RIB.24.003 Uitvoeringsprogramma regio
Tekst van het document
58
Het betreft de volgende projecten: · Interventieteam ACT! (preventief, repressief) · (communicatie)campagne Kijk Niet Weg! (preventief, signalerend) · Rode (en groene) spoor vakantieparken (link met programma recreatie en toerisme) (preventief, signalerend, repressief) · Innovatieve controlemethoden (signalerend, repressief) · Data driven opsporing (signalerend) · Restorative justice (preventief, repressief) · Integratie en participatie internationale werknemers (preventief, repressief) · Veilig buitengebied (preventief, signalerend, repressief) Nieuwe ambities 2024-2027 A: A andacht voor grensligging Noord-Limburg; mogelijkheden t.o.v. kansen en bedreigingen De ligging van Noord-Limburg is uniek te noemen, o.a. ook door de sterke logistieke infrastructuur. Het is wenselijk om in de doorontwikkeling van onze regionale aanpak meer aandacht te hebben voor de kansen en bedreigingen die onze geografische ligging met zich meebrengt. Criminelen trekken zich immers niets aan van de grenzen waarbinnen wij werken. De komende periode willen we gebruiken om te onderzoeken of, en zo ja hoe, deze geografische component (zowel landsgrens als provinciegrens) toe te voegen is aan onze aanpak c.q. inzet. Waar mogelijk gaan we over tot operationalisering.
59
B: Grip op Onbegrip: aandacht voor kwetsbare personen als slachtoffer van ondermijning Grip op Onbegrip is een reeds bestaand (landelijk, en ook regionaal geïmplementeerd) actieprogramma waarin domein overstijgend wordt samengewerkt aan het bouwen van veerkrachtige netwerken voor mensen met onbegrepen bedrag. Grip op onbegrip richt zich bovenal op kwetsbare personen die om welke reden dan ook niet stabiel zijn en – als gevolg daarvan – voor overlast of incidenten anderszins zorgen. Graag voegen we een dimensie toe aan dit programma; aandacht voor de slachtofferrol van deze kwetsbare ‘daders’. Hoe kunnen we voor deze kwetsbare doelgroep beter inzetten op preventie, signalering en repressie i.h.k.v. ondermijnende criminaliteit? Er is binnen deze ambitie een link met het programma Vitaal & Gezond; goede afstemming en samenwerking is dan ook van belang! C: De sociale norm omtrent ondermijning en ondermijnende criminaliteit Het lijkt er in de huidige tijd op dat bepaalde ondermijnende activiteiten steeds normaler gevonden worden. Druggebruik (en daarmee dus ook drugsproductie) en (arbeids)uitbuiting zijn daar voorbeelden van. We willen de komende tijd graag onderzoeken wat de impact is van vaak dubbelzinnig overheidsbeleid i.r.t.
de aanpak van ondermijning en ondermijnende criminaliteit; wat is nu eigenlijk de sociale norm? We beseffen dat dit zeer complexe thematiek is, maar als Noord-Limburg willen we wel het lef tonen om
60
61
hier aandacht aan te besteden en hier stappen in te zetten. Voorwaarden Voorwaarden om de doelen en ambities voor de komende 4 jaar te bereiken, zijn als volgt: · We borgen de huidige samenwerking; we richten de manier van besturen en samenwerken op Noord-Limburgse schaal goed in. · We maken gebruik van alle mogelijkheden die we hebben om binnen de (privacy)wetgeving data te gebruiken en informatie te delen. · We werken met een integrale blik samen, zowel intern als extern, en worden zo integraal vakbekwaam. · We laten de regie waar deze thuishoort; soms ligt het primaat bij een ander(e) partij/programma/ domein/maatschappelijk thema. · We smeden en verbeteren maatschappelijke coalities. · Door slimmer te organiseren gaan we efficiënter werken en overleggen. Disclaimer: capaciteit en commitment Om de doelen te kunnen bereiken, is er zowel binnen het veiligheidsdomein als bij andere partijen (in- en extern) binnen de keten voldoende capaciteit nodig. We realiseren ons dat er nu al grote druk zit op de uitvoeringscapaciteit in de hele keten. Er is afstem ming en commitment op meerdere lagen nodig om de doelen en ambities te kunnen verwezenlijken.
