RIB.24.038 Zienswijze Omnibuzz
Tekst van het document
Stuknummer: 24.0002268
Raad 28-05-2024 RIB.24.038
raadsinformatiebrief van
: Burgemeester en wethouders
portefeuillehouder
: R. Bouten
aan
: De leden van de gemeenteraad
datum
: 19/04/2024
status
: Actieve informatie
openbaar
: Ja
Onderwerp RIB mogelijkheid zienswijze jaarverslag 2023 en begrotingen 2024-1 en meerjarenperspectief 2025-2028 Omnibuzz. Aanleiding Omnibuzz is voor de Limburgse gemeenten de uitvoeringsorganisatie voor het vraagafhankelijk WMO-vervoer. Het dagelijks bestuur van Omnibuzz heeft het voorlopige jaarverslag 2023 en de concepten van de bijgestelde begroting 2024-1 en de begroting 2025 met meerjarenperspectief 2026-2028 aan de gemeenteraden gestuurd. De raden kunnen daarop een zienswijze bij het DB van Omnibuzz indienen. Kernboodschap Onze conclusie is dat Omnibuzz de beschikbare budgetten adequaat en volgens de afspraken inzet voor de organisatie en uitvoering van het WMO-vervoer. De aanbiedingsbrief van Omnibuzz geeft een goede management samenvatting op de aangeboden beleidsdocumenten. De uitgangspuntennotitie geeft een helder beeld van de kernpunten. De uitgangspunten zijn in lijn met de gemeenschappelijke regeling Omnibuzz, het eerder vastgestelde bedrijfsplan en de dienstverleningsovereenkomsten en het bijbehorende productenboek met de reguliere taken. Wij zien geen noodzaak een specifieke zienswijze voor Horst aan de Maas in te dienen op de ontvangen financiële beleidsdocumenten van Omnibuzz. Wij geven u daarom in overweging geen zienswijze in te dienen.
Toelichting Hieronder informeren wij u op hoofdlijnen over de actuele situatie en het financiële perspectief van Omnibuzz “met de bril van onze gemeente”. In de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is geregeld dat raden hun zienswijze kenbaar mogen maken op het jaarverslag en de begrotingen van de GR organisatie Omnibuzz. De raad heeft een aanbiedingsbrief met de betreffende documenten ontvangen waarin uitleg wordt gegeven over het jaarverslag 2023, de begrotingen, en de uitgangspuntennotitie daarbij (zie bijlagen). Omnibuzz biedt de raden daarmee de gelegenheid om een zienswijze kenbaar te maken aan het dagelijks bestuur van Omnibuzz. De gemeenten kunnen (binnen 12 weken) tot uiterlijk 27 juni 2024 hun zienswijze indienen. Deze documenten zijn opgenomen bij de lijst van ingekomen brieven bij de raad van 21 mei as.
Pag. 2 van 4
De algemene conclusie is dat Omnibuzz de beschikbare budgetten adequaat inzet voor de organisatie en uitvoering van het WMO-vervoer en doet wat de gemeenten hebben opgedragen en mogen verwachten. De onderliggende missie is: Goed, veilig, betrouwbaar en betaalbaar doelgroepenvervoer voor nu én later. Kernwaarden bij het invullen van de missie zijn: klantgericht en betrouwbaar, kostenefficiënt en duurzaam, innovatief en flexibel, kwaliteit en deskundigheid, integriteit. Deze missie “drijft” op 3 pijlers in de bedrijfsvoering: • Minder WMO-vervoer door het kantelen van dit vervoer (meer gebruik voorliggende mobiliteitsoplossingen door klanten) en stimuleren OV-gebruik. • Het efficiënter organiseren van doelgroepenvervoer. • Omnibuzz als slimme mobiliteit organisatie. Omnibuzz heeft zich ontwikkeld tot een professionele organisatie die functioneert als organisator en kenniscentrum voor het gemeentelijke WMO-vervoer. De bedrijfsvoering is prima op orde. Omnibuzz onderhoudt een belangrijk netwerk in Limburg voor reizigers, opdrachtgevers en uitvoerders. Als kenniscentrum faciliteert Omnibuzz alle gemeenten adequaat met expertise en informatie zodat wij als gemeenten alle relevante belangen in onderlinge afstemming kunnen afwegen. Omnibuzz treedt bij deze proactief op in het belang van de kosten- en kwaliteitsbeheersing.
Door dit ‘slim’ te doen, wordt het vervoer voor de reiziger passend en kwalitatief hoogwaardig uitgevoerd en blijft het tegelijk betaalbaar. De klanttevredenheid is met 8,3 onveranderd hoog. Het jaarverslag 2023 geeft de gemeenten een goed beeld van de ontwikkelingen binnen Omnibuzz en de realisatie van de doelen en financiële resultaten. In het jaarverslag staan de ontwikkelingen die hebben gespeeld in 2023 helder beschreven. Zo heeft Omnibuzz in 2023 MijnOmnibuzz gelanceerd waardoor gebruikers via internet en via een applicatie ritten kunnen boeken. Daarnaast heeft Omnibuzz zich beziggehouden met verschillende ontwikkelingen rondom mobiliteit en het openbaar vervoer omdat zij ook voor vanuit het doelgroepenvervoer betrokken willen zijn bij mobiliteitsvraagstukken. Zo ondersteunen ze Kommee, het project waarbij OV-ambassadeurs inwoners begeleiden bij het gebruik van het OV en hebben ze gezamenlijk met Arriva een pilot opgezet om OV aan te bieden aan inwoners die niet in aanmerking komen voor WMO vervoer. Onze gemeente is deelnemer van deze pilot, deze is deze maand gestart. Daarnaast is Omnibuzz gestart met de voorbereidingen voor het aanbesteden en uitvoeren van het leerlingenvervoer in Midden-Limburg vanaf augustus 2024 en het voorbereiding van de wettelijke GR wijziging in 2024. De nasleep van Covid blijft een invloed hebben op het vervoer.
Zo blijft het vervoersniveau in 2023 25,1% lager dan in 2019, voor de coronapandemie. Daarnaast blijft het chauffeurstekort bij de taxibedrijven aanhouden. Omnibuzz is in november 2023 gestart met vraagspreiding, waardoor klanten op piekmomenten wordt gevraagd om hun rit op een ander moment te boeken. Dit zorgt voor minder druk op de vervoerders. De klanttevredenheid blijft hoog, in 2023 scoort Omnibuzz een 8,3. Onderdeel van het jaarverslag is de jaarrekening 2023. In 2023 is ten opzichte van de bijgestelde begroting 2023-1 in totaal een positief financieel resultaat behaald van €2.095.000 Dit positief resultaat over 2023 krijgen de gemeenten in 2024 terugbetaald.
