Bijlage 1.4 - 5. Natuur, landschap en recreatie
Tekst van het document
Versie 5.1 10-3-2020
de Stad (Nieuw Wulven). In regionaal verband zijn de afgelopen jaren diverse onderzoeken gedaan. De resultaten daarvan zijn ook relevant voor de koers van Houten. Nu komen eerst de twee ruimtelijke visies op het buitengebied aan bod, aangezien hierin wordt bepaald wat de kansen en mogelijkheden zijn voor de ontwikkeling van – onder meer – recreatie Structuurvisie Eiland van Schalkwijk (2011) Om de kwaliteiten van het gebied Eiland van Schalkwijk te behouden en richting te geven aan de ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied is in 2011 de structuurvisie Eiland van Schalkwijk opgesteld. Met de structuurvisie werd het besluit uit 2008 verankerd om tot 2030 geen grootschalige woningbouw te laten plaatsvinden op het Eiland van Schalkwijk en werd er tevens duidelijkheid gegeven over de gewenste ontwikkelingen. De visie bedoeld om de (wettelijke) kaders te scheppen bij de ontwikkelingskansen voor ondernemers en bewoners, met de nadrukkelijke vraag om te investeren in het gebied. De overheid wil daarbij faciliteren, maar het initiatief om visie te realiseren wordt aan de ondernemers en bewoners zelf gelaten. De gemeente investeert ook zelf in de recreatieve, ecologische en landschappelijke kwaliteiten van het gebied, maar doet dit in het kader van Nieuwe Hollandse Waterlinie.
De koers houdt op hooflijnen de volgende uitgangspunten en keuzes in: - Landbouw en recreatie als belangrijke dragers van het gebied; - Leefbaarheid van kernen (vitaliteit) wordt versterkt; - De essentiële (landschappelijke en ecologische) kwaliteiten worden behouden en versterkt (open en groen); - Ruimte wordt geboden aan water, waarbij een goed functionerend watersysteem bijdraagt aan economische en ecologische ontwikkeling; - Duurzame ontwikkeling is het uitgangspunt. De structuurvisie geeft de ruimtelijke kaders voor de initiatieven, daagt private en publieke partijen uit om met initiatieven en nieuwe samenwerkingsverbanden te komen en dient als eerste toetsingskader dient bij het beoordelen van initiatieven. Daarbij biedt het een kader voor later op te stellen bestemmingsplannen. Op het Eiland van Schalkwijk heeft tot nu toe nog geen grootschalige verstedelijking plaatsgevonden, door de matige bereikbaarheid en de geïsoleerde en relatief lage ligging. Het is daardoor een tegenhanger voor de sterk bebouwde stedelijke gebieden er omheen. Het gebied wordt verder gekenmerkt door de sterke agrarische identiteit en grondgebruik en de sterke landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten. De fruitteelt en bosschages met een onaangetaste e copeverkavelingstructuur uit de 17 eeuw zijn beeldbepalende elementen.
Landbouw is daarbij de belangrijkste economische drager en landschapsbeheerder. Er bestaat een sterke sociale cohesie. Het Eiland van Schalkwijk maakt onderdeel uit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Dit gebied is daarbinnen van grote recreatieve betekenis, aangezien dit het enige gebied is waarin het oorspronkelijke ensemble van de verdedigingslinie nog zichtbaar en gaaf is. Belangrijkste structurerende elementen van het landschap op het Eiland van Schalkwijk zijn: - De rivier de lek, de dijk en de uiterwaarden - De oeverwal parallel aan de dijk - De grootschalige komgronden (polder Vuylcop, Schalkwijk (gedeeltelijk) en Blokhoven) - De kleinschalige komgronden ten noorden van Schalkwijk en Tull en ’t Waal - De linten - Nieuwe Hollandse Waterlinie - Amsterdam-Rijnkanaal Het Eiland van Schalkwijk heeft de recreant, met de rust, de ruimte, het afwisselende landschap en de rijke cultuurhistorie, waaronder gave elementen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, veel te bieden.
3
Versie 5.1 10-3-2020
De ambitie voor recreatie is het realiseren van een recreatieve hoofdstructuur gericht op landschapsbeleving, die bezoekers opvangt in groene poorten met transferia en deze verbindt via langzaamverkeersroutes en leidt naar pleisterplaatsen en bezienswaardigheden. De gemeente wil dat de toegankelijkheid en beleefbaarheid wordt versterkt door de aanleg van recreatieve fiets- kano- en wandelroutes. Daarnaast is de ambitie om de rivier de Lek en de uiterwaarden optimaal beleefbaar te maken. Een diversiteit aan activiteiten kan de recreatieve aantrekkingskracht vergroten. Een integrale en duurzame ontwikkeling is mogelijk wanneer de unieke eilandkwaliteiten als uitgangspunt dienen voor interessante en aantrekkelijke combinaties van recreatieve ontwikkelingen met landbouw, water, natuur, landschap en cultuurhistorie. Vanuit kwaliteit verder werken (natuurlijk): omgevingsvisie Kromme Rijngebied (2017) Samen met de buurgemeenten Bunnik en Wijk bij Duurstede heeft de gemeente Houten in 2017 een omgevingsvisie voor het buitengebied opgesteld. Omdat er voor het Eiland van Schalkwijk al een visie lag, is dat deel van het buitengebied daarin niet betrokken. Het doel van de visie is om een modern planningsinstrument te hebben dat aansluit bij de behoeften in het gebied, maar ook om gelijk beleid te voeren in dit gebied dat duidelijk een geheel vormt.
Tevens willen de gemeenten onderzoeken of ze in de toekomst ook structureel intensiever kunnen samenwerken. De ontwikkelingskaders die in deze visie worden geschetst zijn de basis voor een nieuwe vorm van planologie: uitnodigingsplanologie. Gemeenten nodigen de samenleving uit om transformatieprojecten te initiëren en uit te voeren en beloven die zo actief mogelijk te faciliteren. Als initiatiefnemers aansluiten bij de doelen uit de visie, zullen de gemeenten actief meedenken en meewerken. Deze aanpak is bedoeld om effectief in te kunnen spelen op de ontwikkelingsbehoeften. De visie is daarbij richtinggevend en kader stellend. De visie benoemt de verantwoordelijkheden die zij voor zichzelf ziet en de gebiedskwaliteiten waar zij van uitgaat. De vier speerpunten van het beleid zijn: sterke ontwikkeling van recreatie, naar een kwaliteitscultuur, verandering en vernieuwing stimuleren, volop innovatie. Toerisme en recreatie maken onderdeel uit van de vier speerpunten, omdat ze volgens de visie de grootste kans vormen voor ontwikkelingen in het buitengebied. Om ervoor te zorgen dat initiatieven uit de toeristisch recreatieve sector meer kans maken, willen de gemeenten een verhaal van de Kromme Rijn maken, waarop aangehaakt en aan bijgedragen kan worden.
Zo ontstaat het verhaal of ‘narratief’ van het gebied, dat de identiteit verbeeld en bepaald, de herkenbaarheid van het gebied vergroot en kansen biedt om toeristisch-recreatieve initiatieven inhoud te geven. Hiermee hoopt de visie het bestaande afbreukrisico van toeristisch-recreatief initiatieven te beperken. Die zijn namelijk vaak lang en onzeker. Tevens kan een dergelijk verbindend gebiedsverhaal ervoor zorgen dat er een concept komt dat de sector verbindt en zorgt voor synergie, waardoor recreatie haar volle potentieel kan benutten. Regionale onderzoeken Recreatie en Toerisme (2009 - heden) - Onderzoek De Toekomst van Recreatie om de Stad (2011) In 2011 heeft de provincie Utrecht naar aanleiding van het stopzetten van de rijks-financiering voor het programma Recreatie om de Stad (RodS) onderzoek gedaan naar de recreatiebehoefte in de provincie Utrecht. Bos Nieuw Wulven is één van de RodS-projecten die op dat moment al gerealiseerd waren, maar waarvoor de beheerfinanciering wegviel. Uit het rapport blijkt dat de tot dan toe gerealiseerde projecten niet voldoende zijn om de recreatietekorten op te vangen, gezien de te verwachten bevolkingsgroei in de stedelijke regio’s Utrecht en Amersfoort. Het totale tekort aan recreatievoorzieningen wordt in dit rapport geschat op: 2.852 hectare recreatiegroen, 240 km wandelpad en 106 km fietspad.