62
63
64
6
6 Programma Mobiliteit & Logistiek: Gezond verbinden Noord-Limburg heeft de ambitie om op het gebied van mobiliteit de klimaat-vriendelijkste, toegankelijkste en veiligste regio van Nederland te zijn. Met gezonde verbindingen binnen en buiten de regio. Dit zijn immers belangrijke factoren voor (nieuwe) bedrijven en inwoners van een gezonde regio waarin de logistieke sector een prominente plek heeft. Mobiliteit is daarbij geen doel op zich, maar levert een belangrijke randvoorwaardelijke bijdrage aan de economische, ruimtelijke en sociaal maatschappelijke ontwikkelmogelijkheden van Noord-Limburg. Als regio werken we gezamenlijk aan deze opgave vanuit Trendsportal: de mobiliteitsbeweging in NoordLimburg. Noord-Limburg zet daarmee in op slimme, duurzame en veilige mobiliteitsoplossingen. Dat betekent niet alleen inzet op het vergroten van capa citeit, maar met name op het slimmer en efficiënter gebruiken maken van bestaande netwerken en het stimuleren en faciliteren van nieuwe mobiliteitsoplossingen. Samenwerking tussen bedrijfsleven, overheid, onderwijs en omgeving is hierbij noodzakelijk. Met Trendsportal heeft de regio een mobiliteits programma met de volgende doelen: · Het verhogen van de kwaliteit van leven. Mobiliteit, zodat iedereen mee kan doen.
· Het verbeteren van de ruimtelijk-economische bereikbaarheid, voor de toeristische-, agro-, maak- en logistieke sector in Noord-Limburg. · Het verbeteren van verkeersveiligheid. Streven naar 0 verkeersslachtoffers.
65
· Een aantrekkelijk mobiliteitssysteem. Robuust, attractief en betrouwbaar voor de fietser en de voetganger. · Het ondersteunen van de milieu- en energietransitie, door over te schakelen op schone en stille mobiliteit. Begin 2022 is de bestaande infra-ambitie geactualiseerd tot de Mobiliteitsambitie 2022. Deze is tot stand gekomen na een intensieve samenwerking met ondernemers, onderwijsinstellingen, partners en inwoners. In onze Mobiliteitsambitie hebben we uitgesproken om op alle vier de lagen van het mobiliteitssysteem: mobiliteitsdiensten, vervoersdiensten, verkeersdien sten en infrastructuur in te zetten. Dus niet alleen inzetten op het vergroten van capa citeit, maar ook het slimmer en efficiënter gebruiken van bestaande netwerken (binnen de kaders van leefbaarheid). De hierin opgenomen doelen en ambities zijn vertaald naar vijf programmalijnen: Programmalijn 1: Slimme en duurzame mobiliteit We zetten in op slimme, veilige en duurzame mobiliteitsoplossingen; met name het slimmer en efficiënter gebruiken van bestaande netwerken. De komende jaren komt er, zeker ook vanwege de stikstofcrisis en het gebrek aan ruimte, nauwelijks nog asfalt bij. Dit vraagt om slimme oplossingen. We leggen de relatie met de energietransitie en sluiten aan bij de opgave in het programma Energie en de programmalijn Klimaat.