2
Pag. 3 van 4
De conceptbegroting 2023-2 en 2024 met meerjarenperspectief 2025-2027 en de bijbehorende uitgangspuntennotitie passen binnen de vastgestelde bestuurlijke kaders voor Omnibuzz. De gehanteerde uitgangspunten zijn financieel verantwoord. De financiële beleidsdocumenten getuigen van een degelijke, flexibele en goede bedrijfsvoering. De voorliggende begrotingen vormen daarmee een goede financiële basis voor de bedrijfsvoering van Omnibuzz. Voor verdere uitleg verwijzen wij u naar de uitgangspuntennotitie Omnibuzz (bijlage 1). Financiële consequenties Jaarrekening 2023 Actuele Begroting A
Kosten 2023 B
Onttrekking reserves C
Te Bestemmen Resultaat D
€693.973
€649.296
€3.531
€48.208
Toelichting - Een deel van de kosten van 2023 is gedekt door de onttrekking van de reserves, omdat deze kosten passend waren bij het doel van die reserve. Hierdoor berekend de volgende som het te bestemmen resultaat = A+C-B=D. - Horst aan de Maas zal over 2024 een terugbetaling ontvangen over het resultaat van 2023 (€48.208). Begroting 2024-1, 2025-2028 Jaar Budget actuele begroting HadM
Raming Omnibuzz actueel
Verschil
Toelichting
-=minder +=meer
2024
€ 723.000
€ 696.000
-€ 27.000
Bijgestelde raming 2024-1
2025
€ 764.000
€ 721.000
-€ 43.000
Bijgestelde raming 2025
2026
€ 801.000
€ 741.000
-€ 60.000
Bijgestelde raming 2026
2027
€ 828.000
€ 765.000
-€ 63.000
Bijgestelde raming 2027
2028
€ 828.000
€ 788.000
-€ 40.000
Bijgestelde raming 2028
Toelichting: - 2024 – 2028: De kosten komen lager uit dan eerdere ramingen. Dit komt omdat Omnibuzz tot 2023 heeft gerekend met het vervoersvolume in 2019 als indicatief volume voor de jaren na de coronapandemie. Na 2023 concludeert Omnibuzz dat het volume is gestabiliseerd. Het volume zal niet meer op korte termijn klimmen naar de aantallen van 2019. In de nieuwe ramingen wordt het volume van het voorafgaand jaar gebruikt als indicatie, vandaar dat de kosten lager zullen zijn dan verwacht, omdat het vervoersvolume lager zal liggen dan verwacht. - Onafhankelijk van het vervoersvolume verwacht Omnibuzz wel dat de actuele kosten zullen stijgen door de NEA-index, geleidelijke stijging van het vervoersvolume en nieuwe CAO’s. - De gemeenten ontvangen zelf de klantbijdragen voor het vervoer. Die inkomsten zijn geen onderdeel van de begroting van Omnibuzz. De stabilisatie van het vervoersvolume vanaf 2023 zorgt voor lagere inkomsten van de eigen bijdrage van het vervoer. Daarnaast heeft het besluit om in 2024 de LTI niet
3
Pag. 4 van 4
door te voeren ook invloed op de inkomsten, er is in de nieuwe ramingen rekening gehouden met een gemiddelde indexering, niet met de LTI. De bijgestelde raming van inkomsten is vandaar lager dan de eerdere ramingen. Voor 2024 was de eerdere raming €81.400, de raming van 2024-01 is €70.000. De financiële effecten voor 2024 worden meegenomen in de 2e bijstelling 2024. De aangepaste ramingen voor 2025 en volgende jaren worden meegenomen en verwerkt in de voorstellen voor de begroting 2025 en meerjarenraming 2026 - 2028.
Vervolgtraject/ communicatie Gemeenten hebben tot 27 juni 2024 (wettelijke termijn) om zienswijzen kenbaar te maken aan het dagelijks bestuur van Omnibuzz. Vervolgstappen: • Desgewenst bericht vanuit de gemeenteraad aan DB Omnibuzz dat er een zienswijze wordt ingediend (uiterlijk 27 juni). • Reactie van DB Omnibuzz op de ingediende zienswijzen. • Vastelling jaarverslag en begrotingen op 5 juli door AB Omnibuzz.
Bijlagen: Opgenomen in de lijst van ingekomen brieven van 16 mei 2023 1. Aanbiedingsbrief van DB Omnibuzz en Uitgangspunten begroting 2024-1, begroting 2025 met meerjarenraming 2026-2028 2. Jaarverslag 2023 Omnibuzz 3. Conceptbegroting Omnibuzz 2024-1 4. Conceptbegroting Omnibuzz 2023 met meerjarenperspectief 2026-2028
4
Van: Priscilla Vanwersch <P.Vanwersch@omnibuzz.nl> Verzonden: donderdag 4 april 2024 15:08 Onderwerp: Begrotingen en jaarrekening 2023 Omnibuzz Goedemiddag, Gelieve bijgaande stukken en onderstaande e-mail door te leiden naar het college van B&W. Deze stukken en onderstaande mail zijn vandaag ook verstuurd naar de Griffie. Met vriendelijke groet,
Omnibuzz, maatwerk in vervoer Priscilla Vanwersch Medewerker officemanagement/directiesecretaresse Werkdagen: di tot 14u, woe tot 12u, do en vrij t: 046-4574712 m: 06-11883770 a: Geerweg 3, 6135 KB Sittard w www.omnibuzz.nl e: p.vanwersch@omnibuzz.n : l
Van: Priscilla Vanwersch <P.Vanwersch@omnibuzz.nl> Datum: donderdag, 4 april 2024 om 15:01 Onderwerp: Begrotingen en jaarrekening 2023 Geachte griffier, Hierbij bieden wij u de volgende documenten aan: Aanbiedingsbrief aan gemeenteraden (bijgevoegd als bijlage). Uitgangspuntennotitie begroting 2024-1 en 2025 (bijgevoegd als bijlage). Concept eerste wijziging begroting 2024-1, zie bijgaande link: https://www.omnibuzz.nl/jaarverslag-2023/begroting-2024-1/omnibuzz-begroting-2024-1-v100print.pdf Concept begroting 2025 & meerjarenperspectief 2026-2028, zie bijgaande link: https://www.omnibuzz.nl/jaarverslag-2023/begroting-2025/omnibuzz-begroting-2025-v100-print.pdf Concept jaarverslag 2023, zie bijgaande link: https://www.omnibuzz.nl/jaarverslag-2023/jaarverslag/omnibuzz-jaarverslag-2023-v100-print.pdf Uw raad heeft conform de WGR 12 weken de tijd om een eventuele zienswijze kenbaar te maken aan het dagelijks bestuur van Omnibuzz. Dit betekent dat de formele deadline hiervoor 27 juni 2024 is. Het algemeen bestuur zal in haar vergadering van 3 juli aanstaande overgaan tot besluitvorming over deze documenten. Hopende u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet,
Omnibuzz, maatwerk in vervoer Priscilla Vanwersch Medewerker officemanagement/directiesecretaresse Werkdagen: di tot 14u, woe tot 12u, do en vrij t: 046-4574712 m: 06-11883770 a: Geerweg 3, 6135 KB Sittard w www.omnibuzz.nl e: p.vanwersch@omnibuzz.n : l
Aan: Gemeenteraad T.a.v. de Griffie Sittard, 4 april 2024
Onderwerp:
Concept Jaarrekening 2023. Uitgangspuntennotitie begroting 2024-1 en 2025. Concept eerste wijziging begroting 2024-1. Concept begroting 2025 & meerjarenperspectief 2026-2028.
Geachte dames en heren, Met genoegen bieden wij u, namens het dagelijks bestuur, bovengenoemde financiële stukken aan met betrekking tot de Gemeenschappelijke Regeling Omnibuzz. In deze brief geven wij een korte inhoudelijke toelichting hierop. Concept jaarrekening 2023 In de jaarrekening inclusief jaarverslag blikken wij terug op het afgelopen jaar 2023. In dit jaar hebben wij kunnen constateren dat de vervoersvraag - na de periode van COVID-19 en de nasleep hiervan – zich op totaalniveau gestabiliseerd heeft tot circa 80% van het niveau vóór COVID-19. Op gemeenteniveau zijn de verschillen in de ontwikkeling van het vervoer echter zeer groot. Voor de meerderheid van de gemeenten geldt echter dat zij (ruim) binnen de begroting 2023-2 zijn gebleven. Voor een zestal deelnemers geldt dit niet, bij deze gemeenten is sprake van een overschrijding. In bijgaande figuur wordt de ontwikkeling van het vervoer in de afgelopen 5 jaren grafisch weergegeven. Deze grijze lijn betreft het aantal ritten in het ‘normale’ preCOVID jaar 2019. De blauwe lijn geeft 2020 weer, waarin duidelijk de extreme terugval in vervoer naar aanleiding van de eerste golf is te zien. De rode en paarse lijn laten de ontwikkeling van de vervoersvraag in 2021 respectievelijk 2022 zien. De groene lijn tenslotte laat de ontwikkeling van het vervoer in 2023 zien.
Het is duidelijk te zien dat deze nog onder het niveau van 2019 ligt. Ook is te zien dat de vervoersvraag is gestegen ten opzichte van 2022 en de trend zich lijkt te hebben gestabiliseerd op totaalniveau. In het laatste kwartaal is een lichte stijging waarneembaar.
