RIB.22.036 Vliegbasis De Peel
Tekst van het document
Geluidzone in het kader van handhaving, in principe nieuwbouwverbod
40 Ke
Isolatieverplichting van woningen
55 Ke
Isolatieverplichting van overige geluidgevoelige bestemmingen
65 Ke
Woningen onttrekken aan bestemming
Bron: BML Defensie heeft, onder meer op advies van de Commissie m.e.r., besloten over te stappen op Lden als de geluidhindermaat voor het luchtverkeer. Het luchthavenbesluit LBK/MLDP is voorzien als het eerste luchthavenbesluit voor een militaire luchthaven waarin Lden wordt toegepast. Voordat dat gebeurt zal Defensie de plannen daarvoor toelichten en overleg voeren met de omgeving, via de Commissies Overleg en Voorlichting Milieu. Nadat het overleg over alle militaire luchthavens is afgerond, zal het BML worden herzien. Pas daarna kan het luchthavenbesluit De Peel in Lden worden vastgesteld.
10.2
Hinder voor recreatie
Zienswijze Geef aan of de vliegroutes over recreatiegebieden gaan. Wordt er wel voldoende gekeken naar de effecten op (stille) recreatie? Door overlast zal schade ontstaan. Reactie De ligging van de routes zal worden gepresenteerd in het MER. Het MER maakt aan de hand van de ligging van de contouren inzichtelijk waar de geluidbelasting optreedt en waar dit de recreatie en stille gebieden treft.
10.3
Hinder tijdens werk en school
Zienswijze Personeel in bedrijven gaat geluidoverlast ondervinden. En kinderen krijgen concentratieproblemen doordat ze tijdens hun studie steeds gestoord worden door de vliegtuigen. Reactie In het MER zal worden onderzocht wat de geluidbelasting en de mate van verstoring zijn op geluidgevoelige bestemmingen niet zijnde woningen. Voorbeelden van dergelijke bestemmingen zijn scholen, ziekenhuizen en andere voorzieningen voor de gezondheidszorg. Indien onderzoeksresultaten beschikbaar zijn over geluidbelasting en concentratieverstoring, zal dit worden beschouwd in het MER.
55
11
Natuur
11.1
Natura 2000-gebieden
Zienswijze De zienswijzen stellen dat Natura-2000 gebieden zullen worden belast. Er zal sprake zijn van aantasting van de natuur door geluid, fijnstof en luchtvervuiling. De vraag wordt gesteld hoe de plannen van Defensie zich verhouden tot de natuurwetgeving. Gevraagd wordt om de gevolgen van reactivering van de vliegbasis in kaart te brengen ten opzichte van de nabijgelegen Natura 2000-gebieden, waaronder het Nationaal Park De Maasduinen. Hoe denkt het ministerie de natuurgebieden te beschermen en de druk op die gebieden te verminderen of, als dit niet haalbaar is, te compenseren? Verder vragen de zienswijzen om effecten, effectbepalingen en ingreep-effectrelaties. Gevraagd wordt om het studiegebied te bepalen op basis van de maximale redelijkerwijs te verwachten effectafstand voor geluidemissies, verstoring van concentraties van watervogels door laag overvliegende jachtvliegtuigen en helikopters, stikstofdepositie en vogelbeheer. Beschrijf de ingreep-effectrelaties voordat de gevolgen voor de natuur in beeld worden gebracht. Houd bij de effectbeoordeling rekening met externe werking en cumulatie.
Als niet kan worden uitgesloten dat het voornemen afzonderlijk dan wel in combinatie met andere plannen of projecten, significante gevolgen kan hebben voor één of meer Natura 2000-gebieden, geldt dat een Passende beoordeling moet worden opgesteld, die als bijlage in het MER zou kunnen worden opgenomen. Reactie De bescherming van Natura 2000-gebieden is in hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming (Wnb) geregeld, de bescherming van flora en fauna in hoofdstuk 3 Wnb (zie paragraaf 11.3). Het MER zal een overzicht geven van de wetgeving onder de Wet natuurbescherming. Daarnaast geeft het MER een beschrijving van de omliggende Natura 2000-gebieden, kenmerken en instandhoudingsdoelstellingen. In de beoordeling van de effecten wordt onderscheid gemaakt tussen grondgebonden en luchtgebonden effecten. Voor het luchtgebonden gebruik zal specifieke aandacht zijn voor optische verstoring (verstoring door laag overvliegende jachtvliegtuigen en helikopters). Effecten vanwege stikstofdepositie zullen worden bepaald voor het gezamenlijke grondgebonden en luchtgebonden gebruik. Zoals is voorgeschreven zal in het MER aandacht worden besteed aan mogelijke cumulatie met andere nabijgelegen projecten.
