provincie 1 provinciale energiestrategie deel 2
Tekst van het document
Provinciale Energie Strategie - Deel 2
Energie krijgen van energie maken! www.limburg.nl
Provinciale Energie Strategie
2
Energie krijgen van energie maken!
Provinciale Energie Strategie - Deel 2
Energie krijgen van energie maken! www.limburg.nl
Hoogspanningsmasten in Limburg
Provincie Limburg
Stefan Koopmans
Inhoudsopgave Samenvatting7 1.
Waarom een provinciale energiestrategie?
13
2.
Inspelen op Limburgse kracht (energie)
19
3.
Ambitie en vijf perspectieven richting 2030 en verder
33
4.
Afwegingskader voor de energietransitie
41
5.
Een uitvoeringsprogramma voor 2020-2030
47
Actielijn 1: Werken aan een toekomstbestendige energie-infrastructuur voor Limburg
48
Actielijn 2: Ruimte voor innovatie, techniek en vakmanschap
52
Actielijn 3: Limburgse warmte
56
Actielijn 4: Een sociale en eerlijke energietransitie door participatie en lokaal profijt
60
Actielijn 5: Provincie geeft het goede voorbeeld
63
Randvoorwaardelijke lijn 6: Energietransitie ingebed in de leefomgeving
67
6.
Financieel overzicht 2020 - 2023
71
7.
Communiceren over de energietransitie
73
Bijlagen75 Bijlage 1: Eerste monitoringsopzet Uitvoeringsprogramma Provinciale Energie Strategie 77 Bijlage 2: Nulmeting van huidige Limburgse CO2-uitstoot per klimaatsector Bijlage 3: Samenvatting van de Systeemstudie Energie-infrastructuur Limburg (separaat) Bijlage 4: CE Delft c.s (2020) - Systeemstudie Energie-infrastructuur Limburg (separaat)
5
Energie krijgen van energie maken!
89
Windmolen gemeente Leudal
Provincie Limburg
Peter Wijnands
Samenvatting
Veel Limburgers willen een bijdrage leveren aan de energietransitie. Sommigen vanuit ideële overwegingen en het streven naar een beter klimaat en milieu. Anderen zien nu de kans om een aangenamer wooncomfort te realiseren. Niet alleen voor verwarming in de wintermaanden, maar ook de koelte in de zomer is steeds vaker van belang. Voor velen liggen energiemaatregelen nu ook binnen de financiële reikwijdte als het gaat om isolatie en zonnepanelen op de daken, door de overheid gestimuleerd door subsidies en aantrekkelijke leningen. De energierekening kan hierdoor verlaagd worden. En voor de sociale huursector nemen diverse corporaties in Limburg het voortouw om als ‘startmotor’ de verduurzaming van hun woningbestand versneld te realiseren. Als het gaat om alternatieve energievoorzieningen wordt er voor de lange termijn gesproken over waterstof als energiedrager en is het debat over kernenergie en thorium-centrales niet langer taboe. De energietransitie gaat niet alleen over de uitstoot of innovaties van het grote bedrijfsleven, plannen en voornemens van overheden of nieuwe dikke rapporten over de laatste stand van zaken. In de kern gaat het om de vraag op welke wijze Limburg en haar inwoners de energietransitie de komende jaren gezamenlijk gaan vormgeven. Een transitie richting 2030 en verder.
Limburg is daarbij geen Groningen, Flevoland of Zeeland, waar een directe aansluiting op een groot windmolenpark op zee het mogelijk maakt om elektrolyse en waterstof-productie uit te testen of de nabije faciliteit van kernenergie met innovaties benut kan worden. We moeten een Limburgse afweging maken. Uiteraard niet zonder de blik naar buiten, maar wel vanuit een afweging die past bij onze Limburgse krachten, sterkten en kansen in de regio. Een afweging waarin we in het juiste tempo onze ambities ook met realisme aanvullen, met partners die stappen kunnen en willen zetten. Maar ook een afweging waarin wij onze inwoners maximaal meenemen en laten deelnemen in deze transitie. Dat kan op verschillende schaalniveaus. Soms heel nabij met een lokale energiecoöperatie waarin burgers zich organiseren om de duurzame opwek voor de wijk of de kern te realiseren. Soms op een hoger schaalniveau waarin inwoners rondom duurzame energieopwekking kunnen participeren als aandeelhouder met certificaten of profiteren van een profijtfonds voor de leefbaarheid in hun omgeving. Of de aansluiting op een lokaal warmtenet waarbij de restwarmte van de industrie een nieuwe bron kan zijn voor de verwarming van de wijk. Naast het feit dat in de samenleving al veel gebeurt in de energietransitie, komen ook veel ontwikkelingen op Limburg af op de korte en middellange termijn.
De leveringszekerheid van het Nederlandse net staat fors onder druk, Enexis kondigt schaarste in Zuid-Nederland af, maar de rol die gemeenten krijgen in de warmtevoorziening vanuit de nieuwe Warmtewet, zijn ook in Limburg grote uitdagingen. Tegelijkertijd gaan innovaties in de markt snel en is het nodig dat juist in goed samenspel met alle betrokken gezamenlijk wordt opgetrokken om deze uitdagingen het hoofd te bieden. De energietransitie kan immers alleen slagen als iedereen zijn of haar steentje bijdraagt. Met deze Provinciale Energie Strategie willen wij ons enerzijds verhouden en een bijdrage leveren in de antwoorden op deze grote maatschappelijke ontwikkelingen, en anderzijds een complementaire rol vervullen samen met inwoners, instellingen, overheden en bedrijven om vanuit een gezamenlijke aanpak ook met impact en gebundelde krachten nieuwe stappen in deze zoektocht te zetten. De uitdagingen als het gaat om ons netwerk, de warmte, innovatie en eigenaarschap van velen zijn cruciaal in het slagen van deze strategie.
7
Energie krijgen van energie maken!
Debat over energietransitie Het debat over de energietransitie is volop gaande. Een levendig debat en soms op het scherpst van de snede. Er is debat over de snelheid van de transitie, de kosten en de baten, maar ook het wel of niet betrokken zijn van gemeenschappen en inwoners bij ontwikkelingen. In het debat rondom de energietransitie, spelen verschillende overwegingen een rol. Optimisten en sceptici, energiecoöperaties en actiecomités, koplopers en innovators die pleiten voor een veelheid aan nieuwe en verschillende kansrijke energiebronnen met meer of minder realisme; kortom velen nemen deel aan het debat. Dat is een groot goed in onze Nederlandse democratie. Als reactie op het ontwerp-Klimaatakkoord heeft Limburg reeds in januari 2019 haar beoordelingscriteria geformuleerd op welke wijze zij het Klimaatakkoord zal beoordelen welke in het Collegeprogramma Vernieuwend Verbinden is herbevestigd[1]. In de gesprekken rondom de collegevorming vorig jaar is door alle politieke partijen in Provinciale Staten op 10 mei 2019 een achttal uitgangspunten gezamenlijk onderschreven en is het debat over de energietransitie ook uitgebreid gevoerd. Met respect voor elkaars standpunten, nuanceringen en bereidheid tot compromis, zijn daarbij drie uitgangspunten van bijzonder belang als het gaat om het perspectief voor energietransitie in Limburg:
Het eerste uitgangspunt is daarbij het startpunt: “(…) Wij maken een eigen, autonome, Limburgse afweging en laten ons primair leiden door hetgeen waarop wij als Limburgs provinciebestuur invloed kunnen uitoefenen in het belang van Limburg”. Een tweede belangrijk uitgangspunt zegt iets over het ambitieniveau: “Wij kijken met trots en optimisme naar de toekomst van Limburg. Wij handelen vanuit een ontwikkelingsgerichte benadering. Initiatief en ondernemerschap kunnen rekenen op onze steun (…)”. Tenslotte werd overeenstemming gevonden over de inhoudelijke randvoorwaarden van de energietransitie: “Onder de voorwaarden van haalbaarheid, betaalbaarheid en draagvlak stellen wij ons, als middenbestuur, op als een betrouwbare partner van het Rijk en van de gemeenten. Dit betekent dat wij onze rol zullen pakken bij onder andere de uitvoering van wetten en wettelijk geborgde afspraken en realistische ambities rondom de klimaat- en energietransitie, zoals bij de totstandkoming van Regionale Energie Strategieën (RES).
