Vragen en antwoorden technische vragen 31-10-2023
Tekst van het document
Waarom en op voor het dassenleefgebied. welke punten zouden wij het bestemmingsplan nu wel moeten 3. Op dit moment geldt voor genoemde 11 ha. de onherroepelijke bestemming Bedrijf, agrofood. aanpassen? Daar kan zich dus een agrofoodbedrijf vestigen. Destijds wilden de buurtbewoners dat liever niet. Nu 3) Als argument om bestemmingsplannen niet te kunnen wijzigen in komt er een glastuinbo0uwbedrijf dat precies past binnen de in 2012 vastgestelde structuurvisie bijvoorbeeld ‘natuur’ is dat binnen een korte termijn na vaststelling van klavertje 4 en ook past binnen het glastuinbouwgebied Californië. Het ligt in zijn geheel niet voor de een bestemmingsplan een bestemmingplan wijzigen als hand om de bestemming Bedrijf, agrofood te wijzigen in Natuur. Een wijziging van de bestemming onbetrouwbare overheid kan worden gezien. De voor de ontwikkeling Bedrijf, agrofood, zodanig, dat hier ook glastuinbouw is toegestaan ligt meer voor de hand. Verder van de kopende partij benodigde wijziging is toch ook een wijziging? hangt aan een wijziging van de bestemming Bedrijf, agrofood in de bestemming Natuur een fors Wat is hier het verschil? prijskaartje. Dit hebben wij bij de recente beantwoording van raadsvragen reeds aangegeven.
Bovenstaand zijn onze technische vragen. Wij hebben nog meer vragen maar die zijn politiek. Deze stellen wij tijdens de raadsavond zelf. 1) Worden de belangen van omwonenden meegenomen, inclusief bijvoorbeeld waardevermindering van hun woning? 2) Wie kunnen zij verantwoordelijk en/of aansprakelijk stellen als er inderdaad veel overlast komt door veelvuldig gebruik van het zandpad?
24. Gecombineerde vragen Er zijn een aantal brieven over dit onderwerp binnen gekomen omwonende mindmistery 1 een van de opmerkingen gaat over verkeersveiligheid hoe wordt deze mee genomen in het plan? 2 Hoe is het geregeld met de parkeerplaats dan wel parkeernormen voor een dergelijke uitbreiding en wie moet er voor zorgen?
1. De belangen van omwonende worden meegenomen bij de ontwikkeling. Er moet door de initiatiefnemer aangetoond worden dat er voor de omwonende sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Een eventuele waardevermindering van een woning als gevolg van ruimere planologische mogelijkheden kan gecompenseerd worden via planschade. Hiertoe zal een planschadeverhaalsovereenkomst gesloten worden met de initiatiefnemer.
Eric Beurskens
2. De gemeente is aan de voorkant verantwoordelijk om te toetsen dat er sprake is van goed woonen leefklimaat. Afspraken worden uiteindelijk vastgelegd in het omgevingsplan of de omgevingsvergunning, de exploitatievergunning en eventueel in een anterieure overeenkomst. Controle op het naleven van de afspraken is mogelijk vanuit toezicht en handhaving. 1. De verkeersveiligheid is een essentieel onderwerp bij het bepalen van de haalbaarheid van het Eric Beurskens plan. Het onderzoek hiernaar is nog niet afgerond. 2. Uitgangspunt bij de uitbreiding is dat het plan moet voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Indien dit niet op eigen terrein mogelijk is kunnen kan met de gemeente gekeken worden naar alternatieve mogelijkheden. Hierbij moet ook rekening gehouden worden met de parkeerbehoefte van andere functies in de omgeving. De haalbaarheid moet aangetoond worden met een door deskundigen uitgevoerd onderzoek. De resultaten van dit onderzoek zijn nog niet bekend.
Hart voor HadM
Technisch
Hart voor HadM
Technisch
CDA
Technisch
RIB 23 077 Nieuwe •Welke impact hebben we wijzigingen van de normen gevolgen op het 1. Bij het opstellen van de NRD is rekening gehouden met de komst van nieuwe normen, in de Thijs Kuipers Rijksnormen Windenergie: traject voor windenergie in Horst aan de Maas? verwachting dat deze een aanscherping zouden inhouden. Daarom verandert er niets •Klopt het fundamenteels, omdat we reeds hierop geanticipeerd hebben. We vinden het belangrijk dat we de odat er in afwijking van het eerste lid kan het omgevingsplan hogere meest actuele inzichten over de inpasbaarheid van windmolens -vervat in de nieuwe of lagere waarden kan bevatten? (ontwerp)normen- toepassen. oEen hogere waarde is niet hoger dan de grenswaarden 47 Lden en 41 Lnight. De gebieden Witveld, Hoogheide en Klaver 11 zijn door de raad als meest kansrijke gebieden oHet omgevingsplan alleen een lagere waarde kan bevatten als dat aangewezen. Dat verandert niet. Wel wordt de omvang van de gebieden waar windmolens geplaatst gelet op de cumulatie met het geluid van een andere windturbine of kunnen worden kleiner, omdat de theoretisch kleinst mogelijke afstand uit het rapport van Arcadis een ander windpark of als dat gelet op de bijzondere aard van het (350 meter tot geluidgevoelige objecten) vergroot wordt.
We schatten in dat de afstand tot gebied aangewezen is? geluidgevoelige objecten daardoor in plaats van minimaal 350 meter in de huidige situatie wordt vergroot naar globaal 500 meter (of meer) afstand tot een windmolen. Ook dan is het mogelijk om windmolens te realiseren in de genoemde gebieden. In het MER zal de afstand tot geluidgevoelige objecten worden onderzocht op basis van deze nieuwe (ontwerp)normen, en zullen de geluidscontouren, de slagschaduw- en risicocontouren en de andere milieueffecten in kaart worden gebracht. Al deze aspecten kunnen in detail invloed hebben op de inpassingsmogelijkheden.