Voor het bepalen van de effectafstanden worden contouren berekend waarbinnen geluidsniveaus of vlieghoogtes vallen waarvan wetenschappelijk is aangetoond dat deze tot verstoring kunnen leiden van vogels. Voor de bepaling van de effecten als gevolg van stikstofdepositie wordt gebruik gemaakt van de rekentool AERIUS. Toetsing zal plaatsvinden aan de dan geldende kaders. De resultaten van de analyses bepalen of er sprake is van een plicht om een vergunningaanvraag Wet natuurbescherming in te dienen. Daarbij zal ook het stappenplan van BIJ12 12 worden gevolgd.
11.2
Natuurnetwerk Nederland (NNN) en stiltegebieden
Zienswijze De zienswijzen stellen dat de ecologische hoofdstructuur onherstelbare nadelige gevolgen zal ondervinden en dat door de uitstoot van schadelijke stoffen en buitenproportioneel geluid flora en fauna onherstelbare schade zullen oplopen. Men verzoekt om na te gaan wat de geluidbelasting is op
12
BIJ12 is de uitvoeringsorganisatie van de twaalf provincies op het gebied van faunazaken, natuur, stikstof, water, beheerapplicaties en subsidie drugsafval.
56
stiltegebieden vanwege vliegen en grondgebonden bronnen. Enkele zienswijzen noemen specifieke gebieden als stiltegebied Stippelberg, het stiltegebied Landgoed Geysteren-Geysterenderheide, de Ballonzuilbossen, de Klotter, landgoed Nederheide, het Loobeekdal en het Beestenveld. Het Brabantse deel van het plangebied behoort grotendeels tot de Groenblauwe mantel, waarvan de bescherming van de ecologische en landschappelijke waarden in bestemmingsplannen geborgd moet zijn. Beschrijf in het MER hoe daarmee wordt omgegaan. Beschrijf in hoeverre het voornemen de natuurwaarden van NNN-gebieden beïnvloedt door oppervlakteverlies en externe werking (waaronder verstoring door geluid, licht en beweging). Vervolgens dienen de provinciale beschermingsregimes voor het NNN te worden doorlopen. Voor de delen van het NNN die in Noord-Brabant liggen is ook externe werking in het beschermingsregime opgenomen. Beschrijf, zo nodig, mogelijke maatregelen om effecten in te perken. Reactie Het MER zal ingaan op de mogelijke effecten op stiltegebieden en gebieden die vallen onder het Natuurnetwerk Nederland. Daarnaast zal aandacht worden besteed aan gebieden binnen het plangebied die zijn opgenomen in de Groenblauwe mantel van de provincie Noord-Brabant. Er zal worden ingegaan op verstorende factoren zoals geluid en oppervlakteverlies.
Bij de bepaling van de effecten zal eveneens worden getoetst aan de provinciale beschermingsregimes en zal worden gekeken of de natuurlijke waarden van het gebied worden geschaad. Bij de provincie Noord-Brabant is vanuit het beschermingsregime aangegeven dat ook de externe werking op gebieden van Natuurnetwerk Nederland in beeld moet worden gebracht. De provincie Limburg schrijft dat niet voor voor Natuurnetwerk Nederland in Limburg. Indien het voornemen leidt tot aantasting van de natuurlijke waarden van een gebied, zal gekeken worden naar mitigerende maatregelen.
11.3
Referentiesituatie Wet natuurbescherming
Zienswijze De zienswijzen stellen dat toetsing aan de Wet natuurbescherming nodig is. In tegenstelling tot wat in de notitie wordt gesuggereerd is niet de datum van plaatsing op de communautaire lijst bepalend, maar de datum van aanmelding. Voor de Deurnsche Peel & Mariapeel is dit 12-12-1996, voor de Groote Peel is dit 12-12- 992, voor de Strabrechtse Heide & Beuven 12-12-1996 en 14-07-1998. Oeffelter Meent is op 1407-1998 aangemeld als Natura 2000-gebied. Het MER dient in te gaan op conclusies inzake de eventuele noodzaak tot het aan vragen van een ontheffing soortbescherming (Wnb) en/of de noodzaak van een herplantplicht (natuurcompensatie). Als dit voornemen doorgang vindt, zal de stikstofdepositie toenemen. Per alternatief dient in het MER dan ook de daarop van toepassing zijnde N-depositie te worden gekwantificeerd en de (eventueel) noodzakelijk mitigerende maatregelen te worden beschreven en gemotiveerd. Reactie De datum van plaatsing op de communautaire lijst is wel degelijk bepalend voor de referentiedatum. Zo heeft de omgevingsdienst Brabant Noord aangegeven dat voor vogelrichtlijngebieden de datum 10 juni 1994 geldt, tenzij het gebied later is aangemeld. Voor de Habitatrichtlijngebieden geldt de datum 7 december 2004, tenzij het gebied later door de Europese Commissie tot een gebied van communautair belang is verklaard.
