CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB.23.051 Motie CRK

Gemeenteraad 20 juni 2023, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven18.849 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Stuknummer: 23.0002537

Raad 20-06-2023 RIB.23.051

raadsinformatiebrief van

: Burgemeester en wethouders

portefeuillehouder

: Eric Beurskens

aan

: De leden van de gemeenteraad

datum

: 06/04/2023

status

: Toezeggingen, nummer: 2022.029

openbaar

: Ja

Onderwerp RIB Beantwoording Motie CRK en voorstellen aanpassingen CRK en Welstandsnota Aanleiding Als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 dient iedere gemeente de adviesrol van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit opnieuw in te regelen. Daarvoor is op 8 februari 2022 een nieuwe verordening door de gemeenteraad vastgesteld. Naar aanleiding van de behandeling van de Verordening van de CRK heeft de raad op 8 februari 2022 eveneens een motie aangenomen waarin beantwoording is gevraagd op de werkzaamheden en het functioneren van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. In deze Raadsinformatiebrief is de beantwoording van de motie CRK gegeven. Naar aanleiding van de motie CRK komt er geen raadsvoorstel.

De raad van de gemeente Horst aan de Maas, in vergadering bijeen op 8-2-2022, gelet op artikel 26 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad gemeente Horst aan de Maas 2019; Overwegende dat, • De Omgevingswet gemeenten verplicht een Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) in te stellen die een wettelijke taak heeft bij het beoordelen van rijksmonumenten; • Het voorstel wat voorligt meer omvat dan deze taak; • We streven naar regellichtheid en het verkorten van procedures; • Veel inwoners in Horst aan de Maas niet begrijpen waarom aanvragen voor sloop-, bouw- n verbouwplannen op onduidelijke gronden afgewezen of aangepast moeten worden; • Deze afwijzingen worden ervaren als willekeur en subjectieve smaak van de commissie, het proces vertragen en hoge kosten met zich meebrengen; • Er in veel gemeenten steeds vaker kleine, ongecompliceerde plannen ook door ambtenaren op welstandsaspecten worden beoordeeld en daar een onafhankelijk advies achterwege blijft; • Er goede ervaringen zijn in onze gemeente (in Sevenum) en in gemeenten elders in Nederland met welstandsvrij bouwen;

Bezoekadres: BezoekAdres, PlaatsBA

Postadres / PostCodePA PlaatsPA

T TelefoonNummer

F FaxNummer

Pag. 2 van 4

Roept het college op: • De invulling van de taken van de commissie nader te onderzoeken en zoveel als mogelijk te versoberen, uitgaande van regellichtheid (en daarmee procedures versnellen) waarbij de wettelijke taak geborgd blijft; • Daarbij wel in acht te nemen dat we bij (bestemmings)plannen de algehele stedenbouwkundige kwaliteit toetsen; • De uitkomsten hiervan verwerken in een voorstel wat uiterlijk in het derde kwartaal van 2022 aangeboden wordt aan de raad van Horst aan de Maas ter besluitvorming. Beantwoording Hieronder vindt u een korte beantwoording op de vragen gesteld in de motie CRK. In de bijlagen zit de notitie ‘De rol van de CRK en de Welstandsnota’. Daarin is uitgebreider ingegaan op de vragen gesteld in de motie. Overweging meegegeven vanuit de Motie CRK We streven naar regellichtheid:

Korte beantwoording op de overweging De samenwerking tussen de ambtelijke organisatie, CRK en vastlegging is aanzienlijk aangepast waardoor integrale dossiers worden gevormd. Dit om het ‘kastje naar de muur’ effect te voorkomen. Dit is geen regellichtheid maar wel een optimale en efficiënte invulling van de werkprocessen (zie hiervoor H.6.2.. van bijlage 2). De procedures zijn versnelt waardoor een initiatiefnemer sneller een CRK-advies ontvangt. Het CRKadvies is daarmee niet een vertragende factor in het aanvraagproces. Tevens is de werkwijze van de CRK versobert binnen de regels van de Welstandsnota. Het processchema wordt gevolgd. Daar waar mogelijk wordt een aanvraag sneller beoordeeld als daar behoefte aan is. Verdere regellichtheid is te behalen door aanpassingen door te voeren in de Welstandsnota (zie hiervoor H.6.3.3. van bijlage 2).

Initiatiefnemers blijken onduidelijkheid te hebben over de welstandsnota: het gevoel van willekeur en subjectieve smaak door het ontbreken van voldoende objectieve criteria.

Sinds eind 2021 worden de adviezen breder gemotiveerd en wordt de Welstandsnota (of andere beleidsdocumenten) aangehaald met een objectieve toelichting. De welstandsnota is in 2012 opgesteld als leidraad en richtinggevend. De advisering is maatwerk en staat of valt met een heldere, duidelijke en objectieve motivatie. In de afgelopen 1,5 jaar is het advies van de CRK aangepast. Initiatiefnemers krijgen een eenduidige beoordeling van hun aanvraag. In het advies staat een verwijzing waaraan getoetst is. De CRK geeft daarbij advies om een aanvraag te verbeteren ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit wanneer het daar mogelijkheden toe ziet.

2

Pag. 3 van 4

Het proces van de CRK vertragend werkt wat kosten met zich meebrengt.

Sinds eind 2021 verloopt de afstemming tussen initiatiefnemers, casemanagers en de secretaris van de CRK soepeler waardoor vertragingen geminimaliseerd zijn. Plannen worden binnen 2 weken na aanlevering aan de CRK behandeld. Het eindadvies is direct na de CRK-vergadering beschikbaar. Het schriftelijke advies volgt in de zelfde week van de behandeling. Het proces van de CRK past ruimschoots binnen de reguliere termijnen en is daarmee niet vertragend.

Kleine plannen door ambtenaren afhandelen:

De verordening en Welstandsnota bieden de mogelijkheid voor het toepassen van een sneltoets. Sinds eind 2021 is er ambtelijke deskundigheid waardoor kleine plannen door ambtenaren worden afgehandeld. Inmiddels heeft dit gezorgd voor 20% minder plannen in behandeling door de CRK en een sneller advies. Sneltoetscriteria maken met eenvoudige regels kleine bouwwerken zonder welstandstoets mogelijk zonder tussenkomst van de CRK. De sneltoetscriteria zijn opgesteld om de meeste standaard voorkomende bouwwerken met de zogenaamde sneltoets af te doen (welstand light). In de Welstandsnota is een scherp onderscheid gemaakt tussen gebieden die streng beschermd moeten worden en gebieden waar alleen de basiskwaliteit van belang is. Binnen de basiskwaliteit kan de sneltoets toegepast worden.

Er zijn goede ervaringen met Welstandsvrij bouwen:

De welstandsnota biedt ruimte voor welstandsvrij bouwen. Er zijn echter geen gebieden/locaties aangewezen voor welstandsvrij bouwen in de gemeente Horst aan de Maas. Welstandsvrij bouwen heeft voor- en nadelen. Deze zijn niet verkend. In de Woningwet van 1 juli 2004 waren gemeenten wettelijk opgelegd een keus te maken tussen een welstandscommissie of een dorpsbouwmeester. Er moest namelijk een onafhankelijk orgaan of persoon de uiteindelijke beoordeling maken. In 2007 is de gemeente Sevenum welstandsvrij verklaard en heeft een dorpsbouwmeester aangesteld. Na de fusie van de drie gemeenten is gekozen voor een Commissie Ruimtelijke Kwaliteit met de daarbij behorende Welstandsnota.

Oproepen In aanvulling op de vragen zijn aan het college drie oproepen meegegeven.

