RIB.24.042 VRLN
Tekst van het document
Binnen de afdeling wordt vanuit het plan ‘perspectief’ invulling gegeven aan groei en ontwikkeling van de individuele medewerkers en daarmee ook aan de afdeling in zijn geheel. Versterk zelfredzaamheid Indien incidenten plaatsvinden zijn hulpdiensten meestal later aanwezig. Dit betekent dat er altijd een beroep gedaan wordt op de zelfredzaamheid van inwoners van onze regio. Vanuit risicobeheersing werken we aan de versterking van zelfredzaamheid door gedragsbeïnvloeding. De Risk Factory, Keurmerk Veilig Ondernemen en branchegerichte projecten zoals ‘de zorg brandveilig’ zijn hier voorbeelden van. Deze aanpak blijven we continue versterken en op zoek naar nieuwe projecten en doelgroepen om de zelfredzaamheid van burgers te beïnvloeden. . Omgevingswet De omgevingswet is sinds 1 januari 2024 van kracht. Voor de brandweer betekent dit dat we nog meer aan de voorkant van het proces betrokken (willen) raken bij het adviseren van het bevoegd gezag. Dit vraagt om nog meer investeren in de relatie met de gemeenten en andere ketenpartners. Ook de ontwikkelingen rondom de Wet Kwaliteitsborging Bouw (WKB) worden nauwlettend gevolgd door de afdeling risicobeheersing, zodat de positie van de brandweer geborgd blijft om het huidige niveau van brandveiligheid te handhaven.
Begroting 2025 VRLN
17
28 maart 2024
Incidentbestrijding Met ruim 830 brandweermensen, beroepsmatig en overwegend vrijwilligers, beschikken wij over een unieke capaciteit om de samenleving brandveilig te maken en houden. Burgers vertrouwen erop dat de brandweer, verbonden met de gemeenschap, komt en helpt in geval van nood. Daartoe beschikken de gemeenten over een fijnmazig netwerk van brandweerposten. Posten bemenst met beroeps- en vrijwillig brandweerpersoneel dat als first responder en last resort in allerlei crisissituaties een helpende hand kan bieden. In het Beleidsplan 2024-2027 zijn voor de komende jaren de volgende lijnen voor Brandweerzorg vastgelegd. Dekkingsplan In het, volgens de nieuwe landelijke systematiek, opgestelde dekkingsplan is inzichtelijk gemaakt of er zwakke plekken zijn in de regionale brandweerzorg op de factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. In 2025 wordt verder onderzoek gedaan naar preventieve en repressieve maatregelen om zwakkere plekken in de dekking te compenseren. Vrijwilligheid De ruim 830 brandweermensen in onze regio staan samen voor een gegarandeerde brandweerzorg. Onze inwoners vertrouwen erop dat de brandweer komt helpen in geval van nood. Vanuit de brandweerkazernes verspreid over de regio, zorgen we voor snelle actie bij onder andere brand en ongevallen.
Om de paraatheid van deze kazernes te garanderen is het van belang om voldoende beroeps- en vrijwillig brandweerpersoneel aan te trekken, op te leiden en te behouden. Vrijwilligheid wordt anno nu, door veranderingen in de maatschappij, anders ingericht en ingevuld. Vrijwilligers blijven minder lang bij de brandweer, werken vaker verder weg van de kazerne, zijn minder beschikbaar en gaan met een andere mindset bij de brandweer dan de vorige generaties vrijwilligers. Daarnaast zal de wijziging in de Europese regeling voor deeltijdwerk effect hebben op de inzet van brandweer vrijwilligers. Wat deze wijziging exact gaat betekenen, naast een verschuiving van een resultaatsverplichting richting een inspanningsverplichting bij vrijwillige posten, zal komende jaren duidelijker worden. Deze ontwikkelingen zorgen voor de nodige uitdagingen in het voldoende paraat houden van onze kazernes. In 2025 richten we ons op het opstellen en uitvoeren van een aanpak voor het behouden en werven van voldoende vrijwilligers met input vanuit de diverse landelijke onderzoeken naar dit onderwerp. Gegarandeerde brandweerzorg Gegarandeerde brandweerzorg kunnen bieden aan onze inwoners is alleen mogelijk bij een voldoende parate repressieve organisatie. Het hebben van een grotendeels vrijwillige organisatie, betekent een toenemende uitdaging om de paraatheid op peil te houden.
De paraatheid wordt nauwkeurig in de gaten gehouden, zodat er passende maatregelen genomen kunnen worden om deze zo goed mogelijk te houden. De brandweer gaat verdere aanvullende maatregelen treffen om de paraatheid op peil te houden. De focus van deze maatregelen zal gericht zijn op het versterken van beroepsmatigheid, waar vrijwilligheid afneemt. Helaas ontstaan bij de beroepsmatige organisatie knelpunten in de paraatheid als gevolg van onder andere ruimer ouderschapsverlof en verloop van personeel. 2025 zal in het teken staan van het verbeteren van het flexibel repressief concept tijdens kantooruren en er worden stappen gezet in een proces om de 24 uursdienst meer toekomstbestendig te maken. Maatschappelijke ontwikkelingen De veranderingen in de maatschappij zorgen voor risico’s die snel veranderen. Dit vraagt om een hoge mate van flexibiliteit en veerkracht van onze brandweerorganisatie. Ontwikkelingen zoals de energietransitie en extreem weer als gevolg van klimaatverandering hebben een direct effect op ons werk in het voorkomen, beheersen en bestrijden van incidenten en vraagt om intensieve bijscholing. De ingezette ontwikkeling van de behapbare basis en specialistische teams wordt voortgezet.
Begroting 2025 VRLN
18
28 maart 2024
In dit kader worden in 2025 twee schuimblusvoertuigen annex waterwagens in gebruik genomen, voor extra slagkracht. De vele kanten van personeel Naast de uitdagingen die er voor de brandweerorganisatie liggen op het gebied van het behouden en werven van voldoende vrijwilligers, geldt dit ook voor het overige brandweerpersoneel. Door vergrijzing binnen onze eigen organisatie en krapte op de arbeidsmarkt wordt het een uitdaging om ons personeelsbestand op peil te houden. In de breedste zin is het belangrijk dat er een duurzaam personeelsbeleid wordt opgezet met het doel een aantrekkelijke werkgever te worden en te blijven. Belangrijke thema’s hierbij zijn het geestelijk en lichamelijk vitaal houden van repressief brandweerpersoneel, het voorkomen van PTSS (Posttraumatische stressstoornis) en sociale onveiligheid. Robuustheid en slagkracht Het vaker voorkomen van gelijktijdigheid van grote incidenten, zoals grote natuurbranden of overstromingen zorgt ervoor dat het hebben van een robuuste brandweerorganisatie steeds belangrijker wordt. Dit betekent dat de slagkracht in de regio op peil moet blijven. Binnen LimburgNoord zal steeds meer toegewerkt gaan worden naar een toekomstbestendige brandweer met voldoende capaciteit om naast kwalitatief hoogwaardige brandweerzorg op regionaal niveau te leveren, ook weerstand te kunnen bieden aan grootschalige en nieuwe incidenttypen.
Met het dekkingsplan 4.0 wordt inzicht gegeven in de slagkracht in de regio. Naast het versterken van slagkracht binnen de eigen regio, is uit de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) gebleken dat Nederland niet voldoende is voorbereid op rampen en crises van de toekomst. Deze rampen en crises zullen naar verwachting vaker langdurig druk uitoefenen op de bovenregionale en landelijke slagkracht. Het zal de komende beleidsperiode duidelijker worden wat de opzet van een landelijke brandweer voor Brandweer Limburg-Noord gaat betekenen. Huisvesting Komende beleidsperiode staat een aantal grote aanpassingen rondom huisvesting van de brandweer gepland. Een aantal kazernes zal van locatie veranderen of worden samengevoegd, andere kazernes krijgen nieuwbouw op de huidige locatie. Deze nieuwe kazernes worden gebouwd met aandacht voor een aangename werkomgeving en toekomstbestendigheid. Herziening Brandweeronderwijs We zien dat het landschap van de brandweer aan het veranderen is en dat vraagt ook een herziening van het onderwijs. De verwachting is dat deze ontwikkeling ons de komende jaren bezig gaat houden. Met name de transitie van het huidige onderwijsmodel naar een meer modulair systeem waarbij de belastbaarheid en de flexibiliteit centraal zullen staan. Het systeem zal ook op inhoud overeen moeten komen met de repressieve organisatie.