2. Het is correct dat het omgevingsplan geen hogere waarde kan toelaten dan 47 Lden en 41 Lnight. Een uitzondering kan alleen bestaan bij zogenaamde molenaarswoningen, dat wil zeggen woningen die een “functionele binding” hebben. Dat vereist op zijn minst een overeenkomst met de eigenaar van deze woning en betrokkenheid bij de exploitatie van de windmolen. Het is correct dat een lagere waarde dan 45 Lden en 39 Lnight mogelijk is als dat gelet op de cumulatie met het geluid van een andere windturbine of een ander windpark of als dat gelet op de bijzondere aard van het gebied aangewezen is.
Ter toelichting: Het Rijk heeft bij deze nieuwe concept normen een afweging gemaakt tussen de landelijke opgave op het gebied van Klimaat en Energietransitie, versus de lokale inpasbaarheid en lokale milieueffecten. De afwijkingsmogelijkheden van de nieuwe normen zijn door het Rijk beperkt en gekoppeld aan een weging van bijvoorbeeld “zwaarwegende belangen” en “bijzondere omstandigheden”. In de komende jurisprudentie zal verder worden verduidelijkt wat de reikwijdte is van deze begrippen. In dit ontwerpbesluit staat het volgende opgenomen: Artikel 5.74 wordt als volgt gewijzigd: - In het eerste lid wordt ‘de standaardwaarde 47 Lden en 41 Lnight’ vervangen door ‘de standaardwaarden 45 Lden en 39 Lnight.’ - Het tweede lid, komt te luiden: 2. In afwijking van het eerste lid kan het omgevingsplan hogere of lagere waarden bevatten. Een hogere waarde is niet hoger dan de grenswaarden 47 Lden en 41 Lnight. Het omgevingsplan kan alleen een lagere waarde bevatten als dat gelet op de cumulatie met het geluid van een andere windturbine of een ander windpark of als dat gelet op de bijzondere aard van het gebied aangewezen is. In de tekst van het ontwerpbesluit is als bijzondere omstandigheid benoemd “de cumulatie met het geluid van een andere windturbine of een ander windpark, of als dat, gelet op de bijzondere aard van het gebied, aangewezen is”.
Deze omschrijving sluit aan bij de huidige jurisprudentie over het huidige Activiteitenbesluit, die is gebaseerd op de SMB-richtlijn. Het lijkt logisch dat die lijn in de jurisprudentie wordt doorgezet. In het huidige Activiteitenbesluit staat in artikel 3.14a in lid 3: In afwijking van het eerste lid kan het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift, in verband met bijzondere lokale omstandigheden, normen met een andere waarde vaststellen.
BVNL
Technisch
In de juridische literatuur wordt gewezen op de volgende mogelijke bijzondere lokale omstandigheden: Dit kan bijvoorbeeld worden toegepast in gevallen waarbij een inrichting ver van woningen, andere gevoelige gebouwen of gevoelige terreinen is gelegen en daardoor meer geluidsruimte heeft dan nodig. Het bevoegd gezag kan dan bepalen dat de grenswaarden in plaats van op de gevel van gevoelige objecten gelden op een punt dat dichter bij de inrichting is gelegen. Ook kan het bevoegd gezag met deze maatwerkbepaling objecten bescherming bieden die niet als geluidsgevoelig object zijn aangemerkt. Daarnaast kan de bepaling bijvoorbeeld worden gebruikt als de grenswaarden gelden op een onderdeel van een gevoelig object waar dit niet wenselijk is. Als bijvoorbeeld een woning is uitgebreid met een garage en de gevel van die garage geen dove gevel is, kan het bevoegd gezag bepalen dat de waarden niet gelden op de gevel van de garage maar op een ander deel van de woning, bijvoorbeeld een gevel waarachter een geluidsgevoelige ruimte is gelegen. Bron: https://www.infomil.nl/onderwerpen/geluid/regelgeving/activiteitenbesluit/beschermingsniveau0/maatwerk/ Bij bijzondere lokale omstandigheden: het derde lid van art. 3.14a biedt de mogelijkheid om normen met een andere waarde vast te stellen. Er is geen definitie gegeven van deze bijzondere lokale omstandigheden.
Maar uit de nota van toelichting blijkt dat de wetgever hier bijvoorbeeld wettelijk aangewezen stiltegebieden bedoelt. Een landelijke, stille omgeving is dus geen omstandigheid die aanleiding geeft tot het stellen van maatwerkvoorschriften voor een afwijkende norm ter plaatse van een geluidgevoelig object. De achtergrond daarbij is, zoals hiervoor ook is aangegeven, dat de normen zijn gebaseerd op een dosis-effectrelatie. Daarmee zijn ze onafhankelijk van het achtergrondgeluidniveau. Alleen in uitzonderlijke situaties bestaat er nog reden om een maatwerkvoorschrift te stellen. Bron: https://www.rvo.nl/onderwerpen/windenergie-opland/geluid/maatwerk RIB 23.073 Transformatieplan
Graag een heldere samenvatting van het relaas. We geloven in de kracht van onze inwoners en onze gemeenschappen en zien daar dagelijks het Wat wil men bereiken, wat is nu de top 3 van prioriteiten en hoe wordt bewijs van. We zijn overtuigd dat mensen het gezondst en gelukkigst blijven door actief bijdragen dat aangepakt? aan de samenleving, zich onderdeel voelen van de gemeenschap, zo lang mogelijk in de eigen omgeving kunnen wonen en elkaar daarbij helpen. Met het plan zetten we meer in op het versterken van die sociale basis en op preventie. Dat is in onze ogen de beste manier om te zorgen dat we passende zorg en ondersteuning kunnen blijven bieden voor de meeste kwetsbare inwoners. Daarvoor voeren we vele acties, pilots en projecten uit, groot en klein, die allemaal op hun eigen manier bijdragen aan deze doelen en die allemaal belangrijk zijn. Er is dus geen top 3 van prioriteiten. De projecten en acties nemen we op in de roadmap of routekaart die we steeds actualiseren en waarin we uw raad meenemen. Daarmee bieden we goed zicht op wat er allemaal gebeurt en hoe dat samenhangt.