We streven naar emissieloze personenvervoerverplaatsingen in de regio en een toename van schone
66
voertuigen bij logistieke bedrijven. De gemeenten kopen zero emissie mobiliteit in. Ook streven we naar emissieloze stadslogistiek en willen we onze openbare parkeerplaatsen voorzien van (elektrische) laad mogelijkheden. We streven naar een hoogwaardig en compleet fietsnetwerk en naar een hoogwaardige en collectief mobiliteitssysteem. Er zijn al diverse stappen gezet. Voor ‘slimmer reizen voor alle doelgroepen’ zijn een aantal ‘aanpakken’ ontwikkeld: de bezoekers-, werkgevers- en logistieke aanpak. Duurzaam Deelvervoer vraagt om een andere aanpak dan dat het afgelopen jaar is uitgerold. Het project Electric Green Last Mile bleek nog een stap te vroeg om al in 2022 te realiseren. Met name het realiseren van goede (ultrasnelle) laadlocaties in NoordLimburg bleek (nog) niet mogelijk omdat energie niet beschikbaar was op de gewenste locaties. Dit project stoppen we omdat het Interregproject (waar dit onderdeel van was) afloopt en uitstel niet meer mogelijk is. Deelmobiliteit (voor de minder kapitaalkrachtige inwoners) is geprobeerd op te zetten in het project Social Green. Dat project gaat niet leiden tot het gewenste resultaat omdat hiervoor op dit moment geen haalbare businesscase te ontwikkelen is. Daarom wordt een onderzoek naar betere concepten gestart waarin we toch deelvervoer in de wijken krijgen waarbij niet alleen naar de oorspronkelijke doelgroep wordt gekeken.
Met overige projecten gaan we door. Sommige ambities uit onze Mobiliteitsambitie en ook gedragsveranderingen vragen om een lange adem om deze gerealiseerd te krijgen. Dit willen we op de volgende manier aanpakken. · We gaan door met 'slimmer reizen voor alle doelgroepen’. De werkgeversaanpak (inclusief
67
· ·
· · ·
mobiliteitsportal) en de logistieke aanpak zijn in 2022 goed op gang gekomen en gaan de komende tijd door. Ervaringen leren dat we de projecten beter op elkaar moeten aansluiten en we zetten in op een stevige samenwerking met Supply Chain Valley, waarbij veel bedrijven zijn aangehaakt. Bij de bedrijven halen we mobiliteitsvraagstukken op en koppelen deze aan oplossingen die we hebben en/of gaan ontwikkelen. De bezoekersaanpak wordt vanaf 2023 uitgewerkt. Hiervoor sluiten we ook aan bij het programma Toerisme en Recreatie. De deelmobiliteit voor de medewerkers van de gemeenten is nog een uitdaging voor de komende tijd. We investeren de komende jaren in deelmobiliteit, zowel voor het gebruik van de gemeenten als voor gebruik van de inwoners. We starten in 2023 onder andere met een onderzoek naar deelconcepten en een experiment met DEEL in Venlo en een verkenning van behoeften in andere gemeenten. Ook onderzoeken we hoe we duurzaam deelvervoer onder medewerkers van de gemeenten verder vorm kunnen geven. We zetten in op het verbeteren en aanleggen van fietsroutes. We onderzoeken of we mobiliteitshubs in de regio kunnen uitrollen. We werken verder aan het uitvoeren van onze Mobiliteitsambitie, bijvoorbeeld onderzoeken onze rol/lobby in het realiseren van een internationale OV-studentenkaart.
68
Programmalijn 2: Logistiek en Economische bereik baarheid Een blijvend goede bereikbaarheid over weg, water, rail en lucht is voor de regio cruciaal. Vanwege de verwachte toename in het goederenvervoer is het van belang om knelpunten in het infranetwerk tijdig te signaleren en aan te pakken. Niet alleen voor een goede logistieke bereikbaarheid is aanpak van deze knelpunten belangrijk, deze bedrijven moeten ook goed bereikbaar zijn voor de medewerkers en dat gaat verder dan alleen een goede autobereikbaarheid. We streven naar betrouwbare reistijden op de snelwegen en het regionaal verbindend wegennet in Noord-Limburg. Ook streven we naar een ongehinderde doorgang van goederentreinen op de corridor Rotterdam-Venlo en minimale wachttijden bij de grens voor internationale goederentreinen op de corridor Rotterdam-Venlo-Duisburg/Keulen. Het aandeel spoor en binnenvaart (modal shift) in totale vervoervolume (bulk en containers) willen we verhogen. Ook streven we ernaar dat alle werklocaties met meer dan 250 arbeidsplaatsen zijn uitgerust met voorzieningen voor de fiets en bereikbaar zijn met een collectief mobiliteitssysteem. Deze ambities vragen om samenwerking en (soms) een lange uitvoeringstijd. Om de economische bereikbaarheid van de regio te waarborgen investeren we in een intensieve samenwerking met het bedrijfsleven in grootschalige infraprojecten.
