CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB.21.099 Gecertificeerde instellingen Limburg

Gemeenteraad 7 september 2021, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven.29.337 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Verschil van perspectief tussen GI’s en gemeenten; uitvoering versus beleid.

‘Opschaling helpt op casusniveau, maar het beleid verandert niet en vraagt de volgende keer opnieuw opschaling op casusniveau, dat kost tijd.’ (jeugdbeschermer) ‘Als team zijn we nu ook in gesprekken met de gemeente, maar dat is echt een andere wereld dan ons werk.’ (andere jeugdbeschermer) ‘De gemeente kijkt erg naar hun eigen werkprocessen, maar zou wat meer kunnen meebewegen. De ene gemeente is heel strikt, waar de andere meer meebeweegt en uit de box denkt. Gemeenten moeten meer beseffen dat er soms in de jeugdbescherming meer ad hoc moet worden gereageerd i.p.v. in hokjes denken, zoals bij de gemeente. Gemeenten moeten een beter beeld krijgen van hoe dynamisch dit werkveld is, soms lijkt het alsof ze niet zien wat er allemaal komt kijken bij dit werk, wat het werk bij de GI alleen maar moeilijker maakt.’ (andere jeugdbeschermer)

21 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

Knelpunten m.b.t. aanbieders: te druk, geen capaciteit, geen gecontracteerde zorg.

‘Veel aanbieders geven aan dat er geen capaciteit is of dat de zorg niet zou aansluiten bij de behoeften, waardoor cliënten niet snel worden aangenomen.’ (jeugdbeschermer) ‘Samenwerking is het belangrijkst, zodra een aanbieder een ‘nee’ verkoopt is het niet hun verantwoordelijkheid. Verantwoordelijkheid nemen voor een ingewikkelde casus is moeilijk voor een aanbieder, want dan moeten ze er iets mee. Op deze manier trekt iedereen de handen ervan af in plaats dat iedereen een deel op zich neemt. Als iedereen een stap naar voren zou zetten, zou het beter werken.’ (andere jeugdbeschermer) ‘Financiën spelen een rol. Indien de ingekochte zorg vol is bij de aanbieder, kan er niets meer. Op dat moment word ik door de gemeente van het kastje naar de muur gestuurd. Dit soort ‘gedoe’ neemt veel tijd in beslag, soms wel tot acht uur in de week, voor één casus. Deze tijd kan je vervolgens niet aan andere cliënten besteden.’ (jeugdbeschermer)

Casus BJZL doorbraakaanpak: Voor een 14-jarige jeugdige is de jeugdbeschermer op zoek naar een perspectief biedende groep. Ouders kunnen niet voor de jeugdige zorgen, noch de juiste begeleiding en begrenzing geven. Er is sprake van criminaliteit en veel drugsgebruik. De doorbraakaanpak heeft niet geholpen, want er zijn al veel experts betrokken, waaronder de OZJ ambassadeur, die allemaal meekeken en geen passende zorg konden vinden of creëren. Deze jeugdige had op dat moment zorg nodig die niet voorhanden was en ook niet gecreëerd kon worden. Om deze reden is een gesloten machtiging aangevraagd. De jeugdige had een lastige start binnen de gesloten jeugdzorg, maar de plaatsing is wel degelijk een succes geworden. De verwachting is dat deze jeugdige na het einde van de huidige gesloten machtiging kan uitstromen naar een perspectief biedende plek.

Casus BJZL doorbraakaanpak/wachtlijst behandelgroep: Jeugdige van 12+ met een reactieve hechtingstoornis woont sinds 2015 in een pleeggezin. Na drie jaar zijn de pleegouders overbelast en in 2019 wordt de jeugdige naar een gezinshuis van aanbieder A overgeplaatst. In september 2020 is er een multidisciplinair overleg geweest met BJZL, cliënten en behandelaars, omdat het niet goed ging in het gezinshuis. In oktober 2020 is de casus ingebracht in het Regionaal Expertteam. Het advies was: trauma behandelgroep, bijvoorbeeld een groep van aanbieder A of een groep van aanbieder B. Hierover vond eind oktober 2020 een afstemming met drie gedragswetenschappers plaats. De jeugdige deed het toen nog goed op school en de dagbehandeling. De aanpak bij aanbieder B zorgt ervoor dat de jeugdige minder een beroep hoeft te doen op relaties. Bij aanbieder A is verblijf tot twee jaar mogelijk, maar de wachttijd voor de juiste groep is op dat moment vier maanden. Dat zou betekenen dat de jeugdige het nog vier maanden vol moet houden in het gezinshuis. In december 2020 escaleerde de situatie en moet de jeugdige naar een start crisis plek van aanbieder A. Na een week gaat de jeugdige naar een volgende crisisgroep van aanbieder A.; ook een bed-bad-broodplek. Op deze groep werken volgens de jeugdbeschermer veel flexwerkers en weinig medewerkers met een vast contract.

