CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB.23.034 Beleidsplan Politie 2024-2027

Gemeenteraad 11 april 2023, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven.17.936 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Pagina 17 - Regionaal Beleidsplan Politie Eenheid Limburg 2024 - 2027

RBP 2024-2027

Kwetsbare personen met onbegrepen gedrag De verzorgingsstaat die Nederland in het verleden was -en daarmee de primaire verantwoordelijk droeg voor het welzijn van burgers in kwesties van gezondheidszorg, onderwijs, werkgelegenheid en sociale zekerheid- heeft door de benoemde individualisering plaatsgemaakt voor de participatiesamenleving. Daarin doet de overheid in beginsel een beroep op ieders eigen verantwoordelijkheid en zelfstandigheid. Deze transitie werd begeleid met ondersteunde wet- en regelgeving en de invoering (markt)werking in de zorg. Gebleken is dat niet iedereen deze zelfredzaamheid kan opbrengen, met als gevolg dat een groeiende groep mensen aan de maatschappelijke zijlijn is komen te staan. Het zijn veelal personen die complexe problemen ervaren op verschillende leefgebieden, in een cyclisch crisispatroon leven, overmatig bekend zijn bij politie, crisisdiensten, andere (hulpverlenings)instanties of zorgen voor overlast. Daarnaast hebben zij moeite zich te binden en zijn ze gesteld op hun vrijheid of zijn zorgmijdend. Het huidige zorgaanbod en de maatschappelijke voorzieningen sluiten vaak onvoldoende aan op hun behoeften, waardoor ze voortdurend vastlopen in hun contacten met instanties en instellingen.

23 Doordat er lokaal en regionaal veel diversiteit in de aanpak bestaat, is de perceptie in Nederland over de ernst en omvang ten aanzien van deze groep zeer divers. Naast de voornoemde factoren is er sprake van toenemende politieke, maatschappelijke en media-aandacht die samen lijken te bevestigen dat het om een groeiende groep mensen gaat, waarbij incidenten in ernst en aantal toenemen. Hierbij wordt voornamelijk gekeken naar de politiecijfers, die eenzijdig en ongenuanceerd zijn, en daarmee een onjuist en onvolledig beeld geven. Met de toegenomen intolerantie binnen de samenleving daarbij opgeteld, lijkt hier sprake te zijn van een self-fulfilling prophecy, en zien we bij de politie het aantal meldingen van personen met verward en onbegrepen gedrag verder stijgen. Daarin is de politie, in overeenstemming met het landelijke beleid, voortdurend op zoek naar de meest efficiënte en effectieve manier om deze meldingen terug te dringen. Daarvoor is het noodzakelijk om goed in verbinding te staan met onze ketenpartners en ervoor te zorgen dat personen met verward of onbegrepen gedrag tijdig de juiste zorg en/of brede ondersteuning wordt geboden. Zo kan voorkomen worden dat zij onnodig in aanraking komen met politie en justitie. Verder is voor de politie van belang dat bij incidenten, deze vaak bekende personen, snel worden overgedragen aan het juiste hulpverleningskader.

Te veel en te vaak gebeurt dit niet, waardoor de uitvoering van algehele politiezorg onder spanning komt te staan. 24, 25 23 Schoonbeek, I., e.a. (2021). Begrip voor Onbegrepen Gedrag. Breuer onderzoek & Intraval advies. 24 Koekkoek, B. (2019). De kwestie verwarde personen. Naar een andere benadering van onbegrepen gedrag. 25 Hoogeveen, C. (2021). Personen met verward gedrag in de provincie Limburg. Analyse politiemeldingen (2017 – 2019).

3.3.3. Collectief betekenisvol handelen Wie beter wil ‘luisteren’ naar de samenleving moet eerst en vooral anders kijken. Dit vergt afstappen van de binnen de overheid zo dominante focus op de ‘objectieve’ veiligheid of rechtvaardigheid, vervat in kwantitatieve data en modellen. Wie de samenleving beter wil begrijpen, moet oog en oor hebben voor de beleving van die veiligheid en rechtvaardigheid. Beleving die bestaat uit angsten, onzekerheden, stress en frustraties. Net als hoop, verlangens en behoeften die daar de tegenhanger van zijn. Het vraagt begrip hoe mensen met deze veiligheidsbeleving omgaan en tot welke veranderingen in denken, voelen en doen dat heeft. Daarvoor dient niet alleen de politie, maar moeten alle ketenpartners de verankering in de (lokale) samenleving te behouden waarbij een actieve monitoring en adequate reactie, preventief en of repressief noodzakelijk is, om tijdig te interveniëren. Hiervoor is een goede informatiepositie cruciaal en zal verdient moeten worden. Het vraagt gedurende ‘vredestijd’ een investering om duurzame verbindingen tot stand te brengen met lokale gemeenschappen en sleutelfiguren. Vanuit dit gedachtegoed is binnen de politie de methodiek Bondgenoten ontstaan, waarbij samen met partners deze verbindingen worden bestendigd tot een netwerk.

Op moment van spanningen, incidenten of crises zullen sleutelfiguren en allianties uit dit netwerk ingezet worden, om gezamenlijk de maatschappelijke onrust te voorkomen of reduceren. 26 26 Eysink Smeets, M. (2021). Onrust begrijpen begint bij anders kijken.

Pagina 18 - Regionaal Beleidsplan Politie Eenheid Limburg 2024 - 2027

RBP 2024-2027

Steeds zal gekeken worden naar de inzet en effectiviteit van politie ten aanzien van het thema ‘de verdeelde samenleving’, in wijken en bij doelgroepen, binnen verschillende fasen van maatschappelijke onrust. Daarbij wordt stilgestaan bij de verschillende rollen van gemeenten en andere organisaties, zal casuïstiek worden geëvalueerd en gezamenlijk gereflecteerd op trends, knelpunten en verbetermogelijkheden in de praktijk. Dit moet leiden tot een toolbox met best practices en integrale interventiestrategieën die handelingsperspectief bieden op verschillende gebieden in relatie tot maatschappelijk ongenoegen en maatschappelijke onrust. Deze toolbox is in de eerste plaats gericht op de politieorganisatie en heeft als doel te komen tot een effectieve samenhang tussen preventie, dialoog en handhaving. Nadat de toolbox is opgeleverd, wordt bezien welke instrumenten nuttig kunnen zijn voor het (lokaal) bestuur. Deze zullen in samenwerking met het interbestuurlijk programma maatschappelijke onrust beschikbaar worden gesteld.

3.4 Rode draden tussen de maatschappelijke vraagstukken 3.4.1 Aanleiding Gedurende dit proces viel op dat andere thema’s niet langer opzichzelfstaand zijn, maar als rode draad met talloze maatschappelijke (veiligheids)vraagstukken verbonden zijn, terugkeren en de onderlinge verwevenheid steeds sterker wordt. Daarmee zijn ze van grote invloed op de voornoemde thema’s, maar gaat hun reikwijdte in Limburg veel verder. In de prioritering door het bevoegd gezag zijn dit verzwarende omstandigheden en dienen deze in de besluitvorming meegewogen te worden. Het betreffen: Cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit, Jeugd- criminaliteit en Internationalisering. 3.4.2 Cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit The game has changed. Digitalisering, technologie en data nemen exponentieel toe waardoor de samenleving steeds sneller verandert. Er is sprake van een nieuwe werkelijkheid, maar deze is diffuus, laat zich moeilijk duiden en blijkt op momenten zeer kwetsbaar. De politie, de overheid en private partijen staan hierin voor de lastige opgave hoe om te gaan met de veranderingen op het gebied van informatie- en communicatietechnologie en de mogelijk verstrekkende gevolgen daarvan voor de maatschappij, individuele burgers, maar ook de eigen organisatie.

