RIB.21.078 Jaarstukken VRLN
Tekst van het document
aansturen en
kwalitatief
Geneeskundig Crisisplan.
regisseren van
hoogstaande
- Continue beschikbaarheid van gekwalificeerde
de
crisisorganisatie die
crisisfunctionarissen.
geneeskundige
24/7 paraat is.
- Uitvoeren van activiteiten voor ontwikkeling en blijvende
hulpverlening
vakbekwaamheid d.m.v. een actueel opleidingsplan (OTO-
tijdens
plan).
crisissituaties
- Borging beschikbaarheid van materieel (vervoer, communicatiemiddelen en kleding) permanent op orde. Verbinden van
- Informatiemanagement t.b.v. instellingen.
geneeskundige
- Realiseren van een systeem t.b.v. informatie uitwisseling
hulpverlening met
in de zorgketen in het kader van rampenbestrijding en
openbare orde en
crisisbeheersing.
veiligheid Visie
- Analyseren van zelfredzaamheid kwetsbare groepen.
zelfredzaamheid
- Bieden van handelingsperspectieven tijdens rampen en
GHOR en
crisis.
veiligheidsregio ten
- Adviseren van sociale netwerken en zorginstellingen
uitvoering brengen
rondom verminderd zelfredzamen.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
19
15 april 2021
Beperken van
Borgen
Inzetten van psychosociale hulpverlening, medische
gezondheids-
opgeschaalde
milieukunde, opgeschaalde infectieziektebestrijding en het
schade
publieke
opstarten van een gezondheidsonderzoek bij rampen. Als
gezondheids-
ook het adviseren van bevoegd gezag.
processen en ondersteunen bevoegd gezag bij incidenten met (mogelijke) maatschappelijke onrust
2.1.4 Programmakosten De kosten van het programma Publieke Gezondheid bedragen € 18,2 miljoen exclusief de toerekening van overhead. De gemeenten dekken met hun bijdragen € 13,5 miljoen van de programmakosten. Dat is € 26 per inwoner. Totaal Programma Publieke gezondheid
(bedragen in duizenden euro's) Begroting 2022
Lasten
18.188
Baten
17.901
Algemene dekkingsmiddelen
0
Onvoorzien
0
Geraam d saldo van baten en lasten
288
Stortingen in reserves
2
Onttrekkingen uit reserves
290
Geraam d resultaat
0
Een storting van € 2.000 en een onttrekking van € 15.000 vindt plaats in c.q. uit de reserve ter dekking van de Kapitaallasten Oranjelaan Roermond. Daarnaast een onttrekking ter dekking van de investering in de taakherschikking ten bedrage van € 275.000. De kosten voor de GHOR zijn opgenomen in de begroting van het Programma Crisisbeheersing, omdat daar ook het merendeel van de baten wordt verantwoord.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
20
15 april 2021
2.2
Programma Brandweerzorg
Het programma Brandweerzorg bestaat uit drie onderdelen: - Risicobeheersing; - Incidentbestrijding; -
Preparatie.
Algemene ontwikkelingen 2022 Taakdifferentiatie brandweervrijwilligers Uit (recent) onderzoek blijkt dat het Nederlandse stelsel van brandweerzorg niet strookt met Europese wet- en regelgeving; beroepsmatige en vrijwillige brandweermensen doen hetzelfde werk maar worden niet gelijk beloond. De oplossing die landelijk is gekozen, is om te komen tot een substantiële taakdifferentiatie tussen vrijwilligers en beroepsmatige brandweermensen. Dit is een fundamentele verandering, want het huidig stelsel gaat uit van gelijke taken voor beroeps en vrijwilligers. In de voorbereiding op de taakdifferentiatie is door Brandweer Limburg-Noord een aantal oplossingsrichtingen ontwikkeld. De minst dure oplossingsrichting leidt - bij een verder ongewijzigde organisatie - tot structurele meerkosten van ruim € 800.000. De veiligheidsregio’s zijn van oordeel dat hier sprake is van een stelselwijziging en dat de extra kosten voor de Minister zijn. Het streven is om Brandweer Limburg-Noord vanuit de inhoud door te ontwikkelen met als doel een adequate en toekomstbestendige brandweerzorg tegen aanvaardbare kosten. Het juridische eindresultaat zal vergelijkbaar zijn met wat de Denktank en de Minister voor ogen hebben.
Versterking paraatheid brandweer Conform beleidsplan 2020-2023 wordt voor incidentbestrijding en preparatie uitvoering gegeven aan de bestuurlijk vastgestelde derde jaarschijf versterking paraatheid. Dit leidt tot een geplande verhoging van de bijdrage in 2022 met een bedrag van € 220.000. 2e loopbaanbeleid In 2006 is het 2e loopbaanbeleid bij de brandweer geïntroduceerd. Het gaat over medewerkers incidentbestrijding in de 24-uursdienst. Onder voorwaarde van medische geschiktheid mogen deze medewerkers maximaal 20 jaar werken in deze bezwarende functie. Werkgever en werknemer spannen zich gezamenlijk in om een goede vervolgstap, de zogenaamde 2 e loopbaan van de werknemer, mogelijk te maken naar een niet bezwarende functie binnen dan wel buiten de organisatie. In de begroting is te weinig financiële ruimte om het beleid uit te voeren. Bovendien moet het beleid geactualiseerd en gemoderniseerd worden. Getracht wordt om de tekorten, die naar verwachting aanzienlijk zijn, uit de eigen begroting te dekken. Mogelijk is hier sprake van een financieel risico. Nieuwbouw kazernes In 2016 heeft de Bestuurscommissie Veiligheid een besluit genomen tot nieuwbouw kazernes op een aantal plaatsen. Een voorwaarde is dat het bedrag van achterstallig onderhoud van de huidige kazerne, dat op 1-1-2017 weggewerkt zou moeten zijn, in de nieuwbouw wordt gestoken.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
21
15 april 2021
Verder is het uitgangspunt voor nieuwbouw dat het sober en doelmatig moet zijn. Ook mogen de totale huisvestingslasten niet hoger worden als gevolg van nieuwbouw. In het bouwkrediet zit dan ook geen enkele lucht. Vertragingen in vergunningstrajecten hebben tot latere start van de bouw van diverse kazernes geleid en daarmee tot hogere bouwkosten dan geraamd (inflatiecorrectie). Bij de financiering is uitgegaan van een centrale post in het gebied Heythuysen in plaats van het in stand houden van twee posten. Daarnaast is er geen rekening mee gehouden dat er discussie kon ontstaan over het besluit van het Algemeen Bestuur over het bedrag van achterstallig onderhoud. De combinatie van voorgaande tegenvallers kan leiden tot een financieel risico. Actualisatie investeringsprogramma materiaal brandweer Het investeringsprogramma brandweer wordt geactualiseerd naar de periode 2022 - 2030. Op voorhand is duidelijk dat het budget voor kapitaallasten in deze periode niet toereikend is. Daar zijn twee redenen voor aan te wijzen. In de eerste plaats is het materieel in de regionalisering naar VRLN overgekomen zonder btw. De vervanging vindt met btw plaats en daaruit vloeit dus een kostenstijging voort. In de tweede plaats zijn de specificaties in de loop van de tijd gewijzigd en dat is van invloed op de aanschafprijs. De verwachting is dat de omvang pas zichtbaar wordt in de jaren na 2022.
Voor de tijdelijke opvang van deze verwachte tekorten hebben we de afgelopen jaren de egalisatiereserve kapitaallasten brandweerzorg gevormd. Energietransitie en duurzaamheid De overgang naar nieuwe technieken en vormen van energiegebruik (elektrische voertuigen, hybride auto's, voertuigen op waterstof of vloeibaar aardgas (LNG), buurtbatterijen, windturbines en zonnepanelen) is in volle gang. Bij de ontwikkeling en in gebruik name is voor brandveiligheid vaak niet veel aandacht. Maar als er iets misgaat, is de brandweer meestal als eerste ter plaatse. Wat betekenen de nieuwe ontwikkelingen voor de veiligheid van burgers en voor de inzet van de brandweer? Het is belangrijk om als brandweer de werking en de risico’s te kennen en hierop voorbereid te zijn. In 2021 wordt hier door de veiligheidsregio's gezamenlijk een programma op ontwikkeld dat in 2022 concreet vertaald moet worden in een regionaal programma en/of project. Werken met de Omgevingswet Naar verwachting is de nieuwe omgevingswet op 1 januari 2022 een feit, hebben we nieuwe procesafspraken gemaakt over de adviesrol van de veiligheidsregio bij de vergunningverleningstrajecten en werken we samen in de digitale samenwerkingsruimte binnen Squit 2020. Gemeenten gaan door met maken van hun omgevingsvisies en omgevingsplannen en de doorontwikkeling van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).