In bovenstaand geval betekent dat, dat de referentiedata voor de Habitatrichtlijngebieden juist zijn genoemd in de c-NRD, maar dat de referentiedata voor de Vogelrichtlijngebieden onjuist zijn benoemd in
57
de c-NRD (Groote Peel en Deurnsche Peel en Mariapeel). De onjuiste data voor de vogelrichtlijngebieden zullen worden aangepast in het MER.
11.4
Verstoring
Zienswijze Enkele zienswijzen stellen dat in het concept-NRD aandacht ontbreekt voor zowel de Natura 2000gebieden als de NNB en de NNL-gebieden voor het aspect verstoring van de flora en de fauna, met onder andere meer kans op aanrijdingen van dieren. Voor het Brabants grondgebied dient dit via geluidberekeningen inzichtelijk te worden gemaakt. Voor de berekening van natuurcompensatie is voor bossen de 42 dB(A) contour en voor open gebieden de 47 dB(A) contour relevant (of als een gemiddelde de 45 dB(A) contour). Het MER dient deze contouren zowel voor de referentiesituatie, de voorgenomen activiteit en de alternatieven op een kaart te presenteren. Dit voor zowel de niet grondgebonden als de grondgebonden activiteiten. Ook onderzoek naar verstoring vanwege fijnstof en luchtvervuiling is nodig. Verstoring van gewervelde dieren, amfibieën en vogels ontstaat vanwege baanverlichting. Ook wordt aandacht gevraagd voor de kwetsbaarheid van heide- en Peelgebieden voor brand bij luchtvaart calamiteiten. Reactie De aandachtspunten die worden genoemd in de zienswijzen worden opgenomen in het MER. In de paragrafen 11.1 en 11.2 is dit al toegelicht.
11.5
Habitatrichtlijn
Zienswijze De zienswijzen stellen dat toetsing aan de Habitatrichtlijn nodig is. De habitattypen waarvoor het Natura 2000-gebied 'Deurnsche Peel & Mariapeel’ is aangewezen, zijn uiterst gevoelig voor de uitstoot van stikstof en zijn volgens de meest recente gebiedsrapportage van het PAS-bureau alle sterk overbelast. Reactie Toetsing aan de Habitatrichtlijn zal worden uitgevoerd. Zie paragraaf 11.1 voor een toelichting.
11.6
Vogelrichtlijn
Zienswijze De zienswijzen stellen dat de plannen van Defensie moeten worden getoetst aan de Vogelrichtlijn, want verstoring van de volgelstand (ganzen, kraanvogels, kerkuilen, steenuilen en reigers) dreigt, ook tijdens het broedseizoen. In de c-NRD staat dat er een vogelbeheersgebied wordt aangewezen waar regels gaan gelden tegen vogelaantrekkende werking. Welke consequenties hebben de nieuwe regels voor de natuuren andere ontwikkelingen binnen het nog aan te wijzen vogelbeheersgebied? Hoe groot is dit gebied? Reactie De effecten van de plannen worden getoetst aan de Vogelrichtlijn. Zie tevens paragraaf 11.1. Er wordt onderscheid gemaakt in internationaal beschermde soorten (Vogelrichtlijn art 3.1 en Habitatrichtlijn in art 3.5) en nationaal beschermde soorten, ook wel overige soorten genoemd (in art 3.10). Internationaal beschermde soorten vallen onder het strengste beschermingsregime van de desbetreffende richtlijn. Voor soorten van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn kan alleen ontheffing worden verleend op basis van de in deze richtlijnen genoemde belangen (bijvoorbeeld openbare veiligheid of ter bescherming van flora en
58
fauna). Nationaal beschermde soorten genieten een minder strenge bescherming. Dit uit zich bijvoorbeeld in het feit dat voorwaardelijke opzettelijke verstoring van nationaal beschermde soorten niet meer verboden is. Voor nationaal beschermde soorten - ook wel: andere soorten - gelden de verbodsbepalingen op grond van art. 3.10 van de Wet natuurbescherming. Er is momenteel al een vogelbeheersgebied aangewezen. Het vogelbeheersgebied is het gebied waar omwille van de vliegveiligheid bepaalde vogelsoorten worden bestreden. De bestrijding van vogels kan op verschillenden manieren gebeuren. Voorbeelden zijn verjagen en het landschap zo inrichten dat het onaantrekkelijk wordt voor bepaalde vogelsoorten. Het huidige vogelbeheersgebied is een ovaalvormig gebied met een straal van ca. 6 km rondom de LBK/MLDP. Het MER zal de (eventuele) wijziging in de ligging van het vogelbeheersgebied in beeld brengen.
