2 bestemmingsplan Overeind 22 Schalkwijk - NL.IMRO.0321.0600OVEREIND22-VSBP.pdf
Tekst van het document
Toetsing van initiatief aan uitgangspunten in het rijksbeleid
Geconcludeerd wordt dat onderhavig plan in overeenstemming is met het van toepassing zijnde rijksbeleid.
4.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid behelst een doorvertaling van rijksbeleid en is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste betreffen de Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht. De BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
25
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 en de Provinciale Ruimtelijke Verordening, Provincie Utrecht 2013 (Herijking 2016) zijn per 1 april 2021 komen te vervallen. Aangezien het plan reeds voor die tijd in concept is opgesteld en de Interim Omgevingsverordening de regels uit deze vervallen verordeningen grotendeels heeft geïntegreerd, wordt tevens aan de doelstellingen uit deze visies getoetst. 4.2.1
Provinciale Omgevingsvisie (2021)
4.2.2.1 Algemeen In de Omgevingsvisie legt de provincie integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vast. Dat is inclusief sociale aspecten die fysiek neerslaan, zoals toegankelijkheid en inclusiviteit. De Omgevingsvisie is een instrument uit de Omgevingswet die volgens planning per 1 januari 2022 in werking treedt. De Omgevingsvisie is een samenvoeging van onder andere de ruimtelijke structuurvisie, mobiliteitsvisie, natuurvisie en het bodem-, water- en milieuplan. Zolang de Omgevingswet niet in werking is getreden, heeft de Omgevingsvisie werking onder de bij deze plannen en visies behorende wetten. De Omgevingsvisie vormt een samenhangend pakket met de instrumenten Programma’s en Omgevingsverordening. In onze Omgevingsvisie beziet de provincie groen, water, energie, bebouwing, infrastructuur, cultuurhistorie en landelijk gebied in onderlinge samenhang. 4.2.2.2 Locatiespecifiek Op de locatie aan de Overeind 22 te Schalkwijk zijn een aantal specifieke keuzes en doelstellingen van toepassing. Hierna wordt daar op ingegaan. Klimaatbestendig en waterrobuust Utrecht zet zich in voor een klimaatbestendige en waterveilige provincie samen met waterbeheerders, gemeenten en Rijk. De provincie draagt zorg voor aantrekkelijke en toekomstbestendige dijken en omgeving langs de Nederrijn en Lek.
Dit doet de provincie in samenhang met maatregelen om de zoetwateraanvoer naar West-Nederland bij droogte te garanderen via de Klimaatbestendige Wateraanvoer. Daarbij verzilvert de provincie meekoppelkansen met andere functies als natuur, recreatie, energie en mobiliteit. Utrecht benut het hydrologische systeem van de Utrechtse Heuvelrug om regenwater vast te houden en te infiltreren. In de veenweidegebieden neemt Utrecht een mix aan maatregelen voor het tegengaan van bodemdaling in 2030 met 50%. Utrecht breidt de bestaande grondwaterwinningen uit met zoekgebieden drinkwaterwinning Eiland van Schalkwijk en Eemdijk. Utrecht zorgt dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater voldoet aan de doelen uit de Kaderrichtlijn Water en de doelen voor het overig water. Nieuwe ontwikkelingen in stedelijk en landelijk gebied richt Utrecht klimaatadaptief (groen en blauw) in. Duurzame energie De ambitie is om in 2050 een CO2-neutrale provincie te zijn. Daartoe stimuleert de provincie allereerst energiebesparing. Elektriciteit en warmte haalt de provincie uit duurzame energiebronnen als wind, zon, bodem, water en biomassa. Er zijn grote veranderingen nodig in verschillende sectoren: gebouwde omgeving, bedrijven, mobiliteit en landbouw.
Het vraagt opschaling van de inzet van bewezen technologie, de ontwikkeling van innovaties en de toepassing van slimme ruimtelijke combinaties in al deze sectoren. Nieuwe technieken voor duurzame energieopwekking faciliteert Utrecht als ze minder impact op de leefomgeving hebben. Voor deze technieken biedt Utrecht ruimte voor experimenten, mits het gezond en veilig is. Toekomstige natuur en landbouw De ambitie is om een robuust klimaatbestendig natuurnetwerk van hoge kwaliteiten met hoge biodiversiteit te ontwikkelen. Bestaande natuurgebieden (Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland) worden beschermd, verder ontwikkeld en onderling beter verbonden tot één samenhangend groot natuursysteem. Voor 2040 realiseert Utrecht in totaal 3.000 hectares natuur in de Groene contour. Grote natuureenheden worden ecologisch met elkaar in verbinding gebracht (Rivierengebied en Veenweide-plassengebied). Daarnaast onderzoekt de provincie de kansen voor uitbreiding van houtopstanden die bijdragen aan CO2reductie. De stikstofproblematiek pakt Utrecht gebiedsgericht aan. De provincie stimuleert de transitie naar een duurzame landbouw die circulair, natuurinclusief, klimaatneutraal en diervriendelijk is. Daarbij is de
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
26
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld economische rentabiliteit van agrarische bedrijven en een duurzame toekomst van de glastuinbouwconcentratiegebieden een belangrijk uitgangspunt. Utrecht stimuleert dat de landbouw dicht bij de inwoners staat (streekproducten, recreatie e.d.). Tot 2030 heeft Utrecht de ambitie dat de landbouw de nutriëntenkringlopen heeft gesloten, zelfvoorzienend in energie is en daarnaast deels ook opereert als groene energieproducent voor derden. Gezonde en veilige leefomgeving De gezonde en veilige leefomgeving loopt als een rode draad door onze Omgevingsvisie. Utrecht werkt hierin samen met gemeenten, waterschappen en andere partijen, dragen bij of ondersteunen waar gewenst en volgen op welke manier gemeenten en waterbeheerders van hun bevoegdheden gebruik maken voor het realiseren van een gezonde en veilige leefomgeving. De kennis en expertise van de GGD wordt hierbij benut. Utrecht hanteert 6 hoofdprincipes waarin men naar streeft bij de ontwikkeling van een gezonde en veilige leefomgeving en die aansluiten bij elementen van brede welvaart. De basis hiervoor wordt gevormd door het natuurlijke systeem van bodem, water en natuur: 1. 2.
3. 4. 5. 6.
Er is, in relatie tot het aantal inwoners en bezoekers, voldoende, kwalitatief hoogwaardige groenblauwe ruimte, deels rustig/ stil, die voor verschillende doelgroepen uitnodigend is. Voor hun dagelijkse verplaatsingen gaan mensen voornamelijk lopend, met de fiets of het OV. Dit moeten zij veilig kunnen doen. Goederen- en personenvervoer levert zo min mogelijk schadelijke emissies op. Inrichting en gebruik zijn aangepast aan de eisen van het klimaat, en gezondheid en veiligheid zijn daarbij geborgd. Er zijn zo min mogelijk schadelijke emissies vanuit industrie, opwekking van energie en de landbouw. De landbouw draagt positief bij aan de gezondheid van mens en natuur. De ruimtelijke inrichting draagt bij aan een inclusieve samenleving en versterkt de sociale cohesie. De economie is circulair, er komen zo min mogelijk voor de gezondheid schadelijke emissies of producten in de leefomgeving terecht en bouwen vindt plaats met materialen die bijdragen aan een gezonder leven.
Recreatie en toerisme Ambities: •
•
•
2050: het (recreatie)groen is in gelijke tred ontwikkeld met de verstedelijkingsopgave. Het aanbod van de toeristisch-recreatieve voorzieningen en routes in de provincie sluit in kwaliteit en kwantiteit goed aan op de behoeften van zowel onze inwoners als de bezoekers, is duurzaam, goed bereikbaar en toegankelijk. 2030: de recreatiezones en -terreinen voor bezoekers en inwoners worden optimaal benut en beleefd en zijn daar waar mogelijk uitgebreid. De vindbaarheid, bereikbaarheid en toegankelijkheid van het vrijetijdsaanbod is toegenomen. Er heeft ontwikkeling plaatsgevonden naar een duurzame vrijetijdseconomie waar inwoners, ondernemers en bezoekers van kunnen profiteren. 2030: er zijn voldoende vitale vakantieparken/recreatiewoningen voor verblijfsrecreatie.
