CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.4 - 5. Natuur, landschap en recreatie

Gemeenteraad 30 maart 2021, gemeente HoutenBij agendapunt: Ruimtelijke Koers Houten22.377 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Onderzoeksresultaten werkgroep Natuur, landschap en recreatie

Ruimtelijke Koers

Ruimtelijke Koers: Werkgroep Landschap, natuurwaarden, recreatie en cultuurhistorie Notitie: Wet Natuurbescherming, soortenmanagementsplan en natuurinclusief bouwen.

Door: K. Helling Datum/versie: 11/3/2020/v0.2

1

Inhoudsopgave: 1. Inleiding 2. Wet natuurbescherming 2.1 Algemene zorgplicht 2.2 Soortenbescherming 2.3 Gebiedsbescherming 2.4 Boswet 3. Wet natuurbescherming en de Ruimtelijke koers 4. Inbreiding (bouwen binnen de bebouwde kom) 5. Soortenmanagementplan en generieke ontheffing 5.1 Wat is een soortenmanagementplan (SMP) 5.2 Planning en kosten SMP 5.3 Het alternatief voor een SMP 6. Uitleg (bouwen buiten de bebouwde kom) 7. Tijdelijke natuur 8. Natuurinclusief bouwen 9. Visie Groen en Biodiversiteit en de Ruimtelijke Koers 10. De Ruimtelijke Koers en natuur- en landschapswaarden, passief of proactief? 11. Conclusies Bijlagen 1) Voorbeelden natuurinclusief bouwen 2) Zoekgebieden Ruimtelijke Koers en natuurwaarden

p. 2 p. 2 p. 2 p. 2 p. 3 p. 3 p. 4 p. 4 p. 5 p. 5 p. 5 p. 6 p. 6 p. 6 p. 7 p. 7 p. 7 p. 8 p. 9 p.10

1. Inleiding In deze notitie wordt kort ingegaan op de impact van de Wet natuurbescherming voor de Ruimtelijke Koers en wordt aangegeven hoe hier met een soortmanagementplan en generieke ontheffing op een pragmatische manier vorm aan gegeven kan worden. Vervolgens wordt gekeken naar de meerwaarde en mogelijkheden van natuurinclusief bouwen en de regeling ‘tijdelijke natuur’. Tot slot wordt ingegaan op de visie Groen en Biodiversiteit en hoe deze ingezet kan worden bij de opgaven van de Ruimtelijke Koers. Hierbij wordt dus specifiek ingegaan op de deelgebieden van de Ruimtelijke Koers waarbij het geen compleet verhaal is met betrekking tot natuur en landschap voor de gehele gemeente. 2. Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 vervangt de Wet Natuurbescherming (Wnb) drie voormalige wetten; de Flora- en faunawet samen met de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998. Bevoegdheden zijn met deze wet overgedragen van het rijk naar de provincie. Bij de ruimtelijke ontwikkelingen in het kader van de Ruimtelijke Koers dient de gemeente zich aan deze wet te houden. 2.1 Algemene zorgplicht In de Algemene zorgplicht (art. 1.11) wordt voorgeschreven dat nadelige gevolgen voor flora en fauna voorkomen moeten worden. Het uitgangspunt van de Algemene zorgplicht is dat het doden, verwonden, verontrusten of beschadigen van flora en fauna wordt vermeden.

Deze zorgplicht geldt voor iedereen dus ook voor de gemeente Houten die met de uitwerking van de Ruimtelijke Koers daar op een zorgvuldige manier invulling aan moet geven. 2.2 Soortenbescherming De soortenbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten (art. 3.1), Habitatrichtlijnsoorten (art. 3.5) en andere soorten (art. 3.10). Hierin worden ook rust- en voortplantingsverblijfplaatsen en het functionele leefgebied beschermd. Met name dit onderdeel, soortenbescherming, zal een belangrijk toetsingskader zijn bij uitvoering van de Ruimtelijke Koers. Denk hierbij aan gebouwbewonende soorten zoals vleermuizen, gierzwaluw en huismus. Als er sloop/nieuwbouw plaatsvindt, is de kans groot dat deze soorten aangetroffen worden en dat er bijvoorbeeld voorzieningen getroffen moeten worden. Een globaal overzicht van welke diersoort waar aangetroffen kan worden, is in te zien in de Nationale Database Flora & Fauna (NDFF). Bij negatieve effecten op alle soorten waarop de specifieke soortenbescherming rust geldt een ontheffingsplicht. Voor een overzicht van de strikt beschermde soorten in de provincie Utrecht zie: https://regelink.nl/kenniscentrum/beschermde-soorten-provincie-utrecht/

2

Van de verboden als bedoeld in artikel 3.10 eerste lid van de Wet Natuurbescherming kan soms vrijstelling verleend worden voor het opzettelijk doden of vangen en voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen voor bepaalde soorten. Hiervoor is wel een zwaarwegend wettelijk belang noodzakelijk. Denk hierbij aan:     

bescherming van flora en fauna (bijvoorbeeld een natuurontwikkelingsproject) volksgezondheid of openbare veiligheid (bijvoorbeeld het verbreden van dijken tegen overstromingen of wateroverlast) dwingende redenen van groot openbaar belang (bijvoorbeeld de aanleg van rijksweg, de aanleg van een grensoverschrijdend bedrijventerrein of woningbouw). ruimtelijke inrichting of ontwikkeling (bijvoorbeeld de aanleg van een ecoduct, weg, wijk of bedrijvenpark, de bouw of verbouwing van een pand) veiligheid van het luchtverkeer

2.3 Gebiedsbescherming Naast de specifieke soortenbescherming kent Nederland ook gebiedsbescherming, waarbij bepaalde gebieden extra bescherming verdienen. Het gaat hier hoofdzakelijk om Natura 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en belangrijke Weidevogelgebieden. In deze gebieden mogen in principe geen ruimtelijke ontwikkelingen worden uitgevoerd waarbij schade optreedt voor soorten. Ook bij ruimtelijke ontwikkelingen in de buurt van deze gebieden moet de impact van deze ontwikkelingen op die gebieden onderzocht worden. Als de ruimtelijke ontwikkelingen een negatieve invloed hebben, moeten er mitigerende en of compenserende maatregelen getroffen worden. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de naam van de ecologische hoofdstructuur van Nederland: een samenhangend netwerk van bestaande en toekomstige natuurgebieden in Nederland. Het vormt een belangrijk onderdeel van het natuurbeleid. Zie afbeelding voor een uitsnede van het NNN voor Houten. De beschermde natuur binnen NNN is vastgelegd als Natura 2000gebieden. Ongeveer 10 km buiten de gemeentegrens van Houten liggen twee Natura 2000 gebieden, namelijk aan de noord-oostzijde ‘De Kolland & Overlangbroek’ en aan de zuid-westzijde ‘Uiterwaarden Lek’. Er liggen dus geen Natura 2000 gebieden in of door de gemeente Houten.

In de gemeente Houten zijn wel een aantal gebieden die deel uit maken van dit Natuurnetwerk Nederland, zie kaartje. Aan de noordzijde van Houten zijn dit:  Fort ’t Hemeltje en Bos Nieuw Wulven Aan de zuidzijde van Houten zijn dit:  Fort Honswijk  Fort Lunet aan de Snel  Fort aan de Korte uitweg  Gedekte Gemeenschapsweg  Waalse bos  Uiterwaarde van de Lek De provincie is verantwoordelijk voor het opstellen- en de controle van de NNN. Binnen het Natuurnetwerk Nederland geldt het ‘nee, tenzij’-principe. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen dus in principe geen negatieve impact hebben op de bestaande natuurgebieden. Programma Aanpak Stikstof (PAS) PAS staat voor het Programma Aanpak Stikstof (PAS). In dit programma werkten het Rijk en provincies aan minder stikstof, sterkere natuur en economische ontwikkeling. Op het ogenblik is het PAS volop in het nieuws. Landelijk zijn tal van projecten stilgelegd en vergunningen ingetrokken omdat er door extra stikstofuitstoot mogelijk te veel schade optreedt voor de natuur. Het is nog onduidelijk hoe zich dit verder ontwikkeld en hoe de beoordeling plaats zal vinden. De kans is aanwezig dat die ook impact zal hebben op de beoogde ontwikkelingen in de Ruimtelijke Koers, maar de inschatting is dat dit zeer beperkt zal zijn omdat er geen Natura 2000 gebieden in en de directe omgeving van Houten zijn.