3

Pag. 4 van 4

Oproep 1: De invulling van de taken van de commissie nader te onderzoeken en zoveel als mogelijk te versoberen, uitgaande van regellichtheid (en daarmee procedures versnellen) waarbij de wettelijke taak geborgd blijft. In het afgelopen jaar zijn diverse versoberingen en procedure versnellingen ingevoerd. De wettelijke taak is daarbij geborgd en versterkt. Er is voor gekozen om het proces van de CRK aan te passen. Dat heeft als effect gehad dat de CRK tijdiger is betrokken bij initiatieven. Initiatiefnemers zijn hierdoor in staat geweest eerder hun plannen voor te leggen om onnodige kosten te voorkomen. Tevens is de doorlooptijd en verslaglegging aangepast. Oproep 2: Daarbij wel in acht te nemen dat we bij (bestemmings)plannen de algehele stedenbouwkundige kwaliteit toetsen. In de projectvorming en vergunningverlening is de stedenbouwkundige toets ingevoerd. Dit is een ambtelijke processtap. Het stedenbouwkundig advies is onderdeel geworden van de CRK advisering. Oproep 3: De uitkomsten hiervan verwerken in een voorstel wat uiterlijk in het derde kwartaal van 2022 aangeboden wordt aan de raad van Horst aan de Maas ter besluitvorming. De evaluatie van het functioneren van de CRK en de werkzaamheden die passen bij de Omgevingswet heeft geleid tot enkele adviezen.

Deze adviezen liggen voor om de rol van de CRK te optimaliseren, verbeteren en actualiseren daar waar nodig en mogelijk. De aanpassingen passen binnen de vastgestelde Verordening. De Verordening hoeft hier niet op aangepast te worden. Op basis van de motie en de resultaten uit het onderzoek is het volgende collegebesluit genomen: • Het college heeft besloten de samenstelling van de leden van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit aan te passen conform de Verordening. Op basis van de bevindingen in de notitie ‘de Rol van de CRK en de Welstandsnota’ zien wij voor ons dat de CRK doorgaat en een nieuwe samenstelling gaat krijgen. Het college ziet conform de verordening toe op een nieuwe samenstelling.

Bijlagen 1. Motie CRK 2. Notitie ‘De Rol van de CRK en de welstandsnota’ – april 2023 3. Verordening 4. Welstandsnota en verbeelding

4

Notitie - De rol van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en de Welstandsnota Opgesteld door: René de Weijer – stedenbouwkundige en secretaris CRK d.d.: april 2023

1.

Aanleiding

Deze notitie is opgesteld naar aanleiding van de herziene verordening voor de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) in voorbereiding op de Omgevingswet. De verordening is vastgesteld met een motie. In deze notitie wordt ingegaan op de vragen en opmerkingen van de motie.

2.

De rol van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit

De installering van een Commissie Ruimtelijke Kwaliteit in de gemeente Horst aan de Maas in 2013 is destijds ontstaan uit de fusiegemeente Horst aan de Maas. De vaststelling van de Structuurvisie voor de gemeente in 2012 en het veranderende welstandsbeleid in 2012 liggen daaraan ten grondslag. Conform de Wet Ruimtelijke Ordening moest de gemeente Horst aan de Maas een gemeente-brede structuurvisie opstellen, waarin de hoofdlijnen van ruimtelijk beleid voor een langere tijdsperiode duidelijk werd voor burgers en alle andere actoren op het gebied van ruimtelijke ordening. In 2012 is deze structuurvisie vastgesteld en tevens is het provinciale Limburgse Kwaliteitsmenu hierin geïntegreerd. Daarmee werd in 2012 de richting voor het ruimtelijke beleid verankerd. In de structuurvisie staan 4 beleidskaders centraal (wonen/woonomgeving, economie/werkgelegenheid, zorg/welzijn en omgevingskwaliteit/mobiliteit). Daarnaast is er vooral aandacht voor de dynamische processen van (mogelijke) gebiedsgerichte kwaliteitsimpulsen en de financiële afwikkeling hiervan. i Een belangrijk aandachtspunt hierbij zijn doelstellingen die de gebiedskarakteristieken (landschap en bebouwingen) van 21 te onderscheiden gebieden moeten versterken door het stimuleren van kwaliteitsingrepen (ecologie, cultuurhistorie, landschapstypologie, etc.) en het tegengaan van verstorende ontwikkelingen.

ii Het welstandsbeleid van de gemeente Horst aan de Maas werd in 2012 vastgelegd in de Welstandsnota, die vooral de focus legde op ruimtelijke kwaliteit bij het wonen, agrarisch ondernemen en toerisme en dagrecreatie. Daarbij werden twee instrumentaria uitgewerkt. In de eerste plaats is dat het bekende ‘normale toetsingsniveau’ dat door sneltoetscriteria voortaan ambtelijk kon worden afgehandeld, waardoor er geen traditionele toets door een ‘welstandscommissie’ meer nodig is. Daarnaast geldt een ‘streng toetsingsniveau’ voor waardevolle dorpskernen met karakteristieke gebouwen en voor monumenten, dus voor gebieden en gebouwen waar de aanwezigheid van culturele en historisch/monumentale waarden een strengere toets rechtvaardigen. Daarom werd aan de Welstandsnota ook een overzicht van de gemeentelijke en Rijksmonumenten toegevoegd. Immers het rijksbeleid hierin is gedelegeerd naar de gemeenten. iii Wie zitten in de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit? Om een toets onafhankelijk te kunnen laten maken werd in 2013 een Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) geïnstalleerd. De samenstelling, zittingsduur en bevoegdheden van de CRK zijn vastgelegd in de Verordening Commissie Ruimtelijke Kwaliteit.iv De leden van de CRK zijn conform dit raadsbesluit geselecteerd op basis van hun aantoonbare kennis, kunde en vaardigheden binnen hun specifieke aandachtsgebieden.

De leden van deze commissie zijn: • Voorzitter/toezichthouder op integraal advisering: Wil Janssen (vanaf 2013) • Architectuur/stedenbouw: Hans van den Tillaart (2013 tot 2018), Maarten Willems (vanaf 2018) • Landschappelijke inpassing: Anjo Verhoeven (vanaf 2013) • Cultuurhistorie/monumenten/archeologie: Jos Schatorjé (vanaf 2013) • Agrarische economie: Annemie Hermans (vanaf 2013). Hoe functioneert de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit?

T 077 477 9777 Wilhelminaplein 6, Horst Postbus 6005, 5960 AA Horst F 077 477 9750

IBAN NL63BNGH0285031295 BIC BNGHNL2G

gemeente@horstaandemaas.nl facturen@horstaandemaas.nl www.horstaandemaas.nl

De CRK kent twee soorten vergaderingen: Kleine vergadering van het lid architectuur/stedenbouw en secretaris bij plannen die ambtelijk worden ingebracht omdat ze niet voldoen aan de sneltoetscriteria. Grote vergadering met voltallige (of deel van de) commissie bij ontwikkelingen met een grote ruimtelijke impact en complexe vraagstukken bij o.a. (archeologische en gebouwde) monumenten en beschermde dorpsgezichten. Bij grote ontwikkelingen op het gebied R.O. (bestemmingsplannen, nieuwe kaders etc.) fungeert de CRK, vanuit de expertises van de individuele leden, als klankbord en sparringpartner voor de gemeentelijke organisatie. De CRK is per 19 maart 2013 gestart met de werkzaamheden. Deze zijn steeds vastgelegd in een jaarverslag. Aanvankelijk was de CRK voor de gemeentelijke organisatie een nieuwe en nog iets ‘onwennig’ instituut, maar gaandeweg ontstond er een goed toets- en werkoverleg. Van niet geringe betekenis was ook de kwalitatieve impuls (afstemming met organisatie, werkprocessen en -structuren, alsmede stedenbouwkundige kennis) die de CRK in 2021 kreeg door de nieuwe secretaris. De CRK heeft gemerkt dat ze ook een rol kan spelen bij de signalering van nieuwe ontwikkelingen, zoals zonnepanelen, de transities in het buitengebied of leegkomende kerken (2014).

