RIB.23.024 Woondeal
Tekst van het document
Stuknummer: 23.0001138
Raad 14-03-2023 RIB.23.024
raadsinformatiebrief van
: Burgemeester en wethouders
portefeuillehouder
: R. Bouten
aan
: De leden van de gemeenteraad
datum
: 17/02/2023
status
: Actieve informatie
openbaar
: Ja
Onderwerp Limburgse Woondeal, ‘Wonen in Limburg, bereikbaar voor iedereen!’ Aanleiding Op het gebied van wonen is veel in beweging. De opgaven zijn groot en complex en de rol die gemeenten, woningcorporaties en de bouwende marktpartijen daarin hebben te vervullen, is cruciaal. De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) heeft in 2022 een start gemaakt met de uitwerking van een ‘Nationale Woon- en Bouwagenda’. Het als eerste uitgewerkte ‘Programma Woningbouw’ richt zich op het toevoegen van 900.000 woningen in de periode van 2022 tot en met 2030. Om dit te realiseren wordt vanaf 2024 gestreefd naar een groei van 100.000 nieuwbouwwoningen per jaar. Hierbij is minstens zo belangrijk dat we ook de juiste woningen bouwen voor iedereen. Dus (betaalbare) woningen voor specifieke doelgroepen én met aandacht voor een reële en eerlijke spreiding hiervan (‘fair share’). Concreet is het (Rijks)streven dat minimaal twee derde van de nieuwbouwwoningen betaalbaar zijn. Onder betaalbaarheid wordt binnen de nationale bouwopgave verstaan de sociale huur (tot € 808,06), middenhuur (tot € 1.000,-) en betaalbare koop (tot en met € 355.000,-). In de bestaande woningvoorraad dient daarnaast gestreefd te worden naar 30% sociale huur.
De minister heeft daarom aangekondigd om kwantitatieve en kwalitatieve prestatieafspraken te willen maken met gemeenten, provincies en woningcorporaties over ieders aandeel in het behalen van deze doelstellingen. Die worden vastgelegd in deze Limburgse woondeal. Beantwoording De Provincie Limburg heeft in oktober 2022 bestuursafspraken gemaakt met de Rijksoverheid. Deze afspraken bestonden uit een Limburgs Bod waarin het aantal woningen dat in Limburg gerealiseerd gaat worden tot en met 2030. Het Limburgs bod bevat de bouw van minimaal 26.550 woningen. Dit is het provinciale aandeel in de nationale opgave. Bovendien heeft Limburg aangegeven om bovenop de 26.550 gegarandeerd te bouwen
Bezoekadres: BezoekAdres, PlaatsBA
Postadres / PostCodePA PlaatsPA
T TelefoonNummer
F FaxNummer
Pag. 2 van 3
woningen, kansen te verzilveren die zich voordoen (‘nieuwe ’ontwikkelingen en/of onmogelijkheden in andere provincies of regio’s) en 20.000 woningen bovenop de opgave te willen realiseren. Het Limburgs Bod is vervolgens verder uitgewerkt in de woondeal. Dit is de overeenkomst ‘Wonen in Limburg, bereikbaar voor iedereen!’ (de woondeal, zie bijlage 1). Deze woondeal is op 9 maart ondertekend door het Rijk, provincie Limburg en de Limburgse gemeenten. Over dit proces zijn in januari en februari ook diverse informatiebijeenkomsten georganiseerd met de betreffende gemeenten, zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau. De woningcorporaties zijn ook meegenomen in het proces en hebben de woondeal mede ondertekend. Voor gemeenteraadsleden en leden van Provinciale Staten heeft op 1 februari een digitale informatie- sessie plaatsgevonden. Een digitale link naar de sessie en het antwoord op de gestelde vragen is opgenomen in bijlage 2. En voor de Limburgse bestuurders van zowel gemeenten als woningcorporaties was er op 2 februari een fysieke bijeenkomst in Roermond. De Provincie Limburg heeft ervoor gekozen om voor alle drie de regio’s in Limburg één woondeal met het rijk te sluiten. In de Limburgse Woondeal is voor gemeente Horst aan de Maas een voorlopige plancapaciteit opgenomen van ongeveer 1900 woningen. Dit is inclusief de ongeveer 200 flexwoningen waaraan we werken.
Provincie en rijk houden hierbij rekening met ongeveer 30% planuitval. Deze plancapaciteit ligt in lijn met de ambitie in het Masterplan Wonen om tot en met 2025 1.000 woningen te vergunnen en past ook bij de huishoudensprognose waarin in 2020-2030 een groei voorspeld wordt van ongeveer 1450 huishoudens. Door het instellen van een doelgroepenverordening afgelopen jaar sluit Horst aan de Maas ook aan bij de rijksambitie om 2/3e betaalbare woningen waarvan 30% sociale huur in de nieuwbouw te realiseren. Met een actueel percentage van 15,4% sociale huur over de bestaande voorraad is het echter onmogelijk om te groeien naar 30% sociale huur in de totale voorraad. Met de ambitie om in de nieuwbouwopgave 30% sociale huur toe te voegen, groeit het aandeel sociale huur in de bestaande voorraad echter wel gestaag en voldoen we aan de afspraken in de woondeal. Onze belangrijkste reden om over het totaal 30% sociale huur toe te voegen is overigens niet omdat we dat moeten, maar omdat we willen dat er voor al onze inwoners een woning is die bij diegene past. Door het ondertekenen van de woondeal wordt de samenwerking tussen rijk, provincie en gemeenten versterkt en blijven we in gesprek over de uitdagingen die we ervaren in de complexe woningbouwopgave.
Als wij kans willen maken op (financiële) steun ten aanzien van de versnelling is het van belang dat wij als gemeente Horst aan de Maas deelnemen aan de Woondeal Limburg. In de Woondeal is afgesproken dat we vanuit de spreidingsgedachte per regio verantwoordelijk zijn voor het realiseren van voldoende betaalbare woningen. Elke gemeente moet dan ook meer sociale huur toevoegen dan in de bestaande voorraad aanwezig is en elke gemeente moet vanaf 2025 in de nieuwbouw minimaal 2/3e betaalbare woningen realiseren. De ondertekening van de woondeal is een eerste stap in een intensieve samenwerking met Rijk en Provincie. In de woondeal wordt aandacht gevraagd voor de kritische succesfactoren om het woonprogramma te kunnen realiseren en in de woondealtafels wordt naar oplossingen gezocht. In combinatie met eventuele (financiële) steun vanuit rijk en provincie helpt het in onze ambitie om weer balans te krijgen op de woningmarkt.
2
Pag. 3 van 3
In de woondeal hebben we met alle gemeenten in Regio Noord-Limburg afgesproken dat we aan de slag gaan met een Toekomstvisie Wonen Noord-Limburg. De provincie zal hier regie op gaan nemen en ambtelijke capaciteit leveren, zodat wij ons kunnen blijven focussen op de lokale opgaven in onze gemeente. De resultaten van deze toekomstvisie zullen verwerkt worden in de herijking van het woonprogramma vanaf 2025 in de woondeal en vormen tevens de kapstok voor de actualisering van de Regionale Woonvisie 2020 2024.
Bijlagen 1. De Limburgse Woondeal: ‘Wonen in Limburg, bereikbaar voor iedereen!’ 2. Link naar raadsinformatiesessie over de Woondeal Limburg, d.d. 01.02.2023 en beantwoording gestelde vragen
3
Vragen gesteld via de chat tijdens de online raadsinformatiesessie over de Woondeal Limburg, d.d. 01.02.2023, inclusief voorstel voor beantwoording Terugkijken? Zie: https://youtu.be/SXcq-SN5-uk
vraag
gebundelde vraag
antwoord
1
Waarom 3 deelregio’s in Zuid Limburg?
In de Woonregio Zuid-Limburg wordt al jaren door de gemeenten in 3 ‘woonsubregio’s’ samengewerkt: Maastricht-Heuvelland, Parkstad Limburg en Westelijke Mijnstreek. Hierop zijn overlegstructuren ingericht en wordt er op verschillende thema-tafels (ook o.a. energie en economie) afgestemd en gezamenlijk zaken opgepakt. De 16 gemeenten van Zuid-Limburg werken op Zuid-Limburgs niveau gezamenlijk met een visie op de woningmarkt (de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg).
