RIB.23.070 Jaarverslag VTH 2022
Tekst van het document
textielindustrie • kunststofindustrie (verwerking thermoplasten) • schietbanen • ijsbanen en skihellingen • betonmortelindustrie en betonproductenindustrie, o.m. vervaardiging cement, gips en kalk • windturbines • warmtekracht- installaties • vervaardigen papier en kartonwaren • crematoria • grafische industrie • textielreinigingsbedrijven • timmerfabrieken waar coaten plaats vindt • chemische behandeling van natuursteen • opslag vuurwerk • rioolwaterzuiveringsinstallaties • bodemsaneringen • laboratoria • bunkerstations • foto-ontwikkelcentrales • havensector • (niet-academische) ziekenhuizen 4 Milieutoezicht bij • activiteiten rondom natuurlijke hulpbronnen (olie-, gaswinning) • bodemkwaliteit, bodemsanering • (ketengericht) gevaarlijke afvalstoffen, bedrijfsafvalstoffen, asbest c.a. Thuistaken (gemeentelijke taken) (Nb. Vergunningsplichtig met milieudeel: altijd RUD NL) Niet-basistaken • (Milieu)toetsing en (milieu)toezicht van activiteiten o.g.v. het Activiteitenbesluit van (niet- vergunningsplichtige) meldingsplichtige inrichtingen, die níet tot het basistakenpakker behoren. (bijv. melkrundveehouderijen, horecainrichtingen) • Opsporen van milieudelicten Overige taken • BRIKS-taken (Bouwen, Reclame, Inritten, Kappen en Slopen) • Klachten/meldingen niet milieu-gerelateerd
18
• • • • • •
Casemanagement Handhaving Meldingen asbest, bodem, bouwstoffen Juridisch advies bij vergunningverlening of handhaving Milieuadvies ruimtelijke plannen APV-taken (kappen, inritten, geluidmeten bij evenementen)
19
Bijlage 2. Jaarverslag 2022 Brandweer
20
21
Bijlage 3. Ambtelijke beoordelingsrapportage Gemeente Horst aan de Maas
22
Ambtelijke beoordelingsrapportage Gemeente Horst aan de Maas
Interbestuurlijk toezicht omgevingsrecht 2022
23
Inleiding
Dit is de beoordelingsrapportage omgevingsrecht 2022 voor uw gemeente. De beoordeling ziet op de tijdigheid/actualiteit en kwaliteit van de wettelijk vereiste VTH-documenten van gemeenten. Het doel van de wetgever is dat provincies, gemeenten en waterschappen hun VTH-organisatie zodanig professioneel inrichten dat een goede kwaliteit van de uitvoering van die taken is gewaarborgd. Daaronder verstaat de wetgever met name dat de VTH-taken op een strategische en programmatische manier worden gedaan met aandacht voor onderlinge afstemming van de werkzaamheden. Dat levert een stevige bijdrage op aan het realiseren van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. En deze op een duurzame en doelmatige wijze te behouden en te ontwikkelen voor het bereiken van maatschappelijke opgaven. De provincie beoordeelt of gemeenten het uitvoeren van de VTH-taken zó hebben ingericht, dat deze adequaat uitgevoerd kunnen worden. Eisen aan de inrichting van deze processen zijn wettelijk vastgelegd in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) en de daarbij behorende algemene maatregelen van bestuur; het Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor) en de Ministeriele regeling omgevingsrecht (hierna: Mor). Dit zijn de zogenaamde procescriteria. De procescriteria beschrijven de eisen die gesteld worden aan de sluitende beleidscyclus: de BIG-8.
