CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB.21.002 Groenstructuurvisie

Gemeenteraad 26 januari 2021, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven25.939 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Stuknummer: 20.0009093

Raad 26-01-2021 RIB.21.002

raadsinformatiebrief van

: Burgemeester en wethouders

portefeuillehouder

: E. Beurskens

aan

: De leden van de gemeenteraad

datum

: 9 november 2020

status

: Actieve informatie

openbaar

: Ja

Onderwerp RIB Groenstructuurvisie 2020

Aanleiding Uw Raad heeft op 19 maart 2019 ingestemd met de nota “Kwaliteitsverbetering onderhoud openbaar groen” . De Groenstructuurvisies van 2009 en 2012 zijn daarom geactualiseerd.

Beantwoording In 2009 zijn de Groenstructuurvisies vastgesteld van de dorpen die destijds behoorden bij de gemeente Horst aan de Maas. Na de fusie met de gemeenten Sevenum en (een gedeelte van) Meerlo-Wanssum zijn voor de 6 kernen die bij Horst aan de Maas kwamen, eveneens Groenstructuurvisies opgesteld en in 2012 vastgesteld. Met het vaststellen van de nota “Kwaliteitsverbetering onderhoud openbaar groen” in 2019 waren de vastgestelde Groenstructuurvisies niet meer actueel. Uw Raad heeft namelijk, door het vaststellen van genoemde nota, indirect ingestemd met de uitbreiding van de hoofdgroenstructuur en parels. In de nu voorliggende Groenstructuurvisie 2020 (GSV 2020) zijn de hoofdgroenstructuur en parels op een juiste wijze (conform de Nota Kwaliteitsverbetering openbaar groen) weergegeven. De GSV vormt een vertrekpunt voor het formuleren van nieuw beleid. Daarnaast dient nieuw beleid getoetst te worden aan de GSV. Hiermee wordt de GSV richtinggevend voor politieke beslissingen. Het mag echter niet zo zijn dat de GSV 2020 een definitieve en rigide belemmering mag vormen voor toekomstige ontwikkelingen. Daar waar noodzakelijk kan onderbouwd worden afgeweken en dient elders in compensatie voorzien te worden.

In de door uw Raad vastgestelde nota “Kwaliteitsverbetering onderhoud openbaar groen” is voorgesteld om de hoofdgroenstructuur en de parels uit te breiden ten opzichte van de groenstructuurvisies 2009 en 2012. Hiermee wordt onder andere het belang van openbaar groen aangegeven m.b.t. klimaatadaptatie en biodiversiteit. Tevens draagt een vastgesteld groenstructuurvisie bij aan de verdere groene uitstraling die de gemeente Horst aan de Maas voor ogen heeft. Het vanuit gemeentelijk oogpunt in stand houden en verbeteren van het openbaar groen is een stimulans voor de vele partijen die zich eveneens inzetten voor het (openbaar) groen. Middels De

Bezoekadres: BezoekAdres, PlaatsBA

Postadres / PostCodePA PlaatsPA

T TelefoonNummer

F FaxNummer

Pag. 2 van 2

Groenagenda (wordt opgenomen in het Duurzaamheidsprogramma Wij gaan Groen) kunnen de “groene partners” en overige inwoners kennis nemen van de Groenstructuurvisie 2020. Publieksvriendelijke versie. In maart 2019 heeft de gemeenteraad van Horst aan de Maas budget toegekend om de kwaliteit van het openbaar groen in onze gemeente te verbeteren en te versterken. De groenstructuurvisie is een nadere uitwerking hiervan. Het college van B&W heeft besloten om de Groenstructuurvisie 2020 vast te stellen. De status van het openbaar groen en het daaraan gekoppelde onderhoudsniveau is gewijzigd. Openbaar groen met de status hoofgroenstructuur of ‘parel’ heeft een hoog onderhoudsniveau. Openbaar groen dat niet de status hoofgroenstructuur of ‘parel’ heeft, wordt onderhouden op een basis onderhoudsniveau. Ook is door het vaststellen van de Groenstructuurvisie 2020 besloten dat openbaar groen met de status hoofdgroenstructuur of ‘parel’ behouden moet blijven (mag niet verdwijnen).

Bijlagen Bijlage 1 Groenstructuurvisie 2020

2

1 Inleiding. 1.1 Inleiding.

De Groenstructuurvisie (GSV) is een vervolgstap op het opgestelde Beleidsplan Openbaar Groen 2020 (BOG-2020). Dit BOG-2020 is voorwaardenscheppend en richtinggevend voor dit Groenstructuurplan 2020. In het BOG worden voorwaarden gesteld waar het groen aan moet voldoen om aan zijn functie te kunnen voldoen. Vanwege het vaststellen van de nota “Kwaliteitsverbetering openbare ruimte” d.d., 19 maart 2019, dient in navolging van Beleidsplan Openbaar Groen, ook de Groenstructuurvisie geactualiseerd te worden. Een van de richtinggevende voorwaarden is de kwantiteitsnorm en de invloeden die deze norm bepalen. Voor de gemeente Horst aan de Maas is uitgegaan van een norm van 35 m2 per inwoner of 73,5 m2 openbaar groen per woning. Gebleken is dat in de kleinere kernen deze norm niet gehaald wordt. Echter door het feit dat het landschap hier nog goed bereikbaar is en de privé tuinen nog een redelijk oppervlakte omvatten kan de norm voor de kleinere kerkdorpen ook lager zijn. Daarom wordt hier uitgegaan van 25 m2 openbaar groen per inwoner (of 52,5 m2 per woning) voor de nieuwe uitbreidingen. In de Groenstructuurvisie kan gekeken worden waar de hiaten in de groenstructuur zitten en worden voorstellen gedaan om deze aan te vullen. Verder kan er voor de toekomst een gewenste groenstructuur worden opgezet.

De in dit plan beschreven structuren en beelden worden beschreven als een na te streven eindbeeld. De realisering is stapsgewijs voorzien in een tijdsbestek van 5 tot 15 jaar. Een belangrijk deel zal worden gecombineerd met andere werken, zoals aanleg, reconstructie en renovatie van infrastructuur en renovatie van groen, een ander deel is afhankelijk van het in de komende jaren beschikbaar stellen van separate budgetten. In hoofdstuk 2 het nut en noodzaak van een Groenstructuurvisie beschreven worden. Hiermee wordt dit plan in haar kaders geplaatst. Hierna wordt het abstractieniveau van de Groenstructuurvisie geformuleerd zodat samen met het eerder beschreven nut, aangegeven wordt op welke wijze de Groenstructuurvisie gebruikt kan worden. Hoofdstuk 3 geeft de bestaande situatie van de kernen weer. Vanuit de bestaande kenmerken en waarden wordt het streefbeeld voor de groenstructuur aangegeven. Hier worden de verschillende structuren aangegeven om vervolgens nader te worden omschreven. Hier wordt per plek vrij gedetailleerd weergegeven wat de kenschets en aanmerkingen zijn, en welke maatregel voor deze plek nodig is inzake de groenvoorziening. Hierbij zijn de maatregelen beperkt tot de hoofdgroenstructuur, de aangewezen parels en de randen van het dorp.

1|Pagina

2 De Groenstructuurvisie. 2.1 Nut en noodzaak groenstructuurvisie.

Groenvoorzieningen vormen een belangrijk deel van de openbare ruimte. Groen vervult vele functies in onze leefomgeving. Wat groen onderscheidt van de andere componenten van de openbare ruimte is dat groen zich ontwikkelt (het groeit) tot een eindsituatie. Alle overige componenten zijn direct na aanleg klaar en volgroeid. De “boomplanter” moet goed voor ogen hebben wat het gewenste beeld over jaren dient te zijn. Hier dient de beheerder duurzaam naar toe te werken. Om richting te geven aan een duurzame invulling van het openbaar groen is een Groenstructuurvisie onontbeerlijk. Er dient namelijk vanuit een hoger perspectief invulling te worden gegeven aan het openbaar groen waardoor blijvend de gewenste identiteit en prettige leefomgeving gewaarborgd wordt. De Groenstructuurvisie geeft in hoofdzaak aan welke verschillende groenstructuren gewenst zijn (deelt in), geeft per structuur de importantie aan (waarde bepalend) en beschrijft de tekortkomingen met daarbij een oplossingsrichting (initiërend). Hierdoor kunnen gefundeerde beslissingen inzake groenplekken genomen worden en wordt groen ontwikkeld op basis van een visie (ontwikkelen met visie).

