2 bestemmingsplan Overeind 22 Schalkwijk - NL.IMRO.0321.0600OVEREIND22-VSBP.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Overeind 22, Schalkwijk
Juli 2022
Vastgesteld
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk”
Plannaam: IMRO-code: Plantype: Status: Datum:
Overeind 22, Schalkwijk NL.IMRO.0321.0600OVEREIND22-VSBP Bestemmingsplan Vastgesteld Juli 2022
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING ............................................................................................................................................... 5 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 6 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 6 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 8
HOOFDSTUK 2 BESCHRIJVING PLANGEBIED ............................................................. 9 2.1
BESCHRIJVING PLANGEBIED EN OMGEVING ........................................................................................................ 9
HOOFDSTUK 3 GEWENSTE SITUATIE .................................................................... 12 3.1 3.2 3.3
GEWENSTE ONTWIKKELING .......................................................................................................................... 12 LANDSCHAPPELIJKE INPASSING...................................................................................................................... 18 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 21
HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 23 4.1 4.2 4.3 4.4
RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 23 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 25 REGIONAAL BELEID ..................................................................................................................................... 35 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 36
HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 43 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11
GELUID (WET GELUIDHINDER) ...................................................................................................................... 43 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 44 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 45 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 47 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 49 GEUR ...................................................................................................................................................... 51 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 52 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 54 WATERASPECTEN.......................................................................................................................................
55 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 58 UNESCO WERELDERFGOEDLIJST: NIEUWE HOLLANDSE WATERLINIE ................................................................... 59
HOOFDSTUK 6 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 61 6.1 6.2 6.3
INLEIDING................................................................................................................................................. 61 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 61 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 63
HOOFDSTUK 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 65 HOOFDSTUK 8 VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN ....................................... 66 8.1 8.2 8.3
VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 66 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 66 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 66
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 67 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2
ERFINRICHTINGSPLAN ......................................................................................................................... 68 AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEER .................................................................................................. 69 BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9
VERKENNEND BODEMONDERZOEK ......................................................................................................... 70 NADER BODEMONDERZOEK.................................................................................................................. 71 STIKSTOFONDERZOEK.......................................................................................................................... 72 QUICKSCAN FLORA EN FAUNA ............................................................................................................... 73 ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK............................................................................................................... 74 OVERZICHT PARTICIPATIE ..................................................................................................................... 75 NOTA AMBTELIJKE WIJZIGINGEN............................................................................................................ 76
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Dit bestemmingsplan heeft betrekking op een perceel aan het Overeind 22 te Schalkwijk. Op het perceel staat momenteel een vrijstaande, monumentale woonboerderij met bijgebouwen. Het perceel heeft een woonbestemming ter plaatse van de woning en een agrarische bestemming op het achtererf achter de woning. Initiatiefnemer is voornemens om het perceel te herontwikkelen. De herontwikkeling gaat uit van een mix van woonfuncties, recreatiefuncties, horecafuncties en agrarische functies in combinatie met kleinschalige ambachtelijke en educatieve activiteiten. Dit kan worden gezien als een zogenaamd ecodorp. Dit betreft een woonvorm waarbij men op een uitgebreide manier met elkaar samenleeft in onderlinge verbondenheid en op een duurzame wijze. De essentie van de visie is om de verbintenis terug te vinden. De bewoners dienen allemaal een bijdrage te leveren aan de instandhouding van “Ons Dorpje Overeind”, wat betekent dat iedereen een functie/taak krijgt op het erf, bijvoorbeeld het telen van gewassen, verzorgen van vee, ambachtelijke werkzaamheden etc. Samengevat bestaat de ontwikkeling uit het volgende: • • • • • • • • • • • • • • • •
Het slopen van de aanwezige kippenschuren en een varkensstal, totaal circa 233 m2; Het splitsen van de boerderij in twee wooneenheden; Het realiseren van één twee-onder-één-kap woning; Het realiseren van één woning in een bestaande schuur; Het realiseren van een bed and breakfast inclusief zorgcomponent in een te verplaatsen en herbouwen hooiberg; Het realiseren van een gemeenschappelijke ruimte op de verdieping van de hooiberg; Het organiseren van workshops (o.a. op het gebied van yoga, houtbewerking, duurzaamheid/ecologie, voedselbos etc.) in de schuur en de te herbouwen hooiberg; Het realiseren van ambachtelijke bedrijfsfuncties in de bestaande schuur (houtwerkplaats/educatie); Het realiseren van een recreatief rustpunt inclusief terras (tussen de 65 en 90 m2) met ondergeschikte horeca voor recreanten; Het hobbymatig uitvoeren van agrarische activiteiten (o.a. het houden van vee in een bestaande loods); Het realiseren van een hoogstamfruitboomgaard; Het telen van gewassen en inrichten van het land volgens de principes van permacultuur (o.a. door middel van realisatie van voedselbossen) Het realiseren van een kas van 25 m2; Het realiseren van een parkeerterrein; Het verbinden van bestaande watersystemen door een doodlopende watergang te verbinden met een andere watergang; Het realiseren van een waterpoel.
Naast de woning is het wenselijk om in de bestaande schuur naast de woonboerderij een ambachtelijke functie te realiseren. Het gaat om een houtwerkplaats waar tevens workshops en educatie gegeven gaan worden. Deze workshops en educatie gaan over voedselbossen en houtbewerking en worden onder andere aan scholieren gegeven. In het achterste deel van de schuur komt beneden de houtwerkplaats. De verscheidene beoogde ontwikkelingen passen niet in het vigerende bestemmingsplan “Eiland van Schalkwijk”. Momenteel is uitsluitend één vrijstaande woning toegestaan binnen de woonbestemming. Ook zijn de gewenste (neven)activiteiten niet in overeenstemming met de bouw- en gebruiksregels van zowel de woonbestemming als de agrarische bestemming. De gemeente Houten heeft aangegeven wel te kunnen instemmen met de gewenste herontwikkeling van het erf en heeft hierover een positief principebesluit genomen. Om de ontwikkelingen daadwerkelijk mogelijk te maken is een bestemmingplanherziening noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld Aangetoond wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied ligt in het buitengebied, ten oosten van Schalkwijk. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente houten, sectie K, nummer 673. De ligging van het plangebied ten opzichte van Schalkwijk en de ligging ten opzichte van de directe omgeving (rode ster/belijning) is weergegeven in afbeelding 1.1.
