RIB.21.101 Omnibuz kaderdocument
Tekst van het document
Het is nog onzeker hoe de toekomst van de dienstverlening van Omnibuzz zich door de aanwezigheid van Covid-19 zal ontwikkelen. Het vervoersvolume is sinds de uitbraak van Covid19 flink gedaald. Indien deze crisis langer aanhoudt kan dit gevolgen hebben voor de financiële gezondheid van de vervoersorganisaties. Mogelijk heeft dit consequenties voor de continuïteit van de dienstverlening. Vanuit haar rol houdt Omnibuzz hier regie op.
8-40
Conceptrapportage Evaluatie GR Omnibuzz
9. Ambitie 9.1. Inleiding In dit hoofdstuk wordt nader gekeken naar ambities voor de toekomst. In de voorgaande hoofdstukken zijn historie, stand van zaken en ontwikkelingen op gebied van dienstverlening, governance en bedrijfsvoering uitgebreid beschreven. • Wat zijn de ambities van de 30 deelnemende gemeenten als het gaat om de versterking van de huidige samenwerking in Omnibuzz en de eventuele doorontwikkeling van de samenwerking tussen deze gemeenten? • Welke kaders verdienen bijstelling om de dienstverlening te versterken?
9.2. Versterking samenwerking In de beleving van de meeste gemeenten verloopt de huidige samenwerking goed. Omnibuzz is voor het grootste deel de organisatie geworden die de deelnemende gemeenten bij de start beoogd hebben: één organisatie die het doelgroepenvervoer voor alle 32 (thans 30) gemeenten kan uitvoeren door taken in eigen beheer uit te voeren, zoals contractbeheer, tactische regie, ritaanname en planning. In Omnibuzz is kennis en uitvoeringscapaciteit gebundeld, waardoor de organisatie een hoogstaande dienstverlening heeft opgetuigd en zodoende kan inspelen op veranderingen en regelgeving. De nut en noodzaak van Omnibuzz wordt door geen enkele beleidsadviseur of wethouder in twijfel getrokken. Omnibuzz vervult een belangrijke maatschappelijke doelstelling: het mogelijk maken van participatie door alle inwoners aan de Limburgse samenleving door het bieden van gedegen collectief vraagafhankelijk vervoer. Een aantal doelstellingen zijn echter (nog) niet behaald. De ambities van Omnibuzz voor het uitvoeren van het brede doelgroepenvervoer in de vorm van een regiecentrale zijn hoog gesteld bij de start. In de beleving van enkele gemeenten waren deze ambities achteraf gezien te optimistisch gesteld. Het onderzoek en advies door de gemeentelijke adviesgroepen en de brede discussie over de ambities van Omnibuzz is tijdelijk stopgezet.
Dit is bestuurlijk op 3 juli 2019 bij het vaststellen van het geactualiseerde bedrijfsplan in het algemeen bestuur bevestigd. Uit de gesprekken met de gemeenten blijkt dat de meeste deelnemers tevreden zijn met de huidige dienstverlening van Omnibuzz. Deze gemeenten geven aan dat zij vooral in willen zetten op de continuering van de dienstverlening en waar mogelijk te blijven zoeken naar efficiency en in te zetten op het op peil houden van de cliënttevredenheid. Er is voor deze gemeenten geen noodzaak om verdere ambities over de doorontwikkeling van Omnibuzz te stellen. In de discussie over de gemeentelijke financiën met oog op ontwikkelingen in het sociaal domein zijn enkele gemeenten hun inrichting van het sociaal domein aan het heroverwegen. De
9-41
Conceptrapportage Evaluatie GR Omnibuzz
positie van Omnibuzz wordt daarin overwogen, maar is voor de meeste geïnterviewden geen onderwerp van discussie. Doorontwikkeling van de samenwerking van Omnibuzz lijkt op dit moment niet aan de orde te zijn. De meeste gemeenten hebben hun gezamenlijke ambitie naar beneden bijgesteld. Een klein aantal gemeenten heeft wel de wens geuit om te blijven onderzoeken of uitbreiding van het aantal soorten van vervoer in de toekomst toch niet tot de mogelijkheden behoort. Daarbij wordt bijvoorbeeld ook een modulaire dienstverlening (bijvoorbeeld het cafetariamodel) overwogen, waarbij gemeenten zelf over de scope van hun dienstverlening binnen Omnibuzz kunnen besluiten. Daar klinken echter ook kritische tegengeluiden tegenover wat dit impliceert voor de te maken dienstverleningsafspraken, verdeelsleutels en risico’s. De organisatie gaat met deze discussie pragmatisch om.
9.3. Aanpassing kaders Vanwege de bestaande ambities ten aanzien van de huidige en toekomstige samenwerking wordt door een groot deel van de geïnterviewden vooralsnog geen aanleiding gezien om de kaders aan te passen. Mocht dit aan de orde zijn dan is een discussie hierover in het algemeen bestuur de aangewezen plaats.
9-42
Conceptrapportage Evaluatie GR Omnibuzz
10. Conclusies en aanbevelingen 10.1. Inleiding In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan om de conclusies en aanbevelingen. In de voorgaande hoofdstukken zijn de bevindingen met betrekking tot de doelenrealisatie, de governance en de organisatie beschreven, alsmede de ambitie op het vlak van versterking samenwerking en het aanpassen van de kaders. Dit heeft geleid tot de volgende conclusies en aanbevelingen.