2
Wat maakt een project een sleutelproject?
Sleutelprojecten zijn vooralsnog in deze Woondeal gedefinieerd als projecten die een financiële bijdrage hebben ontvangen van provinciale en/of Rijksoverheid. Sleutelprojecten worden indien nodig specifiek besproken aan de Woondealtafel en kunnen gedurende de looptijd van de Woondeal toegevoegd en afgevoerd worden.
3
Kunt u iets zeggen over de relatie met andere beleidsterreinen? zoals natuur, keuze bouwen platteland, verdichten stedelijke omgeving, OV structuur, etc......
Het realiseren van de in de Woondeal opgenomen aantallen woningen moet in afstemming gebeuren met verschillende andere grote ruimtelijke opgaven als klimaat, waterveiligheid/overlast, landschap, natuur, landbouw en energie. Bijvoorbeeld in de provinciale omgevingsvisie, evenals in het op te stellen provinciaal ruimtelijk arrangement, waarbij gewerkt wordt aan optimale inpassing en samenhang tussen alle grote fysiek-ruimtelijke opgaven en transities. Er worden waar nodig keuzes gemaakt.
4
Is er nog enige relatie met de vroegere regionale planning? toen werd alles stevig gebaseerd op demografie. met grote gevolgen voor b.v. Parkstad (sloop). Is dat nu helemaal buiten beeld?
Er wordt nog steeds met woningbehoefteonderzoeken (wbo) gewerkt. Daarbij houden gemeenten en regio’s rekening met de behoefte die er is.
5
Regiodeal dwingt tot samenwerken, terwijl juist de afgelopen 2 jaar het weer ieder voor zich was.... Hoe gaat u de gemeenten weer in de modus samenwerken krijgen?
Elke regio in Limburg werkt samen op basis van regionaal beleid dat is vastgelegd in structuurvisies wonen voor zowel de regio’s Noord-, Midden- als Zuid-Limburg. Daar waar intensivering van samenwerking nodig is om de gestelde ambities uit de Woondeal waar te maken gaan de Woondealpartners met elkaar in gesprek.
6
Voor betaalbaar wordt o.a. uitgegaan van een middenhuurprijs van 1000,--/maand. Hoe zit het met prijscorrectie a.g.v. inflatie, wordt dat op korte termijn ook meegenomen als zijnde 'betaalbaar'?
7
Of zijn de middenhuurwoningen die we vanaf nu realiseren met een huurprijs van 1100,--/maand niet meer aan te merken als betaalbaar/middenhuur?
8
Is 355.000 euro echt 'betaalbaar'' voor een eenverdiener met een modaal inkomen?
9
2/3 betaalbaar kunt U daar ook een bedrag aan koppelen?
10
Wat is uw definitie van betaalbaar? Tot welke koop/huur- prijs gaan we dan?
11
Wat zijn betaalbare woningen ?? Worden er verkoopprijzen vastgelegd ??
12
2/3 betaalbaar. Dat betekent dat er geen ruimte is voor nieuwe duurzaamheidsmaatregelen die extra kosten, correct?
13
Dag allemaal! 2/3 betaalbaar: geldt dat op locatie niveau, gemeente niveau of regionaal niveau?
Samengevat met de vraag: Wat is nu per definitie betaalbaar?
“Betaalbare woningen”: - een koopprijs tot maximaal € 355.000,- (NHG 2022) - een huurprijs tot maximaal €1.000,- per maand. “Middenhuur” - een huurprijs vanaf de liberalisatiegrens tot aan €1.000,- per maand Deze bedragen zijn maximumbedragen waarbinnen eventuele kosten voor duurzaamheidsmaatregelen zijn opgenomen.
2/3e betaalbaar bij nieuwbouw geldt niet per locatie of plan. De woonregio kan kiezen om in gezamenlijkheid een woningbouwprogrammering af te spreken tot 2030 die voorziet in 2/3e betaalbare nieuwbouw. Indien dat niet lukt, geldt 2/3 betaalbaar per gemeente.
pag. 1
14
Kan er als gevolg van de inflatie nog een prijscorrectie plaatsvinden?
Daar is nu geen duidelijk antwoord op te geven. De minister heeft de grens nu vastgelegd op €355.000,- dat is nu het uitgangspunt. Aanpassingen kunnen in een latere fase gebeuren.
15
Krijgen we de presentatie / informatie naderhand toegestuurd?
De presentatie wordt samen met het verslag, cq de opname én beantwoording van de vragen (gesteld in de chat) via uw college verstrekt.
16
1/3 van de woningen dient sociale huur te zijn. Hoe groot is deze opdracht voor Limburg en hoe reëel is dit voor kleinere (plattelands)gemeenten?
Samengevat met de vraag:
17
Kan de provincie helpen de 30% norm te halen door grond mede beschikbaar te stellen voor corporaties? Bijv. Door financiële bijdrage
18
30 % sociale huur in de bestaande voorraad is iets anders dan 30% van 26.500 woningen. Waarom niet in de bestaande voorraad en de nieuwe woningen
Hoe werkt de 30% norm van sociale huur door op gemeentelijk niveau?
19
Het uitgangspunt is om toe te groeien naar 30% sociale huur. Dit heeft impact op de mogelijke plancapaciteit die er momenteel al ligt. In hoeverre zal een regio / dan wel lokaal moeten bijstellen, afwijken van regionale/lokale behoefte t.a.v. de 30% sociale huur? Niet elke gemeente / regio is immers hetzelfde.
20
Hoe komt het dat het streven 30 procent sociale huur is en geen harde eis?
21
Veel gemeentes die nu niet voldoen aan die eis, hoe worden die bewogen? C.q. kunnen die bewogen worden.
Het streven is 30% sociale huur in de bestaande voorraad op regionaal en lokaal niveau. Het is geen harde eis, omdat dat niet haalbaar is. Gemeenten die op dit moment een laag percentage sociale huur in de voorraad hebben, kunnen met de toevoegingen van nieuwe woningen niet toegroeien naar 30% tot 2030 omdat ze gewoonweg niet zoveel woningen bouwen. In die situatie geldt comply or explain’: pas toe of leg uit. Wél geldt de afspraak dat er altijd een groei zichtbaar moet zijn in het aandeel sociale huur in de bestaande voorraad bij gemeenten die nog geen 30% sociale huur in hun bestand hebben. Van elke gemeente wordt immers verwacht dat ze een deel van de opgave in de sociale huur oppakt en in ieder geval het aandeel sociale huur in haar woningvoorraad laat groeien. Voorbeeld; gemeente x heeft in 2022 15% sociale huurwoningen. Ze voegt in de periode tot en met 2030 woningen toe, en zorgt dat met deze toevoegingen het aandeel sociale huurwoningen tov het totale bezit hoger is dan de startsituatie (bijvoorbeeld groeit naar 20% in 2030). De minister heeft niet gekozen voor 30% sociale huur in de bestaande voorraad én 30% sociale huur in de nieuwbouw, omdat de uitgangspositie voor elke gemeente anders is. Er zijn namelijk gemeenten die op dit moment meer dan 30% sociale huur in hun woningbestand hebben.
De fair share gedachte gaat er van uit dat iedereen een steentje bijdraagt om naar de 30% sociale huur in de woonregio te groeien en de gemeenten die nog geen 30% in hun bezit hebben, een extra inspanning leveren. Gemeenten die meer als 30% sociale huur in de bestaande voorraad hebben, houden dit aandeel vast. Dat kan betekenen dat gemeenten hun planvoorraad voor de periode 2025 en verder, nader tegen het licht moeten houden in het kader van deze afspraak. Provincie Limburg heeft overigens geen gronden die geschikt en/of beschikbaar is/zijn voor bijvoorbeeld sociale huur of permanente woningbouw. De provinciale rol in deze is het bij elkaar brengen van partijen, een oplossingsgerichte dialoog op gang brengen met gemeenten, corporaties en het ministerie van BZK. Het is aan het nieuwe college van GS om een mix aan instrumenten te ontwikkelen om in te zetten ter ondersteuning van de afspraken in de Woondeal Limburg Periodiek gaan de Woondealpartijen met elkaar in gesprek over de voortgang van de woningbouw. Daarbij wordt ook besproken waar men tegen aanloopt en hoe partijen elkaar kunnen helpen om gewenste ontwikkelingen tot realisatie te brengen.