Afbeelding 1.1
1.3
Ligging van het plangebied (Bron: ArcGIS)
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” bestaat uit de volgende stukken: • •
verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0321.0600OVEREIND22-VSBP) en een renvooi; regels. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Huidig planologisch regime
1.4.1
Algemeen
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Eiland van Schalkwijk”. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad van de gemeente Houten op 1 september 2015 vastgesteld. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan opgenomen. De begrenzing van het plangebied is indicatief met de rode belijning aangegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld
Afbeelding 1.2
1.4.2
Verbeelding geldende bestemmingsplan (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Beschrijving geldende regels
Op basis van het geldende bestemmingsplan is het plangebied voorzien van de enkelbestemmingen ‘Wonen – Vrijstaand’, ‘Tuin – Voortuin’ en ‘Agrarisch’. Ter plaatse van de woonbestemming is een bouwvlak gelegen. Tevens gelden de volgende dubbelbestemmingen: • • • •
Waarde – Archeologie 1; Waarde – Landschap 1; Waarde – Landschap 3; Waterstaat – Waterkering.
Hierna wordt separaat op de geldende bestemmingen ingegaan. Wonen - Vrijstaand Gronden met deze bestemming zijn met name bestemd voor zelfstandig wonen, daaronder begrepen beroepen- en bedrijven aan huis. Voor hoofdgebouwen geldt dat deze binnen het bouwvlak dienen te worden gebouwd, in vrijstaande vorm. Het aantal woningen bedraagt niet meer dan het bestaande aantal, in dit geval één. . De goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen bedragen maximaal 3,2 en 8 meter. De goot- en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedragen maximaal 3,2 en 6 meter. Tuin – Voortuin Gronden met deze bestemming zijn bestemd voor voortuinen, erven en verhardingen. Tevens zijn erkers, voordeurluifels en kliko-ombouwen behorend bij het hoofdgebouw in aangrenzende bestemming toegestaan. Tot slot zijn inritten ten behoeve van parkeren en water(huishoudkundige) voorzieningen toegestaan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld Agrarisch Gronden met deze bestemming zijn met name bestemd voor het uitoefenen van agrarische bedrijfsactiviteiten en fruitteelt. Onder een agrarisch bedrijf wordt verstaan: een bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren. In dit geval is geen bouwvlak aanwezig. Het oprichten van gebouwen is, met uitzondering één schuilstal onder voorwaarden, dan ook niet toegestaan. Waarde – Archeologie 1 Gronden met deze bestemming zijn mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische waarden. Waarde – Landschap 1 Gronden met deze bestemming zijn met de bestemd voor het behoud, versterking en ontwikkeling van de waarden die samenhangen met het karakteristiek landschap van de linten van Tull, ’t Waal en Schalkwijk. Waarde – Landschap 3 Gronden met deze bestemming zijn met de bestemd voor het behoud, versterking en ontwikkeling van de waarden die samenhangen met het karakteristiek landschap van de polders Blokhoven en Vuylcop. Waterstaat – Waterkering Gronden met deze bestemming zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het in stand houden, beheer en het onderhoud en verbetering van de waterkering. 1.4.3
Strijdigheid
De voorgenomen ontwikkelingen op het erf Overeind 22 zijn op meerdere punten in strijd met het geldende bestemmingsplan. Binnen de woonbestemming en agrarische bestemming ontbreken de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor de gewenste gebouwen en functies. Dit bestemmingsplan voorziet in een passend planologisch regime, waarin het beoogde plan met maatwerk is mogelijk gemaakt.
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie van het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 omvat een beschrijving van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Utrecht en de gemeente Houten beschreven. In hoofdstuk 5 passeren de relevante milieu- en water aspecten de revue. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 8 gaat in op vooroverleg en de inspraak.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld
HOOFDSTUK 2
BESCHRIJVING PLANGEBIED
2.1
Beschrijving plangebied en omgeving
2.1.1
Eiland van Schalkwijk
Algemeen Het Eiland van Schalkwijk ligt in het rivierengebied. Het rivierengebied is een landschap met een langgerekte opbouw. Door de fysieke ondergrond en het menselijk gebruik daarvan, zijn duidelijk verschillende deelgebieden ontstaan: Flank, Langbroek, Kromme Rijn, Nederrijn/Lek en Schalkwijk. Elk deelgebied heeft zich ontwikkeld rondom een centrale ruggengraat. Rond deze ruggengraat is de eigen identiteit het sterkst te ervaren. De overgangen tussen deelgebieden zijn vrijwel overal geleidelijk, zonder scherpe grenzen. De verschillen tussen de deelgebieden zijn goed te beleven door routes dwars op de ruggengraat en kenmerkende vergezichten. De plekken waar ruggengraten beginnen, eindigen of elkaar ontmoeten verdienen extra aandacht. Hier komen ruimtelijke kenmerken en verhalen bij elkaar. Dit zijn de focuspunten van het rivierengebied. Enkele zijn als aandachtsgebied aangewezen, omdat er veel dynamiek is of omdat behoud extra inzet vraagt. De kernkwaliteiten staan hier onder druk. Tevens is een deel van het eiland van Schalkwijk onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het plangebied ligt tussen het lint Schalkwijk ten noorden en de polder Blokhoven ten zuiden. In afbeelding 2.1 is dit weergegeven. Het plangebied is met de oranje ster aangeduid.