Roy Bouten
Perspectief HadM Technisch
rib 23.074 fijnstof
1. Hoe krijgen we uiteindelijk zicht op de juiste luchtkwaliteit in onze gemeente en op bepaalde gewenste plaatsen (b.v. Drukkere wegen) in onze gemeente als niet bewust op bepaalde plaatsen wordt gemeten? 2. Wordt in de toekomst steeds op dezelfde plaatsen gemeten om de juiste vergelijking te krijgen?
Thijs Kuipers
VVD
1. Om inzicht te verkrijgen in de feitelijke luchtkwaliteit in onze gemeente, is het van belang om niet alleen op mogelijke overlastlocaties te meten, maar juist een dekkend beeld van de luchtkwaliteit te verkrijgen. Dat betekent uiteraard niet dat er niet op plaatsen waar (mogelijk) overlast is gemeten kan worden. Het doel van het meten op specifieke plaatsen is echter vaak om te bepalen of er daadwerkelijk sprake is van een overbelaste situatie, waarbij het doel van het project Grenzeloos Meten is om meer inzicht in de luchtkwaliteit in de drie gemeenten te krijgen. 2. Er zijn nog geen keuzes met betrekking tot vervolgprojecten. De sensoren blijven in totaal 3 jaar hangen, er wordt dus langer dan de looptijd van het project gemeten. Het project loopt officieel tot eind 2024.
Technisch
RIB 23.074 Fijnstofsensoren
5 Wat is nu het eigenlijke doel en wat moet er bereikt worden? 6 Behoud De Parel, die al langer met metingen bezig was, heeft afgehaakt bij dit plan. Wat was daarvan de reden en hebt u die redenen meegenomen in uw beslissing? 7 Wordt geur nu ook bemeten en zijn de fijnstof en geursensoren betrouwbaar? 8 Onze fijnstofmeter die binnen de gemeente heeft gestaan, heeft vaak op storing gestaan. Welke garantie hebben we nu dat de gegevens wel betrouwbaar zijn?
5. Het doel van het plaatsen van en meten met fijnstofsensoren is het opzetten van een regionaal Thijs Kuipers dekkend meetnetwerk, het experimenteren met het meten van fijnstof en handelingsperspectief krijgen voor inwoners, gebruikers en overheden in het gebied. Daarnaast worden de resultaten ook geanalyseerd en is het interessant om deze te vergelijken met de berekende luchtkwaliteit op basis van modellen. Het doel is in deze projectfase niet om enkel op knelpunt locaties te meten, maar juist om een eerste start te maken met een regionaal dekkend meetnetwerk dat verder kan worden uitgebreid. 6. Behoud de Parel besloot zelf om niet meer mee te doen aan het project. In overleg met de gemeente Horst aan de Maas heeft men besloten om niet meer mee te doen. In het algemeen had Behoud de Parel te weinig vertrouwen in de aanpak binnen het project. We vinden het jammer dat Behoud de Parel niet meer deelneemt. De waardevolle kennis die men tot dat moment inbracht gebruiken we in het project en bij evt besluitvorming.
9 Hoe is het aantal vereiste sensoren bepaald om te kunnen spreken van een regionaal dekkend meetsysteem? 10 Is een van de doelen van de Regiodeal het verbeteren van de gezondheid van de inwoners van de regio, bijvoorbeeld op het gebied van luchtkwaliteit. Klopt dat? Wordt het verbeteren van de gezondheid binnen 3 jaar bereikt?
7. In het project Grenzeloos Meten experimenteren we met vier geursensoren. Deze zijn geplaatst bij vier veehouderijen: twee in Venray, één in Horst aan de Maas en één in Peel en Maas. De geursensoren zijn experimenteel en de doelstelling voor dit onderdeel is om te onderzoeken of er met behulp van de geursensoren een betrouwbaar meetresultaat kan worden behaald. De meetresultaten van de fijnstofsensoren worden geanalyseerd, waarbij ook wordt onderzocht hoe betrouwbaar de sensoren zijn. 8. Het analyseren van de meetresultaten en het bepalen van de betrouwbaarheid van de sensoren, is onderdeel van het project. 9. Op dit moment is er nog geen sprake van een regionaal dekkend meetsysteem. Het doel van het project is om een start te maken met het opzetten van een regionaal dekkend meetnetwerk. Het aantal geplaatste sensoren is afhankelijk geweest van het beschikbare budget voor de sensoren 10. Ja, dat dat is één van de doelen. Het project Grenzeloos Meten zal niet direct bijdragen aan verbetering van de gezondheid. Met de resultaten van het project kan wel een handelingsperspectief worden geboden voor het verbeteren van de luchtkwaliteit.
Perspectief HadM Technisch
RIB 23.074 Fijnstofsensoren luchtkwaliteit
1 Wanneer is het regionaal dekkend netwerk klaar voor gebruik? 1. De sensoren zijn inmiddels allemaal geplaatst en de meetdata is te raadplegen via 2 Stel dat de gemeente besluit om extra sensoren aan te schaffen en samenmeten.rivm.nl (het betreft de sensoren met de OHN-codes en NBI_BV-codes). op plekken te plaatsen met verwacht meer fijnstof. Wat vindt men van Op de vraag wanneer er het regionaal dekkend meetnetwerk af is, kan nu nog geen antwoord de suggestie? worden gegeven. Op basis van de bevindingen in het huidige project, kunnen we bepalen of deze 3 Is het een optie dat direct na installatie fijnstof wordt gedetecteerd en sensoren geschikt zijn om een betrouwbaar regionaal netwerk op te zetten en evt uit te breiden. de meetresultaten direct digitaal beschikbaar worden gesteld? Indien de sensoren (voldoende) betrouwbaar zijn, kan het netwerk (organisch) worden uitgebreid. 4 Is een epifyten (korstmossen) meetnet een optie? Graag toelichting. Daarnaast dient bepaald te worden welke dekkingsgraad we willen nastreven. Dit gebeurt in een eventuele volgende fase binnen de regionale investeringsagenda voor de gezondste regio Noord Limburg en moet opnieuw als project worden opgezet. 2. Het is altijd mogelijk om (extra) sensoren aan te schaffen en op locaties te plaatsen waar overlast wordt ervaren of verwacht.