22
Een vraag voor het ministerie: Op welke manier is het `rijk van plan gemeenten / de regio's bij te staan? Betaalbaar bouwen heeft immers consequenties voor gemeentelijke grondexploitaties. Met andere woorden: de wederkerigheid; hoe gaan we dit bekostigen?
Het Rijk heeft reeds diverse regelingen waar gemeenten gebruik van kunnen maken. Zo helpt de Woningbouwimpuls bij projecten waar onrendabele toppen zijn. Hier zijn wel voorwaarden aan verbonden, zoals bijvoorbeeld ook een gemeentelijke financiële bijdrage. Verder is er de mogelijkheid om gebruik te maken van de ondersteuning van het Expertteam wonen van het RVO. In de brief van de minister van eind januari staan een aantal zaken genoemd waar gemeenten gebruik van kunnen maken. Ook in de toekomst stelt het Rijk deze beschikbaar.
pag. 2
23
Ik dacht dat Limburg een krimp provincie is, wat houd dat in, in relatie tot deze woondeal?
Limburg heeft inderdaad te maken met een teruglopende bevolking al zien we de laatste jaren een iets positiever saldo. Dit komt door het migratiesaldo en niet door een toename d.m.v. geboortes. We groeien een heel klein beetje, maar blijven rond het 0-punt schommelen. We zien wel dat de huishoudens kleiner worden en dat het aantal huishoudens groeit en daardoor hebben we wel meer woningen nodig. Het is dus niet zo dat je met minder inwoners ook minder woningen nodig hebt.
24
De corporaties mogen geen neven verdien modellen meer hanteren. Hoe worden de corporaties geholpen om betaalbare huurwoningen te bouwen?
Eind 2022 is de verhuurdersheffing voor corporaties afgeschaft. Door deze afschaffing worden de lasten voor woningcorporaties structureel verlaagd, waardoor ze meer investeringsruimte hebben gekregen om betaalbare woningen te bouwen, versneld woningen te verduurzamen en te zorgen voor lagere woonlasten.
25
In onze gemeente is een nieuw project gestart kan dit project ook hierin mee genomen worden? Waar ligt de grens?
Gemeenten gaan zelf over haar eigen woningbouwplannen. Wij kijken niet naar de specifieke projecten in de woondeal. In principe is er ruimte voor initiatieven waarvan de gemeente denkt dat ze geschikt zijn om te realiseren. Het is een dynamisch proces dat continu in beweging zal zijn. De komende tijd kunnen plannen gewijzigd, afgevoerd en opgevoerd worden.
26
Wat is de ambitie van de woondeal op het gebied duurzaamheid, klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen?
We gaan ons de komende periode inspannen om het duurzaam, circulair en natuurinclusief bouwen verder te laten landen in onze woningvoorraad. Er zijn veel mogelijkheden, zoals biobased bouwen, hergebruik of industrieel bouwen, technieken die bijdragen aan versnelling, een betere milieuprestatie en/of minder stikstofuitstoot. Deze thema’s kunnen op een te organiseren Versnellingstafel verder worden vormgegeven.
27 28
26.550 woningen in L wordt nagestreefd. wordt aantal te bouwen wonen per gemeente aan het inwonertal of de gebiedsgrootte? wordt per gemeente een aantal woningen vereist? bijv. gerelateerd aan aantal inwoners of gebiedsgrootte??
De minimale bouw van 26.550 woningen is niet naar gemeente verdeeld. De woon(sub)regio's hebben aantallen aangeleverd waarmee zij een bijdrage willen leveren aan de opgave voor Limburg. Binnen elke woon(sub)regio kan er gekeken worden naar de mogelijkheden per gemeente.
29
Het hele verhaal is vooral verteld vanuit regie overheid. Hoe passen hierin particuliere initiatieven, cpo's, burgerinitiatieven? Kunnen zij ook participeren in het vorm te geven beleid?
Er is in principe ruimte voor elk initiatief waarvan de gemeente van mening is dat het geschikt is om te realiseren.
30
Moeten de aantallen voor sloop/vervanging opgeteld worden bij de aantallen te realiseren woningen?
De 26.550 is een bruto getal. Dat betekent dat dit de nieuwbouw betreft. Daarnaast zal ook nog sloop en vervanging plaatsvinden.
31
Hartelijk dank voor de organisatie. Erg fijn om op deze manier inzicht te krijgen in de plannen. Het afhouden van de krimp in Limburg komt door migratie, houden we in de plannen genoeg rekening met sociale woningbouw voor die specifieke groepen? Studenten en arbeidsmigranten in het bijzonder.
Voor aandachtsgroepen zullen alle gemeenten in 2023 Woonzorgvisies maken, waarin de huisvesting van deze groepen nader wordt uitgewerkt. Denk hierbij aan bijvoorbeeld studenten, maar ook aan woningen voor mensen die uit een beschermde omgeving komen en een woonplek moeten vinden.
32
Nogmaals bedankt. Erg nuttig. Wanneer is de vervolg sessie?
Bedankt voor uw reactie. In overleg met de gemeenten kunnen we altijd een bijeenkomst organiseren indien dit nuttig en gewenst is.
33
Hoe wordt er ingezet op transformatie van bijv. kantoren en/of winkelpanden?
34
wordt hier actief op ingezet middels de woondeal?
35
We hebben de aantallen realisatie en sloop gezien per regio. Wordt er ook nog gedifferentieerd per gemeente?
Hoe wordt er via de Woondeal actief ingezet op transformatie van bijvoorbeeld kantoren en/of winkelpanden?
Het opnemen van woningbouwplannen in een programmering is aan gemeenten. Als een gemeente graag een plan wil realiseren waarbij bijvoorbeeld sprake is van transformatie van een andere bestemming naar wonen dan kan dit via de reguliere wegen opgepakt worden en wordt dit plan toegevoegd aan de regionale programmering. De verdere realisatie van het plan wordt meegenomen in de periodieke monitoring en als blijkt dat er problemen ontstaan bij de realisatie kan er samen met de Woondealpartners gekeken worden naar mogelijke oplossingen. In de Woondeal zijn de regionale cijfers opgenomen, zoals ze door de regio’s zijn aangeleverd. Voor een uitwerking per gemeente verwijzen we u door naar de betreffende gemeente.
pag. 3
36
Woningbouw staat in gespannen voet met stikstofemissie, hogere bouwkosten en hogere hypotheekrente. Kunt u hier kort op in gaan?
Er zijn veel zaken, zoals o.a. deze, die van invloed zijn op de woningmarkt. Op een aantal hebben wij als provincie geen invloed. Wij benoemen deze bij de ‘kritische succesfactoren’ in de Woondeal en gaan het gesprek met o.a. het Rijk aan om de geplande nieuwbouw- en herstructureringsprojecten te versnellen daar waar we samen het verschil kunnen maken.
37
Wat denkt U van het personeelstekort en steeds stijgende materiaalprijzen . Welk invloed heeft dit op de woondeal?
Het personeelstekort en stijgende materiaalprijzen hebben uiteraard invloed op de realisatiemogelijkheden van de woningen in deze woondeal. Deze worden ook benoemd als ‘kritische succesfactoren’ in de Woondeal.
38
Gaat U ook in gesprek met de gemeente om de procedure te verkorten en heeft de nieuwe omgevingswet hier invloed op?
Het Rijk heeft tijdens de woondealmiddag op 2 februari meegedeeld dat men bezig is met het onderzoeken naar versnellingsmogelijkheden van procedures.
39
Valt woning delen ook onder realisatie? Bestaande woning dusdanig verbouwen, dat woning gedeeld kan worden.
Woningdeling oftewel woningsplitsing valt onder herstructurering. Het is geen nieuwbouw, maar draagt wel bij de gewenste toename van 26.550 woningen.