59
12
Landbouw
12.1
Effecten op landbouwhuisdieren
12.1.1
Nertsenhouderij
Zienswijze Eén zienswijze gaat over de nertsenhouderij: intensieve geluidsoverlast in bepaalde perioden van de voortplantingscyclus kan leiden tot verstoring en afbraak van de dracht en sterfte van foetussen en pups, wat tot gevolg kan hebben dat wij ons bedrijf niet meer op een normale manier kunnen voeren. Reactie Het kabinet heeft in augustus 2020 besloten tot een versnelde uitvoering van het verbod op pelsdierhouderij, waarvoor eerst een overgangstermijn tot 1 januari 2024 was voorzien. Dat betekent dat op het moment dat de vliegbasis in gebruik kan worden genomen er geen sprake meer is van pelsdierhouderij in Nederland.
12.1.2
Schrikreacties bij dieren
Zienswijze Een aantal zienswijzen stelt dat veel dieren zullen schrikken van het overmatige geluid. Dat kan negatieve gevolgen hebben voor de productie en leiden tot schrikreacties met ongelukken als gevolg. Hoe reageert Defensie daarop? Reactie De effecten van geluidbelasting en piekgeluiden bij dieren zullen in het MER worden behandeld. Beide factoren kunnen worden bepaald voor omliggende agrarische bedrijven. De effectbeoordeling is afhankelijk van beschikbare onderzoeken. Dit geldt ook voor de mogelijke effecten op de melkproductie bij koeien. Doet zich als de vliegbasis eenmaal operationeel is een ongeluk met een dier voor, aantoonbaar ten gevolge van militair vliegverkeer, dan kan een beroep worden gedaan op schadevergoeding door Defensie. Ook als er vanwege andere oorzaken die met de vliegbasis samenhangen schade ontstaat, is een beroep op Defensie mogelijk.
12.2
Effecten op landbouwgewassen
Zienswijze Er is aandacht nodig voor schade aan gewassen vanwege startende en landende vliegtuigen. Dit moet in het MER worden meegenomen. Betaalt Defensie compensatie bij gewasschade? Denk hierbij aan een onafhankelijke partij die de schade kan bepalen en aan de regeling voor melkveehouders die extra premie ontvangen voor koeien in de wei, wat dan misschien niet meer kan. Reactie In het MER zal worden beoordeeld wat de depositie is van stoffen op koude grondgewassen en in hoeverre dit schadelijk is voor de kwaliteit van de gewassen. Indien een landbouwbedrijf vanwege de reactivering van de vliegbasis van teelt moet veranderen en daardoor aantoonbaar schade lijdt, dan is het ministerie van Defensie aanspreekbaar op een passende schadevergoeding.
60
13
Energie, klimaat en duurzaamheid
13.1
Emissies CO2
Zienswijze De zienswijzen vragen om een beschrijving van de relevante beleidsdoelen voor broeikasgassen. Het gaat daarbij niet alleen om doelen die voor Defensie van toepassing zijn, maar ook om doelen van omliggende gemeenten die mogelijk door het voornemen worden beïnvloed. Insprekers menen dat het vliegen leidt tot een disproportionele toename van de CO2 uitstoot en dat de reactivering van de vliegbasis strijdig is met het klimaatakkoord. Ook de extra uitstoot als gevolg van de forse investeringen op de vliegbasis zelf moeten in het MER worden meegenomen. Het MER zou duidelijk moeten maken welke toename aan broeikasgasemissies wordt verwacht en welke informatiebronnen en eenheid/eenheden hierbij zijn gebruikt. Ook is gesteld dat het ministerie eerst onderzoek moet doen omdat emissies van CO2 van jachtvliegtuigen onbekend zijn. Insprekers reageren ook op de suggestie in de c-NRD dat geen CO2 uitstoot bekend is van de F-35. Dit zou geen argument mogen zijn om CO2 uitstoot van het vliegverkeer niet in het MER mee te nemen.
Tot slot zijn er vragen over de (extra) CO2 uitstoot in relatie tot de omgeving waaronder ook de agrarische bedrijven: wordt de huidige aanpak van de overbelasting van De Peel door de veel te hoge CO2 uitstoot vanwege de hoeveelheid dieren nu tenietgedaan door de activering van de vliegbasis? Waar met name agrarische bedrijven zich in alle onmogelijke bochten moeten wringen om aan de wettelijke reductie CO2 uitstoot te gaan voldoen, wordt hier door Defensie een niet te compenseren stijging veroorzaakt. Reactie Het MER zal ingaan op de ingebrachte punten in de zienswijzen. De beleidsdoelen op het gebied van klimaat en broeikasgassen zullen in het MER worden opgenomen, zowel op landelijk niveau, defensie breed en van omliggende gemeenten. Het MER zal de aannamen presenteren waarmee is gerekend voor jachtvliegtuigen. Als daar onzekerheden in bestaan, zal worden aangegeven hoe daar in het MER mee is omgegaan.
