CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

landelijk 6 Concept-notitie-reikwijdte-en-detailniveau-programma-VAWOZ-2031-2040

Gemeenteraad 6 maart 2024, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Beantwoording vragen en bijlagen34.794 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Programma VAWOZ 2031-2040 Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau

Datum: 09-02-2024 Versienummer: 1.0 Status: Definitief

In opdracht van:

INHOUDSOPGAVE

Leeswijzer................................................................................................................................................ 4 1

2

3

4

Inleiding........................................................................................................................................... 5 1.1

Toelichting Programma VAWOZ 2031-2040 ........................................................................... 5

1.2

Waarom deze concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau .................................................... 7

1.3

Relatie met andere programma’s en projecten...................................................................... 7

1.3.1

Relatie andere programma’s en energieprojecten algemeen ........................................ 8

1.3.2

Relaties met andere energieprojecten per regio .......................................................... 11

Programma, procedure mer en participatie ................................................................................. 13 2.1

Wat is het Programma VAWOZ 2031-2040? ........................................................................ 13

2.2

Wat is een IEA en wat is een plan-MER? .............................................................................. 14

2.2.1

Onderzoek in IEA/plan-MER ......................................................................................... 14

2.2.2

Wanneer is er sprake van een mer-plicht ..................................................................... 14

2.3

Stappen van IEA/plan-MER Programma VAWOZ 2031-2040 ............................................... 15

2.4

Participatie, inspraak en advies ............................................................................................ 16

2.4.1

Participatie .................................................................................................................... 16

2.4.2

Participatie rondom de concept-NRD ........................................................................... 16

2.4.3

Ontwerpproces kansrijke oplossingsrichtingen ............................................................ 17

2.4.4

Inspraakprocedure concept-NRD.................................................................................. 18

2.4.5

Wettelijke adviseurs...................................................................................................... 19

Toelichting onderdelen elektrische en waterstofverbindingen.................................................... 20 3.1

Inleiding................................................................................................................................. 20

3.2

Elektriciteitsverbinding ......................................................................................................... 20

3.3

Waterstofverbinding ............................................................................................................. 21

3.4

Grootschalige elektrolysers op land ..................................................................................... 22

Ontwikkeling kansrijke oplossingsrichtingen ................................................................................ 24 4.1

Inleiding................................................................................................................................. 24

4.2

Kansrijke oplossingsrichtingen regio Noordzee .................................................................... 24

4.2.1

Inleiding en bandbreedte aantal verbindingen ............................................................ 24

4.2.2

Aandachtspunten vanuit stakeholders regio Noordzee ............................................... 26

4.2.3

Voorstel voor kansrijke oplossingsrichtingen voor elektrische routes Noordzee ........ 27

4.2.4

Voorstel voor kansrijke oplossingsrichtingen voor waterstofroutes Noordzee ........... 29

4.3

Kansrijke oplossingsrichtingen regio Noord-Holland Noord................................................. 29

Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief

1

4.3.1

Inleiding en bandbreedte aantal verbindingen ............................................................ 29

4.3.2

Aandachtspunten vanuit stakeholders Noord-Holland Noord ..................................... 31

4.3.3 Voorstel voor kansrijke oplossingsrichtingen voor elektrische routes, zoekgebieden voor converterstations en grootschalige elektrolyse in Noord-Holland Noord ........................... 32 4.3.4 4.4

Voorstel voor kansrijke oplossingsrichtingen voor waterstof Noord-Holland Noord .. 33

Kansrijke oplossingsrichtingen regio Noord-Holland Zuid .................................................... 34

4.4.1

Inleiding en bandbreedte aantal verbindingen ............................................................ 34

4.4.2

Aandachtspunten vanuit stakeholders Noord-Holland Zuid ........................................ 35

4.4.3 Voorstel voor kansrijke oplossingsrichtingen voor elektrische routes en zoekgebieden voor converterstations in Noord-Holland Zuid ............................................................................. 36 4.4.4 Voorstel zoekgebieden voor grootschalige elektrolyse aansluitlocaties NNHN-Zuid, Velsen, A9-Zuid en Vijfhuizen ....................................................................................................... 39 4.4.5 4.5

Voorstel voor kansrijke oplossingsrichtingen voor waterstof Noord-Holland Zuid...... 39

Kansrijke oplossingsrichtingen regio Zuid-Holland ............................................................... 40

4.5.1

Inleiding en bandbreedte aantal verbindingen ............................................................ 40

4.5.2

Aandachtspunten vanuit stakeholders Zuid-Holland.................................................... 42

