CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB.22.053 RUD Limburg-Noord

Gemeenteraad 6 september 2022, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven.13.650 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Stuknummer: 22.0004354

Raad 06-09-2022 RIB.22.053

raadsinformatiebrief van

: Burgemeester en wethouders

portefeuillehouder

: T. Kuipers

aan

: De leden van de gemeenteraad

datum

: 13/07/2022

status

:

openbaar

: Ja

Onderwerp Geen zienswijze ontwerpbegroting 2023 RUD Limburg noord inclusief meerjarenraming 2024-2026 RUD Limburg Noord. Aanleiding De begroting die nu voorligt is beleidsarm en heeft geen financiële consequenties. Er is in grote lijnen sprake van “going concern” zonder nieuw beleid. De kosten van de RUD LN zijn opgenomen in de gemeentelijke begroting. De RUD LN is een netwerk-organisatie. De kosten zoals opgenomen in de conceptbegroting betreffen vooral de kosten van het coördinatiecentrum. Op 7 juli 2022 heeft het Algemeen Bestuur het plan van aanpak ontwikkeling RUD LN vastgesteld met betrekking tot de doorontwikkeling van de RUDLN in relatie tot het rapport van de commissie VTH, ook wel de commissie Van Aartsen. De (financiële) uitvoeringsconsequenties van dit plan zijn nog niet bekend en derhalve nog niet verwerkt in de nu aangeboden begroting. Deze worden in de zomer uitgewerkt en verwekt in een aangepaste begroting. De gemeenten worden in gelegenheid gesteld om op die aangepaste begroting een zienswijze in te dienen. De definitieve begroting RUDLN 2023 wordt daarom pas in december 2022 vastgesteld, zie aanbiedingsbrief. Indien daar aanleiding toe is zal dan wel een zienswijze worden ingediend. Normaliter dient de begroting voor 1 augustus te zijn vastgesteld.

Vanwege personele omstandigheden binnen de RUD NL is dit niet gelukt de begroting tijdig aan de gemeenten aan te bieden voor zienswijzen zodat besluitvorming voor 1 augustus kan plaatsvinden. De RUD LN heeft hiervoor formeel uitstel aangevraagd bij het ministerie van binnenlandse zaken. De nu voorliggende begroting wordt vastgesteld in het algemeen bestuur van 13 oktober 2022. Op grond van artikel 58 van de Wet gemeenschappelijke regelingen dient het algemeen bestuur van de RUD LN de begroting 2023 vast te stellen en voor 1 augustus 2022 te zenden aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties. Vanwege personele omstandigheden binnen de RUD NL is het niet gelukt de begroting tijdig aan de gemeenten aan te bieden voor zienswijzen zodat besluitvorming voor 1 augustus kan plaatsvinden. De RUD LN heeft hiervoor formeel uitstel aangevraagd bij het ministerie van binnenlandse zaken.

Het tijdspad is:

Bezoekadres: BezoekAdres, PlaatsBA

Postadres / PostCodePA PlaatsPA

T TelefoonNummer

F FaxNummer

Pag. 2 van 2

-

uiterlijk 22 september 2022 dienen zienswijzen van de gemeenten en de provincie kenbaar gemaakt te zijn bij de RUD LN; vergadering 29 september 2022, het Dagelijks Bestuur RUD LN beoordeelt eventuele zienswijzen en stelt definitieve begroting op; vergadering 13 oktober 2022, het Algemeen Bestuur RUD LN stelt de begroting vast, voor 1 november 2022, het Dagelijks bestuur RUD LN zorgt voor verzending aan de minister.

Juridische aspecten Op grond van artikel 58 van de Wet gemeenschappelijke regelingen dient het algemeen bestuur van de RUD LN de begroting 2023 vast te stellen en voor 1 augustus 2022 te zenden aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties. Het tijdspad is: - uiterlijk 22 september 2022 dienen zienswijzen van de gemeenten en de provincie kenbaar gemaakt te zijn bij de RUD LN; - vergadering 29 september 2022, het Dagelijks Bestuur RUD LN beoordeelt eventuele zienswijzen en stelt definitieve begroting op; - vergadering 13 oktober 2022, het Algemeen Bestuur RUD LN stelt de begroting vast, - voor 1 november 2022, het Dagelijks bestuur RUD LN zorgt voor verzending aan de minister. Financiën Uitvoering van de aangeboden ontwerpbegroting 2023 en het meerjarenperspectief 2024-2026 geschiedt binnen de bestaande financiële kaders van de gemeentelijke begroting. Er is nu geen aanvullend budget noodzakelijk. Op basis van het besluit van het Algemeen bestuur in december 2022 en daaraan eventuele financiële consequenties voor de gemeente mee te nemen in de 1e bijstelling 2023.

Bijlagen 1. Aanbiedingsbrief ontwerpbegroting 2023 GR RUD LN Ontwerpbegroting 2023 inclusief meerjarenperspectief 2024-2026

2

Begroting 2023 Inclusief meerjarenraming 2024-2026 GR RUD Limburg Noord

Datum: 14 juni 2022 Versie: 1.0

Inhoudsopgave Inhoudsopgave

1

Voorwoord

2

1 Inleiding 1.1 Algemeen 1.2 Bestuurlijke organisatie 1.3 Leeswijzer

4 4 4 4

2 Programmabegroting 2.1 Programmabegroting 2.2 Wat willen we bereiken? 2.3 Wat gaan we doen?

6 6 6 7

2.3.1 Prestatie-indicatoren 2.3.2 Organisatie-brede opgaven 2.3.3 Vakinhoudelijke opgaven

2.4 Wat mag het kosten?

7 7 12

18

3 Paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3.2 Financiering 3.3 Onderhoud kapitaalgoederen 3.4 Bedrijfsvoering

19 19 21 23 23

4 Financiële begroting 2023 4.1 Geprognosticeerde balans 4.2 Overzicht van baten en lasten 4.3 Overzicht van incidentele baten en lasten 4.4 Overzicht van reserves en voorzieningen

26 26 28 31 32

Bijlage 1 Bijdrage per deelnemer

33

Bijlage 2 geactualiseerde risico-inventarisatie

36

Bijlage 3 Berekening kengetallen

38

1

Voorwoord Voor u ligt de begroting voor 2023 van de Gemeenschappelijke Regeling Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord (GR RUD LN), één van de 29 omgevingsdiensten die Nederland kent. Namens de deelnemers in de GR zijn we belast met de uitvoering van taken gericht op een schone, veilige en gezonde leefomgeving. Nu Europa de effecten voelt van een ernstig conflict in Oost-Europa, kan dit belang misschien in de schaduw daarvan komen te staan. Toch blijft het werken aan de leefomgeving voor al onze inwoners van groot en voortdurend belang. De milieuproblematiek van geluid, lucht, water en bodem heeft voortdurende effect op onze gezondheid. Verder heeft het belang van omvorming van ons energieverbruik vanwege de klimaatverandering zelfs aan belang gewonnen door het conflict in Oekraïne. In de begroting 2023 bestaan de wijzigingen ten opzichte van vorige jaren met name uit: 1. Indexering van lonen en prijzen. Hierbij is uitgegaan van de meest actuele raming van het CPB (MEV 2022). Hiermee is er in feite spraken van een “beleidsarme” begroting. Bij de presentatie van de kadernota 2023 is aangegeven dat er ontwikkelingen zijn, die nog een significante impact kunnen hebben op de begroting 2023 en verder. Die ontwikkelingen komen met name voort uit maatregelen gebaseerd op het rapport van de commissie VTH, ook wel de commissie Van Aartsen.