Daar hebben zij respectievelijk tot 2026 en 2029 de tijd voor. Daarnaast treedt de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen in werking voor gevolgklasse 1. 2022 zal vooral een jaar zijn van uitproberen en ervaring opdoen met de daadwerkelijke werking van de nieuwe wet in de praktijk waarbij de 15 gemeenten ieder een eigen tijd/tempo lopen in het implementatieproces. Naar verwachting gaat dit de nodige flexibiliteit vragen van risicobeheersing qua inzet van capaciteit. Het is niet uit te sluiten dat verdergaande prioritering in uitvoering van taken nodig zal zijn.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
22
15 april 2021
Informatiegestuurd werken VRLN heeft in haar beleidsplan 2020 - 2023 informatiegestuurd werken als kernwaarde opgenomen. Informatie wordt steeds belangrijker zowel in de voorbereiding op incidenten als in de preventieve taken. Hiervoor is binnen de gehele veiligheidsregio een programma Informatie & Techniek gestart. In dit programma krijgen vraagstukken rondom informatievoorziening, ICT en innovatie een plek. Binnen brandweerzorg hebben we veel data ter beschikking. In 2021 zijn we gestart met het inrichten van een systeem dat deze data beschikbaar kan stellen en kan opwaarderen tot bruikbare informatie en kennis. Ook wordt er in 2021 gestart met de modernisering van de Mobiele Operationele Informatievoorziening in de brandweervoertuigen. In 2022 maken we de vervolgstap naar het structureel inbedden van business intelligence in de brandweerorganisatie. Digitaliseren producten De coronacrisis heeft ons geleerd dat we een deel van onze dienstverlening digitaal kunnen organiseren en dat dat voordelen biedt. De digitale zelfscan brandveiligheid is daar een voorbeeld van, maar ook het aanbieden van inhoudelijke webinars of het online organiseren van voorlichtingsbijeenkomsten. Voordelen zijn onder andere dat we meer burgers kunnen bereiken door producten via meerdere kanalen aan te bieden.
We kunnen het toezicht op gebruiksveiligheid breder en frequenter inzetten waarbij we een beroep doen op de eigen verantwoordelijkheid van de ondernemer of de eigenaar van een gebouw. Verbinding Veiligheid en Gezondheid Brandveilig Leven heeft de afgelopen jaren een ontwikkeling doorgemaakt in de professionalisering van preventie, zowel op inhoudelijk als op methodisch vlak. Steeds vaker worden raakvlakken zichtbaar met andere onderwerpen op het gebied van veiligheid en gezondheid (denk aan klimaatverandering, ondermijning, valpreventie en de rookvrije generatie). De uitdaging voor de komende jaren is om synergie te creëren op deze thema’s in samenwerking met maatschappelijke partners.
2.2.1 Risicobeheersing Gemeenten willen een veilige woon- en leefomgeving voor hun inwoners. Sociale veiligheid is daarbij een belangrijk aandachtsveld, maar ook doelen op het vlak van de fysieke veiligheid zoals vermindering van het aantal incidenten en calamiteiten zijn voor gemeenten erg belangrijk. Hierbij werken zij samen met professionals, zoals politie en veiligheidsregio. Ook zetten zij in op versterken van de betrokkenheid en vergroting van het zelfoplossend vermogen van hun inwoners en ondernemers. De veiligheidsregio helpt gemeenten hierbij. Binnen risicobeheersing biedt zij gemeenten deskundige hulp bij het voorkomen en beperken van (brand)incidenten en bij het indammen van brandrisico’s. Daarnaast wordt er specifiek aandacht gegeven aan het voorkomen van branden en ongevallen door het stimuleren van brandveilig gedrag bij burgers, organisaties en bedrijven (voorheen Brandveilig Leven). In vergunningstrajecten zorgt de veiligheidsregio voor deskundige advisering op het gebied van de ruimtelijke, industriële en gebruiksveiligheid en in bouwtrajecten. Als onderdeel van de veiligheidsketen richt risicobeheersing zich onder meer op het
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
23
15 april 2021
mogelijk maken van een veilige en effectieve inzet van de hulpdiensten bij calamiteiten. De regio werkt vanuit het begrip ‘meerlaagse veiligheid’ waarbij in iedere fase van het realiseren van een ruimtelijke ontwikkeling of bouwwerk een passend instrument ingezet kan worden om fysieke veiligheid te vergroten. Risicobeheersing adviseert tevens over bereikbaarheid en aanwezige bluswatervoorzieningen zodat hulpdiensten effectief op kunnen treden bij calamiteiten. Activiteiten 2022 Het programmaonderdeel risicobeheersing bestaat uit meerdere taakvelden (hieronder A t/m E). A
Ruimtelijke veiligheid
De veiligheidsregio brengt adviezen uit gericht op het beheersen van omgevingsrisico’s. De advieswerkzaamheden omvatten: externe veiligheid bestemmingsplannen, omgevings- en trajectbesluiten, routering gevaarlijke stoffen, infrastructurele wijzigingen, realiseren van bluswatervoorzieningen en keurmerk veilig ondernemen. Doel is om in een zo vroeg mogelijk stadium veiligheidsrisico’s in beeld te brengen en mee te laten wegen in de beleidskeuzes die gemaakt worden. Prestatie indicatoren Snelle, adequate en kwalitatief hoogwaardige adviezen over maatregelen, voorzieningen en voorschriften om omgevingsrisico’s te beperken en te beheersen. Jaarlijks gaat het gemiddeld om 250 tot 300 adviesaanvragen in het kader van omgevingsvisies, omgevingsplannen en omgevingsvergunning inclusief bluswater en bereikbaarheid. B
Industriële veiligheid
De veiligheidsregio voert werkzaamheden uit gericht op het adviseren over, toezien op en eventueel handhaven van de beheersing van industriële risico’s. Tot deze werkzaamheden behoren het beoordelen van veiligheidsrapporten, aanwijzing van bedrijfsbrandweren, advies op het gebied van opslag van vuurwerk en explosieve stoffen, advies externe veiligheid Wet Milieubeheer en inspecties en handhaving BRZO (Besluit Risico Zware Ongevallen). Prestatie indicatoren Snelle, adequate en kwalitatief hoogwaardige adviezen over maatregelen, voorzieningen en voorschriften om industriële risico’s te beperken en te beheersen. Adequate controle in het kader van handhaving door middel van toezicht en inspecties. Jaarlijks gaat het gemiddeld om 12 BRZO-inspecties en 10-20 adviezen in het kader van aanvragen voor een milieuvergunning en behandeling incidentmeldingen. C
Bouwveiligheid
De veiligheidsregio adviseert over brandveiligheidsaspecten bij bouwvergunningtrajecten: over te nemen bouwkundige maatregelen, technische installaties, bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen op objectniveau. Controles tijdens en na de bouw maken deel uit van deze werkzaamheden.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
24
15 april 2021
Prestatie indicatoren Snelle, adequate en kwalitatief hoogwaardige adviezen over maatregelen, voorzieningen en voorschriften over brandveiligheidsaspecten in het kader van bouwvergunningtrajecten. Adequate controle in het kader van handhaving door middel van toezicht en inspecties. Jaarlijks worden gemiddeld 900 adviesrapporten uitgebracht en 20 controles uitgevoerd. Speerpunt is het verhogen van de kwaliteit van onze dienstverlening aan gemeenten: door nog meer aan de voorkant mee te denken zodat gemeenten niet verrast worden door ons advies in een lopende aanvraag; door het borgen van maximale afstemming bij complexe trajecten en door de risicogerichte benadering goed te borgen in het adviesformat. D
Gebruiksveiligheid
De veiligheidsregio adviseert over brandveilig gebruik van bouwwerken en bij risicovolle en/of grootschalige evenementen. Hiertoe behoort de advisering omgevingsvergunning en melding brandveilig gebruik, de advisering en het toezicht bij grootschalige en risicovolle (B- en C-) evenementen en het toezicht op brandveilig gebruik. Daarnaast voert de veiligheidsregio activiteiten uit specifiek gericht op het verkleinen van het risico op brand door menselijk handelen. Concrete activiteiten zijn de ervaringsprogramma’s binnen de Risk Factory voor scholieren, zorginstellingen, het voorlichten en trainen van kwetsbare groepen en het trainen van ambassadeurs (bij voorkeur door het opzoeken van een structurele samenwerking met zorgorganisaties en woningcorporaties). Prestatie indicatoren Snelle, adequate en kwalitatief hoogwaardige adviezen over maatregelen, voorzieningen en voorschriften bij het gebruik van bouwwerken en bij evenementen. Jaarlijks gaat het gemiddeld om 1.500 gebruikscontroles, 300 adviezen in het kader van brandveilig gebruik en 500 adviezen in het kader van evenementenadvisering. Brandveilig Leven Specifiek onderdeel binnen gebruiksveiligheid is Brandveilig Leven, waarbij specifiek aandacht gegeven wordt aan het voorkomen van branden en ongevallen door het stimuleren van brandveilig gedrag bij burgers, organisaties en bedrijven.