1
Aantal ritten per maand 140000 120000 100000 80000 60000 40000 20000 0 jan
feb
mrt 2019
apr
mei 2020
jun 2021
jul
aug 2022
sep
okt
nov
dec
2023
Een lagere vervoersvraag betekent echter niet dat de vervoerskosten 1-op-1 lager uitvallen. De vervoerders hebben - toen ze inschreven bij de aanbesteding - hun capaciteit (personeel en voertuigen) afgestemd op een - op basis van historische data - verwacht vervoersvolume. Naar aanleiding van COVID-19 en de nasleep hiervan (lees: de structureel lagere vervoersvraag) hebben wij met de vervoerders aanvullende continuïteitsafspraken gemaakt, die zijn vastgelegd in een addendum. In de basis raamovereenkomst was reeds een tarief correctie tabel opgenomen voor het geval de vraag zou dalen tot 80% van het ingeschatte vervoer. In het addendum met de vervoerders zijn deze tabellen doorgetrokken tot een vraagniveau van 40%. Dit betekent dus dat de vervoerders een compensatie krijgen in het tarief voor de structureel lagere vervoersvraag, het zogenaamde flexibele tarief. Voor 2023 hadden wij in de begrotingswijziging 2023-2 het vervoersvolume vanwege de lagere vervoersvraag reeds naar beneden bijgesteld met 7,5% ten opzichte van 2019. Gecombineerd met een correctie op de historisch hoge NEAindex (13,7% in de begrotingswijziging in plaats van 3,5% in de eerste begroting 2023) was de begroting met € 0,3 mln. naar beneden bijgesteld.
In de praktijk is het vervoer op totaalniveau nog lager uitgevallen, waardoor wij in de voorliggende jaarrekening over 2023 een onderschrijding (ten opzichte van de begrotingswijziging 2023-2) van het vervoer hebben gerealiseerd van € 1,5 mln. Ook op de indirecte vervoerskosten en overhead hebben wij € 0,5 mln. minder kosten gerealiseerd, waardoor de jaarrekening 2023 wordt afgesloten met een positief resultaat van ruim € 2,0 mln. Dit is inclusief het GGZ vervoer dat wij in 2023 hebben uitgevoerd voor de gemeenten Roermond en Nederweert. Voor dit GGZ vervoer wordt separate
2
administratie gevoerd en deze wordt ook afzonderlijk met de betreffende gemeenten afgerekend. In het voorstel winstbestemming wordt voorgesteld om het positieve jaarrekening resultaat over 2023 ad € 2.069.855 als volgt te bestemmen: - € 1.994.855 uitbetaling aan de deelnemende gemeenten (voor zover op gemeenteniveau een positief resultaat is gerealiseerd); - € 75.000 dotatie aan de bestemmingsreserve Data-analyse. Omnibuzz beschikt over een schat aan (reis-)data. De afgelopen periode hebben wij gemerkt dat wij in toenemende mate vragen krijgen van gemeenten waarbij data analyse onmisbaar is. We hebben hiervoor echter beperkte expertise in huis. Door hier aan de voorkant in te investeren zullen wij in staat zijn om ook ons voorspellend vermogen te vergroten en gemeenten adequater te kunnen adviseren. Uitgangspuntennotitie begroting 2024-1 en 2025 De uitgangspuntennotitie biedt het beleidsmatig en financieel kader voor de begrotingen 2024-1 en 2025 en het meerjarenperspectief 2026-2028. De financiële uitgangspunten zijn op 20 december 2023 door het algemeen bestuur vastgesteld. De notitie is gebaseerd op het ‘Bedrijfsplan Doelgroepenvervoer’ van Omnibuzz.
Op basis van de missie en visie, een terugblik en evaluatie op en van reeds gerealiseerde zaken alsmede een omgevingsanalyse, legt Omnibuzz in dit document vast wat in de periode 2024 en volgende de te realiseren doelstellingen zijn. Hiermee wordt invulling gegeven aan artikel 34 b van de wet GR. Concept begroting 2024-1 en concept begroting 2025 & meerjarenperspectief 2026-2028 Op basis van de door het algemeen bestuur vastgestelde financiële uitgangspunten zijn de voorliggende begrotingen opgesteld. In de eerste begrotingswijziging 2024-1 zijn de geactualiseerde inzichten met betrekking tot de eerste begroting 2024 verwerkt. Dit betreft zowel voortschrijdend inzicht met betrekking tot de invulling van beleid als ook aanpassing van financiële parameters die inmiddels veranderd zijn. Zo hebben wij de gewijzigde vervoersvraag op gemeenteniveau geactualiseerd in de begrotingen. Dit betekent dat (op totaalniveau) de begrotingen aanzienlijk naar beneden zijn bijgesteld. We verwachten hiermee de begrotingen meer in lijn te hebben gebracht met de werkelijke vervoersvraag op gemeenteniveau, zodat er geen grote afrekeningen meer hoeven plaats te vinden na afsluiting van het boekjaar.
In de voorliggende begrotingen is ook het GGZ-vervoer verwerkt dat wij voor de gemeenten Roermond en Nederweert verzorgen en vanaf augustus 2024 ook het leerlingenvervoer voor de gemeenten Echt-Susteren, Maasgouw, Roerdalen, Roermond, Weert en Nederweert. Begroting 2024-1 Ten opzichte van de vorige begroting 2024 vallen de totale kosten voor het WMO vervoer € 1,5 mln. lager uit. Deze daling kan worden uitgesplitst naar de directe
3
vervoerskosten alsmede de indirecte vervoerskosten en overhead. Directe vervoerskosten 2024-1 - Het vervoerstarief is conform de contractuele afspraken geïndexeerd met de NEAindex voor 2024 die is vastgesteld op 3,4%. In de eerste begroting 2024 was 3,5% ingerekend (NEA-index 2022). Per saldo heeft dit dus geleid tot een marginale kostendaling van 0,1% - Gezien het grillige en onvoorspelbare karakter van de vervoersvraag in de afgelopen jaren hebben wij het vervoersvolume in de eerste begroting 2024 gebaseerd op het gerealiseerde vervoer in 2019 (pré COVID-19), en hier een afslag op toegepast van 5%. De stabilisering van het vervoer vanaf 2023 en de grote verschillen op gemeenteniveau vormen echter aanleiding om weer aansluiting te zoeken bij het oorspronkelijke uitgangspunt voor het bepalen van het vervoersvolume voor de begrotingswijziging 2024-1: namelijk het vervoer te baseren op de realisatie op gemeenteniveau in het jaar ervoor, 2023. Vanaf de begrotingswijziging 2024-1 zal de inschatting van de vervoersvraag dus beter aansluiten op de actualiteit. Voor de meeste gemeenten heeft dit geleid tot een neerwaartse aanpassing van de begroting voor de directe vervoerskosten, voor een zestal gemeenten echter tot een stijging die varieert van marginaal tot substantieel. Op totaalniveau bedraagt de verlaging € 2,8 mln.
In het gehanteerde vervoerstarief is rekening gehouden met het flexibele tarief, zoals toegelicht op pagina 2. - In de begroting 2024-1 is een generiek opslagpercentage van 5% toegepast op het gerealiseerde vervoersvolume van het voorgaande jaar om een stijging in het vervoersvolume op te vangen. De individuele gemeenten hebben de mogelijkheid gekregen om naar wens een ander % toe te passen, dan wel geen opslag toe te passen. Voor de begroting 2024-1 heeft geen van de 30 gemeenten aangegeven hiervan te willen afwijken. Het effect van de opslag bedraagt op totaalniveau ca. € 1 mln. - Bovenstaande effecten leiden gezamenlijk tot een verlaging van de begroting op totaalniveau van € 1,8 mln. Kosten 2024-1 indirecte vervoerskosten en overhead De indirecte vervoerskosten laten een stijging zien van € 255.000 ten opzichte van de eerste begroting 2024. Deze stijging is grotendeels toe te schrijven aan de cao verhogingen per 1 januari en 1 oktober 2024, waardoor de loonkosten van de medewerkers van ritreservering en de klantenservice op jaarbasis met 5,08% stijgen, terwijl met 2% rekening was gehouden. Daarnaast zijn noodzakelijke aanpassingen in de telefooncentrale, aanpassingen in systeem- en rapportagemodules en beheer en onderhoud van MijnOmnibuzz ingerekend. Ook de overheadkosten stijgen als gevolg van deze gemaakte cao-afspraken.