Mede door de inbreng vanuit de CRK konden ook ‘nieuwe kaders’ worden opgezet, zoals het archeologiebeleid (2015); toetsing karakteristieke panden (2016-2017); samenstelling digitale erfgoedwaardenkaart; adviezen over hiaten in het beleid omtrent erfgoed in de ruimtelijke ordening (2019); opstellen document: van Erfgoed naar Omgevingswaarden (2020); publieksparticipatie bij archeologisch onderzoek (2022); en kwalitatieve huisvesting voor arbeidsmigranten (2022). Waar toets de CRK aan? De commissie brengt op basis van de Monumentenwet 1988, de Structuurvisie 2012, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Erfgoedverordening het monumentenadvies uit. De gemeente heeft in 2012 een welstandsnota opgesteld. Ook zijn er gebieden waar een beeldkwaliteitsplan (BKP) voor is opgesteld. Een BKP vervangt dan de criteria van de welstandsnota. De Welstandsnota of een BKP zijn daarmee het toetsingskader voor de CRK. Daarnaast maakt de CRK gebruik van de kennis en kunde die bij de commissieleden aanwezig zijn om een plan te beoordelen. Dat kan daarmee gemotiveerd afwijken van de gestelde criteria in de welstandsnota.

3.

Motie CRK

Naar aanleiding van de behandeling van de nieuwe verordening van de CRK is een motie opgesteld. In de motie is het volgende gevraagd inzicht en antwoord op te geven: •

De invulling van de taken van de commissie nader te onderzoeken

•

De taken van de commissie zoveel als mogelijk te versoberen, uitgaande van regellichtheid (en daarmee procedures versnellen) waarbij de wettelijk taak geborgd blijft.

•

Bij (bestemmings)plannen de algehele stedenbouwkundige kwaliteit toetsen.

Het bereiken van ruimtelijke kwaliteit is het doel van de wet ruimtelijke ordening. Welstand gaat niet over 'mooi en lelijk', maar over ruimtelijke kwaliteit. Dus niet over het belang van de individuele burger, maar van de gemeenschap als geheel. De CRK moet daarmee balans brengen in de objectiviteit van een goede ruimtelijke ordening en omgevingskwaliteit. In de motie CRK zijn enkele overwegingen meegegeven. Deze overwegingen zijn hieronder kort beantwoord:

Overweging meegegeven vanuit de Motie CRK We streven naar regellichtheid:

Korte beantwoording op de overweging De samenwerking tussen de ambtelijke organisatie, CRK en vastlegging is aanzienlijk aangepast waardoor integrale dossiers worden gevormd. Dit om het ‘kastje naar de muur’ effect te voorkomen. Dit is geen regellichtheid maar wel een optimale en efficiënte invulling van de werkprocessen (zie hiervoor H.6.2.. van bijlage 2). De procedures zijn versnelt waardoor een initiatiefnemer sneller een CRK-advies ontvangt. Het CRK-advies is daarmee niet een vertragende factor in het

Pagina 2 van 11

aanvraagproces. Tevens is de werkwijze van de CRK versobert binnen de regels van de Welstandsnota. Het processchema wordt gevolgd. Daar waar mogelijk wordt een aanvraag sneller beoordeeld als daar behoefte aan is. Verdere regellichtheid is te behalen door aanpassingen door te voeren in de Welstandsnota (zie hiervoor H.6.3.3. van bijlage 2). Initiatiefnemers blijken onduidelijkheid te hebben over de welstandsnota: het gevoel van willekeur en subjectieve smaak door het ontbreken van voldoende objectieve criteria.

Sinds eind 2021 worden de adviezen breder gemotiveerd en wordt de Welstandsnota (of andere beleidsdocumenten) aangehaald met een objectieve toelichting. De welstandsnota is in 2012 opgesteld als leidraad en richtinggevend. De advisering is maatwerk en staat of valt met een heldere, duidelijke en objectieve motivatie. In de afgelopen 1,5 jaar is het advies van de CRK aangepast. Initiatiefnemers krijgen een eenduidige beoordeling van hun aanvraag. In het advies staat een verwijzing waaraan getoetst is. De CRK geeft daarbij advies om een aanvraag te verbeteren ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit wanneer het daar mogelijkheden toe ziet.

Het proces van de CRK vertragend werkt wat kosten met zich meebrengt.

Sinds eind 2021 verloopt de afstemming tussen initiatiefnemers, casemanagers en de secretaris van de CRK soepeler waardoor vertragingen geminimaliseerd zijn. Plannen worden binnen 2 weken na aanlevering aan de CRK behandeld. Het eindadvies is direct na de CRKvergadering beschikbaar. Het schriftelijke advies volgt in de zelfde week van de behandeling. Het proces van de CRK past ruimschoots binnen de reguliere termijnen en is daarmee niet vertragend.

Kleine plannen door ambtenaren afhandelen:

De verordening en Welstandsnota bieden de mogelijkheid voor het toepassen van een sneltoets. Sinds eind 2021 is er ambtelijke deskundigheid waardoor kleine plannen door ambtenaren worden afgehandeld. Inmiddels heeft dit gezorgd voor 20% minder plannen in behandeling door de CRK en een sneller advies. Sneltoetscriteria maken met eenvoudige regels kleine bouwwerken zonder welstandstoets mogelijk zonder tussenkomst van de CRK. De sneltoetscriteria zijn opgesteld om de meeste standaard voorkomende bouwwerken met de zogenaamde sneltoets af te doen (welstand light). In de Welstandsnota is een scherp onderscheid gemaakt tussen gebieden die streng

Pagina 3 van 11

beschermd moeten worden en gebieden waar alleen de basiskwaliteit van belang is. Binnen de basiskwaliteit kan de sneltoets toegepast worden. Er zijn goede ervaringen met Welstandsvrij bouwen:

De welstandsnota biedt ruimte voor welstandsvrij bouwen. Er zijn echter geen gebieden/locaties aangewezen voor welstandsvrij bouwen in de gemeente Horst aan de Maas. Welstandsvrij bouwen heeft voor- en nadelen. Deze zijn niet verkend. In de Woningwet van 1 juli 2004 waren gemeenten wettelijk opgelegd een keus te maken tussen een welstandscommissie of een dorpsbouwmeester. Er moest namelijk een onafhankelijk orgaan of persoon de uiteindelijke beoordeling maken. In 2007 is de gemeente Sevenum welstandsvrij verklaard en heeft een dorpsbouwmeester aangesteld. Na de fusie van de drie gemeenten is gekozen voor een Commissie Ruimtelijke Kwaliteit met de daarbij behorende Welstandsnota.

4.

Situatie onder de Omgevingswet

Onder de Omgevingswet moeten gemeenten een gemeentelijke adviescommissie instellen. Die commissie is in de Omgevingswet verplicht gesteld, en heeft in ieder geval tot taak te adviseren over de aanvragen om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een gebouwd of aangelegd rijksmonument. Alle gemeenten met dergelijke rijksmonumenten op hun grondgebied dienen dus een dergelijke commissie in te stellen. De bestaande commissies voor ruimtelijke kwaliteit, welstand en monumenten komen niet meer terug. Het huidige gemeentelijke welstandsbeleid is opgesteld vanuit de overtuiging dat een aantrekkelijke gebouwde omgeving belangrijk is voor alle inwoners. De gemeente wil kwaliteit stimuleren. Niet alleen in de realisatiefase, maar ook in de beheerfase. Dat wil de gemeente behouden. In de Omgevingsvisie krijgt dat verder vorm. Naast veiligheid en gezondheid is 'een goede omgevingskwaliteit' opgenomen in de centrale doelstelling van de omgevingswet (artikel 1,3 Omgevingswet). Dit duidt op het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Dit is van belang voor de nieuwe taken CRK.

5.

Resultaten evaluatie

De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit heeft over de jaren heen ervaring op gedaan in haar functioneren. Middels een SWOT-analyse is ambtelijk in beeld gebracht waar de positieve factoren en negatieve factoren ervaren worden.

Positieve factoren extern KANSEN 1. De commissie kan als adviesorgaan externe partijen ondersteunen in het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit.

