is om in elk afzonderlijk plan met maatwerk het reeds bestaande waterhuishoudkundige en ruimtelijke beleid goed toe te passen en uit te voeren.Het watertoetsproces voor het project IKC de Velduil is op ...(*aub datum invullen*)digitaal doorlopen via www.dewatertoets.nl. Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden is via deze weg door de initiatiefnemer van de ruimtelijke ontwikkeling op de hoogte gebracht van de plannen. Uit de digitale analyse blijkt dat er geen grote waterbelangen zijn. De ruimtelijke ontwikkeling voldoet aan de belangrijkste minimale voorwaarde: "het standstill beginsel".

Dit beginsel houdt in dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding ontstaat. Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden adviseert positief over het ruimtelijk plan. Wel vragen wij u om uw plan te beoordelen op de mate van klimaatbestendigheid. Is uw omgeving bestand tegen wateroverlast, droogte of hitte? Relevant beleid Bij de planvorming zijn er verschillende partijen betrokken met betrekking tot water. ● Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (belangrijkste beleidsnota's: Waterbeheerplan 'waterkoers 2016-2021' en

Waterstructuurvisie, Keur en Legger) ● Provincie Utrecht of de Provincie Zuid-Holland (aub invullen)(Provinciaal waterplan, Grondwaterplan, provinciale milieuverordening) ● Gemeente (Waterplan, GRP, Milieuplan (aub zelf invullen).

Basisprincipes omgaan met water: ● Klimaatbestendige leefomgeving (ruimtelijke adaptatie) ● Vasthouden - bergen - afvoeren (waterkwantiteit) ● Schoon houden - scheiden - zuiveren (waterkwaliteit)

Beleid hemel- en afvalwater Bij de afvoer van overtollig hemelwater is infiltratie van water in de bodem het uitgangspunt, omdat dit het meest duurzaam is. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi's heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool een optie. Als infiltratie niet mogelijk is, kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afgekoppelde hemelwater te garanderen. Bij het infiltreren van schoon hemelwater in de bodem (afkoppelen) kan het afvalwater worden afgevoerd naar het vuilwaterriool/DWA. Water in relatie tot de ruimtelijke ontwikkeling De ruimtelijke ontwikkelingen hebben weinig tot geen gevolgen voor het huidige watersysteem. In het kort gaat het om: ● Het verhard oppervlak neemt gering toe (Zie de Keur bepalingen voor de grenswaarden). Deze geringe toename van verhard oppervlak

heeft weinig gevolgen voor het watersysteem. Het bestaande watersysteem kan tijdens een hevige regenbui al het hemelwater vanaf dit oppervlak verwerken en bergen ● Het bestaande oppervlaktewater wordt niet aangepast. ● Water wordt niet buiten het plangebied geborgen. ● Er vindt geen lozing plaats van verontreinigingen en/of verontreinigd water naar oppervlaktewater. ● Het plangebied ligt niet op of nabij een waterkering of belangrijke watergang. ● Het plangebied ligt niet nabij een rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi) of rioolpersleiding.

Afvoer hemelwater Hemelwater wordt geinfiltreerd in de bodem. In het waterbeleid is afvoer van overtollig hemelwater door middel van infiltratie in de bodem het uitgangspunt. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi's heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool een optie. Afvalwater kan worden afgevoerd naar vuilwaterriool/DWA-riool.

Afvalwater Afvalwater wordt als volgt afgevoerd: Via een gescheiden stelsel (aub checken of dit conform gemeentelijk rioleringsbeleid is).

