CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB.21.102 Kwartaalrapportage Q4-2020 GPV

Gemeenteraad 7 september 2021, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven.18.525 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

jun

apr

mei

feb

mrt

jan

dec

okt

nov

sep

jul

aug

jun

apr

mei

feb

mrt

jan

dec

okt

nov

sep

jul

aug

jun

apr

mei

feb

mrt

jan

6.400

2020

Bron: UWV

Stijging bijstand met name bij jongeren In paragraaf 3.1 bleek dat in april 2020 verhoudingsgewijs veel jongeren in de WW zijn ingestroomd. Voor de bijstand is dat voor de arbeidsmarktregio Noord-Limburg niet anders. In augustus 2020 steeg het aantal bijstandsuitkeringen onder jongeren tot 27 jaar in vergelijking met februari 2020, de maand voordat de coronacrisis uitbrak, met 12% (van 750 naar 840). In de leeftijdscategorieën 27-50 jaar en > 50 jaar bleef het cijfer vrijwel gelijk, met respectievelijk een stijging van 1% en bijna 0,5%. Zoals al in eerdere hoofdstukken is vastgesteld, hebben jongeren vaak flexibele contracten en werken relatief meer in sectoren die hard zijn geraakt door de coronacrisis, zoals de horeca en detailhandel. Daar staat tegenover dat jongeren over het algemeen wel als eerste weten te profiteren als de arbeidsmarkt aantrekt. In de leeftijdsgroep tot 27 jaar is er altijd veel dynamiek op de arbeidsmarkt. Naar verwachting zullen ook jongeren in de bijstand weer eerder profiteren dan oudere leeftijdsgroepen als de arbeidsmarkt zich weer wat herstelt. Uitstroom stagneert waarschijnlijk Er is ook een effect op de uitstroom uit de bijstand te zien. Re-integratietrajecten zijn bijvoorbeeld (tijdelijk) stilgelegd. De uitstroom uit de bijstand trok in de zomer van 2020 weer aan.

Dit hing waarschijnlijk samen met de versoepeling van een aantal coronamaatregelen zoals de heropening van de horeca. Hierdoor was er weer meer vraag naar personeel. In oktober 2020 sloten eet- en drinkgelegenheden opnieuw. In de cijfers van de Divosa Benchmark zal de omvang van deze ontwikkelingen over een aantal maanden zichtbaar worden. Hoewel het wellicht in de lijn der verwachting ligt dat de uitstroom uit de bijstand stijgt als het goed gaat met de economie, is dat niet altijd het geval. Er is eerder sprake van het tegenovergestelde: in economisch goede tijden daalt de uitstroom uit de bijstand juist. Dit komt doordat er steeds minder mensen in de bijstand zitten die zelf werk vinden of makkelijk aan het werk te helpen zijn. Gemeenten hebben in 2019 steeds meer inspanningen moeten verrichten om uitstroom te realiseren.

4.3. Coronacrisis maakt nieuwe groepen kwetsbaar, waaronder zzp’ers De coronacrisis is niet te vergelijken met eerdere crises. Normaal gesproken zijn bij economische krimp groepen als arbeidsbeperkten, lager opgeleiden, langdurig werklozen en 50-plussers het meest kwetsbaar. Nu worden ook andere groepen (sneller) getroffen, zoals jongeren en zzp’ers. Box 4.2.

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)

De Tozo is een van de maatregelen van het kabinet om ondernemers te ondersteunen tijdens de coronacrisis. De regeling is voor zelfstandig ondernemers, waaronder zzp’ers. Het voorziet in een aanvullende uitkering voor levensonderhoud als het inkomen door de coronacrisis tot onder het sociaal minimum daalt, en in een lening voor bedrijfskapitaal om liquiditeitsproblemen als gevolg van de coronacrisis op te vangen. Deze regeling liep in eerste instantie tot eind mei en is aansluitend verlengd tot oktober 2020. In het derde steunpakket is de Tozo in gewijzigde vorm voortgezet tot juli 2021.

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) Eind augustus 2020 zijn landelijk - het betreft waarschijnlijk nog een onderschatting - 83.680 Tozo-uitkeringen verstrekt. Landelijk zijn de meeste Tozo-uitkeringen verstrekt in de sectoren overige dienstverlening, specialistische zakelijke diensten en handel. In Noord-Limburg bedraagt het aantal Tozo-uitkeringen 560. Afbeelding 4.2 toont het aantal verstrekte Tozo-uitkeringen per gemeente in de arbeidsmarktregio Noord-Limburg. Deze cijfers zijn afkomstig van het CBS en zijn voorlopig. CBS geeft aan dat gemeentes nog niet alle administraties tijdig hebben kunnen bijwerken. Gemeentes in Noord-Limburg verwachten op basis van hun eigen administraties dat het aantal personen dat uiteindelijk een Tozo-uitkering ontvangt hoger zal zijn.

Regio in Beeld Noord-Limburg

16

Afbeelding 4.2 Aantal verstrekte Tozo-uitkeringen (huishoudens) Noord-Limburg, ultimo augustus 2020 Aantal uitkeringen Tozo Nederland Noord-Limburg

83.680 560

Beesel

40

Bergen L

30

Gennep

50

Horst aan de Maas

90

Peel en Maas

50

Venlo

190

Venray

110

Bron: CBS, voorlopige cijfers

Vooruitzichten onzeker Het effect van de crisis op zelfstandig ondernemers wordt, in ieder geval tijdelijk, gedempt door de steunmaatregelen. Als na afloop van de steunpakketten blijkt dat veel ondernemers toch het hoofd niet boven water kunnen houden, zal het beroep op de bijstand onder deze groep alsnog fors kunnen toenemen. Omdat zij geen werknemer zijn, hebben zzp’ers geen recht op een WW-uitkering. Mogelijk komen zij ook niet in aanmerking voor bijstand, omdat er bijvoorbeeld sprake is van eigen vermogen en/of een partner met inkomen. Hoeveel zelfstandigen uiteindelijk een beroep gaan doen op de bijstand is op het moment van schrijven lastig in te schatten. Hoewel er op dit moment dus nog geen enorme toename te zien is, neemt het aantal bijstandsuitkeringen de komende maanden of zelfs jaren mogelijk alsnog toe. Dit is onder andere afhankelijk van hoe snel branches weer volledig kunnen opstarten als de maatregelen om het virus in te dammen voorbij zijn en of mensen die nu in de WW zitten snel (weer) een baan vinden.

Regio in Beeld Noord-Limburg

17

5. Oog voor mensen met arbeidsbeperking voor, tijdens en na corona Een bijzondere en heterogene groep arbeidspotentieel betreft mensen met een arbeidsbeperking. Voor het vinden en behouden van werk is veelal een grote inspanning en maatwerk nodig. Het overheidsbeleid richt zich voor deze groep op het stimuleren van werken naar arbeidsvermogen en het bevorderen van werk bij een reguliere werkgever. In de afgelopen jaren zorgden gunstige economische omstandigheden en inspanningen van kabinet, werkgevers, gemeenten en UWV ervoor dat de deelname aan de arbeidsmarkt van mensen met een arbeidsbeperking toenam. De coronacrisis zet de realisatie van de banenafspraak onder druk. De participatie van arbeidsbeperkten in Noord-Limburg liep in de eerste helft van 2020 iets terug. De komende tijd zal er veel inspanning nodig zijn om het aantal banen voor mensen met een arbeidsbeperking op peil te houden, zeker gezien de ongunstige economische vooruitzichten.

5.1. Verschillende regelingen voor mensen met een arbeidsbeperking Mensen met een arbeidsbeperking beschikken door ziekte of handicap over een verminderd arbeidsvermogen. Zij vormen samen een heterogene groep; zowel wat betreft hun aandoening, opleiding en werkervaring als wat betreft uitkering en regelingen waarvan zij gebruikmaken. Daardoor verschillen ook de mogelijkheden, de belemmeringen om te werken en de mate waarin zij participeren sterk van persoon tot persoon. Dit maakt individueel maatwerk bij bemiddeling naar werk en inpassing in het arbeidsproces vrijwel altijd noodzakelijk. Er bestaan uiteenlopende uitkeringen en regelingen. Jonggehandicapten kunnen voor inkomen en ondersteuning naar werk in aanmerking komen via de Wajong of de Participatiewet. Voor werknemers en zelfstandigen die in de loop van hun werkzame leven arbeidsongeschikt worden, zijn er de WIA, WAO en WAZ. In de begrippenlijst is een overzicht opgenomen van de verschillende regelingen per wet. Groep mensen met arbeidsongeschiktheidsuitkering verandert van samenstelling Eind 2019 ontvingen in Noord-Limburg 13.300 mensen een arbeidsongeschiktheidsuitkering (Wajong, WIA of WAO/WAZ). Het totale aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen ligt 3% hoger dan eind 2018, vooral als gevolg van een groeiend aantal WIA-uitkeringen.