Afbeelding 2.1
Ligging van het plangebied op het eiland van Schalkwijk (Bron: Gemeente Houten)
Hierna wordt kort op de kwaliteiten en kenmerken van beide gebieden ingegaan: Lint Schalkwijk De linten zijn ontstaan op de voormalige stroomruggen in het gebied en bestaan uit bebouwing op de koppen van de cope verkaveling aan weerszijden van de ontginningslijnen van de Schalkwijkse Wetering en de Waalse Wetering. De bebouwing volgt de lengterichting van de kavel en staat licht gedraaid ten opzichte van de ontginningswegen. Als totaal is het lint lang en gestrekt in een relatief smal profiel. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld In de kern van het lint is er een dichtere bebouwingstructuur, maar altijd is langs de bebouwing het achterliggende erf, de beplanting en het agrarisch landschap te zien. Dat is een specifieke kwaliteit, en daarmee een ruimtelijke drager van de kern. Meer van de kern van het lint af ontstaat er een meer open bebouwingstructuur, waar het agrarisch landschap af en toe tot aan de weg doorloopt. Hierdoor ontstaat in deze delen van het lint een mooie afwisseling tussen particulier bebouwde kavels en het uitzicht over het agrarische landschap. Door dit contrast is de omgeving tegelijkertijd beschut en weids. Een andere karakteristieke drager wordt gevormd door de erfbeplanting tussen de bebouwing. De lengterichting van het lint wordt niet ondersteund met groen, maar het groene karakter ontstaat voornamelijk door de inrichting van de private tuinen. Er zijn veel smalle lange particuliere kavels. Daar waar bomenrijen, houtwallen en singels zijn, volgen die voornamelijk de lengterichting van de cope verkaveling en dus niet de richting van het lint. De gras taluds langs de wetering is (naast het privégroen) het enige openbare groen wat bijdraagt aan de groene uitstraling van het lint. Polder Blokhoven De polder Blokhoven is totaal circa 7 km2 groot en vormt daarmee de grootste open ruimte op het eiland.
Het grootst aaneengesloten oppervlak dat je kunt overzien is 3 km2. De ruimte in Blokhoven (samen met die van de polder Vuylcop) maakt dat het Eiland van Schalkwijk als weids en ruim ervaren wordt. Deze open ruimte is een ruimtelijke drager voor het gehele eiland. De polder Blokhoven bestaat uit hoger en lager gelegen gronden. De hogere gronden zijn geschikt voor fruitteelt en worden deels ook zo gebruikt, er is meer beschutting en opgaand groen. De lagere gronden zijn in gebruik als weidegrond. 2.1.2
Locatie plangebied
Het plangebied ligt aan het Overeind, ten oosten van de kern Schalkwijk. Het dorp Schalkwijk bestaat uit een bijna vier kilometer lang bebouwingslint door het veenweidelandschap tussen de kern Schalkwijk en de rivier de Lek. Het plangebied maakt onderdeel uit van deze lintstructuur. Het plangebied ligt op circa 1,5 kilometer van de kern. Zoals reeds aangegeven kent het gebied karakteristieke ruimtelijke kenmerken. Aan de noordzijde betreft dit het lint van Schalkwijk, aan de zuidzijde betreft dit de polder Blokhoven. De locatie wordt aan de noordzijde begrensd door het Overeind, een relatief smalle ontsluitingsweg die de zuidelijke percelen van het lint ontsluit en parallel ligt aan de provinciale weg. Tussen de ontsluitingsweg en de parallelweg loopt een watergang: de Schalkwijkse wetering. Ten oosten en zuiden van het plangebied liggen weilanden als onderdeel van het open landschap achter het lint. Ten westen van het plangebied bevinden zich woonfuncties als onderdeel van het lint. Het plangebied zelf betreft een voormalig agrarisch erf, dat reeds is bestemd met een woonbestemming. Het erf bestaat uit een woonboerderij, drie schuren, een stal en een oude hooiberg. Tussen de gebouwen zijn erfverharding en tuinen gelegen. Rondom het erf zijn de gronden in gebruik als grasland.
In afbeelding 2.2 en 2.3 zijn respectievelijk een luchtfoto en een straatbeeld van het plangebied opgenomen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld
Afbeelding 2.2
Luchtfoto van het plangebied (Bron: Provincie Utrecht)
Afbeelding 2.3
Straatweergave van het plangebied (Bron: Google streetview)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld
HOOFDSTUK 3
GEWENSTE SITUATIE
3.1
Gewenste ontwikkeling
3.1.1
Algemeen
In hoofdstuk 2 is een beschrijving van de bestaande situatie in en om het plangebied gegeven. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de concrete ontwikkeling. Zoals in de aanleiding reeds aangegeven is initiatiefnemer voornemens om het perceel te herontwikkelen. De herontwikkeling gaat uit van een mix van woonfuncties, recreatiefuncties, horecafuncties en agrarische functies in combinatie met kleinschalige ambachtelijke activiteiten. Er worden enkele gebouwen gesloopt en enkele gebouwen gebouwd. De totale oppervlakte aan bebouwing is in de nieuwe situatie niet groter dan in de huidige situatie. Samengevat bestaat de ontwikkeling uit het volgende: • • • • • • • • • • • • • • • • 3.1.2
Het slopen van de aanwezige kippenschuren en eenwereld varkensstal, totaal circa 233 m2; Het splitsen van de boerderij in twee wooneenheden; Het realiseren van één twee-onder-één-kap woning; Het realiseren van één woning in een bestaande schuur; Het realiseren van een bed and breakfast inclusief zorgcomponent in een te verplaatsen en herbouwen hooiberg; Het realiseren van een gemeenschappelijke ruimte op de verdieping van de hooiberg; Het organiseren van workshops (o.a. op het gebied van yoga, houtbewerking, duurzaamheid/ecologie, voedselbos etc.) in de schuur en de te herbouwen hooiberg; Het realiseren van ambachtelijke bedrijfsfuncties in de bestaande schuur (houtwerkplaats/educatie); Het realiseren van een recreatief rustpunt inclusief terras (tussen de 65 en 90 m 2) met ondergeschikte horeca voor recreanten; Het hobbymatig uitvoeren van agrarische activiteiten (o.a. het houden van vee in een bestaande loods); Het realiseren van een hoogstamfruitboomgaard; Het telen van gewassen en inrichten van het land volgens de principes van permacultuur (o.a. door middel van realisatie van voedselbossen) Het realiseren van een kas van 25 m2; Het realiseren van een parkeerterrein; Het verbinden van bestaande watersystemen door een doodlopende watergang te verbinden met een andere watergang; Het realiseren van een waterpoel. Doelstelling