In totaal worden ruim 300 voorlichtingsactiviteiten Brandveilig Leven uitgevoerd. We maken hierbij in toenemende mate gebruik van volontairs en ambassadeurs (intermediairs). Een belangrijk onderdeel is dan ook het werven en trainen van intermediairs. Om dit te bereiken zoeken we onder meer aansluiting bij opleidingen voor mensen die werkzaam worden bij kwetsbare groepen in de samenleving (bijvoorbeeld MBO Verzorgende). Het team Brandveilig Leven werkt daarnaast samen met de overige collega’s van Risicobeheersing om vraagstukken en uitdagingen gezamenlijk aan te gaan en zorgt er tevens voor dat brandweerposten de juiste (methodische) ondersteuning krijgen bij het uitrollen van lokale initiatieven zoals voorlichtingsactiviteiten. E
Onderzoek en beleid
Binnen risicobeheersing verzorgt VRLN de beleidsvoorbereiding (of levert een bijdrage aan) op diverse terreinen en onderwerpen.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
25
15 april 2021
Prestatie indicatoren Adequate en kwalitatief hoogwaardige beleidsadviezen die bijdragen aan een effectieve en efficiënte organisatie van de brandweerpreventie, gebaseerd op de nieuwste inzichten en ontwikkelingen. Indicatoren (risicobeheersing als geheel) Goed en op tijd: wij adviseren in een vroegtijdig stadium vanuit vakinhoudelijke professionaliteit, onafhankelijk en risicogericht. - Wij zijn aan de voorkant betrokken bij nieuwe ontwikkelingen en aanvragen zodat veiligheid meegenomen kan worden in de fase van integrale belangenafweging. Het percentage vooroverleggen ten opzichte van het aantal adviesaanvragen toont een stijgende lijn. - De medewerkers risicobeheersing voldoen aan de landelijk vastgestelde kwaliteitscriteria. Dit is vastgelegd in het dashboard ontwikkeling vakmanschap. Met iedere medewerker wordt jaarlijks een ontwikkelgesprek gevoerd. Onze adviezen voldoen aan de interne standaard voor kwaliteit (kwaliteitskaart). Dit wordt jaarlijks beoordeeld op basis van een steekproef. - Wij voeren een tevredenheidsonderzoek uit met betrekking tot onze dienstverlening en scoren daarbij een ruimvoldoende. Co-creatie: wij werken samen met partners aan veiligheidsvraagstukken, leveren een -
onderbouwde bijdrage aan integraal advies en maken waar mogelijk de verbinding op inhoud. -
Het aantal partners waar wij structureel mee samenwerken toont een stijgende lijn. Per programma geven wij minimaal 1 voorbeeld van een nieuw samenwerkingsinitiatief. Wij meten de kwaliteit van de samenwerking met partners d.m.v. een enquête.
Informatie gestuurd: wij faciliteren gemeentelijke beleidskeuzes en beïnvloeden brandveilig gedrag door het verzamelen, analyseren en duiden van data en vertalen dit naar een regionaal brandrisicoprofiel en regionaal/lokaal veiligheidsbeeld. -
Iedere gemeente beschikt over een kwalitatieve rapportage over brandveiligheid/naleefgedrag bij risicovolle objecten in de gemeente. Een actueel overzicht van de meest voorkomende oorzaken van brand in de regio is beschikbaar. Leveren wij digitale kaartinformatie over risico’s aan incidentbestrijding en aan gemeenten.
2.2.2 Incidentbestrijding De veiligheidsregio voert de operationele brandweerzorg uit. Deze omvat het voorkomen en bestrijden van branden en van ongevallen anders dan brand die gevaar voor mens en dier (kunnen) opleveren (verkeersongevallen, bedrijfsongevallen, waterongevallen en ongevallen met gevaarlijke stoffen). De veiligheidsregio beschikt hiervoor over 30 brandweerposten. Het werk wordt uitgevoerd door beroepsmedewerkers (24 uursdienst en dagdienstmedewerkers) en ongeveer 800 vrijwilligers. Naast de basiszorg omvat incidentbestrijding ook het grootschalig en specialistisch optreden van de brandweer. Bij incidenten van grotere omvang is het aspect van slagkracht van belang. Aan de hand
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
26
15 april 2021
van het provinciaal risicoprofiel en de hierin genoemde incidenttypen is bepaald hoe groot de slagkracht minimaal moet zijn. Aangezien het gros van de incidenttypen zich in elke gemeente kan voordoen, is gekozen voor een zodanige verdeling van capaciteit dat de slagkracht overal binnen de landelijke tijdsnormen kan worden geformeerd. Deze capaciteit is overigens al aanwezig; het is de som van de eenheden die nodig zijn voor de snelle eerstelijns brandweerzorg in de gemeenten. Voor het bestrijden van complexe incidenten beschikt de brandweer over specialistische teams die de lokale posten kunnen ondersteunen met extra kennis, ervaring en uitrusting. Activiteiten 2022 Een verdere ontwikkeling van de repressieve organisatie Brandweer Limburg-Noord is op weg naar de brandweer in 2030; een repressieve brandweerorganisatie die flexibel, rationeel en robuust is ingericht om snel en adequaat incidenten te kunnen bestrijden. Vrijwillig waar het kan en beroepsmatig daar waar het moet en met ruimte voor burgerhulpverlening. Snel en adequaat betekent dat de basisbrandweerzorg georganiseerd blijft vanuit de lokale brandweerposten. Eenvoudige technieken en tactieken en een verregaande standaardisering maken dat de lokale vrijwilliger de basisincidenten in zijn of haar verzorgingsgebied kan bestrijden: werken vanuit een behapbare basis.
Aanvullend op de vrijwillige posten die op basis van vrije instroom werken, creëren we waar en wanneer nodig een beroepsmatige schil van gegarandeerde paraatheid. De focus van de specialistische teams ligt op hoogwaardige kennis van en ervaring met complexe incidenten en minder op de opkomsttijd. Door ombuigingen en het maken van scherpe maar verantwoorde keuzes worden de extra kosten van taakdifferentiatie en andere externe ontwikkelingen gecompenseerd. Een en ander wordt vastgelegd in het RBOP 3 (Repressief Brandweer Organisatieplan). Prestatie indicatoren Een parate brandweerorganisatie die adequaat en voldoende snel reageert op de gemiddeld 4.000 meldingen per jaar (waarvan 2.500 prio 1 en 1.500 prio 2). Indicatoren Regionaal: in de praktijk wordt 50% van de maatgevende incidenten (brand in een gebouw) binnen de wettelijke opkomsttijd voor dat specifieke soort gebouw bereikt door de eerste eenheid. Bij prio-1 meldingen is het streven een uitruktijd van maximaal 5 minuten te halen bij vrijwillige posten en anderhalve minuut bij beroepsposten en posten met een SI-2T (moment van alarmering tot aan moment van de uitruk).