De samenstelling van de populatie met een arbeidsongeschiktheidsuitkering verandert, onder andere door diverse wijzigingen in de wet- en regelgeving. Zo zijn er sinds 2017 meer mensen met een WIA-uitkering dan met een WAO-uitkering. De toegang tot de WAO is namelijk per 2006 gesloten en het aantal WAO-uitkeringen daalt logischerwijs. Vanaf 2015 daalt ook het aantal mensen met een Wajong-uitkering, doordat de Wajong sinds 1 januari 2015 alleen nog toegankelijk is voor jonggehandicapten die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben. De uitbraak van het coronavirus en de maatregelen die het kabinet heeft genomen om de uitbraak van het virus in te dammen hebben vooralsnog weinig direct effect op het aantal uitkeringen van mensen met een arbeidsbeperking. Wel is het door de coronacrisis moeilijker voor arbeidsbeperkten om werk te vinden en te behouden. Box 5.1.

Participatiewet en doelgroepregister

Mensen met een arbeidsbeperking die vallen onder de Participatiewet behoren tot de verantwoordelijkheid van de gemeenten voor wat betreft het verstrekken van inkomensondersteuning en de begeleiding richting werk. Een deel van hen is opgenomen in het doelgroepregister voor de banenafspraak. Met de invoering van de Participatiewet in 2015 is de toegang tot de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) afgesloten voor nieuwe instroom en komen ‘nieuwe’ jonggehandicapten met arbeidsvermogen niet meer in aanmerking voor de Wajong. Zij vallen sindsdien onder de Participatiewet. De groep ‘Participatiewetters’ in het doelgroepregister voor de banenafspraak bestaat uit een aantal subgroepen:   

mensen met een indicatie banenafspraak; (oud-)leerlingen van het voortgezet speciaal onderwijs (vso) en het praktijkonderwijs (PRO); mensen van wie een aanvraag voor de Wajong 2015 is afgewezen, omdat ze geen arbeidsvermogen hebben, maar van wie (nog) niet vastgesteld kon worden of het ontbreken ervan duurzaam is; mensen die via de Praktijkroute het doelgroepregister instromen. Het gaat hier om mensen bij wie op de werkplek via een gevalideerde loonwaardemeting is vastgesteld dat ze op deze werkplek een loonwaarde onder het wettelijk minimumloon hebben. De Praktijkroute geldt vanaf 1 januari 2017.

Ruim een derde van de werkzoekenden met een arbeidsbeperking heeft betaald werk Niet iedereen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering is in staat om te werken. Het aantal ingeschreven werkzoekenden met een arbeidsbeperking is dan ook kleiner dan het aantal mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering. In Noord-Limburg stonden in mei 2020 bij UWV 3.510 personen als werkzoekende geregistreerd die vielen onder een van de regelingen Wajong, WIA of WAO/WAZ. Gemiddeld had ruim een op de drie personen inkomsten uit loondienst. De arbeidsparticipatie van mensen met een arbeidsbeperking steeg in de afgelopen jaren als gevolg van een groeiende economie en werkgelegenheid en inspanningen van kabinet, werkgevers, gemeenten, UWV en andere arbeidsmarktpartijen. De hogere arbeidsparticipatie geldt echter voor álle groepen in de

Regio in Beeld Noord-Limburg

18

samenleving. Mensen met een arbeidsbeperking lopen hierdoor de achterstand die zij hebben op andere groepen binnen de beroepsbevolking amper in. Afbeelding 5.1 Geregistreerde werkzoekenden UWV met Wajong-, WIA- of WAO-uitkering Noord-Limburg, mei 2020 Zonder dienstverband

Met dienstverband

Regeling

Aantal

Aantal

Totaal

Met dienstverband Aandeel (%)

Totaal

2.210

1.300

3.510

37%

Wajong

910

1.160

2.070

56%

WGA 35-80

410

120

520

22%

WGA 80-100

880

20

900

3%

WAO/WAZ

10

<10

10

-

Bron: UWV

De 3.510 mensen met een arbeidsbeperking die in mei 2020 in Noord-Limburg als werkzoekende bij UWV staan ingeschreven, zijn als volgt onder te verdelen naar de onderliggende regelingen binnen de Wajong, WIA of WAO/WAZ.  2.070 werkzoekenden ontvingen een Wajong-uitkering. Dat is ongeveer hetzelfde aantal als een jaar geleden. Van hen had 56% (1.160) een dienstverband. Dit aandeel is iets kleiner dan een jaar geleden. Van de 910 werkzoekende Wajongers zonder dienstverband heeft 81% een diploma op maximaal mbo-1 niveau. Bijna een kwart van deze Wajongers is jonger dan 27 jaar en bijna drie kwart is ouder dan 27 maar jonger dan 50 jaar. Een zeer klein deel is 50 jaar of ouder. Dit aandeel neemt de komende jaren toe, aangezien de instroom in de Wajong met de komst van de Participatiewet fors is afgenomen en het bestaande Wajongbestand steeds ouder wordt. Wajongers die een dienstverband hebben, blijven ingeschreven staan omdat ze ondersteuning en begeleiding ontvangen.  520 werkzoekenden zijn gedeeltelijk arbeidsongeschikt bevonden (WGA 35-80). Dit aantal ligt lager dan vorig jaar. Van hen hadden er 410 geen dienstverband. Deze mensen zijn gedeeltelijk beschikbaar voor werk. De groep WGA 35-80 zonder dienstverband bestaat in Noord-Limburg vrijwel geheel uit mensen van 27 jaar of ouder. Meer dan de helft is ook ouder dan 50 jaar.

Van deze groep beschikt 38% niet over een startkwalificatie en is 22% hoger opgeleid.  900 werkzoekenden zijn nu volledig arbeidsongeschikt (WGA 80-100), maar hebben kans op herstel. Dit aantal ligt lager dan vorig jaar. Van deze groep hebben 880 personen (97%) geen dienstverband. Van de personen zonder dienstverband heeft 59% een opleiding op maximaal mbo-1 niveau en meer dan de helft is 50 jaar of ouder. Jongeren komen in deze groep nagenoeg niet voor.  10 werkzoekenden hebben een WAO/WAZ-uitkering. Dat is ongeveer gelijk aan het aantal vorig jaar. Afbeelding 5.2 Geregistreerde werkzoekenden UWV met Wajong-, WGA- of WAO-uitkering zonder dienstverband naar leeftijd en opleidingsniveau Noord-Limburg, mei 2020 Wajong

WGA 35-80

WGA 80-100

WAO-WAZ

910

410

880

10

Tot 27 jaar

220

<10

<10

<10

27 tot 50 jaar

660

160

310

<10

Totaal Leeftijdsklasse

50 tot 60 jaar

30

130

340

<10

<10

120

220

<10

Maximaal mbo-1

740

150

510

<10

Havo/vwo

20

10

10

<10

Mbo -2, -3, -4

130

150

260

<10

Hbo en wo

20

90

90

<10

60 jaar en ouder Opleidingsniveau

Bron: UWV

5.2. Iets minder participatie arbeidsbeperkten sinds uitbraak corona De coronacrisis zet de realisatie van de banenafspraak onder druk. De uitbraak van het coronavirus, de intelligente lockdown die het kabinet heeft ingesteld om de corona-uitbraak in te dammen en de daaruit voortvloeiende economische krimp zorgen voor een terugval van werkgelegenheid en een forse toename van werkzoekenden.

Regio in Beeld Noord-Limburg

19

Box 5.2.

Wet Banenafspraak

Met de Wet Banenafspraak (2015) en het Quotum Arbeidsbeperkten hebben kabinet en werkgevers zich verbonden aan de opdracht om tot 2026 in totaal 125.000 extra banen te creëren voor personen met een arbeidsbeperking. Dit is bovenop de 75.179 banen die in 2012 al door arbeidsbeperkten werden ingevuld. Eén baan staat hierbij gelijk aan 110,92 verloonde uren per maand. Er is voor ieder jaar een doelstelling, een aantal te realiseren banen. Onder de banenafspraak vallen personen uit de doelgroepen Participatiewet, Wajong, WSW en/of WIW/ID.