Wij erkennen dat mensen vanuit verschillende uitgangspunten en opvattingen meewerken aan een innovatief energietransitiebeleid, welke onze economische structuur versterkt, ons minder afhankelijk maakt van fossiele brandstoffen uit het buitenland (…) en tegelijkertijd de gevolgen van uitstoot vermindert en rekening houdt met biodiversiteit.”[2] Bovenstaande uitgangspunten laten ook de kracht van Limburg zien. Er is ruimte voor compromis en ruimte voor de erkenning van de verschillende grondslagen om aan de energietransitie deel te nemen. Een innovatief energiebeleid met realistische ambities en oog voor draagvlak, haalbaarheid en betaalbaarheid. Over de wijze waarop deze uitgangspunten nadere invulling en inkleuring krijgen gaat deze Provinciale Energie Strategie.
1 Brief van het College van GS aan het Interprovinciaal Overleg (IPO) inzake de beoordelingscriteria Klimaatakkoord, 15 januari 2019 (2019/4229). 2 “Uitgangspunten van de Limburgse coalitie 2019 – 2023”, 10 mei 2019, als bijlage bij de brief van informateurs Koopmans en Gabriëls. Deze uitgangspunten zijn overgenomen in het Collegeprogramma “Vernieuwend Verbinden” dat op 2 juli 2019 door het College van Gedeputeerde Staten is vastgesteld.
8
Energie krijgen van energie maken!
Provinciale Energie Strategie en ‘systeemstudie’ Energie-infrastructuur Limburg Na de uitgangspuntennotitie (maart 2020) zetten wij met deze Provinciale Energie Strategie (PES Deel 2) een stip op de horizon voor een innovatief energiebeleid naar 2030. Aan de hand van een vijftal perspectieven met concrete doelstellingen willen wij voor onze inwoners, instellingen en bedrijven richting geven aan de energietransitie voor zowel de korte en middellange termijn (2020-2023) in het licht van de langere termijn (2023-2030 en verder). Tegelijkertijd werken wij in deze college- en statenperiode aan een concreet uitvoeringsprogramma samen met onze partners waarmee wij stappen zetten in onze zoektocht naar een passende energiemix voor Limburg. Nadrukkelijk is dit een zoektocht. Dé passende energiemix voor Limburg is een proces van de komende 10-20 jaar. We zien nu al dat de energiemix aan het veranderen is ten opzichte van 10 jaar terug. Innovatie staat niet stil, Limburgers passen hun energieverbruik en –behoeftes aan, de samenleving verandert voortdurend. Een belangrijk inzicht dat het afgelopen half jaar steeds prominenter is geworden – zeker voor Limburg – is het belang en de noodzaak van een toekomstbestendige energie-infrastructuur.
Deze infrastructuur staat met de grote beleidswijzigingen van het nationale Klimaatakkoord en de Europese doelstellingen en met name de uitwerking daarvan (toename van de elektriciteitsvraag en aanbod) , onder druk. Daar waar de netbeheerders vanuit hun wettelijke taak rekenen met een tijdshorizon van vijf jaar, zien wij ontwikkelingen in de samenleving die verder vooruit blikken naar 2030 en soms zelf 2050. Investeringen van particulieren, instellingen en bedrijven zijn dusdanig dat een substantiële versterking van onze Nederlandse én Limburgse energie-infrastructuur niet langer toekomstmuziek is, maar vandaag nodig. Vandaag, omdat investeren in de energie-infrastructuur niet van vandaag op morgen geregeld is, maar soms 5-7 jaar duurt van plan tot uitvoering. Dit betekent dat de energietransitie en de plannen de energie-infrastructuur niet als externe randvoorwaarde kunnen blijven zien, maar juist als cruciaal onderdeel van de planvorming. De balans tussen draagvlak van en voor initiatieven, de (technische en wenselijke) haalbaarheid in de regionale context en de betaalbaarheid om de ambitie en het plan ook te realiseren, zijn allemaal met elkaar verbonden. Zoals gesteld wordt door het consortium van onderzoekers ‘zijn de oplossingen in de energietransitie niet meer traditioneel te scheiden in productie of vraag, gas los van elektriciteit.
Alles heeft met elkaar te maken en er is de wens om te zoeken naar de slimste oplossingen”[3]. Met de Limburgse systeemstudie (bijlage 3 en 4) die het afgelopen half jaar is uitgevoerd in handen, kunnen wij ons perspectief naar 2030 versterken met een realistisch programma voor de komende jaren waarin de energie-infrastructuur van Limburg een cruciaal onderdeel is. De studie is uniek in Nederland, omdat hier ook voor het eerst de grensoverschrijdende dimensie is betrokken evenals een visie op gewenste samenwerking tussen partijen (‘governance’).
3 CE Delft i.s.m. TNO, ECN en Quintel (2020). Systeemstudie Energie-infrastructuur Limburg. Integrale systeemstudie gas, elektriciteit, CO2 en warmte, september 2020, p.5. Studie uitgevoerd in opdracht van de Provincie Limburg.
9
Energie krijgen van energie maken!
Elektrische Mini voor duurzaam districtskantoor Provinciale Wegen in Hulsberg
10
Energie krijgen van energie maken!
Provincie Limburg
Ron Gerards
Eén hoofdambitie en vijf perspectieven richting 2030 De inzichten uit de systeemstudie zijn belangrijk voor onze provinciale energiestrategie en het benodigde handelingsperspectief voor zowel de korte als lange termijn. De noodzaak voor goede plannen, regionaal afgestemd tussen de betrokken partners, vanuit de verschillende belangen, verantwoordelijkheden en afwegingen, is daarbij cruciaal voor de te zetten stappen. Wij formuleren daarbij de volgende ambitie: De Provincie Limburg werkt samen met haar inwoners, instellingen en bedrijfsleven aan een innovatieve en structuurversterkende energietransitie en passende energiemix en infrastructuur voor Limburg op weg naar 2030, met daarin oog voor leveringszekerheid, draagvlak en eigenaarschap, in een realistisch tempo met betaalbare en haalbare investeringen.
In de Provinciale Energie Strategie werken wij deze ambitie verder uit in een vijftal perspectieven richting 2030. Perspectieven voor inwoners, instellingen en bedrijven: 1. 2. 3. 4. 5.
Een energietransitie vanuit een toekomstbestendige infrastructuur; Een energietransitie met volop ruimte voor innovatie, techniek en vakmanschap; Een energietransitie waarin de Limburgse warmte kansen biedt; Een energietransitie die sociaal en eerlijk is door participatie en lokaal profijt; Een energietransitie waarin de Provincie zelf het goede voorbeeld geeft.
Deze vijf perspectieven zijn vertaald in een uitvoeringsprogramma met een zestal actielijnen voor de komende 10 jaar (2020-2030) en voorzien van meetbare doelen (KPI’s). De financiële inzet van middelen zullen echter gericht zijn op de huidige statenperiode (2020-2023).
Leeswijzer In de volgende paragrafen gaan wij nader in op:
Waarom een provinciale energiestrategie? (§1) Inspelen op Limburgse kracht (energie) (§2) Ambitie en vijf perspectieven richting 2030 en verder (§3) Afwegingskader voor de energietransitie (§4) Een uitvoeringsprogramma voor 2020 – 2030 (§5) Financieel overzicht voor 2020-2023 (§6) Communiceren over de energietransitie (§7) De integrale systeemstudie (incl. deelrapporten) is opgenomen als bijlage bij deze Provinciale Energie Strategie. Verder is er een eerste monitoringsopzet van het uitvoeringsprogramma en de KPI’s opgenomen evenals een nulmeting voor de CO2-uitstoot van de klimaat-sectoren voor Limburg (motie 2562 Jenneskens).
11
Energie krijgen van energie maken!