De mate waarin crisisbeheersing en brandweerzorg elkaar gaan beïnvloeden zal invloed hebben om de inrichting van het nieuwe onderwijsstelsel. In 2025 zullen we ook een besluit moeten nemen rondom de toekomstige locatie van het Regionaal Opleidingsinstituut. Huisvestingsontwikkelingen en een positief kritische blik op de huidige uitvoering zorgen ervoor dat we hier aandacht voor moeten hebben. De verwachting is dat meerdere onderdelen van VRLN hier mee te maken gaan krijgen. De mogelijkheid tot een gezamenlijke ambitie is daardoor aanwezig. Preparatie en Incidentbestrijding in balans De onderlinge relatie tussen de onderdelen preparatie en incidentbestrijding is evident, toch is het geen vanzelfsprekendheid dat de balans er is. Het jaarlijks blijven afstemmen van ambitie en uitvoering moet belangrijk blijven. Onder invloed van landelijk en regionale ontwikkelingen/belangen moet de uitvoerbaarheid getoetst worden. Niet alleen in het kader van duurzaam inzetbaar houden van
Begroting 2025 VRLN
19
28 maart 2024
ons personeel, maar ook vanwege de verantwoording van kosten. Een goede afweging maken bij het besluiten tot vervanging van materieel is al de gehanteerde werkwijze. Dit moeten we ook in 2025 vasthouden omdat we op deze manier zuiver en verantwoord de maatschappelijke middelen wegen. Kapitaallasten brandweer In het Algemeen Bestuur van december 2022 is toegekend dat het budget voor de kapitaallasten van de materiële voorzieningen van de brandweer de komende jaren stapsgewijs gaat toenemen. Het ingroeiscenario is als volgt: 2024 + € 1 per inwoner, 2025 + € 0,50 en 2026 + €0,50, wat betekent vanaf 2027 € 2 structureel. De uitzetting van het budget wordt via het verdeelmodel voor de kosten van de brandweerzorg over de gemeenten verdeeld. Via een stapsgewijze uitzetting van het budget voor de kapitaallasten wordt het financiële knelpunt weggenomen. Daarnaast geeft het ingroeimodel de budgettaire ruimte de egalisatiereserve in het perspectief van 2027 te verhogen. Uit deze reservering wordt dan de kostenstijging uit technologische innovatie opgevangen. Naast vervanging vindt kwaliteitsverbetering plaats, vanzelfsprekend passend bij doelmatige brandweerzorg tegen aanvaardbare kosten.
2.2.2
Waar sturen we op?
Het programma Brandweerzorg bestaat uit drie onderdelen: • Risicobeheersing; • Incidentbestrijding; • Preparatie. Risicobeheersing Ruimtelijke veiligheid We sturen op vroege betrokkenheid in het proces van intake- en omgevingstafel bij gemeenten zodat we snelle, adequate en kwalitatief hoogwaardige adviezen over maatregelen, voorzieningen en voorschriften kunnen geven. Op deze manier willen we omgevingsrisico’s beperken en beheersen. Indicatoren • 90-100 adviesaanvragen ruimtelijke veiligheid
Industriële veiligheid Snelle, adequate en kwalitatief hoogwaardige adviezen over maatregelen, voorzieningen en voorschriften om industriële risico’s te beperken en te beheersen. Indicatoren • 10-20 aanvragen milieuvergunning • 10 inspecties bij Seveso inrichtingen met een hoge drempelinrichting • 2 inspecties bij Seveso inrichtingen met een lage drempelinrichting • 2 maal doorlopen van beoordelingsprocedure in kader van artikel 31 Wvr (bedrijfsbrandweer)
Begroting 2025 VRLN
20
28 maart 2024
Bouwveiligheid Snelle, adequate en kwalitatief hoogwaardige adviezen over maatregelen, voorzieningen en voorschriften over brandveiligheidsaspecten in het kader van bouwvergunningtrajecten. Indicatoren • 900 adviesrapporten • 20 controles Gebruiksveiligheid Snelle, adequate en kwalitatief hoogwaardige adviezen over maatregelen, voorzieningen en voorschriften bij het gebruik van bouwwerken en bij evenementen. Indicatoren • 1.200 gebruikscontroles • 300 adviezen brandveilig gebruik • 300 adviezen evenementenadvisering Incidentbestrijding Een parate brandweerorganisatie die adequaat en voldoende snel reageert op de gemiddeld 4.000 meldingen per jaar (waarvan 2.500 prio 1 en 1.500 prio 2). Indicatoren Minimaal 80% van de opkomsttijd van prio1 meldingen is voldoende tot goed voor alle buurten (zie dekkingsplan) Centrumposten 100% van de tijd paraat, alle robuuste posten minimaal 90% van de tijd paraat.
Preparatie Een goed geoefende, voorbereide en toegeruste brandweerorganisatie, conform landelijk vastgestelde standaarden. Jaarlijks zijn er leergangen voor gemiddeld 200 medewerkers en vrijwilligers, met als hoofdmoot de leergangen manschap, chauffeur, pompbediener en bevelvoerder. Jaarlijks zijn er 20 tot 40 reguliere oefenmomenten voor elke brandweermedewerker (vrijwilligers en beroeps). Indicatoren • Alle ruim 850 operationeel inzetbare medewerkers voldoen aan de landelijke branche-standaard voor vakbekwaamheid. • Actuele planvorming, objectinformatie, procedures, inzetvoorstellen en dekkingsplan. • De kazernes voldoen aan onderhoudsniveau 3 van de NEN2767-norm. • Al het materieel voldoet aan de daarvoor geldende kwaliteitsstandaard en/of keurmerk en wordt periodiek gekeurd.
Begroting 2025 VRLN
21
28 maart 2024
2.2.3
Wat kost het?
De lasten van het programma Brandweerzorg bedragen € 38,6 miljoen (exclusief toerekening overhead). Dat is € 72 per inwoner. De gemeenten dekken met hun bijdragen € 32,1 miljoen van de programmalasten. Dat is € 60 per inwoner. Tabel programma Brandweerzorg
(bedragen in duizenden euro's) Begroting 2025
Lasten
38.601
Baten
38.601
Algemene dekkingsmiddelen
0
Onvoorzien
0
Geraam d saldo van baten en lasten
0
Stortingen in reserves
0
Ontrekkingen van reserves Geraam d resultaat
0
Begroting 2025 VRLN
0
22
28 maart 2024
2.3
Programma Crisisbeheersing
Deze beleidsperiode (2024-2027) versterken we crisisbeheersing naar een flexibele en robuuste organisatie die in de koude en lauwe fase in leiding, coördinatie en informatiemanagement voorziet en komt met handelingsperspectieven voor inwoners, betrokkenen en (keten)partners. Daarnaast is er een geborgde crisisorganisatie voor de warme fase. Thema’s die extra aandacht verdienen zijn de interne continuïteit, relatie met de inwoners en het adaptieve vermogen van de crisisorganisatie. Ook onze informatiepositie zal verder uitgebouwd worden. De versterking crisisbeheersing wordt gefinancierd vanuit structurele BDuR-bijdrage (Brede Doeluitkering Rampenbestrijding) van het Rijk. De landelijke doelen voor de versterking crisisbeheersing zijn vastgelegd in de Landelijke Agenda Crisisbeheersing (LACb).
2.3.1
Wat willen we bereiken?
Om invulling te kunnen geven aan de opgaven en uitdagingen vanuit zowel de LACb alsook ons beleidsplan zijn we in 2023 gestart met een intensieve samenwerking tussen de drie kolommen binnen crisisbeheersing (Crisisbeheersing, GHOR en Bevolkingszorg). Hierbij wordt gewerkt vanuit domeinbrede processen waar alle reguliere werkzaamheden, projecten en pijlers uit de visie crisisbeheersing (crisisbeheersing en de burger; crisisbeheersing en informatie; grenzeloze crisisbeheersing) zijn ondergebracht. In 2023 is een ontwerp gemaakt hoe we aan de versterking gaan werken en een start gemaakt met het leggen van het fundament in het domein crisisbeheersing. In 2024 wordt dit fundament verfijnd. De jaren 2025, 2026 en 2027 staan in het teken staan van het uitwerken van de ontwikkelingen zodat we eind 2027 kunnen vaststellen dat we de versterkingsopgaven gerealiseerd hebben. Het programma crisisbeheersing is onderverdeeld in vier processen, te weten: informatievoorziening, risicoanalyse en -advisering, organiseren en uitvoeren en kaderstelling en verbinding.