2.2 Schaalniveau van de groenstructuurvisie.

De Groenstructuurvisie wordt opgesteld voor de komende 15 jaar. Dit is een lange periode. Tijdens zo’n tijdvak zullen maatschappelijke ontwikkelingen plaatsvinden waardoor functies en eisen van het openbaar gebied zullen wijzigen. Om hier invulling aan te kunnen geven dient de Groenstructuurvisie voldoende flexibel te zijn waardoor ingespeeld kan worden op de veranderde omstandigheden. De Groenstructuurvisie mag geen rem vormen voor gewenste ontwikkelingen. In de Groenstructuurvisie is met name de samenhang van de verschillende groenvakjes tot een groter geheel van belang. Hierbij kan gesteld worden dat, indien groenvakken samenhangend zijn, de meerwaarde hierdoor verhoogd wordt. Het gaat dus in de Groenstructuurvisie niet om het individuele groenplekje. De GSV 2020 geeft het ruimtelijke groene kader op het hoogste niveau aan. Het geeft hiermee een nadere ruimtelijke uitwerking aan het Beleidsplan Openbaar Groen 2020 en vormt de uitgangspositie voor nadere uitwerkingsplannen. Hiermee functioneert de GSV (op structuurniveau) samen met het BOG (beleidsuitgangspunten) op hetzelfde niveau als het landschapsontwikkelingsplan (LOP) met dien verstande dat het LOP richtinggevend is voor het buitengebied terwijl de GSV bepalend is voor de groenstructuren binnen de bebouwde kommen.

Op de grens van buitengebied en bebouwde kom (de dorpsrand) vindt een interactie tussen de twee genoemde plannen plaats , waarmee deze dorpsrand beïnvloed wordt door beide plannen. Bij met name landelijke dorpen kan deze interactie een groot gebied omvatten.

2.3 Interactie dorp met landschap.

Zoals in 2.2. beschreven, behandelt het LOP de (groene) ontwikkelingen in het buitengebied en worden in de GSV de groene structuren binnen de bebouwde kom behandeld. Door deze indeling strikt te volgen wordt tekort gedaan aan de interactie die er bestaat tussen bebouwd en niet bebouwd gebied. Met name in deze dorpsrandzones worden over het algemeen nieuwe woonlocaties gepositioneerd en vindt vaak bedrijvigheid hier zijn plek. Anderzijds bepaalt de randzone voor een groot gedeelte de identiteit van het dorp en is de zone van wezenlijke invloed voor recreatieve uitwisseling tussen dorp en buitengebied. Daarom wordt binnen de GSV tevens de nodigde aandacht besteed aan deze rand, waarbij aangegeven wordt waar waardevolle ruimtelijke waarden zitten in het landelijke gebied en waar, en op welke wijze dorpsrandaanpassingen mogelijk of noodzakelijk zijn. Hierbij wordt uitdrukkelijk ook ingespeeld op het realiseren van interessante ommetjes voor met name de eigen bewoners en de ruimtelijke beleving hierbij van het landelijke gebied en de veiligstelling van deze waarden

2|Pagina

2.4 Gebruik van de groenstructuurvisie.

De GSV dient een werkdocument te zijn. Het geeft de ruimtelijke groenstructuur aan, en belangrijker nog, het geeft richting aan deze groenstructuur. Daarom dient de GSV gebruikt te worden in de verschillende fasen van het planproces: - Beleid De GSV vormt een vertrekpunt voor het formuleren van nieuw beleid. Daarnaast dient nieuw beleid getoetst te worden aan de GSV. Hiermee wordt de GSV richtinggevend voor politieke beslissingen. Het mag echter niet zo zijn dat de GSV 2020 een definitieve en rigide belemmering mag vormen voor toekomstige ontwikkelingen. Daar waar noodzakelijk kan onderbouwd worden afgeweken en dient elders in compensatie voorzien te worden. - Groenonderhoud / gebruik Groenobjecten hebben een functie. Deze functie is richtinggevend voor de wijze waarop onderhoud ingevuld wordt. Vaak worden budgetten voor onderhoud bepaald op onderhoudsniveau. Hiervoor dient de GSV veel meer als uitgangspunt genomen te worden. Beslissingen die in het onderhoud genomen worden dienen dan ook steeds getoetst te worden aan de GSV. Indien de beslissing niet strookt met deze GSV dient deze beslissing heroverwogen te worden. - Monitoren Op gezette tijden dient het openbaar groen gemonitord te worden. Voldoet het groen aan haar gestelde functie of zijn andere functies gewenst? Indien wijzigingen gewenst zijn, dan dienen deze wijzigingen vanuit de GSV geïnitieerd te worden.

- Nieuwe aanleg / renovaties Bij nieuwe aanleg is de GSV het vertrekpunt. Tijdens een renovatie kunnen de gewenste veranderrichtingen ingevuld worden die in eerste instantie in de GSV al zijn aangegeven. Daarnaast heeft de GSV aan bij welke groenstructuren de groenvlakken behoren. Dit bepaalt de beslisrichting in hoge mate.

2.5 Groenstructuur.

De groenvoorziening in het openbare gebied wordt ingedeeld in vier categorieën, namelijk: - Hoofdgroenstructuur. Deze groenvoorziening vormt de groene drager. Deze groenvoorziening zorgt met name voor samenhang en continuïteit en ondersteunt andere structuren (stedenbouw, verkeer, historie, ecologie). Deze groene structuur dient duurzaam en blijvend in stand te worden gehouden. Eigendom en onderhoud liggen bij de gemeente omdat met name de ruimtelijke continuïteit van belang is. - Parels. Parels zijn speciale plekken waarbij eenduidigheid niet van belang is. Deze parels vormen wel bijzondere dragers voor het openbare gebied en dragen substantieel bij aan de identiteit van het dorp. Parels dienen blijvend en duurzaam in stand gehouden te worden. Eigendom en onderhoud liggen bij de gemeente. - Ondersteunende hoofdgroenstructuur. Ondersteunende groenstructuur vormt geen onderdeel van de hoofdgroenstructuur. Deze structuur kan de hoofdgroenstructuur wel versterken en ondersteunt secundaire structuren. Over het algemeen dient dit groen in stand gehouden te worden maar hoeft vaak niet exact op de huidige plek gehandhaafd te blijven. Belangrijk is dat de beoogde functie ingevuld blijft. Eigendom dient bij de gemeente te blijven, onderhoud kan onder voorwaarden door burgers uitgevoerd worden. - Nevenstructuur. Alle overige groenvoorziening behoort tot de nevenstructuur.

Deze groenvoorziening draagt wel bij tot de groene uitstraling van een straat, buurt of kern (telt mee in de vierkante meters). Het onderhoud van het openbaar groen dat tot de nevenstructuur wordt gerekend kan onder voorwaarden afgestoten worden (buurtbeheer).

3|Pagina

In het BOG 2020 wordt reeds verklaard waarom groen zo belangrijk is. Landelijk is geprobeerd hier een norm aan te hangen. Deze wordt echter sterk beïnvloed door verschillende factoren, te weten: - de afstand tot het buitengebied - de verbindingsmogelijkheden met het buitengebied -de kwaliteit van het buitengebied - de kavelgrootte (grootte particuliere tuin) - de effectiviteit van het aanwezige groen (een boom heeft een relatief kleine oppervlakte maar kan veel meer invloed op het openbare gebied uitoefenen dan een groot gazon). Voor de gemeente Horst aan de Maas is voor de kernen Horst, Grubbenvorst en Sevenum uitgegaan van een norm van 35 m2 per inwoner of 73,5 m2 openbaar groen per woning (bij een gemiddeld aantal van 2,1 persoon per woning; bron CBS januari 2018). In de overige kleinere kernen wordt vanwege het feit dat het landschap nog goed bereikbaar is en de privé tuinen nog een redelijk oppervlakte omvatten, een norm gehanteerd van 25 m2 openbaar groen per inwoner of 52,5 m2 per woning.

4|Pagina

3 Kenschets van America. 3.1 Historisch perspectief en identiteit.

De geschiedenis van America begint in de 19de eeuw. Daarvoor was het gebied woeste grond (heide/bos) tegen de Peel. Het landbouwsysteem voor 1850 was gebaseerd op de drie-eenheid: woeste gronden, beemden (weidegronden) en akkers. Door overbeweiding had bos plaats gemaakt voor uitgestrekte heidevelden. Kleinschalige individuele ontginningen vormen een voortzetting van de kampontginningen uit de 16de – 18de eeuw. Deze kleinschalige ontginningen lagen soms aan de rand van het oudere cultuurlandschap, soms ook midden in de heide. De Tranchotkaart toont enkele kleine kampjes op de heide tussen Meterik en Hegelsom. Op de Topografische en militaire kaart (1837 – 1844) is het aantal keuterboerderijensterk toegenomen en is het gehucht America ontstaan. In America vinden we vele verspreid liggende groepen van dergelijke kampontginningen met boerderijstichting. De afzonderlijke kavels hadden tamelijk rechte grenzen, maar samen vormen ze een zeer onregelmatig patroon. Omdat zich in 1850 alternatieven aandienden voor de plaggenbemesting neemt de ontginning van heide een grote vlucht. De eerder genoemde boerderijtjes met hun kampen namen een aaneengesloten gebied in, dat Voor-America ging heten. De ontginning werd, via Voor-America, in de richting van de Peel voortgezet.