10.2. Conclusies •
•
•
•
•
•
De eerste oorspronkelijke doelstelling, uitvoering geven aan het collectief vraagafhankelijk vervoer is gerealiseerd. Omnibuzz voert voor alle gemeenten in Limburg deze taak naar tevredenheid uit. De tweede oorspronkelijke doelstelling, te weten uitbreiding van dienstverlening voor nieuwe doelgroepen, is niet gerealiseerd. Het algemeen bestuur heeft deze oorspronkelijke doelstelling in het geactualiseerde bedrijfsplan voorlopig laten vervallen. Indien door het algemeen bestuur het besluit wordt genomen om binnen Omnibuzz haar dienstverlening (via een regiecentrale) door te ontwikkelen voor alle doelgroepen, dan moeten de gemeenten zich aan deze ambitie committeren om tot succesvolle uitvoering te komen. Dit kan vorm krijgen door een gelijktijdige, eenduidige instroom van deze doelgroepen in samenspraak door alle gemeenten, maar ook door een proces van flexibele instroom met breed draagvlak van de gemeenten. Omnibuzz moet in dat proces met de gemeenten alle randvoorwaarden borgen om deze instroom van doelgroepen goed te laten verlopen (met oog voor de uiteenlopende kwaliteitsverschillen tussen soorten doelgroepenvervoer en uitwerking van financiële consequenties voor al dan niet deelnemende gemeenten). Op dit moment lijken zowel de bestuurlijke ambities als de noodzakelijke randvoorwaarden nog niet voldoende ingevuld te zijn.
De vraag is dan of de huidige juridische structuur van een gemeenschappelijke regeling niet te zwaar is voor de invulling van deze uitvoerende en beleidsarme taak in een publieke context. De derde oorspronkelijke doelstelling, inrichting van een regiecentrale, is niet gerealiseerd. Ook hier geldt, indien besloten wordt om af te zien van de uitbreiding naar nieuwe doelgroepen dan is de doelstelling van een regiecentrale niet passend (zie doelstelling inzake nieuwe doelgroepen). De vierde doelstelling, bereiken van (inkoop)voordelen en -efficiency, kan niet door ons worden aangetoond. Een nulmeting ontbreekt daarvoor. We zien wel dat de kosten in eerste instantie per zone flink gedaald zijn. De afgelopen jaren is een deel van deze efficiencywinst te niet gedaan. Verder wegen de kosten van de overhead van een gemeenschappelijke regeling (ongeveer 10%) relatief zwaar op de uitvoering van deze taak. Zowel de interne en externe governance van de gemeenschappelijke regeling Omnibuzz zijn voor de deelnemers helder en overzichtelijk ingericht. Aandachtspunt is het versterken van de ambtelijke informatievoorziening richting het coördinatorenoverleg.
10-43
Conceptrapportage Evaluatie GR Omnibuzz
• •
De kwaliteit van de dienstverlening van Omnibuzz wordt als hoog ervaren en draagt in belangrijke mate bij aan de tevredenheid van de deelnemers. Het schrappen van reguliere Openbaar Vervoer lijnen door de Provincie in met name de kleinere plattelandsgemeenten heeft er toe geleid dat er meer gebruik gemaakt wordt van de dienstverlening van Omnibuzz en daardoor tot hogere kosten voor deze gemeenten.
10.3. Aanbevelingen • •
•
•
Continueer de dienstverlening van Omnibuzz op het huidige niveau. Maak in het algemeen bestuur de definitieve strategische keuze voor het al dan niet uitbreiden van de dienstverlening voor nieuwe doelgroepen. Geadviseerd wordt om als algemeen bestuur van Omnibuzz (uit hoofde van gezamenlijk eigenaarschap) en als individuele gemeentelijke deelnemers (uit hoofde van opdrachtgeverschap) zienswijzen te formuleren op de dilemma’s rondom dit vraagstuk. Als ervoor wordt gekozen om de ambitie neerwaarts bij te stellen en de dienstverlening niet uit te breiden, heroverweeg in dat geval of deze dienstverlening beter passend is in een publieke of private context. Afhankelijk van het antwoord op deze afweging zal de juridische structuur van de organisatie daarop moeten worden aangepast. Ga als gemeenschappelijke regeling in gesprek met de Provincie over (een financiële) compensatie voor het wegvallen van Openbaar Vervoer lijnen.
10-44
Conceptrapportage Evaluatie GR Omnibuzz
11. Bijlage I: Geïnterviewde personen: Gemeente Beekdaelen
Jos Timmermans Niels Meijers Chris Piatek Tanja Bytchkova Peter van Zutphen Nicole Walstock Roy Bouten Peter Peeters Leo Jongen Sandy Decker Math Wilms Michiel Hartholt Marianne Smitsmans Elvira van Rossum Ton Raven Ronald Suykerbuyk Remy Meijers Diana Velthorst Frans Schatorjé Rob Scholing Marjo Jansen
Wethouder Beleidsadviseur Wethouder Beleidsmedewerker Wethouder Beleidsmedewerker Wethouder Beleidsadviseur Wethouder Beleidsmedewerker Wethouder Beleidsadviseur Wethouder Beleidsmedewerker Wethouder Beleidsmedewerker Wethouder Beleidsmedewerker Wethouder Beleidsmedewerker Beleidsmedewerker
Cliëntenpanel
Ger Meesters Marly Seegers Chris Grolleman
Voorzitter Lid Lid
Omnibuzz
Guido Vreuls Bas Cremers Minouche Heimans Paul vanMulekom Twan Zimmerman
Directeur Manager Bedrijfsvoering Adviseur Projecten Manager Uitvoering Adviseur Projecten
Gemeente Eijsden Margraten Gemeente Heerlen Gemeente Horst aan de Maas Gemeente Kerkrade Gemeente Maasgouw Gemeente Maastricht Gemeente Roermond Gemeente Sittard-Geleen Gemeente Valkenburg aan de Geul Gemeente Venlo Gemeente Weert
11-45
Conceptrapportage Evaluatie GR Omnibuzz