Dit kan een nuttige aanvulling op het project zijn en deze actie kan (ook) los van het project worden uitgevoerd. De RUD Zuid-Limburg en deelnemer aan het project, heeft vaker sensoren geplaatst op locaties in Limburg waar overlast wordt ervaren, om een beeld te krijgen van de feitelijke luchtkwaliteit. Bij de evaluatie van het project komt dit aan de orde en bekijken we een eventuele uitbreiding van het netwerk. Of dit vanuit het project zelf en dus de regio Noord Limburg gebeurt in een vervolg op het project of vanuit de gemeente Horst aan de Maas is nog niet duidelijk. 3. De meetresultaten van de fijnstofsensoren zijn al digitaal te raadplegen via samenmeten.rivm.nl (het betreft de sensoren met de OHN-codes en NBI_BV-codes). 4. Op verschillende plekken in Nederland wordt de groei van korstmossen gemonitord. De groei van korstmossen zegt iets over de algehele luchtkwaliteit, omdat zij enkel goed gedijen bij een goede luchtkwaliteit. Tot nu toe lijkt het vooral interessant voor stikstof. We hebben bij de RUD ZuidLimburg de vraag uitgezet of het inzetten van een korstmossen meetnet een optie is en waar het voor zou kunnen worden ingezet.
Thijs Kuipers
Perspectief HadM Technisch
rib 23.075 Vereer/eilig op weg
N.a.v deze rib hebben we toch nog aardig wat verduidelijkende en extra vragen. N.a.v. vraag 1: * geeft u aan dat het succes achter veilig op weg is, zelfredzaamheid van de buurt en de gemeente daardoor meer een faciliterende rol kan aannemen. Klopt deze samenvatting vanuit ons? * We vragen hier per dorp om twee succesverhalen kenbaar te maken. Waarom geeft u op dit verzoek geen antwoord? En bent u bereid ons deze gegevens alsnog te verstrekken? * Blijkt voor u dat de stijgende vraag aan aanvragen betekend dat de campagne succesvol is? N.a.v. vraag 2: Steekproeven wijzen uit dat tijdens campagnes de snelheid met 5 tot 10 km/u omlaag gaat. * Waar kunnen we de resultaten van de steekproeven lezen/controleren? We missen de inhoud hiervan zoals wordt er inmiddels overal 5 tot 10 kilometer rustiger gereden, gebeuren er minder verkeersongelukken of wat is in zijn algemeen hieruit op te maken? Dit wordt gemeten in gesprekken vooraf en evaluaties achteraf. * Waar kunnen we die memo’s/verslagen lezen m.b.t. gesprekken/evaluaties achteraf? * In Melderslo heb ik navraag gedaan met wie die gesprekken zijn gevoerd, niemand herkent zich hierin. Kunt u hierover meer vertellen? N.a.v. vraag 3: U geeft aan dat er enkele projecten uit onderzoek naar voren zijn gekomen en daarvoor heeft u € 380.000 subsidie ontvangen.
* Om welke projecten gaat het dan en welke bedrag staat gekoppeld aan welk project? In de komende jaren worden deze uitgevoerd. * wat bedoelt u precies met komende jaren, kunt u dit specifieker
Thijs Kuipers
VVD
Technisch
In de komende jaren worden deze uitgevoerd. * wat bedoelt u precies met komende jaren, kunt u dit specifieker maken? Het wifi teken in Sevenum wordt nu weggehaald omdat deze onduidelijkheid veroorzaakt.. * kunt u ons aangeven dit project heeft gekost om het te voorbereiden, aanbrengen en weer te laten verwijderen? N.a.v. vraag 4: U bent van mening dat er al grote stappen gezet zijn. * Kunt u hiervan enkele voorbeelden noemen? Heeft u in kaart wat hierin de laatste 5 jaren gedaan is? N.a.v. vraag 6: * op welk adviesbureau doelt u hierbij? N.a.v. vraag 7: Onlangs hebben we cijfers gekregen van het project Veilig op weg. Dat is een infographic die ons al eerder is toegekomen. Hier kunnen we niets mee. Vragen als: Hoeveel verkeersbewegingen reden vooraf te hard en na de actie minder hard? Wat zijn de reacties van buurtgenoten dan? Al dit soort gegevens moeten toch bekend zijn bij jullie. Waarom worden deze niet met ons gedeeld? Er komt een mobiliteitsplan in Q1 2024. Er zullen nu toch ook verkeersprojecten aangepakt worden gaan we vanuit. * Kunt u aangeven welke projecten prioriteit verdienen volgens u? Kijken we naar de Jaarrapportage 2022 van Trendsportal (zie bijlage) zien we pagina 2. Welke mijlpalen zijn er behaald. Per gemeente is een risico analyse en maatregelpakket opgesteld. Het Provinciaal strategische mobiliteitsplan is opgesteld.
Bent u bereid deze informatie met de raad te delen? Wij zien deze informatie graag tegenmoet. Op blz 3 van de bijlage schrijft u als verantwoordelijk wethouder in 5 zinnen uw zienswijze. Hierin wordt 5 maal het woord verduurzamen gebruikt. Is dat voor u het belangrijkste onderdeel als we over verkeer praten?
RIB 23.075 Verkeer en veilig op weg
1 Op de doorgaande binnenwegen wordt vaak veel en hard door auto’s gereden. Wat gaat het college ter plekke doen om de fietsvriendelijkheid te verbeteren?
Thijs Kuipers
Perspectief HadM Technisch
1 Schept de financiële bijdrage Horst aan de Maas geen problemen op 1. Er worden vooralsnog geen problemen verwacht op de korte en lange termijn. Wanneer er later in Thijs Kuipers de korte en lange termijn? het lopende jaar meer duidelijkheid is over de financiële consequenties van het PVA ODLN 2 Wie is verantwoordelijk binnen Horst aan de Maas voor het goed overweegt het AB RUD LN om hiervoor nog separaat een begrotingswijziging op te stellen en aan de functioneren RUD NL en hoe wordt dat gecommuniceerd met de gemeenteraden voor te leggen. raad? 2. Antwoord: Wethouder Thijs Kuipers is bestuurlijk verantwoordelijk en communiceert via de gebruikelijke kanalen (waaronder RIB’s) met de raad.