Uit het rapport blijkt dat Houten in één van de zes grootste tekortgebieden ligt. Voor het gebied zuidoost, waar Houten onder valt, is het tekort berekend op 676 hectare recreatiegroen en 56 km wandelpad en 23 km fietspad. Hierbij moet opgemerkt worden dat hier is gewerkt met het perspectief 2030 en de bevolkingsgroei zoals die toen bekend was. In de afgelopen jaren is gebleken dat de bevolking harder groeit dan toen is voorspeld, maar er zijn de afgelopen jaren ook nog hectares 4
Versie 5.1 10-3-2020
recreatiegroen en km fiets- en wandelpad aangelegd. Van belang is vooral dat het gebied ten zuidoosten van Utrecht ingeklemd ligt, waardoor het hier druk(ker) is. Of zoals het rapport aangeeft: “Het buitengebied ten zuidoosten van Utrecht ligt ingeklemd tussen Utrecht stad, Nieuwegein en groeikern Houten. Dit leidt tot een grote vraag. Delen van het gebied (Rhijnauwen en paden langs de Kromme Rijn) worden intensief door recreanten gebruikt, wat leidt tot grote drukte”. (De toekomst van recreatie om de stad, p. 46) Er is ook gekeken naar de leefstijlen (op basis van postcode) en er wordt geconstateerd dat de demografische groep uit dit gebied naast fietsen, wandelen en horeca bezoeken meer dan gemiddeld in Nederland monumenten en archeologische objecten bezoekt en meer dan gemiddeld actieve sporten zoals joggen, mountainbiken, wielrennen en golf beoefent. Wandelaars en fietsers ondernemen hier ook meer dan gemiddeld natuur en milieuactiviteiten. Zie voor de leefstijlen van de gemeente Houten ook het onderdeel ‘leefstijlen recreatie inwoners gemeente Houten’ in deze notitie. Het recreatieaanbod dat dit onderzoek in kaart heeft gebracht, is al uitgebreider dan in 2009, toen de recreatievisie van de gemeente werd opgesteld. Zo moest onder meer de recreatieplas Laagraven (Down Under) toen nog worden ontwikkeld.
Als geplande ontwikkelingen worden in dit rapport genoemd: Laagraven/Heemstede Noord: extra recreatieterrein (ligweiden, wandelpaden, fietspaden), extra recreatieve fietsverbinding over het Amsterdam-Rijnkanaal bij de Plofsluis; recreatie-transferium langs de A27, Recreatieve poort A27 bij tankstation. Op deze ontwikkelingen wordt verderop teruggekomen in de beschrijving van de gerealiseerde projecten van de afgelopen jaren. - Onderzoeken Utrecht Buiten (2017 en 2019) Uit onderzoek van Utrecht Buiten in 2017 bleek dat het recreatieaanbod waarschijnlijk niet goed aansloot bij de vraag. De leefstijlen van de bezoekers van de recreatiegebieden kwamen namelijk niet overeen met de leefstijlen van de bewoners, de belangrijkste doelgroep van de recreatiegebieden. Om die reden heeft Utrecht Buiten in 2019 nader onderzoek laten doen naar het recreatievraag en het recreatieaanbod. Het blijkt dat er naast een kwantitatieve opgave, ook een belangrijke kwalitatieve verbeteropgave ligt. Het rapport geeft naast een vraag-aanbod analyse, ook aanbevelingen om de discrepantie tussen vraag en aanbod te verbeteren. De belangrijkste conclusies uit de vraag-aanbod analyse zijn: Kwantitatief: - Er is al een tekort aan groen rond de stad In 2011 is al berekend (rapport RodS) dat er een tekort zal zijn in 2030 in de regio Utrecht. De gebieden die sindsdien zijn aangelegd lossen dit tekort niet op.
Het tekort wordt geschat op 550 ha recreatiegebied. - Tekort neemt toe doordat de bevolking harder groeit en blijft doorgroeien Naast de 550 ha is verdere uitbreiding van recreatiegroen en recreatief medegebruik noodzakelijk. Het aantal inwoners van de regio Utrecht blijft immers doorgroeien. Er zullen in 2035 naar verwachting 115.014 extra mensen bijgekomen zijn (t.o.v. 2019). Dat is net zoveel inwoners als de stad Alkmaar. Daarbij bestaat meer dan de helft van de inwoners van Utrecht uit eenpersoonshuishoudens. Zij brengen 50% van hun vrijetijd buitenshuis door en zoeken, naast ontmoetingsplekken in de stad, ook ontmoetingsplekken in het groen. Dit geeft extra druk op de groengebieden in en rondom de stad. Om de behoefte op te vangen zijn naar schatting circa 5000 ha < 5km vanaf bebouwd gebied en 2500 ha > 5 km vanaf bebouwd gebied aan groengebieden met recreatief medegebruik nodig. Kwalitatief: De volgende trends zijn volgens het rapport relevant: - Patronen en ondernomen activiteiten in de vrijetijdsbesteding veranderen niet veel in de tijd.
5
Versie 5.1 10-3-2020
-
De verwachtingen van de recreant wat betreft beleving en belevenis nemen wel toe. Daarbij zijn de behoeften cumulatief: recreanten blijven niet alleen doen wat ze al deden, maar willen daarbij ook steeds iets nieuws. - Groene recreatie is steeds sportiever en daarmee ook meer routegebonden geworden. Daarbij leggen recreanten – door gebruik e-bike – grotere afstanden af. Recreatieve verbindingen zijn daardoor nóg belangrijker geworden. Conclusies: - Basis is fantastisch: de regio Utrecht heeft een rijke en bijzondere variatie aan landschappen dichtbij stedelijke gebieden én een rijk en gevarieerd cultuurhistorisch landschap. - De recreatieve druk is ongelijk verspreid. - Niet alle recreatiezones hebben de kwaliteit van ‘recreatielandschap’. - Wat betreft voorzieningen is er op het eerste oog een behoorlijke dichtheid en variatie aan voorzieningen. Maar: slechts een kwart heeft sterke beeldbepalende voorzieningen die het gebied krachtig op de kaart zetten. En er zijn behoorlijk wat ‘blinde vlekken’ in de voorzieningenstructuur. Met betrekking tot de leefstijlen: - Het aanbod voor de avonturierzoeker beperkt is, terwijl dit een belangrijke leefstijl is in de regio. - Tegelijkertijd is er veel aanbod voor de harmoniezoeker, dat juist een van de kleinere doelgroepen vormt. - Het aanbod voor de plezierzoeker en inzichtzoeker is redelijk op orde en in balans, maar kan nog verbeterd.
Per regio zijn de aandachtspunten: - Noordelijk deel regio: aanbod voor harmoniezoeker en verbindingszoeker is beperkt - Oostelijk: aanbod stijlzoeker verbeteren en aansluiten aan karakter gebied (landgoederen) - Zuidelijk: voorzieningendichtheid is hier lager en het aanbod ververbindingszoeker en inzichtzoeker is beperkt - Westelijk: is al aardig gevarieerd, iets meer keuze voor inzichtzoeker is gewenst. Voor alle gebieden geldt: - Er liggen kansen om de gebieden meer te clusteren voor bepaalde doelgroepen, nu is het vooral ‘mix to the max’. Clustering van aanbod voor één of meer specifieke doelgroepen komt de herkenbaarheid en de aantrekkelijkheid ten goede. - Er liggen kansen om met meer toegankelijk erfgoed de identiteit van gebieden te versterken: topgebieden danken hun succes aan beeldbepalend erfgoed en de publieke toegankelijkheid daarvan. Het rapport benoemt de volgende opgaven/ambities: 1. Groen groeit mee Het is gewenst om het groen niet (ad hoc) te ontwikkelen naast de stedelijke ontwikkeling, maar als integraal onderdeel daarvan. “Groen groeit mee” betekent ook dat er meer hectaren toegankelijk groen gerealiseerd moeten worden, in de vorm van recreatiegebied, park of natuur. 2.