12. Bijlage II: Geraadpleegde documenten Algemeen – en dagelijks bestuur documenten Reglement van orde algemeen bestuur Reglement van orde dagelijks bestuur Alle notulen van de vergaderingen van het algemeen bestuur van 2016 t/m 2020 Alle notulen van de vergaderingen van het dagelijks bestuur van 2016 t/m 2020 Bestuurlijke documenten Rapportage draagvlakverkenning Doelgroepenvervoer Limburg Advies Expertgroep LLV juli 2018 Advies stuurgroep DGV + advies Forseti toekomst DGV def6 Advies werkgroep Jeugd Advies Werkgroep Wmo-bg Advies stuurgroep DGV + advies Forseti toekomst DGV def6 Bedrijfsplan GR doelgroepenvervoer Limburg, 05 januari 2016 en de geactualiseerde versie Register mandaten en volmachten 2016 Gemeenschappelijke regeling Omnibuzz Organisatieplan Omnibuzz 2019 Organisatiestatuut Gemeenschappelijke regeling Omnibuzz 18 januari 2017 Bestuursinformatiebrieven 2019 (2) en 2020 (3) Financiële documenten (Concept)Jaarverslagen Omnibuzz 2016 (concept), 2017 t/m 2019 Treasurystatuut voor de Gemeenschappelijke regeling Omnibuzz Financiële verordening GR Omnibuzz 2018 vastgesteld Nota reserves voorzieningen en risicomanagement vastgesteld 24-10-2018 Omnibuzz-begroting-2020Omnibuzz-begroting-2021Nota reserves voorzieningen en risicomanagement vastgesteld 24-10-2018 Zienswijzen van de gemeenten op jaarverslag 2017 en begroting 2018 en meerjarenperspectief Zienswijzen van de
gemeenten op jaarverslag 2018 en begroting 2019 en meerjarenperspectief Zienswijzen van de gemeenten op jaarverslag 2019 en begroting 2020 en meerjarenperspectief Cliëntenpanel documenten Alle notulen van de vergaderingen van het cliëntenpanel van 2017 t/m 2020
12-46
Reactie Omnibuzz op evaluatie GR Omnibuzz In de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Omnibuzz is opgenomen dat elke vier jaar een evaluatie wordt uitgevoerd. Onderzoeksbureau Koxdevoogd heeft deze evaluatie eind 2020 uitgevoerd. Het volledige rapport ‘Evaluatie gemeenschappelijke regeling Omnibuzz’ van 5 november 2020 is als bijlage toegevoegd. In deze notitie reageert Omnibuzz vanuit de ambtelijke organisatie inhoudelijk op de conclusies en aanbevelingen uit dit rapport en de opmerkingen die het algemeen bestuur daarover naar voren heeft gebracht in de vergadering van 16 december 2020. Deze zijn kernachtig samengevat, voor de volledige teksten verwijzen we naar de bijlagen. 1. Uitvoering collectief vraagafhankelijk vervoer Conclusies en aanbevelingen rapport KokxDeVoogd De eerste oorspronkelijke doelstelling, uitvoering geven aan het collectief vraagafhankelijk vervoer is gerealiseerd. De kwaliteit wordt als hoog ervaren en draagt in belangrijke mate bij aan de tevredenheid van de deelnemers. Aanbevolen wordt de dienstverlening te continueren op het huidige niveau. Opmerkingen Algemeen Bestuur Omnibuzz 16-12-2020 Tijdens de vergadering heerst een algemene sfeer van herkenning op dit aspect en tevredenheid over de uitgevoerde taken.
Reactie Omnibuzz De conclusies uit de evaluatie geven ons het vertrouwen dat de huidige uitvoering van ons vervoer naar wens gebeurt en dat het huidig niveau passend is. Uiteraard blijven wij onverminderd het vervoer verder verbeteren en onze taken en projecten uitvoeren zoals vastgelegd in de begrotingen, jaarplannen etc.
-1-
2. Uitbreiding dienstverlening nieuwe doelgroepen Conclusies en aanbevelingen rapport KokxDeVoogd De tweede oorspronkelijke doelstelling, te weten uitbreiding van dienstverlening voor nieuwe doelgroepen, is niet gerealiseerd. Het algemeen bestuur heeft deze oorspronkelijke doelstelling in het geactualiseerde bedrijfsplan voorlopig laten vervallen. Indien men binnen Omnibuzz de dienstverlening wenst door te ontwikkelen voor alle doelgroepen, moeten gemeenten zich hieraan committeren. Dit kan door een gelijktijdige, eenduidige instroom, maar ook door flexibele instroom met breed draagvlak van de gemeenten. Omnibuzz moet alle randvoorwaarden borgen om deze instroom van doelgroepen goed te laten verlopen. Op dit moment lijken zowel de bestuurlijke ambities als de noodzakelijke randvoorwaarden nog niet voldoende ingevuld te zijn. Maak in het algemeen bestuur de definitieve strategische keuze voor het al dan niet uitbreiden van de dienstverlening voor nieuwe doelgroepen. Opmerkingen Algemeen Bestuur Omnibuzz 16-12-2020 De opmerkingen in de vergadering van het algemeen bestuur zijn zeer uiteenlopend. Zo wordt aangegeven dat de discussie omtrent ander vervoer niet meer gevoerd hoeft te worden of hier geen energie meer in te steken. Een meermaals gedeelde opvatting is dat het kwaliteitsniveau zeer goed is en gehandhaafd moet blijven.
Instroom van ander vervoer mag daar geen afbreuk aan doen. Dit pleit ook voor een collectieve strategische keuze. Andere gemeenten geven aan dat men wel ruimte ziet om ander vervoer met Omnibuzz uit te voeren en bijvoorbeeld pilots op te zetten, of in ieder geval meerdere scenario’s bespreekbaar te houden en kansen te pakken als deze zich voordoen. Reactie Omnibuzz Op advies van de gemeentelijke stuurgroep Doelgroepenvervoer Limburg is Omnibuzz in 2016 ingericht als een mobiliteitscentrale op Limburgse schaal die op termijn al het gemeentelijk doelgroepenvervoer omvat. Het idee van de mobiliteitscentrale is gebaseerd op het zo effectief mogelijk inzetten van de beschikbare vervoermiddelen. Dit draagt bij aan gunstige aanbestedingsresultaten en duurzaamheidsambities. Hoe meer vervoersstromen worden toegevoegd, des te gunstiger het effect. Om hier nadere invulling aan te geven, zijn in 2017 drie gemeentelijke werkgroepen van start gegaan die intensief gewerkt hebben aan een advies. Zij concluderen dat het voorlopig nog niet verstandig is om andere vervoerssoorten direct en Limburg breed te laten instromen bij Omnibuzz. Op basis van deze adviezen heeft het dagelijks bestuur een brief opgesteld voor het algemeen bestuur en is het bedrijfsplan van Omnibuzz in 2019 geactualiseerd. Het algemeen bestuur heeft in de vergadering van 3 juli 2019 ingestemd met beide stukken.