Toekomstige ontwikkelingen Indien in de toekomst ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn, waarbij het verhard oppervlak uitbreidt met meer dan 500m2 in stedelijk gebied en/of 1000m2 in landelijk gebied, heeft dit tot gevolg dat het hemelwater van dit oppervlak versneld tot afvoer komt. Om de waterhuishouding niet te verslechteren, moet deze versnelde afvoer worden voorkomen of gecompenseerd. Toekomstige ontwikkelingen zullen klimaatbestendig worden gerealiseerd. ADVIESPUNTEN WATERSCHAP U kunt er voor kiezen om onderstaande adviespunten van het waterschap (deels) op te nemen in het plan, naast bovenstaande standaard waterparagraaf. Kansen pakken Aandachtspunten U kunt er voor kiezen om onderstaande aandachtspunten van het waterschap (deels) op te nemen in het plan, naast bovenstaande standaard waterparagraaf. Ondanks dat de ruimtelijke ontwikkeling weinig gevolgen heeft voor het huidige watersysteem, kan het zijn dat er kansen zijn om verbeteringen door te voeren ten behoeve van duurzaam waterbeheer en het klimaatbestendig maken van de leefomgeving (omgaan met extremen als wateroverlast, hitte en droogte). Wij adviseren bijvoorbeeld om bij alle nieuwbouw goed te kijken naar het juiste vloerpeil om wateroverlast te voorkomen, groene daken aan te leggen om hittestress te voorkomen en de juiste beplanting te kiezen afhankelijk van de grondwaterstand tijdens droge perioden.

Conform gemeentelijk beleid dient u schoon hemelwater niet af te voeren naar een gemengd rioolstelsel maar te infiltreren in de bodem of af te voeren naar oppervlaktewater (eventueel via een gescheiden rioolstelsel). Voor straten of parkeerplaatsen kunt u halfverharding aanleggen of groenvoorzieningen gebruiken voor tijdelijke waterberging. Meer informatie op ruimtelijkeadaptatie.nl Aanleghoogte Wij adviseren om de nieuwbouw aan te leggen met een ontwateringsdiepte van minimaal 80 centimeter, en bij voorkeur 1 meter. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en het maaiveld. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Grondwater Grondwateroverlast als gevolg van afwijkende aanleghoogten is voor de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemers. Om een goed inzicht te krijgen in het grondwatersysteem adviseren wij om zo spoedig mogelijk te starten met een grondwateronderzoek. Om wateroverlast en -schade in woningen en bedrijven te voorkomen adviseren wij om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren. Waterketen Het plan heeft gevolgen voor de rioleringssituatie. Wij adviseren om een lokaal rioleringsplan op te stellen. Het waterschap zal dit plan

vervolgens goedkeuren. Basisprincipes omgaan met water: ● Klimaatbestendige leefomgeving (ruimtelijke adaptatie) ● Vasthouden - bergen - afvoeren (waterkwantiteit) ● Schoon houden - scheiden - zuiveren (waterkwaliteit)

Disclaimer Dit wateradvies is maximaal 1 jaar geldig. Indien u graag deze termijn wilt verlengen, dan kunt u contact met ons opnemen. Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden streeft naar correcte en actuele informatie in deze watertoetsapplicatie aan te bieden. Aan het beschikbaar gestelde kaartinformatie kunnen geen rechten worden ontleend. Hoogheemraadschap aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige vorm van schade naar aanleiding van het gebruik of de informatie die via deze applicatie beschikbaar wordt gesteld.

www.dewatertoets.nl

Kindcentrum De Velduil

Bijlage 3 Vooronderzoek bodem

41

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK EGGEVELD 4 TE HOUTEN

Rapportage milieuhygiënisch vooronderzoek Eggeveld 4 te Houten Opdrachtgever

BügelHajema Amersfoort Postbus 2153 3800 CD Amersfoort

Rapportnummer Versienummer

15041.001 D2

Status

Eindrapportage

Datum

31 maart 2021

Vestiging

Zuid-Holland Max Euwelaan 21-29 3062 MA Rotterdam 088 - 5001600 rotterdam@econsultancy.nl

Opsteller

Mevrouw ing. M.M.A. van Neerven

Paraaf

Kwaliteitscontrole

De heer M. Zandvliet, MSc

Paraaf

Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Opgemerkt wordt dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE VOORONDERZOEK ................................................ 1

3

GERAADPLEEGDE BRONNEN ................................................................................................. 2

4

HISTORISCH EN HUIDIG GEBRUIK ONDERZOEKSLOCATIE ............................................... 2

5

TOEKOMSTIGE SITUATIE ........................................................................................................ 3

6

CALAMITEITEN .......................................................................................................................... 3

7

UITGEVOERD(E) BODEMONDERZOEK(EN) OP DE ONDERZOEKSLOCATIE..................... 3

8

AANGRENZENDE TERREINDELEN/PERCELEN .................................................................... 3

9

INFORMATIE LOKALE/REGIONALE ACHTERGRONDGEHALTEN ........................................ 4

10

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ............................................................................... 4

11

TERREININSPECTIE ................................................................................................................. 4

12

SAMENVATTING EN CONCLUSIES ......................................................................................... 5

BIJLAGEN: 1. 2a. 2b.

- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Foto's onderzoekslocatie

1

INLEIDING

BügelHajema Amersfoort heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een milieuhygiënisch vooronderzoek op de locatie Eggeveld 4 te Houten. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Het milieuhygiënisch vooronderzoek heeft tot doel te bepalen of er aanleiding bestaat voor het uitvoeren van een bodemonderzoek conform de NEN 5740 en/of NEN 5707, door middel van een archiefonderzoek, een interview met de eigenaar/gebruiker en een terreininspectie. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is verricht conform de NEN 5725:2017 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek".

2

AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek omvat de onderzoekslocatie en direct hieraan grenzende terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (± 4.320 m²) is gelegen aan de Eggeveld 4 te Houten (zie bijlage 1). Het perceel, waar de onderzoekslocatie deel van uitmaakt, is kadastraal bekend gemeente Houten, sectie A, nummer 13001 en 13420. Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 2,25 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 140.523, Y = 450.096.

R 15041.001 versie D2

Pagina 1 van 5

3

GERAADPLEEGDE BRONNEN

In tabel 1 zijn de in het kader van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem geraadpleegde bronnen weergegeven. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen. Tabel 1.

Geraadpleegde bronnen Onderdeel

Bron

Historisch, huidig en toekomstig gebruik

Opdrachtgever (contactpersoon de heer R. de Groot), d.d. 28 januari 2021

Bouw-/milieudossier, ondergrondse tanks, calamiteiten, eerder uitgevoerd bodemonderzoek

Gemeente Houten (contactpersoon de heer E. Koolhof), d.d. 9 februari 2021

Locatiegegevens van internet:

4

- historisch topografisch kaartmateriaal - basisregistratie grootschalige topografie - kadastrale gegevens - hoogtekaart - luchtfoto's - Google streetview - provinciale bodeminformatie - bodemopbouw - geo(hydro)logie - kabels en leidingen

www.topotijdreis.nl www.pdok.nl www.kadaster.nl www.ahn.nl maps.google.nl maps.google.nl www.bodemloket.nl maps.bodemdata.nl www.dinoloket.nl www.kadaster.nl/klic-wion

Terreininspectie

Uitgevoerd door Econsultancy, d.d. 9 maart 2021

HISTORISCH EN HUIDIG GEBRUIK ONDERZOEKSLOCATIE

Uit historisch kaartmateriaal uit de periode 1900-1990 blijkt, dat de onderzoekslocatie in gebruik is als weiland. Op de onderzoekslocatie zijn diverse sloten aanwezig. Rond 1990 is de woonwijk gerealiseerd en is de onderzoekslocatie bebouwd met de huidige bebouwing en infrastructuur. Bij de realisatie van de bebouwing zijn de sloten gedempt. De onderzoekslocatie is in gebruik als een school met een bijbehorend schoolplein. Het schoolplein is voorzien van een klinker- en tegelverharding. Het zuidwestelijke terreindeel is in gebruik als een (moes)tuintje. Verder zijn enkele terreindelen voorzien van groenstroken. Voor zover bij de opdrachtgever en de gemeente Houten bekend, heeft er op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. Er zijn geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie.

R 15041.001 versie D2

Pagina 2 van 5

5

TOEKOMSTIGE SITUATIE

De initiatiefnemer is voornemens om de huidige gebouwen te slopen en een nieuw schoolgebouw met sportzaal te realiseren. Tevens zal er herinrichting plaatsvinden van het schoolplein.

6

CALAMITEITEN

Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de gemeente Houten blijkt niet, dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan.