De herontwikkeling heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de bestaande cultuurhistorische kwaliteiten op het ‘Eiland van Schalkwijk’. Voor de herontwikkeling van het plangebied is het op basis van de bestaande cultuurhistorische kwaliteiten aantrekkelijk om het bestaande (voormalige) agrarisch cluster, met name de monumentale boerderij en karakteristieke erfopbouw, in stand te houden. Daarnaast kan met de nieuwe inrichting de beleefbaarheid van het open veenweide landschap worden vergroot. Tevens wil men door dit concept een nieuwe woonvorm ontwikkelen waarbij men op een uitgebreide manier met elkaar samenleeft in onderlinge verbondenheid en op een duurzame wijze. De essentie van de visie is om de verbintenis terug te vinden. De bewoners dienen allemaal een bijdrage te leveren aan de instandhouding van “Ons Dorpje Overeind”, wat betekent dat iedereen een functie/taak krijgt op het erf, bijvoorbeeld het telen van gewassen, verzorgen van vee en ambachtelijke werkzaamheden. In afbeelding 3.1 en 3.2 zijn een indicatieve schetsen van de beoogde ontwikkeling weergegeven. Hierna wordt separaat op de verschillende onderdelen van het plan ingegaan. Opgemerkt wordt dat in paragraaf 3.2 uitgebreid in wordt gegaan op de landschappelijke inpassing van het geheel. Onderstaande afbeelding geeft dan ook met name de functies weer. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld
Afbeelding 3.1
Indicatieve schets van de ontwikkeling (Bron: Van der Zee architecten/BJZ.nu)
Afbeelding 3.2
Indicatieve impressie van de ontwikkeling (Bron: Van der Zee architecten)
Het slopen van circa 233 m2 aan landschapsontsierende bebouwing Op het perceel staat een aantal landschapsontsierende gebouwen. Het gaat om een varkensstal en een twee kippenschuren. Deze gebouwen hebben geen gebruikswaarde en zijn niet geschikt voor hergebruik. Initiatiefnemer is voornemens om deze gebouwen te slopen. In afbeelding 3.3 is dit weergegeven. Aangegeven dient te worden dat de hooiberg ook wordt gesloopt, maar wordt herbouwd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld
Afbeelding 3.3
Te slopen bebouwing (Bron: Provincie Utrecht/BJZ.nu)
Woningbouw Het plan gaat uit van de realisatie van vier reguliere woningen naast de bestaande boerderijwoning (zie afbeelding 3.1). De reguliere woningen vormen de twee woningen in de te splitsen boerderij, een woning in de naastgelegen schuur en een nieuw te bouwen tweekapper achter deze schuur. De woningen in de woonboerderij en schuur zullen inpandig worden gerealiseerd. Aan de buitenzijde zullen er weinig wijzigingen optreden. De tweekapper komt ter plaatse van een te slopen schuur. De tweekapper wordt uitgevoerd als schuurwoning, passend bij het agrarische karakter. Het realiseren van een bed and breakfast inclusief zorgcomponent in een te verplaatsen en herbouwen hooiberg De te herbouwen hooiberg wordt omgebouwd tot bed & breakfast. Op de begane grond worden drie kamers gerealiseerd. Deze kamers worden zo ingericht dat ook mindervaliden hier kunnen overnachten. Op de verdieping van de hooiberg wordt een gezamenlijke ruimte gerealiseerd. Deze ruimte kan ook worden gebruikt om workshops en trainingen te geven zoals bijv. yoga, mindfulness en meditatie. Ook wil men hier cursussen/workshops over de activiteiten op het erf (duurzaamheid, ecologie etc.) gaan geven. Wat betreft de zorgcomponent gaat het in dit geval om het verlenen van respijtzorg. Dit is een belangrijk onderdeel van het plan op sociaal vlak.
Er is veel behoefte aan respijtzorg en het geeft het plan een belangrijke meerwaarde. Onder respijtzorg wordt verstaan het bieden van tijdelijke, vervangende mantelzorg. Het kan dan gaan om bijvoorbeeld, dagopvang, zorgboerderijen en logeerhuizen. In dit geval gaat het om het bieden van respijtzorg aan mensen die tevens komen recreëren. Indien de gasten een lichte hulpvraag hebben zullen huishoudelijke hulp, dagbesteding en begeleiding op locatie zonodig door de gemeente verzorgd worden. Indien van toepassing zullen de zorgtaken worden belegd bij verpleging, dit zal via de zorgverlener lopen die dit normaliter al verzorgt voor deze gast. In het plangebied worden hiervoor de mogelijkheden geboden. Op deze manier kan de mantelzorger ook een keer zorgeloos op vakantie. In afbeelding 3.4 is een impressie van de hooiberg opgenomen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld
Afbeelding 3.4
Impressie hooiberg (Bron: Initiatiefnemer)
Schuur: ambachtelijke functies en woning Naast de woning is het wenselijk om in de bestaande schuur naast de woonboerderij een ambachtelijke functie te realiseren. Het gaat om een houtwerkplaats waar tevens workshops en educatie gegeven gaat worden. Deze workshops en educatie gaan over voedselbossen en houtbewerking en worden onder andere aan scholieren gegeven. Recreatief rustpunt Het voornemen bestaat om op het erf een recreatie rustpunt te realiseren. Men wil hiervoor een ondergeschikte horecafunctie realiseren inclusief een terras, waar passanten en recreanten kunnen rusten. Ook wil men het omliggende land openstellen voor recreanten, zodat men hier zelfgekweekt fruit en groenten kan plukken. Het gebruik van het omliggende land voor hobbymatig agrarisch gebruik (vee, het verbouwen van gewassen, inrichten van het land volgens de principes van permacultuur door onder andere realisatie voedselbossen) Het omliggend erf rond de gebouwen wil men gebruiken ten behoeve van hobbymatig agrarisch gebruik. Hier wil men de producten verbouwen die men zal gebruiken voor eigen consumptie. Het overschot zal worden verkocht aan een landwinkel in de buurt. Op deze gronden worden onder andere een kruidentuin, een hoogstamboomgaard op grasland, een moestuin, een kas, een hakhoutbos, een voedselbos en een poel gerealiseerd.