Slimme gebruiks- en belevingswaarde Naast het aantal hectares (kwantiteit) is de gebruiks- en belevingswaarde van de totale groene omgeving een belangrijke manier om de capaciteit voor recreatie te vergroten 3. Benut bestaand aanbod Niet alle beschikbare gebieden worden benut of zijn goed toegankelijk. 4. Ruimte voor experimenten in het groen 5. Een uitgekiend netwerk van verbindingen Gebieden voor groene recreatie op een aantrekkelijke manier met elkaar en met de stad verbinden. Daarbij de paden zelf en de directe omgeving ervan aantrekkelijk maken voor recreatie De 11 adviezen om het aanbod beter aan te laten aansluiten bij de vraag (p. 22 e.v.): 1. Breng het landschap binnen voetbereik 2. Ga met de stroom mee: maak blauw-groene aderen door stad en landschap 3. Verbind (historische) kernen 6
Versie 5.1 10-3-2020
4. Verras de avontuurzoeker 5. Zorg voor meer ontmoetingsplekken 6. Combineer recreatie en stadslandbouw 7. Geef vorm aan beweeglinten 8. Behoud en ontsluit luwte voor de natuurliefhebber 9. Vergroot de icoongebieden en ontwikkel nieuwe icoongebieden 10. Maak buitenpoorten 11. Recreatiemarketing voor geleiding gedrag Het rapport benoemt bij elk advies een aantal concrete projecten, waarvan een aantal specifiek relevant zijn voor Houten: Bij advies 1. Breng het landschap binnen voetbereik, Project 3. Eiland van Schalkwijk (p. 27) Het Eiland van Schalkwijk wordt door voetgangers onvoldoende bereikt. Een brug over het Amsterdam-Rijnkanaal (in het verlengde van het Verdronken Bos) zou dit op kunnen lossen. Door deze brug zou het bovendien veel zinvoller worden om te investeren in de omgeving, zoals het uitbreiden van het padennetwerk en het toeristisch-recreatief ontwikkelen van Fort Honswijk. Bij advies 2. Ga met de stroom mee: maak blauw-groene aderen door stad en landschap, project 1. Het compleet maken van fietsroutes langs het Amsterdam-Rijnkanaal (p. 30) In potentie zijn routes langs het water perfecte stad-land verbindingen: ze stromen van diep in de stad tot bijna eindeloos in het landschap. De oevers van het Amsterdam-Rijnkanaal worden veel gebruikt door fietsers, skaters en hardlopers.
Bij de Noordersluis gaat het echter op beide oevers mis: je kunt hier je weg langs het kanaal niet vervolgen. Zo bereik je het Eiland van Schalkwijk en de Lek niet. Maak deze route compleet, het zijn minimale verbeteringen die prachtige nieuwe routemogelijkheden bieden. Onder project 2. staat de aanbeveling bij Laagraven het inundatiekanaal en fietsverbinding onder N409 door te trekken richting Fort De Batterijen als blauw-groene verbinding. Bij advies 4. Verras de avontuurzoeker, project 2. Maak meer ‘struinnatuur’ Nieuw Wulven wordt genoemd als een zoekgebied voor nieuw aanbod voor de avontuurzoeker Bij advies 5. Zorg voor meer ontmoetingsplekken Ook hier wordt Nieuw Wulven genoemd als project (dat al in de pijplijn zit) Bij advies 6: combineer recreatie en stadslandbouw Hier wordt voor Laagraven en omgeving Fort ’t Hemeltje geadviseerd om de gebruikerswaarde in dit gebied te verhogen door samen met stakeholders in te zetten op de ontwikkeling van natuur, stadslandbouw, vrij liggende routes in een parkachtige setting. Bij advies 7: Geef vorm aan beweeglinten In Laagraven en het Noorderpark verdienen de smalle paden een upgrade. Een beweeglint geeft eenheid aan dit wat versnipperde gebied. Door toevoegen van een extra trekker kan een nieuw icoongebied ontstaan. Bij advies 9: Icoongebieden: vergroting en ontwikkeling, project 1.
Versterking vanuit icoongebied Amelisweerd-Rijnauwen (p. 49-50) Advies om landschap richting Nieuw Wulven meer in te richten voor recreatief medegebruik om de geleiding natuurlijker te maken. Maak de cultuurhistorische elementen in het gebied zichtbaar en koppel deze aan wandelpaden. Tevens wordt geadviseerd om Laagraven op te nemen in het oostelijk Kromme Rijngebied en de recreatieve invulling tot aan het Amsterdam-Rijnkanaal daarna naar Schalkwijk en de doorsteek naar Fort Honswijk aan de Lek te faciliteren. Project 4. Nieuwe icoongebied Lek en Fort Honswijk: Fort Honswijk ontwikkelen tot nieuw icoongebied. De uitdaging is hier de verbinding naar het stedelijk gebied, verkeerskundige uitdagingen en draagvlak vanuit de inwoners uit de omgeving. Project 6. Nieuw icoongebied Laagraven: bestaande iconen in het gebied zijn Kasteel Heemstede, Fort de Batterijen, maar er is meer gebruiks-, belevings- en attractiewaarde gewenst, waaronder een extra publiekstrekker en laagdrempelige ontmoetingsplek in een parkachtige setting. -
Ontwikkelbeeld Groen en Landschap (2019) 7
Versie 5.1 10-3-2020
In het kader van het Regionale Economisch Programma (REP) is onlangs een ontwikkelbeeld opgesteld voor het onderdeel Groen en Landschap. Hierin wordt onderbouwd dat – door de schaalsprong in verstedelijking die het gebied te wachten staat – de komende periode ook voor groen en landschap een schaalsprong nodig zal zijn. Stedelijke ontwikkeling is onlosmakelijk gekoppeld aan de ontwikkeling van groen en landschap, is de stelling van dit onderzoek. Belangrijke noties zijn: kwaliteit gaat voor kwantiteit. Er is te weinig kwalitatieve recreatieruimte. De kwantitatieve opgave is globaal in beeld gebracht en komt op basis van de gangbare groennorm van ten minste 75m2 gebruiksgroen per huishouden binnen de rode contour neer op 225 ha recreatief stedelijk groen. Daarnaast is behoefte aan de beschikbaarheid van 5.000 ha grote groengebieden en het ontwikkelen van 3.000 ha nieuwe natuur. De genoemde normen, geeft het rapport aan, zijn nadrukkelijk een hulpmiddel en geven een indicatie van de behoefte. Er bestaat overlap tussen de ruimteclaims, zoals het benodigde recreatief groen en de beschikbaarheid van grote groengebieden. Kwaliteit gaat voor kwantiteit en er kunnen combinaties gemaakt worden tussen het gebruik van water, natuur, recreatie en landbouw, maar dit is altijd maatwerk. Het ontwikkelbeeld stelt voor om uit te gaan van de kernkwaliteiten en structuurdragers.
Het maakt een onderverdeling in het kerngebied Utrechtse Heuvelrug en de dragers Stichtse Lustwarande en Vechtstreek; Kromme Rijngebied en Oude Rijnzone, Hollandse IJssel, Limeszone; Nieuwe Hollandse Waterlinie en Stelling van Amersterdam; en Rivierengebied van de Lek. Voor ieder van deze onderdelen benoemt het rapport de specifieke kwaliteiten en de mogelijke noodzakelijke schaalsprong(en). Voor Houten zijn de laatste drie genoemde dragers relevant: Drager Kromme Rijngebied en Oude Rijnzone, Hollandse IJssel, Limeszone Kwaliteiten: - Beleefbaarheid Kromme Rijn als vesting- en vestigingszone (archeologie, cultuurhistorie) - Ensembles stadjes, rivier en weg – adres aan de rivier, verschil met stroomrug en de eerste linten en kaden van de cope-ontginningen - Agrarisch kerngebied met duurzame innovatieve landbouw: fruitteelt rond Kromme Rijn, veeteelt rond Oude Rijn/Hollandse IJssel Schaalsprongen: - Aandacht voor agrarische zones bij steden en dorpen (innovatief mixlandschap) - Recreatieve zone en verbindende route Kromme Rijn en Oude Rijnzone, Hollandse IJssel openbare oevers Drager Nieuwe Hollandse Waterlinie en Stelling van Amsterdam - Versterken beleving ensembles van forten, accessen, dijken, kanalen en inundatiekommen Schaalsprong: - Recreatieve zone en verbindende routes door de linielandschappen Drager rivierengebied van de Lek - Versterken van het doorgaand oostwest
karakter van rivier, uiterwaarden en oeverwallen en hoge Lekdijken met cultuurhistorie (vestigingsplaats) en waterwerken - Inspelen op markante overgang stuwwal – rivierengebied en tussen binnen- en buitendijks Benutten waterdynamiek voor ecologie en ruimte voor struinnatuur in uiterwaarden Schaalsprong: - Recreatieve zone en routestructuur langs Lek Het uitgangspunt voor het mogelijk maken van de schaalsprongen is dat de basislaag wordt verreikt en grote groengebieden worden verbonden met royale multifunctionele recreatieve routes. Het landschap van de toekomst is, zo wordt hier voorgesteld, een mixlandschap met innovatieve combinaties van landbouw, natuur, bos, recreatie en energie.
