CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Antwoorden technische vragen Jaarstukken 2020 3 juni 2021.docx

Gemeenteraad 15 juni 2021, gemeente HoutenBij agendapunt: Jaarverslag en jaarrekening 2020 (Jaarstukken: Resultaatbepaling)10.570 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Antwoorden technische vragen Jaarstukken 2020 Algemeen/ Bestuurlijke beschouwingen

ITH 1. Waarom is er geen enkel bedrag opgenomen in de 2e bestuursrapportage of in de begrotingswijziging van december 2020 voor het tekort in het Sociaal Domein (€ 3,382 mln) en pas in de jaarrekening. Dit terwijl al eerder bekend was dat er een fors tekort zou zijn. Antwoord: In de 2e bestuursrapportage 2020 is op drie sheets met als titel Risico’s jeugdhulp en Wmo uitvoerig ingegaan op de mogelijke tekorten bij Jeugd en WMO € 3,0 miljoen en ook hoe hier in aanloop naar de jaarrekening mee omgegaan zou worden.

PvdA 2. Verwacht u op dit moment een uitkomst van de accountantscontrole, die kan leiden tot een substantiële amendering van voorliggende jaarstukken? Antwoord: Als gevolg van de accountantscontrole verwachten wij geen substantiële amendering van de voorliggende jaarstukken. Wel zijn er, na de vaststelling van de voorliggende jaarstukken door het college, gewijzigde inzichten ontstaan. Deze inzichten zijn van invloed op de herziene grondexploitaties zoals deze in de jaarstukken zijn opgenomen. Nieuwe inzichten die ontstaan voordat de accountantscontrole is afgerond (door middel van een getekende accountantsverklaring) moeten worden verwerkt in de jaarstukken. De gewijzigde jaarstukken en het bijbehorende raadsvoorstel zijn samen met een begeleidende memo op 1 juni 2021 naar de raad verstuurd. 3. In de tabellen ’Wat kost dat?’ wordt het resultaat 2020 vergeleken met de begroting na wijziging. Omdat in die gewijzigde begroting al veel ontwikkeling in het jaar 2020 zijn verwerkt geeft die vergelijking nu weinig informatie. Is een vergelijking met de primitieve begroting of met de realisatie 2019 niet meer informatie over de ontwikkelingen in 2020? Antwoord: Als er een vergelijking met de primitieve begroting gemaakt wordt over de ontwikkelingen in 2020, dan vallen we in herhaling. Deze informatie is namelijk al verstrekt in bestuursrapportages.

De begroting wordt gewijzigd met de uitkomsten van deze rapportages. Daarom wordt in de jaarrekening alleen nog toegelicht afwijkingen ten opzichte van de gewijzigde begroting = na bestuursrapportages. Met de realisatie 2019 is niet te doen omdat deze niet vergelijkbaar zijn. Kan ander beleid onder zitten of een andere keuze van de inzet van middelen. 4. Pagina 13: Betreft de afbouw van opname in residentiële voorzieningen ook die in verpleeghuizen en zo ja, heeft dat effecten gehad op de WMO-zorg? Antwoord: De afbouw van residentiele voorzieningen betreft in deze tekst met name de Jeugdhulp. We streven naar minder jeugdigen in residentiele setting. Enerzijds omdat we zoveel mogelijk jeugdigen willen toe leiden naar een woonsetting die aansluit bij het gewone leven, zoals pleegzorg of gezinshuizen. Anderzijds omdat de kosten voor de residentiele zorg hoger zijn dan voor deze andere vormen. Daarnaast hebben de veranderingen in de Wet langdurige zorg gevolgen voor verpleeghuizen. Alleen mensen met een zware zorgvraag komen nog in aanmerking voor een verblijfsplaats in een zorginstelling (intramuraal). We zien, ook in Houten bij o.a. Zorgspectrum, dat zorg vanuit de Wet langdurige zorg steeds meer thuis wordt geleverd. Dit sluit aan bij de wens van veel mensen om zo lang als mogelijk thuis te kunnen blijven wonen in de eigen omgeving.

Tevens kan het voorkomen dat inwoners intramuraal gaan wonen. Dit is ook het beleid van het Zorgkantoor. Het langer thuis wonen heeft effecten op de Wmo-zorg, zoals woningaanpassingen.

1

5. Pagina 22: Betekent dit dat u de stijgende (AOW-) leeftijd koppelt aan afname van vitaliteit van medewerkers? Is dit aantoonbaar en waarin dan? Antwoord: Dit is op basis van huidige ervaringen. Daarbij wordt dit vooral van toepassing verklaard op de functies in de buitendienst van onze medewerkers. Landelijk is ook de tendens dat dit zeker geldt voor fysiek zware beroepen.

ChristenUnie 6. Pagina 13: Focus specifieke groepen: "de pilot Op Koers lijkt tot mooie resultaten te leiden, net als de pilot GGZ in de wijk'. Verderop in het document wordt hier niet uitgebreider op ingegaan. Waar blijken deze 'mooie resultaten' uit? Antwoord: Binnen Op Koers worden door een integrale aanpak samen met sociale partners problemen op meerdere levensgebieden ontrafeld en opgelost. Als het gaat om de woonsituatie, persoonlijke omstandigheden (huiselijk geweld, eenzaamheid), problemen met inkomen/uitkering, schulden, werk, participatie en welzijn. Het gaat om klanten die vastlopen in een woud van wet en regelgeving. Klanten voelen zich door deze integrale aanpak daadwerkelijk gehoord en gezien. In 2020 zijn 20 inwoners uit Houten op deze wijze geholpen. Wat begon als een project GGZ in de wijk is nu een structureel aanbod door het gebiedsteam GGZ. De ondersteuning en behandeling van cliënten waar zowel Lister als Altrecht bij betrokken zijn is op elkaar afgestemd. Voor deze cliënten (met ernstige psychische kwetsbaarheid) is de zorg dichtbij in Houten. Zij hoeven niet meer, zoals een paar jaar geleden, naar Utrecht. Zorg en behandeling zijn snel inzetbaar waardoor een (dreigende) crisis in sommige situaties voorkomen kan worden. 7. Pagina .17/116: Op beide pagina's wordt genoemd dat de landelijke trend van stijgende cijfers w.b.

cybercriminaliteit ook voor Houten geldt. Hoe komen deze cijfers tot stand? Waar zijn deze te vinden? Antwoord: Deze cijfers zijn gebaseerd op het aantal geregistreerde cybercrime-incidenten en de aangiftes die hiervoor worden gedaan bij de politie. Het gaat dus om politiecijfers.

D66 8. Pagina 9: “Strengere toekenningscriteria hebben geleid tot lagere uitgaven in 2020 voor de PGB Jeugd.” Kunnen er twee of drie voorbeelden gegeven worden, waarin voorheen wél een PGB werd toegekend, en met de strengere regels niet meer? Antwoord: Er zijn een aantal casussen geweest, waarbij een aanvraag voor een specifieke zorgaanbieder werd gedaan. Deze (niet-gecontracteerde) aanbieder voldeed niet aan de nieuwe kwaliteitseisen. Dan kan geen professioneel pgb-tarief worden toegekend en wordt de nodige zorg bij een formele aanbieder ingezet, of eventueel een informeel tarief toegekend. Ook wordt er vaker verwezen naar financiering van hulp vanuit passend onderwijs, in plaats van de jeugdwet, als dit van toepassing is en een niet-gecontracteerde aanbieder zou de hulp gaan bieden. 9. Pagina 13: “met het onderwijs werken we intensief samen om de zorg voor leerlingen goed inte vullen, waarin we ieder een eigen verantwoordelijkheid hebben maar door intensieveresamenwerking effectiever kunnen zijn”. Vraag: wat is er in de samenwerking met het onderwijs wezenlijk anders uitgevoerd in 2020 dan in voorgaande jaren? En wat heeft dat opgeleverd? Antwoord: Maart 2020 werden we geconfronteerd met corona en kregen wij als gemeente de taak om de noodopvang te coördineren voor zowel ouders met cruciale / vitale beroepen, als voor de kwetsbare gezinnen.