Meervoudig grondgebruik door zonnepanelen in combinatie met bessenteelt - Hayberries Horst aan de Maas
Provincie Limburg
Stefan Koopmans
1. Waarom een provinciale energiestrategie?
In het Collegeprogramma ‘Vernieuwend Verbinden’ is bewust gekozen voor een provinciale energiestrategie. De Limburgse investeringen en inspanningen in de energietransitie vergen een integrale blik op Limburg vanuit een brede afweging. Het perspectief bieden voor inwoners, instellingen en bedrijfsleven is ook duidelijkheid scheppen over waar de Provincie de komende jaren aanspreekbaar op wil zijn. Welke mogelijkheden en ondersteuning zij kan bieden en daarmee duidelijkheid verschaffen. Juist vanuit enerzijds de snelheid van ontwikkelingen de laatste jaren in de energietransitie en de vele initiatieven en discussies hierover anderzijds, is een provinciale energiestrategie nodig om perspectief te bieden en samen met de Limburgse samenleving – op vele fronten – stappen te zetten richting 2030.
Integrale strategie De energietransitie is wereldwijd, en dus ook in Nederland en Limburg, een brede opgave met veel dwarsverbanden tussen sectoren, partijen, verantwoordelijkheden en stimuleringsinstrumentarium. Duurzame opwek kan niet zonder een toekomstbestendige infrastructuur. Financiële betaalbaarheid kan niet zomaar zonder sociale acceptatie in de leefomgeving. Niet elke regio – ook binnen Limburg – heeft dezelfde potenties als het gaat om de energiemix. De mogelijkheden het benutten van restwarmte van de industrie of vanuit aardwarmte liggen voor Zuid-Limburg anders dan voor Noord-Limburg. De ‘druk’ op het regionale elektriciteitsnetwerk is per onderstation binnen Limburg weer verschillend. En de belangenafweging tussen verduurzaming van de gebouwde omgeving, de industrie en landbouw en onze mobiliteitswensen is niet los van elkaar te zien. Waar de samenwerkende gemeenten en de Provincie in de twee Regionale Energie Strategieën (RES) van Noord- en Midden Limburg en Zuid-Limburg zich vooral richten op de zoektocht naar locaties voor duurzame opwek van vooral zon- en windenergie en de mogelijkheden van energiebesparing en warmte benutten in de gebouwde omgeving, legt de provinciale energiestrategie de nadruk op het bredere integrale perspectief van de energietransitie.
Stimuleren van innovaties en een afgestemde inzet naar rijk en netbeheerders voor een toekomstbestendige infrastructuur in Limburg, maar ook samen optrekken met gemeenten voor ‘ontzorgings-arrangementen’ als het gaat om verduurzamingsmogelijkheden voor inwoners of instellingen, zijn aspecten die in de provinciale strategie terug komen. Tevens worden in de provinciale Omgevingsvisie (en in 2021 de omgevingsverordening) en het Vergunningen, Toezicht en Handhavingsbeleid kaders gesteld voor de fysieke, natuurlijke kwaliteiten en milieuhygiënische en veiligheidsrandvoorwaarden van de Limburgse leefomgeving in relatie tot de energietransitie. In deze samenhang is de zogeheten ‘trias energetica’ zoals reeds beschreven in de Uitgangspunten Provinciale Energie Strategie (deel 1) onverkort van belang. Dit betekent: 1.
Verminderen: het verminderen van het energiegebruik door verspilling tegen te gaan (zorg voor goed geïsoleerde woningen, verplaats je alleen als het moet, gebruik van energiezuinige verlichting en apparaten etc.) 2. Vergroenen: de energie komt zoveel mogelijk uit niet-fossiele, duurzame bronnen zoals wind, water-, en zonne-energie. 3. Verschonen: de energie die niet met duurzame bronnen kan worden ingevuld wordt zo efficiënt en schoon mogelijk ingezet (bijvoorbeeld (aard)gas boven steenkolen). Deze trias energetica is leidend voor onze inzet van instrumenten.
13
Energie krijgen van energie maken!
Strategie van samenwerking De provinciale strategie is een strategie van samenwerking. Niet alleen omdat dat in het DNA van onze rolopvatting zit, maar vooral omdat dit juist in de energietransitie meer dan ooit nodig is. De ambitie en de vijf perspectieven kunnen we alleen maar realiseren als we samenwerken met onze inwoners, instellingen, overheden en bedrijven. Als Provincie vervullen wij daarin verschillende rollen. Soms actief investerend bijvoorbeeld via het Limburgs Energie Fonds (LEF) of in de oprichting van nieuwe kennisinfrastructuur noodzakelijk voor de transitie van Chemelot (Brightsite). Soms ondersteunend en complementair aan gemeenten als het gaat om de regionale energiestrategieën met capaciteit en kennis. En soms ook regulerend als het gaat om de inrichting van onze fysieke leefomgeving en de bijbehorende belangenafweging (Omgevingsvisie, zonneladder). En de strategie is ook een strategie voor het aanspreken van rijksoverheid op haar verantwoordelijkheden en de wijze waarop de regionale uitwerking in Nederland verschillend uitpakt. De doelen die wij ons stellen zijn ook doelstellingen van onze partners die wij gezamenlijk willen realiseren vanuit ieders verantwoordelijkheden en mogelijkheden.
Greenport Venlo, krachtigste zonnedak van Europa
Provincie Limburg
Stefan Koopmans
Strategie van samenhangend provinciaal beleid Tenslotte is de Provinciale Energie Strategie een strategie waarin wij in ons provinciaal beleid ook op andere beleidsthema’s verbindingen blijven leggen. Provinciale Staten hebben het afgelopen jaar een veelheid aan beleidskaders en majeure projectvoorstellen vastgesteld waarin diverse aspecten van de energietransitie een rol speelden[4]. Hieronder vindt u een overzicht van andere kaders en/of voorstellen die belangrijk zijn in de energietransitie:
Gewijzigd statenvoorstel Provinciale garantstelling Mijnwater BV PS-besluit 21-6-2019 Gewijzigd statenvoorstel Verordening leningen Duurzaam Thuis PS-besluit 7-2-2020 Gewijzigd statenvoorstel Transitie financierbaar PS-besluit 29-6-2020 Gewijzigd statenvoorstel Fondsvergroting Limburgs Energiefonds PS-besluit 29-6-2020 Statenvoorstel financieringsaanvraag aandeelhouderslening Enexis PS-besluit 29-6-2020 Statenvoorstel Uitgangspunten RES Noord- en Midden-Limburg PS-besluit 29-6-2020 Statenvoorstel Uitgangspunten Provinciale Energie Strategie (deel1) PS-besluit 29-6-2020
4
14
Provinciale Staten zijn over de samenhang van de PES met andere kaders en statenvoorstellen geïnformeerd via de mededeling portefeuillehouder van 24 september 2020 (2020/39389).
Energie krijgen van energie maken!
Statenvoorstel Missiegedreven Economisch Beleidskader PS-besluit 29-6-2020 Statenvoorstel Brightsite PS-besluit 29-6-2020 Statenvoorstel Provinciale Warmtevisie PS-besluit 2-10-2020 Statenvoorstellen Circulaire Economie Limburg 2.0 & LIOF PS-besluit 2-10-2020 Eveneens liggen de volgende voorstellen ter besluitvorming voor of zullen PS informerend worden aangeboden:
Ontwerp-Omgevingsvisie Limburg informerend VTH-beleidsplan informerend Beleidsbrief Natuur en Energie informerend Limburgse Taxonomie informerend Statenvoorstel Waterstofagenda PS-besluit 11-12-2020 Statenvoorstel Omgevingsvisie Limburg PS-besluit 5-2-2021 Statenvoorstellen RES Noord- en Midden-Limburg & Zuid-Limburg PS-besluit 1e helft 2021 Tenslotte leveren de volgende provinciale kaders ook een bijdrage aan de energietransitie:
Missiegedreven Economisch Beleid waarin ‘Limburg maakt energie!’ een van twee missies is en die nader uitgewerkt wordt in een aantal innovatie-, onderwijs- en arbeidsmarktlijnen;
Kader Circulaire Economie2.0 waarmee ook een bijdrage wordt geleverd aan een lager energieverbruik bij bedrijven en instellingen via circulaire processen; Kader Landbouw en agrifood met eveneens het stimuleren minder energieverbruik en lagere emissies in de land- en tuinbouw en waar kringlopen zoveel als mogelijk gesloten worden; Agenda Wonen en het kader Kwaliteit Limburgse Centra geven een impuls aan de gebouwde omgeving, de samenwerking met de corporaties en op projectniveau (bijv. in de Regiodeal Parkstad) invulling aan het verder verduurzamen van de Limburgse woningvoorraad; Mobiliteitsvisie en het Beleidskader Fiets zet in op het anders benutten van mobiliteit en vervoer van A naar B waarin ook aandacht is voor innovatie en afspraken met grote werkgevers over het verder stimuleren van openbaar vervoer; 1 miljoen Bomenplan geeft een impuls aan het natuurbeleid en de mate waarin ook CO2 opgevangen kan worden in Limburg; Met het Limburgs Aanvalsplan Stikstof wordt ingezet op het realiseren van een versneld duurzaam toekomstperspectief voor de Limburgse natuur en economie.