8
Versie 5.1 10-3-2020
Daarbij gelden volgens het advies de volgende optimaliseringsprincipes: 1. Benut en versterk het palet van aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische rijkdom 2. Maak voldoende en hoogwaardige ruimte voor recreatie, water, natuur en landbouw 3. Verbind stad en land beter 4. Draag vanuit elke ruimtefunctie altijd bij aan een betekenisvol Utrechts landschap Bij nieuwe ontwikkelingen zou uitgegaan moeten worden van ruimtelijke kwaliteit, waarbij de onmiskenbare groenblauwe kwaliteiten behouden blijven. Voor voldoende ruimte voor recreatie, water, natuur en landbouw is samenwerking noodzakelijk. Goed beheer en doorontwikkeling van bestaande natuur- en recreatiegebieden is een aanbeveling. Investeren in verbindingen is noodzakelijk. Alleen nieuwe grootschalige ontwikkelingen in het buitengebied als deze ook bijdragen aan de kwaliteit van het buitengebied, zo stelt het rapport voor. Tot slot stelt het rapport, is samenwerking noodzakelijk vanwege het feit dat groen- en waterstructuren per definitie grensoverschrijdend zijn. Het raadt aan om dit serieus te nemen en niet de losse ambities als een optelsom te zien, maar het gebied daadwerkelijk in zijn geheel op het U10 schaalniveau te beschouwen. Hiervoor is nog vervolgonderzoek en verdere uitwerking noodzakelijk, onder meer voor een toetsingskader voor het REP.
- Leefstijlen recreatie inwoners gemeente Houten (2011) De recreantenatlas van de provincie Utrecht, met de bijbehorende recreatie leefstijlprofielen van alle gemeenten, is in 2011 opgesteld. De recreantenatlas geeft een breed beeld van de wensen, behoeften, motieven en interesses van inwoners op het gebied van dagrecreatie op drie schaalniveaus: de provincie, de regio en de eigen gemeente. Uitgangspunt is dat ‘dé recreant’ niet bestaat. Recreanten verschillen niet alleen in demografisch opzicht (leeftijd, geslacht, opleiding), maar vooral ook in wensen, motieven, behoeften en interesses met betrekking tot dagrecreatie. Het is daarom van belang doelgroepen te onderscheiden waarin zowel demografische als leefstijlaspecten opgenomen zijn. Dit zijn zogeheten leefstijlprofielen. Uit het onderzoek komen zeven verschillende leefstijlprofielen naar voren, met ieder hun eigen kleur: “Creatief en inspirerend rood’, ‘Uitbundig Geel’, ‘Gezellig Lime’, ‘Rustig Groen’, ‘Ingetogen Aqua’, ‘Stijlvol en Luxe Blauw’ en ‘Ondernemend Paars’. (Regionale leefstijlatlas Dagrecreatie, provincie Utrecht 2011) Voordat hier wordt ingegaan op het specifieke recreantenprofiel van Houten, is het belangrijk om te benoemen dat los van de specifieke profielen per regio, wandelen en fietsen nog altijd overal op nummer 1 en 2 staan van de top 10 van recreatiebestedingen.
Ongeveer de helft van alle recreanten wandelt en fietst in zijn of haar vrije tijd. Hiervoor is voldoende ruimte nodig (om dit te faciliteren met wandel- en fietspaden). Uit de leefstijlkaart met bijbehorende factsheets van de gemeente Houten kan het volgende worden opgemaakt. In de gemeente Houten wonen relatief veel mensen met een ‘Ondernemend Paars’ profiel. Van de Houtenaren heeft 15% dit profiel, ten opzichte van 9% in Nederland en 11% in de regio Utrechtse Heuvelrug/Kromme Rijn. Dit zijn mensen die zich graag laten verrassen en inspireren, vooral op het gebied van cultuur. Zij willen nieuwe dingen zien, ontdekken en beleven. Bijbehorende activiteiten zijn zelf sporten en het bezoeken van concerten, voorstellingen en galerieën en andere culturele bezienswaardigheden. Ook geniet de paarse doelgroep relatief graag van een sauna of wellness arrangement. Ook de ‘Stijlvol en Luxe Blauw’ komt in Houten iets meer voor dan gemiddeld in de regio: 10% tov 7%. Recreanten met het profiel ‘Stijlvol en luxe blauw’ houden van stijl en klasse en zijn wat meer gericht op de exclusievere vormen van recreatie. Recreëren betekent voor hen: ontspannen en afstand nemen van de dynamiek van alledag. Dit doen zij door te sporten en door aandacht te besteden aan het ‘social network’. Populair zijn meer exclusieve vrijetijdsbestedingen, zoals wellness en bijeenkomsten met ViP arrangementen. 9
Versie 5.1 10-3-2020
Verder valt op dat in Houten relatief weinig mensen wonen met een ‘Rustig Groen’ en ‘Ingetogen Aqua’ profiel. Rustig Groen 13% tov 16% in de regio en Ingetogen Aqua 14% tov 21% in de regio. De rustige groene recreant hoeft niet ver te reizen in de vrije tijd, maar recreëert het liefst in de eigen omgeving. Recreëren is voor hen niets anders dan uitrusten, ontspannen en tijd hebben voor hobby’s. Ingetogen aqua recreanten hebben een brede interesse, zijn ruimdenkend en geëngageerd. Zij kiezen voor inspirerende en rustige activiteiten. De aqua recreanten verdiepen zich graag in kunst en cultuur. Deze recreanten houden van sportieve activiteiten, zoals wandelen, fietsen en nordic walking. Ondanks bovengenoemde ‘afwijkingen’ van het landelijke gemiddelde, bestaat de grootste groep recreanten in Houten, net als in Nederland, uit ‘Gezellig Lime’ (23%), gevolgd door ‘Uitbundig Geel’ (17%). Samen vormen ze daarmee de belangrijkste doelgroepen. Naast specifieke aandacht voor Paars en Blauw zou voor de huidige inwoners de basis daarom moeten bestaan uit aanbod voor Geel en Lime. Gezellig Lime bestaat uit recreanten die recreëren om even weg te zijn van de dagelijkse beslommeringen. Recreëren is voor hen “even lekker weg met elkaar”. Daarbij staat samen zijn, gezelligheid en (sportieve) ontspanning centraal. De lime recreanten stellen daarbij geen bijzondere eisen.
Een braderie of rommelmarkt is heel gezellig en een goede plek om mensen te ontmoeten. Vrij zijn, rust en doen waar je op dat moment zin in hebt, dat telt voor de recreanten uit de lime belevingswereld. Daarbij let men op de kosten vanuit de gedachte: je kunt je geld maar één keer uitgeven. Uitbundig Geel staat voor samen actief bezig zijn, uitgaan en genieten. Recreatie is voor deze groep genieten, uitgaan en lekker eten. Actief, sportief, gezellig en verrassend zijn de kernwoorden bij de vormen van recreatie die zij kiezen. Contact met anderen – familie, vrienden of kennissen – is belangrijk. Zij gaan regelmatig met een grotere groep dan alleen het eigen gezin op pad. Ze zijn energiek en enthousiast en letten er bij het uitkiezen van een activiteit op dat iedereen het naar zijn zin heeft. Recreatief winkelen is een van hun favoriete bezigheden. Recreanten in de gele belevingswereld beschikken over iets meer budget dan gemiddeld. Concluderend kan worden opgemerkt dat daar waar Houten specifiek is met een relatief groot percentage aan Paarse en Blauwe recreatieprofielen, daarvoor ook voldoende aanbod lijkt te bestaan. Voor de activiteiten van Paars en Blauw (oa het bezoeken van concerten, voorstellingen en galerieën en andere culturele bezienswaardigheden, maar ook wellness en ViP arrangementen) bestaat een hogere reisbereidheid dan voor bijvoorbeeld wandelen en fietsen.