Informatievoorziening Het proces informatievoorziening onderhoudt een informatienetwerk dat bestaat uit diverse (interne) organisatieonderdelen en externe partners/organisaties en zorgt ervoor dat de juiste personen op het juiste moment over de juiste veiligheidsinformatie beschikken met als doel een 24/7 actueel beeld van kwetsbaarheden, risico’s en dreigingen. Tijdens de koude en lauwe fase wordt primair geleverd aan de processen binnen crisisbeheersing en de relevante veiligheids- en ketenpartners. Tijdens de warme fase levert het proces deze diensten middels de IM-piketorganisatie die de regie voert op de informatie en het gezamenlijk beeld in de verschillende crisisteams (CoPI, ROT en/of GBT/RBT). Centraal binnen het proces informatievoorziening staat het VIK (Veiligheids Informatie Knooppunt). In het VIK komt informatie over alle aspecten van de veiligheidsregio samen, zowel van risicobeheersing als crisisbeheersing en (aspecten van) bedrijfsvoering. In 2025 willen we de informatiepositie verder versterken intern en door een goede verbinding met het Knooppunt Coördinatie Regio’s-Rijk (KCR2) en de capaciteit voor langdurige inzet borgen. Risicoanalyse en advies Sterke operationele paraatheid en slagkracht wordt verbeterd door inzicht in regionale en lokale risico’s.
Er wordt een eenduidig proces ontwikkeld voor risico-inventarisatie en risicoanalyse op operationeel, tactisch en strategisch niveau. Het veiligheidsbeeld, het dynamisch (zorg)risicoprofiel en het provinciaal risicoprofiel zijn de belangrijkste producten in 2025 om risico’s in een continu veranderende omgeving te kunnen blijven inventariseren en beoordelen op de verschillende niveaus.
Begroting 2025 VRLN
23
28 maart 2024
Vanuit het proces Risicoanalyse en advies adviseren we samen met de Risicobeheersing vanuit Brandweerzorg op thematische risico’s en op ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving die van impact kunnen zijn op crisisbeheersing en rampenbestrijding. Daarnaast dragen we samen met onze partners zorg voor multidisciplinaire advisering bij B- en C-evenementen op gezondheidsrisico's, fysieke risico’s en crisisbeheersing en rampenbestrijding. Als veiligheidsregio hebben we de ambitie om de relatie met onze inwoners te versterken, Dit is tevens één van de pijlers vanuit de visie crisisbeheersing (crisisbeheersing en de burger). Het verbeteren van de kennis en bekendheid van risico’s en veiligheid bij inwoners heeft hierbij prioriteit. Met de inzet van risico- en crisiscommunicatie wordt de weerbaarheid en het zelfredzame gedrag van inwoners gestimuleerd. Hierdoor worden negatieve gevolgen van een ramp of crisis geminimaliseerd, zijn burgers beter in staat de impact van een ramp of crisis te beperken. Een andere ambitie is het beter gebruik maken van burgerinitiatieven en het betrekken van groepen inwoners bij taken van de veiligheidsregio. In 2025 zal het implementeren van de ‘NATO resilience objectives’ hierbij het hoofdthema zijn. Organiseren en uitvoeren Het is van groot belang dat functionarissen met een rol in de crisisbeheersing goed voorbereid hun taken kunnen uitvoeren.
Om deze specifieke doelgroep optimaal te ondersteunen worden plannen en protocollen ontwikkeld, trainingen en oefeningen georganiseerd, lessen getrokken uit incidenten en worden atypische en niet acute crises opgepakt. In 2025 is de exacte omvang van het werk naar aanleiding van de wetsevaluatie en de landelijke agenda in zicht: • We kijken vooruit en zijn in staat om tijdig te anticiperen op regionale en landelijke veranderingen in het risicobeeld. • Iedere functionaris weet wanneer wat verwacht wordt in termen van bereikbaarheid, beschikbaarheid, preparatie en inzet. • De operationele gereedheid van het systeem is in beeld waardoor we kunnen anticiperen op mogelijke verstoringen. • We trekken lering uit alles wat we meemaken maar we hebben ook zicht op implicaties van lessen over rampen en crises elders in de wereld. • We zijn in verbinding met de omgeving waardoor we partners en burgers laagdrempelig kunnen bereiken en veiligheidsvraagstukken die in de regio spelen geadresseerd kunnen worden. • Voorbereiding gaat steeds meer over veerkracht en de samenwerking met de inwoners. • Inhoudelijk is aanvullende preparatie op scenario's rond extreem weer, maatschappelijke onrust en geweld te voorzien, gebaseerd op de actuele risicoanalyses.
Organiseren en uitvoeren werkt in 2025 mee aan een grootschalige oefening rondom de Maas, mede in aanloop naar een landelijke hoogwater-oefening in 2026. Tevens zullen we in 2025 de eerste resultaten uit ons onderzoek naar de interne continuïteit van het domein Crisisbeheersing gaan opleveren. Kaderstelling en verbinding De versterking en uitbreiding van de netwerken komt alle processen binnen crisisbeheersing en VRLN ten goede, maar helpt ook de betrokken partners in de voorbereiding op rampen en crises. Het netwerkmanagement vanuit multi-perspectief en vanuit GHOR en Bevolkingszorg wordt geregisseerd vanuit het proces kaderstelling en verbinding. Convenanten en werkafspraken worden opgesteld of geactualiseerd en het netwerk wordt uitgebreid.
Begroting 2025 VRLN
24
28 maart 2024
Voor de GHOR wordt input opgehaald om de wettelijke taak voor de DPG (Directeur Publieke Gezondheid), het vergewissen van de mate van voorbereiding van zorgpartners op een crisis, te kunnen waarmaken. Samen met de coördinerend gemeentesecretaris worden de doelen voor de Oranje Kolom vastgesteld. De pijler grenzeloze crisisbeheersing valt binnen dit proces, waaronder het netwerk N4 en het met Interreg subsidie ondersteund project ERMWIC is gestart. Doel van ERMWIC is het bevorderen en borgen van grensoverschrijdende samenwerking in crisisbeheersing en rampenbestrijding. In het tijdplan van dit project zijn voor 2025 specifieke milestones bepaald. Bovendien wordt een verkenning uitgevoerd naar wat er nodig is om ook na de projectperiode de continuïteit en duurzame grensoverschrijdende samenwerking te bewaken en bevorderen. In 2025 werken we de samenwerking met de Belgische crisispartners verder uit. Met onze gemeenten implementeren we voor Bevolkingszorg de kwaliteitsambities ‘Uniforme Kwaliteitsniveau Bevolkingszorg’ die we samen met de gemeenten geformuleerd hebben in 2024. Vanuit onze GHOR-verantwoordelijkheid gaan we de verbinding tussen het Dynamisch Risicoprofiel en het Zorgrisicoprofiel verder versterken.
2.3.2
Waar sturen we op?
Indicatoren Informatievoorziening • Het wekelijkse Veiligheidsbeeld wordt up-to-date gehouden samen met verschillende crisispartners. • Er is een structurele informatiekoppeling met KCR2. • De informatiefuncties zijn voldoende geborgd zoals beschreven in het crisisplan.
Indicatoren Risicoanalyse en advies • We leveren periodiek een tactisch/strategisch risicobeeld op. • De advisering vanuit het domein crisisbeheersing op initiatieven in de fysieke leefomgeving zijn geborgd door structurele afstemming met Risicobeheersing van Brandweerzorg. • We geven voor alle binnengekomen adviesaanvragen voor middel- en hoogrisico evenementen adviezen aan gemeenten. • Beschikbare data over risico-ervaring bij inwoners van onze regio wordt structureel meegenomen in ons beleid.
Indicatoren Organiseren en uitvoeren • Planvorming past bij het risicobeeld en is actueel • Functionarissen zijn beschikbaar, adequaat uitgerust en voorbereid • Crisisbestrijding wordt uitgevoerd volgens de normen van het crisisplan en/of andere geldende kwaliteitskaders • Alle relevante incidenten worden geëvalueerd en verwerkt in briefings en OTO-momenten. • Leer en verbeterpunten worden geanalyseerd en opgenomen in beleid en planvorming
Begroting 2025 VRLN
25
28 maart 2024
Indicatoren Kaderstelling en verbinding • Met alle structurele partners en buurregio’s (binnen- en buitenland) is jaarlijks contact. • Afspraken zijn helder en eenduidig vastgelegd. • We hebben inzicht in de voorbereiding van GHOR-partners, gemeentelijk crisisorganisaties en overige (vitale) partners. • Mijlpalen en verantwoording van ERMWIC-project
Indicatoren GHOR Strategisch doel
Operationeel doel
Prestaties
Regie op en
Zorginstellingen zijn zich
Actuele informatie over de mate van
voorbereiding van de
bewust van hun rol en
voorbereiding en continuïteit in de zorgketen.
geneeskundige
eigen verantwoordelijkheid
hulpverlening bij crises
binnen de zorgketen
Bijdragen aan de borging Adviseert over
- Adviseren en bieden van ondersteuning
van geneeskundige
crisisbeheersing om
t.a.v. crisisbeheersing aan partners in de
hulpverlening
zorgcontinuïteit verstoring
zorgketen om een positieve bijdrage te
te beperken, als ook over
leveren aan zorg continuïteit.
risicobeheersing om crises - Bijdragen aan multidisciplinaire advisering te voorkomen
over evenementen en infrastructurele projecten aan gemeenten, andere overheden en bedrijven (mede in relatie met de nieuwe Omgevingswet).
