CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB.21.102 Kwartaalrapportage Q4-2020 GPV

Gemeenteraad 7 september 2021, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven.18.525 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Stuknummer: 21.0006179

Raad 07-09-2021 RIB 21.102

raadsinformatiebrief van

: Burgemeester en wethouders

portefeuillehouder

: Wethouder Tegels

aan

: De leden van de gemeenteraad

datum

: 27/07/2021

status

: Toezeggingen, nummer: 2021.095

openbaar

: Ja

Onderwerp RIB Kwartaalrapportage Q4-2020 Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo

Aanleiding Op de vragen m.b.t. de kwantitatieve en kwalitatieve arbeidsmarkt ontwikkelingen wordt teruggekomen. Hierbij wordt ingegaan op de doelstelling zoals verwoord op pag. 6 dat het streven is om 10 tot 15 duizend nieuwe arbeidsplaatsen te voorzien. Deels nieuwe werkgelegenheid om de bevolkingskrimp in de regio tegen te gaan, deels vervangende werkgelegenheid om banenverlies in diverse sectoren op te vangen (bijv. banken, retail). Naar aanleiding van de gestelde vraag heeft er nog overleg plaatsgevonden om de vraagstelling te verduidelijken. Daarbij kwam de vraag naar voren hoe we meer inzicht krijgen in het soort werkgelegenheid waar in deze regio vraag naar is en hoe we werkzoekenden uit andere regio’s hiervoor kunnen inzetten, zoals de Duitse grensregio. Omgekeerd kunnen we kijken aan welke werkzaamheden de werkzoekenden in de Euregio behoefte hebben en dan sturen op het soort werkgelegenheid dat wij hier laten ontstaan. Beantwoording De gebiedsontwikkeling Greenport Venlo heeft als missie het aanbieden van vestigingsmogelijkheden voor bedrijven om zo economische groei, werkgelegenheid en kennisontwikkeling te realiseren in een aantrekkelijk ingericht en duurzaam functionerend gebied. Ten tijde van het vaststellen van de structuurvisie is aangegeven dat het streven is om in 10.000 tot 15.000 arbeidsplaatsen te voorzien.

Deels nieuwe werkgelegenheid om de bevolkingskrimp in de regio tegen te gaan, deels vervangende werkgelegenheid om banenverlies in diverse sectoren op te vangen (bijv. banken, retail). In het voorjaar van 2020 is er een onderzoek uitgevoerd naar de tot dusver gerealiseerde werkgelegenheid bij de bedrijven aan wie sinds 2013 een kavel is verkocht. Het onderzoek is vorig jaar aan de raad verstrekt en treft u nogmaals aan in de bijlage. Er blijken medio 2020 gemiddeld 7.000 mensen te werken, dat is gemiddeld 33 arbeidsplaatsen per verkochte hectare. De totale ontwikkeling van 466 hectare (incl. 30 hectare Venray) leidt daarmee tot circa 15.000 werkplekken. Dat is exclusief de werkgelegenheid op Brightlands Campus Greenport Venlo, Fresh Park en in de tuinbouwgebieden Californië en Siberië. Het ontwikkelbedrijf ligt goed op koers om de werkgelegenheidsdoelstelling qua kwantiteit te halen.

Bezoekadres: BezoekAdres, PlaatsBA

Postadres / PostCodePA PlaatsPA

T TelefoonNummer

F FaxNummer

Pag. 2 van 3

Een ander aspect is de kwalitatieve doelstelling, waarbij door middel van gerichte acquisitie getracht wordt zowel bedrijven in de agrofood, maakindustrie en logistiek aan te trekken. Er wordt nu met name grond verkocht aan logistieke bedrijven. De bedrijventerreinen Fresh Park, Californië en Siberië bieden daarnaast ruimte aan de agro- en foodsector en daaraan verwante bedrijven. Ondanks de gerichte inspanning op de sector maakindustrie, waar sprake is van meer behoefte aan hoger geschoolde werknemers, is gebleken dat het erg moeilijk is deze aan te trekken. De betreffende bedrijven zijn erg regio gebonden en hebben een lage verhuisbereidheid. Dit wordt o.a. veroorzaakt door de beschikbaarheid van specifiek personeel en de hoge investeringen die gedaan zijn in de bestaande locatie in zowel grond, gebouw en machines ter plekke. Vaak wordt ervoor gekozen om op de bestaande locatie te blijven en daar de situatie te optimaliseren. Dit in tegenstelling tot de logistieke sector, waar juist sprake is van een grote dynamiek in de wereld van de distributiecentra en waar de bedrijven vaak niet zelf investeren in grond en gebouw maar deze huren. Wel wordt getracht te sturen op het aantrekken van logistieke bedrijvigheid met meer hoogwaardige werkgelegenheid. En is de verwachting dat door uitgifte van kleinere kavels een ander soort bedrijvigheid kan worden aangetrokken.

Een ontwikkeling die wel vooral zorgt voor hoger geschoolde arbeidsplaatsen is de Brightlands Campus Greenport Venlo die onlosmakelijk verbonden is met de gebiedsontwikkeling. Ook de samenwerking met het MKB in de regio, de onderwijsinstellingen en universiteiten zal leiden tot een toename van werkgelegenheid voor hoger opgeleiden. Juist in de sectoren tuinbouw en logistiek is naast banen op mbo-3/4 niveau of hoger sprake van in verhouding veel laaggeschoolde arbeid. Daarnaast is vaak sprake van seizoensinvloeden. Om pieken en dalen op te vangen wordt veelvuldig gebruik gemaakt van een flexibele schil bestaande uit uitzendkrachten, studenten en internationale werknemers. Aandachtspunt voor die laatste groep is dat er in of rond Greenport Venlo behoefte is aan goede huisvestingsvoorzieningen, met name voor short-stay verblijf. Dit pleit ervoor om inspanningen te verrichten om beschikbare arbeidskrachten binnen en buiten de eigen regio dan wel in de Euregio aan te trekken, waarbij de huisvestings- en integratieproblematiek naar verwachting minder aan de orde zal zijn. Op regionaal niveau wordt hier volop op ingezet. We zien dat ondanks het feit dat door de coronacrisis de arbeidsmarkt voor veel sectoren (tijdelijk) is afgekoeld, er nog altijd beroepen en sectoren worden gekenmerkt door een nijpend tekort aan personeel.

Sommige tekorten ontstonden tijdelijk of acuut als gevolg van de coronacrisis (of werden groter), denk hierbij in Noord-Limburg aan extra werk in medicijnengroothandel en handel van sanitaire producten, maar ook aan oogstmedewerkers in de land- en tuinbouw. Andere tekorten kennen een structureel karakter. Dit laatste geldt bijvoorbeeld in grote delen van beroepen in de techniek en zorg. Zo is er in de zorg met name veel vraag naar verzorgenden en verpleegkundigen, zonder dat hier voldoende geschikt personeel tegenover staat. In Noord-Limburg zijn organisaties zich daarom aan het oriënteren op bredere wervingsmogelijkheden, bijvoorbeeld mensen zonder (relevante) ervaring in de zorg. Ook regionale samenwerkingsverbanden en initiatieven kunnen gericht zijn op het verkleinen van tekorten bij werkgevers. Bijvoorbeeld bij bedrijven in de technieksector in Limburg, waarbij goed opgeleid personeel schaars is. Om ondernemers te ondersteunen is Techniekcoalitie Limburg (TLC) opgericht. Techniekcoalitie Limburg is een initiatief van de Koninklijke Metaalunie, FME, Techniek Nederland en de opleidingsfondsen OOM, A+O Metalektro en Wij Techniek. UWV en gemeenten participeren ook in deze coalitie. De Techniekcoalitie steunt technische ondernemingen op een praktische manier (zoals ondersteuning bij het uitwerken van een veranderplan).