13.2
Energiebesparing
Zienswijze Burgers moeten energie en brandstof besparen, dat wordt hiermee teniet gedaan, stellen enkele zienswijzen. De suggestie wordt gedaan om de mogelijkheden te onderzoeken om het luchthaventerrein (en dus niet het vliegverkeer zelf) in de komende tijd energie-efficiënt te laten overschakelen naar CO2vrije energiebronnen, zoals een zonnepark. Ga in op mitigerende maatregelen, zoals duurzaam bouwen, isolatie klimaatneutraliteit en CO2 compensatie (bijvoorbeeld via bosaanplant). In dat kader dient ook duidelijk te worden gemaakt hoe met milieucomponenten als NOx en dergelijke wordt omgegaan. Reactie De beleidsdoelen van Defensie voor klimaat en energietransitie worden in het MER verder uitgewerkt van doelen naar de te realiseren voorzieningen en de nemen maatregelen. Ministeries en het Rijksvastgoedbedrijf werken samen en in overleg met de regio’s aan de mogelijkheden voor de opwekking van energie op rijksvastgoed. Dit gebeurt in het programma Opwek van Energie op Rijksvastgoed (OER). Het ministerie van Defensie is ook partner in het programma en bekijkt welke inrichtingen kansrijk zijn om deel te nemen. Besluitvorming over de locaties zoals LBK/MLDP is nog niet afgerond. Welke maatregelen op de vliegbasis worden genomen, zal worden opgenomen in het MER.
61
13.3
Duurzaamheid
Zienswijze De zienswijzen vragen naar het effect van de reactivering van de vliegbasis op de duurzaamheidsdoelstellingen van de overheid. Welke beperkingen leggen deze plannen op aan omliggende gemeenten in de doorvoering van de energietransitie? De gevolgen voor duurzaamheid en het klimaatakkoord dienen allesomvattend in beeld te worden gebracht. Welke impact heeft het reactiveren van de vliegbasis op duurzaam bodemgebruik. Welke mogelijkheden zijn er voor gebruik van duurzame materialen of hergebruik van materialen bij het (her)inrichten van het terrein. Reactie Het MER zal de gevolgen van het voornemen op het aspect duurzaamheid beoordelen. Het MER zal ingaan op de mogelijkheden die passen binnen de energietransitie. Zoals al elders is opgemerkt, zal het MER ook ingaan op de mogelijke belemmeringen voor andere activiteiten in de wijdere omgeving.
62
14
Monitoring en evaluatie
14.1
Geluidmeetnet
Zienswijze Een aantal zienswijzen vraagt om een professioneel systeem van metingen voor het bewaken van vliegtuiglawaai, zodat overtredingen van regels en zonering middels deze metingen geconstateerd kunnen worden. De resultaten van deze metingen zouden ook voor omwonenden beschikbaar moeten zijn. Hierbij wordt verwezen naar de geluidmeetnetten rond Volkel en Leeuwarden. Ook de gegevens uit de meetnetten van Volkel en Leeuwarden zouden in het MER meegenomen moeten worden. Onderzoek zou plaats moeten vinden op basis van metingen. Reactie Net als rondom de vliegbases Leeuwarden, Volkel en Gilze-Rijen zal in geval van reactivering rondom vliegbasis De Peel een geluidmeetnet worden geïnstalleerd. De meetresultaten zijn dan voor het publiek beschikbaar, net als bij die andere meetnetten. Voor het berekenen van de geluidbelasting is een veelheid aan gegevens nodig, variërend van het tijdstip waarop vliegtuigen starten of landen, de procedure die gevlogen wordt tot de gebruikte start- of landingsrichting en -route. Een deel van de gegevens die bij de berekeningen worden gebruikt, worden al standaard door Defensie gemonitord.
In het Operationeel Management Informatie Systeem (OMIS) worden per vliegtuigbeweging diverse gegevens geregistreerd: • Tijdstip van de vlucht • Start- of landings- of circuitprocedure • Type vliegtuig/helikopter • Gebruikte start- of landingsrichting • Aantal vliegbewegingen. Daarnaast beschikt Defensie over het Flight Track and Noise Monitoring System (FANOMOS), waarmee ook de werkelijk gevlogen routes gemonitord worden. Op basis van alle gegevens die gemonitord worden, kan de werkelijk optredende situatie vergeleken worden met de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de berekende geluidbelasting. Ook kunnen meetgegevens van een (tijdelijk) geluidmeetnet bijvoorbeeld gebruikt worden om de optredende piekniveaus te vergelijken met de berekende piekniveaus. Jaarlijks brengt het NLR in opdracht van Defensie rapporten uit over de geluidbelasting rondom de vliegbases13. Als de zonering ergens is overschreden, dan wordt daarvan melding gemaakt.
