RIB.21.002 Groenstructuurvisie
Tekst van het document
- Markt Ook de Markt is gepositioneerd langs een hoofdstructuur (Hoofdstraat en Veerweg). Ook al grenst de kerk niet direct aan dit plein, toch speelt deze kerk mee met dit plein doordat de toren een ruimtelijke context met dit plein vormt. Het plein wordt ruimtelijk omvat door karakteristieke bebouwing en bomen. Tevens zijn aan de Markt een aantal oude bomen gepositioneerd. Met name deze oude vormbomen ondersteunen de uitstraling van deze plek. Voor het overige is het plein een multifunctionele plek waarbij de historische uitstraling gewaarborgd moet blijven. - Schoolomgeving Het karakteristieke schoolgebouw ligt mooi in het groen en ondersteunt door haar architectuur en ligging het dorpse karakter van Lottum. Bij deze school hoort heel duidelijk haar directe omgeving van gras met bomen en voorliggende plein. - Groen langs de Siebersbeek Rijdend door het woongebied vormt de ruimte rondom de beek ineens een ruimtelijke waarde. Het geeft rust en geeft tevens een natuurlijk karakter aan haar omgeving. - Rozenkenniscentrum Rozenhof Lottum en rosarium Tussen De Borggraaf en het centrum liggen het rosarium en het Rozenkenniscentrum Rozenhof Lottum. Gezien het thema rozen voor Lottum zijn dit twee belangrijke objecten in deze groenstructuurvisie, ook al maken ze geen onderdeel uit van het openbare gebied.
Samen met de andere in het centrum gelegen parels wordt een gerelateerde eenheid gevormd.
67 | P a g i n a
12.7 Overgang van de kern met het buitengebied.
Vanuit het landschap haken bomenlanen aan op de kern. Deze worden niet overal doorgezet. Soms omdat dan zichten op bijvoorbeeld de kerk gehinderd zouden worden. Op andere plaatsen kunnen ze bij een volgende reconstructie wel aangebracht worden. Op de invalswegen is aan de randen van de kern een poort aangebracht aangeplant met rozen, het symbool van Lottum. Ook het beekdal van de Siebersbeek is een bindend element tussen het landschap en de kern. Binnen de kern is dit beekdal niet overal meer herkenbaar. De rafelige dorpsrand en de agrarische bebouwing in en nabij de kern geven een sterke verwevenheid tussen dorp en het buitengebied. Bij de latere clusterbouw is deze relatie veel minder. De bebouwing is naar binnen gericht en het zicht vanuit het landschap op deze achterkanten is niet altijd even fraai. Ook is niet altijd duidelijk dat een pad toegang geeft tot het buitengebied. De verschillende uitzichten moeten bewaard blijven en de directie relatie met het landschap gestimuleerd door het aanleggen van duidelijke langzaam verkeersverbindingen naar het buitengebied. Het is voor de bewoners van Lottum goed mogelijk om een ommetje te maken over de vele landelijke wegen in het buitengebied.
12.8 Gewenste groenstructuur.
De gewenste groenstructuur is voor een substantieel deel reeds aanwezig. Vanuit deze bestaande groene waarden dient verder gebouwd te worden aan de gewenste groenstructuur. Uitgangspunten voor de gewenste groenstructuur van Lottum zijn: - Ondersteuning van de gewenste identiteit (landelijke kern met relatie met de Maas) - Het thema Lottum Rozendorp dient speciale aandacht te krijgen. - Verwevenheid tussen landelijke buitengebied en kern. De (hoofd)groenstructuur van Lottum is op tekening weergegeven. Als eerste kan de hoofdstructuur langs de vier invalswegen naar het centrum genoemd worden. Continuïteit in beeld is hier gewenst. Deze keuze komt voort uit de cultuurhistorie, verkeersstructuur en stedenbouwkundige opbouw. Het tweede onderdeel van de hoofdgroenstructuur wordt gevormd door de begeleiding van de beek. Gestreefd wordt naar een continue waterlijn, geflankeerd door groene en natuurlijke zones. Hierdoor wordt water tastbaar en wordt het landschap dwars door de kern getrokken. Deze structuur ondersteunt tevens de ecologie. Rozen is een speciaal thema voor de kern van Lottum en dient omwille van promotie een speciale plek te krijgen. Omwille van effectiviteit worden de rozen toegepast in de hoofdgroenstructuur en de parels. Wel dient rekening gehouden te worden met de groeiomstandigheden van de rozen.
Conform het gestelde in het BOG dient de kern Lottum iets meer vierkante meters groen te krijgen. Deze dienen in eerste instantie gezocht te worden in de hoofdgroenstructuur. Bij herinrichtingen kan hier mogelijk aan voldaan worden.
68 | P a g i n a
69 | P a g i n a
13 Kenschets van Meerlo. 13.1 Historische perspectief en identiteit.
Op de grens van het hoogteterras ligt Meerlo grotendeels op de westoever van de Groote Molenbeek. Het oudste teken van leven dat is teruggevonden in Meerlo is een grafheuvel van omstreeks 700 v. Chr. (late Bronstijd)). In oude vermeldingen wordt Meerlo vernoemd als Mirlare (1134). De Groote Molenbeek is een jonge naam voor de beek. Oorspronkelijk heette de beek gewoon Molenbeek en nog verder terug misschien de Mier (Mirlare). In de 19de eeuw werd de beek gekanaliseerd maar door recente herinrichting heeft de beek haar meanderende loop teruggekregen. Door de ligging aan de Maas met de rijkere gronden heeft de adel zich hier in de middeleeuwen gevestigd. Uit deze tijd resteren nog enkele historische panden waaronder de voormalige kasteelboerderij van het kasteel van Meerlo en de voormalige burgemeesterswoning: Huize Meerlo, door de plaatselijke bevolking ook wel Huize Nab genoemd, naar de laatste bewoner voordat het pand door de gemeente werd aangekocht. Meerlo is gelegen aan een bosrand op ongeveer 2 km. vanaf de Maas in een landschap vol afwisseling. Door de aantrekkelijke omgeving en de goede wandel- en fietsmogelijkheden is Meerlo zeer in trek bij toeristen. Het bekende Pieterpad (langeafstandsroute Pieterburen – St. Pietersberg Maastricht) passeert het Maasdorp.