Perspectief HadM Technisch
2 Gedragsverandering in het verkeer vereist langdurig onderhoud en handhaving. Langdurig meten is noodzakelijk voor een goed resultaat. Dat buurten meer zelf in actie komen geeft niet aan dat de programma’s een succes zijn maar dat actie noodzakelijk is voor een veilige omgeving. Aangezien de programma’s aan geen van deze voorwaarden voldoen en er niet op langere termijn gemeten wordt, waarop baseert u dan het succes? 3 U geeft aan dat uit metingen blijkt dat de snelheid ca 5-10 km/uur lager is dan voor die tijd. a. Graag ontvangen we deze meetgegevens. b. Was er ruim nadat de actie afgelopen was nog steeds sprake van deze snelheidreductie? 4 Graag ontvangen we van u de genoemde risico analyse. 5 Bij vraag 4 wordt gevraagd of verkeer een ondergeschoven kindje is. Behalve de verwijzing naar de regionale risicoanalyse noemt u nergens verkeersveiligheid.Ons is verteld dat eigen verkeersmedewerkers niet betrokken zijn geweest bij de stationsomgeving voor zover het gaat om verkeersveiligheid. Zijn wij kwalitatief en kwantitatief voldoende uitgerust om het verkeer geen ondergeschoven kindje te laten zijn? Hoeveel beleidsmedewerkers hebben we voor het onderwerp verkeer? Het is alweer een reeks van jaren geleden dat er een goed en volledig overzicht was van de verkeersveiligheid over meerdere jaren.
Meten is het enige instrument dat daadwerkelijk inzicht geeft over de resultaten van het verleden en de ingezette instrumenten en duiding van oorzaken. 6 Graag zien we een meerjarig overzicht tegemoet en tevens de reeds beschikbare ongevalscijfers zoals nu al bekend.
RIB 23.076 Ontwerp begroting RUD
rib 23.077 Rijksnormen windenergie
1. Welke "gemotiveerde" of "bijzondere omstandigheden" kunnen worden aangevoerd om de geluidsnormen lager in te zetten dan de landelijke geluidsnormen? 2. In welk stadium of op welk moment kunnen wij als raad ervoor kiezen om lagere geluidsnormen te hanteren dan in de landelijke richtlijnen aangegeven? 3. Op basis van onderzoek ziet het rijk geen noodzaak om aparte normen voor laagfrequent geluid toe te passen. Op basis van welk onderzoek is men tot deze conclusie gekomen en is dit onderzoek binnen de gemeente Horst aan de Maas bekend? 4. Is de wethouder bereid om zelf een onderzoek in te stellen naar de effecten van laagfrequent geluid en hiervoor dan zelf ook normen op te nemen? Waarom wel of niet?
1. Welke "gemotiveerde" of "bijzondere omstandigheden" kunnen worden aangevoerd om de geluidsnormen lager in te zetten dan de landelijke geluidsnormen? Antwoord Het Ontwerpbesluit windturbines leefomgeving is gepubliceerd op 12 oktober 2023. Met dit besluit worden de bepalingen voor windturbines en windparken aangepast in het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving en het Omgevingsbesluit. Het Rijk heeft bij deze nieuwe concept normen een afweging gemaakt tussen de landelijke opgave op het gebied van Klimaat en Energietransitie, versus de lokale inpasbaarheid en lokale milieueffecten. De afwijkingsmogelijkheden van de nieuwe normen zijn door het Rijk beperkt, en gekoppeld aan een weging van bijvoorbeeld “zwaarwegende belangen” en “bijzondere omstandigheden”. In de komende jurisprudentie zal verder worden verduidelijkt wat de reikwijdte is van de begrippen.
In dit ontwerpbesluit staat het volgende opgenomen: Artikel 5.74 wordt als volgt gewijzigd: 5. In hoevere staat het de gemeente vrij om zelf af te wijken van deze - In het eerste lid wordt ‘de standaardwaarde 47 Lden en 41 Lnight’ vervangen door ‘de afstandsnormen aangaande geluid? Is de wethouder bereid om standaardwaarden 45 Lden en 39 Lnight.’ grotere afstandsnormen te hanteren? Waarom wel of niet? En in welk - Het tweede lid, komt te luiden: 2. In afwijking van het eerste lid kan het omgevingsplan hogere of stadium of op welk moment zouden wij als raad er zelf voor kunnen lagere waarden bevatten. Een hogere waarde is niet hoger dan de grenswaarden 47 Lden en 41 kiezen om grotere afstandsnormen te gebruiken? Lnight. Het omgevingsplan kan alleen een lagere waarde bevatten als dat gelet op de cumulatie met het geluid van een andere windturbine of een ander windpark of als dat gelet op de bijzondere aard 6. In hoeverre staat het de gemeente vrij om zelf af te wijken van van het gebied aangewezen is. slagschaduwnormen? In de tekst van het ontwerpbesluit is als bijzondere omstandigheid benoemd “de cumulatie met het 7. Is de wethouder bereid om strengere slagschaduwnormen te geluid van een andere windturbine of een ander windpark, of als dat, gelet op de bijzondere aard van hanteren? Waarom wel of niet? het gebied, aangewezen is”. 8.
Kunnen wij als raad zelf een ruimere afstand bepalen dan 12 maal de rotordiameter hanteren? Zo ja, in welk stadium of welk moment kan dit?
Thijs Kuipers
VVD
Technisch
9. Kan obstakelverlichting gezien worden als lichtvervuiling, en indien ongewenst, ook gezien worden als ruimtelijk argument? Waarom wel of niet?
Deze omschrijving sluit aan bij de huidige jurisprudentie over het huidige Activiteitenbesluit, die is gebaseerd op de SMB-richtlijn. Het lijkt logisch dat die lijn in de jurisprudentie wordt doorgezet. In het huidige Activiteitenbesluit staat in artikel 3.14a in lid 3: In afwijking van het eerste lid kan het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift, in verband met bijzondere lokale omstandigheden, normen met een andere waarde vaststellen.