Uit de UWV Monitor Arbeidsparticipatie 2019 blijkt dat Wajongers en mensen die onder de Participatiewet vallen uit het doelgroepregister relatief vaak via een uitzendbureau werken. Ook in schoonmaak, landbouw & visserij, groenvoorziening, horeca & catering en detailhandel is het aandeel Wajongers en mensen die onder de Participatiewet vallen hoger dan gemiddeld. Het gaat hier vaak om uitvoerend werk waarvoor weinig opleiding vereist is. Vooral uitzendbureaus, horeca & catering en delen van de detailhandel behoren tot de sectoren met het grootste verlies aan werkgelegenheid als gevolg van de coronacrisis. Veel mensen in deze sectoren verloren hun baan. Minder banen en meer concurrentie van andere werkzoekenden beperken de mogelijkheden voor arbeidsparticipatie van Wajongers. Mensen met een WGA-uitkering werken naar verhouding vaak in vervoer & logistiek, overheid, onderwijs en zorg & welzijn. Deze sectoren verloren veel minder werkgelegenheid door de coronacrisis. Uit de Factsheet Banenafspraak van UWV blijkt dat de participatie van arbeidsbeperkten in Noord-Limburg in de eerste helft van 2020 beperkt terugliep. Steunmaatregelen ter overbrugging van de werkgelegenheid, zoals de NOW, hebben een dempende werking op het verlies aan werkgelegenheid voor mensen met een arbeidsbeperking. Afbeelding 5.3. Cijfers banenafspraak in het kort Noord-Limburg, tweede kwartaal 2020 2020

2019

verschil met

2019

verschil met

2012

2e kw.

4e kw.

half jaar

2e kw.

jaar

nulmeting

Banen

2.500

2.620

-5%

2.520

-1%

960

Werkzame personen

2.190

2.300

-5%

2.240

-2%

900

Cijfers banenafspraak

Bron: UWV, Factsheet Banenafspraak

Realisatie doelstelling banenafspraak lastiger Afbeelding 5.4 geeft aan hoeveel banen werkgevers hebben gecreëerd voor inwoners van Noord-Limburg met een arbeidsbeperking. Het gaat hierbij om de woonplaats van de persoon uit het doelgroepregister en niet om de regio waar het werk is gecreëerd. De cijfers hierna zijn, net als in de voorgaande hoofdstukken, afgerond op tientallen. Hoewel de banenafspraak een landelijke afspraak is en er geen afspraken zijn gemaakt over te behalen aantallen per arbeidsmarktregio, kunnen de uitkomsten wel vergeleken worden met de indicatieve verdeling die de Werkkamer maakte van de te realiseren aantallen. Afbeelding 5.4. Banen volgens banenafspraak Noord-Limburg, 2019 – medio 2020 3.000 2.500 2.000 1.500

1.080

1.080

1.100

1.100

50

50

60

1.340

1.390

1.410

I

II

990

1.000

60

70

80

1.470

1.420

1.420

1.220

1.000 500

350 20

960

590 0

Nulmeting 2012

III

IV

2019

Regulier markt

Regulier overheid

nulmeting 2012

extra voor doelstelling 2020

I

II 2020

2020 Doelstelling

Uitzendcontracten en detachering

Bron: UWV, Factsheet Banenafspraak

Aan het eind van het tweede kwartaal 2020 hadden werkgevers in Noord-Limburg 2.500 banen gerealiseerd, waarvan 1.000 via uitzendcontracten en detachering, 80 bij de overheid en 1.420 in de marktsector. Dit betekent dat werkgevers in Noord-Limburg sinds de nulmeting 1.540 extra banen hebben gerealiseerd voor mensen die in de doelgroep banenafspraak vallen. De doelstelling van de banenafspraak voor 2020 is het realiseren van 1.220 extra banen. Ten opzichte van het vierde kwartaal van 2019 zijn er in het tweede kwartaal van 2020 minder banen. UWV heeft geen

Regio in Beeld Noord-Limburg

20

informatie over de reden van het baanverlies en dus ook niet over de relatie met corona. Maar duidelijk is dat de coronacrisis het realiseren van de doelstellingen niet eenvoudiger maakt. Het aantal werkzame personen volgens de banenafspraak nam in het laatste halfjaar met 110 af tot 2.190. Hiervan vielen er 740 onder de doelgroep Participatiewet, 730 onder de Wajong en 720 hadden een WSW-indicatie en/of een WIW / ID-baan. Ten opzichte van het vierde kwartaal van 2019 waren er vooral minder personen met een WSWindicatie en/of een WIW / ID-baan werkzaam. Afbeelding 5.5. Werkzame personen banenafspraak naar grondslag Noord-Limburg, 2019 – medio 2020 2.500 2.000 860

850

840

830

740

720

720

730

750

750

730

730

490

610

660

680

720

730

740

50 Nulmeting

I

II

III

IV

I

II

1.500 1.000 360 500 0

2012 Doelgroep Participatiewet

2019 Wajong

2020 WSW indicatie en/of WIW/ID baan

Bron: UWV, Factsheet Banenafspraak

Mensen uit banenafspraak vaak een flexibel contract Mensen die behoren tot de doelgroep van de banenafspraak hebben relatief vaak een flexibel contract. Dit maakt hen in tijden van economische neergang extra kwetsbaar. Werkgevers kunnen immers snel reageren op het wegvallen van economische activiteit door tijdelijke contracten niet te verlengen en oproepkrachten niet of minder op te roepen. Het ontbinden van vaste contracten kost meer tijd en moeite. In 2018 had in Nederland 42% van de werkende Wajongers een tijdelijk of oproepcontract, was bijna 12% uitzendkracht en had ruim 46% een vast contract. Van alle werknemers in Nederland heeft 31% een tijdelijk of oproepcontract, is 7% uitzendkracht en heeft 62% een vast contract. Box 5.3.

Dashboard banenafspraak

Op 10 juni 2020 lanceerde UWV een interactief dashboard over de banenafspraak. Dit dashboard geeft inzicht in de voortgang van de banenafspraak per arbeidsmarktregio. Met het interactieve dashboard kunnen gebruikers snel eigen selecties maken. Ook kunnen ze eenvoudig een vergelijking maken met een andere arbeidsmarktregio of met landelijke data. Het dashboard kent de volgende thema's: kerncijfers banenafspraak, (werkzame) personen, banen(groei), in- en uitstroom in het laatste kwartaal, regio’s vergelijken, tabellen en FAQ. De cijfers worden ieder kwartaal geactualiseerd.

Minder werkende Wajongers De ontwikkeling van het aantal gerealiseerde banen en werkzame personen in de banenafspraak geeft een indicatie van de gevolgen van de coronacrisis op de arbeidsparticipatie van mensen met een arbeidsbeperking. Ook de omvang van de groep Wajongers met werkvermogen, ingeschreven bij UWV WERKbedrijf, geeft een beeld van de mate waarin zij aan het werk zijn. Deze groep komt overigens niet geheel overeen met de categorisering van Wajongers volgens de banenafspraak. Uit de cijfers van UWV WERKbedrijf blijkt dat het aantal werkende Wajongers bij UWV in Noord- en Midden-Limburg (de cijfers zijn niet voor Noord-Limburg afzonderlijk beschikbaar) in de eerste helft van 2020 is afgenomen van 2.240 naar 2.160, een afname van 3%. Hoewel de daling al in het eerste kwartaal van 2020 in gang is gezet, zet deze versneld door in het tweede kwartaal. Deze daling is niet een-op-een toe te schrijven aan de coronauitbraak. Ook verbeterde registratie leidt tot een daling van het aantal werkende Wajongers. Sinds oktober 2019 controleert UWV namelijk intensiever of er sprake is van werk.

5.3. Mogelijkheden voor vergroten arbeidsparticipatie Het overheidsbeleid richt zich op het stimuleren van werken naar vermogen en het bevorderen dat mensen met een arbeidsbeperking bij een reguliere werkgever aan het werk gaan en blijven. De banenafspraak is een van de vormen waarin overheid en bedrijfsleven dit in de praktijk brengen. Andere manieren zijn het creëren van beschut werk en de inzet van technologie. Over het algemeen zijn veel inspanningen nodig om mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen en te houden. Als iemand met een arbeidsbeperking een baan krijgt, heeft dat echter vele voordelen.