In de brief wordt aangegeven hoe nu verder te gaan, op korte en op lange termijn. Voor de korte termijn betekent dit het verzoek aan gemeenten zo spoedig mogelijk door te geven of zij gebruik willen maken van de mogelijkheid om “nieuw” doelgroepenvervoer op korte termijn bij Omnibuzz onder te brengen, zodat in samenspraak met deze gemeenten mogelijke scenario’s in beeld kunnen worden gebracht. Bovendien is artikel 3, lid 2 van de Gemeenschappelijke Regeling Omnibuzz aangepast, waarin is vastgelegd dat het doelgroepenvervoer, waar gemeenten voor verantwoordelijk zijn, opgedragen kan worden aan Omnibuzz. Concreet omvat deze wijziging de instroom van ander vervoer voor de toekomst wel te blijven ambiëren, maar minder dwingend te formuleren (zullen werd kunnen).
-2-
Als vervolgstap gaf deze brief aan dat een overzicht zou worden gemaakt van activiteiten op het gebied van aanbesteding, contractbeheer en vervoer (ander doelgroepenvervoer) waar Omnibuzz een meerwaarde kan bieden voor gemeenten dan wel de door hun gecontracteerde zorginstellingen. Dit overzicht is nog niet gereed en gezien de gedachten over dit onderwerp lijkt dit voorlopig – in tegenstelling tot de suggestie in deze brief - ook niet wenselijk. Voor de lange termijn is afgesproken de regiefunctie binnen de uitvoering van het collectief vraagafhankelijk vervoer door te blijven ontwikkelen en via deze wijze het vervoer permanent te optimaliseren. Omnibuzz is – voor zover mogelijk - voorbereid op geleidelijke en kleinschalige instroom van ander vervoer en toegerust om alle deelnemende gemeenten desgevraagd van advies te voorzien over de mogelijkheden van instroom en/of het uitvoeren van taken met betrekking tot andere vervoersvormen. Bovenstaande aanpak is vastgelegd in de actualisatie van het bedrijfsplan, wat sindsdien de basis vormt voor onze werkwijze met betrekking tot andere doelgroepen. Concreet betekent dit een kleinschalige, stapsgewijze aanpak van mogelijke instroom, waarbij de individuele gemeenten aan zet zijn voor de instroom van ander vervoer.
Er zijn reeds kaders uitgewerkt waarbinnen - onder voorwaarden - instroom mogelijk is binnen de lopende contracten voor Omnibuzz-vervoer. Hierdoor is voor Jeugdwet en Leerlingenvervoer tot een bepaalde omvang geen nieuwe aanbesteding noodzakelijk. Dit is als een herzieningsclausule opgenomen in de huidige vervoerscontracten. Voor het WMO- dagbestedingsvervoer was dit niet mogelijk. Daarvoor zijn mogelijke andere inkoopkeuzes inzetbaar. Dit samen biedt mogelijkheden voor (individuele) gemeenten om alle soorten zorgvervoer via Omnibuzz te laten uitvoeren. Intussen zijn wij ook daadwerkelijk in gesprek met (groepen) gemeenten. Het initiatief hiervoor ligt bij de gemeenten. Wij ondersteunen en adviseren op verzoek van gemeenten, maar werken – in lijn met de adviezen van de werkgroepen – niet langer autonoom aan scenario’s voor grootschalige instroom. Dit zorgt voor duidelijkheid in onze bedrijfsvoering en versterkt de focus op het opgedragen vervoer. De huidige organisatie Omnibuzz is immers opgezet en uitgelijnd op de huidige uitvoering van het collectief vraagafhankelijk vervoer. Er zijn geen investeringen gepleegd in activiteiten ten behoeve van de andere vervoersvormen.
Wel is hierop geanticipeerd, zodat in de toekomst procesmatig en automatisering technisch geen conflicten ontstaan indien mogelijk ander vervoer wordt toegevoegd, waardoor mogelijkerwijs investeringen niet het juiste rendement zouden kunnen halen. De kwaliteit van het huidig vervoer blijft tegelijk geborgd. Naar ons idee komt deze aanpak overeen met de behoefte die nu uit de evaluatie naar voren komt. De aanpak geeft immers ruimte aan de wisselende bestuurlijke ambities op dit aspect. De randvoorwaarden zijn – voor zover mogelijk in dit stadium – door Omnibuzz ingevuld door ruimte te creëren voor instroom in de lopende vervoerscontracten. Zodra de instroom in omvang de mogelijkheden van deze constructie overstijgt en een groter deel van andere doelgroepenvervoer aan ons wordt voorgelegd, zal een business case worden voorgelegd aan het dagelijks bestuur. Zo is de collectiviteit in de besluitvorming geborgd. Na bestuurlijke vaststelling zullen de uitvoeringsafspraken worden vastgelegd in een aparte dienstverleningsovereenkomst (DVO) met de desbetreffende gemeente(n). In deze fase zal rekening worden gehouden met de gevolgen op de bedrijfsvoering. De organisatie van ander vervoer vraagt immers andere werkwijzen, waar interne systemen, processen en capaciteit op moet worden afgestemd. Deze gevolgen zullen inzichtelijk worden gemaakt als onderdeel van de business case.
Uitgangspunt blijft dat dit de kwaliteit van het reguliere Omnibuzz vervoer niet raakt. Deze (begrijpelijke) zorgen nemen wij met deze uitleg graag weg.
