RIB.22.056 Afrekensysteem GR Omnibuzz
Tekst van het document
Stuknummer: 22.0004503
Raad 27-09-2022 RIB.22.056
raadsinformatiebrief van
: Burgemeester en wethouders
portefeuillehouder
: R. Bouten
aan
: De leden van de gemeenteraad
datum
:
status
: Actieve informatie
openbaar
: JA
Onderwerp RIB Zienswijzeproces gemeenteraad wijziging afrekensysteem GR Omnibuzz Aanleiding Omnibuzz is voor de Limburgse gemeenten de uitvoeringsorganisatie voor het vraagafhankelijk Wmo-vervoer. Het AB van Omnibuzz vraagt via de colleges aan de gemeenteraden om desgewenst een zienswijze in te dienen over de ontwerpregeling voor de wijziging van de afrekensystematiek tussen gemeenten voor de vervoers- en beheerskosten van de Omnibuzz organisatie. Met deze RIB krijgt u als raad inhoudelijke informatie voor een eventueel zienswijzebesluit vanuit Horst aan de Maas. Kernboodschap Omnibuzz stelt aan de gemeenten voor om de kosten van het vervoer én de beheerskosten beter en eerlijker onderling te verdelen en daarop de gemeenschappelijke regeling aan te passen. De gemeenten kunnen daarop een zienswijze bij Omnibuzz indienen. Wij kunnen ons volledig vinden in de voorgestelde wijziging en zien geen noodzaak om daarop een zienswijze voor Horst aan de Maas in te dienen. We geven u in overweging om geen zienswijzebesluit te nemen. Waar gaat het over In het AB Omnibuzz van 6 juli jl. is positief besloten over het starten van de besluitvormingsprocedure om de GR Omnibuzz per 1 januari 2023 te wijzigen met betrekking tot artikel 18, de afrekensystematiek.
Het voornemen om de kosten voor het Omnibuzz-vervoer tussen gemeenten anders te verdelen bestaat al sinds de uitbreiding van de GR Omnibuzz in 2016. Via amendementen is destijds verzocht om de afrekening van de kosten meer in lijn te brengen met de daadwerkelijke kosten. Deze wens is later herhaaldelijk geuit vanuit deelnemende gemeenten en wordt ambtelijk en bestuurlijk breed gedragen. Met deze besluitvorming wordt de afrekensystematiek met de gemeenten voor zowel vervoer als beheer meer in lijn gebracht met het daadwerkelijk gebruik. Voor een inhoudelijke onderbouwing van deze besluiten wordt verwezen naar het voorstel voor het AB van 6 juli 2022 in de bijlage. Argumenten en overwegingen
Bezoekadres: BezoekAdres, PlaatsBA
Postadres / PostCodePA PlaatsPA
T TelefoonNummer
F FaxNummer
Pag. 2 van 3
Met de nieuwe afrekenmethode worden dezelfde totale kosten van Omnibuzz vanaf 1 januari 2023 meer gebruiksafhankelijk tussen de deelnemende gemeenten gedeeld. Belangrijk om te vermelden is dat de afrekening van het vervoer nu alleen voor gemeenten wordt omgezet van zones naar kilometers. Deze omzetting raakt vervoerders en klanten dus nog niet. De afrekening met vervoerders op kilometers wordt gekoppeld aan de ingangsdatum van de nieuwe contracten (het huidige contract loopt tot 2025 met drie optionele verlengingsjaren). De totale vervoerskosten nemen door deze omzetting niet toe maar worden slechts anders verdeeld over de deelnemende gemeenten. Het verzoek richtte zich in eerste instantie op de beheerskosten maar tijdens de uitwerking is dezelfde lijn doorgetrokken naar de vervoerskosten. Dit is geconcretiseerd door de afrekening van de beheerskosten om te zetten van aantal pashouders/inwoners naar aantal ritten/inwoners. De afrekening van de vervoerskosten wordt omgezet van zones naar kilometers. Kilometers liggen immers aan de basis van de daadwerkelijke kostenberekening van vervoer. Kilometers zijn voor alle betrokkenen (klanten, gemeenten en vervoerders) een herkenbare en eenduidige eenheid, in tegenstelling tot de zonesystematiek. De nieuwe afrekensystematiek wordt in het algemeen gezien als eenduidiger en eerlijker en dus passender. De voorgestelde nieuwe situatie.
Het algemeen bestuur Omnibuzz heeft op 6 juli jl. ingestemd met: 1. Het voorstel om de afrekensystematiek van het vervoer voor gemeenten om te zetten van zones naar kilometers met ingang van 1 januari 2023. 2. Een nieuwe afrekensystematiek van de beheerskosten met ingang van 1 januari 2023: • Indirecte vervoerskosten op basis van het aantal ritten; en • Overhead op basis van het aantal inwoners. 3. Het concept wijzigingsvoorstel van de gemeenschappelijke regeling Omnibuzz en de besluitvorming hiertoe in gang te zetten. Procedure Op 1 juli jl. is een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) in werking getreden. Eén van de wijzigingen in de Wgr is dat voor wijziging van een collegeregeling, zoals de GR Omnibuzz, de gemeenteraden meer invloed krijgen op de wijziging van de gemeenschappelijke regeling. Deze wijzigingsprocedure is per 1 juli 2022 direct ingegaan. Andere wijzigingen uit de wetswijziging hoeven pas op 1 juli 2024 doorgevoerd te worden. Dit betekent dat voor de voorliggende wijziging zowel de zienswijzeprocedure als toestemmingsprocedure richting de gemeenteraden dient te worden doorlopen. Als gevolg van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen vanaf 1 juli 2022 kunt u als gemeenteraad binnen acht weken na ontvangst van het ontwerp uw zienswijze over het ontwerp van de regeling naar voren brengen.
Als uw raad geen zienswijze naar voren wenst te brengen, bepaalt de Wet gemeenschappelijke regelingen dat u ons college hier zo spoedig mogelijk van op de hoogte brengt. Op basis van deze RIB kunt u in september een eventueel zienswijzebesluit nemen. Uw raad heeft 2 opties: a. Het collegeadvies volgen en geen zienswijze geven. Wij informeren het DB van Omnibuzz daarover. b. Uw raad geeft een zienswijze. Die zienswijze sturen wij naar het DB Omnibuzz. Uw zienswijze wordt vervolgens door het DB van Omnibuzz, afhankelijk van de strekking, al dan niet verwerkt in het ontwerp voor
2
Pag. 3 van 3
de wijziging van de gemeenschappelijke regeling en in een volgende raadsvergadering aan uw raad voorgelegd voor een toestemmingsbesluit op de wijziging van de gemeenschappelijke regeling. Financiële consequenties Het totale financiële effect voor HadM bedraagt: Huidige verdeelsleutels Toekomstige verdeelsleutels € 618.145 € 624.450 Dit betekent slechts een marginale verhoging op het totaal.
Verschil absoluut € 6.305
Verschil procentueel 1.0 %
Vervolgtraject/ communicatie Na de zienswijze procedure volgt het besluittraject via AB en gemeentelijke colleges inclusief de toestemmingprocedure voor de gemeenteraden.
Bijlagen Zie de lijst van ingekomen stukken voor de raad van 20 september 2022. 1. Voorstel aan algemeen bestuur Omnibuzz d.d. 6 juli 2022; 2. Concept wijziging gemeenschappelijke regeling Omnibuzz, met in geel gearceerd in artikel 18 het wijzigingsvoorstel; 3. Toelichting op het concept wijzigingsvoorstel.