7

UITGEVOERD(E) BODEMONDERZOEK(EN) OP DE ONDERZOEKSLOCATIE

Op het zuidelijke terreindeel heeft in het verleden een noodlokaal gestaan. Voor het slopen van dit lokaal is in 2011 door de gemeente Houten een sloopvergunning (meldingsnummer: OV11226, d.d. 23 mei 2011) afgegeven. Ten behoeve van de sloop van het noodlokaal is door Amos een asbestinventarisatie uit te gevoerd. Uit de Bevindingenrapport Wettelijke Eindcontrole na asbestsanering (referentienummer: A12-160, d.d. 1 mei 2012) blijkt dat er asbesthoudend pakkingsmateriaal voor verwarmingstoestellen (Cvketels) is toegepast. De Cv-ketels zijn conform de geldende wet- en regelgeving verwijderd. Ter plaatse van het oostelijke terreindeel is door Grondslag BV in 2008 een partijkeuring in-situ (projectnummer: 13860, d.d. 4 september 2008) uitgevoerd. De partij bestaat uit kleiig zand en bevat sporen van puin. De partij grond wordt beoordeeld als “schoon”. Alle concentraties van de geanalyseerde parameter overschrijden de gehalten voor achtergrondwaarde niet. De parameter asbest maakte geen onderdeel uit van het bodemonderzoek.

8

AANGRENZENDE TERREINDELEN/PERCELEN

In hoofdstuk 3 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en aangrenzende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende terreindelen is als volgt:   

aan de noord- en oostzijde bevinden zich parkeerplaatsen en een met klinkerverharde weg (Eggeveld); aan de zuidzijde bevinden zich paden, groenvoorziening en een grasveld; aan de westzijde bevinden zich paden, groenvoorziening en een watergang.

Van de aangrenzende percelen zijn geen bodemonderzoeksgegevens bekend. Uit de verzamelde informatie blijkt, dat er vanuit de omliggende percelen geen grensoverschrijdende verontreinigingen te verwachten zijn.

R 15041.001 versie D2

Pagina 3 van 5

9

INFORMATIE LOKALE/REGIONALE ACHTERGRONDGEHALTEN

De onderzoekslocatie is met betrekking tot de bodem gelegen binnen de bodemkwaliteitszone "landbouw/natuur", van het gebied waarvoor onder andere de gemeente Houten een bodemkwaliteitskaart heeft opgesteld.

10

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE

De originele bodem bestaat volgens de bodemkaart van Nederland uit een kalkloze poldervaaggronden, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit zware klei. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Boxtel. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 0,5 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 2,75 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO in westelijke richting. Er liggen geen pompstations in de buurt van de onderzoekslocatie die van invloed zouden kunnen zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.

11

TERREININSPECTIE

Op 9 maart 2021 is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in hoofdstuk 4. Op de onderzoekslocatie zijn geen mogelijke bronnen voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging aangetroffen. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen.

R 15041.001 versie D2

Pagina 4 van 5

12

SAMENVATTING EN CONCLUSIES

BügelHajema Amersfoort heeft Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een milieuhygiënisch vooronderzoek op de locatie Eggeveld 4 te Houten. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem, de terreininspectie kan gesteld worden dat er milieuhygiënisch wel belemmeringen bestaan voor de nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Dit in verband met de bijmengingen met puin in de bodem. Verder blijkt uit het vooronderzoek dat op de onderzoekslocatie sprake is van enkele gedempte sloten. De aard van het dempingsmateriaal is onbekend. Als gevolg van het toepassen van dempingsmateriaal kan de bodem verontreinigd zijn geraakt met zware metalen, PAK, minerale olie en asbest. Uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem blijkt, dat er sprake is van voormalige en/of huidige bodembelasting op de locatie, waardoor het vermoeden van bodemverontreiniging aanwezig is. Dit in verband met de bijmenging van verhardingsmateriaal (puin). Verwacht wordt, dat er verspreid over de locatie wisselende gehalten aan verontreinigende stoffen voorkomen. De verwachte verontreinigende stoffen voor deze situatie zijn metalen, PAK, minerale olie en asbest.

Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd, dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie voor een "verdachte locatie met diffuse bodembelasting en een heterogene verontreiniging op schaal van monsterneming, niet lijnvormig" (VED-HE-NL). Het doel van het verkennend bodemonderzoek in deze situatie is het bepalen van de aard van de heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming. Tevens wordt vastgesteld of de vermoede verontreinigende stof de achtergrondwaarde of het geldend achtergrondgehalte overschrijdt. Op basis van het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecies” blijkt dat vooralsnog heel Nederland (voornamelijk de bovengrond) als “verdacht” wordt aangemerkt met betrekking tot de parametergroep PFAS. Dit betekent echter niet dat alle locaties per definitie verdacht zijn op PFAS bóven de toetsnorm. Verwacht wordt, dat er verspreid over de onderzoekslocatie gelijke gehalten aan PFAS voorkomen. Uit de reeds bekende gegevens concludeert Econsultancy dat atmosferische depositie naar verwachting de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op de locatie is. Van atmosferische depositie is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehalten in bodem en water kan leiden.