Gebleken is dat wij met eerder ingezette maatregelen vanuit onze zelfevaluatie in 2020 al goede stappen hebben gezet, maar dat dit nog onvoldoende is. Het Rijk is, samen met VNG, IPO en ODNL, met een bestuurlijk programma bezig voor verbeteringen in het stelsel van de Omgevingsdiensten. Wij willen dit niet afwachten, maar zijn zelf aan de slag gegaan. Dit moet ertoe leiden dat er in de zomer 2022 een pakket ter besluitvorming voorligt in het AB waarmee de RUD LN als robuuste en effectieve netwerkorganisatie de toekomst in kan gaan. De gemeenteraden ontvingen hierover in februari een raadsinformatiebrief. Het pakket zal naar verwachting financiële consequenties hebben voor de begroting van de GR. Dit zijn niet automatisch kostenverhogingen, omdat er ook sprake kan zijn van het budgettair neutraal verschuiven van kosten vanuit de gemeentelijke begrotingen. Toch is de kans groot dat er meerkosten zijn, bijvoorbeeld omdat er een hogere inzet nodig is op onderdelen of omdat er nieuwe activiteiten nodig zijn. Omdat de afwegingen die aan het genoemde pakket ten grondslag liggen nog gemaakt moeten worden, is er nu nog geen financieel plaatje hiervan. In het AB is in december 2021 afgesproken dat er in de zomer 2022, na de presentatie van het pakket, een brief naar alle partners zal gaan waarin de consequenties in beeld zijn gebracht.

Zo kan iedereen hier nog rekening mee houden in de gemeentelijke begrotingen voor 2023.

2

Het voortdurende uitstel van invoering van de Omgevingswet (nu voorzien 1-1-2023) heeft tot een welhaast periodieke beweging geleid waarin eerst sprake is van tijdsdruk en daarna weer van ruimte in de werkplanningen, gevolgd door opnieuw een eindsprint naar de nieuwe deadline. Feit is dat er nog steeds veel werk te doen is om aan alle randvoorwaarden te voldoen voor invoering van de Omgevingswet. Anderzijds is er ook al veel gedaan aan voorbereiding en opleiding. Met name de digitale problemen die aan de Omgevingswet zijn verbonden, lijken nog steeds niet helemaal opgelost. Wat 1 januari 2023 zal brengen is dan ook onzeker, ondanks de aangegeven deadline. Met vriendelijke groet, Namens het Dagelijks Bestuur,

Karel Joosten Directeur RUD Limburg Noord

3

1 Inleiding 1.1 Algemeen De 15 gemeenten in Limburg Noord en de provincie Limburg zijn deelnemers van de GR RUD LN. De circa 140 medewerkers die taken verrichten onder de koepel van deze samenwerking hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om (1) de kwaliteit van dienstverlening aan burgers, bedrijven en belanghebbenden te verbeteren bij de uitvoering van VTH-taken en (2) de kwaliteit, veiligheid en gezondheid van de leefomgeving te verbeteren.

1.2 Bestuurlijke organisatie Het bestuur van de RUD Limburg Noord bestaat uit een Algemeen en een Dagelijks Bestuur. Algemeen Bestuur Het Algemeen Bestuur bestaat uit 16 leden, waaronder de voorzitter. De colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten en Gedeputeerde Staten van de provincie hebben uit hun midden elk één lid en één plaatsvervangend lid aangewezen. Dagelijks Bestuur Het Dagelijks Bestuur is door en uit het Algemeen Bestuur gekozen. Het Dagelijks Bestuur bestaat uit drie leden en één plaatsvervangend lid. De voorzitter De voorzitter van de RUD Limburg Noord is de heer Tim Snijckers, wethouder van de gemeente Maasgouw. Gemeenteraadsverkiezingen maart 2022 Na de installatie van de nieuwe colleges wordt de portefeuilleverdeling bekend en daarmee de nieuwe leden van het Algemeen bestuur van de RUD Limburg Noord. Uit hun midden zullen zij een Dagelijks bestuur kiezen. Ten tijde van de productie van de conceptbegroting is dus nog niet bekend of dit tot mutaties in het AB c.q. het DB zal leiden.

1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de programmabegroting opgenomen. Hierin staat op hoofdlijnen wat de RUD Limburg Noord wil bereiken, wat ze daarvoor gaat doen en wat dat mag kosten. In hoofdstuk 3 wordt inzicht gegeven in de verplichte paragrafen: weerstandsvermogen en risicobeheersing, financiering, onderhoud kapitaalgoederen en bedrijfsvoering. In hoofdstuk 4 is de financiële begroting uiteengezet.

4

In de bijlagen vindt u: 1. de bijdrage per deelnemer; 2. de risico-inventarisatie; 3. de berekening kengetallen.

5

2 Programmabegroting 2.1 Programmabegroting De begroting 2023 van de RUD Limburg Noord is opgezet conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). In het BBV is geregeld hoe decentrale overheden hun financiële administratie inrichten en verantwoorden. Hierna wordt via de programmabegroting en de paragrafen de voorgenomen uitvoering in het jaar 2023 toegelicht.

2.2 Wat willen we bereiken? De doelstelling van het programma is om in een gezamenlijke verantwoordelijkheid met de deelnemers de kwaliteit van dienstverlening aan burgers, bedrijven en belanghebbenden te verbeteren bij de uitvoering van VTHtaken en de kwaliteit, veiligheid en gezondheid van de leefomgeving te verbeteren. De GR RUD LN wil daarbij een innovatieve, slagvaardige en efficiënte organisatie zijn, die bijdraagt aan de verbetering van de kwaliteit, gezondheid en veiligheid van de leefomgeving en aan de verbetering van de dienstverlening aan burgers en bedrijven. De RUD wil een vanzelfsprekende deskundige partner in de regio zijn voor het bereiken van de (kern)doelen van de Omgevingswet; zit bij de partners aan tafel en werkzaamheden worden in gezamenlijkheid uitgevoerd. De RUD kan daarbij flexibel inspringen op veranderende behoeften vanuit haar deelnemers; groeit van de uitvoeringsdienst zoals we nu zijn naar dé omgevingsadviseur in brede zin binnen onze leefomgeving, die input levert aan beleid, vergunningverlening, toezicht en handhaving en tot slot procesoptimalisatie. Dit met een organisatievorm die passend is bij de beschreven rol. De inhoud van het werk en te leveren kwaliteit is daarbij altijd leidend; voert uit op een ondernemende, innovatieve, betrouwbare én uitdagende manier.

6

2.3 Wat gaan we doen? 2.3.1 Prestatie-indicatoren De RUD monitort de prestaties van de uitvoering. In het bijzonder gebeurt dit op basis van de prestatie-indicatoren en hun normstelling in tabel 1. Tabel 1

Prestatie-indicator % uitgevoerde milieucontroles (excl. hercontroles) % volledige controles % deelcontroles

Norm 90% 90% 90%

% uren vanuit het RUP gerealiseerd

95%

% adviezen binnen de termijn opgeleverd % adviezen overgenomen door de colleges

90% 100%

2.3.2 Organisatie-brede opgaven Takenpakket De GR RUD LN draagt zorg voor de uitvoering van tenminste de taken zoals opgenomen in het wettelijk basistakenpakket als bedoeld in artikel 7.1 lid 1 van het Besluit Omgevingsrecht. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wijzigt de beoordelingssystematiek en zal aan de hand van de milieubelastende activiteiten (verder MBA’s) bepaald worden of de werkzaamheden onder het basistakenpakket vallen. Met deze nieuwe beoordelingssystematiek zal er een lichte verschuiving van het bassistakenpakket plaatsvinden. Huidige systematiek, waarbij het basistakenpakket middels “activiteiten binnen de branche” bepaalt of het onder het bassistakenpakket valt, sluit deels aan op het werken met MBA’s. De kernactiviteit volgens MBA komt veelal overeen met huidige branche omschrijving. Zodra bij iedere partner de registratie op MBA-niveau gereed is kan de exacte omvang basistakkenpakket in beeld worden gebracht. In aanvulling op de basistaken zorgt de RUD Limburg Noord op verzoek van deelnemers voor de uitvoering van het brede milieutakenpakket, het Wabo-takenpakket inclusief de uitwisseling van specialisten en desgewenst APV en bijzondere wetten. Als netwerkorganisatie kan de RUD flexibel met wijzigingen omgaan gericht op de Omgevingswet. Het Algemeen Bestuur ziet de uitvoering van het Uitvoeringsprogramma als een nietvrijblijvende opgave.