Dit zowel op de weg, het spoor als het water waarbij gezorgd moet worden voor robuuste verbindingen en een verdere toename van de multimodaliteit. Hiervoor is samenwerking op alle niveaus van lokaal tot (inter)nationaal van essentieel belang.
69
De samenwerking met SmartwayZ.NL staat als een huis en we zoeken verdere samenwerking in de logistieke sector. De overheid kan en wil dit soort opgaven niet alleen doen. Het gaat om een samenwerking en wisselwerking tussen overheid, ondernemingen, onderwijs- en kennisinstellingen en omgeving; de Quattro-helix. Samen moeten we ook het gesprek aangaan hoe we infra-ambities kunnen rijmen met de doelen van de gezondste regio. Dit willen we op de volgende manier gaan aanpakken. · We blijven inzetten op het gebruik van smartmobility. · We zetten verder in op het gebruik van data (onder andere de Data Top15 en Smartlogistics). · De uitdaging voor het komende jaren is de betere afstemming met de logistieke sector, met als belangrijk item het verkennen van de samenwerking met Supply Chain Valley. Onder andere koppelen we onze logistieke aanpak aan de samenwerking met Supply Chain Valley. · In Venlo gaan we werken aan een Zero Emissie Zone, met opbrengst voor de hele regio. · In Venray zijn de haven en het bedrijventerrein inmiddels uitgebreid en wordt er de komende tijd gewerkt aan de stationsomgeving. · Spoorknooppunt Venlo en Station Blerick staan op de landelijke agenda Toekomstbeeld Spoor. Met de beoogde komst van een IC EindhovenVenlo-Düsseldorf en op termijn een sneltrein op de Maaslijn, blijven we lobby voeren voor een (inter) nationaal spoorknooppunt in Venlo.
· We zetten in op verbetering en vergroting van de bestaande haven in Venlo (greenfield gecombineerd met brownfieldontwikkeling). Hierbij leggen we een relatie met de hoogwateropgave in het kader van IRM/Vierwaarden.
70
71
· We volgen de ontwikkelingen TEN-T en IJzeren Rijn (buisleidingen, goederenroutes, emplacement Venlo) en de spoorverdubbeling KaldenkirchenDülken. · We lobbyen voor de gedeeltelijke verdubbeling en de elektrificatie van de Maaslijn. · We volgen nauwgezet de ontwikkelingen van de Deltacorridor, en proberen in het kader van de verduurzaming daar waar mogelijk de regio aan te haken op deze internationale buisleidingenstraat. · We participeren in het MIRT-programma Goederencorridors, waarmee we proberen het bovengemiddelde logistieke knooppunt Venlo beter te positioneren op de Zuidoost-Goederencorridor (en internationale corridors Rhine-Alpine en NorthSea-Mediterrenean) tussen de Rotterdamse haven en het Duitse achterland. Programmalijn 3: verbeteren verkeersveiligheid Jaarlijks vallen ook in Noord-Limburg nog veel slachtoffers in het verkeer en deze aantallen stijgen. Dit is onacceptabel. We zetten een extra stap om de negatieve trend te keren en onze doelstelling van 0 slachtoffers in het verkeer te behalen. We sluiten hierbij aan op de koers die is ingezet door de landelijke politiek met het Strategisch Plan Verkeersveilig heid 2030 (SPV2030) en de provinciale ambitie Maak van de NUL een punt. Ook hebben we samen met de provincie (ROVL), de andere regio's, OM, politie en RWS het Strategisch Plan verkeersveiligheid Limburg 2023-2030 opgesteld.