Wanneer (op termijn) grond van de locatie wordt afgevoerd, is het raadzaam om in dit stadium ook de parameter PFAS in het onderzoek mee te nemen. De resultaten worden in dat geval indicatief getoetst aan de toepassingsnormen uit het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecies”. Algemeen Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.

Econsultancy Rotterdam, 31 maart 2021

R 15041.001 versie D2

Pagina 5 van 5

Bijlage 1

Topografische ligging van de locatie

Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto 1.

Foto 2.

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto 3.

Foto 4.

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto 5.

Foto 6.

Kindcentrum De Velduil

Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek

57

VERKENNEND BODEMONDERZOEK EGGEVELD 4 TE HOUTEN

Rapportage verkennend bodemonderzoek Eggeveld 4 te Houten Opdrachtgever

BügelHajema Amersfoort Postbus 2153 3800 CD Amersfoort

Contactpersoon

De heer R. de Groot

Rapportnummer

15041.004

Versienummer

D2

Status

Eindrapportage

Datum

20 juli 2021

Vestiging

Zuid-Holland Max Euwelaan 21-29 3062 MA Rotterdam 088 – 500 1600 rotterdam@econsultancy.nl

Opsteller

De heer dr. Y. Boswinkel

Paraaf Kwaliteitscontrole

De heer M. Zandvliet, MSc

Paraaf

Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast betreft het bodemonderzoek een momentopname.

Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE ................................................................................... 1

3

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM ................................................................. 2

4

CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET) 2

5

VELDWERK ................................................................................................................................ 2 5.1 5.2

5.3

6

LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................ 4 6.1 6.2 6.3

7

Algemeen.......................................................................................................................... 2 Grondonderzoek ............................................................................................................... 3 5.2.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 3 5.2.2 Zintuiglijke waarnemingen .................................................................................. 3 Grondwateronderzoek ...................................................................................................... 3 5.3.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 3 5.3.2 Bemonstering ..................................................................................................... 3

Uitvoering analyses .......................................................................................................... 4 Toetsingskader ................................................................................................................. 4 Resultaten grond- en grondwatermonsters ...................................................................... 6

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES .......................................................................... 7

BIJLAGEN: 1. 2. 3. 4a. 4b. 5.

- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Boorprofielen - Analysecertificaten - Getoetste analyseresultaten Circulaire bodemsanering - Toetsingskader Circulaire bodemsanering 15041.004

1

INLEIDING

BügelHajema Amersfoort heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek op de locatie Eggeveld 4 te Houten. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Het verkennend bodemonderzoek heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie een grond- en/of grondwaterverontreiniging aanwezig is, teneinde te bepalen of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is verricht conform de NEN 5725:2017 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek". Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1:2016 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond". Het veldwerk en de bemonstering zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek", protocollen 2001 en 2002 en de daarin gestelde eisen. De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1).

Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor de protocollen 2001 en 2002 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden.

2

AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE

Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem omvat de onderzoekslocatie en direct hieraan grenzende terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (± 4.320 m²) is gelegen aan de Eggeveld 4 te Houten (zie bijlage 1). Het perceel, waar de onderzoekslocatie deel van uitmaakt, is kadastraal bekend gemeente Houten, sectie A, nummer 13001 en 13420. Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 2,3 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 140.523, Y = 450.096.

R 15041.004 versie D1

Pagina 1 van 7

3

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM

Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem uitgevoerd op basis van de NEN 5725. Dit vooronderzoek is separaat gerapporteerd (Econsultancy, rapportnummer 15041.001, d.d. 31 maart 2021). Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem, de terreininspectie kan gesteld worden dat er milieuhygiënisch wel belemmeringen bestaan voor de nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Dit in verband met de mogelijke bijmengingen met puin in de bodem. Verder blijkt uit het vooronderzoek dat op de onderzoekslocatie sprake is van enkele gedempte sloten. De aard van het dempingsmateriaal is onbekend. Bodemvreemd dempingsmateriaal is verdacht op de aanwezigheid van zware metalen, PAK, minerale olie en asbest.