Dit gaat hand in hand met de verduurzaming van ons energiegebruik; In de kaders voor Cultuur, Sport en Monumenten is er aandacht voor de verduurzaming van het ‘maatschappelijk’ vastgoed en gebouwen om verdere energiebesparing te realiseren bijvoorbeeld bij restauratie-opgaven of gebouwen van instellingen. Hiermee werken de Provincie en het College over de volle breedte aan de energietransitie in Limburg. Ontwikkelingen die ondersteunend zijn als bouwblokken voor deze provinciale energiestrategie. Met als voorlopig sluitstuk het gereed komen van de systeemstudie energie-infrastructuur Limburg kan nu ook de stip op de horizon gezet worden. En omgekeerd: onze provinciale energiestrategie is onze inbreng voor onze samenwerkingsverbanden met gemeenten, bedrijfsleven, nationale en gemeentelijke overheden, instellingen en vooral de inwoners van Limburg.
15
Energie krijgen van energie maken!
Taken, rollen en bevoegdheden In het nationale Klimaatakkoord en de daaruit voortkomende wetgevingsagenda zijn taken vooral belegd bij gemeentelijke overheden, netbeheerders, bedrijfsleven en brancheorganisatie en de rijksoverheid zelf. Als het gaat om de gas- en elektriciteitsinfrastructuur zijn de huidige taken voor het landelijke hoofdnet een verantwoordelijkheid van de TenneT en de Gasunie. Regionale netbeheerders als Enexis zijn verantwoordelijk voor de onderstations en het regionale elektriciteitsnetwerk. Een van de grote vraagstukken die ook uit de Limburgse systeemstudie nadrukkelijk naar voren komt, is dat de afstemming tussen enerzijds Gasunie, TenneT en rijksoverheid in de vorm van de Autoriteit Consument en Markt, en de lokale en regionale initiatiefnemers (gemeenten, ontwikkelaars etc.), een betere afstemming verdient in regionaal verband. De regionale ‘biedingen’ van 30 RES-regio’s in Nederland vereisen een enorme verzwaring van het netwerk de komende jaren en vergen een sterke en kosteneffectieve regionaal afgestemde planvorming. Als het gaat om de taken en verantwoordelijkheden zoals die in de nieuwe Warmtewet zijn beschreven, krijgen gemeenten een belangrijke rol in het aanwijzen van ‘warmtekavels’, die vervolgens uitgegeven kunnen worden aan ontwikkelende partijen. De provincies krijgen hierin een toetsende rol die nog nadere uitwerking moet krijgen.
CO2-beprijzing De met Prinsjesdag 2020 gepresenteerde nationale CO2-belasting betekent een voorzichtige introductie van de heffing die - vanwege de economische crisis als gevolg van de coronapandemie – gefaseerd zal worden ingevoerd. Volgend jaar wordt de heffing al ingevoerd, maar dat gaat gepaard met veel zogenoemde dispensatierechten waarmee het effect van de heffing in eerste instantie teniet wordt gedaan. Het ministerie van Financiën verwacht dat hierdoor de heffing pas in 2024 gevolgen gaat hebben voor bedrijven die achterblijven bij het verminderen van de CO2 uitstoot. Als Provincie hebben wij eerder al gepleit voor een gelijk en eerlijk speelveld in Europees verband voor de Limburgse industrie en in het bijzonder voor Chemelot. De nationale CO2-heffing werkt belemmerend voor de duurzaamheidambities die onze industrie heeft, die juist in Europees en internationaal niveau moet concurreren. Met het aanscherpen van het ETS-systeem door de Europese Commissie, wordt de CO2 prijs naar verwachting wel op Europees niveau hoger. Wij blijven de ontwikkelingen volgen en in nauw contact met onze partners over de verdere uitwerking en (negatieve) gevolgen voor de Limburgse economie blijven aankaarten Den Haag.
Rol van provincies Vanuit een wettelijk perspectief bezien hebben provincies weinig formele bevoegdheden als het gaat om de energietransitie. Naast het toezien op de uitvoering van de energiebespaarplicht (Wet Milieubeheer/nu Wabo) bij grotere instellingen en bedrijven in Limburg, is de Provincie bevoegd gezag voor het plaatsen van windenergie met een vermogen van tussen de 5 en 100 MW (Elektriciteitswet, artikel 9e). Zij is daarbij eveneens bevoegd is om deze taak door te delegeren naar gemeenten die dit in hun bestemmingsplannen moeten verankeren. Daar waar het gaat om de bestuurlijke afspraken per provincie van wind-op-land heeft Limburg een taakstelling van 95,5 MW die vergund dient te zijn voor 31-12-2020. Van deze windopgave is 95.5 MW, in 2020 naar verwachting 21.5 MW gerealiseerd. Dit is een tekort van 74 MW. In 2023 dient dit tekort te zijn ingehaald met een extra opgave van 74 MW, waarmee in totaal de opgave in 2023 169.5 MW (95.5 + 74) is. Daarvan zal naar de huidige verwachting 121.5 MW worden ingevuld met windturbines waarbij het tekort richting 2023 van 48 MW gehaald kan worden op basis van de pijplijnprojecten in het verschiet[5].
5 Verwezen wordt naar de antwoorden op de schriftelijke vragen van GroenLinks zoals die door het College op 22 juni 2020 zijn toegestuurd aan Provinciale Staten (2020/24016).
16
Energie krijgen van energie maken!
Als het gaat om de gasinfrastructuur staat er in de Gaswet (2000) slechts: “Provinciale staten en de gemeenteraad zijn niet bevoegd het transporteren en het leveren van gas in het belang van de energievoorziening aan regels te binden” (artikel 62). In de nieuwe Warmtewet die voor consultatie voor ligt en in zal gaan vanaf 2022 krijgen gemeenten een belangrijke regierol in het aanwijzen van locaties voor warmtenetten. Provincie krijgen een ‘toetsende’ rol die nog nader ingevuld moet worden door het Rijk. Vanuit onze ruimtelijke taakopvatting en zoals ook is verwoord in de Provinciale Omgevingsvisie zullen wij actief dubbel of meervoudig grondgebruik in het kader van de energietransitie verder stimuleren. Met de nieuwe Omgevingswet in de hand lijken daar ook nieuwe mogelijkheden voor geboden te worden. Mogelijkheden waar wij in nauw overleg met de Limburgse gemeenten die verder zullen uitwerken. Resumerend: beperkte wettelijke kaders voor provincies, energietransitie is primair autonoom beleid Dat betekent dat de Provinciale Energie Strategie primair autonoom beleid betreft, welke niet is voorgeschreven als ‘medebewindstaak’ en slechts zeer beperkt voortvloeit uit bestuursafspraken met de rijksoverheid.
Deze Provinciale Energie Strategie gaat ook niet over de plaatsing van windmolens of zonneparken ter invulling van de taakstelling uit het Klimaatakkoord van 35 TWh duurzame opwek op land. Daarvoor zullen in de separate statenvoorstellen van de Regionale Energie Strategie Noord- en Midden-Limburg én Zuid-Limburg in de eerste helft van 2021 voorstellen worden gedaan. De Provincie is daar bestuurlijk partner in, samen met 31 Limburgse gemeenten, Enexis en het Waterschap. In de nog vast te stellen definitieve Provinciale Omgevingsvisie (POVI) – eveneens begin volgend jaar – en de daarop volgende provinciale omgevingsverordening zullen de ruimtelijke consequenties van de energietransitie en regionale opgaven vertaald en geborgd worden. Verder geldt uiteraard voor de energietransitie (net als bij andere ontwikkelingen) dat de huidige wet- en regelgeving voor provincies in het ruimtelijk beleid, natuurwaarden en biodiversiteit, milieuhygiënische aspecten, veiligheids- en gezondheidsnormen van toepassing zijn. Wij zullen daar ook in het uitvoeringsprogramma in de zesde (randvoorwaardelijke) actielijn nader op ingaan.