Dit zal verder uitgewerkt worden in de werkgroep juridische aspecten (ruimtelijke ordening). 3

2.4 ‘Boswet’ De voormalige Boswet maakt nu ook onderdeel uit van de Wet natuurbescherming. Mochten er voor de aanleg van nieuwe woningen/wijken bomen gekapt moeten worden, dan zal dat afhankelijk van de ligging, grootte en type houtopstand wellicht gecompenseerd moeten worden. Omdat er een bestaande houtopstand wordt vervangen door jonge aanplant zal er dan een grotere oppervlakte, meestal 2 tot 3 keer de oppervlakte die verloren gaat, aangeplant moeten worden.

3. Wet natuurbescherming en de Ruimtelijke Koers. Bij uitwerking van de Ruimtelijke Koers zal dus vooral het onderdeel soortenbescherming en wellicht ook compensatieverplichtingen bij het kappen van bomen (de voormalige Boswet) relevant zijn. Bij de Ruimtelijke Koers kan onderscheid gemaakt worden tussen inbreiding (binnen de bebouwde kom/rode contour van de provincie) en uitleg (bouwen in bijvoorbeeld agrarisch gebied buiten de kom/rode contour van de provincie). Onderstaand wordt eerst ingegaan op het bouwen binnen de bebouwde kom. Hierbij zal vanuit ecologie/de Wet natuurbescherming met name de nadruk liggen op gebouwbewonende diersoorten. Hierbij zal vervolgens ook ingegaan worden op de mogelijkheid van het maken van een soort(en)managementplan en het op basis hiervan aanvragen van een generieke ontheffing, waardoor de ruimtelijke ontwikkelingen sneller en gemakkelijker gerealiseerd kunnen worden. Vervolgens wordt ingegaan op het bouwen buiten de bebouwde kom. Hierbij is het van belang om bestaande landschappelijke structuren en landschapselementen zoveel mogelijk te behouden en in de ruimtelijke ontwikkeling te integreren. Dan zal er minder impact zijn op de landschappelijke en ecologische waarden. Bij bouwen in het buitengebied moet er uitgebreid ecologisch onderzoek gedaan worden.

Hierbij wordt ook kort ingegaan op de mogelijkheden van de regeling tijdelijke natuur, waarmee onverwachte en extra compenserende en mitigerende maatregelen in de daadwerkelijke aanlegfase voorkomen kunnen worden.

4. Inbreiding (bouwen binnen de bebouwde kom) Bij inbreiding is het de inschatting dat het bij de soortenbescherming met name om streng beschermde gebouwbewonende soorten gaat (vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen). Bij inbreiding zal daarom de focus vooral op deze soorten liggen. Daarnaast moet er ook gekeken worden naar de impact op soorten die niet gebouwbewonend zijn. Dit zal per locatie verschillen. Met name bij inbreiding in de buurt van waterpartijen en groengebieden is het van belang goed te kijken naar de impact van deze inbreiding op de daar aanwezige soorten. Daarbij moet de ontwikkelaar bijvoorbeeld altijd rekening houden met het broedseizoen (broedende vogels mogen niet verstoord worden). Door middel van een ecologisch werkprotocol kan hier op een goede manier invulling aan gegeven worden. Vleermuizen Bij vleermuizen is vaak een jaarrond onderzoek nodig met mogelijk mitigerende/compenserende maatregelen met een gewenningsperiode en eventueel ontheffingsaanvraag. De totale doorlooptijd hiervan is in veel gevallen ongeveer 1,5 jaar. Dit aspect is in de gemeente Houten al diverse keren aan de orde geweest bij ruimtelijke ontwikkelingen, onder andere bij de projecten als de Bogermanschool en bij Wegwijzer Den Oord.

Huismussen Nesten van huismussen zijn het gehele jaar beschermd omdat zij als koloniebroeders elk broedseizoen vaak op dezelfde plaats broeden en daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De nesten zijn daarom, voor zover ze niet permanent verlaten zijn, jaarrond beschermd. Gierzwaluwen Huizen, kantoorgebouwen, kerken en andere bouwsels van de mens zijn voor gierzwaluwen net een rotslandschap met holtes, waarin zij kunnen broeden. Nesten van gierzwaluwen zijn het gehele jaar beschermd, omdat zij als koloniebroeders elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De nesten zijn daarom, voor zover ze niet permanent verlaten zijn, jaarrond beschermd. Aanpak ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling bij inbreiding Zoals boven beschreven wordt, gaat het bij inbreiding met betrekking tot soortenbescherming vaak vooral om strikt beschermde gebouwbewonende soorten. Er moeten dan vaak inventarisaties gedaan worden, die bijvoorbeeld bij vleermuizen wel een jaar kunnen duren. Vervolgens moeten er vaak mitigerende of compenserende maatregelen uitgevoerd worden, met een gewenningsperiode voor de dieren, voordat de werkzaamheden kunnen starten.

Om het met betrekking tot deze soorten goed te regelen, wordt aanbevolen om een soortenmanagementplan voor deze gebouwbewonende op te stellen voor de inbriedingslocatie. Op basis hiervan kan een ontheffing worden aangevraagd en vervolgens door het bevoegd gezag een generieke 4

ontheffing worden verleend waarmee vervolgens veel tijd bespaard kan worden. De soortenbescherming van gebouwbewonende soorten is op deze manier dus goed te regelen. Daarnaast moet natuurlijk per locatie gekeken worden wat er nog meer aan soorten aanwezig is en wat de mogelijke impact op deze soorten is. Vaak is hiervoor een quickscan voldoende. Onderstaand wordt nader op het soortenmanagementplan in gegaan.

5. Soortenmanagementplan en generieke ontheffing. 5.1 Wat is een soortenmanagementplan (SMP) Een soortenmanagementplan (SMP) is een instrument dat dient als ecologische onderbouwing bij een te verlenen gebiedsgerichte ontheffing onder de Wet natuurbescherming. Bijvoorbeeld een SMP voor gebouwbewonende soorten (vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen), voor gebiedsgerichte bescherming van vogels en vleermuizen bij sloop, renovatie en verduurzaming. Bij een soortenmanagementplan wordt geïnventariseerd hoeveel dieren er zijn en waar ze zitten. Dat is dan de nulsituatie. Vervolgens wordt er een plan gemaakt om deze aanwezige hoeveelheid dieren minimaal in stand te houden en bij voorkeur uit te breiden, bijvoorbeeld door bij ruimtelijke ontwikkeling voorzieningen (zoals vleermuiskasten, mussenvides of gierzwaluwdakpannen) voor de betreffende soort(en) in te bouwen. Het SMP wordt door het bevoegd gezag (de provincie) getoetst en indien akkoord bevonden kan er een generieke ontheffing voor de betreffende soort(en) verleend worden bij ruimtelijke ontwikkelingen in afgebakende gebieden. Een SMP kan bijvoorbeeld opgesteld worden voor de gehele bebouwde kom van Houten maar ook voor een kleiner afgebakende eenheid zoals een wijk of werkgebied zoals de Doornkade of de Molenzoom. Door consequent maatregelen te nemen voor de soorten, zullen deze normaal gesproken in aantal toenemen.

Daartegenover staat dat er ook af en toe een verblijfplek/nest door ruimtelijke ontwikkelingen kan verdwijnen. Op basis van een SMP wordt normaal gesproken voor 10 jaar een generieke ontheffing afgegeven. Na 5 jaar, halverwege deze periode, moet er opnieuw geïnventariseerd worden of het aantal dieren van de betreffende soort(en) minimaal op peil gebleven is. Vooraf is er dus een gedegen en uitgebreide inventarisatie nodig. Maar daarna hoeft er niet bij elke ontwikkeling weer een quickscan en mogelijk (jaarrond) onderzoek verricht te worden en hoeft er niet bij iedere individuele ontwikkeling een ontheffing aangevraagd te worden. Bij de uitvoering van de Ruimtelijke Koers kan er op die manier mogelijk veel tijd bespaard worden. 5.2 Planning en kosten SMP Aanbevolen wordt om voor de Ruimtelijke Koers, indien er gebiedsontwikkeling plaatsvindt binnen de bestaande bebouwde kom, een soortmanagementplan gebouwbewonende soorten op te stellen en hiermee vervolgens een generieke ontheffing aan te vragen. Er zou in 2020 gestart moeten worden met het opstellen van een SMP. Het opstellen van een SMP duurt ongeveer een jaar. De Provincie is het bevoegd gezag voor het goedkeuren van het soortmanagementplan en het afgeven van een generieke ontheffing. Een aantal gemeenten (bijvoorbeeld Amersfoort en Utrecht) hebben al een SMP en een generieke ontheffing voor (een deel van) hun bebouwde kom.