-3-
3. Inrichting regiecentrale Conclusies en aanbevelingen rapport KokxDeVoogd De derde oorspronkelijke doelstelling, inrichting van een regiecentrale, is niet gerealiseerd. Zonder uitbreiding naar nieuwe doelgroepen is de doelstelling van een regiecentrale niet op voorhand passend. Als de dienstverlening niet uitgebreid wordt, luidt de vervolgvraag of de huidige juridische structuur passend is voor de invulling van deze uitvoerende en beleidsarme taak en kan men heroverwegen of dit in een publieke of een private context moet gebeuren. Opmerkingen Algemeen Bestuur Omnibuzz 16-12-2020 Bestuurlijk is verzocht om te bekijken of een smallere vorm van Omnibuzz ook werkbaar zou zijn. Tegelijk is aangegeven om het kennisexpertise centrum verder te ontwikkelen en de instroom van andere doelgroepen in eerste instantie te richten op advies en ondersteuning en niet direct op de uitvoering ervan. Ook op dit aspect verschillen de bestuurlijke meningen. Reactie Omnibuzz Om de oorspronkelijke doelstellingen goed te kunnen begrijpen, is het goed om ook de oorspronkelijke argumenten en afwegingen te kennen. In de ambtelijke projectgroep onder leiding van adviesbureau Forseti is destijds een keuze gemaakt tussen de drie onderstaande modellen:
In de conclusie is het regiemodel destijds als voorkeursmodel gepresenteerd, uitgaande van het gezamenlijk organiseren van vervoersvormen in het doelgroepenvervoer. Als aandachtpunt werd benoemd dat relatief weinig ervaring is opgedaan met deze organisatievorm. Gelet op de noodzaak voor een opvolger van Regiotaxi, bestond de start uit het Wmo-vervoer voor alle gemeenten. De tijdstippen van ingroei van ander vervoer werden op dat moment gekoppeld aan de looptijd van de lopende vervoerscontracten. Op basis van de adviezen van de werkgroepen (zie toelichting onder punt 2) verliep dit anders.
-4-
In praktijk functioneert Omnibuzz momenteel als een callcenter plus model. De planningstaak is in de lopende contracten bij de vervoerders ingekocht. De argumenten zijn in de actualisatie van het bedrijfsplan vastgelegd. De meest effectieve manier voor overname van de planningstaak is wanneer verschillende vervoersvormen door ons worden ingekocht en aangestuurd. Dit is nu niet aan de orde. Het wegtrekken van de planningstaak bij de vervoerders biedt dan minder voordelen en levert bovendien uitvoeringsproblemen en inefficiëntie op bij vervoerders, die het overig vervoer moeten blijven aansturen en plannen. Een gezonde bedrijfsvoering bij de vervoersbedrijven is belangrijk om de kwaliteit en continuïteit van het vervoer te behouden. Het gebrek aan ervaring dat in het oorspronkelijke advies als aandachtpunt werd geduid, blijkt op basis van ervaringen elders in Nederland terecht. Te snelle en te omvangrijke instroom kan uitvoerings- en kwaliteitsproblemen met zich meebrengen, ook voor het vervoer dat al langer door de centrale werd uitgevoerd. Het tussenmodel lijkt beter te passen bij de huidige situatie, ook voor ons. Dat wij de planning niet uitvoeren, wil overigens niet zeggen dat wij geen regie-taken uitvoeren. In hetzelfde advies aan de stuurgroep werd ook gesproken van operationele regie.
Binnen het Omnibuzz-vervoer doen wij dit bijvoorbeeld door toepassing van een aannamestop, vraagspreiding, groepsritten en passend gebruik van vervoerspecificaties (in relatie met gemeenten). Het feit dat we momenteel niet als volwaardig regiemodel functioneren, is onder andere gerelateerd aan de instroom van ander vervoer. In lijn met onze reactie op punt 2, lijkt het niet verstandig om de basisprincipes van het regiemodel helemaal los te laten. De ‘best practices’ van volwaardige regiecentrales, bijvoorbeeld in Denemarken, zijn in een tijdsbestek van vele jaren uitgegroeid tot een regiemodel, vaak met onze huidige opzet als tussenmodel. De rode draad is altijd flexibiliteit, deelnemers binnen de samenwerking zien en pakken kansen, anderen kunnen hier vervolgens op termijn op aansluiten. Als later meerdere vervoersvormen via Omnibuzz worden uitgevoerd, kan dit weer nieuwe kansen bieden. Wij stellen dan ook voor om deze kansen in het achterhoofd te houden, al functioneren wij voorlopig als callcenter-plus. Doorgroei naar het regiemodel is dan mogelijk, maar absoluut geen vastgestelde zaak. De huidige opzet ondervindt overigens op geen enkele wijze last van dit doorgroeiscenario. Tot zover de keuze uit de modellen. Aanvullend vinden wij de term ‘uitvoerende en beleidsarme taak’ uit het evaluatierapport geen recht doen aan ons takenpakket.
Naast de uitvoering van het vervoer en het organiseren van de administratie en financiële afhandeling, voeren we regie op het vervoer, doen het contractbeheer, organiseren grotendeels zelfstandig de aanbesteding, adviseren gemeenten beleidsmatig, voeren namens gemeenten overleg met de vervoerders op belangrijke dossiers (bijvoorbeeld NEA, continuïteitsafspraken) etc. Wij zien dit zelf als de grootste meerwaarde voor gemeenten, zoals wij uiteengezet hebben in ‘Positie van de kennisfunctie Omnibuzz’, als onderdeel van onze reactie op de zienswijzen in de zomer van 2020. Tenslotte zien wij geen enkele aanleiding om een private context te overwegen. De keuze voor een publieke context is bestuurlijk herhaaldelijk en heel expliciet genomen, op de eerste plaats bij de oprichting van de samenwerking op Limburgse schaal, met als belangrijkste argumenten: • Borging van continuïteit, objectieve regievoering zonder inmenging van private belangen; • Meer sturing en controlemogelijk vanuit gemeenten; • Meer flexibiliteit, onder andere m.b.t. instroom ander doelgroepenvervoer; • Uitgangspunt: kennisopbouw bij voorkeur in een publieke organisatie. Vervolgens heeft het dagelijks bestuur zich bij de integratie van het callcenter van Veolia/PZN in 2017 wederom uitgesproken voor een publieke invulling.
Het voert te ver om de besluitvorming hierover in deze notitie te herhalen, maar deze keuzes zijn weloverwogen gemaakt en dezelfde argumenten zijn nog steeds valide. Daar komt als argument bij dat de huidige ambtelijke organisatie dan (deels) ontmanteld moet worden en in een privaatrechtelijke context opnieuw moet worden ingekocht.