40
Hoe wordt om gegaan met de rode contouren rond gemeenten
Provincie Limburg hanteert het principe 'meer stad, meer land'. In principe wordt niet buiten het bestaand bebouwd gebied gebouwd, waarbij er een aantal uitzonderingsmogelijkheden zijn toegestaan om buiten het bestaand bebouwd gebied te bouwen, afhankelijk van de situatie. Zie voor meer informatie: https://www.limburg.nl/onderwerpen/wonen/dossier/nieuwsbrieven/nieuwsbrief-wonen-oktober2022/woning-bouwen-alleen-bestaand-bebouwd/
41
Hoe kun je als gemeente zonder de hoofdprijs te betalen particuliere eigenaren, met name verhuurders, dwingen verantwoordelijkheid te nemen: hetzij zelf renoveren/slopen, hetzij verkopen aan gemeenten voor een schappelijk bedrag? En hoe helpen de Rijksmiddelen daarbij? Dit helpt zowel de opgave binnen de Woondeal als ook de leefbaarheid in de wijk.
Het juridische instrumentarium wordt nu aangescherpt. De huidige wetgeving geeft al verschillende mogelijkheden om te sturen (denk hierbij aan een huisvestingsverordening of het inzetten van de Wet Voorkeursrecht gemeenten), maar aanvullend wordt wetgeving voorbereid om de regie op volkshuisvesting verder te versterken. Periodiek gaan de Woondealpartijen met elkaar in gesprek over de voortgang van de woningbouw. Daarbij wordt ook besproken waar men tegen aanloopt en hoe partijen elkaar kunnen helpen om gewenste ontwikkelingen tot realisatie te brengen.
42
En uiteraard: wat is de verantwoordelijkheid van de provincie binnen deze opgave?
43
Hoe voorkomen we dat de “trek uit het westen en het midden van het land naar het zuiden en het oosten” hier de woningmarkt negatief beïnvloed in die zin dat onze eigen inwoners minder kans op een koopwoning maken.
44
Hoe voorkom je dat Limburg een vakantiepark voor gepensioneerde Randstedelingen wordt, Omdat toch primair voor de eigen behoefte wordt gebouwd.
45
Hoe is het aantal te bouwen woningen van 26.550 tot stand gekomen?
Het cijfer is gebaseerd op een combinatie van onderzoek en praktijk. Zoals een woningbehoefteonderzoek; een toets op de planvoorraad bij gemeenten en de realisaties van de afgelopen jaren.
46
Zijn de 20.000 woningen die genoemd worden en bovenop de 26.550 geteld worden bedoeld om te realiseren woningen als de vraag uitbreidt?
Limburg ligt tegen grenzen aan (binnenlands en buitenlands). We zien meer overloop vanuit andere gebieden en ook meer mogelijkheden om op grotere afstanden van het werk te wonen. Als er een grotere behoefte aan woningen ontstaat, zijn veel van de Limburgse gemeenten bereid om deze te faciliteren.
De Huisvestingswet biedt een gemeente de mogelijkheid om in een huisvestingsverordening in te stellen. In deze verordening kan zij regels in opnemen om grip te houden op de woningvoorraad.
pag. 4
47
Wat gebeurt er als er geen Woondeal komt?
Er is geen directe sanctie op het niets sluiten van de Woondeal, maar door deze deal te tekenen laat je zien dat je wilt samenwerken aan deze opgave. Je laat het Rijk ook zien dat je een bijdrage wil leveren en je behoudt daardoor de mogelijkheden om gebruik te maken van Rijksregelingen. Tevens houden we hierdoor alle lijnen open met elkaar en het Rijk, doordat er 2x per jaar een Provinciale Woondealtafel Limburg wordt georganiseerd en rechtstreeks met de minister de situatie in onze provincie en de woonregio’s kan worden besproken.
48
Kan de Woondeal ook nog gewijzigd worden?
We gaan met elkaar een dynamisch proces in waarbij we continue samen moeten bespreken of de opgave wijzigt en welke inspanningen er geleverd kunnen en moeten worden om de doelstellingen te halen. Daar waar kansen, maar ook onmogelijkheden ontstaan gaan we met elkaar het gesprek aan en noodzakelijke aanpassingen worden dan ook besproken. De Woondeal is daarmee geen statisch gegeven en kan aangepast worden als dat noodzakelijk blijkt.
49
Hoe passen particuliere initiatieven, zoals CPO's in de Woondeal?
Er verandert niets aan de mogelijkheid van een gemeente om aan deze initiatieven mee te werken en deze tot realisatie te brengen. Deze initiatieven kunnen een bijdrage leveren in het betaalbare segment.
pag. 5
14 Februari 2023
1
Partijen: Minister voor VRO Provincie Gemeenten Waterschap Woningcorporaties
PM: eindredactie op taal, grafische opmaak en beeldmateriaal
2
INHOUDSOPGAVE
Met opmerkingen [ZvdK1]: Paginanummers nog aanpassen in inhoudsopgave
Voorwoord ......................................................................................................................................... 4 Leeswijzer ......................................................................................................................................... 5
Gewijzigde veldcode
A. OVERWEGINGEN & ONDERTEKENING 6 Overwegingen ................................................................................................................................... 7 Ondertekening ................................................................................................................................. 13
Gewijzigde veldcode
Gewijzigde veldcode
Gewijzigde veldcode Gewijzigde veldcode
B. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10.
INHOUD & PROCES 14 Bouwlocaties .................................................................................................................... 15 Herstructurering ................................................................................................................ 17 Betaalbaarheid ................................................................................................................. 19 Bijzondere opgaven .......................................................................................................... 20 Ruimtelijke ordeningsaspecten ......................................................................................... 22 Versnellingsafspraken....................................................................................................... 22 Monitoring en bespreking voortgang ................................................................................. 24 Overlegstructuur: samenwerking & sturing ........................................................................ 24 Vervolg ............................................................................................................................. 26 Kritische succesfactoren ................................................................................................... 27
C.
Limburgse Woonregio’s
31
Gewijzigde veldcode
a. Woonregio NOORD-LIMBURG
32
Gewijzigde veldcode
b. Woonregio MIDDEN-LIMBURG
40
Gewijzigde veldcode
c. Woonregio ZUID-LIMBURG 47 1. Subregio Maastricht-Heuvelland .................................................................................................. 55 2. Subregio Parkstad Limburg .......................................................................................................... 65 3. Subregio Westelijke Mijnstreek .................................................................................................... 82
Gewijzigde veldcode
Gewijzigde veldcode Gewijzigde veldcode Gewijzigde veldcode Gewijzigde veldcode Gewijzigde veldcode Gewijzigde veldcode Gewijzigde veldcode Gewijzigde veldcode
Gewijzigde veldcode
Gewijzigde veldcode Gewijzigde veldcode Gewijzigde veldcode
Bijlagen 91 Bijlage 1: Lijst van afkortingen en definities ...................................................................................... 92 Bijlage 2: Sleutelprojecten die kritische succesfactoren kennen per gemeenten ............................... 92 Bijlage 3: Bestuurlijke afspraken 13 oktober 2022 ............................................................................ 99
Gewijzigde veldcode Gewijzigde veldcode Gewijzigde veldcode Gewijzigde veldcode Gewijzigde veldcode Gewijzigde veldcode
3
Voorwoord Wonen in Limburg ... Bereikbaar voor iedereen ! In veel opzichten is Limburg een bijzonder stukje Nederland. Het landschap verandert van Noord naar Zuid. Van een duinenlandschap in Noord-Limburg, via het waterrijke Midden-Limburg, tot een uniek heuvellandschap in het zuiden van de provincie. Limburg is trots én zuinig op haar landschappen waarin het mooi wonen is. Er is volop keus aan woonomgevingen: je kunt wonen in het stedelijke gebied van Zuid-Limburg, in één van de grote en middelgrote steden van Noord- en Midden-Limburg of de rust vinden op het platteland met goede verbindingen naar de centrumsteden. Waar je in Limburg ook woont, de grens met het buitenland is nooit ver weg. De Limburgse huisvestingsopgave heeft ook zo z’n eigen karakter. Het grote tekort aan woningen in Nederland vertaalt zich niet zomaar één op één door naar Limburg. Het tekort in Limburg is namelijk te overzien, omdat de sterke groei van het aantal inwoners al enige tijd is afgeremd. Het aantal huishoudens groeit wel nog, door de toename van de éénpersoonshuishoudens (vergrijzing) en de komst van (internationale) werknemers naar Limburg. De jaarlijkse bouwproductie is voldoende om hierin te voorzien. Op basis van de aantallen kan echter niet geconcludeerd worden dat er in Limburg maar weinig gebouwd hoeft te worden.