13.2 Groen rond 1850.
Op de historische kaart is te zien dat Meerlo zich heeft ontwikkeld langs de loop van de Groote Molenbeek, de Boddenbroek en een oude Maasarm. De boerderijen liggen aan de doorgaande weg vanuit Horst via Tienray, Meerlo en Wanssum naar de Maas. Duidelijk zijn de graslanden langs de beken en in het gebied van oude Maasarm te herkennen. Ten zuiden liggen de hogere zandgronden. Nog verder naar het noorden en westen liggen uitgestrekte heidegebieden. Deze zijn eind 19de eeuw geleidelijk aangeplant met bos.
70 | P a g i n a
13.3 Kengetallen. Oppervlakte (incl. buitengebied) Inwoners binnen de bebouwde kom Woningen binnen de bebouwde kom Aantal bomen binnen de bebouwde kom Oppervlakte beplanting binnen de bebouwde kom Oppervlakte gras binnen de bebouwde kom Knipoppervlakte hagen binnen de bebouwde kom Groen per inwoner binnen de bebouwde kom
Groen per woning binnen de bebouwde kom
Hoeveelheid 797 1.596 685 447 8.660 20.837 2.208 18
Eenheid Ha. Personen Stuks Stuks M2 M2 M2 M2
41 M2 71 | P a g i n a
13.4 Stedenbouwkundige opbouw.
De oudste bebouwing in Meerlo is terug te vinden langs beide oevers van de Groote Molenbeek tussen de Hoofdstraat en de Dorpbroekstraat. Nieuwere wijken zijn ten westen van de Hoofdstraat gerealiseerd. De kerk ligt daardoor a-symetrisch in het dorp. Ten opzichte van de Hoofdstraat, die de loop van de Groote Molenbeek volgt, vertonen de nieuwbouwwijken een redelijk strak en recht stratenpatroon.
13.5 Huidige infrastructuur. De Hoofdstraat is de doorgaande weg. Deze weg volgt min of meer de loop van de Groote Molenbeek. Hoewel de Groote Molenbeek langs het dorp loopt heeft het geen betekenis als infrastructuur (wordt niet bevaren). De Monseigneur Jenneskensstraat en de Hogenbos zijn de plaatselijke ontsluitingswegen richting het zuidoosten gelegen Swolgen. De Cocq van Haeftenstraat gaat richting het oosten naar de buurtschappen Oirlo, Zandhoek en Molenhoek. Het stratenpatroon in de woonwijken die na 1960 zijn gerealiseerd hebben een strakke en rechtlijnig patroon.
72 | P a g i n a
13.6 Huidige groenstructuur.
De hoofdgroenstructuur is meestal verbonden aan de hoofdverkeersontsluiting. De Hoofdstraat kent op sommige stukken een grote laanbeplanting. Op andere delen is met aanplant van iepen getracht dit beeld in de toekomst voor de gehele straat te verkrijgen. Tussen de kerk en de Mgr. Jenneskensstraat is echter onvoldoende ruimte voor een bomenstructuur. Hier heeft men gekozen voor de kwaliteit en het groen in een andere vorm doorgezet of zelfs geheel achterwege gelaten. De overige groenstructuur van Meerlo hangt nauw samen met de stedenbouwkundige opzet van het dorp. Het openbaar groen wordt gekenmerkt door een grote hoeveelheid straatbomen, vaak in de voortuinen, en door grotere plantsoenen in de oude buurten. Deze zijn ingericht als grasveld of heestervak met bomen. De Cocq van Haeftenstraat is redelijk centraal gelegen en is voldoende ruim opgezet om een bredere functie te vervullen. Hier is openbaar groen ingericht als verblijfsgroen (speelterrein) en wordt gerekend tot de ondersteunende groenstructuur. De nabijheid van het buitengebied en het hebben van de eigen tuinen zorgt ervoor dat er minder behoefte is aan openbaar groen. Het openbaar groen vervult in deze kern vooral de functie van aankledingsgroen. De sterke groenstructuur in Meerlo is eigenlijk verbonden aan de Groote Molenbeek. Deze is echter nauwelijks te bereiken.
13.7 Overgang van de kern met het buitengebied.
Meerlo is vanuit het buitengebied zo ingekleed in het groen dat het nauwelijks merkbaar is dat er zich hier een woonkern bevindt. Alleen via de hoofdontsluiting van het dorp is duidelijk dat je een kern nadert. De Groote Molenbeek ten zuiden en oosten van het dorp is nu nog een duidelijke grens. Dit ondanks dat de bebouwing de beek al is overgestoken. Ook vanuit het noorden is de grens buitengebied / bebouwde kom duidelijk. Dit wordt nog benadrukt door de aanwezige laanstructuur van iepen en de begeleidende hagen binnen de bebouwde kom. Een van de uitgangspunten bij de inrichting van de randen met het buitengebied is dat het landschap vanuit de kern te allen tijde bereikbaar en betreedbaar dient te blijven om het lopen van een ommetje mogelijk te maken. Gebruik maken van de beekloop is hier een goede optie. Een ander uitgangspunt is dat de randen zo ingekleed worden dat ze in het groen verdwijnen of dat de kern zich naar buiten richt door de woningen over het landschap te laten uitkijken. De opname in het recreatieve netwerk van het buitengebied biedt kansen om interessante rustpunten te creëren. Vanuit een recreatief – economisch oogpunt kan een ontwikkelingsplan hier concreet antwoord op geven. Uitgangspunt dient te zijn dat de plaatselijke (historische) kernkwaliteiten van het dorp en de aanwezige voorzieningen hierbij vertrekpunt moeten zijn.
73 | P a g i n a
13.8 Gewenste groenstructuur.
De gewenste groenstructuur is voor een substantieel deel reeds aanwezig. Vanuit deze bestaande groene waarden dient verder gebouwd te worden aan de gewenste groenstructuur. Uitgangspunten voor de gewenste groenstructuur van Meerlo zijn: - Ondersteuning van de gewenste identiteit (landelijke kern). - Aanvullen van de oudere elementen van de hoofdgroenstructuur. - Verwevenheid tussen landelijk buitengebied en kern. De groenstructuur van Meerlo zit goed in elkaar. Echter voor de toekomst worden toch enkele verbeterpunten aangedragen, te weten: - De moeraseiken (Quercus palustris) aan de Hoofdstraat nemen een enorme omvang aan. De vraag is of zij hier te handhaven zijn. Als de moeraseiken verwijderd dienen te worden dan dient herplant plaats te vinden om de hoofdgroenstructuur duidelijk weer te geven. - De bomen in de voortuinen zullen t.z.t. ondergronds en bovengronds zoveel ruimte opeisen dat bewoners problemen krijgen met de overige beplanting in hun voortuin. Niet iedere woonstraat hoeft voorzien te zijn van straatbomen. Door de voortuinen, waar bewoners soms zelf al een boom in planten, is het straatbeeld groen genoeg. Op karakteristieke plaatsen aanplanten van een boom heeft meer kwaliteit. - Tijdig renoveren en kiezen voor de juiste onderbegroeiing en wel of niet handhaven van bestaande bomen moeten de kwaliteit van het openbaar groen op peil houden of verbeteren.