Regio in Beeld Noord-Limburg

21

Box 5.4.

Arbeidsbeperkte met een baan doet minder beroep op zorg

Als iemand met een arbeidsbeperking een baan krijgt, heeft dat niet alleen voordelen voor de persoon zelf, maar ook voor de samenleving als geheel. Mensen met een arbeidsbeperking doen minder vaak een beroep op geestelijke gezondheidszorg en Wmo-ondersteuning als ze werk hebben. Ook daalt het risico op crimineel gedrag, dat gemiddeld zo’n 5% bedraagt in deze groep. Dit blijkt uit het onderzoek ‘De brede baten van werk’ van het Centraal Planbureau en het Sociaal en Cultureel Planbureau. Deze voordelen komen bovenop de maatschappelijke besparingen op uitkeringen en de immateriële voordelen van werk voor mensen zelf, zoals zelfrespect en algeheel welbevinden. Bron: CPB en SCP, De brede baten van werk

Veel inspanning nodig om inzetbaarheid te vergroten Mensen met een beperking ervaren vaak belemmeringen bij het vinden en behouden van een baan. Dat komt onder andere door hun beperkte inzetbaarheid, hun gezondheid en het gebrek aan kennis en begrip bij werkgevers voor de invloed van een ziekte of beperking op het werk. Voor mensen met een fysieke beperking zijn vaak aanpassingen op de werkplek of in werktijden nodig. Bij werknemers met een verstandelijke beperking of ontwikkelingsstoornis spelen vaker belemmeringen als gebrekkige sociale en werknemersvaardigheden, gebrekkig zelfinzicht en het ontbreken van ondersteuning in het informele netwerk. Zij hebben vooral baat bij een veilige werkplek, begeleiding en coaching. Beschut werk Naast de banenafspraak biedt ook beschut werk een mogelijkheid om mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen. Het gaat hierbij om mensen die zijn aangewezen op beschut werk in het kader van de Participatiewet. Zij hebben volgens UWV zoveel (structurele) begeleiding of aanpassing van de werkplek nodig, dat niet van een reguliere werkgever mag worden verwacht dit te realiseren. De banen van deze mensen tellen niet mee voor de banenafspraak. UWV is verantwoordelijk voor het afgeven van adviezen indicatie beschut werk; gemeenten zijn verantwoordelijk voor het realiseren van beschutte werkplekken.

Aan het eind van het tweede kwartaal 2020 hadden in Noord-Limburg 120 personen een geldig advies beschut werk. Van deze personen hebben er 68 op dat moment een baan in een beschutte werkomgeving. Dit zijn er ongeveer evenveel als in het voorgaande kwartaal. Dit hoofdstuk liet zien dat de arbeidsparticipatie van mensen met een arbeidsbeperking in het afgelopen halfjaar hinder ondervond van de uitbraak van het coronavirus en de intelligente lockdown die het kabinet instelde om de uitbraak in te dammen. Hierdoor nam de baancreatie in het eerste half jaar van 2020 iets af, na een gestage toename in de afgelopen jaren. De economische vooruitzichten zijn niet gunstig. De komende tijd is veel extra inspanning nodig om het aantal banen voor mensen met een arbeidsbeperking minimaal op peil te houden.

Regio in Beeld Noord-Limburg

22

6. Verhouding vraag en aanbod Uit de vorige hoofdstukken is naar voren gekomen dat de coronacrisis een grote impact heeft op de arbeidsmarkt. Vooral in de eerste maanden van de crisis is aan de vraagzijde het aantal vacatures sterk gedaald, terwijl aan de aanbodzijde de werkloosheid snel is gestegen. Inmiddels laat de arbeidsmarkt alweer de nodige tekenen van herstel zien. Al deze ontwikkelingen hebben ook gevolgen voor de spanning op de arbeidsmarkt. In dit hoofdstuk worden daarom vraag en aanbod op de arbeidsmarkt bij elkaar gebracht, aan de hand van de Spanningsindicator arbeidsmarkt: de verhouding tussen openstaande vacatures en personen met een recente WW-uitkering.

6.1. Na jaren van krapte neemt de spanning op de arbeidsmarkt af De afgelopen jaren werden gekenmerkt door aanhoudende economische groei. Deze groei kwam tot uitdrukking in een alsmaar toenemend aantal vacatures en een dalende werkloosheid, die landelijk gezien in februari 2020 met 2,9% zelfs het laagste niveau in deze eeuw bereikte. De economische groei ging ook gepaard met een toenemende spanning op de arbeidsmarkt. De Spanningsindicator arbeidsmarkt duidde op een toenemende krapte en dus personeelstekorten. Vanaf het tweede kwartaal van 2018 kon de arbeidsmarkt als geheel in Noord-Limburg getypeerd worden als krap: aan de ene kant staan er veel vacatures open en aan de andere kant zijn er weinig geschikte mensen beschikbaar. Landelijk was dat het geval vanaf het eerste kwartaal van 2018. Coronacrisis versnelt verwachte afname van spanning op de arbeidsmarkt Hoewel de arbeidsmarkt in Noord-Limburg voor het grootste gedeelte van 2019 krap was, kondigde aan het einde van dat jaar het einde van de hoogconjunctuur zich aan: de economie groeide nog wel, maar minder hard en het aantal vacatures daalde licht. De verwachting was daarom dat in de loop van 2020 een omslag plaats zou vinden en de spanning op de arbeidsmarkt langzaam zou afnemen. Door de coronacrisis vond deze omslag niet alleen veel sneller, maar ook heftiger plaats dan verwacht.

Door de maatregelen die in maart 2020 ter preventie van een verdere verspreiding van het coronavirus werden genomen, daalde het aantal vacatures snel en nam ook het aantal WWuitkeringen flink toe. Zowel in heel Nederland als in Noord-Limburg leidde dat er in het eerste kwartaal van 2020 al toe dat er niet langer sprake was van een krappe arbeidsmarkt, maar van een ‘gemiddelde’ arbeidsmarktspanning, wat inhoudt dat de vraag naar en het aanbod van arbeidskrachten redelijk met elkaar in evenwicht zijn. Dit gold gemiddeld genomen voor alle beroepen. Als gevolg van een verder stijgend aantal WW-uitkeringen (met name in april 2020) en een dalend aantal vacatures, zette de afnemende spanning op de arbeidsmarkt zich in het tweede kwartaal van 2020 voort. De typering blijft voor zowel heel Nederland als Noord-Limburg echter gemiddeld. Afbeelding 6.1 Spanningsindicator arbeidsmarkt Nederland en Noord-Limburg, 2016 t/m 2e kwartaal 2020, doorkijk naar juli en augustus 2020 zeer krap krap

gemiddeld ruim

2016

2017 Noord-Limburg

2018 Doorkijk Noord-Limburg

2019

augustus

juli

kw. 2

kw. 1

kw. 4

kw. 3

kw. 2

kw. 1

kw. 4

kw. 3

kw. 2

kw. 1

kw. 4

kw. 3

kw. 2

kw. 1

kw. 4

kw. 3

kw. 2

kw. 1

zeer ruim

2020 Nederland

Bron: UWV, spanningsindicator

Doorkijk spanningsindicator juli en augustus 2020 De Spanningsindicator arbeidsmarkt wordt na afloop van ieder kwartaal vastgesteld. UWV heeft recentelijk een nieuwe methodiek ontwikkeld waarmee er iets gezegd kan worden over de richting waarin de Spanningsindicator zich in de tussenliggende maanden beweegt. In dit geval kan er dus een doorkijk gegeven worden voor de maanden juli en augustus 2020. Dit wordt gedaan aan de hand van twee gegevens: het aantal openstaande online vacatures op werk.nl

Regio in Beeld Noord-Limburg

23

én het aantal personen met een WW-uitkering (met een verstreken WW-duur van minder dan een half jaar). Omdat de openstaande online vacatures op werk.nl niet exact hetzelfde zijn als de totale vacaturemarkt, wordt de doorkijk van de spanningsindicator met een bepaalde onzekerheidsmarge weergegeven in afbeelding 6.1. In Noord-Limburg is het aantal openstaande vacatures op werk.nl tussen eind juni 2020 en eind augustus 2020 met 2% toegenomen. Het aantal personen met een kortdurende WW-uitkering is tegelijkertijd met 11% gedaald. Per saldo betekent dit dat de spanningsindicator naar verwachting licht is gestegen in deze periode. Dat is dus een lichte verschuiving richting een minder ruime arbeidsmarkt, in vergelijking met het tweede kwartaal van 2020. De doorkijk voor juli en augustus 2020 geeft slechts een eerste indicatie van de spanning op de arbeidsmarkt. Deze doorkijk kan afwijken van de definitieve Spanningsindicator die later in 2020 voor het derde kwartaal wordt vastgesteld.