Deze technologie vormt hedendaags het fundament om complexe systemen van belangrijke sectoren zoals financiën, veiligheids- en gezondheidszorg, energie en vervoer, draaiende te houden. Het aantal gerichte cyberincidenten, die veelal criminele, politiek gemotiveerde of terroristische motieven kennen, nemen schrikbarend snel toe en is permanent van aard. 27 Het misbruiken van digitale kwetsbaarheden brengt risico’s mee waarbij het uitvallen van vitale infrastructuur, zoals water, gezondheidszorg, elektriciteit, mobiele diensten realistisch zijn en maatschappelijk ontwrichtende gevolgen kunnen hebben. De digitale weerbaarheid van vitale infrastructuren en overheidsinstanties in nog onvoldoende en staat continue onder druk. De gedigitaliseerde organisaties staan voor een immense uitdaging, die meer is dan een ICT-probleem. Daarin is de menselijke factor een van de belangrijkste aandachtspunten. Experts stellen dat het geen kwestie is of, maar wanneer een systeem hierdoor getroffen wordt. Met vergaande intelligence en dataverzameling is het van belang om te investeren op monitoring en detectiemiddelen, en de responstijd te minimaliseren. Hierbij speelt transparantie en communicatie, zowel intern als extern, een cruciale rol om het vertrouwen van burgers en stakeholders te behouden.

Onzekerheid kan worden weggenomen door zorgvuldig informatie te verstrekken, een handelingsperspectief te bieden en duiding te geven aan wat er gebeurt. Een voorbeeld hiervan betreft de geslaagde ransomware aanval op de Universiteit Maastricht, waarbij de Universiteit ‘losgeld’ heeft betaald om de toegang op hun systemen terug te krijgen. Zo heeft er ook een geslaagde aanval op het administratiesysteem van vijf Zuid-Limburgse gemeenten afgelopen zomer, waar uiteindelijk geen data werden ontvreemd. 28, 29, 30, 31 27 NCSC. (2022). (Actieplan) Nederlandse Cybersecuritystrategie 2022-2028. Ambities en acties voor een digitaal veilige samenleving 28 Europese Commissie. (2013). Strategie inzake cyberbeveiliging van de Europese Unie. 29 Topsectoren high tech NL. (2019). Kennis- en innovatieagenda Veiligheid. Samen organiseren, samen innoveren, één doel. 30 Capgemini. (2022). Trends in Cybersecurity 2022. An accelerated digital transformation. 31 NCTV (2022). Cybersecuritybeeld Nederland. CSBN 2022

Pagina 19 - Regionaal Beleidsplan Politie Eenheid Limburg 2024 - 2027

RBP 2024-2027

Daarnaast ontvouwen zich doorlopend nieuwe vormen van cyber- en of gedigitaliseerde criminaliteit, waarbij criminelen experimenteren met nieuwe mogelijkheden die tot crimineel gewin leiden of ze integreren traditionele vormen van criminaliteit in het digitale domein, zoals Whatsapp- en bankhelpdeskfraude. Bij de laatstgenoemde wordt ICT als middel gebruikt om het strafbare feit te plegen. Hierdoor zien we traditionele criminaliteitsvormen in Limburg verder afnemen, maar werd begin 2022 een zeer hoge stijging van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit in Limburg waargenomen. Een van de kenmerken van deze maatschappelijke verandering is dat cybercrime alsmaar toegankelijker wordt. De opbrengst hierbij is hoog en de pakkans laag is. Innovatie en techniek creëren ondertussen nieuwe mogelijkheden om meer snelheid te realiseren bij het verzamelen, ontsluiten, analyseren en duiden van informatie. Hiervoor is het gewenst waarnemingen en databronnen van verschillende spelers - privacy-bestendig – te combineren en analyseren. Er is nadrukkelijk een verschuiving waarneembaar van historische informatie, naar near-realtime, realtime en zelfs predicting. Realtime informatiecoördinatie en dynamisch sturen zijn dan ook prominente ontwikkelingen om de intelligence positie te verstevigen.

Dit vraagt om een wendbare politie die toegerust is om binnen deze alsmaar veranderende maatschappij haar rol als hoeder van de rechtstaat te kunnen blijven waarborgen. Om deze veranderingen het hoofd te kunnen bieden heeft de eenheid Limburg een aantal ontwikkelopgaven geprioriteerd, binnen de vakgebieden Gebiedsgebonden politiezorg (GGP), Opsporing en Intelligence, welke gerelateerd zijn aan het position paper van de nationale politie. Door middel van deze ontwikkelopgaven worden er voor de belangrijkste politieprocessen op een innovatieve wijze en in samenhang oplossingen gezocht om ook in de nabije toekomst passend en effectief politiewerk te kunnen blijven leveren. 32, 33 Deze betreffen: Het behouden van verankering in de wijk en versterken positie op het web en in de wereld door strategische allianties te vormen en Investeren in een digitaal vaardige politie die blijvend innovatief is en daarmee de digitale transformatie voortbeweegt. 32 Capgemini. (2022). Trends in veiligheid 2022-2023. Het veiligheidsdomein als baken in dynamische tijden. 33 Nationale Politie. (2020). Position paper. de politie van morgen en overmorgen en uitwerking 2021-2025

3.4.3 Collectief betekenisvol handelen De afgelopen jaren zijn de indicatoren voor cybercrime, zoals verwoord in de Veiligheidsagenda nuttig gebleken. In het algemeen werden de indicatoren als passend ervaren en sloten ze goed aan op de maatschappelijke opgave. De complexe onderzoeken kunnen steeds beter door de verschillende opsporingsteams in de eenheid Limburg worden uitgevoerd. Hierdoor is het Team High Tech Crime (THTC) steeds beter in staat, om de inmiddels zeer complexe en tijdrovende onderzoeken op te pakken, zoals de eerdergenoemde aanval op de Universiteit Maastricht. Het onderzoek heeft geleid tot inbeslagname van het digitale ‘losgeld’. Dat alles is een positief gevolg van de professionalisering van de cybercrimeteams. De komende jaren kan verbetering worden gevonden om bij de reguliere onderzoeken ervoor te zorgen dat de meer ernstige of georganiseerde vormen van cybercrime eruit worden gelicht. Operatie Centurion gaat hierbij helpen en beoogt onder meer het versnellen en intensiveren van de digitale transformatie in de strafrechtketen met focus op politie en OM. Centurion richt zich op het gericht aanpakken van actuele verschijningsvormen van veel voorkomende digitale criminaliteit met een grote maatschappelijke impact. Tegelijkertijd is het wenselijk om een zekere flexibiliteit te houden om in te kunnen spelen op nieuwe modus operandi en informatiebeelden.