Zo zien we op de eerste plaats verschillen per woonregio voor wat betreft de huishoudensgroei. Veranderingen in de samenstelling van de bevolking, veranderende huishoudensvormen, economische ontwikkelingen en kansen en uitdagingen aan de grenzen van de Provincie hebben bovendien invloed op de vraag naar specifieke vormen van huisvesting. Zo zien we bijvoorbeeld de vraag naar levensloopbestendige woningen stijgen en zoekt de starter een betaalbare woning die ruimte laat voor een volgende stap in zijn wooncarrière. Limburg is bovendien een aantrekkelijk woongebied voor werknemers uit gebieden elders in Nederland, waar de woningnood hoog is. Dit zijn niet alleen gebieden die direct grenzen aan de Provincie, maar kunnen ook verder weg liggen nu werken op afstand tot het nieuwe normaal behoort. De aantallen en typen woningen die Limburg heeft, sluiten onvoldoende aan op de veranderende woonwensen. Dat betekent dat de Limburgse huisvestingsopgave niet alleen bestaat uit bouwen, maar ook uit verbouwen, vervangen en onttrekken. Met name die laatste activiteiten vereisen vanwege de samenhang met de opgave, meer aandacht. De Limburgse huisvestingsopgave is een complexe opgave. Het gaat bij al deze bouwactiviteiten niet enkel en alleen om woonwensen en betaalbaarheid.
Het gaat ook om zorg voor het Limburgse landschap, voor onze ruimte, de leefbaarheid in de wijken, de waterveiligheid, de verduurzaming en onze wens om te komen tot meer circulariteit. De hechte vervlechting van stad en land in een fijnmazige structuur is onze kracht en heeft tot gevolg dat onze woningbouwprojecten vaak kleinschalig en verspreid zijn. In Limburg realiseren we heel veel projecten van vaak beperkte omvang, die optellen tot de realisatie van minimaal 26.550 woningen, met de ambitie om meer woningen te realiseren, daar waar kansen en ontwikkelingen zich voordoen. In Limburg zeten we samen de schouders onder de woonopgave! Deze Woondeal is niet het startpunt, maar de intensivering van onze samenwerking. Dat doen we voor alle inwoners van Limburg en voor iedereen die in Limburg een thuis zoekt.
4
Leeswijzer Deze Woondeal bestaat uit drie delen. In deel A is op hoofdlijnen te lezen hoe wij toewerken naar een goede balans op de Limburgse woningmarkt en welke overwegingen daaraan ten grondslag liggen. Limburg bouwt door en werkt ondertussen in gezamenlijkheid aan een Limburg brede woningbouwprogrammering voor de langere termijn. Onder deel B komen de onderwerpen aan de orde waarover in het woondealproces met elkaar afspraken over ingrepen gemaakt zullen worden. We gaan in dit gedeelte kort in op de monitoring van de voortgang én de noodzakelijke regelmatige bijsturing van de huisvestingsopgaven. De benoemde kritische succesfactoren zijn medebepalend voor het behalen van onze gezamenlijke doelen. De grote variatie in onze huisvestingsopgaven en uitdagingen in Limburg zijn tenslotte terug te lezen in deel C, waar de regio’s hun specifieke opgaven en ambities verder toelichten.
5
A. OVERWEGINGEN & ONDERTEKENING < TABBLAD >
6
Overwegingen Overwegende dat
Om het nationale woningtekort terug te dringen tot een gezond evenwicht, het Rijk met het Programma Woningbouw inzet op de realisatie van 900.000 woningen tot en met het jaar 2030. Gemeenten, provincies en Rijk afspraken maken over ieders aandeel in het behalen van de in de Woondeal opgenomen doelstellingen;
Het college van Gedeputeerde Staten van Limburg en de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening op 13 oktober 2022 afgesproken hebben zich gezamenlijk in te zullen zetten voor de realisatie van de kwalitatieve en kwantitatieve provinciale huisvestingsopgave, waartoe ook het Limburgse Provinciale bod behoort;
Het Limburgse Provinciale bod van 13 oktober 2022 de bruto toevoeging behelst van 26.550 woningen als het Limburgse aandeel in de nationale woningbouwopgave. Dat Limburg bovendien heeft aangegeven om 20.000 woningen bovenop deze aantallen te willen realiseren;
Eveneens door Aedes, de Woonbond, de VNG en de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening RVO) op 30 juni 2022 Nationale Prestatieafspraken zijn gesloten voor de realisatie van 250.000 sociale huurwoningen en 50.000 middenhuur woningen. In het Provinciale bod gaf de provincie Limburg aan, de realisatie van 10.200 sociale huurwoningen en 5.900 middenhuur woningen te kunnen garanderen;
Deze Woondeal een met gemeenten en regio’s opgestelde doorvertaling is van de op 13 oktober 2022 gemaakte Bestuurlijke Afspraken tussen Rijk en Provincie, evenals van de Nationale Prestatieafspraken;
Het bundelen van krachten belangrijker wordt dan ooit om deze woningen te realiseren in het gewenste realisatietempo en kwaliteit. Intensivering van de samenwerking met overheidspartijen, woningcorporaties en marktpartijen gewenst en noodzakelijk is.
En wetende dat
De behoefte aan goede en betaalbare woningen groot is en de realisatie van deze woningen eerder vandaag dan morgen gewenst is;
In het kader van de vernieuwde samenwerking tussen provincies, gemeenten, waterschappen en het Rijk in de ruimtelijke ordening conform Programma NOVEX, het Rijk op 12 december 2022 het ‘Provinciaal Startpakket Fysieke Leefomgeving’ (waarin nationale ruimtelijke opgaven en principes zijn gebundeld) aan de Provincie heeft aangeboden. Met de uitnodiging om in oktober 2023 te komen tot een provinciaal ruimtelijk voorstel als antwoord op de vragen die gesteld worden in het Startpakket en die betrekking hebben op de ruimtelijke inpassing van de grote transities en opgaven, waarbij water en bodem sturend zijn. Dit de basis vormt voor een eind 2023 te sluiten Ruimtelijk Arrangement tussen Rijk en Provincie met wederkerige, bestuurlijke afspraken over de ruimtelijke inpassing en uitvoering van de nationale opgaven.
In dit Startpakket expliciet is opgenomen dat de kwaliteit van woningen en de woonomgeving aandacht behoeven, naast beschikbaarheid en betaalbaarheid. En dat een ambitieuze woningbouwagenda ook aangewend moet worden om bestaande buurten te verbeteren en klimaatbestendiger te maken. En dat juist vanuit klimaatverandering de locatiekeuze voor woningbouw meer dan ooit relevant is en er in toenemende mate sprake
7
moet zijn van slimme binnenstedelijke verdichting. En dat rond het wonen, op het terrein van verduurzaming, circulariteit en biodiversiteit stappen gezet moeten worden;
In Limburg op meerdere locaties sprake is van een aanzienlijke herstructureringsopgave. Een groot deel van de kwalitatieve opgave, moet in de bestaande voorraad gerealiseerd worden. Gemeenten zullen telkens maatwerk toepassen om de woonbehoefte in de bestaande voorraad of nieuwbouw te laten landen;
Er in Limburg grote water- en stikstofopgaven spelen;
Overheden meer regie moeten gaan voeren op het voorzien in (de blijvende beschikbaarheid van) voldoende passende en betaalbare woonruimte (nieuwbouw en bestaande voorraad). En dat daarvoor aanpassingen worden doorgevoerd in meerdere wetten en algemene maatregelen van bestuur;
In Noord-Limburg (3e tranche), Midden-Limburg (aanvraag 4e tranche), de subregio Parkstad Limburg (2e tranche en aanvraag 4e tranche) en door de 10 overige gemeenten in Zuid-Limburg of subregio’s Westelijke Mijnstreek en Maastricht-Heuvelland, InGenieus, Groen en Gezond (aanvraag 4e tranche) via de aanpak van ‘Regio Deals’ programmatisch gewerkt wordt aan het verbeteren van de brede welvaart. De realisatie van de woonopgave dus in samenhang gezien moet worden met het verbeteren van de brede welvaart.