6.2. Nog steeds beroepen met arbeidsmarktkrapte Afbeelding 6.2 toont de spanning voor alle arbeidsmarktregio’s in het tweede kwartaal 2020 (landkaart) en naar beroepsklasse voor Noord-Limburg (tabel). De arbeidsmarktspanning in Noord-Limburg als geheel was in het tweede kwartaal van 2020 te typeren als gemiddeld. In vier regio’s was er nog sprake van een krappe arbeidsmarkt: ZuidoostBrabant, Zeeland, Midden-Utrecht en Rivierenland. In alle andere arbeidsmarktregio’s was de arbeidsmarkt gemiddeld of zelfs ruim. Afbeelding 6.2 Spanningsindicator arbeidsmarkt 35 arbeidsmarktregio’s (landkaart) en Noord-Limburg naar beroepsklasse (tabel), 2e kwartaal 2020 Noord-Limburg Beroepsklasse Technisch

gemiddeld

Zorg en welzijn

gemiddeld

Openbaar bestuur

gemiddeld

Transport en logistiek

gemiddeld

ICT

gemiddeld

Dienstverlenend Economisch en administratief Managers

gemiddeld gemiddeld gemiddeld

Commercieel

ruim

Pedagogisch

ruim

Creatief en taalkundig Totaal

ruim gemiddeld

Bron: UWV

Omdat de arbeidsmarkt uit een breed spectrum van beroepen bestaat, zijn er ook binnen Noord-Limburg verschillen te zien op het gebied van arbeidsmarktspanning. Voor acht van de elf beroepsklassen (waaronder technische en zorg en welzijn beroepen) kan de arbeidsmarkt getypeerd worden als gemiddeld en voor drie beroepsklassen zelfs als ruim. In het eerste kwartaal van 2020 was de arbeidsmarkt nog krap voor de beroepsklassen ICT, zorg en welzijn en openbaar bestuur. De meest en minst kansrijke beroepen sinds de coronacrisis In augustus 2020 heeft UWV in kaart gebracht welke beroepen sinds de coronacrisis nog goede baankansen bieden en in welke beroepen de kansen (sterk) zijn afgenomen. Dat inzicht kan richting geven aan scholing van werkzoekenden en van-werk-naar-werkactiviteiten. Er worden in dat rapport drie verschillende overzichten getoond:  de meest kansrijke beroepen;  de minst kansrijke beroepen;  de beroepen die minder goede baankansen hebben sinds de coronacrisis. Een vergelijking met de arbeidsmarktspanning per beroepsklasse toont aan dat er overlap bestaat tussen beroepsklassen met arbeidsmarktkrapte en kansrijke beroepen enerzijds, en beroepsklassen met een ruimere arbeidsmarkt en minder kansrijke beroepen anderzijds.

Zo staan in het overzicht met kansrijke beroepen veel ICTberoepen (zoals BI-specialisten/data-scientists en systeemontwikkelaars), maar ook zorgberoepen (zoals verpleegkundigen en verzorgenden IG) en technische beroepen (zoals elektriciens, glasvezelmonteurs en tekenaars). In de lijst met minst kansrijke beroepen staan onder andere administratief-financiële beroepen (zoals administratief medewerkers), beroepen in de cultuursector (zoals bibliotheekmedewerkers) en beroepen in de dienstverlening, evenementen en reizen (zoals reisleiders).

Regio in Beeld Noord-Limburg

24

7. Uitdagingen en oplossingsrichtingen voor de regionale arbeidsmarkt Dit hoofdstuk beschrijft een aantal uitdagingen waarmee de arbeidsmarkt in Noord-Limburg wordt geconfronteerd, nu en in de toekomst. Deze vloeien voort uit hetgeen in de vorige hoofdstukken is beschreven. Ook worden enkele oplossingsrichtingen aangedragen om de problemen die hieruit voortkomen te verkleinen. Deze lijst is niet uitputtend, noch wat betreft de uitdagingen, noch de oplossingsrichtingen, maar biedt een eerste denkrichting om de arbeidsmarkt beter in balans te krijgen.

7.1. Uitdagingen scherper in beeld door coronacrisis Vooral groeiende groep flexwerkers getroffen Door de coronacrisis kwam de economie in Noord-Limburg – en daarmee grote delen van de arbeidsmarkt – aan het eind van het eerste kwartaal van 2020 abrupt tot stilstand. Veel bedrijven moesten (tijdelijk) hun deuren sluiten, waardoor vooral flexwerkers hun baan verloren, ondanks steunmaatregelen van de overheid. Het aantal flexwerkers steeg al jaren en nam sinds 2003 met meer dan driekwart toe. De groei was het grootst onder zzp’ers. Hierbij speelt de toenemende platformisering van arbeid een rol, waarbij diensten of goederen worden aangeboden via online platforms. Begin dit jaar publiceerde de Commissie Regulering van Werk (Commissie Borstlap) haar rapport over de regulering van werk in Nederland. Een belangrijk advies in dat rapport is om het aandeel flexwerkers op de arbeidsmarkt terug te dringen. De commissie stelt namelijk dat een groot deel van de flexwerkers kwetsbaar is. Zo is hun inkomen in veel gevallen onvoldoende beschermd. Hoewel deze conclusie al dateerde van voor de coronacrisis, maakte de afgelopen periode (extra) duidelijk dat een grote groep flexwerkers in tijden van economische afvlakking vaak als eerste geraakt wordt. Veel flexwerkers raakten al werkloos en naar verwachting loopt de werkloosheid in 2021 verder op.

Hoewel in het begin van de coronacrisis voornamelijk flexwerkers geraakt werden, zullen ook meer vaste banen verdwijnen. Kwetsbare groepen extra geraakt in tijden van crisis In de vorige hoofdstukken bleek dat de arbeidsmarkt nog altijd een groot aantal kwetsbare groepen kent, al dan niet met een afstand tot de arbeidsmarkt. Vaak hebben zij moeite om aan te haken door de hogere en veranderende eisen van werk. Dit wordt versterkt door toenemende digitalisering en technologisering van de economie. Mensen met een zwakkere arbeidsmarktpositie kunnen hierdoor uitgesloten worden van de arbeidsmarkt, denk aan lager opgeleiden, langdurig (oudere) werklozen, arbeidsbeperkten en niet-westerse migranten. Ook maken zij een grotere kans om terecht te komen in tijdelijke, flexibele banen met minder zekerheid en ongunstige arbeidsvoorwaarden. Als gevolg hiervan trekken zij zich soms op eigen initiatief terug van de arbeidsmarkt en komen (tijdelijk) terecht in de nietberoepsbevolking. In crisissituaties – zoals de coronacrisis – is de kans dat mensen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie geraakt worden of terugtreden uit het arbeidsproces bovendien groter. Voor een specifieke groep, de arbeidsbeperkten, heeft de coronacrisis het bemoeilijkt om (onder begeleiding) te werken, bijvoorbeeld door de genomen coronamaatregelen.

Tekorten én overschotten aan personeel Ondanks het feit dat door de coronacrisis de arbeidsmarkt voor veel sectoren (tijdelijk) is afgekoeld, worden er nog altijd beroepen en sectoren gekenmerkt door een nijpend tekort aan personeel. Sommige tekorten ontstonden tijdelijk of acuut als gevolg van de coronacrisis (of werden groter), denk hierbij in Noord-Limburg aan extra werk in medicijnengroothandel en handel van sanitaire producten, maar ook aan oogstmedewerkers in de land- en tuinbouw. Andere tekorten kennen een structureel karakter. Dit laatste geldt bijvoorbeeld in grote delen van beroepen in de techniek en zorg. In veel van deze beroepen wordt ook voor de komende jaren een tekort aan personeel verwacht. De eerste maanden van de coronacrisis hebben tevens aangetoond hoe kwetsbaar internationale productieketens kunnen zijn. Zo waren er onder meer tekorten aan sommige medicijnen, maar ook aan mondkapjes en onderdelen voor apparatuur. Er zijn signalen dat maakbedrijven in de regio overwegen om (een deel van) de productie terug te halen uit landen als China, Turkije en Oost-Europa, om in de toekomst minder kwetsbaar te zijn. Tegelijkertijd hebben veel werkgevers door veranderende omstandigheden geen of minder werk voor (een deel van) het zittend personeel.