Coördineren, aansturen
Borgen van een kwalitatief - Voldoen aan normen zoals vastgelegd in het
en regisseren van de
hoogstaande
Geneeskundig Crisisplan.
geneeskundige
crisisorganisatie die 24/7
- Continue beschikbaarheid van
hulpverlening tijdens
paraat is.
gekwalificeerde crisisfunctionarissen.
crisissituaties
- Uitvoeren van activiteiten voor ontwikkeling en blijvende vakbekwaamheid d.m.v. een actueel opleidingsplan. - Borging beschikbaarheid van materieel (vervoer, communicatiemiddelen en kleding) permanent op orde.
Begroting 2025 VRLN
Verbinden van
- Informatiemanagement t.b.v. instellingen.
geneeskundige
- Realiseren van een systeem t.b.v.
hulpverlening met
informatie uitwisseling in de zorgketen in het
openbare orde en
kader van rampenbestrijding en
veiligheid
crisisbeheersing.
26
28 maart 2024
Visie zelfredzaamheid
- Analyseren van zelfredzaamheid kwetsbare
GHOR en veiligheidsregio
groepen.
ten uitvoering brengen
- Bieden van handelingsperspectieven tijdens rampen en crisis. - Adviseren van sociale netwerken en zorginstellingen rondom verminderd zelfredzamen.
Indicatoren Gemeentelijke processen Operationele voorbereiding • Van de functionarissen binnen de Oranje Kolom die actief zijn binnen de multidisciplinaire teams neemt iedere functionaris minimaal 1x per jaar deel aan een multidisciplinaire bijscholing of oefening. • Elke functionaris binnen de Oranje Kolom neemt minimaal 1x per jaar deel aan een monodisciplinaire opleiding of oefening. • Alle nieuwe functionarissen die binnen de Oranje Kolom actief zijn, volgen een startbekwaamheidstraject voor de functie die zij gaan uitoefenen. Incidentbestrijding • In alle gevallen zijn de teams na alarmering binnen de gestelde opkomsttijden operationeel.
2.3.3 Wat mag het kosten? De lasten van het programma Crisisbeheersing bedragen € 7,8 miljoen (exclusief toerekening overhead). Dat is € 15 per inwoner. De gemeenten dekken met hun bijdragen € 5,2 miljoen van de programmalasten. Dat is € 10 per inwoner. Tabel programma Crisisbeheersing
(bedragen in duizenden euro's) Begroting 2025
Lasten
7.844
Baten
7.550
Algemene dekkingsmiddelen
0
Onvoorzien
0
Geraam d saldo van baten en lasten
294
Stortingen in reserves
0
Ontrekkingen van reserves Geraam d resultaat
Begroting 2025 VRLN
294 0
27
28 maart 2024
2.4
Programma Bedrijfsvoering/Overhead
2.4.1 Wat willen we bereiken? Het programma bedrijfsvoering/overhead is ondersteunend aan de beleidsinhoudelijke programma’s en bestaat uit de activiteiten met betrekking tot personeel & organisatie, financiën, control, informatie & automatisering, facilitaire ondersteuning, inkoop, juridische zaken en communicatie. Uitgangspunten die voor de bedrijfsvoering gelden: - ondersteunen van het primair proces, binnen wet- en regelgeving en de inhoudelijke kaders die door het bestuur zijn gesteld; - functioneren binnen financiële kaders die samenhangen met de bestuurlijk vastgestelde begroting; - functioneren binnen de door de organisatie gebruikte kwaliteitssystemen; - werken op basis van informatie delen en toegankelijkheid, waarbij digitalisering actief wordt opgepakt. Dit met als randvoorwaarde een goede borging van aspecten van informatieveiligheid en privacy; - duurzame inzetbaarheid van vitale en veerkrachtige medewerkers; - duurzame bedrijfsvoering gericht op het tegengaan van verspilling van middelen, menselijk kapitaal en energie.
2.4.2 Wat gaan we daarvoor doen? Naast de reguliere activiteiten staat een aantal strategische vraagstukken op de rol: Strategisch huisvestingsplan In juli 2022 heeft het Algemeen Bestuur het strategisch huisvestingsplan vastgesteld. Het aantal werkplekken wordt teruggebracht en daartoe wordt het pand aan de Nijmeegseweg na verkoop afgestoten. Nieuw- en verbouw van meerdere brandweerlocaties vindt plaats. Het hybride werken wordt verder doorgevoerd (deels thuis, deels op kantoor) en dat betekent dat in meerdere mate multifunctioneel gebruik gemaakt gaat worden van regiovestigingen. Diverse panden worden aangepast aan deze nieuwe manier van werken, met flexibele werkplekken en meer ruimte voor ontmoeten en vergaderen. Daarnaast worden in de eigendomspanden duurzaamheidsmaatregelen doorgevoerd. Het Algemeen Bestuur heeft op 15 december 2023 ingestemd met de financiële gevolgen vanuit de voortgangsnotitie strategische huisvesting. Het besluit behelst een stapsgewijze toename van de gemeentelijke bijdrage in de jaren 2024 tot en met 2028. Voor de begroting 2025 gaat het om een stijging van kosten met € 455.000. Strategisch personeelsplan In december 2022 is de HR visie 2030 vastgesteld. In deze HR visie zijn drie uitdagingen geformuleerd, te weten: 1. Interne en externe arbeidsmarkt; 2. Veranderende competenties die van medewerkers gevraagd worden in de toekomst en 3.
De gevraagde en noodzakelijke wendbaarheid van VRLN als organisatie. Deze uitdagingen zijn vertaald naar thema's die in jaarplannen worden uitgewerkt. Deze thema's betreffen arbeidsmarktcommunicatie; interne mobiliteit; binden en boeien; intern continuïteitsplan; verkennen mogelijke alternatieven voor niet vervulbare functies en visie op personeelsontwikkeling. Het uitganspunt bij ieder thema is eigenaarschap en positieve gezondheid.
Begroting 2025 VRLN
28
28 maart 2024
Aansluiting bij landelijke platforms VRLN heeft de afgelopen jaren geïnvesteerd in de ICT-infrastructuur. Dat is nodig om de interne, regionale, externe en landelijke data-aansluiting te waarborgen. De ‘werkplek’ kenmerkt zich door plaats, tijd en apparaat onafhankelijk werken, waarbij gegevens op een veilige en verantwoorde manier worden gedeeld. Voor de doorontwikkeling van de ICT-omgeving heeft VRLN in 2023 de samenwerking met ICT-NML verder geeffectueerd en is de verdere kennisdeling geborgd. In 2024 zal de focus ook komen te liggen op het ontsluiten van de landelijke platformen voor de GGD en Brandweer/Crisisorganisatie. Op deze platformen zal VRLN haar toegang vinden tot de landelijke registraties. Denk hierbij aan applicaties die ook tijdens de Covid zijn ingezet of het LCMS (Landelijks Crisis Management Systeem) voor de samenwerking met de keten tijdens een crisis, maar ook steeds meer de plek waar de informatie gedeeld wordt met de landelijke keten. In 2024 wordt ook gestart met een aanbesteding om de infrastructuur opnieuw aan te besteden. Hierbij wordt nadrukkelijk de samenwerking met ICT-NML gezocht. Hierdoor kan VRLN een optimale ICT-ontwikkeling doormaken waarbij kwaliteit, continuïteit, kostenbeheersing en efficiency voorop staan.