Stellen wij dat
Er dus een sterke interferentie is tussen deze Woondeal, het te sluiten Ruimtelijk Arrangement Limburg, de door regio en Rijk gezamenlijk op te stellen ontwikkelperspectieven en uitvoeringsagenda’s voor de NOVEX-gebieden De Peel en ZuidLimburg en uiteraard de nationale en provinciale programma’s met betrekking tot Landelijk Gebied en de Wateropgave, die we op dit moment nog niet kunnen overzien, alleen al omdat alle trajecten een andere looptijd kennen;
De Nationale Woon- en Bouwagenda en de daartoe behorende afspraken zoals in deze Woondeal, tot stand zijn gekomen in tijden van onzekere maatschappelijke en economische ontwikkelingen. En er dus sprake is van veel onzekerheden, die zich mogelijk kunnen door vertalen in de woningbouwrealisaties, waar partijen maar beperkt invloed op kunnen uitoefenen;
De geformuleerde streefnorm van 30% sociale huur (in de bestaande woningvoorraad) in het jaar 2030, ten behoeve van de kansengelijkheid, in principe voor elke gemeente in Limburg geldt. De streefnorm wordt ingevuld door bij de totale nieuwbouwprogrammering per gemeente, die nog niet aan de norm voldoet, een hoger percentage sociale huur na te streven dan op dat moment aanwezig is in de bestaande voorraad;
In deze Woondeal we vooralsnog een sociale huurwoning definiëren als een woning die bereikbaar is voor de sociale doelgroep en een aanvangshuur heeft onder de liberalisatiegrens. Woningen die gebouwd worden door een particuliere initiatiefnemer met een aanvangshuur onder de liberalisatiegrens worden als zodanig meegeteld. Een nieuwe definitie heeft mogelijk consequenties voor de in deze Woondeal genoemde aantallen sociale huurwoningen.
8
Komen wij tot de volgende aanpak:
Een Woondeal voor heel Limburg die pragmatisch van aard is: o Gebaseerd op Bestuurlijke Afspraken Limburg en de Nationale Prestatieafspraken; o Waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen resultaten in de eerste termijn (2022-2024) en doelen voor de tweede termijn (2025-2030), waarbij we uitgaan van adaptief programmeren; o Waar binnen inzicht wordt gegeven in de specifieke woonregio’s in de provincie Limburg en hun onderscheidende opgaven, kansen en ingrepen; o Waarbij samenwerking tussen overheden, woningcorporaties en marktpartijen wordt geïntensiveerd; o Waarbij partijen flexibiliteit inbouwen in het werkproces om in te kunnen spelen op nieuwe ontwikkelingen, kansen en onzekerheden.
In de eerste termijn (2022-2024) realiseren partijen in Limburg zo snel mogelijk de plannen die nú zo goed als uitvoeringsgereed en conform de onderlinge afspraken in de regionale structuur- of woonvisies zijn. In de opmaat naar én gedurende de tweede termijn (2025-2030) voeren de partijen, daar waar de kwaliteit in relatie tot de behoefte dat vraagt, wijzigingen door in de planvoorraad. Deze zullen dan ook in de daadwerkelijke realisatie vanaf het jaar 2025 landen;
Zo leggen partijen in Limburg de woningbouwproductie de eerste jaren niet stil ten behoeve van juridisch-planologische werkzaamheden (herprogrammeren), maar bouwt zoveel als mogelijk door en werkt ondertussen in goede samenwerking met alle partners gaandeweg daar waar nodig aan de aanpassing van de planvoorraad (kwalitatieve aanpassingen en toevoeging plannen in gewenste categorieën en segmenten);
Ontwikkelingen ten gevolge van het Ruimtelijk Arrangement en de NOVEX gebieden zullen telkens geagendeerd worden op de Woondealtafel. Gezien de specifieke uitdagingen in Limburg zoals met betrekking tot stikstof en water, en de afwegingen die dientengevolge gemaakt moeten worden, kan het zijn dat de Woondeal aangepast wordt;
Gezien de omvang van de Limburgse bijdrage aan de Nederlandse woningbouwopgave, leggen de samenwerkende partijen in Limburg één Woondeal voor, waarbinnen per woon(sub)regio de specifieke huisvestingsopgave, sleutelprojecten, randvoorwaarden en hulpvragen van die woon(sub)regio is opgenomen. Bestuurlijk overleg vindt plaats op het regionale schaalniveau (NL, ML, ZL). Dit doet recht aan de regionale diversiteit;
Het proces van monitoring, evenals het samenwerken ten aanzien van kritische succesfactoren om te komen tot realisatie en de daartoe benodigde afspraken en acties wordt in gezamenlijkheid opgepakt als één partner. In het twee maal per jaar te organiseren overleg met de Minister voor RVO en de gedeputeerde wonen – de Provinciale Woondealtafel - komen de Limburgse woonregio’s aan tafel. Het proces hiervan wordt uitgewerkt;
De grote herstructureringsopgave maken wij in deze Woondeal inzichtelijk door het specifiek duiden van de herstructureringsopgave (met inbegrip van sloop van woningen en transformatie van niet-woningen) in de diverse (sub)regio’s;
De afspraken uit deze Woondeal zullen een plek krijgen in de lokale prestatieafspraken tussen gemeenten, woningcorporaties en huurdersbelangenverenigingen. Deze afspraken worden voortdurend herijkt op basis van de meest recente inzichten;
Sleutelprojecten zijn vooralsnog in deze Woondeal gedefinieerd als die projecten die een financiële bijdrage hebben ontvangen van provinciale en/of Rijksoverheid. Sleutelprojecten
9
worden indien nodig specifiek (voortgang en eventuele hulpvraag) besproken aan de Provinciale Woondealtafel;
De Woondeal is dynamisch van aard en moet inspelen op de regionale behoeften, de marktsituatie en veranderende wet- en regelgeving. Dat betekent dat we gedurende de rit kunnen besluiten om over te gaan tot herprogrammering, afvoeren en toevoegen van (sleutel)projecten en het doorvoeren van acties die dan nodig blijken te zijn.
En zien daarbij de volgende rollen & verantwoordelijkheden
1
Eén overheid: gemeenten, provincies, waterschappen en Rijk zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de versterking van de regie op de woningbouw en het realiseren van de huisvestingsopgave. Alle overheidslagen dragen bij aan de huisvestingsopgave vanuit hun specifieke rol in aansluiting op het huis van Thorbecke, en wet- en regelgeving zoals de Woningwet, de Huisvestingswet, de Wet Ruimtelijke Ordening en de Omgevingswet. In aansluiting daarop herbevestigen we het volgende:
Het College van B&W is als eerste bestuursorgaan verantwoordelijk voor de zorg voor de fysieke leefomgeving. In aansluiting daarop zetten de gemeenten zich in voor voldoende (bouw)locaties in ruimtelijke plannen voor de realisatie van de afspraken die gemaakt worden in de woondeal en (regionale) structuur- en woonvisies. Gemeenten stimuleren en faciliteren de realisatie van de afspraken in deze Woondeal. Met behulp van de wettelijke instrumenten zetten gemeenten zich in voor de benodigde (harde) plancapaciteit in de verschillende prijssegmenten (waar onder sociale huur, middenhuur en betaalbare koop) en voor verlening van omgevingsvergunningen. Gemeenten stemmen in regionaal verband hun woningbouwbouwplannen met en op elkaar af, op basis van gemaakte afspraken hierover in de regionale structuur- en woonvisies. In de subregio Parkstad Limburg vormen de zeven gemeenten de Stadsregio Parkstad Limburg. De bestuurscommissie Wonen en Herstructurering van de Stadsregio Parkstad Limburg is in deze regio verantwoordelijk voor de coördinatie, het aanjagen en het realiseren van het (sub)regionaal beleid en de (sub)regionale ambities op het vlak van wonen en herstructurering.