Ook Wijk bij Duurstede is nu bezig met het opstellen van een SMP. De totale kosten daarvoor bedragen € 80.000, waarvan 50%, dus € 40.000 wordt betaald door de provincie Utrecht. De inschatting is dat het opstellen van een SMP voor de totale bebouwde kom van Houten circa € 150.000,- zal kosten. De provincie heeft hierbij een vergoeding van maximaal € 50.000 beschikbaar. Dus dan blijft er nog circa € 100.000 aan kosten voor de gemeente. Als er een SMP opgesteld wordt voor een kleiner deel van Houten, bijvoorbeeld alleen het centrum en Molenzoom, zullen de kosten lager zijn. Wellicht kunnen de kosten voor de gemeente beperkt worden door het SMP samen met woningbouwcoöperatie Viveste op te stellen. Ook is het mogelijk om het SMP en de generieke ontheffing te gebruiken voor advisering en ondersteuning bij ruimtelijke plannen van inwoners. Zij kunnen dan gebruik maken van het gemeentelijk onderzoek en de ontheffing en hoeven dan geen eigen quickscan meer uit te voeren voor de gebouwbewonende soorten. Hiermee kan een particulier € 600 tot 800 besparen. Als tegenprestatie zou dan bijvoorbeeld een bijdrage 100 of 200 euro gevraagd kunnen worden. Dit zou bijvoorbeeld in de legesverordening verwerkt kunnen worden. Een deel van de kosten van het SMP kan wellicht later in de plankosten verwerkt worden en op die manier op de projectontwikkelaar verhaald worden.

Hiermee is/ zijn (een deel van) de kosten gedekt. Voor de gemeenten Amersfoort en Zeist is men nu ook gestart met het opstellen van een soortenmanagementsplan. De kosten van deze plannen, het onderzoek en het opstellen van het SMP zijn zoveel voor Zeist als Amersfoort begroot op circa € 170.000. Ook hierbij is per gemeente een subsidie van € 50.000 en gaat men ervan uit dat de woningcorporaties circa 50% zullen bijdragen in de resterende kosten.

5

Het opstellen van een soortenmanagementplan/aanvragen en generieke ontheffing is niet per definitie goedkoper dan het doen van allerlei losse quickscans en onderzoeken. Misschien is het zelf nog wel iets duurder. Het grote voordeel van een SMP en generieke ontheffing is dat alles dan in 1 keer goed geregeld is voor een langere periode zodat men met de daadwerkelijke uitvoering van het project veel tijd kan besparen. Want het doen van een quickscan, nader jaarrond onderzoek en het treffen van mitigerende maatregelen (inclusief een gewenningsperiode voor deze dieren, bijvoorbeeld het plaatsen van vleermuiskastenkasten, moet een half jaar hangen voordat de oude verblijfplaats gesloopt mag worden), kost samen als snel 1 ½ jaar, terwijl je met een generieke ontheffing direct aan de slag kunt. 5.3 Het alternatief voor een SMP Het alternatief is om bij elke individuele ruimtelijke ontwikkeling een ecologische quickscan en indien noodzakelijk vervolgonderzoek te gaan doen. In het geval van noodzakelijk vervolgonderzoek zal dit meer tijd kosten dan bij een generieke ontheffing naar aanleiding van het opstellen van een soortmanagementplan. Daarnaast zou het zo kunnen zijn dat de optelling van de kosten van individuele onderzoeken de kosten van het opstellen van een soortmanagementplan kunnen overstijgen.

Uit eerdere onderzoeken blijkt dat een quickscan al snel zo’n € 1.400 ex btw kost (Wegwijzer Den Oord). En dat een eenvoudig aanvullend onderzoek al snel € 2.000 kost bij een eenvoudige locatie (Wegwijzer Den Oord) tot circa € 30.000 bij een groter ecologisch onderzoek zoals bij het Sport en Werklandschap de Meerpaal. Dit was weliswaar een onderzoek buiten de bebouwde kom, maar de verwachting is dat als er een groter onderzoek gedaan moet worden binnen de kom, bijvoorbeeld voor het centrumgebied en de Molenzoom, dat de totale kosten van het onderzoek in dezelfde orde van grootte zullen liggen als bij het onderzoek bij het Sport en Werklandschap. 6. Uitleg (bouwen buiten de bebouwde kom) In uitleggebieden is mogelijk sprake van veel meer strikt beschermde soorten dan binnen de bebouwde kom. In deze gebieden is uitgebreid ecologisch onderzoek naar aanwezige soorten en de mogelijke aantasting van habitats verplicht. En mogelijk zijn er op basis daarvan mitigerende en compenserende maatregelen noodzakelijk. Als het gaat om de ontwikkeling van agrarisch gebied (met name omvorming van weilanden) zal de impact op natuurwaarden/soorten minder zijn dan wanneer er bijvoorbeeld ook bomen/landschapselementen gekapt moeten worden of sloten gedempt. Het is derhalve afhankelijk van het gebied wat er aan ecologisch onderzoek nodig is en dat zal dus per locatie bepaald moeten worden.

Dit noodzakelijke ecologische onderzoek is niet te ondervangen met een soortmanagementplan omdat het veel meer soorten betreft dan met name gebouwbewonende soorten binnen de bebouwde kom. Als er gebouwd gaat worden in het buitengebied is het van belang hierbij te kijken naar de mogelijkheid om bestaande landschappelijke structuren en landschapselementen in te passen in de nieuwe plannen en daarbij te kijken of deze elementen dus behouden en waar mogelijk versterkt kunnen worden. Het huidige landschap dient dan als kader voor de nieuwe ontwikkelingen, waarmee de nieuwe bebouwing op een veel natuurlijker manier kan worden ingepast. Door de landschapselementen en waterstructuren in te passen, is er ook minder impact op de aanwezige soorten waardoor er bij de ontwikkelingen minder mitigerende en compenserende maatregelen nodig zijn. Ook is het van belang om bij bouwen buiten de bebouwde kom te zorgen voor goede verbindingen met het bestaande Houten binnen de kom. En niet alleen voor mensen maar ook voor planten en dieren. Het is van belang het gebied zo te ontwikkelen dat groene gebieden binnen de kom doorgetrokken worden het buitengebied in via ecologische verbindingszones. Hierdoor kunnen leefgebieden voor bepaalde planten en diersoorten worden vergroot. Ook is het van belang dat er goede verbindingen komen voor dieren bijvoorbeeld door de aanleg van faunapassages onder wegen.

Op deze manier kunnen deze ontwikkelingen een positieve bijdrage leveren aan ecologische en landschappelijke waarden en kan de gemeentelijke biodiversiteit worden vergroot. Als na de ecologische inventarisatie de nul-sutuatie bekend is, is het zinnig om het te ontwikkelen plangebied onder te brengen in de regeling tijdelijke natuur, zie onderstaand. 7. Tijdelijke Natuur Tijdelijke natuur is natuur die de gemeente of projectontwikkelaar spontaan, uit zichzelf laat ontstaan, met de wettelijke toestemming om deze op een later tijdstip weer te mogen verwijderen. Dit kan plaatsvinden op terreinen waarop de eindbestemming nog niet (geheel) is gerealiseerd. Dit doet de gemeente of projectontwikkelaar mét goedkeuring vanuit de Wet natuurbescherming. Een gebied kan via een ontheffing onder de regeling tijdelijke natuur gebracht worden. Om tijdelijke natuur te stimuleren heeft het Ministerie van Economische Zaken een nieuwe beleidslijn Tijdelijke Natuur gepubliceerd. De kern van tijdelijke natuur is dat alle natuur die ontstaat na aanvraag van de ontheffing mag worden verwijderd, mits de zorgplicht wordt nageleefd. Dat biedt grondeigenaren juridische zekerheid en de natuur nieuwe en extra kansen. De belangrijkste wijziging ten opzichte van de oude situatie is dat er geen ecologisch rapport meer nodig is waarin de beschermde soorten die zich op het betreffende terrein kunnen 6