4.5.3 Voorstel voor kansrijke oplossingsrichtingen voor elektrische routes en zoekgebieden voor converterstations en grootschalige elektrolyse Zuid-Holland .............................................. 43 4.5.4 4.6

Voorstel voor kansrijke oplossingsrichtingen voor waterstof Zuid-Holland ................. 46

Kansrijke oplossingsrichtingen regio Noord-Brabant en Limburg ........................................ 46

4.6.1

Inleiding en bandbreedte aantal verbindingen ............................................................ 46

4.6.2

Aandachtspunten vanuit stakeholders Tilburg, Maasbracht, Graetheide .................... 50

4.6.3 Voorstel voor kansrijke oplossingsrichtingen voor elektrische routes, zoekgebieden voor converterstations en grootschalige elektrolyse Noord-Brabant en Limburg ....................... 50 4.7

Kansrijke oplossingsrichtingen regio Zeeland Zeeuws-Vlaanderen ...................................... 52

4.7.1

Inleiding en bandbreedte aantal verbindingen ............................................................ 52

4.7.2

Aandachtspunten vanuit stakeholders Zeeland Zeeuws-Vlaanderen .......................... 53

4.7.3 Voorstel voor kansrijke oplossingsrichtingen voor elektrische routes, zoekgebieden voor converterstations en grootschalige elektrolyse Zeeuws-Vlaanderen .................................. 54 4.7.4 4.8

Voorstel voor kansrijke oplossingsrichtingen voor waterstof ...................................... 55

Kansrijke oplossingsrichtingen regio Midden-Zeeland ......................................................... 56

4.8.1

Inleiding en bandbreedte aantal verbindingen ............................................................ 56

4.8.2

Aandachtspunten vanuit stakeholders Midden-Zeeland.............................................. 57

4.8.3 Voorstel voor kansrijke oplossingsrichtingen voor elektrische routes, zoekgebieden voor converterstations en grootschalige elektrolyse Midden-Zeeland ........................................ 58 5

Beoordelingsmethodiek IEA/plan-MER ........................................................................................ 60 5.1

Beoordelingskader van de IEA .............................................................................................. 60

Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief

2

5.2

Toelichting beoordelingskader Systeemintegratie ............................................................... 61

5.3

Toelichting beoordelingskader Milieu & Ruimte .................................................................. 62

5.3.1

Inleiding......................................................................................................................... 62

5.3.2

Referentiesituatie en cumulatie ................................................................................... 62

5.3.3

Mitigerende maatregelen ............................................................................................. 63

5.3.4

Leemten in kennis ......................................................................................................... 63

5.3.5

Passende Beoordeling voor Programma VAWOZ ......................................................... 63

5.4

Beoordelingskader omgeving ............................................................................................... 64

5.5

Beoordelingskader Techniek, veiligheid en kosten............................................................... 64

5.6

Beoordelingskader Economie ............................................................................................... 64

5.7

Beoordelingskader Tijd & Toekomstvastheid ....................................................................... 65

Colofon .................................................................................................................................................. 66 Bijlage A Begrippen en afkortingen ...................................................................................................... 67 Bijlage B Groeidocument kansrijke oplossingsrichtingen ..................................................................... 70 Bijlage C Systeemintegratie wind op zee fase NRD .............................................................................. 71 Bijlage D Beoordelingskader ................................................................................................................. 72 Bijlage E Detailkaarten .......................................................................................................................... 73

Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief

3

Leeswijzer Dit is de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept-NRD) van het Programma VAWOZ (Verbindingen Aanlanding Wind op Zee) 2031-2040. Het Programma VAWOZ onderzoekt hoe en waar de energie, uit nog te bouwen windparken op zee, aan land kan worden gebracht in de periode van 2031 tot 2040. Hoofdstuk 1 geeft een algemene toelichting op het programma, de plek van deze concept-NRD in de milieueffectrapportage (mer)-procedure en de beleidscontext waarin dit programma wordt gemaakt. In hoofdstuk 2 worden de procedure van een Integrale Effectanalyse/planmilieueffectrapport (IEA/plan-MER), het participatieproces en de te doorlopen stappen van de IEA/plan-MER toegelicht. Hoofdstuk 3 geeft een toelichting van de onderdelen die binnen Programma VAWOZ onderzocht gaan worden. In hoofdstuk 4 worden de alternatieven beschreven die in de IEA/plan-MER onderzocht gaan worden. Hoofdstuk 5 gaat in op de werkwijze van de effectbeoordeling in de IEA/plan-MER. De concept-NRD bevat de volgende bijlagen: • Bijlage A Begrippen en afkortingen • Bijlage B Groeidocument kansrijke oplossingsrichtingen • Bijlage C Systeemintegratie wind op zee (fase NRD) • Bijlage D Beoordelingskader • Bijlage E Detailkaarten kansrijke oplossingsrichtingen Hieronder zijn de belangrijkste begrippen opgenomen.