De resultaten uit het haalbaarheidsonderzoek van 2022 zullen dienen als uitgangspunten en vertaald worden naar een toekomstige beleidslijn. Informatieveiligheid Met de toenemende digitalisering neemt het belang van informatieveiligheid toe, daar we merken dat de digitale kwetsbaarheden en dreigingen ook toenemen. Het borgen van informatieveiligheid is topprioriteit. VRLN staat voor een grote uitdaging te voldoen aan alle normen en regels die van toepassing zijn. De veiligheidsregio moet voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). De GGD aan de normstelling in het kader NEN5710 (certificaat). Naast organisatorische maatregelen zijn technische maatregelen voorzien. Op de netwerkverbindingen en gebruikersapparatuur vindt monitoring plaats (Security Information and Event Management (SIEM)) en in geval van calamiteiten worden experts ingeschakeld (Security Operations Centre (SOC)). In 2024 zal er werk gemaakt worden van een structurelere invulling van deze diensten om zo ook de veiligheid naar de toekomst toe te kunnen garanderen, ook hierin wordt weer de samenwerking met de landelijke keten maar ook regionaal gezocht.
Daarnaast zal VRLN ook voor de informatievoorziening naar de vrijwilligers een investering moeten doen ten aanzien van infrastructuur en licenties, om ook deze groep op een veilige manier van informatie te voorzien en een veilige werkomgeving met daarin de voor deze groep benodigde applicaties. De kosten van de IV-voorzieningen en licenties zijn al jaren fors gestegen. Het is noodzakelijk om op basis van de ontwikkelingen het budget te verhogen met € 750.000. De stijging kan niet meer worden opgevangen in de indexering.
2.4.3 Waar sturen we op? De kwaliteit van de ondersteuning van het bestuurlijk proces meten we af aan het oordeel dat toezichthouders uitspreken over de kwaliteit van de besturing van VRLN. Denk hierbij aan: uitkomst collegiale visitatie veiligheidsregio’s, uitkomst certificering kwaliteitsmodel zorg, oordeel Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, oordeel Inspectie Justitie en Veiligheid, oordeel inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed, oordeel Arbeidsinspectie, toezicht provincie Limburg, toezicht belastingdienst en goedkeurende verklaring accountant. Daarnaast wordt de interne auditfunctie continue doorontwikkeld.
Begroting 2025 VRLN
29
28 maart 2024
2.4.4 Wat kost het? De kosten van de bedrijfsvoering worden verdeeld over de inhoudelijke programma’s en op die wijze verrekend in de gemeentelijke bijdrage. De gemeente kan namelijk geen overheadkosten van de veiligheidsregio toevoegen aan haar eigen overheadkosten. Op basis van de omvang van de programma’s gaat een vast percentage van 60% van de generieke overhead naar de veiligheidsprogramma’s Brandweerzorg en Crisisbeheersing en 40% naar Publieke Gezondheid. Binnen de programma’s wordt de overhead toebedeeld aan onderdelen op basis van de omvang van de lasten. Een deel van de overheadkosten worden gedekt uit de overige baten. De lasten van het programma Bedrijfsvoering bedragen € 19,6 miljoen. Dat is € 37 per inwoner. De gemeenten dekken met hun bijdragen € 17,7 miljoen van deze lasten. Dat is € 33 per inwoner. Tabel Bedrijfsvoering/Overhead
(bedragen in duizenden euro's) Begroting 2025
Lasten
19.629
Baten
19.363
Algemene dekkingsmiddelen
350
Onvoorzien
50
Geraam d saldo van baten en lasten
-34
Stortingen in reserves
75
Ontrekkingen van reserves Geraam d resultaat
41
Begroting 2025 VRLN
0
30
28 maart 2024
2.5
Risk Factory
2.5.1 Wat willen we bereiken Vanaf mei 2019 bezoeken doelgroepen het realistisch educatiecentrum Risk Factory, waar beleven van gezondheid en veiligheid centraal staat. Met realistische en interactieve scenario’s ervaren doelgroepen (on)gezondheid en (on)veiligheid én leren ze hoe te handelen. Levensechte ervaringen veranderen de kijk op risico’s. En dat geeft zelfvertrouwen om – als het er echt op aankomt – de juiste beslissingen te nemen.
2.5.2 Waar sturen we op? Doelgroepen Voor de komende beleidsperiode 2024-2027 wordt de huidige Risk Factory (basisschoolleerlingen groep 8 en senioren) gecontinueerd. Er wordt daarbij extra ingezet op de ontvangst van individuele senioren. Daarnaast vindt er (door)ontwikkeling van scenario’s plaats, aansluitend op wensen en behoeften van de doelgroepen en de betrokken partners. Ook wordt ingezet op de uitbreiding naar het Voortgezet Onderwijs. Deze wordt in 2024 ontwikkeld en in 2025 verder uitgerold richting het onderwijs. Blijvende afstemming met Zuid-Limburg en andere Veiligheidsregio’s Er begint beweging te komen in de mogelijke ontwikkeling van een Risk Factory in Zuid-Limburg. Samen met onze partners gaan we daarover graag het gesprek aan. Ook in andere Veiligheidsregio’s is er groeiende interesse. De komst van meerdere Risk Factories is positief, zo kan er samen ontwikkeld worden en is het aansluiten van landelijke partners makkelijker. Een landelijke vereniging is in oprichting.
Begroting 2025 VRLN
31
28 maart 2024
3
Paragrafen
Dit hoofdstuk bevat de in het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) voorgeschreven paragrafen die van toepassing zijn op de veiligheidsregio.
3.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Het Algemeen Bestuur heeft in 2019 besloten een algemene reserve van maximaal € 1,250 miljoen aan te houden. De stand van de algemene reserve bedraagt primo 2025 € 533K. Ook de reserve transformatie meldkamer (€ 668K), de reserve Natuurbrandbestrijding (€ 230K), de reserve Informatieveiligheid (€ 279k) en de reserve waarborgen paraatheid Brandweer en dienstverlening GGD (€ 300K) zijn onder het weerstandvermogen geschaard. Uitgaande van een algemene reserve van € 533K en vrij beschikbare reserves van € 1.477K is het weerstandsvermogen € 2.010K. De provincie heeft als toezichthouder geconstateerd dat formeel een bestemmingsreserve niet als weerstandsvermogen kan worden meegeteld. In 2024 stelt VRLN een nieuwe nota reserves en voorziening op en zal het weerstandsvermogen op orde worden gebracht. Concrete risico’s In het kader van risicomanagement vragen wij aandacht voor een aantal concrete risico’s. Datalek COVID-19 Stichting Initiatieven Collectieve Acties Massaschade (Stichting ICAM) heeft, naar aanleiding van de datadiefstal die in januari 2021 heeft plaatsgevonden uit het systeem CoronIT, op 28 maart 2023 in totaal 34 partijen gedagvaard, waaronder het ministerie van VWS, GGD GHOR Nederland en alle GGD’en. Stichting ICAM vordert een bedrag van in totaal € 3,25 miljard. Het gaat in dit geval om een WAMCAzaak.
VRLN wordt, net als de overige veiligheidsregio’s, GGD’en en gemeenten in deze procedure vertegenwoordigd door mr. Bart Roozendaal van AKD advocaten. Op 5 juli 2023 is de procedure formeel van start gegaan bij de Rechtbank Amsterdam. Op 11 oktober 2023 hebben de drie advocatenkantoren – AKD voor de GGD’en (mede namens VRLN), Van Doorne voor GGD GHOR en Pels Rijcken voor VWS – elk een conclusie van antwoord ingediend. Daarin concluderen zij dat ICAM niet-ontvankelijk moet worden verklaard. In een tussenvonnis van 20 december 2023 heeft de rechtbank besloten dat de eerstvolgende zitting op 22 april 2024 zal plaatsvinden, waarin als eerste de ontvankelijkheid van ICAM mondeling behandeld zal worden. Indien ICAM ontvankelijk blijkt te zijn, dan volgt de inhoudelijke behandeling van de zaak. Centraal Beheer heeft in een eerder stadium reeds toegezegd de proceskosten te vergoeden. Bij brief d.d. 25 september 2023 heeft het ministerie van VWS bevestigd dat VWS via de meerkostenregeling ook ICAM-gerelateerde kosten van de GGD’en zal vergoeden. VWS zal een eventueel (door de GGD’en) te betalen schadebedrag vergoeden tenzij de schade is veroorzaakt door opzettelijk onbehoorlijke taakuitoefening of grove schuld. Informatieveiligheid Met de toenemende digitalisering neemt het belang van informatieveiligheid toe, de cybercrime, de digitale kwetsbaarheden en dreigingen ook nemen toe.
De VRLN heeft geïnvesteerd in hard- en software om informatiesystemen veiliger te maken. De komende jaren worden er aanvullend diverse maatregelen genomen, zoals het implementeren van de BIO (het basisnormenkader voor de overheid op informatiebeveiliging). Maar ondanks alle maatregelen die regionaal en nationaal worden, blijkt het risico on incidenten bestaan. De gevolgschade van een cyberincident is niet te kwantificeren.