Houten ligt daarbij dichtbij Utrecht, waar dit aanbod goed is vertegenwoordigd. Ook als deze groep nog groeit, kan de ruimtelijke impact hiervan voor de Ruimtelijke Koers daarom vooralsnog laag worden ingeschat, tenzij Houten besluit dat ze deze voorzieningen ook zelf wil kunnen aanbieden. Op dit moment is echter nog niet duidelijk welke recreantenprofielen de nieuwe inwoners van Houten zullen hebben. Wel lijkt het voor de hand te liggen dat juist de groepen die nu in Houten minder zijn vertegenwoordigd, zullen groeien. Het is nog te vroeg om daaruit al conclusies te trekken voor de Ruimtelijke Koers. Veiliger is te stellen dat voor alle inwoners voldoende recreatieaanbod nodig is en dat het specifieke, ‘gekleurde’ aanbod later zal kunnen worden ingevuld, aan de hand van nieuw onderzoek. Hiervoor moet dan wel – letterlijk – ruimte zijn. Stand van zaken anno 2019 In de afgelopen 10 jaar tijd is het inwonersaantal beperkt gegroeid. De omstandigheden zijn wel veranderd: we hebben niet stilgezeten. Wat betekent dat voor recreatie en toerisme? Hoe staat het er nu voor? Zoals aan het begin van dit stuk is aangegeven, is de Visie Recreatie en Toerisme uit 2009 niet geëvalueerd, noch is er in de afgelopen jaren een analyse gemaakt van de huidige situatie van recreatie. Maar er zijn natuurlijk wel gegevens van hetgeen de afgelopen tijd is gerealiseerd. 10
Versie 5.1 10-3-2020
Om de ambities uit de Visie 2009 waar te maken, is er de afgelopen jaren een heel aantal zaken gebeurd: - Er zijn diverse fiets- en wandelroutes aangelegd (waaronder de fiets- en wandelverbinding over het Amsterdam-Rijnkanaal bij de Plofsluis); - Er zijn kanoroutes aangelegd (Linieland op het Eiland van Schalkwijk); - Er is een recreatieve poort bij de A27 (tankstation) aangelegd; - Er zijn diverse rustpunten en pleisterplaatsen gecreëerd, - Er is een Toeristisch Overstap Punt (TOP) op het Eiland van Schalkwijk aangelegd; - Verschillende forten zijn opgeknapt, waarbij in sommige forten ook horeca is gekomen; - Recreatieterrein ’t Waal is ontwikkeld; - Down Under is verder ontwikkeld; - Op het Eiland van Schalkwijk zijn ook verschillende initiatieven van de grond gekomen, zoals bijv. Pand Pannenkoek. Ook staan er nog verschillende zaken in de planning: - Nieuw Wulven krijgt een horecavoorziening, met een extra afslag vanaf de rondweg waarmee de bereikbaarheid wordt verbeterd; - Bij het dijkversterkingsproject Sterke Lekdijk wordt de verbetering van de recreatieve verbindingen nadrukkelijk meegenomen. Daarmee zijn veel benoemde ambities uit 2009, toen de laatste Visie Recreatie van de gemeente is opgesteld, verwezenlijkt. Ook de meeste van de geplande ontwikkelingen zoals die waren benoemd in het onderzoek over RodS zijn daarmee uitgevoerd.
Alleen Laagraven/Heemstede is nog niet ontwikkeld en blijft onzeker. Het terrein is van het recreatieschap. Vanwege financiële omstandigheden overweegt het recreatieschap om dit terrein niet zelf te ontwikkelen, maar het te verkopen of aan derden te laten voor ontwikkeling. Er is dus veel gebeurd en ontwikkeld in de afgelopen jaren. Veel ambities uit de visie 2009 zijn waargemaakt. Toch blijken de aandachtspunten die in de visie in 2009 zijn benoemd, tien jaar later ook nog altijd relevant: De toegankelijkheid van de stadsrand en van het landelijk gebied voor recreatief, langzaam verkeer is nog steeds niet optimaal; Het aanbod om wat te drinken in het buitengebied is wel toegenomen, maar is nog beperkt (ambitie is ook niet gekwantificeerd: het is daardoor lastig meten wanneer je tevreden bent); Bereikbaarheid van een aantal gebieden is nauwelijks verbeterd, zoals Eiland van Schalkwijk (de voorgenomen brug over Amsterdam Rijnkanaal verdient nog steeds sterke aanbeveling); Verblijfsrecreatie-aanbod is nog steeds laag, maar precieze cijfers ontbreken: 94.000 in 2014 en 100.000 in 2016 voor Kromme Rijngebied (Ecorys).
Met 100.000 is het aandeel van Kromme Rijn 3% van het totale aantal overnachtingen in provincie Utrecht; Waterrecreatie: er zijn weliswaar enkele kanoroutes gerealiseerd, maar er zijn nog steeds geen watergebonden verbindingen; Realiseren van ruiterroutes blijkt lastig. Dat recreatie en toerisme blijvend aandacht nodig heeft, in een groeiende en ontwikkelende gemeente, heeft ook het huidige college erkend in het coalitieakkoord. Als ambitie staat verwoord: “We maken het gebied aantrekkelijker voor inwoners, ondernemers en recreanten door in te zetten op natuurontwikkeling, fiets- en wandelpaden en kleinschalige overnachtingsmogelijkheden. Samen met inwoners en (agrarische) ondernemers werken we aan de leefbaarheid en ontwikkeling van ons buitengebied”. (Coalitieakkoord 2018-2022, p. 7)
11
Versie 5.1 10-3-2020
In het rapport over de toekomst van RodS staat al berekend dat zelfs als alle geplande ontwikkelingen worden uitgevoerd, dat waarschijnlijk onvoldoende zal zijn om volledig aan de groeiende vraag te voldoen. Er blijft vanwege de grote bevolkingsgroei een tekort bestaan. Ook de recente rapporten bevestigen dit beeld: ondanks alle investeringen, blijft een tekort aan recreatievoorzieningen bestaan, alleen al doordat de bevolking blijft groeien en de behoefte aan recreatie daardoor toeneemt. Daarbij verandert de vraag en is het aanbod niet langer adequaat. Conclusies 1. Enkele aandachtspunten uit de recreatievisie 2009 zijn ook voor de huidige ruimtelijke koers nog zeer relevant: de toegankelijkheid van de stadsrand moet worden verbeterd, de bereikbaarheid van een aantal gebieden, waaronder Eiland van Schalkwijk, is nog onvoldoende en het aanbod voor waterrecreatie, verblijfsrecreatie en ruiterroutes blijft achter. Om deze punten aan te kunnen pakken, zijn ruimtelijke ingrepen noodzakelijk. 2. Alle onderzoeken die de afgelopen jaren regionaal zijn uitgevoerd, geven aan dat er regionaal een tekort aan recreatiegroen en recreatievoorzieningen bestaat en dat dit tekort zal alleen maar zal toenemen met de huidige woningbouwopgave. Houten ligt daarbij in een ‘tekortgebied’, waar het te verwachten tekort het meest gevoeld gaat worden.
Het tekort wordt in alle onderzoeken als gebruikelijk berekend op basis van kengetallen. Voor recreatie wordt doorgaans 75m2 groen per woning in stedelijk gebied als norm aangehouden. Bij 4.000 tot 5.000 woningen betekent dat 30 tot 37,5 ha groen voor recreatief gebruik. Ter vergelijking: Bos Nieuw Wulven beslaat 106 ha, waarvan 8 ha is ingericht als speelbos. Volgens 1 de cijfers van het CBS heeft Houten op dit moment 21 hectare aan dagrecreatief terrein . Als dat zou overeenkomen met hectare groen voor recreatief gebruik, zou dat betekenen dat de hoeveelheid dagrecreatief terrein volgens de norm bijna drie keer zo groot zou moeten worden, om te voldoen aan de behoefte. 3. Het exacte tekort aan recreatiegroen en recreatievoorzieningen is lastig concreet te maken in m2 en aantal. Hoewel uit een globale berekening blijkt dat er bij het bouwen van de voorgenomen hoeveelheid en woningen ook behoefte is aan extra recreatief groen, blijft het lastig precies aan te geven hoeveel en wat er nodig is. Aan ‘recreatief groen’ wordt zeer verschillend inhoud gegeven. Uit de definitie (zie noot 1) blijkt bovendien al dat een dagrecreatief terrein beperkter is dan groen voor recreatief gebruik of recreatief groen waar bijv. ook parken onder vallen. Daarbij gaat het om normcijfers en blijkt steeds opnieuw dat naast kwantiteit ook kwaliteit een belangrijke factor is.
Uit alle onderzoeken wordt wel duidelijk dat er rekening gehouden moet worden met investeringen in recreatiegroen, wil de leefomgeving bij de grote groei aan inwoners aantrekkelijk blijven. 4. Voor kwalitatief aanbod, dat aansluit op de vraag, is nader onderzoek noodzakelijk. Nieuw aanbod vraagt om ruimte, ongeacht de specifieke invulling. 5. Goede verbindingen met grotere recreatiegebieden, zoals Utrechtse Heuvelrug en Eiland van Schalkwijk zijn belangrijk om te kunnen voorzien in de recreatiebehoefte.
De definitie van ‘dagrecreatief terrein’ van het CBS is: “Terrein in gebruik voor dagrecreatie zoals dierentuinen, openluchtmusea en pretparken.” Met de volgende toelichting: “Tot dagrecreatief terrein wordt gerekend: dagcamping; dierentuin en safaripark; sprookjestuin; pretpark; openluchtmuseum; jachthavens excl. het water, maar inclusief terrein voor aanverwante bedrijvigheid, met een minimale oppervlakte van 0,1 ha; bijbehorende parkeerterreinen en bos- of heesterstroken. De volgende terreinen worden eveneens tot deze categorie gerekend als ze geen deel uitmaken van park en plantsoen: speeltuinen; picknickplaatsen; hertenkampen; kinderboerderijen; midgetgolfterreinen; speelweiden.”