De naam America was intussen overgegaan naar een nieuwe serie ontginningen in de omgeving van de kruising van de Kabroekse Beek en de in 1866 aangelegde spoorlijn Eindhoven – Venlo, waar in 1885 een derde station voor Horst werd gebouwd. Dit gebouw is in 1970 afgebroken. Parallel aan de beek liepen toen al de Hofweg, Nusseleinstraat en de Zwarte Plakweg en langs het spoor de Hoebertweg. In 1891 kreeg deze nieuwe kern met de bouw van de St. Jozefkerk de status van kerkdorp als eerste afgesplitst van de parochie Horst. De keuterboeren en veenarbeiders, de turfstekers hadden een moeilijk bestaan. Dit heeft het volkskarakter van de Americanen gevormd.

3.2 Groen rond 1850.

Nevenstaande kaart geeft de situatie weer rond 1850 (in relatie tot de huidige situatie). Op de huidige locatie van het kerkdorp America was in 1850 weinig ontwikkeling. Hier lag midden in het heidegebied het Rustven (huidige straatnaam) van waaruit de Kabroekse Beek ontspringt als ontwatering voor de Sleng en het achterliggende peelgebied. Ook zien we verschillende landwegen en voetpaden die het heidegebied doorkruisen. Op een latere kaart (1866) zien we een onbestrate landweg met sloten vanuit de kern Horst via America parallel aan de Kabroekse Beek het peelgebied inlopen rond de Gras Keulen (huidige Hofweg en Zwarte Plakweg). Er zijn dan de eerste boerderijen met kleinschalige ontginningen (grasland/bos). Maar de naam America staat dan nog bij de boerderijen ten zuiden van Meterik, het latere Voor-America.

5|Pagina

3.3 Kengetallen. Oppervlakte (incl. buitengebied) Inwoners binnen de bebouwde kom Woningen binnen de bebouwde kom Aantal bomen binnen de bebouwde kom Oppervlakte beplanting binnen de bebouwde kom Oppervlakte gras binnen de bebouwde kom Knipoppervlakte hagen binnen de bebouwde kom Groen per inwoner binnen de bebouwde kom Groen per woning binnen de bebouwde kom

Hoeveelheid 2.487 1.133 520 544 8.133 31.068 1.950 36 79

Eenheid Ha. Personen Stuks Stuks M2 M2 M2 M2 M2

6|Pagina

3.4 Stedenbouwkundige opbouw.

De ruimtelijke structuur wordt gekenmerkt door bebouwingslinten. Markant is de aanwezigheid van de spoorlijn Eindhoven – Venlo te zuiden van America en de doorsnijding van het dorp door de Kabroekse Beek. De oudste kern wordt gevormd door de Pastoor Jeukenstraat en de Nusseleinstraat. De oude ontginningslijnen van de Hofweg en de Zwarte Plakweg met hun oude boerderijen hebben hun landelijke karakter bewaard maar zijn naar de kern toe verdicht. Na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde het dorp zich verder. Eerst door lintbebouwing langs de Wouterstraat, Gerard Smuldersstraat (verlengde van de Slikweg) en Kabroekstraat. In de jaren 70 van de vorige eeuw door clusterbouw in de gebieden tussen de lintbebouwing ten zuiden van de Kabroekstraat en door lintbebouwing langs de Kerkbosweg en Gerard Smuldersstraat (verlengde van de Kabroekstraat). En begin jaren 80 ten noorden van de Kabroekse Beek. In de jaren 90 ten noorden van de Gerard Smuldersstraat en de laatste uitbreidingen liggen in het uiterste noorden van het dorp met als grens een sloot die in de Kabroekse Beek uitkomt.

3.5 Huidige infrastructuur.

Het dorp is ontstaan aan een kruispunt van wegen. Ook nu nog is het kruispunt van de spoorlijn en de daaroverheen kruisende Nusseleinstraat Zwarte Plakweg het punt waar alle wegen vanuit de omliggende kernen naar toe leiden. Binnen de kern hebben buurtontsluitingswegen de verdere ontwikkeling van het dorp mogelijk gemaakt. Dit alles geeft een beeld als bij een spinnenweb. De spoorlijn is wel een duidelijke barrière in de ontwikkeling van het dorp. Ten zuiden van deze lijn zijn er alleen de oude ontginningswegen. De Slikweg was vroeger de ontsluiting van het dorp ten noorden van de Kabroekse Beek. Deze functie is inmiddels door de Gerard Smuldersstraat overgenomen en de Slikweg is nu een belangrijke fietsverbinding geworden.

7|Pagina

3.6 Huidige groenstructuur.

De huidige hoofdgroenstructuur in het dorp is niet zo zeer gebonden aan de hoofdinfrastructuur maar meer aan de van oudsher aanwezige lijnen vanuit het landschap, te weten de Kabroekse Beek en de oude ontginningslijn van de Slikweg. De hoofdwegen, begeleid door vaak nog jonge bomen, leggen dwarsverbindingen tussen de beide oude hoofdgroenstructuurlijnen. De hoofdgroenstructuur wordt verder sterk ondersteund door de verschillende groene verblijfsruimtes. Als parels zijn aan te merken de Beukenhof, het kerkplein, het Turfstekersplein en de groene ruimte bij de parkeerplaats voor vrachtwagens. Het bosje gelegen achter de woningen aan de Kerkbosweg heeft door de ligging geen invloed op de groenstructuur, wel moet bij verandering van bestemming voldoende groen volgens de normen uit het Beleidsplan Openbaar Groen 2020 (BOG 2020) worden aangebracht. Het ontstaan van het dorp door bebouwing langs linten heeft ervoor gezorgd dat de oudere woningen in het dorp op vrij grote kavels staan. Bij de clusterbouw die in de jaren 70 en later heeft plaats gevonden is voldoende ruimte voor groen in de openbare ruimte ingebracht. Ook de Kabroekse Beek met haar schouwpaden is een blauw - groene zone die invulling geeft aan de behoefte aan groene ruimte, welke in het BOG 2020 is omschreven. Zodoende benadert het dorp America de gewenste norm uit het BOG 2020.

Er moet echter op toegezien worden dat de kwaliteit van het groen voldoen aan het gewenste gebruik. De ontbrekende kwantiteit moet men in de hoofdgroenstructuur invullen.

3.7 Overgang van de kern met het buitengebied.

De overgang van de kern met het buitengebied beschrijft het beeld dat gewenst is vanuit de kern richting het buitengebied en omgekeerd. Tevens is er een doorkijk gemaakt naar toekomstige groeimogelijkheden van de kern aansluitend op het landschap, zonder afbreuk te doen aan het omringende landschap. Het landschap dient vanuit de kern te allen tijde bereikbaar en betreedbaar te blijven om het maken van ommetjes mogelijk te maken De spoorlijn Eindhoven – Venlo is een duidelijke barrière in de ontwikkeling van het dorp. Ten zuiden van deze lijn ontwikkeld het dorp zich alleen door verdichting van de lintbebouwing. Deze spoorlijn biedt tevens bescherming voor de rust en openheid van het gebied ’t Saar en een duidelijke grens aan het concentratiegebied glastuinbouw “Reindonk”. Het dorp heeft zich na de WOII vooral naar het noordoosten uitgebreid. Ook hier was er eerst lintbebouwing langs de bestaande toegangswegen. De oude lanen en strakke rechte ontginningslijnen die in het landschap aanwezig zijn zetten zich in het dorp voort. Zo is de Slikweg als langzame verkeersroute het dorp ingetrokken en heeft de hoofdgroenstructuur binnen de kern zich hier omheen ontwikkeld. Behoud van deze oorspronkelijke lanen die dorp en buitengebied verbinden is zeer gewenst. Ook de Kabroekse Beek zorgt ervoor dat het dorp sterk verbonden wordt met het omringende landschap.