Tijdens de conferentie van 13 februari 2020 heeft het Algemeen

7

Bestuur het Dagelijks Bestuur opdracht gegeven toe te zien op de realisatie van de in het Uitvoeringsprogramma aangegeven doelen en indien nodig bij te sturen c.q. in te grijpen. Indien dit het geval is wordt uiteraard vooraf contact met het betreffende bevoegd gezag opgenomen en overleg gevoerd over de te nemen maatregelen. In de praktijk is inmiddels gebleken dat het bedoelde ingrijpen niet uitvoerbaar is zonder aanpassingen in de wijze van signaleren van achterstanden en het beschikbaar hebben van extra capaciteit om dan de “achterstanden” in te halen. Dit geldt met name voor toezicht omdat vergunningen (m.u.v. revisievergunningen) niet te sturen zijn. Werkwijze Uitvoering vindt plaats in samenwerking tussen de deelnemers door uitwisseling van specialistische kennis en capaciteit. Naast de taken op het gebied van vergunningverlening, handhaving en toezicht behoren tot het takenpakket van de RUD Limburg Noord ook coördinerende, afstemmende en adviserende taken die voor de deelnemers tezamen worden verricht. Gemeenten zijn en blijven het loket voor de vergunningaanvragen waar gemeenten bevoegd gezag voor zijn. Zij verzorgen ook zelf de uitvoering. Coördinatie gebeurt centraal en de werkverdeling en aansturing wordt gezamenlijk gedaan. Borging kwaliteit Voor het takenpakket GR RUD Limburg Noord heeft het Algemeen Bestuur kwaliteitseisen vastgesteld.

Hierin zijn de geldende kwaliteitscriteria, de handhavingsarrangementen met het OM en de politie, de opdrachten van het Algemeen Bestuur en de vastgestelde landelijke prioriteiten verwerkt, en daarmee de uitvoering vastgelegd. Gemeentelijke deelnemers hanteren een gezamenlijk, binnen de RUD Limburg Noord overeengekomen, uniforme methode voor probleemanalyse, risicoanalyse, prioriteitstelling en programmering van het basistakenpakket. In de basis is daarmee het uitvoeringsniveau gelijk (level playing field). Ten aanzien van deskundigheid en continuïteit houden de medewerkers die uitvoering geven aan het RUP, in 2022 hun EVP (Ervaringsprofiel) op basis van de landelijke kwaliteitscriteria actueel. Deze criteria worden geregeld aangepast. Inmiddels spreken we versie 2.2. Ook de nieuwe omgevingswet zal nog tot aanpassingen leiden. Gemeenteraden en provinciale staten verbinden zich aan de kwaliteitscriteria door het vaststellen ervan in een verordening.

8

Samenspel op basis van de PDCA cyclus Het samenspel binnen de gemeenschappelijke regeling tussen het RUD-bestuur, het coördinatiecentrum en de deelnemers is ingericht op basis van de PDCA-cyclus. Deze is in het onderstaande figuur weergegeven:

Gezamenlijk VTH-systeem De RUD en haar deelnemers hebben samen een nieuw VTH systeem ingekocht dat werken onder de nieuwe omgevingswet mogelijk maakt. Het implementeren van dit VTH-systeem, Squit 20/20, heeft nog niet bij alle partners plaatsgevonden. Inmiddels is er al sprake van een update (RX-Mission geheten) die voor een aantal gesignaleerde knelpunten oplossingen biedt. In de loop van 2023 zullen alle partners hiernaar zijn overgegaan. In deze omgeving borgen we het gebruik van gestandaardiseerde en geüniformeerde processen en documenten. Bij uitwisseling van werkzaamheden hoeven dossiers niet meer opgehaald te worden en worden gegevens vanuit de eigen locatie bijgewerkt. Met deze centrale voorziening nemen ook de mogelijkheden voor voortgangsbewaking (dashboards), monitoring en kwaliteitsborging toe. Door de problemen die tijdens de implementatie zijn ervaren kunnen nog niet alle mogelijkheden voor centrale voortgangsbewaking, monitoring en kwaliteitsborging van RUD-taken volledig benut worden. In 2023 zal tevens het beheer voor de applicatie worden ingericht. De partners die deelnemen in SGIV zullen dit wederom samen oppakken.

9

Met de applicatie zorgen we tevens voor de verplichte aanlevering van toezichtresultaten aan het landelijke Inspectieview. Dit bevordert de uitwisseling en daarmee kwaliteit van controles. ODNL is in gesprek met het Rijk over de effectiviteit van Inspectieview, de vrijblijvendheid van aansluiting en de financiering. Naast de implementatie van ons VTH-systeem wordt de aankomende tijd ook meer naar innovatieve manieren van toezicht gekeken. Denk bijvoorbeeld aan het uitbreiden van de checklists voor het uitvoeren van controles én het kunnen inlezen van logsystemen van installaties, waardoor minder fysieke controles uitgevoerd hoeven te worden. Omgevingsdiensten en het VTH-stelsel Momenteel werkt het Rijk samen met de VNG, de IPO en ODNL aan een interbestuurlijk programma (IBP) waarin de 10 door de commissie Van Aartsen voorgestelde maatregelen worden omgezet in actie binnen 6 pijlers (in feite een herschikking van de 10 aanbevelingen). 1. Robuuste omgevingsdiensten en financiering 2. Bestuursrechtelijk en strafrechtelijk handhaving en vervolging 3. Informatie-uitwisseling en datakwaliteit 4. Kennisinfrastructuur 5. Onafhankelijke uitvoering toezicht en handhaving 6. Monitoring kwaliteit milieutoezicht Het IBP zal meerjarig zijn. Het kabinet stelt in haar regeringsprogramma extra middelen (18 mi structureel) beschikbaar voor de versterking van het VTH-stelsel.

Het is echter niet zo dat deze middelen vrij inzetbaar zijn. Hierover is nog weinig bekend. De inspanningen die nodig zijn om het stelsel van omgevingsdiensten te versterken zal dus waarschijnlijk ook een impact hebben op de lokale begrotingen. De door Van Aartsen gesignaleerd noodzakelijke verbeteringen zijn voor onze dienst aanleiding geweest om zelf voorstellen te ontwikkelen, waarmee hierop al kan worden ingespeeld. In de zomer 2022 wordt in ons AB een besluit genomen over dit pakket van maatregelen. De gemeenten kunnen dit dan in hun begroting 2023 verwerken. Dit betekent wel dat de voorliggende beleid neutrale begroting 2023 van de RUD Limburg Noord dan nog moet worden aangepast. Hiervoor zal zo spoedig mogelijk een begrotingswijziging worden opgemaakt en deze zal in het najaar 2022 de zienswijzeprocedure doorlopen bij de raden/staten. In de planning is voorzien, dat deze begrotingswijziging in het AB van december 2022 kan worden vastgesteld, zodat de RUDbegroting 2023 tijdig kan worden aangepast. Omgevingsdiensten Nederland De RUD Limburg Noord is lid van ODNL. Deze vereniging heeft zich in de afgelopen jaren ontwikkeld tot een platform dat ondersteuning biedt aan de diensten, landelijke projecten coördineert, subsidie voor bepaalde projecten verdeeld, kennis ontwikkelt (kennisnet) en gesprekspartner voor Ministerie (I&W) en VNG is. ODNL is een transitieproces gestart.