vestigen, staan genoemd. Een ontheffing tijdelijke natuur moet worden aangevraagd bij de provincie waarin het beoogde tijdelijke natuurgebied ligt. In een beperkt aantal uitzonderingsgevallen is het Ministerie van Economische Zaken (i.c. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, RVO.nl) het bevoegd gezag. Voor meer Informatie over tijdelijke natuur zie: http://www.tijdelijkenatuur.nl/aanmelden/gedragscode-enontheffing/http://www.tijdelijkenatuur.nl/Uploaded_files/Zelf/gedragscode-tijdelijke-natuur-def.33c027.pdf 8. Natuurinclusief bouwen Zoals eerder beschreven, zijn diverse soorten afhankelijk van gebouwen, bijvoorbeeld als nestlocatie, zomer- of winterverblijfplaats. Veel van deze soorten zijn strikt beschermd en nemen in aantal af. Bij het bouwen van nieuwe bebouwing is het daarom wenselijk om natuurinclusief te bouwen. Met een goede planning kan de nieuwe bebouwing met kleine aanpassingen en zonder veel extra kosten geschikt worden gemaakt voor gebouwbewonende diersoorten. Met name als er ook met een soortenmanagementplan en generieke ontheffing gewerkt gaat worden, is dit extra belangrijk. De gemeente staat dan als ontheffinghouder namelijk aan de lat om ervoor te zorgen dat het aantal dieren van de betreffende soorten minimaal gelijk blijft en bij voorkeur toeneemt.

Dit is eigenlijk alleen realiseerbaar als er bij alle nieuwe bebouwing standaard natuurinclusief gebouwd wordt. Door zo voldoende aanbod te creëren, zal de gemeente voldoen aan de verplichtingen vanuit de generieke ontheffing. Met name bij nieuwbouw zijn er tal van mogelijkheden om voorzieningen voor diersoorten in te bouwen (zoals vleermuiskasten, mussenvides en gierzwaluwdakpannen). Met weinig extra kosten is er zo voor deze soorten veel meerwaarde te behalen. Voor voorbeelden van natuurinclusief bouwen zie bijlage 1. 9. Visie Groen en Biodiversiteit Op dit moment laat de gemeente een visie Groen en Biodiversiteit opstellen. Deze visie gaat zowel over gronden in gemeentelijk eigendom als gronden van particulieren en natuurorganisaties. In deze visie wordt in beeld gebracht wat belangrijke natuurwaarden en groengebieden zijn en wordt gekeken hoe de biodiversiteit van deze gebieden verhoogd kan worden, bijvoorbeeld door het aanpassen van de inrichting of aanpassing van het beheer. Het is de wens dat deze Visie Groen en Biodiversiteit een richtlijn is voor elke ruimtelijke ontwikkeling waarbij gekeken wordt wat er gedaan kan worden om in dat plan de biodiversiteit te vergroten. Dit kunnen kleine ontwikkelingen zijn zoals de herprofilering van een straat, maar ook grote ontwikkelingen zoals het bouwen van woningen in het kader van de Ruimtelijke Koers.

Door bij deze ontwikkelingen in een vroeg stadium te kijken naar de mogelijkheden om de biodiversiteit te vergroten, kan er werk met werk gemaakt worden en kan de biodiversiteit meeliften bij de ruimtelijke ontwikkeling zonder dat dat veel extra hoeft te kosten. Als er bijvoorbeeld werkzaamheden zijn zoals het vernieuwen van het riool kan er zonder veel extra moeite en kosten een faunapassage onder de weg aangelegd worden waarmee een knelpunt met betrekking tot de verspreiding van soorten opgelost kan worden. Bij de nadere uitwerking van de zoekgebieden is het van belang ook met de bril van biodiversiteit naar de mogelijkheden voor combinaties van activiteiten en projecten te kijken om zo de biodiversiteit te vergroten. Bij de Ruimtelijke Koers wordt er bijvoorbeeld gekeken naar de mogelijkheden om het centrumgebied, de Molenzoom en de Koppeling te ontwikkelen. Hierbij is het mogelijk om ook een groene verbinding tussen de groene structuren in Noord Houten en de Vijfwal in Houten Zuid te maken, waardoor een groot knelpunt in de verspreiding van met name dieren opgelost wordt en de biodiveristeit binnen de bebouwde kom vergroot zal worden. Hierbij bieden de Ruimtelijke Koers en de visie Groen en Biodiversiteit elkaar kansen.

Door de ruimtelijke ontwikkeling en de Visie Groen en Biodiversiteit in een vroeg stadium op elkaar af te stemmen, kan er in de meeste gevallen zonder veel extra kosten een enorme meerwaarde behaald worden. De Visie Groen en Biodiversiteit is nu nog in ontwikkeling en zal naar verwachting medio 2020 opgeleverd worden. 10. De Ruimtelijke Koers en natuur- en landschapswaarden, passief of proactief? Vaak wordt er bij ruimtelijke ontwikkelingen voor een passieve manier gekozen om te voldoen aan de verplichtingen vanuit de Wet natuurbescherming. Dan wordt er vooral gekeken waar strikt beschermde soorten zitten en hoe voorkomen kan worden dat deze soorten schade ondervinden door de betreffende ontwikkeling. Dit is een passieve aanpak, vooral gericht op het beperken van de schade aan soorten. De Ruimtelijke Koers en de plannen om woningen te gaan bouwen, biedt echter ook veel mogelijkheden om proactief aan de slag te gaan. Bij het opnieuw inrichten van delen van de bebouwde kom of het buitengebied kan er voor het groen/het landschappelijke beeld en de natuurwaarden/flora en fauna een meerwaarde worden gehaald. Dit kan bereikt worden door elke keer goed naar de aanwezige basis te kijken.

Wat is er aan groen landschappelijke waarden aanwezig? Hoe kan dat behouden, uitgebreid en versterkt worden? Welke soorten zijn er aanwezig en met welke aanpassingen zouden er extra soorten kunnen komen? Welke mogelijkheden zijn er om ecologische verbindingen te leggen? Wat ligt er aan kansen binnen de nieuwe bebouwing? 7

Bijvoorbeeld door natuurinclusief bouwen en groene inrichting (zoals groene daken en groene gevels), die naast de klimaatadaptieve bijdrage ook het woonplezier vergroten en meer mogelijkheden voor soorten biedt. Kortom, grijp proactief de kansen om te komen tot een goede groene klimaatadaptieve structuur met een hogere biodiversiteit. In bijlage 2 wordt per zoekgebied ingegaan op de kansen voor inpassingen van bestaande natuurwaarden en vergroten van de biodiversiteit in het kader van de Ruimtelijke Koers. 11. Conclusies Belangrijkste conclusies voor de ruimtelijke koers: Harde eisen en randvoorwaarden Daaronder vallen alle zaken waaraan niet valt te tornen. Deze randvoorwaarden liggen vast in regelgeving of in visies of nota’s. Deze zaken liggen voor ons vast: - Bij het ontwikkelen van de Ruimtelijke Koers en bouwen van nieuwe woningen moet worden voldaan aan de Wet natuurbescherming. - Om te kunnen voldoen aan de Wet natuurbescherming is het bij ruimtelijke ontwikkelingen noodzakelijk dat ecologisch onderzoek wordt uitgevoerd, minimaal een quickscan en zo nodig ook vervolgonderzoek. Op basis van de resultaten van dat onderzoek zullen er zo mogelijk / waarschijnlijk mitigerende en of compenserende maatregelen getroffen moeten worden. Uitgangspunten Hieronder verstaan we de belangrijkste richtinggevende keuzes voor de ontwikkeling de Ruimtelijke Koers.

Het betreft keuzes waar we sterk in geloven en die samen de toekomstige vormgeving van het Houten bepalen. Deze uitgangspunten willen we zeker overeind houden, maar – in tegenstelling tot de randvoorwaarden – is het denkbaar dat op de uitgangspunten concessies worden gedaan als dit nodig is om aan de randvoorwaarden te voldoen. Natuurinclusief bouwen Natuurinclusief bouwen is de standaard. Bij een goede planning van de werkzaamheden kun je zonder veel extra kosten voorzieningen voor gebouwbewonende soorten in de nieuwbouw integreren. Als de faunavoorzieningen op het juiste moment klaar staan, kan er zonder veel extra moeite een nestkast ingebouwd worden en kunnen bijvoorbeeld gierzwaluwpannen of mussenvides gemakkelijk in het dak verwerkt worden. Vanuit het uitgangspunt, vergroten van de biodiversiteit bij elke ruimtelijke ontwikkeling, zou dit uitgangspunt moeten zijn. En als er gewerkt gaat worden met een soortenmanagementplan en een generieke ontheffing, dan is natuurinclusief bouwen noodzakelijk om de aantallen op peil te houden en bij voorkeur te laten groeien. Hiervoor moeten voorzieningen voor gebouwbewonende soorten bij alle nieuwbouw standaard zijn. Daarnaast kun je denken aan zaken als groene daken en groene gevels, die het woongenot vergroten, een bijdrage leveren aan de biodiversiteit en de opgave van de klimaatadaptatie.