Binnen korte tijd stond er een overlegstructuur. Daarna hebben we geïnvesteerd in het verbeteren en intensiveren van de lokale samenwerking. Dit heeft tot nog betere samenwerking geleid tussen het onderwijs en de kinderopvang , ook onderling, en met andere partijen, waaronder de Stichting Sociaal Team Houten, Leerplicht, de GGDrU, het jongerenwerk van Van Houten&Co, Shine en Sportpunt Houten. De werkgroepen zijn daar

2

waar belangrijk en mogelijk wel doorgegaan maar hebben grotendeels stil gestaan door de coronadrukte bij alle partners en bij de gemeente. Regionaal is het thuiszitterspact vanaf 2021 geborgd binnen de bestaande samenwerking die daarvoor wel geïntensiveerd is door het aanstellen van een procesbegeleider REA. Daarnaast is er een OZA (onderwijs-zorgarrangementen) werkgroep gestart, die ook de link heeft gelegd met de nieuwe inkoop. En er is gestart met het beter structureren van de REA overleggen, waarbij we bestuurlijk verschillende onderwerpen langs de lat van meer inclusief onderwijs gaan leggen. Dit naar aanleiding van de evaluatie passend onderwijs. 10. Pagina 17: “eind 2020 zijn 2 chillocaties gerealiseerd.” Vraag: hoe staat het met de realisatie van de derde chilllocatie, die zou in 2021 worden opgepakt? Antwoord: Het ziet er naar uit dat voor de zomervakantie van 2021 de derde chill-locatie is ingericht met mogelijk zelfs direct een vierde locatie.

CDA 11. Pagina 20: ('Financiering'): Kan uitgelegd worden hoe dit precies werkt? We hebben de renterisiconorm met 9,6 miljoen overschreden. Dan zou je verwachten: we lenen dus teveel. Echter, dit wordt veroorzaakt door 32 miljoen aan aflossingen. Hoe zit dat precies? Antwoord: Nee, we financieren te weinig met langlopende leningen. Volgens de norm moeten we herfinancieren met lang geld. Ook hier zijn de rentepercentages laag, maar moet er wel betaald worden. Bij kort geld krijgen we op dit moment geld toe. Monitoren dit goed en zullen binnenkort wel tot herfinanciering over moeten gaan om binnen de regels te blijven werken. Ook wordt de geldmarkt constant in de gaten gehouden om bij stijgende rente, meteen in te grijpen.

Programma Samen leven

ITH 12. Pagina 36: Effectindicator 1.3 Waarop is de verklaring gebaseerd dat de verwachte stijging van hulp aan de buren door corona niet is gerealiseerd? Antwoord: Uit de Monitor Sociale Koers blijkt dat de sociale inzet in Houten ongeveer gelijk is gebleven aan het jaar ervoor. Dat is een betere prestatie dan gemiddeld in andere gemeenten in tijden van corona, maar laat dus ook geen stijging zien van 5% naar 10%. Bij het opstellen van de begroting zijn we uitgegaan een verhoging omdat we vanuit de Sociale Koers juist veel accent willen leggen op de versterking van de sociale samenhang. 13. Pagina 56: Effectindicator 1.2 (blz 56). Het percentage van mensen die aangeven financieel (zeer) moeilijk rond te komen is gedaald in 2020 (van 3% naar 2%). Gezien corona was een stijging logischer. Heeft u hier een verklaring voor?. Antwoord: De coronacrisis heeft tot op heden nog niet geleid tot een afname van de financiële zelfredzaamheid. Deze is zelfs iets verbeterd. Door alle ondersteuningsmaatregelen van de Rijksoverheid en het lokaal bestuur ligt het aantal faillissementen nog steeds erg laag. Dit geldt ook voor de werkloosheidscijfers. Desalniettemin hebben bijvoorbeeld veel kleine zelfstandigen en zzp’ers het niet gemakkelijk. Gedurende de meting in november hadden zij net weer een relatief goede periode achter de rug alvorens de harde Lock down in december van kracht ging.

3

GroenLinks 14. Pagina 40 POH GGZ jeugd & Pagina 207 Paragraaf ombuigingen: a) Als antwoord op vraag 19 van de ARC over de Praktijkondersteuners jeugd-GGZ wordt opgemerkt dat de POH-GGZ in 9 maanden 178 jeugdigen hebben gezien, waarna voor 124 van hen geen verwijzing naar de GGZ meer nodig is geweest. Onze vraag: is bekend waar deze 124 jeugdigen terecht zijn gekomen? Wordt dat bijgehouden, worden ze nog gevolgd? Antwoord: Deze jeugdigen hebben op het moment dat hun traject werd afgesloten bij de POH-GGZ Jeugd geen enkele verwijzing naar geïndiceerde hulp gehad. De POH-GGZ Jeugd heeft hen zelf kunnen helpen door de inzet van passende hulpverlening. Deze jeugdigen zullen zich bij een (vervolg)vraag weer melden bij de huisarts en dus bij de POH terecht komen. Als een cliënt opnieuw terugkomt wordt goed uitgevraagd of dit een echt nieuwe hulpvraag is, of een zelfde vraag die terugkeert. Er wordt dan met de betrokken professionals afgestemd welke hulp zinvol is. Dit is bij de POH-GGZ Jeugd nog niet voorgekomen. Mochten er wel terugkerende vragen gezien worden, dan zal dit geregistreerd gaan worden. Bij het CJG wordt dit al gedaan. b) Er wordt daarnaast gezegd dat er een afname is van ruim €300.000,- aan kosten van verwijzingen bij de EMC’s waar een POH-GGZ werkzaam is. Toch zien we in de tabel Stand van zaken ombuigingen jeugdhulp en WMO op pag.

207 van de jaarstukken dat juist de ombuiging op het gebied continueren en versterken van de inzet POH-GGZ jeugd grotendeels niet gerealiseerd is. Dit lijkt in tegenspraak. Daarnaast lezen we in de toelichting dat er in heel 2020 geen SOH-GGZ (specialist) werkzaam is geweest. Hoe werd dan gemonitord dat de doorverwijzing naar de GGZ voor 124 jeugdigen inderdaad niet nodig was? Antwoord: We moeten de afname van kosten van jeugd-GGZ verwijzingen afzetten tegen de financiële investering. Van het genoemde bedrag zijn de kosten nog niet van af gehaald. Wat betreft de SOJ-GGZ: dit is een ander type professional dan de POH-GGZ Jeugd. De SOJ-GGZ (voorheen SOH-GGZ genoemd) heeft meer opleiding en werkervaring en zal casuïstiek en consultatie oppakken van zwaardere hulpvragen dan de POH-GGZ Jeugd. Voor de jeugdigen die door de POH-GGZ gezien (en / of zelf begeleid) zijn, is ook altijd afstemming geweest met huisarts / Sociaal Team / jeugdarts. Zo borgen we al vanaf het begin een multidisciplinaire aanpak zodat de meest passende hulp wordt ingezet.

HOUTEN ANDERS! 15. Pagina 28: Versterking van het informele netwerk. Vanwege corona hebben we hier heel positieve ontwikkelingen in gezien door bijvoorbeeld de komst van 'Houten werkt samen', waarin informele en formele partners nauw samenwerkten om de extra steun die nodig was te organiseren. Buurtgezinnen heeft meer hulp kunnen organiseren, er zijn meer koppelingen geweest tussen vraag- en steungezinnen en er is bijvoorbeeld meer huiswerkbegeleiding ingezet. Kunt u met cijfers en feiten beschrijven hoe deze samenwerking vorm krijgt en wat het oplevert? Antwoord: Het resultaat van de samenwerking is dat organisaties elkaar sneller en beter weten te vinden. “Houten werkt samen” is een netwerk waar alle organisaties in Houten aan kunnen deelnemen. De bijeenkomsten zijn bedoeld om elkaar en elkaars werk beter te leren kennen. In coronatijd hebben de bijeenkomsten digitaal plaatsgevonden. Er wordt themagericht gewerkt zodat ook heel concreet tijdens bijeenkomsten gewerkt kan worden aan het gezamenlijk verbeteren van de dienstverlening aan inwoners. De coronatijd heeft de onderlinge samenwerking een boost gegeven, enerzijds door met elkaar klaar te blijven staan voor inwoners en anderzijds door de ontwikkeling van nieuwe werkwijzen om met elkaar in contact te zijn. Deze samenwerking is niet eenduidig te vangen in cijfers.