Provinciale Energie Strategie: een perspectief naar 2030 In dit document wordt een strategie geschetst voor de toekomst. Richting 2030 aan de hand van een vijftal perspectieven en doelstellingen die wij in gezamenlijkheid met onze partners willen realiseren. Doelstellingen die niet van de Provincie alleen zijn, maar juist in samenspraak met partners geformuleerd zijn. Wij onderschrijven die doelen en zullen ook al onze inspanningen richten op daar – binnen onze wettelijke, financiële en organisatorische mogelijkheden – een realistische bijdrage aan te leveren. Niet met de oogkleppen op, maar juist in nauwe samenhang met de kracht van de Limburgse samenleving en de nationale en internationale context waarbinnen dit mogelijk wordt. In dat opzicht is Limburg maar ook de energietransitie zowel een regionaal, euregionale, nationale en internationale opgave. In dit speelveld willen wij met onze provinciale energiestrategie daar onze bijdrage aan leveren. Een strategie vanuit Limburgse kracht. Met een duidelijke ambitie naar 2030 (en verder) én oog voor een realistisch tijdpad op weg daar naar toe.
17
Energie krijgen van energie maken!
Bestaande Wijk van Morgen is een uniek project met 153 energie zuinige huurwoningen in Kerkrade-West
Provincie Limburg
Stefan Koopmans
2. Inspelen op Limburgse kracht (energie)
Limburg heeft een verleden met energie. Als nationale leverancier van steenkolen tot in de jaren ’70 van de vorige eeuw, voorzag Limburg Nederland van een warmtebron waar we nu in de 21e eeuw gefaseerd afscheid van nemen. Met het sluiten van de Amsterdams Hemwegcentrale eind vorig jaar blijven nog vier kolengestookte centrales over in Nederland. Met het sluiten van de laatste mijn in 1974 werd drie jaar later de gasgestookte Clauscentrale (eenheid A) in Maasbracht in 1977 in gebruik genomen. Een cruciale energievoorziening die voor het Nederlandse netwerk toen, maar zoals nu uit de systeemstudie blijkt, nog steeds een belangrijke rol speelt in het Noord-Europese elektriciteitsnetwerk en de leveringszekerheid voor de Nederlandse energievoorziening. De oude mijngangen liepen in de jaren ‘60 en ‘70 vol met grondwater van tussen 16 en 28 graden en waren de aanleiding om in 2005 te verkennen of dit warme water geen nieuwe bron van verwarming kon zijn. Nu, 15 jaar later ligt er een stevig fundament voor een laag-temperatuur warmte/koude-voorziening dat op termijn in de regio Parkstad ongeveer 30.000 woningen van warmte én koeling kan voorzien. Met de ontwikkeling van de Staatsmijnen naar DSM werd het Chemelot-terrein omgevormd tot een van de vijf grootste chemieclusters van Nederland en Europa.
Met anno 2020 opnieuw een enorme transitieopgave om in 2050 de meest duurzame en internationaal concurrerende site van West-Europa te worden. Het kan verkeren.
Analyse van de energievraag van Limburg nu Limburg is anno 2020 nog steeds een relatief sterk geïndustrialiseerde provincie. De industrie is van groot belang voor de Limburgse economie, met een bijdrage van ca. 25% aan het bruto regionaal product. De industrie in Limburg heeft ook een belangrijk aandeel in de totale uitstoot van broeikasgassen met een bijdrage van ca. 13% aan de totale CO2-emissie door de industrie in Nederland. Limburg herbergt 2 van de 12 industriële bedrijven die samen verantwoordelijk zijn voor ca. 65% van alle industriële CO2-eq. uitstoot in Nederland. Tevens is Chemelot één van de 5 toonaangevende industrieclusters van Nederland. Binnen Limburg heeft de industrie het grootste aandeel in het totale energiegebruik (ca. 43%, 72,4 PJ) en de CO2-uitstoot (43,5%, 5,18 Mton). Daarboven is nog een industriële uitstoot van ca. 2,7 Mton overige broeikasgassen (lachgas, methaan, F-gassen). Hoewel de industrie tussen 1990 en 2015 ca. 37% aan CO2-emissies heeft gereduceerd, ligt er nog een aanzienlijke opgave. Daarnaast is van oudsher ook de landbouw en voedselindustrie met in het bijzonder de glastuinbouw in Noord-Limburg een belangrijke energievrager met 11,8 PJ en 0,77 Mton aan CO2-uitstoot.
De grotere Limburgse bedrijven, die sinds 2018 samenwerken in het Limburgse Energie Akkoord (LEA) en waar recent ook 12 bedrijven uit de bouwkeramische industrie zich hebben aangesloten, komen eind van dit jaar met een programma voor verder verduurzaming van de industrie om toe te werken naar een reductie van 0,7 Mton in 2030. Ook Chemelot koerst erop om de meest competitieve, veilige en duurzame chemie- en materialensite van West-Europa te worden in 2025. In juni 2020 kwam hier de Strategische Visie Chemelot 2050 bij, waarbij het doel uitgesproken is om in 2050 geheel klimaatneutraal te zijn. Investeren in de verduurzaming van Chemelot is noodzakelijk om in de komende decennia de positie als chemiepark van nationale betekenis vast te houden. Verder telt Limburg ongeveer 520.000 woningen en ongeveer 80.000 utiliteitsgebouwen. Met bijna 390.000 woningen is de particuliere sector getalsmatig een grote uitdaging als het gaat om verduurzaming. Des te meer, omdat de woningvoorraad in Limburg gemiddeld ouder is dan in de rest van Nederland. Verduurzaming van gebouwen kost geld, maar met de besparingen die dit oplevert kunnen eigenaren vaak hun investeringen terugverdienen. De opbouw van de woningvoorraad is relatief eenzijdig (veel uit dezelfde bouwperiode) en de provincie staat voor een flinke demografische transitie.
Doordat sprake is van verschillende eigenaren zijn hier maatwerk-oplossingen nodig.
19
Energie krijgen van energie maken!
Echter, de noodzaak en urgentie tot verduurzaming van met name de bestaande woningvoorraad in Limburg is groot (Stec, 2018). Het energiegebruik van de gebouwde omgeving bedroeg in 2018 46,4 PJ en is daarmee na de industrie de belangrijkste energievrager. Als het gaat om verkeer en vervoer is de energievraag in Limburg lager dan het Nederlandse gemiddelde, goed voor 32,6 PJ in 2018. In onderstaand overzicht is het Limburgse energieverbruik evenals de CO2-uitstoot samengevat in de periode 2011 – 2018[6]:
Analyse van duurzame opwek van energie in Limburg Vanuit het Klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt om voor de opwek van grootschalige (>15kWp) duurzame energie op land te streven naar een vermogen van 35 TWh in 2030. De verdeling van deze opgave naar regio’s zal verlopen via de 30 regionale energiestrategieën waarin gemeenten, provincies, waterschappen en netbeheerders in samenwerken en zoeklocaties voor met name windenergie en zonneparken onderzoeken. Voor de zomer hebben alle RES-regio’s een concept ‘bod’ ingediend bij het Nationale Programma RES. Voor Limburg hebben de RES-regio Noord- en Midden-Limburg en RES-regio Zuid-Limburg een aanbod gedaan van respectievelijk 1,2 TWh (Noord- en Midden-Limburg) en 1,1 – 1,9 TWh (Zuid-Limburg). Daarvoor geldt dat wat betreft het huidige opgestelde vermogen dit voor Noord- en Midden-Limburg al deels gerealiseerd is c.q. in de pijplijn zit, terwijl Zuid-Limburg nog een grote opgave moet realiseren de komende tien jaar. Hieronder het overzicht van het opgestelde vermogen in 2018 van alle RES-regio’s in Nederland. Op dit moment heeft Limburg een opgesteld vermogen aan windenergie van 21,5 MW (Windstats, 2020) en 547 MW (CBS, 2019) aan geregistreerde zonne-energie.
6 Op basis van de door Rijkswaterstaat ontwikkelde online Klimaatmonitor waar op de schaalniveaus van Provincie, RES-regio en zelf individuele gemeente het energieverbruik, de CO2-uitstoot en hernieuwbare energie terug te vinden zijn. Daarvoor worden verschillende nationale bronnen benut zoals CBS-data, SDE+ data, en andere relevante bronnen. Online beschikbaar via http://klimaatmonitor.databank.nl
20
Energie krijgen van energie maken!