10. Is de wethouder bereid de hoogte van de windmolens te beperkem tot maximaal 150 meter (of zelfs nog lager) zodat de In de juridische literatuur wordt gewezen op de volgende mogelijke bijzondere lokale nachtlichtvervuiling tot een minimum beperkt wordt of zelfs helemaal omstandigheden: wordt voorkomen? Waarom wel of niet? Dit kan bijvoorbeeld worden toegepast in gevallen waarbij een inrichting ver van woningen, andere gevoelige gebouwen of gevoelige terreinen is gelegen en daardoor meer geluidsruimte heeft dan 11. Zal de uitkomst van het windmolenplan gezien worden als een nodig. Het bevoegd gezag kan dan bepalen dat de grenswaarden in plaats van op de gevel van windmolenpark? gevoelige objecten gelden op een punt dat dichter bij de inrichting is gelegen. Ook kan het bevoegd gezag met deze maatwerkbepaling objecten bescherming bieden die niet als geluidsgevoelig object 12. Worden werknemers van de boomteeltsector die in het gebied zijn aangemerkt. Daarnaast kan de bepaling bijvoorbeeld worden gebruikt als de grenswaarden werken ook gezien als slagschaduwgevoelig en geluidsgevoelig gelden op een onderdeel van een gevoelig object waar dit niet wenselijk is.
Als bijvoorbeeld een object? Waarom wel of niet? Zo nee, is de wethouder bereid om de woning is uitgebreid met een garage en de gevel van die garage geen dove gevel is, kan het werknemers die werkzaam zijn in het gebied op te nemen als bevoegd gezag bepalen dat de waarden niet gelden op de gevel van de garage maar op een ander slagschaduw- en geluidsgevoelig in de onderzoeken? deel van de woning, bijvoorbeeld een gevel waarachter een geluidsgevoelige ruimte is gelegen. Bron: https://www.infomil.nl/onderwerpen/geluid/regelgeving/activiteitenbesluit/beschermingsniveau13. Kan de raad werknemers die werkzaam zijn in het 0/maatwerk/ windmolengebied opnemen als slagschaduw- en geluidsgevoelig object? Waarom wel of niet? En indien ja, in welk stadium of op welk Bij bijzondere lokale omstandigheden: het derde lid van art. 3.14a biedt de mogelijkheid om normen moment? met een andere waarde vast te stellen. Er is geen definitie gegeven van deze bijzondere lokale omstandigheden. Maar uit de nota van toelichting blijkt dat de wetgever hier bijvoorbeeld wettelijk 14. Wat zal de passeersnelheid zijn van de windmolens die in het aangewezen stiltegebieden bedoelt.
Een landelijke, stille omgeving is dus geen omstandigheid die onderzoek van Arcadis als voorbeeld meegenomen werden? aanleiding geeft tot het stellen van maatwerkvoorschriften voor een afwijkende norm ter plaatse van een geluidgevoelig object. De achtergrond daarbij is, zoals hiervoor ook is aangegeven, dat de normen zijn gebaseerd op een dosis-effectrelatie. Daarmee zijn ze onafhankelijk van het achtergrondgeluidniveau. Alleen in uitzonderlijke situaties bestaat er nog reden om een maatwerkvoorschrift te stellen. Bron: https://www.rvo.nl/onderwerpen/windenergie-opland/geluid/maatwerk
2. In welk stadium of op welk moment kunnen wij als raad ervoor kiezen om lagere geluidsnormen te hanteren dan in de landelijke richtlijnen aangegeven? Antwoord Dat kunt u op meerdere momenten, maar (wel) binnen de begrenzing (bijzondere omstandigheid) die in antwoord 1 is aangegeven. Hogere of lagere waarden moeten, gezien het motiveringsbeginsel, tenminste gebaseerd zijn op het Milieuonderzoek (MER). Het is daarom logisch dat u daarover een uitspraak doet bij het bespreken van het MER, bijvoorbeeld bij uw besluit in het najaar 2024 of bij uw besluit over de vergunningverlening in het voorjaar 2025.
3. Op basis van onderzoek ziet het rijk geen noodzaak om aparte normen voor laagfrequent geluid toe te passen. Op basis van welk onderzoek is men tot deze conclusie gekomen en is dit onderzoek binnen de gemeente Horst aan de Maas bekend? Antwoord Bij het ontwerpbesluit windturbines leefomgeving heeft het Rijk een akoestisch onderzoek toegevoegd van het bureau Peutz met de titel: “Onderzoek naar laagfrequent geluid ten gevolge van windturbines; Onderzoek in het kader van het planMER Windturbinebepalingen Leefomgeving”. Dit onderzoek is bekend en is te vinden, met alle andere bijlagen van het ontwerpbesluit via deze link: https://www.platformparticipatie.nl/windturbinesleefomgeving/ontwerpbesluit-windturbinesleefomgeving/documenten-ontwerpbesluit-windturbinesleefomgeving/default.aspx#folder=2566926
4. Is de wethouder bereid om zelf een onderzoek in te stellen naar de effecten van laagfrequent geluid en hiervoor dan zelf ook normen op te nemen? Waarom wel of niet? Antwoord In de MER zal worden beoordeeld of er een specifieke aanleiding bestaat voor een onderzoek naar laagfrequent geluid. Het Rijk ziet geen aanleiding om in de nieuwe geluidsnormen een aparte norm voor laagfrequent geluid op te nemen. Gezien de beperkte mogelijkheden om scherpere normen te stellen (zie ook antwoorden op vraag 1 en 3) lijkt het niet waarschijnlijk dat er ruimte is om lokaal aparte normen voor laagfrequent geluid op te nemen. De jurisprudentie moet uitwijzen of dit
5. In hoeverre staat het de gemeente vrij om zelf af te wijken van deze afstandsnormen aangaande geluid? Is de wethouder bereid om grotere afstandsnormen te hanteren? Waarom wel of niet? En in welk stadium of op welk moment zouden wij als raad er zelf voor kunnen kiezen om grotere afstandsnormen te gebruiken? Antwoord Zie de antwoorden op vraag 1 en 2 voor de mogelijkheden om zelf normen te hanteren en in welk stadium dit mogelijk is.