Vergroten van de biodiversiteit Gemeente Houten is op dit moment bezig met het opstellen van een Visie Groen en Biodiversiteit. In deze visie wordt aangegeven hoe het met de biodiversiteit in de gemeente gesteld is en wat er gedaan kan worden om de biodiversiteit te vergroten. Het is de bedoelding dat deze visie leidraad wordt bij alle toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen in Houten. Vaak kunnen zaken gecombineerd worden en kan er werk met werk gemaakt worden. Als er bijvoorbeeld een weg op de schop moet kan er zonder veel extra kosten een faunapassage onder door gelegd worden. In bijlage 2 wordt aangegeven welke natuurwaarden in verschillende zoekgebieden van Houten aanwezig zijn en welke kansen er in dat gebied liggen. Aanbevelingen Soortenmanagementplan Als er uitgebreide gebiedsontwikkeling plaatsvindt binnen de bebouwde kom, wordt aanbevolen een soortenmanagementplan voor gebouwbewonende soorten op te stellen en hiervoor vervolgens een generieke ontheffing aan te vragen. Hiermee kan bij de daadwerkelijke ontwikkeling veel tijd bespaard worden. Ik zou hier ingaan op de koppeling van SMP met natuurinclusief bouwen en deze bij de uitgangspunten weghalen. Tijdelijke natuur Als er uitgebreide gebiedsontwikkeling plaatsvindt buiten de bebouwde kom, wordt aanbevolen de betreffende percelen na de ecologische inventarisatie onder te brengen in de regeling tijdelijke natuur.

Hierdoor ben je verzekerd dat je later geen extra compenserende of mitigerende maatregelen hoeft te treffen voor soorten, die bijvoorbeeld door het braak liggen van de gronden in de loop der tijd spontaan verschijnen.

8

Bijlage 1:

Natuurinclusief bouwen

Bij alle te ontwikkelen bebouwing wordt natuurincusief bouwen de standaard. Natuurinclusief bouwen is erg in opkomst de laatste jaren. Onderstaand een aantal voorbeelden van natuurinclusief bouwen en verwijzingen naar interessante websites voor meer informatie: Interessante websites: 1) https://www.checklistgroenbouwen.nl/?gclid=EAIaIQobChMI75D20NbB5QIVmuJ3Ch3lLAe1EAAYASAA EgI0n_D_BwE 2) https://www.biind.nl/longread/van-ambitie-naar-handvatten-toolbox-natuurinclusiefbouwen?utm_source=Biind&utm_campaign=d928a2104fEMAIL_CAMPAIGN_2019_26_09_19_COPY_01&utm_medium=email&utm_term=0_a6e3d8d2b6d928a2104f-227022597 3) https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/technieken-beheer-eninnovatie/natuurinclusief-bouwen 4) https://issuu.com/gemeenteamsterdam/docs/brochure_nibeo-definitief-web02_1_ Onderstaand een aantal voorbeelden van natuurinclusief bouwen:

Mussenvide Gierzwaluwdakpannen

Vleermuiswinterverblijf Vleermuiswinterverblijf

9

Bijlage 2: Zoekgebieden Ruimtelijke Koers en natuurwaarden Door: Koen Helling en Gerco Wicherson Datum: 10 maart 2020 In deze memo wordt een globale analyse gegeven tussen de potentiele locaties die in het kader van de Ruimtelijke Koers (RK) naar voren zijn gekomen en wat de impact hiervan is op het groen en de natuurwaarden. Dit betreffen dan zowel kansen als beperkingen die deze ontwikkelingen met zich meebrengen. Belangrijk is op te merken dat een Visie Groen en Biodiversiteit wordt opgesteld die medio 2020 gereed is. Vooruitlopend op het definitief vaststellen van deze visie is in deze bijlage informatie opgenomen uit deze visie. Het is wel belangrijk op te merken dat de visie nog moet worden vastgesteld en dat er dus nog wijzigingen in de inzichten naar voren kunnen komen. Daarom bevat deze bijlage ook geen uitgebreide visie op dit gebied. In algemene zin worden in de Visie Groen en Biodiversiteit de volgende thema’s opgenomen die van belang zijn bij toekomstige ontwikkelingen in Houten: 1. Maaibeheer (daaronder valt het maaibeheer van de Rondwegwal, Vijfwal e.d.) 2. Water (daaronder vallen concrete projecten als het creëren van extra waterberging en het aanleggen van plas-dras oevers). 3. Kleine Landschapselementen (bijvoorbeeld realiseren extra poelen, hoogstamfruitbomen, herstel knotbomenrijen etc.) 4.

Soortenbeheer (project weidevogels, patrijzenproject, vogels in de stad, vleermuizen, ringslangen, libellen e.d.) 5. Biodiversiteit tuinen particulieren (ontstening, vergroening, meer water etc) 6. Natuur inclusieve landbouw 7. Voorlichting/Educatie 8. Gebruik maken van de mogelijkheden die ‘tijdelijke natuur’ bieden 9. Ecologische verbindingen realiseren 10. Natuur inclusief bouwen Ad 4: Geadviseerd wordt een soortenmanagementplan voor de gierzwaluw, huismus en de vleermuizen op te stellen. Dit zijn soorten die voornamelijk in huizen / gebouwen schuilen en nesten hebben. Wanneer dit is geïnventariseerd voor in ieder geval de zoekgebieden, is het niet meer nodig om separaat voor elk nieuwbouwplan onderzoek te doen naar deze soorten omdat dat al bekend is. Dit soort onderzoeken moeten jaarrond worden uitgevoerd zodat dat veel tijd kan kosten in de voorbereiding. Naast dit onderzoek kan het afhankelijk van de locatie nodig zijn nog ander ecologische onderzoek uit te voeren. Dit zal met name gelden in de buitengebieden en zal per locatie bekeken moeten worden. Daarnaast is ook door de gemeente Houten recent een overeenkomst getekend, samen met andere omliggende gemeenten, waarin gaat worden samengewerkt om in 2050 een robuuste openbare ruimte te hebben die klimaatadaptief is. Hoofdpunten uit deze notitie zijn: 1.

Vanaf 2020 worden alle ruimtelijke plannen vooraf beoordeeld of deze klimaatadaptief en water robuust zijn. 2. In 2050 hebben de gemeenten een aantrekkelijke openbare ruimte die bestand is tegen hevige regenbuien, waterveilig en hittebestendig. 3. De afvalwaterketen moet nog doelmatiger worden. Bovengenoemde aspecten zijn ook van belang voor de inrichting van de openbare ruimte voor wat betreft natuur(waarden) voor de toekomstige woningbouw waarbij een koppeling gemaakt kan worden bij de thema’s uit de Visie Groen en Biodiversiteit. Bijvoorbeeld bomen en groene gevels in de openbare ruimte zorgen voor het vasthouden van water bij regenbuien en zijn tevens een belangrijke factor om hittestress te beperken. Het is belangrijk al deze aspecten mee te nemen bij de inrichting van toekomstige woningbouw. Momenteel wordt regionaal een adaptieplan opgesteld (Regionaal Adaptatieplan) dat vervolgens dient te worden vertaald door en voor betreffende gemeenten (Lokaal Adaptatieplan).

10

Zoekgebieden Onderstaand zijn in figuur 1 de zoekgebieden voor woningbouw aangegeven die naar voren zijn komen in het kader van de Ruimtelijke Koers.

Figuur 1: Zoekgebieden woningbouw Ruimtelijke Koers Houten

De zoekgebieden die worden beschreven zijn: - Doornkade en Utrechtseweg-Oost - Centrum, Molenzoom en Koppeling - Houten Oost

11

In figuur 2 zijn deze zoekgebieden aangegeven op een kaart uit de Visie Groen en Biodiversiteit. Op deze kaart zijn de verschillende gebieden aangegeven waar groen binnen de gemeente aanwezig is. Tevens zijn met letters locaties aangegeven met specifieke natuurwaarden.