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
27
15 april 2021
2.2.3 Preparatie De kwaliteit van de operationele brandweerzorg is sterk afhankelijk van de vakbekwaamheid van de medewerkers, de inzetbaarheid van het materieel en de operationele voorbereiding. Deze aspecten zijn verenigd binnen het onderdeel Preparatie. Vakbekwaamheid bestaat uit het opleiden (vakbekwaam worden) en oefenen (vakbekwaam blijven) van het brandweerpersoneel. Dit is vastgelegd in kwalificatieprofielen en in wet- en regelgeving. Het onderdeel materieel is gericht op het onderhoud en aankoop van materieel van de brandweer. Operationele voorbereiding verzorgt alle procedures en data zoals die nodig zijn binnen Brandweerzorg en is de verbindende schakel naar de ketenpartners en meldkamer. Activiteiten 2022 Speciaal te benoemen activiteiten voor 2022 zijn:
Zoveel als mogelijk voldoen aan de grote opleidingsvraag van nieuwe vrijwilligers. Opleiding en training specialistische teams. Invoering gebiedsgerichte opkomsttijden. Grote aanbestedingen materieel. Uitvoering RBOP 3.0. Ontwikkelingen conform Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) zoals genoemd in het “beleids- en bestedingsplan 2020-2024 meldkamers”.
Prestatie indicatoren Een goed geoefende, voorbereide en toegeruste brandweerorganisatie, conform landelijk vastgestelde standaarden. Jaarlijks zijn er leergangen voor gemiddeld 200 medewerkers en vrijwilligers, met als hoofdmoot de leergangen manschap, chauffeur, pompbediener en bevelvoerder. Jaarlijks zijn er 20 tot 40 reguliere oefenmomenten voor elke brandweermedewerker (vrijwilligers en beroeps). Indicatoren Gecertificeerd opleidingsbureau. Alle ruim 850 operationeel inzetbare medewerkers voldoen aan de landelijke branche-standaard voor vakbekwaamheid. Actuele planvorming, objectinformatie, procedures, inzetvoorstellen en dekkingsplan. De kazernes voldoen aan onderhoudsniveau 3 van de NEN2767-norm. Al het materieel voldoet aan de daarvoor geldende kwaliteitsstandaard en/of keurmerk en wordt periodiek gekeurd.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
28
15 april 2021
2.2.4 Programmakosten De kosten van de programma Brandweerzorg bedragen € 32,5 miljoen (exclusief toerekening overhead). Dat is € 62 per inwoner. De gemeenten dekken met hun bijdragen € 26,9 miljoen van deze kosten. Dat is € 52 per inwoner. Totaal Programma Brandweerzorg
(bedragen in duizenden euro's) Begroting 2022
Lasten
32.361
Baten
32.304
Algemene dekkingsmiddelen
0
Onvoorzien
0
Geraam d saldo van baten en lasten
57
Stortingen in reserves
137
Onttrekkingen uit reserves
194
Geraam d resultaat
0
Een storting van € 137.000 en een onttrekking van € 194.000 vindt plaats in c.q. uit de reserve onderhoud brandweergebouwen.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
29
15 april 2021
2.3
Programma Crisisbeheersing
De veiligheidsregio zorgt voor een platform voor de verschillende partijen in de crisisbeheersing. Zij draagt zorg voor een collectief beeld en analyse van risico's in de regio en voor (de inzet van) een gedegen voorbereide, vakbekwame, parate en professionele crisisorganisatie. Het programma Crisisbeheersing bestaat uit de volgende onderdelen: - Crisisbeheersing en multidisciplinaire samenwerking; - Geneeskundige HulpverleningsOrganisatie in de Regio (GHOR); - Gemeentelijke processen en - Meldkamer Limburg multidisciplinaire samenwerking.
2.3.1 Crisisbeheersing en multidisciplinaire samenwerking en GHOR Het onderdeel crisisbeheersing voert de multidisciplinaire taken uit. Dit onderdeel is primair verantwoordelijk voor de multidisciplinaire kernfuncties, ruimtes, (informatie)voorzieningen en wettelijke planfiguren en heeft een regierol in de samenwerking met de (keten)partners. Crisisbeheersing: onderhoudt daartoe de benodigde contacten, netwerken en convenanten met partners en buurregio's in binnen- en buitenland; informeert en adviseert burgers, partners en bestuur omtrent risico's en maatregelen, onder
andere door risicocommunicatie, evenementenadvies en participatie in de Risk Factory; ontwikkelt en beheert gezamenlijke plannen, (opschaling)procedures, informatievoorziening, multidisciplinaire piketten, pools, ruimtes en andere (digitale) resources; coördineert de multidisciplinaire voorbereiding, informatie-uitwisseling, vakbekwaamheid en daadwerkelijk optreden van betrokken diensten en (keten)partners en bewaakt de kwaliteit van de crisisbeheersing middels monitoren, evalueren en leren.
De GHOR is belast met de coördinatie, voorbereiding, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening bij rampen en grootschalige ongevallen en met de advisering van andere overheden en organisaties op dat gebied. Doelstelling is dat de geneeskundige partners naadloos kunnen opschalen van reguliere naar opgeschaalde geneeskundige hulpverlening en dat de betrokken organisaties daarbij als samenhangende keten kunnen optreden, zodat slachtoffers van rampen en crises optimale zorg kan worden geboden. Daarvoor zijn enerzijds afspraken (convenanten) met partners van belang. Anderzijds is een
goede relatie met de partners op alle niveaus minstens zo belangrijk. Een specifieke activiteit vormt de geneeskundige advisering bij evenementen.
Evaluatie Wet veiligheidsregio’s De evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) (2020), de kabinetsreactie daarop (begin 2021) en de leerpunten uit diverse crisistypen, in het bijzonder de coronapandemie, vormen de basis voor de doorontwikkeling van crisisbeheersing in 2022. In de evaluatie en de reactie hierop wordt eens temeer het belang van (steviger) samenwerken tussen rijk en regio alsook binnen en tussen veiligheidsregio’s onderstreept en dat is ook in lijn met de uitvoering van de Agenda Risico- en Crisisbeheersing 2018-
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
30
15 april 2021
2021, waarop de minister toeziet. Ook voor digitale veiligheid had het kabinet al eerder aangegeven, de respons in het geval van digitale incidenten en crisis te willen versterken. Als de evaluatie van de Wvr tot aanpassingen van deze wet gaat leiden, kan dat in 2022 in het programma crisisbeheersing tot beleidswijzigingen leiden. Tijd/tempo daarvan zijn nog niet te voorzien, maar anticiperend daarop wordt in 2021 de visie op een toekomstbestendige crisisbeheersing in Limburg-Noord uitgewerkt, die in 2022 omgezet wordt in termen van taken en formatie. Waar dit eigenlijk zou vragen om investeringen, zal dit door ombuigen van budgetten en formatie budgettair neutraal gebeuren en wordt als vanouds ingezet op het (opnieuw) verwerven van subsidies. In 2022 zal verder vorm en inhoud gegeven worden aan crisisbeheersing in relatie tot sociaal maatschappelijke risico’s en klimaatadaptatie. Hierin speelt informatiegestuurd werken een belangrijke rol, door samen met de provincie, andere veiligheidsregio’s en stakeholders te werken aan permanente uitwisseling van veiligheidsinformatie en duiding daarvan. Informatiemanagement GHOR Landelijk gezien is informatieontsluiting en toegankelijkheid van informatie, mede ten behoeve van ketenpartners, in doorontwikkeling. De GHOR Limburg-Noord is hierin onvoldoende meegegroeid.