Negatieve factoren BEDREIGINGEN A. Wanneer een plan een negatieve beoordeling krijgt of initiatiefnemers zijn het op onderdelen niet eens met

Pagina 4 van 11

2. Klankbord en sparren met vakgenoten en adviseren richting college en raad zorgt voor een onafhankelijk advies ter ondersteuning aan besluitvorming.

Intern

het advies dan kan dit als belemmering worden ervaren.

3. Initiatiefnemers ervaren de adviezen als een welkome verbetering van hun plannen.

B. Een negatieve beoordeling kan de voortgang van een bouwplan vertragen of stop zetten. C. Het praatje bij feestjes over de welstand is niet altijd positief.

4. Een instrument om als gemeente regie te kunnen voeren op de ruimtelijk verschijningsvorm van gebouwen en landschappen.

D. De CRK zit vaak aan het einde van een ontwerpproces waardoor veel tijd en kosten gemaakt zijn en er een kans is dat plannen aangepast moeten worden.

5. Voor iedereen is duidelijk welke kwaliteit in een gebied van toepassing is en nagestreefd wordt. Duidelijkheid voor de burger over ontwikkelingen in de directe omgeving – rechtszekerheid.

E. Plannen worden voorgelegd aan de CRK zonder een bestemmingsplantoets of ambtelijk/stedenbouwkundig akkoord. Hierdoor kan een plan een tegenstrijdige beoordeling krijgen. Dat is verwarrend voor de initiatiefnemer.

6. Ruimtelijke kwaliteit zorgt voor een goede belevingskwaliteit en waarde van onroerend goed. En aan een aantrekkelijke woon- en werkklimaat vestigingsklimaat STERK

F. De behandeling via de CRK kost tijd en geld (leges).

ZWAK

I.

Regie kunnen voeren over de ruimtelijke kwaliteit en omgevingskwaliteit voor de gemeenschap als geheel.

a. In de overige gebieden moet een zelfde procedure doorlopen worden als de gebieden die meer van belang zijn om te beschermen.

II.

Het uiterlijk van bouwwerken met name monumenten, dorpsgezichten, bebouwingslinten en het buitengebied bewaken.

b. Tijdens een behandeling kan het voorkomen dat leden tegenstrijdig oordelen.

III.

IV.

In beeldbepalende gebieden vormt welstandstoezicht een duidelijke bijdrage aan het behouden en verbeteren van kwaliteiten. De gemeente heeft de zorg voor de kwaliteit van de woon-, leef- en werkomgeving; een veilige, gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.

c. De welstandsnota is gedateerd waardoor actuele vraagstukken niet concreet beoordeeld kunnen worden. d. De welstandsnota is op onderdelen niet concreet en objectief genoeg. e. De samenstelling van de CRK sluit niet langer aan op de ontwikkelingen binnen de gemeente en algemene trends.

Pagina 5 van 11

V.

De gemeente heeft de zorg voor het f. Geen vaste beoordelingsmomenten welzijn van haar burgers (gezond en ingeregeld in de procedure. veilig) en de zorg voor welvaart. Goede omgevingskwaliteit voorkomt g. waar het initiatief geen of beperkte verloedering en draagt bij aan betekenis heeft voor de kwaliteit van de behoud van economische waarde openbare ruimte en omgeving is niet van afzonderlijke gebouwen. gedefinieerd.

VI.

Goede omgevingskwaliteit verhoogt de belevingswaarde en verhoogt de aantrekkelijkheid van de gemeente als vestigingsplaats voor nieuwe inwoners en bedrijven.

VII.

De kwaliteit van de omgeving ontstaat niet vanzelf. De basis is het aangeven van uitgangspunten en kaders. Vervolgens kan de beoogde kwaliteit bereikt en behouden worden door het aangeven van gewenste kwaliteiten en uitgangspunten in beeldkwaliteitsplannen.

VIII.

Via het welstandsbeleid kan de gemeente een positieve en kwalitatieve bijdrage leveren aan ruimtelijke ontwikkelingen en aan de architectuur van nieuwe en bestaande gebouwen.

Jaarlijks brengt de CRK tussen de 350 tot 400 adviezen uit. Gemiddeld is 75% van de plannen bij een eerste behandeling akkoord (ca. 47%) of akkoord onder voorwaarden (ca. 28%). De initiatiefnemer kan dan door met de planvorming. De plannen die niet akkoord (ca. 25%) zijn komen voor een 2 e behandeling terug. Uiteindelijk krijgt ca. 98% van de plannen een beoordeling waarmee ze tot uitvoering over kunnen gaan. De CRK is niet bekend met plannen waar het college contrair tegen heeft besloten. Het advies is in ieder geval de afgelopen jaren overgenomen.

6.

Wijzigingen

Naar aanleiding van de komst van de omgevingswet (H.4) en de evaluatie van de CRK (H. 6) zijn er enkele wijzigingen die inmiddels zijn gerealiseerd en gerealiseerd moeten worden.

6.1.

Ruimtelijke kwaliteit in balans

De gemeente wil de kwaliteit van omvangrijke en bijzondere initiatieven blijven stimuleren door het opstellen van beeldkwaliteitsplannen. Beeldkwaliteitsplannen worden doorgaans in opdracht van de gemeente opgesteld. De beeldkwaliteitsplannen zijn daarmee het toetsingskader voor nieuwe plannen door de CRK, en niet de welstandsnota. Aan de andere kant wil de gemeente de welstandsbeoordeling loslaten waar het initiatief geen of beperkte betekenis heeft voor de kwaliteit van de openbare ruimte en omgeving. Daar krijgen de initiatiefnemers dus meer ruimte. In lijn met de Omgevingswet en 'Minder regels betekent immers meer vrijheid én meer

Pagina 6 van 11

verantwoordelijkheid voor u én voor ons. De basis hiervoor is wederzijds vertrouwen'. Vanuit de op te stellen Omgevingsvisie kan duidelijk worden hoe en waar dit van toepassing kan zijn. Op basis daarvan kan het wenselijk of zelfs noodzakelijk om de welstandsnota te actualiseren. De volgende aanpassingen kunnen helpen om de ruimtelijke kwaliteit in balans te houden en de werkwijze van de CRK te versoberen en objectiveren: 1. aanpassen samenstelling CRK 2. aanpassen processchema welstandsnota 3. aanpassen beoordelingsmomenten CRK en ambtelijke toetsing 4. de welstandsnota te objectiveren 5. de welstandsnota te actualiseren

6.2.

Gerealiseerd

6.2.1.

Procedureversneller

Het afgelopen 1,5 jaar is intern onderzocht hoe de behandeling van aanvragen versoepeld of versneld kan worden. Gelijktijdig is gestart met het vooroverleg, intake en de omgevingstafel. Daarmee krijgt de initiatiefnemer aan de voorkant een eenduidig en volledig advies over de wenselijkheid en haalbaarheid van het initiatief, voordat het formele proces (wijziging omgevingsplan of vergunning) wordt gestart. Vanuit de rol van de CRK zijn in samenspraak met de ambtelijke organisatie de volgende stappen inmiddels gezet: •

Het afhandelen van aanvragen via de sneltoets. Dit is een ambtelijke advisering die niet afhankelijk is van de agenda van de CRK. De behandeling wordt daarmee versneld zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit van de advisering.

•

Een behandeling in de CRK kan alleen plaatsvinden wanneer een ambtelijke toets heeft plaatsgevonden. Dat kan door een intakegesprek of een landschappelijk/stedenbouwkundig advies. Deze adviezen hoeven niet positief te zijn. Het advies maakt onderdeel uit van de stukken door de CRK te beoordelen.

•

De CRK tijdig betrekken (bij het voorontwerp (VO) of het vaststellen van het BKP). Door de CRK vroeg in de initiatieffase te betrekken is het mogelijk om aanpassingen en advisering te verwerken in het planproces met geringe bijkomende kosten en tijdsverlies.