Wanneer we echter ook de kleinschalige opwek (<15kWp) van duurzame energie met bijvoorbeeld zonne-energie in ogenschouw nemen, is het aantal Limburgse huishoudens met zonnepanelen per gemeente vergeleken met het Nederlands gemiddelde aan de hoge kant. Nationaal gezien hebben met name particulieren in de niet Randstedelijke regio’s (Groningen, Drenthe, Zeeland en Limburg) relatief meer zon-op-dak. In de grotere steden zijn de percentages vaak lager (hoogbouw en minder grondgebonden woningen).
Bron: Vattenfall (2020). Aantal huishoudens (%) met zon-op-dak per gemeente. Cijfers dateren uit 2018.
21
Energie krijgen van energie maken!
In Limburg wordt onder andere met de duurzaamheidsleningen van Duurzaam Thuis zon-op-dak gefinancierd en kent de regio Parkstad een van de grotere zonnepanelen-projecten voor particulieren van Nederland.
Analyse van de potentie van ‘warmte’ (de ‘Warmtevisie’) Warmte is met een aandeel van bijna 50% in de energievraag een belangrijk onderdeel van de inrichting van de energievoorziening. Met de afbouw van de Groninger aardgas en de ambitie van het Kabinet om minder aardgas te gebruiken, staan we aan de vooravond van een langjarig transitieproces waarin we stapsgewijs afscheid nemen van aardgas als belangrijkste warmtebron. Let wel: dat betekent niet dat aardgas volledig gaat verdwijnen, maar wel dat er slimmer gebruik van zal worden gemaakt. Ook is juist het behoud van de aardgasinfrastructuur cruciaal voor eventueel nieuwe energiedragers zoals bijmenging van groengas en op de lange termijn mogelijk waterstof. In de provinciale Warmtevisie is nader ingegaan op de verschillende dimensies van deze transitie. Belangrijk is om te benadrukken dat geen kant-en-klare blauwdruk voor de warmtetransitie van Limburg klaarligt. Het realiseren van de warmtevoorziening van de toekomst is een traject is dat vele jaren in beslag neemt en voortdurend wordt beïnvloed door ontwikkelingen in techniek, aanbod, kosten en nieuwe wetgeving. CE Delft heeft in 2018 voor ons becijferd dat in 123 van de 888 buurten in Limburg een warmtenet het meest kosten-optimale alternatief is voor aardgas, terwijl in nog eens 294 buurten een warmtenet het op één na meest kosten-optimale alternatief is voor aardgas.
Wat opvalt is dat het aardgasverbruik in de gebouwde omgeving niet zo veel lager is dan het aardgasverbruik van de industrie (zijnde niet in de vorm van grondstoffen). De landbouwsector (voornamelijk glastuinbouw) volgt op afstand. Procentueel is het aandeel warmte met 87% in de landbouwsector en 68% in de gebouwde omgeving fors. In absolute getallen ligt de warmteopgave weliswaar in de industrie, maar relatief gezien is de warmteopgave in de landbouw en de gebouwde omgeving het grootst.
ECI Waterkrachtcentrale Roermond
22
Provincie Limburg
Energie krijgen van energie maken!
Stefan Koopmans
Omdat warmte niet over grote afstanden is te transporteren, is de warmtetransitie bij uitstek gebaat bij een regionale aanpak. We moeten gebruik maken van de kansen die de regio biedt. En die zijn er volop. Zo is Limburg de vierde provincie in Nederland qua beschikbaarheid van restwarmte, wat leidt tot extra keuzemogelijkheden. Met industrieel cluster Chemelot en diverse industrie (bijv. papierindustrie) in de nabijheid van verstedelijkt gebied heeft Limburg een maatschappelijk voordelige oplossingsrichting voor de warmtevoorziening in de gebouwde omgeving. Er is restwarmte beschikbaar om tot wel 150.000 woningen te verwarmen waarbij ook met de toekomstige energiebesparingen op Chemelot veel restwarmte aan de orde zal blijven. Voor andere restwarmtebronnen op Chemelot betekent het verduurzamen van de energie- en grondstofstromen tegelijkertijd het verduurzamen van restwarmte. De techniek van Mijnwater kan een warmte/koude oplossing (laag-temperatuur netwerk) geboden worden voor wel 30.000 woningen in de regio Parkstad. Deze techniek is nu zelfs zo ver doorontwikkeld dat deze ook zonder de aanwezigheid van volgelopen mijngangen (via grote buffers) zelf in groot deel van Nederland toegepast kan worden[7]. In de provinciale Warmtevisie zijn (op basis van eigen potentieberekeningen) de volgende conclusies getrokken:
de potentie van geothermie, geconcentreerd in Noord Limburg, niet lang voldoende is om het totale gasverbruik van de glastuinbouw af te dekken. Hierbij is nog geen rekening gehouden met door het rijk opgelegde beperkingen die als gevolg van seismische risico’s waarmee een gezond ondernemersperspectief inmiddels vrijwel is weggevallen; bodemenergie (warmte/koude opslag in de bodem) en zonthermie een potentie hebben die per saldo grotendeels overeenkomt met de warmtevraag in de gebouwde omgeving. Echter, vraag en aanbod liggen, zeker in geval van bodemthermie, niet altijd bij elkaar. Dat betekent dat deze energiebronnen ook buiten de gebouwde omgeving, zoals in de glastuinbouw moeten worden toegepast, anders blijven ze onbenut; industriële restwarmte de grootste potentie heeft van de onderzochte bronnen, met name in Zuid-Limburg; de potentie van de diverse vormen van aquathermie (thermische energie uit oppervlaktewater, afvalwater en drinkwater) nog niet in kaart is gebracht. In de recent gehonoreerde nationale proeftuin voor aardgasvrije wijken zal in Venlo de wijk Hagerhof-Oost een proefproject starten waarin aquathermie uit de Maas een belangrijke energiebron zal zijn voor duurzame verwarming van de woningen.
Op basis van deze ervaringen evenals de expertise van het Waterschap Limburg en Waterleidingbedrijf Limburg kan de toepassing van aquathermie nader verkend worden op verschillende plekken in Limburg.. Ten aanzien van biomassa volgen wij de voorgestelde lijn van het recente SER-advies[8]. In het advies aan het Kabinet worden meerdere invalshoeken voor een duurzame inzet van biomassa in de transitie naar een CO2-neutrale en circulaire economie in 2050 beschouwd. Biomassa komt in meerdere gedaanten voor zoals gewasresten bij oogst of verwerking, mest, houtige reststromen en papierresten. Deze kunnen worden ingezet als ruw product of na verwerking naar uiteenlopende specifieke componenten zoals eiwitten, koolhydraten, suikers, vezels en zouten e.d. om verschillende toepassingen mogelijk te maken. De rol en toepassing van biomassa verandert. Waar de aandacht tot nu toe vooral op energetisch toepassingen lag zien we dat mede door voortschrijdende techniek hoogwaardigere toepassingen in chemie, materialen, en gezondheid mogelijk worden. Deze transitie is een permanent proces waarbij de SER een zogeheten ‘cascadering’ adviseert. Hoogwaardig gebruik voor materialen, chemie en veevoer en vermindering van ‘laagwaardige’ warmtebenutting voor vervoer en elektriciteits-
7 CE Delft (2018). Weg van gas. Kansen voor nieuwe concepten LageTemperatuurAardwarmte en Mijnwater, mei 2018. Online beschikbaar: https://www.ce.nl/publicaties/2138/weg-van-gas 8 SER (2020). Biomassa in balans. Een duurzaamheidskader voor hoogwaardige inzet van biogrondstoffen, juli 2020
23
Energie krijgen van energie maken!
opwekking. Daarmee is terughoudendheid vereist in het toepassing van biomassa voor de toekomstige energietransitie[9]:
Afbouw inzet (houtige) biomassa voor louter elektriciteitsopwekking conform ook de lijn van het SER-advies; Afbouw van biomassa voor lage temperatuurwarmte in de gebouwde omgeving. Het Rijk komt voor het eind van het jaar met plannen voor uitfasering van biomassa voor warmtetoepassingen. De insteek is om de uitfasering te volgen ten gunste van de doorontwikkeling van sleuteltechnologieën als hiervoor genoemd; Terughoudendheid bij biomassa voor collectieve warmtebron in warmtenetten. De eerste verkenning van de provinciale warmtevisie biedt daarvoor de handvatten; De inzet op productie van groengas zal worden versterkt waar dat mogelijk is. Mest, slib, de niet vloeibare fracties uit de voedings- en genotmiddelenindustrie en in mindere mate GFT en grassen zijn geschikte materialen voor vergisting, tenzij deze via genoemde sleuteltechnologieën tot betere verdienmodellen leiden. Met deze uitwerking wordt invulling gegeven aan de motie 2499 Kerseboom c.s. inzake geen grootschalige houtstook door biomassacentrales in Limburg, voor zover dit binnen onze provinciale bevoegdheden past. Een voorlopige hoofdconclusie voor onze strategie is dat duurzame warmtebronnen niet kunnen voorzien in de totale warmtebehoefte in Limburg. Met de lage temperatuur toepassingen in de gebouwde omgeving en de glastuinbouw komen we echter een heel eind.