De oevers van de Kabroekse Beek hebben een natuurlijke inrichting

8|Pagina

gekregen (2019). De meer natuurlijke inrichting van het beekdal zal de ecologische en toeristische waarde van het gebied vergroten. De rand van het dorp aan de oostzijde (Hofweg, Hoebertweg) is aan het vervagen. De vroegere duidelijke scheiding tussen openheid van het landschap en de dichtheid van de kern is aan het verdwijnen. Het gebied tussen de eerste kassen en de bebouwde kom kent nog enige open ruimtes tussen de lintbebouwing. Deze buffer dient als zodanig zeker gesteld te worden. Verdere verdichting is hier niet gewenst. Het achterliggende landschap is aangewezen om te ontwikkelen als concentratiegebied voor de kassenbouw. Het is voor de toerist weinig aantrekkelijk om tussen kilometers kassen door te fietsen. Een combinatie van beide gebruiksvormen is mogelijk door bij de planontwikkeling het landschap (bomenlanen, kleine landschapselementen) leidend te laten zijn. Aan de westzijde (Wouterstraat, Kerkbosweg) is er nog een geleidelijke overgang tussen dorp en buitengebied. Achter de Kerkbosweg stopt de lintbebouwing en liggen er verspreid in het buitengebied nog enige woningen. De ontwateringssloot die het dorp aan de noordzijde passeert ligt hier nog in het buitengebied. Ten oosten van de Gerard Smuldersstraat is diezelfde afwateringssloot de strakke grens van de noordelijke dorpsrand.

Door dwars op de historische richting van de ontginningslijnen een duidelijke dorpsrand in te richten d.m.v. een van oudsher aanwezig element als de ontwateringssloot en een haag of beplantingsrand wordt een mooie overgang tussen kern en buitengebied gerealiseerd.

3.8 Gewenste groenstructuur.

De gewenste groenstructuur is voor een substantieel deel reeds aanwezig. Vanuit deze bestaande groene waarden dient verder gebouwd te worden aan de gewenste groenstructuur. Uitgangspunten voor de gewenste groenstructuur van America: - ondersteuning van de gewenste identiteit (ontginningsdorp) - aanvullen / versterken van de hoofdgroenstructuur -verwevenheid tussen landelijk buitengebied en kern De (hoofd)groenstructuur van America is op tekening weergegeven. In het BOG 2020 wordt reeds verklaard waarom groen zo belangrijk is. Landelijk is geprobeerd hier een norm aan te hangen. Deze wordt echter sterk beïnvloed door verschillende factoren, te weten: - de afstand tot het buitengebied - de verbindingsmogelijkheden met het buitengebied -de kwaliteit van het buitengebied - de kavelgrootte (grootte particuliere tui) - de effectiviteit van het aanwezige groen (een boom heeft een relatief kleine oppervlakte maar kan veel meer invloed op het openbare gebied uitoefenen dan een groot gazon). Het beekdal van de Kabroekse Beek heeft invloed op de groenbeleving van de Americanen. America is een groen dorp met een duidelijke relatie naar het buitengebied. Het areaal is goed verdeeld over kijk- en gebruiksgroen. Enkele puntjes van aandacht hebben betrekking op de kwaliteit van de inrichting en versterking van de huidige hoofdgroenstructuur.

9|Pagina

10 | P a g i n a

4 Kenschets van Broekhuizen. 4.1 Historisch perspectief en identiteit.

Op plaatsen waar de Maas het makkelijkst te passeren was ontstonden van oudsher de eerste nederzettingen. Er zijn al uit de Romeinse tijd restanten van nederzettingen gevonden. In de middeleeuwen verklaarden edellieden zich onafhankelijk en ontstonden Broekhuizen en Broekhuizenvorst. De ligging aan de Maas zorgde regelmatig voor strijd om de heerschappij van dit gebied om uiteindelijk in 1839 definitief Nederlands te worden. De plaatselijke kasteelheren hadden hun kasteel tussen Broekhuizen en het gehucht de Stokt gebouwd. Het kasteel van Broekhuizen is in de laatste wereldoorlog totaal verwoest, een ruïne rest. Ook de laatgotische kerk werd verwoest, maar is herbouwd, en van de oude watermolen rest nog een molensteen als monument geplaatst op de grens van Broekhuizen en Broekhuizenvorst, waar de weg wordt gekruist door de Broekhuizer Molenbeek. Als gebied met rijke historie is Broekhuizen onderdeel van het Belvedèregebied langs de Maas. Dit houdt in dat er bijzonder gelet wordt op het behoud van cultuurhistorische elementen.

4.2 Groen rond 1850.

Bij Broekhuizen begint een oude Maasarm die eindigt ten noorden van het noordelijk gelegen dorp Wanssum. Deze oude rivierlopen, ook wel Maasmeanders genoemd, vindt men alleen in Midden en Noord-Limburg. Zij zijn ontstaan doordat de Maas vroeger haar loop regelmatig veranderde. Overblijfselen van de oude Maasbedding zijn in het landschap vaak te herkennen als waterplassen, vaak verscholen in wijde boogvormige broekformaties (broek = moeras). Met name het gebied Schuitwater is hier een prachtig voorbeeld van. Het groen in 1850 is niet heel veel anders als het groen in 2020. Het dorp ligt op een verhoging (terp) in een lichtglooiend landschap. De Maas is de natuurlijke grens aan de oostzijde. De uiterwaarden van de Maas werden en worden niet bebouwd vanwege het overstromingsgevaar. Zij zijn in gebruik als weiden en worden tegenwoordig steeds meer extensief beheerd. Verschillende wandel- en fietsroutes passeren hier. De Broekhuizer Molenbeek is een ander zeer duidelijk in het landschap terugkerend element. Ten noorden van Broekhuizen is de beek rechtgetrokken, maar verder westelijk heeft het haar oorspronkelijke vormgeving nog. De aanwezige bossen in het westen en zuiden staan ook al op de kaart van 1850. De verkaveling en de loop van de paden en de wegen is nu nog bijna hetzelfde als in 1850.

Door het verval van het kasteel en de ruilverkaveling zijn enkele wegen omgelegd of vervallen. Zelfs het grondgebruik is praktisch hetzelfde gebleven. Alleen nabij het dorp is van akkerbouw overgegaan naar tuinbouw c.q. kassenbouw. Binnen de bebouwde kom is alleen het beekdal van de Broekhuizer Molenbeek nog als oude groenstructuur herkenbaar.

11 | P a g i n a

4.3 Kengetallen. Oppervlakte (incl. buitengebied) Inwoners binnen de bebouwde kom Woningen binnen de bebouwde kom Aantal bomen binnen de bebouwde kom Oppervlakte beplanting binnen de bebouwde kom Oppervlakte gras binnen de bebouwde kom Knipoppervlakte hagen binnen de bebouwde kom Groen per inwoner binnen de bebouwde kom Groen per woning binnen de bebouwde kom

Hoeveelheid 590 646 290 101 3.236 13.924 224 28 62

Eenheid Ha. Personen Stuks Stuks M2 M2 M2 M2 M2

12 | P a g i n a

4.4 Stedenbouwkundige opbouw.

De oude kern van Broekhuizen ligt aan de huidige Veerweg. Deze kern ligt rondom de kerk tussen de huidige doorgaande weg Lottum – Broekhuizenvorst en de Maas. Het dorp breidde zich eerst uit door lintbebouwing langs de bestaande wegen. Later zijn er projectmatig aan de overzijde van de huidige doorgaande weg uitbreidingen gerealiseerd (Helmissenstraat, Ellenberg en Sef van Megenlaan). In de jaren 1990-2000 zijn er ten noorden en zuiden van de oude kern nog enkele woningen, vaak met schitterend uitzicht op de Maas, ontwikkeld (Molenberg, De Weem). De jongste uitbreiding vindt op dit moment plaats aan de Helmissenstraat nabij de Mr. Bergerstraat. De woningbouw bestaat voornamelijk uit vrijstaande of tweeonder-1-kap woningen. Alleen de laatste uitbreiding bestaan voor een gedeelte uit rijtjeswoningen.

4.5 Huidige Infrastructuur.

De oude wegenstructuur is nog goed in het dorp terug te vinden; echter het gebruik is veranderd. Vroeger was de Veerweg tevens de ontsluitingsweg naar het noorden en het zuiden. Thans is het alleen nog de weg naar het veer. De Lottumseweg liep vroeger tot de Slink en de Hoogstraat tot de brug over de Broekhuizer Molenbeek. De Hoogstraat is verlengd en sluit nu naadloos aan op de Lottumseweg. Samen zijn zij nu de hoofdontsluiting van het dorp. Een andere verbindingsweg van belang voor het dorp is de Stokterweg. Deze voert via Melderslo naar Horst en sluit ten zuiden van het dorp aan op de Lottumseweg. Vroeger volgde deze weg het tracé van de Mr. Bergerstraat en kwam bij de uit ca. 1750 stammende oude Mariakapel samen met de weg naar het kasteel. Om dan samen aan te sluiten op de Lottumseweg. Met het verdwijnen van het Kasteel is ook de weg er naar toe verdwenen en is het tracé nu alleen nog waarneembaar als sloot en verhoging in het landschap. Binnen het dorp is de Genenberg de ontsluitingsweg voor de aanliggende buurten naar de doorgaande weg Lottum – Broekhuizenvorst.