1
12
Versie 5.1 10-3-2020 6. Goede verbindingen naar andere recreatief aantrekkelijke gebieden – zoals de Utrechtse Heuvelrug – kunnen ook mogelijk een oplossing bieden bij gebrek aan gebieden met hoge opvangcapaciteit zoals bos. Er zijn nu bijv. geen logische en aantrekkelijke verbindingen door het gebied ten oosten van Houten, naar de Utrechtse Heuvelrug. Het begrip ‘opvangcapaciteit’ geeft het aantal mensen weer dat per dag op 1 hectare kan recreëren zonder dat de onderlinge overlast te groot wordt. De opvangcapaciteit is het hoogste in ‘pure’ recreatiegebieden, gevolgd door bos. Voor agrarisch gebied is de opvangcapaciteit relatief laag. Houten heeft slechts één bosgebied (Nieuw Wulven) en het buitengebied bestaat voor het belangrijkste deel uit agrarisch gebied. Om beter inzicht te krijgen naar de behoeften en de mogelijke noodzaak van het verbeteren van de opvangcapaciteit, is nader onderzoek nodig. Er was voorgenomen die behoeftes in beeld te krijgen door te onderzoeken hoe de inwoners de groenstructuur waarderen en gebruiken. Dat is (nog) niet gebeurd. Wel heeft de provincie onderzoek laten doen naar de recreatieprofielen van alle gemeenten (Leefstijlatlas dagrecreatie provincie Utrecht). 7. Er is nader onderzoek nodig om de recreatiebehoefte in beeld te brengen.
Aangezien het grootste deel recreatie plaatsvindt binnen 5 km van huis, is bij bevolkingsgroei van belang voor welke doelgroepen de nieuwe huizen gebouwd gaan worden. De opzet is in vooralsnog om het woningaanbod evenwichtiger te laten worden, waarmee de kans aanzienlijk is dat de recreatievraag daarmee verandert. Zodra definitief is bepaald voor welke doelgroepen er huizen komen en op welke plek, kan specifiek onderzoek worden gedaan wat dat betekent voor het recreatieaanbod. Naar verwachting zal, wanneer het woningaanbod evenwichtiger wordt, het Houtense recreatieprofiel ook meer ‘gemiddeld’ worden. Dat zou betekenen dat vooral het aantal de recreanten met een Rustige Groene en Ingetogen Aqua profiel toeneemt. Voor deze groep geldt dat ze relatief veel doen aan ‘standaard recreatie’: wandelen, fietsen, etc. 8. Mensen hebben behoefte aan groen ‘vanaf de voordeur’. Dit betekent dat bewoners vanaf hun huis de mogelijkheid willen hebben om op een aantrekkelijke manier te fietsen en wandelen, al dan niet op weg naar het buitengebied. Hiervoor is het nodig dat de inrichting van de openbare ruimte aantrekkelijk en groen is, met voldoende mogelijkheden om prettig te kunnen wandelen en fietsen. 9. Het toevoegen van woningen betekent een nieuwe invulling van de ruimte. Dat biedt tevens de kans om ook nieuwe recreatieve en groene ontwikkelingen mogelijk te maken.
Adviezen Om in te blijven zetten op voldoende recreatiemogelijkheden (als belangrijk onderdeel van een aantrekkelijke leefomgeving) dient het aanbeveling om rekening te houden met de volgende (advies)punten: 1. Faciliteer de behoefte van mensen om te recreëren vanaf de voordeur en investeer in goede en aantrekkelijke verbindingen voor langzaam verkeer vanaf de voordeur naar het buitengebied; 2. Goede en logische verbindingen maken recreatie toegankelijk: probeer daar bij het ontwerpen rekening mee te houden (in ruimte en kwaliteit); 3. Naast groen in de directe woonomgeving, is er ook een groter groengebied nodig op relatief korte afstand van de woonomgeving (3 km); 4. Onderzoek naar behoeften is nodig voor de specifieke invulling van dit groengebied;
13
Versie 5.1 10-3-2020
5. De vraag zou specifieker in beeld gebracht kunnen worden als duidelijk is waar voor welke doelgroep woningen komen. Het aanbod kan naar aanleiding daarvan verbeterd worden; 6. Met de nieuwe (onderzoeks)gegevens kunnen keuzes gemaakt worden voor de invulling van de recreatieve ontwikkelingen die nodig en gewenst zijn. Hiervoor dient het aanbeveling een nieuwe visie op recreatie op te stellen, voor het hele gemeentelijke grondgebied. 7. Het binnenstedelijk groen zou (beter) verbonden moeten worden met het groen buiten de stad; 8. De toegankelijkheid van de stadsrand en van het landelijk gebied voor recreatief, langzaam verkeer verdient verbetering; 9. De aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische rijkdom vormen een prachtige basis om te benutten voor een recreatief aantrekkelijk landschap; 10. Groen-blauwe aders door stad en landschap zijn een goede ‘route-dragers’: goede verbindingen kunnen daarom worden gekoppeld aan de groen-blauwe aders Merwedekanaal/AmsterdamRijnkanaal/plofsluis/Lekkanaal/Kromme IJssel/Hollandse IJssel; 11. Let goed op de combinatie natuur en recreatie: soms gaat dat goed samen, maar niet per definitie. Hoe intensiever de recreatie, hoe geringer de biodiversiteit. Ook voor intensieve recreatie is ruimte nodig.
Aanvullend onderzoek: - Functies van de huidige groengebieden en voor welke doelgroepen (aanbod) - Behoeftenonderzoek (vraag) Literatuur (op datum van verschijnen): - “Visie Recreatie en Toerisme: Startpunt Houten”, gemeente Houten: juni 2009. - “De toekomst van recreatie om de stad. Onderzoek naar kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan Recreatiemogelijkheden in de Provincie Utrecht”, provincie Utrecht: 2011. - “Structuurvisie Eiland van Schalkwijk”, gemeente Houten: 22 december 2011. - “Regionale leefstijlenatlas Dagrecreatie”, provincie Utrecht: 2011. - “Vanuit kwaliteit verder werken (natuurlijk): Omgevingsvisie Kromme Rijngebied”, gemeente Houten: 21 maart 2017. - “Ontwikkelbeeld Groen en Landschap. Vijfde Pijler Groen & Landschap: het aanbod van en aan de U16”, BVR adviseurs ruimtelijke ontwikkeling: mei 2019. “Utrecht Buiten: Groene recreatie voor gezond stedelijk leven”, Bureau Buiten: 21 augustus 2019.
14
HOUTEN - RUIMTELIJKE KOERS BIJLAGE LANDSCHAP INVENTARISATIE | ANALYSE | GROENE BASIS
1. ONDERZOEKSVRAGEN
1. Relatie met de omgeving Om een verbinding met de omgeving te faciliteren, evenals het integreren van de nieuwe ontwikkelingen, zal het originele model van de ‘vestingstad’ heroverwogen moeten worden en zal de rondweg meer doorwaadbaar* dienen te worden. Hoe worden de verbindingen tussen de bestaande kern en het omringende landschap verbeterd wanneer Houten zich verder ontwikkelt? • Hoe kan de rol van de rondweg opnieuw worden uitgevonden en hoe kan deze worden ingebed in de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen? • Hoe kan het langzaam verkeersnetwerk worden versterkt, met name de fietsroutes die de stad binnenkomen? • Hoe kan een verbinding met het breder cultuurhistorisch kader gemaakt worden? Hoe kunnen we de verspreide en versnipperde historische elementen in de stad reactiveren? • Hoe kan het introverte Houten zijn rustige karakter behouden en tevens de verbindingen met zijn omgeving versterken?
2. Groen en blauw systeem De focus moet liggen op het behoud en de verbetering van de bestaande kwaliteiten en op het vergroten van de biodiversiteit. Belangrijk is om het groene raamwerk te koppelen aan een veerkrachtig watersysteem. In de latere fases moet natuurinclusief bouwen onderdeel zijn van de ontwikkelingsstrategie. • Wat zijn de consequenties voor nieuwe groenblauwe structuren gerelateerd aan het onderscheid tussen het landschap nabij de grote infrastructuren (snelweg en kanaal) en het niet doorsneden landschap? • Hoe wordt het landschap doorvertaald in de stedelijke groenblauwe structuren? • Hoe zijn de kernwaarden te definiëren: wat is de basis horend bij het raamwerk en de flexibele onderdelen? • Hoe is de groene kwaliteit van Houten nog verder uit te bouwen en van betekenis te maken voor bewoners? • Hoe de biodiversiteit te vergroten? • Hoe kan de waterstrategie reageren op de verschillende waterlandschappen geïdentificeerd in de analyse? • Hoe kan de waterrobuustheid vergroot worden?