Hierbij kan gedacht worden aan het gebruik van deep fakes en staan we aan de vooravond van de intrede van de ‘metaverse’. Een compleet virtuele wereld parallel aan de fysieke, een mogelijk toevluchtsoord voor criminelen, alwaar zij ongestoord hun gang kunnen gang. 34, 35 34 Europol (2022). Facing reality? Law enforcement and the challenge of deepfakes. 35 Europol (2022). Policing in the metaverse: what law enforcement needs to know

Pagina 20 - Regionaal Beleidsplan Politie Eenheid Limburg 2024 - 2027

RBP 2024-2027

Daarnaast is preventie en bescherming een waardevolle strategie. Het Taskforce Cyber Limburg is een gemeentelijk initiatief, waarbij veel gemeenten samenwerken met politie, OM, Provincie Limburg, PVO/ECCW en de Veiligheidsregio’s. Doel is om te komen tot een gezamenlijk cyberbeleid met gezamenlijke prioriteiten, preventieve acties en budget. De wens is om gezamenlijk en uniform naar buiten te treden waar dat effectief is. Daarnaast ondersteunen en coördineren ze de lokale behoefte en invulling. De Risk Factory in Venlo is zo’n preventieproject. Via nagebootste praktijksituaties krijgen deelnemers inzicht in de risico’s op het gebied van veiligheid, gezondheid en duurzaamheid. Door zelf te doen en te ervaren, leren zij hoe zij ’bijvoorbeeld bij cybercrime moeten handelen. Duizenden leerlingen en senioren zullen hierdoor het komende jaar onder andere scenario’s over cyberpesten, online weerbaarheid en cybercriminaliteit gaan beleven, waarmee hun weerbaarheid wordt vergroot. Inmiddels is vrijwel elk onderzoek van THTC zeer complex en vergt veel tijd. Het aantal alternatieve interventies wordt beschouwd als streefgetal. Bij een alternatieve interventie worden geen verdachten aangehouden, maar worden andere acties uitgevoerd om criminele werkwijzen te verstoren, en schade en/of slachtofferschap te beperken.

Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om het ontoegankelijk maken van een social media-account waarop inlogcodes voor websites worden verhandeld, het informeren van gebruikers van systemen die zonder het te weten tot een crimineel botnet behoren, of het onbruikbaar (laten) maken van een criminele command & control-server. Alternatieve interventies zijn bij bepaalde cybercrimefenomenen vaak effectiever in het beperken van slachtofferschap en/of schade, onder meer gezien de schaalbaarheid van cybercrime en de soms beperkte snelheid of mogelijkheden waarmee verdachten kunnen worden aangehouden.

3.4.4 Jeugdcriminaliteit Het thema jeugd(criminaliteit) is van lokaal tot nationaal, fysiek en digitaal, een veel besproken onderwerp. Het is een constante factor die zowel door het leefbaarheids- als veiligheidsdomein heen beweegt. Een brede doelgroep, die afhankelijk van de betrokken organisatie verschillend wordt gecategoriseerd en gedefinieerd. Ondanks dat jeugdcriminaliteit cijfermatig de afgelopen vijftien jaren in totaliteit is afgenomen, zijn er een aantal zorgelijke ontwikkelingen die de aandacht vragen van ouders, scholen, gemeenten, politie en andere ketenpartners. 36 Alvorens op deze zorgelijke ontwikkelingen in te gaan, dient opgemerkt te worden dat het hartstikke goed gaat met het grootste gedeelte van onze jonge leden in de samenleving. Echter, en dat is een trend van de laatste paar jaren, zien we ook op diverse plekken in Limburg, zowel de ernst van incidenten toenemen alsook de constatering dat jeugdigen steeds jonger worden wanneer ze een (zwaar) strafbaar delict plegen, waarbij het gebruik van wapens niet wordt geschuwd. Dit valt samen met de constatering dat op of nabij scholen een toename van wapen- en of drugsbezit -handel wordt geconstateerd. Het heeft geresulteerd in het actieplan Wapens en Jongeren waarin de overheid in samenwerking met scholen verschillende maatregelen treft om deze tendens te keren.

Het is absoluut noodzakelijk om hierop in gezamenlijkheid, door de overheid, via de zorg, ouders, scholen etc. hierin te investeren. Zo is in de gemeente Heerlen in navolging van het Nationaal Programma Heerlen-Noord het project ‘Preventie met gezag’ opgezet, en dit thema vanuit deze holistische benadering aanpakt. 37 36 Cahiers. (2021-9). Monitor jeugdcriminaliteit 2020. Ontwikkelingen in de jeugdcriminaliteit. 37 Cahiers. (2021-9). Monitor jeugdcriminaliteit 2020. Ontwikkelingen in de jeugdcriminaliteit.

Pagina 21 - Regionaal Beleidsplan Politie Eenheid Limburg 2024 - 2027

RBP 2024-2027

Binnen het thema jeugd(criminaliteit) is een aantal ontwikkelfasen zichtbaar. Allereerst is er jeugd die nog geen criminele carrière heeft, maar heel beïnvloedbaar is (jonge aanwas tussen de 8 en 23 jaar). Vervolgens kan gesproken worden van jeugd die een beginnende carrière heeft in de criminaliteit (doorgroeier, doorgaans vanaf 15 jaar). Als laatste kan gesproken worden van jeugd die in de (ondermijnende) criminaliteit actief is (negatief rolmodel, doorgaans vanaf 18 jaar). Er is sprake van een afglijdende schaal, waarbij het plegen van lichte delicten een indicatie en voorbode kunnen zijn voor het plegen van zware delicten. Vrijwel altijd spelen omgevings- en of risicofactoren een belangrijke rol, zoals een instabiele thuissituatie, ‘verkeerde’ vrienden, zwakke schoolmotivatie, beperkte financiële middelen, drank- en of drugsgebruik. Globale interventies om dit afglijden een halt toe te roepen zijn moeizaam effectief in te zetten, mede vanwege de noodzaak tot maatwerk. Daarbij lijkt er sprake te zijn van een bepaalde ‘drempel’. Wanneer jongeren daarover heen zijn blijkt een weg terug vaak moeizaam realiseerbaar. Dit kan overigens een vrijwillige of (nood)gedwongen keuze zijn. 38, 39 Jeugdcriminaliteit is, zoals eerder benoemd, op een aantal aspecten veranderd. Ten eerste is het verspreid over een groot aantal delicten en incidenten.

In mindere mate betreft dit de traditionele High Impact Crime (HIC-)feiten, zoals woninginbraken, diefstallen en straatroven. Steeds meer is er sprake van ernstige openbare ordeverstoringen, bedreigingen, mishandelingen, openlijke geweldpleging, wapenbezit en bezit en of handel in verdovende middelen. Het betreffen incidenten die het gevolg zijn van conflicten die in de digitale (leef)wereld, buiten het oog van de meeste volwassenen, zijn ontstaan zoals het fenomeen drill-raps, alwaar verschillende Zuid -Limburgse gemeenten mee geconfronteerd werden. De huidige jeugdigen (Generatie Z, 1995 - 2010) ontmoeten elkaar digitaal op social media, chatboxen en in games. Dit geldt ook voor jeugdgroepen en of jeugdcriminelen. Hierdoor zijn zij minder zichtbaar in de publieke ruimte. Hun toegang tot kennis en bereik is enorm toegenomen, waardoor (inter)nationale fluïde netwerken zijn ontstaan met jeugdigen die verschillende skills hebben en deze op diverse momenten, in uiteenlopende samenstellingen, inzetten om allerlei soorten strafbare feiten in de fysieke wereld te plegen. 40, 41 Daarnaast zijn nieuwe jeugdcriminelen ontstaan die een aanzienlijk aandeel hebben in de toegenomen gedigitaliseerde criminaliteit.

n

e

e

n

a

v

e

k

a

r

p

s

r

e

s

i

s

d

j

i

z

r

e

d

n

A

.