De provincie Limburg legt vanuit interbestuurlijk toezicht omgevingsrecht (IBTO) de focus op de vakgebieden Ruimtelijke Ordening (hierna: RO), Bouwen en Milieu, inclusief de informatie van de omgevingsdiensten. Voor verdere informatie over interbestuurlijk toezicht, zoals werkwijze, beleid en domeinen verwijzen wij u naar onze website: Interbestuurlijk toezicht - provincie Limburg Als gemeente moet u actueel strategisch en operationeel beleid hebben. Hierin beschrijft u welke meetbare doelen u nastreeft met de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving op het gebied van Bouwen, RO en Milieu. Ook beschrijft u op welke wijze u deze doelen gaat bereiken. In deze rapportage geven wij aan in hoeverre u aan deze wettelijke eisen voldoet, net als aan de eisen die gelden voor het jaarverslag, de periodieke rapportage en het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. De resultaten van deze beoordelingsrapportage zijn gebaseerd op de documenten die u ons ter beschikking heeft gesteld ten behoeve van interbestuurlijk toezicht omgevingsrecht 2022. Wij menen uw gemeente met deze rapportage een handvat te geven voor verbeteringen in de bedrijfsvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Beoordeling 2022
Gemeente Horst aan de Maas heeft een ruim voldoende taakbehartiging. Alle toezichtinformatie is aangeleverd. Het uitvoeringsprogramma bevat een uitgebreid overzicht van de uit te voeren activiteiten en hoeveel uren daarmee gemoeid zijn. In het jaarverslag duidelijk en uitgebreid ingegaan op de uitgevoerde activiteiten en de doelen die hier aan gekoppeld zijn. Tevens wordt een vooruitblik gegeven naar volgend jaar. De horizontale verantwoording is goed op orde. Van vrijwel alle beleidsstukken zijn collegebesluiten en raadsinformatiebrieven aangeleverd.
Let op: gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor het aanleveren van de toezichtinformatie. Ook wanneer zij alle milieu- en/of bouwtaken, of een deel ervan, door de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) laten uitvoeren. Wabo
In deze paragraaf zijn onze bevindingen met betrekking tot vergunningverlening, toezicht en handhaving weergegeven. Om aan de wettelijke verplichtingen te voldoen moet u de onderstaande verbeterpunten doorvoeren: 24
• Algemeen: 1. Toezichtinformatie dient tijdig te worden aangeleverd zoals aangegeven in artikel 3 van de provinciale verordening op systematische toezichtinformatie Limburg 2. Het valt op dat de handhaving van bestemmingsplannen en constructieve veiligheid niet als zodanig terug komen in een van de beleidsstukken. Dit zijn landelijk erkende Wabo-risico’s. • Rapportage & Evaluatie: 1. De risicoanalyse is ouder dan 4 jaar. De gemeente Horst aan de Maas is bezig met het opstellen van een nieuw beleidskader. Bij de volgende toezichtcyclus verwachten we dat deze gereed is. • Strategisch beleidskader: Geen opmerkingen • Operationeel beleidskader: Geen opmerkingen • Programma & Organisatie: 1. Op grond van art. 7.5 Bor dienen de financiële en personele middelen inzichtelijk te worden gemaakt. Het uitvoeringsprogramma bevat enkel een uitgebreid overzicht van de benodigde personele capaciteit. De beschikbare capaciteit ontbreekt hier in. Tevens zijn de financiële middelen niet inzichtelijk gemaakt. Maak een vergelijking van de benodigde personele en financiële middelen met de beschikbare personele en financiële middelen en maak duidelijk wat dit betekent voor het uitvoeren van de activiteiten en het bereiken van de vastgestelde doelen uit het beleid. Maak hierbij inzichtelijk op welke wijze dit is berekend. 2. Op grond van art.
