RIB.23.026 VTH-beleid 2023-2026
Tekst van het document
PROJECTEN Los van de prioritering zijn er ook landelijke, regionale en lokale onderwerpen die projectmatig aandacht krijgen. De komende beleidsperiode zijn dit onderstaande projecten. Dit overzicht is dynamisch en kan in de loop van de tijd aangepast worden als er omstandigheden aanwezig zijn die daarom vragen. In een aantal gevallen komen deze projecten ook als prioriteit naar voren uit de risicoanalyse. • • • • • • • •
Brandveiligheid Brandveiligheid Energie Ondermijnende criminaliteit Actualisatie IPPC Huisvesting Arbeidsmigranten Landschappelijke inpassing Jeugdoverlast
12
STRATEGIEЁN EN WERKWIJZE De werkwijze waarop wij de doelen willen bereiken en prioritair werken, is vastgelegd in de uitvoeringstrategieën. De strategieën zijn gebaseerd op landelijke strategieën (gedogen en sanctioneren) en zijn aangevuld met gemeentelijke strategieën. In de figuur
hieronder zijn de strategieën opgenomen en is de samenhang tussen de strategieën weergegeven. De strategieën zijn nader uitgewerkt en opgenomen in de bijlage 11 tot en met 21 deel B (Bijlagenbundel).
Uivoeringsstrategieën Preventiestrategie
Vergunningtstrategie
Toezichtstrategie
Handhavingstrategie
Gedoogstrategie
(voorkomen)
(reguleren)
(controleren)
(optreden)
(((tijdelijk) afzien van handhaven)
• •
Communicatie Voorlichting
• • •
Aanpak om te voorkomen dat overtredingen ontstaan
Verantwoordelijkheid samenleving Casemanagement Doorwerking prioritering
• •
Aanpak om voorwaarden op te leggen aan activiteiten
Aanpak om inzicht te houden in naleefgedrag en gedragsmotieven
Actief toezicht Reactief toezicht
• • •
Buurtbemiddeling Mediation LHS (waarschuwing, vooraankondiging, LOD/LOB)*
Aanpak bij constatering van overtredingen
• •
Zicht op legalisatie Wraking
Aanpak van het (tijdelijk) niet aanpakken van overtredingen
13
5.
BORGING EN UITVOERING
FINANCIËLE MIDDELEN Om de VTH-taken uit te kunnen voeren en de beleidsdoelen te realiseren, zijn financiële en personele middelen nodig. Het benodigd budget is geborgd in de begroting. De inzet van middelen lichten wij jaarlijks toe binnen de uitvoeringsprogramma’s.
Ook de rol van de omgevingsdienst vraagt om een kwaliteitsslag. Hiervoor is binnen de RUD LN in 2021 een verbetertraject in gang gezet welk in 2023 verder vorm krijgt. Ook zal, zodra de Omgevingswet in werking treedt, de Verordening Kwaliteit Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Omgevingsrecht Horst aan de Maas worden vervangen door een Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht. Deze verordening sluit aan op de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen.
UITVOERINGSPROGRAMMA Het VTH-beleid werken wij jaarlijks uit in een uitvoeringsprogramma voor zowel vergunningverlening, toezicht en handhaving. In het uitvoeringsprogramma beschrijven we de prioriteiten, doelen, activiteiten en methoden uit dit beleid op operationeel niveau. Het uitvoeringsprogramma is dan ook een concreet actieplan voor het betreffende jaar. Daarbij geven wij in het uitvoeringsprogramma aan hoe de (financiële en personele) middelen in het betreffende jaar worden ingezet. Het uitvoeringsprogramma sturen wij naar de provincie (IBT) en ter informatie naar de gemeenteraad. UITVOERING PROCES De werkwijzen van vergunningverlening, afhandeling van meldingen en toezicht en handhaving worden de komende beleidsperiode vertaald naar specifieke procesbeschrijvingen. Deze procesbeschrijvingen worden bekend gemaakt bij alle betrokken medewerkers en geborgd binnen het digitale zaaksysteem. Nieuwe medewerkers worden (in de toekomst) ingewerkt aan de hand van deze werkbeschrijvingen. AFSTEMMING KETENPARTNERS Een goede samenwerking tussen de gemeente en haar partners is van belang. Samenwerking levert kwalitatief sterkere adviezen op die zijn gebaseerd op gedeelde informatie en uitgangspunten. In de werkbeschrijvingen wordt opgenomen hoe dat per uitvoeringsstrategie vorm krijgt.