Tabel 0-1 Begrippen Begrip Aanlandingszone Aanlandingsstation waterstof Aansluitlocatie Afsluiterlocatie Alternatieven

Converterstation Kansrijke oplossingsrichtingen Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) Systeemintegratie Transformatorstation Verbinding

Toelichting De zone waarin elektriciteitskabels en waterstofleidingen vanaf zee aan land kunnen gaan. In PAWOZ-Eemshaven wordt dit een ‘aanlandingspunt’ genoemd. Een aanlandingsstation is nodig om de offshore waterstofleiding te laten aansluiten op het Waterstofnetwerk Nederland. De locatie waar windparken aangesloten worden op het landelijk hoogspanningsnet of waterstofnetwerk. In PAWOZ-Eemshaven wordt dit een ‘aansluitpunt’ genoemd. De locatie van waterstofleiding net na het aanlanden. Afsluiterlocaties zijn nodig voor beperken van af te blazen waterstof bij calamiteiten of reparaties aan de leiding. In de NRD-fase waarin de mogelijke routes en locaties/zoekgebieden bepaald worden, wordt gesproken over kansrijke oplossingsrichtingen. Daarna komt de IEA/plan-MER-fase waar deze oplossingsrichtingen de naam ‘alternatief’ krijgen en de effecten van verschillende alternatieven beoordeeld gaan worden. Converterstation op land voor het omzetten van gelijkstroom naar wisselstroom en het verlagen van de spanning naar het niveau van het landelijke hoogspanningsnet. De te onderzoeken routes voor elektriciteitskabels en waterstofleidingen en zoekgebieden voor converter-/transformatorstations en aanlandstations op hoog abstractieniveau (grofweg; linksom of rechtsom gevoelige gebieden/woonkernen).

Een NRD geeft aan met wat (reikwijdte) en met welke diepgang (detailniveau) de alternatieven worden onderzocht en beschreven in het milieueffectrapport (MER). De impact van aanlanding van wind op zee op het energiesysteem en dan specifiek op de energie-infrastructuur. Een transformatorstation op land voor het transformeren van het spanningsniveau naar het niveau van het landelijke hoogspanningsnet. Een verbinding is een hoogspanningsverbinding of een waterstofleiding die de windparken op zee verbindt met een aansluitlocatie op land.

Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief

4

1 Inleiding 1.1 Toelichting Programma VAWOZ 2031-2040 In 2050 wil Nederland klimaatneutraal zijn. Dit betekent dat er grote hoeveelheden hernieuwbare elektriciteit en CO₂-arme waterstof nodig zijn. Om dit te bereiken is de tijdige ontwikkeling van grootschalige windenergie op zee cruciaal. In een kamerbrief1 over windenergie op zee in de periode 2030-2050 heeft het kabinet de voorbereiding van het realiseren van ongeveer 50 GW aan windenergie op zee in 2040 bekendgemaakt. Dit is de bovenkant van de gehanteerde bandbreedte van de verschillende energie-scenario’s om zeker te zijn van tijdige verduurzaming van de samenleving. Programma VAWOZ (Verbindingen Aanlanding Wind op Zee) 2031-2040 onderzoekt daarom - in nauwe samenspraak met de omgeving - hoe de energie van, nog te bouwen, windparken op zee aan land kan worden gebracht in de vorm van elektriciteit of waterstof voor de periode 2031-2040. Het Programma geeft daarnaast een doorkijk naar de verwachte wind op zee opgave van 70 GW voor 2050. Ook kijkt het Programma VAWOZ naar de ruimtelijke inpassing van grootschalige elektrolyse op land gekoppeld aan de aanlanding wind op zee. De onderdelen die nodig zijn (op zee en op land) voor elektrische verbindingen, waterstofverbindingen en elektrolyse op land, worden toegelicht in hoofdstuk 3 van deze concept-NRD.

Programma VAWOZ 2031-2040 onderzoekt het aanlanden van ongeveer 29 GW aan windenergie op zee in de vorm van circa tien elektrische en twee waterstofverbindingen in de periode 2031-2040. Dit telt op tot 50 GW met de deels gerealiseerde en deels in procedure zijnde 21 GW tot en met 2031. Verder bereidt het kabinet zich voor om in de periode 2041-2050 windenergie op zee door te laten groeien naar ongeveer 70 GW, wat betekent dat er mogelijk nog 20 GW windenergie op zee moet worden gerealiseerd na 2040. De op de Noordzee opgewekte energie moet via elektriciteitskabels en waterstofleidingen aan land worden gebracht. De ruimtelijke inpassing hiervan raakt aan veel andere (maatschappelijke) belangen zoals van natuur, visserij, landbouw en scheepvaart. Om de raakvlakken met deze belangen en effecten in beeld te brengen wordt een integrale effectenanalyse (IEA) en planmilieueffectrapportage (plan-MER) uitgevoerd als onderdeel van het Programma VAWOZ.