3
WIJZIGING GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING OMNIBUZZ De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Beek, Beekdaelen, Beesel, Bergen, Brunssum, Echt-Susteren, Eijsden-Margraten, Gennep, Gulpen-Wittem, Heerlen, Horst aan de Maas, Kerkrade, Landgraaf, Leudal, Maasgouw, Maastricht, Meerssen, Nederweert, Peel en Maas, Roerdalen, Roermond, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Venlo, Venray, Voerendaal en Weert, ieder voor zover zij voor de eigen gemeente bevoegd zijn: Overwegende • dat de colleges van de gemeenten Beek, Echt-Susteren, Eijsden-Margraten, GulpenWittem, Meerssen, Schinnen, Sittard-Geleen, Stein, Vaals en Valkenburg aan de Geul per 8 december 2005 de gemeenschappelijke regeling Omnibuzz zijn aangegaan; • dat de colleges van de gemeenten Beek, Beekdaelen, Beesel, Bergen, Brunssum, EchtSusteren, Eijsden-Margraten, Gennep, Gulpen-Wittem, Heerlen, Horst aan de Maas, Kerkrade, Landgraaf, Leudal, Maasgouw, Maastricht, Meerssen, Nederweert, Peel en Maas, Roerdalen, Roermond, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Venlo, Venray, Voerendaal en Weert of hun rechtsvoorgangers, per 11 mei 2016 de gemeenschappelijke regeling Omnibuzz hebben gewijzigd dan wel daartoe zijn toegetreden; • dat de samenwerking is gericht op het gezamenlijk nu en in de toekomst uitvoering geven aan het door die gemeenten te verzorgen
doelgroepenvervoer in de provincie Limburg; • dat na de totstandkoming van de hiervoor vermelde samenwerking gebleken is, dat het nodig is de gemeenschappelijke regeling op een aantal onderdelen aan te scherpen c.q. aan te passen aan nieuwe wet- en regelgeving; • dat na de totstandkoming van de hiervoor vermelde samenwerking gebleken is, dat het nodig is om artikel 18 in de gemeenschappelijke regeling aan te passen naar aanleiding van besluitvorming over de verdeelsleutel van de kosten van personeel en beheer die voortvloeien uit het te behartigen belang en de werkzaamheden; • dat daarom door het algemeen bestuur besloten is een wijzigingsvoorstel aan de colleges voor te leggen; • dat de hiervoor genoemde colleges, na verkregen toestemming van de gemeenteraden, besloten hebben in te stemmen met het wijzigingsvoorstel. Gelet op • de Wet gemeenschappelijke regelingen; • de Gemeentewet. BESLUITEN De gemeenschappelijke regeling Omnibuzz te wijzigen, waardoor deze als volgt komt te luiden: HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN Artikel 1 Begripsbepalingen In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. regeling: de gemeenschappelijke regeling Omnibuzz; b. wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; c. college(s): het/de college(s) van burgemeester en wethouders die de regeling heeft/hebben getroffen; d.
de gemeente(n): de gemeente(n) waarvan het/de college(s) de regeling heeft/hebben getroffen; e. de ra(a)d(en): de gemeentera(a)d(en) van de gemeente(n); f. gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van de provincie Limburg;
g. h.
gebruiker: een door het college geïndiceerde inwoner van de betreffende gemeente die gebruik kan maken van het doelgroepenvervoer en in het bezit is van een Omnibuzz vervoerspas; doelgroepenvervoer: het niet openbaar vervoer voor de gebruikers waarvoor de gemeenten verantwoordelijk zijn.
Artikel 2 Openbaar lichaam 1. Voor de uitvoering van de regeling wordt een openbaar lichaam in de zin van artikel 8, eerste lid van de wet ingesteld. 2. Het openbaar lichaam is genaamd “Omnibuzz” en is gevestigd te Sittard.
HOOFDSTUK 2 BELANG, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN Artikel 3 Te behartigen belang 1. Het openbaar lichaam is ingesteld in het belang van een kwalitatief hoogwaardige, klantgerichte en een zo doelmatig en doeltreffend mogelijke gezamenlijke operationele regie op en uitvoering van het doelgroepenvervoer. 2. De colleges dragen de operationele regie over en de uitvoering van het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 op aan Omnibuzz. 3. Voor wat betreft de andere onderdelen van het doelgroepenvervoer kunnen de colleges de operationele regie en de uitvoering daarvan op nader door de colleges te bepalen tijdstippen opdragen aan Omnibuzz. 4. Gelet op het belang en de ambitie van de samenwerking kunnen de colleges in beginsel ook toekomstige taken met betrekking tot het doelgroepenvervoer opdragen aan Omnibuzz. 5. Het dagelijks bestuur kan, met toestemming van het algemeen bestuur, besluiten andere vormen van vervoer voor derden te regelen en uit te voeren. Hiertoe zullen afzonderlijke dienstverleningsovereenkomsten gesloten worden tussen de betreffende derde(n) en het openbaar lichaam. Artikel 4 Werkzaamheden 1. Ter behartiging van het in artikel 3 genoemde belang verricht Omnibuzz voor de gemeenten, de volgende werkzaamheden: a. het uitvoeren van aanbestedingen; b. het aangaan van contracten; c.
het uitvoeren van contractmanagement en contractbeheer; d. het voeren van operationele regie (onder andere de ritaannames); e. het gevraagd en ongevraagd ondersteunen van de colleges met betrekking tot hun beleidsvorming met betrekking tot het doelgroepenvervoer; f. alle overige werkzaamheden welke ter behartiging van het in artikel 3 van de regeling genoemde belang noodzakelijk zijn. 2. De in het voorgaande lid vermelde werkzaamheden zullen nader worden uitgewerkt in dienstverleningsovereenkomsten tussen de betreffende gemeenten en het openbaar lichaam Omnibuzz. 3. Het algemeen bestuur zal daartoe algemene uitgangspunten voor en voorwaarden van die dienstverleningsovereenkomsten vaststellen.
HOOFDSTUK 3 BESTUUR: ORGANEN, SAMENSTELLING, WERKWIJZE, BEVOEGDHEDEN Artikel 5 Algemeen bestuur: samenstelling 1. Het algemeen bestuur bestaat uit één lid per gemeente, dat evenals diens plaatsvervanger, door het college van die gemeente uit zijn midden wordt aangewezen. 2. De colleges beslissen in de eerste vergadering van hun wettelijke zittingsperiode over de aanwijzing als bedoeld in het vorige lid. 3. Indien tussentijds een vacature in het algemeen bestuur ontstaat, wijst het betreffende college zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan. 4. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt als de zittingsperiode van het college afloopt, of indien de zittingsperiode van het college tussentijds beëindigd wordt of indien het lidmaatschap van het college, waaruit het betreffende lid afkomstig is, tussentijds beëindigd wordt. 5. Een college kan een door hem aangewezen lid ontslaan door het vertrouwen op te zeggen. 6. In geval van het bestaan van een of meer vacatures blijft het algemeen bestuur bevoegd besluiten te nemen. Artikel 6 Algemeen bestuur: werkwijze 1. Het algemeen bestuur vergadert ten minste tweemaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter dit nodig acht of ten minste zestien leden dit vragen onder schriftelijke opgave van de te behandelen onderwerpen. 2. Op de vergaderingen van het algemeen bestuur is artikel 22 van de wet van toepassing. 3.
In de vergaderingen heeft ieder lid één stem. Voor leden die een gemeente vertegenwoordigen waarvan het inwonertal meer dan 50.000 bedraagt, wordt het stemmenaantal vermeerderd met één stem voor iedere 20.000 inwoners meer. Voor berekening van het aantal inwoners wordt uitgegaan van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek opgemaakte bevolkingscijfers per 1 januari van het betreffende jaar. 4. De besluiten van het algemeen bestuur worden genomen bij meerderheid van stemmen. 5. Stemmen zijn niet overdraagbaar. 6. Het algemeen bestuur stelt voor zijn werkzaamheden een reglement van orde vast. Artikel 7 Algemeen bestuur: bevoegdheden 1. De bevoegdheden die bij de regeling worden opgedragen, berusten bij het algemeen bestuur, tenzij bij wet of in de regeling anders is bepaald. 2. Het algemeen bestuur kan besluiten tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur van het openbaar lichaam te brengen. 3.
Het algemeen bestuur kan met toepassing van de artikelen 24 en 25 van de wet commissies van advies dan wel commissies belast met de behartiging van bepaalde belangen instellen.
Artikel 8 Algemeen bestuur: informatie en verantwoording 1. Een lid van het algemeen bestuur kan door het college en door de raad van zijn gemeente ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. 2.