Figuur 2: Kaart met natuurwaarden en specifieke locaties

Doornkade en Utrechtseweg-Oost Dit gebied is gelegen tussen de A27 en de bebouwde kom van Houten over het noordelijke deel van het Rondoterrein, over het bedrijventerrein Doornkade en in een gebied waar voetbalvelden van SV Houten, de begraafplaats en een kassengebied van Jongerius aanwezig zijn. Een uitsnede van dit zoekgebied is hieronder weergegeven waarbij met letters de volgende gebieden zijn aangegeven: A: voetbalvelden SV Houten B: Begraafplaats Nieuw Wulven C: Natuur ijsbaan en helofytenfilter D: Populierenbos naast A27 E: Golfbaan F: Rondo-terrein G: open weidegebied tussen Houten en Utrecht H: Kassengebied Jongerius I: Imkerspark J: Vlinderidylle en waterpartij K: Bomenrij (eiken) als voormalige toegangsweg kasteel Heemstede T: Watergang met veel libellen

12

Aanwezigheid natuurwaarden Onderstaand een beschrijving van het gebied voor zover daar natuurwaarden aanwezig zijn. Het zuidelijke deel van dit zoekgebied grenst aan een waterpartij tussen de Rondweg en het bedrijventerrein Rondeel waarbij de oevers van de plas aan de zijde van het bedrijventerrein zijn ingericht als vlinderidylle en wandelgebied (J). In deze vlinderidylle komen veel verschillende insecten voor. De afgelopen jaren zijn hier 16 verschillende soorten vlinders aangetroffen. Ook ligt hier aan de noordzijde van het bedrijventerrein de Veste een watergang die zeer waardevol is voor libellen (T). Hier zijn maar liefst 25 soorten libellen en juffers waargenomen. Ter vergelijking: in de hele gemeente zijn 33 soorten gezien. Daarnaast grenst de waterpartij aan het stadspark Imkerspark (I) aan de andere zijde van de Rondweg. Onder dit gebied (aangrenzend) ligt een populierenbos (D) en aan de overzijde van de A27 ligt de golfbaan (E). In het zuidelijke deel van het zoekgebied ligt in het Rondo-terrein (F) met een recreatieve bestemming waar grasvelden en houtwallen met bomen aanwezig zijn. Deze houtwallen en bomen worden (zeer) extensief beheerd. Direct langs de Rondweg is tussen de Rondweg en het bedrijventerrein Doornkade een natuurijsbaan en een helofytenfilter (C) aanwezig.

Dit betreft een gebied met hoge natuurwaarden waarbij de ringslang, blauwborst en grote modderkruiper voorkomen. Rond de voetbalvelden van SV Houten (A) en de ten noorden daarvan geleden begraafplaats (B) zijn houtwallen aanwezig met natuurwaarden. Dwars door dit gebied ligt de voormalige oprijlaan van kasteel Heemstede (K) met veel oude eikenbomen. Deze bomen staan op de lijst Bomen Bijzondere Waarde van de gemeente Houten. De A27 heeft deze historische laan doorsneden. Deze historische Eikenlaan is van belang voor vleermuizen. In het noordelijk deel van het zoekgebied is het kassencomplex gelegen van Jongerius (H) en ten noorden daarvan forten van de Hollandse Waterlinie. In algemene zin liggen in dit gebied verschillende waterpartijen en doorgaande watergangen. De watergang langs de Rondweg is een doorgaande watergang en is belangrijk voor de waterhuishouding; deze functie moet gehandhaafd blijven; deze watergang is een onderdeel van de waterpartij bij de vlinderidylle. Ook het helofytenfilter heeft een belangrijke functie als overstort van het riool bij hevige regenbuien. Ook dit is een functie die gehandhaafd moet blijven in de nabijheid omdat het rioolstelsel daarop is ontworpen.

Kansen voor deze zoeklocatie: In algemene zin dient bij de inrichting van de nieuwe woongebieden rekening te worden gehouden met de thema’s die aan het begin van deze bijlage zijn genoemd als belangrijke elementen voor het vergroten van de biodiversiteit in de Visie Groen en Biodiversiteit. Ook de hoofdpunten uit de overeenkomst Klimaatadaptatie zijn hierbij van belang waarbij voorwaarde is dat alle toekomstige ruimtelijke plannen worden getoetst op elementen als het realiseren van een aantrekkelijke openbare ruimte die tevens klimaat adaptief is. De thema’s uit de Visie Groen en Biodiversiteit moeten nog worden vastgesteld, maar kunnen nu al als uitgangspunt dienen voor de toekomstige inrichting. Wanneer deze visie begin 2020 wordt vastgesteld, kan deze dienen als uitgangspunt voor de inrichtingsplannen. Vooruitlopend hierop zijn onderstaand een aantal specifieke aandachtspunten / mogelijkheden aangegeven waar nu al rekening mee kan worden gehouden. 1. Kleine landschapselementen In dit zoekgebied zijn vooral rond het Rondo-terrein landschapselementen aanwezig die mogelijk kunnen worden ingepast in de nieuwbouwplannen. Hierbij kan worden gedacht aan handhaven van bijvoorbeeld poelen of knotbomenrijen. Ook kan er hier worden gekeken naar de mogelijkheden om nieuwe landschapselementen aan te leggen om het kleinschalige landschap te versterken. 2.

Biodiversiteit in tuinen Bij het ontwerp van huizen kan aandacht worden besteed aan het zo groen mogelijk houden van de tuinen. Bij voorkeur een boom in iedere tuin. Daarnaast betreft dit een hoger gelegen stroomruggebied waar cultuurhistorisch gezien vaak hoogstamboomgaarden stonden. Dit kan ook in het nieuwe ontwerp worden meegenomen. 3. Natuur inclusief bouwen Bij het ontwerp van woningen zal – wanneer de visie biodiversiteit wordt aanvaard – worden opgenomen dat in principe natuur inclusief gaat worden gebouwd. Het is nu al goed hier rekening mee te houden. 4. Thema water en ecologische verbindingen realiseren Er is geen ecologische verbinding tussen het (water van het) Imkerspark en de aan de andere zijde van de Rondweg gelegen waterpartij en vlinderidylle (een ondergrondse rioolbuis zorgt voor de afvoer van water). Voor deze locatie zou het realiseren van een ecologische verbinding tussen het Imkerspark enerzijds en de vlinderidylle, naast gelegen Rondo-terrein en populierenbos een grote meerwaarde hebben voor het uitwisselen van flora en fauna binnen en buiten de Rondweg. Een andere verbinding die meerwaarde heeft voor de uitwisseling van vooral fauna is die voor de gebieden ten oosten en westen van de A27. Er ligt ter hoogte van de Staart een viaduct met grasberm die niet of nauwelijks 13

is ingericht als verbindingszone. Deze verbinding onder het viaduct door zou kunnen worden opgewaardeerd om daarmee een verbinding te realiseren tussen groene elementen ten oosten van de A27 en de groene elementen waaronder de golfbaan ten westen van de A27. Bij (het verleggen van) de Utrechtseweg kan overwogen worden een ecologische verbindingszone aan te leggen langs deze weg in relatie tot de nieuwe inrichting van het gebied. Deze verbindingszone kan voor extra uitwisseling zorgen van fauna tussen de gebieden ten oosten en westen van de A27. Op dit moment is er echter onvoldoende bekend welke soorten aanwezig zijn is aan beide zijden van de A27, om te bepalen of het noodzakelijk is een ecologische verbindingszone aan te leggen. Een inventarisatie van de aanwezige fauna in dit gebied kan hier uitsluitsel over geven. Deze inventarisatie kan ook input leveren voor de beslissing of het noodzakelijk is maatregelen te treffen om uitwisseling van soorten tussen het gebied ten noorden en zuiden van de Utrechtseweg te bevorderen. De voormalige historische oprijlaan van kasteel Heemstede is van belang voor vleermuizen.