4

Hoeveel gezinnen zijn er door het Sociaal Team doorverwezen naar Buurtgezinnen in 2020 (1) en hoeveel van deze doorverwijzingen konden worden gekoppeld(2)? Antwoord: Van de 20 vraaggezinnen kwamen er 6 vanuit het Sociaal Team. De andere aanmeldingen kwamen via Lister, Altrecht, Autisme begeleiding, CJG of GGD en 3 gezinnen meldden zichzelf aan. Vier gezinnen van deze 6 zijn gekoppeld. Door persoonlijke omstandigheden van twee gezinnen is nog niet tot en koppeling gekomen. De coördinator van Buurtgezinnen houdt contact met deze gezinnen om te horen hoe het gaat en of buurtgezinnen nog iets kan betekenen. 16. Blz. 47: De raming voor 2020 was gebaseerd op een toen nog beperkt inzicht in het totaal aantal Inwonersinitiatieven. Naast de inwonersinitiatieven waar wij als gemeente direct contact mee hebben, zijn er natuurlijk nog veel meer actief. Inmiddels hebben we, samen met Van Houten & co, een inventarisatie gedaan. Dit is op een kaart aangegeven. We komen dan tot een totaal van ca 45. Ook dit is een globale momentopname. Wilt u deze lijst met de gemeenteraad delen om zicht te krijgen op de compleetheid ervan? Antwoord: Zie bijlage 1

PvdA 17. Pagina 31: ‘In 2020 is veel energie gestopt in het opbouwen van complete en actuele sturingsinformatie. Daar zijn grote stappen in gezet’. Kunt u dit wat concreter maken? Antwoord: Met de inzet van RBL, Sociaal Team en de gemeente is het afgelopen jaar het digitale dashboard met informatie over jeugdhulp en Wmo verder gevuld en ontsloten. Dat betekent dat we nu kunnen beschikken over data van zowel het geheel van Jeugd en Wmo als over de diverse deelproducten. Bijvoorbeeld over het aantal aanvragen, uitgegeven budgetten, aantal verlengingen, inzicht in de inzet van zorgaanbieders, externe verwijzers zoals huisartsen en specialisten, etc. Op basis hiervan kunnen we nu directer sturen richting alle betrokkenen. 18. Pagina 36: Het gestelde over de implementatie van het integrale afwegingskader waarmee woonzorginitiatieven worden beoordeeld is nogal cryptisch. Kan dat wat concreter gemaakt worden? Antwoord: In samenwerking tussen de teams Samenleving en Ruimtelijke Ontwikkeling is een integraal afwegingskader opgesteld. Het afwegingskader geeft de kwantitatieve en kwalitatieve criteria voor het integraal beoordelen van woonzorginitiatieven. Het kader is een bouwsteen voor een meer programmatische aanpak van woonzorginitiatieven en draagt bij aan het realiseren van de huisvestingsopgaven voor wonen en zorg op grond van het Companenonderzoek (2019).

Er wordt nu ervaring opgebouwd met het toepassen van het afwegingskader op woonzorginitiatieven. 19. Pagina 58: Het aantal aanvragen bij de stichting Leergeld is bijna verdubbeld ten opzichte van de raming. Waar was die oorspronkelijke raming dan op gebaseerd? Antwoord: De oorspronkelijke raming van 330 aanvragen is gebaseerd op een meerjarenplan van Stichting Leergeld, welke is vastgesteld in 2015/2016. Daarbij is Stichting Leergeld uitgegaan van een stabiel en gemiddeld aantal aanvragen van 330 per jaar. Deze raming is dus niet specifiek opgesteld voor het jaar 2020, maar betreft een gemiddelde jaarraming op basis van een periode van 5 jaar.

ChristenUnie 20. Pagina.36: 2.3 Implementatie van Integrale afwegingskader woon-zorginitiatieven krijgt de kleur groen. Er is een start gemaakt. Wat houdt dat concreet in. Hoever zijn we er nu mee? En wat volgt er nog? Antwoord: Met verwijzing naar de beantwoording van vraag 18 passen we het afwegingskader voor woonzorginitiatieven toe op initiatieven die we als gemeente ontvangen. Een gezamenlijk afwegingskader draagt eraan bij dat vakspecialisten nog beter vakoverstijgend kunnen

5

samenwerken aan in dit geval het realiseren van woonzorgprojecten. Met het kader doen we op dit moment ervaring op in hoeverre het voldoet aan een integrale afweging van woonzorginitiatieven. De afspraak met het ruimtelijk domein is dat het sociaal domein voortaan aan de voorkant wordt betrokken bij het opstellen van startnotities voor ontwikkellocaties. Aan de startnotities is vanaf heden het onderdeel ‘wonen en zorg’ toegevoegd. 21. Pagina 54: Wat zien de initiatiefnemers van het Ondernemersfonds als 'breder draagvlak'? Wat is het draagvlak op dit moment en wat zou het moeten worden? Antwoord: Het verkrijgen van een breder draagvlak is vooral gericht op de winkeliers van Het Rond en Castellum. Deze stakeholders zijn beducht voor een lastenverzwaring. Door nadere uitleg over de mogelijkheden en de werking van het Ondernemersfonds wil men deze groepen aan boord krijgen. De winkeliers van het Oude Dorp en de ondernemers verenigd in de SBBH, het IKH en de OKK zijn positief over het instellen van een ondernemersfonds. De maatschappelijke organisaties zien dit ook als een goede mogelijkheid om structurele ondersteuning voor hun activiteiten te creëren.

D66 22. Pagina 50, toelichting 1.1: dankzij de Houtense Werktafel zijn inwoners in beeld gebracht die al langere tijd geen ondersteuning ontvingen van WIL. De HWT heeft dus mooi werk verricht, alle bijstandsgerechtigden zijn gesproken. Heeft WIL deze mensen dus in de tijd ervoor gemist? Hoe kan het dat de HWT deze mensen wel in beeld krijgt en tot reïntegratie kan helpen en WIL niet? Graag iets meer duiding. Antwoord: Voordat de Houtense Werktafel van start ging is met de WIL afgesproken dat de schaarse capaciteit van werkcoaches ingezet werd op mensen waarvan de inschatting was dat zij nog naar werk konden worden begeleid. Een werkcoach alleen kon weinig voor deze mensen kan betekenen omdat begeleiding veel tijd kost. Met de introductie van de HWT is dit beleid gewijzigd omdat HWT meer in verbinding staat met lokale partners die juist gericht zijn op het ondersteunen van deze doelgroep. In gesprekken stond dan ook centraal wat participatie en ondersteuningsmogelijkheden in de Houtense context zijn en dit is afgestemd met partnerorganisaties wanneer begeleiding gewenst was.

Groep Aanen 23. Pagina 54:. Doelstelling 3. Behoud en groei van een gedifferentieerd aanbod van de werkgelegenheid. Wat is hier nu precies gedaan? Antwoord: Er wordt bij de uitgifte van een bedrijventerrein een afweging gemaakt of de kandidaat een toegevoegde waarde heeft in het aanbod van de werkgelegenheid die Houten rijk is. Daarbij wordt gelet op het niveau van werkzaamheden (hoog- en laaggeschoold), de sectorale werkzaamheden (breed pallet aan beroepen en sectoren), mate van specialisatie en potentiële groei. Ook zijn er om bedrijven voor Houten te behouden, kavels uitgegeven aan reeds gevestigde bedrijven zoals AB Midden Nederland, Sorgente, Heycop en TSN. Tot slot is er gekozen voor een gedifferentieerd aanbod aan bedrijfspanden. Door ook bedrijfsverzamelgebouwen te laten realiseren, wordt ook het kleinbedrijf in staat gesteld om in Houten aan de slag te gaan. Het MKB wordt als belangrijke motor voor de banengroei gezien.

VVD 24. Pagina 36 (Jeugd en Onderwijs): De prestatie-indicator geeft bij punt 3.4 het aantal matches (tussen instanties) in verwijsindex aan. Dit betekent dat minder meldingen zijn gedaan vanuit meerdere verschillende organisaties over dezelfde cliënt De realisatie ligt meer dan de helft lager dan de raming, ligt dit verschil aan Corona, of is er een andere oorzaak te noemen? Antwoord: Dit heeft niet met corona te maken. Het aantal nieuwe (unieke) cliënten is toegenomen. Dat zijn meer losse meldingen (zonder match). En uit de nadere duiding maken we op dat er minder matches (dan het voorgaande jaar) zijn met Veilig Thuis en Samen Veilig Midden Nederland.

6

25. Pagina 37 (Jeugd en Onderwijs): Onder inclusief onderwijs wordt aangegeven dat in 2020 stappen zijn gezet op het gebied van inclusief onderwijs (onderwijs waarbij kinderen vanuit allerlei achtergronden en met én zonder beperkingen samen spelen, werken en leren). Ook wordt in die paragraaf aangegeven dat daarnaast lokaal en regionaal gesprekken zijn gestart over wat inclusief onderwijs betekent voor de onderwijshuisvesting. Wat zijn de voorlopige uitkomsten van deze gesprekken? Hoe worden de extra kosten die gemaakt moeten worden voor de huisvesting van inclusief onderwijs gefinancierd? Antwoord: Regionaal is in 2020 het eerste gesprek gestart over de regionale visie op meer inclusief onderwijs. In het eerste gesprek is ook de koppeling gelegd met de huisvesting. De uitkomsten van dit gesprek worden in 2021 verder meegenomen, waarbij gewerkt wordt aan een gemeenschappelijke taal in de regio waarbij wel ruimte blijft voor de lokale invulling. Uit de gesprekken blijkt dat het in veel schoolgebouwen moeilijk is om invulling te geven aan inclusief onderwijs. De indeling en toegankelijkheid van schoolgebouwen, maar ook het aantal vierkante meters, zijn niet berekend op het adequaat ondersteunen van leerlingen met een specifieke ondersteuningsbehoefte in het regulier onderwijs.