De indeling is nader uitgewerkt in het erfinrichtingsplan (zie paragraaf 3.2 en afbeelding 3.1). Biodiversiteit is een belangrijk aspect in dit plan. Hiertoe heeft het voedselbos een belangrijke rol. Een voedselbos is een door de mens ontworpen systeem, gericht op duurzame voedselproductie. Het ontwerp van een voedselbos is geïnspireerd op de opbouw van een jong natuurlijk bos. Een voedselbos is een tuin waarin
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld de structuur van jong natuurlijk bos wordt nagebootst. Voedselbossen liggen tussen boomgaarden en natuurlijk bos in, qua hoogte. Het kan worden gezien als een boomgaard met open plekken. (Bron: Praktisch handboek voedselbossen van Martin Crawford). Naast hoge bomen, vrijstaand of in een rijtje, komen er lagere fruitbomen, struiken, een kruidlaag, klimplanten en bodembedekkers. Eén en ander goed verspreid over het perceel en met een goede onderlinge samenhang. De biodiversiteit van een natuurlijk bossysteem is enorm hoog. Zo ook de productiviteit: dat komt door de verschillende lagen die precies op elkaar afgestemd zijn. Anders dan in de landbouw wordt niet met een enkele laag -de akker- gewerkt maar ook met de lagen daarboven. De arbeid en input zijn op den duur nihil. En het allerbelangrijkste is dat een goed ontworpen voedselbos zichzelf in stand houdt, voedsel biedt en onderdak biedt aan ontelbare soorten organismen, groot en klein. Niet alle plantensoorten hoeven voor de mens eetbaar te zijn. Ook soorten die bijvoorbeeld bestuivende insecten of plaag bestrijdende vogels aantrekken krijgen er hun plek. In het landschapsplan wordt nader ingegaan op het voedselbos. In afbeelding 3.5 is een impressie van het voedselbos weergegeven.
Afbeelding 3.5
Impressie voedselbos (Bron: Initiatiefnemer)
Het voedselbos wordt openbaar toegankelijk. Men kan er wandelen, er komen paden en borden met informatie langs de paden. Er komen rustpunten, bankjes waar men kan verblijven. Dit draagt bij aan een vergroting van de recreatieve mogelijkheden. Naast het voedselbos wordt ook een hoogstamboomgaard aangelegd. Voor zowel het voedselbos als de fruitboomgaard geldt dat er uitsluitend sprake zal zijn van het gebruik van natuurlijke (niet chemische) bestrijdingsmiddelen. Dit past immers niet bij de doelstelling van het ecodorp. Daarnaast wordt hiermee voorkomen dat er eventuele hinder ontstaat ten opzichte van naastgelegen percelen. Tot slot wil men de bestaande loods aan de achterzijde van het erf verbouwen tot stal waar men op kleinschalige wijze hobbymatig vee wil gaan houden. Het dak van deze loods zal worden verlengd, omdat er door het verlengde dakoppervlakte meer mogelijkheden ontstaan om zonnepanelen te plaatsen op de daken. Dit sluit aan bij de duurzaamheidsdoelstellingen van het ecodorp. In afbeelding 3.6 is een impressie van de gewenste situatie weergegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld
Afbeelding 3.6
Loods met verlengd dak (Bron: Initiatiefnemer)
Het realiseren van een parkeerterrein Achter de tweekapper wordt een parkeerterrein aangelegd voor de bewoners. Het parkeerterrein is van voldoende omvang om te voorzien in de nieuwe parkeerbehoefte van zowel bewoners als gasten/recreanten. Het verbinden van bestaande watersystemen door een doodlopende watergang te verbinden met een andere watergang Aan de achterzijde van het perceel ligt een doodlopende watergang. Het voornemen bestaat om deze doodlopende watergang te verbinden met de westelijk gelegen watergang. Op deze manier wordt het watersysteem verbeterd. In afbeelding 3.7 is een uitsnede van de te verbinden watergang opgenomen. De nieuwe watergang is met een gele arcering aangegeven. Opgemerkt dat de exacte ligging van de watergang is weergegeven in afbeelding 3.8. Dit wijkt enigszins af van de weergave op onderstaande tekening. De onderstaande tekening is dan ook met name ter indicatie om aan te geven welk deel van de watergang bestaand is en op welke wijze de watergangen worden verbonden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld
Afbeelding 3.7
Te verbinden watergang (Bron: Initiatiefnemer)
Voor het hele plangebied is in de bouwregels ervoor gekozen het vergunningvrij bouwen van bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde in de vorm van erf en perceelscheidingen op grond van artikel 2 lid 3 en lid 12 van Bijlage 2 Besluit omgevingsrecht uit te sluiten. De reden hiervoor ligt in het gekozen ruimtelijk concept, die uitgaat van eenzelfde bebouwingsoppervlakte als momenteel, om zo de ruimtelijke kwaliteit van het erf en het gewenste ontwerp (verdeling gebouwen en functies op gronden) zo goed mogelijk tot zijn recht te laten komen. Duurzaamheid Duurzaamheid is een zeer belangrijk aspect in het plan. Er wordt er naar gestreefd zoveel mogelijk zelfvoorzienend te zijn in zowel voedselproductie als energie. Er wordt gestreefd naar nul-op-de-meter voor zowel gebouwsgebonden en gebruiksenergie. Of dit lukt is van meerdere factoren afhankelijk. Dit wordt in een later stadium uitgewerkt. Wel wordt alles in ieder geval gasloos gerealiseerd, wat betekent dat de huidige gasaansluitingen komen te vervallen.