4

CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET)

Uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem blijkt, dat er sprake is van voormalige en/of huidige bodembelasting op de locatie, waardoor het vermoeden van bodemverontreiniging aanwezig is. Dit in verband met de bijmenging van verhardingsmateriaal (puin). Verwacht wordt, dat er verspreid over de locatie wisselende gehalten aan verontreinigende stoffen voorkomen. De verwachte verontreinigende stoffen voor deze situatie zijn, bij de aanwezigheid van bodemvreemd dempingsmateriaal, metalen, PAK, minerale olie en asbest. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd, dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie voor een "verdachte locatie met diffuse bodembelasting en een heterogene verontreiniging op schaal van monsterneming, niet lijnvormig" (VED-HE-NL). Het doel van het verkennend bodemonderzoek in deze situatie is het bepalen van de aard van de heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming. Tevens wordt vastgesteld of de vermoede verontreinigende stof de achtergrondwaarde of het geldend achtergrondgehalte overschrijdt. Bij beide gedempte sloten zijn 2 boringen gezet, waarvan bij beide sloten 1 boring tot 2,0 m -mv is gezet. Bij het uitvoeren van het veldwerk bleek dat er geen bijmengingen in de bodem aanwezig waren.

Vanwege het ontbreken van verhardingsmateriaal (puin) is vervolgens afgezien van het uitvoeren van het onderdeel verkennend onderzoek asbest in bodem.

5

VELDWERK 5.1 Algemeen

Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, die geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de gegevens voortvloeiend uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem en de ligging van kabels en leidingen. Bijlage 2 bevat de locatieschets met daarop aangegeven de situering van de boorpunten en de peilbuis. In bijlage 3 zijn de boorprofielen opgenomen.

R 15041.004 versie D1

Pagina 2 van 7

5.2 Grondonderzoek 5.2.1

Uitvoering veldwerk

Het veldwerk is op 6 mei 2021 uitgevoerd onder kwaliteitsverantwoordelijkheid van de heer R.J.H. Denissen. Deze medewerker van bedrijf Econsultancy met certificaatnummer EC-SIK-20263 staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2001 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". In het totaal zijn er met behulp van een edelmanboor, een veenboor en een schep 18 boringen geplaatst; 14 boringen tot 0,5 m -mv, 3 boringen tot 2,0 m -mv en 1 boring tot 4,0 m -mv. Deze diepe boring is afgewerkt als peilbuis, teneinde de milieuhygiënische kwaliteit van het grondwater te kunnen bepalen. Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn. 5.2.2

Zintuiglijke waarnemingen

De bodem bestaat voornamelijk uit matig siltig, matig fijn zand. De bovengrond is bovendien lokaal matig humeus. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, geen puin(resten) of andere asbestverdachte materialen aangetroffen. 5.3 Grondwateronderzoek 5.3.1

Uitvoering veldwerk

Centraal op de onderzoekslocatie is een peilbuis (filterstelling 3,0-4,0 m -mv) geplaatst. De filterstelling is bepaald op basis van de grondwaterstand, zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden op 6 mei 2021 is ingeschat. 5.3.2

Bemonstering

De grondwaterbemonstering is op 14 mei 2021 uitgevoerd door de heer A.F.W. Geven. Deze medewerker van bedrijf Econsultancy met certificaatnummer EC-SIK-20263 staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". De bemonstering is uitgevoerd conform de NEN 5744:2011. Tabel 1 geeft een overzicht van de peilbuisgegevens en de resultaten van de veldmetingen. Tabel 1.