Ruimte voor wonen en leven Om volledig te voldoen aan de woningbehoefte in de provincie Utrecht, is het nodig om tot 2040 in totaal nog ongeveer 165.000 woningen te bouwen. Dit is een grote opgave, die alleen kan worden gerealiseerd door als overheden onderling en met andere partners in de bouwwereld samen te werken. De provincie vindt dat nieuwe locaties voor verstedelijking integraal en op regionaal niveau moeten worden bezien: er moet ook gekeken worden naar de aanwezigheid van groen en blauw ter plekke en in de nabijheid, de bereikbaarheid en de energie-opgave. Utrecht zet in op het stimuleren van duurzaam en circulair bouwen, slimme combinaties en ‘meekoppelkansen’ van deze opgaven in combinatie met de woningbouwontwikkeling. 4.2.2.3 Toetsing aan de Omgevingsvisie Voorliggende ontwikkeling zorgt voor een betere grondwaterkwaliteit. Een agrarisch bedrijf wordt immers vervangen door woningen. Daarnaast wordt een watergang doorgetrokken, wat goed is voor het watersysteem. Het gaat daarnaast om een volledig duurzame ontwikkeling, die past bij de ambitie van BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
27
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld klimaatadaptiviteit. De provincie stimuleert energiebesparing. Deze ontwikkeling sluit daar naadloos op aan doordat het volledig circulair is. Het concept van een zelfvoorzienend ‘ecodorp’ is daarnaast passend binnen de doelstellingen op het gebied van een toekomstbestendige natuur en landbouw. Er wordt bijgedragen aan de transitie naar duurzaamheid, natuurinclusiviteit, klimaatneutraal, diervriendelijkheid en circulariteit. Ten aanzien van recreatie geldt dat de ontwikkeling aansluit op de behoefte om toeristisch recreatieve voorzieningen toe te voegen, die duurzaam en toegankelijk zijn. Tot slot geldt ten aanzien van ‘ruimte voor wonen en leven’ dat er op kleine schaal wordt bijgedragen aan het realiseren van nieuwe woningen, waarbij de energie-opgave een belangrijke rol speelt. Het gaat om energieneutrale woningbouw. 4.2.2
Interim Omgevingsverordening Utrecht (2021)
4.2.2.1 Algemeen Op 1 april 2020 heeft de minister voor Milieu en Wonen in een brief aan de Tweede Kamer laten weten dat de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt uitgesteld. Op 20 mei 2020 heeft de minister bekend gemaakt dat het uitstel een jaar betreft. De nieuwe invoeringsdatum van de Omgevingswet werd daarmee 1 januari 2022. Inmiddels is dit reeds uitgesteld naar 1 juli 2022. De interim omgevingsverordening is een tijdelijke verordening die op 1 april 2021 inwerking is getreden en een looptijd zal hebben totdat de Omgevingswet van kracht is en de omgevingsverordening in werking treedt. De interim omgevingsverordening vervangt bestaande verordeningen zoals de ruimtelijke verordening, de milieuverordening, de natuur en landschapsverordening. De interim omgevingsverordening bevat instructieregels over taken en bevoegdheden van gemeenten en waterschappen. Daarnaast bevat de interim omgevingsverordening direct werkende regels. In de omgevingsverordening zijn de bestaande regels beleidsneutraal omgezet. 4.2.2.2 Van belang zijnde artikelen Op onderhavige locatie zijn de volgende artikelen van belang. • • • • •
Experimenteerruimte; Mobiliteitstoets; Overstroombaar gebied; Kernrandzone; Duurzame energie;
4.2.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Interim Omgevingsverordening Utrecht. In paragraaf 4.2.4 is getoetst aan de ‘oude’ Provinciale verordening. Deze artikelen zijn in de InterimOmgevingsverordening tevens van toepassing. Voor een toetsing wordt daarom verwezen naar paragraaf 4.2.4. 4.2.3
Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS) 2013-2028
4.2.3.1 Algemeen Op 4 februari 2013 is de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 vastgesteld en op 12 december 2016 is de betreffende Structuurvisie herijkt. De provinciale structuurvisie bevat het ruimtelijk beleid voor de provincie Utrecht voor de periode tot 2028. In de structuurvisie wordt aangegeven welke doelstellingen van provinciaal belang worden geacht, welk beleid bij deze doelstellingen hoort én hoe er uitvoering wordt gegeven aan dit beleid. De twee belangrijkste beleidsopgaven om Utrecht aantrekkelijk te houden als vestigingsplaats zijn: •
Accent op de binnenstedelijke opgave Tenminste 2/3 van de woningbouwopgave binnenstedelijk realiseren. Dit sluit aan bij de vraag, BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
28
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld vergroot het draagvlak voor voorzieningen en openbaar vervoer en vermindert de druk op het landelijk gebied. Verminderen van het overschot aan kantoren en herstructurering van bedrijventerreinen, maken ook deel uit van de binnenstedelijke opgave. •
Behoud en versterken kwaliteit landelijk gebied Kwaliteit behouden en versterken, zowel voor het landelijk gebied zelf, als voor het stedelijk gebied. De binnenstedelijke opgave vraagt als contramal ook om een aantrekkelijk en bereikbaar landelijk gebied met hoge kwaliteit van landschap, natuur en recreatieve voorzieningen. De zware terugval van financiële middelen voor natuur en recreatie om de stad willen wij onder andere opvangen door hier rood-voor-groenconstructies mogelijk te maken. De cultuurhistorische waarden van onder meer de linies, de buitenplaatsen en het agrarische landschap dragen bij aan een aantrekkelijk landelijk gebied. De landbouw is een belangrijke drager van het agrarische cultuurlandschap. Die rol vergt ruimte voor een economisch duurzame landbouw. De aanwezigheid van zo’n 1,2 miljoen inwoners biedt afzetmogelijkheden voor de producten die dit oplevert. Bij dit alles is het kunnen beleven van rust en ruimte van belang.
In de structuurvisie zijn vier pijlers opgenomen voor ruimtelijke ontwikkeling: • • • •
Duurzame leefomgeving; Beschermen kwaliteiten; Vitale steden en dorpen; Dynamisch landelijk gebied.