Het Dagelijks Bestuur van het waterschap is verantwoordelijk voor een doelmatig waterbeheer. In het Omgevingsplan houdt de gemeenteraad rekening met het waterbelang met het oog op behoud van waterkwaliteit en het voorkomen van wateroverlast, droogte en overstromingen om te komen tot een evenwichtige toedeling van functies aan locatie, onder meer woningbouwlocaties. Daarbij geldt onder meer het uitgangspunt van “water en bodem sturend’’. De concrete uitwerking daarvan vindt plaats op nationaal- en provinciaal niveau. Daar waar twijfel bestaat over de invulling van dit principe ten aanzien van concrete locaties wordt het waterschap in een vroeg stadium betrokken
De Provinciale Omgevingsvisie, omgevingsverordening en beleidskaders1 vormen samen het bovenliggende beleidskader en bevatten de regels en voorwaarden voor de regionale woonvisies en regionale woningbouwprogramma's. Vanuit deze wettelijke bevoegdheid is het college van Gedeputeerde Staten van Limburg verantwoordelijk voor de gebiedsgerichte coördinatie van de (ruimtelijke) doorvertaling van de provinciale woningbouwopgave in regionaal verband met de gemeenten. Het college
- Limburgse Agenda Wonen 2020 – 2023, versnellen, versterken en doorzetten - Kader Kwaliteit Limburgse centra
10
van Gedeputeerde Staten van Limburg stuurt op de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwprogrammering, waarbij het kwalitatieve in deze afspraken in deze Woondeal vooralsnog vooral de betaalbaarheid betreft.
De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening is verantwoordelijk voor de nationale huisvestingsopgave en stelselverantwoordelijk voor de versterking van het wettelijk instrumentarium voor de medeoverheden om de huisvestingsopgave te realiseren en voor ondersteuning van de uitvoering via inzet van (financiële) middelen, het bieden van hulp bij de afstemming met overige ministeries en waar nodig inbreng van menskracht, kennis, rijksgronden en rijksgebouwen. De minister stuurt actief op de realisatie van de nationale huisvestingsopgave door intensief en periodiek overleg met medeoverheden en monitoring van de woningbouw. Daarnaast coördineert de minister de opgaven die samenhangen met de woningbouw met de medeoverheden en andere departementen. Zo nodig hakt de minister voor VRO samen met collega-bewindspersonen knopen door. Tevens is de minister verantwoordelijk voor een goede ruimtelijke inpassing van de woningbouwopgave op nationaal niveau in relatie tot andere nationale ruimtelijke belangen.
Woningcorporaties De Limburgse woningcorporaties delen het beeld en de overtuiging dat we op de woningmarkt alleen kunnen versnellen als we samenwerken en afspraken maken. Derhalve ondertekenen zij dan ook mede deze Woondeal, wetende dat een belangrijk deel van de opgave in hun handen ligt en een uitvloeisel is van de Nationale Prestatieafspraken.
Samenwerkingspartners Om de opgave ook daadwerkelijk te realiseren is samenwerking met een netwerk van partners nodig, zoals zorg- en marktpartijen. Zij zijn onmisbare netwerkpartners en zullen in de komende periode gevraagd worden om aan te haken bij het Woondealproces. Samen met de Woonbond zal bekeken worden op welke momenten en aan welke tafels een vertegenwoordiging van huurdersbelangenverenigingen een plek moet krijgen.
En komen in deze Woondeal overeen: 1. Dat partijen een bijdrage gaan leveren aan de nationale versnellingsopgave door de toevoeging van minimaal 26.550 woningen tot en met 2030 in Limburg, waarvan 2/3 betaalbaar, waarmee tevens bijgedragen wordt aan het streven naar 30% sociale huur in de bestaande voorraad; 2. Dat bij het streven naar 30% sociale huurwoningen in de bestaande voorraad op provinciaal niveau, regionaal niveau en lokaal niveau, rekening gehouden wordt met specifieke situaties in woonregio’s waarbij het toegroeien naar 30% evident niet logisch of haalbaar is. 3. Een verdeling van de versnellingsopgave over de woonregio’s als volgt is uitgewerkt o Gedurende de periode tot 2025, wordt ingezet op de volgende bruto toevoegingen: Noord-Limburg 5.239 woningen Midden-Limburg 3.450 woningen Zuid-Limburg 7.872 woningen o In deze periode tot 2025 is de sloop voorzien van: Noord-Limburg 128 woningen Midden-Limburg 340 woningen Zuid-Limburg 898 woningen o Voor de periode van 2025 tot en met 2030 is voorzien in een bruto plancapaciteit dan welvoornemen tot realisatie van:
11
4. 5. 6.
7.
Noord-Limburg 5.410 woningen Midden-Limburg 6.900 woningen Zuid-Limburg 15.746 woningen o De volgende sloopaantallen zijn al in plannen van 2025 tot en met 2030 opgenomen Noord-Limburg 82 woningen Midden-Limburg 669 woningen Zuid-Limburg 7.543 woningen Dat partijen erkennen dat nieuwbouw, sloop en herstructurering nauw samen hangen. Hoe verder in de tijd, hoe minder zicht op de exacte aantallen die hiermee gemoeid zijn; Dat de kritische succesfactoren zoals omschreven in deel B en C van deze Woondeal bepalend zullen zijn in het daadwerkelijk realiseren van deze versnellingsopgave; Partijen 2x per jaar met elkaar bestuurlijk in overleg gaan om de voortgang te bespreken aan de Provinciale Woondealtafel, om kennis te delen en acties om te versnellen te nemen, waarbij ruimte is om adaptief te programmeren als de behoefte of marktomstandigheden daarom vragen, zoals omschreven in deel B en C van deze Woondeal; Partijen doen waar gewenst of nodig, samen een beroep op ondersteuningsmogelijkheden, rijksregelingen en -middelen die een bijdrage kunnen leveren aan de versnellingsopgave.
12
Ondertekening Plaats, 9 maart 2023
Ministerie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Minister voor VRO
de heer H. de Jonge
Met opmerkingen [SvdM2]: Gewenste ondertekening navragen
mevrouw L. Roefs
Met opmerkingen [SvdM3]: Gewenste ondertekening navragen
Provincie Limburg Gedeputeerde Wonen (..) Gemeenten Wethouder gemeente x
mw/dhr y
Stadsregio Parkstad Limburg 7 wethouders of vz bestuurscie
Woningcorporaties Limburg Woningcorporatie x
mw/dhr y
13
B. INHOUD & PROCES < TABBLAD >
14
Woondeal Limburg 1. Bouwlocaties 1.1.
In Limburg worden in de eerste termijn van 2022-2024, 16.644 woningen gebouwd, waarvan 64% in het betaalbare segment. In de opmaat naar én gedurende de tweede termijn van 2025-2030 voeren de partijen per woonregio daar waar de kwaliteit in relatie tot de behoefte dat vraagt, wijzigingen door in de planvoorraad op een zodanige wijze dat 2/3 betaalbaar wordt gerealiseerd. Deze zullen dan ook in de realisaties vanaf het jaar 2025 landen. De programmering van de tweede periode is structureel onderwerp van gesprek op de regionale woontafel. De onderstaande tabel maakt de totale kwantitatieve opgave inzichtelijk. Voor verdere achtergrondinformatie, zie deel C, de regio’s. Tabel 1. Woningbouwrealisatie, plancapaciteiten en betaalbaarheid van de geplande woningen in Limburg.
REGIO en termijn NL I NL II ML I ML II ZL I ZL II Totaal I Totaal II Totaal 2022 2030
Bruto aantal te realiseren woningen
bruto harde plancapaciteit plancapaciteit SH
MH
GK
SH corpo
MH corpo
5.239
4.990
3.477
1.256
829
569
973
150
5.410
5.372
1.251
1.022
218
973
633
10
3.450
4.340
2.898
1.387
562
385
1.117
42
6.900
5.621
639
1.167
688
218
951
52
7.872
8.240
5.134
3.815
877
948
2.116
n.t.b.
15.746
15.087
1.177
2.841
1.614
288
2.895
n.t.b.
16.561
17.570
11.509
6.458
2.268
1.902
4.206
192
28.056
26.080
3.067
5.030
2.520
1.479
4.479
62
44.617
43.650
14.576
11.488
4.788
3.381
8.685
254
Er zijn regionale verschillen, waaronder de momenten van opvoeren van plannen in de Plan Capaciteitsmonitor (PCM), waardoor de getallen in deze tabel met name in de tweede termijn, onderling niet vergelijkbaar zijn. In de toekomst zullen partijen op een eenduidige manier plannen registreren in de PCM.
1.2.