13 | P a g i n a

4.6 Huidige groenstructuur.

Binnen de dorpskern Broekhuizen zijn weinig oude groenwaarden meer te herkennen. Alleen het beekdal ten noorden van de oude kern is een groenelement dat van oudsher aanwezig is. De huidige groenstructuur heeft allemaal hetzelfde niveau. Er is geen duidelijke hoofd- of nevenstructuur te ontdekken. Het groen bestaat voornamelijk uit kijkgroen / aankledingsgroen. Aan de Ellenberg is een klein terrein gedeeltelijk ingericht als speelterrein en ook ten zuiden van de Sef van Megenlaan ligt een trapveld met enkele speeltoestellen. Langs de hoofdverkeersontsluiting liggen verder nog enkele grotere plantsoenen met een kapelletje, veldkruis en kunstwerk.

4.7 Overgang van de kern met het buitengebied.

De overgang van de kern met het buitengebied beschrijft het beeld dat gewenst is vanuit de kern richting het buitengebied en omgekeerd. Tevens is er een doorkijk gemaakt naar toekomstige groeimogelijkheden van de kern aansluitend op het landschap, zonder afbreuk te doen aan het omringende landschap. Het landschap dient vanuit de kern ten allen tijden bereikbaar en betreedbaar te blijven om het maken van een ommetje mogelijk te maken. Broekhuizen is een dorp dat duidelijk afgebakend in het landschap is gelegen. Het ligt op een verhoging in een licht glooiend, open ontginningslandschap. De invalswegen vanuit het landschap worden sporadisch begeleid door een bomenrij. In het landschapsontwikkelingsplan (LOP) is wel de intentie geuit om deze structuren verder aan te brengen. Het dorp heeft een duidelijke relatie met de Maas. De woningen aan deze zijde van het dorp zijn er ook op gericht om te kunnen genieten van het Maaslandschap. Dit gebied kan meer toeristisch ingericht worden maar moet wel haar groene karakter behouden. Ook aan de andere zijde van het dorp zou de dorpsrand naar het landschap gericht moeten zijn. Dit is nu niet zo. Maar door uitplaatsen van de aanwezige kassen ontstaat de mogelijkheid om bebouwing te ontwikkelen die naar buiten is gekeerd. Ook het trapveldje aan de Sef van Megenlaan geeft hiertoe nog ruimte.

Wel moet erop worden toegezien dat het trapveld elders wordt ingericht. Aan de zuidkant is er een strakke overgang tussen dorpskern en landschap. De weg naar Melderslo en Horst is hierbij de grens. De toegang tot het dorp wordt geaccentueerd door de aanwezigheid van een kunstwerk / monument (hoek Stokterweg – Lottumseweg). De bomen aan de Stokterweg staan dicht tegen de bebouwing, terwijl verderop in het buitengebied de bomen aan de overzijde zijn aangeplant. Wanneer volgens de intentie van het LOP de bomen aan deze zijde tot de Lottumseweg worden doorgetrokken kunnen de aanwezige bomen voor de woningen wijken. Het gebied tussen Broekhuizen en Broekhuizenvorst moet open blijven. Beide dorpen zouden een sterke inkom moeten krijgen. Voor Broekhuizen zou dit gerealiseerd kunnen worden door duidelijker aan te geven waar de Broekhuizer Molenbeek de doorgaande weg kruist. Het beekdal van de Broekhuizer Molenbeek ten noorden van het dorp is een duidelijke grens maar zou door renatuering een natuurlijke overgang naar het achterliggende landschap moeten gaan vormen. Dit biedt ook mogelijkheden om de recreatieve routes vanuit het landschap het dorp in te laten komen. Nu volgen deze routes nog de verharde weg. Er zijn meer mooie aanleidingen om toeristische routes en ommetjes aan het dorp te verbinden.

Zo zijn er de ruïne en vroegere toegangsweg van het kasteel, die nauwelijks nog in het landschap terug te vinden zijn en natuurlijk de Maas met de loswal die door een ommetje aan het dorp te binden zijn.

14 | P a g i n a

4.8 Gewenste groenstructuur.

De gewenste groenstructuur is voor een substantieel deel reeds aanwezig. In het dorp is geen echte hoofd- of nevenstructuur in het groen te herkennen. Het groen is over het gehele dorp verdeeld en merendeel ingericht als kijkgroen. Een parel is het beekdal van de Broekhuizer Molenbeek. Verder liggen er langs de noord-zuidverbinding nog enkele bijzondere plekken met een kapelletje, veldkruis of kunstwerk / monument. Vanuit deze bestaande groene waarden dient verder gebouwd te worden aan de gewenste groenstructuur. Uitgangspunten voor de gewenste groenstructuur van Broekhuizen: - Ondersteuning van de gewenste identiteit (landelijke kern aan de Maas) - Verbeteren van de eenheid van het dorp, meer binding tussen oostelijke en westelijke dorpshelft - Duidelijke toegangspoorten als accent in de relatie tussen buitengebied en dorpskern. De hoofdgroenstructuur van Broekhuizen is op tekening weergegeven. Kenmerkend voor het dorp is de ogenschijnlijke afwezigheid van een groenstructuur. De doorgaande infrastructuren worden niet begeleid door laanbomen. Er is meer een groenstructuur in de vorm van groen daar waar ruimte is. Dit dient verder uitgebouwd te worden.

Om de beide dorpshelften tot een eenheid te vormen zal de dominante scheidingslijn van de N555 (Hoogstraat / Lottumseweg) niet door een bomenlaan worden geaccentueerd maar juist worden gebroken door het aanbrengen van bomen aan weerszijde van de N555 daar waar zijstraten aansluiten. Er wordt dus niet gestreefd naar lijnvormige elementen, maar elke mogelijkheid dient aangegrepen te worden om groen te realiseren. Hierbij dient ingezet te worden op met name duurzaam groen (grote solitairbomen en blokgroen) langs de invalswegen en in de woonstraten. In het buitengebied, niet ver van het dorp, zijn er verschillende mooie plekken.

15 | P a g i n a

16 | P a g i n a

5 Kenschets van Broekhuizenvorst. 5.1 Historisch perspectief en identiteit.

Uit archeologische vondsten blijkt dat de Maasoevers al duizenden jaren voor Christus bewoond moeten zijn geweest. Er zijn bewijzen van agrarische bebouwing uit de Bronstijd ( ca. 1500 – 700 v Chr.), de IJzertijd, de Romeinse tijd en de tijd van de volksverhuizingen. Na de Romeinse tijd heersten in dit gebied de Karolingse vorsten. Door slecht beheer kregen de plaatselijke edellieden de kans om zich de macht toe te eigenen en viel het gezag uit elkaar in verschillende heerlijkheden met eigen rechtspraak. Uit deze tijd is kasteel Ooijen van de familie Van Broekhuysens, die destijds de macht in deze streek in handen hadden en ook vertegenwoordigd waren in het Statenbestuur. Ook het herengoed “de Kolck” is in de 16de eeuw ontstaan uit een neventak van de familie Van Broekhuysens. Oorspronkelijk als kasteel met grachten omgeven in de 18de eeuw en vervangen door een landhuis en tenslotte is in 1904 de huidige boerderij gebouwd. Het oudste gedeelte van de kerk is uit de 13de eeuw. De eerste vermelding dateert van 1214. In 1944 bliezen Duitse soldaten de kerk op en verdwenen alle historische schilderijen. De oude kerkhofmuren uit de 17de eeuw alsook de kerkschatten bleven bewaard. Het dorp heeft dus een rijke historische geschiedenis zoals de meeste Maasdorpen.