14.2
Luchtkwaliteit meetnet
Zienswijze Defensie wordt opgeroepen om een permanent meet- en registratiesysteem te installeren zodat kankerverwekkende stoffen gedetecteerd kunnen worden. Men vraagt zich af waarom er rond een militaire vliegbasis geen milieuonderzoek plaatsvindt en hoe de luchtkwaliteit gewaarborgd blijft na activering van de luchthaven. Reactie
13
Zie bijvoorbeeld het NLR rapport “De geluidbelasting rondom de vliegbasis Leeuwarden voor het jaar 2020” van april 2021.
63
Voor het luchthavenbesluit wordt voor de vliegbasis een milieuonderzoek uitgevoerd dat deel uit maakt van het MER. Defensie zal regelmatig onderzoek laten doen naar de uitstoot van kankerverwekkende stoffen op de vliegbasis. Tevens wordt gebruikt gemaakt van de informatie van de genoemde gemeentelijke meetstations (zie paragraaf 8.4).
14.3
Monitoring
14.3.1
Algemeen
Zienswijze De volgende aspecten moeten worden gemonitord: de directe, en langjarige invloed op mens, flora en fauna, of Defensie zich houdt aan het maximaal aantal sorties, geluid en ultra fijnstof. Gevraagd wordt naar de directe en de langdurige invloed op mens, flora en fauna. In de zienswijzen komt de vraag om een nulmeting, waarop daarna de extra activiteit kan worden geponeerd. Richt een website in waarbij iedereen kan bijhouden hoeveel er gevlogen is. Tevens wordt gevraagd om een geborgd en controleerbaar systeem voor het registreren van de vliegbewegingen op en rondom De Peel? Als deel van het MER dient er een echte (veld) nulmeting gedaan worden, door een openbaar en onafhankelijk instituut, dus niet op computerbasis. Reactie In aanvulling op de uitleg in paragraaf 14.1 over de wijze waarop de geluidberekeningen worden gemaakt, is het relevant dat Defensie niet meer volstaat met berekeningen, maar dat de laatste jaren rondom de vliegbases Leeuwarden, Volkel en Gilze-Rijen permanente geluidmeetnetten zijn geïnstalleerd. Het belang van een permanent geluidmeetnet is dat er het hele jaar rond en jaar in jaar uit wordt gemeten. Het is dus geen momentopname en alle seizoenen zijn in de geluidmetingen verdisconteerd. Van belang is ook dat deze geluidmeetnetten zijn geïnstalleerd in nauw overleg met omwonenden en nu door lokale auditcomité’s worden beheerd.
Defensie zal in geval van reactivering van de vliegbasis ook rondom De Peel een permanent geluidmeetnet installeren, ook hier in nauw overleg met omwonenden. Defensie erkent dat deze geluidmeetnetten bijdragen aan transparantie over de geluidhinder van de vliegactiviteiten. Bij de vliegbases Leeuwarden en Volkel is het meetnet operationeel geworden voordat de eerste F-35’s daar werden gestationeerd. Op die manier kunnen die eerste metingen als een nulmeting worden gezien. Zo’n planning kan ook worden nagestreefd voor het meetnet rondom De Peel. Als echte nulmeting zijn die eerste metingen van betrekkelijke waarde, omdat het een tijdelijke meting betreft en omdat hier bovendien nulmeting en leerproces door elkaar lopen.
14.3.2
Wat gebeurt er bij overschrijdingen
Zienswijze Defensie moet door middel van toepassing van de Best Beschikbare Technieken (BBT) actief actie ondernemen wanneer op een van de gemeten parameters een verhoging waargenomen wordt. Welke maatregelen heeft Defensie achter de hand als in de praktijk voorgeschreven grenzen worden overschreden. Reactie Voor de grenswaarde van de jaarlijkse geluidbelasting heeft de commandant van de vliegbasis een managementtool tot zijn beschikking, waarmee hij al tijdens het jaar kan bijhouden welk deel van de geluidruimte inmiddels is gebruikt. Zo nodig kan hij tussentijds maatregelen nemen, zoals het uitplaatsen van oefeningen en vermindering van avondvluchten, om overschrijding te voorkomen. Na afloop van het jaar wordt door een berekening gecontroleerd of een overschrijding al dan niet heeft plaatsgevonden. Het resultaat van die berekening wordt per vliegbasis vastgelegd in een rapport over de geluidbelasting, dat wordt aangeboden aan de COVM en dat daarmee ook openbaar is.