-5-
4. Inkoopvoordelen en efficiency Conclusies en aanbevelingen rapport KokxDeVoogd De vierde doelstelling, het bereiken van (inkoop)voordelen en -efficiency, kan niet eenduidig worden aangetoond, omdat een nulmeting ontbreekt. Wel is initieel een forse daling in de kosten zichtbaar, waarna de afgelopen jaren de kosten weer oplopen. De kosten van de overhead (ongeveer 10%) wegen relatief zwaar op de uitvoering van deze taak. Opmerkingen Algemeen Bestuur Omnibuzz 16-12-2020 Bestuurlijk wordt verzocht de nulmeting in de reactie op te nemen. Reactie Omnibuzz In het evaluatierapport is min of meer een nulmeting opgenomen:
(* De eerste kolom in bovenstaande tabel heeft uitsluitend betrekking op de 10 ‘oude Omnibuzz’ gemeenten)
In deze tabel blijkt een duidelijke kostendaling door de uitbreiding van de organisatie (2016-2017), daarna zien we de kosten oplopen. Het vervoer is bepalend in de totale kosten, onder andere door de indexering en de vastgestelde dienstverleningsniveaus, contractafspraken en autonome ontwikkelingen in het vervoer lopen de kosten op. Sinds 2020 zijn nieuwe vervoerstarieven van kracht, dit uit zich in de sterkere stijging, in combinatie met de stijgingspercentages in de begroting die gemeenten zelf bepalen. Intussen weten we ook dat het volume in 2020 is ingezakt. Terugkijken naar 2016 (of verder) is best een beetje riskant en kan leiden tot verschillende conclusies. Er was destijds een totaal andere taakverdeling tussen Omnibuzz en de vervoerders, toen nog vertegenwoordigd door Veolia/PZN. Van de ‘niet-Omnibuzz’ gemeenten is de financiële situatie van toen deels beschikbaar, maar ook hier golden andere kaders en afspraken. Ontwikkelingen in de jaren erna maken dit extra complex, bijvoorbeeld door het verkort boekjaar 2016, verlengd boekjaar in 2017, de eigen bijdrage die sinds april 2019 niet meer in de begroting verwerkt wordt, de nieuwe tarieven, NEA korting en Corona sinds 2020 en tussendoor beleidskeuzes van individuele gemeenten met betrekking tot budgettering, klanttarief, indicatiestelling etc.
Een echte nulmeting is hierdoor niet mogelijk, zeker niet voor alle gemeenten gezamenlijk. Belangrijker dan de nulmeting vinden wij dan ook de overwegingen die destijds een rol hebben gespeeld in de uitbreiding van Omnibuzz. Uiteraard is het behalen van schaalvoordelen en efficiëntie voorzien, maar dit is complex aan te tonen. Vanwege de geldende (nietmarktconforme) tarieven in 2016 werd destijds een forse stijging van het vervoerstarief voorzien voor de komend periode. Intussen is wettelijk bepaald dat we bij de inkoop van WMO-vervoer gehouden zijn aan de AMvB reële kostprijs. Het Rijk heeft dit opgenomen in de wetten om te voorkomen dat dezelfde problemen zouden ontstaan als die bij de inkoop van huishoudelijke hulp hebben gespeeld. De stijging in zoneprijs in 2020 is deels een correctie omdat in de taxibranche vaak onder kostprijs werd ingeschreven en deels te verklaren door de duurzaamheidseisen en eisen aan goed werkgeverschap.
-6-
Dit zijn kwalitatieve, volledig legitieme en op de lange termijn noodzakelijke keuzes, maar ze drijven wel de prijs per zone op. Als bovendien de volumes toenemen, zoals tussen 2017 en 2019 het geval was, vertoont de belangrijkste kostenpost een dubbele stijging (volume en prijs). Ons overheadpercentage is van 13,3% in 2017 teruggebracht naar 10,5% in 2019. Dat wil zeggen dat bijna 90% van de kosten (in)direct vervoer gerelateerd zijn en meebewegen met het volume. Verder levert een aanbesteding geen lager vervoerstarief op basis van omvang op, als de percelen een gelijke omvang hebben als in het voorgaand contract. In het vervoer kan efficiëntie behaald worden door verschillende vervoersvormen gecombineerd weg te zetten. Hier zijn verschillende manieren voor. Nu hebben onze vervoerders echter wisselende andere contracten voor ander vervoer die ze combineren met ons contract. Op totaalniveau werkt dit suboptimaal. In de actualisatie van het bedrijfsplan is een besparingsmatrix uit het oorspronkelijke bedrijfsplan aangehaald:
Hierin is duidelijk te zien dat de besparingen voor een klein deel te verwachten zijn uit bundeling van vervoer, maar dit is nog niet aan de orde. De grootste winst is te halen door de aanpassing van het beleid en in mindere mate de toeleiding naar OV. Op deze aspecten hebben wij slechts indirect invloed. Gemeenten zijn immers verantwoordelijk voor het indicatiebeleid. Om hierin te ondersteunen hebben wij in 2020 een richtlijn opgesteld. Wij bieden de Voor Elkaar Pas aan om de toeleiding naar het OV te optimaliseren en het OV zo goed mogelijk toegankelijk te maken voor onze klanten. Het ontwikkelplan OV biedt nieuwe kansen om vanaf 2021 verdere stappen te zetten. In dit oorspronkelijke bedrijfsplan werd een stijging van de totale kosten voorzien voor 2016-2020. Ook toen was de verwachting dus dat de totale kosten zouden stijgen. Verder werd gesteld dat “ondanks de onvermijdelijke tariefstijging op het totale systeemniveau op termijn voordelen te behalen zijn, zoals centralisering van kennis, betere grip op kwaliteit van de uitvoering, sterke waarborging van de continuïteit, financieel schaalvoordeel en efficiency voordelen door uniformiteit binnen de GR DGV.” De voordelen zijn veel breder geformuleerd dan alleen financieel schaalvoordeel.