De pijlers ‘duurzame leefomgeving’ en ‘beschermen kwaliteiten’ leggen de basis waarbinnen de ontwikkelingen in de ‘vitale dorpen en steden’ en het ‘dynamisch landelijk gebied’ plaats kunnen vinden. De pijlers voor de ontwikkeling dragen bij aan de aantrekkelijkheid, leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit van de provincie. Op basis van de verbeelding van de structuurvisie is het plangebied gelegen binnen de volgende, voor dit plan relevante lagen, verdeeld over de vier pijlers: • • • • • •
Duurzaam gebruik van de ondergrond; Beschermingszone drinkwaterwinning; Overstroombaar gebied; Ruimte bieden voor duurzame energie; Klimaatadaptie; Landschap Rivierengebied
Hierna wordt op de van belang zijnde onderdelen ingegaan: 4.2.3.2 Duurzame leefomgeving Duurzaam gebruik van de ondergrond De provincie Utrecht vraagt aandacht voor optimaal en duurzaam gebruik van de ondergrond. Functies worden zoveel mogelijk gepland op een geschikte bodem. Als na integrale afweging een functie wordt ontwikkeld die risico’s oplevert, dan vraagt de provincie de benodigde voorzorgsmaatregelen te nemen om problemen te voorkomen. Beschermingszone drinkwaterwinning Schoon grondwater en oppervlaktewater is essentieel voor een duurzame drinkwatervoorziening. De provincie beschermt daarom de gebieden rond de drinkwaterwinningen tegen verslechtering van de kwaliteit van de bronnen. Uitgangspunt voor het beleid is dat bestemmingen in deze gebieden harmoniëren met het waterwinbelang en dat ze het waterwinbelang niet schaden. De provincie vraagt gemeenten om te voorkomen dat binnen de beschermingszone drinkwaterwinning ruimtelijke plannen een verslechtering van de kwaliteit van de bronnen voor de drinkwatervoorziening veroorzaken (stand-still/step forward principe). Overstroombaar gebied De provincie Utrecht wil overstromingen voorkomen. Maar als het ondanks maatregelen toch misgaat, wil men wel goed voorbereid zijn. Daarom verplicht de provincie bij nieuwe grootschalige bouwlocaties en nieuwe BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
29
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld kwetsbare en vitale objecten en infrastructuur in het ruimtelijk plan aan te geven hoe rekening gehouden wordt met randvoorwaarden vanuit waterveiligheid (overstromingsrisico’s). Duurzame energie De provincie stimuleert het gebruik van alle duurzame energiebronnen: windenergie, bio-energie, (diepe) geothermie, warmte-koudeopslag, zonne-energie, waterkracht en benutten van restwarmte. Hiertoe is een algemene regel opgesteld. Vanwege de ruimtelijke impact van zonne-energie in veldopstellingen geeft de provincie voor deze vorm nadere regels binnen het algemene artikel. Daarbij geldt wel als algemeen uitgangspunt dat voor zonne-energie de voorkeur bestaat voor plaatsing op daken boven veldopstellingen. Voor bio-energie zijn er kansen op en nabij agrarische bouwpercelen. Klimaatadaptie De provincie streeft naar een klimaatbestendige leefomgeving met een veilig en goed leefklimaat. Hiervoor neemt men verschillende maatregelen, zoals ruimte reserveren voor waterberging, versterking van de dijken en het verder ontwikkelen van een robuuste natuur. Bij ruimtelijke ontwikkelingen vraagt men aandacht voor een klimaatbestendige inrichting. Dat wil zeggen een (her)inrichting die rekening houdt met de thema’s wateroverlast, watertekort, hitte en overstromingsrisico.
In 2050 is Utrecht zo goed mogelijk klimaatbestendig en waterrobuust ingericht en bij (her)ontwikkelingen ontstaat geen extra risico op schade en slachtoffers voor zover dat redelijkerwijs haalbaar is. 4.2.3.3 Beschermen kwaliteiten Landschap rivierengebied Voor het landschap Rivierengebied wil Utrecht de volgende kernkwaliteiten behouden: 1. 2. 3. 4.
schaalcontrast van zeer open naar besloten; samenhangend stelsel van rivier - uiterwaard - oeverwal - kom; samenhangend stelsel van hoge stuwwal - flank - kwelzone - oeverwal – rivier; de Kromme Rijn als vesting en vestiging.
Deze kernkwaliteiten hebben in de verschillende deelgebieden van het Rivierengebied verschillende accenten. De kernkwaliteiten zijn in de toelichting kort beschreven. Een uitgebreidere beschrijving en handvatten voor het omgaan met de kernkwaliteiten is opgenomen in de Kwaliteitsgids voor de Utrechtse Landschappen. De provincie vraagt gemeenten en initiatiefnemers bij ontwikkelingen hiervan gebruik te maken. 4.2.3.4 Vitale steden en dorpen - Regionale uitwerking – Regio Utrecht Stedelijk programma Houten In de gemeente Houten liggen de bebouwingskernen Houten. ’t Goy, Schalkwijk en Tull en ’t Waal. Voor de totale gemeente wordt uitgegaan van een woningbouwprogramma van 1.950 woningen. Het overgrote deel van dit programma kan binnen de rode contouren worden gerealiseerd. Een uitbreiding van 250 woningen verspreid liggend buiten de rode contour wordt voorzien in de gebiedsontwikkeling ‘Eiland van Schalkwijk’, gelegen tussen het Lekkanaal, het Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek. In de planvorming voor dit gebied moet nadrukkelijk aandacht worden besteed aan de waterveiligheid, omdat het gebied vanwege de lage ligging van het maaiveld bij een eventuele overstroming snel en diep onder water komt te staan.
Omdat het Eiland van Schalkwijk deels in het gebied van de Nieuwe Hollandse Waterlinie ligt, moet in de plannen voor woningbouw bovendien rekening worden gehouden met de landschappelijke kwaliteiten, zoals beschreven in de Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen. Hier wordt later in de toelichting in paragraaf 5.11 nader op ingegaan. Eiland van Schalkwijk In het kader van de zoektocht naar de rolverdeling tussen overheden heeft de provincie sinds het vaststellen van de PRS in 2013 geëxperimenteerd met een specifieke, ‘vrijere’, regulering voor de gebiedsontwikkeling Eiland van Schalkwijk. Voor het Eiland van Schalkwijk is een Koersdocument opgesteld waar gemeente en provincie hun handtekening onder hebben gezet. Later is ook het Waterschap aangesloten. Binnen de kaders van het Koersdocument zijn ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk. Hierbij moet vooral gedacht worden aan lokale
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
30
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld initiatieven. De experimenteerruimte biedt de mogelijkheid om op een innovatieve manier ‘uitnodigingsplanologie’ te bedrijven: planologie die redeneert vanuit de plek. Als uitgangspunt voor het gezamenlijk op te stellen kader gelden de algemene noties over duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit. Het gaat de provincie er hierbij om dat belangen in een gebied bij elkaar worden gebracht en dat gezamenlijk nagedacht gaat worden over de kwaliteiten van een gebied en wat er voor nodig is om een gebied een goede toekomst te gunnen. 4.2.3.5 Dynamisch landelijk gebied Algemeen De provincie wil de kwaliteit en vitaliteit van het landelijk gebied behouden. De provincie koestert daarom de functies die bijdragen aan behoud van de openheid, kwaliteit en beleefbaarheid van het platteland, zoals landbouw, natuur en bos. Een verdere uitwaaiering van stedelijke functies over het landelijk gebied moet worden voorkomen. De kwaliteit van het landelijk gebied draagt immers bij aan de aantrekkelijkheid en het goede functioneren van de steden. In bijzondere situaties en onder voorwaarden zijn ontwikkelingen van niet aan het landelijk gebied gebonden functies aanvaardbaar. Die situaties hebben veelal betrekking op de herbestemming van bestaande bebouwde erven en op de ontwikkeling van nieuwe kwaliteit.
Nieuwe functies voor stoppende agrarische bedrijven Voor vrijkomende agrarische bedrijven is het beleid gericht op sloop van overbodig geworden bedrijfsbebouwing. De provincie biedt ruimte voor de bouw van één tot drie woningen (ruimte-voor-ruimte) of de vestiging van een niet-agrarische functie in ruil voor de sloop van een evenredige oppervlakte aan bedrijfsbebouwing. Naar mate er meer wordt gesloopt, is er meer ontwikkelruimte. 4.2.3.6 Toetsing aan de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 Duurzame leefomgeving Ten aanzien van de pijler ‘Duurzame leefomgeving’ geldt dat aan het beleid wordt voldaan. De functies dragen bij aan een optimaal en duurzaam gebruik van de grond. Er is geen sprake van de realisatie van bodembedreigende of risicovolle functies. Ook zorgt de ontwikkeling niet voor een risicovolle functie in het kader van drinkwaterwinning of het overstroombaar gebied. Hiervoor wordt ook verwezen naar hoofdstuk 6. Het realiseren van een voedselbos draagt in grote mate bij aan een duurzamere leefomgeving. Hiertoe heeft het voedselbos een belangrijke rol. In paragraaf 3.1 en in het erfinrichtingsplan is hier uitgebreid op ingegaan. Wat betreft duurzame energie en klimaatadaptie geldt dat er met dit plan in grote mate wordt bijgedragen aan de provinciale doelstellingen. Het project zal gasloos zijn en volledig energieneutraal zijn.