2

Pag. 3 van 3

Daarnaast is het benutten van de kansen die het “ontgrenzen” van de arbeidsmarkt biedt, een van de thema’s waar we als regio op in zetten als het gaat om de realisatie van onze arbeidsmarktambitie en -(hoofd)opgaven. Voor Noord-Limburg geldt dat het op basis van regionale inspanningen is gelukt om de samenwerkingsprojecten UWV-Arbeitsagentur te versterken. Vanuit daar is een regionaal grensoverschrijdend arbeidsbemiddelingsteam ontstaan dat onderdeel is van het regionaal werkgeversservicepunt. Voor meer inzicht in de kansen en knelpunten voor werkzoekenden en werkgevers publiceert het UWV jaarlijks het rapport “Regio in Beeld”. Daarnaast geeft het informatie over beschikbare banen, vacatures en onbenut arbeidspotentieel. In de bijlage treft u het rapport van 2020 aan. Bijlagen - Werkgelegenheidsonderzoek Trade Port Noord september 2020 - Regio in Beeld Noord-Limburg oktober 2020

3

Werkgelegenheidsonderzoek September 2020

Werkgelegenheidsonderzoek Trade Port Noord

Ø Onderzoek is uitgevoerd voorjaar 2020, geeft situatie eind 2019/begin 2020 weer

Ø 210 hectare grond is uitgegeven = 53% bebouwingspercentage = 60%

Ø Er zijn 19 bedrijven gevestigd op Trade Port Noord 17 bedrijven zijn geïnterviewd, 2 verwerkt o.b.v. bestaande cijfers en aannames

Ø Totaal 7.002 medewerkers

piek *: + 1.521

dal * : - 997

* Bedrijven kennen verschillende momenten van piek- en dalseizoen

Ø Per verkochte hectare 34 medewerkers

Werkgelegenheidsonderzoek Trade Port Noord (2020)

Totaal gemiddeld 7.002 medewerkers 4.092 58% 2.910 42%

2.250 32%

2.085 30% 1.084

1.125

15%

16% 458 7%

Logistieke dienstverleners

Anderen

Ecommerce

Fashion

Tech

Medical

Consumer Goods

Werkgelegenheidsonderzoek Trade Port Noord (2020)

5.484

Totaal gemiddeld 7.002 medewerkers

78%

4.136 59%

2.866 41%

2.985 2.646

42%

38% 1.371

1.062 456

20%

15%

7% Vast

Flex/Uitzend

Management

Staf/Onderst.

Uitvoerend (incl. deel techn.)

Nederlands

Duits

Overig

Werkgelegenheidsonderzoek Trade Port Noord

Ø Diversiteit aan bedrijven, een mix van banen Ø Veel regionale medewerkers Ø Flexibiliteit is nodig N.B.:

Ø Feitelijke werkgelegenheid is hoger vanwege outsourcing van bijvoorbeeld horeca, schoonmaak, (groen)onderhoud

Ø Cijfers betreffen slechts een deel van Greenport Venlo, want zijn exclusief het Agri Business Park (klaver 11), Greenport Business Park (klaver 14), de glastuinbouwgebieden Siberië en Californië, Freshpark en de Brightlands campus

Regio in Beeld Noord-Limburg Oktober 2020

Inhoudsopgave

Voorwoord

2

De arbeidsmarkt en corona

3

1. Vraagzijde arbeidsmarkt flink geraakt door corona 1.1. Economie al voor corona in vertraging 1.2. Flexwerkers sterkst getroffen door coronacrisis 1.3. Krimpende vacaturemarkt: een derde minder vacatures

4 4 4 6

2. Coronacrisis schudt arbeidsaanbod door elkaar 2.1. Onbenut arbeidspotentieel toegenomen 2.2. Toename GWU ongelijk verdeeld

8 8 9

3. WW-uitkeringen nemen vooral in begin coronaperiode toe 3.1. Vooral in eerste maanden na corona veel nieuwe WW-uitkeringen 3.2. Voorlopig geen explosieve doorstroom WW naar bijstand

12 12 13

4. Toename aantal bijstandsgerechtigden nog nauwelijks zichtbaar 4.1. Aanvragen voor bijstandsuitkering nemen toe 4.2. Bijstandsuitkeringen in Noord-Limburg na lichte stijging redelijk stabiel 4.3. Coronacrisis maakt nieuwe groepen kwetsbaar, waaronder zzp’ers

15 15 15 16

5. Oog voor mensen met arbeidsbeperking voor, tijdens en na corona 5.1. Verschillende regelingen voor mensen met een arbeidsbeperking 5.2. Iets minder participatie arbeidsbeperkten sinds uitbraak corona 5.3. Mogelijkheden voor vergroten arbeidsparticipatie

18 18 19 21

6. Verhouding vraag en aanbod 6.1. Na jaren van krapte neemt de spanning op de arbeidsmarkt af 6.2. Nog steeds beroepen met arbeidsmarktkrapte

23 23 24

7. Uitdagingen en oplossingsrichtingen voor de regionale arbeidsmarkt 7.1. Uitdagingen scherper in beeld door coronacrisis 7.2. Oplossingsrichtingen voor een betere balans

25 25 26

Bronnen

29

Begrippen

30

Colofon

32

Regio in Beeld Noord-Limburg

1

Voorwoord De arbeidsmarkt nu en in de nabije toekomst Vorig jaar gaf ik in mijn voorwoord aan dat het spannend was op de arbeidsmarkt. Relatief weinig werkzoekenden en veel vacatures. Ik deed de oproep om creatiever te denken. Als werkgever meer te denken in skills en competenties en minder te kijken naar diploma’s en als werkzoekende je blik te verruimen door breder te kijken dan je (huidige) ervaring en vaardigheden. Corona en de arbeidsmarkt Niemand kon toen vermoeden dat er een virus voorbij zou komen dat de arbeidsmarkt helemaal op zijn kop zou zetten. Een half jaar na de vorige Regio in Beeld zaten we ineens in een intelligente lockdown en veel ondernemers zagen zich geconfronteerd met omzetverlies. De werkloosheid steeg ineens na jaren van daling en diverse noodmaatregelen werden door de overheid ingevoerd om de eerste nood te verzachten. Vaak krijg ik nu de vraag hoe het gaat met de arbeidsmarkt en die vraag is momenteel niet echt, en al zeker niet eenduidig, te beantwoorden. De situatie is turbulent, van lockdown naar een verspoeling en nu weer een gedeeltelijke lockdown. Veel sectoren zitten in onzekerheid en worden geconfronteerd met omzetverlies terwijl andere sectoren booming zijn en een personeelstekort hebben. Gelukkig zijn er noodmaatregelen van kracht zoals bijvoorbeeld de NOW die vooralsnog de dreigende werkloosheid voor een deel tegenhouden.

Daarnaast is het virus nog aanwezig en is er nog geen vaccin beschikbaar. Dit alles zorgt voor een kramp en angstgedachte. En kunnen we nog niet met zekerheid zeggen hoe de economie en dus ook de werkgelegenheid zich gaat ontwikkelen. Toekomst Omdat we nog niet precies weten hoe het virus de komende maanden gaat ‘huishouden’ en we nog steeds geen adequaat vaccin hebben, is het koffiedik kijken. Komt het vaccin snel beschikbaar dan is de verwachting dat de economie weer snel gaat aantrekken en dat de arbeidsmarkt daarvan mee gaat profiteren. Gaat het echter langer duren dan zal de economie, en dus ook de arbeidsmarkt, daar steeds meer en diepere schade door oplopen. Helaas heb ik geen glazen bol die de nabije toekomst op de arbeidsmarkt kan voorspellen maar ik weet wel dat we momenteel met man en macht aan het werk zijn om de match nog steeds te maken. Maar feit blijft wel dat de arbeidsmarkt mee ontwikkelt en inmiddels is ook duidelijk dat de lockdown dingen versneld. Zo zal arbeid zich anders gaan ontwikkelen (als deze crisis weer weg is) en blijft de mismatch bestaan. Eigenlijk is die mismatch de enige zekerheid op de arbeidsmarkt op dit moment. Werkgevers en werkzoekenden zullen zich in een nog sneller tempo breder moeten oriënteren.

Als je straks weer behoefte hebt aan personeel dan zul je als werkgever breder moeten kijken en als werkzoekende biedt een bredere blik je meer kansen op de arbeidsmarkt. Natuurlijk ben je als ondernemer nu bezig met overleven, maar voor diegene die de ruimte heeft om over de toekomst na te denken is het van groot belang om nu al na te denken over welk personeel je straks nodig hebt. Wat is de minimale scholing die ze nodig hebben en wat zijn de skills waarover ze moeten beschikken? Synchroon daaraan zullen werknemers en werkenden na moeten denken wat ze straks gaan doen als de arbeidsmarkt weer aantrekt en hun huidige baan niet meer bestaat. Wat zou je dan allemaal wel nog kunnen en willen doen en welke ontwikkeling en/of scholing is dan nodig om dat mogelijk te maken? Natuurlijk is het moeilijk om in deze crisistijd al na te denken over de toekomst en is investeren in de toekomst nu wel heel erg veel gevraagd, maar diegene die nu investeert in de toekomst (of dat nu werkgevers of werkenden of werkzoekenden zijn) is straks spekkoper en zal later geen of minder last hebben van een blijvend virus genaamd ‘mismatch’. Don Thijssen Regiomanager Noord-Limburg

Regio in Beeld Noord-Limburg

2

De arbeidsmarkt en corona Sinds maart 2020 is Nederland in de ban van het coronavirus. De coronacrisis is anders dan alle eerdere crises en het verdere verloop ervan valt nauwelijks te voorspellen. Deze situatie is zo uniek, dat bestaande modellen niet voorzien in een situatie als deze. Indicatoren die normaal gesproken gebruikt worden om te bepalen in welke fase van de conjunctuur de economie zich bevindt, zoals het consumentenvertrouwen, de prijs van koopwoningen of het aantal gewerkte uren, kunnen nu beperkt gebruikt worden om uitspraken te doen over de toekomst. Wat wel vaststaat is dat de coronacrisis de arbeidsmarkt in ieder geval tijdelijk, maar mogelijk ook permanent verandert. Economische groei werd al minder Ruim voor het uitbreken van de coronacrisis groeide de economie al minder snel dan in de tijden van hoogconjunctuur. Er was geen sprake van economische krimp, maar wel van een afnemende groei. De daling van de werkloosheid stagneerde. Economisch mindere tijden waren dus (waarschijnlijk) in aantocht. Het uitbreken van de coronacrisis heeft dit proces echter versterkt en versneld. Hoe snel Nederland en de rest van de wereld het effect van de coronacrisis te boven komen hangt af van een aantal factoren.