In 2021 is een centraal programmabureau opgezet om de werkzaamheden effectiever te kunnen uitvoeren en beter antwoord te kunnen geven op vraagstukken die landelijk spelen. De RUD Limburg Noord participeert niet alleen op directieniveau, maar ook op

10

medewerkersniveau. Om actief invloed uit te oefenen, kennis te verdiepen en middelen te ontsluiten zal er ingezet worden op meer deelname van medewerkers en managers vanuit ons netwerk. Ketensamenwerking Het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht (BPO) in Limburg voert bestuurlijke regie uit op onder meer de samenwerking tussen overheden: ketensamenwerking. De RUD Limburg Noord is hierin vertegenwoordigd door de voorzitter van het DB/AB. De ondersteuning vindt plaat door het Ambtelijk Platform Omgevingsrecht (APO) waarin de RUD Limburg Noord ook vertegenwoordigd is. In 2022 wordt het platform verder geprofessionaliseerd middels het continueren en structureren van casus overleggen en het periodiek gegevens overleggen (POG) tussen ketenpartners. Met behulp van risicogerichte aanpak kunnen gezamenlijk met de ketenpartners prioriteiten en risico’s worden aangepakt. Met het project Gebiedsgericht handhaven (GGH) wordt binnen de mestketen intensief samengewerkt met de betrokken overheden, met het doel de kwaliteit van het oppervlaktewater te verbeteren door onder meer data gestuurd toezicht houden. Uitdagingen die daarnaast gezamenlijk worden opgepakt zijn de aanpak van drugsdumpingen, asbest, externe veiligheid, afval en samenwerking strafrecht-bestuursrecht en het volgen van de landelijke handhavingsstrategie.

Arbeidsmarkt De krapte op de arbeidsmarkt leidt ertoe dat vacatures bij de gemeenten en provincie niet altijd ingevuld kunnen worden en werkzaamheden door (duurdere) inhuur moeten plaatsvinden. Deze krapte geldt niet alleen in onze regio, maar landelijk binnen het gehele VTH-domein en daarbuiten. Als partners binnen de RUD Limburg Noord slaan we de handen ineen om voldoende aantrekkelijke werkgevers te blijven en gezamenlijk de capaciteitsproblematiek op te pakken. Momenteel wordt per partner ingehuurd wanneer de eigen capaciteit niet voldoende is én er in het netwerk nergens anders capaciteit voorhanden is. Zo bouwt iedere organisatie apart zijn eigen flexibele schil op. Soms blijkt al te worden ingehuurd, terwijl toch elders capaciteit vrij is. Momenteel wordt gekeken of dit niet beter collectief kan worden aangepakt. Dit vraagt wel dat we op collectief niveau inzicht hebben in de inzet van medewerkers en dat partners bereidt zijn hun planningen aan te passen. Er kan dan beter worden ingespeeld op uitwisseling van capaciteit en er kunnen dan waarschijnlijk betere voorwaarden worden bedongen wanneer toch inhuur nodig is.

11

We hebben aandacht voor de aanwezige kwaliteit en kennis bij de medewerkers. De RUD Limburg Noord investeert permanent in kennis, kunde en competenties van de medewerkers werkzaam binnen de RUD Limburg Noord. De RUD-academie verzorgt cursussen en trainingen gericht op de praktijk. Zo willen we de medewerkers blijven boeien en binden aan onze organisaties.

2.3.3 Vakinhoudelijke opgaven Net als voorgaande jaren leveren wij de producten zoals deze worden opgenomen in een Regionaal Uitvoeringsprogramma (RUP). Bij onderstaande thema’s zijn in 2023 grote veranderingen. Omgevingswet De Omgevingswet is wéér uitgesteld. Volgens de nieuwe Minister (De Jonge) is de datum van 1 januari 2023 haalbaar. De Eerste Kamer moet hierover echter nog een finaal besluit nemen. Vooral bij de landelijke ICT voorzieningen (Digitale Stelsel Omgevingswet) is nog veel werk aan de winkel. Het uitstel maakt dat we wéér langer in de transitie naar de nieuwe wetgeving zitten met alle daaraan gekoppelde onzekerheden. Anderzijds biedt het uitstel ons ook weer ruimte om ons verder en beter voor te bereiden. Ondanks dat de rijksoverheid beleidsneutraal de transitie naar de Omgevingswet wenst in te zetten, zijn wijzigingen in de samenstelling van het basistakenpakket niet te vermijden. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden daardoor onder meer provinciale bodemtaken overgebracht naar de gemeenten. Omdat het hierbij om basistaken gaat komen deze taken (behoudens de beleidsvorming) in het takenpakket van de RUD. Daarnaast wordt het begrip 'inrichting' uit de Wet milieubeheer losgelaten onder de Omgevingswet en vervangen door een regulering per (milieubelastende) activiteit.

Verder komen enkele nieuwe milieubelastende activiteiten onder het basistakenpakket. Deze wijzigingen moeten we vertalen in de bedrijfsvoering van de RUD LN (risicoanalyse, PDC, uitvoeringsprogramma etc.). Dit is een omvangrijke operatie die niet in 1 jaar gerealiseerd zal zijn. Bouwen onder private kwaliteitsborging Door de toenemende complexiteit in de bouw vindt men dat een herziening van het huidig stelsel van kwaliteitsborging noodzakelijk is. De Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen gaat gelijk met de nieuwe Omgevingswet in. De wet moet enerzijds de bouwkwaliteit een impuls geven, maar anderzijds geen verdere juridisering of kostenverhoging in de hand werken. Met de wet wordt de positie van de particuliere en zakelijke bouwconsument versterkt. De invoering van deze wet betekent dat de technisch-inhoudelijke toetsing aan en toezicht op het Bouwbesluit 2012 voor de gemeenten grotendeels vervalt en er een aantal voornamelijk administratieve taken bijkomen. De bevoegde gezagen zijn verantwoordelijk voor deze taken. Enkele partners hebben deze taken ingebracht in de RUD Limburg Noord. Uitgaande van inwerkingtreding van de wet in 2023 is er dan sprake van een afname en transformatie van de formatie voor bouwtaken (vergunningverlening en toezicht) bij de

12

gemeenten en provincie. Doordat de bouwtechnische toetsing bij de complexere bouwwerken (waaronder monumenten) blijft bestaan én meer marktwerking aan de voorkant waarschijnlijk gaat leiden tot een intensievere handhaving, blijft capaciteit op bouwtechnisch gebied noodzakelijk. De impact op de begroting van de RUD Limburg Noord is beperkt, behalve in de ondersteunende, faciliterende en organiserende rol bij de bevoegde gezagen. De gevolgen voor leges zullen de partners vanaf 2023 ervaren en zichtbaar moeten maken in hun begrotingen. Toezicht op energiebesparing Intensivering van energiebesparing (beperking van CO2 emissie) en het vergroten van het aandeel duurzaam opgewekte energie zijn belangrijke speerpunten van het Klimaatakkoord en vanuit de Regionale Energie Strategie. Het Klimaatakkoord verlangt dat de inspanningen van bedrijven op het gebied van energiebesparing en het toezicht geïntensiveerd wordt. Energie en duurzaamheid zijn beleidsmatig met elkaar verbonden. In de uitvoeringspraktijk ligt de focus tot op heden bij het aspect energie. In de omgevingswet zal naast energiebesparing, ook duurzaam (ver)bouwen, duurzame opwekking en beperking van

emissie van vervoer een taak worden. De toename van regelgeving op klimaataspecten leidt tot meer werk op het gebied van energietoezicht. Vanuit het rijk zijn voor het toezicht in 2022 en 2023 extra middelen (VUE-regeling ) ter beschikking gesteld. Voor 2023 zal de uitvoering op energietaken binnen de RUD Limburg Noord beter geborgd dienen te zijn. Daarnaast is er landelijk € 56 miljoen (voor de komende 5 jaar vrijgemaakt om energietoezicht beter te borgen bij de omgevingsdiensten/gemeenten. Nog niet duidelijk is wat dit precies voor ons betekent. Een indicatie is dat ± € 2,3 milj. voor de RUDLN kan zijn verspreidt over 5 jaar dus. Om een beroep op de middelen te kunnen doen zal wel een aanvraag moeten worden gedaan en capaciteit beschikbaar moeten komen om het werk uit te voeren. Op 1 juli 2021 is RES NML 1.0 bij het rijk ingediend, hierin is opgenomen dat energiebesparing en kleinschalige opwek 25% van de opgave invult. Voor een deel van deze opgave staat het bedrijfsleven aan de lat. De uitdaging is de wensen vanuit de RES af te stemmen met de uitvoering in de RUDLN.