Tevens leiden prijsstijgingen van diverse leveranciers, de noodzakelijke vernieuwing van de website en verplichtingen uit hoofde van archiefbeheer tot hogere overheadkosten. Verdere kostenstijgingen hebben wij voor een deel kunnen opvangen door bijvoorbeeld lagere reiskosten woon-werk en print en kopieerkosten. Per saldo laten de overhead kosten een stijging zien van € 82.000. Het overhead percentage voor de begrotingswijziging 2024-1bedraagt, conform de
4
gemeentelijke IV-3 maatstaven 10,0% en bevindt zich hiermee ruim binnen de bandbreedtes van gemeentelijke organisaties. Voor de toekomstige begrotingen zullen wij de ontwikkeling van dit percentage nauwlettend in de gaten en stabiel houden. Begroting 2025 e.v. De begroting voor 2025 wordt met een bedrag van € 2,1 mln. verlaagd. Voor de begroting 2025 geldt in zijn algemeenheid hetzelfde als voor de begrotingswijziging 2024-1: In de vorige meerjarenbegroting was voor 2025 uitgegaan van het gerealiseerde vervoersvolume in 2019, verminderd met een afslag van 2,5%. Voor de jaren 2026 e.v. werd ook uitgegaan van de realisatie 2019, echter zonder afslag. De eerder in deze brief genoemde lagere vervoersvraag, stabilisering van het vervoer vanaf 2023 én de grote verschillen op gemeenteniveau hebben er toe geleid om weer aansluiting te zoeken bij het oorspronkelijke uitgangspunt voor het bepalen van het vervoersvolume voor 2025: namelijk het vervoer te baseren op een actuele basis: het begrote vervoersvolume voor 2024, dat gebaseerd is op de realisatie 2023, verhoogd met een opslag van 2,5%. Voor de meeste gemeenten heeft dit geresulteerd in een verlaging van de begroting voor de directe vervoerskosten, op totaalniveau bedraagt de verlaging € 2,4 mln. In het gehanteerde vervoerstarief is rekening gehouden met het flexibele tarief, zoals toegelicht op pagina 2.
Voor 2025 is conform de vastgestelde financiële uitgangspunten de NEA-index van 2023 ingerekend á 3,4% . De indirecte vervoerskosten en de overheadkosten stijgen ten opzichte van het jaar 2025 uit de vorige meerjarenbegroting met respectievelijk € 216.000 en € 59.000, onder andere als gevolg van het doorwerken van de cao-verhoging in 2024 en indexaties van leveranciers en verplichte evaluatie van de gemeenschappelijke regeling in 2025. Ten slotte Wij geven u met deze documenten een goed inzicht in de missie, visie, doelstellingen en hiervoor benodigde middelen op korte en middellange termijn, alsmede de realisatie van onze doelstellingen in 2023. Wij wensen u veel leesplezier en nodigen u uit uw zienswijze op de voorliggende stukken te geven. Deze kunt u indienen binnen een termijn van twaalf weken, de wettelijke deadline hiervoor is 27 juni 2024. Indien mogelijk ontvangen wij uw reactie eerder dan deze datum. De behandeling van de stukken in het algemeen bestuur staat geagendeerd voor 3 juli 2024. Ten slotte attenderen wij u er op dat Omnibuzz op 18 april aanstaande om 19.00 uur een digitale informatiebijeenkomst organiseert voor raadsleden over deze onderwerpen. De uitnodiging hiervoor is aan de griffies verstuurd.
Mr. G.M.F. Vreuls Directeur
V.G.J. Zwijnenberg Voorzitter
5
Uitganspuntennotitie Omnibuzz 2024-1, 2025 en 2026-2028
1. Inleiding Deze uitgangspuntennotitie heeft betrekking op de begrotingswijziging 2024-1, de begroting 2025 en het meerjarenperspectief 2026 tot en met 2028. De uitgangspunten vloeien voort uit eerdere besluiten, contractuele afspraken en het (financieel economisch) beleid van Omnibuzz. Omnibuzz werkt vanuit vastgestelde kaders, zoals het bedrijfsplan (5 januari 2016, actualisatie 2019), de Gemeenschappelijke Regeling Omnibuzz, de nota reserves en voorzieningen, financiële verordening, raamovereenkomsten met vervoerders en de dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) met de gemeenten. In 2021 is het productenboek geactualiseerd en vastgesteld als bijlage bij de DVO. Hierin zijn alle reguliere taken goed omschreven. Voor zes gemeenten uit Midden-Limburg is in 2023 aanvullend een DVO afgesloten voor het leerlingenvervoer. De uitgangspunten voor dit vervoer zullen apart benoemd worden. De vertaling van deze kaders en uitgangspunten naar jaarlijkse begrotings- en verantwoordingsstukken gebeurt conform het ‘Besluit begroting en verantwoording’ (BBV). De uitgangspunten worden gehanteerd als parameters voor het opstellen van betreffende begrotingen. Dit geeft gemeenten de mogelijkheid invloed hierop uit te oefenen en dit te plaatsen in de context van hun eigen financiële huishouding.
In deze uitgangspuntennotitie formuleren wij de belangrijkste speerpunten voor de komende periode met inachtneming van de actuele ontwikkelingen. Het vastgestelde jaarplan 2024 vormt hierbij de basis. De financiële uitgangspunten zijn op 20 december 2023 door het algemeen bestuur vastgesteld en in het geheel in deze uitgangspuntennotitie opgenomen.
2
2. Beleidsmatige uitgangspunten Wmo-vervoer De beleidsmatige uitgangspunten en de prioriteiten die daarin worden gesteld, komen voort uit de visie en de wijze waarop wij vanuit die visie anticiperen op actuele ontwikkelingen.
2.1 Pijler 1- Minder doelgroepenvervoer door toeleiding naar voorliggende voorzieningen »
Integratie OV en doelgroepenvervoer: blijvende focus op het optimaliseren van het gebruik van OV en andere voorliggende voorzieningen. Regionaal via een intensief traject met de Provincie Limburg en Arriva en bijvoorbeeld Kommee van Trendsportal, landelijk via publieke mobiliteit.
»
Toeleiding naar ander vervoer en gebruik van voorliggende voorzieningen met de Voor Elkaar Pas (VEP) als belangrijk instrument. Promotieactiviteiten van de VEP en uitrol van de pilot, waarbij wordt ingezet op een soortgelijk product met gratis Arriva-OV als voorloper op Wmo-vervoer, welke als vangnet dient tegen mobiliteitsarmoede en het toegankelijker maken van OV voor burgers die tussen wal en schip vallen.
2.2 Pijler 2- Efficiënt doelgroepenvervoer en bundeling van vervoer »
Efficiënt Omnibuzz vervoer: bevorderen duurzame arbeidsrelaties en investeringen in duurzame voertuigen door onder andere de verlenging van de huidige raamovereenkomsten, zoals besloten door het dagelijks bestuur op 10 mei 2023.
»
Belangrijke instrumenten voor efficiënt vervoer zijn piekspreiding en actief sturen op groepsritten en vast werk. In 2023 is een module gerealiseerd om piekspreiding te effectueren. In november 2023 zijn wij gestart met 1 vervoerder. In 2024 zullen wij dit goed evalueren en de verwachting is dat wijdit vervolgens over alle percelen uitrollen.
»
Tegelijk pakken wij nog steeds het chauffeurstekort aan door vervoerders te ondersteunen in het behouden en werven van nieuw personeel.
»
In de advisering aan gemeenten blijven wij inzetten op bewustwording en signalering, zodat maatwerk mogelijk blijft en het vervoer toch ook beheersbaar blijft.
»
De mogelijkheden tot het reserveren van ritten maken wij zo klantvriendelijk en efficiënt mogelijk via moderne taxipoints in de ziekenhuizen en de ontwikkeling van MijnOmnibuzz. Het gebruik van MijnOmnibuzz gaan wij stimuleren door een uitgebreide promotiecampagne en het ondersteunen en vergroten van de digitale vaardigheden van gebruikers.