Komt er snel een vaccin? Hoelang duren de beperkingen nog? Hoe gedraagt het virus zich in Nederland en andere delen van de wereld? Allemaal ontwikkelingen die invloed hebben op de Nederlandse economie en arbeidsmarkt. Niet alle werkloosheid is (direct) zichtbaar De landelijke lockdown en andere maatregelen, zoals het tijdelijk sluiten van de horeca, hebben bij veel bedrijven en werknemers gezorgd voor inkomstenverlies. Dit heeft geleid tot een snel oplopende werkloosheid, maar de effecten van corona zijn lang niet altijd meteen zichtbaar in statistieken. Al heel snel heeft de Nederlandse overheid met het inzetten van steunmaatregelen werkloosheid nog (tijdelijk) voorkomen. Deze steunpakketten worden in versoberde vorm tot aan de zomer van 2021 gecontinueerd. De maatregelen fungeren als vangnet waarmee veel directe werkloosheid voorkomen wordt. Deze maatregelen zijn echter eindig. Er zullen bedrijven zijn die nu nog overeind staan, maar het uiteindelijk toch niet redden, met alle gevolgen van dien. Met name als grote bedrijven failliet gaan of gaan reorganiseren, kunnen de effecten groot zijn. Verder worden mensen die wel beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt maar niet actief naar werk zoeken op dit moment niet meegenomen in de officiële definitie van werkloosheid. Veel van deze (verborgen) werkloosheid kan zich mogelijk later alsnog manifesteren.

Dat bijvoorbeeld de WW niet explosief is gestegen, wil dus niet zeggen dat het ‘allemaal wel meevalt’. De NOW fungeert als vangnet voor werknemers met een dreigend baanverlies; een zzp’er met (fors) inkomstenverlies telt officieel niet als werkloze, maar zit natuurlijk wel zonder werk. Vooruitzichten Het Centraal Planbureau (CPB) gaat er in de Macro Economische Verkenningen vanuit dat de economie in het derde kwartaal van 2020 weer gaat groeien, maar dat de klap van de coronacrisis nadreunt. In de basisraming, die ervan uit gaat dat er geen grootschalige contactbeperkingen nodig zijn, krimpt de economie over het gehele jaar 2020 met 5,0% ten opzichte van een jaar eerder. In deze basisraming voorziet het CPB voor 2021 een herstel met een groei van 3,5%. De effecten van corona op de arbeidsmarkt zijn echter in 2021 en de jaren erna nog voelbaar. Het CPB verwacht namelijk dat de werkloosheid in 2021 oploopt tot 5,9%. De ontwikkeling van de pandemie is zeer bepalend voor de vooruitzichten op herstel. Om die onzekerheid recht te doen, is ook een scenario opgenomen waarin opnieuw grootschalige contactbeperkingen van kracht worden. In zo’n scenario krimpt de economie ook in 2021 en loopt de werkloosheid op tot 8,5%.

Uitdagingen De coronacrisis heeft de knelpunten op de arbeidsmarkt, zoals die onder meer zijn vastgesteld door de commissie Borstlap, versterkt én er zijn nieuwe problemen bij gekomen. Omdat het lastig te voorspellen is hoe snel de economie en de arbeidsmarkt zich herstelt, heeft het CPB verschillende scenario’s geschetst. Ondanks de onzekerheden moeten toch keuzes gemaakt worden hoe de uitdagingen aangepakt gaan worden.

Regio in Beeld Noord-Limburg

3

1. Vraagzijde arbeidsmarkt flink geraakt door corona 1.1. Economie al voor corona in vertraging Economische ontwikkeling kenmerkt zich door op- en neergaande bewegingen, waarbij een periode van groei wordt afgewisseld met perioden van afnemende groei en zelfs krimp. De laatste cyclus besloeg de periode 2014 – 2020 met als hoogtepunt het jaar 2017, waarin de economie 2,9% op jaarbasis groeide. Daarna namen de groeipercentages af met 2,4% economische groei in 2018 en 1,7% in 2019. Het CPB berichtte al in het Centraal Economisch Plan 2019 dat de economie afkoelde en het hoge groeitempo voorbij was. De coronacrisis kwam onverwacht. De gebruikelijke cyclus van de economie werd in het eerste kwartaal 2020 abrupt afgebroken. Voor het gehele eerste kwartaal van 2020 waren, door twee maanden zonder corona, de gevolgen op zich nog relatief beperkt; de economie kromp met 1,5% ten opzichte van het kwartaal ervoor. In het tweede kwartaal was de krimp met 8,5% echter veel sterker. Producenten en consumenten verloren snel hun vertrouwen. Consumenten gaven minder uit, investeringen vielen terug en in- en uitvoer namen af. Handel, horeca, vervoer & opslag en zakelijke diensten waren de sectoren met een groot aandeel in de daling van het bruto binnenlands product (bbp). Bij die laatste sector in het bijzonder uitzendbureaus en de reisbranche.

Ook de bijdrage van de zorgsector nam af door uitgestelde of zelfs afgestelde behandelingen. De coronacrisis haalde een streep door eerdere berekeningen. Het CPB heeft eerst een scenariostudie gepubliceerd. Later volgden nieuwe ramingen. Het CPB gaat in de basisraming van augustus voor 2020 uit van een krimpende economie met -5,0% en een groei met 3,5% in het volgende jaar. De werkloosheid loopt in dat scenario op van 3,4% in 2019 naar 4,3% in 2020 en 5,9% in 2021. Voor de augustusraming is ook een scenario uitgewerkt voor een tweede coronagolf. In dit scenario krimpt de economie in 2020 met 6,1% én is er ook in 2021 sprake van krimp, namelijk met 2,8%. De werkloosheid loopt dan op tot 8,5% in 2021. De werkloosheid in Noord-Limburg is de laatste jaren over het algemeen iets lager dan het landelijke gemiddelde. In de arbeidsmarktregio Noord-Limburg was eind 2019 nog 2,9% van de beroepsbevolking werkloos. Het landelijke werkloosheidspercentage was toen 3,4%. Afbeelding 1.1 Economisch groei per jaar (bruto binnenlands product) en scenario’s CPB (september) Nederland, 2001-2019, 2020-2021 6,0% 4,0% 2,0% 0,0% -2,0% -4,0% -6,0%

BBP (realisatie)

Basisraming volgens CPB

2021

2020

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

2012

2011

2010

2009

2008

2007

2006

2005

2004

2003

2002

2001

-8,0%

raming 2e golf volgens CPB

Bron: UWV

1.2. Flexwerkers sterkst getroffen door coronacrisis De coronacrisis heeft, ondanks de steunmaatregelen, geleid tot een groot verlies van werkgelegenheid. Het aantal banen medio 2020 viel landelijk volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) terug naar het niveau van twee jaar eerder. In het tweede kwartaal van 2020 nam het aantal banen van werknemers in Nederland met 4% af ten opzichte van het kwartaal ervoor. Het grootste banenverlies deed zich voor in de handel, horeca, vervoer en de zakelijke dienstverlening (inclusief de uitzendsector). Veel werknemers met een flexibel arbeidscontract verloren in het tweede kwartaal hun werk. Landelijk nam het aantal werknemers met zo’n contract op kwartaalbasis met 8% af. Het aantal werknemers met een vast contract bleef nagenoeg gelijk.