Bij de herinrichting van het gebied zouden er bijvoorbeeld maatregelen getroffen kunnen worden voor vleermuizen (drie bomen in de middenberm, omlaag brengen van de verlichting van de snelweg, met vleermuisvriendelijke verlichting en het plaatsen van onverlichte matrixzuilen-/constructies als geleiding over de snelweg bij de vliegroute) om de snelweg beter passeer baar te maken. Centrum, Molenzoom en Koppeling Dit gebied is gelegen in de bebouwde kom van Houten en betreft vooral winkelgebied (Centrum) en kantorenlocatie (Molenzoom) en/of bedrijventerrein/kantorenlocatie met een doorgaande weg (Koppeling). In dit gebied zijn geen bijzondere landschapselementen aanwezig (wel monumentale bomen?) met bijzondere natuurwaarden. Wel liggen in Houten Noord twee langgerekte parken met gebieden daar aangesloten met veel groen. Dit zijn aan de oostzijde het Kooikerspark en aan de westzijde het Imkerspark. Beide parken hebben aan de Rondwegzijde een grote waterpartij. Kansen voor deze zoeklocatie: In algemene zin dient bij de inrichting van de nieuwe woongebieden rekening te worden gehouden met de thema’s die aan het begin van deze bijlage zijn genoemd als belangrijke elementen voor het vergroten van de biodiversiteit in de Visie Groen en Biodiversiteit.

Ook de hoofdpunten uit de overeenkomst Klimaatadaptatie zijn hierbij van belang waarbij voorwaarde is dat alle toekomstige ruimtelijke plannen worden getoetst op elementen als het realiseren van een aantrekkelijke openbare ruimte die tevens klimaat adaptief is. De thema’s uit de Visie Groen en Biodiversiteit moeten nog worden vastgesteld, maar kunnen nu al als uitgangspunt dienen voor de toekomstige inrichting. Wanneer deze visie begin 2020 wordt vastgesteld, kan deze dienen als uitgangspunt voor de inrichtingsplannen. Vooruitlopend hierop zijn onderstaand een aantal specifieke aandachtspunten / mogelijkheden aangegeven waar nu al rekening mee kan worden gehouden. In het centrum van Houten zijn aan de oost- en westzijde langgerekt stadparken aanwezig Kooikerspark en Imkerspark. Dit wordt doorsneden door de spoorlijn, Een watergang verbindt weliswaar deze beide parken waarbij dit niet als een ecologische verbinding kan worden aangemerkt. De watergang betreft een betonnen bak waarbij ook nog een kleine stuw aanwezig is. Het is wenselijk dat beide parken met elkaar worden verbonden voor uitwisseling van flora en fauna. Bij herontwikkeling van dit gebied kan de inrichting van deze watergang mogelijk veranderd worden, door er bijvoorbeeld een ecologische oever langs te leggen, zodat de watergang en oever een rol kunnen spelen als ecologische verbinding.

Als het niet mogelijk is de ecologische functie van deze watergang te verbeteren is het van belang om te kijken of het mogelijk is dat elders een verbinding wordt aangelegd onder het spoor door. Verder is het van belang om bij de herinrichting van het gebied langs de Molenzoom te kijken of hierbij een ecologische verbinding kan worden gemaakt tussen de parken in het noorden en de Vijfwal in het zuiden van Houten. De Koppeling is weliswaar een wegverbinding maar kan ook de functie van een verbindingszone hebben tussen oost en west wanneer hier aandacht voor is. Onderzocht moet worden welke mogelijkheden hiervoor zijn en wat ervoor moet worden gedaan om dit ook te kunnen realiseren.

14

Houten Oost Dit gebied is gelegen ten oosten van de Rondweg van Houten Noord en Zuid, tegen de grens van de gemeente Bunnik. Dit gebied grenst aan de noordzijde aan het bos Nieuw Wulven en in de oksel van de Rondweg, halverwege Houten, ligt het voorzieningen en sportgebied Kruisboog. Het zoekgebied is onderstaand weergegeven waarbij in rood de grens van het zoekgebied voor woningbouw is aangegeven waarbij met letters de volgende gebieden zijn aangegeven: M: Kooikerspark met waterpartij N: Bos Nieuw Wulven O: Voorzieningengebied Kruisboog P: Enkele historisch oude sloten R: Volkstuinencomplex S: Rietplas en OosterlaakplasBinnenweg Aanwezige natuurwaarden: Het bos Nieuw Wulven (N) is voor een groot deel circa 10 – 15 jaar geleden aangelegd en vormt een belangrijk recreatie en wandelgebied voor de inwoners van met name Houten Noordoost. Het hele oostelijke deel van Houten betreft vooral weilanden die door boeren in gebruik zijn. In dit gebied, vooral ter hoogte van het voorzieningengebied de Kruisboog (O), zijn enkele historisch oude sloten gelegen zoals de Kromme sloot wat vroeger de oude stroomgeul van de Kromme Rijn betrof. Deze oude slootpatronen dienen behouden te blijven en onderdeel te worden van de nieuwe inrichting. Ook liggen er een aantal laanbeplantingen, historische erven en restanten van hoogstamboomgaarden die zowel landschappelijke als natuurwaarden hebben.

In het noordelijk deel van het voorzieningengebied de Kruisboog ligt een volkstuinencomplex (R). Daarnaast is er een trekroute aanwezig van vooral padden vanuit dit volkstuinencomplex over de Binnenweg (U) richting de weilanden aan de oostzijde en richting de watergangen die daar liggen (P). Kansen voor deze zoeklocatie: In algemene zin dient bij de inrichting van de nieuwe woongebieden rekening te worden gehouden met de thema’s die aan het begin van deze bijlage zijn genoemd als belangrijke elementen voor het vergroten van de biodiversiteit in de Visie Groen en Biodiversiteit. Ook de hoofdpunten uit de overeenkomst Klimaatadaptatie zijn hierbij van belang waarbij voorwaarde is dat alle toekomstige ruimtelijke plannen worden getoetst op elementen als het realiseren van een aantrekkelijke openbare ruimte die tevens klimaat adaptief is. De thema’s uit de Visie Groen en Biodiversiteit moeten nog worden vastgesteld, maar kunnen nu al als uitgangspunt dienen voor de toekomstige inrichting. Wanneer deze visie begin 2020 wordt vastgesteld, kan deze dienen als uitgangspunt voor de inrichtingsplannen. Vooruitlopend hierop zijn onderstaand een aantal specifieke aandachtspunten / mogelijkheden aangegeven waar nu al rekening mee kan worden gehouden. 1.

Kleine landschapselementen In dit zoekgebied zijn vooral rond het Rondo-terrein landschapselementen aanwezig die mogelijk kunnen worden ingepast in de nieuwbouwplannen. Hierbij kan worden gedacht aan handhaven van bijvoorbeeld poelen of knotbomenrijen. Ook kan er hier worden gekeken naar de mogelijkheden om nieuwe landschapselementen aan te leggen op het kleinschalige landschap te versterken. 2.Biodiversiteit in tuinen Bij het ontwerp van huizen kan aandacht worden besteed aan het zo groen mogelijk houden van de tuinen. Bij voorkeur een boom in iedere tuin. Daarnaast betreft dit een hoger gelegen stroomruggebied waar cultuurhistorisch gezien vaak hoogstamboomgaarden stonden. Dit kan ook in het nieuwe ontwerp worden meegenomen. 3. Natuur inclusief bouwen Bij het ontwerp van woningen zal – wanneer de visie biodiversiteit wordt aanvaard – worden opgenomen dat in principe natuur inclusief gaat worden gebouwd. Het is nu al goed hier rekening mee te houden. 4. Thema water en ecologische verbindingen realiseren Er is geen ecologische verbinding tussen het (water van het) Kooikerspark en de aan de andere zijde van de Rondweg gelegen gebied waar enkele historische sloten zijn gelegen. Ditzelfde geldt voor de waterpartij van de Rietplas en de Oosterlaakplas (S) enerzijds en het gebied aan de andere zijde van de Rondweg anderzijds.

Hier liggen kansen om beide gebieden via een ecologische verbinding aan elkaar te koppelen en daarmee meer 15

uitwisseling van flora en fauna mogelijk te maken. Tevens zou onderzocht kunnen worden of het mogelijk is een ecologische verbinding aan de noordzijde van de Rietplas met de Vijfwal te maken. De Binnenweg is een locatie waar van oudsher veel padden en ander amfibieën trekken van de volkstuinen naar het meer open oostelijk gebied. Dit is een belangrijke natuurwaarde waar bij de inrichting van het gebied rekening mee gehouden moet worden. 5. Dit gebied betreft een hoger gelegen stroomrug waar van nature cultuurhistorisch hoogstamboomgaarden passen. Deze boomgaarden zijn van belang voor soorten als Steenuil en Groene specht.