Ook zal het afvalwater, nutriënten en grondstoffen zoveel mogelijk worden gerecycled. Het regenwater wil men opvangen en gebruiken voor irrigatie op het terrein zelf. Het GFT-afval zal worden gecomposteerd en gebruikt als nutriënten voor de groei van struiken, planten en bomen. Beschermen kwaliteiten Ten aanzien van de pijler ‘Beschermen kwaliteiten’ geldt dat met dit project de kernkwaliteiten van het rivierengebied niet aangetast worden. Het erf wordt zodanig ingericht dat dit past bij het daar voorkomende landschap en de uitgangspunten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. In hoofdstuk 5 (specifiek paragraaf 5.11: Heritage Impact Assessment) wordt hier nader op ingegaan. Vitale steden en dorpen Ten aanzien van de pijler ‘Vitale steden en dorpen’ geldt dat de ontwikkeling van woningen bij de experimenteerstatus van het ‘Eiland’, waar ruimte is voor 250 woningen in de planperiode. Het plangebied maakt onderdeel uit van het 'Eiland van Schalkwijk' welke in de PRS een experimenteerstatus heeft gekregen. Het streven is de potenties van het gebied beter te benutten en het gebied daarmee aantrekkelijker te maken voor recreatie en toerisme. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt hier op ingespeeld. Het startpunt voor de herontwikkeling is een kwalitatieve uitbreiding van de functies tot een zogenaamd ecodorp.
De beoogde woningen in combinatie met de ondergeschikte horeca dient hierbij als economische drager. Door de gewenste ontwikkeling kan de locatie uitgroeien tot een aantrekkelijk rustpunt voor recreanten op het Eiland van Schalkwijk, maar ook als lokale ontmoetingsplek voor de inwoners van het dorp Schalkwijk. Hiermee leidt BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
31
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld de ontwikkeling tot versterking van de toeristisch-recreatieve activiteiten op het eiland en sluit de ontwikkeling aan op de uitgangspunten van het provinciaal beleid. Dynamisch landelijk gebied Ten aanzien van de pijler ‘Dynamisch landelijk gebied’ geldt dat door deze (her)ontwikkeling wordt bijgedragen aan de vitaliteit en kwaliteit van het landelijk gebied. Met de ontwikkeling wordt leegstand voorkomen en wordt een nieuwe economische en toeristische drager toegevoegd. Tegelijkertijd vindt er een impuls plaats met betrekking tot de biodiversiteit en het herstel van de watergang. Ook door het vergroten van de biodiversiteit wordt bijgedragen aan het vergroten van de duurzaamheid en de dynamiek van het landelijk gebied. 4.2.4
Provinciale Ruimtelijke Verordening, Provincie Utrecht 2013
4.2.4.1 Algemeen Op 4 februari 2013 is de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV), Provincie Utrecht 2013 (PRV) in werking getreden. Ook de Verordening is op 12 december 2016 herijkt. De verordening bevat algemene regels die gemeenten in acht moeten nemen bij het opstellen van hun ruimtelijke plannen. In de PRV staan geen regels die direct doorwerken naar de burgers. In de PRV zijn alleen de algemene regels opgenomen, die noodzakelijk zijn voor het waarborgen van de provinciale belangen. Hierna worden de artikelen benoemd en wordt het voornemen eraan getoetst. 4.2.4.2 Van belang zijnde artikelen Artikel 1.5: Experimenteerruimte In afwijking van de regeling kan een ruimtelijk besluit voor het gebied ‘Eiland van Schalkwijk’ bestemmingen en regels kan bevatten voor: • •
ruimtelijke ontwikkelingen die voldoen aan de voorwaarden zoals genoemd in de pijlers één tot en met zeven zoals vastgelegd in de bijlage Eiland van Schalkwijk, en woningbouw tot een maximum van 250 woningen.
Gedeputeerde Staten kunnen een gebied binnen de provincie als ‘Experimenteerruimte’ aanwijzen waarbinnen afwijking van deze regeling mogelijk is, nadat door een gemeente of meerdere gemeenten en provincie een gezamenlijk kader en bij behorende werkwijze is vastgesteld. De toelichting op een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als ‘Eiland van Schalkwijk’ bevat een ruimtelijke onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. Artikel 1.6: Mobiliteitstoets De toelichting op een ruimtelijk besluit waarin ruimtelijke ontwikkelingen zijn voorzien, bevat een beschrijving van het aantal verplaatsingen die deze ruimtelijke ontwikkelingen tot gevolg hebben, een beschrijving van de wijze waarop het plangebied wordt ontsloten voor de verschillende vervoerwijzen en een analyse of er door het aantal verplaatsingen knelpunten op het omliggende verkeers- en vervoersnetwerk voor de diverse vervoerwijzen kunnen ontstaan. Artikel 1.13: Overstroombaar gebied Een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als ‘overstroombaar gebied’ bevat bestemmingen en regels die rekening houden met overstromingsrisico’s. Binnendijks is dit van toepassing op kwetsbare en vitale objecten en woonwijken en bedrijventerreinen. Buitendijks is dit ook van toepassing op individuele woningen en bedrijven.
De toelichting op een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als ‘overstroombaar gebied’ bevat een beschrijving van het door de gemeente te voeren beleid ter zake en de wijze waarop met het over stromingsrisico is omgegaan. Artikel 3.7: Kernrandzone
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
32
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld Een ruimtelijk besluit voor gronden die indicatief zijn aangewezen als ‘Kernrandzone’ kan ten behoeve van het versterken van de ruimtelijke kwaliteit in de kernrandzone bestemmingen en regels bevatten die verstedelijking toestaan, mits voldaan is aan de volgende voorwaarden: •
• • •
de verstedelijking gaat gepaard met versterking van de ruimtelijke kwaliteit die in een redelijke verhouding staat tot de aard en de omvang van de verstedelijking, tenzij de verstedelijking betrekking heeft op kernrandactiviteiten, en de verstedelijking is ruimtelijk en landschappelijk goed inpasbaar en wordt in aansluiting op stedelijk gebied gerealiseerd, of in samenhang met overige verstedelijkte structuur, en tijdige en duurzame realisatie van de verhoging van de ruimtelijke kwaliteit is geborgd, en omliggende functies worden niet onevenredig geschaad.
De toelichting op een ruimtelijk besluit voor gronden waar toepassing wordt gegeven aan dit artikel bevat een ruimtelijke onderbouwing waaruit blijkt op welk gebied deze toepassing betrekking heeft en dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan; de ruimtelijke onderbouwing bevat voorts een beschrijving van de in het plangebied voorkomende ruimtelijke kwaliteit en de wijze waarop met het versterken daarvan is omgegaan. Hierbij wordt aangegeven hoe de verstedelijking aansluit op de ruimtelijke en landschappelijke structuur. Een beeldkwaliteitsparagraaf maakt onderdeel uit van de ruimtelijke onderbouwing. Artikel 3.12: Duurzame energie Een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als ‘duurzame energie, met uitzondering van windenergie’ kan bestemmingen en regels bevatten die de realisatie van ontwikkelingen op het gebied van duurzame energie toestaan, met uitzondering van windenergie, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden: • •
•
bestaande omringende functies worden niet onevenredig aangetast of beperkt, en voor bio-energie en zonne-energie geldt aanvullend dat vestiging in aansluiting op bestaande bebouwde agrarische bouwpercelen, hoofdinfrastructuur of stedelijke functies plaatsvindt, in overeenstemming met de schaal van de bebouwde omgeving, tenzij op een andere locatie een betere landschappelijke inpassing kan worden bereikt en de ontwikkelingen niet leiden tot onevenredige aantasting van landschappelijke kernkwaliteiten, natuurwaarden en de cultuurhistorische waarden.