Regio in Beeld Noord-Limburg

4

De coronacrisis illustreert daarmee een door de commissie Regulering van Werk (Commissie Borstlap) vastgesteld fundamenteel probleem in de manier waarop we in Nederland arbeid organiseren. Om in te kunnen spelen op voortdurende en snelle veranderingen hebben bedrijven jarenlang door gebruik te maken van flexibele contracten de nadruk gelegd op het verhogen van de externe flexibiliteit. Steeds meer mensen gingen in de voorbije jaren op basis van een flexibel contract aan het werk of werden als zzp’er ingehuurd. Hun aantal nam van 2009 tot 2019 trendmatig met een derde toe. Het aantal werknemers met een vast contract steeg na jaren van daling na 2015 door de aantrekkende arbeidsmarkt wel weer, maar ligt nog steeds onder het niveau van tien jaar eerder. Deze flexibilisering van de arbeidsmarkt is ten koste gegaan van duurzame arbeidsmarktrelaties, interne wendbaarheid van bedrijven en personeel, en investering in scholing. Box 1.1.

Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW)

Het kabinet ondersteunt de economie met Noodpakketten. Eén van de onderdelen van deze noodpakketten betreft de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW). Voor deze maatregel zijn twee afzonderlijke regelingen getroffen, de NOW-1 en de NOW-2, waarbij de eerste regeling het mogelijk maakte een tegemoetkoming in de loonkosten te ontvangen voor de maanden maart t/m mei 2020 en de tweede regeling dit mogelijk maakte voor de maanden juni t/m september 2020. Hierdoor kunnen werkgevers hun werknemers met een vast en met een flexibel contract doorbetalen. Het doel van de NOW is zoveel mogelijk bedrijven en banen te behouden. Nadat duidelijk is geworden dat de economische gevolgen van het coronavirus langer aanhouden is eind augustus een verlenging van de noodmaatregelen aangekondigd, het zogenoemde Steun- en herstelpakket. Daarbij is met ingang van 1 oktober 2020 de NOW verlengd, met drie keer drie maanden, tot en met 30 juni 2021. Het voortzetten van de ondersteuning via de NOW biedt werkgevers en het personeel dat bij hen in dienst is voor langere tijd zekerheid over de tegemoetkoming in de loonkosten. Bedrijven blijven dus ondersteund worden om de coronacrisis te overbruggen. Zo blijft ook de werkgelegenheid zoveel mogelijk behouden. Tegelijkertijd komt er binnen de NOW-3 meer ruimte voor werkgevers om hun bedrijfsvoering te herstructureren.

Een belangrijke wijziging in de NOW-3 ten opzichte van de NOW-1 en NOW-2 is het schrappen van de kortingen in het geval van een aanvraag tot ontslag van een werknemer om bedrijfseconomische omstandigheden. Daartegenover staat dat in de NOW-3 de werkgever een inspanningsverplichting heeft om mee te werken aan de begeleiding naar nieuw werk van een werknemer.

Afbeelding 1.2 laat voor zowel de flexibele contracten als voor de vaste contracten zien in hoeverre deze geraakt worden door de effecten van corona. Om de impact te kunnen bepalen zijn sectoren in vijf categorieën verdeeld. Van sectoren met een ‘zeer grote krimp’ tot en met sectoren met een ‘groei’ van het aantal werknemers. Of sectoren groeien dan wel krimpen en in welke categorie ze vallen is bepaald door te kijken naar de ontwikkeling van het aantal werknemers in de periode februari 2020-mei 2020. De effecten naar sectoren komen in afbeelding 1.3 aan bod. In Noord-Limburg heeft bijna een derde van alle werknemers in mei 2020 een flexibel contract. Werknemers met flexibele contracten werken vaker in sectoren die te maken hebben met een zeer grote krimp. Werknemers met een vast contract werken vooral in sectoren waar sprake is van geen of een kleine krimp. Werknemers met een flexibel arbeidscontract hebben dus een groter risico op werkloosheid en een zwakkere arbeidsmarktpositie. Dit betreft vaak lager en middelbaar opgeleiden, jongeren en mensen met een migratieachtergrond. Afbeelding 1.2 Werknemers naar arbeidsrelatie en impactcategorie Noord-Limburg, mei 2020

flexibel contract

vast contract

0

10.000

Zeer grote krimp

20.000

30.000

Grote krimp

40.000

50.000

Gemiddelde krimp

60.000

70.000

80.000

Geen/kleine krimp

Groei

90.000

Bron: UWV

In mei 2020 zijn er in Noord-Limburg 124.100 werknemers. Ruim vier op de tien werknemers (45%) in Noord-Limburg werkt in sectoren met een kleine of geen krimp. Het betreft dan onder meer grote sectoren als zorg & welzijn, onderwijs en openbaar bestuur. Bijna een kwart van de werknemers in Noord-Limburg werkt echter in sectoren met een zeer grote krimp of een grote krimp. Het aandeel van deze sectoren is met 24% een fractie kleiner dan landelijk. Voor heel Nederland gaat het om 25%. Dit is een gevolg van de regionale werkgelegenheidsstructuur. Een beperkt deel van de werknemers in Noord-Limburg werkt in de detailhandel food, de enige sector waar sprake is van groei van het aantal werknemers in de periode februari 2020-mei 2020. Ongeveer 1.000 werknemers (1% van het totaal aantal

Regio in Beeld Noord-Limburg

5

werknemers) werken in (kleine) sectoren waarvoor de impact niet bepaald kan worden. Deze zijn in afbeeldingen 1.2 en 1.3 dan ook niet meegenomen. Afbeelding 1.3. Werknemers naar sector en impactcategorie Noord-Limburg, mei 2020 zeer grote krimp

grote krimp

gemiddelde krimp

Overig zakelijke diensten (incl. uitzend)

Detailhandel non-food

Metaal- en technologische industrie

Zorg en welzijn

Horeca

Autohandel

Groothandel

Openbaar bestuur

Specialistische zakelijke diensten

Landbouw

Overige industrie

Onderwijs

Logistieke diensten

Goederenvervoer

Chemische industrie

Bouwnijverheid

Cultuur, sport en recreatie

geen/kleine krimp

groei

Detailhandel food

Levensmiddelenindustrie Financiële diensten ICT 20.000 werknemers

10.200 werknemers

31.200 werknemers

55.800 werknemers

5.900 werknemers

Bron: UWV

1.3. Krimpende vacaturemarkt: een derde minder vacatures Het effect van corona op de ontwikkeling in sectoren vertaalt zich ook door naar de openstaande vacatures. De openstaande online vacatures voor werkzoekenden daalden in de weken direct volgend op het begin van de coronacrisis sterk. Vanaf medio mei (week 16-19) ontstaat er een wisselend beeld op een lager niveau met toe- en afnamen ten opzichte van de voorafgaande periode. Het weekgemiddelde openstaande online vacatures in Noord-Limburg in 2020 tot en met week 11 bedroeg 2.820. Dit gemiddelde daalde in de periode erna 31% tot gemiddeld 1.950 vacatures per week in de periode week 12 tot en met 35. Dit is een iets sterkere daling dan landelijk (-29%).

Regio in Beeld Noord-Limburg

6

Afbeelding 1.4 Weekgemiddelde openstaande online vacatures Noord-Limburg, 2020 (week 1 t/m 35) 3.000 2.500

2.000 1.500 1.000 500 0 week 1-11

week 12-15

week 16-19

week 20-23

week 24-27

week 28-31

week 32-35

Bron: UWV

De impact van de coronacrisis op de vacaturemarkt in Noord-Limburg is goed te zien door de veranderingen naar beroepsklasse van de weekperiode 12-35 te vergelijken met de pre-coronaweken (week 1-11). De vraag naar zowel ICT-beroepen als economische en administratieve beroepen is met 46% afgenomen. Andere beroepsklassen met een sterke daling van het aantal vacatures zijn commerciële beroepen, dienstverlenende beroepen en transport & logistieke beroepen. Kelners & barpersoneel en schoonmakers worden veel minder gevraagd. De afnemende vraag naar goederen- en personenvervoer zorgt voor minder behoefte aan transport & logistiek personeel. In economisch onzekere tijden zijn werkgevers ook voorzichtig met bezetting van indirecte functies, zoals administratief personeel. Het bescheiden aantal vacatures bij creatieve & taalkundige beroepen zorgt voor een relatief grote procentuele verandering. Voor de zorg & welzijn beroepen is er voor wat betreft de online vacatures sprake van een kleine krimp van 1%. Afbeelding 1.5 Verandering weekgemiddelde openstaande online vacatures Noord-Limburg, 2020 week 12 t/m 35 ten opzichte van week 1 t/m 11

Totaal alle beroepsklassen

-31%

ICT

-46%

Economisch en administratief

-46%

Commercieel

-41%

Dienstverlenend

-41%

Transport en logistiek

-40%

Managers

-37%

Openbaar bestuur

-34%

Technisch

-25%

Creatief en taalkundig

-10%

Pedagogisch

-9%

Zorg en welzijn -50%

-1% -45%

-40%

-35%

-30%

-25%

-20%

-15%

-10%

-5%

0%

Bron: UWV

In afbeelding 1.5 is agrarisch personeel niet meegenomen; er wordt namelijk vaak via andere kanalen geworven. Bekend is dat vrees voor besmetting en internationale reisbeperkingen voor knelpunten in de land- en tuinbouw zorgden. Veel arbeidsmigranten keerden huiswaarts. In de eerste maanden van de coronacrisis zijn er daarom verschillende initiatieven opgezet om bijvoorbeeld personeel uit de horeca in te zetten in de agrarische sector. UWV heeft in augustus een inventarisatie gemaakt van de meest en minst kansrijke beroepen sinds de coronacrisis. In paragraaf 6.2 wordt daar verder op ingegaan. In dit hoofdstuk is de impact van corona op de vraagkant van de arbeidsmarkt besproken. In de volgende hoofdstukken wordt ingegaan op de impact aan de aanbodkant van de arbeidsmarkt.