Begroting 2025 VRLN
32
28 maart 2024
Deeltijdregeling brandweervrijwilligers In Nederland bestaat een hybride stelsel van beroeps- en vrijwillige brandweermensen. De Europese Deeltijdrichtlijn dreigt de vrijwilligheid onder druk te zetten. De Minister van Justitie en Veiligheid heeft aangegeven dat vrijwilligheid echt vrijwillig moet zijn en dat sluit niet aan bij kazernering van vrijwilligers. Daarnaast moet een onderscheid worden gemaakt in het takenpakket tussen vrijwilligers en beroepsbrandweermensen. VRLN kiest er voor hoog specialistisch taken te beleggen bij beroepsbrandweermensen. Door materiële voorzieningen te verminderen is financiële ruimte gevonden om de beroepscapaciteit uit te breiden. Er zijn met het Rijk nog geen afspraken gemaakt over de vergoeding van meerkosten die voortvloeien uit de stelselwijziging. Een extern bureau heeft uitgerekend dat deze wijziging in onze regio € 1,2 miljoen kosten met zich meebrengt. De bestuurlijke lijn is dat wijzigingen als gevolg Europese wetgeving door het Rijk moeten worden vergoed. Krappe arbeidsmarkt De krappere arbeidsmarkt maakt het moeilijk nieuwe medewerkers te vinden. Het risico bestaat dat de bezetting niet op orde is en om die reden de afgesproken prestaties niet kunnen worden gerealiseerd.
Daarnaast nemen kosten om leemtes in de formatie te ondervangen met tijdelijke inhuur van medewerkers toe en is de inspanning die geleverd wordt om verloop van medewerkers op te vangen groot. Uit een inventarisatie blijkt dat met name de arbeidsmarkt voor artsen en verpleegkundigen krap is. Naast het voor genoemde project arbeidsmarktcommunicatie wat hierop inzet, is in 2023 ook een eerste start gemaakt met strategische personeelsplanning. In 2024 zal hier een vervolg aan gegeven worden. De strategische personeelsplanning kan gezien worden als een vliegwiel. Het biedt inzicht in welke ontwikkelingen er op VRLN afkomen, hoe het toekomstig gewenst personeelsbestand eruitziet en welke HR-thema’s opgepakt moeten worden om het gewenste personeelsbestand te realiseren. Pensioen medewerkers Zorggroep Op 1 januari 2012 is de jeugdgezondheidszorg voor 0-4 jarige overgedragen van de Zorggroep naar VRLN. Met de overgang van de medewerkers van de Zorggroep naar VRLN is het deelnemerschap van de collega’s overgekomen van de Zorggroep bij Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PfZW) beëindigd. Op basis van artikel 18 lid 4 van het sociaal plan garandeert VRLN dat het voorwaardelijk pensioen na overdracht van pensioenrechten naar het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) bij dat pensioenfonds ten minste gelijk is aan dat bij het PfZW.
Voor de reguliere pensioenrechten moet collectieve waardeoverdracht plaatsvinden. VRLN heeft het ABP in 2012 verzocht mee te werken aan die overdracht maar dat was toen niet mogelijk. Vanaf 2023 is waardeoverdracht weer mogelijk. Uit artikel 4 van het sociaal plan blijkt dat geen netto pensioengarantie voor medewerkers is afgesproken en dat betekent dat de VRLN in beginsel niet bij gaat betalen voor de inkoop van het pensioen. Hierdoor kan het voorkomen dat individuele medewerkers in de toekomst geconfronteerd worden met een nadeel. Dit nadeel zal dan worden gecompenseerd. Strategische huisvesting De verkoop van de bestaande locatie, de aanpassingen naar flexibel werken, verduurzamen en nieuwe bouw van kazernes hebben te maken met forse, onvoorziene prijsstijgingen. De ontwikkelingen op de bouwmarkt leiden tot hoge bouwkosten. Het Algemeen Bestuur heeft ingestemd met aanvullende financiering, waarbinnen de investeringen vooralsnog passen. Het risico bestaat dat de (ver)bouwkosten harder stijgen dan waar in 2023 rekening mee is gehouden.
Begroting 2025 VRLN
33
28 maart 2024
Financiële kengetallen Netto schuldquote Het kengetal netto schuldquote, ook wel bekend als de netto-schuld als aandeel van de inkomsten, zegt het meest over de financiële vermogenspositie. De netto schuldquote geeft aan of de gemeenschappelijke regeling investeringsruimte heeft. Daarnaast geeft het kengetal inzicht in de flexibiliteit van de begroting. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. In de uitgave ‘Houdbare Gemeentefinanciën’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is aangegeven dat wanneer de schuld lager is dan de jaaromzet (100%) dit als voldoende kan worden bestempeld. Voor veiligheidsregio’s wordt 80% als norm aangehouden. VRLN blijft onder de norm. Solvabiliteit De solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarmee de bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen, hoe financieel gezonder de gemeenschappelijke regeling. De solvabiliteit van de organisatie wordt door de wetgever in toenemende mate als onderdeel gezien van de sturings- en verantwoordingsinformatie. VRLN is in staat haar kortlopende en langlopende schulden te voldoen.
Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van de financiële positie is het van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Structurele baten zijn voornamelijk de gemeentelijke bijdragen en de rijksbijdrage. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Het percentage voor VRLN ligt ultimo 2025 op 0,5%. Dit verhoudingsgetal is groter en gelijk aan nul (positief), wat betekent dat de structurele lasten gedekt worden door structurele baten. Genoemde kengetallen zijn in volgende tabel weergegeven. Financiële kengetallen
(in percentages) Realisatie 2023
Ram ing 2024
Ram ing 2025
Ram ing 2026
Ram ing 2027
Ram ing 2028
Netto schuldquote
38,5%
49,1%
47,1%
46,5%
51,8%
47,8%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
38,5%
49,1%
47,1%
46,5%
51,8%
47,8%
Solvabiliteitsratio
14,4%
9,0%
8,3%
8,1%
7,5%
8,0%
Structurele exploitatieruimte
2,2%
0,4%
0,5%
0,5%
0,2%
0,0%
Begroting 2025 VRLN
34
28 maart 2024
3.2
Onderhoud kapitaalgoederen
De belangrijkste kapitaalgoederen die VRLN in eigendom heeft betreffen materieel van de brandweer (met name vervoermiddelen) en gebouwen. Voor deze eigendommen gelden de wettelijke voorgeschreven keurings- en onderhoudswerkzaamheden. a. Materieel Ten aanzien van vervanging van materieel zijn soberheid, doelmatigheid en regionale uniformiteit belangrijke uitgangspunten. In het kader van risicogerichtheid en focus wordt de standaardisering op onderdelen minder. Op dit moment worden ingewikkelde branden (denk aan zeer grote brandcompartimenten) bestreden met middelen die geschikt zijn voor reguliere gebouwbranden maar niet voor brandcompartimenten tot wel 25.000 m2. De brandweer moet dan ook investeren in nieuwe technische middelen. Tevens wordt er bij aanschaf van nieuwe voertuigen gekeken naar duurzame initiatieven waarbij de primaire inzetfunctie van het voertuig in kwaliteit gelijk moet blijven aan de gestelde eisen. De fasering van duurzame voertuigen wordt waarschijnlijk het eerste zichtbaar bij de piket voertuigen. Aandacht is hierbij wel nodig voor de gevolgen voor de infrastructuur, zoals laadfaciliteiten op de locaties van de veiligheidsregio en bij piket functionarissen. b. Huisvesting VRLN beschikt over 30 brandweerkazernes, hiervan zijn er 8 eigendom van VRLN. Naast 8 brandweerkazernes heeft VRLN ook vier kantoorlocaties in eigendom. Locatie
Adres
Plaats
Hoofdvestiging VRLN
Nijmeegsew eg 42
Venlo
Oude brandw eerkazerne Venlo
Nijmeegsew eg 40
Venlo
Hoofdvestiging GGD (Venlo)
Drie Decembersingel
Venlo
Hoofdvestiging GGD (Roermond)
Oranjelaan
Roermond
Brandw eerkazerne Echt
Bandertlaan
Echt
Brandw eerkazerne Gennep
Paesplasw es
Gennep
Brandw eerkazerne Horst
Westsingel
Horst
Brandw eerkazerne Ittervoort
Aziëstraat
Ittervoort
Brandw eerkazerne Nederw eert
Smisserstraat
Nederw eert
Brandw eerkazerne Stramproy
Bergerothw eg
Stramproy
Brandw eerkazerne Venlo
Ariënsstraat
Venlo
Brandw eerkazerne Weert
De Savorin Lohmanstraat
Weert
Duurzaamheid In de komende jaren kijken we voor materieel en huisvesting nadrukkelijk naar de ontwikkeling van duurzaamheid. Het gaat hierbij om de uitstoot op drie niveaus: uitstoot van eigen middelen (met name voertuigen), inkoop en verbruik van energie en uitstoot als gevolg van activiteiten. Om deze ontwikkeling prioriteit te geven volgen wij actief de landelijke ontwikkelingen bij de 24 andere veiligheidsregio’s, die hier in gezamenlijkheid een werkgroep hebben gevormd. Intern wordt bij relevante keuzes bij onder andere huisvesting en materieel gekeken naar de haalbare mogelijkheden. Op die manier kan er in kaart worden gebracht welke investeringen er de komende jaren noodzakelijk zijn om te voldoen aan de gestelde normen.