Met een risico-gestuurde aanpak pakken we de verkeersveiligheid aan. Dit doen we niet alleen met fysieke maatregelen. We zetten met behulp van gedragswetenschappers ook in op een gedragsverandering bij de verkeers-
72
deelnemer. Dit moet in combinatie met de juiste handhaving leiden tot een daling van het aantal verkeersslachtoffers. Regionaal wordt ingezet op gedragsbeïnvloeding om de verkeersveiligheid te verbeteren. We streven ernaar dat alle scholen verkeersveiligheid zowel in theorie als in praktijk op het programma hebben en willen dat senioren deelnemen aan scholingsprogramma's. Voor het basisonderwijs en voortgezet onderwijs wordt een uitgebreid pakket aan verkeerseducatie aangeboden. Inmiddels doet 92% van de scholen mee met de verkeerseducatie. Regionaal worden ook educatie en campagnes aangeboden voor andere doelgroepen, bijvoorbeeld senioren op de fiets en fietsverlichting. Gemeenten dragen zorg voor hun eigen infrastructuur. Zij programmeren jaarlijks een aantal op te lossen knelpunten. Hiervoor maken ze ook gebruik van de Investeringsimpuls van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. In 2019 en 2022 zijn tranches uitgevoerd waarvan ook de Noord-Limburgse gemeenten hebben geprofiteerd. Er komen ook de komende jaren nog tranches. Inzet op verkeersveiligheid blijft belangrijk omdat het behalen van NUL verkeersslachtoffers nog ver weg is. Dit willen we op de volgende manier gaan aanpakken: · We blijven inzetten op de aanpak van de 3E’s (edu cation, engineering, enforcement) gedrag, infra en overleg met de politie om handhaving te regelen.
Alleen door de aanpak van alle 3 de E’s is een betere staat van de verkeersveiligheid haalbaar. · We blijven deelnemen aan de Verkeersactieve school en streven naar een 100% deelname van de scholen. · We zetten erop in ook andere doelgroepen dan scholieren te bereiken met verkeerseducatie, inter-
73
venties en campagnes. We clusteren onze inzet naar doelgroep en/of gedraging. Bijvoorbeeld ‘het jaar van de senior’ of ‘het jaar van de inzet op alcohol en drugs in het verkeer’. We zoeken hierbij de samenwerking met andere afdelingen in de gemeenten, politie en ook het Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid Limburg (ROVL). · Onze wegen richten we zo verkeersveilig mogelijk in. Programmalijn 4: Gezonde en actieve mobiliteit De regio staat voor het stimuleren van gezonde en actieve mobiliteit. Hierin trekt mobiliteit nadrukkelijk samen op met de beleidsvelden sport, welzijn en toerisme en we haken aan bij het programma Vitaal en Gezond. We hebben allen het doel om meer in beweging te komen. Dit doen we door het realiseren van (infra-) voorzieningen voor fiets en wandelen én het stimuleren van het gebruik daarvan. We leggen de link met de inrichting van de openbare ruimte en richten deze zo in dat gezonde en actieve mobiliteit wordt gestimuleerd. Bijvoorbeeld dor de voetganger en fietser als vertrekpunt te nemen bij ontwerpopgaven en (nieuwe) openbare ruimten, of zo in te richten dat bewegen wordt gestimuleerd door te kijken naar de opgaven en ambities van sport binnen de gemeente. Doorfietsroutes zijn inmiddels geprogrammeerd en soms al uitgevoerd. Ook gedragsprogramma’s zoals Doortrappen worden uitgevoerd.
Het programma Probeer een E-bike is voorbereid en staat op punt van uitvoering. Fietsstimulering staat voor het komend jaar prominent op de agenda, vanwege het gezondheidsaspect, verkeersveiligheidsaspect en duurzaam vervoer.