De toelichting op een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als ‘duurzame energie, met uitzondering van windenergie’ bevat een ruimtelijke onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. Een beeldkwaliteitsparagraaf maakt onderdeel uit van de ruimtelijke onderbouwing. 4.2.4.3 Toetsing aan de Provinciale Ruimtelijke Verordening Toetsing aan artikel 1.5: Experimenteerruimte Als bijlage bij de Verordening is een koersdocument opgenomen voor het Eiland van Schalkwijk. In dit document worden allereerst de waarden van het Eiland van Schalkwijk benoemd. In een Intentieverklaring van de provincie Utrecht en de gemeente Houten hebben partijen afgesproken dat zij samenwerken om de genoemde kwaliteiten van het gebied duurzaam in stand te houden. Het koersdocument geeft nader invulling aan deze ambitie. De volgende pijlers zijn benoemd voor de lange termijn visie voor Het Eiland van Schalkwijk: 1. Alle inspanning op het Eiland is gericht op behoud en ontwikkeling van het landschap en het versterken van de economische basis daarvan. Net zo belangrijk is het vergroten van de leefbaarheid voor bewoners en het aantrekkelijker maken voor bezoekers. 2. Alle ontwikkelingen dragen bij aan de duurzame toekomst van het Eiland. 3. Landbouw is en blijft de belangrijkste beheerder van het landschap op het Eiland. 4.
Verbreding van de landbouw is de motor van de duurzame ontwikkeling van het Eiland. 5. De Nieuwe Hollandse Waterlinie is de hoofddrager van het toeristisch-recreatief profiel van het Eiland. 6. Woningbouw, onder strakke voorwaarden, is geen doel maar een middel om te bouwen aan de duurzame toekomst van het Eiland. 7. Er vinden geen grootschalige verkeersingrepen plaats op het Eiland.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
33
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld 8.
Werken aan een duurzame toekomst voor het Eiland betekent hechte samenwerking tussen publieke en private partijen. 9. In de gemeentelijke structuurvisie voor het Eiland van Schalkwijk wordt gekoerst op het toepassen van een mix van sturingsregimes, van strak tot flexibel, waarmee een optimale combinatie wordt gezocht van ruimte voor ondernemerschap en het waarborgen van landschappelijke kwaliteiten. 10. Publieke partijen wegen samen af en bepalen samen welke initiatieven ten goede komen aan de duurzame toekomst van het Eiland van Schalkwijk. Onderhavige ontwikkeling betreft de ontwikkeling van een mix aan van functies in combinatie met woningbouw op een voormalig agrarisch erf. Door het toevoegen van nieuwe voorzieningen kan het vernieuwde erf uitgroeien tot een aantrekkelijk rustpunt voor recreanten op het Eiland van Schalkwijk, maar ook als lokale ontmoetingsplek voor de inwoners van Schalkwijk. Dit wordt bereikt door het realiseren van voorzieningen zoals een voedselbos, een recreatief rustpunt en een bed and breakfast. Deze functies dragen bij om het erf als ontmoetingsplek te laten functioneren voor zowel dorpsbewoners als recreanten. Het voedselbos is toegankelijk. Men kan er wandelen, er komen paden en borden met informatie langs de paden. Er komen rustpunten, bankjes waar men kan verblijven. Dit draagt bij aan een vergroting van de recreatieve mogelijkheden.
Tevens wordt door deze mogelijkheden informatie over “Ons dorpje Overeind” en het Eiland van Schalkwijk beleefbaar gemaakt. Hiermee wordt een unieke recreatieve trekker op het Eiland van Schalkwijk gerealiseerd. De bed and breakfast zorgt voor een uitbreiding van de verblijfsrecreatie op het Eiland van Schalkwijk. Het gaat tevens om een unieke vorm van verblijfsrecreatie. Hierbij speelt tevens respijtzorg een belangrijke rol. Ook daar is in grote mate behoefte aan. In paragraaf 3.1 is hier nader op ingegaan. Beleving van het gebied en van het dorp ‘Overeind’ zijn grote pijlers voor de hooiberg. Recreanten krijgen een beeld van hoe men op het erf samenwoont en werkt om de visie voor het dorpje tot uitvoering te brengen. De overige activiteiten in het dorpje (zorg, educatie, ecologie, leven met de natuur) sluiten hier bij aan. Dit sluit aan bij het streven van de consument naar kleinschaligheid en authenticiteit en een pure beleving en de toenemende vraag naar bed & breakfastovernachtingen. Ook met dit initiatief wordt het recreatief product voor het Eiland van Schalkwijk versterkt. De voorgestelde woningbouw is een belangrijke financiële drager van de beoogde ontwikkeling.
Het kleinschalige karakter van het geheel en de toekomstige recreatieve functies maken namelijk geen grootschalige investeringen mogelijk in de bouw van hoogwaardige voorzieningen en een aantrekkelijke inrichting van het terrein. Tevens wordt door het concept van een ‘ecodorp’ aanzienlijk bijgedragen aan de duurzaamheid, toekomstbestendige natuur en biodiversiteit. In paragraaf 5.5 en 5.6 van deze toelichting is beschreven dat omliggende agrarische bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd, ook is er geen sprake van grootschalige verkeersingrepen met dit initiatief. Hiermee wordt voldaan aan het gestelde in artikel 1.5. Toetsing aan artikel 1.6: Mobiliteitstoets Onderhavige ontwikkeling zorgt niet voor een onevenredige toename van verkeersbewegingen die tot knelpunten zouden kunnen leiden. In paragraaf 3.3 is hier reeds uitgebreid op ingegaan. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat het initiatief in overeenstemming is met artikel 1.5. Toetsing aan artikel 1.13: Overstroombaar gebied In dit geval is er geen sprake van een onevenredig risico ten aanzien overstromingen. Bij eventuele overstromingen kan met het plangebied in meerdere richtingen ontvluchten. Ook is er sprake van zelfredzaamheid van de (toekomstige) bewoners. In hoofdstuk 6 wordt nader ingegaan op de wateraspecten binnen het plangebied.
Toetsing aan artikel 3.7: Kernrandzone In dit geval is er per saldo geen sprake van een toename aan bebouwingsmogelijkheden. Er is dan ook geen sprake van verstedelijking. Wel is er sprake van een toename aan landschappelijke kwaliteit door de landschappelijke en functionele inpassing van het vernieuwde erf. Omliggende functies worden hierdoor niet onevenredig geschaad. Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 5.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
34
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld Toetsing aan artikel 3.12: Duurzame energie Zoals reeds al is onderbouwd in paragraaf 4.2.1.5 onder ‘duurzame leefomgeving’ is er in dit geval sprake van een duurzaam project, waarbij men volledig energieneutraal en gasvrij wil zijn. 4.2.5
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2038 en de Provinciale Ruimtelijke Verordening, Provincie Utrecht 2013.
4.3
Regionaal beleid
4.3.1
Landschapsontwikkelingsplan Kromme Rijngebied
4.3.1.1 Algemeen In het uitvoeringsprogramma Kromme Rijn vormt het opstellen van een LOP voor het Kromme Rijngebied een van de projecten. De gemeenten Bunnik, De Bilt, Houten, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en Zeist hebben besloten samen een landschapsontwikkelingsplan (LOP) op te stellen. Samen met het beeldkwaliteitplan is het LOP in september 2010 door de gemeenteraad vastgesteld. 4.3.1.2 Doelstelling Het belangrijkste doel van het landschapsontwikkelingsplan is het behouden, versterken en ontwikkelen van de landschappelijke kwaliteiten en samenhang in het plangebied. Daarbij staan de streekeigen identiteit, verscheidenheid en beleving van het landschap voorop. Het buitengebied dient daarbij vitaal, aantrekkelijk en economisch gezond te zijn. Specifieke doelstellingen voor het LOP zijn de volgende: • • •
• •
waarborgen van het cultureel erfgoed en een goede leefomgeving voor toekomstige generaties door functies op adequate wijze te situeren en vorm te geven; versterken van de identiteit en beleefbaarheid van het landschap; stimuleren van de betrokkenheid (inhoudelijk en financieel) van de burger bij de kwaliteit van het landschap en de leefomgeving en stimuleren van lokale en regionale initiatieven voor verbetering van het landschap; vormen van een helder referentiekader vanuit de landschapskwaliteit voor beoordeling en advisering van nieuwe ontwikkelingen; versterken van de (be)leefbaarheid van het buitengebied.