13

Voor een gezamenlijke aanpak van het energietoezicht in de RUD Limburg Noord is een deskundigengroep energie gevormd waarin de energiespecialisten van de diverse partners zitting hebben. Tot nu toe is de insteek van het energietoezicht voornamelijk adviserend en ondersteunend geweest. Om de klimaatdoelstellingen te halen, zal het echter op enig moment noodzakelijk zijn om handhavend te gaan optreden naar bedrijven die niet voldoen aan de gestelde energiebesparingseisen. In de uitvoeringsprogramma’s geven de gemeenten aan waar specifieke energiecontroles plaatsvinden. De RUD Limburg Noord coördineert de opleidingsbehoefte, bewaakt kwaliteit en ondersteunt de uitvoering. De beschikbare capaciteit en het aantal controles hangt echter af van de inbreng van de partners zelf in het uitvoeringsprogramma. Omgevingsveiligheid Omgevingsveiligheid gaat over de risico’s van het gebruik en transport van gevaarlijke stoffen, de veiligheid van inrichtingen en de veiligheid van nieuwe, zich snel ontwikkelende technologieën. Provincie en gemeenten zijn bevoegd gezag voor omgevingsbesluiten, waarin de veiligheidsrisico's voor de burgers meegewogen worden in de besluitvorming. In de besluitvorming wordt gebruik gemaakt van de expertise van de RUD Limburg Noord en de Veiligheidsregio Limburg-Noord.

De expertise omgevingsveiligheid binnen de regiogemeenten en de RUD in het bijzonder, is opgebouwd met behulp van Rijksmiddelen. Sinds 2021 ontvangen de gemeenten deze financiering via een decentralisatie-uitkering in het gemeentefonds. De regionale behoefte aan beschikbare expertise en aan gezamenlijke uitvoering van taken is in het meerjarig regionaal uitvoeringsprogramma Omgevingsveiligheid vastgelegd. Zodoende kan de capaciteit en kwaliteit die binnen de RUD Limburg Noord op het gebied van omgevingsveiligheid aanwezig is, doelmatig worden ingezet. Hierdoor wordt ook bereikt, dat de partners kunnen voldoen aan de landelijk geformuleerde kwaliteitscriteria 2.2. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet: • Wordt er gewerkt met aandachtsgebieden voor brand, explosie en gifwolk. Het werken met aandachtsgebieden is een andere manier van omgaan met het groepsrisico. Deze verandering leidt tot andere werkmethoden en -processen. Omgevingsveiligheid krijgt een belangrijke plaats in de omgevingsvisie en in het omgevingsplan. • Leveren gemeenten als bronhouders gegevens met betrekking tot externe veiligheidsrisico’s aan het Register Externe Veiligheidsrisico’s (REV). De gemeenten leveren ook gegevens aan het REV over de ligging van beperkt kwetsbare gebouwen, kwetsbare gebouwen, zeer kwetsbare gebouwen, beperkt kwetsbare locaties en kwetsbare locaties.

Het REV komt in de plaats van het Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen (RRGS).

14

•

Wordt er extra tijd besteed aan het aanpassen van de werkmethoden en processen als gevolg van de implementatie van deze wet en het Register Externe Veiligheidsrisico’s.

Voor de RUD Limburg Noord betekent dit dat zij ondersteunt in de vraag en aanbod van de werkzaamheden, het aantrekken en opleiden van personeel en het ondersteunen van de deskundigenpool. De deskundigenpool stelt samen met de gemeente Venlo en de Veiligheidsregio LimburgNoord een Plan van Aanpak op om te komen tot een blauwdruk voor de verankering van aandachtsgebieden in een omgevingsplan. Bodem, overdracht bodemtaken van provincie naar gemeenten Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zullen taken en bevoegdheden vanuit de huidige Wet bodembescherming van provincies naar gemeenten verschuiven. De gemeenten worden daarmee verantwoordelijk voor de bodemkwaliteit en de sanering van bodemverontreiniging. De (nieuwe) bodemtaken zullen overwegend tot de basistaken behoren. Om efficiency en kwaliteit te borgen is samen met het Rijk en de provincie een rapport opgesteld om zorg te dragen dat er een “warme overdracht” zal plaatsvinden. Voor deze “warme overdracht” binnen de RUD LN zal incidenteel (voor 2 jaar) 2 fte nodig zijn. Structureel verwacht men een inzet van 4 á 4,5 fte binnen de regio. In 2023 zal op voorgenoemd rapport (met resultaat) een koersbepaling worden uitgewerkt. Hierbij zal een goed beeld voor de consequenties voor de individuele gemeenten en de RUD Limburg Noord in kaart worden gebracht.

Het is op dit moment nog onvoldoende duidelijk of en hoeveel budget er voor de overdracht van bodemtaken landelijk komt en welke werkzaamheden door herschikking met bestaande formatie kunnen worden uitgevoerd. Zeer zorgwekkende stoffen Er ontstaat steeds meer zicht op de impact van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS), waaronder PFAS, voor mens en natuur. Om aantasting van gezondheid en omgeving te voorkomen, wordt bij vergunningverlening en toezicht hieraan steeds meer aandacht gegeven. ZZS herkennen en beoordeling ervan, maken deel uit van de reguliere VTHwerkprocessen. Vanwege het grote aantal stoffen en de complexiteit van het beoordelen in de bedrijfsprocessen, wordt hier extra aandacht aan gegeven. Het is geen regionaal, maar een landelijk en zelfs internationaal vraagstuk. De RUD Limburg Noord faciliteert het maken van samenwerkingsafspraken met partners, inbedding in werkprocessen en checklists, rapportages en monitoring en organiseert opleidingen. Luchtkwaliteit rond veehouderijen Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) stopt bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Ook de aanpak van de zogenaamde knelpuntbedrijven zal hiermee

15

wijzigen. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet veranderen verder een aantal regels voor veehouderijen voor luchtkwaliteit. Dit zal gevolgen hebben voor de luchtkwaliteitsbeoordelingen bij de vergunningverlening voor veehouderijen. De provincie Limburg wil voor de komende jaren in Limburg een aantrekkelijke woon-, werk- en leefomgeving creëren en koersen op een transitie naar duurzaam ruimtegebruik waarin ruimte is voor een innovatieve landbouw en plattelands economie. De transitie van het buitengebied is feitelijk al gaande met de stoppersregeling, warme sanering varkenshouderijen, nertsenverbod, ketenafspraken, gebiedsgerichte opkoop stikstof, ontwikkeling innovatieve systemen en kringlooplandbouw. Deze ontwikkeling zal ook gevolgen hebben voor de toezichts- en vergunningstaken. Als RUD Limburg Noord proberen we hier tijdig op in te spelen en bij aan te sluiten. Asbest Er heerst nog steeds onduidelijkheid over mogelijke nieuwe subsidies en versoepelingen van geldende regels omtrent asbestsanering. Wel zien we vanuit de markt dat er initiatieven getoond worden voor een eenvoudigere aanpak met betrekking tot het saneren van asbest. In de 2de helft van februari 2022 zal door het ministerie van SZW een aantal schemawijzigingen worden goedgekeurd en gepubliceerd. De verwachting is dat de wijzigingen dan de tweede helft van mei 2022 in werking zullen treden.

Deze berichtgeving is onlangs door Ascert gepubliceerd. Om kosten te drukken, wordt er door de brancheverenigingen nagedacht over een soort deelcertificaat waarbij bijvoorbeeld gerenommeerde dakdekkers onder versoepelde omstandigheden ook asbesthoudende materialen mogen saneren. Of om het door een particulier zelf te verwijderen oppervlakte te vergroten naar 40 tot 50m2 per kadastraal perceel. Beide geven meer werking op de markt waardoor er meer sloopmeldingen worden ingediend en meer toezicht vanuit het bevoegd gezag nodig zal zijn. Een mogelijke versoepeling van de regelgeving betekent in deze dus meer werk voor de gemeentelijke toezichthouder aangezien zij vaak als eerste op locatie zijn en middels toezicht de fouten in werkzaamheden herkennen en een halt toeroepen. Om meer aandacht te vestigingen op de juiste wijze van asbestsanering, is er vanuit de kennisgroep Asbest een gemakkelijk leesbare folder opgesteld die informeert over wat een particulier wel en niet zelf mag verwijderen. We blijven ernaar streven de burgers zo duidelijk als mogelijk te informeren ter voorkoming van illegale saneringen en asbestdumpingen. Een toename van het aantal dumpen van asbesthoudende materialen is afgelopen jaar gelukkig uitgebleven. Wij vermoeden dat één van de oorzaken hiervan is dat de voorlichting goed heeft werkt. We blijven er wel scherp op dat het elk moment weer kan stijgen.