Met name voor de hoge temperatuurbehoefte in de industrie zal Limburg gebruik moeten maken van hernieuwbare gassen en elektriciteit, die grotendeels van buiten Limburg moeten worden betrokken. Ondanks de kansen en de diverse voordelen die warmte biedt, gaat de uitrol van warmtenet niet vanzelf. De markt heeft diverse elementen van marktfalen in zich, die ondersteuning en sturing van de overheid noodzakelijk maken.
Aanleg R380 kilovolt kabels door TenneT
TenneT
9 Zie ook de mededeling portefeuillehouder Burlet inzake biomassa van 29 september 2020.
24
Energie krijgen van energie maken!
Analyse van de energievraag richting 2030 en 2050 (de ‘Systeemstudie’) In het Collegeprogramma is de Limburgse energie-infrastructuur als een strategische opgave benoemd. Uit de Limburgse Energie Akkoord (LEA) bleek begin 2019 dat als bedrijven massaal inzetten op elektrificatie er tot wel vijf keer meer elektriciteit nodig is in Limburg. Van recenter datum is de verklaring van schaarste in Limburg door Enexis voor aansluitingen van nieuwe grootschalige projecten van duurzaam opgewekte elektriciteit. Ook Tennet weet dat een 380Kv hoogspanningskabel naar Chemelot moet worden aangelegd. En verschillende gemeenten en hun partners worstelen met de aanleg of uitbreiden van warmtenetten. Ten slotte spelen knelpunten over de grens in België en Duitsland al een rol in Limburg. De Belgische overheid wil de elektriciteits-productie van de gasgestookte elektriciteitscentrale in Maasbracht direct tot haar beschikking krijgen middels een exclusieve aansluiting op het Belgische stroomnet. Vanuit deze actuele en recente ontwikkelingen heeft de Provincie opdracht gegeven aan een consortium van partijen onder leiding van de CE Delft om voor Limburg een ‘systeemstudie’ uit te voeren naar de energie-infrastructuur van nu en in de toekomst (2030 en 2050). Belangrijk is dat de onderliggende data ook door Tennet, Gasunie en Enexis zijn gevalideerd en zij ook de analyse onderschrijven.
De Limburgs studie past binnen een bredere serie nationale en regionale studies. Deze studie voegt een aantal zaken toe aan het nationale debat en de landelijke energietransitie, die nog niet op deze wijze zijn bestudeerd. In de studie zullen een aantal nieuwe vragen en geboden inzichten ook nationaal moeten worden uitgewerkt zoals: Welke wisselwerking is er met het energiesysteem in Duitsland en België? Hoeveel ‘flexibel vermogen’ is nodig in de regio? Hoe moet de planvorming en samenwerking (‘governance’) eruit zien om tot gedragen en betaalbare oplossingen te komen? Tegelijkertijd vervult Limburg een belangrijke knooppuntfunctie – zeker na sluiten van de Hemwegcentrale – in het Noord-Europese elektriciteitsnetwerk met de Clauscentrale en is Chemelot een belangrijk knooppunt van grensoverschrijdende buisleidingen-infrastructuur. Specifiek binnen Limburg zijn de volgende infrastructuur-netten relevant:
25
Energie krijgen van energie maken!
In de studie zelf wordt uitvoerig ingegaan op de knelpunten. De belangrijkste en robuuste knelpunten zijn:
Onvoldoende capaciteit van de huidige elektriciteitsnetten (hoog- én laagspanning) voor het voorziene aanbod van vooral zonneparken alsook voor de energievraag van gebouwde omgeving, elektrisch vervoer en industrie; Vooralsnog geen transportcapaciteit van waterstof naar industrie en elektriciteitscentrales Onvoldoende elektriciteitsproductie en het beschikken over voldoende vrij regelbaar vermogen; Afhankelijk van politieke en maatschappelijke ontwikkelingen is behoefte aan meer warmtetransportnetten, waterstofdistributie en CO2-infrastructuur; Oplossingen vanuit Duitsland en België niet realistisch gezien hun eigen knelpunten. In het rapport en de deelbijlagen worden deze knelpunten in hoog detailniveau uitgewerkt. Er zijn ook voor vier `modelwijken` analyses uitgevoerd wat op wijkniveau allemaal moet gebeuren in de energie infrastructuur. Deze informatie is nu ontsloten en maakt vooral duidelijk dat de mate waarin huizen overstappen op elektriciteit om te bewegen, koken en verwarmen bepaalt welke investeringen Gasunie, Tennet en Enexis moeten doen. De inzichten kunnen samen met de gemeenten, huizen- en vastgoedbezitters en ondernemers, en de netwerkbeheerders besproken worden om gedetailleerde en goed afgestemde verduurzamingsplannen op te stellen en met passende infrastructuur mogelijk te maken.
Clauscentrale Maasbracht
Provincie Limburg
Stefan Koopmans
Om de kosten en tariefstijgingen in de hand te houden zal een verregaande systeemintegratie tussen de verschillende dragers, zoals elektriciteit, waterstof, groen gas, warmte en CO2 moeten plaatsvinden. Zo’n systeemintegratie, onder andere met gebruikmaking van opslagmogelijkheden, moet leiden tot optimalisatie van de maatschappelijke kosten en de doelmatige inzet van middelen. Belangrijkste voorlopige hoofdconclusie voor onze strategie is dat duidelijk is geworden dat energieinfrastructuur ten opzichte van alle planvorming niet alleen een randvoorwaarde is, maar juist ook een belangrijk onderdeel moet zijn in de strategische planvorming. Immers, de knelpunten die uit de studie naar voren komen zijn fors. Gezien de huidige verplichting van de netwerkbeheerders om hun investe-
26
Energie krijgen van energie maken!
ringsplannen op te stellen met een horizon van vijf jaar, is dit geen verrassing. De systeemstudie kijkt immers voor het eerst samen met de netbeheerders tien tot dertig jaar vooruit. Het maakt wel duidelijk dat alle betrokken partners elkaar nodig hebben om verder vooruit te (mogen) kijken en tijdig voorbereidingen te gaan treffen om al de gevonden knelpunten op te lossen. Enexis heeft in juli 2020 bekend gemaakt voor haar netwerk met serieuze schaarste te kampen vanwege de forse toename van het aantal windmolenparken en zonneparken. De kaart voor Zuid-Nederland ziet er als volgt uit, met ernaast de knelpunten per onderstation.
Uit de systeemstudie blijkt dat in totaal elf onderstations in één of meer scenario’s geen oplossing kennen binnen het station (zie bijlage F, p.9). Daarvoor zal buiten het onderstation een oplossing moeten worden gezocht. Hiervoor zal grond moeten worden aangekocht, als dat al bij het onderstation beschikbaar is. In vier onderstations wordt dit alleen veroorzaakt door aanbod van zonne-energie. In de andere stations gaat het zowel om overbelasting door vraag als door aanbod. Uit de systeemstudie kunnen als voorlopige conclusies worden getrokken dat de energie-infrastructuur cruciaal onderdeel van de planvorming moet zijn en niet als ‘externe randvoorwaarde’. De vraag naar elektriciteit zal daarbij in alle scenario’s de komende tijd fors toenemen in Limburg. Tevens zal in regionale samenhang en vanuit een integrale blik van de energievraag en energiebronnen strategisch planvorming moeten plaatsvinden tussen alle betrokkenen. Warmtenetten bieden een maatschappelijk verantwoorde manier om voor delen van Limburg de druk op het elektriciteitsnet niet nog verder te vergroten. Juist in de verbindingen met de Rotterdamse haven en de Duitse Ruhrgebied ligt potentie voor Limburg om zowel als het gaat om CO2-transport, als op termijn waterstof-transport een belangrijke bijdrage te leveren aan de energietransitie.