Tijdens de coronacrisis is dit probleem deels van tijdelijke aard, in sectoren als de horeca, detailhandel en (personen)vervoer. Maar er wordt door bijvoorbeeld nieuwe taken ook blijvend meer gevraagd van de wendbaarheid van zowel werkgevers als werknemers. Voor werkgevers is het daarom belangrijk om persoonlijke ontwikkeling en mobiliteit mogelijk te maken en te stimuleren, om zo werknemers duurzaam inzetbaar te houden. Box 7.1.

ESF+

Vanaf 2021 gaat de nieuwe ESF-programmaperiode (Europees Sociaal Fonds) voor de periode 2021-2027 van start. Bij het schrijven van dit stuk vinden op Europees niveau nog onderhandelingen plaats over de exacte invulling van de ESFregels en de hoeveelheid middelen uit het ESF die beschikbaar komen voor Nederland. Op hoofdlijnen is al wel besloten hoe de ESF-middelen voor de periode 2021-2027 in Nederland zullen worden ingezet.

Regio in Beeld Noord-Limburg

25

In het nieuwe ESF+ programma ligt de focus op het ondersteunen van mensen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie in de 35 arbeidsmarktregio’s. Het kan zowel gaan om:  

werkenden met een kwetsbare arbeidsmarktpositie zodat deze duurzaam aan het werk kunnen blijven in een veranderende arbeidsmarkt; werkzoekenden met een kwetsbare positie waarvoor het van belang is dat zij ondersteuning ontvangen om aan het werk te komen.

Het is aan de gemeenten en sociale partners (en eventueel andere ESF-partners in de regio) om deze doelgroepen nader te specificeren. Gedacht wordt aan bijvoorbeeld langdurig werklozen, kwetsbare jongeren en ouderen, statushouders, mensen met een arbeidsbeperking, mensen met een opleiding op maximaal niveau mbo-1 en werkenden met flexibele arbeidscontracten of werkenden die maximaal 130% van het minimum loon verdienen. Dit zijn slechts enkele voorbeelden. Door de coronacrisis en de (economische) gevolgen daarvan kunnen mogelijk meer mensen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie in aanmerking komen. De start van het ESF-programma in de arbeidsmarkregio’s begint met het opstellen van een regionale arbeidsmarktanalyse. Hiervoor kunnen regio’s gebruik maken van (onder andere) deze Regio in beeld. Daarnaast maken de arbeidsmarktregio’s een analyse van de bestaande samenwerkingsverbanden, al aanwezige projecten en sectorregiocombinaties. Op basis hiervan stelt de arbeidsmarktregio een meerjarig uitvoeringsprogramma op voor de regionale inzet van de ESF+ middelen.

7.2. Oplossingsrichtingen voor een betere balans Uit de paragraaf hiervoor blijkt dat de arbeidsmarkt in Noord-Limburg geconfronteerd wordt met belangrijke uitdagingen, ook na de coronacrisis. Deze manifesteren zich zowel aan de aanbod- als de vraagzijde. De problemen die hieruit voortvloeien verdwijnen nooit helemaal, maar er zijn wel oplossingen en denkrichtingen om ze te verkleinen. Hierna staat een aantal oplossingsrichtingen en voorbeelden hoe regionale partijen hier samen aan werken. Leven lang leren en stimuleren van wendbaarheid De arbeidsmarkt verandert in snel tempo. Een leven lang leren en ontwikkelen is essentieel om duurzaam deel te nemen aan de dynamische arbeidsmarkt. Hiervoor is het belangrijk te blijven investeren in de loopbaan en kennis en vaardigheden op peil te houden. Wendbaarheid is eveneens van groot belang, voor zowel werkzoekenden als zittende werknemers. Een belangrijk instrument hiervoor is scholing. Hierdoor kunnen zij meegroeien met ontwikkelingen en hun aanpassingsvermogen vergroten in hun huidige baan of een andere – kansrijkere – sector of beroep. Dat is zeker ook belangrijk in economisch mindere tijden. Ook op het gebied van scholing zijn de gevolgen van de coronacrisis echter merkbaar. Zo zijn er bijvoorbeeld veel collectieve opleidingstrajecten (tijdelijk) on-hold gezet.

Desondanks zijn er in Noord-Limburg toch nog verschillende initiatieven om scholing zoveel mogelijk te stimuleren.  Subsidies voor scholing. De meeste brancheorganisaties hebben hun eigen Opleidings- en Ontwikkelingsfonds (O&O fonds). Punt van aandacht is dat deze fondsen zich doorgaans richten op de eigen sector. Door ook de verbinding te zoeken met andere sectoren wordt de mobiliteit van werknemers vergroot. Ook vanuit de Provincie Limburg en UWV zijn er subsidies voor scholing. Een voorbeeld van een opleidingstraject is het traject voor douanedeclarant, dat (onder andere in het kader van de naderende Brexit) perspectief biedt op meerdere baanmogelijkheden. Ook de logistieke keten, met name de E-commerce, groeit nog steeds en biedt volop kansen voor geïnteresseerden. Een volwaardige opleiding, bijscholing of het behalen van een certificaat wordt ondersteund door UWV en samenwerkende partners. Ondanks het feit dat veel collectieve opleidingstrajecten (tijdelijk) on-hold zijn gezet, zijn er diverse individuele opleidingstrajecten van start gegaan. Deze opleidingstrajecten zijn onder andere gefinancierd vanuit het scholingsbudget van UWV.

Voorbeelden van dergelijke opleidingen, die vaak intersectorale perspectieven bieden, zijn: jobcoach, hbo verpleegkundige, onderwijsassistent, verkeersregelaar, data analist, logistiek management, doktersassistent, docent Engels, glasvezelmonteur, beveiliger en programmeur.  Servicepunt Leren en Werken Regio Noord-Limburg. Het regionale Leerwerkloket biedt onafhankelijk advies over leren en werken aan werkzoekenden, werknemers, werkgevers, scholieren en studenten. Ook zoekt het regionale Leerwerkloket, samen met opleidingsinstituten en arbeidsmarktpartijen, naar concrete trajecten om mensen meer kansen op de arbeidsmarkt te geven. Een voorbeeld is het voorschakeltraject voor statushouders, in samenwerking met gemeenten, Gilde Educatie en Gilde opleiding beroepsonderwijs. Middels dit voorschakeltraject hebben statushouders, bovenop hun taaleducatie, ondersteuning gekregen bij studie-, digitale- en beroepsvaardigheden. Dit heeft ertoe geleid dat alle kandidaten succesvol aan een beroepsopleiding kunnen beginnen of aan het werk zijn gegaan.  Pilot praktijkleren mbo. Mensen zonder startkwalificatie (minimaal een diploma havo, vwo of mbo-niveau 2 of hoger) zijn relatief kwetsbaar op de arbeidsmarkt. Veel van deze mensen staan dan ook aan de kant, terwijl er in NoordLimburg tegelijkertijd een (zeer) grote vraag is naar vakmensen.

Leren in de praktijk kan daarom helpen om (een deel van) deze mensen weer te laten participeren aan de arbeidsmarkt. Het behalen van een volledig mbo-diploma of mbo-certificaat is echter niet altijd haalbaar. Sinds 2018 wordt daarom in een landelijke pilot onderzocht welke mogelijkheden een praktijkverklaring biedt, om de overgang van mensen zonder startkwalificatie naar duurzaam werk te vergroten. Hierbij gaat een student, onder begeleiding van een praktijkopleider aan de slag met verschillende onderdelen van een mbo-opleiding. Vaak worden er geen lessen gevolgd en geen examen afgelegd, maar krijgt de student wel een praktijkverklaring: een officiële erkenning voor de vaardigheden die de student in de praktijk van het leerbedrijf opdoet. In Noord-Limburg werken verschillende partijen (waaronder leerbedrijven, mboinstellingen, gemeenten, UWV en sociale werkvoorziening) samen in deze pilot om korte praktijkleerroutes op maat aan te bieden, die leiden tot het behalen van een praktijkverklaring mbo.