5.2 Groen rond 1850.

In het landschap rondom Broekhuizenvorst is de aanwezigheid van de Maas terug te herkennen. Op de hogere zandafzettingen treffen we, door de mens beïnvloed, grote oppervlakten oud bouwland aan, ontstaan door plaggenbemesting; de zgn. velden, die meteen herkenbaar zijn door de bolle vorm. In de dieper gelegen beekdalen, in gebruik als grasland, ontwateren de beken in de oude maasmeanders die door de slecht water doorlatende bodem (rivierleem) omgevormd zijn naar moerassige gebieden. Op de historische kaart is dit nog duidelijk zichtbaar. Het moerassige, bosrijke gebied ten noorden van de Kasteelweg wordt door twee beken ontwaterd. De Marsbeek, die de Ooijenseweg passeert en dan ten oosten van de Broekstraat richting de Maas stroomt. En een tweede watergang die tussen de Zeelberg en de Beerendonckerweg noordelijk van het dorp stroomt om uiteindelijk samen met de Marsbeek verderop in de Maas te stromen. Het dorp wordt door de Maas gescheiden door een bredere zandrug die alleen door dit beekdal wordt doorsneden. Op de grens tussen grasland en akkers komen wegen met lintbebouwing voor die samenkomen tot een kern rondom de kerk. Het landgoed “de Kolck” ligt duidelijk zichtbaar ten zuiden van Broekhuizenvorst midden tussen de akkers. Opmerkelijk is te zien dat de grachten rondom dit landgoed van water voorzien worden door een sloot (De Kolck) vanuit de Broekhuizer Molenbeek.

Iets verder van het dorp in noordelijke richting ligt dan nog kasteel Ooijen. De grachten rondom dit kasteel waren d.m.v. een sloot voorzien van water uit de Marsbeek.

17 | P a g i n a

5.3 Kengetallen. Oppervlakte (incl. buitengebied) Inwoners binnen de bebouwde kom Woningen binnen de bebouwde kom Aantal bomen binnen de bebouwde kom Oppervlakte beplanting binnen de bebouwde kom Oppervlakte gras binnen de bebouwde kom Knipoppervlakte hagen binnen de bebouwde kom Groen per inwoner binnen de bebouwde kom Groen per woning binnen de bebouwde kom

Hoeveelheid

Eenheid

574 846 378 326 12.203 10.537 1.690 27 61

Ha. Personen Stuks Stuks M2 M2 M2 M2 M2

18 | P a g i n a

5.4 Stedenbouwkundige opbouw.

Broekhuizenvorst is ontstaan aan de oorspronkelijke noord-zuidverbinding op hoger gelegen gronden aan de westoever van de Maas. Daar waar de weg naar Tienray verder het land invoerde. Op dit kruispunt werd in de 13de eeuw een eerste kerk gebouwd. Hier omheen ontwikkelde zich langzaam een dorpskern. De oudste gebouwen die nu nog in het dorp aanwezig zijn liggen aan het kerkplein en zijn als rijksmonument beschermd. Langs de doorgaande wegen heeft zich de lintbebouwing steeds verder verdicht. Er is uit bijna elke periode wel bebouwing terug te vinden. Het bouwen in clusters is vanaf 1950 gebeurd. Eerst in zuidelijke richting tussen de Broekhuizerweg en Maasstraat. Later in de driehoek tussen de Broekhuizerweg, Swolgenseweg en Heming en de laatste uitbreiding in noordelijke richting tussen Maasstraat en Broekstraat. Het dorp is aan de west, zuid- en oostzijde strak begrensd door naar buiten gekeerde bebouwing met een duidelijke groene grens. In noordelijke richting is de begrenzing niet duidelijk.

5.5 Huidige infrastructuur.

Er is door de eeuwen heen niet veel veranderd aan de ontsluiting van het dorp. De enige duidelijke wijziging is het feit dat al het doorgaande noord-zuidverkeer niet meer door het dorp rijdt maar nu via de Broekstraat het dorp passeert. De Swolgenseweg, Ooijenseweg en de Kerkstraat – Broekhuizerweg zijn ingericht als 50 km. wegen. De overige straten zijn woonstraten met een 30 km. zone. Via de Swolgenseweg is de toegang tot het dorp goed voelbaar. Je rijdt hier duidelijk vanuit het buitengebied het dorp binnen. De beide andere hoofdentrees via de Ooijenseweg en de Broekhuizerweg verlopen veel minder sterk.

19 | P a g i n a

5.6 Huidige groenstructuur.

Een duidelijke groene hoofdstructuur is in het dorp niet terug te vinden. Verspreid langs de hoofdwegen zijn plantsoenen aangelegd, maar echte ruimte voor een aaneengesloten groenstructuur is hier nauwelijks. Alleen langs de Swolgenseweg is een eenduidige groenstructuur van hagen en bomen, die echter niet geheel tot aan het kerkplein wordt doorgezet. Beeldbepalend in de huidige groenstructuur is de omgeving van de kerk met het kerkplein en de aanwezige kerk. Een echte parel voor het dorp. De oude bomen en keibestratingen op het kerkplein zorgen voor een rustige groene atmosfeer die je terugvoert in de tijd. Waar mogelijk zijn de straten voorzien van een boomaanplant. In oude wegprofielen werd echter nog geen ruimte voorzien voor openbaar groen. De nevenstructuur van het groen, die gesitueerd is in de woonstraten, is goed verdeeld over het dorp. Er is voldoende kijkgroen. Het aantal plekken waar gebruiksgroen (speelplekken, zitjes) is gesitueerd is beperkt. De behoefte hieraan zal hier ook minder zijn omdat bij de huizen over het algemeen een ruime tuin gelegen is. Bij het in gebruik geven van openbaar groen moet wel gelet worden op de functie die het groen heeft en kan krijgen in de woonomgeving. Kijkgroen wat als zodanig blijft functioneren is geen probleem. Maar grotere plekken die een gebruiksfunctie (kunnen) hebben moeten niet in gebruik worden gegeven.

Achter de brouwerij, centraal in het dorp, is een terrein ingericht voor de oudere jeugd. Hier zijn een trapveld en enkele skatevoorzieningen aanwezig. Aansluitend aan dit terrein ligt tussen de achtertuinen van de Maasstraat en Op de Kamp een groenzone. Zoals uit het steunmuurtje in Op de Kamp en de wilgen langs het pad is af te leiden heeft hier in het verleden een waterloop gestroomd. Op de historische kaart is hier nog het een en ander van terug te vinden.

5.7 Overgang van de kern met het buitengebied.

De overgang van de kern met het buitengebied beschrijft het beeld dat gewenst is vanuit de kern richting het buitengebied en omgekeerd. Tevens is er een doorkijk gemaakt naar toekomstige groeimogelijkheden van de kern aansluitend op het landschap, zonder afbreuk te doen aan het omringende landschap. Het landschap dient vanuit de kern ten allen tijde bereikbaar en betreedbaar te blijven om het maken van ommetjes mogelijk te maken. Broekhuizenvorst en Broekhuizen zijn twee dorpen met ieder een eigen geschiedenis welke wel nauw verbonden zijn met elkaar. Om deze historie te respecteren moet voorkomen worden dat de beide kernen naar elkaar zouden toegroeien. Broekhuizenvorst moet dus een duidelijke zuidelijke poort krijgen tussen het buitengebied en de kern. Het tussenliggende buitengebied moet zo natuurlijk mogelijk ingericht worden met zichten vanaf de provinciale weg (N555) het landschap in. Deze provinciale weg is ook een duidelijke grens aan de oostzijde van het dorp. Slechts een boerderij ligt buiten deze komgrens. Dit komt uiteraard ook door de ligging van de winterbedding van de Maas. Het gebied staat in het Provinciaal Ontwikkelingsplan (POL) aangegeven als zandmaas. Winning van zand om de winterbedding uit te diepen en zo de Maas meer ruimte te geven. Dit biedt ook mogelijkheden om het dorp meer te binden met de Maas.

Natuurontwikkeling en ook toeristische exploitatie van het gebied kan de kern ten goede komen. Er ontstaat zelfs de mogelijkheid om sporadisch op enkele terpen in de uiterwaarden te bouwen en de beken te renatureren. Aan de

20 | P a g i n a

zuidwestzijde van het dorp heeft men een schitterend uitzicht op Broekhuizen en op huize “de Kolck”. Verderop liggen de bos- en heidegebieden. De vrije ligging van het landgoed met zijn schitterende bomenlaan duidt op de rijke geschiedenis van dit gebied. De strakke begrenzing van het dorp met zijn huizen die naar buiten zijn gericht wordt nog eens benadrukt door de aanwezige straatbomen. De aanwezige kas is een minder fraai beeld. Door uitplaatsing zou hier de strakke dorpsrand tot aan de Roathweg kunnen worden doorgetrokken. Boven de Swolgenseweg is nog geen duidelijke dorpsrand waar te nemen vanuit het landschap. Men kijkt op achtertuinen, de sportvelden, een agrarisch bedrijf met aangrenzend akkers, kassen en loodsen aan de Ooijenseweg. Ontwikkeling van het dorp in noordelijke richting zou rekening moeten houden met de korte afstand tussen oude kern en buitengebied. Dus geen clusterbouw maar een uitvloeien van de bebouwing in het landschap met behoud van de oorspronkelijke lijnen. Tussen de Ooijenseweg en Broekstraat is een verrommeld gebied met nauwelijks landschappelijke waarde. Hier zijn wel aanwijzingen van een voormalige waterloop / beekdal te herkennen. Met dit voormalige beekdal als basis is het mogelijk bij verdere ontwikkelingen een wisselwerking tussen landschap en kern te verkrijgen.