Overzicht gegevens peilbuis en veldmetingen grondwater

Peilbuisnummer

Situering peilbuis

Filterstelling (m -mv)

Grondwaterstand (m -mv)

Elektrisch Geleidingsvermogen (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

Zuurgraad (pH)

07

centraal op onderzoekslocatie

3,0-4,0

2,53

1.130

51

6,9

R 15041.004 versie D1

Pagina 3 van 7

6

LABORATORIUMONDERZOEK 6.1 Uitvoering analyses

Alle grond- en grondwatermonsters zijn aangeboden aan een laboratorium dat is erkend door de Raad voor Accreditatie en AS3000-geaccrediteerd is voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. De grondmengmonsters en het grondwatermonster zijn geanalyseerd op de volgende pakketten: -

standaardpakket grond: droge stof, lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en minerale olie;

-

standaardpakket grondwater: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (BTEX), styreen, naftaleen, gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOX) en minerale olie.

Tabel 2 geeft een overzicht van de samenstelling van de grondmengmonsters en de analysepakketten. Tabel 2.

Overzicht van de samenstelling van de grondmengmonsters en de analysepakketten

Grondmengmonster

Traject (m -mv)

Analysepakket

Bijzonderheden

MM01

01 (0,05-0,50) 02 (0,05-0,50) 03 (0,05-0,50) 04 (0,05-0,50)

standaardpakket

bovengrond (zintuiglijk schoon)

MM02

05 (0,05-0,50) 08 (0,05-0,50) 10 (0,05-0,50) 12 (0,05-0,50)

standaardpakket

bovengrond (zintuiglijk schoon)

MM03

14 (0,00-0,50) 15 (0,00-0,50) 17 (0,00-0,50) 18 (0,00-0,50)

standaardpakket

bovengrond (zintuiglijk schoon)

MM04

02 (1,00-1,50) 07 (1,50-2,00) 09 (0,50-1,00) 13 (1,00-1,50)

standaardpakket

ondergrond (zintuiglijk schoon)

6.2 Toetsingskader De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Dit toetsingskader voor de beoordeling van de gehalten en/of concentraties van verontreinigingen is gegeven in de toetsingstabel en bevat voor grond en grondwater elk drie te onderscheiden waarden met de verschillende niveaus: -

achtergrondwaarde: deze waarde ("AW") geeft de gehalten aan zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen;

-

streefwaarde: deze waarde ("S") geeft het milieukwaliteitsniveau aan voor grondwater, waarbij als nadelig te waarderen effecten verwaarloosbaar worden geacht;

R 15041.004 versie D1

Pagina 4 van 7

-

tussenwaarde: deze waarde ("T") is de helft van de som van de achtergrondwaarde (of in het geval van grondwater de streefwaarde) en de interventiewaarde. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek moet worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat;

-

interventiewaarde: deze waarde ("I") geeft het niveau voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehalten en/of concentraties boven de interventiewaarde is er sprake van een sterke verontreiniging. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de spoedeisendheid van de sanering te bepalen. Wanneer het boven de tussenwaarde of interventiewaarde gelegen gehalte een natuurlijke oorsprong heeft, is uitvoering van vervolgonderzoek meestal niet noodzakelijk.

In bijlage 5 is de toetsingstabel opgenomen uit de eerder genoemde circulaires. Deze bijlage bevat de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor een standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum). De gemeten gehalten zijn door middel van een BoToVa-toetsing, met behulp van de door het laboratorium bepaalde waarden voor het organische stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. De gebruikte analysetechnieken zijn weergegeven op de certificaten in bijlage 4a. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt de volgende terminologie gebruikt: Grond: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:

gehalte < achtergrondwaarde en/of detectielimiet; gehalte > achtergrondwaarde en < tussenwaarde; gehalte > tussenwaarde < interventiewaarde; gehalte > interventiewaarde.

Grondwater: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:

concentratie < streefwaarde en/of detectielimiet; concentratie > streefwaarde en < tussenwaarde; concentratie > tussenwaarde < interventiewaarde; concentratie > interventiewaarde.

R 15041.004 versie D1

Pagina 5 van 7

6.3 Resultaten grond- en grondwatermonsters Tabel 3 geeft een overzicht van de parameters in de grond die de geldende toetsingskaders overschrijden. Tabel 3.