Een lid van het algemeen bestuur geeft aan het college van zijn gemeente alle inlichtingen die door het college, of één of meer leden daarvan, worden verlangd op de in die gemeente gebruikelijke wijze.
3. Het algemeen bestuur verstrekt aan de raden van de gemeenten de door één of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen. Artikel 9 Dagelijks bestuur: samenstelling 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit zeven leden, waaronder de voorzitter. 2.
De leden van het dagelijks bestuur worden door en vanuit het algemeen bestuur op de volgende wijze aangewezen: - drie leden op voordracht door en uit de leden van het algemeen bestuur die zijn aangewezen door de colleges van de gemeenten uit Noord- en Midden-Limburg en - vier leden op voordracht door en uit de leden van het algemeen bestuur die zijn aangewezen door de colleges van de gemeenten uit Zuid-Limburg; - bij de bepaling van het aantal voor te dragen leden in de voorgaande verdeling wordt rekening gehouden met de gemeente waaruit het lid afkomstig is, die als voorzitter is aangewezen overeenkomstig het bepaalde in artikel 13, eerste lid van de regeling.
3.
Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt, indien een lid als zodanig ontslag neemt of ontslagen wordt door het algemeen bestuur en zodra hij ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn.
4.
Het algemeen bestuur draagt in geval van een vacature zo snel mogelijk zorg voor de vervulling daarvan overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid van dit artikel.
Artikel 10 Dagelijks bestuur: werkwijze 1. Het dagelijks bestuur vergadert in beginsel vier keer per jaar en verder zo dikwijls als de voorzitter dit nodig acht of ten minste twee der leden daarom verzoeken onder schriftelijke opgave van de te behandelen onderwerpen. 2. Indien in de vergaderingen van het dagelijks bestuur gestemd wordt over zaken en/of personen heeft ieder lid één stem. Indien in geval van een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter. 3. Het dagelijks bestuur kan de uitoefening van een of meer van zijn bevoegdheden opdragen aan een of meer van zijn leden. Het algemeen bestuur wordt over de eventueel verleende mandaten geïnformeerd. 4. Het dagelijks bestuur stelt voor zijn werkzaamheden een reglement van orde vast. Dit reglement wordt ter kennis gebracht van het algemeen bestuur. Artikel 11 Dagelijks bestuur: bevoegdheden 1. Het dagelijks bestuur is in ieder geval bevoegd om: a. al hetgeen aan het algemeen bestuur ter overweging en beslissing zal worden voorgelegd, voor te bereiden; b. besluiten van het algemeen bestuur uit te voeren; c. toe te zien op de voortgang van de realisering van het bedrijfsplan; d. beheer en administratie van de inkomsten en uitgaven van het openbaar lichaam te voeren;
e. f. g.
h. i. 2.
de uitvoeringsorganisatie in te richten en de werkwijze van de uitvoeringsorganisatie te bepalen en in dat kader instructies uit te vaardigen; tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 7, tweede lid van de regeling; te besluiten namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; zowel in als buiten rechte conservatoire maatregelen te nemen en alles te doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit; klachten te behandelen zoals bedoeld in titel 9.1 Algemene wet bestuursrecht.
Het dagelijks bestuur oefent, indien het algemeen bestuur daartoe besluit en naar door dit bestuur te stellen regels, de aan het algemeen bestuur toekomende bevoegdheden uit met uitzondering van: a. het vaststellen en wijzigen van de begroting; b. het vaststellen van de rekening.
Artikel 12 Dagelijks bestuur: informatie en verantwoording 1. De leden van het dagelijks bestuur verstrekken zowel gezamenlijk als ieder afzonderlijk de door het algemeen bestuur of door een of meer leden daarvan gevraagde inlichtingen. Schriftelijk gevraagde inlichtingen worden zo mogelijk schriftelijk gegeven. 2. De leden van het dagelijks bestuur leggen zowel gezamenlijk als ieder afzonderlijk verantwoording af aan het algemeen bestuur voor het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur. 3. Het dagelijks bestuur verstrekt aan de raden van de gemeenten de door één of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen. 4. Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer geniet. Artikel 13 Voorzitter 1. De voorzitter, alsmede zijn plaatsvervanger, wordt in de eerste vergadering van elke zittingsperiode door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen. 2. De voorzitter leidt de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 3. Het algemeen bestuur kan de voorzitter ontslag verlenen, indien deze het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. 4. De voorzitter vertegenwoordigt het openbaar lichaam in en buiten rechte. 5. De voorzitter tekent alle stukken die van het algemeen en dagelijks bestuur uitgaan. 6.
De voorzitter verstrekt aan de raden van de gemeenten de door één of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen. 7. Bij afwezigheid van de voorzitter wordt deze vervangen door zijn plaatsvervanger. 8. In afwijking van het gestelde in de leden 1 en 2 van dit artikel wordt de eerste vergadering van het algemeen bestuur in een nieuwe zittingsperiode bijeengeroepen en voorgezeten door de aftredende voorzitter of zijn aftredende plaatsvervanger. Indien zulks niet mogelijk is treedt de burgemeester van de plaats van vestiging van het openbaar lichaam op als tijdelijk voorzitter. In deze vergadering vinden de benoemingen van de voorzitter en de
plaatsvervangend voorzitter van het algemeen bestuur plaats, alsmede de benoemingen van de leden van het dagelijks bestuur.
HOOFDSTUK 4
ORGANISATIE EN PERSONEEL
Artikel 14 Directeur 1. Aan het hoofd van de organisatie van het openbaar lichaam staat een directeur. Hij is belast met de dagelijkse leiding daarvan. 2. Het dagelijks bestuur stelt voor de taken en bevoegdheden van de directeur een directiestatuut vast. Dit statuut wordt aan het algemeen bestuur ter kennisneming verstrekt. 3.
In het directiestatuut wordt de vervanging van de directeur geregeld.
4. De directeur staat het algemeen en dagelijks bestuur bij in hun functioneren. Hij woont als adviseur de vergaderingen van beide bestuursorganen bij. 5. De directeur ondertekent mede alle stukken die van het algemeen en dagelijks bestuur uitgaan. 6. De directeur is verantwoording verschuldigd aan het dagelijks bestuur. Artikel 15 Inrichting organisatie en personeel 1. Het dagelijks bestuur stelt de inrichting en werkwijze van de organisatie vast. 2. Op het personeel van de organisatie is de Cao Gemeenten van toepassing alsmede de binnen de organisatie vastgestelde personele regelingen, inclusief alle toekomstige wijzigingen daarvan. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de uitvoering van de arbeidsvoorwaarden en de personele regelingen en kan daartoe volmacht verlenen aan de directeur;
HOOFDSTUK 5
FINANCIËN
Artikel 16 Algemeen De artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op de financiën van het openbaar lichaam, voor zover daarvan bij of krachtens de wet niet is afgeweken. Artikel 17 Financiële en beleidsmatige kaders 1. Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting geldt, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de gemeenten. 2.
Bij het opstellen van de beleidsmatige kaders handelt het dagelijks bestuur volgens het door het algemeen bestuur vastgestelde bedrijfsplan.
Artikel 18 Financiering 1. De kosten van personeel en beheer die voortvloeien uit het te behartigen belang en de werkzaamheden, zoals vermeld in de artikelen 3 en 4 van de regeling, met uitzondering van het bepaalde in de leden 3 tot en met 5 van artikel 3, zullen gedragen worden door de gemeenten op basis van de volgende verdeelsleutel: a. Overhead: De totale overhead kosten, conform de definities van de Notitie Overhead Commissie BBV/IV3 systematiek, worden gedragen door de gemeenten
naar rato van het aantal inwoners per gemeente op 1 januari van het jaar waarop die kosten betrekking hebben. Het aantal inwoners wordt bepaald op de cijfers van het CBS. b. Indirecte vervoerskosten: alle kosten verband houdende met de uitvoering van het vervoer binnen de organisatie Omnibuzz op basis van deze regeling worden gedragen door de gemeenten op basis van het werkelijk aantal ritten dat gemaakt wordt door de inwoners van die gemeenten. Het aantal ritten wordt achteraf vastgesteld op basis van het gerealiseerd aantal ritten van klanten van die gemeenten van het jaar waarop de kosten betrekking hebben. 2. Alle kosten verband houdende met de uitvoering van het vervoer op basis van deze regeling worden gedragen door de gemeenten op basis van het werkelijk gebruik daarvan door de inwoners van die gemeenten. 3. De kosten met betrekking tot de andere vormen van vervoer voor derden, zoals vermeld in artikel 3, vijfde lid van de regeling, worden in de betreffende dienstverleningsovereenkomsten doorberekend op basis van de integrale kostprijs. 4. De colleges zullen er steeds zorg voor dragen dat het openbaar lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om al zijn verplichtingen te kunnen voldoen. 5.