Afbeelding: te doorlopen processtappen door CRK i.r.t. stedenbouw/ambtelijke toetsing •

De periode van adviesvragen die via de CRK verlopen tot advies geven vast te leggen. Een adviesaanvraag wordt binnen 2 weken behandeld en binnen 3 werkdagen wordt het advies verwerkt.

Pagina 7 van 11

•

Initiatiefnemers zo vroeg mogelijk ontwerpkaders meegeven. De ontwerpkaders worden in een BKP, gebiedscriteria of stedenbouwkundige uitgangspunten meegegeven. Wanneer een project geschikt is met een bepaalde omvang worden de kaders door de CRK vastgesteld. Dit verloopt via de intake.

•

De CRK alleen op cruciale momenten laten adviseren. Door de CRK bij het voorlopig ontwerp te betrekken kan er nog gestuurd worden op de ruimtelijke kwaliteit. Daarna kan op basis van een goede advisering het definitieve ontwerp ambtelijk afgehandeld worden.

•

Het aantal CRK-behandelingen reduceren door sneller op te schalen. o

In de huidige opzet is het ‘escalatie’- principe toegepast. Een aanvraag gaat voor een 1e behandeling in naar de mandaat commissie. Een 2e behandeling van een plan gaat naar de voltallige CRK. Een 3e behandeling is alleen mogelijk wanneer de CRK van mening is dat de aanvraag met aanpassingen kansrijk is voor een positief advies.

o

Met de voorgestelde samenstelling van de CRK is het mogelijk om met bredere kennis te adviseren over een initiatief.

•

Bij de CRK-behandeling de behandelende ambtenaar aan te laten sluiten. Wanneer de behandelend ambtenaar aanwezig is, is deze op de hoogte van wat besproken is. De initiatiefnemer kan met de behandelend ambtenaar afstemmen over vervolgtrajecten en eventuele aanpassingen.

6.2.2.

Versobering werkwijze

In het processchema (onderstaande afbeelding) is weergegeven hoe de beoordeling van de plannen verloopt. Door het processchema zorgvuldig te doorlopen is het gelukt om de behandeling van plannen te optimaliseren. Dat is een versobering van de werkwijze die de voorgaande jaren heeft plaatsgevonden. In voorgaande jaren werden alle plannen door de CRK behandeld. Het gebruik van de sneltoets is daarbij zeer beperkt toegepast. Door het opstellen van beeldkwaliteitsplannen voor grotere nieuwbouwprojecten is het ook mogelijk geworden om objectievere en sneller te toetsten. Voor initiatiefnemers heeft dit gezorgd voor meer duidelijkheid en is er ambtelijk meer vooroverleg geweest. De behandeling in de CRK is daardoor soeperler verlopen. Dit zijn allemaal resultaten van een versobering van de beschikbare werkwijze. Uit ervaring is gebleken dat inmiddels ca. 20% van de plannen via de sneltoets criteria afgehandeld wordt. In de afgelopen jaren is dit aandeel groter geworden door de aanwezige ambtelijke deskundigheid. De bevoegdheden zoals opgenomen in de verordening en de welstandsnota van de sneltoetscriteria zijn aanwezig om een groter aandeel van de plannen ambtelijk af te handelen. De afhandeling via de sneltoets zorgt in theorie voor een snellere behandeling van de aanvragen. De sneltoets is namelijk niet afhankelijk van de CRK-vergaderingen.

Het is mogelijk om de sneltoets afhandeling te vergroten door de criteria voor sneltoetsing te verruimen. Aanvullend kan gekozen worden om na het vaststellen van beeldkwaliteitsplannen de toetsing via de sneltoets te laten verlopen. Beide kan verder onderzocht worden. Deze versobering kan alleen gerealiseerd worden wanneer voldoende ambtelijke capaciteit en deskundigheid aanwezig is om de sneltoets uit te voeren. Dit vraagt om passende training en opleiding van de zittende vergunningverleners. Bij een dergelijke beoordeling horen ook specifieke vaardigheden om besluiten te kunnen nemen. Deze zijn niet bij alle medewerkers aanwezig. De leden van de CRK bezitten deze kwaliteiten per definitie wel.

Pagina 8 van 11

Afbeelding: huidige processchema welstandtoets afkomstig uit de welstandsnota Momenteel zijn er geen welstandsvrije gebieden aangewezen binnen de gemeente Horst aan de Maas. Het effect op de snelheid is daarmee niet vast te stellen.

6.3.

te realiseren

6.3.1.

Samenstelling CRK

De huidige samenstelling van de CRK moet aangepast worden conform de Omgevingswet. Er dienen twee monumentendeskundigen aangesteld te worden. Tevens is de termijn van de leden verstreken. Als laatste sluit de samenstelling van de CRK niet meer aan op actuele vraagstukken: "Dit betekent dat de commissie ten minste moet beschikken over enkele leden die deskundig zijn op het gebied van cultuurhistorie, bouw- en

architectuurhistorie, restauratie, landschap en stedenbouw. [43] Al naar gelang de lokale omstandigheden en de gewenste reikwijdte van de advisering kan er andere deskundigheid aan worden toegevoegd. Het is uiteraard mogelijk dat één persoon meerdere deskundigheden in zich verenigt." Bij de werving van nieuwe leden kan affiniteit met cultuurhistorie/ historisch landschap benadrukt worden. Momenteel is de samenstelling gericht op een mandaat commissie en grote commissie. Een aanpassing kan gedaan worden door de architect leden als vaste leden in te zetten en de overige leden op basis van behoefte als agendaleden. Het voorstel is om over te stappen naar de volgende samenstelling: •

Voorzitter en architect/stedenbouwkundige

•

Architect lid

•

Landschapsarchitect – agenda lid

•

Monumentendeskundigheid (tenminste 2 leden) – agendaleden. De specialisatie van de monumentendeskundigen, cultuurhistorici en historisch landschap zou tenminste het volgende moeten beslaan: o

Renovatiearchitect met kennis en ervaring m.b.t. rijksmonumenten:

o

Bouwhistoricus met kennis en ervaring m.b.t. rijksmonumenten:

Pagina 9 van 11

o

Lokale kennis monumenten en erfgoed:

Het voordeel is dat met 2 architect leden de advisering niet langer door 1 persoon wordt bepaald. De leden kunnen op deze manier met elkaar klanken en komen tot heldere adviezen komen. Het voordeel van het hebben van agendaleden is dat plannen niet langer afhankelijk zijn van de frequentie van de grote commissie (eens in de vier weken).

6.3.2.

Objectieve welstandsnota

Op onderdelen is de welstandsnota onvoldoende concreet over de gebiedscriteria of intenties. Beleidsconsistentie Waar en in welke mate het verminderen van regels voor welstand op zijn plaats is, hangt mede af van het overige beleid van de gemeente. De vrijheid om gebouwen naar eigen inzicht vorm te geven kan andere belangen doorkruisen. Om willekeur en het gevoel van subjectiviteit te minimaliseren is het nodig om de welstandsnota daar waar mogelijk te concretiseren. Dit kan door bijvoorbeeld door: •

Gebiedskaders opstellen en vaststellen aan het begin van een project

•

Bij nieuwe projecten een beeldkwaliteitsplan opstellen

•

Objectiveren door de criteria te concretiseren en te vereenvoudigen. In ieder geval bij veel voorkomende kleine bouwplannen is dit mogelijk de omschrijving te verduidelijken zoals bij: o

Aan- en uitbouwen

o

Dakkapellen en -opbouwen

o Erfscheidingen Daar tegenover bestaat de mogelijkheid om op onderdelen te versoepelen. In gebieden waar kleine ingrepen een kleine impact hebben hoeven niet aan specifieke criteria onderhevig te zijn. Gebied met een laag welstandsniveau kunnen bijvoorbeeld welstandsluw worden aangemerkt.

6.3.3.