6. In hoeverre staat het de gemeente vrij om zelf af te wijken van slagschaduwnormen? Antwoord In het ontwerpbesluit staat in Artikel 4.430i (waarden voor slagschaduw): 1. Met het oog op het voorkomen of beperken van slagschaduw veroorzaakt een windpark niet meer dan zes uur per jaar en ten hoogste twintig minuten per dag slagschaduw in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw voor zover de afstand tussen de dichtstbijgelegen windturbine van het windpark en een slagschaduwgevoelig gebouw minder dan twaalfmaal de rotordiameter bedraagt. 2. Een windturbine van het windpark met een passeerfrequentie van alle draaiende rotorbladen tussen 2,5 tot 14 Hz veroorzaakt geen slagschaduw in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw. 3. Met het oog op het voorkomen of beperken van slagschaduw is elke windturbine van een windpark dat meer dan zes uur per jaar of meer dan twintig minuten per dag slagschaduw op een schaduwgevoelig gebouw kan veroorzaken voorzien van een automatische stilstandvoorziening die de windturbine onmiddellijk afschakelt wanneer meer slagschaduw optreedt dan volgens het eerste lid is toegestaan. 4. De slagschaduw die wordt veroorzaakt gedurende de tijd die noodzakelijk is voor het afschakelen van de windturbine, wordt niet meegerekend bij de norm die in het eerste lid is gesteld.
Over deze bepaling zal nog jurisprudentie moeten worden gevormd. Het is nu lastig te voorspellen
hoe die exact zal uitvallen. Wij lezen dit als een dwingendrechtelijke bepaling. Het lijkt ons niet waarschijnlijk dat afwijking hiervan mogelijk is (noch door gemeenteraad noch door college), maar het is ook niet geheel uit te sluiten dat de jurisprudentie wellicht later tot een ander oordeel komt.
7. Is de wethouder bereid om strengere slagschaduwnormen te hanteren? Waarom wel of niet? Antwoord Dit is waarschijnlijk niet mogelijk, gezien het dwingendrechtelijk karakter van de norm. Zie ook het antwoord op vraag 6.
8. Kunnen wij als raad zelf een ruimere afstand bepalen dan 12 maal de rotordiameter hanteren? Zo ja, in welk stadium of welk moment kan dit? Antwoord Dit is waarschijnlijk niet mogelijk, gezien het dwingendrechtelijk karakter van de norm. Zie ook het antwoord op vraag 6.
9. Kan obstakelverlichting gezien worden als lichtvervuiling, en indien ongewenst, ook gezien worden als ruimtelijk argument? Waarom wel of niet? Antwoord Ja, dat kan. Lichtverstoring zou een ruimtelijk effect kunnen betekenen. Toetssteen in de Omgevingswet is “een evenwichtige toedeling van functies”.
10. Is de wethouder bereid de hoogte van de windmolens te beperken tot maximaal 150 meter (of zelfs nog lager) zodat de nachtlichtvervuiling tot een minimum beperkt wordt of zelfs helemaal wordt voorkomen? Waarom wel of niet?
Antwoord We verwachten dat er in de nabije toekomst een regeling komt waarbij de verlichting van windmolens grotendeels zal uitstaan. Alleen als de nadering van een vliegtuig op lagere hoogte wordt gedetecteerd, zal de verlichting aan gaan. Dat zou betekenen dat de verlichting op de windmolens in Horst aan de Maas voornamelijk uit zal staan. In de nieuwe normen is nog niet voorzien in deze nieuwe regeling voor verlichting. Er wordt al wel op een aantal plaatsen mee geëxperimenteerd. Overigens is de hoogte van de molen niet bepalend voor de verlichting; in de huidige situatie worden ook de lagere molens verlicht.
11. Zal de uitkomst van het windmolenplan gezien worden als een windmolenpark? Antwoord Deze vraag is niet helemaal duidelijk voor ons. Bedoelt u dat het windmolenplan wordt gezien als een samenstel van meer dan 2 molens? Als dit zo wordt bedoeld, is er sprake van een windmolenpark, gezien de opgave uit KODE.
12. Worden werknemers van de boomteeltsector die in het gebied werken ook gezien als slagschaduwgevoelig en geluidsgevoelig object? Waarom wel of niet? Zo nee, is de wethouder bereid om de werknemers die werkzaam zijn in het gebied op te nemen als slagschaduw- en geluidsgevoelig in de onderzoeken? Antwoord In de wet worden werknemers zowel op het veld als in kantoren of fabrieken niet gezien als slagschaduw- en geluidgevoelige objecten. Het staat ons niet vrij om af te wijken van de wettelijke begrippen. Dit betekent niet dat er geen bescherming is. In de MER zullen de effecten op werknemers wel degelijk worden onderzocht.
13. Kan de raad werknemers die werkzaam zijn in het windmolengebied opnemen als slagschaduwen geluidsgevoelig object? Waarom wel of niet? En indien ja, in welk stadium of op
welk moment? Antwoord Het gaat hier om een wettelijk begrip en wettelijke regels. Daarom staat het ons niet vrij om af te wijken van de wettelijke begrippen. Maar het staat de raad vrij om zelf de ruimtelijke effecten te wegen en een oordeel over de inpasbaarheid daarop te baseren, uiteraard binnen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
14. Wat zal de passeersnelheid zijn van de windmolens die in het onderzoek van Arcadis als voorbeeld meegenomen werden? Antwoord We nemen aan dat u met passeersnelheid doelt op de frequentie van het intermitterende licht als gevolg van slagschaduw. In het onderzoek van Arcadis is niet gerekend met een passeersnelheid. In de literatuur wordt de volgende informatie gegeven over dit effect: Slagschaduw De passerende schaduw van draaiende wieken van een windturbine veroorzaakt op bepaalde plaatsen en onder bepaalde omstandigheden een hinderlijk schaduweffect of wisseling van lichtsterkte. Dit kan vooral hinderlijk zijn als de schaduw over ramen valt. De mate van hinder en daarmee samenhangende gezondheidsklachten wordt bepaald door onder meer: - de frequentie van het passeren (rotortoerental) - de blootstellingsduur - de intensiteit van de wisselingen in lichtsterkte De bestaande jurisprudentie van de Raad van State en het onderzoek daarvoor, geeft het volgende beeld: Slagschaduw beneden 2,5 Hz leidt niet tot verhoogde kans op epileptische aanvallen of andere gezondheidsklachten. .. Passeerfrequentie De passeerfrequentie is het aantal passeringen van de draaiende molenwieken per seconde. Uit onderzoek komt naar voren dat passeerfrequenties tussen 2,5 en 14 Hz over het algemeen hinder veroorzaken.