n

o

i

t

r

o

t

x

e

s

n

e

e

d

u

a

r

f

k

e

o

z

r

e

v

-

l

a

a

t

e

b

,

e

d

u

a

r

f

p

o

o

k

r

e

v

n

e

-

n

a

a

s

l

a

o

z

n

e

t

i

e

f

e

r

a

b

f

a

r

t

s

t

e

h

t

f

e

r

t

e

b

s

d

j

i

z

r

e

n

E

38 RIEC Limburg. (2022). Fenomeenonderzoek Jeugdige Ondermijners Limburg. Er speelt vanalles, maar lang niet alles wordt gezien. Pas als je focus aanbrengt ga n

e

d

r

o

w

b

e

w

k

r

a

d

t

e

h

a

i

v

f

o

n

e

p

e

o

r

g

t

a

h

c

)

e

m

a

g

(

n

i

e

i

d

s

n

e

p

a

w

)

r

u

u

v

(

)

D

3

(

n

e

n

e

l

e

d

d

i

m

e

d

n

e

v

o

d

r

e

v

,

k

r

e

w

r

u

u

v

n

i

l

e

d

n

a

h

n

e

m

o

n

e

g

e

o

t

je iets zien. e

k

e

fi

i

c

e

p

s

p

o

t

e

i

n

n

a

d

l

a

,

s

l

l

i

k

s

m

a

r

g

o

r

p

t

e

m

n

e

g

i

d

g

u

e

j

n

i

r

a

a

w

)

e

c

i

v

r

e

s

a

s

a

e

m

i

r

c

(

n

a

a

t

s

t

n

o

t

k

r

a

m

e

h

c

i

n

n

e

e

k

o

o

s

i

r

E

.

n

e

d

o

b

e

g

n

a

a

39 Bureau Beke. (2021). Misdaad carrières voorkomen en doorbreken. Van analyse van het netwerk naar aanpak. n

e

d

r

o

w

e

m

i

r

c

r

e

b

y

c

n

a

v

n

e

m

r

o

v

i

e

l

r

e

l

l

a

e

e

m

r

a

a

w

,

n

e

d

e

i

b

n

a

a

s

e

c

i

v

r

e

s

n

e

n

e

l

e

k

k

i

w

t

n

o

)

s

t

i

k

(

n

e

t

c

u

d

o

r

p

e

d

r

e

e

s

i

l

a

i

c

e

p

s

e

g

,

g

a

a

r

v

n

a

a

40 SMV. (2022). Jong ontspoord in het drugsmilieu. En wat wij daar als samenleving tegenover moeten zetten. .

g

n

i

p

p

a

w

s

m

i

s

n

e

g

n

i

k

c

a

h

,

g

n

i

h

s

i

h

p

,

n

e

l

l

a

v

n

a

a

-

S

o

D

D

s

l

a

o

z

,

d

r

e

e

t

i

l

i

c

a

f

e

g

41 Weijers, I., Ferwerda, H. & Roks, R. (2021). Verharding van de jeugdcriminaliteit. Het probleem van potentiële doorgroeiers.

3.4.5 Collectief betekenisvol handelen Aansluiting vinden op de leef- en beleefwereld van (aanstaande) criminele jongeren, in deze en aankomende generaties, vraagt een digitaal vaardige politie die wijk, web en wereld met elkaar verbindt en vertrouwt op de preventieve maatregelen en vroegtijdige interventies van ketenpartners. Daarin is maatwerk het advies, waarbij vanuit de holistische benadering en context gekeken gezocht moet worden naar de meest passende interventie. Dit kan en moet soms ook een zwaardere straf zijn. Het vraagt voortdurende investering van onze maatschappij die kansen en zingeving biedt om jeugdigen op het rechte pad te houden of daarheen terug te brengen. De intelligence rondom jeugdige criminelen dient verbetert te worden, om het fenomeenbeeld geactualiseerd te houden, om de daaruit volgende tactische en operationele analysen het lokaal bevoegd gezag ondersteunen in het positioneren van stakeholders en ketenpartners, maar helpend zijn in de prioritering van lokale opsporingsonderzoeken.

Pagina 22 - Regionaal Beleidsplan Politie Eenheid Limburg 2024 - 2027

RBP 2024-2027

3.4.6. Internationalisering De ligging van onze provincie in de Euregio en Europa versterkt de mobiliteit enorm. De mogelijkheid om personen, goederen, diensten en kapitaal vrij over landsgrenzen te bewegen heeft directe consequenties voor het politiewerk in Limburg. Onze provincie wordt dagelijks geconfronteerd met de gevolgen van grensoverschrijdende criminaliteit. Veel incidenten die binnen onze provincie plaatsvinden, kennen een internationale dimensie, waardoor veel zaken tijdsintensiever en complex van aard zijn. De nabijheid van hot spots als Antwerpen, het Ruhrgebied, maar ook de kern van synthetische drugs productie in zowel Limburg als Brabant, maken ons gebied bij uitstek een gebied waar criminelen een voedingsbodem hebben. Daarmee is het niet verwonderlijk dat de eenheid Limburg verantwoordelijk is voor de afhandeling van bijna 70% van alle inkomende en uitgaande rechtshulpverzoeken van heel Nederland. Limburg is voor veel criminelen een kruispunt naar Duitsland, België, Frankrijk en andere delen van Europa. De grensstreek biedt de gelegenheid om de keten van verschillende criminele processen op te delen en over naastgelegen landen te verspreiden. Zo staat Limburg in de top drie binnen Nederland voor wat betreft de Albanese gerelateerde criminaliteit, welke een sterk ondermijnend karakter heeft.

Daarmee is het niet alleen van belang inzicht te krijgen, maar ook te houden op de criminele logistieke processen van vervoer, communicatie en geldstromen. Dit zicht kan versterkt worden door meer te investeren in de interne samenhang tussen partners en te komen tot een meer structurele informatie-uitwisseling met de ons omringende landen. Vanuit een financieel perspectief kunnen fenomenen (internationale businessmodellen- en netwerken, witwasconstructies, en grensoverschrijdende geldstromen) nader worden geduid. Deze hangen samen met fenomenen in relatie tot terrorismefinanciering, cybercrime, ondermijning, vuurwapencriminaliteit en migratiecriminaliteit. Naast de eerdergenoemde thema’s en rode draden is onze grensligging uitermate geschikt voor de criminaliteitsvorm mobiel banditisme. Dit is overigens niet te omvatten binnen één strafbaar feit, maar de aanduiding voor een veelheid aan delicten (vooral vermogensdelicten), gepleegd door rondreizende dadergroepen die stelselmatig, in wisselende samenstelling en internationaal actief zijn. 42, 43 42 EGTS (2021). Jaarverslag Euregio 2020. 43 Europese Commissie (2021). Mededeling over de EU-strategie voor de aanpak van georganiseerde criminaliteit (2021-2025).

3.4.7 Collectief betekenisvol handelen De geografische ligging van Limburg met ongeveer 350 km landsgrens en twee buurlanden betekent veel grensoverschrijdend verkeer van goederen en personen. Dit verkeer vraagt om een opsporingsstrategie op de internationale oriëntatie. In het Strategisch Kader Internationale Politiesamenwerking 2.0 (IPS) zijn de hoofdthema’s uit de nationale Veiligheidsagenda in belangrijke mate leidend voor de inzet van politie op internationale samenwerking, met gebruikmaking van het (EU)RIEC, Bureau voor Euregionale Samenwerking (BES) en Internationale Rechtshulp Centra (IRC). Er vindt vergaande afstemming met het OM plaats in relatie tot het maken van keuzen om tot internationale samenwerking te komen, opsporingsonderzoeken te verrichten en allianties te smeden om zo de noodzakelijke barrières op te kunnen werpen, en tevens aan te sluiten bij de belangen van onze buurlanden. Dit laatste wordt bemoeilijkt door verschil in wetgeving en afwijkende strategische prioriteiten. In de operationele vertaling van dit thema liggen kansen om de heterdaadkracht te vergroten. Vanuit het operationeel centrum wordt de noodzaak gevoeld om bij grote of impactvolle incidenten sneller tot informatievergaring en –duiding te komen.