4.3.1.3 Deelgebied Kom van Schalkwijk Op grond van de ontstaansgeschiedenis en de occupatie is het gebied in te delen in een aantal deelgebieden. Voor het plangebied van bestemmingsplan is deelgebied Kom Schalkwijk van belang. Ingeklemd tussen het Amsterdam Rijnkanaal en de rivier de Lek ligt de kom van Schalkwijk als een herkenbare eenheid. Het landschap heeft de kenmerkende copeontginning met lange slagenverkaveling. Het karakteristieke bebouwingslint van Schalkwijk doorsnijdt de open kom. Aan de westzijde verspringen de ontginningslinten naar de buitenzijde (Tull en ’t Waal en Houten) en komen meer boomgaarden voor. Een mooi karakteristiek en herkenbaar rivierenlandschap opent zich. Kansen liggen hier in het beleefbaar maken van onderdelen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en het versterken van de recreatieve functie voor onder andere Houten en Utrecht. De doelstelling van het deelgebied betreft het behouden en het versterken van het gaaf en veelal open copeontginningenlandschap met karakteristieke bebouwingslinten.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
35
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld 4.3.1.4 Toetsing van het initiatief aan het landschapsontwikkelingsplan De beoogde ontwikkeling wordt landschappelijk op een adequate wijze ingepast. Het ruimtelijk karakteristiek van het boerenerf blijft behouden. De monumentale woning vormt daarbij het representatieve hoofdgebouw, die gericht is op de openbare weg. In de tweede lijn volgen de andere bouwmassa’s. Samen vormt dit één ensemble. In het in bijlage 1 opgenomen erfinrichtingsplan wordt hier uitgebreid op ingegaan. Er is per saldo geen sprake van extra verstening, door de sloop en herbouw van vervangende gebouwen wordt de ruimtelijke uitstraling van het erf verbeterd. De invulling van het erf past binnen het copeontginningslandschap. Tevens wordt bijgedragen aan de versterking van de recreatieve functie voor onder andere Houten en Utrecht.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Structuurvisie Eiland van Schalkwijk
4.3.1.1 Algemeen De Structuurvisie Eiland van Schalkwijk is door de raad van de gemeente Houten vastgesteld op 22 december 2011. De visie geeft planologische duidelijkheid en biedt een antwoord op ontwikkelingen die plaatsvinden in de landbouw, oprukkende verstedelijking, veranderende maatschappelijke omstandigheden en actuele grondposities. De structuurvisie is gericht op de duurzame ontwikkeling van het eiland met en door alle betrokken partijen. De visie wordt ondersteund door de Provincie Utrecht en het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden en is in nauwe samenwerking met deze partijen tot stand gebracht. 4.3.1.2 Ambitie op hoofdlijnen De structuurvisie zet aan tot een duurzame gebiedsontwikkeling op het Eiland van Schalkwijk die tot stand wordt gebracht via initiatieven van ondernemers en bewoners. Uitgangspunten hierbij zijn: bouwen op de kracht van het gebied, kwetsbare kwaliteiten beschermen en ruimte geven waar mogelijk. De structuurvisie Eiland van Schalkwijk richt zich op duurzame gebiedsontwikkeling met behoud en ontwikkeling van het landelijke karakter en de openheid van het gebied met ruimte voor landbouw, natuur, water, recreatie, cultuurhistorie en leefbare dorpen. Het gaat dan om een geleidelijke ontwikkeling waarbij de bewoners en ondernemers aan zet zijn en de overheid vooral een regisserende en faciliterende rol kiest.
Centraal in de gebiedsontwikkeling staat het versterken en toevoegen van kwaliteiten aan het gebied op een wijze dat op lange termijn die kwaliteit gehandhaafd wordt en te beheren is. Het draait om een goede samenhang tussen de kenmerken van het landschap, de functies die het landschap vervult en de manier waarop de mens van die functies gebruik maakt. Deze samenhang is uitgangspunt bij de ontwikkeling van het Eiland van Schalkwijk. De uitdaging voor alle betrokkenen is om functies slim te combineren en op een manier dat het ook op de lange termijn economisch rendabel is. Het eiland moet een vitaal agrarisch gebied zijn, waar ruimte is voor innovatie en duurzame landbouw. De kernen blijven klein en leefbaar. De sociale structuur op het eiland wordt gekoesterd. De recreatie ontwikkelt zich ter versterking van de economische structuur. De ruimtelijke hoofdstructuur is de ruimtelijke drager van alle ontwikkelingen. De kernkwaliteiten die hierin zijn benoemd, zijn uitgangspunt. Deze mogen niet worden aangetast en zullen zo mogelijk door alle initiatieven verder versterkt worden. 4.3.1.3 Ruimtelijke visie op het Eiland van Schalkwijk De duurzame gebiedsontwikkeling Eiland van Schalkwijk is gericht op de balans tussen deze twee elementen: het versterken van de uniciteit van het eiland ofwel ´het eilandgevoel´ en het verbinden van het eiland met de omgeving.
Om dit te bereiken wordt gestuurd op functies en verbindingen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
36
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld Door functies te behouden, te versterken en toe te voegen, in overeenstemming zijn met de unieke kwaliteiten van het eiland, wordt het meer waardevol voor bewoners en bezoekers. Met een mix van functies wordt het Eiland van Schalkwijk een plek van ontmoeting tussen boeren, bewoners en bezoekers. Een levend eiland, waar mensen kunnen komen en welkom zijn, en waar tegelijkertijd een historische geborgenheid is. Waar veiligheid is voor de kwetsbare natuurwaarden. En waar de economische krachten voldoende ruimte krijgen om te zorgen voor brood op de plank. Verbindingen versterken de samenhang met de omgeving (lokaal, regionaal, bovenregionaal) en faciliteren gebruiksfuncties. De ontwikkeling van verbindingen en ‘groene poorten’ bewerkstelligt een differentiatie in gebruik die recht doet aan de doelstellingen die bij aanvang van de gebiedsontwikkeling door de raad zijn gesteld: • • •
een intensiever recreatief gebruik aan de westzijde en een rustiger ontwikkeling naar het oosten; aandacht voor sterke landbouw aan de oostkant, en een verbrede landbouw aan de westzijde; er is aandacht voor de noodzakelijke randvoorwaarden voor een vitale en duurzame bedrijfsvoering.
4.3.1.4 Visie op deelgebied: Linten Tull en ’t Waal en Schalkwijk Het plangebied ligt in het lint van Schalkwijk. In tabel 1 is de ontwikkelingsrichting weergegeven. Vervolgens wordt er nader op ingegaan.
Tabel 1
Ontwikkelingsrichting deelgebied ‘Linten Tull en ‘t Waal en Schalkwijk (Bron: Gemeente Houten)
De linten Tull en ’t Waal en Schalkwijk vormen een essentieel onderdeel van het Eiland van Schalkwijk. Zonder bewoners geen leven in een agrarisch gebied. In de kernen staan het wonen, het werken en de voorzieningen centraal. Leefbaarheid is een belangrijk gegeven en wordt opgevat als een goede mix van functies wonen, agrarische bedrijfsvoering met minimale milieuhinder, kleinschalige bedrijvigheid en ondersteunende voorzieningen. Schalkwijk en Tull en ’t Waal blijven levendige kleine kernen met een sterke sociale cohesie, voldoende woningen voor de lokale bevolking met een veilige woonomgeving en een adequaat voorzieningenniveau voor de lokale bevolking. Er is een mogelijkheid voor meer bedrijvigheid in de kernen, mits dit past bij de agrarische kern en past binnen de bestaande infrastructuur. Daarbij wordt bijvoorbeeld gedacht aan werken aan huis, uitbreiding van horeca, recreatieve voorzieningen en congres- en vergaderfaciliteiten. Verruiming van de mogelijkheden voor ondernemerschap en het faciliteren van nieuwe kleinschalige bedrijvigheid zijn noodzakelijk om ook in de toekomst voldoende economische draagkracht in de kernen te behouden. Een goede mix van wonen en werken en voorzieningen is het uitgangspunt. Voor bezoekers van het Eiland van Schalkwijk zijn de cultuurhistorische linten aantrekkelijke bestemmingen.