3.2
Landschappelijke inpassing
Voor het geheel is door BJZ.nu een erfinrichtingsplan opgesteld. Hierna wordt samengevat op het plan ingegaan. Het gehele plan is als bijlage 1 opgenomen. In afbeelding 3.8 is een uitsnede opgenomen. Vervolgens wordt op het plan ingegaan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld
Afbeelding 3.8
Uitsnede ruimtelijk kwaliteitsplan (Bron: BJZ.nu)
Algemeen Het plangebied ligt in het karakteristieke bebouwingslint van Schalkwijk, met daarachter het open slagenlandschap. Het bebouwingslint bestaat overwegend uit (woon)boerderijen welke haaks zijn gepositioneerd op de verkavelingsrichting. De bebouwing is vaak opgetrokken uit baksteen en voorzien van een pannendak, rood en zwart. Ook komen rieten daken voor. De voortuinen zijn veelal voorzien van een haag als afscherming van de weg. Wegen en perceelsgrenzen zijn dikwijls voorzien van begeleidende beplanting. Daarnaast komen in de omgeving verschillende boomgaarden voor aan de achterzijde van de bebouwing. Het gaat zowel om grootschalige boomgaarden voor commercieel gebruik, als om kleinschalige boomgaarden voor persoonlijk gebruik. In het erfinrichtingsplan is gezocht naar landschappelijke aanknopingspunten uit het gemeentelijke beleid in combinatie met de uitgangspunten van de initiatiefnemer. Kenmerken erfinrichtingsplan •
Stedenbouwkundig
De voormalige bedrijfsgebouwen, bestaande uit oude kippenschuren, een varkensstal en een hooiberg, worden gesloopt. De bestaande monumentale woonboerderij en het naastgelegen bijgebouw blijven behouden. Dit versterkt de gewenste landelijke uitstraling die het erf na sloop van de voormalige bedrijfsbebouwing moet behouden. De woonboerderij is het hoofdgebouw door de situering op het erf en de stijlkenmerken. Bij de positionering van de bebouwing op het erf, bestaande uit een hooiberg, een twee-onder-een-kap woning en een stal, is rekening gehouden dat het erf compact moet blijven en daarmee de impact op de omgeving zo beperkt mogelijk is. Daarnaast is het belangrijk dat de nieuwe bebouwing een relatie met het bestaande erf krijgt. De nieuwe bebouwing staat in het verlengde van de bestaande woonboerderij en bijgebouw, met de nokrichting haaks op de perceelsgrens. Dit sluit aan bij het orthogonale patroon van het slagenlandschap. De nieuwe bebouwing zal qua verschijning en materialisatie onderdanig aan de bestaande
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld woonboerderij moeten zijn. De hoofdvorm dient eenvoudig en informeel te zijn en niet voorzien van meerdere kappen. Materialen die mooi verouderen passen in het landschap. •
Landschappelijk
In de huidige situatie is het voorerf van het plangebied reeds voorzien van hagen, wat passend is in de omgeving. Van belang is dat het voorerf voorzien blijft van inheemse hagen. Schuttingen, gaaswerken en hoge opgaande exoten moeten voorkomen worden. Op het voorerf is daarbij ruimte voor een siertuin. Daarnaast worden op het erf een moestuin en een kruidentuin aangelegd. Moestuinen komen dikwijls voor op boeren erven waardoor de uitstraling van het erf als een voormalig agrarisch erf wordt versterkt. Aan de achterzijde van het perceel ligt een doodlopende watergang. De doodlopende watergang zal worden verbonden met de westelijk en oostelijk gelegen watergang. Op deze manier wordt het watersysteem verbeterd. De sloten worden voorzien van natuurvriendelijke oevers met een flauw talud. Daarnaast wenst de initiatiefnemer een voedselbos te realiseren (zie bijlage 1 van het landschapsplan). Dit voedselbos is beoogd aan de achterzijde van de bebouwing. Zoals passend in de omgeving wordt de hoge opgaande beplanting voornamelijk aan de achterzijde van de bebouwing en evenwijdig langs de sloot gerealiseerd. Zodoende blijven doorzichten naar het achterliggende slagenlandschap bestaan en worden kavelgrenzen benadrukt. Het voedselbos levert daarnaast een grote bijdrage aan de biodiversiteit van de omgeving.
Door de grote verscheidenheid aan successiefasen komen er andere soorten voor dan in naastgelegen gebieden. Het bos biedt dan ook ruimte voor vele organismen, van klein tot groot. Te midden van het voedselbos wordt een poel aangelegd. De oevers van deze poel moeten daarbij een flauw talud krijgen van 1:5 tot 1:10 waardoor spontaan oevervegetatie kan ontwikkelen. Om het proces te versnellen kan daarbij gekozen worden de oevers in te zaaien. Om te voorkomen dat de natuurvriendelijk aangelegde oever overwoekerd wordt door ongewenste soorten, kan inzaai van een te plaatse thuishorend zaadmengsel plaatsvinden. Een bloemrijk kruidenmengsel van bijvoorbeeld zeggesoorten kan een aantrekkelijk alternatief bieden voor de inplant van riet. Ook een combinatie van inplant van riet en/of zeggen en het inzaaien van natuurzaden is mogelijk. Aan de oostzijde van het plangebied is een hoogstamboomgaard beoogd. Zoals eerder aangegeven zijn boomgaarden naast de boerderij kenmerkend voor het gebied. In het verleden was ter plaatse ook lange tijd een boomgaard aanwezig. Door hoogstam fruitbomen aan te planten blijven daarnaast doorzichten naar het achterland bestaan. De grond tussen de bomen blijft grasland en wordt gebruik voor het kleinschalig weiden van vee. Dit versterkt het agrarische beeld van de omgeving.