»
Tenslotte hebben wij een data gedreven onderzoek uitgevoerd om de achterblijvende vervoersvraag te verklaren, aangevuld met een klantonderzoek naar het reisgedrag. De resultaten zijn omvangrijk, deze vertalen wij in 2024 naar concrete acties.
»
Instroom van ander doelgroepenvervoer: de invulling hiervan is flexibel en afhankelijk van de behoefte van de desbetreffende gemeente.
3
»
Voor het leerlingenvervoer van 6 gemeenten in Midden-Limburg is een aparte aanbesteding gedaan. De gunning van dit vervoer vindt plaats in het voorjaar van 2024 en de implementatie en inrichting van de organisatie moet klaar zijn voor de start in augustus 2024.
»
Invulling andere vervoersbehoeften: Omnibuzz kan, in opdracht van gemeenten, flexibel worden ingezet ten behoeve van (urgente) maatschappelijke doelen. Dit vervoer wordt niet begroot.
2.3 Pijler 3- Investeren in een slimme organisatie »
Omnibuzz als kennisorganisatie: ontwikkeling informatie- en kennismanagement, kwaliteitsbeheer, rapportageinstrumenten en data-analyse als basis voor advies en beleidsondersteuning gemeenten.
»
Kwaliteitsbeleid: interne audits, open verbetercultuur, digitalisering en verbetering van interne rapportages, training schrijfvaardigheid en uitvoering tevredenheidsonderzoek onder medewerkers en onderaannemers.
»
Interne organisatie: integraal en duidelijk personeelsbeleid, vitaliteitsbeleid en integriteitsbeleid voor borging goed werkgeverschap, maar ook voor het vertrouwen van de burger in Omnibuzz als onderdeel van de overheid. Verder onderzoeken wij de mogelijkheden om de huisvesting anders (goedkoper) te organiseren.
»
De taken op digitalisering en compliance organiseren wij zoveel mogelijk intern. Sommige dossiers vragen om specifieke expertise; hiervoor maken wij gebruik van externe adviseurs. Wij informeren ons bestuur periodiek over de voortgang van: o
De Nota reserves, voorzieningen en risicomanagement die in 2023 is geactualiseerd.
o
De Gemeenschappelijke Regeling Omnibuzz (GR) diet in 2024 wordt aangepast aan de wijziging van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (Wgr).
o
De stapsgewijze implementatie beleid digitale toegankelijkheid en openbaarheid.
o
De Wet Open Overheid (Woo): realisatie van het aansluiten op de Woo-index en de implementatie conform een stappenplan op advies van het Ministerie van Binnenlandse Zaken.
o
De Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv): inventarisatie van de impact en digitale dienstverlening in lijn brengen met deze wetgeving.
o
Het Digitaal Archief: uitvoering van het stappenplan uit 2023; het inrichten van de processen voor het bewaren, anonimiseren en vernietigen van de digitale rit- en klantgegevens op totaal- en klantniveau.
»
Het applicatielandschap als basis: vanwege het toenemend belang van digitalisering is het van groot belang ons applicatielandschap goed te onderhouden en toekomstbestendig in te richten.
»
Het opzetten en implementeren van een Information Security Management System (ISMS) voor de professionalisering en borging van de informatiebeveiliging verwachten wij in 2024 af te ronden.
»
MijnOmnibuzz wordt de komende jaren verder doorontwikkeld met als doel meer gebruikersgemak voor de klant en digitalisering van onze dienstverlening. Ook starten wij een uitgebreide promotiecampagne.
»
Het content managementsysteem (CMS) van de huidige website van Omnibuzz is inmiddels 7 jaar oud. Halverwege 2024 verwachten wij een nieuwe website op te leveren die voldoet aan de moderne technische standaarden, inclusief informatie over leerlingenvervoer, een pagina voor publicaties in het kader van de Woo en de toegang tot MijnOmnibuzz en het keurmerk drempelvrij. 4
Omnibuzz maakt als uitvoeringsorganisatie namens de gemeenten uiteraard geen winst en alle activiteiten in deze notitie worden in de begrotingen meegenomen. Tegenover deze kosten staan ook opbrengsten, die zich vooral uiten in hogere kwaliteit of dienstverlening en ook deels financieel. Zo leiden investeringen in digitale diensten tot minder telefonisch contact en postverzending en de instroom van leerlingenvervoer zorgt bijvoorbeeld voor een daling van de overhead voor het Wmo-deel. Deze effecten zijn echter niet direct aantoonbaar, omdat tal van andere ontwikkelingen hiermee parallel lopen.
5
3. Beleidsmatige uitgangspunten leerlingenvervoer »
Het algemeen bestuur heeft op 27 september 2023 ingestemd met de uitgangspunten van de DVO leerlingenvervoer die met deze zes gemeenten wordt ondertekend. Deze uitgangspunten zijn grotendeels gelijk aan de lopende DVO voor Wmo.
»
Gezamenlijke aanbesteding voor de gemeenten Echt-Susteren, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond, Weert met ingangsdatum 01-08-2024.
»
Aanbesteding Zwemvervoer/ gymvervoer: 01-08-2024 (alleen voor Roermond).
»
LLV en zwemvervoer/ gymvervoer gezamenlijk verantwoorden.
»
De basis voor de begrotingen voor het deel leerlingenvervoer zijn gebaseerd op de business case die aan de besluitvorming tot instroom ten grondslag ligt. Het kalenderjaar loopt niet gelijk met schooljaar, maar wij houden het boekjaar gelijk aan het kalenderjaar.
»
De zes gemeenten die vanaf de start deelnemen, financieren de opstartkosten. Bij instroom van nieuwe gemeenten worden de opstartkosten herverdeeld over alle deelnemende gemeenten. Investeringen worden gedaan met betrekking tot ritbeheersoftware, klantsysteem, rapportagetools, boekhouding etc. Deze investeringen worden op basis van inwoneraantal doorberekend aan de betreffende gemeenten.
»
De (deels variabele) structurele kosten, waaronder de aanvulling fte, worden over dezelfde zes gemeenten verdeeld. Voor het leerlingenvervoer is geen klantbijdrage van toepassing, dus financieren gemeenten dit vervoer volledig zelf.
»
Vervoerkosten middels gewogen gemiddelde tarief vervoerders: 1 gemeentelijk tarief. Alle perceeltarieven tezamen leiden tot een gewogen gemiddeld tarief (prijs) voor de gemeenten waarbij per gemeente op basis van realisatie en toeslagen (hoeveelheid) wordt afgerekend. Dit tarief zal pas na definitieve gunning bekend zijn.
»
Verdeelsleutel gemeenten binnen LLV-vervoer: Kilometers voor vervoer, inwoners voor overheadkosten en ritten voor indirecte vervoerkosten.
»
Verdeelsleutel interne doorbelasting Wmo - LLV: overhead op basis van geïndiceerde reiziger. Uitgangspunt is dat de uitvoering van het leerlingenvervoer geen negatief effect heeft op de bestaande dienstverlening voor de 30 deelnemende gemeenten voor de Wmo. De uitvoerende taken voor Wmo- en leerlingenvervoer zijn daarom apart van elkaar ingericht. Een deel van de overheadkosten voor leerlingenvervoer wordt intern doorbelast vanuit de Wmo. De kosten worden dus verrekend met de overhead van alle 30 gemeenten en het onderbrengen van het leerlingenvervoer leidt zo tot een voordeel voor alle deelnemende gemeenten.
»
Relevante ontwikkelingen, advisering en beleid: de gezamenlijk aansturing van meerdere vervoersvormen biedt mogelijkheden om risico’s door het personeelstekort te mitigeren en duurzaamheidseisen te realiseren.
»
Het jaar 2024 staat in het teken van de aanbesteding en de voorbereiding op de implementatie van het leerlingenvervoer. In augustus 2024 start de daadwerkelijke uitvoering. Voorlopig zijn de uitgangspunten voor onze advisering en beleidsondersteuning voornamelijk gericht op het vraagafhankelijk vervoer. Leerlingenvervoer op zichzelf vraagt relatief weinig beleidsmatige advisering. Hiermee houden wij rekening in de verdeling van de kosten. Dit evalueren wij binnen twee jaar.
»
Bedrag opgenomen voor onvoorzien. 6
»
Btw-kostprijs verhogend à 9% (directe en indirecte vervoerskosten) en 21% (overheadkosten).