Dat geldt ook voor de inzet van inclusief onderwijs voor alle kinderen, en een inclusief personeelsbestand. Daarnaast krijgen landelijke zorgverleners als jeugdhulp en wijkteams steeds vaker een plek op scholen. Ook hiermee moet rekening worden gehouden binnen schoolgebouwen. Samen met de schoolbesturen werken wij nu aan het opstellen van een nieuw Integraal Huisvesting Plan Onderwijs waarin onder meer aandacht is voor de gevolgen, financieel en ruimtelijk, van inclusief onderwijs. 26. Pagina 48 (WMO): Doelstelling 3, effectindicatoren punt 3.1 Clienten met maatwerkarrangement WMO. De raming is 310 en de realisatie, volgens de gepubliceerde cijfers op www.waarstaatjegemeente.nl, is 330, gelijk aan 2019 toen er nog geen sprake was van Corona. Is dit verschil verklaarbaar? Antwoord: Dit verschil is verklaarbaar omdat sinds 2018 het aantal Wmo-voorzieningen is toegenomen. De toename van het aantal Wmo-voorzieningen heeft voornamelijk met het abonnementstarief (een vast tarief voor de eigen bijdragen vaan Wmo- voorzieningen) te maken. Dit is een landelijke ontwikkeling die ook binnen de gemeente Houten zichtbaar is. Door Corona is de gewenste verlaging niet tot stand gekomen. 27. Pagina 51 (Deelprogramma Werk): Er wordt aangegeven dat er in het kader van de Houtense Werktafel 650 gesprekken zijn geweest met mensen die al langer in de bijstand zitten.

Er zijn 100 mensen naar onbetaald werk geleid, 92 mensen zijn uitgestroomd naar werk of opleiding. Welke kosten (voor de Houtense Werktafel) en baten (minder kosten aan bijstand) kunnen tegen over elkaar gezet worden? Antwoord: De kosten voor de Houtense werktafel in 2020 waren circa €500.000. Een bijstandsuitkering kost circa €14.500. De mensen die begeleid worden door de Houtense werktafel zijn niet makkelijk bemiddelbaar naar werk, anders worden zij begeleid door het matchingsteam. Dat betekent dat zij zonder begeleiding waarschijnlijk langer in een uitkering zouden blijven. Het eenvoudig naast elkaar zetten van kosten en baten als het gaat om begeleiding van mensen in de bijstand is lastig, omdat je niet weet wat het alternatieve levenspad is van mensen die ondersteuning hebben gekregen. En dat niet wordt meegenomen de inspanningen die gedaan worden voor mensen die naar onbetaald werk worden geleid, terwijl dit beleidsmatig / politiek wel als waardevol wordt gezien (iedereen doet mee). Maar om een beeld te geven; als de 92 mensen door de begeleiding een half jaar eerder een baan hebben gevonden dan zonder begeleiding is de besparing 92 x 0,5 x €14.500 = €667.000.

CDA 28. Pagina 30 en 51: Resultaat Houtense Werktafel wordt als goed beschreven. Wat is het financiële plaatje: kunnen we de kosten en de opbrengsten in cijfers krijgen? Antwoord: Zie vraag 27.

7

29. Pagina 33: "Voor het cliënttevredenheidsonderzoek voor de jeugd hebben wij in 2020 met twee andere Lekstroom gemeenten een pilot gedaan met Ervaringswijzer, een digitaal en laagdrempelig instrument voor cliëntervaringsonderzoek. De eerste resultaten uit de pilot zijn positief maar moeten met voorzichtigheid geïnterpreteerd worden. Voor jeugd hebben we in 2020 geen andere vorm van cliëntervaringsonderzoek gedaan." Op blz. 33 en 40 is een deel van de effectindicatoren niet ingevuld omdat Ervaringswijzer daar geen antwoord op geeft. Wordt de pilot doorgezet? Zo ja, wat gebeurt er met de vragen uit eerder cliëntervaringsonderzoek waar nu geen antwoord op is? Antwoord: De pilot had als doel om een antwoord te geven op de vraag: ‘vinden we Ervaringwijzer een geschikt instrument voor het cliënt-ervaringsonderzoek?’. In samenwerking met twee regiogemeenten en zes zorgaanbieders is het antwoord daarop ja. De pilot is daarmee afgerond. Om betekenisvolle informatie uit deze manier van onderzoek te krijgen, is schaalvergroting wenselijk. We willen dit daarom verbinden aan de nieuwe inkoop jeugdhulp en Wmo. Vanaf 2022 zou er daarmee een vorm van continu onderzoek ontstaan, in samenwerking met zorgaanbieders. Er wordt niet alsnog onderzoek over 2019 uitgevoerd (cliënt-ervaringsonderzoek in het ene jaar, had steeds betrekking op cliëntervaring het jaar daarvoor).

Momenteel loopt er een nieuw onderzoek (jeugd en Wmo) naar de ervaringen in 2020. Die resultaten komen in juni binnen. 30. Pagina 42: Regionaal is in 2020 gewerkt aan een nieuwe Regiovisie rondom kindermishandeling en huiselijk geweld. In 2021 zal deze verder regionaal en lokaal worden uitgewerkt in een uitvoeringsplan. Is de regiovisie rondom kindermishandeling en huiselijk geweld klaar? Beschikbaar voor de raad? Zo ja, dan ontvangen we deze graag. Antwoord: Voor de nieuwe Regiovisie verwijzen wij naar de Raadsinformatiebrief van 15 maart 2021 “Raadsinformatiebrief inzake Regiovisie voor een veilig thuis 2020” met bijlage “Regiovisie voor een veilig thuis, Regiovisie Geweld hoort nergens thuis- regio Utrecht 2020”. Op dit moment wordt gewerkt aan de uitwerking hiervan voor Lekstroom. 31. In de raadsvoorstellen en de jaarstukken (bijv. Blz. 8) worden jeugdhulp en Wmo beschreven onder sociaal domein. De WIL wordt apart beschreven. Hoever is gemeente Houten om in het kader van integraal werken ook dit beleidsveld in relatie te brengen en onder het kopje sociaal domein te behandelen? Antwoord: In de jaarrekening 2020 kijken we nog terug aan de hand van de indeling van de begroting zoals deze in 2019 is vastgesteld. Vanaf 2021 is de begroting opgebouwd volgens de thema’s in de Sociale Koers.

De insteek van de Sociale Koers betekent juist een integrale kijk op alle levensgebieden van onze inwoners. Zowel Jeugdhulp, Wmo als participatie maken vanaf de begroting 2021 onderdeel uit van het programma Samen Leven, waar alle onderdelen van het sociaal domein onder vallen.

Programma Duurzame leefomgeving

GroenLinks 32. Pagina 70 Opmerking: Algemene opmerking in dit hoofdstuk staat nog oude tekst over de Ruimtelijke Koers. Antwoord: Na de besluitvorming door de raad op 30 maart 2021 zijn de al eerder opgestelde concept teksten voor het jaarverslag doorlopen en aangepast. Mogelijk dat bij die redactieslag abusievelijk toch nog een oude tekst is blijven staan. 33. Pagina 79 Doelstelling 2, waterkwaliteit: 99% van het water voldoet aan “beeldkwaliteit”. Echter welk percentage voldoet aan chemische kwaliteitseisen (bijv. niet teveel nitraat, fosfaat, bestrijdingsmiddelen) ? Antwoord: Het monitoren van de chemische waterkwaliteit is geen reguliere taak van de gemeente en wordt niet gemeten wanneer er geen aanleiding (calamiteit) voor is. De gemeente voert wel in samenwerking met het waterschap om de 3 jaar ecoscans uit op ca. 45 locaties in de

8

watergangen. Met ingang van 2021 voeren 28 belangstellende bewoners aanvullende ecoscans uit in de tussenliggende periode. Op deze wijze worden bewoners meer betrokken bij hun leefomgeving en ontstaat er een uitgebreide meetdataset 34. Pagina 81 Bloemenweides: Wij zijn benieuwd waar deze weides zijn? Antwoord: In de Waters (Sneeuwwater), de Poorten (De Poort), De Houten (Het Hout), De Oorden (Imkerspad), De Hoeven (Lobbendijk) en Tull en ’t Waal (Waalseweg). Inmiddels beheren we ongeveer 22% gras als kruidenrijk grasland. 35. Pagina 90 Afvalscheiding: Waaruit bestaat de (kennelijk) “harde kern” van het restafval? Is dat puur materiaal dat in de grijze kliko hoort (en dus lastig gereduceerd kan worden), of heeft een deel van Houten de scheiding niet op orde? Antwoord: Jaarlijks laten wij het restafval met twee steekproeven analyseren. De inhoud van 63 kliko’s uit de wijk De Gaarden wordt gesorteerd en de inhoud van 6 ondergrondse containers uit de wijk Castellum wordt gesorteerd. In 2017 -voordat de nieuwe manier van inzamelen werd ingevoerd- bestond ongeveer 33% van het restafval uit “echt restafval”. In 2019 -na de invoering van de nieuwe manier van inzamelen- bestond ongeveer 54% van het restafval uit “echt restafval”. De hoeveelheid restafval die per inwoner werd ingezameld met de grijze kliko en ondergrondse container, nam af van 165 kg/inw. naar 115 kg/inw.