Het gaat nu redelijk met de jeugdige op de crisisgroep. De jeugdige moet nog een paar maanden wachten op de passende plek, maar net voor de verdiepende praktijktoets, geeft aanbieder A aan dat, ondanks dat jeugdige de eerst wachtende is, de doorstroom bij de groep stagneert (mogelijk door Covid-19). Als startdatum noemt aanbieder A november 2021 en is het voorstel om de jeugdige toch onder te brengen bij aanbieder B. Volgens de jeugdbeschermer is dit niet juist, omdat deze plek minder passend is. De jeugdbeschermer heeft de contactpersoon van de gemeente ingeschakeld, maar volgens jeugdbeschermer weten ze daar weinig van de doorbraakaanpak. De gedragswetenschapper van BJZL accepteert niet dat de jeugdige naar een minder passende groep gaat. Er is nu sprake van een impasse. Het heeft geen zin om deze casus nog een keer in het Expertteam in te agenderen.

22 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

5 Conclusie 5.1 Elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig een vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers De inspecties hebben in oktober 2020 aan alle jeugdbeschermingsregio’s in een termijn van vier maanden gesteld om te zorgen dat elke jeugdige met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig een vaste jeugdbeschermer heeft en dat voor elk kind met een maatregel tijdig een gedragen koers is uitgezet. De inspecties hebben in maart 2021 een verdiepende praktijktoets uitgevoerd om te toetsen of aan deze norm is voldaan. De inspecties stellen vast dat de regio voor wat betreft de jeugdigen met een maatregel die wordt uitgevoerd door de GI’s grotendeels aan de norm voldoet. De bevorderende factoren bij deze norm zijn de aanwezigheid van een jeugdbeschermer op de zitting die vervolgens ook de vaste jeugdbeschermer blijft van de cliënt(en), het niet werken met wachtlijstbeheer noch instroomteams, sturen op de caseload-termijnen en het goed bijhouden van de dossiers, de casuïstiekbespreking/het Team Rond de Jeugdige (hierna: TRJ) en de aandacht voor de begeleiding van startende jeugdbeschermers.

Om kwalitatief goed uitvoering te geven aan een jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregel heeft een GI nodig dat het personeelsbestand op orde is en ruimte biedt voor onvoorziene situaties, bijvoorbeeld door inzet van een flexibele poule van jeugdbeschermers die volwaardig mee kunnen draaien en ingezet kunnen worden, wanneer dat nodig is. Ook dient een GI actief te kunnen sturen op processen wat betreft voorwaarden voor medewerkers om hun werk kwalitatief goed uit te kunnen voeren. Bijvoorbeeld: investeren in werkplezier, inwerkprogramma, expertise, goede match cliënt en jeugdbeschermer en voldoende ruimte in de caseload. Om dit alles te kunnen realiseren, is het nodig dat de financiële situatie van de GI gezond is. Over de landelijk werkende instellingen (LJ&R en WSS) rapporteren de inspecties wat betreft deze normen op geaggregeerd niveau in het landelijke rapport.

5.2 Elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp De inspecties hebben in oktober 2020 aan alle jeugdbeschermingsregio’s een termijn van vier maanden gesteld om te zorgen dat elke jeugdige met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp ontvangt. De inspecties hebben in maart 2021 een verdiepende praktijktoets uitgevoerd om te toetsen of aan deze norm is voldaan. De inspecties stellen vast dat de regio Limburg niet aan de norm voldoet. De doorbraakaanpak in de regio heeft nog onvoldoende tot het gewenste resultaat geleid. Voor jeugdigen en gezinnen die te maken krijgen met jeugdbescherming is het nodig dat de noodzakelijke hulp zonder vertraging wordt ingezet. De ontwikkeling van de jeugdige wordt ernstig bedreigd, de jeugdbeschermer heeft beperkt de tijd om in gedeelde verantwoordelijkheid met de ouders de ontwikkelingsbedreiging van de jeugdige af te wenden. Een ondertoezichtstelling bijvoorbeeld, wordt hooguit voor een jaar uitgesproken. De inspecties vinden het niet acceptabel dat deze beperkte tijd, waarin de overheid direct ingrijpt in de verantwoordelijkheid van ouders, wordt gevuld met wachten. Dit beperkt de mogelijkheden die een jeugdbeschermer heeft om samen met de jeugdige en zijn gezin de noodzakelijke stappen te zetten en leidt tot verergering van de problematiek.

Een maatregel kán worden verlengd, maar de inspecties vinden het niet acceptabel wanneer deze verlenging het gevolg is van niet tijdige inzet van hulp. Wat betreft het inzetten van passende hulp door de GI benoemden de inspecties in het rapport uit 2019 dat de gecertificeerde instelling de wettelijke taak heeft te bepalen of en, zo ja, welke jeugdhulp is aangewezen bij de uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering. De Jeugdwet schrijft voor dat de GI hiertoe overlegt met het college van de gemeente waar de jeugdige zijn woonplaats heeft.