De bouwlocaties die zijn aangewezen als sleutelprojecten in Limburg zijn belangrijk voor de (versnelling van de) bouwopgave. Partijen blijven in de overlegstructuur met elkaar in gesprek over de voortgang en om eventuele knelpunten ten behoeve van de realisatie aan te pakken. Sleutelprojecten kunnen gedurende de looptijd van de Woondeal toegevoegd en afgevoerd worden. De onderstaande kaart van Limburg maakt per woonregio inzichtelijk: de bijdrage aan de versnelling voor wat betreft de realisaties in de periode tot 2025; het aantal woningen in de planvoorraad van 2025 tot en met 2030; het aandeel sleutelprojecten in de regio en de optelsom van het aantal te realiseren woningen binnen deze sleutelprojecten.
15
Wijziging in regiodeel ook hier doorvoeren in cijfer plaatje ML (VV) Echt Susteren --> aantal 221 wijzigen in 212
Met opmaak: Nederlands (standaard) Met opmaak: Nederlands (standaard)
Wijziging in regiodeel ook hier doorvoeren in cijfer plaatje ZL (VV) Zie tabellen elders
Met opmaak: Nederlands (standaard)
Kaart 1. Versnelling (tot 2025), plancapaciteit (2025 – 2030) en sleutelprojecten.
16
1.3.
Sleutelprojecten hebben een gemeenschappelijk kenmerk: ze hebben een financiële bijdrage ontvangen van de provincie en/of de Rijksoverheid. Uiteraard zijn deze projecten verschillend van aard en grootte. Limburg heeft momenteel geen grootschalige woningbouwgebieden (conform de Rijksdefinitie). De provincie Limburg werkt, in overleg met BZK, een concreet gebiedsgericht voorstel uit voor de aanpak van de opgaven rondom verduurzaming, klimaatadaptatie en woonkwaliteit in het bestaand bebouwd gebied in Limburg. Dit voorstel zal mogelijk besproken worden in het BO Leefomgeving in het voorjaar van 2023. Er zijn versnellingsafspraken gemaakt voor de bouw van 4.079 woningen in Limburg: o o o o o o o
Kerkrade € 7,6 miljoen Maastricht € 8,3 miljoen Maastricht € 7,5 miljoen Roermond € 0,7 miljoen Sittard Geleen € 1,6 miljoen Heerlen € 6,1 miljoen Weert € 2,2 miljoen
Diverse centrumlocaties
290 woningen
Geusselt en omgeving
972 woningen
Trega Zinkwit
950 woningen
Melickerveld
468 woningen
Middengeb. C / Nw Absbroek
274 woningen
Heerlen Centrum
887 woningen
Gebiedsvisie Keent & Moesel
238 woningen
Heerlen-Noord (56.000 inwoners) is als focusgebied aangemerkt in het kader van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. De revitalisering van Heerlen Noord wordt ondersteund met middelen uit het Volkshuisvestingsfonds (€ 8,2 miljoen). De volgende gemeenten ontvingen een bijdrage uit het Volkshuisvestingsfonds: o Maastricht (€ 3,4 miljoen) o Parkstad Limburg (€ 36,8 miljoen) o Sittard-Geleen/Stein (€5,4 miljoen) Een groot aantal sleutelprojecten met een kleinschalig karakter is vanuit de provinciale regelingen ‘Kwaliteit in Limburgse Centra (KLC)’ en Stimuleringsregeling Wonen (SRW) gestimuleerd. Deze maken ook onderdeel uit van de in bijlage 3 opgenomen lijst met alle sleutelprojecten in Limburg.
2. Herstructurering 2.1.
In het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid is aangekondigd dat er naast afspraken over woningbouw, ook afspraken over herstructurering worden gemaakt. Dit betreft woningen met een lage toekomstwaarde, vaak in een onaantrekkelijke woonomgeving waardoor de leefbaarheid en betaalbaarheid (vanwege hoge energiekosten) onder druk staat. Deze woningen sluiten niet aan op de lokale behoefte.
2.2.
De woningvoorraad op veel plekken in Limburg is relatief oud. Dat gegeven is vaak een indicator voor de herstructureringsopgave. Het aandeel van deze opgave voor heel Limburg, is voor de periode die bestreken wordt met deze Woondeal niet exact bekend, met name voor de particuliere (huur en koop) voorraad. Voorlopig is er zicht op de volgende aantallen: 12.114 woningen tot 2030 door transformatie en 9.660 door sloop. De partijen in deze Woondeal spannen zich in om de herstructureringsopgave voor heel
17
Limburg in beeld te brengen en minimaal eens per jaar te bespreken aan de Provinciale Woondealtafel. Tabel 2. Transformatie en herstructurering door sloop in Limburg
Regio en termijn
2.3.
Hergebruik/ Herstructurering transformatie (andere door Sloop opgave) woningen
NL I NL II ML I ML II ZL I ZL II
1.608
Totaal I Totaal II Totaal 2022 - 2030
128
1.085
82
1.755
340
3.463
669
1.743
898
2.460
7.543
5.106
1.366
7.008
8.294
12.114
9.660
De partijen in deze Woondeal spannen zich in om de herstructureringsopgave gezamenlijk op te pakken en waar mogelijk gebruik te maken van de ondersteuningsmiddelen van het Rijk, zoals het Volkshuisvestingsfonds. Het Rijk zet zich in om huisvestingsopgaven die grotendeels gerealiseerd moet worden in de bestaande voorraad, te ondersteunen met (financiële) regelingen die passend zijn bij die opgave. Dat geldt zowel voor herstructurering als voor de transformatie van vastgoed met een andere functie dan wonen, naar de functie wonen.
18
3. Betaalbaarheid 3.1.
Er is een grote behoefte aan betaalbare woningen in Nederland. Om aan te sluiten bij die grote behoefte streven we ernaar dat 2/3 (600.000 woningen) van de nieuwe woningen betaalbaar zijn: op landelijk, provinciaal en regionaal niveau. Onder het betaalbare segment vallen op basis van de landelijke definitie de sociale huurwoningen, huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot een max van €1.000 per maand en koopwoningen onder de €355.000.
3.2.
In de provincie Limburg wordt gestreefd naar een toevoeging van 2/3 betaalbare huur- en koopwoningen. De woonregio’s zetten zich tot en met 2030 in voor de realisatie van 17.700 betaalbare huur- en koopwoningen (zijnde 2/3 van 26.550 woningen). De samenwerkende partijen zullen de opgave betaalbare huisvesting (inclusief de definitie) structureel onderzoeken en waar nodig bijstellen.
3.3.
In de Nationale Prestatieafspraken met de woningcorporatiesector is opgenomen dat woningcorporaties verantwoordelijk zijn voor de bouw van nationaal 250.000 sociale huurwoningen en 50.000 middenhuur woningen. Door de provincie Limburg is met de bestuurlijke woningbouwafspraken van 13 oktober 2022 ingezet op de realisatie van 10.200 sociale huurwoningen en 2.050 middenhuur woningen door woningcorporaties. Voor de sociale huursector is het belangrijk dat de totale voorraad hierdoor weer groeit om de wachtlijsten af te kunnen laten nemen. Deze aantallen worden, wat betreft de (vervangende) nieuwbouw, leidend voor de lokale prestatieafspraken, die gemeenten, woningcorporaties en huurdersbelangenverenigingen maken.
3.4.
Ook is in de Nationale Prestatieafspraken opgenomen dat het aantal woningen met een huurprijs tot 550 euro (prijspeil 2020) in de totale woningcorporatievoorraad niet afneemt. Getransponeerd naar het prijspeil van 2022 (huurprijs van 575 euro of minder), betreft dit 46% van de woningcorporatiewoningen in de provincie Limburg. Voor deze Limburgse situatie worden de Nationale Prestatieafspraken de komende periode geconcretiseerd.
3.5.
Alle gemeenten streven, in lijn met de Nationale Prestatieafspraken, naar de bouw van voldoende sociale huurwoningen.
3.6.
Om provincies, gemeenten en woningcorporaties te ondersteunen bij het sturen op versnelling van de nieuwbouw van (sociale) huurwoningen, kunnen de expertteams, de Taskforce Nieuwbouw Woningcorporaties en de Taskforce versnellen tijdelijke huisvesting worden ingezet. De Taskforce Nieuwbouw Woningcorporaties, die bestaat uit leden namens BZK, AEDES, IPO en VNG, kan bestuurlijk hulp bieden wanneer er belemmeringen worden geconstateerd bij het realiseren van de gemeentelijke bouwopgave voor sociale huurwoningen, waaronder flexwoningen.