Door de nieuwe manier van inzamelen bij de laagbouw is dus een grote slag gemaakt op het gebied van afvalscheiding. Per inwoner wordt er minder restafval aangeboden en is het restafval ook meer “echt restafval”. Bij het restafval uit de kliko’s valt op dat er nog relatief veel keukenafval (etensresten) in zit. Blijkbaar maken niet alle inwoners gebruik van de aanrechtbakjes voor etensresten. Bij het afval uit de ondergrondse containers zit naast veel keukenafval, ook nog veel papier en PMD. Zowel in de kliko’s als in de ondergrondse containers worden nog relatief veel luiers aangetroffen, ondanks dat Houten de grootste hoeveelheid luiers per inwoner apart inzamelt in onze provincie. De “harde kern” van het restafval bestaat uit niet recyclebaar afval, zoals kattenbakgrind, stofzuigerzakken, koffiecups, nat of vervuild papier en natte of vervuilde kleding/textiel.

HOUTEN ANDERS! 36. Pagina 71: Volgens de Woonvisie 2016-2025 moeten 1.800 woningen worden opgeleverd, waarvan 600 sociale huurwoningen. Halverwege deze periode (31-12-2020) zijn er 1.275 woningen opgeleverd. Van dat aantal waren 250 sociale huurwoningen. Als de door Viveste teruggekochte voormalige Koopgarantwoningen (vooral tweekamerappartementen) worden meegeteld, zijn inmiddels ongeveer 370 sociale huurwoningen toegevoegd. Hoeveel sociale huurwoningen zijn er in dezelfde periode verkocht? Antwoord: Verkochte sociale huurwoningen 2016-2020: 190 37. Pagina 76 doelstelling 2 : er is een groot te kort aan sociale huurwoningen. Over 2 jaar zijn er 37 woningen bijgekomen en 41 werden verkocht. Hoe kan het percentage nog steeds 25% zijn, als het aantal sociale huurwoningen afneemt en het totale aantal woningen toeneemt. Zit dat in de afronding? En zo ja, kan dit percentage nauwkeuriger worden weergegeven over de afgelopen jaren? Antwoord: Het genoemde percentage is inderdaad een afronding. Het percentage sociale huurwoningen is 24,1% ( 5.026 sociale huurwoningen (Regionale corporatiemonitor 2020 Viveste) op een totale woningvoorraad (BghU op 1-11-2020) van 20.831 woningen). 38.

Pagina 76 doelstelling 2 : In de tabel geeft u aan: “*De veranderopgave van Viveste zal pas op langere termijn zichtbaar worden.” Hoe zouden deze effectindicatoren eruit moeten zien, om te (kunnen) concluderen dat de veranderopgave ‘zichtbaar’ is? M.a.w. wat zijn dan de verwachte aantallen nieuwbouw, verkoop en het percentage sociale huurwoningen?

9

Antwoord: In de Woonvisie 2016-2025 is al aangegeven dat de veranderopgave een langdurig traject zal zijn. De aanname van Viveste voor de periode 2021-2024 is dat Viveste 52 Koopgarantwoningen kan terugkopen. Wat betreft nieuwbouw zitten er tot en met 2024 220 sociale huurwoningen in de planning (dit kan wijzigen omdat de aantallen per project soms nog niet definitief zijn). Wat betreft verkoop voor deze periode heeft Viveste in de begroting opgenomen een aantal van 160 woningen ( gemiddeld 40 per jaar). De verwachting, ook met ervaring uit het verleden, is dat het feitelijk aantal ongeveer de helft is. Dit hangt er namelijk van af hoeveel van deze woningen met een hoog aantal woningwaarderingspunten vrijkomen. Op voorhand is daar geen zekerheid over. Viveste heeft eerder aangegeven dat het argument voor verkoop is de nieuwbouwopgave voor sociale huurwoningen in Houten. 39. Pagina 78 leegstand het rond. Prestatie-indicator 1.1. staat op groen, terwijl er meer leegstand is. De RK is niet doorgegaan. Meer ruimte voor terrassen was een noodgreep ivm corona.

Dat kan dan toch niet worden gezien als de uitvoering van een kans? Kunt u uitleggen waarom de score toch groen is? Antwoord: Met meer ruimte voor terrassen dragen we bij aan een vitaal, toekomstbestendig centrum, aangezien de aantrekkelijkheid en levendigheid van de centra worden vergroot en we horeca ondernemers lokaal perspectief bieden na een enorm lastig en ingrijpend corona jaar. Voor de (middel)lange termijn zijn wij in overleg met stakeholders in het centrum waarbij we continu op zoek zijn naar ruimtelijke initiatieven, die een bijdrage leveren aan de vitaliteit en toekomstbestendigheid van het centrum. 40. Pagina 88: De fractie merkt op dat waar de data niet beschikbaar is, een verwachtingsdatum niet zou misstaan voor de volledigheid op elke andere plek waar cijfers nog niet bekend zijn. Inmiddels is de data over 2019 in de klimaatmonitor.nl beschikbaar. Waarom staan er geen percentages bij de realisatie 2019 / 2020 in de tabel? (Duurzaam opwekken van energie). Antwoord: Op het moment dat de jaarstukken geschreven werden, waren de cijfers voor 2019 en 2020 nog niet bekend. De bron die we gebruiken is de Klimaatmonitor. De energiecijfers daarin komen in de regel 1-2 jaar na het betreffende kalenderjaar beschikbaar. De cijfers over 2019 zijn inderdaad inmiddels beschikbaar gekomen. Dit leidt tot de volgende percentages: Bron

Realisatie

Raming

Realisatie

Doel

Omschrijving

1.1

Hernieuwbare elektriciteit (is Klimaatmonitor* elektriciteit die is opgewekt uit wind, waterkracht, zon of biomassa) als percentage van totaal elektriciteitsverbruik (BBV)

14,1%

15,0%

17,7%

16%

nnb

1.2

Lokale duurzame energie als Klimaatmonitor* percentage van het totaal energieverbruik (inclusief verkeer)**

4,8%

6,2%

nnb 7,2%

5,5%

nnb

2017

2018

2019

2020

41. Pagina 91: Prestatie-indicator 3.1 bevat geen percentage bij de realisatie 2020 in de tabel. Doelstelling is om jaarlijks 2500m2 openbare verharding om te zetten naar groen en/of te ontkoppelen van de riolering. In de prestatie-indicator 3.2 staat dat er in ieder geval zo’n 1000m2 behaald is. Waarom staan er geen percentages bij de realisatie 2020 in de tabel? Waarom zijn zulke cijfers bij het opstellen van de jaarrekening nog niet bekend? Hoeveel is hiervan in 2020 gerealiseerd? Is de andere 1500m2 ook behaald? Antwoord: In 2020 is 1.006 m2 verharding verwijderd, indicator 3.1 en 10.900 m2 afgekoppeld indicator 3.2. De getallen zijn opgenomen in de tekst op pagina 82 maar ontbraken in de tabel op pagina 91.