Regio in Beeld Noord-Limburg

7

2. Coronacrisis schudt arbeidsaanbod door elkaar Naast de effecten van al genomen coronamaatregelen en de economische recessie in het tweede kwartaal van 2020, zorgt de grote onzekerheid over de (nabije) toekomst voor veel hectiek in vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Zo nam aan de aanbodkant meteen al in het tweede kwartaal van 2020 het onbenut arbeidspotentieel toe. Dat was een abrupte breuk met de dalende trend van daarvoor. Eind juni 2020 omvatte het onbenut arbeidspotentieel in Noord-Limburg circa 15.000 mensen. Het schokeffect van de coronacrisis op de aanbodkant van de arbeidsmarkt is ook terug te zien in de sterke toename van het aantal geregistreerde werkzoekenden bij UWV (GWU), vooral in de maanden maart, april en mei 2020. In Noord-Limburg liep het GWU in die drie maanden met 1.400 personen op tot bijna 20.000. Die toename was niet gelijkmatig verdeeld. De toename was in eerste instantie het sterkst bij WW’ers, maar ook de groep bijstandsgerechtigden en de groep mensen zonder uitkering in het GWU namen toe. Naar leeftijd was de toename het sterkst onder jongeren, zeker in de eerste maanden van de coronacrisis. Andere leeftijdsgroepen volgden later. In de zomermaanden stabiliseerde het aantal GWU min of meer.

2.1. Onbenut arbeidspotentieel toegenomen Vanaf 2014 tot en met 2019 boden zich meer mensen aan op de arbeidsmarkt en een groeiend deel van hen had ook betaald werk. Mede hierdoor werd het onbenut arbeidspotentieel elk jaar kleiner. Deze trend leek zich in 2020 door te zetten, maar de coronacrisis haalde daar een streep door. Van het ene op het andere moment stokte veel bedrijvigheid en nam het aantal banen en vacatures af. En in plaats van verder af te nemen groeide het onbenut arbeidspotentieel, waaronder de werkloze beroepsbevolking. Afbeelding 2.1 laat zien hoe het totale (potentiële) arbeidsaanbod halverwege 2020 verdeeld is over groepen met een verschillende binding met de arbeidsmarkt. Dat geeft een eerste indruk van het effect van de coronacrisis, maar het is ook nadrukkelijk een momentopname in een zeer veranderlijke periode. De potentiële beroepsbevolking is de bevolking van 15 tot 75 jaar. Eind juni 2020 zijn dat in Noord-Limburg 204.000 mensen. Hiervan heeft 70% betaald werk, dat zijn 143.000 mensen. Het onbenut arbeidspotentieel in NoordLimburg is dan toegenomen tot 15.000 mensen. Dit zijn in afbeelding 2.1 de drie lichtgroene blokken ‘wil meer uren werken’, ‘werkloos’ en ‘beschikbaar, niet gezocht’ en het oranje blok ‘niet beschikbaar, wel gezocht’. Afbeelding 2.1 Binding van potentiële beroepsbevolking met de arbeidsmarkt Noord-Limburg, 2e kwartaal 2020

15- tot 75jarigen 204.000

Beroepsbevolking

Niet-beroepsbevolking

148.000

56.000

Werkend

Werkloos

143.000

4.000

Wil meer uren werken

5.000

Beschikbaar, niet gezocht 4.000

Niet beschikbaar, wel gezocht

Niet beschikbaar, niet gezocht

2.000

50.000

Wil werken 2.000

Bron: CBS maatwerk op verzoek van UWV

Net als bij het CBS telt het andere oranje blok (de mensen die aangeven dat ze wel willen werken, maar dat ze nu niet beschikbaar zijn en niet zoeken) hier niet mee in het onbenut potentieel. De kleuren groen, oranje en rood geven hier een indicatie van de verwachte (extra) inspanningen die nodig zijn om mensen naar de arbeidsmarkt te leiden. Bij de groene categorie is waarschijnlijk de minste inspanning nodig, en bij rood de meeste.

Regio in Beeld Noord-Limburg

8

Door de coronacrisis is het onbenut arbeidspotentieel groter geworden. De werkloze beroepsbevolking vormt in Noord-Limburg met 5.000 mensen een derde van het onbenut arbeidspotentieel. Een groter deel – samen 6.000 mensen – is óf niet meteen beschikbaar óf heeft niet recent naar werk gezocht. Tot die laatste categorie behoren ook mensen die zich ontmoedigd voelen en nu niet actief zoeken, omdat ze verwachten toch niet aan het werk te komen. Deze onderverdeling van het onbenut arbeidspotentieel is niet statisch. Juist in onzekere tijden zoals deze coronacrisis kan de arbeidsmarktpositie van mensen snel wijzigen. In die onzekere en instabiele situatie is het raadzaam om voor al het arbeidspotentieel, werkend en niet-werkend, aandacht te besteden aan perspectief op werk. Dat kan gaan om behoud van huidig werk, maar ook om het (opnieuw) zoeken en vinden van werk. Bijvoorbeeld in de richting van de (nog steeds) vele openstaande en moeilijk vervulbare vacatures, ook in andere sectoren of beroepen dan waar mensen zelf misschien als eerste in zoeken. Meer in het algemeen is voor een goede matching van het aanbod met de vraag belangrijk om inzicht te hebben in de arbeidskenmerken van het (onbenut) arbeidspotentieel. Dat inzicht is ook van belang voor een gerichte inzet van mensen en middelen van partijen die deze matching ondersteunen.

Daarvoor biedt het bestand GWU waardevolle informatie. Box 2.1.

WW en werkloosheid zijn niet hetzelfde

Soms worden WW en werkloosheid als synoniemen gebruikt, terwijl ze dat niet zijn. In afbeelding 2.1 gaat het blok ‘Werkloos’ over de werkloze beroepsbevolking. Dat is het officiële werkloosheidscijfer van het CBS. Voor de term werkloosheid volgt Regio in Beeld de definitie die internationaal is vastgelegd door de International Labour Organisation (ILO) en die ook het CBS gebruikt. De werkloze beroepsbevolking is dan: de bevolking van 15 tot 75 jaar, zonder betaald werk, die actief (in de afgelopen vier weken) naar betaald werk heeft gezocht én die direct (binnen twee weken) beschikbaar is voor betaald werk. Dit verschil tussen WW en werkloosheid is bijvoorbeeld relevant om te verklaren hoe het kan dat het werkloosheidscijfer en het aantal WW-uitkeringen per maand soms een verschillende ontwikkeling laten zien. UWV publiceert gegevens over het aantal lopende WW-uitkeringen. Dit aantal ligt meestal lager dan het werkloosheidscijfer van het CBS. Niet iedereen die werkloos is ontvangt een uitkering, en niet iedereen met een WWuitkering is werkloos. Iemand kan bijvoorbeeld na het verlies van een baan weer aan het werk zijn gegaan voor minder uren of inkomen dan voordien en een aanvullende WW-uitkering ontvangen. Daarnaast zijn er mensen die recent geen werk hebben gehad en op zoek gaan naar werk.