»
Omnibuzz draagt zorg voor de accountantscontrole.
»
Bedragen business case zijn exclusief btw.
»
De businesscase/jaarrekening wordt met alle deelnemende gemeenten opgesteld/afgerekend op gemeenteniveau.
7
4. Financiële uitgangspunten 4.1 Financiële uitgangspunten begroting 2024-1 Voorgesteld wordt de begroting 2024-1 op basis van de volgende financiële uitgangspunten op te stellen: 1
2023 is het eerste jaar sinds COVID-19 waarin er geen lockdowns of andere beperkende maatregelen zijn ingesteld. Daarnaast heeft de vervoersvraag zich gestabiliseerd ten opzichte van voorgaande jaren. Wij keren dan ook terug naar het oorspronkelijke uitgangspunt, waarin de gerealiseerde vervoerscijfers per gemeente in de periode één jaar voorafgaand aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft (T-1) als uitgangspunt worden genomen. Uitgangspunt is het daadwerkelijk verreden aantal ritten en kilometers per gemeente. Voor de begroting 2024-1 is het uitgangspunt dus het gerealiseerde vervoersvolume in 2023 op gemeenteniveau.
2
Op de vervoerscijfers zoals genoemd bij 1) wordt een opslag van 5% toegepast om de toekomstige groei in de vervoersvraag binnen de begroting op te vangen.
3
De individuele gemeentes hebben de mogelijkheid om naar wens een additioneel opslagpercentage toe te passen om een hogere (of lagere) verwachte stijging van het vervoersvolume op gemeenteniveau (zie 2) op te vangen: dit individueel opslagpercentage kan op maat worden ingerekend.
4
Gezien de structureel lagere vervoersvraag zijn de aanvullende addendum afspraken met de vervoerders nog steeds van toepassing. Deze afspraken houden in dat de vervoerders gecompenseerd worden middels een staffel in het tarief voor het lagere vervoersvolume (40% - 90%) ten opzichte van de inschrijving bij de aanbesteding. Het vervoerstarief zal daarom worden verhoogd conform de contractueel overeengekomen staffel in het addendum met de vervoerders. De basis voor het toe te passen staffelpercentage bestaat uit het vervoersvolume genoemd onder 1) en de opslag genoemd onder 2).
5
Het vervoerstarief wordt geïndexeerd met de NEA-index voor 2024 (vastgesteld op 3,4%). Voor het vervoerstarief wordt gerekend met het voorcalculatorisch tarief 2024 op basis van de afgegeven tarieven in de vervoerscontracten of de flexibele tarieven uit het addendum op de vervoerscontracten, verhoogd met de NEAindex die geldt voor 2024.
6
Het voorcalculatorisch tarief 2024 wordt bepaald op basis van het na-calculatorisch tarief voor 2023 (nog te bepalen), voor het gerealiseerde deel van het vervoer 2023, verhoogd met de NEA-index die geldt voor 2024 (3,4%).
7
Voor de salaris- en loonkosten wordt een nieuwe inschatting gemaakt van de diverse kostencomponenten op basis van de meest actuele informatie. In de begroting 2024-1 zal gebruik worden gemaakt van het meest recente formatieplan. Indexatie van de salariscomponent gebeurt op basis van de afspraken tussen werkgevers en de vakbonden, zoals deze zijn overeengekomen in het onderhandelingsresultaat cao Gemeenten en cao SGO d.d. 10 november 2023 (per 1 januari 4,75% en per 1 oktober 1,25%).
8
De overheadkosten 2024 zijn gebaseerd op een zo goed mogelijke nieuwe inschatting van de diverse kostencomponenten en er wordt gewerkt met een indexpercentage gebaseerd op de schatting uit de MEV 2024 middellange termijnplanning van het CPB zijnde 3,3%. 8
9
Alle vervoerskosten worden conform uitgangspunt uit de notitie afrekensystematiek op basis van daadwerkelijk gebruik met de deelnemende gemeenten afgerekend.
10 De afrekensystematiek voor de indirecte vervoerskosten (zoals loonkosten ritreservering en klantenservice) gebeurt op basis van het aantal ritten. In de begroting zal het aantal ritten uit 2023 opgenomen worden. Bij de afrekening wordt het gerealiseerde aantal ritten 2024 als basis genomen. 11 De afrekensystematiek voor de overheadkosten conform Notitie overhead Commissie BBV/IV3) (bijvoorbeeld loonkosten staf en directie, facilitaire zaken) gebeurt op basis van het aantal inwoners (gebaseerd op CBSgegevens peildatum 1-1-2024). 12 In de begroting wordt ervan uitgegaan dat de algemene reserve minimaal € 520.000 bedraagt conform de vastgestelde ‘Nota reserves, voorzieningen en risicomanagement’. Actualisatie van deze nota kan leiden tot wijziging van dit bedrag (na goedkeuring door algemeen bestuur op 20 december 2023) naar € 550.000,-. 13 In de overheadkosten is een post onvoorzien opgenomen conform voorschrift BBV. Deze post wordt gesteld op € 50.000,-. 14 Alle bedragen zijn weergegeven exclusief btw.
4.2 Financiële uitgangspunten begroting 2025 Voorgesteld wordt om de begroting 2025 en het meerjarenperspectief 2026-2028 op basis van de volgende financiële uitgangspunten op te stellen: 1
2023 is het eerste jaar sinds COVID-19 waarin er geen lockdowns of andere beperkende maatregelen zijn ingesteld. Daarnaast heeft de vervoersvraag zich gestabiliseerd ten opzichte van voorgaande jaren. Wij keren dan ook terug naar het oorspronkelijke uitgangspunt, waarin de gerealiseerde vervoerscijfers per gemeente in de periode twee jaar voorafgaand aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft (T-2) als uitgangspunt worden genomen. Uitgangspunt is het daadwerkelijk verreden aantal ritten en kilometers per gemeente. Voor de begroting 2025 vormt het begrote vervoersvolume 2024 (gebaseerd op realisatie 2023) op gemeenteniveau het uitgangspunt.
2
Op de vervoerscijfers zoals genoemd bij 1) wordt een opslag van 2,5% toegepast om de toekomstige groei in de vervoersvraag binnen de begroting op te vangen.
3
De individuele gemeentes hebben de mogelijkheid om naar wens een additioneel opslagpercentage toe te passen om een hogere (of lagere) verwachte stijging van het vervoersvolume op gemeenteniveau (zie 2) op te vangen. Dit individueel opslagpercentage kan op maat worden ingerekend.
4
Gezien de structureel lagere vervoersvraag zijn de aanvullende addendum afspraken met de vervoerders nog steeds van toepassing. Deze afspraken houden in dat de vervoerders gecompenseerd worden middels een staffel in het tarief voor het lagere vervoersvolume (40% - 90%) ten opzichte van de inschrijving bij de aanbesteding. Het vervoerstarief zal daarom worden verhoogd conform de contractueel overeengekomen staffel in het addendum met de vervoerders. De basis voor het toe te passen staffelpercentage bestaat uit het vervoersvolume genoemd onder 1) en de opslag genoemd onder 2). 9
5
Het vervoerstarief 2025 wordt geïndexeerd met de meest actuele NEA-index 2024 (3,4%). Voor het vervoerstarief wordt gerekend met het voorcalculatorisch tarief op basis van de afgegeven tarieven in de vervoerscontracten of de flexibele tarieven uit het addendum op de vervoerscontracten, verhoogd met de NEAindex die geldt voor 2024.
6
De gehanteerde vervoersprijs is de prijs zoals die voortvloeit uit de aanbesteding, het addendum op vervoerscontracten en de afspraken gemaakt in het kader van de afrekensystematiek. Het tarief voor 2025 wordt gebaseerd op het voorcalculatorisch tarief voor 2024. Dit tarief wordt verhoogd met de NEA-index.
7
Voor de salariskosten wordt een nieuwe inschatting gemaakt van de diverse kostencomponenten op basis van de meest actuele informatie. Indexatie van de salariscomponent gebeurt op basis van de beschikbare meest actuele cao-informatie, of inflatievolgende ontwikkeling op basis van de geschatte index (voor zover caoinformatie niet beschikbaar is). Voor 2025 en de hierop volgende jaren wordt gewerkt met een indexpercentage van 2%.