64
14.3.3
Klachtenregistratie
Zienswijze Voor het draagvlak in de omgeving is een adequate klachtenafhandeling met meer dan alleen een antwoordapparaat en met een onafhankelijke beoordeling erg belangrijk. Nu wordt er al regelmatig gevlogen met Apache helikopters. Ook bij deze oefeningen is de geluidbelasting volgens insprekers ver boven een acceptabel niveau. Op ingediende klachten wordt geen terugkoppeling ontvangen. Reactie Defensie heeft voor alle militaire luchthavens een klachtenafhandelingssysteem en rapportages. In reactie op de zienswijzen die zijn ingediend op het MER en het ontwerp-luchthavenbesluit Gilze-Rijen wordt daar het systeem van klachtenregistratie en –afhandeling onderzocht. Er is een onderzoek uitgevoerd door een bureau, waarvan de resultaten nu met omwonenden worden besproken. Waar relevant zullen verbeteringen die hieruit voortvloeien ook voor andere velden zoals LBK/MLDP worden toegepast.
65
15
Onroerend goed
15.1
Waardevermindering woningen/landerijen
15.1.1
Reactivering vliegbasis was niet te voorzien
Zienswijze Enkele zienswijzen stellen dat bewoners die na 1990 huizen hebben gekocht, niet konden weten dat er na zoveel jaar sprake zou kunnen zijn van reactivering van vliegbasis De Peel. Reactie Formeel is de vliegbasis niet opgeheven maar gedeactiveerd en de aanwijzing militair luchtvaartterrein is intact gelaten. Sinds die tijd waren omliggende gemeenten verplicht in hun bestemmingsplannen rekening te blijven houden met de beperkingengebieden van de vliegbasis. Want het intact laten van de aanwijzing was er uitdrukkelijk op gericht de mogelijkheid van reactivering open te houden.
15.1.2
Waardedaling van woningen
Zienswijze Insprekers stellen dat waardedaling van woningen dreigt. Ook bouwplannen zullen nu moeilijker te verwezenlijken zijn. Dat zal de groei van woonkernen bij de vliegbasis belemmeren en dat gaat ten koste van de woon- en leefgemeenschap. Reactie Getracht zal worden schade zoveel mogelijk te beperken. Naarmate de plannen van Defensie verder worden uitgewerkt, kan beter worden beoordeeld of en in hoeverre de reactivering van de vliegbasis daadwerkelijke schade veroorzaakt die voor schadevergoeding in aanmerking komt. De Wet luchtvaart bevat in art. 8.31 een regeling voor de vergoeding van schade die via art. 10.24 ook van toepassing is voor militaire luchthavens. Zoals eerder opgemerkt zal de geluidzone niet groter worden, maar hooguit beperkt verschuiven. Omdat gemeenten in hun plannen rekening moesten houden met de beperkingengebieden van de vliegbasis zijn er geen gemeentelijke bouwplannen die nu niet meer kunnen worden verwezenlijkt.
15.1.3
Compensatie
Zienswijze Insprekers verzoeken om het opnemen van een schaderisico analyse in verband met waardedaling van een bedrijf en een woning. In het concept van Defensie wordt nergens gesproken over compensatie of over wettelijke regelingen en afhandeling van de financiële consequenties bij het noodzakelijke aanbrengen van geluidwerende voorzieningen. Dat zal moeten worden gemeten, gewogen en meegenomen in de besluitvorming. Reactie Zie de reactie op 15.1.2. Mogelijk ontstaat ook meer inzicht in de gevolgen van de reactivering van de vliegbasis door de uit te voeren Kosten Effect Analyse (zie 15.1.4). Meer in het algemeen zal met omliggende gemeenten worden besproken en beoordeeld waar, onder andere op basis van de routestructuur, een schaderisico analyse gewenst zou kunnen zijn. Die zal dan voorafgaand aan de afronding van het MER worden uitgevoerd.
66
15.1.4
Maatschappelijke kosten-batenanalyse
Zienswijze Eén inspreker vraagt om het uitvoeren van een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) dat onderdeel dient te vormen van de te verrichten onderzoeken. Reactie Op verzoek van de gemeente Venray heeft Defensie ingestemd met de uitvoering van een Kosten Effect Analyse (KEA). Defensie zal in samenwerking met de beide gebiedsgemeenten, Venray en Gemert-Bakel, de opdracht voor de KEA voorbereiden en de uitvoering van het onderzoek begeleiden. Mede vanwege de keuze voor een KEA is Defensie niet voornemens een MKBA uit te voeren.