Zij ontvangen geen WW-uitkering, maar zijn wel werkloos als ze ook op korte termijn (binnen 2 weken) kunnen starten. Het doel van het werkloosheidscijfer is om inzicht te krijgen in het aantal mensen zonder werk dat wel op zeer korte termijn beschikbaar is voor de arbeidsmarkt. Doordat niet iedereen die zijn baan verliest op zoek is naar werk en beschikbaar is op korte termijn, resulteert een afname van het aantal werkenden niet automatisch in een even grote toename van de werkloosheid. Tot slot zijn de werkloosheidscijfers van het CBS een gemiddelde over de gehele maand en de cijfers over lopende WW-uitkeringen geven de stand aan het einde van de maand weer. Mede daardoor nam aan het begin van de coronacrisis in maart 2020 het werkloosheidscijfer nog niet toe, terwijl het aantal WW-uitkeringen al wel opliep.

2.2. Toename GWU ongelijk verdeeld Aanvullend op de informatie van het CBS over het onbenut arbeidspotentieel geeft UWV inzicht in de geregistreerde werkzoekenden bij UWV, kortweg GWU. Dit zijn personen met een WW-, bijstand-, Wajong-, WGA- of WAO-uitkering die dienstverlening ontvangen van UWV of gemeenten, en/of personen met een actief cv op werk.nl. Het GWU biedt detailinformatie over groepen mensen uit de potentiële beroepsbevolking, voor zover zij staan ingeschreven bij UWV. Afbeelding 2.2. Geregistreerde werkzoekenden UWV (GWU) Noord-Limburg, januari 2018 tot en met augustus 2020 21.000 20.500 20.000 19.500 19.000 18.500 18.000 17.500

jul

aug

jun

apr

mei

feb

mrt

jan

dec

okt

nov

sep

jul

2019

aug

jun

apr

mei

feb

mrt

jan

dec

okt

nov

sep

jul

2018

aug

jun

apr

mei

feb

mrt

jan

17.000

2020

Bron: UWV

Regio in Beeld Noord-Limburg

9

In Noord-Limburg staan eind augustus 2020 in totaal 19.650 werkzoekenden geregistreerd bij UWV. Ten opzichte van een jaar eerder is het GWU met 1.630 toegenomen, een groei van 9,1%. Dat is hoger dan het landelijk gemiddelde van 6,5%. De impact van de coronacrisis is in afbeelding 2.2 duidelijk zichtbaar in de plotselinge toename van het GWU in de maanden maart, april en mei 2020. Die toename is niet evenredig verdeeld over alle groepen die onder het GWU vallen. Toename GWU vooral bij WW’ers, maar ook onder bijstandsgerechtigden én mensen zonder uitkering Het GWU is te onderscheiden naar verschillende groepen uitkeringsgerechtigden. De drie grootste groepen in het GWU van eind augustus 2020 zijn mensen die bij UWV geregistreerd staan op grond van een uitkering in het kader van de werkloosheidswet (WW), de participatiewet (bijstand), of omdat ze een arbeidsbeperking hebben (met een uitkering Wajong, WIA of WAO). Zoals afbeelding 2.3 laat zien vormen de bijstandsgerechtigden de grootste van deze drie groepen in het GWU. Afbeelding 2.3. Geregistreerde werkzoekenden UWV (GWU) naar de grootste uitkeringsgroepen Noord-Limburg, augustus 2020  WW - 5.670 personen;  Bijstand - 6.850 personen;  Mensen met een arbeidsbeperking 3.530 personen.  Overig - 3.600 personen. Dit zijn mensen die geen uitkering hebben maar wel hun cv op werk.nl plaatsen.

Overig 18%

Bijstand 35% Arbeidsbeperking 18%

WW 29%

Bron: UWV

Deze groepen verschillen duidelijk van elkaar als het gaat om arbeidsmarktkenmerken. In combinatie met de aard van de uitkering laten ze daardoor ook een verschillend verloop zien in reactie op de coronacrisis (zie afbeelding 2.4). Het aantal WW’ers loopt aanvankelijk sterk op, vooral in april, maar na een paar maanden vlakt die toename af. Ook het aantal mensen in de bijstand laat een stijging zien, deze is echter lichter en loopt veel geleidelijker op dan het aantal WW’ers. De groep met een arbeidsbeperking blijft in omvang vrijwel gelijk. Toch worden ook hun kansen op de arbeidsmarkt kleiner door de extra concurrentie van andere werkzoekenden. Daarnaast valt de toename op in de groep ‘Overig’ van het GWU, vooral in de maand maart. Dit zijn hoofdzakelijk mensen die alleen hun cv op werk.nl plaatsen, zonder dat zij gebruik maken van een uitkering. Ook van hen kan een deel ondersteuning gebruiken om sneller en duurzamer (weer) aan het werk te komen of te blijven. Afbeelding 2.4. Geregistreerde werkzoekenden UWV (GWU) naar uitkeringsgroepen Noord-Limburg, januari 2019 tot en met augustus 2020 8.000 7.000 6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 0 jan

feb

mrt

apr mei

jun

jul

aug sep

okt

nov dec

jan

feb

2019 WW

mrt

apr mei

jun

jul

aug

2020 Bijstand

Arbeidsbeperking

Overig

Bron: UWV

Regio in Beeld Noord-Limburg

10

Toename GWU het sterkst onder jongere leeftijdsgroepen Afbeelding 2.5 laat per leeftijdsgroep het verschil zien tussen de stand van het GWU eind februari, dus net voor de coronacrisis uitbreekt, en eind augustus 2020 als de eerste schok van de coronacrisis zijn sporen al heeft nagelaten. Relatief gezien was de toename van het GWU in deze periode veruit het sterkst onder jongeren tot 27 jaar. Die leeftijdsgroep vormt eind augustus 2020 12% van het totale GWU in Noord-Limburg. Ook de leeftijdsgroep 27 tot 50 jaar liet een vrij sterke toename zien. Binnen die leeftijdsgroep ging het daarbij vooral om het relatief jongere deel, tot ongeveer 35 jaar. De sterke stijging onder jongere leeftijdsgroepen komt vooral door twee factoren die elkaar versterkten. Horeca en detailhandel waren twee snel en sterk getroffen sectoren waarin juist relatief veel jongeren werken. Bovendien werken relatief veel jongeren op flexibele contracten (zie ook paragraaf 1.2) en werkgevers gebruiken in eerste instantie juist hun flexschil om snel hun personeelsbestand te verkleinen (externe flexibiliteit). Naarmate een crisis langer duurt komt ook de werkgelegenheid van mensen met vaste contracten meer onder druk te staan. Afbeelding 2.5. Geregistreerde werkzoekenden UWV (GWU) naar leeftijd Noord-Limburg, augustus 2020 ten opzichte van februari 2020

tot 27 jaar

27 - 50 jaar

50 - 60 jaar

60 jaar en ouder

1.000

2.000

3.000

4.000 feb-20

5.000

6.000

7.000

8.000

9.000

10.000

aug-20

Bron: UWV

Omgekeerd geldt voor veel jongeren dat ze relatief snel weer aan het werk komen wanneer de economie aantrekt. Veel werkgevers zijn eerder geneigd jongeren aan te nemen dan ouderen als de arbeidsmarkt ruimer wordt. Voor oudere leeftijdsgroepen geldt vaak dat ze minder snel werkloos worden, maar dat ze wel moeilijker weer aan werk komen als ze eenmaal werkloos zijn. Daarom is het belangrijk om nu niet alleen aandacht te hebben voor de sterke stijging onder jongeren, maar ook op het voorkomen van werkloosheid onder 50-plussers. Dit illustreert het algemene belang om de arbeidsmarktpositie van kwetsbare groepen te blijven versterken, zowel onder werkzoekenden als onder werkenden. Het is aan alle arbeidsmarktpartijen om de inclusieve arbeidsmarkt te blijven ontwikkelen, ook als het economisch minder gaat, om ook op termijn het arbeidsaanbod op peil te houden. De effecten van corona pakken voor WW’ers, bijstandsgerechtigden en mensen met een arbeidsbeperking verschillend uit. In de volgende hoofdstukken wordt daarom dieper ingegaan op de omvang, de ontwikkeling en de kenmerken van de drie genoemde groepen.

Regio in Beeld Noord-Limburg

11

3. WW-uitkeringen nemen vooral in begin coronaperiode toe De afgelopen jaren daalde het aantal mensen met een WW-uitkering. Sinds de uitbraak van het coronavirus kwam daar verandering in. Vanaf de tweede helft van maart nam de overheid maatregelen om de verspreiding van het virus zoveel mogelijk te voorkomen. Ondanks de regelingen van het kabinet om werknemers en zelfstandigen te steunen, namen de WW-uitkeringen toe. Die toename is wel kleiner dan zonder deze regelingen het geval zou zijn geweest. Eind augustus 2020 werden er 5.790 WW-uitkeringen verstrekt in Noord-Limburg. Dit hoofdstuk beschrijft de effecten van de coronacrisis op de WW-uitkeringen en welke groepen mensen daarbij het meest geraakt worden.