74 | P a g i n a
75 | P a g i n a
14 Kenschets van Melderslo. 14.1 Historische perspectief en identiteit.
Duizenden jaren geleden moeten er al mensen gewoond en geleefd hebben in Melderslo. De geschiedenis van het dorp is vooral bepaald door de landbouw. De natuurlijke omstandigheden voor de landbouw waren ongunstig. Arme zandgronden overheersten. Grote heidevelden bepaalden het aanzien. De eerste bewoners vestigden zich aan de rand van hoger gelegen grond. Het veld was wel geschikt voor akkerbouw. Zo ontstonden geleidelijk de gehuchten Eikelenbos, De Locht en Melderslo. Eeuwenlang bestonden deze gehuchten uit enkele boerderijen; een boshoevennederzetting. Belangrijk voor de ontwikkeling van Melderslo was dat de boeren rond 1900 over kunstmest konden beschikken. Vanaf dat moment kon men de heidevelden ontginnen. Ze werden omgezet in akkerland. Het aantal inwoners van Melderslo begon toen te groeien. De krans van boerderijen werd gesloten. Deze ontginningslijn is de huidige Blaktweg, overlopend in de Vlasvenstraat. Vervolgens is Melderslo verder ontwikkeld in noordwestelijke richting. De gemeenteraad van Horst besloot in 1916 een school te bouwen in Melderslo. Dit was het eerste gemeenschappelijke gebouw in het dorp. Maar wat is en dorp zonder kerk? De inwoners van Melderslo en Eikelenbos gingen in Horst naar de kerk. Na het op allerlei manieren inzamelen van geld, kon de bouw van een kerk beginnen. In december 1921 werd de kerk geopend.
Melderslo was een echt dorp geworden waar het verenigingsleven opbloeide. Ook Melderslo kreeg van 1940 tot 1945 te maken met de Tweede Wereldoorlog. De verwoestingen waren minder groot dan op andere plaatsen. Alleen de kerk liep onherstelbare schade op. Pas in 1953 werd een nieuw kerkgebouw in gebruik genomen, 150 meter van de plaats waar de oude kerk stond. In de jaren daarna werden veel nieuwe woningen gebouwd. Ook kwamen er steeds meer mensen wonen die niet in het dorp waren geboren. Niet alleen het aantal inwoners, maar ook de welvaart groeide. De bedrijven in de landbouw en veeteelt werden steeds groter. Tuinbouw, asperges- en champignonteelt werden in Melderslo heel belangrijk. De laatste jaren komt de blauwe bessencultuur sterk op. Maar de inwoners werken niet alleen in de landbouw. Veel mensen vinden werk buiten Melderslo. Ze werken vooral in de industrie en dienstverlening. Het toerisme is met Melderslo verbonden door het museum “De Locht” en de fiets- en wandelroutes die het dorp aandoen.
14.2 Groen rond 1850.
Melderslo bestond vroeger uit drie gehuchten gelegen op de hogere zandgronden. Boshoevenederzettingen vormden zich langs de grens tussen akkers en heidevelden. Zandwegen en paden verbonden de gehuchten met elkaar en met de kern Horst. Toen het kunstmest werd geïntroduceerd werd het mogelijk ook de heidevelden te ontginnen. De bevolking groeide en de krans van boerderijen werd gesloten. Lanen werden aangeplant langs de belangrijkste verbindingswegen. Restanten hiervan zijn nu nog terug te vinden langs de Eikelenbosserdijk, Rector Mulderstraat en langs de Broekhuizerdijk. Het Vlasven is ook een van de oorspronkelijke groene elementen die nog in het dorp bewaard gebleven zijn.
76 | P a g i n a
14.3 Kengetallen. Oppervlakte (incl. buitengebied) Inwoners binnen de bebouwde kom Woningen binnen de bebouwde kom Aantal bomen binnen de bebouwde kom Oppervlakte beplanting binnen de bebouwde kom Oppervlakte gras binnen de bebouwde kom Knipoppervlakte hagen binnen de bebouwde kom Groen per inwoner binnen de bebouwde kom Groen per woning binnen de bebouwde kom
Hoeveelheid 891 1.343 538 461 9.964 28.331 1.474 26 66
Eenheid Ha. Personen Stuks Stuks M2 M2 M2 M2 M2
77 | P a g i n a
14.4 Stedenbouwkundige opbouw.
Melderslo ontwikkelde zich in eerste instantie langs de oorspronkelijke wegen (lintbebouwing) en na de bouw van de school en de kerk begin 1920 rond deze nieuwe kern. Het dorp breidde zich langzaam uit, voortbouwend op de aanwezige structuur en agrarische functie van het dorp. Na de Tweede Wereldoorlog en de bouw van de nieuwe kerk aan de overzijde van de Rector Mulderstraat veranderde de bevolking van het dorp en werd Melderslo tevens een forensendorp, met wonen als hoofdfunctie. De uitbreiding van de bebouwing vond plaats op de aanwezige akkers tussen de bestaande wegen eerst ten noorden van de Lochtstraat (jaren 60 – 80) later ten zuiden hiervan (jaren 80 -2000). Zo werd het oorspronkelijke veld geheel bebouwd met uitzondering van de groene ruimte rond het centrumgebied en deze bij het Vlasven en de ruïne. Ook langs de hoofdinfrastructuur werd de lintbebouwing steeds dichter. Er ontstond hier een afwisselende bebouwing met nog maar weinig doorzichten naar het omliggende landschap. Hiervoor moet men echt naar de randen van het dorp gaan. De laatste nieuwbouw wordt nu gerealiseerd ten westen van de Rector Smulderstraat achter het kerkhof. In het LOP wordt aangegeven dat het gebied tussen Horst en Melderslo steeds verder zal verstedelijken met hiertussen een groene zone voor de natuur rondom de Groote Molenbeek.