Door de kennisgroep Asbest wordt gewerkt aan eenduidige werkwijze zoals de toepassing van gezamenlijke uitvoeringsrichtlijnen en standaardbrieven voor alle gemeenten binnen de RUD NL. Deze gelijke werkwijze geven niet alleen voordelen voor de toezichthouders die

16

de asbestsaneringen op locatie controleren maar ook duidelijkheid aan diegenen die sloopmeldingen binnen RUD LN gemeenten indienen. Geluid Bij het in werking treden van de Omgevingswet wordt de wet- en regelgeving over het milieuthema geluid ingrijpend gewijzigd. Daarbij staat voorop het voorkomen van onbeheerste groei van het geluid door verbetering van de bewaking van geluidniveaus en bescherming tegen cumulatie van geluid van verschillende geluidbronnen. De gemeenten krijgen er een aantal geluidtaken bij. Verder zal meer informatie-uitwisseling tussen afdelingen en andere bestuursorganen moeten gaan plaatsvinden én moet er een landelijk geluidregister komen. Hierdoor zullen meer geluidrekenmodellen, geluidrapportages en actieplannen moeten worden opgesteld. Bij het nemen van besluiten geldt een motiveringsplicht. Verwacht mag worden dat dit een significante toename van de benodigde uren van de geluidspecialisten zal vragen. Stikstofwetgeving Op 1 juli 2021 is de nieuwe stikstof wet in werking gegaan. Deze wet regelt enkele (reductie) doelstellingen en is uitgewerkt in het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering. De kennis omtrent stikstof is specifiek en er verandert nog steeds veel. De stikstofwetgeving heeft op het gebied van vergunningverlening (bouwen en milieu) en toezicht ook gevolgen.

Er geldt een vrijstelling voor natuurvergunningplicht voor de activiteit bouwen/slopen. Voor milieuvergunningen/activiteiten is in veel gevallen een Natuurwetvergunning nodig. Aanvragen voor vergunningen voor het gebruik van bouwwerken (o.a. ten aanzien van milieu) dienen te worden getoetst aan de stikstofeisen. Daarnaast dient het landelijke Stikstofregistratiesysteem (SSRS) bijgehouden te worden, waardoor vrijkomende stikstofruimte gebruikt kan worden voor nieuwe ontwikkelingen. Momenteel is de wet- en regelgeving rondom stikstof volop in de aandacht. Bij definitieve beëindiging van een bedrijf moet de milieuvergunning worden ingetrokken en is toezicht gewenst bij sloopwerkzaamheden. Bij deze reguliere werkzaamheden is extra aandacht voor de stikstofregelgeving. De RUD Limburg Noord volgt deze (beleids-) ontwikkelingen, regelgeving en jurisprudentie. IPPC Veehouderijen Op 21 februari 2017 zijn er Europese regels voor het actualiseren van de toepassing van de best beschikbare technieken (BBT) voor IPPC-inrichtingen (veehouderijen) gepubliceerd. Op grond van deze publicatie heeft het bevoegd gezag een actualisatieplicht om binnen 4 jaar na publicatie (21 februari 2021) van de BBT-publicatie voor de IPPC-installatie vast te stellen of de vergunningvoorschriften voldoen aan deze BBT-conclusies en indien nodig te actualiseren.

De actualisatie wordt in RUD-verband nu projectmatig opgepakt en is naar verwachting eind 2024 afgerond. De projectmatige werkzaamheden worden geborgd in de regionale uitvoeringsprogramma’s voor komende jaren. Kosten van projectleiderschap en uitvoering worden binnen het netwerk onderling verrekend op basis van de vastgestelde tarieven. De actualisatieplicht is een terugkerende verplichting.

17

2.4 Wat mag het kosten? In onderstaande tabel zijn de totale baten en lasten opgenomen voor de uitvoering van de hierboven benoemde doelstellingen en werkwijze. In paragraaf 4.2 als onderdeel van de begroting is een toelichting opgenomen op de lasten en baten. Tabel 2

Begroting Lasten 1 Programmauitvoering Basis- en milieutaken Projecten Wabotaken 2 Coordinatiecentrum

Taakveld

Rekening 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 8.3 wonen en bouwen 0.1 bestuur 0.4 overhead 3 Onvoorzien 0.8 overige baten en lasten 4 Vennootschapsbelasting0.9 Vpb 7 Betalingsverkeer 0.5 Treasury Totaal lasten

€ 566.000 € 771.000 € 792.000 € 809.000 € 827.000 € 845.000 € 51.000 € € € € € € 99.000 € 103.000 € 105.000 € 108.000 € 110.000 € 113.000 € 20.000 € 21.000 € 21.000 € 21.000 € 22.000 € 22.000 € 894.000 € 1.092.000 € 1.107.000 € 1.131.000 € 1.154.000 € 1.179.000 € € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € € € € € € € € € € € € € 1.630.000 € 2.037.000 € 2.075.000 € 2.119.000 € 2.163.000 € 2.209.000

Baten 5 Programmauitvoering Bestuurskosten Overhead Onvoorzien Basis en milieutaken Projecten Wabotaken Betalingsverkeer Totaal baten

€ 20.000 € 21.000 € 21.000 € 21.000 € 22.000 € 22.000 € 962.000 € 1.092.000 € 1.107.000 € 1.131.000 € 1.154.000 € 1.179.000 € -54.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 428.000 € 741.000 € 755.000 € 771.000 € 788.000 € 806.000 € 52.000 € € € € € € 99.000 € 103.000 € 105.000 € 108.000 € 110.000 € 113.000 € € € € € € € 1.507.000 € 2.007.000 € 2.038.000 € 2.081.000 € 2.124.000 € 2.170.000

0.1 bestuur 0.4 overhead 0.8 overige baten en lasten 7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 8.3 wonen en bouwen 0.5 Treasury

Resultaat Resultaat voor bestemming 6 Mutatie reserve 0.10 mutaties reserves Resultaat na bestemming

€ -123.000 € € 123.000 € € €

-30.000 € 30.000 € €

-37.000 € 37.000 € €

-38.000 € 38.000 € €

-39.000 € 39.000 € €

18

-39.000 39.000 -

3 Paragrafen In de BBV zijn meerdere verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Deze zijn niet allemaal relevant voor de RUD. De RUD int geen belastingen en heffingen, bezit geen grondposities en heeft geen verbonden partijen. Om deze reden zijn de paragrafen lokale heffingen, grondbeleid, kapitaalgoederen en verbonden partijen niet opgenomen. Hieronder staan de paragrafen: 1. Weerstandvermogen en risicobeheersing; 2. Financiering; 3. Onderhoud kapitaalgoederen; 4. Bedrijfsvoering.