3.1. Vooral in eerste maanden na corona veel nieuwe WW-uitkeringen De gevolgen van de coronacrisis voor de WW-uitkeringen zijn het duidelijkst zichtbaar in de instroom; het aantal nieuw toegekende uitkeringen. Afbeelding 3.1 toont deze ontwikkeling per maand van januari 2019 tot en met augustus 2020 voor Noord-Limburg. Omdat de maanden een verschillend aantal weken tellen, is het niet mogelijk de maandcijfers één op één met elkaar te vergelijken. Daarom laat de afbeelding de weekgemiddelden per maand zien. Afbeelding 3.1 Nieuwe WW-uitkeringen, gemiddelde per week Noord-Limburg, 2019-2020 300

250 200 150

100 50 0

jan

feb

mrt

apr

mei 2019

jun

jul

aug

sep

okt

nov

dec

2020

Bron: UWV

Uit de afbeelding blijkt dat de nieuwe WW-uitkeringen in Noord-Limburg in maart 2020 direct al stegen, met 63% ten opzichte van februari. In maart 2019 nam het aantal nieuwe WW-uitkeringen beperkt toe met 5%. Het effect van de coronamaatregelen was in april 2020 iets minder sterk, maar nog steeds fors. Toen namen de nieuwe uitkeringen met 25% toe, terwijl er vorig jaar sprake was van een afname van 10%. In mei, juni en juli 2020 daalde het aantal mensen aan wie een nieuwe WW-uitkering werd verstrekt, maar bleef hoger dan in 2019. Ook in augustus 2020 was er sprake van een afname, maar lag het aantal mensen aan wie een nieuwe WW-uitkering werd verstrekt voor het eerst sinds januari 2020 weer lager dan een jaar geleden (in dit geval augustus 2019). De toename in de eerste maanden van de coronacrisis is kleiner dan op basis van de heftigheid van de crisis verwacht zou worden. De impact van deze crisis wijkt echter op veel manieren af van de patronen in eerdere crises. Aan de ene kant is het meteen een heftige crisis, doordat zoveel sectoren in één klap hard geraakt zijn. Aan de andere kant zijn de gevolgen voor de arbeidsmarkt niet overal direct even goed zichtbaar. Zo zijn er door de steunmaatregelen van het kabinet veel (vaste) werknemers in dienst gehouden, die anders mogelijk ontslagen zouden zijn.

De verwachting is wel dat het aantal WW-uitkeringen zowel in 2020 als in 2021 toeneemt, zeker als de steunmaatregelen afgebouwd of stopgezet worden. Overigens zijn er nog steeds veel mensen die sinds de coronacrisis werk vonden, al dan niet vanuit de WW-uitkering. Jongeren en uitzendkrachten in horeca en detailhandel extra hard geraakt De toename van nieuwe WW-uitkeringen in de eerste maanden sinds de corona-uitbraak treft vooral bepaalde groepen en heeft invloed op het totaal aantal personen met een WW-uitkering. Afbeelding 3.2 laat zien dat het aantal WWuitkeringen in Noord-Limburg tussen augustus 2019 en augustus 2020 het sterkst toenam in de beroepsklasse transport en logistiek. Deze toename deed zich voor bij beroepen als magazijnmedewerker, heftruckchauffeur, lader en losser, en vrachtwagenchauffeur. Daarnaast is de toename bovengemiddeld in de dienstverlenende beroepen (zoals medewerker bediening horeca), ICT-beroepen en technische beroepen. In de beroepen in het openbaar bestuur en pedagogische beroepen was er daarentegen sprake van een afname van het aantal personen met een WW-uitkering. De agrarische beroepen zijn niet in de afbeelding opgenomen, omdat het hier om kleine aantallen gaat.

Regio in Beeld Noord-Limburg

12

Afbeelding 3.2 WW-uitkeringen naar beroep Noord-Limburg, augustus 2020 t.o.v. augustus 2019

Totaal

23%

Transport en logistiek

60%

Dienstverlenend

52%

ICT

39%

Technisch

36%

Creatief en taalkundig

19%

Commercieel

14%

Managers

11%

Economisch en administratief

9%

Zorg en welzijn

0%

Openbaar bestuur Pedagogisch -20%

-3% -9% -10%

0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

Bron: UWV

Uit afbeelding 2.5 bleek dat de stijging naar leeftijd het grootst is bij jongeren tot 27 jaar. Dit geldt ook bij de personen met een WW-uitkering. De instroom in de periode maart tot en met augustus bij de leeftijdsgroep tot 27 jaar is in Noord-Limburg in 2020 ruim 2 keer hoger dan in 2019. Zij worden snel en hard geraakt, doordat ze vaak met flexibele contracten werken in sectoren die direct na de uitbraak veel of zelfs alle omzet verloren, zoals de horeca en detailhandel non-food. Dit blijkt ook uit een landelijke analyse van de contractvorm die mensen hadden voordat zij een WW-uitkering kregen. De toename van die nieuwe WW-uitkeringen kwam in eerste instantie het meest van jonge oproepkrachten en uitzendkrachten vanuit de horeca en uitzendbureaus. Jongeren stromen vaak al na drie maanden weer uit de WWuitkering. Zij hebben korter recht op een uitkering, omdat ze minder WW-rechten hebben opgebouwd. Bovendien komen ze vaak relatief sneller weer aan het werk. Wanneer de arbeidsmarkt aantrekt, profiteren jongeren over het algemeen het eerst. Als de steunmaatregelen van de overheid afnemen, de economie verder krimpt en de werkloosheid oploopt, kunnen ook meer oudere werknemers met vaste contracten hun baan verliezen. Dat is nu al te zien. De toename van WWuitkeringen was in eerste instantie het sterkst bij jongere flexwerkers.

Maar daarna nam ook de instroom vanuit tijdelijke en vaste contracten toe, ook bij oudere leeftijdsgroepen. Wat betreft het opleidingsniveau valt vooral op dat de toename het kleinst is bij mensen met een hbo- of universitaire opleiding. Hoger opgeleiden hebben vaker een vast contract dan laagopgeleiden en verliezen mede daardoor (in eerste instantie) minder snel hun baan bij een crisis. Bij alle andere categorieën opleidingsniveaus is de stijging van nieuwe WW-uitkeringen sterker. De werkloosheid onder lager opgeleiden is doorgaans al hoger dan onder hoger opgeleiden: hoe lager het onderwijsniveau, hoe hoger de werkloosheid. Meestal nemen deze verschillen ook nog eens toe tijdens economisch mindere tijden. Het werkloosheidspercentage stijgt dan sneller bij de lagere opleidingsniveaus. Als de economie aantrekt, worden de verschillen wel weer kleiner.

3.2. Voorlopig geen explosieve doorstroom WW naar bijstand In de vorige paragraaf bleek dat de nieuwe WW-uitkeringen vooral aan het begin van de coronacrisis toenamen in Noord-Limburg. WW-uitkeringen worden vervolgens om verschillende redenen beëindigd. De belangrijkste reden is het vinden van werk; dit was 68% in Noord-Limburg in 2019. Van de overige beëindigde WW-uitkeringen stroomt een klein deel in aansluiting op de WW door naar de bijstand. Niet iedereen komt in aanmerking voor bijstand, omdat er voorwaarden zijn zoals onvoldoende inkomsten of eigen vermogen om in het levensonderhoud te voorzien. Afbeelding 3.3 geeft schematisch weer wanneer beëindigde WW-uitkeringen wel of juist niet leiden tot nieuwe bijstandsuitkeringen. Nieuwe bijstandsuitkeringen worden niet alleen vanuit beëindigde WW-uitkeringen aangevraagd. Verreweg de meeste mensen vragen rechtstreeks een bijstandsuitkering bij de gemeente aan. Van de WW-uitkeringen die eindigen, stroomt dus een beperkt deel door naar de bijstand. Dit doorstroompercentage is hoger in economisch mindere tijden. Tijdens het laatste crisisjaar 2013 was dit percentage landelijk 6,7%. Dit daalde tot 3,8% in het economische topjaar 2018. In Noord-Limburg ligt het doorstroompercentage doorgaans lager dan landelijk. Het doorstroompercentage verschilt sterk per gemeente.

Vooral in de grotere steden komen relatief veel WW’ers in de bijstand. Dit komt onder meer door een groter aandeel alleenstaanden en lager opgeleiden in grote steden. Bovendien hebben grote steden relatief meer wijken met een lagere sociaaleconomische status. Verder is de doorstroom ook hoger dan gemiddeld bij onder andere mensen die minder positief zijn over de terugkeer naar werk en 50-plussers.