7.5 Bor dient in het uitvoeringsprogramma te worden aangetoond dat de personele en financiële middelen geborgd zijn in de begroting. 3. Het uitvoeringsprogramma bevat een uitgebreid overzicht van de uit te voeren taken en de uren die hiermee gemoeid zijn. In het jaarverslag komt vervolgens terug hoeveel zaken gepland waren en hoeveel daarvan gerealiseerd zijn. Het wordt aanbevolen om deze aantallen ook in het uitvoeringsprogramma op te nemen. • Voorbereiding, Monitoring & Uitvoering: Geen opmerkingen Wro
Op het gebied van ruimtelijke ordening heeft gemeente Horst aan de Maas een ruim voldoende taakbehartiging. Er is een RO jaarverslag aangeleverd met daarin het verslag van het afgelopen jaar en de voornemens voor het komende jaar, als bedoeld in artikel 10.1 van de Wro, inzake handhaving en beleid betreffende bestemmingsplannen. Gemeente Horst aan de Maas beschikt verder over gebiedsdekkende structuurvisies en gebiedsdekkende bestemmingsplannen. Reactie gemeente
In het kader van hoor en wederhoor geven wij u de mogelijkheid om een reactie te geven op de beoordeling. Deze kunt u hier beneden aangeven:
25
Bijlage 4. Dashboard HadM 2022
26
Bijlage 5. ACT! Interventieteam Noord Limburg
27
Jaarverslag 2021 en 2022 Ruimtelijke Ordening Gemeente Horst aan de Maas
30 januari 2023
Inhoud 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
INHOUD JAARVERSLAG ...................................................................................................................................... 3 RUIMTELIJK INSTRUMENTARIUM....................................................................................................................... 3 AANTALLEN RUIMTELIJKE PLANNEN ............................................................................................................... 3 AANTALLEN RUIMTELIJKE VERGUNNINGEN ................................................................................................... 4 OVERIGE RUIMTELIJKE INSTRUMENTEN .......................................................................................................... 4 ONTWIKKELINGEN ............................................................................................................................................... 4 VOORUITBLIK........................................................................................................................................................ 4
2
1. Inhoud jaarverslag In artikel 10.1, tweede lid van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) staat dat burgemeester en wethouders de gemeenteraad jaarlijks verslag doen over: de uitvoering van de bestuursrechtelijke handhaving; het gevoerde beleid bij de uitvoering van hoofdstuk 3 van de Wro (bestemmings- en inpassingsplannen); het gevoerde beleid bij de uitvoering van hoofdstuk 3a van de Wro (beheersverordeningen); het gevoerde beleid bij de uitvoering van hoofdstuk 4 van de Wro (algemene regels en specifieke aanwijzingen van provincie/Rijk); de verleende omgevingsvergunningen voor activiteiten als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omqevinqsrecht (Wabo), artikel 2.1, eerste lid: onder a. betreffende het bouwen van een bouwwerk; onder b. betreffende het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, in gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit is bepaald; onder c. het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, een beheersverordening, een exploitatieplan, de regels gesteld krachtens een provincial verordening of Algemene Maatregel van bestuur; onder g. betreffende het slopen van een bouwwerk in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald.
Met het opstellen van dit jaarverslag voldoen wij aan onze wettelijke plicht in dit kader. Dit jaarverslag heeft geen betrekking op bestuursrechtelijke handhaving. Hier wordt afzonderlijk verslag over gedaan.
2. Ruimtelijk instrumentarium De gemeente heeft in de periode 2021-2022 gewerkt aan het opstellen van de Omgevingsvisie. Uitgangspunt daarbij was een beleidsneutrale Omgevingsvisie. De gemeenteraad heeft de opgestelde Omgevingsvisie uiteindelijk niet vastgesteld begin 2022. De raad heeft, middels een aangenomen motie, besloten een nieuwe Omgevingsvisie op te stellen, waarbij wel ambities en beleidskeuzes worden uitgewerkt voor de opgaves die op de samenleving van Horst aan de Maas afkomen. Het proces hiervoor is opgesteld en vastgelegd in een startnotitie. De planning gaat uit van vaststelling van de Omgevingsvisie in 2024. Daarnaast hebben wij volledig gebiedsdekkende bestemmingsplannen. In Horst aan de Maas maken wij vooral gebruik van de meest gangbare ruimtelijke instrumenten die in de Wro en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) zijn opgenomen. Wij hanteren bij voorkeur de procedure die het beste past bij een ontwikkeling. Dit houdt in dat wij medewerking verlenen aan ontwikkelingen door middel van binnenplanse afwijkingsmogelijkheden, zogenaamde kruimelgevallen, uitgebreide omgevingsvergunningen met ruimtelijke onderbouwing en bestemmingsplanherzieningen. Wij maken zeer beperkt gebruik van andere ruimtelijke instrumenten zoals beheersverordeningen, uitwerkingsplannen en voorbereidingsbesluiten.