5.8 Gewenste groenstructuur.

De gewenste groenstructuur is voor een substantieel deel reeds aanwezig. Vanuit deze bestaande groene waarden dient verder gebouwd te worden aan de gewenste groenstructuur. Uitgangspunten voor de gewenste groenstructuur van Broekhuizenvorst: - ondersteuning van de gewenste identiteit (landelijke kern) - opwaarderen van het centrumgebied - verbeteren van de oude elementen van de groenstructuur - verwevenheid tussen landelijk buitengebied en kern De gewenste groenstructuur van Broekhuizenvorst bestaat uit: - de parel rondom de kerk - de parel Huize de Kolck - de historische hoofdwegen - het terrein achter de huizen van de Maasstraat (waar vroeger een beek liep) - de schoolomgeving - de entrees van het dorp Om de hoofdgroenstructuur duidelijker aanwezig te laten zijn zal er een groene verbinding moeten ontstaan tussen de entrees van het dorp en de parel rondom de kerk. De entrees dienen meer open gemaakt te worden en het naar binnen gekeerde karakter dient omgevormd te worden naar een meer toegankelijk, veilig en uitnodigend karakter, onderdeel van de overige openbare ruimte van Broekhuizenvorst.

21 | P a g i n a

22 | P a g i n a

6 Kenschets van Evertsoord. 6.1 Historisch perspectief en identiteit.

Het dorp Evertsoord vindt zijn oorsprong in een van de twee DUW-kampen (Dienst Uitvoering Werken). Deze kampen ontstonden eind jaren dertig van de 20ste eeuw daar waar de onderkomens stonden voor de mensen die aan de ontginning van het Sevenumse deel van de Peel te werk werden gesteld. Eind 1939 en begin 1940 verschenen de eerste boerderijen in het gebied. Uiteindelijk veranderde het kamp tot een woonplaats. Evertsoord ontleent haar naam aan de toenmalige burgemeester van Sevenum, de heer Everts, die zich volop inzette voor het in cultuur brengen van deze woeste Peel. De door hem bedachte strakke contouren zijn nog steeds herkenbaar.

6.2 Groen rond 1850.

Op de historische kaart van 1850 is Evertsoord uiteraard nog niet te zien. De bewoonde wereld stopt na Kronenberg en gaat over in heidevelden met vennen en moerassen en nog verder het hoogveen van de Peel.

6.3 Kengetallen. Oppervlakte (incl. buitengebied) Inwoners binnen de bebouwde kom Woningen binnen de bebouwde kom Aantal bomen binnen de bebouwde kom Oppervlakte beplanting binnen de bebouwde kom Oppervlakte gras binnen de bebouwde kom Knipoppervlakte hagen binnen de bebouwde kom Groen per inwoner binnen de bebouwde kom Groen per woning binnen de bebouwde kom

Hoeveelheid 1.394 68 16 1.615 1.108 1.140 73 144 612

Eenheid Ha. Personen Stuks Stuks M2 M2 M2 M2 M2

23 | P a g i n a

6.4 Stedenbouwkundige opbouw.

Evertsoord is een ontginningsdorp. Vanuit de werkverschaffingskampen is vanaf de jaren 30 van de vorige eeuw een woonwijk ontstaan. De eerste boerderijen vestigden zich van 1939 – 1940. De oudste bebouwing (hoofdzakelijk) boerderijen zijn te vinden langs de Patersstraat en de Kerkkuilenweg. Er is geen duidelijke stedenbouwkundige structuur te ontdekken, daarvoor is Evertsoord te kleinschalig. De in de tweede helft van de jaren 50 van de vorige eeuw gevestigde kleuter en lagere school zijn, vanwege het uitblijven van bevolkingsgroei in Evertsoord weer gesloten (resp. in 1972 en 1976).

6.5 Huidige Infrastructuur.

De Patersstraat is de doorgaande weg naar het ten noordoosten gelegen Kronenberg en het ten westen gelegen Helenaveen. Langs de Patersstraat zijn alle (voormalige) voorzieningen gelegen. De Kerkkuilenweg en de Wertemerweg zijn ‘buurt’ontsluitingswegen en van ondergeschikt belang.

24 | P a g i n a

6.6 Huidige groenstructuur.

Evertsoord is vooral lintbebouwing. En de kerk ligt hier niet in het centrum maar verscholen achter het groen in de buurt van de vrouwengevangenis. De begraafplaats ligt, ten opzichte van de kerk, aan de andere zijde van de Patersstraat, eveneens nauwelijks zichtbaar voor de passant. De groenstructuur in Evertsoord bestaat voornamelijk uit bermen met bomen. Rond het gemeenschapshuis is het openbaar groen heringericht om de fietsers hier een pauzeplek aan te bieden. Er kan hier gebruik gemaakt worden van de voorzieningen van het gemeenschapshuis. Ook aan de kruising Patersstraat – Driekooienweg is een picknickplaats ingericht. Het aanwezige sportveld wordt nog gebruikt door gasten van de groepsaccommodatie De Patrijs (zijn de barakken van het voormalige werkkamp) . De kerk en begraafplaats liggen aan de rand van het dorp bij de vrouwengevangenis. Zij hebben niet de centrumlocatie zoals dat in de meeste dorpen wel het geval is. Evertsoord wordt in zijn geheel opgenomen in haar omgeving en is te omschrijven als één grote parel.

6.7 Overgang van de kern met het buitengebied.

In Evertsoord is de overgang van kern naar buitengebied zeer groot. Het buitengebied bestaat uit weilanden en lintbebouwing met verre doorzichten over het landschap. Door de hoge struikbeplanting en bomen die de woonkern omgeven is Evertsoord vanuit het buitengebied nauwelijks waar te nemen. Pas bij het werkelijk doorkruisen van Evertsoord ervaart de passant dat hier een woonkern ligt. De opname in het recreatieve netwerk van het buitengebied biedt kansen om interessante rustpunten te creëren. Vanuit een recreatief-economisch oogpunt kan een ontwikkelingsplan hier antwoord op geven. Uitgangspunt dient te zijn dat de plaatselijke (historische) kernkwaliteiten van het dorp en de aanwezige voorzieningen hierbij vertrekpunt moeten zijn. De aanwezige rustplaatsen uitgerust met een picknickset bieden weinig meer dan wat de naam aangeeft, namelijk rust.

6.8 Gewenste groenstructuur.

De gewenste groenstructuur is voor een substantieel deel reeds aanwezig. Vanuit deze bestaande groene waarden dient verder gebouwd te worden aan de gewenste groenstructuur. Uitgangspunten voor de gewenste groenstructuur van Evertsoord zijn: - Ondersteuning van de gewenste identiteit (landelijke kern) - Aanvullen van de oudere elementen van de hoofdgroenstructuur - Verwevenheid tussen landelijk buitengebied en kern. - Meer herkenbaarheid / zicht op de kerk en de begraafplaats creëren door het wegnemen van de hoge beplanting om meer binding te verkrijgen met de rest van de kern. Eventueel hiervoor ook hagen aanbrengen tussen fietspad en rijbaan van de Patersstraat. Evertsoord is als kern een grote parel te noemen. Deze waardering komt voort uit de historie / het ontstaan van deze kern. Het openbaar groen van Evertsoord beperkt zich tot bermen met bomen en een enkele rustplaats (picknick).