Vanuit de kern Melderslo is een geleidelijke verweving van het landschap en de bebouwing gewenst. Ten noordoosten het gebied deels aangewezen als concentratiegebied glastuinbouw met als opmerking dat de beeldkwaliteit van het landschap hier goed gestuurd moet worden. Ten zuidoosten is het open landschap een waarde die zeker bewaard moet blijven en waar een strakke dorpsrand met uitzicht op dit landschap gewenst is.
78 | P a g i n a
14.5 Huidige infrastructuur.
De historische verbindingswegen tussen de eerste nederzettingen Eikelenbos, De Locht en Melderslo vormen nog steeds de hoofdontsluiting van het dorp. Deze wegen zijn ook voorzien van oude laanbomen (Eikelenbosserdijk, Rector Mulderstraat en Broekhuizerdijk). Maar ook de onderliggende wegenstructuur is nog veelal gebaseerd op de oude padenstructuur. In de inrichting van de wegen binnen de bebouwde kom is geen duidelijke hiërarchie te ontdekken. Het gehele gebied is aangewezen als 30 km. gebied (functie wonen / verblijven). Bij de woningbouw ten noorden van de Lochtstraat is de rechtlijnige structuur toegepast voortvloeiend uit de gedachte van die tijd. Ten zuidoosten van het Vlasven is een losse vormgeving toegepast binnen het kader van de oude wegen. Bij latere uitbreidingen zal ook de hoogspanningslijn ten zuidwesten van het dorp van invloed zijn omdat hieronder niet gebouwd mag worden.
79 | P a g i n a
14.6 Huidige groenstructuur.
De huidige groenstructuur van het dorp wordt vooral bepaald door de groene ruimte rond de kerk en school en het gebied rond de ruïne en het Vlasven. Deze ruimte heeft echter meer mogelijkheden dan er nu aanwezig zijn. Verder zijn de boombeplantingen bepalend. De zware bomen, kenmerk van het oude landschap, geven binnen de kern de nodige problemen (Rector Mulderstraat en hoek Lochtstraat / Koppertstraat). Ook langs de andere oorspronkelijke wegen zijn bomen geplant. Soms is er in het verleden een keus gemaakt t.a.v. soort en standplaats die niet meer past in de huidige functie van de straat. In de bomennota wordt hier aandacht aan besteed. Het aanwezige groen is veelal kijkgroen. Er is relatief weinig gebruiksgroen (trapveld of speelplaats). De behoefte hieraan wordt opgevangen door de grote privétuinen. Bij nieuwe uitbreidingen met kleinere kavels zal met meer gebruiksgroen rekening gehouden moeten worden. Daar ook de uitloop naar het landschap steeds verder weg komt te liggen.
14.7 Overgang van de kern met het buitengebied.
De overgang van de kern met het buitengebied beschrijft het beeld dat gewenst is vanuit de kern richting het buitengebied en omgekeerd. Tevens is er een doorkijk gemaakt naar toekomstige groeimogelijkheden van de kern aansluitend op het landschap, zonder afbreuk te doen aan het omringende landschap. Het landschap dient vanuit de kern ten alle tijde bereikbaar en betreedbaar te blijven om het maken van een ommetje mogelijk te maken. Melderslo wordt in het noordoosten duidelijk begrenst door de Broekhuizerdijk met zijn monumentale bomenlaan. Dichte bebouwing aan de dorpszijde en het coulisselandschap met hier en daar nog een woning aan de buitenkant. Ook ten zuidoosten aan de Blaktweg is, ondanks de enkele woningen aan de buitenkant, een duidelijke harde dorpsrand waarneembaar. Op de plek waar de Blaktweg en de Lochtstraat samenkomen is nog een open ruimte die de mogelijkheid biedt om een goede overgang tussen kern en buitengebied te realiseren met een duidelijke poort. Melderslo loopt in het zuiden uit in een lintbebouwing langs de Vlasvenstraat met doorzichten naar de openheid van de oude es, het Melderlosche veld. Het karakter van deze straat met zijn doorzichten moet behouden blijven. De bebouwing mag hier niet meer verder verdichten om het contact met het achterliggende zeer waardevolle landschap te behouden.
Het inrichten van mogelijkheden om het open landschap als zodanig te ervaren d.m.v. picknickplaats of wandel- / fietszone is aan te bevelen. De dorpsrand aan de westelijke zijde van de kern is nog niet duidelijk aan te wijzen. Langs de, van oudsher aanwezige, wegenstructuur heeft lintbebouwing plaats gevonden. De ontwikkelingen met de Steegstraat hebben een naar binnen gerichte dorpsrand gecreëerd. Aansluitend aan de achtertuinen van deze straat ligt een trapveld. Het verlengde van de Steegstraat, de Beemdweg, heeft een veel landschappelijker karakter. Het gebied ten noorden van de Beemdweg wordt verder begrensd door achtertuinen van de St. Odastraat en deze van de Danielweg. Dit gebied wordt inmiddels al gedeeltelijk bebouwd. Het dient aanbeveling om aan de Beemdweg een duidelijke dorpsrand te ontwikkelen en het overige gebied in de richting van de A73 te behouden als buitengebied met het karakter van een kleinschalig coulisselandschap wat het van oudsher is geweest. De aanwezigheid van de hoogspanningsleiding geeft kansen om bij de Beemdweg een parkachtige overgangszone naar het buitengebied te creëren met hierin het multifunctioneel centrum, speelterreinen voor de oudere jeugd, fietsroutes, wandelpaden, wateropvang en zitgelegenheden. Vanuit de kern is het alleen via de oorspronkelijke ontsluitingswegen mogelijk om een ommetje te maken in het buitengebied.
Het aanleggen van wandelpaden in de randen van het dorp dient aanbeveling om het landschap voor de bewoners open te stellen.