74
We zetten in op samenwerking met de andere Limburgse regio’s in het programma #posifiets, om een herkenbaar uitvoeringsmerk te gebruiken. Dit willen we op de volgende manier gaan aanpakken: · We gaan verder met de uitvoering van doorfietsroutes. · We pakken fietsstimulering breed op vanwege gezondheidsaspecten, maar ook vanwege verkeersveiligheid en duurzaamheid en zoeken de verbinding met het inrichten van de openbare ruimte. · Met de andere Limburgse regio's zetten we in op het programma #posifiets Programmalijn 5: Sociale inclusie In Noord-Limburg lijkt een groeiende mobiliteits armoede te ontstaan. Dit komt door de toenemende vergrijzing in onze regio, de bevolkingskrimp in de kleine kernen, het verder verschralen van het reguliere OV en de opgave om mobiliteit geen beperking te laten zijn in het mee kunnen doen in de maatschappij (VN-verdrag rechten van de mens). Ons streven is dat alle inwoners van Noord-Limburg op basis van gelijkwaardigheid toegang hebben tot mobiliteit. Regionale maatschappelijk voorzieningen (waaronder ziekenhuizen) en lokale maatschappelijk voorzieningen moeten voor de inwoners goed bereikbaar zijn. Alle inwoners moeten toegang hebben tot een treinstation of bushalte. Het vervoersysteem moet mensen in staat stellen om binnen redelijke tijd, kosten en moeite aan activiteiten deel te nemen.
We monitoren ons vervoerssysteem en de ervaringen van inwoners betreffende hun toegankelijkheid van collectieve mobiliteitssystemen.
75
We hebben onderzoek uitgevoerd om inzicht te krijgen in het risico op mobiliteitsarmoede in de dorpen en wijken van gemeenten in Noord-Limburg. Er zijn 3 wijken uitgezocht om daar met bewoners in gesprek te gaan om tot aanbevelingen te komen. We gebruiken de uitkomsten van het onderzoek om in te kunnen spelen op deze ontwikkelingen en samen met het thema Gezond en Vitaal een gemeenschappelijke visie te ontwikkelen hoe ons integrale vervoerssysteem zich moet ontwikkelen. Daarbij onderzoeken wat de mogelijkheden en kansen zijn die (lokale) mobiliteitshubs kunnen bieden bij het tegengaan van deze mobiliteitsarmoede. Dit willen we op de volgende manier gaan aanpakken: · Het project Ouderen OV en Maas, wat ouderen informeert over het reizen met het OV, is als pilot uitgevoerd in Mook en Middelaar en wordt uitgerold in andere gemeenten. · · Onder andere op basis van de uitkomsten van het project mobiliteitsarmoede gaan we onderzoeken of dit soort projecten voor inwoners verder uitgebreid moeten worden en hoe dat het beste met de afdelingen sociaal domein van de gemeenten en het thema Gezond en Vitaal kan worden opgepakt. We kijken ook hoe gemeenschappen goed voor zichzelf en voor elkaar zorgen. Dat draagt bij aan een gezond Noord-Limburg. In de uitvoering van slimme en duurzame mobiliteit is aandacht voor sociale inclusie.
76
77
7
7 Programma Energie: Gezonde toekomst Het programma Energie is ontstaan uit het programma Energie en Klimaat. Nu Klimaat als programmalijn is ondergebracht binnen het nieuwe programma Ruimte is er sprake van een programma Energie. De doelstellingen zoals geformuleerd in dit programma geven uitvoering geven aan de Regionale Energiestrategie Noord- en Midden-Limburg (RES NML). Inmiddels loopt er ook een proces naar de herijking van de RES NML organisatie in dit proces wordt nog meer ruimte geboden onder de vlag van de RES NML aan projecten te werken op Noord- Limburgse schaal. Vanuit het oogpunt van efficiënt samenwerking hebben de portefeuillehouders RES van de regio Noord- Limburg zich dan ook uitgesproken over het behouden van het programma Energie van de Regio Noord- Limburg (29 september 2022), maar de uitvoering en besluitvorming van het programma aan te laten sluiten bij de RES NML. In de energieopgave is de Regionale Energiestrategie Noord- en Midden-Limburg (RES NML) leidend, hierin zijn de concrete doelstellingen ten aanzien van het verduurzamen van de gebouwde omgeving vastgelegd. Aan de basis van deze doelstelling staat de wettelijke opgave uit het klimaatakkoord: 55% CO2 reductie in 2030 en 95% CO2 reductie in 2050.