25 | P a g i n a

26 | P a g i n a

7 Kenschets van Griendtsveen. 7.1 Historisch perspectief en identiteit.

Griendtsveen is ontstaan als bedrijfsdorp. In eerste instantie werd de Peel door de “Maatschappij tot Ontginning en Vervening van de Peel” met stichter Jan van de Griendt ontgonnen vanuit het dorp Helenaveen. Met de komst van de spoorlijn Eindhoven – Venlo in 1866 werd het interessant om de Helenavaart door te trekken tot aan deze spoorlijn en ook dit gebied te exploiteren. In 1880 werd deze doortrekking met bijbehorende zijkanalen voltooid. Bij dit station werden in eerste instantie turfstrooiselfabrieken met pakhuis, loodsen en werkplaatsen gebouwd. Vanaf 1885 werden er door de Maatschappij Griendtsveen, van de zonen van Jan van de Griendt, woningen gebouwd voor de huisvesting van werknemers in de turfwinning, strooiselfabrieken en landbouw. Ging het aanvankelijk om een kortlopende exploitatie, en dus een tijdelijke nederzetting, met de bouw van een eigen school (1894) en een eigen kerk (1895) veranderde de toekomstvisie. Het dorp concentreert zich aan de Helenavaart. In 1897 wordt Villa Sphagnum gebouwd. Later zijn er op het terrein van de villa nog andere woningen en een boerderij gebouwd. Rond 1900 werden de meeste fabrieken en huizen van Griendtsveen oostelijk van de villa gebouwd. De ligging en richting van de aangelegde kanalen vormden de structuurdragers voor deze ruimtelijke ontwikkeling.

In Griendtsveen was de vreemde situatie ontstaan dat praktisch het gehele dorp eigendom was van een maatschappij: de NV Maatschappij Van de Griendt’s Land Exploitatie. De eerste helft van de 20ste eeuw kenmerkte zich door de overgang van turfwinning naar de land- en tuinbouw. Het inwonersaantal stagneert en loopt zelfs terug. Het dorp raakt in verval. De gracht achter de fabriek slibt dicht en de ontsluitingsweg wordt afgesloten. Woningen worden gesloopt. In 1956 wordt door een overeenkomst tussen de maatschappij en de voormalige gemeente Horst het dorp overgedragen aan de gemeente. De leefbaarheid van het dorp is een steeds terugkerende vraag gebleven. Door nieuwbouw in het noordwesten van het dorp te realiseren heeft men dit geprobeerd op te lossen. Griendtsveen is nu een klein agrarisch dorp op de rand van het natuurgebied De Peel. Het dorp en het omliggende gebied weerspiegelen de ontstaansgeschiedenis van de peelontginningen van eind 19de, begin 20ste eeuw nog goed. Het landschap van sobere bebouwing, rechte wegen, kanalen en beplantte lanen – te midden van de uitgestrekte peelvenen - is een uniek historisch cultuurlandschap voor Nederland. Griendtsveen is daarom in 1996 aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Grootschalige landbouw zoals in de omliggende dorpen is hier nu niet meer mogelijk.

Er wordt gekeken naar andere vormen van economische vitaliteit en leefbaarheid terwijl het unieke historische karakter van het dorp en het omliggende agrarische cultuurlandschap behouden blijft. Griendtsveen is een Limburgs dorp met een zuiver Brabants dialect en een Drentse veenkoloniestructuur.

7.2 Groen rond 1850.

Het dorp Griendtsveen bestond nog niet in 1850. Het gebied bestond toen nog uit hoogveen.

27 | P a g i n a

7.3 Kengetallen. Oppervlakte (incl. buitengebied) Inwoners binnen de bebouwde kom Woningen binnen de bebouwde kom Aantal bomen binnen de bebouwde kom Oppervlakte beplanting binnen de bebouwde kom Oppervlakte gras binnen de bebouwde kom Knipoppervlakte hagen binnen de bebouwde kom Groen per inwoner binnen de bebouwde kom Groen per woning binnen de bebouwde kom

Hoeveelheid 981 487 204 698 2.545 20.175 352 42 99

Eenheid Ha. Personen Stuks Stuks M2 M2 M2 M2 M2

28 | P a g i n a

7.4 Stedenbouwkundige opbouw.

29 | P a g i n a

De stedenbouwkundige opbouw van Griendtsveen is in drie elementen uit te splitsen. Dit heeft alles te maken met de ontstaansgeschiedenis van het dorp. Het oudste deel van het dorp is gelegen langs de Helenavaart. Hier liggen nu nog de kerk, de school en enkele woningen. De tweede fase in opbouw van het dorp bestaat uit de Villa Sphagnum, die centraal gelegen aan de overkant van de Helenavaart werd gebouwd. Met vervolgens aan de oostelijke zijde de verdere uitbouw van het veendorp. De rechtlijnige structuur van de veenkanalen vormde de basis voor stedenbouwkundige ontwikkelingen. Later zijn er afwijkend enkele woningen in schuine lijn tussen gezet. Na het einde van de turfwinning raakte het dorp in verval. De verbindingsvaart en –weg tussen “oud” en “nieuw” Griendtsveen verdwenen en er ontstonden twee aparte buurten. Na 1956 toen de gemeente Horst Griendtsveen overnam ontwikkelde men in het noordwesten van het dorp nieuwbouw. Dit werd opgehangen aan het tracé van het oude hulpspoor dat werd omgevormd tot de Pastoor Hendrikstraat en de St. Barbarastraat. De laatste uitbreiding heeft plaats gevonden in de jaren 2010 -2020 in de Sint Barbarastraat. Eind 20ste eeuw was de historische laanstructuur deels verdwenen en het traditionele drietands – watersysteem (hoofdvaart – hoofdwijken en kruiswijken) verwaarloosd.

Door moderne aanpassingen aan gebouwen is het karakter van het gebied veranderd. In het project “Herstel kanalen te Griendtsveen” zijn de kanalen hersteld en is ook de ontbrekende laanstructuur weer aangebracht. Tegelijkertijd heeft Griendtsveen – net als veel andere kleine dorpen – te maken met problemen op het gebied van leefbaarheid : winkels en voorzieningen verdwijnen, de landbouw staat onderdruk en er zijn onvoldoende huizen voor (jonge) woningzoekende uit het eigen dorp. Er is dus sterk behoefte aan uitbreiding van het woningaanbod.

7.5 Huidige Infrastructuur.

De hoofdontsluitingsweg van het gebied is de verbinding tussen de Middenpeelweg en Deurne. Deze loopt ongeveer parallel aan de spoorlijn Eindhoven – Venlo. Deze verbinding doet via de Lavendellaan en de Apostelweg de bebouwde kom van Griendtsveen aan maar loopt daarna noordelijk van de bebouwde kom door De Helenaveenseweg langs de Helenavaart is een ontsluiting naar het achterliggende peelgebied en het dorp Helenaveen. Het stratenpatroon van het dorp is opgehangen aan de veenkanalen en het vroegere hulpspoor (Pastoor Hendrikstraat).

7.6 Huidige groenstructuur.

Het groen in het dorp wordt gevormd door de grote bomenlanen die de veenkanalen begeleiden. Eind 20ste eeuw was de historische laanstructuur deels verdwenen en het traditionele drietands-watersysteem verwaarloosd. In het project “Herstel kanalen te Griendtsveen” zijn de kanalen hersteld en is ook de ontbrekende laanstructuur weer aangebracht. In de nog bestaande boomstructuur zijn nieuwe bomen herplant daar waar oude bomen zijn uitgevallen. De bomen staan in grasbermen. Ook de pleinen zijn ingericht met bomen en gras. Alleen hier komen ook enkele plantvakken voor.

30 | P a g i n a

Voor de laanbomen is een vervangingsplan opgesteld dat uitgaat van vervanging van de laanbomen in een tijdsbestek van 30 jaar.

7.7 Overgang van de kern met het buitengebied.

De overgang van de kern met het buitengebied beschrijft het beeld dat gewenst is vanuit de kern richting het buitengebied en omgekeerd. Tevens is er een doorkijk gemaakt naar toekomstige groeimogelijkheden van de kern aansluitend op het landschap. Het landschap dient vanuit de kern ten allen tijden bereikbaar en betreedbaar te blijven om het maken van ommetjes mogelijk te maken. Griendtsveen ligt sterk ingekaderd in haar omgeving. De spoorlijn ten noorden en de Peel in de andere windrichtingen geven weinig keuze in overgang tussen kern en buitengebied. Het open karakter ten zuiden van het Griendsveen Kanaal moet in stand gehouden worden om zo een mooi zicht te behouden op het achterliggende peelgebied en het contrast met dit gebied voelbaar te laten blijven. De percelen ten oosten van de bebouwde kom tussen het Griendsveen Kanaal en de spoorlijn bestaan voornamelijk uit graslanden met duidelijk herkenbaar de oorspronkelijke ontginningslijnen waarop de wegen met laanbeplanting en de ontwateringssloten gesitueerd zijn. Dit open karakter wordt nog benadrukt door de peelbossen die het gebied omgeven. Het contrast is onderdeel van het karakter van het dorp. De noordzijde van het dorp is een bijna gesloten wand door de aanwezigheid van bospercelen en aaneengesloten lintbebouwing. De passant heeft hier nog weinig feeling met het karakteristieke van het historisch dorp.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9578189/1