Actuele welstandsnota

De welstandsnota is op onderdelen niet meer actueel. Ook ontbreken bepaalde onderdelen die in de loop van de jaren aan de orde zijn geweest. De welstandsnota kan op de volgende delen geactualiseerd worden: Excessenregeling Veel kleine bouwplannen en werkzaamheden aan een gebouw zijn omgevingsvergunningvrij voor de activiteit bouwen. Dat betekent dat zo’n specifiek bouwplan vooraf niet hoeft te worden beoordeeld op redelijke eisen van welstand. Maar ook het uiterlijk van een bestaand bouwwerk en een vergunningvrij bouwwerk mag niet ‘in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand’. Als hiervan toch sprake is, kan de eigenaar worden verplicht die strijdigheid op te heffen. Dit wordt de excessenregeling genoemd. Het inrichten van een excessenregeling verplicht de gemeente daar ook op te handelen. Bij de actualisatie kan onderzocht worden of het toevoegen van een excessenregeling een gewenst instrument is. Handhaving De gemeente heeft een beginselplicht om handhavend op te treden bij strijdige situaties. Dit is wettelijk vastgelegd en is gebaseerd op het algemeen belang dat gediend is met handhaving. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van ons worden gevraagd, dit niet te doen. Dit kan bijvoorbeeld als er concreet zicht op legalisering bestaat.

Ook kan er vanaf worden gezien als handhavend optreden zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen. Er is daarom altijd sprake van een belangenafweging of handhavend op getreden moet worden. Hardheidsclausule Bij omgevingsvergunningplichtige bouwwerken kan het voorkomen dat een plan niet voldoet aan de gebiedscriteria of criteria voor kleine veel voorkomende bouwwerken. In sommige gevallen mag afgeweken worden van de welstandsbeoordeling. We noemen dat de hardheidsclausule. Wanneer een plan niet voldoet aan de gebieds- of gebouwtypecriteria, maar het uiteindelijke resultaat heeft genoeg esthetische kwaliteit, passend voor de omgeving, dan kan de commissie oordelen dat het plan op grond van eigen kwaliteiten een bijdrage levert aan de betreffende omgeving. Technische installaties Met de energietransitie zijn veel technische ontwikkelingen geïntroduceerd die een ruimtelijke impact kunnen hebben. Daar zijn niet eerder randvoorwaarden voor opgesteld. Gedacht kan worden aan het

Pagina 10 van 11

plaatsen van zonnepanelen- en collectoren, airco-units en warmtepompen. Het is de vraag in hoeverre daar kwalitatieve eisen aan gesteld moeten worden. Reclamebeleid Reclames kunnen een positieve bijdrage leveren aan de kwaliteit van de gebouwde omgeving. Maar voorkomen moet worden dat reclame-uitingen gebouw en openbare ruimte/omgeving gaan overheersen. Reclame moet ondergeschikt zijn aan de architectuur van de gevels in de historische dorpskernen, bedrijventerreinen én het buitengebied. Een overdaad aan reclames beïnvloedt de waarde van het omringende onroerend goed negatief en doet afbreuk aan een hoogwaardig vestigingsklimaat. Voor alle betrokkenen is het daarom gewenst te beschikken over redelijke en acceptabele reclamecriteria. Als je geen beoordelingscriteria voor een aanvraag hebt, kun je ook niet kunt beoordelen of een aangebrachte reclame als een exces moet worden beschouwd. Duurzaamheid Duurzaamheid is een belangrijk thema in de gemeente. Initiatieven die bijdragen aan het verduurzamen van de gebouwde omgeving worden van harte toegejuicht. Het is ook een van de belangrijkste opgaven voor de komende decennia. Duurzaamheidsmaatregelen aan gebouwen kunnen vaak vergunningvrij aangebracht worden. Bij monumenten en cultuurhistorisch waardevolle gebouwen moet bekeken worden wat de invloed is van de maatregelen op de monumentale waarde.

Het gaat om het vinden van de juiste balans tussen wat wenselijk is voor een optimaal duurzaamheidsresultaat en wat geen onevenredige afbreuk doet aan het monumentale karakter van het gebouw. Omgevingsvisie Onder de Omgevingswet loopt het welstandstoezicht via het omgevingsplan. In het omgevingsplan kan de gemeente regels opnemen over het uiterlijk en de plaatsing van bouwwerken. Als de regels over het uiterlijk van de bouwwerken uitleg nodig hebben, moet de gemeenteraad beleidsregels vaststellen voor de beoordeling of een bouwwerk aan de regels voldoet. In het nieuwe deel van het omgevingsplan bepaalt de gemeente voor welke gebieden en welke bouwactiviteiten de beleidsregels van toepassing zijn. Zo kunnen bepaalde gebieden en bouwwerken welstandsvrij zijn. Ook kunnen voor nieuwe ontwikkelingen bijvoorbeeld specifieke welstandsregels gelden die zijn opgenomen in een beeldkwaliteitsplan. De gemeente moet conform de Omgevingswet een Omgevingsvisie opstellen. Het proces voor het opstellen van de Omgevingsvisie is in gang gezet. Uit de Omgevingsvisie komt een actueel beeld van de ambities van de gemeente en de bewoners. Op basis van de Omgevingsvisie wordt duidelijk waar het mogelijk ontbreekt om te sturen op de omgevingskwaliteit. Mochten uit de Omgevingsvisie strijdigheden voortkomen met de Welstandsnota, dan kan de Welstandsnota daar op worden aangepast.

Het advies is om de welstandsnota daarmee een passende naam te geven (i.e. Nota Ruimtelijke Kwaliteit, Nota Omgevingskwaliteit of Nota Beeldkwaliteit).

7.

Advies

Op basis van bovenstaande bevindingen zien wij voor ons dat de CRK doorgaat en een nieuwe samenstelling gaat krijgen. Op basis van bovenstaande constateringen is een actualisatie van de welstandsnota op zijn plaats. Er zijn enkele mogelijkheden: een addendum toevoegen aan de Welstandsnota op basis van actuele thema’s of wachten op de ambities en doelstellingen die worden vastgesteld in de op te stellen Omgevingsvisie en daarmee de welstandsnota volledig te actualiseren. Een alternatief is een combinatie van de twee: nu een addendum toevoegen en een actualisatie na het opstellen van de Omgevingsvisie. Ten alle tijden blijft het maken van de welstandsnota een apart traject van de Omgevingsvisie.

i

Structuurvisie Horst aan de Maas. Croonen Adviseurs (Rosmalen, februari 2013) Idem, bijlage 4. iii Welstandsnota gemeente Horst aan de Maas (Horst, november 2012) iv Raadsbesluit gemeenteraad Horst aan de Maas, 12 maart 2013. ii

Pagina 11 van 11

Stuknummer: 21.0007782 -

Bijlage van gemeentebladnummer 2022.013. De raad van de gemeente Horst aan de Maas; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 december 2021, gemeentebladnummer 2022.013; gelet op het bepaalde in de Gemeentewet;

besluit:

vast te stellen de navolgende verordening:

Verordening op de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Horst aan de Maas

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - college: het college van burgemeester en wethouders van gemeente Horst aan de Maas; - commissie: gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de wet, genaamd Commissie Ruimtelijke Kwaliteit; - cultureel erfgoed: cultureel erfgoed als bepaald in artikel 1.1 van de wet met uitzondering van archeologische rijksmonumenten; - stadsbouwmeester; het lid van de commissie aan wie door de raad op grond van deze verordening specifieke taken zijn opgedragen; - goede omgevingskwaliteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.3 van de wet; - wet: de Omgevingswet;

Paragraaf 2. Adviestaak Artikel 2. Taak en werkzaamheden 1. De commissie heeft als taak de raad en het college te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. Daaronder wordt in elk geval begrepen het geven van voorlichting over de doelstelling van een goede omgevingskwaliteit en over de werkzaamheden van de commissie.