Dit heeft tot gevolg dat we het landelijke tempo niet kunnen bijbenen en de aansluiting bij de doorontwikkeling van de functie Informatiemanagement binnen de eigen afdeling crisisbeheersing missen. De kwetsbaarheid van het ontbreken van deze functie is met name duidelijk in de koude en lauwe fase, voor en na een crisis. In de langdurende coronacrisis nam deze behoefte toe, bij zowel de eigen organisatie als bij de ketenpartners en het landelijk netwerk. Door de inzet van een adviseur informatiemanagement wordt deze kwetsbaarheid verminderd. Activiteiten 2022 Crisisbeheersing formuleert in het licht van de kerntakendiscussie en evaluatie van de Wvr in 2021 haar toekomstvisie. Daarin vinden we aanleiding om in 2022 in te zetten op: Versterking van de netwerk- en regierol: Naar aanleiding van de adviezen die door de commissie Evaluatie Wvr zijn gedaan ten aanzien van rol en positie van de GHOR, bevolkingszorg en crisiscommunicatie in crisisbeheersing. We gaan gezamenlijk met GHOR en Oranje Kolom op zoek naar synergie. Daarnaast richten we onze inspanningen op extern netwerkmanagement, zowel regionaal als nationaal en internationaal. Informatiegestuurd werken is de basis voor moderne crisisbeheersing. We bouwen dan ook
verder op VIC (de 2e fase). Naast genereren en duiden van informatie willen we ook (digitale) toepassingsmogelijkheden en beheer van systemen beter borgen. Informatiegestuurd werken bij de GHOR wordt verder ingericht, met name in de preparatiefase, met aandacht voor regievoering op het informatienetwerk, -proces en -producten. De GHOR werkt hierbij samen met en draagt bij aan multidisciplinair informatiemanagement en creëert voor de witte keten een ‘single source of truth’. Waar we eerst spraken over risicocommunicatie in ‘koud’ en crisiscommunicatie in ‘warm’, is er steeds meer sprake van een lauwe situatie waarin continu communiceren belangrijk is. Alleen door risico-, crisis- en ook corporate communicatie met elkaar te verbinden, kunnen we een verbinding realiseren met onze inwoners en partners.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
31
15 april 2021
In het kader van doorontwikkeling van de crisisorganisatie voeren we in 2021 aanpassingen uit, die we in 2022 evalueren en waar nodig bijsturen. Dit betreft onder andere de kernfuncties in leiding & coördinatie en informatiemanagement.
Verder zal in 2022 opvolging gegeven worden aan leerpunten uit evaluaties van de aanpak van de COVID-19 pandemie. Prestatie indicatoren Crisisbeheersing draagt zorg voor actuele plannen, snelle en adequate opschaling en inzet van vakbekwame medewerkers, belast met GHOR- en multidisciplinaire processen crisisbeheersing. Daarvoor worden onderstaande inspanningen (indicatoren) geleverd. Indicatoren Evenementenadvisering: Op alle adviesaanvragen (ongeveer 325 per jaar) in het kader van vergunningverlening voor een B- of C-evenement is tijdig advies uitgebracht, afhankelijk van de tijdige aanvraag door en informatieverschaffing van de aanvrager. Operationele voorbereiding: Tenminste 90% van multidisciplinaire plannen, werkinstructies en operationele informatie worden tenminste eenmaal per 3 jaar gecontroleerd op actualiteit waarbij de versiedatum wordt aangepast. Met alle structurele partners en buurregio’s zijn afspraken vastgelegd op netwerkkaarten; deze worden tenminste eenmaal per 3 jaar geactualiseerd. Het MOTO-aanbod (multidisciplinair opleiden-trainen-oefenen) voorziet in tenminste 2 oefenmomenten per functionaris per jaar. Deze oefenmomenten worden conform planning gerealiseerd. (M)OTO-deelname door GHOR-functionarissen en multi-functionarissen (i.c. leiders en informatiemanagers) voldoet aan de norm van minimaal 2 momenten per functionaris per jaar.
De operationele gereedheid van GHOR-functionarissen is actueel en inzichtelijk. De GHOR heeft inzicht in de voorbereiding van instellingen, zorgaanbieders, regionale ambulancevoorziening en diensten die een taak hebben in de geneeskundige hulpverlening én continuïteit van zorg moeten garanderen. Incidentbestrijding: Individueel niveau: de kernfuncties crisisbeheersing zijn in 80% van de gevallen na alarmering binnen de normtijd uit het Regionaal Crisisplan aangevangen met hun werkzaamheden. Teamniveau: de teams beginnen in 80% van de gevallen in een naar oordeel van de leider voldoende complete samenstelling binnen de normtijd uit het Regionaal Crisisplan met het eerste overleg.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
32
15 april 2021
2.3.2 Gemeentelijke processen De Oranje Kolom (gemeentelijke crisisorganisatie) is belast met de coördinatie en uitvoering van de processen Bevolkingszorg tijdens een crisis. Deze processen zijn: crisiscommunicatie, publieke zorg, omgevingszorg, nazorg, informatiemanagement, resourcemanagement en evaluatie. De Oranje Kolom richt zich voornamelijk op de operationele voorbereiding en preparatie van functionarissen die tijdens een incident in actie moeten komen. Dit gebeurt door opleidingen en deelname aan mono- en multidisciplinaire oefeningen. De Oranje Kolom valt inhoudelijk onder verantwoordelijkheid van de coördinerend gemeentesecretaris en functioneel onder de veiligheidsregio (werkgeverschap). Voor de Oranje Kolom zijn ongeveer 300 functionarissen actief, verdeeld over 21 sleutelfuncties in 13 bovenlokale, 3 interlokale en 8 lokale pools. Activiteiten 2022 Passend binnen de landelijke toekomstagenda blijft de Oranje Kolom werken aan de positionering van het proces bevolkingszorg binnen de veiligheidsregio. Daarbij blijven wij werken aan de (bestuurlijke) verbinding tussen de 15 gemeenten en hun medewerkers. Implementatie Handboek Bevolkingszorg In 2022 staat de implementatie van het nieuwe Handboek Bevolkingszorg centraal. Het handboek wordt in 2021 opgeleverd, passend binnen de Landelijke Toekomstagenda Bevolkingszorg 2020.
Het opleiden, trainen en oefenen in de nieuwe structuur is een logisch vervolg van de doorontwikkeling van bevolkingszorg. Continue communicatie In het kader van de versteviging van crisiscommunicatie wordt ingezet op het concept van ‘continu communiceren’ waarbij de focus komt te liggen op een vloeiende overgang van corporate-, naar risicoen crisiscommunicatie en weer terug. De nieuwe website met ‘liveblog’-functionaliteit is een eerste stap. De doorontwikkeling van de persinformatietool (PINT) is hier het vervolg op. Operationele inzetbaarheid Vanwege interne organisatieontwikkelingen en de continue externe adaptatie aan nieuwe en ‘ongekende’ crises blijft vakbekwaamheid van gemeentefunctionarissen onze topprioriteit. Bij alle processen staat zelfredzaamheid en burgerhulpverlening centraal. De vanzelfsprekendheid van het proces ‘Nafase’ voor partners blijft daarbij een aandachtspunt. Verstevigen nevenfunctie Wij werken aan het vergroten van de aantrekkingskracht van de crisisnevenfuncties voor gemeenteambtenaren en aan de inbedding van bevolkingszorgrollen in de bestaande gemeentelijke functieprofielen.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
33
15 april 2021
Prestatie indicatoren Indicatoren Operationele voorbereiding: Van de functionarissen binnen de Oranje Kolom die actief zijn binnen de multidisciplinaire teams neemt iedere functionaris minimaal 1x per jaar deel aan een multidisciplinaire bijscholing of oefening. Elke functionaris binnen de Oranje Kolom neemt minimaal 1x per jaar deel aan een monodisciplinaire opleiding of oefening. Alle nieuwe functionarissen die binnen de Oranje Kolom actief zijn, volgen een startbekwaamheidstraject voor de functie die zij gaan uitoefenen. Incidentbestrijding: In alle gevallen zijn de teams na alarmering binnen de gestelde opkomsttijden operationeel.