3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen Bufferfunctie In artikel 30 lid 4, 5 en 6 van de GR RUD LN is bepaald dat: “Alvorens het rekeningresultaat te bepalen, vindt een controle plaats op de opbrengsten en kosten in het kader van de vennootschapsbelasting. Een saldo op deze activiteiten zal worden verrekend met de betreffende opdrachtgevers “Het jaarlijks saldo wordt verdeeld over de deelnemers conform de verdeelsleutels”. “In afwijking van het onder lid 5 bepaalde kan het Algemeen Bestuur incidenteel besluiten om saldo toe te voegen aan een nader te benoemen reserve of weerstandsvermogen” Dit betekent dat elke deelnemer deelneemt in het risico van een negatief resultaat. In eerste instantie beschikt de RUD LN over een post onvoorzien van € 50.000. Het is echter mogelijk dat de risico’s daarmee niet afgedekt kunnen worden in enig jaar. In beginsel hoeft de RUD LN dan niet zelf te beschikken over een buffer om deze financiële risico’s op te vangen. Er kan immers een beroep gedaan worden op de deelnemers. Een nadeel hiervan is echter dat een negatief exploitatieresultaat steeds bij de deelnemers tot begrotingsoverschrijding zal leiden. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit wordt gedefinieerd als de middelen en mogelijkheden waarover de RUD Limburg Noord kan beschikken om niet begrote kosten te dekken.

Het is een buffer om ervoor te zorgen dat de organisatiedoelstellingen niet in gevaar komen, als risico’s werkelijkheid worden. De RUD Limburg Noord beschikt niet over een algemene reserve. Zij beschikt wel over een post onvoorzien ter hoogte van € 50.000 die tot de weerstandscapaciteit gerekend kan worden. Indien de post onvoorzien in een boekjaar niet voldoende blijkt te zijn dan zullen de deelnemers conform de verdeelsleutel moeten bijdragen aan het te kort.

19

Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de buffer om tegenvallers op te vangen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de risico’s (benodigde weerstandscapaciteit) die de RUD Limburg Noord loopt. Voor het beoordelen van het weerstandsvermogen is inzicht nodig in zowel de omvang en de achtergronden van de mogelijke risico’s als ook in de beschikbare weerstandscapaciteit. De ratio tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit (op basis van geïnventariseerde risico’s) bepaalt het weerstandsvermogen van de RUD Limburg Noord. Risicobeheersing Risico’s De RUD Limburg Noord inventariseert jaarlijks de risico’s waaraan de RUD Limburg Noord is blootgesteld. Een aantal risico’s zijn afgedekt met verzekeringen. Denk daarbij aan de aansprakelijkheidsen rechtsbijstandverzekering. Een tabel van de risico-inventarisatie is in bijlage 2 opgenomen. Opgemerkt dient te worden dat de tabel inzicht geeft in de verwachtingswaarde van de risico’s. Wanneer een risico zich daadwerkelijk voordoet kan het effect groter of kleiner zijn dan de verwachtingswaarde. Conclusie Het totaal van de risico’s (zie bijlage 2) is becijferd op € 109.500. Op basis van beschikbare weerstandscapaciteit, de post onvoorzien van € 50.000, komt het weerstandsvermogen neer op: € 50.000 / € 109.500 = 0,46.

Het uitgangspunt is door de partners uitgesproken om geen algemene reserve in te stellen. Er wordt bewust voor gekozen om niet alle mogelijke risico’s af te dekken. Enerzijds omdat ervanuit gegaan wordt dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen. Anderzijds omdat het rekeningresultaat (positief dan wel negatief) verrekend wordt met de deelnemers. Mochten de risico’s in een jaar boven de post onvoorzien uitkomen, dan dienen deelnemers deze extra kosten te betalen conform de GR. Kengetallen In artikel 11 van het BBV staat dat gemeenten, Provincies en gemeenschappelijke regelingen in de paragraaf Weerstandsvermogen een set van vijf financiële kengetallen dienen op te nemen. Dit zijn kengetallen voor: de netto schuldquote, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte, grondexploitatie en belastingcapaciteit. Gezien de RUD Limburg Noord geen belastingen en heffingen int en geen grondposities bezit zijn de kengetallen voor grondexploitatie en belastingcapaciteit niet van toepassing. Hieronder zijn de (overige) ratio’s weergegeven. In bijlage 3 is de berekeningswijze uiteengezet.

20

Tabel 3

Kengetallen

Realisatie 2021

Begroting 2022

2023

2024

2025

2026

Netto schuldquote

-14,00%

-9,02%

-7.07%

-5,09%

-3,15%

Netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen

-14,00%

-9,02%

-7,07%

-5.09%

Solvabiliteits ratio

20,73%

13.60%

11.13%

Structurele exploitatieruimte

-0,13%

-1.49%

-1.82%

Duiding

Beoordeling

-1,29%

Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Hoe lager dit percentage hoe beter.

-3.15%

-1.29%

8.44%

5.51%

2.38%

-1.83%

-1.84%

-1.80%

Bij verstrekte leningen bestaat onzekerheid op terugbetaling. Door deze leningen in mindering te brengen op de financiële activa wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dat betekent voor de schuldenlast. Hoe lager dit percentage hoe beter. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de RUD in staat is zijn financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage hoe beter. Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de RUD heeft om de eigen lasten te dragen. Hoe hoger dit percentage hoe beter.

De RUD beschikt alleen over een bestemmingsreserve die afneemt. Het uitgangspunt is om geen algemene reserve op te bouwen. De RUD heeft geen leningen verstrekt en gaat deze in 2023 naar verwachting ook niet verstrekken. Hierdoor wijkt het percentage niet af van de netto schuldquote.

Doordat bewust is gekozen voor geen algemene reserve en uit de bestemmingsreserve wordt geput neemt het ratio steeds verder af. Er is bewust gekozen om de kosten van het ICT project te dekken uit de bestemmingsreserve ICT, om zo de bijdrages van de partners zo laat mogelijk te verhogen. Hierdoor komt dit kengetal minimaal negatief uit.

3.2 Financiering Bij de inwerkingtreding van de Wet Financiering decentrale overheden (Fido) is het opnemen van een financieringsparagraaf in de begroting en in de jaarrekening verplicht voorgeschreven. In het Besluit Begroting en Verantwoording is neergelegd dat de financieringsparagraaf in elk geval de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille dient te bevatten. Onder risico’s worden in dit verband verstaan: renterisico’s, liquiditeitsrisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en voor zover van toepassing valutarisico’s. De grondslag voor de treasuryfunctie van de RUD Limburg Noord wordt gevormd door het treasurystatuut. In het treasurystatuut zijn de kaders opgenomen waarbinnen het Dagelijks Bestuur de financieringsfunctie mag uitoefenen. 21

Treasurybeheer- en beleid De belangrijkste algemene doelstelling van het treasurybeleid zijn: • Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; • Het beschermen van vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s; • Het verankeren van de treasury activiteiten in de (administratieve) organisatie; • Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; • Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de wet Fido, RUDDO en de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut; • Het bewaken van de financiële risico’s op afgegeven garanties. Renterisico Het renterisico kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten verandert door wijziging in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rente-typische looptijd van één jaar of langer. Bij de inwerkingtreding van de Wet Fido is het begrip ‘renterisico-norm’ ingevoerd. Uitgangspunt hierbij is om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen. De wettelijk vastgestelde renterisico-norm van 20% houdt in dat in enig jaar de aflossing van de lange schuld niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal.

Kasgeldlimiet Voor het bepalen van de liquiditeitspositie is de zogenaamde kasgeldlimiet belangrijk. Hieronder wordt verstaan het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Dit bedrag wordt berekend door middel van een door het Ministerie van Financiën vastgesteld percentage van 8,5%, te vermenigvuldigen met het totaal van de jaarbegroting van de RUD Limburg Noord bij aanvang van het jaar. Bij overschrijding van dit limiet moet er in langlopende financieringsmiddelen worden voorzien. De RUD Limburg Noord heeft geen schulden en het is ook niet voorzien om in 2023 vreemd vermogen aan te trekken. De activiteiten van de RUD Limburg Noord worden gefinancierd uit voorschotten van de deelnemers. Deelnemers wordt aan de start van ieder jaar verzocht de deelnemersbijdrage voor het gehele jaar over te maken. Als zodanig is het prognosticeren van zowel de kasgeldlimiet alsook de renterisiconorm niet aan de orde. Inherent aan bovenstaande is, dat het banksaldo aan het begin van het jaar hoog is en naarmate het jaar vordert afneemt. Overtollige liquiditeiten parkeren wij, verplicht en in overeenstemming met de wet Fido, op een rekening ‘schatkistbankieren’ bij het Ministerie van Financiën. Interne ontwikkelingen en renteresultaat Voor saldi, die gedurende 2023 gestald worden binnen het schatkistbankieren wordt geen rente vergoed, noch in rekening gebracht.