2. Ter uitvoering van haar taak: a. adviseert de commissie op verzoek van het college over een aanvraag om of een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor: 1 ̊. een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument of omgeving daarvan 2 ̊. een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een voorbeschermd gemeentelijk monument of een gemeentelijk monument of omgeving daarvan; 3 ̊. een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op het cultureel erfgoed; 4 ̊. een omgevingsplanactiviteit in geval de commissie in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen; 5 ̊. een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op de activiteit bouwen; 6 ̊. een andere activiteit in geval het college een advies nodig acht met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit; b. adviseert de commissie op verzoek van het college over het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aanwijzen van een onroerende zaak als rijksmonument ingevolge artikel 3.1, eerste lid, van de Erfgoedwet of over het aan een locatie geven, wijzigen of intrekken van de functie-aanduiding gemeentelijk monument op grond van artikel 4.2, eerste lid, van de wet; c.

adviseert de commissie op verzoek van het college over het aan een locatie geven, wijzigen of intrekken van een functie-aanduiding anders dan gemeentelijk monument die betrekking heeft op cultureel erfgoed op grond van artikel 4.2, eerste lid, van de wet; d. adviseert de commissie op verzoek van het college of uit eigen beweging over het ontwikkelen van beleid inclusief omgevingsvisie, omgevingsplan en maatwerkregels voor de omgevingskwaliteit; e. adviseert de commissie op verzoek van het college in een geval van een verkenning als bedoeld in artikel 5.48, tweede lid, van de wet en in andere gevallen waarin het college een advies nodig acht in verband met een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving; f. informeert en begeleidt de commissie op verzoek van het college planindieners en ontwerpers gedurende het ontwerpproces; g. voert de commissie op verzoek van het college vooroverleg met planindieners over een in te dienen aanvraag om een omgevingsvergunning; h. adviseert de commissie op verzoek van het college over: het stellen van maatwerkvoorschriften in verband met het uiterlijk van bouwwerken, de zorg voor cultureel erfgoed en werelderfgoed en andere zaken die de omgevingskwaliteit betreffen; i.

adviseert de commissie op verzoek van het college over het geven van beschikkingen op grond van regels in verordeningen op grond van artikel 149 van de Gemeentewet die betrekking hebben op het cultureel erfgoed en op de omgevingskwaliteit, te weten regels over reclame in de openbare ruimte en voorwerpen op of aan de weg. 3. De raad kan werkzaamheden als bedoeld in het tweede lid aanwijzen die door de stadsbouwmeester worden uitgevoerd. De stadsbouwmeester werkt onder verantwoordelijkheid van de commissie. Dit lid is niet van toepassing op de advisering als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, onderdelen 1e en 2e en onder b.

Paragraaf 3. Aanwijzing van besluiten waarover verplicht advies moet worden gevraagd Artikel 3. Verplichte advisering Het college wint advies van de commissie in over een te nemen beslissing als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, b en h.

Paragraaf 4. Samenstelling en inrichting Artikel 4. Samenstelling 1. De voltallige commissie bestaat uit maximaal 6 leden, de voorzitter daaronder begrepen. 2. De leden worden benoemd op persoonlijke titel op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering.

3. De commissie telt gelet op artikel 17.9, eerste lid, van de wet minimaal 2 leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg. 4. De leden vertegenwoordigen in gezamenlijkheid een gebalanceerde samenstelling van disciplines, waaronder in elk geval: cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, ruimtelijke kwaliteit, landschap, stedenbouw, architectuur, duurzaamheid en archeologische monumentenzorg. 5. In afwijking van het tweede lid kan een burgerlid worden benoemd. Het burgerlid wordt benoemd op persoonlijke titel, op grond van uitgebreide kennis en ervaring in een van de in lid vier genoemde disciplines. 6. De leden en de plaatsvervangers zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur.

Artikel 5. Benoeming 1. De leden kunnen voor een termijn van ten hoogste drie jaar worden benoemd door het college. 2. Herbenoeming van leden kan eenmaal voor ten hoogste drie jaar plaatsvinden. 3 . Afgetreden leden zijn drie jaar na hun aftreden weer benoembaar. 4. De leden worden op eigen aanvraag ontslagen. Zij kunnen voorts door het college worden geschorst en worden ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden.

Artikel 6. Ondersteuning van de commissie 1. Het secretariaat van de commissie berust bij een daarvoor aangestelde ambtelijke secretaris. 2. De in lid 1 genoemde ambtelijk secretaris is voor de werkzaamheden voor de commissie uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie. 3. De secretaris kan worden ondersteund door andere ambtelijke medewerkers, die voor hun werkzaamheden voor de commissie uitsluitend verantwoording schuldig zijn aan de secretaris. 4. De secretaris noch de medewerkers zijn lid van de commissie.

Paragraaf 5. Advisering en standpuntbepaling Artikel 7. Adviestermijn en vorm waarin het advies wordt uitgebracht 1. De commissie brengt binnen vier weken na ontvangst van een verzoek als bedoeld in artikel 2, lid 2, advies uit. 2. In afwijking van lid 1, brengt de commissie binnen acht weken advies uit na ontvangst van een verzoek als bedoeld in artikel 2, lid 2 onder b, c, d en e. 3. Het advies van de commissie is schriftelijk en deugdelijk gemotiveerd.

Artikel 8. Beraadslaging en standpuntbepaling 1. De vergaderingen waarin een of meer adviezen over aanvragen om omgevingsvergunning door of namens de commissie worden vastgesteld zijn openbaar. De agenda voor de vergadering van de commissie wordt tijdig op een geschikte wijze bekendgemaakt. Als het college – al dan niet op verzoek van de aanvrager – een verzoek doet tot niet-openbare behandeling, dan dient het college daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen. 2. Belanghebbenden hebben in toelichtende zin spreekrecht in door de commissie gehouden openbare vergaderingen. Tijdens de beraadslagingen is er geen spreekrecht. 3. Over de uit te brengen adviezen door de voltallige commissie wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste twee deskundige leden de voorzitter daaronder niet inbegrepen. Over een advies over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit en een activiteit voor een gemeentelijk monument wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste twee leden met deskundigheid op het gebied van de monumentenzorg. 4.

Leden die als opdrachtgever, ontwerper of anderszins betrokken zijn bij de uitvoering van een activiteit waarvoor een aanvraag is gedaan waarover de commissie adviseert, onthouden zich van

medewerking aan het desbetreffende advies en zijn tijdens de behandeling van en de besluitvorming over het advies niet in de vergadering aanwezig. 5. De geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 2:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de commissie en de daarvoor werkzame personen.

Artikel 9. Afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie 1. De commissie kan onverminderd het bepaalde in artikel 17.9, eerste lid, van de wet, de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning of over de voorbereiding van een andere beschikking onder verantwoordelijkheid van de commissie overlaten aan een of meer daartoe aangewezen leden (kleine commissie). 2. De commissie kan zich door een of meer daartoe aangewezen leden, de secretaris of andere daartoe aangewezen personen laten vertegenwoordigen in kwaliteitsteams, omgevingsoverleggen en -tafels, of enig ander overleg waarin een mandaat voor het nemen van besluiten benodigd is. 3. De aangewezen personen in geval van het eerste en tweede lid adviseren of nemen besluiten over zaken waarvan volgens hen het oordeel van de commissie als bekend mag worden verondersteld of waarbij de aangewezen personen beschikken over de relevante deskundigheid benodigd in de specifieke situatie. In geval van twijfel wordt de advisering alsnog overgelaten aan de commissie.

Artikel 10. Adviseurs 1. De commissie kan zich voor het inwinnen van inlichtingen wenden tot daartoe door het college aangewezen ambtenaren. 2. De commissie kan zich doen bijstaan door het college aangewezen andere deskundigen, voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is. 3. De in het eerste en tweede lid bedoelde personen kunnen op uitnodiging van de commissie als adviseur deelnemen aan de beraadslagingen.

Artikel 11. Verwerking van het advies 1. In geval het college een beschikking geeft in afwijking van het door de commissie uitgebrachte advies, verzenden zij een afschrift van die beschikking aan de commissie.