80 | P a g i n a
14.8 Gewenste groenstructuur.
De gewenste groenstructuur is voor een substantieel deel reeds aanwezig. Vanuit deze bestaande groene waarden dient verder gebouwd te worden aan de gewenste groenstructuur. Uitgangspunten voor de gewenste groenstructuur van Melderslo zijn: - Ondersteuning van de gewenste identiteit (landelijke kern) - Voldoende groene ruimte / structuur in de groeiende kern - Verwevenheid tussen landelijk buitengebied en kern De (hoofd)groenstructuur van Melderslo is op tekening weergegeven. Als eerste kan de hoofdgroenstructuur langs de invalsweg door het centrum genoemd worden. Ook de Lochtstraat en St. Odaweg hebben een ontsluitende functie voor de achterliggende woongebieden. Continuïteit in beeld is hier gewenst. Deze keuze komt voort uit de cultuurhistorische, verkeersstructuur en stedenbouwkundige opbouw.
81 | P a g i n a
82 | P a g i n a
15 Kenschets van Meterik. 15.1 Historische perspectief en identiteit.
De oude bouwlanden liggen op de plekken met de hoogste natuurlijke vruchtbaarheid en, belangrijker, de gunstige grondwaterstand. Ten noorden van de Kabroekse Beek lag een veld dat aan alle zijden omringd was door bebouwing. Rondom deze oude es, het Meterikse veld, ontstonden de eerste buurtschappen Schadijk, Meterik, een van de langst bewoonde gebieden van de gemeente Horst aan de Maas, De Afhang en Middelijk. De laatste twee zijn inmiddels onderdeel geworden van de kern Horst. Meterik ontwikkelde zich daar waar droog (oude es) en nat (Kabroekse Beek) op korte afstand van elkaar voorkwamen. De bevolking van het buurtschap Meterik bestond rond 1900 voornamelijk uit boeren en landarbeiders. Zij moesten voor kerkdiensten naar de kerk in Horst. Ook voor het malen van de granen moesten zij met hun karren grote afstanden afleggen. Kort voor de eeuwwisseling voerden zij actie voor een eigen kerkgebouw en een geestelijke. In 1898 werd aangevangen met de bouw van een kerk en een molen. Met de opbrengst van de molen werd het ook mogelijk om een woning voor de rector te bekostigen. Met de komst van een kerk en school groeide het buurtschap uit tot een kerkdorp. Bestond het buurtschap uit een lint van enkele herbergen en woningen, met de bouw van de kerk op de nog open brink (kruispunt Schadijkerweg / weg Horst – America) ontwikkelde zich het dorp.
In 1925 kwam hier nog een markant gebouw bij, te weten; het klooster “Theresia”. Het kerkdorp heeft een rijk verenigingsleven en een goed eigen voorzieningenniveau. Meterik heeft een eigen identiteit en wil deze ook graag behouden.
15.2 Groen rond 1850.
Op de historische kaart uit 1840 staat de naam Meterik een stuk verder westelijk ingetekend dan de plaats waar het huidige Meterik zich heeft ontwikkeld. Er wordt verondersteld dat Meterik een secundaire oorsprong kent ten opzichte van een oorspronkelijke kern. Het oorspronkelijke Meterik is een boerenhoevennederzetting, wat wijst op een planmatige oorsprong. Het was een langgerekt lint aan de zuidkant van het Meterikse veld. Vanuit de reeks boerderijen strekten grote langwerpige kavels naar het noorden, over de rug heen tot aan de boerderijen aan de noordzijde van het Meterikse veld (Schadijk). In het oostelijk uiteinde van de nederzetting was een plaatse (plein) te herkennen; vroeger lag hier een drinkpoel. In het westelijk deel van dit oorspronkelijke Meterik zijn de boerderijen met elkaar verbonden door een pad, Meteriks kerkpad. De weg, Crommentuijnstraat, die verder zuidelijk loopt is een latere toevoeging. Door een ruilverkaveling is echter niets van het oude kavelpatroon bewaard gebleven. Ten zuiden van het buurtschap ligt het beekdal van de Kabroekse Beek met de weilanden en de sloten op de nattere gronden. Verder in westelijke richting lagen de Peel en stuifzandgebieden. Met de komst van de kunstmest konden de woeste gronden in de richting van de Peel verder worden ontgonnen.
Om de zandduinen tegen te houden was het eeuwenlang het gebruik om houtwallen, met onder andere eiken, aan te leggen. Dit was ook het geval bij het Meterikse veld. Pas met de komst van de molen en de kerk (1898) ontwikkelde het huidige kerkdorp zich. Het huidige stratenpatroon is nog wel duidelijk op de historische kaart terug te vinden.
83 | P a g i n a
15.3 Kengetallen. Oppervlakte (incl. buitengebied) Inwoners binnen de bebouwde kom Woningen binnen de bebouwde kom Aantal bomen binnen de bebouwde kom Oppervlakte beplanting binnen de bebouwde kom Oppervlakte gras binnen de bebouwde kom Knipoppervlakte hagen binnen de bebouwde kom Groen per inwoner binnen de bebouwde kom Groen per woning binnen de bebouwde kom
Hoeveelheid 1.162 714 290 224 6.282 11.492 1.146 24 59
Eenheid Ha. Personen Stuks Stuks M2 M2 M2 M2 M2
84 | P a g i n a
15.4 Stedenbouwkundige opbouw.
De huidige kern van het dorp heeft zich ontwikkeld op de samenkomst van de wegen uit de verschillende gehuchten in de richting van Horst. Hier is eind 19de eeuw de kerk gebouwd. Toen is het buurtschap Meterik zich gaan ontwikkelen tot een kerkdorp. Eerst werd de bestaande lintbebouwing langs de verschillende wegen rond de kerk verder verdicht. Hier is dan ook een mix van woningen uit alle periodes terug te vinden. Na de Tweede Wereldoorlog zijn enkele kleinschalige uitbreidingen aan de kern toegevoegd. Eerst aan de zuidzijde tussen het lint en de Kabroekse Beek. Later in het noordwestelijke kwadrant van het dorp. Het oude dorpshart met monumentale panden is aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Een andere markante plek in het dorp is de omgeving van het in 1924 gebouwde kloostergebouw. De relatie tussen dorp en landschap is beperkt tot een uitzicht aan de Theresiastraat en de zichten vanaf de uitvalswegen. De bebouwing met de tuinen naar het landschap gericht sluiten het dorp eigenlijk af van het landschap.