10

PvdA 42. Pagina 81: Er wordt wel vermeld hoeveel bomen er gepland zijn, maar niet hoeveel er gerooid zijn. Op deze manier zegt het getal van 141 bomen gepland niets. Dus: hoeveel bomen zijn er gerooid in 2020? Antwoord: Rooien zieke en dode bomen in 2020 114 en 141 herplant (VTA / inboetronde zie bijlage mail communicatie voor Houtens Nieuws en Website gemeente Houten) Ronde 1 Vanaf 6 t/m 10 juli 2020 worden in de gemeente Houten 64 bomen gerooid. Het gaat om ernstig zieke of dode bomen. Ronde 2 Vanaf vrijdag 6-11-2020 worden in de gemeente Houten 50 bomen gerooid. Het gaat om ernstig zieke of dode bomen. Deze locatie is apart gedaan i.v.m. essentaksterfte 30 stuks essen gerooid aan de westzijde van de Groeneweg i.v.m. essentaksterfte en 36 herplant. 43. Pagina 90: Bij 2.3: om welk bedrag gaan de drie inkopen die hier vermeld staan, ook in verhouding tot het totale bedrag aan inkopen? Antwoord: In onderstaande tabel is een overzicht te vinden van de “grote” inkopen, waar we extra hebben ingezet op circulair. Daarbij plaatsen we de kanttekening dat duurzaamheid/ circulariteit steeds vaker een regulier onderdeel van inkopen is en dan intern niet wordt aangemeld als circulaire inkoop. Actuele voorbeelden zijn de aanbesteding van openbare verlichting en de nieuwe fietsbrug bij het Werklandschap Meerpaal. Inkoop    

Jaar 2016 2017 2017

Grondgebruik Castellumgracht Bedrijfskleding Waterdoorlatende betontegels parkeerplaats fort Honswijk Mini-containers

2017

Totale opdrachtsom € 147.039.47 € 99.545,96 € 72.000,00  

Levering € 218.290,00 Uitzetten van de minicontainer € 33.670,00

Totaal     

2017 2017 2017 2020

Koffiebekers1 Toiletinrichting Bureaustoelen Afvalbakken Totaal

    

€ 251.960,00 € 12.963,46 € 70.000,00 € 200.000,00 € 9.000,00 € 862.508,89

ChristenUnie 44. Pagina 70: Er zijn meer woningen gerealiseerd dan geraamd. Zijn dit extra woningen of worden er dan in de opvolgende jaren minder woningen opgeleverd? Antwoord: Zoals aangegeven is een aantal projecten met relatief grote aantallen woningen opgeleverd zoals Koningsspoor/Citadel, Kokermolen, sociale huurwoningen in Het Spoor en er is een gestage productie in De Kiem (De Grassen). Met enige voorzichtigheid kan worden verwacht dat er geleidelijk minder opleveringen zullen zijn als de bekende locaties Eikenhout, Wegwijzer/Den Oord, De Kiem zijn opgeleverd en projectontwikkeling over bijvoorbeeld Hofstad IVB is afgerond.

1 De koffiebekers nemen we af naar hoeveelheid die er ‘nodig’ is. De opgevoerde kosten gelden voor

2018 (als refentie van een normaal (niet corona) jaar.

11

45. Pagina.71: ‘De afname van de leegstand van de laatste jaren bij de commerciële voorzieningen en horeca zien we de laatste jaren weer toenemen.’ Letterlijk staat hier dat er minder leegstand komt. Het omgekeerde is echter aan de hand, denken wij. Wat is nu waar? Antwoord: Het is inderdaad wat ongelukkig geformuleerd. Bedoeld wordt dat er na een periode van afnemende leegstand in de (winkel)centra, recent sprake is van een juist weer (fors) toenemende leegstand 46. Pagina 73: Cirkeldiagram geeft 58% gerealiseerd aan. In de tekst daaronder wordt gesproken over 62%. Wat is waar? Antwoord: 58%. Staat straks in de online versie goed. 47. Pagina 79. Effectindicator 1.1 In hoeverre is de kinderraad actief meegenomen voor de beoordeling van kinderspeelplaatsen tot 12 jaar? Antwoord: De Kinderraad heeft een fietstocht gemaakt langs verschillende speelplaatsen, daar foto’s van gemaakt en hun feedback gegeven aan het Sportpunt. Samen met het Sportpunt Houten is ook een buitenspeelkaart ontwikkeld, zodat kinderen goed weten waar ze kunnen spelen in Houten. De kaart is inmiddels bijna af en zal begin juni gepubliceerd worden.

D66 48. Pagina 78: hier wordt gesteld dat de verantwoordelijkheid om horecaondernemers aan te trekken primair ligt bij de eigenaar/verhuurder van beschikbare panden. Dat zal ook voor winkels gelden. Maar wat onderneemt de gemeente (in het kader van city-marketing) om ondernemers aan te trekken en leegstand te verminderen? Antwoord: De gemeente voedt de eigenaren van panden die niet in haar bezit zijn met onderzoeksresultaten van derden (zoals het Koopstromenonderzoek Randstad, waaraan Houten dit jaar weer deelneemt, maar bijvoorbeeld ook de onderzoeken die in het kader van citymarketing zijn uitgevoerd). Ook doet de gemeente later dit jaar nog een burgerpanel onderzoek naar het winkelaanbod en horeca in het centrum en betrekken we inwoners en ondernemers bij tijdelijke oplossingen voor leegstand (zoals pop up stores). 49. Pagina 88, deelprogramma duurzaamheid en energietransitie: de gemeente Houten beoogt in 2040 energie- en klimaatneutraal te zijn. Helaas hebben een aantal plannen vertraging opgelopen (circulaire economie, energieplan, Windpark Goyerbrug) en is de beoogde oppervlakte voor zonnevelden en onze inbreng voor de RES 1.0 bescheiden te noemen. Wat is nu de marsroute naar een energie- en klimaatneutraal Houten in 2040.

Wat is realistisch/haalbaar tot 2025 en gaan we 2040 halen? Antwoord: In het Energieplan 2020-2050 heeft de raad de globale stappen richting 2040 vastgesteld in percentages duurzame energie. Voor 2025 is de ambitie om 20% duurzame energie van eigen bodem gerealiseerd te hebben. Daarover zegt het Energieplan het volgende: “Met de bestaande activiteiten, waaronder een tweede windpark, zonnevelden, zonnedaken en woningisolatie (zie hoofdstuk 7) verwachten we uit te komen op 15%. De nieuwe aanpak en activiteiten (in hoofdstukken 5 en 6) zijn goed voor nog eens 5% extra.”

Groep Aanen 50. Pagina 85: Tabel ontwikkelingen en stand van zaken per deelprogramma. Eindevaluatie Programma Ruimte 2017-2019 staat op “rood”. Waarom hangt de uitvoering af van het uitvoeringsprogramma RK? Antwoord: Zolang er geen nieuw uitvoeringsprogramma is dat in de plaats komt van het huidige programma, wordt er nog gewerkt op basis van het bestaande Programma Ruimte. Het huidige Programma Ruimte voldoet nog voor de lopende projecten. Door de besluitvorming over de Ruimtelijke Koers wordt er nu nog niet gewerkt aan een nieuw uitvoeringsprogramma.

12

Een ‘Eind’-evaluatie heeft in zich dat het programma Ruimte daarna als afgesloten kan worden beschouwd. Dat is nog niet zo. 51. Pagina 92. Presatie-indicator 3.2 Klimaatproof maken van de buitenruimte particulieren en ontstenen ruimte. Is er ook zicht op het tegenovergestelde, dus hoeveel er juist versteend is bij particulieren? Wordt dit gemeten? Antwoord: Het bijhouden van verstening op particulier terrein is geen activiteit waar de gemeente zich structureel mee bezig houdt. Analysetools zijn momenteel nog onvoldoende ontwikkelt en het ontbreekt aan een bestuurlijk kader om de data te gebruiken. Houten heeft in 2019 meegewerkt aan een onderzoek door de universiteit van Wageningen naar “groene tuin en gezondheid”, dit onderzoek heeft een globaal actueel inzicht opgeleverd in de mate van groene en versteende tuinen in Houten.

VVD 52. Pagina 76 (Wonen): Doelstelling 2: Realisatie van circa 600 sociale huurwoningen tot 2025 en daarnaast verwezenlijken van de 'veranderopgave' van 2.000 woningen uit de bestaande voorraad sociale huur tot 2040. Onder “Wat hebben we daarvoor gedaan?” staat dat in overleg met Viveste periodiek wordt gesproken over de manier waarop de woningvoorraad aangepast kan worden. Nu de Ruimtelijke Koers als visie document niet meer aan de orde is, op basis van welke visie zijn dan de afspraken gemaakt met Viveste over het Portefeuilleplan Viveste 2020-2040. Antwoord: Deze gesprekken zijn gevoerd in 2e helft 2020. In die periode is er ook een gesprek geweest met de gemeenteraad. In die periode was niet bekend wat de afloop zou zijn van de besluitvorming over de Ruimtelijke Koers. De woningbehoefteberekening van Bureau Companen (2019), met o.a. een behoefte aan 1.550 sociale huurwoningen, is de basis geweest. 53. Pagina 86 (Gebiedsontwikkeling): 1/5/6: Doorontwikkeling van Recreatief knooppunt ’t Waal In hoeverre is de lopende transitie binnen het Recreatieschap (negatief) van invloed op het realiseren van deze doorontwikkeling? Antwoord: De transitie heeft zeker invloed om deze doorontwikkeling omdat binnen het schap geen zaken meer worden opgepakt die nieuw zijn en/of al enige tijd liggen en niet op korte termijn moeten of kunnen worden afgehandeld.