Van belang is dat voldoende parkeerruimte wordt gerealiseerd om te voorzien in de nieuwe parkeerbehoefte van zowel bewoners als gasten/recreanten. In totaal worden hiertoe minimaal 11 parkeerplaatsen gerealiseerd. Het parkeerterrein wordt op het achtererf, aan de westzijde van het plangebied gerealiseerd. Het terrein wordt voorzien van halfverharding, om zodoende een onevenredige toename van verharding te voorkomen. Het parkeerterrein is bereikbaar vanaf een te realiseren in- en uitrit. Het is uit het oogpunt van de verkeersveiligheid op het erf niet wenselijk om het verkeer over het huidige pad op het erf te laten gaan. Een tweede in-/uitrit komt bij (voormalige) agrarische erven in de omgeving dikwijls voor en wordt dan ook passend geacht. De huidige in- /uitrit van het erf zal gaan functioneren als route voor wandel- en fietsverkeer. Om een onevenredige toename van verharding te voorkomen en het pad een ondergeschikte uitstraling te geven, wordt halfverharding toegepast
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld
3.3
Verkeer en parkeren
3.3.1
Algemeen
Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren’ (publicatie 381, december 2018) van het CROW kan de verkeersgeneratie van de ontwikkeling berekend worden. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. Veelal wordt bij nieuwe ontwikkelingen het gemiddelde gehanteerd. De gemeente Houten heeft een eigen parkeernota, de ‘Nota Parkeernormen Houten’. In deze nota zijn normen en voorwaarden aan parkeervoorzieningen opgenomen. Voor het projectgebied gelden op basis van de parkeernota de volgende uitgangspunten: • • • 3.3.2
Verstedelijkingsgraad: niet stedelijk; Stedelijke zone: kleine kernen en buitengebied; Functie: qua functie wordt voor de woningen uitgegaan van de functie: ‘woning groot’. Situatie plangebied
3.3.2.1 Parkeren Het plan voorziet in de realisatie van vier nieuwe wooneenheden, waarbij er in zijn totaliteit sprake is van vijf woningen op het perceel. Op basis van voorgaande gegevens bestaat er voor de woningen de volgende parkeerbehoefte: •
Woning groot: 5*2,2 = 11 parkeerplaatsen
Naast deze 11 parkeerplaatsen zijn er ook parkeerplaatsen nodig voor de overige functies, te weten de bed & breakfast, de houtwerkplaats en de workshopruimtes. Voor deze functies zijn in de CROW geen kencijfers gegeven. In dit geval gaat het echter om relatief kleinschalige functies. De bed & breakfast richt zich op respijtzorg voor mindervaliden. De gasten beschikken veelal niet over een eigen auto, waardoor er voor deze functie, met uitzondering van het halen en brengen van de zorgbehoevende recreanten, geen parkeerbehoefte wordt verwacht. De bed & breakfast kan op basis van de CROW het beste vergeleken worden met de functie ‘2* hotel. Hiervoor geldt een parkeerbehoefte van 6,25 parkeerplaatsen per 10 kamers. In dit geval maakt dit een parkeerbehoefte van afgerond één parkeerplaats. Totaal komt dit op een parkeerbehoefte van 12 parkeerplaatsen. In het kader van dubbelgebruik is te verwachten dat het parkeren ten behoeve van de bed & breakfast en de woningen in dezelfde periode zal vallen. In totaal zijn er daarmee 12 parkeerplaatsen benodigd voor de woningen en bed & breakfast. De andere functies, betreffende de ruimten voor workshops in de schuur en de hooiberg zullen wel een zelfstandige parkeerbehoefte met zich meebrengen. Verwacht wordt dat dit op het parkeerterrein opgevangen kan worden.
Allereerst wordt dit verwacht, omdat de theoretische parkeerbehoefte van 12 parkeerplaatsen voor de woningen naar alle waarschijnlijkheid niet nodig zal zijn. Niet alle bewoners beschikken over een eigen auto. Daarnaast gaat het om kleinschalige functies, waarbij de gasten eventueel gezamenlijk in auto’s naar de locatie zullen komen. Ook zal gezien het lokale karakter een deel van de gasten met de fiets naar de locatie komen. Om hierop te anticiperen zullen er voldoende fietsenrekken worden geplaatst. De parkeerbehoefte wil men opvangen op de 11 aan te leggen parkeerplaatsen. Mocht in de praktijk blijken dat dit niet haalbaar is, dan is er voldoende ruimte om het parkeerterrein te vergroten of elders op het erf te parkeren. Het erf is hiervoor van voldoende omvang. Concrete locatie waar op het erf hier overloop mogelijkheid voor is, dat is naast de in- en uitrit tussen de gebouwen (woning, schuur, hooiberg en nieuwe woning). De stroken langs deze in- en uitrit wordt in de BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld huidige situatie immers reeds gebruikt als parkeerruimte voor de huidige functies. Gezien de ontsluitingsfunctie door de nieuwe in- en uitrit grotendeels zal komen vervallen is er in de nieuwe situatie zelfs meer ruimte hiervoor. De stroken langs deze inrit zullen niet als parkeerterrein ingericht worden, maar als grasland, waardoor parkeren onveranderd mogelijk blijft. Tot slot zullen de nodige fietsparkeerplaatsen worden geplaatst om zo voor passanten ruimt te bieden om de fiets te kunnen parkeren. Geconcludeerd wordt dat er in voldoende mate zal worden voorzien in de benodigde parkeerbehoefte. 3.3.2.2 Verkeersgeneratie Voor de verkeersgeneratie geldt ook dat de CROW geen exacte cijfers noemt ten aanzien van de genoemde functies. Het gaat in dit geval om allemaal kleinschalige functies en vier nieuwe woningen. Verwacht wordt dat ten aanzien van de recreatieve functie (rustpunt) een groot deel van de bezoekers per fiets zal komen. Ten aanzien van de woningen geldt dat voor een vrijstaande woning een verkeersgeneratie van 8,2 verkeersbewegingen per weekdagetmaal geldt. Voor twee-onder-één kapwoningen geldt een verkeersgeneratie van 7,8 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. In dit geval gaat om vier twee-onder-één kap woningen en één woning in een schuur, die het beste vergeleken kan worden met een vrijstaande woning.
In zijn totaliteit maakt dit (4*7,8) = 31,2 + 8,2 = 39,4 verkeersbewegingen als gevolg van de woningen. Daarnaast zullen de functies zoals een bed & breakfast en workshopruimte ook een zekere verkeersgeneratie met zich meebrengen. Voor deze functies biedt het CROW geen concrete cijfers. Het gaat echter om kleinschalige functies, waarbij de gasten veelal gezamenlijk in auto’s naar de locatie zullen komen. Uitgaande van gemiddeld drie personen per auto, wordt bij een aanwezigheid van 10 mensen voor een workshops een aantal van 4 auto’s verwacht. Dit zal zorgen voor 8 verkeersbewegingen. De bed & breakfast kan op basis van de CROW het beste vergeleken worden met de functie ‘2* hotel. Hiervoor geldt een verkeersgeneratie van 15,9 verkeersbewegingen per 10 kamers. Voor één kamer bedraagt dit dus 1,59 verkeersbewegingen. In totaal maakt dit dat een verkeersgeneratie van 39,4 + 8 + 1,59 = 49 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Opgemerkt wordt dat de feitelijke toename van verkeersgeneratie lager zal liggen, aangezien de verkeersbewegingen die te relateren zijn aan de agrarische bedrijfsfunctie zullen komen te vervallen. Op basis van het akoestisch onderzoek blijkt dat de capaciteit van de Overeind maximaal 500 motorvoertuigen heeft.