Door verschillende divisies en diensten binnen de eenheid Limburg en in gezamenlijkheid met partners zoals de Veiligheidsregio en buitenlandse politiediensten, wordt hieraan gewerkt. Dit vraagt implementatie van nieuwe systemen om in beeld, geluid en door middel van sensing de reactietijd te verkorten en de meest passende inzet te coördineren.

Pagina 23 - Regionaal Beleidsplan Politie Eenheid Limburg 2024 - 2027

RBP 2024-2027

4. Verdeling van de capaciteit Conform artikel 39 van de Politiewet 2012 wordt de verdeling van politiesterkte over de basisteams en districten in het beleidsplan vastgelegd. Het vaststellen van deze formatie betreft een verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag. Alhoewel deze cijfermatige weergave doorgaans als vanzelfsprekend wordt ervaren en ook nu bekend is, kent dit beleidsplan een gewijzigde formatie ten opzichte van het vorige plan. Dit is het resultaat van het ‘werklastonderzoek’ dat in opdracht van het bestuur uitgevoerd is binnen de basisteams van de eenheid Limburg.

4.1 AEF Werklastonderzoek Bij de inrichting en vorming van de Nationale Politie in 2013 zijn de voormalige politieregio’s Limburg-Noord en Limburg-Zuid samengevoegd, waarbij de formatie van deze teams vrijwel gelijk is overgenomen. Met deze samenvoeging zijn de bestaande, maar verschillende formatieve grondslagen samengevoegd, waardoor de huidige formatietoedeling aan de Limburgse basisteams berusten op een ongelijke verdeelsystematiek. Het gevolg hiervan is, dat in de loop van de tijd een disbalans is ontstaan tussen het werkaanbod versus capaciteitsaanbod van een basisteam. Voorafgaand aan dit werklastonderzoek is veelvuldig en langdurig in het RBO gesproken over de (toewijzing) formatie, bezetting, inzetbaarheid en werkdruk van de basisteams. Deze gesprekken hebben ertoe geleid dat de Regionale Driehoek in 2020 opdracht gaf tot dit werklastonderzoek. Het onderzoek, verdeeld over drie fasen, is uitgevoerd onder aansturing van een bestuurlijke commissie die ondersteuning kreeg van een ambtelijke werkgroep en het onderzoeksbureau AEF.

4.1.1 Onderzoek in drie fasen Fase 1

Fase 2

In deze fase is de zogenaamde ‘lege rekentool’ opgezet en

In deze fase is de rekentool gevuld. Dit resulteerde in een overzicht

werden de werkzaamheden/taken van de politie

van de procentuele verdeling van de totale werklast over de politie-

geïnventariseerd die in het werklastonderzoek zijn

basisteams. De Regionale Driehoek had hierop de behoefte om het

meegenomen. Het gaat hierbij om de kerntaken van een

resultaat van het werklastonderzoek te duiden en daaruit een aantal

basisteam zoals opgenomen in het inrichtingsplan van de

scenario’s uit te werken. Om dit te realiseren heeft de Regionale

Nationale Politie. Tevens werden de gebruikte reken-

Driehoek besloten een derde fase aan dit onderzoek toe te voegen.

methoden vastgesteld en geïnventariseerd welke variabelen noodzakelijk zijn voor de berekening van deze

Fase 3

werklast. In het RBO van 28 oktober 2020 heeft de

In deze fase is een vertaling gemaakt van de werklastverdeling op de

bestuurlijke commissie de opzet van de rekentool

basisteams naar de formatie-verdeling. Daarnaast zijn diverse

gepresenteerd en het vervolgproces toegelicht. In dit

scenario’s uitgewerkt die inzicht geven op welke wijze er met de

overleg hebben de aanwezige RBO-leden unaniem

uitkomsten en effecten van dit werklastonderzoek kan worden

aangegeven akkoord te zijn met de rekentool, waarmee

omgegaan.

fase 1 was afgerond.

Pagina 24 - Regionaal Beleidsplan Politie Eenheid Limburg 2024 - 2027

RBP 2024-2027

4.1.2 Wat betekent dit onderzoek voor de formatie van de basisteams? De toegenomen spanningen in de samenleving en de daaraan verbonden politie-inzet, in combinatie met die verdeelsystematiek heeft geresulteerd in een onderzoek dat primair erop gericht is om inzicht te verkrijgen naar de objectieve verdeling van de werklast over de basisteams in de eenheid Limburg. Met andere woorden: hoe verhoudt de hoeveelheid werk van het ene basisteam zich ten opzichte van het andere basisteam. De uitkomsten zijn vertaald naar de formatie van de basisteams, waarbij de gevoelde disbalans in de formatieverdeling correct bleek. Dit betekent overigens niet dat het basisteam dat formatie inlevert het minder druk heeft. Het betekent wel dat bij het ene basisteam sprake is van een grotere schaarste dan bij het andere. Wanneer het totaalvolume gelijk blijft, terwijl het de (bestuurlijke) wens is om de beschikbare formatie voor basisteams opnieuw te verdelen, dan spreken we van een ‘herverdeling van schaarste’. Wanneer het gaat om de totale formatieomvang van de eenheid Limburg, is door de politieleiding meermaals aangegeven dat de formatie te klein is om die politie te kunnen zijn van wat het (lokaal) bevoegd gezag en de veranderende samenleving van ons verwacht en mag verwachten. De doorontwikkeling naar de ‘politie van overmorgen’ komt hiermee in gevaar.

Daarom is parallel aan dit onderzoek een lange termijn beïnvloedingsstrategie uitgezet, zijnde de vorming van het Netwerk Veilig Limburg. Kortheidshalve wordt verwezen naar paragraaf 2.3 van dit plan. Zekerheidshalve wordt toegelicht wat het verschil is tussen formatie, bezetting en inzetbaarheid. Formatie is het aantal vastgestelde formatieplaatsen; Bezetting betreft het aantal formatieplaatsen die daadwerkelijk door medewerkers bezet zijn; Inzetbaarheid betreft het aantal uren dat de medewerker daadwerkelijk aan de kerntaak kan besteden. Dit is de bezetting minus ziekteverzuim, vakantie, modaliteiten, Regeling Partieel Uittreden (RPU), zorg-, zwangerschaps- en ouderschapsverlof, CAO à la carte (uren kopen/verkopen) en opleidingen.

4.1.3 Bespreking uitkomsten werklastonderzoek in het RBO De voortgang van dit werklastonderzoek, zowel op proces als op inhoud, is in de RBO’s van 2021 besproken. Daarbij zijn de volgende procesafspraken gemaakt: 1. Uitgangspunt is het eerlijk en daarmee opnieuw verdelen van de formatie van en over de basisteams. 2. Voor deze herverdeling de ‘werklast’ als verdeelsleutel hanteren. 3. Deze herverdeling baseren op de uitkomsten van het werklastonderzoek. Dus de formatie van de basisteams in overeenstemming brengen met de uitkomsten van het werklastonderzoek en tevens toekomstige politieformatie voor de basisteams conform deze verdeelsleutel verdelen (zie raadsinformatiebrief van juli 2021). 4. Deze herverdeling feitelijk effectueren bij het vaststellingsproces van het volgende Regionale Beleidsplan Politie 2024 – 2027 en de volledige looptijd van vier jaar benutten om de herverdeling te realiseren. 5. Structureel inzetten op de strategische beïnvloedingsstrategie met als doel de formatie van de politie-eenheid Limburg uit te breiden.