Regio in Beeld Noord-Limburg

26

 SBB: leerbanen, stages en mbo-certificaten. Door de coronacrisis staat ook de beschikbaarheid van leerbanen en stages voor mbo-studenten en werkzoekenden onder druk. Met het actieplan stages en leerbanen wil het SBB zorgen voor voldoende stages en leerbanen. Dit gebeurt in samenwerking met het onderwijs, bedrijfsleven, de overheid en andere regionale partners. Gemeenten en UWV kunnen bij het meldpunt stage- en leerbanentekorten werkzoekenden aanmelden die via praktijkleren in het mbo werken en leren willen combineren. Daarnaast brengen UWV en gemeenten leerbanen onder de aandacht van werkzoekenden. Verder onderzoeken onderwijs en bedrijfsleven de mogelijkheden voor werkenden en werkzoekenden om een wettelijk erkend mbo-certificaat te behalen voor een deel van een mbo-opleiding. Zij volgen hiervoor maximaal een jaar één of meer beroepsgerichte onderdelen van een opleiding. In de eerste ronde van deze pilot zijn 14 certificaten ontwikkeld. De pilot is inmiddels uitgebreid om nieuwe certificaten mogelijk te maken.  oZone (online leerplatform techniek). oZone is een online leerplatform, ontwikkeld voor en door technische bedrijven. Het platform biedt basisleerstof die bedrijven direct kunnen inzetten voor het opleiden van (nieuwe) medewerkers. Het biedt op die manier de mogelijkheid om laagdrempelig te leren, technisch vakmanschap te vergroten en kennis te borgen.

Het platform biedt meer dan 90 up-to-date onderwerpen aan, gericht op het ontwikkelen en vergroten van technisch vakmanschap.  Instroom- en scholingsmogelijkheden in de zorg. In de regio Noord-Limburg is in de eerste maanden van de coronacrisis een groot deel van de scholingstrajecten stopgezet, omdat de scholen als gevolg van de maatregelen gesloten werden en er ook geen mensen binnen de zorginstellingen mochten komen. Inmiddels zijn de opleidingen weer op gang gekomen en zijn er in augustus en september diverse opleidingsklassen gestart bij diverse zorgorganisaties in de regio.  WijkLeerbedrijf Venray. Het UWV is in Noord-Limburg een opleidingstraject gestart in samenwerking met Calibris en zorgorganisaties: het WijkLeerbedrijf Venray. In het WijkLeerbedrijf volgen deelnemers een zorgopleiding op niveau 1 en 2. Het gaat hier om mensen die talent en drive hebben om in de zorg te werken, maar zelf moeilijk aan het werk kunnen komen.  Leo (Loopbaan en Ontwikkeling). Leo is een ontwikkelprogramma dat is opgezet door de Provincie Limburg en haar partners. Het programma draait om een duurzame aanpak voor de deelnemers, gericht op loopbaanondersteuning en een leven lang ontwikkelen.  Bovenstaande scholingsvoorbeelden zijn slechts een greep uit de talrijke initiatieven die momenteel in NoordLimburg worden ondernomen.

Aandacht voor competenties Er komt steeds meer aandacht voor competenties. Door te denken in competenties en talent in plaats van enkel formele criteria – zoals ervaring en opleiding – kunnen verborgen matches zich openbaren. Dit is niet alleen belangrijk voor werkgevers die moeilijk personeel kunnen vinden, maar ook voor werkzoekenden die lastig in hun eigen sector of beroep terecht kunnen. Werkzoekenden kunnen in die zoektocht ook competenties en vaardigheden aandragen die zij hebben opgedaan in eerdere beroepen of buiten de werksfeer. Op deze manier ontstaat er een bredere kijk op de arbeidsmarkt, waardoor de aansluiting tussen vraag en aanbod kan verbeteren. In aanvulling op competenties zijn ook aanpassingsvermogen en wil om te leren belangrijke criteria voor werving, juist omdat veel functies aan verandering onderhevig zijn. Ook de coronacrisis heeft (blijvend) invloed op onze manier van werken. Aandacht voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt Ondanks de coronacrisis waardoor meer mensen werkloos zijn geworden, blijft de aandacht voor de begeleiding naar werk voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt bij UWV onverminderd belangrijk.

Er zijn in Noord-Limburg diverse instroomprojecten geweest voor mensen uit de doelgroep Banenafspraak, zoals bijvoorbeeld het werken in de natuur als ondersteunend boswachter en hovenier, of logistiek ondersteuner in diverse e-commerce bedrijven. Ook is er een aantal keren een zogenaamd ‘bedrijfsadvies inclusieve arbeidsorganisatie’ ingezet waarbij in bestaande werkprocessen van een bedrijf gezocht wordt naar eenvoudige werkzaamheden. Deze worden vervolgens gecombineerd tot een nieuw takenpakket, waar vervolgens een geschikte kandidaat voor wordt gezocht uit de doelgroep Banenafspraak. Voor mensen die door de coronacrisis hun baan zijn verloren zijn belacties ingezet om te beoordelen of er (tijdelijk) werk beschikbaar is in andere sectoren. Op deze manier zijn meerdere mensen intersectoraal aan het werk gegaan. Regionale samenwerking op de arbeidsmarkt In Noord-Limburg werken verschillende arbeidsmarktpartijen intensief samen om zoveel mogelijk mensen aan het werk te houden en te krijgen. En daarmee werkgevers te voorzien van personeel dat voldoende wendbaar en weerbaar is, ook als het tegenzit. Het verbinden van mensen en het creëren van ketens (economisch/sociaal/maatschappelijk) zijn in dat kader belangrijke uitdagingen. Een aantal samenwerkingsvormen en initiatieven in Noord-Limburg worden onderstaand kort beschreven.

 In de land- en tuinbouw zijn de platformen werkenindelandentuinbouw.nl en helponsoogsten.nl opgericht. Op deze platformen kunnen werkgevers die een tekort aan werknemers hebben en werkgevers die werknemers beschikbaar hebben, zich melden. Op deze manier kunnen ook werknemers uit andere sectoren (tijdelijk) worden ingezet in de land- en tuinbouw. Mede hierdoor zijn bijvoorbeeld werknemers uit de horecasector (tijdelijk) aan de slag gegaan in de land- en tuinbouw.  Ook de schoonmaakbranche heeft een mobiliteitscentrum (www.mobiliteitscentrumschoonmaak.nl) opgericht waar bedrijven met een overschot of tekort aan personeel zich kunnen melden.

Regio in Beeld Noord-Limburg

27

 Om mensen te ondersteunen en hen te helpen zich aan te passen aan de veranderde arbeidsmarkt, trekt het kabinet €1,4 miljard uit voor een aanvullend sociaal pakket. Het kabinet wil goede begeleiding bieden aan mensen die hun werk zijn verloren of dreigen te verliezen. Daarom trekt het kabinet geld uit om meer dienstverlening te bieden en regionale mobiliteitsteams op te richten. Daarbij zijn UWV, gemeenten, werkgevers, sociale partners en beroepsonderwijs betrokken. Hierbinnen zijn ook goede mogelijkheden voor privaat-publieke samenwerking, bijvoorbeeld in de begeleiding van werkzoekenden van werk naar werk.  Provincie Limburg zet zich in om de schade van de coronacrisis te beperken en om bij te dragen aan herstellende bewegingen. Daarom heeft het college een Brede Economisch Sociale Taskforce (BEST) ingesteld. Deze taskforce is op 1 juli 2020 gestart en heeft op 8 oktober advies uitgebracht met betrekking tot een perspectief op de toekomst voor de Limburgse samenleving: hoe verder na de coronacrisis? In bepaalde sectoren is er zoals gezegd nog sprake van een tekort aan personeel. Zo is er in de zorg met name veel vraag naar verzorgenden en verpleegkundigen, zonder dat hier voldoende geschikt personeel tegenover staat.