Indien het algemeen bestuur blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de gemeentebegroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 193 en 194 van de Gemeentewet. 6. Het algemeen bestuur bepaalt de wijze van facturering aan de gemeenten. Artikel 19 Begroting 1. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting en bijbehorende stukken acht weken voordat deze aan het algemeen bestuur worden aangeboden toe aan de colleges en raden. 2. De ontwerpbegroting wordt door de colleges voor eenieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, ook algemeen verkrijgbaar gesteld. 3. De raden kunnen binnen acht weken bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden. 4. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks vóór 15 juli de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. 5. Binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus zendt het dagelijks bestuur de begroting aan gedeputeerde staten en zo nodig aan de raden van de gemeenten die hun zienswijze kenbaar hebben gemaakt zoals bepaald in het derde lid van dit artikel. 6.
Het bepaalde in het eerste, derde en vijfde lid van dit artikel is, met uitzondering van de in de leden 3 en 5 genoemde termijnen, van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting. Artikel 20 Jaarrekening en jaarverslag 1. Van de baten en lasten van het openbaar lichaam wordt door het dagelijks bestuur over elk begrotingsjaar verantwoording afgelegd aan het algemeen bestuur, onder overlegging van de conceptjaarrekening, het jaarverslag met daarbij behorende bescheiden, zoals vermeld in artikel 213 van de Gemeentewet. Na de eigen oordeelsvorming zendt het dagelijks bestuur de voorlopige jaarrekening jaarlijks vóór 15 april toe aan de raden.
2. De voorlopige jaarrekening en het jaarverslag worden door de gemeenten voor eenieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 197, tweede en derde lid van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 3. De raden kunnen bij het dagelijks bestuur desgewenst hun zienswijze over de voorlopige jaarrekening en het jaarverslag naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de stukken, zoals deze aan het algemeen bestuur ter vaststelling worden aangeboden. Nadat een daartoe aangestelde accountant een controleverklaring over de jaarrekening heeft afgegeven, wordt de jaarrekening vervolgens door het algemeen bestuur vastgesteld. 4. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft aan gedeputeerde staten en voorts aan de raden. 5. Behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden, ontlast de vaststelling van de jaarrekening de leden van het dagelijks bestuur ten aanzien van het daarin verantwoorde financieel beheer.
HOOFDSTUK 6 TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING Artikel 21 Toetreding 1. Toetreding door een niet aan de regeling deelnemend college kan plaatsvinden bij een besluit van het betreffende college en met toestemming van de betreffende raad. Ten minste drie vierde van de deelnemende gemeentebesturen dienen in te stemmen met een toetreding. 2. Het algemeen bestuur bepaalt de voorwaarden voor en de gevolgen van een toetreding. 3. Het algemeen bestuur bepaalt het moment waarop een toetreding van kracht wordt. Artikel 22 Uittreding 1. Een college kan uit de regeling treden door een daartoe strekkend besluit van het betreffende college en na verkregen toestemming van de betreffende raad. 2. Uittreding kan eerst plaatsvinden vijf jaar na toetreding tot de regeling met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste een jaar en welke opzegtermijn aanvangt na het jaar waarin de opzegging plaatsvindt. 3. Het algemeen bestuur regelt de voorwaarden voor en de gevolgen van een uittreding. Artikel 23 Wijziging 1. Het dagelijks bestuur en de colleges kunnen aan het algemeen bestuur voorstellen tot wijziging doen. 2.
Indien het algemeen bestuur instemt met een wijzigingsvoorstel, doet het daarvan mededeling aan de raden en de colleges.
3.
Een wijzigingsbesluit komt vervolgens tot stand, indien drie vierde van de colleges een gelijkluidend besluit daartoe genomen hebben en de betreffende raden daar mee ingestemd hebben.
Artikel 24 Opheffing en liquidatie 1. De regeling kan worden opgeheven bij een daartoe strekkend besluit van ten minste drie vierde van de colleges en indien de betreffende raden daarmee ingestemd hebben.
2. In geval van een opheffingsbesluit draagt het algemeen bestuur zorg voor de opstelling en vaststelling van een liquidatieplan. Alvorens dit plan vast te stellen legt het algemeen bestuur dit voor aan de colleges en raden die daarover hun zienswijzen kenbaar kunnen maken. 3. De gemeentebesturen verbinden zich in het geval van opheffing van het openbaar lichaam in het liquidatieplan de verplichting op te nemen dat zij alle rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam over de gemeenten verdelen op een in het plan te bepalen wijze. 4. Het dagelijks bestuur zal als vereffenaar optreden en belast worden met de uitvoering van het liquidatieplan. 5. Het openbaar lichaam en zijn bestuur blijven na het opheffingsbesluit bestaan voor zover dit voor de uitvoering van het liquidatieplan nodig is.
HOOFDSTUK 7
SLOTBEPALINGEN
Artikel 25 Onvoorziene gevallen In alle gevallen waarin de regeling niet voorziet, beslist het algemeen bestuur, met inachtneming van de ter zake geldende bepalingen uit de wet. Artikel 26 Geschillenregeling 1. Voordat een geschil als bedoeld in artikel 28 van de wet ter beslissing wordt voorgelegd aan gedeputeerde staten, legt het algemeen bestuur het geschil voor aan een geschillencommissie. 2. De geschillencommissie bestaat uit drie leden. Eén lid wordt aangewezen door het algemeen bestuur en één lid door het college van de betrokken gemeente(n). Deze leden wijzen gezamenlijk een derde lid aan dat tevens zal optreden als voorzitter van de commissie. 3. De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken bestuursorganen en zo nodig derden die van belang kunnen zijn voor de vaststelling van de aard van het geschil en/of het feitencomplex. 4. De geschillencommissie brengt in beginsel binnen drie maanden na het begin van haar werkzaamheden aan de betrokken bestuursorganen advies uit over de mogelijkhe(i)d(en) tot een overeenstemming over de oplossing van het gerezen geschil te komen. Bij acceptatie van het advies zullen partijen ter zake van de oplossing een vaststellingsovereenkomst sluiten. 5. Indien het advies van de commissie niet leidt tot een oplossing van het geschil, wordt dit voorgelegd aan gedeputeerde staten overeenkomstig het bepaalde in artikel 28 van de wet.
Aan gedeputeerde staten wordt eveneens het dossier van de geschillencommissie overgelegd. Artikel 27 Toezending en bekendmaking regeling 1. Het college van de gemeente Sittard-Geleen zendt een exemplaar van de regeling aan gedeputeerde staten. 2. Het college van de gemeente Sittard-Geleen maakt de regeling tijdig in alle gemeenten bekend door kennisgeving van de inhoud daarvan in de Staatscourant. Artikel 140 Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 3. De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging, verlenging of opheffing van de regeling, alsmede op besluiten tot toetreding en uittreding.
4. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de registratie van de regeling in het Handelsregister.