Pagina 25 - Regionaal Beleidsplan Politie Eenheid Limburg 2024 - 2027

RBP 2024-2027

4.1.4 Aanpassing formatie basisteams n.a.v. landelijke ontwikkelingen en eerdere besluitvorming Niet alleen binnen de eenheid Limburg, maar in heel Nederland staat de bezetting onder grote druk. Aangepaste opleidingstrajecten om het inzetbaarheidsvraagstuk te versoepelen hebben ertoe geleid dat de instroom van nieuwe aspiranten momenteel weliswaar groot is, maar pas medio 2024 merkbaar wordt. Bij de verdeling van nieuwe aspiranten en afgestudeerden van het hoger politieonderwijs wordt nu nadrukkelijk rekening gehouden met de bezetting in de teams. Nadat de uitkomsten van het werklastonderzoek in het RBO van 1 april 2021 werden gepresenteerd, is de formatie van de basisteams in de eenheid Limburg, als gevolg van de uitvoering van het Regeerakkoord 2018, nog op twee punten gewijzigd: 1.

Medio 2021 is er 11,4 fte formatiesterkte toegevoegd om de leiding van de basisteams te ondersteunen op de interne bedrijfsvoering. Uitgangspunt bij de verdeling hiervan is: basisteams met een formatiesterkte boven de 150 fte krijgen 1 fte toegewezen, de overige basisteams ieder 0,93 fte.

2.

In 2022 is, als gevolg van de laatste tranche vanuit de regeerakkoordgelden 2018, een aanpassing geweest van het aantal aspiranten in de formatiesterkte van de basisteams van -4,6 fte.

4.2 Verdeling formatie over basisteams (op basis van het werklastonderzoek) Onderstaande tabel geeft de formatie weer inclusief de toegelichte wijzigingen. * Sector / Basisteam

AEF-formatie apr. 21 (RBO)

Wijziging 2021

Wijziging 2022

AEF-formatie 2022

85,8

0,9

-0,2

86,5

Noord- en Midden-

Venray / Gennep

Limburg

Horst, Peel en Maas

84,9

0,9

-0,3

85,5

Venlo / Beesel

181,1

1,0

-0,5

181,6

Weert

123,7

0,9

-0,4

124,2

Roermond

103,5

0,9

-0,3

104,1

Echt

Parkstad

83,9

0,9

-0,2

84,6

662,9

5,7

-1,9

666,6

Brunssum / Landgraaf

125,9

0,9

-0,3

126,5

Kerkrade

77,8

0,9

-0,3

78,4

154,4

1,0

-0,5

154,9

358,1

2,9

-1,1

359,8

Heuvelland

90,3

0,9

-0,3

91,0

Maastricht

192,8

1,0

-0,7

193,1

Heerlen

Zuid-West Limburg

Westelijke Mijnstreek

Totaal

178,5

1,0

-0,5

179,0

461,6

2,9

-1,5

463,1

1.482,7

11,4

-4,6

1.489,5

*Nb: Alle getallen zijn op één decimaal afgerond. Hierdoor kunnen afrondingsverschillen optreden.

Pagina 26 - Regionaal Beleidsplan Politie Eenheid Limburg 2024 - 2027

RBP 2024-2027

4.3 Aanpassing van de formatie basisteams gedurende 2024 - 2027 In het RBO van juni 2021 is afgesproken om de formatie van de basisteams gedurende de looptijd van het beleidsplan 2024 2027 aan te passen aan de uitkomsten van het werklastonderzoek. Uitgangspunt hierbij is dat de formatie van een basisteam met maximaal 4% per jaar wordt aangepast. Onderstaande tabel laat zien wat dit betekent voor de formatie van de basisteams over de tijdspanne 2024 - 2027.

Basisteam

Oud

2024

2025

2026

2027

AEF

Venray / Gennep

82,2

1,8

1,3

0,8

0,4

86,5

Horst, Peel en Maas

73,2

5,2

3,6

2,2

1,3

85,5

Venlo / Beesel

165,5

6,8

4,7

2,9

1,7

181,6

Weert

109,2

6,3

4,4

2,7

1,6

124,2

Roermond

95,2

3,8

2,6

1,6

0,9

104,1

74,2

4,4

3,0

1,9

1,1

84,6

Noord- en Midden-Limburg

599,7

28,1

19,5

12,0

7,3

666,6

Brunssum / Landgraaf

144,1

-5,8

-5,6

-5,3

-1,0

126,5

Kerkrade

80,3

-1,9

0,0

0,0

0,0

78,4

Heerlen

182,2

-7,3

-7,0

-6,7

-6,3

154,9

Parkstad

406,6

-14,9

-12,5

-12,0

-7,3

359,8

Heuvelland

91,7

-0,8

0,0

0,0

0,0

91,0

Maastricht

208,5

-8,3

-7,0

0,0

0,0

193,1

Echt

Westelijke Mijnstreek

183,1

-4,1

0,0

0,0

0,0

179,0

Zuid-West-Limburg

483,3

-13,2

-7,0

0,0

0,0

463,1

Totaal

1.489,5

1.489,5

Basisteam

Oud

2024

2025

2026

2027

AEF

Venray / Gennep

82,2

84,0

85,3

86,1

86,5

86,5

Horst, Peel en Maas

73,2

78,4

82,0

84,2

85,5

85,5

Venlo / Beesel

165,5

172,3

177,0

179,9

181,6

181,6

Weert

109,2

115,5

119,9

122,6

124,2

124,2

Roermond

95,2

99,0

101,6

103,2

104,1

104,1

Echt

74,2

78,6

81,6

83,5

84,6

84,6

Noord- en Midden-Limburg

599,7

627,8

647,3

659,3

666,6

666,6

Brunssum / Landgraaf

144,1

138,4

132,8

127,5

126,5

126,5

Kerkrade

80,3

78,4

78,4

78,4

78,4

78,4

Heerlen

182,2

174,9

167,9

161,2

154,9

154,9

Parkstad

406,6

391,7

379,1

367,1

359,8

359,8

Heuvelland

91,7

91,0

91,0

91,0

91,0

91,0

Maastricht

208,5

200,1

193,1

193,1

193,1

193,1

Westelijke Mijnstreek

183,1

179,0

179,0

179,0

179,0

179,0

Zuid-West-Limburg

483,3

470,1

463,1

463,1

463,1

463,1

Totaal

1.489,5

*Nb: Alle getallen zijn op één decimaal afgerond. Hierdoor kunnen kleine afrondingsverschillen optreden.

Pagina 27 - Regionaal Beleidsplan Politie Eenheid Limburg 2024 - 2027

1.489,5

RBP 2024-2027

4.4 Verdeling formatie over sectoren waarvan Eenheid Limburg Leiding Eenheid Limburg

Formatie

Wijkagenten

Aspiranten

4,0

0,0

0,0

Staf regionale eenheid

77,9

0,0

0,0

District Noord- en Midden-Limburg

774,1

102,0

105,3

District Parkstad-Limburg

440,2

54,0

56,3

District Zuid-West-Limburg

565,9

69,0

73,2

Regionaal Operationeel Centrum

58,0

0,0

0,0

Regionale Recherche

438,8

0,0

0,0

Regionale Informatieorganisatie

211,7

0,0

0,0

Regionale Operationele Samenwerking

370,6

0,0

0,0

Bedrijfsvoering Totaal

28,0

0,0

0,0

2969,0

225

234,8

*Nb: Alle getallen zijn op één decimaal afgerond. Hierdoor kunnen kleine afrondingsverschillen optreden.