Deze ambitie is door vertaald naar de volgende regionale doelstellingen: · Door energie te besparen en kleinschalig duurzaam op te wekken willen we in 2030 25% CO2 emissiereductie behalen ten opzichte van 2015.
78
· We willen met grootschalige zon- en windprojecten in de regio Noord- en Midden-Limburg 1.200 GWh duurzame energie opwekken in 2030. Daarbij hebben we oog voor de kwaliteit van de leefomgeving. · We houden er rekening mee dat de behoefte aan duurzaam opgewerkte energie blijft groeien. We kijken vooruit naar 2050 om tijdig in te spelen op ontwikkelingen en innovaties. · We streven naar minimaal 50% lokaal eigendom bij grootschalige zon- en windprojecten op regionaal niveau. En naar een vorm van lokaal medezeggenschap bij alle projecten. · We willen 100% duurzame warmte in 2050 voor alle woningen en gebouwen. In de Regio Noord- Limburg geven we samen met de regio Midden-Limburg uitvoering aan deze doelstellingen. Door samen te werken versnellen we de implementatie van het klimaatakkoord in onze regio, bundelen we daar waar mogelijk onze krachten om zo meer invloed te hebben op de uitvoering van opgaves zoals geformuleerd door het Rijk en verlagen we door gezamenlijke uitvoering de maatschappelijke kosten. De samenwerking richt zich daarbij op zowel visievorming als uitvoering op regionale schaal en via de gebiedsgericht aanpak. Daarbij leggen we vanuit het programma energie nadrukkelijk de verbindingen met andere programma’s, om zo de kansen in het gebied optimaal te benutten en afstemming te zoeken in de ruimtelijke opgave.
Gemeenten werken samen met stakeholders aan de basisambities zoals geformuleerd in de RES. De RES kent een systematiek van een twee jaarlijkse herziening op visie niveau, deze is leidend in de opgave waar met elkaar aan wordt gewerkt. Jaarlijks
79
80
wordt een jaarplan opgesteld met daarin zowel de basis projecten als projecten die middels een coalition of the willing door enkele gemeenten samen worden opgepakt. De Rijksoverheid stelt voor de uitvoering van de opgave behoorlijk wat klimaatmiddelen beschikbaar aan gemeenten, onder de RES worden afspraken gemaakt over hoe deze middelen gezamenlijk in te zetten. We zien dat in de afgelopen periode in de regio hard gewerkt is aan het opstellen van de RES 1.0. In de RES 1.0 zijn bovenstaande doelstellingen verder geconcretiseerd. We zitten nu in de uitvoeringsfase en we zien dat zowel op gemeentelijke-, gebieds- als op regioniveau gewerkt wordt aan de uitvoering. Als we kijken naar de uitvoering van de gestelde ambities kunnen we concluderen dat we als RES-regio Noord- en Midden-Limburg er goed voorstaan wat betreft de realisatie van grootschalige opwek. Iets minder dan de helft van de 1.200 GWh is reeds uitgevoerd en naar verwachting kunnen ondanks de netcongestie toch ons volledige bod realiseren voor 2030. We zien dat we als regio ook daarna niet stil zitten en verkennen met elkaar verdere kansen voor grootschalige opwek in onder andere de energieke gebiedsontwikkelingen. Waar in de RES 1.0 de opwekambitie centraal staat, ziet de Regio Noord-Limburg ook de behoefte om samen te werken als het gaat over de flexibiliteit van het energiesysteem.