Er wordt aldus geen rente geboekt.

22

Berekening omslagrente Nieuwe regelgeving binnen het BBV stelt dat de berekening van de ‘omslagrente’ moet worden opgenomen in de paragraaf Financiering. De omslagrente wordt bepaald door de externe rentelasten te delen door het totaal van de activa. Zoals hiervoor is weergegeven heeft de RUD Limburg Noord geen externe rentelasten. De berekening van de omslagrente is daarmee niet van toepassing voor de RUD Limburg Noord.

3.3 Onderhoud kapitaalgoederen De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen heeft tot doel om aan te tonen hoe RUD Limburg Noord de instandhouding van haar kapitaalgoederen waarborgt. Er zijn echter geen investeringen kapitaalgoederen door de RUD Limburg Noord voorzien. RUD Limburg Noord beschikt niet over dienstauto’s en heeft de ondersteunende diensten zoals kantoorruimte en ICT in bij de gastorganisatie Roermond ingekocht.

3.4 Bedrijfsvoering De GR RUD LN is een gemeenschappelijke regeling met een Algemeen Bestuur en een Dagelijks Bestuur. Voor de uitvoering van VTH-taken wordt gebruik gemaakt van de expertise die aanwezig is bij de deelnemers. Om kwaliteit van uitvoering en onderlinge afstemming te borgen wordt gebruik gemaakt van het coördinatiecentrum. Het organogram is hieronder weergegeven: AB-RUD

DB-RUD

Kring secretarissen

informatievoorziening

RUD- directeur Lijnmanagersoverleg RUD- coördinatie centrum

Lijnmanager

Lijnmanager

Lijnmanager

Lijnmanager

Lijnmanager

Lijnmanager

Lijnmanager

Lijnmanager

Team

Team

Team

Team

Team

Team

Team

Team

Het coördinatiecentrum bestaat uit een directeur en haar medewerkers. Zij zijn in dienst van de gemeenschappelijke regeling en stellen voorstellen op voor het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur over: 1. Centrale programmering, incl. uitwisseling specialistische inzet tussen de deelnemers; 2. eisen om te kunnen voldoen aan de kwaliteitscriteria; 3. Sturing op kwaliteit van de medewerkers (opleiding en training en vlieguren); 4. Auditeren van de resultaten van de deelnemers (voortgangsbewaking op de planning en steekproefsgewijze beoordeling van de kwaliteit van proces en inhoud); 5. Rapportages en verbetervoorstellen die uit werkzaamheden van kennisgroepen of ingezette adviseurs voortkomen; 6. De verdere ontwikkeling van de RUD LN (o.a. naar aanleiding van het evaluatierapport).

23

Per deelnemer treedt één lijnmanager op als aanspreekpunt voor de RUD-directeur en het coördinatiecentrum. De zogenoemde coördinerend VTH-manager/ lijnmanager. De lijnmanagers van de deelnemers zijn verantwoordelijk voor: 1. Versterken van de netwerksamenwerking vanuit de eigen organisatie. 2. Tijdig aanleveren van informatie 3. Realiseren van kwaliteit van de uitvoering door gedragen processen en kwaliteitseisen. 4. Borgen van kwaliteit van medewerkers en processen, door opleidingen, trainingen en maken van de noodzakelijke vlieguren. 5. Trekken van kennisgroepen en ontwikkelteams. 6. Realiseren van het betreffende deel van het UP volgens de afgesproken werkwijzen. 7. Ondersteunen van een passende organisatiecultuur en investeren in de relatie en de samenwerking met deelnemende organisaties. 8. Ondersteunen van samenwerking met andere partijen in het fysieke domein. De lijnmanagers hebben de ruimte om de eigen gemeentelijke/provinciale PDCA-cyclus te volgen en de lokale integraliteit te bewaken binnen de kaders van de GR RUD LN. Personeelsbeleid De RUD Limburg Noord maakt voor de uitvoering van haar personeelsbeleid en de salarisadministratie gebruik van de ondersteuning door de gemeente Roermond in een gastheer constructie. Binnen de GR RUD Limburg Noord is een klein team, het coördinatiecentrum in dienst van de RUD Limburg Noord.

Het overig personeel is in dienst bij haar partners. Informatisering en automatisering Digitaal toezicht was voorheen in de vorm van digitale checklisten beschikbaar gesteld. Volgens planning zullen alle partners in 2022 en 2023 aangesloten worden op de gezamenlijk VTH-applicatie. Het digitaal toezicht wordt in die applicatie opgenomen. De applicatie zorgt ervoor dat efficiëntie behaald wordt in de vorm van rapportages en eenheid van werken. Voor ondersteunende zaken wordt gebruik gemaakt van de applicaties van de gastheer gemeente Roermond. Rechtmatigheid Er is een wetswijziging in voorbereiding waarmee met ingang van het boekjaar 2022 nieuwe regels zouden gaan gelden voor de financiële verslaglegging en de accountantscontrole. De wetswijziging is nog niet van kracht. Er wordt over gesproken om deze met terugwerkende kracht per 2022 in werking te laten treden. Hier is echter nog geen uitsluitsel over. Met deze wetswijziging dient het Dagelijks Bestuur dan in de jaarrekening een verklaring af te geven over de rechtmatigheid van de financiële beheers handelingen. De accountant toetst de jaarrekening (inclusief rechtsmatigheidsverantwoording) op getrouwheid. De wetswijziging kan van invloed zijn op het controleprotocol. Vooralsnog worden de richtlijnen uit 2020, aansluiting bij het wettelijk minimum aangehouden.

24

De RUD Limburg Noord is met de gastorganisatie Roermond in gesprek wat deze wetswijziging voor invloed heeft op de RUD, haar inrichting van de processen, de raakvlakken met de gastorganisatie en de controles hierop. Na aanleiding van de uitkomsten zal een vervolg gesprek gepland worden met de RUD Limburg Noord, de gastorganisatie Roermond en de accountant van de RUD Limburg Noord. Overhead Het Besluit Begroting en Verantwoording schrijft voor in de begroting een apart overzicht “overhead” op te nemen. Aan de detaillering van dit overzicht worden door het BBV geen eisen gesteld, met uitzondering van de bepaling dat er minimaal een scheiding moet zijn tussen de lasten en de baten. Dit overzicht is hieronder in tabel 5 weergegeven. Tabel 5

Begroting Lasten 2 Coordinatiecentrum Baten 5 Overhead Resultaat 6 Mutatie reserve Resultaat na bestemming

Taakveld

Rekening 2021

0.4 overhead

€

894.000 € 1.092.000 € 1.107.000 € 1.131.000 € 1.154.000 € 1.179.000

0.4 overhead

€ € € €

894.000 € 1.092.000 € 1.107.000 € 1.131.000 € 1.154.000 € 1.179.000 € € € € € € € € € € € € € € € -

0.10 mutatie reserves

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Een toelichting op de lasten, baten en de reserve mutatie is opgenomen in hoofdstuk 4 de financiële begroting.

25

Begroting 2025

4 Financiële begroting 2023 4.1 Geprognosticeerde balans Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Algemeen

De begroting is opgemaakt volgens de richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het betreffende balansonderdeel anders is vermeld, zijn de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten rekenen we toe aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Baten en winsten nemen we slechts op voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden vóór het einde van het begrotingsjaar, nemen we in acht indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. Personeelslasten rekenen we in principe toe aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Er geldt echter een formeel verbod om voorzieningen of schulden op te nemen voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Daarom rekenen we sommige personele lasten toe aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Hierbij moet worden gedacht aan componenten als overlopende verlofaanspraken. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume, wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming.

Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties), dan moeten we wel een verplichting opnemen.

26

Tabel 6

Omschrijving (bedragen x € 1.000)

Realisatie 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11765884/1