Pagina 28 - Regionaal Beleidsplan Politie Eenheid Limburg 2024 - 2027

RBP

AAN:

Gemeenteraden van de gemeenten in de eenheid Limburg

VAN:

Regioburgemeester van de eenheid Limburg, mw. J.M. Penn - Te Strake,

$

)

(

)

#

'

1

&

*

#

"

0

,

)

$

#

$

/

#

*

*

&

'

)

%

$

.

(

"

$

-

&

'

-

&

$

,

$

)

+

&

*

*

$

)

(

)

(

'

&

%

$

#

"

!

2024-2027

Hoofdofficier van Justitie Arrondissementsparket Limburg, dhr. J.A.C. van Berkel, Politiechef eenheid Limburg, mw. I.P.M. Schäfer – Poels BETREFT:

aanbieding van het ontwerpplan / concept beleidsplan politie 2024 - 2027

DATUM:

maandag 9 januari 2023

Inleiding Voor u ligt het ‘ontwerpplan’ oftewel het ‘concept’ Regionaal Beleidsplan Politie eenheid Limburg 2024 – 2027 (RBP). Dit plan is een resultaat van een zorgvuldig proces van de samenwerkende veiligheidspartners (gemeenten, openbaar ministerie en politie) van de eenheid Limburg. De Regionale Driehoek biedt u dit conceptplan aan op basis van het gestelde in de Politiewet 2012 (artikel 38b en 39, verderop uitgewerkt). Deze oplegnotitie neemt u mee in het proces van totstandkoming, verdere voortgang en besluitvorming, alsmede uw aandeel hierin. Deze oplegnotitie is verder voorzien van de belangrijkste zaken die in dit plan zijn opgenomen. Daarvan is een verkorte weergave gemaakt, de zo genoemde highlights. Voor de volledigheid en samenhang is het echter van belang om het volledige plan tot u te nemen.

Proces Dit plan is ‘bottom up’ tot stand gekomen. Vanaf begin 2022 hebben een ambtelijke werkgroep, samen met het openbaar ministerie en onder regie van de politie, intensief met elkaar samengewerkt voor de oplevering van bijgevoegd ontwerpplan / conceptplan.

Opzet RBP 2024 - 2027 In dit beleidsplan zijn ambities en doelstellingen uit de verschillende (gemeentelijke) integrale veiligheidsplannen (IVP) samengebracht met landelijke beleidsdoelstellingen uit de nationale Veiligheidsagenda 2023 - 2026. Deze zijn bezien vanuit brede maatschappelijke ontwikkelingen en de specifieke Limburgse context, om zo tot regionale prioriteiten, doelstellingen en ambities te komen. Daarmee neemt dit RBP de verbindende positie in tussen het lokale en nationale veiligheidsbeleid. Door deze opzet wordt aan de lokale driehoeken de maximale ruimte gegeven om lokaal de keuzes te maken voor de prioritering van de politie inzet op de lokale thema’s. Een integrale aanpak van veiligheids- en overlastvraagstukken is daarbij het leidend principe, waarbij optimaal wordt samengewerkt onder regie van de eigenaar van het vraagstuk. Nog meer dan voorheen hebben maatschappelijke ontwikkelingen laten zien dat meerjarige beleidsontwikkeling om flexibiliteit vraagt. Kunnen inspelen op actualiteiten is daarom noodzakelijk. De politie is als geen ander, in gezamenlijke afstemming met het bevoegd gezag, de wendbare organisatie die kan inspelen op wat een continu veranderende omgeving en samenleving van haar vraagt. Met deze gekozen opzet is er meer ruimte en flexibiliteit om in te kunnen spelen op de actualiteit.

De inhoudelijke thema’s en ambities zijn benoemd op de pagina’s alwaar de highlights zijn weergegeven. Daarnaast maakt de verdeling van politiecapaciteit voor de eenheid Limburg standaard deel uit van het RBP. Conform de gemaakte afspraken in het RBO van 14 oktober 2021 zijn de uitkomsten en de opvolging van het AEF werklastonderzoek verwerkt in de formatie van de eenheid Limburg.

RBP 2024-2027

Voortgang Verzoek aan Limburgse gemeenteraden Conform de Politiewet 2012, art 38b, lid 2, wordt dit ontwerpplan / concept Regionaal Beleidsplan Politie 2024 – 2027 aan u voorgelegd c.q. ter kennis gebracht, waarbij u in de gelegenheid wordt gesteld een reactie in te dienen. U kunt hierbij rekening houden met de reeds toegelichte opzet van dit plan, waarbij sprake is van een integraal opgesteld kaderplan waarin maximale ruimte aan de lokale driehoeken wordt geboden voor het maken van eigen keuzes ten aanzien van de aanpak van veiligheids- en overlastvraagstukken en/of de inzet van politie.

Tijdlijn RBO 15 december 2022

Bespreking concept Regionaal Beleidsplan Politie 2024 -2027 (ontwerpbeleidsplan).

Jan. 2023 tot 26 mei 2023

Horen gemeenteraden conform Politiewet 2012.

RBO 29 juni 2023

Vaststellen Regionaal Beleidsplan Politie 2024 – 2027.

Deadline Het is de bedoeling om dit conceptplan in het Regionaal Bestuurlijk Overleg van juni 2023 vast te stellen. Derhalve wordt u verzocht uiterlijk vrijdag, 26 mei 2023 uw reactie kenbaar te maken aan: de Regioburgemeester van de eenheid Limburg, mw. J.M. Penn-te Strake, via het emailadres: wilma.derissen@politie.nl (adviseur Regioburgemeester).

RBP 2024-2027

Wettelijk kader conform Politiewet 2012 Artikel 38b 1.

De gemeenteraad stelt ten minste eenmaal in de vier jaar de doelen vast die de gemeente op het terrein van de veiligheid nastreeft door de handhaving van de openbare orde en de hulpverlening door de politie.

2.

Voorafgaand aan de vaststelling van het beleidsplan, bedoeld in artikel 39, eerste lid, hoort de burgemeester van een gemeente in het gebied waarin de regionale eenheid de politietaak uitvoert, de gemeenteraad van die gemeente over het ontwerpbeleidsplan.

Artikel 39 1.

De burgemeesters van de gemeenten in het gebied waarin de regionale eenheid de politietaak uitvoert en de hoofdofficier van justitie stellen ten minste eenmaal in de vier jaar, met inachtneming van de doelstellingen, bedoeld in artikel 20, eerste lid (landelijke veiligheidsagenda), het beleidsplan en jaarlijks het jaarverslag voor de regionale eenheid vast. Het beleidsplan omvat in ieder geval de verdeling van de beschikbare politiesterkte waaronder de beschikbare wijkagenten, bedoeld in artikel 38a, eerste lid, over de onderdelen van de regionale eenheid, rekening houdend met het belang van een goede vervulling van de politietaak in alle betrokken gemeenten en de doelen, bedoeld in artikel 38b, eerste lid.

2.

Indien het beleidsplan of het jaarverslag niet overeenkomstig de eerste volzin van het eerste lid kunnen worden vastgesteld, stelt de regioburgemeester in overeenstemming met de hoofdofficier van justitie het beleidsplan respectievelijk het jaarverslag vast.

3.

Indien de regioburgemeester en de hoofdofficier van justitie niet met elkaar tot overeenstemming kunnen komen over de in het tweede lid bedoelde stukken, legt de regioburgemeester dit verschil van zienswijze schriftelijk voor aan Onze Minister die alsdan beslist. De regioburgemeester brengt de stukken in overeenstemming met de beslissing van Onze Minister.

4.

De regioburgemeester zendt het beleidsplan en het jaarverslag aan Onze Minister en de korpschef.

5.