Bij grotere turbines is het toerental lager, zodat de passeerfrequenties meestal beneden 2,5 Hz liggen. Bron: https://www.infomil.nl/onderwerpen/integrale/uitspraak-raad-state/gevolgen-raad-stateuitspraak-windturbineparken/slagschaduwlichtschittering/#:~:text=Uit%20onderzoek%20komt%20naar%20voren,beneden%202%2C5%20Hz% 20liggen.
RIB 23.077 Rijksnormen windenergie
1 Kunnen er voorbeelden geschetst worden van: “zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijk belangen”? 2 Welk(e) effect(en) heeft dit op de uitkomsten zoals gesteld in het vooronderzoek van Arcadis? 3 Wat is de betekenis van de nieuwe normen op al bestaande windmolens (denk aan Greenport)?
Antwoord vraag 1 Thijs Kuipers Deze tekst is door de wetgever opgesteld. Er bestaat nog geen jurisprudentie waarmee we duidelijkheid hebben over wat onder deze belangen valt/kan vallen. Wel geeft de memorie van toelichting de volgende informatie hierover (pagina 51): Gekozen is voor een harde norm met een afwijkingsmogelijkheid vanwege zwaarwegende belangen. Er moet een afstand van ten minste twee keer de tiphoogte van de windturbine in acht worden genomen. De afwijkingsmogelijkheid wordt geboden in geval zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen (ZEZAM) rechtvaardigen dat een kortere afstand wordt aangehouden. Deze norm biedt beperkte mogelijkheid om af te wijken door het lokaal bevoegd gezag. Als zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen dit rechtvaardigen, is er mogelijkheid om af te wijken. Als het bevoegd gezag van deze afwijkingsmogelijkheid gebruik wil maken, vergt dat een indringende inhoudelijke afweging en goede motivering.
Om tot een goede afweging te komen of de voorgenomen afwijking van het algemene beschermingsniveau van de afstandsnorm gerechtvaardigd is, moet gekeken worden naar de legitimiteit van het voorgenomen besluit, de doelmatigheid en doeltreffendheid daarvan, de evenredigheid en proportionaliteit, de noodzakelijkheid en naar de aanwezigheid van voldoende maatschappelijk draagvlak. Deze norm biedt veel zekerheid voor omwonenden, en weinig mogelijkheden voor maatwerk voor het bevoegd gezag vanwege de gedegen motiveringsplicht. De verwachting is wel dat jurisprudentie dit begrip “zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen” verder zal vullen. Maar dit is niet op korte termijn.
Antwoord vraag 2 In het rapport van Arcadis is gerekend met de theoretisch meest minimale afstand tot geluidgevoelige objecten van 350 meter. Dit is gebaseerd op de geluidsnormen uit het Activiteitenbesluit. Door de nieuwe normen zullen grotere afstanden in acht moeten worden genomen tot geluidgevoelige objecten: tweemaal de tiphoogte en een 2 dB scherpere geluidsnorm. We schatten in dat de afstand tot geluidgevoelige objecten daardoor in plaats van minimaal 350 meter in de huidige situatie wordt vergroot naar globaal 500 meter (of meer) afstand tot de windmolen. In het MER zal de afstand tot geluidgevoelige objecten worden onderzocht op basis van deze nieuwe (ontwerp)normen.
Antwoord vraag 3 De reeds bestaande windmolens worden onder overgangsrecht (“eerbiedigende werking”) gebracht. Dat betekent dat ze in principe onder de huidige normen morgen blijven functioneren. Eventuele windmolens in Horst aan de Maas zullen altijd voldoen aan de nieuwe voorschriften en ontlenen geen rechten aan het overgangsrecht. Het overgangsrecht is complex door de verschillende momenten waarop nieuwe regelgeving (Omgevingswet, nieuwe normen) van kracht wordt.
Perspectief HadM Technisch
RIB 23.078 beantwoording 1 Gaat het college meewerken aan dit plan, indien er een aanvraag vragen Perspectief over komt? Graag toelichting. Californië 2 2 Waarom heeft dit bedrijf zoveel arbeidsmigranten nodig? 3 Wat is het niveau van het werk en hoe worden lokale werkzoekenden geïnspireerd om daar te werken? 4 Als het bedrijf zich daar gaat vestigen, moet er dan een natuurcompensatie verricht worden? Graag een toelichting. 5 Waaruit zal de eventuele natuurcompensatie bestaan? 6 Veel partijen en ook het College hebben meermaals aangegeven dat men behoud van de open ruimte, open gebieden, bescherming van milieu ed. belangrijk vindt. Is het College bereid om overeenkomstig het hoofdlijnenakkoord dit verlies aan open ruimte volledig te compenseren? Zo ja, hoe? 7 Waarom zijn de buurtbewoners wederom niet meegenomen in de planvorming en hoe gaat dat verder? 8 Is het college mee bekend dat er mogelijk een aftopping zal komen aan het tewerkstellen van arbeidsmigranten in Nederland? Hoe gaat het college daar mee om? 9 Het antwoord op de vragen 6 en 7 is onvoldoende. Graag een antwoord op onze vraag over zinvolle economische ontwikkeling.Wat doet men in zo’n geval met voortschrijdend inzicht? Zou het College vandaag eenzelfde voorstel doen?
Eric Beurskens
Perspectief HadM Politiek
Datum vergadering 2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00 2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-10-31 00:00:00
2023-11-14 00:00:00