Paragraaf 6. Werkwijze Artikel 12. Reglement van orde 1. De commissie stelt haar werkwijze binnen de kaders van deze verordening nader vast in een reglement van orde. 2. In het reglement van orde komt ten minste aan de orde: a. de wijze waarop de agenda openbaar wordt gemaakt en belanghebbenden worden uitgenodigd; b. het vereiste quorum voor een besluitvormende vergadering, de vergaderorde en orde van de beraadslaging, waarbij er een onderscheid wordt aangebracht tussen de toelichtende fase waarin het spreekrecht wordt uitgeoefend en de beraadslagingen; c. de notulering en dossiervorming; d. de wijze waarop de adviezen openbaar worden gemaakt; e. de werkwijze bij afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie als bedoeld in artikel 9; 3. Het college draagt zorg voor bekendmaking van het door de commissie vastgestelde reglement van orde.

Artikel 13. Relatie met andere adviseurs Bij het aanstellen van een supervisor, een kwaliteitsteam of een andere adviseur op het gebied van de omgevingskwaliteit, niet zijnde een lid of een adviseur van de commissie draagt het college zorg voor een goede afstemming tussen de werkzaamheden van deze adviseur en de commissie.

Artikel 14. Vergoeding De leden en de adviseurs als bedoeld in artikel 10, tweede lid, ontvangen een vergoeding op grond van een door het college vastgestelde regeling.

Paragraaf 7. Jaarverslag Artikel 15. Jaarverslag 1. De commissie brengt jaarlijks voor 1 juni verslag als bedoeld in artikel 17.9, zesde lid, van de wet uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar. 2. In het jaarverslag komt ten minste aan de orde: a. de wijze waarop toepassing is gegeven aan de kaders als bedoeld in artikel 17.9, derde lid, van de wet; b. de wijze waarop uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen.

Paragraaf 8. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 16. Overgangsrecht 1. De op grond van de Verordening Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Horst aan de Maas en de Erfgoedverordening benoemde leden worden geacht te zijn benoemd op grond van dit besluit. De termijn van ten hoogste drie jaar als bedoeld in artikel 5, eerste lid, loopt vanaf de datum van de benoeming op grond van de Verordening Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Horst aan de Maas en de Erfgoedverordening. 2. Als voor de inwerkingtreding van de wet een aanvraag om een besluit is ingediend, blijft het oude recht, met betrekking tot de commissies op het gebied van welstand en monumentenzorg van kracht, met dien verstande dat de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit wordt geacht de in artikel 8 van de Woningwet, in samenhang met artikel 15 van de Monumentenwet 1988 bedoelde commissie te zijn.

Artikel 17. Intrekking oude regeling 1. De regels met betrekking tot de commissie in de Bouwverordening (hoofdstuk 9 Bouwverordening) en de Erfgoedverordening (hoofdstukken 2 tot en met 4 Erfgoedverordening) komen te vervallen. 2. De Verordening Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Horst aan de Maas, zoals vastgesteld op 12 maart 2013, wordt ingetrokken.

Artikel 18. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt tegelijk met de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) in werking. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Horst aan de Maas.

Aldus besloten in de openbare vergadering van 8 februari 2022. De raad voornoemd, De voorzitter,

De griffier,

drs. R.F.I. Palmen

mr. R.J.M. Poels

WELSTANDSNOTA GEMEENTE HORST AAN DE MAAS

november 2012

1

Voorwoord Wel of geen welstandsbeleid, de wetgever legt de keuze bij de lokale overheid. Visie op de kwaliteit van de bebouwde omgeving wordt hiermee terecht een gemeentelijke verantwoordelijkheid. De gemeente Horst aan de Maas kent een drietal ruimtelijke hoofdactiviteiten. Wonen in een van de 16 dorpen of in het buitengebied is daarvan een belangrijk onderdeel. De gemeente heeft de ambitie de bestaande goede woonomgeving kwalitatief op een hoog niveau te houden. Agrarische ontwikkelingen, vooral op de noord –zuid as van onze gemeente vormen de tweede belangrijke activiteit. Deze ontwikkelingen hebben een belangrijke invloed op de ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied in onze gemeente. De derde hoofdactiviteit in de openbare ruimte is het toerisme. Deze branche concentreert zich op de oost- west as door de gemeente (Maasvallei- Horst – Griendtsveen). Zij heeft veel baat bij een hoge kwaliteit van de omgeving, zowel binnen als ook buiten de toeristische gebieden. De verbindingen tussen de gebieden (de linten) zijn belangrijke elementen om het gebied zijn kenmerkende eigenheid en sfeer te geven. Vanuit deze kwaliteitsbehoefte wil de gemeente Horst aan de Maas de toezicht op de ontwikkeling van de bebouwde omgeving vormgeven.

Het noodzakelijke niveau is in deze nota aangegeven waarbij wordt uitgegaan van de volgende leidende principes: vertrouwen en verantwoordelijkheid, differentiatie en maatwerk, zelfredzaamheid en participatie. Wij presenteren vereenvoudigd beleid, gebiedsgericht van opzet en met twee toetsingsniveau’s. De basis is het normale niveau met een toets op de situering, de hoofdvorm, het materiaal- en kleurgebruik. Dit is een vangnet om ongewenste ontwikkelingen te kunnen sturen. Daarnaast geldt het strenge niveau voor de waardevolle dorpskernen en de monumenten: gebieden en objecten waar het culturele - en monumentale karakter belangrijk zijn. Eigentijds en modern bouwen is ook daar mogelijk indien de relatie met het traditioneel bouwen wordt gezocht. Tot slot maken sneltoetscriteria met eenvoudige regels kleine bouwwerken zonder welstandstoets mogelijk. Met dit nieuwe beleid willen we bereiken dat er snelle beslissingen worden genomen voor eenvoudige zaken, dat er integrale deskundige adviezen ontstaan voor complexe zaken en dat de klant en kwaliteit centraal staan.

2

Inhoudsopgave

pagina

1. Welstandsbeleid

4

1.1. 1.2. 1.3.

4 5 7

2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7

Indeling in niveaus van welstand. Processchema welstandstoets Onderbouwing van de gebiedskeuze

Gebiedscriteria

9

Dorpskernen Bebouwingslinten Woongebieden Bedrijvengebieden Buitengebied met landschappelijke waarden Buitengebied met ontwikkelingsopgaaf Bijzondere gebieden

10 13 15 17 19 21 23

3 Sneltoetscriteria

25

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

26 27 28 30 31 33

Verbouwen algemeen Nieuwe agrarische bedrijven Aan-, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen Dakkapellen Erfafscheidingen Reclame objecten

Bijlage: - Monumenten

36

3

1.WELSTANDSBELEID Deze beleidsnota geeft voor de gehele gemeente Horst aan de Maas richting aan voor de beoordeling van bouwwerken op de ruimtelijk kwaliteitsaspecten. Deze nota vervangt de drie nota’s van fusiegemeenten Horst aan de Maas, Meerlo-Wanssum en Sevenum en heeft als doel om de meeste bouwplannen sneller en makkelijker te toetsen. In hoofdstuk 3 zijn sneltoetscriteria opgesteld om de meeste standaard voorkomende bouwwerken met de zogenaamde sneltoets af te doen (welstand light). Verder is er een scherper onderscheid gemaakt tussen gebieden die streng beschermd moeten worden en gebieden waar alleen de basiskwaliteit van belang is.

1.1

De indeling in niveaus van welstand

Op basis van de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten in de gemeente Horst aan de Maas worden twee niveaus van welstandstoezicht onderscheiden: • normaal niveau van welstand; • streng niveau van welstand voor beschermde gebieden en monumenten; Naast deze gebieden kan de gemeenteraad een beeldkwaliteitsplan vaststellen voor een afgekaderd gebied met het doel om de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied te behouden of te verbeteren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12857314/2