2.3.3 Meldkamer De meldkamerfunctie is voor Limburg-Noord belegd bij de Gemeenschappelijke Meldkamer Limburg. Het technisch beheer hiervan is per 2020 overgedragen aan de LMS. Het personele beheer voor brandweer (centralisten) en crisisbeheersing (calamiteitencoördinatoren) is overgedragen aan Veiligheidsregio Zuid-Limburg. Regie en kaderstelling is echter een gedeelde verantwoordelijkheid voor beide veiligheidsregio's. De calamiteitencoördinatoren functioneren in dit kader als vooruitgeschoven post van crisisbeheersing op de meldkamer, met verschillende taakaspecten: warm ten behoeve van 24/7 geborgde eenhoofdige multidisciplinaire leiding en delen van multidisciplinaire incidentinformatie;
lauw ten behoeve van de operationele informatievoorziening rond kwetsbaarheden, dreigingen en omgevingsbeelden in de regio en koud ten behoeve van een aantal multidisciplinaire voorbereidingstaken op de meldkamer (opleiding, oefening, procedures etc.).
Op landelijk niveau zijn budgetten voor de LMS beschikbaar gesteld en daarvoor is budget afgeroomd bij de partners en dus ook bij de veiligheidsregio’s. We gaan er vanuit dat er geen aanvullende bijdrage van VRLN wordt gevraagd. Van de LMS vraagt de Meldkamer Limburg in 2022 onder andere expertise om inmiddels gestarte initiatieven in het kader van informatiegestuurde veiligheid, zoals Project Actueel Integraal meldkamerbeeld, in lijn te brengen en te houden met andere veiligheidsregio’s/meldkamers enerzijds en anderzijds om te voorkomen dat in Limburg wielen opnieuw uitgevonden (moeten) worden. Voor de functie calamiteitencoördinator ligt de prioriteit allereerst bij een adequate bezetting (in fte en opleiding) zodat een 24/7 dekking van het rooster geborgd is. Verder zal in 2021 naar verwachting landelijk een kwalificatieprofiel en functiebeschrijving tot stand komen. Dit zal in (aanloop naar) 2022 ook in Limburg vertaald worden en verder vorm en inhoud krijgen op zowel de warme en lauwe als op koude taken.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
34
15 april 2021
2.3.4 Programmakosten De kosten van de programma Crisisbeheersing bedragen € 4,9 miljoen (exclusief toerekening overhead). Dat is € 9 per inwoner. De gemeenten dekken met hun bijdragen € 4,4 miljoen van deze kosten. Dat is € 8 per inwoner. Dit is inclusief de bijdragen voor de GHOR. Totaal Programma Crisisbeheersing
(bedragen in duizenden euro's) Begroting 2022
Lasten
4.889
Baten
4.929
Algemene dekkingsmiddelen
0
Onvoorzien
0
Geraam d saldo van baten en lasten
-40
Stortingen in reserves
40
Onttrekkingen uit reserves
0
Geraam d resultaat
0
De storting van € 40.000 vindt plaats in de reserve Transitiekosten Schaalvergroting Meldkamer.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
35
15 april 2021
2.4
Programma Bedrijfsvoering/Overhead
In het kader van de vernieuwing van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) worden de kosten voor de bedrijfsvoering ondergebracht in het onderdeel Overhead. Onder overhead wordt verstaan alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Hierbij worden in het BBV een aantal uitgangspunten gehanteerd: Kosten dienen zoveel mogelijk direct te worden toegerekend aan het betreffende programma; Ondersteunende werkzaamheden die niet direct dienstbaar zijn aan de externe klant of een extern product horen thuis bij de overhead; Hiërarchisch leidinggevenden behoren bij de overhead;
De huisvesting voor algemene taken behoort tot de overhead. Huisvesting specifiek voor brandweer of GGD worden bij het betreffende programma begroot en verantwoord.
Algemene ontwikkelingen 2022 Het programma bedrijfsvoering is ondersteunend aan de beleidsinhoudelijke programma’s en bestaat uit de activiteiten met betrekking tot personeel & organisatie, financiën, control, informatie & automatisering, facilitaire ondersteuning, inkoop, juridische zaken en communicatie. Uitgangspunten die worden gehanteerd: Ondersteunend aan het primair proces, binnen wet- en regelgeving en de inhoudelijke kaders die door het bestuur zijn gesteld; Functioneren binnen financiële kaders die samenhangen met de bestuurlijk vastgestelde begroting; Functionerend binnen de door de organisatie gebruikte kwaliteitssystemen;
Werken op basis van informatie delen en toegankelijkheid, waarbij digitalisering − met als randvoorwaarde een goede borging van aspecten van informatieveiligheid en privacy − actief wordt opgepakt; Duurzame inzetbaarheid van vitale en veerkrachtige medewerkers; Duurzame bedrijfsvoering gericht op het tegengaan van verspilling van middelen, menselijk kapitaal en energie.
Activiteiten 2022 VRLN wordt geconfronteerd met een autonome kostenstijging als gevolg van noodzakelijke investeringen in informatieveiligheid, de wijziging van de licentiestructuur door Microsoft en de vervanging ven werkplekken. Deze kostenstijging ter grootte van € 545.000 wordt opgevangen binnen eigen middelen door inzet van ICT-innovatiegelden, opleidingsbudgetten, budget voor dienstreizen en vacatureruimte. In de bedrijfsvoering kiest VRLN voor intensivering van de samenwerking met collega veiligheidsregio’s en GGD-en. Daarnaast kiezen we voor samenwerking met de gemeenten in onze regio op terreinen als crisiscommunicatie, juridische zaken, fiscale issues en ict-beheer. We
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
36
15 april 2021
onderzoeken of we meer gebruik kunnen gaan maken van de dienstverlening van Inkoopcentrum Zuid en ICT Noord- en Midden-Limburg. We beperken de omvang van de generieke overhead (overhead met uitzondering van directie, management en secretariaten van het primair proces) tot maximaal 15% van de totale personele capaciteit (met een correctiefactor voor brandweervrijwilligers). De bedrijfsvoering maakt een transitieproces door en daarin ligt de focus op de navolgende aspecten: 1. Basis op orde. Het basisdienstverleningspakket vraagt om een heldere taakafbakening en een daarbij aansluitend verwachtingspatroon van de klanten van de ondersteuning. Daarnaast moet de ingezette digitalisering worden afgemaakt om doelmatiger te kunnen werken. De digitalisering van werkprocessen geeft een impuls aan het informatiegestuurd werken. 2. Kwetsbaarheid van functies verminderen. Bezien waar we met andere organisaties gezamenlijk kwetsbare functies kunnen inrichten. Focus: andere veiligheidsregio’s, GGD-en en grotere gemeenten in onze regio. Waar mogelijk maken we gebruik van leveringscontracten van de VNG. Wellicht gaan we op termijn ook 3. 4.
ondersteunende werkprocessen aan externe partijen uitbesteden. We willen in de bedrijfsvoering jonge mensen aantrekken en oudere collega’s vitaal houden. De competenties van de medewerkers ontwikkelen aan de veranderende tijd en maatschappij waarin we acteren die andere vaardigheden vraagt dan 10 jaar geleden.