15.5 Huidige infrastructuur.
De huidige hoofdinfrastructuur is op historische kaarten al duidelijk te ontdekken. Het zijn de wegen die van oudsher door de velden de verschillende buurtschappen verbinden. De Crommentuijnstraat en de St. Jansstraat zijn hiervan het sterkst ontwikkeld en vormen samen de hoofdontsluiting van het dorp. Loodrecht hierop ligt de Schadijkerweg. Ook belangrijk voor de ontsluiting van de noordwestelijk gelegen buurten van Meterik en uitvalsweg richting Schadijk. Verder zijn er nog de Speulhofsbaan, Jan Drabbelstraat en Donkstraat als uitvalswegen naar het buitengebied ten zuiden van Meterik. De overige wegen zijn hieraan ondergeschikt. De gehele kern is als 30 km. gebied aangemerkt en er is geen onderscheid gemaakt in materialisering. Er zijn geen aparte fietsvoorzieningen getroffen.
85 | P a g i n a
15.6 Huidige groenstructuur.
Binnen de kern wordt de hoofdgroenstructuur in hoofdzaak gevormd door de boombeplantingen langs de verschillende ontsluitingswegen. De kern heeft twee markante plekken binnen de bebouwde kom. Het gebied rond de kerk en het gebied rondom het voormalige klooster. Begin jaren 90 is de brink met de kerk heringericht. Tegen de kerk is enige beplanting aangebracht en tegen de wanden van het plein zijn bomen geplant. De brink is ingericht als parkeerplaats. Begin 2021 zal dit gebied opnieuw heringericht gaan worden. Hierbij zal wel sprake zijn van materialisatie om het centrumgebied te accentueren. Het oude kloostergebouw is in gebruik genomen door de peuterspeelzaal en basisschool. Het groen in de omgeving van het klooster heeft weinig samenhang en is functioneel ingericht. Een betere samenhang van de verschillende groene elementen zou de kwaliteit van het totaalbeeld ten goede komen. Het overige groen in het dorp bestaat in de oudere delen van het dorp vooral uit boombeplantingen en speelplekken. In de jonge buurten is er een ruimer straatprofiel voorzien waarin groenstroken zijn aangebracht. De Kabroekse Beek ligt aan de rand van het dorp maar is een belangrijk element in de groenstructuur bij de verdere ontwikkeling van het dorp.
15.7 Overgang van de kern met het buitengebied.
De overgang van de kern met het buitengebied beschrijft het beeld dat gewenst is vanuit de kern richting het buitengebied en omgekeerd. Tevens is er een doorkijk gemaakt naar toekomstige groeimogelijkheden van de kern aansluitend op het landschap, zonder afbreuk te doen aan het omringende landschap. Het landschap dient vanuit de kern te allen tijde bereikbaar en betreedbaar te blijven om het maken van een ommetje mogelijk te maken. Het noordelijk deel van het dorp ligt aan het open veld met de molen. De mogelijkheden om het buitengebied aan deze kant van het dorp te beleven zijn beperkt. De woningen liggen met de voorzijde naar binnen gericht en er zijn geen paden die het buitengebied ontsluiten. Er moet naar gestreefd worden om het overgebleven vrije veld te behouden. Mede door het bewaren van de open ruimte langs beide zijden van de St. Jansstraat blijft Meterik als eigen identiteit bewaard. Het is van groot belang dat er buitengebied blijft bestaan tussen de bebouwing van Horst en Meterik. Een duidelijke groene buffer tussen de beide kernen geeft de bewoners langs beide zijden de mogelijkheid om te recreëren in dit overgebleven stuk buitengebied met zijn meanderende beek. Langs de zuidelijke rand van het dorp stroom de Kabroekse Beek. Helaas is de beek tegen het dorp ingesloten door kassen en loodsen.
Verplaatsen van de kassen en loodsen naar daarvoor gereserveerde ruimtes zou de mogelijkheid geven om de beek te renatureren. Een betere overgang van het dorp naar het buitengebied voor het maken van een ommetje of het genieten van het uitzicht zal de leefbaarheid binnen het dorp bevorderen.
86 | P a g i n a
15.8 Gewenste groenstructuur.
De gewenste groenstructuur is voor een substantieel deel reeds aanwezig. Vanuit deze bestaande groene waarden dient verder gebouwd te worden aan de gewenste groenstructuur. Uitgangspunten voor de gewenste groenstructuur van Meterik zijn: - Ondersteuning van de gewenste identiteit (landelijke kern). - Verbeteren van de oude elementen van de groenstructuur. - Verwevenheid tussen landelijk buitengebied en kern. De kern Meterik heeft kwantitatief voldoende groen maar het niveau van het groen is overal hetzelfde. Er is geen duidelijk herkenbare hoofdgroenstructuur aanwezig. Deze zal langs de oorspronkelijke wegen moeten worden gecreëerd. De beide parels van het dorp, de kerk en het voormalig klooster, zouden ook een duidelijk hogere kwaliteit moeten krijgen. De verdeling van kijk- en verblijfsgroen is goed te noemen en ligt ook goed verdeeld over het dorp. Met de veroudering van de bevolking zal de inrichting van de verblijfsruimten moeten worden aangepast.
87 | P a g i n a
88 | P a g i n a
16 Kenschets van Sevenum. 16.1 Historische perspectief en identiteit.
De naam Sevenum is te herleiden tot zeven en heym of heem (= hoeve of kasteel). Dit kan erop wijzen dat er al in de 5de eeuw na Christus mensen in Sevenum woonden. Hoewel er veel bodemvondsten zijn geweest, die wijzen op menselijk leven van 6.000 jaar voor Chr. is de zeer oude geschiedenis vaag. Het dorp Sevenum, een dichtbebouwd kerkdorp met een centraal dorpsplein, ligt op de noordoostelijke rand van het veld. Het plein in Sevenum heeft een mooie driehoekige vorm maar is misschien oorspronkelijk meer vierkant geweest. Van oudsher is Sevenum een agrarisch dorp. Ruim 80% van het Sevenumse grondgebied was bij opheffen van de gemeente nog landbouwgrond. Al in het Bronzen en IJzeren tijdperk was er sprake van enige bewoning, dat blijkt uit een aantal vondsten uit die periode. Het oudste document waarin Sevenum wordt genoemd is een aflaatbrief uit 1317 die ook de patroonheiligen van de kerk vermeldt. Eind 16de begin 17de eeuw is de plattelandsnijverheid opvallend. De groeiende bevolking en de beperkte agrarische bestaansmogelijkheden zorgden voor een reservoir aan goedkope arbeidskrachten. Die gingen zich vooral met huisnijverheid bezig houden, gebaseerd op de lokale wol (heidevelden). In Sevenum verdubbelde het aantal schapen tussen 1595 en 1680. De dorpspoel bestond in de begin 18de eeuw nog, maar was een eeuw later verdwenen.