Artikel 28 Archief 1. Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de organen van Omnibuzz. 2. De directeur van Omnibuzz is belast met het beheer archiefbewaarplaats overgebrachte archiefbescheiden.
van
de
niet
naar
de
3. Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de organen van Omnibuzz is de archiefbewaarplaats van de gemeente Sittard-Geleen aangewezen 4. De archivaris van de gemeente Sittard-Geleen is belast met het toezicht op het beheer van de niet naar de archiefbewaarplaats overgebrachte archiefbescheiden. De archiefverordening van de gemeente Sittard Geleen is hiertoe van overeenkomstige toepassing. 5. Bij opheffing van de regeling worden de daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Sittard Geleen. Artikel 29 Inwerkingtreding, duur, evaluatie en citeertitel 1. De regeling treedt in werking op 1 januari 2023, echter niet eerder dan de dag nadat de regeling bekend is gemaakt overeenkomstig artikel 27, tweede lid van de regeling. 2. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. 3. De werking van de regeling zal om de vier jaar geëvalueerd worden. Het dagelijks bestuur zal daartoe een onderzoeksvoorstel aan het algemeen bestuur voorleggen. 4. De regeling kan worden aangehaald als “gemeenschappelijke regeling Omnibuzz”.
*******************
TOELICHTING GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING OMNIBUZZ De wijziging voorziet in een wijziging van de verdeelsleutel van de kosten van Omnibuzz onder de deelnemende gemeenten middels een aanpassing van artikel 18, lid 1. In artikel 18 is bepaald hoe de kosten over de deelnemende gemeenten verdeeld worden. Voor de kosten die verbonden zijn aan het te behartigen belang zoals dat in artikel 3 van deze regeling is opgenomen, is een verdeelsleutel vastgesteld die in het eerste tot en met derde lid van dit artikel is opgenomen. Deze kosten zijn verdeeld in (1) overheadkosten, (2) alle indirecte kosten verband houdende met de uitvoering van het vervoer binnen de organisatie Omnibuzz en (3) directe kosten verband houdende met de daadwerkelijke uitvoering van het doelgroepenvervoer. De wijziging heeft uitsluitend betrekking op lid 1 van dit artikel. De overheadkosten worden gedragen door de gemeenten naar rato van het aantal inwoners per gemeente op 1 januari van het jaar waarop die kosten betrekking hebben. Het aantal inwoners wordt bepaald aan de hand van de cijfers van het CBS. Als definitie van overhead hanteren we de definitie uit de Notitie Overhead Commissie BBV, waarmee we deze lijn brengen met wijze waarop financiële informatie vanuit de wettelijke verplichting aangeleverd moet worden (IV3 systematiek).
Hierbinnen vallen bijvoorbeeld loonkosten van directie, management en staf, automatisering en facilitaire kosten. De resterende indirecte kosten, waaronder de loonkosten voor ritreservering en klantenservice, worden gedragen door de gemeenten op basis van het werkelijk aantal ritten dat gemaakt wordt door de inwoners van die gemeenten. Het aantal ritten wordt achteraf vastgesteld op basis van het gerealiseerd aantal ritten van klanten van die gemeenten van het jaar waarop de kosten betrekking hebben.
Voorstel aan algemeen bestuur Omnibuzz Datum
: 6 juli 2022
Agendapunt
: 6a
Onderwerp
: Voorstel afrekensystematiek
Voorstel Het bestuur wordt voorgesteld: •
In te stemmen met het voorstel om de afrekensystematiek van het vervoer voor gemeenten om te zetten van zones naar kilometers met ingang van 1 januari 2023.
•
In te stemmen met de nieuwe afrekensystematiek van de beheerskosten: 1) indirecte vervoerskosten op basis van het aantal ritten en 2) overhead op basis van het aantal inwoners met ingang van 1 januari 2023.
•
In te stemmen met bijgevoegd conceptwijzigingsvoorstel van de Gemeenschappelijke Regeling Omnibuzz en de besluitvorming in gang te zetten.
Alvorens deze voorstellen worden toegelicht, volgt eerst een korte omschrijving van de historie en de context en een toelichting voor de afwijking van het stappenplan zoals voorgesteld in de vergadering van 8 december 2021. De financiële gevolgen van de voorstellen komen in het laatste deel apart aan bod.
Historie en context Het voornemen om de kosten tussen gemeenten anders te verdelen bestaat al sinds de uitbreiding van de GR Omnibuzz in 2016. Via amendementen (zie bijlage 1) is destijds verzocht om de afrekening van de kosten meer in lijn te brengen met de daadwerkelijke kosten. Deze wens is later herhaaldelijk geuit vanuit deelnemende gemeenten en kan op ambtelijk draagvlak rekenen. Dit betekent dat dezelfde totale kosten anders verdeeld worden over de deelnemende gemeenten. Dit verzoek richtte zich in eerste instantie op de beheerskosten, maar tijdens de uitwerking is dezelfde lijn doorgetrokken naar de vervoerskosten. Dit is geconcretiseerd door de afrekening van de vervoerskosten op basis van zones om te zetten naar kilometers. Kilometers liggen immers aan de basis van de daadwerkelijke kostenberekening van vervoer, omdat dit een meer eenduidige eenheid is dan zones. Kilometers zijn voor alle betrokkenen (klanten, gemeenten en vervoerders) een duidelijke en bekende eenheid, in tegenstelling tot de zonesystematiek.
1
Met de invoering van de OV-chipkaart zijn in 2011 de laatste strippenkaarten ‘uitgezet’. Sindsdien is afrekening in kilometers de norm in het Openbaar Vervoer en vindt geen centraal onderhoud meer plaats op het zonesysteem. De meeste Wmo-systemen hebben daarom al de overstap naar kilometers gemaakt. Uit een inventarisatie blijkt dat slechts 9 van de 77 Wmovervoerssystemen in Nederland nog met een afrekening op basis van zones werken. Vroeg of laat zal ook Omnibuzz een keer moeten overschakelen naar kilometers. De afrekening van het vervoer op kilometers heeft betrekking op gemeenten, maar ook op vervoerders en klanten. Om de financiële afhandeling overzichtelijk te houden, was altijd als uitgangspunt gehanteerd dat de afrekening met alle partijen op zelfde manier wordt gedaan. De omzetting raakt dan alle drie de partijen. Bestuurlijk is eveneens de wens uitgesproken om de aanpassing van de beheer- en vervoerskosten gelijktijdig door te voeren. Deze bundeling maakt dit totale dossier uiterst complex. Een principiële keuze voor een andere ‘eerlijkere’ afrekensystematiek bleek bestuurlijk niet haalbaar. Op 9 oktober 2019 heeft het algemeen bestuur opdracht gegeven aan Omnibuzz om een financiële doorrekening uit te werken. Bij de reeds bestaande complexiteit kwam daar toen COVID-19 bij.
Dit levert uiteindelijk geen sluitende onderbouwing op voor de berekening van mogelijke toekomstige financiële effecten vanuit het perspectief van alle betrokkenen, oftewel gemeenten, vervoerders en klanten. In de vergadering van het algemeen bestuur op 28 april 2021 is vervolgens ingestemd met een geactualiseerd advies en bijbehorend tijdpad. Het bestuur benadrukte hierbij dat zorgvuldigheid belangrijker is dan snelheid. Tevens is de behoefte aan duidelijkheid over de financiële consequenties voor de individuele gemeenten onveranderd groot. In dit stappenplan werd ingezet op gelijktijdige invoering van de verschillende aanpassingen per 1-1-2024. Een belangrijke stap in dit proces is besluitvorming in de vergadering van het algemeen bestuur op 6 juli 2022. Met dit voorstel geven we invulling aan die opdracht.
2
Toelichting op aanpassing voorstel Uit de historie blijkt dat de complexiteit de besluitvorming bemoeilijkt. De aanpassing van de afrekensystematiek met de vervoerders binnen een lopend contract is – in combinatie met de onzekerheden van de actualiteit – gevoelig. Van alle gecontracteerde vervoerders is een akkoord nodig, omdat de voorwaarden niet eenzijdig kunnen worden aangepast binnen de aanbesteding. Onze vervoerders zijn welwillend en werken constructief mee om deze omzetting vorm te geven, maar er schuilen voor de vervoerders de nodige (financiële) risico’s in de omzetting. Daarover uiten zij hun zorgen. Hierover is het algemeen bestuur in voorgaande vergadering geïnformeerd. Om akkoord te krijgen van de vervoerders op dit voorstel, lijken afspraken in de vorm van een soort garantieregeling nodig. Dit is juridisch/aanbestedingsrechtelijk een complexe aangelegenheid die tijd vraagt. Het risico dat een
vervoerder
het
niet
aandurft,
blijft
aanwezig.