12
Door waad baar/p e r m eab e le str u c tu u r : Ee n d o o r waad b are st r u c t u u r zo rg t vo o r e e n g e m ak ke l i j ke relat ie t u ssen d e 2 zijd en va n d e Rond weg op v isueel nivea u (op en ing en en verg ezichten, t ra n sp a ra ntere g roen e b uf fe r) e n op f ysie k n i vea u (versterkte do o r vo erro u tes, b ete r ve r b o n d e n m et h et o m l i g g e n d e re c re at i e n et we r k) .
ANALYSE
ANALYSE REGIONALE SCHAAL INTRODUCTIE
Wat is er speciaal in het landschap rondom Houten • De relatie tussen het natuurlijke en cultuurhistorische landschap, gedurende de geschiedenis op elkaar van invloed geweest. • • •
De Ontwikkeling van Houten in relatie tot de transformatie van de Kromme Rijn en de samenstelling van de bodem Cultuurlijke structuren in het landschap (nw - zo) volgen de natuurlijke opbouw van het landschap (Stichtse lustwarande, wetering and boerderijlinten (Langbroek, Schalkwijk, Houtense, Waalse) Haaks daarop overlappend landschap (Nieuwe Hollandse waterlinie), in de n - z richting, welke van invloed is geweest op de ontwikkeling van het landschap alsmede op de ontwikkeling van het stedelijk gebied. (inundatievlakten, vegetatiestructuur als buffer en om lunetten en forten te maskeren.)
Groot potentieel • Het verbeteren van de bereikbaarheid van dit landschap, specifiek de verbinding tussen recreatieve routes en Houten, dit zowel voor wandelen als voor fietsen. • Het gebruik van de sterke structuur en identiteit van het landschap om de toekomstige ontwikkelingen vorm te geven • Het zichtbaar maken van de veelal onzichtbare historische structuren
Een aantal thematische kaarten volgt. De informatie op deze kaarten is afkomstig uit het GIS-systeem van de provincie Utrecht. Ze geven een beeld van de feitelijke situatie van het Kromme Rijn landschap en het Waterlinie-landschap op dit moment.
14
ANALYSE REGIONALE SCHAAL KROMME RIJNLANDSCHAP HISTORISCHE ONTWIKKELING
WATER Het gebied wordt gedomineerd door de meanderende rivier. Opvallend is het verschil tussen het intensieve patroon
De opbouw van oeverwallen in het Kromme Rijngebied begon ruim zesduizend jaar geleden. Bij Werkhoven en bij
van parallelle sloten in de kommen van Langbroek en Schalkwijk en de drogere zone ten zuiden van de Kromme Rijn.
Houten liggen de werkhovense en houtense stroomrug: hogere gronden die zijn afgezet door voorlopers van de Krom-
Binnen deze drogere zone zijn oude rivierlopen te herkennen en nattere gebiedjes met parallelle sloten. De stroomrug
me Rijn. De Kromme Rijn zelf werd zo’n drieduizend jaar geleden actief en ontwikkelde zich tot de belangrijkste tak van
van Nederrijn/Lek is eveneens droger, maar meer dooraderd met sloten dan de zone van de Kromme Rijn. De Utrechtse
de Rijn. Bij Utrecht vertakte de stroom zich in de huidige Oude Rijn en de Vecht. de Lek takte bij Wijk bij Duurstede
kommen Langbroek en Schalkwijk hebben een veel regelmatiger slotenpatroon dan de Gelderse kommen. Niet
van de Rijn af en werd in de vroege middeleeuwen steeds belangrijker.
zichtbaar op de kaart, maar wel van grote invloed op de waterhuishouding en botanische rijkdom van het gebied is het voedselarme kwelwater dat aan de voet van de Utrechtse Heuvelrug aan het oppervlak komt. •
Houten op stroomrug; relatief weinig oppervlaktewater
•
Nattere komgronden nabij huidige Kromme Rijn
Kromme Rijn • oude noordgrens Romeinse Rijk • van dynamische rivier naar vastgelegde loop • afdamming nabij Dorestad/ Wijk bij Duurstede
De opbouw van o kromme rijngebied
duizend jaar geleden
bij houten liggen d
houtense stroomrug
die zijn afgezet door
kromme rijn. de krom
zo’n drieduizend jaar
ontwikkelde zich to
tak van de rijn. Bij U
stroom zich in de hu
de vecht. de Lek takt
ede van de rijn af en
middeleeuwen steed
watergangen
grens Nationaal Landschap Rivierengebied
watergangen
grens katern Rivierengebied
bosgebied
grens provincie Utrecht
bebouwingskern/ rode contour hoofdontsluiting
binnenvaart
dwarsdijk
restgeulen
pontveren
rivierdijk
stroomrug
steenfabriek
oorspronkelijke loop Kr. Rijn
heuvelrug
sluis
huidige loop Kr. Rijn
nat laaggelegen gebied
dam
Amsterdam Rijnkanaal
stuwsluis
Lek
brug
grens Nationaal Landschap Rivierengebied grens katern Rivierengebied
15
ANALYSE REGIONALE SCHAAL KROMME RIJNLANDSCHAP BODEM
INFRASTRUCTUUR Grootschalige infrastructuur concentreert zich in het westelijke deel rond Utrecht en gaat verder buiten het gebied om.
Het verschil tussen stuwwal en rivierklei springt het meest in het oog.
De belangrijkste wegen in het Utrechtse rivierengebied lopen vrijwel allemaal zuidoost-noordwest, min of meer parallel
Binnen de gebieden met rivierklei is aan de kleurverschillen het slingerende verloop van oude rivierstromen te herkennen.
aan de stuwwal en Kromme Rijn. Ten zuiden van de Nederrijn/ Lek lopen de wegen meer parallel aan de grote rivier.
de grote kom van Langbroek, tussen heuvelrug en Kromme Rijn is duidelijk te zien, evenals parallel daaraan de brede
Het Utrechtse deel is minder dooraderd met wegen dan het Gelderse. Slechts op enkele punten zijn er verbindingen
Houtense stroomrug. De noordelijk van Houten gelegen gebieden met zware klei lijken een vervolg te zijn van de kom
over de Nederrijn/Lek.
van Langbroek, daarvan afgesneden door smallere stroomruggen; zones met lichtere zavel. De kom van Schalkwijk wordt eveneens doorsneden. Tussen Bunnik, Zeist en Utrecht zijn enkele oude rivierarmen duidelijk zichtbaar.
• • •
Provinciale wegen gebaseerd op zuidoost-noordwest richting van Utrechtse Heuvelrug Doorsneden landschap door snelwegen Spoorweg; goed verbonden met o.a. Utrecht
• • • •
Kleigronden Houten op stroomrug Komgronden tussen Houten en Heuvelrug Interessant: oude bewoningsplaatsen nabij
kleigronden
kleigronden
X
X
X
X X
X X
X
X
snelweg
grens Nationaal Landschap Rivierengebied
stuifzandgronden
provinciale weg
grens katern Rivierengebied
oude bewoningsplaatsen
lokale weg
grens provincie Utrecht
bebouwingskern/ rode contour water
X
hoogspanningslijn spoorllijn bosgebied bebouwingskern/ rode contour
hoofdontsluiting enkeerdgronden grens Nationaal Landschap Rivierengebied grens katern Rivierengebied grens provincie Utrecht
16
ANALYSE REGIONALE SCHAAL NIEUWE HOLLANDSE WATERLINIE VERDEDIGINGSSYSTEEM
De verdedigingslinie en het inudatiegebied werd gebruikt om de oostelijke en zuidelijke grens van Holland, met daarin de
Nationaal Landschap SvA
SvA in Provincie NHW in Provincie Utrecht Utrecht
Provincie Utrecht
Nationaal Landschap NHW
belangrijkste Nederlandse steden te verdedigen. De verdedigingslinie is 85 kilometer lang en 3 tot 5 kilometer breed en bevat 46 forten. De verdedigingslinie strekte zich uit van het eiland Pampus in de Zuiderzee tot aan de Biesbosch. Bovendien bestaat de lijn uit de vijf vestingsteden Muiden, Weesp, Naarden, Gorinchem en Woudrichem. In de nota Ruimte van de ministerie van VROM zijn de kernkwaliteiten voor de verschillende Nationale Landschappen benoemd. Elke provincie heeft de opdracht gekregen deze kernkwaliteiten voor haar Nationale Landschappen nader uit te werken. De provincie Utrecht heeft de kwaliteiten voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW) en Stelling van Amsterdam (SvA) één-op-één overgenomen. Mede hierdoor is de Nieuwe Hollandse Waterlinie genomineerd als werelderfgoed. De Nota Ruimte benoemt drie kernkwaliteiten voor the NHW: 1. Samenhangend stelsel van forten, dijken, kanalen en inundatiekommen. 2. Groen en overwegend rustig karakter 3. Openheid
17
ANALYSE REGIONALE SCHAAL NIEUWE HOLLANDSE WATERLINIE WATER • •
BODEM • Veen • Oude stroomruggen (klei) • Grote rivieren (klei)
Noordelijke deel; veen, laag, veel water Zuidelijke deel: klein, hoger, water in onregelmatig blokpatroon gekoppeld aan rechte weteringen veengronden
watergangen watergangen bebouwing hoofdontsluiting
kleigronden grens nationaal landschap NHW grens nationaal landschap SvA grens provincie Utrecht
zandgronden
oude bewoningsplaatsen
bebouwingskern/ rode contour water hoofdontsluiting grens nationaal landschap NHW grens nationaal landschap SvA grens provincie Utrecht
oon. allel
Opvallend zijn de uitgestrekte veenplassen en de vele sloten in de natte veengronden
Ook op de bodemkaart zien we een tweedeling met het omslagpunt ter hoogte van
ten noorden van de stad Utrecht. Er is een sterke overeenkomst tussen het sloten-
Utrecht. Het zuidelijke deel rond de rivieren kenmerkt zich door zavelige gronden
en verkavelingspatroon. In het veen(weide)gebied lopen de sloten parallel en op
(groen) rond de rivieren. Ten noorden zien we een verloop van zavelige gronden langs
korte afstand van elkaar. De orthogonale en rationele opzet van de droogmakerijen is
de vecht naar veengrond van de polders (paars en blauw) en in het oosten door naar
duidelijk herkenbaar in de waterstructuur. Het rivierengebied vertoont een onregelmatig
de zandgronden (rood) van de Utrechtse Heuvelrug.