Voor het hoog- en laagspanningsnet alsook de warmtenetten biedt de grensoverschrijdende ligging van Limburg juist weinig voordelen en werken wet- en regelgeving eerder in het nadeel.
27
Energie krijgen van energie maken!
Energiebronnen voor de lange termijn: waterstof en kernenergie Naast de hierboven genoemde energiebronnen wordt in Nederland ten aanzien van de energiemix voor de lange termijn ook gesproken over waterstof (als energiedrager) en kernenergie (als energiebron). Vanuit Provinciale Staten is voor deze thema’s aandacht gevraagd en om beiden op de kansen voor Limburg te beoordelen[10]. Voor de korte termijn zal via de Waterstofagenda Limburg 2.0 ingezet worden op het bouwen aan allianties met partners, proefprojecten en innovaties gestimuleerd worden evenals het uitwerken van de benodigde infrastructuur voor de toekomst. Als het gaat om kernenergie zal op de korte termijn samen met het rijk en een aantal provincies invulling gegeven worden aan een onderzoek naar de regionale potenties in Nederland en daarmee ook in Limburg.
Ook fietsen draagt bij aan minder CO2-uitstoot
Provincie Limburg
Aron Nijs
Waterstof De Limburgse Waterstofagenda zal (conform het gewijzigde amendement 61) als een separaat statenvoorstel voor besluitvorming in december 2020 aan Provinciale Staten worden aangeboden, gelijk met het statenvoorstel Provinciale Energie Strategie (deel 2). De Waterstofagenda zal daarmee ook een eigen uitvoeringsprogramma kennen inclusief financiële paragraaf. De hoofdlijn zullen wij hiervan kort in de Provinciale Energie Strategie opnemen (zie paragraaf met Uitvoeringsprogramma 2020-2030), maar zal programmatisch verder uitgewerkt worden in het separate statenvoorstel. Waterstof komt niet in natuurlijke vorm voor op aarde en moet dus altijd gemaakt worden. Waterstof is dus een energiedrager en géén energiebron. In Nederland speelt GasUnie in het waterstofdossier een cruciale rol. Voor de korte termijn is daarom het behoud van gasinfrastructuur belangrijk om op de middellange en lange termijn waterstof rendabel te maken. Dat komt met name omdat het maken van waterstof op dit moment te duur is voor grootschalige inzet om warmte mee te produceren voor de industrie of de gebouwde omgeving. Er is dus volop innovatie nodig. Binnen en buiten Nederland zijn de overige onderzoeksinitiatieven, beleidsstukken, concrete toepassingen en ambities rond waterstof haast overweldigend. Limburg wil Nederland én Europa groter maken door een draaischijf te zijn voor waterstofinfrastructuur.
Daarvoor is het nu zaak ook kennis op te doen van wat er buiten Limburg speelt, en in te spelen op de kansen die buiten Limburg bestaan.
10
28
In de volgende moties en amendementen is het College daartoe opgeroepen: Gewijzigde motie 2496 Kerseboom cs. inzake volgen ontwikkeling energievoorziening uit thorium (overgenomen, 8-11-2019), gewijzigde motie 2525 Baneke inzake hernieuwde aansporing plan van aanpak waterstof (aangenomen, 8-11-2019) evenals het gewijzigde amendement 61 Berghorst inzake financiering projecten PES Deel 1 (aangenomen, 29-6-2020) en ten slotte de gewijzigde motie 2625 Bastiaans cs inzake onderzoek naar kernenergie in Limburg (aangenomen, 25-9-2020).
Energie krijgen van energie maken!
In de onderstaande paragraaf 5 met het uitvoeringsprogramma zullen kort de hoofdlijnen aangestipt worden. Deze zullen echter inhoudelijk uitgewerkt worden in het separate statenvoorstel dat aan Provinciale Staten zal worden aangeboden.
Kernenergie Het debat over kernenergie staat weer volop op de politieke agenda. Recent heeft de Minister van Economische Zaken de Kamer geïnformeerd over de mogelijke rol van kernenergie in de toekomstige energiemix van Nederland. Het rapport brengt met de kennis anno 2020 de stand van zaken voor de mogelijkheden en beperkingen van kernenergie voor 2040 in Nederland in kaart. Tevens zijn de kosten van de inzet van kernenergie voor de samenleving vergeleken met andere CO2-arme bronnen van elektriciteit in de energiemix. In de ogen van de Minister bevestigt het rapport dat voor CO2-vrij regelbaar vermogen na 2030 kernenergie één van de kosteneffectieve opties is[11]. Tevens is er in de Tweede Kamer tijdens de Algemene Beschouwingen een motie aangenomen waarin het Kabinet wordt opgeroepen om een marktconsultatie te houden onder welke voorwaarden marktpartijen bereid zijn te investeren in kerncentrales in Nederland, welke publieke ondersteuning daarvoor nodig is en welke regio’s belangstelling hiervoor hebben[12]. In Provinciale Staten van Limburg is op 25 september 2020 eveneens een motie aangenomen die het College oproept om samen met het Rijk te onderzoeken of er in Limburg plaats is voor een of meerdere veilige en duurzame kerncentrale(s)[13]. In Zeeland is momenteel in Borssele de enige kerncentrale van Nederland actief van EPZ.
Deze centrale levert jaarlijks zo’n 13 PJ aan elektriciteit (3,6 TWh), zonder CO2-uitstoot. Dit is ongeveer 3% van het landelijke elektriciteitsverbruik. De rijksoverheid (ministerie van EZK) is bevoegd gezag over kernenergie (wijst locaties aan en verleent vergunningen). Er zijn momenteel in Nederland drie locaties aangewezen waar een kerncentrale is toegestaan: Borssele, Maasvlakte en Eemshaven. De rijksoverheid heeft toestemming gegeven om de kerncentrale EPZ in Borssele tot 2033 te exploiteren. Er zal inzichtelijk gemaakt worden of het mogelijk is de levensduur van de centrale te verlengen, wat hiervoor nodig is en wat hiervan de risico’s zijn. Tevens wordt er ook volop onderzoek gedaan naar nieuwe en kleinere vormen van kernenergie (zoals micro-centrales), zoals bijvoorbeeld reactoren die werken met gesmolten zout en thorium. Deze reactoren zijn ten opzichte van de huidige kernreactoren veiliger en produceren minder gevaarlijk radioactief afval.
Indien de Nederlandse overheid besluit dat kernenergie een rol moet spelen in de toekomstige energievoorziening, zien de Provincie Zeeland en de Zeeuwse gemeenten in hun Regionale Energiestrategie (RES 1.0) Borssele als een aangewezen locatie voor een nieuwe kerncentrale vanwege de reeds aanwezige nucleaire expertise bij EPZ, de nabijheid van de Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval (COVRA), de ruime beschikbaarheid van koelwater en het feit dat de rijksoverheid Borssele heeft aangewezen als locatie waar een kerncentrale is toegestaan. Een nieuwe kerncentrale heeft over het algemeen een capaciteit van 1,6 GW en ongeveer 8000 vollasturen. En produceert daarmee 46,1 PJ aan CO2-vrije elektriciteit. Vanuit de nationale als provinciale moties zullen wij – samen met het Rijk en o.a. de provincies Zeeland en Noord-Brabant – actief participeren en deelnemen aan het onderzoek naar de marktconsultatie en de voorwaarden van publieke ondersteuning en regionale randvoorwaarden die daarvoor nodig zijn. Wij zullen tevens een informatiesessie over kernenergie organiseren waarin ook de verschillende aspecten en mogelijkheden belicht zullen worden door verschillende partijen zoals de expertise bij de rijksoverheid, het bedrijfsleven, kennisinstellingen en milieuorganisaties.