Daarbij
maakt
een
dergelijke
garantieregeling de afrekening met gemeenten moeilijker, omdat er wellicht met correcties achteraf gewerkt moet worden. Omnibuzz stelt derhalve voor om de afrekening van vervoer alleen voor de gemeenten om te zetten van zones naar kilometers. Deze omzetting raakt dan de vervoerders noch de klanten in deze fase. Dit voorstel reduceert de complexiteit en vergroot daarmee de haalbaarheid ten opzichte van het eerdere voorstel. De afrekening met vervoerders op kilometers wordt dan gekoppeld aan de ingangsdatum van de nieuwe contracten. Door de volgtijdelijke besluitvorming en implementatie zorgt het nieuwe voorstel voor meer overzicht en minimaliseren we de risico’s. Bovendien krijgen we op deze manier praktische ervaring en gegevens die het mogelijk maken om bij de eerstvolgende aanbesteding van het vervoer deze stap ook te zetten met de vervoerders en klanten. Het nieuwe stappenplan wordt hierdoor eenvoudiger. Taak
Planning
Besluitvorming AB 6 juli 2022
Besluit
Wie afrekensystematiek
Omnibuzz
gemeenten en wijziging GR Besluitvorming wijziging GR
t/m februari 2023
Gemeenten
Implementatie
2023
Omnibuzz
1 januari 2023 (met terugwerkende
Omnibuzz
Effectuering
afrekening
gemeenten Uitvraag
kracht) kilometerprijs
vervoerders Aanpassing
2025 – 2028 (afhankelijk verlenging
Omnibuzz
contract) klanttarieven
systeemvoorwaarden
en
2025
–
2028
(afhankelijk
aanbesteding vervoer)
van
Gemeenten (advies Omnibuzz)
3
Door de wijziging van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (Wgr) zijn een aantal procedurele
aspecten
per
1
juli
2022
veranderd.
Dit
betekent
o.a.
dat
het
conceptwijzigingsbesluit aan de gemeenteraden voor een zienswijze wordt aangeboden, alvorens besluitvorming plaatsvindt. Dit heeft gevolgen voor de stappen en de doorlooptijd in de tweede stap in bovenstaand overzicht. Naar aanleiding hiervan is in bijlage 2 een volledige planning met betrekking tot de besluitvorming toegevoegd. De wettelijke termijnen en de haalbaarheid in de periode van het zomerreces zijn als basis genomen voor deze planning. Terugkijkend naar de aanleiding, constateren we dat in dit aangepaste plan de belangrijkste uitgangspunten uit het oorspronkelijke voorstel in stand blijven: •
De afrekensystematiek voor gemeenten brengen we in lijn brengen met het daadwerkelijk gebruik, zowel voor vervoer als beheer. Dit sluit aan op de amendementen en de breed gedragen en uitgesproken wens van de deelnemende gemeenten om de kostenverdeling zo veel mogelijk in verband te brengen met de daadwerkelijke kosten.
•
De totale vervoerskosten nemen niet toe door de omzetting. Door de afrekening met vervoerders op zones te handhaven, is er voor gemeenten geen risico. De omzetting betekent een herverdeling van de vervoerskosten die op het niveau van individuele gemeenten uiteraard effect heeft, maar op totaalniveau niet.
•
Het huidige klanttarief in zones is gebaseerd op de klantbijdragen in het OV. Een omzetting naar kilometer is dus niet noodzakelijk om te voldoen aan dit uitgangspunt.
Het
splitsen
van
de
omzetting
van
zones
naar
kilometers
voor
gemeenten
en
vervoerders/klanten heeft de volgende voordelen: •
Door de vervoerder en klant los te knippen van het voorstel, raakt de besluitvorming alleen de gemeenten en zijn de risicofactoren die verdere vertraging kunnen veroorzaken geminimaliseerd.
•
Doordat alleen de afrekening met gemeenten wordt aangepast, zijn we in staat om dit een jaar naar voren te halen ten opzichte van de eerdere planning. De aanpassing van de systematiek kan voor gemeenten dus worden ingevoerd per 1-1-2023. De daadwerkelijke uitvoering van de verrekening vindt dan achteraf plaats, na afloop van kalenderjaar 2023. De jaarrekening wijkt dan eenmalig af van de begroting, maar dat was in voorgaand voorstel ook al het geval.
•
De omzetting van zones naar kilometers bij vervoerders kan gekoppeld worden aan een nieuwe aanbesteding. Hiermee sluiten we juridisch complexe trajecten binnen een lopend contract uit. Bovendien doen we geen aanvullende aanspraak op de flexibiliteit van de vervoerders in deze complexe periode van onzekerheid en sterk wisselende vervoersvraag.
Het
huidige
contract
loopt
tot
1-1-2025
met
drie
optionele
verlengingsjaren. De definitieve ingangsdatum van een nieuw contract is dus nog niet bekend.
4
Parallel werken we aan nieuwe afspraken met vervoerders, waarbij een het lichten van de verlengingsjaren gepaard kan gaan met een omzetting naar kilometers. Dit onderwerp wordt in een aparte notitie uitgebreid toegelicht. •
Het effect van een aanbesteding in kilometers zal dan beperkt zijn, want gemeenten kennen de effecten van de afrekening op kilometers voor gemeenten al.
•
De omzetting naar kilometers voor de klant wordt ook gekoppeld aan de nieuwe vervoerscontracten. Dan veranderen immers een aantal systeemvoorwaarden mee, zoals de maximale reisafstand en het jaarbudget. Dit heeft invloed op het vervoersvolume en is binnen het kader van de continuïteit van het vervoer op dit moment niet wenselijk. Dergelijke wijzigingen kunnen beter worden doorgevoerd bij een nieuw contract.
•
Feitelijk kan de besluitvorming rond de kaders voor de klant pas plaatsvinden, als de aanpassing van de afrekensystematiek definitief is. Elke individuele gemeente moet dus besluiten over het klanttarief en eventueel het jaarbudget in kilometer, nádat de wijziging van de GR is vastgesteld. Dit wijzigingstraject kan enige maanden duren. Dit vraagt idealiter om volgtijdelijke besluitvorming in plaats van parallelle besluitvorming. Doordat de besluitvorming over de kaders voor de klant op een later moment gebeurt, kunnen gemeenten deze besluiten bovendien baseren op de nieuwe (financiële) realiteit, waarbij de afrekening met gemeenten gebeurt op basis van kilometers.
•
Het cliëntenpanel onderschrijft het idee van een afrekensystematiek op basis van kilometers, maar uit ook haar zorgen over de gevolgen voor individuele klanten. Met dit aangepast voorstel en gefaseerde implementatie komen we tegemoet aan de wens van het cliëntenpanel om op dit moment nog meer aanpassingen voor de klant te beperken. Dat verzoek komt voor uit de constatering dat klanten door de impact van COVID-19 en recente tariefsaanpassingen al veel hebben zien veranderen in korte tijd.
5
Voorstel 1 - Aanpassing afrekensystematiek vervoer (zones naar kilometers) De vervoerskosten worden aan de gemeenten toegerekend op basis van daadwerkelijk gebruik. Elke gemeente betaalt het vervoerstarief met verrekening van het klanttarief. Deze principes blijven overeind in de nieuwe systematiek en staan niet ter discussie. Alleen de eenheid waarop wordt afgerekend verandert. Dit gaan we doen op basis van verreden kilometers in plaats van verreden zones. Zoals eerder toegelicht, wordt voorgesteld om uitsluitend de afrekening met gemeenten om te zetten naar kilometers. De vergoedingen aan de vervoerders blijven dan gelijk, ongeacht de afrekensystematiek. Een overstap naar kilometers heeft op totaalniveau dus geen financieel effect, maar kan voor gemeenten behoorlijk uiteenlopende consequenties hebben. Deze aanpassing naar kilometer gebeurt dus puur intern ‘aan de achterkant’ in de afrekening met gemeenten, terwijl parallel de afrekening naar klanten en vervoerders onveranderd blijft (in zones). De reguliere afspraken, zoals de betaling van de voorschotten, veranderen in eerste instantie niet. Wij maken deze herrekening achteraf, maar zullen gemeenten tussentijds wel voorzien van stuurinformatie over de impact van de omzetting van zones naar kilometers per gemeente, bijvoorbeeld via een bestuursinformatiebrief.