Begroting 2025 VRLN
35
28 maart 2024
3.3
Financiering
De veiligheidsregio heeft het beleid ten aanzien van de financiering vastgelegd in de financiële verordening. De regels ter uitvoering van de beleidspunten zijn vastgelegd in het treasurystatuut (financieringsstatuut). De veiligheidsregio voldoet aan de voorschriften met betrekking tot de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Risicobeheer (kasgeldlimiet en renterisiconorm) De kasgeldlimiet laat zien welk risico er bestaat ten aanzien van vlottende schulden. De renterisiconorm is een maatstaf om te bepalen welke kredietrisico’s de veiligheidsregio loopt op de vaste schulden. Dit zijn de schulden met een looptijd langer dan 1 jaar. De renterisiconorm wordt gemeten in een bedrag ter grootte van 20% van het begrotingstotaal. De veiligheidsregio blijft, volgens de huidige inzichten, in het begrotingsjaar 2025 en meerjarig binnen de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Liquiditeitsplanning en financieringspositie Gezien de investeringsplanning en de aflossing op bestaande geldleningen wordt in de kapitaalbehoefte voorzien door het aantrekken van geldleningen in 2025 en de volgende jaren. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de kasgeldlimiet maximaal benut wordt, zonder deze te overschrijden. Renterisiconorm
(bedragen in duizenden euro's)
2025
2026
2027
2028
90.501
91.017
90.817
90.737
0
0
0
0
(2) Aflossingen
7.237
6.554
6.721
6.417
(3) Renterisico (1) + (2)
7.237
6.554
6.721
6.417
0
0
0
0
(5a) = (4) > (3) Ruimte onder renterisiconorm
-7.237
-6.554
-6.721
-6.417
(5b) = (3) > (4) Overschrijding van de renterisiconorm
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
90.501 20 % 18.100
91.017 20 % 18.203
90.817 20 % 18.163
90.737 20 % 18.147
Omvang begroting (1) Renteherzieningen
(4) Renterisiconorm
Berekening renterisiconorm (4) (4a) Begrotingstotaal jaar t (4b) Percentage regeling (4) = (4a)*(4b)/100 renterisiconorm jaar t
Begroting 2025 VRLN
36
28 maart 2024
Kasgeldlimiet
(bedragen in duizenden euro's) 000100
1e kwartaal
2e kwartaal
(1) Vlottende schuld
8.000
0
0
0
(2) Vlottende middelen
432
488
483
500
(3) Netto vlottend schuld (+) of overschot (-) (1) -(2)
7.568
-488
-483
-500
(4) Gemiddelde van (3)
7.568
-488
-483
-500
(5) Toegestane kasgeldlimiet In geld In percentage
7.129 8,20%
7.129 8,20%
7.129 8,20%
7.129 8,20%
-
7.617
7.612
7.629
(Jaar t = 2023)
Ruimte (5) groter dan (4)
3e 4e kwartaal kwartaal
Overschrijding (4) groter dan (5)
439
-
-
-
(6) Berekening kasgeldlimiet (7) Rekeningtotaal 2023 (8) Percentage regeling
86.938 8,20%
86.938 8,20%
86.938 8,20%
86.938 8,20%
(6)= (7) * (8) kasgeldlimiet 2023
7.129
7.129
7.129
7.129
3.4
Verbonden Partijen
De veiligheidsregio kent geen verbonden partijen.
3.5
Vennootschapsbelasting
Vanaf 1 januari 2016 zijn overheidsondernemingen van bijvoorbeeld gemeenten, provincies en waterschappen belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (VPB). Met deze wetswijziging wil de Nederlandse overheid gelijkheid creëren tussen overheidsondernemingen en private ondernemingen. Voor zover bekend zijn de hiermee samenhangende financiële gevolgen voor VRLN zeer beperkt. Voor de VPB die op de activiteiten drukt die door de belastingdienst als VPB-plichtig worden aangemerkt, is voor 2025 geen bedrag geraamd. Omdat wij activiteiten verrichten tegen kostprijs en zonder winstoogmerk verwachten wij geen heffing voor 2025.
Begroting 2025 VRLN
37
28 maart 2024
Deel C
Financiële begroting
4
Overzicht baten en lasten
4.1
Baten en lasten per programma
In de volgende tabel is het totaal van de baten en lasten per programma opgenomen. De ontwikkelingen op de baten en lasten zijn bij de financiële kaders nader toegelicht. In het kader van het meerjarenperspectief is een beleidsneutrale lijn gevolgd. De ontwikkelingen in een meerjarenperspectief zijn dermate onzeker dat een nadere concretisering op programmaniveau op dit moment niet opportuun is. De ontwikkelingen van de investeringen worden vanuit een actualisatie van het meerjarig (vervangings-)investeringsplan benaderd. In de meerjarenraming is rekening gehouden met een tweetal ontwikkelingen: • Strategisch huisvestingsplan Het Algemeen Bestuur heeft op 15 december 2023 besluitvorming plaatsgevonden over meerjarige aanvullende financiering voortkomend uit het strategische huisvestingsplan. De ophoging van de gemeentelijke bijdrage in 2026 ten opzichte van 2025 wordt veroorzaakt door de toename in de lasten van het strategisch huisvestingsprogramma van € 263K en met betrekking tot 2027 ten opzichte van 2026 door de toename van de lasten van € 20K. • Kapitaallasten brandweer Het Algemeen Bestuur heeft op 14 december 2022 ingestemd met meerjarige aanvullende financiering ten behoeve van de kapitaallasten brandweer. Als gevolg daarvan is er in 2026 ten opzichte van 2025 een toename in de lasten bij de brandweer te zien ter dekking van de kapitaallasten brandweer van € 262K.
De financiële consequenties in een meerjarenperspectief van de indexatiesystematiek zijn niet meegenomen in de meerjarenraming; een en ander is zoals gebruikelijk opgenomen tegen het prijspeil 2025.
Begroting 2025 VRLN
38
28 maart 2024
Baten en lasten per program m a (incl. m eerjarenram ing) (bedragen in duizenden euro's Rekening 2023
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 2025 2026 2027 2028
Lasten (exclusief toevoegingen aan reserves) Publieke gezondheid
29.005
23.536
24.300
24.375
24.342
24.342
Brandw eerzorg
34.114
37.828
38.601
39.051
39.106
39.106
Crisisbeheersing
6.441
5.927
7.844
7.844
7.630
7.550
Overhead
17.378
16.077
19.629
19.620
19.614
19.614
0
50
50
50
50
50
86.938
83.419
90.423
90.940
90.742
90.662
Publieke gezondheid
13.115
6.324
7.047
7.047
7.047
7.047
Brandw eerzorg
5.884
6.279
6.464
6.464
6.464
6.464
Crisisbeheersing
2.718
596
2.349
2.349
2.349
2.349
Overhead
1.903
1.281
1.637
1.637
1.637
1.637
64
350
350
350
350
350
23.684
14.830
17.847
17.847
17.847
17.847
Publieke gezondheid
15.932
17.027
17.240
17.315
17.280
17.280
Brandw eerzorg
29.731
31.550
32.137
32.587
32.642
32.642
Crisisbeheersing
4.834
5.038
5.200
5.200
5.200
5.200
Overhead
14.221
14.530
17.726
17.726
17.726
17.726
Totaal baten gem eentelijke bijdragen
64.718
68.144
72.304
72.829
72.849
72.849
Totaal baten (excl. onttr. aan de reserves)
88.401
82.974
90.151
90.676
90.696
90.696
Onvoorzien Totaal lasten (excl. toev. aan de reserves) Baten (exclusief toevoegingen aan reserves)
Algemene dekkingsmiddelen Totaal baten program m a's Baten gem eentelijke bijdragen
Saldo (excl. m utaties reserves) Publieke gezondheid
42
-185
-13
-13
-15
-15
Brandw eerzorg
1.501
0
0
0
0
0
Crisisbeheersing
1.111
-294
-294
-294
-80
0
Overhead
-1.254
-266
-266
-258
-251
-251
Algemene dekkingsmiddelen
64
350
350
350
350
350
Onvoorzien
0
-50
-50
-50
-50
-50
Totaal saldo van baten en lasten
1.463
-445
-273
-264
-47
34
Toevoegingen aan reserves (lasten)
213
77
77
77
75
75
Onttrekkingen aan reserves (baten)
698
522
350
341
121
41
1.948
0
0
0
0
0
Geraam d resultaat vóór bestem m ing
Uit de staat van Baten en lasten blijkt dat de begroting in meerjarig perspectief sluitend is.