In Noord-Limburg zijn organisaties zich daarom aan het oriënteren op bredere wervingsmogelijkheden, bijvoorbeeld mensen zonder (relevante) ervaring in de zorg. Ook regionale samenwerkingsverbanden en initiatieven kunnen gericht zijn op het verkleinen van tekorten bij werkgevers. Een voorbeeld daarvan is:  Bedrijven in de technieksector in Limburg hebben het erg druk. Tegelijkertijd is goed opgeleid personeel schaars. Om ondernemers te ondersteunen is Techniekcoalitie Limburg (TLC) opgericht. Techniekcoalitie Limburg is een initiatief van de Koninklijke Metaalunie, FME, Techniek Nederland en de opleidingsfondsen OOM, A+O Metalektro en Wij Techniek. UWV en gemeenten participeren ook in deze coalitie. De Techniekcoalitie steunt technische ondernemingen op een praktische manier (zoals ondersteuning bij het uitwerken van een veranderplan). Ook worden onder andere vakmensen opgeleid en bijgeschoold en worden zij-instromers ondersteund om werk te vinden in de techniek.

Regio in Beeld Noord-Limburg

28

Bronnen Atlas voor gemeenten, Atlas voor gemeenten 2019; Groei & Krimp, Utrecht, mei 2019. CBS, Werkloosheid en de coronacrisis: wat meet het CBS precies?, Den Haag/Heerlen, mei 2020. Commissie Regulering van Werk, In wat voor land willen wij werken? Naar een nieuw ontwerp voor de regulering van werk, Den Haag, januari 2020. CPB, Centraal Economisch Plan 2019, Den Haag, maart 2019. CPB, Centraal Economisch Plan 2020, Den Haag, maart 2020. CPB, Verkenning Middellangetermijn 2022-2025, Den Haag, november 2019. CPB/SCP, De brede baten van werk, Den Haag, maart 2020. CPB, Augustusraming 2020-2021, Den Haag, augustus 2020. CPB, Macro Economische Verkenning 2021, Den Haag, september, 2020. Rijksoverheid, WSW thermometer, Utrecht, maart 2020. Rijksoverheid, Kamerbrief over monitoring arbeidsmarkt en beroep noodpakket, juli 2020. UWV, Opnieuw minder mensen van WW naar bijstand, Amsterdam, oktober 2019. UWV, Monitor Arbeidsparticipatie 2019, Amsterdam, februari 2020. UWV (UWV Kennisverslag 2020-3), Volumeontwikkelingen voorjaar 2020. Duiding van ontwikkelingen in de sociale zekerheid met speciale aandacht voor de WIA-instroom van 60-plussers, Amsterdam, april 2020. UWV, Coronacrisis: regionale verschillen in impact op werkgelegenheid, Amsterdam, juni 2020. UWV, Atlas SV 2019. Regionale informatie sociale verzekeringen, Amsterdam, juli 2020. UWV, Factsheet Banenafspraak.

Tweede kwartaal 2020, Amsterdam, oktober 2020. UWV, Rapportage beschut werk. Tweede kwartaal 2020, Amsterdam, oktober 2020. UWV, Regionale trendrapportage banenafspraak. Tweede kwartaal 2020, Amsterdam, oktober 2020. UWV, Kansrijke en minder kansrijke beroepen. Een eerste inventarisatie sinds de coronacrisis, Amsterdam, augustus 2020. UWV, Contractvorm voor instroom in WW aan begin van de coronacrisis, Amsterdam, augustus 2020. Relevante internetlinks: www.limburgnacorona.nl https://opendata.cbs.nl/statline https://www.divosa-benchmark.nl www.rijksoverheid.nl www.samenvoordeklant.nl www.werk.nl/arbeidsmarktinformatie

Regio in Beeld Noord-Limburg

29

Begrippen Onbenut arbeidspotentieel (CBS) Het onbenut arbeidspotentieel bestaat uit:  personen zonder betaald werk: • werklozen: personen die recent naar werk hebben gezocht én hiervoor op korte termijn beschikbaar zijn; • potentieel additionele beroepsbevolking: personen die recent naar werk hebben gezocht maar hiervoor niet op korte termijn beschikbaar zijn, of andersom personen die op korte termijn beschikbaar zijn voor werk maar hiernaar niet recent hebben gezocht;  personen met betaald werk: • onderbenutte deeltijdwerkers: personen die in deeltijd werken en meer willen gaan werken en hiervoor op korte termijn beschikbaar zijn. Participatiewet De Participatiewet trad op 1 januari 2015 in werking en voegde de Wet werk en bijstand, de Wet sociale werkvoorziening en een deel van de Wajong samen. Gemeenten zijn daarmee verantwoordelijk voor de re-integratie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt of een arbeidsbeperking. Met de Participatiewet werd beoogd zoveel mogelijk mensen te laten participeren in de samenleving. Wajong (Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten) De Wajong is bedoeld voor mensen die op jonge leeftijd door ziekte of handicap over een verminderd arbeidsvermogen beschikken en daardoor niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen.

De Wajong kent drie regelingen:  oWajong voor jonggehandicapten die voor 2010 zijn ingestroomd in de Wajong, dit is de oude Wajong-regeling;  Wajong 2010 voor jonggehandicapten die zijn ingestroomd tussen 2010 en 2014;  Wajong 2015 voor jonggehandicapten die zijn ingestroomd vanaf 2015 en is bedoeld voor mensen die op jonge leeftijd een ziekte of handicap kregen waardoor ze nu en in de toekomst geen mogelijkheden hebben om te werken (dit noemt men duurzaam geen arbeidsvermogen). Vanaf 2015 is de Wajong niet langer toegankelijk voor jonggehandicapten die 18 jaar worden en arbeidsvermogen hebben. Zij vallen onder de Participatiewet en hebben mogelijk recht op hulp van de gemeente bij het vinden van werk en mogelijk ook op bijstand. WAO (Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering) De WAO was de voorganger van de WIA en bedoeld voor mensen die vóór 1 januari 2004 een langdurige ziekte of handicap kregen. Instroom in de WAO is nog uitsluitend mogelijk voor mensen die eerder een WAO-uitkering ontvingen en niet voor nieuwe aanvragen. WIA (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen) De WIA is bedoeld voor mensen die tijdens het arbeidzame leven door ziekte niet of niet meer kunnen werken.

De WIA kent twee regelingen:  Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsongeschikten (WGA) is bedoeld voor mensen die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn (35-80%) en voor personen die wel volledig arbeidsongeschikt zijn bevonden (80-100%), maar bij wie nog wel een kans op herstel is;  Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA) is bedoeld voor personen die onder de WIA vallen en die weinig tot geen arbeidsmogelijkheden hebben en waarbij ook geen herstel meer is te verwachten. Niet iedereen die een WIA-uitkering aanvraagt, krijgt deze ook toegekend. Als er sprake is van een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 35%, wordt de WIA-aanvraag afgewezen. Een deel van deze mensen kan mogelijk wel aanspraak maken op een WW-uitkering.

Een uitleg van andere veelgebruikte begrippen is ook te vinden op werk.nl: https://www.werk.nl/arbeidsmarktinformatie/begrippenlijst/.

Regio in Beeld Noord-Limburg

30

Regio in Beeld Noord-Limburg

31

Colofon Regio in Beeld Regio in Beeld is een jaarlijkse uitgave van UWV Auteur Jeroen de Quillettes Inlichtingen arbeidsmarktinformatie@uwv.nl Redactieadres UWV Afdeling Arbeidsmarktinformatie en -advies Postbus 58285 1040 HG Amsterdam Eindredactie Suzanne IJzerman, Erik Oosterveld en Roelof van der Velde Regio samenstelling De arbeidsmarktregio Noord-Limburg is het werkgebied van Werkplein Venlo. De gemeenten Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Peel en Maas, Venlo en Venray maken deel uit van deze arbeidsmarktregio.

Volg ons

Disclaimer Meer informatie is te vinden op www.werk.nl/arbeidsmarktinformatie. Alles uit deze uitgave mag worden overgenomen, echter uitsluitend met bronvermelding. Aan deze uitgave kunnen geen rechten worden ontleend. UWV © 2020 De kennispublicaties van UWV hebben betrekking op vier gebieden. Deze kennen een eigen kleurcodering. Zo kunt u snel zien op welk gebied een publicatie betrekking heeft:

Regio in Beeld Noord-Limburg

ontwikkelingen in de sociale zekerheid

verder professionaliseren van de dienstverlening

arbeidsmarkt en arbeidsparticipatie

financiële aspecten van de sociale zekerheid

32

Regio in Beeld Noord-Limburg

33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10454734/1