KWALITEITSBORGING Op 2 december 2016 heeft de gemeenteraad de Verordening Kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving Omgevingsrecht Horst aan de Maas vastgesteld. De basistaken dienen daarmee uitgevoerd te worden in overeenstemming met de opgenomen kwaliteitscriteria.
14
6.
MONITORING EN EVALUATIE
Dit beleid maakt onderdeel uit van de beleidscyclus zoals wettelijk vastgelegd in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Door het volgen van deze beleidscyclus wordt een adequaat niveau van uitvoering van de VTH-taken in de organisatie geborgd. De kwaliteit van de uitvoering van deze taken wordt bovendien geborgd door de door de raad vastgestelde ‘Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht Horst aan de Maas’. In deze verordening is aangegeven dat de gemeente bij de uitvoering van de VTH-taken als uitgangspunt de kwaliteitscriteria 2.2 hanteert. Zowel de toezichthouders, als (enkele)e boa’s zijn aangewezen en aangesteld door het college van B&W voor de uitvoering van hun taken waarbij er op persoons- en functieniveau een scheiding is tussen vergunningverlening, toezicht en handhaving.
• • • •
Voorgenomen activiteiten uit het uitvoeringsprogramma zijn uitgevoerd; De uitvoering van deze activiteiten uit het uitvoeringsprogramma van zowel de eigen organisatie als de omgevingsdienst hebben bijgedragen aan het bereiken van de doelstellingen uit het VTH-beleid; Voldaan is aan de kwaliteitscriteria VTH voor zowel de eigen organisatie, de omgevingsdienst (RUD LN), als samenwerkingspartner gemeente Venray; Het VTH-beleid (mede op basis van bovenstaande) en het uitvoeringsprogramma van de eigen organisatie en de omgevingsdienst eventueel aangepast dient te worden.
Ook bepalen de kwaliteitscriteria 2.2 op welke wijze de gemeentelijke organisatie borgt dat de uitvoering van de VTH-taken structureel op een adequaat niveau plaatsvindt. Instrumenten om deze kwaliteit te borgen zijn bijvoorbeeld het VTH-beleid, uitvoeringsprogramma, werkprocessen, protocollen, monitoring en verslaglegging. Vanuit haar taak tot Interbestuurlijk toezicht (IBT) ziet de Provincie hierop toe en de rapportages worden ter informatie aan de gemeenteraad gezonden. MONITORING In de beleidscyclus is monitoring een belangrijk onderdeel. Om verantwoording af te leggen over de inspanningen en resultaten zijn verschillende gegevens nodig. Informatie gestuurd werken maakt hier een belangrijk onderdeel van uit. In het jaarlijks uitvoeringsprogramma (UP) wordt de systematiek van monitoring verder uitgewerkt en versterkt. De gegevens worden vervolgens gebruikt als input voor de jaarlijkse evaluatie. De monitoring wordt gebruikt om te beoordelen of er voldoende voortgang wordt behaald in het uitvoeringsprogramma. Daarmee gaan we na of het beleid effect heeft en de gestelde doelen zijn (of worden) gehaald. De gemeente Horst aan de Maas investeert in het (verder) ontwikkelen van gerichte indicatoren en een registratiesysteem. EVALUATIE Sluitstuk van de toepassing en uitvoering van het beleid en de diverse processen is de verantwoording over de inspanningen en resultaten.
Daarin staat de vraag centraal of de geleverde inspanningen hebben bijgedragen aan het realiseren van de gestelde doelen. Het is dus belangrijk te weten of de ingezette maatregelen succesvol zijn geweest. Daarin wordt het beleid periodiek geëvalueerd. Na afloop van het kalenderjaar wordt dan ook een jaarverslag opgesteld door het college, waarin tenminste over de volgende onderwerpen wordt gerapporteerd:
15