Antwoorden technische vragen Jaarstukken 2020 3 juni 2021.docx
Tekst van het document
17
Aan het project transformatiefonds Jeugd 2020 heeft Houten € 533.269 betaald. Houten ontvangt hiervoor middelen van het Rijk. Maar deze middelen ontvangen wij omdat wij de administratie(RBL) voeren voor de Lekstroomgemeenten. Rijksbijdrage voor alle Lekstroomgemeenten. Daarnaast was de bijdrage Houten 2020 € 735.305. De RBL stelt elk jaar een begroting waarin de bijdrage bepaalt worden. Op basis van werkelijke kosten wordt afgerekend op basis van de in de begroting bepaalde verdeelsleutels. Gevraagd kosten overzicht is op deze korte termijn niet voorhanden.
PvdA 75. Pagina 165: Is bekend in hoeveel gevallen kwijtschelding van gemeentelijke heffingen en belastingen heeft plaatsgevonden en is dit een onderdeel van de schuldhulpverlening? Antwoord: Aangaande het jaar 2020 betreft dit 406 automatische en 381 toegekende kwijtscheldingverzoeken. De schuldhulpverlening wordt verzorgd door de WIL. Staat hier los van alleen dat de WIL natuurlijk kwijtschelding kan aanvragen bij de BghU. 76. Pagina 204: Is er voor de van toepassing zijnde BBV-indicatoren binnen het taakveld 'Bestuur en ondersteuning' een benchmark beschikbaar? Antwoord: Nee. 77. Pagina 146: Overheadkosten zijn 40%. Ten opzichte van regulier gehanteerde percentages voor overhead (10-20%) is dit hoog. Graag een toelichting waarom de overheadkosten zo hoog zijn. Antwoord: Op pagina 146 staat het volgende: De overheadkosten 2020 bedragen 40,7% (begroot 43,6%) van de totale kosten van de organisatie (apparaatskosten). Dit is dus uitgedrukt in een percentage van de apparaatskosten en wordt gebruikt als basis voor toerekening aan tarieven. Het reguliere percentage overhead staat op pagina 204 en bedraagt 9,0%. Bij gemeenten varieert dit tussen de 7,5- 15,%.
D66 78. Pagina 165: “Bij de calculatie voor de woonlasten voor meerpersoonshuishouden (mphh) die COELO hanteert, staat de gemeente Houten op de 181e plaats (€ 789). In 2019 was dit de 128e plaats. Provinciaal staat Houten op de 11e plaats (2019 8e).” We zijn altijd tevreden geweest over onze landelijke en regionale positie, maar de laatste jaren zakken we weg. Het is wenselijk om voor de discussie over een eventuele OZB verhoging te weten hoe de drie typen lokale lasten zich de laatste jaren verhouden tot de regio. Vraag: Kunnen we een tabel krijgen met de afvalstoffenheffing, rioolrechten en OZB eigenaar in de afgelopen 6 jaren (mphh COELO). Zowel voor Houten als voor het gemiddelde van de Provincie Utrecht? Antwoord: x€1 Gemeente Houten Omschrijving
Bron
Afvalstoffenheffing WSJG Rioolrechten WSJG Totaal gebruiker OZB eigenaar WSJG Totaal eigenaar/gebruiker
Gemiddelde Provincie Utrecht
Rekening 2015 199 122 321 357 678
Rekening 2016 184 123 307 374 681
Rekening 2017 197 110 307 380 687
Rekening 2018 197 112 309 379 688
Rekening 2019 230 114 344 386 730
Rekening 2020 258 145 403 389 792
693
710
720
726
737
793
79. Pagina 246, bestemmingsreserve implementatie omgevingswet: de raad heeft 1,5 miljoen beschikbaar gesteld. Meerdere partijen vonden dit eigenlijk teveel. Van dit bedrag is eind 2020 nog niets uitgegeven. Uit de toelichting blijkt nu dat er nog een lopend budget beschikbaar was waarvan zelfs geld is overgehouden. Waarom is de raad hierover niet
18
geïnformeerd bij de besluitvorming over de 1,5 miljoen? Hoeveel lopend budget was er bij de besluitvorming in de raad nog beschikbaar? Antwoord: In de perspectiefnota 2017 heeft de raad, vooruitlopend op het programmaplan Omgevingswet (vastgesteld door de raad in juli 2020) middelen beschikbaar gesteld voor een faciliterende rol van de overheid bij het programma Ruimte / Voorbereiding implementatie Omgevingswet. Voor 2020 was hiervoor incidenteel € 100.000 aan uitgaven geraamd. Bij de besluitvorming over het programmaplan Omgevingswet was het de verwachting dat deze kosten (ten behoeve van inhuur) ook daadwerkelijk in 2020 zouden worden gemaakt. Achteraf blijkt dat deze middelen slechts gedeeltelijk (€ 40.000) zijn ingezet. Het restant (€ 60.000) is bij de besluitvorming door de raad over de tweede bestuursrapportage 2020 toegevoegd aan de bestemmingsreserve Omgevingswet. Omdat de eerder beschikbaar gestelde € 100.000 geen invloed had op de aan te vragen € 1,5 miljoen én het de verwachting was dat deze kosten in 2020 daadwerkelijk zouden worden gemaakt is hier in het raadsvoorstel programmaplan Omgevingswet geen toelichting over opgenomen. 80. Pagina 248, egalisatievoorziening riolering, punt 9: een positief exploitatieresultaat van 341K wordt gestort in de voorziening.