blokpatroon van sloten rondom een lange rechte wetering.
18
ANALYSE REGIONALE SCHAAL NIEUWE HOLLANDSE WATERLINIE INFRASTRUCTUUR OP DE ACCESSEN
verstedelijking Utrecht
fort nabij nieuwe infrastructuur
recreatief gebruik langs de rivier
fort
fort met verboden kring
spoorweg voegt zich naar de hwl rijweg voegt zich naar de hwl
GESTUURDE VERSTEDELIJKING
recreatief gebruik
oegt zich naar de hwl
waardevolle groenbuffer
Amsterdam Rijnkanaal voegt zich naar de hwl
stedelijk gebied
rijweg voegt zich niet naar de hwl nieuwe hoofdweerstandslijn
nieuwe hoofdweerstandslijn
oude hoofdweerstandslijn
oude hoofdweerstandslijn
verschuiven hoofdweerstandslijn
verschuiven hoofdweerstandslijn
stroomrug als acces
waterweg
acces stedelijk gebied
grens nationaal landschap NHW
inundatiegebied
grens nationaal landschap SvA
niet te inunderen gebied
grens provincie Utrecht
rivier
grens nationaal landschap NHW grens nationaal landschap SvA grens provincie Utrecht
Accessen sturen de ontsluiting gebied op verschillende manieren: • waterlinie als sturend element in ontwikkeling infrastructuur • toevoeging nieuwe infrastructuur los van het landschap pas ná vrijstelling van de Linie
Accessen sturen de ontwikkeling gebied op verschillende manieren: • strenge beperkingen in ontwikkeling dorpen en steden • waterlinie als sturend element in ontwikkeling • recreatief gebruik is hieraan gekoppeld • natuurontwikkeling is hieraan gekoppeld 19
ANALYSE REGIONALE SCHAAL KWALITEITEN EN KANSEN
Gebieden met hoge ecologische waarde Utrechtse Heuvelrug Landschap Rivier Lek Historische elementen met recreatief potentieel Nieuwe Hollandse Waterlinie (forten, militaire objecten, inundatievelden) Stichtse Lustwarande Langbroekerwetering met beplantingspatronen en landgoederen Kromme Rijn en historische dorpen Lint bebouwing en groene kamerstructuur (Schalkwijkse wetering, Waalse wetering, Houtense wetering) Sterke recreatieve routes (gekoppeld aan landschappelijke hoofdstructuren Dijklint (Rivier Lek) Waterliniepad Kromme Rijnpad Potentiele ecologische verbindingen N-Z spoorweg Loodrechte verbindingen op basis van historische routes (ecoduct/faunapassage) Parklandschap Potentieel te ontwikkelen (park)landschap en recreatieve uitloopmogelijkheden ronddom Houten
110
ANALYSE GEMEENTELIJKE SCHAAL LANDSCHAPSTYPOLOGIEËN Typologieën • Utrechtse Heuvelrug • Kromme Rijnlandschap (komgronden, stroomruggen) • Lek landschap • Oud-Wulven • Nieuwe Hollandse Waterlinie • Waterliniepad • Gemeentegrens
De ontwikkeling van dit gebied hangt nauw samen met de steeds veranderende, vrij meanderende, Rijn. Frequente overstromingen creëerden een patroon van zandige taluds en zware kleigrond. De oeverwallen worden al sinds de Bronstijd bewoond. De laaggelegen rivierkomgebieden konden pas worden teruggewonnen na het afdammen van de Kromme Rijn, deze zijn veelal langwerpig in verkaveling. Houten werd gesticht op een oeverwal (zanderige bodems) in het stroomruggengebied. De oeverwal was het hoogste niveau in het landschap. Tussen Houten en de Utrechtse Heuvelrug bevinden zich de lagere rivierkomgronden (klei bodems). Utrechtse Heuvelrug: •
geologisch het oudste landschap
•
hoge ecologische, cultuurhistorische en recreatieve waarden
•
uniek relief vanaf de stuwwal met bovenregionale bosgordel en fraaie overgangslandschappen en belangrijke gradienten en groene vensters op de flanken (Landschapsontwikkelingsplan, 2009_Gemeente Houten)
Kromme Rijngebied: •
afwisselend agrarisch landschap met gave cope-ontginningen van de Langbroeker Wetering en de kom van Schalwijk
111
ANALYSE GEMEENTELIJKE SCHAAL GROEN BLAUW LANDSCHAP: GEBRUIK VAN HET LAND
Lineair groen langs de infrastructuur Recreatief groen: bos Recreatief groen: overig Fruitteelt Akker Graslandschap Uiterwaarden/ Rivierpark Natuurgebied Oppervlaktewater
De verschillende rivierlopen hebben een grote invloed gehad op de vruchtbaarheid van het gebied. Deze rijke sedimenten die gedurende duizenden jaren zijn afgezet bieden een goede voedingsbodem voor de alom aanwezige fruitteelt. De komgronden ten noorden van het Amsterdam-Rijnkanaal zijn relatief droog en hebben daarmee een grote schaal. Ten zuiden van het kanaal zijn deze beduidend natter. Dit levert een kleinschaliger en opener landschap op met veelal grazige vegetaties. De bebouwingslinten zijn hierin goed herkenbaar.
112
ANALYSE GEMEENTELIJKE SCHAAL TOPOGRAFIE
De stroomrug waarop Houten oorspronkelijk is gebouwd is een afzetting van een oude loop van de Kromme Rijn. De relatief grove sedimentatiedelen zijn minder ingeklonken dan de klei van de komgronden in het zuiden. Dit heeft invloed op de hoogte van het landschap en hiermee op de waterhuishouding en uitstraling ervan.
113
ANALYSE GEMEENTELIJKE SCHAAL HISTORISCH LANDSCHAP
Hollandse Waterlinie Inundatievelden Forten Militaire objecten (bunkers) Kastelen/monumenten Romeinse Limes Historische routes (1885) Historische routes (1885) / Aanwezig (Loerikseweg, Odijkseweg) Kromme Rijn
•
Het Kromme Rijnlandschap is voortdurend veranderd gedurende de jaren. Hierdoor is een raamwerk van historische routes ontstaan. • Deze water-dynamiek heeft ook het agrarische landschap gevormd. - veenweiden, polderlandschappen definiëren het type landbouw wat er momenteel mogelijk is. • NHW - inundatievelden en de reeks van forten signficante recreatieve waarde • De slagaders van het landschap - recreatief interessant : - de Amersfoortse straatweg - de landgoederen en buitens van de Stichtse Lustwarande langs de Romeinse Via Regia - de ridderhofsteden en landgoederen langs de Langbroekerwetering - de Limes - de rivier de Kromme Rijn - het Amsterdam Rijnkanaal 114 - de Lekdijk en Lek