8
De overheadkosten 2025 zijn gebaseerd op een zo goed mogelijke nieuwe inschatting van de diverse kostencomponenten, of inflatievolgende ontwikkeling op basis van een geschatte index. Voor 2025 wordt gewerkt met een indexpercentage gebaseerd op de schatting uit de middellange termijnplanning CEP van het CPB, zijnde 2,8%.
9
Alle vervoerskosten worden conform uitgangspunt uit de notitie afrekensystematiek op basis van daadwerkelijk gebruik met de deelnemende gemeenten afgerekend.
10 De afrekensystematiek voor de indirecte vervoerskosten (zoals loonkosten ritreservering en klantenservice) gebeurt op basis van het aantal ritten. In de begroting zal het aantal ritten uit 2023 opgenomen worden. Bij de afrekening wordt het gerealiseerd aantal ritten 2025 e.v. als basis genomen. 11 De afrekensystematiek voor de overheadkosten conform Notitie overhead Commissie BBV/IV3) (bijvoorbeeld loonkosten staf en directie, facilitaire zaken) gebeurt op basis van het aantal inwoners (gebaseerd op CBSgegevens peildatum 1-1-2024). 12 In de begroting 2025 wordt ervan uitgegaan dat de algemene reserve minimaal € 520.000,- bedraagt conform de vastgestelde ‘Nota reserves, voorzieningen en risicomanagement’. Actualisatie van deze nota kan leiden tot het wijzigen van dit bedrag (na goedkeuring door algemeen bestuur op 20 december 2023) naar € 550.000,-. 13 De overheadkosten een post onvoorzien opgenomen conform voorschrift BBV. Deze post wordt gesteld op € 50.000,-. 14 Alle bedragen zijn weergegeven exclusief btw.
4.3 Additionele uitgangspunten voor de meerjarenbegroting 2026-2028 1
Het vervoersvolume van de begroting 2025 geldt ook als uitgangspunt voor de jaren van de meerjarenbegroting. Er wordt daarbij uitgegaan van een nullijn; de vervoersvolumes zoals opgenomen in de begroting 2025 worden dus niet verhoogd.
2
Voor indexatie van de overheadkosten wordt gewerkt met een indexpercentage gebaseerd op de schatting uit de CEP middellange termijnplanning van het CPB. Voor 2026 bedraagt deze 2,7%, voor 2027 en 2028 is dit 2,5%. 10
4.4 Additionele uitgangspunten GGZ-vervoer (alleen voor gemeenten waarvoor dit van toepassing is) 1
Verdeelsleutel GGZ-vervoer: overheadkosten worden verdeeld op basis van inwonersaantal; indirecte vervoerskosten op basis van aantal ritten; directe vervoerskosten op basis van kilometers.
2
Verdeelsleutel interne doorbelasting Wmo-vervoer naar GGZ-vervoer: overheadkosten worden doorbelast op basis van het aantal pashouders op 1 januari van het betreffende jaar, indirecte vervoerskosten op basis van het aantal ritten.
3
Investeringskosten GGZ: deze worden op basis van inwoneraantal (peildatum 1-1 van het betreffende jaar) doorberekend aan de betreffende gemeenten.
4.5 Additionele uitgangspunten leerlingenvervoer (alleen voor gemeenten waarvoor dit van toepassing is) 1
De investeringen worden op basis van inwoneraantal doorberekend aan de betreffende gemeenten.
2
Verdeelsleutel interne doorbelasting Wmo - LLV: overhead op basis van geïndiceerde reiziger.
3
Verdeelsleutel gemeenten binnen LLV-vervoer: Kilometers voor vervoer, inwoners voor overheadkosten en ritten voor indirecte vervoerkosten.
4
Vervoerkosten middels gewogen gemiddelde tarief vervoerders: 1 gemeentelijk tarief. Alle perceeltarieven tezamen leiden tot een gewogen gemiddeld tarief (prijs) voor de gemeenten, waarbij per gemeente op basis van realisatie en toeslagen (hoeveelheid) wordt afgerekend.
11
Begroting
2024-1
Omnibuzz
Inhoud 1.
Inleiding__________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 3
2.
Omnibuzz_______________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 6
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
Wie is Omnibuzz____________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 6 Relevante ontwikkelingen______________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 7 Pijler 1: Kantelen van vervoer en OV-gebruik stimuleren_____________________________________________________________________________________________________________________________________________ 9 Pijler 2: Het efficiënter organiseren van doelgroepenvervoer_____________________________________________________________________________________________________________________________________ 10 Pijler 3: Omnibuzz als slimme organisatie____________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 12 Uitvoering leerlingenvervoer Midden-Limburgse gemeenten____________________________________________________________________________________________________________________________________ 15
3.
De beleidsbegroting___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 18
3.1 Programma Omnibuzz-vervoer___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 18
4.
Financiële begroting___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 34
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Financiële kaders__________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 34 Toelichting op de baten en lasten________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 37 Analyse tweede begrotingswijziging 2024-1 ten opzichte van de eerste begrotingswijziging 2024 (Wmo)____________________________________________________________ 45 Toelichting op de baten en lasten (GGZ-vervoer)________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 47 Toelichting op de baten en lasten (leerlingenvervoer)_________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 50
5.
Bijlagen_________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 54
5.1 Staat van geactiveerde kapitaaluitgaven_____________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 54 5.2 Staat van reserves________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 54 5.3 Opbouw algemene reserve__________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 55
Vormgeving: bartistiek Design Foto’s: De Fotovakvrouw 2
Omnibuzz
1. Inleiding Voor u ligt de eerste wijziging programmabegroting 2024 van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Omnibuzz (begroting 2024-1). In voorliggende begrotingswijziging is een aantal nieuwe inzichten en ontwikkelingen verwerkt, die tot een bijstelling van de begroting 2024 leiden. De belangrijkste wijziging ten opzichte van de begroting 2024 is de uitvoering van het leerlingenvervoer voor zes Midden-Limburgse gemeenten met ingang van 1 augustus 2024. Voor de gemeente Roermond is dit inclusief het gym- en zwemvervoer. De besluitvorming hierover heeft plaatsgevonden, nadat de begroting 2024 vastgesteld is. In deze begrotingswijziging is de instroom van dit vervoer verwerkt. Aanvullend hierop zijn de actuele inzichten met betrekking tot de ontwikkeling van het vervoer, overheadkosten en de organisatie opgenomen. Omnibuzz is verantwoordelijk voor het (collectief) vraagafhankelijk vervoer (CVV) voor klanten met een Wmo-indicatie. De uitgangspunten en kaders waarbinnen Omnibuzz dit doet, zijn vastgelegd in het bedrijfsplan (5 januari 2016, actualisatie 2019), de GR Omnibuzz en de dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) met de gemeenten. De DVO’s voor het collectief vraagafhankelijk vervoer zijn met alle deelnemende gemeenten afgesloten.
Met de zes gemeenten uit Midden-Limburg zijn aanvullende DVO’s afgesloten voor het leerlingenvervoer en voor Roermond inclusief het gym- en zwemvervoer. Voor de leesbaarheid wordt dit vervoer in een apart hoofdstuk separaat toegelicht en richten de komende hoofdstukken zich op het CVV. De vertaling van deze kaders naar de jaarlijkse begrotings- en verantwoordingsstukken gebeurt conform het ‘Besluit begroting en verantwoording’ (BBV). Rekening houdend met de dynamiek en voortdurende ontwikkelingen wordt de begroting, indien nodig, jaarlijks geactualiseerd en bijgesteld.