Ontstaan er geen problemen doordat er in 2020 zo weinig is uitgegeven? Schuiven de geplande activiteiten nu door naar 2021? Antwoord: Nee, er wordt niet te weinig uitgegeven en als er zaken worden uit- of afgesteld, is dit een verantwoorde keuze. Indien tijdelijk uitgesteld wel, wordt bepaald door de noodzaak.
VVD 81. Pagina 151: Paragraaf Covid-19 Bij het nieuwe pakket aan sociaal-economische hulpmaatregelen voor de eerste helft van 2021 wordt voor de eerste maatregel aangegeven dat deze t/m 30 juni geldt. Bij de tweede maatregel staat geen specifieke termijn en voor maatregelen 3 t/m 5 wordt al aangegeven dat deze voor het gehele jaar gelden. Waarom is voor deze verschillen gekozen? Antwoord: Evenals de maatregelen 1, 4 en 5 (zie tabel) heeft maatregel 2 heeft ook een looptijd t/m 30 juni 2021. Dit had in de tabel moeten staan. Maatregel 3 heeft in afwijking van de andere maatregelen geen kostenverhogend effect. Het betreft hier namelijk de, op basis van de door de raad vastgestelde subsidieplafond, verstrekte subsidies. De hoogte van de subsidie wordt normaal gesproken op basis van geleverde prestaties en uitgevoerde activiteiten, achter vastgesteld. Met deze maatregel wordt voorkomen dat subsidies volledig of deels moeten worden terugbetaald als gevolg van het niet kunnen leveren van de overeengekomen prestaties en/of activiteiten. Deze maatregel geeft voor 2021 zekerheid aan onze maatschappelijke partners. 82.
Pagina 207: Paragraaf Ombuigingen Tabel: stand van zaken ombuigingen jeugdhulp en Wmo 2020, punt 6 (WMO: beheersen kosten regiotaxi Wat is de reden dat hier én bij de verklaringen onder de tabel, niets is ingevuld? Antwoord: Voor deze ombuigingen was er in 2020 nog geen taakstelling. Op basis van de door de raad bij de begroting 2020 vastgestelde ombuigingsmaatregelen ‘jeugdhulp en Wmo’ heeft deze maatregel pas vanaf 2022 een financieel effect. De implementatie van deze ombuigingsmaatregel vraagt in 2020 en 2021 de nodige voorbereiding om alternatieve vervoersvormen (bijvoorbeeld ANWB-automaatje) te onderzoeken.
PvdA Vragen m.b.t. Eerste Bestuursrapportage 2021 19
83. Nieuw inkoopcontract WMO hulpmiddelen De zinsnede: ‘De besparing voor 2021: € 181.000 ontstaat door de overgang van koop naar huurcontract in combinatie met een sterfhuisconstructie.’ vraagt om enige duiding. Antwoord: Dit houdt bij nieuwe aanvragen constructie met huurcontract. Bijvoorbeeld scootmobiel wordt gehuurd in plaats van eigendom Houten. Bij oude lopende zaken is deze scootmobiel door Houten aangeschaft, dus koop en vervolgens verstrekt aan bewoner. Op moment van vervanging gaat deze over naar nieuwe constructie(huur), zodat oude vorm langzaam uit sterft. 84. BOR Mutatie reserve t.b.v. de BOR is nogal fors (€ 1,2 mln.). Lopen die mutaties via de exploitatie van de algemene dienst en zijn ze dan niet goed begroot. Graag een toelichting of uitleg van de gehanteerde methodiek. Antwoord: Sinds het groot onderhoud BOR niet meer via een voorziening(accountant vond in 2018 dat voorziening te weinig onderbouwd was) mag worden afgewikkeld, maar via een reserve loopt, verlopen de mutaties van dit groot onderhoud via de exploitatie van de algemene dienst. Via de 1ste berap heeft er actualisatie van het jaarplan BOR 2021 plaatsgevonden en is nog overlopend werk 2020 naar 2021 verwerkt.
20