Daarnaast speelt dat het noodzakelijk is de capaciteit van de weg op de Lekdijk te vergroten. Hiervoor zijn plannen in voorbereiding om dat te combineren met de dijkverzwaring waarmee werk met werk kan worden gemaakt en kosten bespaard. De planning is deze dijkverzwaring zal in 2026 / 2027 te realiseren. 54. Pagina 91 (Duurzaamheid en Energietransitie): Prestatie indicator 2.1: Er staat dat het opstellen van het actieplan circulaire economie niet is gerealiseerd omdat bedrijven iets anders aan hun hoofd hadden dankzij Covid19. Op bladzijde 74 staat echter dat er een prioriteitenverlegging heeft plaatsgevonden (noot: binnen de gemeentelijk organisatie?) bij het bestrijden van de consequenties van corona. Heeft het Houtense bedrijfsleven aangegeven het te druk te hebben door corona om het gesprek over circulaire economie niet te voeren, of ligt het aan de gemeentelijke overbelasting dat het plan pas in 2021 wordt gerealiseerd? Antwoord: In de tekst op pagina 74 wordt in de eerste plaats gedoeld op de prioriteitstelling bij bedrijven. Dit is niet expliciet gevraagd aan het Houtense bedrijfsleven. Op basis van wat wij zelf zagen in het tweede kwartaal van 2020, achtten wij het verstandiger was om het participatietraject voor het actieplan uit te stellen tot 2021.

Dat bood inderdaad ook meer ruimte in de gemeentelijke organisatie voor bestrijding van de consequenties van corona bij bedrijven. 55. Pagina 92-96 (Cultuurhistorie en archeologie): Er staan meerdere prestatie indicatoren op rood. Corona speelt hierbij een belangrijke rol, maar ook de ondercapaciteit gedurende langere tijd.

13

Wat was (is) de oorzaak dat de key-posities voor deze deelprogramma’s lange tijd niet bezet zijn (geweest)? Kan een vergelijkbare situatie in de toekomst voorkomen worden? Antwoord: Dit was een onvoorziene situatie waarbij zowel ziekte als het vertrek van een medewerker gelijktijdig speelden. Met de huidige invulling van taken binnen de organisatie, door (nieuwe) medewerkers, willen wij ervoor zorgen dat taken zoveel mogelijk door minimaal twee personen opgepakt kunnen worden. 56. Pagina. 88 ('Transportbrandstofkosten'): Wat wordt daar precies onder verstaan? Alle brandstof voor verkeer op Houtense wegen? De hoeveelheid brandstof die Houtense huishoudens en bedrijven tanken? Brandstof die Houtenaren uitgeven aan vliegreizen? M.a.w.: hoe groot of hoe klein is het totaalplaatje van 'transportbrandstoffen'? Antwoord: Transportbrandstoffen zijn brandstoffen die gebruikt worden om een verbrandingsmotor te laten werken. Bekende brandstoffen zijn benzine, diesel, lpg, cng, lng, biogas, HCNG (mengsel van samengeperst aardgas (cng) en 4-9 procent waterstofgas aan energie), waterstofgas en kerosine. 57. Pagina 88 ('duurzaamhouten.nl'): het bereik van de website viel tegen vanwege corona.

Hoe kan dat bij een website? Daar heb je toch geen fysieke bijeenkomsten voor nodig om het tot een succes te laten zijn? Antwoord: In de tekst op pagina 74 wordt in de eerste plaats gedoeld op de prioriteitstelling bij bedrijven. Dit is niet expliciet gevraagd aan het Houtense bedrijfsleven. Op basis van wat wij zelf zagen in het tweede kwartaal van 2020, achtten wij het verstandiger was om het participatietraject voor het actieplan uit te stellen tot 2021. Dat bood inderdaad ook meer ruimte in de gemeentelijke organisatie voor bestrijding van de consequenties van corona bij bedrijven. 58. Pagina 91 ('inzameling luiers'): Volgend jaar kunnen onze luiers pas worden afgevoerd naar een specifieke verwerker. Waarom zamelen we dan luiers apart in? Wat gebeurt er nu met de luiers die apart worden ingezameld? Antwoord: Houten is niet gestopt met het apart inzamelen van luiers omdat duidelijk was dat op korte termijn nieuwe verwerkers zouden komen voor het verwerken van luiers. Houten heeft al jaren een succesvolle inzameling. Als wij die tijdelijk zouden stoppen, dan zouden ouders en kinderdagverblijven een tijdje geen luiers meer apart hoeven te houden, om het daarna weer op te moeten starten. Het apart houden van luiers is voor hen een goede gewoonte. Daarbij zou het voor bewoners met luiers problemen opleveren omdat wij het restafval sinds 2018 één keer per vier weken inzamelen.

Dat is ingevoerd om het scheiden van afval te stimuleren. Als de luiers niet meer gescheiden kunnen worden ingeleverd, dan hebben de inwoners met veel luiers een probleem. Momenteel worden afspraken gemaakt met andere gemeenten in onze provincie om het luierafval gescheiden te laten verwerken bij de ARN in Weurt https://www.arnbv.nl/overarn/luierrecycling/. Door het transport samen met de andere gemeente te regelen, verwachten wij de inzamel- en transportkosten te kunnen beperken. Totdat de luiers naar de ARN kunnen worden afgevoerd, worden de luiers afgevoerd naar onze afvalverbranding. 59. Pagina 94 (promotie EvS): met VVV Kromme Rijnstreek is er samengewerkt aan marketing en promotie van EvS. Wat is daarvoor gedaan? Antwoord: Vanuit het VVV in Houten zijn mensen geïnformeerd over activiteiten in de regio, de VVV vertegenwoordigt de gemeenten in Visit Utrecht Region om gezamenlijk de regio nationaal en internationaal te promoten, via Facebook en Instagram is campagne gevoerd om bezoekers te verleiden naar het Kromme Rijn gebied te komen, een breed scala aan wandel- en fietsroutes en brochures wordt ontwikkeld en verspreid vanuit de VVV, de VVV heeft regelmatig overleg met de pers, vloggers en bloggers om de streek onder de aandacht te brengen en organisatie van gezamenlijke bijeenkomsten van de 110 leden uit de regio.

Daarnaast wordt specifiek voor het Eiland van Schalkwijk promotie gemaakt.

14

Programma Goede bereikbaarheid

ITH 60. Pagina 105: Prestatie indicator 1.2 In hoeverre is "het vertegenwoordigen van Houten bij de voorbereidingen die Rijkswaterstaat treft voor de verbreding van de Ring Utrecht" aan te merken als een prestatie. Oftewel wat is hier zo speciaal aan dat het als een prestatieindicator is aangemerkt? Antwoord: De prestatie indicator is niet goed geformuleerd. Er zou moeten staan: Uitwerken van de bestuursovereenkomst A27/A12 Ring Utrecht (BOK) met Rijkswaterstaat, provincie Utrecht en de gemeenten Utrecht, Nieuwegein, De Bilt, Bunnik en Houten. (net als 1.1 en 1.3 op pagina 105) 61. Pagina 107:Prestatie indicator 2.3, uitwerken ontwerp kruispunt Binnenweg-Rondweg N410 Waarom is de voortgang hier op rood gezet (er ontbreekt een toelichting). Antwoord: Deze tekst staat in de jaarrekening:. De participatie voor het vrij liggend fietspad langs de N410 heeft niet plaats kunnen vinden. Gezien de relatie tussen het vrij liggend fietspad en het kruispunt Binnenweg-rondweg-N410 is de planning voor het uitwerken van het ontwerp naar 2021 geschoven.

HOUTEN ANDERS! 62. Pagina 110: Prestatie-indicator 1.8: De voortgang is groen. Kunt u die status toelichten? Zie ook pagina. 105 1.3. Antwoord: Het tracé-besluit is onherroepelijk. Dit besluit wordt ingepast in de diverse bestemmingsplannen waaronder die van Houten. RWS is bezig met de aanbesteding van de projecten.