Er is plek voor kleinschalige recreatief-toeristische gelegenheden. Het Wapen van Schalkwijk kan ontwikkeld worden tot een (boven)lokaal transferium met een informatiecentrum voor het toeristische eiland en omgeving in combinatie met bijvoorbeeld horeca, fietsverhuur of verblijfsmogelijkheden. Aanvullende woningbouw is voornamelijk gericht op het voorzien in de lokale behoefte. Het huidige voorzieningenniveau is hiervoor uitgangspunt. Vooral voor starters en ouderen die graag in de kernen willen
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
37
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld blijven wonen, zal ruimte worden geboden voor toevoegingen. Ook deze woningen zullen duurzaam ontwikkeld worden. 4.3.1.5 Nieuwe Hollandse Waterlinie De westzijde van het Eiland van Schalkwijk behoort tot het Nationale Landschap de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De ambitie is om het landschap en de verdedigingswerken in de enveloppe Linieland beleefbaar en recreatief aantrekkelijk te maken en de ecologische waarden te behouden en te versterken. De ontwikkeling van landschap en recreatie vindt plaats in nauwe samenhang met de verbreding en verduurzaming van de agrarische sector in het gebied. De verbreding van de agrarische sector met horeca, recreatie en verkoop van streekproducten draagt bij aan een toekomstgerichte en duurzame landbouwsector en aan een duurzaam beheer van het landschap. Ontwikkelingen in de landbouw, recreatie, natuur, water en energieproductie moeten bijdragen aan de doelstellingen die vanuit het project Nieuwe Hollandse Waterlinie worden gesteld. In afbeelding 4.1 is de ligging van het plangebied in de Nieuwe Hollandse Waterlinie weergegeven. Het plangebied is met de rode pijl aangeduid.
Afbeelding 4.1
Ligging van het plangebied ten opzichte van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (Bron: Gemeente Houten)
De Nieuwe Hollandse Waterlinie is in 2021 op de UNESCO werelderfgoedlijst gekomen als uitbreiding van de Stelling van Amsterdam. De Stelling van Amsterdam heeft al vanaf 1996 de UNESCO status. Beide linies zijn erfgoed van wereldniveau. Samen laten ze zien hoe groot die militaire verdediging met water als bondgenoot was. Ze zijn uniek en verdienen het om te blijven bestaan voor volgende generaties. Voor een toetsing van de ontwikkeling aan de uitgangspunten van het UNESCO. Dit plan heeft geen negatieve effecten ten aanzien van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Met de ontwikkeling, waarbij recreatie een onderdeel is, wordt het gebied juist meer beleefbaar gemaakt. 4.3.1.4 Toetsing van het initiatief aan de Structuurvisie “Eiland van Schalkwijk” Met het initiatief wordt bijgedragen aan het streven om ontwikkelingen vanuit de bewoners te laten komen. Met het plan, dat uitgaat van een mix van functies, wordt bijgedragen aan de gewenste gebiedsontwikkeling, die uitgaat van ruimte voor landbouw, natuur, water, recreatie, cultuurhistorie en leefbare dorpen. Al deze elementen komen in het plan terug. Tevens wordt bijgedragen aan de gewenste innovatie en duurzame
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
38
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld landbouw en de versterking van de economische en de recreatieve structuur. Ten aanzien van de ontwikkelingsrichting wordt gestreefd naar een combinatie van wonen en werken. Als mogelijke nevenfunctie wordt extensieve recreatie expliciet genoemd. Daar is in dit plan sprake van. De hoofdfunctie betreft wonen, de nevenfuncties bestaan uit onder andere werken, kleinschalige landbouw en extensieve kleinschalige recreatie. Hiermee leidt de ontwikkeling tot versterking van de toeristisch-recreatieve activiteiten op het 'Eiland'. Ten aanzien van de Nieuwe Hollandse Waterlinie geldt dat ontwikkelingen bij moeten dragen aan de doelstellingen voor dit aspect. De ambitie is gericht op het recreatief aantrekkelijk te maken en de ecologische waarden te behouden en te versterken. Daar draagt dit plan, waar recreatie, biodiversiteit en ecologie een belangrijke rol spelen, aan bij. 4.3.2
Woonvisie 2021
4.3.2.1 Algemeen Op 14 december 2021 is de nieuwe Woonvisie voor de gemeente Houten door de gemeenteraad vastgesteld. Dit vormt een actuele visie waarin de woonbehoefte in de gemeente Houten in beeld is gebracht. Aan de hand van vier speerpunten is omschreven wat de gemeente wil doen om aan de woningbehoefte te voldoen, maar ook wat daarin de verwachtingen zijn van de andere partijen. De speerpunten bedragen de volgende: • • • •
Toevoegen van 4.750 woningen in de periode tot 2040; Actieve sturing op een wijziging in de woningvoorraad van Houten; Een thuis voor iedereen; Opgave duurzaamheid en wonen.
Hierna wordt nader op deze speerpunten ingegaan. 4.3.2.2 Speerpunten 1. 2.
Toevoegen van 4.750 woningen in de periode tot 2040. Voor ongeveer 1.000 woningen zijn al meer of minder concrete plannen. Actieve sturing op een wijziging in de woningvoorraad van Houten door het toevoegen van vooral diverse soorten gelijkvloerse woningen. Te denken valt aan a. Appartementen voor kleine huishoudens (starters, herstarters) met lagere inkomens. b. Kwalitatief hoogwaardige appartementen om doorstroming te bereiken van huishoudens die gelijkvloers willen wonen (met name ouderen, al dan niet met hogere inkomens/vermogens). Dit is een grote wijziging ten opzichte van het bouwprogramma in het verleden. Zo sturen we er op dat het lage percentage sociale huur wordt verhoogd.
3.
4.
Een Thuis voor iedereen. Wonen is een eerste levensbehoefte voor iedereen. Voor jongeren, gezinnen en ouderen, maar ook voor mensen met een zorgvraag, statushouders of zij die uitstromen uit de maatschappelijke omvang of beschermd wonen. Daarom willen we extra woningen toevoegen voor de huisvesting van bijzondere doelgroepen met het doel om zelfstandig te kunnen wonen in de wijk. Deze woonvisie is een belangrijk hulpmiddel om de samenhang tussen de beleidsvelden wonen en wonen & zorg te versterken. Opgave duurzaamheid en Wonen. Houten wil voor 2040 Klimaatneutraal en circulair zijn. Zowel bestaande woningen als nieuwbouwwoningen kunnen aan deze ambities op de thema’s energie, aardgasvrij, klimaatadaptatie en de circulaire economie bijdragen. Om woningen duurzaam te realiseren is landelijke wet- en regelgeving gemaakt, bijvoorbeeld de BENG normen. Om de duurzaamheidsambities van de gemeente te realiseren gaat de gemeente in gesprek met initiatiefnemers en projectontwikkelaars. Per situatie wordt bekeken hoe de hoogst haalbare duurzaamheidsmaatregel gerealiseerd kunnen worden. Viveste speelt een belangrijke rol in het verduurzamen van de woningvoorraad. Middels prestatieafspraken met de gemeente wordt dit proces vormgegeven. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
39
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld Ambities: De speerpunten zijn uitgewerkt in de volgende ambities: 1. Meer woningen bouwen en de juiste woningen bouwen 2. Doorstroming bevorderen 3. Invulling huisvestingsopgaven wonen & zorg 4. Woonbehoefte van ouderen faciliteren 5. Kansen voor Houtense starters verbeteren 6. Kansen verbeteren voor doelgroepen met inkomens die te hoog zijn voor sociale huur maar te 7. laag om een koopwoning te kunnen betalen 8. Woonwagenstandplaatsen 9. Huisvesting van arbeidsmigranten 10. Duurzaamheid en wonen 11. 26 gemeente Houten 11. De volkshuisvestelijke taken van woningcorporaties volgens de Woningwet 12. Houtense wooninitiatieven faciliteren, al dan niet met een zorgcomponent 13. Instrumenten om in te zetten voor toekomstige woningbouw In dit geval zijn naast de vorenstaande speerpunten, ook de behoefte ten aanzien van de kleine kernen van belang. Daar wordt hierna op ingegaan. 4.3.2.3 Woonbehoefte kleine kernen Voor de drie kleine kernen Schalkwijk, Tull en ’t Waal en ’t Goy manifesteren zich de problemen op de woningmarkt nog sterker dan in de kern Houten. De prijzen van koopwoningen stijgen nog sneller dan in Houten. Het is een bekend gegeven dat vrijstaande woningen in een opgaande conjunctuur sneller stijgen dan andere woningen. In de kleine kernen is dat aantal vrijstaande woningen veel hoger dan in Houten.