Overschrijdingen toetsingskaders grond

Grond(meng)monster

Traject (m -mv)

Gehalte > AW

Gehalte > T

Gehalte > I

(licht verontreinigd)

(matig verontreinigd)

(sterk verontreinigd)

MM01

01 (0,05-0,50) 02 (0,05-0,50) 03 (0,05-0,50) 04 (0,05-0,50

-

-

-

MM02

05 (0,05-0,50) 08 (0,05-0,50) 10 (0,05-0,50) 12 (0,05-0,50)

-

-

-

MM03

14 (0,00-0,50) 15 (0,00-0,50) 17 (0,00-0,50) 18 (0,00-0,50)

-

-

-

MM04

02 (1,00-1,50) 07 (1,50-2,00) 09 (0,50-1,00) 13 (1,00-1,50)

-

-

-

Tabel 4 geeft een overzicht van de parameters in het grondwater die het geldende toetsingskader overschrijden. Tabel 4.

Overschrijdingen toetsingskader grondwater

Grondwatermonster

Situering peilbuis

01

centraal op de onderzoekslocatie

Concentratie > S

Concentratie > T

Concentratie > I

(licht verontreinigd)

(matig verontreinigd)

(sterk verontreinigd)

-

-

barium

Bijlage 4a bevat de door het laboratorium aangeleverde analysecertificaten. Bijlage 4b bevat de getoetste analyseresultaten aan de Circulaire bodemsanering.

R 15041.004 versie D1

Pagina 6 van 7

7

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES

BügelHajema Amersfoort heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek op de locatie Eggeveld 4 te Houten. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Uit het vooronderzoek concludeert Econsultancy dat atmosferische depositie de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op het de locatie kan zijn. Van atmosferische depositie is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehaltes in bodem en water kan leiden. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "verdacht, heterogeen niet lijnvormig" (VED-HE-NL). Bij verdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem verontreinigd is. De bodem bestaat voornamelijk uit matig siltig, matig fijn zand. De bovengrond is bovendien lokaal matig humeus. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, geen puin(resten) of andere asbestverdachte materialen aangetroffen. Vanwege het ontbreken van verhardingsmateriaal (puin) is vervolgens afgezien van het uitvoeren van het onderdeel verkennend onderzoek asbest in bodem. In de bovengrond zijn geen verontreinigingen geconstateerd.

In de ondergrond zijn eveneens geen verontreinigingen geconstateerd. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Regionaal komen er vaker verhoogde gehaltes aan barium in het grondwater voor. Conclusie en advies De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "heterogeen verdacht, niet lijnvormig" dient te worden beschouwd wordt, op basis van het ontbreken van verontreinigingen in de boven- en ondrgrond en het regionale karakter van de bariumverontreiniging in het grondwater, verworpen. Er bestaan dan ook géén redenen voor een nader onderzoek en zijn er verder vanuit milieuhygiënisch oogpunt géén belemmeringen voor de voorgenomen nieuwbouw. Asbest Er zijn op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem, tijdens de terreininspectie en bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden geen aanwijzingen gevonden die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. Econsultancy acht een onderzoek asbest in bodem/puin conform de NEN 5707/5897 dan ook niet noodzakelijk. Algemeen Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie (d.d. 2 juli 2020) of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.

Econsultancy Rotterdam, 20 juli 2021 R 15041.004 versie D1

Pagina 7 van 7

Bijlage 1

Topografische ligging van de locatie

Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht

Bijlage 3

Boorprofielen

Pagina 1 van 3

Profielen boringen

Boring:

Datum veldwerk:

01

Boring:

6-5-2021 0 5

0

tegel

Datum veldwerk:

50

50

0 5

0

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindig, neutraalbeige, Schep

1

02 6-5-2021

tegel Zand, matig fijn, matig siltig, neutraalbeige, Edelmanboor

1 50 2 100

100

Klei, zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor

3 150

150

Klei, matig siltig, zwak veenhoudend, neutraalgrijs, Edelmanboor

4 200

200

Boring:

Datum veldwerk:

03

Boring:

6-5-2021 0 5

0

50

50

Datum veldwerk:

50

tegel

Datum veldwerk:

50

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindig, neutraalbeige, Schep

06 6-5-2021 0 5

tegel Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindig, neutraalbeige, Schep

1 50

tegel

50

0

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindig, neutraalbeige, Schep

1

0 5

1

Boring: 0 5

04 6-5-2021

0

50

05 6-5-2021

0

Datum veldwerk:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=94c3e13b-ce11-400d-982b-e149e61d8fb0