3
Omnibuzz
4
2
Over Omnibuzz
5
Omnibuzz
Over Omnibuzz
2. Omnibuzz 2.1
Wie is Omnibuzz
Omnibuzz is een Gemeenschappelijke Regeling (GR) en verantwoordelijk voor de uitvoering van het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (CVV) in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) voor 30 Limburgse gemeenten. Onze ruim 39.000 klanten hebben van hun gemeente een indicatie voor ons vervoer gekregen. Omnibuzz neemt de administratie en andere uitvoerende en controlerende taken over, waarbij afstemming en overleg tussen betrokken partijen en deelnemende gemeenten geborgd is. De dienstverlening is gericht op optimalisatie van het vervoer voor de reizigers en de deelnemende gemeenten. Het doel van Omnibuzz is: ‘Het bieden van de beste service op het gebied van (aangepast) vervoer.’ Hierbij ligt een sterke focus op het bieden van (maatwerk-)oplossingen voor vervoersvragen van klanten. Omnibuzz zorgt dat klanten - ook diegenen die daarbij ondersteuning nodig hebben - optimaal gebruik kunnen maken van het vervoer en daardoor kunnen blijven participeren. De uitdaging is deze functie binnen de financiële kaders te blijven vervullen. Hiervoor wordt ingezet op efficiënt vervoer en de eigen kracht van klanten. Omnibuzz staat voor de volgende kernwaarden:
› Klantgericht en betrouwbaar. › Kostenefficiënt en duurzaam. › Innovatief en flexibel. › Kwaliteit en deskundigheid. › Integriteit.
6
Missie
De missie van Omnibuzz is:
“Goed, veilig, betrouwbaar en
betaalbaar doelgroepenvervoer voor nu en later.” Uit onze missie blijkt een sterke focus op duurzaam en kwalitatief hoogwaardig vervoer. De missie is verbonden aan een motto dat centraal staat in de dienstverlening:
“Via slim vervoer maatschappelijk blijven verbinden.” Slim vervoer
Met het aanbieden van doelgroepenvervoer zorgt Omnibuzz voor een belangrijk netwerk van reizigers, gemeenten en uitvoerders in Limburg. Omnibuzz kan terugvallen op inhoudelijke expertise, gedetailleerde data en een proactieve houding om het vervoer voortdurend te optimaliseren. Hierbij wegen wij alle belangen van gemeenten, klanten en vervoerders af en zorgen voor een optimale onderlinge afstemming. Dit is noodzakelijk om het vervoer voor de reizigers passend uit te blijven voeren, voor gemeenten betaalbaar te houden en voor vervoerders uitvoerbaar te houden. Maatschappelijk verbinden
Maatschappelijk verbinden tekent de rol van Omnibuzz in het maatschappelijk veld. Vervoer is de verbinding tussen het sociale leven, maatschappelijke activiteiten en de
Omnibuzz
Over Omnibuzz
gebruikers ervan. In de actualiteit leidt dit steeds vaker tot het bieden van noodoplossingen voor acute vervoersvragen, zoals het vaccinatievervoer of ondersteuning bij evacuaties door de wateroverlast. Regiemodel
Omnibuzz is opgericht om de doelstellingen voor de 30 Limburgse gemeenten te realiseren. Hiermee dragen de Limburgse gemeenten zorg voor toekomstbestendig doelgroepenvervoer. Om te sturen op deze ambities is gekozen voor een mobiliteitscentrale volgens het regiemodel. Dit betekent een scheiding tussen regie en de uitvoering van het vervoer. Wij optimaliseren het vervoer doordat beleidsmatige aspecten, contractbeheer en het operationele proces samenkomen binnen de organisatie zonder inmenging van private belangen. Hierdoor kunnen wij het vervoerssysteem passend, betaalbaar en toekomstbestendig inrichten. Eventueel kunnen andere vervoersvormen instromen, maar dit is niet noodzakelijk. De wijze en termijn waarop de ambities gerealiseerd worden is namelijk dynamisch. De drie pijlers waarop alle ambities gebaseerd zijn, borgen de visie op de lange termijn:
› Het kantelen van vervoer en het OV-gebruik stimuleren. › Het efficiënter organiseren van doelgroepenvervoer. › Omnibuzz als slimme organisatie. Na een korte omschrijving van de relevante ontwikkelingen voor het Omnibuzz-vervoer, worden de uitgangspunten per pijler toegelicht.
2.2
Relevante ontwikkelingen
De belangrijkste ontwikkelingen die relevant zijn voor ons vervoer en/of waarop wij moeten anticiperen in deze periode, worden hieronder kort benoemd.
De grillige ontwikkeling van de vervoersvraag
De impact van COVID-19 is provinciaal nog steeds merkbaar in de vorm van een lagere vervoersvraag, maar de verschillen tussen gemeenten nemen toe en de voorspelbaarheid neemt af. Dit maakt het moeilijk om begrotingen strak op te stellen op basis van algemene uitgangspunten. Om goed te kunnen begroten is onderzoek, analyse en meer maatwerk op gemeenteniveau nodig. Dit inzicht heeft onder andere geleid tot een aanpassing van de financiële uitgangspunten, waarbij wij 2019 als peiljaar loslaten en de begrotingen baseren op de volumes van het laatste volledige jaar (2023). De verwachting is dat daarmee de forse overschrijdingen op de begrotingen, zoals nu in een aantal gemeenten het geval is, voor de komende jaren voorkomen worden. Het leidt anderzijds wel tot een structureel hogere begroting voor deze gemeenten. Tekorten aan personeel in de vervoerssector
De problemen met het aantrekken en behouden van voldoende gekwalificeerde chauffeurs houdt aan en kan serieuzere vormen aannemen als het vervoersvolume verder aantrekt, iets wat wij in een aantal gemeenten al constateren. Dit onderwerp krijgt onze volledige aandacht en vraagt vanwege de omvang en impact ook aanpassingen aan de systeemkant, zoals de toepassing van piekspreiding. Vervoersresultaat
In deze begrotingen vallen wij terug op het eerdere uitgangspunt en wij nemen de realisatie van het voorgaande jaar als basis. Voor deze begrotingen betekent dit het volume van 2023, verhoogd met een opslag van 5%. De ontwikkeling van het volume varieert per gemeente. Daarom hebben individuele gemeenten de mogelijkheid om een afwijkend percentage toe te passen en een eventuele hogere stijging in het vervoersvolume op te vangen. Dit doen wij uitsluitend als een individuele gemeente dit specifiek aangeeft. In deze begroting gaan wij uit van het nacalculatorisch tarief over 2023, dat wordt verhoogd met de NEA-index voor 2023 (3,4%). Voor de hierop volgende jaren rekenen wij 7
Omnibuzz
met hetzelfde indexcijfer. De uiteindelijke afrekening met betrekking tot het vervoerstarief met de vervoerders en gemeenten is afhankelijk van de omvang van het vervoer. De omvang bepaalt of dit tarief het voorcalculatorisch tarief op basis van de vervoerscontracten is of de tarieven uit het addendum. Het addendum gaat uit van tarieven die meebewegen met de omvang van het vervoer, zodat vervoerders deels gecompenseerd worden voor het lagere vervoersvolume dan waar zij op hebben ingeschreven bij de aanbesteding. Dit gebeurt aan de hand van staffels die bepaald zijn als percentages van het volume in het referentiejaar 2019. Concreet wordt de prijs per zone met een afgesproken bedrag verhoogd als het volume onder een bepaald percentage (ten opzichte van 2019) zakt. De klantbijdrage wordt niet in de begroting van Omnibuzz verwerkt. Eventuele wijzigingen hebben geen effect op de begroting, maar uiteraard wel op de totale kosten van het vervoer voor de gemeenten. Een lager vervoersvolume leidt uiteraard tot lagere vervoersopbrengsten voor de gemeente. Vanwege de uitzonderlijke situatie geven wij toch een korte toelichting op dit onderwerp. Veel gemeenten hanteren het uitgangspunt dat de klantbijdrage de ontwikkeling in de tarieven van het (lokale) OV volgt. Landelijk worden de klanttarieven in het lokale OV in 2024 niet verhoogd, ondanks een LTI van 11,72%.
Voor de klantbijdragen die doorgaans ‘gelijk aan OV’ met de LTI worden geïndexeerd, is de indexering voor 2024 daarom vooralsnog on hold gezet. De gemeenten nemen binnenkort een definitief besluit over het wel of niet toepassen van de LTI of hebben dit reeds gedaan. De verwachting is dat alle gemeenten dit uitgangspunt blijven volgen en er in 2024 geen indexering op de klantbijdrage zal plaatsvinden. Bonus malus