De toename van maximaal 49 verkeersbewegingen, waarbij het zware verkeer zal afnemen, vanwege het vervallen van de agrarische bedrijfsfunctie, is dan ook nauwelijks merkbaar. De Provincialeweg heeft een verkeerscapaciteit van ruim 4.000 motorvoertuigen per weekdagetmaal. Ook op deze weg zal de toename niet merkbaar zijn. Verwacht wordt dat het Overeind en omliggende wegen van voldoende omvang zijn om de relatief beperkte toename aan verkeersgeneratie als gevolg van dit plan op een eenvoudige wijze te kunnen afwikkelen. 3.3.3
Conclusie
Op basis van het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er vanuit verkeer en parkeren geen belemmeringen zijn voor de voorgenomen ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld
HOOFDSTUK 4
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
4.1.2.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.2.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld 4.1.2.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.
2.
3.
Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties
4.1.2.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Ten tijde van de SVIR (Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, voorloper NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.2
Toetsing van initiatief aan uitgangspunten in het rijksbeleid
De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de structuurvisie. Wat betreft de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’ (3.1.6 Bro). Voor het realiseren van woningen is ondermeer de uitspraak ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921 van belang. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van respectievelijk 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In een andere uitspraak (ABRvS 20 april 2016; ECLI:NL: RVS:2016:1075) is aangegeven dat, wanneer er enkel sprake is van een planologische functiewijziging, er in beginsel geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, tenzij de functiewijziging van zodanige aard en omvang betreft). In dit geval gaat het om de realisatie van een breed project (zogenaamd ‘ecodorp’), met onder andere ruimte voor woningbouw, kleinschalige recreatie, ambachtelijke bedrijvigheid, educatie en agrarische functies. In de planbeschrijving is uitvoerig ingegaan op het concept van een ecodorp. Er is geen sprake van een extra
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
Bestemmingsplan “Overeind 22, Schalkwijk” Vastgesteld ruimtebeslag, want de maximale bebouwingsmogelijkheden nemen ten opzichte van de huidige mogelijkheden niet toe. Er is daarom in beginsel geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Dit neemt niet weg dat, ook wanneer de ladder niet van toepassing is, er wel gemotiveerd moet worden dat de ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en uitvoerbaar is. Daarom wordt onderstaand op de behoefte aan de ontwikkeling ingegaan. Beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling De gronden waar de woningen en andere functies gerealiseerd worden, maken geen deel uit van het bestaand stedelijk gebied. In de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (zie ook paragraaf 4.2.1) is een uitbreiding van 250 woningen verspreid liggend buiten de rode contour voorzien in de gebiedsontwikkeling ‘Eiland van Schalkwijk’. Voorgenomen ontwikkeling maakt onderdeel uit van deze gebiedsontwikkeling. Eén van de pijlers voor het Eiland van Schalkwijk is als volgt: ‘Alle inspanning op het Eiland is gericht op behoud en ontwikkeling van het landschap en het versterken van de economische basis daarvan. Net zo belangrijk is het vergroten van de leefbaarheid voor bewoners en het aantrekkelijker maken voor bezoekers’. Door onderhavig project wordt hier aan bijgedragen.
Aan een voormalig agrarisch erf worden verscheidene nieuwe functies gegeven, die bijdragen aan het versterken van de duurzame economische basis. Het landschap wordt versterkt door het erf op een adequate wijze zowel landschappelijk als functioneel in te richten. Tevens wordt door het concept van een ecodorp, waarbij uit wordt gegaan van het telen en gebruiken van ter plaatse gerealiseerde producten en waarbij duurzame energie een grote rol speelt, de biodiversiteit versterkt. Door het voedselbos wordt deze biodiversiteit versterkt. Een voedselbos is een door de mens ontworpen systeem, gericht op duurzame voedselproductie. De biodiversiteit van een natuurlijk bossysteem is enorm hoog. Zo ook de productiviteit: dat komt door de verschillende lagen die precies op elkaar afgestemd zijn. Anders dan in de landbouw wordt niet met een enkele laag -de akker- gewerkt maar ook met de lagen daarboven. De arbeid en input zijn op den duur nihil. En het allerbelangrijkste is dat een goed ontworpen voedselbos zichzelf in stand houdt, voedsel biedt en onderdak biedt aan ontelbare soorten organismen, groot en klein. Niet alle plantensoorten hoeven voor de mens eetbaar te zijn. Ook soorten die bijvoorbeeld bestuivende insecten of plaag bestrijdende vogels aantrekken krijgen er hun plek. In het landschapsplan wordt nader ingegaan op het voedselbos.
Hiermee wordt op grote wijze bijgedragen aan de behoefte om biodiversiteit te vergroten. In het erfinrichtingsplan wordt uitgebreid ingegaan op het concept ‘voedselbos’. Tot slot wordt in grote mate bijgedragen aan het vergroten van de leefbaarheid en het aantrekkelijk maken van het gebied voor bezoekers. Door de nieuwe functies wordt namelijk verval van landschapsontsierende gebouwen voorkomen. Met het recreatief rustpunt wordt bijgedragen aan het aantrekkelijker maken van het Eiland van Schalkwijk voor bezoekers. Binnen of buiten bestaand stedelijk gebied Gezien de definitie uit de Bro kan worden geconcludeerd dat het plangebied onderdeel uitmaakt van het buitengebied. Voorgaand is echter al aangegeven dat er buiten de rode contour ruimte is voor woningbouwontwikkeling. Het gaat hier om woningen voor een specifieke doelgroep, gericht op het leven in een ‘ecodorp’. De locatie (een voormalig agrarisch erf met omliggende gronden) leent zich hier perfect voor. Bovendien is er per saldo geen sprake van een toename aan bebouwingsmogelijkheden. Conclusie: Gezien het vorenstaande wordt gesteld dat voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. 4.1.3