ChristenUnie 63. Pagina 107: Doelstelling is voldoende parkeergelegenheid in buurt EN in het centrumgebied. Vervolgens is de KPI ‘% Inwoners dat vindt dat er voldoende parkeergelegenheid is in de buurt’ Hoe is de ervaring voor het centrumgebied gemeten? Antwoord: Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de monitor sociale kracht. In de even jaren wordt het onderzoek MSK op gemeenteniveau uitgevoerd en in de oneven jaren op wijkniveau. In 2020 hebben we dus geen cijfer voor het centrum. In 2019 gaf 75% van de inwoners van het centrum aan dat er voldoende parkeergelegenheid is in hun buurt. 64. Pagina 111. Door corona zijn de buslijnen in 2020 verder verschraald. Wordt dit weer teruggedraaid na corona? Dus betreffen dit tijdelijke maatregelen? Antwoord: De provincie streeft er naar om de dienstregeling weer zoveel mogelijk op het niveau van voor de coronacrisis te krijgen. Of dat ook gaat lukken is nog niet bekend. In de komende maanden zal de provincie de voorgenomen aanpassingen in de vervoerplannen voor 2022 bekend maken.

D66 65. Pagina 111: de tevredenheid over het busvervoer neemt af. Onze busverbindingen worden telkens verschraald, is deze beweging te stoppen? Wat moet er gebeuren om goed busvervoer op poten te krijgen/houden? Antwoord: De provincie is verantwoordelijk voor openbaar vervoer en bepaalt de jaarlijkse wijzigingen in de dienstregeling. Als er in de regio nieuwe buslijnen komen, of frequentieverhogingen van buslijnen, heeft dat als consequentie dat er elders in de provincie dienstregelingsuren (DRU) moeten worden bespaard. Wij willen meer samen optrekken met Nieuwegein, IJsselstein en Vijfheerenlanden om gezamenlijk onze belangen voor het openbaar vervoer te behartigen.

15

Daarnaast zou stimuleren van het busgebruik door inwoners of werknemers in onze gemeente ook een positieve bijdrage kunnen leveren aan het behoud van het openbaar vervoer.

Groep Aanen 66. Pagina 101. Effectindicator 2.1 Begaanbaarheid straten, paden en stoepen. Gestelde doel is niet gerealiseerd. Wat is de reden? Hoe komt dat? Antwoord: Er is voor ons geen duidelijke reden waarom de score nu 79% is i.p.v. de verwachte 83%. Het verschil is ook niet zo groot, dat daar nog onderzoek naar is verricht.

VVD 67. Pagina 112 (Openbaar vervoer): De doelstelling 3 geeft aan zorg te willen dragen voor mobiliteit van kwetsbaren. Vanwege het minder budget beschikbaar hebben voor de Regiotaxi, wordt er toegewerkt aan een afname van het gebruik van de Regiotaxi. Tot welk budget / bedrag kunnen we afschalen zonder dat de dienstverlening van mobiliteit aan kwetsbaren in het gedrang komt? Antwoord: Het programma ‘vernieuwing doelgroepenvervoer’ loopt op dit moment nog en hierin brengen we in kaart hoe we vervoer kunnen beschikbaar en betaalbaar kunnen houden voor onze inwoners met een mobiliteitsbeperking op lange termijn. Vanaf 2024 zijn we zelf verantwoordelijk voor de inkoop en beheer van de regiotaxi i.p.v. de provincie. In juli 2021 zal een bestuurlijk besluit plaatsvinden over de vorm van de inkoop (met wie gaan we samen inkoop en beheer doen en hoe gaan we dit vormgeven?). Ook geven we advies over welke scenario voor de vernieuwing van de invulling van het Wmo-vervoer we verder gaan uitwerken om per 2024 in de praktijk te kunnen brengen. Tot 2024 nemen we ook stapsgewijs maatregelen om het Wmo-vervoer beschikbaar en betaalbaar te houden voor inwoners die het echt nodig hebben. Dit doen we door inwoners gebruik te laten maken van alternatieven als dit mogelijk is, denk aan eigen netwerk, OV, AOV en lokale vervoersinitiatieven.

Inmiddels zijn er ook meer alternatieven beschikbaar en is het (A)OV toegankelijker gemaakt voor mensen met een berking. Het sociaal team onderzoekt nu intensiever welke mogelijkheden een inwoner heeft en hiermee houden we niet alleen deze collectieve maatwerkvoorziening beschikbaar voor mensen die het nodig hebben, maar stimuleren we ook de zelfredzaamheid van onze inwoners (doelstelling Sociale Koers). We hebben sinds 2021 ook km budgetten ingevoerd. Zo krijgt niet iedereen standaard een 1500 km toegekend, maar een budget dat past bij de reisbehoefte en mogelijkheden van de inwoner.

Programma Veilige leefomgeving

CDA 68. Pagina 127 ('portal brand veilig'): Nieuw gevestigde ondernemers zijn niet gewezen op de portal brandveilig ondernemen, vanwege Corona. Wordt daar komend jaar wel een inhaalslag voor gepland? Antwoord: De planning is doorgeschoven naar 2021 en afhankelijk van de impact van de corona-crises op het team veilig in het jaar 2021 is dit wel de doelstelling. De inhaalslag komt er in ieder geval.

Programma Betrokken bij de samenleving

VVD 69. Pagina 143; Bij de verklaringen van afwijkingen punt 1.2 staat het volgende: ‘Mogelijke waren daarover (online diensten) andere verwachtingen’,

16

Is bekend of naast de verwachtingen van de gemeente er ook nog concrete verwachtingen zijn genoemd door de inwoners? Antwoord: Er zijn geen signalen van inwoners/ondernemers dat onze digitale dienstverlening moet worden opgeschaald of dat er diensten/producten ontbreken.

Algemene dekkingsmiddelen, paragrafen en overige onderwerpen

ITH 70. Pagina 170 Spoortrillingen: Hier wordt gemeld dat het ministerie uiteindelijk een besluit zal nemen over het al dan niet toekennen van maatregelen. In januari 2021 was dit besluit nog steeds niet medegedeeld. Het is nu bijna juni. Is er in de tussentijd al iets medegedeeld? Antwoord: Nee, er is nog steeds geen reactie van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). Als de nieuwe staatsecretaris bekend is, zal het bestuurlijk overleg met ProRail, IenW en Houten weer starten. 71. Waarom is het overzicht Incidentele Baten en Lasten opgenomen in de jaarrekening? Het is dit jaar wel heel beperkt. Waarom is de post Extra compensatie corona als gevolg van omzetderving Jeugd (negatief € 0,13 miljoen) bijvoorbeeld niet opgenomen (pagina 8)? Antwoord: Er zijn zowel kosten als opbrengsten corona, welke verweven zitten in de reguliere kosten. Bijvoorbeeld tegenover deze omzetderving zit weer een compensatie via de algemene uitkering, welke is bijgeraamd in het reguliere budget. Omdat het betrekking heeft op onze reguliere kosten en daar ook begroot is, is er gekozen om het niet via incidentele Baten en lasten te brengen.

GroenLinks 72. Pagina 179 : Monumentale brug. Ook op de Waalseweg thv nr 72 staat ook een monumentale brug op instorten (wordt zelfs gestut). Waarom wordt deze niet meegenomen in dit document? Antwoord: De brug langs de Waalseweg thv nr 72 is inderdaad ook een gemeentelijk monument, maar is niet in bezit van de Gemeente. Daarom is de Gemeente niet verantwoordelijk voor het onderhoud en/of restauratie ervan. 73. Pagina 182 Toename droogte. Is er beleid opgesteld en zijn er kosten gekoppeld aan het voorbereid zijn op extreme droogte b.v. ontwikkeling extra waterbekkens…) Antwoord: Houten voert vanaf 2001 een flexibel peilbeheer in gemeentelijke oppervlakte watersystemen die daarvoor geschikt zijn. Op deze wijze houden we water vast in natte periodes om te gebruiken in droge periodes. Het voorkomen van schade en overlast door droogte is een aandachtspunt in het gemeentelijke klimaatadaptatieplan dat dit jaar wordt opgesteld. Daarbij zal er ook aandacht zijn voor de maatregelen die getroffen kunnen worden en de kosten hiervan. Houten is sinds 2016 al actief bezig met afkoppelen, ontstenen en het gebruik van waterpasserende verharding. Dergelijk maatregelen hebben vooral tot doel water vast te houden en verdroging tegen te gaan. We stimuleren particulieren dit ook te doen.

De subsidieregelingen voor de aanleg van groene daken en afkoppelen en infiltreren op eigen terrein zijn hier voorbeelden van.

HOUTEN ANDERS! 74. Pagina 257: Bijdrage Houten aan Regionale Backoffice Lekstroom € 108.000 V Minder hoeven bij te dragen aan het project transformatiefonds Jeugd 2020 Hoeveel draagt Houten jaarlijks bij aan de Regionale Backoffice Lekstroom? Kunt u daarbij een kostenoverzicht delen, die laat zien hoe voorkomende kosten worden verdeeld over de Lekstroomgemeenten? Antwoord:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=78c12669-f2a6-416a-af72-6e8ce3ec7ce7