Op basis van positieve geluiden uit deze evaluatie, landelijke organisaties, klantervaringen en het constructieve partnerschap met onze eigen vervoerders, mogen we concluderen dat we deze voordelen behalen. Deze voordelen zijn moeilijk objectief te duiden, net als het financieel schaalvoordeel. Om het financieel schaalvoordeel volledig inzichtelijk te maken, moet ook naar de ontwikkeling in de eigen organisatie van gemeenten gekeken worden. Zij kunnen wellicht taken afschalen of wegstrepen, omdat Omnibuzz dit werkt overneemt.
-7-
Dat de totale kosten stijgen, wil niet zeggen dat geen schaalvoordeel is behaald. De stijging van het vervoersvolume is deels autonoom en deels beleidsmatig (indicatiestelling) en de kostprijs stijgt omdat wij vanuit de continuïteitsbehoefte met marktconforme tarieven werken die recht doen aan het hoogwaardig vervoer dat gemeenten onze klanten willen bieden. Het schaalvoordeel kan niet elke stijging van prijs of volume compenseren. Deze factoren worden door veel andere aspecten beïnvloed, zoals de voorwaarden die in het vervoer gelden. Als de voorwaarden niet (meer) als passend worden ervaren, kan dit binnen de samenwerking heroverwogen worden. Hiervoor is een nieuwe aanbesteding een goed moment, zodat de aangepaste eisen ook in de vervoerscontracten kunnen worden vastgelegd. Het organiseren van dit vervoer op kleinere schaal – tegen dezelfde voorwaarden – zal met zekerheid tot hogere kosten leiden. In die zin levert de omvang een zeker voordeel op voor alle deelnemers. Tenslotte adviseren wij om het schaalvoordeel breder maatschappelijk/kwalitatief te bezien, zoals ook de doelen breder zijn geformuleerd.
Een organisatie die 30 gemeenten vertegenwoordigd kan invloed uitoefenen op de provincie of landelijke afspraken, kennis opbouwen om gemeenten te adviseren, goede afspraken maken met vervoerders, de continuïteit van het vervoer borgen in tijden van crisis, inspringen op nieuwe behoeften (zoals vaccinatievervoer, verward gedrag) etc. Dit levert direct maatschappelijke voordelen en indirect ook financieel voordeel op, omdat de kennis gericht kan worden ingezet om nieuwe ambities te realiseren. Omnibuzz zal in de toekomst trachten om de (maatschappelijke) baten beter inzichtelijk te maken in de stukken, maar dit is geen eenduidige en makkelijke opgave. Tenslotte lijkt er een verband tussen aansturingskosten en uitvoeringskosten. Omnibuzz heeft samen met een aantal andere regio’s in Nederland deelgenomen aan een onderzoek naar kostenkengetallen in het vervoer. Tijd besteden aan de aansturing van CVV is volgens dit rapport (Panteia, 2015) een noodzakelijkheid om marktverstoring te voorkomen (en middelen rechtmatig en efficiënt in te zetten). In het rapport van werd ten eerste geconcludeerd dat de aansturingskosten afhankelijk zijn van kwalitatieve ambities en doelstellingen en vervolgens dat investeren (hogere kosten) in de aansturing niet alleen zorgt voor hogere kwaliteit en meer grip op de uitvoering, maar ook voor lagere kosten in de uitvoering.
“Met de kanttekening dat er gemeentelijke kosten kunnen zijn die nu onbekend zijn dan wel gemeenten zijn die taken niet uitvoeren, is de conclusie van dit onderzoek dat de servicepunten die hoog scoren op aansturingskosten (i.e. lage kosten) laag scoren op uitvoeringskosten (i.e. hoge kosten) en vice versa.”
-8-
5. Relatie met provincie Limburg en aansluiting Openbaar Vervoer Conclusies en aanbevelingen rapport KokxDeVoogd Het schrappen van reguliere Openbaar Vervoer lijnen, vooral in kleinere plattelandsgemeenten, leidt tot meer gebruik van Omnibuzz en dus hogere kosten voor gemeenten. Het advies is om in gesprek te gaan met de provincie over (een financiële) compensatie. Opmerkingen Algemeen Bestuur Omnibuzz 16-12-2020 Hierover zijn bestuurlijk geen aanvullingen gedaan in deze vergadering. Reactie Omnibuzz Het gesprek met de provincie Limburg is direct na de aanbesteding in december 2016 opgepakt. Omnibuzz onderhield al nauwe contacten met de provincie in de voorbereidende fase op de nieuwe concessie. Na de gunning van het OV en Omnibuzz-vervoer is het overleg op basis van deze goede verhoudingen voortgezet. De stijging van het vervoersvolume in het Omnibuzz vervoer vanaf 2017 kan verband houden met het bereik van het OV-netwerk. Bij de toekenning van een voorziening Omnibuzz speelt de beschikbaarheid van OV (of gebrek aan) immers een grote rol. Dit is vanaf de start onderwerp van gesprek. Bestuurlijk is echter gekozen om de insteek van dit overleg niet puur te focussen op compensatie, maar in te zetten op een goede onderlinge verstandhouding en een integrale aanpak. De OV-concessie loopt nog door tot 2031, dus op lange termijn lijkt dit het meest vruchtbaar.
De opstart van het Omnibuzz vervoer en zeker ook de nieuwe OV-concessie vroeg in de eerste jaren veel aandacht van de opdrachtgevers, waardoor de intensiteit van het onderling overleg afnam. Door de vertraging van de gunning aan Arriva en een aantal personele wijzigingen bij de provincie in de jaren die volgden, stond de provincie lange tijd voor de nodige interne uitdagingen. Ook moest opnieuw geïnvesteerd worden in de onderlinge relatie, omdat we met nieuwe contactpersonen te maken kregen. Ook in deze fase is altijd sprake geweest van een constructieve dialoog, maar dit leidde niet direct tot tastbare resultaten. Hierover hebben wij ons bestuur zeer consequent geïnformeerd, nagenoeg in elke bestuursvergadering is de actuele stand van zaken toegelicht. Mede naar aanleiding hiervan is bestuurlijk druk uitgeoefend op het versnellen van dit proces. In het kader van een bestuurlijk overleg is begin 2019 een tijdlijn opgesteld waarin de inspanningen zijn vastgelegd. Dat de resultaten van deze inspanningen nog onvoldoende tastbaar zijn, blijkt uit het feit dat dit aandachtpunt in deze evaluatie naar voren komt. Er is echter permanente aandacht geweest voor dit aspect en er zijn wel degelijk stappen voorwaarts gezet in deze periode, al is het een traject van lange adem.