Ten aanzien van kruimelgevallen geldt dat de gemeente aanvullend beleid heeft. Dit beleid geeft nadere richting aan hoe we dit instrument zo goed mogelijk kunnen inzetten voor ruimtelijke wensen ontwikkelingen.
3. Aantallen ruimtelijke plannen Ruimtelijke ontwikkelingen die op planniveau worden vastgesteld zijn doorgaans groter en complexer dan ruimtelijke ontwikkelingen die op vergunningniveau plaatsvinden. Alle (nieuwe) plannen worden overeenkomstig de wettelijke plicht digitaal gepubliceerd op www.ruimtelijkeplannen.nl. Hierna volgt een overzicht van het aantal plannen dat in 2021 en 2022 is vastgesteld. Soort plan Bestemmingsplan (art. 3.1 e.v. Wro) Beheersverordening (art. 3.38 Wro) Inpassingplan (prov./rijk) (art. 3.26 Wro) Uitwerkingsplan (art. 3.6 Wro) Wijzigingsplan (art. 3.6 Wro)
Aantallen 2021 21 0 0 0 4
Aantallen 2022 43 0 0 0 3
3
4. Aantallen ruimtelijke vergunningen Ontwikkelingen die door middel van een vergunning worden gerealiseerd zijn doorgaans eenvoudiger van aard dan ruimtelijke plannen. Daarnaast kunnen veel, ook complexere, ontwikkelingen binnen de bebouwde kom worden gerealiseerd door middel van een kruimelgeval. Hierna volgt een overzicht van het aantal plannen dat in 2021 en 2022 is vastgesteld. Soort vergunning Binnenplanse afwijking (art. 2.12, eerste lid, onder a, onder 1 Wabo) Kruimelgeval (art. 2.12, eerste lid, onder a, onder 2 Wabo) Uitgebreide omgevingsvergunningprocedure (art. 2.12, eerste lid, onder a, onder 3 Wabo)
Aantallen 2021 50
Aantallen 2022 36
60
85
13
14
`
5. Overige ruimtelijke instrumenten Er bestaat een restcategorie van ruimtelijke instrumenten die niet zonder meer in bovengenoemde categorieën kunnen worden ondergebracht. Soort overig ruimtelijk instrument Omgevingsvisie / Structuurvisie
Aantallen 2021 0
Aantallen 2022 0
0 0 3
0 0 6
Voorbereidingsbesluit Exploitatieplan Gerechtelijke uitspraak op een ruimtelijk besluit
6. Ontwikkelingen We werken aan de inhoudelijke doorwerking van maatschappelijke opgaves en van transities en programma’s, die vanuit de provinciale en rijksoverheid op ons af komen. Dit zijn bijvoorbeeld het NOVEX-gebied De Peel en het Programma Integraal Riviermanagement. Ook werken we plannen uit voor de woningbouwopgave en faciliteren we die middels het meest geëindigde ruimtelijk instrument.
7. Vooruitblik We bereiden ons voor op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dit betekent enerzijds dat we onze werkprocessen door ontwikkelen in lijn met de Omgevingswet, dat we medewerkers scholen door middel van opleiding en cursussen gericht op het werken met de Omgevingswet, en dat we de noodzakelijke applicaties aanschaffen. Anderzijds zijn we gestart met het uitwerken van de instrumenten onder de Omgevingswet. Zoals eerder aangegeven werken we aan de Omgevingsvisie. Ook maken we de basis voor het Omgevingsplan.
4