Waarschijnlijk had het zijn waarde als drinkplaats voor de schapen verloren met het verdwijnen van de wolnijverheid. Vanaf 1745 werd (in beginsel nog op kleine schaal) begonnen met de ontginning van de woeste gronden. Rond 1900 kocht de Maatschappij Griendtsveen honderden hectaren veen, o.a. ook in Sevenum.
16.2 Groen rond 1850.
Op de historische kaart zien we dat Sevenum zich ontwikkelde rondom de plek waar de weg vanuit Grubbenvorst zich splitste in wegen die via de Hees en Steeg naar de verderop gelegen Peel voerden. Dit was iets van de Groote Molenbeek verwijdert op de hogere enkeerdgronden. In de richting van de beek en langs de eerder genoemde wegen zien we de kleine kavels grasland. Daarachter ligt dan het open veld met landweggetjes.
89 | P a g i n a
16.3 Kengetallen. Oppervlakte (incl. buitengebied) Inwoners binnen de bebouwde kom Woningen binnen de bebouwde kom Aantal bomen binnen de bebouwde kom Oppervlakte beplanting binnen de bebouwde kom Oppervlakte gras binnen de bebouwde kom Knipoppervlakte hagen binnen de bebouwde kom Groen per inwoner binnen de bebouwde kom Groen per woning binnen de bebouwde kom
Hoeveelheid 2.684 5.062 2.249 1.869 30.223 85.561 7.770 27 62
Eenheid Ha. Personen Stuks Stuks M2 M2 M2 M2 M2
90 | P a g i n a
16.4 Stedenbouwkundige opbouw. Van oudsher is Sevenum een agrarisch dorp (esdorp). Al in het Bronzen en IJzeren tijdperk was er sprake van enige bewoning, wat blijkt uit een aantal vondsten uit die periode. Gebouwen uit deze periode zijn niet meer aanwezig.
De oudste bebouwing van Sevenum is terug te vinden rondom de kerk en de (oude) wegen die naar de kerk toe leiden. Dit zijn voornamelijk de Maasbreeseweg, Den Eigen, Peperstraat / De Hees, Donckstraat en Steinhagenstraat. In eerste instantie vond uitgebreide woningbouw plaats (periode van 1960 tot 1990) in het noorden (noordoosten) en in het zuiden van het dorp. Vanaf 1990 vindt de uitbreiding van Sevenum voornamelijk plaats in de zuidoost richting.
91 | P a g i n a
16.5 Huidige infrastructuur.
Kenmerkend voor Sevenum is dat er meerdere wegen uit bijna alle windrichtingen naar de kerk toe lopen. Alleen een duidelijke verbindingsweg naar het westen ontbreekt. Hieruit blijkt dat de kerk van oudsher een belangrijke ontmoetingsplaats was. De mensen kwamen van omliggende dorpen en gehuchten naar de kerk van Sevenum. Het betreft de navolgende min of meer doorgaande wegen: Maasbreeseweg, Den Eigen, Peperstraat / De Hees, Donckstraat en Steinhagenstraat. Ten noorden van Sevenum ligt de Venloseweg of de N566. Deze weg gaat niet door Sevenum heen, maar is wel een belangrijke weg voor het (vracht)verkeer vanaf de A67 richting (de bedrijventerreinen van) Sevenum (Berghem) en, in mindere mate, Horst (Hoogveld). In Sevenum zijn nog een aantal plaatselijke ontsluitingswegen die tezamen een rondweg vormen. Hieronder vallen de staten: Dorperweide, Van Vlattenstraat, Schoutstraat, Beatrixstraat en de Molenstraat. De overige straten zijn ondergeschikt en worden als woonstraat geclassificeerd. Ten noorden van Sevenum, tussen de bebouwing en de Venloseweg / N566, ligt de Blakterebeek. Dit is een smalle meanderende beek die niet geschikt is voor goederenvervoer.
92 | P a g i n a
16.6 Huidige groenstructuur.
De hoofdgroenstructuur van Sevenum is niet direct verbonden met de hoofdinfrastructuur. De hoofdontsluitingswegen Peperstraat, Den Eigen, Donckstraat en Steinhagenstraat hebben weinig groenelementen. De oude straatprofielen laten dat niet toe. Alleen op kruisingen of bij een historisch monument zoals het kapelletje aan Den Eigen, is groen aanwezig. Dit in tegenstelling tot de Maasbreeseweg waar het buitengebied het dorp wordt ingetrokken door de grote bomen in de grasbermen. Ook de Grubbenvorsterweg heeft een groene hoofdstructuur van bomen en grotere plantsoenen. Dit wordt echter niet voortgezet in de richting van het centrum. De groenstructuur in Sevenum is afhankelijk van de tijdsgeest waarin de buurt of wijk is ontworpen. De verdeling van het groen over de wijken is goed te noemen. Het is meer de kwaliteit van de inrichting en het onderhoud dat soms aan verbetering toe is. Het centrum van Sevenum, de omgeving van de kerk, komt zeer druk over. De vele bomen, bloembakken en afzetpaaltjes geven een onrustig beeld. In 2008 deed Sevenum mee aan de Entente Florale. Het richtte destijds vele plantsoenen in met vaste planten. Het is moeilijk om de inrichting met vaste planten de gewenste kwaliteit te laten houden. Sevenum heeft een redelijke groene uitstraling. Dit komt niet zo zeer door het openbaar groen als wel door de vele voortuinen en de vele volwassen bomen.
De bomen in Sevenum hebben een grote invloed op het groene beeld van Sevenum. Sevenum bezit redelijk veel bomen die voldoende ruimte hebben gekregen om uit te groeien tot volwassen bomen. De bomen geven herkenbaarheid aan hun omgeving. De grote diversiteit aan bomen op een zelfde plek geeft soms een wat rommelig beeld. Verder liggen er in alle wijken wel grotere plantsoenen, echter deze hebben vaak een decoratieve functie. Soms zijn er stukjes openbaar groen ingericht als speelterrein voor de jongste. Een grote groene parel voor Sevenum is het Blakterbeekpark. De beekdalen van de Blakterbeek en de Groote Molenbeek vormen een groene overgang naar het industrieterrein Berghem en de woonwijk aan de Grubbenvorsterweg.