Door COVID-19 was 2020 een jaar waarin zowel provincie als Omnibuzz noodgedwongen hun focus hadden op de reguliere dienstverlening en het managen van de impact van de pandemie. Ook deze ontwikkeling gooit weer een beetje zand in de motor, los van de intenties van beide partijen om tot een integrale aanpak te komen. Alle gezamenlijke inspanningen hebben geleid tot een ontwikkelplan OV. Dit is opgesteld door de provincie, maar onze ideeën over een integrale aanpak zijn erin meegenomen. Deze ideeën zijn opgenomen in een gezamenlijk ‘position paper‘, dat door Omnibuzz is geschreven. Het ‘position paper’ is in een gezamenlijk overleg tussen DB Omnibuzz en Gedeputeerde Carla Brugman vastgesteld. Hierna is het ter kennisname gebracht aan AB van Omnibuzz. De verwachting is dat we vanaf 2021 concretere stappen kunnen zetten in de toeleiding van onze klanten naar het OV via gezamenlijke projecten binnen dit Ontwikkelplan. Aanvullend willen wij de gemeenten er graag op attenderen dat de ambitie van de kanteling in het vervoer breder is dan OV. Het gaat immers over alle vormen van (potentieel) voorliggende voorzieningen. Op basis van de website ikwilvervoer kunnen hier stappen gemaakt worden.
-9-
6. Ambtelijke informatievoorziening coördinatorenoverleg Conclusies en aanbevelingen rapport KokxDeVoogd Zowel de interne en externe governance van de gemeenschappelijke regeling Omnibuzz zijn voor de deelnemers helder en overzichtelijk ingericht. Aandachtspunt is het versterken van de ambtelijke informatievoorziening richting het coördinatorenoverleg. Opmerkingen Algemeen Bestuur Omnibuzz 16-12-2020 Hierover zijn bestuurlijk geen aanvullingen gedaan in deze vergadering. Reactie Omnibuzz Wij zijn ons bewust van de verschillen in informatieniveau tussen de DB-gemeenten en de overige gemeenten. Dit is inherent aan de rol die de DB-gemeenten hebben en de frequentie waarmee zij worden geïnformeerd en in de besluitvorming betrokken zijn. Alle besluiten waartoe het algemeen bestuur bevoegd is, worden echter in het coördinatorenoverleg besproken. Op deze wijze is de ambtelijke inspraak van alle deelnemende gemeenten geborgd in alle belangrijke beslissingen. Door de informatievoorziening naar alle gemeenten te verstevigen, proberen we deze behoefte aan extra informatie in te vullen. Alle contactambtenaren krijgen maandelijks een uitgebreide managementrapportage, elk kwartaal een voortgangrapportage en voor elke vergadercylcus van het algemeen bestuur de vergaderstukken. De verslagen van de DBvergaderingen nemen wij op in deze agenda.
Verder stellen wij bestuursinformatiebrieven op en organiseren werksessies, themasessies, werkgroepen en extra overleg (op onderwerp), waarbij alle gemeenten uitgenodigd worden. Vast onderwerp hierin zijn de bespreking van de hoofdlijnen uit de komende jaarrekening en begrotingen. Hierbij merken wij overigens wel dat de opkomst op deze bijeenkomsten verschilt tussen gemeenten. Wij constateren een verband tussen het informatieniveau, de betrokkenheid en het draagvlak voor de besluitvorming. In andere woorden, de gemeenten die het beste geïnformeerd zijn, kunnen doorgaans de besluiten in de juiste context plaatsen. Voor andere gemeenten is dit moeilijker, daar kan bijvoorbeeld de beschikbaarheid van voldoende ambtelijke capaciteit op het dossier Omnibuzz een punt van aandacht zijn. Door de complexiteit en de onderlinge verbanden van de verschillende onderwerpen, is het een uitdaging om gemeenten met twee afstemmingsmomenten per jaar inhoudelijk betrokken te houden. Vanuit gemeenten worden de contactambtenaren meestal breed ingezet in het sociale domein, terwijl de onderwerpen vaak vrij specialistisch en technisch zijn. Wij begrijpen dat sommige gemeenten hierdoor ‘inhoudelijk afhaken’ en tevens leidt dit regelmatig tot vragen en/of onduidelijkheid over besluiten die in het verleden zijn genomen.
Wij kunnen ons voorstellen dat een andere constructie van afstemming met de deelnemende gemeenten kan bijdragen aan verbetering op dit punt, bijvoorbeeld een werkwijze waarbij regio’s ambtelijk worden vertegenwoordigd. In veel regio’s wordt op andere terreinen al gewerkt met een soort ‘adoptiesysteem’ voor gemeenschappelijke regelingen. Hierbij benadrukken wij dat deze constructie complementair dient te aan de huidige overlegstructuur. In onze ogen blijft elke afzonderlijke gemeente verantwoordelijk voor het beleid en blijft een contactambtenaar (coördinator) als ambtelijke vertegenwoordiging van elke gemeente noodzakelijk. Een andere optie kan zijn om de ‘niet-DB’ gemeenten actiever mee te nemen in de agenda’s en besluiten van het dagelijks bestuur. De haalbaarheid van een dergelijke constructie is afhankelijk van de interne mogelijkheden bij de deelnemende gemeenten en de bereidheid om als regio hierin gezamenlijk op te trekken. Wij zijn voornemens het relatiebeheer in de loop van 2021 te intensiveren. In dit traject willen wij starten met gesprekken met individuele gemeenten. Wij stellen voor om dit onderwerp hier te agenderen en op basis van de inbreng van gemeenten toe te werken naar een passende structurele invulling.
- 10 -