Het aandeel sociale huurwoningen is in de kleine kernen veel lager. Om na te gaan wat dit betekent voor de woningbehoefte is voor elk van de drie kleine kernen Schalkwijk in het najaar van 2021 een woningbehoefteonderzoek opgeleverd. Dit moet dus worden gezien als aanvullend op het onderzoek van Companen uit 2019. Het onderzoek uit 2019 heeft als invalshoek gehad de woningbehoefte in de gehele gemeente Houten. De situatie in de kleine kernen wijkt daarvan sterk af. Dat komt door de duidelijk andere woningvoorraad dan in de kern Houten en aspecten van sociale cohesie, leefbaarheid en voorzieningenniveau die in de kleine kernen op een andere manier van belang zijn dan in de kern Houten. Daarom zal het onderzoek dat in het najaar van 2021 wordt opgeleverd aanvullende informatie opleveren. De autonome woningbehoefte voor de kleine kernen die daaruit voortvloeit beschouwt de gemeente daarom als aanvullend op de behoefte van 4.750 woningen die Companen ziet. Voor de kleine kernen is onveranderd de visie dat nieuwe woningen vooral nodig zijn voor de autonome woningbehoefte van de bewoners van de betreffende kern. Dit moet de sociale cohesie versterken evenals de draagkracht voor de beperkt aanwezige voorzieningen (zoals winkels of scholen).
4.3.2.4 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie Het initiatief voorziet in de bouw van woningen voor de lokale behoefte en tevens in een zorgcomponent (behorend bij de bed & breakfast). De beoogde woningen passen ruimschoots binnen de ambitie om 4.750 woningen te bouwen tot 2040. Ook past het initiatief in het streven om wonen met een zorgcomponent (ook Houtense initiatieven) te realiseren en binnen de duurzaamheidsdoelstellingen, aangezien het gaat om een ecodorp. De beoogde woningen worden immers zo duurzaam als mogelijk vormgegeven. Voor de kleine kernen geldt dat woningen vooral nodig zijn voor de autonome woningbehoefte van de bewoners van de betreffende kern, bijdragend aan de sociale cohesie. Daar wordt hier naadloos bij aangesloten. De woningen op het ecodorp zijn voor een specifieke behoefte en dragen bij aan de sociale cohesie van Schalkwijk. Het initiatief past hiermee binnen de woonvisie 2021.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
40
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld 4.3.3
Visie Recreatie en toerisme
4.3.3.1 Algemeen In de Visie Recreatie en Toerisme, startpunt Houten (juni 2009) wordt de voor Houten gewenste recreatieftoeristische ontwikkeling geschetst. De visie is een kader voor inbreng in allerhande gebiedstrajecten en biedt ook een handvat voor het beoordelen en stimuleren van initiatieven van derden. De visie onderschrijft het gebrek aan een echte recreatief-toeristische traditie. Er zijn echter wel voldoende kansen voor het uitbouwen van het recreatief-toeristisch profiel van de gemeente. Daarbij wordt recreatie en toerisme als belangrijke economische drager van plattelandsontwikkeling gezien. Het karakter van het buitengebied en dat van de hele Kromme Rijn is gebaseerd op rust en ruimte. Vanuit recreatief oogpunt is dit een grote kwaliteit binnen de verstedelijkte regio. Recreatieve ontwikkelingen behouden deze kwaliteit. Kleinschaligheid en kwaliteit zijn daarbij leidend. Grootschalige verblijfs- en vermaakrecreatie passen niet binnen deze visie. De gemeente spreekt met de visie een aantal uitdagingen voor de komende periode uit: • • • • • •
verbetering ontsluiting landelijk gebied en stadsrandzones voor langzaam (recreatief) verkeer; ruimte bieden aan initiatieven voor ontwikkeling van pleisterplaatsen en rustpunten, de locatiekeuze is hierbij van belang; stimuleren van zakelijk toerisme; de landschappelijke, ecologische en recreatieve kwaliteiten van de stadsrandzone ontwikkelen om de wisselwerking tussen stedelijk en landelijk gebied beter te benutten; versterking van de basisgroenstructuur (natuurlijk recreëren en avontuurlijk spelen); een goede informatievoorziening en promotie van het recreatieve en toeristische voorzieningenaanbod in Houten.
4.3.3.2 Deelgebied Eiland van Schalkwijk Hét gebiedsontwikkelingsproject in de gemeente is het Eiland van Schalkwijk. Dit grotendeels agrarische gebied wil de gemeente als landelijk gebied behouden en ontwikkelen. Hoofddoelstelling is een robuust groen en waterrijk, recreatief aantrekkelijk gebied te ontwikkelen, met een belangrijke publieke functie en toegankelijkheid. Groen duidt op zowel landbouw als natuur. Het gaat over één van de groene longen rond de stad Utrecht. Recreatie en toerisme moet een van de nieuwe economische dragers gaan worden in het gebied. In de basis gaat het om recreatief medegebruik van het agrarisch gebied en een betere recreatieve ontsluiting van het gebied. Het Eiland van Schalkwijk is landelijk gezien niet uniek, maar de grootte, de gave landschaps- en verkavelingsstructuur en de openheid zijn belangrijke kwaliteiten in een stedelijke regio. Die blijven echter alleen in stand als er iets mee wordt gedaan. De vraag is ook of dat voldoende is om recreanten en toeristen te trekken. Uiteraard moeten de toegankelijkheid en de basisstructuur (voor wandelen en fietsen) goed zijn. Het Eiland is zowel een gebied voor dagrecreatie als voor verblijfsrecreatie. Vooral aan dat laatste schort het nog wel. Er is ruimte om hiermee wat te doen.
4.3.3.3 Toetsing van het initiatief aan de Visie Recreatie en Toerisme Met de ontwikkeling wordt ingespeeld op de hoofdambitie om ruimte te bieden voor de ontwikkeling van een rustpunt. Voor het Eiland van Schalkwijk geldt dat dit hét gebiedsontwikkelingsproject van de gemeente betreft. Met dit voornemen wordt ingespeeld op de doelstelling om een robuust groen en recreatief aantrekkelijk gebied te ontwikkelen. Groen duidt zowel op landbouw als natuur. In dit geval gaat het met name om kleinschalige landbouw. Daarnaast wordt ook op natuur ingespeeld doordat er een watergang wordt hersteld en een hakhoutbosje en een voedselbos wordt gerealiseerd. Dit voedselbos wordt toegankelijk gemaakt en voorzien van informatieborden en bankjes, zodat de recreatieve beleving tot uiting komt en een belangrijke recreatieve mogelijkheid op het Eiland van Schalkwijk toegevoegd wordt.