Tegen het besluit tot vaststelling van het beleidsplan, bedoeld in het tweede lid, kan de burgemeester van een gemeente in het gebied waarin de regionale eenheid de politietaak uitvoert beroep instellen bij Onze Minister. Deze beoordeelt of het beleidsplan op onaanvaardbare wijze afbreuk doet aan het belang van een goede vervulling van de politietaak in de betreffende gemeente.

6.

De regioburgemeester brengt het beleidsplan in overeenstemming met het besluit van Onze Minister zonder dat hiervoor de instemming van de burgemeesters van de gemeenten in het gebied waarin de regionale eenheid de politietaak uitvoert en de hoofdofficier van justitie noodzakelijk is.

Highlights Regionaal Beleidsplan Politie Eenheid Limburg | 2024 - 2027

Alleen ga je sneller, samen kom je verder!

Positie RBP

!"#$%&''( )!$"*%"+,%-"!("#. '/,0"11$&# %-"! )" #"2'1"&($3+" ''&4'+ -'& !"#$%&'(" 0*"1'5, $&2'+" 6!$1$&'($0"$0,7",0!$3)$&#8 r

e

reg iob

Regioburg em ee st e

Coll ege va n

De 1 0

o

g

n

i

m

m

e

t

s

f

a

:

g

e

l

r

e

v

o

s

k

o

h

e

i

r

d

l

a

a

k

v

e

n

regionaal

ters ees em g ur

nationaal Ko r p

generaal urs ure oc pr

r

justitie van

lokaal

Ho of d ier fic of

stitie n ju va er ci

Burge me es te r

o

e

Of fi

) (s

Positie RBP

Product: Veiligheidsagenda

Product: RBP

.

g

t

i n

i

e

t d

r

i j

i

r

i

o t

r

s

e

p b

e s

l t

i

a

k

e

t

o

i

l

l a

p n

i

o

t m

i

e r

z c

n

i e

e

k

k

a

i

j z

n

l n

i

e s

’

m

a

a m

z

e

e

e

d

g

h

t

n

e

Positie RBP

Product: lokale veiligheidsbeleid

ef Na

tio

m c h e f p o liti e

P o li ti e c h e f

na

le P

o li t i e

Mi nis

sch

Tea

J&V an rv te

l

Positie RBP

landelijk overleg veiligheid en politie: afstemming over het beheer en taakuitvoering van de Nationale politie.

Herijking RBP

Het bevat de strategische focus voor het politiewerk in Limburg. Anders dan voorheen zijn thema’s geselecteerd waarop gezamenlijke ambities zijn opgesteld om vanuit een collectieve en gedeelde verantwoordelijkheid een bijdrage te leveren aan een veiliger Limburg. Daarmee is dit RBP congruent aan, en de verbindende schakel tussen, het lokale veiligheidsbeleid van de verschillende Limburgse gemeenten en de nationale Veiligheidsagenda.

Gezamenlijke ambities die bijdragen aan de inzet op de regionale thema’s: (Inter)gemeentelijke samenwerking op gemeente overstijgende veiligheidsvraagstukken versterken. Slimmer samenwerken door innovatie op intelligence.

Maatschappelijke veiligheidsvraagstukken

Georganiseerde en ondermijnende criminaliteit

De verdeelde samenleving

Verdovende middelen Witwassen Mensenhandel Excessief geweld

Maatschappelijke onrust Extremisme, radicalisering en terrorisme Kwetsbare personen met onbegrepen gedrag

Rode draden

Daarnaast zijn een aantal rode draden zichtbaar die door talloze maatschappelijke (veiligheids)vraagstukken heen lopen zijn, steeds terugkeren en waarvan de onderlinge verwevenheid steeds sterker wordt. Ze zijn van grote invloed op de gekozen thema’s, maar hun reikwijdte gaat in Limburg veel verder. Cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit Jeugdcriminaliteit Internationalisering

Hiermee blijft het lokaal gezag in positie blijft en biedt het plan (ook toegevoegd) voldoende ruimte in de uitwerking om vanuit de lokale context focus aan te brengen, te prioriteren en richting te geven aan de operatie en zo tot de meest betekenisvolle aanpak te komen. Concretisering op de uitvoering vindt plaats in het Jaarplan politie. De verantwoording vindt plaats (idem) in het Jaarverslag politie.

Politie Limburg is in beweging om dit te realiseren door: grenzeloos samenwerken innoveren en vernieuwen passend organiseren gezamenlijk en integraal ondersteunend aan bevoegd gezag adaptief (rekening houdend met veranderende context, formatie en middelen) menselijke maat, in balans voor politiemedewerkers

Werklastonderzoek / formatie

Conform artikel 39 van de Politiewet 2012 wordt de verdeling van politiesterkte over de basisteams en districten in het beleidsplan vastgelegd. Het vaststellen van deze formatie betreft een verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag. Alhoewel deze cijfermatige weergave doorgaans als vanzelfsprekend wordt ervaren en ook nu bekend is, kent dit beleidsplan een gewijzigde formatie. Dit is het resultaat van het zogenoemde ‘werklastonderzoek’ dat in opdracht van het bestuur is uitgevoerd binnen de basisteams van de eenheid Limburg. Uitkomsten werklastonderzoek en bestuurlijke afspraken Uitgangspunt is het eerlijk en daarmee opnieuw verdelen van de formatie van en over de basisteams. Voor deze herverdeling de ‘werklast’ als verdeelsleutel hanteren. Deze herverdeling baseren op de uitkomsten van het werklastonderzoek. Dus de formatie van de basisteams in overeenstemming brengen met de uitkomsten van het werklastonderzoek en tevens toekomstige politieformatie voor de basisteams conform deze verdeelsleutel verdelen (zie raadsinformatiebrief van juli 2021). Deze herverdeling feitelijk effectueren bij het vaststellingsproces van dit Regionale Beleidsplan Politie 2024 – 2027 en de volledige looptijd van vier jaar benutten om de herverdeling te realiseren, waarbij de formatie van een basisteam maximaal met 4% per jaar wordt gewijzigd.

Structureel inzetten op de strategische beïnvloedingsstrategie met als doel de formatie van de politieeenheid Limburg uit te breiden.

Aanpassing formatie basisteams gedurende 2024 – 2027

Basisteam

Oud

2024

2025

2026

2027

AEF

Venray / Gennep

82,2

1,8

1,3

0,8

0,4

86,5

Horst, Peel en Maas

73,2

5,2

3,6

2,2

1,3

85,5

Venlo / Beesel

165,5

6,8

4,7

2,9

1,7

181,6

Weert

109,2

6,3

4,4

2,7

1,6

124,2

Roermond

95,2

3,8

2,6

1,6

0,9

104,1

Echt

74,2

4,4

3,0

1,9

1,1

84,6

599,7

28,1

19,5

12,0

7,3

666,6

Brunssum / Landgraaf

144,1

-5,8

-5,6

-5,3

-1,0

126,5

Kerkrade

80,3

-1,9

0,0

0,0

0,0

78,4

Heerlen

182,2

-7,3

-7,0

-6,7

-6,3

154,9

406,6

-14,9

-12,5

-12,0

-7,3

359,8

Heuvelland

91,7

-0,8

0,0

0,0

0,0

91,0

Maastricht

208,5

-8,3

-7,0

0,0

0,0

193,1

Westelijke Mijnstreek

183,1

-4,1

0,0

0,0

0,0

179,0

Zuid-West-Limburg

483,3

-13,2

-7,0

0,0

0,0

463,1

Totaal

1.489,5

Noord- en Midden-Limburg

Parkstad

1.489,5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12588569/1