Omnibuzz beschikt van alle ritten over de afstanden in zowel zones als kilometer. In de nieuwe systematiek zullen de vervoerskosten voor de vervoerders nog steeds opgebouwd zijn uit zones. Ook de klantbijdrage wordt nog berekend in zones. Na verrekening van vervoerskosten en klantbijdrage blijven de kosten over die de gemeenten voor het vervoer betalen. Voor elke rit wordt een opstapzone in rekening gebracht. Deze is bij de kilometer systematiek 1-op-1 gelijk aan huidige systematiek. Hiervoor hanteren we hetzelfde zonetarief. Voor de reiszones zal Omnibuzz de totale kosten naar de gemeente doorberekenen op basis van kilometers. Net als in de huidige afrekensystematiek gaan we hierbij uit van een gewogen gemiddelde tarief. De kosten voor een individuele gemeente worden dus bepaald door de afgelegde kilometers door
klanten
van
die
gemeenten
vermenigvuldigd
met
het
gewogen
gemiddelde
kilometertarief. Het gemiddelde kilometertarief wordt berekend door de kosten van alle reiszones (dus exclusief de opstapzone) te delen door de afgelegde kilometers.
6
Voorstel 2 - Nieuwe afrekensystematiek beheerskosten De huidige beheerskosten worden gevormd door Regie en Bedrijfsvoering, conform het bedrijfsplan. De huidige verdeling van de beheerskosten is als volgt: Huidige
Verdeelsleutel
Voorbeelden kosten
50% pashouders/50%
Loonkosten alle medewerkers
inwoners
ritreservering
50% pashouders/50%
Beheerkosten, loonkosten
inwoners
(alle medewerkers exclusief
verdeelsystematiek Regie Bedrijfsvoering
ritreservering), kapitaalkosten Binnen deze kosten vallen onder andere taken die voorheen (2006–2016) in de vervoerstarieven waren opgenomen, zoals ritreservering en klachtafhandeling. Deze taken zijn door Omnibuzz overgenomen en worden nu dus als beheerskosten beschouwd. Een groot deel
van
deze
beheerskosten,
zoals
de
werkzaamheden
van
ritreservering,
klantenadministratie en klachtenafhandeling, is echter direct te relateren aan het vervoer. Het voorstel is dan ook om deze kosten te verdelen op basis van gebruik van vervoer. Deze kosten noemen we in het voorstel ‘indirecte vervoerskosten’. Het aantal ritten is de meest bepalende factor in de kostenopbouw van deze componenten. Hiermee komen we het beste tegemoet aan de onderliggende wens. De resterende kosten, zoals loonkosten van directie, management en staf, automatiseringskosten en huur van het pand definiëren wij als ‘overhead’. Hiermee brengen wij de verdeelsleutel direct in lijn met de wijze waarop financiële informatie vanuit de wettelijke verplichting aangeleverd moet worden en de definitie van overhead in de Notitie Overhead Commissie BBV/IV3 systematiek. Dit biedt de meest zuivere presentatie van de verscheidene kostenposten en zorgt voor herkenbaarheid in de financiële documenten. Op basis van financiële draagkracht van gemeenten wordt een verdeling op basis van inwoners voor deze kosten nog steeds als passend gezien, dit aspect uit de huidige verdeelsleutel blijft dus gehandhaafd in dit voorstel. Dit leidt tot het volgend voorstel nieuwe afrekensystematiek beheerskosten: Voorstel
Verdeelsleutel
Voorbeelden kosten
Aantal ritten
Loonkosten ritreservering en
verdeelsystematiek Indirecte vervoerskosten Overhead
klantenservice Inwoners
Loonkosten directie, management en staf, automatisering, facilitaire kosten
7
•
Overhead: De totale overhead kosten, conform de definities van de Notitie Overhead Commissie BBV/IV3 systematiek, worden gedragen door de gemeenten naar rato van het aantal inwoners per gemeente op 1 januari van het jaar waarop die kosten betrekking hebben. Het aantal inwoners wordt bepaald op de cijfers van het CBS.
•
Indirecte vervoerskosten: alle kosten verband houdende met de uitvoering van het vervoer binnen de organisatie Omnibuzz op basis van deze regeling worden gedragen door de gemeenten op basis van het werkelijk aantal ritten dat gemaakt wordt door de inwoners van die gemeenten. Het aantal ritten wordt achteraf vastgesteld op basis van het gerealiseerd aantal ritten van klanten van die gemeenten van het jaar waarop de kosten betrekking hebben.
Dit voorstel doet zowel recht aan het principe van afrekening op daadwerkelijke gebruik (indirecte vervoerskosten) als het principe van solidariteit (overhead). Een positief neveneffect is dat het aantal pashouders geen invloed meer heeft op de verdeelsleutel. Deze factor leidde in het verleden regelmatig tot onwenselijke effecten, doordat gemeenten het aantal pashouders wilt terugbrengen.
Indicatie gevolgen gemeentelijke begrotingen De totale begroting van Omnibuzz wijzigt niet door de invoering van dit voorstel, maar beide componenten leiden tot een verschuiving van de kostenverdeling tussen de deelnemende gemeenten. Voor de berekening van de indicatieve gevolgen van beide componenten maken we gebruik van de gegevens die aan de basis liggen van laatst vastgestelde begrotingen; •
Indirecte vervoerskosten: het aantal ritten in de berekening komt uit de begroting 2022 + MJP 2023-2025. Het jaar 2023 uit deze begroting nemen we als basis, omdat dit het beoogde jaar van invoering is.
•
Voor het aantal inwoners wordt dezelfde begroting gebruikt.
•
Directe vervoerskosten: ook hiervoor zijn de gegevens (ritten, reiszones en kilometers) over kalenderjaar 2023 conform begroting 2022 + MJP 2023-2025 gebruikt.
Voor de begroting 2022 + MJP 2023-2025 zijn de cijfers van kalenderjaar 2019 de basis. Dit betreft het laatste volledige jaar voor COVID-19. Volledigheidshalve vermelden we dat we voor deze berekening alle kosten gebruiken met uitzondering van de meereizende OV’er (nagenoeg
kostenneutraal) en toeslagen (slechts
een paar procent van de
totale
vervoerskosten). Deze aspecten zouden de berekening en presentatie in dit stadium onnodig detaillistisch maken, terwijl het effect beperkt is tot maximaal 4% van de totale vervoerskosten. Bovendien hebben deze componenten weinig voorspellende waarde. In de daadwerkelijke afrekening achteraf worden alle details uiteraard wel meegenomen.
8
Doordat de nieuwe systematiek een sterkere relatie heeft met het daadwerkelijk verbruik op de
weg,
speelt
de
ontwikkeling
van
het
reisgedrag
een
nog
grotere
rol
in
de
kostenontwikkeling voor gemeenten. De grillige ontwikkeling van het vervoer in de actualiteit maakt de kostenontwikkeling minder goed voorspelbaar. Dit geldt als belangrijke kanttekening bij de berekeningen. Overigens is die garantie er ook niet als de afrekening op zones gehandhaafd blijft. De onzekerheid wordt niet veroorzaakt door de afrekensystematiek, maar door de onzekere ontwikkeling van het vervoer. De volgende berekening houdt geen rekening met deze onzekerheid, maar geeft puur de effecten van de omzetting van de afrekensystematiek weer. Dit leidt tot de meest zuivere basis voor besluitvorming.
Effecten aanpassing afrekening beheerskosten In tegenstelling tot de huidige systematiek, waarbij de verdeelsleutel op voorhand bekend is, kan dit bij de nieuwe systematiek pas achteraf worden vastgesteld, omdat de indirecte vervoerskosten worden verdeeld naar rato van het daadwerkelijk aantal uitgevoerde ritten. Op basis van historische gegevens tonen we aan wat de mogelijke effecten van deze aanpassing zijn voor de individuele gemeenten. Gemeenten met relatief veel ritten, vaak stedelijke/grote gemeenten, gaan op basis van het aantal ritten meestal een groter deel van de indirecte vervoerskosten dragen, andere gemeenten juist een kleiner aandeel. Voor het juiste perspectief, de totale kosten in de laatste regel maken ongeveer 23% uit van de totale begroting.