Risk Factory Binnen de Risk Factory ligt de focus op verbreding van het bereik van de huidige doelgroepen, basisschoolleerlingen groep 8 en senioren. Daarnaast vindt er een verkenning plaats naar de komst van nieuwe doelgroepen, zoals in de vastgestelde businesscase al staat omschreven, waaronder statushouders en arbeidsmigranten. De tussentijdse evaluatie is met een jaar verschoven en zal in 2022 plaatsvinden, waarbij stilgestaan wordt bij de inhoudelijke en randvoorwaardelijke doelen van de Risk Factory. De Risk Factory is voor een periode van 5 jaar als projectorganisatie ondergebracht binnen de juridische context van VRLN. De komende tijd start een onderzoek naar de voor- en nadelen van een andere inrichting van de governance. Te denken valt bijvoorbeeld aan het onderbrengen van de Risk Factory is een stichting waarin een burgemeester en een wethouder vanuit VRLN lid zijn van het stichtingsbestuur of participeren in een Raad van Toezicht. Bij voordelen denken wij eerst en vooral aan het verbreden van de (bestuurlijke) betrokkenheid van de publieke en private partners die samenwerken aan het realiseren van de doelstellingen van de Risk Factory. De financiële basis moet worden verbreed. Het streven is de verkenning halverwege 2021 af te ronden.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
37
15 april 2021
2.4.1 Programmakosten
In de begroting van de veiligheidsregio worden de kosten van de bedrijfsvoering verdeeld over de inhoudelijke programma’s en op die wijze verrekend in de gemeentelijke bijdrage. De gemeente kan namelijk geen overheadkosten van de veiligheidsregio toevoegen aan haar eigen overheadkosten. Op basis van de omvang van de programma’s gaat een vast percentage van 60% van de generieke overhead naar de veiligheidsprogramma’s Brandweerzorg en Crisisbeheersing en 40% naar Publieke Gezondheid. Binnen de betreffende programma’s wordt de overhead toebedeeld aan onderdelen op basis van de omvang van de lasten. In 2019 heeft Berenschot de overheadkosten van VRLN vergeleken met 12 andere veiligheidsregio’s. Uit deze benchmark is gebleken dat de overheadkosten van VRLN aansluiten bij het gemiddeld niveau in de sector. Wij beperken de omvang van de generieke overhead (overhead met uitzondering van directie, management en secretariaten van het primair proces) tot maximaal 15% van de totale personele capaciteit (met een correctiefactor voor brandweervrijwilligers). De kosten van de programma Bedrijfsvoering bedragen € 15,4 miljoen. Dat is € 30 per inwoner. De gemeenten dekken met hun bijdragen € 14,1 miljoen van deze kosten. Dat is € 27 per inwoner.
De overheadkosten worden toegerekend naar de inhoudelijke programma’s en voor een deel gedekt uit de gemeentelijke bijdrage en voor een ander deel uit de overige baten.
Totaal Overhead
(bedragen in duizenden euro's) Begroting 2022
Lasten
15.184
Baten
15.022
Algemene dekkingsmiddelen
300
Onvoorzien
50
Geraam d saldo van baten en lasten
-88
Stortingen in reserves
306
Onttrekkingen uit reserves
218
Geraam d resultaat
0
De storting van € 306.000 vindt voor € 16.000 plaats in de bestemmingsreserves ten behoeve van dekking kapitaallasten gebouw Nijmeegseweg en Drie Decembersingel, € 60.000 in de Reserve Assurantie Eigen Risico en € 230.000 in de reserve onderhoud kantoorgebouwen. De onttrekking van € 218.000 heeft voor € 41.000 betrekking op de reserve ter dekking van de kapitaallasten gebouw Nijmeegseweg en Drie Decembersingel en voor € 177.000 op de reserve onderhoud kantoorgebouwen.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
38
15 april 2021
2.5
Onvoorzien
In de begroting 2022 is een bedrag opgenomen van € 50.000 voor onvoorzien en daarmee wordt voldaan aan het wettelijk vereiste.
2.6
Vennootschapsbelasting
Vanaf 1 januari 2016 zijn overheidsondernemingen van bijvoorbeeld gemeenten, provincies en waterschappen belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Met deze wetswijziging wil de Nederlandse overheid gelijkheid creëren tussen overheidsondernemingen en private ondernemingen. Voor zover bekend zijn de hiermee samenhangende financiële gevolgen voor de Veiligheidsregio Limburg-Noord zeer beperkt. Voor de vennootschapsbelasting (VPB) die op de activiteiten drukt die door de belastingdienst als VPB-plichtig worden aangemerkt, is voor 2022 geen bedrag geraamd. Omdat wij activiteiten verrichten tegen kostprijs en zonder winstoogmerk verwachten wij geen heffing voor 2022.
2.7
Algemene dekkingsmiddelen
VRLN kent als algemeen dekkingsmiddel het saldo van de financieringsfunctie. Voor 2022 is dit saldo naar verwachting € 300.000.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
39
15 april 2021
3
Paragrafen
3.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
In 2015 heeft het Algemeen Bestuur besloten een algemene reserve van maximaal € 1.250.000 aan te houden. Concrete risico’s In het kader van risicomanagement vragen wij aandacht voor een aantal concrete risico’s. Datalek corona In januari 2021 komt een datalek in de GGD-systemen in de publiciteit. De Autoriteit Persoonsgegevens is begin februari 2021 een onderzoek gestart naar de naleving door de GGD van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Daarbij heeft de Autoriteit Persoonsgegevens aangegeven het toezicht op de GGD te intensiveren. Het is nog niet duidelijk wanneer de uitkomst van het onderzoek van de Autoriteit Persoonsgegevens te verwachten is en wat de uiteindelijke bevindingen zullen zijn. Onderzoeken en besluiten van de Autoriteit Persoonsgegevens worden doorgaans openbaar gemaakt. Na afloop van het onderzoek zal worden vastgesteld of en in welke mate individuele GGD-en aan te spreken zijn op de consequenties van het datalek. Dat zou tot claims van benadeelde burgers kunnen leiden. Deeltijdregeling brandweervrijwilligers In Nederland bestaat een hybride stelsel van beroeps- en vrijwillige brandweermensen. Volgens EUregelgeving zouden de vrijwilligers hetzelfde betaald moeten krijgen als de beroepsmedewerkers. De kans bestaat dat bepaalde taken van vrijwilligers overgenomen moeten worden door beroepskrachten. Dit leidt tot hogere arbeidskosten.
De Minister van Justitie en Veiligheid heeft nog geen definitief standpunt ingenomen in dit dossier. Er zijn ook nog geen afspraken gemaakt over de vergoeding van de meerkosten die voortvloeien uit deze stelselwijziging. Kosten Functioneel Leeftijdsontslag (FLO) De FLO kosten stijgen omdat het overgangsrecht is aangepast aan wijzigingen in het fiscaal regime. Er vindt volledige compensatie van nadelige effecten plaats. In de regio Limburg-Noord is er door het Algemeen Bestuur voor gekozen de FLO kosten van de beroepskorpsen Venlo en Roermond niet in de regionalisering van de brandweer mee te nemen. Dat betekent dat deze specifieke kosten door de gemeenten Venlo en Roermond (inclusief Maasgouw en Roerdalen als gemeenten in het voormalige brandweerdistrict) worden gedragen. In meer veiligheidsregio’s is voor een dergelijke constructie gekozen. Veelal is door gemeenten met beroepsbrandweer vóór de regionalisering een voorziening opgebouwd. Als de gemeentelijke voorziening in de regionalisering niet is overgedragen naar de veiligheidsregio, blijven de kosten buiten het regionaal budgettair kader. In de bestuurlijke discussie over toekomstige arbeidsvoorwaardenvraagstukken zal het verschil tussen de beroepsbrandweer en de vrijwillige brandweer in betekenis afnemen.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
40
15 april 2021
Tweede loopbaan Voor medewerkers die op of na 1 januari 2006 in dienst zijn gekomen, staat na twintig jaar de tweede loopbaan centraal. Investeren in opleiding is nodig om medewerkers naar een dienstbetrekking buiten de brandweer te begeleiden. Beroepsziekten en arbeidsongevallen Steeds meer verzekeraars vergoeden schade als gevolg van ongevallen en ziekten niet meer volledig terwijl de premies wel sterk stijgen. Hierdoor sluiten de verwachtingen en de afhandeling van claims niet altijd op elkaar aan. Deze ontwikkeling schrikt potentiële brandweervrijwilligers en in het bijzonder hun hoofdwerkgevers af. Brandweer Nederland werkt samen met alle veiligheidsregio’s aan de harmonisatie van de aanspraken voor brandweermedewerkers opdat in Nederland een uniform stelsel ontstaat. Daarnaast wordt onderzocht of een gezamenlijk onderling waarborgfonds haalbaar is. De (financiële) gevolgen voor VRLN, in de vorm van een storting in het waarborgfonds, zijn op dit moment nog niet bekend. Aan het einde van 2021 loopt de ongevallenverzekering van VRLN af. In afwachting van de landelijke ontwikkelingen moet eventueel een verlenging van de verzekering plaatsvinden. Krappe arbeidsmarkt De krappere arbeidsmarkt maakt het moeilijk medewerkers te vinden. Het risico bestaat dat de formatie niet op orde is en afgesproken prestaties om die reden niet kunnen worden gerealiseerd.