Waar verschillende energiebronnen zoals stroom en warmte, maar ook het moment van vraag en aanbod van energie niet altijd met elkaar in balans zijn, vraagt dit om slimme oplossingen, waarbij de schaal van de regio kansen
81
biedt. Zo heeft er afgelopen jaar een studie plaats gevonden naar de potentie van Local Energy Hubs op bedrijventerreinen. Ten aanzien van besparing hebben we samenwerking gezocht met partners in de regio om eerste stappen te zetten bij zowel inwoners, verenigingen en bedrijven. Dit vraagt echter om een versnelling, gezien de huidige energiecrisis. Het warmte vraagstuk in onze regio is complex in de afgelopen periode zijn er verschillende onderzoeken opgestart om te kijken welke alternatieve warmtebronnen in Noord- en Midden-Limburg toepasbaar zijn. We kunnen constateren dat we in de afgelopen periode met elkaar flink hebben gewerkt aan het op papier zetten van onze ambities en dat in te tussentijd ook gewerkt is aan de gezamenlijk opgave maar dat in de komende periode de uitvoering van die opgave centraal staat. Daarbij willen we nog meer dan voorheen samen met stakeholders aan de slag gaan met de uitvoering van de opgave zoals geformuleerd in de RES Noord- en Midden-Limburg. De periode 2024-2027 vormt een belangrijke periode waarin de RES concrete stappen wil zetten in de uitvoering van bovengenoemde doelstellingen. In de tussentijd zullen we onze RES monitoren en zullen we doestellingen ook periodiek herijken. Middels jaarplannen worden onderstaande opgave verder geconcretiseerd. In de Regio Noord- Limburg werken we via energieke landschappen/ gebiedsontwikkelingen aan de
82
opgave om duurzaam op te wekken. We zien dat we bij de lopende projecten oog hebben voor de kwaliteit van de leefomgeving en de koppeling met andere opgave. Daarnaast vormt lokaal eigendom en lokale medezeggenschap hierbij een belangrijk aandachtspunt. In de periode 2024-2027 gaan we van de fase van het verkennen van energieke landschappen naar de uitvoering. We hebben een gezamenlijke uitdaging als het gaat om de netcapaciteit in onze regio. Dit vraagt om aandacht om samen met de provincie en de netbeheerder te kijken naar het proces rondom netverzwaring en de prioritering hiervan in de tijd, hiervoor werken we samen onder het provinciale MIEK (meerjarenprogramma infrastructuur en klimaat) en kennen we een regionale afwegingsmethode. We kijken niet alleen naar de uitbreiding van het net maar zoeken ook in de oplossing om los van het net projecten te ontwikkelen. Te denken valt hierbij aan opslag maar ook uitwisse ling van energie op bijvoorbeeld bedrijventerreinen en storage, besparing en netbalancing, i.c. het delen van de aansluitwaardes. Hierbij zoeken we de samenwerking met het programma ondernemen en innoveren en Crossroads. Ten aanzien van energiebesparing werken we al samen op het gebied van ontzorging van onze inwoners.
Dit doen we samen met lokale partners en we verkennen hoe we ook lokaal in kunnen zetten op het verwerven van grondstoffen om woningen en gebouwen te isoleren, circulariteit en gezondheid vormen hierbij een aandachtspunt. Besparing en kleinschalige opwek blijft een aandachtspunt.
83
Ten aanzien van het warmtevraagstuk ligt er een omvangrijke opgave bij de individuele gemeenten, om middels een wijkgerichte aanpak stapte te zetten richting duurzame warmtebronnen. Op regionale schaal delen we kennis en onderzoeken we hoe alternatieve warmtebronnen ingezet kunnen worden. We zoeken ook hier afstemming op het gebied van netinfrastructuur en kijken daarbij vooral naar de impact op het net van de oplossingen uit de gemeentelijke transitievisies warmte.
84
85
Centrale opgaven: verbinden zonder te verwarren
86
De zeven hiervoor beschreven programma’s staan natuurlijk niet op zichzelf, maar kennen een onderling sterke samenhang. Zeker, wanneer de programma’s worden bezien in het licht van de centrale eerder in dit uitvoeringsprogramma opgenomen opgaven. Om deze onderlinge samenhang tussen centrale opgaven en programma’s te verbeelden hebben we onderstaande matrix opgenomen.
Overstijgende thema's
Programma's O&I
1. B rede welvaart en gezond ondernemen: van volume naar (meer)waarde
2. Ruimtedruk, ruimtegebruik en klimaat
3. A rbeidsmarkt, personeelskrapte en talent
4. Energietransitie en beschikbaarheid alternatieve energie
V&G
T&L
Ruimte
M&L
Energie
Veiligheid
www.rn-l.nl www.gezondsteregio.nl
87