9
Een overzicht van het financiële effect per gemeente op basis van de cijfers voor 2023 uit de meest recente begroting 2022 + MJP 2023-2025:
Kosten Huidige Kosten nieuwe
Verschil
Verschil
systematiek
systematiek
absoluut
procentueel
Beek
€ 80.971
€ 71.906
€ -9.065
-11,2%
Beekdaelen
€ 177.283
€ 165.076
€ -12.207
-6,9%
Beesel
€ 64.570
€ 53.141
€ -11.429
-17,7%
Bergen
€ 56.523
€ 45.293
€ -11.230
-19,9%
Brunssum
€ 153.801
€ 170.738
€ 16.937
11,0%
Echt-Susteren
€ 160.274
€ 151.228
€ -9.046
-5,6%
Eijsden-Margraten
€ 135.422
€ 115.817
€ -19.605
-14,5%
Gennep
€ 93.404
€ 89.219
€ -4.185
-4,5%
Gulpen-Wittem
€ 81.391
€ 67.457
€ -13.933
-17,1%
Heerlen
€ 456.371
€ 545.275
€ 88.904
19,5%
Horst aan de Maas
€ 171.449
€ 158.483
€ -12.966
-7,6%
Kerkrade
€ 296.592
€ 331.182
€ 34.590
11,7%
Landgraaf
€ 237.735
€ 248.069
€ 10.335
4,3%
Leudal
€ 163.853
€ 141.475
€ -22.378
-13,7%
Maasgouw
€ 121.737
€ 113.446
€ -8.291
-6,8%
Maastricht
€ 726.569
€ 846.139
€ 119.570
16,5%
Meerssen
€ 116.614
€ 114.897
€ -1.717
-1,5%
Nederweert
€ 75.947
€ 65.054
€ -10.894
-14,3%
Peel en Maas
€ 173.645
€ 159.513
€ -14.132
-8,1%
Roerdalen
€ 84.529
€ 81.624
€ -2.905
-3,4%
Roermond
€ 299.877
€ 277.622
€ -22.254
-7,4%
Simpelveld
€ 52.653
€ 45.040
€ -7.612
-14,5%
Sittard-Geleen
€ 498.190
€ 527.341
€ 29.151
5,9%
Stein
€ 111.470
€ 99.931
€ -11.538
-10,4%
Vaals
€ 59.384
€ 49.039
€ -10.345
-17,4%
Valkenburg a/d Geul
€ 83.167
€ 91.047
€ 7.880
9,5%
Venlo
€ 543.022
€ 476.672
€ -66.350
-12,2%
Venray
€ 165.128
€ 172.408
€ 7.280
4,4%
Voerendaal
€ 57.633
€ 58.053
€ 420
0,7%
Weert
€ 229.483
€ 196.498
€ -32.984
-14,4%
Totaal
€ 5.728.685
€ 5.728.685
€0
Gemeente
10
Effecten aanpassing vervoerskosten De overige 77% van de begroting bestaat uit de vervoerskosten. De afrekening van vervoer in kilometer in plaats van zones cf. de eerder omschreven wijze levert op basis van de cijfers voor 2023 uit de meest recente begroting 2022 + MJP 2023-2025 de volgende effecten op (de klantbijdrage is buiten beschouwing gelaten, omdat deze geen invloed heeft op het verschil): Vervoerskosten gemeenten -2023 Beek
Vervoerskosten (zones) € 228.629
Vervoerskosten (km) € 233.705
Verschil absoluut € 5.076
Verschil procentueel 2,2%
Beekdaelen
€ 546.884
€ 555.402
€ 8.518
1,6%
Beesel
€ 150.975
€ 145.485
€ -5.490
-3,6%
Bergen
€ 119.865
€ 141.610
€ 21.744
18,1%
Brunssum
€ 647.703
€ 631.212
€ -16.490
-2,5%
Echt-Susteren
€ 539.781
€ 577.476
€ 37.695
7,0%
Eijsden-Margraten
€ 401.959
€ 409.595
€ 7.636
1,9%
Gennep
€ 299.875
€ 298.921
€ -954
-0,3%
Gulpen-Wittem
€ 261.432
€ 281.049
€ 19.617
7,5%
Heerlen
€ 2.007.752
€ 2.002.402
€ -5.350
-0,3%
Horst aan de Maas
€ 446.696
€ 465.967
€ 19.271
4,3%
Kerkrade
€ 1.347.443
€ 1.302.398
€ -45.046
-3,3%
Landgraaf
€ 988.942
€ 967.586
€ -21.356
-2,2%
Leudal
€ 420.352
€ 495.982
€ 75.629
18,0%
Maasgouw
€ 402.313
€ 445.143
€ 42.830
10,6%
Maastricht
€ 3.225.213
€ 2.982.043
€ -243.170
-7,5%
Meerssen
€ 481.352
€ 507.500
€ 26.147
5,4%
Nederweert
€ 170.919
€ 184.588
€ 13.669
8,0%
Peel en Maas
€ 439.675
€ 457.976
€ 18.301
4,2%
Roerdalen
€ 228.717
€ 243.442
€ 14.725
6,4%
Roermond
€ 745.347
€ 746.625
€ 1.278
0,2%
Simpelveld
€ 146.153
€ 149.728
€ 3.575
2,4%
Sittard-Geleen
€ 1.827.466
€ 1.897.518
€ 70.052
3,8%
Stein
€ 257.880
€ 287.314
€ 29.434
11,4%
Vaals
€ 172.534
€ 193.179
€ 20.645
12,0%
Valkenburg a/d Geul
€ 370.789
€ 391.447
€ 20.658
5,6%
Venlo
€ 1.344.223
€ 1.274.216
€ -70.007
-5,2%
Venray
€ 403.091
€ 392.673
€ -10.418
-2,6%
Voerendaal
€ 182.356
€ 178.717
€ -3.639
-2,0%
Weert
€ 431.408
€ 396.825
€ -34.583
-8,0%
TOTAAL
€ 19.237.723
€ 19.237.723
€0
11
Totale effecten nieuwe afrekensystematiek Beide voorgaande tabellen leiden samen tot het volgend totaal effect: Eindresultaat gemeenten Beek
Huidige Toekomstige verdeelsleutels verdeelsleutels € 309.600 € 305.611
Verschil absoluut € -3.990
Verschil procentueel -1,3%
Beekdaelen
€ 724.167
€ 720.478
€ -3.688
-0,5%
Beesel
€ 215.545
€ 198.626
€ -16.919
-7,8%
Bergen
€ 176.388
€ 186.903
€ 10.515
6,0%
Brunssum
€ 801.504
€ 801.950
€ 446
0,1%
Echt-Susteren
€ 700.055
€ 728.704
€ 28.650
4,1%
Eijsden-Margraten
€ 537.381
€ 525.412
€ -11.968
-2,2%
Gennep
€ 393.279
€ 388.140
€ -5.139
-1,3%
Gulpen-Wittem
€ 342.823
€ 348.507
€ 5.684
1,7%
Heerlen
€ 2.464.123
€ 2.547.677
€ 83.554
3,4%
Horst aan de Maas
€ 618.145
€ 624.450
€ 6.305
1,0%
Kerkrade
€ 1.644.035
€ 1.633.579
€ -10.456
-0,6%
Landgraaf
€ 1.226.677
€ 1.215.655
€ -11.022
-0,9%
Leudal
€ 584.205
€ 637.457
€ 53.252
9,1%
Maasgouw
€ 524.050
€ 558.589
€ 34.539
6,6%
Maastricht
€ 3.951.782
€ 3.828.183
€ -123.599
-3,1%
Meerssen
€ 597.966
€ 622.396
€ 24.430
4,1%
Nederweert
€ 246.866
€ 249.641