Daarnaast nemen kosten om leemtes in de planning te ondervangen met tijdelijke inhuur van medewerkers toe en is de inspanning die geleverd wordt om verloop van medewerkers op te vangen groot. Ondernemersrisico Er bestaan onzekerheden ten aanzien van aanvullende inkomsten door (mogelijke) veranderingen in wet- en regelgeving en overige (externe) ontwikkelingen. ICT ontwikkelingen ICT ontwikkelingen in de samenleving gaan momenteel snel. Stakeholders hebben een navenant hogere verwachting van de mogelijkheden alsmede van een tijdige en juiste informatie-ontsluiting. Het waarborgen van de informatieveiligheid vraagt om aanvullende investeringen. VRLN is in 2020 gestart met het inrichten van nieuwe flexibele en veilige werkplekken die het mogelijk maken vanaf elke locatie te werken. Tevens komt er een geïntegreerde vast/mobiel oplossing voor de communicatie met een geborgde continuïteit voor de crisisorganisatie. De kosten van vernieuwde licenties en maatregelen in het kader van informatieveiligheid nemen toe.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
41
15 april 2021
Voorwaardelijk pensioen medewerkers Zorggroep Op 1 januari 2012 is de jeugdgezondheidszorg voor 0-4 jarigen overgedragen van de Zorggroep naar VRLN. Met de overgang van de medewerkers van de Zorggroep naar VRLN is het deelnemerschap van de collega’s overgekomen van de Zorggroep bij Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PfZW) beëindigd. Op basis van artikel 18 lid 4 van het sociaal plan garandeert VRLN dat het voorwaardelijk pensioen na overdracht van pensioenrechten naar het ABP bij dat pensioenfonds ten minste gelijk is aan dat bij het PfZW. Om dit te bewerkstelligen is met het ABP in 2011 ‘Behoud Voorwaardelijke Inkoop’ overeengekomen. Dat is de financiële techniek waarmee overdracht van rechten plaats kan vinden. In 2020 heeft het ABP de voorwaardelijke pensioenrechten opgenomen. Bij het opstellen van de begroting 2022 vindt overleg met het ABP plaats over de hoogte van de rechten van dertig individuele medewerkers. Als gevolg daarvan is dit dossier nog niet afgesloten. Financiële kengetallen Netto schuldquote Het kengetal netto schuldquote, ook wel bekend als de netto-schuld als aandeel van de inkomsten, zegt het meest over de financiële vermogenspositie van de gemeenschappelijke regeling. De netto schuldquote geeft aan of de gemeenschappelijke regeling investeringsruimte heeft of juist op zijn tellen moet passen.
Daarnaast geeft het kengetal inzicht in de flexibiliteit van de begroting. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. In de uitgave ‘Houdbare Gemeentefinanciën’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is aangegeven dat wanneer de schuld lager is dan de jaaromzet (100%) dit als voldoende kan worden bestempeld. Voor veiligheidsregio’s wordt 80% als norm aangehouden. VRLN blijft onder de norm. Solvabiliteit De solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarmee de bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen, hoe financieel gezonder de gemeenschappelijke regeling. De solvabiliteit van de organisatie wordt door de wetgever in toenemende mate als onderdeel gezien van de sturings- en verantwoordingsinformatie. VRLN is in staat haar kortlopende en langlopende schulden te voldoen. De lage rentestand is behulpzaam want de duurdere leningen met een hoger rentepercentage worden indien mogelijk vervangen door goedkopere leningen met een lager rentepercentage.
Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van de financiële positie is het van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Structurele baten zijn voornamelijk de gemeentelijke bijdragen en de rijksbijdrage. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Het percentage voor VRLN ligt ultimo 2022 op -0,4 %. Idealiter is dit verhoudingsgetal nul of positief. Immers dan worden de structurele lasten gedekt door structurele baten.
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
42
15 april 2021
Genoemde kengetallen zijn in onderstaande tabel weergegeven. Financiële kengetallen
(in percentages) Realisatie 2020
Ram ing 2021
Ram ing 2022
Ram ing 2023
Ram ing 2024
Ram ing 2025
Netto schuldquote
54,0%
60,6%
67,1%
63,8%
65,4%
66,5%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
54,0%
60,6%
67,1%
63,8%
65,4%
66,5%
Solvabiliteitsratio
7,9%
11,4%
10,0%
10,3%
9,8%
9,7%
Structurele exploitatieruimte
0,9%
-0,8%
-0,1%
-0,3%
-0,2%
0,0%
3.2
Onderhoud kapitaalgoederen
De belangrijkste kapitaalgoederen die VRLN in eigendom heeft betreffen materieel van de brandweer (met name vervoermiddelen) en gebouwen. Voor deze eigendommen gelden de wettelijke voorgeschreven keurings- en onderhoudswerkzaamheden. a. Materieel Ten aanzien van vervanging van materieel zijn soberheid, doelmatigheid en regionale uniformiteit belangrijke uitgangspunten. In het kader van risicogerichtheid en focus wordt de standaardisering op onderdelen minder. Op dit moment worden ingewikkelde branden (denk aan zeer grote brandcompartimenten) bestreden met middelen die geschikt zijn voor reguliere gebouwbranden maar niet voor brandcompartimenten tot wel 25.000 m2. De brandweer moet dan ook investeren in nieuwe innovatieve technische middelen. Tevens wordt er bij aanschaf van nieuwe voertuigen gekeken naar duurzame initiatieven waarbij de primaire inzetfunctie van het voertuig in kwaliteit gelijk moet blijven aan de gestelde eisen. De fasering van duurzame voertuigen wordt waarschijnlijk het eerste zichtbaar bij de piket voertuigen. Aandacht is hierbij wel nodig voor de gevolgen voor de infrastructuur, zoals laadfaciliteiten op de locaties van de veiligheidsregio en bij piket functionarissen. Naast de reguliere vervangingen, wordt in 2022 het gefragmenteerd potentieel van schuimblussende eenheden vervangen door twee schuimblusvoertuigen.
Ook staat de aanschaf van de uitrusting van de specialistische teams op het programma. b. Huisvesting VRLN beschikt over 30 brandweerkazernes, hiervan zijn er 8 eigendom van VRLN (inclusief de nog nieuw te bouwen locatie). Naast 8 brandweerkazernes heeft VRLN ook vier kantoorlocaties (incl. GGD-vestigingen) in eigendom. VRLN heeft de volgende gebouwen in eigendom:
Ontwerpbegroting 2022 VRLN
43
15 april 2021
Locatie
Adres
Plaats
Hoofdvestiging VRLN
Nijmeegsew eg 42
Venlo
Oude brandw eerkazerne Venlo
Nijmeegsew eg 40
Venlo
Hoofdvestiging GGD (Venlo)
Drie Decembersingel
Venlo
Hoofdvestiging GGD (Roermond)
Oranjelaan
Roermond
Brandw eerkazerne Echt
Bandertlaan
Echt
Brandw eerkazerne Gennep
Paesplasw es
Gennep
Brandw eerkazerne Horst*
Westsingel
Horst
Brandw eerkazerne Ittervoort
Aziëstraat
Ittervoort
Brandw eerkazerne Nederw eert
Smisserstraat
Nederw eert
Brandw eerkazerne Stramproy
Bergerothw eg
Stramproy
Brandw eerkazerne Venlo
Ariënsstraat
Venlo
Brandw eerkazerne Weert
De Savorin Lohmanstraat
Weert
* toekomstig eigendom (2020/2021)
Duurzaamheid In de komende jaren kijken we voor materieel en huisvesting ook nadrukkelijk naar de ontwikkeling van duurzaamheid. Het gaat hierbij om de uitstoot op drie niveaus: uitstoot van eigen middelen (met name voertuigen), inkoop en verbruik van energie en uitstoot als gevolg van activiteiten. Om deze ontwikkeling prioriteit te geven, maar meer nog vanuit een maatschappelijk verantwoorde visie zal het positioneren van een duurzaamheidscoördinator ingezet worden. Deze medewerker is verantwoordelijk voor het vormgeven van het duurzaamheidsbeleid en de implementatie. Op die manier wordt een basis gelegd en kan er in kaart worden gebracht welke investeringen er de komende jaren noodzakelijk zijn om te voldoen aan de gestelde normen.