Begroting 2025 VRLN
39
28 maart 2024
4.2
Overzicht incidenteel en structureel verloop baten en lasten
De ontwikkeling van de incidentele baten en lasten wordt in belangrijke mate veroorzaakt door de genomen a-structurele maatregelen om a-structureel begrotingsevenwicht te bereiken. In onderstaand overzicht zijn de baten en lasten onderverdeeld naar incidenteel en structureel. Baten en lasten per programma (incl. meerjarenraming) (bedragen in duizenden euro's) Begroting 2025
Begroting Begroting 2025 2025 incident. struct.
Ram ing 2026
Ram ing 2026 incident.
Ram ing 2026 struct.
Ram ing 2027
Ram ing 2027 incident.
Ram ing 2027 struct.
Ram ing 2028
Ram ing 2028 incident.
Ram ing 2028 struct.
Lasten (excl. toevoegingen aan reserves) Publieke gezondheid
24.300
154
24.146
24.375
0
24.375
24.342
0
24.342
24.342
0
24.342
Brandw eerzorg
38.601
851
37.750
39.051
851
38.200
39.106
851
38.255
39.106
0
39.106
Crisisbeheersing
7.844
0
7.844
7.844
0
7.844
7.630
0
7.630
7.550
0
7.550
Overhead
19.629
153
19.476
19.620
113
19.507
19.614
0
19.614
19.614
0
19.614
50
0
50
50
0
50
50
0
50
50
0
50
90.423
1.158
89.265
90.940
964
89.975
90.742
851
89.891
90.662
0
90.662
Publieke gezondheid
7.047
209
6.838
7.047
49
6.999
7.047
0
7.047
7.047
0
7.047
Brandw eerzorg
6.464
751
5.713
6.464
751
5.713
6.464
751
5.713
6.464
0
6.464
Crisisbeheersing
2.349
-294
2.643
2.349
-294
2.643
2.349
-80
2.430
2.349
0
2.349
Overhead
1.637
0
1.637
1.637
-33
1.670
1.637
0
1.637
1.637
0
1.637
Algemene dekkingsmiddelen
350
65
285
350
88
263
350
0
350
350
0
350
Totaal baten program m a's
17.847
731
17.116
17.847
561
17.287
17.847
671
17.176
17.847
0
17.847
Publieke gezondheid
17.240
0
17.240
17.315
0
17.315
17.280
0
17.280
17.280
0
17.280
Brandw eerzorg
32.137
0
32.137
32.587
0
32.587
32.642
0
32.642
32.642
0
32.642
Crisisbeheersing
5.200
0
5.200
5.200
0
5.200
5.200
0
5.200
5.200
0
5.200
Overhead
17.726
0
17.726
17.726
0
17.726
17.726
0
17.726
17.726
0
17.726
Totaal baten gem eentelijke bijdragen
72.304
0
72.304
72.829
0
72.829
72.849
0
72.849
72.849
0
72.849
Totaal baten (excl. onttr. aan de reserves)
90.151
731
89.420
90.676
561
90.115
90.696
671
90.025
90.696
0
90.696
-15
Onvoorzien Totaal lasten (excl. toev. aan de reserves) Baten (excl. onttrekkingen aan reserves)
Baten gem eentelijke bijdragen
Saldo (excl. m utaties reserves) Publieke gezondheid
-13
55
-68
-13
49
-61
-15
0
-15
-15
0
Brandw eerzorg
0
-100
100
0
-100
100
0
-100
100
0
0
Crisisbeheersing
-294
-294
0
-294
-294
0
-80
-80
-0
-0
0
-0
Overhead
-266
-153
-113
-258
-146
-112
-251
0
-251
-251
0
-251
Algemene dekkingsmiddelen
350
65
285
350
88
263
350
0
350
350
0
350
Onvoorzien
-50
0
-50
-50
0
-50
-50
0
-50
-50
0
-50
Totaal saldo van baten en lasten
-273
-427
154
-264
-404
140
-47
-180
134
34
0
34
Toevoegingen aan reserves (lasten)
77
60
17
77
60
17
75
60
15
75
60
15
Onttrekkingen aan reserves (baten)
350
294
56
341
294
47
121
80
41
41
0
41
0
-193
193
0
-170
170
0
-160
160
0
-60
60
Geraam d resultaat voor bestem m ing
*
*
*
0
*
* = structureel begrotingssaldo
De belangrijkste incidentele effecten kunnen als volgt worden weergegeven: • Binnen het programma Publieke Gezondheid zijn in 2025 incidenteel extra lasten opgenomen voor inhuur. Daarnaast zijn er incidentele baten opgenomen voor de projecten ‘Nu niet Zwanger’ en diverse projecten gezondheidsbevordering en Kennis & Onderzoek. • In het programma Brandweerzorg hebben de incidentele baten en lasten betrekking op het FLOovergangsrecht van de Brandweer Roermond en Brandweer Venlo. Het verloop van de baten en lasten is jaarlijks verschillend, maar voor VRLN budgettair neutraal, omdat FLO kosten worden verrekend. • In het programma Crisisbeheersing zijn er incidenteel lasten aan baten opgenomen met betrekking tot de Meldkamer (incidentele lasten worden gedekt door incidentele onttrekking uit de reserve Meldkamer). • De incidentele lasten binnen de overhead hebben betrekking op het voormalig personeel, welke in de komende jaren worden afgebouwd. Daarnaast incidenteel voordeel op de renteomslag.
Begroting 2025 VRLN
40
28 maart 2024
• De incidentele stortingen reserves hebben betrekking op de stortingen aan de reserve assurantie eigen risico (€ 60K). De incidentele onttrekkingen hebben betrekking op de onttrekkingen aan de reserve transformatie meldkamer (€ 294K in 2025 en 2026 en € 80K in 2027). • De structurele stortingen en onttrekkingen hebben betrekking op de reserve ten behoeve van de dekking van de kapitaallasten.
4.3
Verdeling baten
De veiligheidsregio kent als baten de gemeentelijke bijdragen, de BDuR en overige baten van derden. De gemeentelijke bijdrage bedragen € 72.304K, zijnde 80% van de totale baten. De BDuR baten (€ 8.503K) zijn 9% en de overige baten van derden (€ 9.694K) 11% van de totale baten.
Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) De veiligheidsregio ontvangt jaarlijks een rijksbijdrage in de vorm van de BDuR. De hoogte van de BDuR wordt bekendgemaakt in de zogeheten Juni-circulaire. Ten tijde van het opstellen van de begroting zijn deze gegevens nog niet beschikbaar. Daarom wordt in de begroting uitgegaan van een inschatting van deze baten. Voor 2025 is hierbij rekening gehouden met een totaal bedrag van € 8.503K.
Overige Baten Naast de gemeentelijke bijdragen en de BDuR ontvangt de veiligheidsregio inkomsten uit andere bronnen zoals het rijk, instellingen en burgers. Deze zijn proportioneel met de omvang van de activiteiten. Een deel van de overige baten bestaat uit bijdragen van gemeenten welke niet via de gemeentelijke bijdrage worden verrekend.
4.4
Geprognotiseerde (meerjaren-)balans
Met het oog op een betere raming en beheersing van het EMU-saldo (Economische en Monetaire Unie) wordt in het BBV een geprognotiseerde balans voorgeschreven en het meerjarig opnemen van het EMU-saldo in een begrotingsparagraaf. Met het opnemen van een geprognotiseerde balans krijgt het bestuur meer inzicht in de ontwikkeling van onder meer investeringen, het aanwenden van reserves en voorzieningen en in de financieringsbehoefte.