15.2
Waardevermindering bedrijven/terreinen
15.2.1
Nadelige gevolgen bedrijven en activiteiten
Zienswijze Zienswijzen spreken over nadelige gevolgen zoals inkomstenderving, waardevermindering en mogelijk zelfs bedrijfsbeëindiging en noemen gevolgen voor de productie van melkveehouderijen en nadelige gevolgen voor beweiding van (melk)vee en voor pluimveebedrijven, toerisme, campings, maneges, recreatie, zoals het landgoed Nederheide en het land van Cuijk, golfterreinen en B&B’s. Wordt hiernaar vooraf onderzoek gedaan? De Stichting Raceway Venray heeft geen bezwaar tegen de voorgenomen intensivering van het gebruik van de luchthaven zolang dit geen nadelige gevolgen heeft voor activiteiten van/op het circuit. De stichting vraagt te onderzoeken of het voorgenomen gebruik (gebruiks-)beperkingen voor het Circuit gaat meebrengen, zo ja welke dat dan zijn en hoe deze beperkingen weggenomen zouden kunnen worden. Reactie Zie 15.1. 2 en 15.1.3.
15.2.2
Komt er compensatie of een wettelijke regeling voor schadeafhandeling?
Zienswijze Wordt er gecompenseerd voor niet verhandelbare gewassen als gevolg van de uitstoot van de vliegtuigen en voor andere vormen van inkomstenderving door omliggende bedrijven? Komt er compensatie voor het gebied dat is aangewezen als “Landbouw ontwikkelingsgebied?” Of komt er een wettelijke regeling voor afhandeling van financiële schade als gevolg van de reactivering van De Peel? Een zienswijze stelt dat voor planschade gedupeerden actief benaderd moeten worden zodat ze geen schade ondervinden. Reactie Zie 15.1.2 en 15.1.3.
15.3
Overige aspecten
Zienswijze Dorpsoverleg De Rips verzoekt Defensie om samen een plan op te stellen voor positieve ontwikkelingen zoals woningisolatie, woning verkoop/verhuur medewerkers vliegbasis.
67
Reactie Defensie zal hierover contact opnemen met omliggende gemeentenen hun suggesties met hen bespreken. Voor woningisolatie bestaan wettelijke regelingen. Het indertijd opgeschorte isolatieprogramma zal worden hervat. Het MER zal inzicht geven in de extra te isoleren woningen (zie ook 6.7.1).
68
Bijlage 1 Advies Commissie m.e.r.
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
Bijlage 2 Overzicht beantwoording zienswijze De procedure tot en met het vaststellen van het luchthavenbesluit is beschreven in de c-NRD en is zichtbaar gemaakt in de infographic in bijlage 3 Tabel B2.1: Overzicht in welke paragrafen de zienswijzen zijn beantwoord. Dit overzicht telt 516 zienswijzen. In de tabel op blz. 12 van de reactienota is sprake van 618 zienswijzen. Voor deze tabel telt iedere brief of mail als 1 zienswijze, Voor de tabel op blz. 12 tellen ook mede-ondertekenaars van een zienswijze afzonderlijk mee. Ook is enkele malen sprake van een brief van een advocaat die is ingediend namens een aantal cliënten. Voor de tabel op blz. 12 zijn dan die cliënten afzonderlijk meegeteld.
Zienswijze 1
2
3 4 5 6 7 8
9
10 11 12
Paragraaf 2.2.1 2.2.2 6.4.2 6.5 6.7.1 8.1 8.2 9.4 12.1.2 15.1.4 15.2.1 2.2.1 2.2.2 6.4.2 6.5 6.7.1 8.1 8.2 9.4 12.1.2 15.1.2 15.1.4 15.2.1 = gelijk aan zienswijze 66 3.5 3.8 = gelijk aan zienswijze 66 = gelijk aan zienswijze 66 3.1 9.5 2.2.2 3.7 8.2 9.1 15.1.2 6.4.1 6.5 7.1 8.1 8.2 9.3 9.5 9.7.1 15.1.2 12.1.1 = gelijk aan zienswijze 66 6.4.2
Zienswijze
13 14 15
16
17 18 19
Paragraaf 6.5 8.2 9.3 9.5 12.2 15.1.1 15.1.2 = gelijk aan zienswijze 66 = gelijk aan zienswijze 66 2.1.1 2.1.5 2.1.6 3.5 3.6 5.7 6.4.2 8.2 8.4 9.6 11.4 2.1.1 2.1.2 6.4.1 6.4.2 8.2 15.1.2 = gelijk aan zienswijze 66 = gelijk aan zienswijze 66 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.2.3 3.3 3.6 3.7 4.2.1 4.6 5.1 5.4 5.7 6.2 6.3 6.4.2 6.5 6.6 6.7.2 6.8
89