Regio in Beeld Noord-Limburg

13

Afbeelding 3.3 Stroomschema doorstroom WW naar bijstand

Bron: UWV

Een vraag die veel gemeenten stellen, is of de doorstroom naar de bijstand flink gaat toenemen door de coronacrisis. Op korte termijn lijkt dit nog mee te vallen. De nieuwe WW-uitkeringen nemen weliswaar toe, maar die toename zit voor een groot deel bij jongeren. Zij hebben door hun minder lange arbeidsverleden kortere WW-rechten en zijn daardoor het eerst zichtbaar in de beëindigde WW-uitkeringen. Uit data van de afgelopen jaren blijkt echter dat jongeren minder vaak doorstromen naar de bijstand. Bijvoorbeeld doordat ze bij hun ouders wonen en jonger zijn dan 21 jaar of studiefinanciering ontvangen. Dus de – grote – groep die na de corona-uitbraak het snelst de maximale WWduur bereikt, doet vervolgens het minst vaak een beroep op een bijstandsuitkering. Overigens kunnen ook jongeren die geen recht hebben op bijstand ondersteuning nodig hebben om werk te vinden. De toename van de bijstandsuitkeringen zal daardoor voorlopig waarschijnlijk vooral komen van andere groepen dan WW’ers, zoals mensen die werkloos werden maar geen WW-rechten hadden opgebouwd (waaronder een deel van de jongeren en zzp’ers). Op langere termijn is het moeilijker om te voorspellen wat er gaat gebeuren. Doordat de coronacrisis zo’n atypische crisis is, is de onzekerheid rondom verwachtingen groter dan normaal.

De mate waarin en de snelheid waarmee de economie en arbeidsmarkt herstellen, bepalen hoe sterk de WW-uitkeringen toenemen en hoeveel mensen vanuit de WW weer aan het werk komen en hoe snel. Hoe langer en dieper de crisis, hoe groter de aantallen mensen die doorstromen naar de bijstand. UWV verwacht op dit moment een toename van het aantal beëindigde WWuitkeringen in 2020 en 2021. Op den duur zitten daar ook meer oudere leeftijdsgroepen tussen. Wanneer een recessie langer duurt raken namelijk ook meer oudere werknemers hun baan kwijt. Voor hen duurt het langer voordat zij de maximale WW-duur bereiken. Zij hebben vervolgens een grotere kans om naar de bijstand door te stromen. Box 3.1.

Gemeentelijke cijfers over aflopende WW-uitkeringen

Gemeenten kunnen op UWV.nl cijfers opvragen van het aantal WW-uitkeringen met een resterende duur van één tot maximaal zes maanden. Deze cijfers zijn beschikbaar per leeftijdscategorie voor alle gemeenten en arbeidsmarktregio's. Hiermee kunnen gemeenten inschatten hoeveel WW-gerechtigden mogelijk een beroep gaan doen op de Participatiewet. Daardoor kunnen gemeenten tijdig passende dienstverlening regelen en inzicht krijgen in de financiële consequenties.

In hoofdstuk 4 wordt het effect van corona op de bijstand behandeld.

Regio in Beeld Noord-Limburg

14

4. Toename aantal bijstandsgerechtigden nog nauwelijks zichtbaar Het doorstroompercentage naar de bijstand is vanuit de WW-uitkeringen bezien op jaarbasis relatief laag. Voor gemeenten vormt de doorstroom van uitkeringsgerechtigden vanuit de WW naar de bijstand echter een aanzienlijk aandeel van het totaal aantal nieuwe bijstandsuitkeringen. In 2018 stroomde in totaal landelijk 3,8% van de WWgerechtigden na het beëindigen van de WW door naar de bijstand; in 2013 (een crisisjaar) bedroeg dit percentage 6,7%. Welk aandeel zal gelden voor de coronacrisis is nu nog niet te zeggen, de huidige situatie is uniek. In NoordLimburg ligt het doorstroompercentage doorgaans lager dan landelijk. Het is niet per definitie zo dat een sterk verhoogde instroom in de WW getalsmatig direct doorwerkt richting de bijstand. Wel is het logisch dat hogere aantallen WW uiteindelijk ook hogere aantallen doorstroom naar de bijstand betekent. Uit hoofdstuk 3 over de WW is gebleken dat de toename van bijstandsuitkeringen als gevolg van de coronacrisis voorlopig waarschijnlijk afkomstig is van andere groepen dan WW’ers. Het betreft dan mensen die werkloos werden maar geen WW-rechten hadden opgebouwd, waaronder een deel van de jongeren en zzp’ers.

4.1. Aanvragen voor bijstandsuitkering nemen toe Landelijk is het aantal aanvragen voor een bijstandsuitkering in maart 2020 met 56% gestegen ten opzichte van de maand ervoor. De stijging is grotendeels het gevolg van de coronamaatregelen die het kabinet heeft genomen. Lang niet alle aanvragen voor bijstand leiden echter tot een toekenning. Voor de coronacrisis leidde gemiddeld genomen ongeveer 74% van de aanvragen voor bijstand tot een uitkering. Er zijn signalen vanuit gemeenten dat zij nu vaker een aanvraag afwijzen omdat er geen recht op een uitkering is. Vergelijkbaar met de ontwikkeling van de WW was er in de eerste weken sprake van een hausse. In juni 2020 waren er minder aanvragen voor een bijstandsuitkering dan in de eerste drie maanden van de coronacrisis. Het aantal aanvragen voor een bijstandsuitkering lag in juni wel nog altijd 30% hoger dan in februari. Het verminderd aantal aanvragen heeft zich in juni vertaald in een iets dalende instroom in de bijstand. Toename aanvragen leidt tot iets meer bijstandsuitkeringen in Nederland In juni 2019 werden in Nederland 425.470 bijstandsuitkeringen verstrekt. In juni 2020 waren dit er 427.000, een geringe stijging van 1.530. De cijfers voor jongeren tot 27 jaar laten in diezelfde periode (juni 2019 – juni 2020) een ander beeld zien, een stijging van 5%.

De stijging bij jongeren werd overigens al ingezet voor de coronacrisis. Bij de groep 50-plussers is in mei 2020, zowel vergeleken met mei 2019 als januari 2020, vrijwel niets veranderd. Dit komt doordat zij, in tegenstelling tot jongeren, vaker vaste contracten hebben en dus minder snel hun baan verliezen. Als zij dan al ontslagen worden, kan het door hun vaak langere WW-rechten nog twee jaar duren voordat dit terug te zien is in de doorstroom van de WW naar de bijstand. Wel is het zo dat 50-plussers als zij eenmaal werkloos zijn gemiddeld genomen minder snel weer aan het werk komen. Zij worden dus niet eerder of sneller werkloos, maar áls ze het zijn is het problematischer dan bij de jongere groepen werkzoekenden. Box 4.1.

Aantal bijstandsuitkeringen versus mensen met een bijstandsuitkering

Het aantal bijstandsuitkeringen dat wordt vastgesteld door het CBS verschilt van het GWU. Dit komt doordat het CBS het aantal verleende bijstandsuitkeringen telt. Twee (of meer) mensen kunnen leven van dezelfde uitkering, maar deze telt dan slechts één keer mee. Het GWU telt onder andere personen met een uitkering in het kader van de bijstandswet, participatiewet, IOAW en IOAZ. De GWU definitie is dus breder dan de CBS definitie en valt daarom hoger uit dan het cijfer van CBS.

4.2. Bijstandsuitkeringen in Noord-Limburg na lichte stijging redelijk stabiel Met behulp van het GWU kan gedetailleerder worden gekeken naar het regionale bijstandsbestand. Afbeelding 4.1 toont het aantal bijstandsuitkeringen (volgens GWU) van januari 2018 tot en met augustus 2020. In januari 2019 bedroeg het aantal mensen met een bijstandsuitkering in Noord-Limburg 6.830. In januari 2020 was dit aantal afgenomen tot 6.720 (-2%). Dit komt doordat het aantal mensen met een bijstandsuitkering met name vanaf oktober 2019 licht daalde. In 2020 is het effect van de coronacrisis te zien. Zo steeg het aantal bijstandsuitkeringen licht in de maanden maart en april. De maanden daarna is het patroon wisselend. In augustus 2020 zijn er 6.850 mensen met een bijstandsuitkering in Noord-Limburg. Dit is een toename van 0,4% ten opzichte van augustus 2019.

Regio in Beeld Noord-Limburg

15

Afbeelding 4.1 Geregistreerde werkzoekenden UWV (GWU) met een bijstandsuitkering Noord-Limburg, 2018-2020 7.400 7.300 7.200 7.100 7.000 6.900 6.800 6.700

6.600 6.500

2018

2019

jul

aug

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10454734/1