23 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

Dit overleg is er primair op gericht om te weten welke jeugdhulp door de gemeente is gecontracteerd en anderzijds dat de gemeente als financier dient te weten welke jeugdhulp nodig wordt geacht (en dus moet worden ingekocht). Dit overleg is niet bedoeld om te komen tot overeenstemming over de bepaling van de jeugdhulp door de GI, de GI heeft hierin de eindverantwoordelijkheid. Goede samenwerking en gezamenlijke besluitvorming op casusniveau tussen gecertificeerde instelling moet gericht zijn op tijdige inzet van de passende hulp voor de jeugdige. Het administratieve en bureaucratische proces mag niet vertragen, of ertoe leiden dat de noodzakelijke hulp aan een jeugdige wordt onthouden. Het overleg dient plaats te vinden met inachtneming van de privacywetgeving en de regels omtrent het beroepsgeheim. Het knelpunt in Limburg zit vooral in de tijdigheid waarmee de hulp wordt ingezet. Het is de inspecties gebleken dat een aantal gemeenten in de regio het proces om te komen tot passende hulp voor jeugdigen met een maatregel zodanig heeft gecompliceerd dat dit de tijdige inzet van passende hulp vertraagt. Daarnaast is er geen eenduidigheid in de inkoop van jeugdhulp en kan het per gemeente verschillen hoe een aanmeldprocedure om in aanmerking te komen voor hulp, loopt.

In Limburg ontbreekt het aan een kwalitatief en/of kwantitatief toereikend aanbod van jeugd-GGZ en aan een kwalitatief en/of kwantitatief aanbod van groepen voor licht verstandelijk beperkte jeugdigen, perspectief biedende pleeggezinnen, gezinshuizen plus, kleinschalige woonvormen en (hoog)specialistische hulp voor jeugdigen met een zeer complexe hulpvraag. De regio dient zorg te dragen voor mogelijkheden om partners uit de jeugdbeschermingsketen goed te laten samenwerken. Het is van belang dat de GI en de regio investeren in korte lijnen met gemeenten, zorgaanbieders en andere ketenpartners om tijdig tot passende hulp te komen. Het inzetten en organiseren van expertteams is hier een onderdeel van. Hier staat tegenover dat de inspecties de volgende positieve ontwikkelingen en bevorderende factoren zien in de regio:  Limburg werkt met een gezamenlijke Verbeteragenda die door alle partijen wordt geaccepteerd en gedragen.  De doorbraakaanpak is onderdeel van de Verbeteragenda en wordt voortgezet. Daarbij neemt de regio de knelpunten die uit de monitoringsfase naar voren kwamen mee.  In de eindrapportage van de doorbraakaanpak van de regio Limburg van mei 2021 is een eerste aanzet gemaakt om te komen tot vervolgafspraken op provinciaal, (sub)regionaal of lokaal niveau.

 Tot slot is er is sprake van bestuurlijke cohesie in de regio en ook met de bestuurder van BJZL en aanbieders. En er is overeenstemming over de tarieven van de GI’s in de regio.

5.3 Vervolg De geconstateerde positieve ontwikkelingen en bevorderende factoren, zijn van dien aard dat de inspecties er voldoende van uit kunnen gaan dat de betrokken partijen, onder regie van de accounthoudende regio, er alsnog op korte termijn in slagen om elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden. De inspecties verwachten dat de jeugdhulpregio’s, de gecertificeerde instellingen, hun opdrachtgevers, lokale teams en zorgaanbieders binnen de jeugdbeschermingsregio Limburg alsnog aan deze norm voldoen en belemmeringen om aan de norm te voldoen wegnemen. De inspecties volgen dit vanuit het reguliere toezicht. Concreet verwachten de inspecties dat: 

de regio de doorbraakaanpak voortzet voor kinderen met een maatregel die nu wachten op passende hulp. En dat binnen de doorbraakaanpak doorzettingsmacht is en het advies wordt opgevolgd.

24 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

En ervoor zorgt dat in de regio: o o o o

gemeenten het mogelijk maken dat de GI de noodzakelijk geachte hulp zonder vertraging inzet. Dat wil zeggen dat de inzet van hulp onverwijld plaatsvindt en dat de noodzakelijk geachte hulp niet wordt heroverwogen door de gemeente. er structureel en laagdrempelig overleg is tussen de partijen als lokale teams en GI’s, niet als stap in het beoordelingsproces, maar als inhoudelijke afstemming om te komen tot passende hulp. de financiële tekorten geen rol spelen bij de inzet van jeugdhulp voor jeugdigen met een maatregel. uitsluitingscriteria bij zorgaanbieders er niet toe leiden dat jeugdigen met complexe problematiek niet tijdig de passende hulp krijgen.

De inspecties verwachten dat de regio Limburg binnen drie maanden een aanvullend plan maakt op de eindrapportage van de doorbraakaanpak van de regio Limburg van mei 2021 dat leidt tot: een toereikend aanbod voor de meest complexe hulpvragen; integrale maatwerk oplossingen waaronder jeugd-GGZ en groepen voor licht verstandelijk beperkte jeugdigen, perspectief biedende pleeggezinnen, gezinshuizen plus, kleinschalige woonvormen en (hoog)specialistische hulp voor jeugdigen met een zeer complexe hulpvraag.

25 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

Duidelijk. Onafhankelijk. Eerlijk. www.igj.nl

26 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10454729/1