93 | P a g i n a
16.7 Overgang van de kern met het buitengebied.
De bebouwde kom van de kern Sevenum wordt aan de noord- en oostzijde doorsneden door de Venloseweg en de beekdalen van de Blakterbeek en de Groote Molenbeek. Aan de overzijde van deze provinciale weg liggen nog een bungalowwijkje en industrieterrein Berghem voor het bebouwde kombord de grens aangeeft. Gevoelsmatig wordt de rand van het dorp aan de noordzijde echter gevormd door een mooi stukje natuur langs de gerenatureerde Blakterbeek. Dit beekdal is een prima uitloopgebied voor de oudere woonwijken in het noorden van Sevenum. Ten zuidoosten liggen enkele grotere kassencomplexen. De dorpsrand wordt hier gevormd door een van de meest recentere woninguitbreidingen van Sevenum: De Krouwel. De woningen aan de Scheperstraat vormen de rand van het dorp aan de zuidwestzijde. Zij staan met het front naar het buitengebied gericht. Dit geeft een duidelijke rand van het dorp met een open blik op het landschap. Ook aan de westzijde liggen enkele kassencomplexen. De woningen in de Staarterstraat kijken op de kassen. De opname in het recreatieve netwerk van het buitengebied biedt kansen om interessante rustplaatsen te creëren. Vanuit een recreatief – economisch oogpunt kan een ontwikkelingsplan hier concreet antwoord op geven. Uitgangspunt dient te zijn dat de plaatselijke (historische) kernkwaliteiten van het dorp en de aanwezige voorzieningen hierbij vertrekpunt moeten zijn.
16.8 Gewenste groenstructuur.
De gewenste groenstructuur is voor een substantieel deel reeds aanwezig. Vanuit deze bestaande groene waarden dient verder gebouwd te worden aan de gewenste groenstructuur. Uitgangspunten voor de gewenste groenstructuur van Meerlo zijn: - Ondersteuning van de gewenste identiteit (landelijke kern) - Aanvullen van de oudere elementen van de hoofdgroenstructuur - Verwevenheid tussen landelijk buitengebied en kern. De groenstructuur van Sevenum zit goed in elkaar. Echter voor de toekomst worden toch enkele verbeterpunten aangedragen, te weten: - De grote ontsluitingswegen hebben een weinig groene uitstraling. Het verder ontwikkelen van een groene hoofdstructuur is hier gewenst. - De omgeving van de kerk en van het gezondheidscentrum / gemeenschapshuis de Wingerd opwaarderen / kwalitatief verbeteren tot een groene parel. -De kwaliteit van het groen is voor een groot stuk bepalend voor de invloed die het groen heeft. Zowel het onderhoud als de inrichting bepalen de kwaliteit. - Het contact met het buitengebied via ommetjes / veldwegen moet bij de uitbreiding van de kern ook goed in de gaten gehouden worden.
94 | P a g i n a
95 | P a g i n a
17 Kenschets van Swolgen. 17.1 Historische perspectief en identiteit.
Swolgen behoort tot de oudere dorpen van het gebied en wordt in 1100 al vermeld. Het ligt tegen het dekzandgebied aan; aan een laagte die ooit werd ontwaterd door een wetering, De Leigraaf. Onder Swolgen hoorde een aantal gehuchten, waarvan Gun het belangrijkste was. De Sint Lambertuskerk dateert blijkens funderingen uit het begin van de 13de eeuw. Het dorp ligt langs de weg van Broekhuizenvorst naar Tienray. Het dorp kenmerkt zich door agrarische bedrijvigheid (aspergevelden, champignonkwekerijen en plantenkwekerijen), rust en ruimte. Er zijn prachtige natuurgebieden als de Tienrayse- en Swolgenderheide en natuurreservaat het Schuitwater. Swolgen ligt aan het Pieterpad (langeafstandswandelpad Pieterburen – St. Pietersberg Maastricht).
17.2 Groen rond 1850.
Op de historische kaart is te zien dat Swolgen ligt tussen de hogere enkeerdgronden ten noorden van het dorp en de Swolgenderheide ten zuiden van het dorp. Ook de Leigraaf is op de kaart terug te vinden. Deze wetering ontwaterde de gronden van het dorp in de richting van de Maas bij Broekhuizenvorst.
96 | P a g i n a
17.3 Kengetallen. Oppervlakte (incl. buitengebied) Inwoners binnen de bebouwde kom Woningen binnen de bebouwde kom Aantal bomen binnen de bebouwde kom Oppervlakte beplanting binnen de bebouwde kom Oppervlakte gras binnen de bebouwde kom Knipoppervlakte hagen binnen de bebouwde kom Groen per inwoner binnen de bebouwde kom Groen per woning binnen de bebouwde kom
Hoeveelheid 946 868 357 306 6.320 4.836 790 13 32
Eenheid Ha. Personen Stuks Stuks M2 M2 M2 M2 M2
97 | P a g i n a
7.4 Stedenbouwkundige opbouw.
Hoewel de kerk na de Tweede Wereldoorlog is herbouwd, dateren de fundamenten uit de 15de eeuw. De oudste bebouwing in Swolgen is dan ook gesitueerd rondom de kerk. De oorspronkelijke lintbebouwing is terug te vinden langs de Molenstraat en de Monseigneur Aertsstraat. Door inbreiding van woningbouw is de lintbebouwing grotendeels verloren gegaan. Tot de laatste eeuwwisseling is het dorp naar het zuidosten uitgebreid met kleinschalige woonwijken. Vanaf begin deze eeuw vindt woningbouw met name plaats aan de westzijde van het dorp.
17.5 Huidige infrastructuur.
Door de jaren heen is de Molenweg – Monseigneur Aertsstraat verworden tot de hoofdontsluitingsweg van Swolgen. Het verbind Swolgen met de dorpen Tienray (in het westen) en Broekhuizenvorst (in het oosten). Anders dan de naam vermoed leidt de Broekhuizerweg niet direct naar het dorp Broekhuizen. Het heeft zich derhalve niet ontwikkeld als een hoofdontsluitingsweg. Een duidelijke noord – zuid hoofdontsluitingsweg is niet aanwezig. Er zijn relatief veel plaatselijke ontsluitingswegen: Bosweg, Broekhuizerweg, Schoolstraat, Generaal Dempseyweg en Molenzijweg.
98 | P a g i n a