16

Versie 5.1 10-3-2020

Ruimtelijke Koers: Werkgroep Landschap, natuurwaarden, recreatie en cultuurhistorie Notitie: Recreatie voor de Ruimtelijke Koers Door: A. Lion Datum/versie: 10/03/2020/v5.1 Inleiding Bij de Ruimtelijke Koers wordt een kader geschetst voor het bouwen van 4.000 tot 5.000 woningen. Het is van belang om deze ontwikkeling duurzaam te doen, wat onder meer betekent dat rekening moet worden gehouden met de behoeften en de mogelijkheden die mensen hebben om te bewegen en te ontspannen. Hiervoor is het nodig de recreatie-wensen van mensen te kennen en de mogelijkheden die daarvoor voorhanden zijn. Houten heeft op dit moment een eenzijdige woningvoorraad en mede door de grote groei van de afgelopen perioden een atypische bevolkingssamenstelling. De verwachting is dat met de realisatie van de ambitie van 4.000-5.000 extra woningen, de bevolking zal groeien naar circa 56.000 in 2040. De kans bestaat daarbij dat de bevolking niet alleen groeit, maar ook van demografische samenstelling verandert. De vraag is wat dit betekent voor de recreatiebehoeften. De meest actuele recreatievisie van de gemeente Houten is van 2009: “Visie Recreatie en Toerisme in de gemeente Houten: Startpunt Houten”. In die tijd telde Houten 47.000 inwoners. We zijn inmiddels 10 jaar verder en de tijd heeft niet stilgestaan. Per 1 juni 2019 heeft de gemeente Houten haar 50.000 inwoner verwelkomd.

Veel uitgangspunten uit de visie uit 2009 zijn echter nog actueel. De grootste groei van het inwonersaantal lag dan ook vóór die periode. De doelgroepen zijn sinds 2009 dan ook naar verwachting nagenoeg gelijk gebleven. De omstandigheden voor recreatie en toerisme zijn ondertussen natuurlijk wel veranderd: ook wij hebben niet stilgezeten. Maar de Visie Recreatie en Toerisme is in de tussentijd niet geëvalueerd, noch is er in de afgelopen jaren een analyse gemaakt van de huidige stand van zaken van recreatie. Wel zijn er specifieke lokale recreatiegegevens bekend, waar een en ander uit opgemaakt kan worden. Daarbij zijn er in de afgelopen jaren verschillende regionale onderzoeken uitgevoerd, waar ook voor Houten conclusies uit kunnen worden getrokken. De laatste onderzoeken zijn bovendien zeer recent en geven daarmee een goed beeld van de actualiteit. Daarom worden hier eerst de uitgangspunten en ambities uit de Visie Recreatie en Toerisme uit 2009 geschetst. Dan komen beknopte samenvattingen van de twee lopende ruimtelijke visies op het buitengebied – de Structuurvisie Eiland van Schalkwijk en de Omgevingsvisie Kromme Rijngebied – aan bod, omdat die voor een belangrijk deel de kansen en (on)mogelijkheden bepalen voor recreatieve ontwikkelingen. Daarna volgt een overzicht van de regionale onderzoeken die in de afgelopen periode zijn uitgevoerd.

Vervolgens wordt weergegeven welke ontwikkelingen de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden. Daaruit worden tot slot een aantal conclusies getrokken en wordt in een aantal adviezen aangegeven wat dat kan betekenen voor het onderdeel recreatie binnen de Ruimtelijke Koers. Visie Recreatie en Toerisme (2009) Uitgangspunten In de Visie R&T uit 2009 staan in de samenvatting de volgende uitgangspunten: kleinschaligheid, kwaliteit, goed gastheerschap, eigen kracht en zinvol aanhaken op de regio. We vinden het belangrijk dat inwoners prettig wonen en dat veel van hen hier ook (kunnen) werken. Leefbaarheid en sociale samenhang vormen belangrijke uitgangspunten. Dat komt tot uiting door investeringen in voorzieningen op het gebied van welzijn, sport, cultuur, winkels, horeca, onderwijs. Houten wil een ‘complete’ stad zijn. Recreatie is een belangrijk onderdeel van leefbaarheid. Onze inwoners willen naast wonen en werken ook recreëren, het liefst dicht bij huis. (p. 7-8) Analyse van de situatie in 2009 1

Versie 5.1 10-3-2020

Houten kende in 2009 geen echt recreatief-toeristisch imago. De inwoners waren tevreden over de recreatieve voorzieningen, maar Houten had een ‘bleek profiel’. Je kon er lekker fietsen, maar niet stoppen bij een rustpunt of pleisterplaats. Er was van alles, maar het was niet of onvoldoende bekend. De omgeving van Houten had veel te bieden: een aantrekkelijk buitengebied en een rijke cultuurhistorie. (p. 9-10) Aandacht verdienden volgens de visie de volgende verbeterpunten: - De toegankelijkheid van de stadsrand en van het landelijk gebied voor recreatief, langzaam verkeer. Tussen de kern en het landelijk gebied zijn de recreatieve verbindingen matig. - Het aanbod voorzieningen om kort of langer te verblijven: daar ontbreekt het nog aan. Er zijn nauwelijks mogelijkheden om te rusten of wat te drinken in het buitengebied - Het aanbod van dagrecreatie groeit, maar de kwaliteit kan beter. Vooral het Eiland van Schalkwijk en Houten-Oost zijn slecht voorzien van aanbod. De bestaande voorzieningen hebben vooral een lokale functie. - Bereikbaarheid: vooral Eiland van Schalwijk is lastig te bereiken en Laagraven (en daar liggen belangrijke recreatieve mogelijkheden en potentie). - Waterrecreatiemogelijkheden, zoals kanovaren. Weinig mogelijkheden. Er zijn geen watergebonden verbindingen. - Ruiterpaden zijn er nagenoeg niet, de behoefte is er wel.

De visie geeft aan dat de recreatieve bestemmingen in 2009 waren: vijf forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, kasteel Heemstede, Huize Wickenburgh, museum Dijkmagazijn De Heul, Het Oude Station, tuinen Makeblijde en tuin Jonkheer Ram. Er was te weinig verband tussen de voorzieningen, de bekendheid was gering en er was een beperkt aantal bezoekers (mede door beperkte openstelling). Voor verblijfsrecreatie waren de mogelijkheden beperkt. Het aantal recreatieve overnachtingen was dan ook laag (20.000 in 2006, Ecorys). (p. 12) Ambities In de Visie R&T staan ook de ambities om de bestaande situatie te verbeteren. Recreatie heeft een nauwe relatie met de kwaliteit van de openbare ruimte. In 2009 gaven we daarom aan duurzaamheid belangrijk te vinden: de ontwikkelingen moesten passen bij de draagkracht van het gebied en daarom kleinschalig zijn en van hoge kwaliteit. We wilden geen grootschalige verblijfs- en vermaakrecreatie. Het recreatief-toeristisch profiel van Houten wilden we versterken voor onze doelgroep: de eigen inwoners en de gasten uit de regio. De Visie benoemt daarbij de volgende ambities (p. 20-29): 1. Recreatieve basisstructuur: Verbeteren ontsluiting landelijk gebied en stadsrandzone voor langzaam recreatief verkeer; 2. Pleisterplaatsen en rustpunten: stimuleren en faciliteren van (het ontwikkelen van) dag- en verblijfsrecreatie.

De locatie is een bepalende factor voor beoordeling. 3. Stimuleren zakelijk toerisme. 4. De stadsrand: ontwikkelen van samenhangend concept tot uitloopgebied met uitvoeringsprojecten: om de wisselwerking tussen stedelijk en landelijk gebied beter te benutten. 5. Natuurlijk recreëren en avontuurlijk spelen: versterken natuurlijke karakter groenstructuur (omdat dat ecologisch én voor beleving interessanter is) en aanleg voorzieningen voor buitenspelen en bewegen (kinderen moeten gestimuleerd worden naar buiten te gaan en te bewegen). 6. Promotie en informatievoorziening: verbeteren informatievoorziening (fysiek en digitaal) en goed gastheerschap. Er is naast de visie in 2009 ook een uitvoeringsprogramma opgesteld, waarmee Houten concreet aan de slag is gegaan met de opgestelde ambities. Tegelijkertijd participeert Houten in diverse regionale verbanden, zoals de Kromme Rijnstreek, het Recreatieschap Stichtse Groenlanden en Recreatie om 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=df09436f-b811-4d11-86d8-503865d47de3