1

Kamerbrief 16 september 2022, kenmerk DGKE-E/22174505. Te vinden op: https://open.overheid.nl/documenten/ronl-b34f5ea2f405a4b9dbdfe676288ace0736599264/pdf

Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief

5

Figuur 1-1 Kaart windenergiegebieden, windenergie zoekgebieden en aansluitlocaties die deel uitmaken van het Programma VAWOZ 2031-2040 (bron: Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, 2024)

Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief

6

1.2 Waarom deze concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Het doel van deze concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept-NRD) is om iedereen te informeren over de scope van Programma VAWOZ en om aan te geven welke aspecten in het IEA/plan-MER worden onderzocht. Een NRD beschrijft de afbakening en de aanpak van het onderzoek dat gaat worden uitgevoerd in de IEA/plan-MER. In de NRD staat daarom onder andere welke kansrijke oplossingsrichtingen worden onderzocht in de IEA/plan-MER (‘reikwijdte’) en op welke aspecten deze beoordeeld worden (‘detailniveau’). De kansrijke oplossingsrichtingen (alternatieven) die onderzocht gaan worden, zijn toegelicht in hoofdstuk 4. Het onderzoek in de IEA/plan-MER wordt gedaan aan de hand van zes thema’s: 1) Systeemintegratie, 2) Milieu & Ruimte (plan-MER), 3) Omgeving, 4) Techniek, veiligheid en kosten, 5) Economie en 6) Tijd & Toekomstvastheid. Deze thema’s worden toegelicht in het beoordelingskader in hoofdstuk 5. Terminologie kansrijke oplossingsrichting en alternatief In de NRD-fase waarin de mogelijke routes en locaties/zoekgebieden bepaald worden, wordt gesproken over kansrijke oplossingsrichtingen. Daarna komt de IEA/plan-MER-onderzoeksfase waar een kansrijke oplossingsrichting de naam ‘alternatief’ krijgt en de effecten van verschillende alternatieven beoordeeld gaan worden.

Door de effecten van de alternatieven in beeld te brengen kan de minister voor Klimaat en Energie een landelijke afweging maken, die zo veel als mogelijk leidt tot één kansrijk alternatief per verbinding. Dit gebeurt mede op basis van de adviezen van de regio’s.

Programma VAWOZ vraagt om beslissingen die gevolgen kunnen hebben voor de omgeving waar de kansrijke oplossingsrichtingen worden aangelegd en gebruikt. Daarom wordt er in het Programma ingezet op de participatie van (regionale) overheden, maatschappelijke organisaties, bedrijven en bewoners. De in deze concept-NRD beschreven kansrijke oplossingsrichtingen zijn tot stand gekomen in samenwerking met diverse stakeholders. Hoe dit ontwerpproces in zijn werk is gegaan, staat in paragraaf 2.4.3. De concept-NRD gaat eerst ter inzage zodat iedereen hierop kan reageren. In paragraaf 2.4 van deze concept-NRD staat hoe participatie heeft plaatsgevonden en kan plaatsvinden. Hier wordt ook ingegaan op de terinzagelegging en mogelijkheden voor reactie. In de definitieve NRD wordt de onderzoeksagenda voor het IEA/plan-MER uiteindelijk vastgelegd.

1.3 Relatie met andere programma’s en projecten Het Programma VAWOZ staat niet op zichzelf. Er is veel samenhang en samenloop met andere programma’s en projecten, zoals het Programma Aansluiting Wind op Zee (PAWOZ)-Eemshaven, Programma Energie Hoofdstructuur (PEH), Energie Infrastructuurplan Noordzee (EIPN), en het Programma Nationale Omgevingsvisie Extra (NOVEX) inclusief ruimtelijke voorstellen van provincies (zie paragraaf 1.3.1). Er is ook samenhang met concrete projecten, zoals de Delta Rhine Corridor (DRC), 380kV-Netuitbreiding Noord-Holland Noord (NNHN), het landelijke waterstofnetwerk en Net op zee Nederwiek 3 (NW3) (zie paragraaf 1.3.2). Er zijn ook raakvlakken met diverse netten op zee. Programma’s waarbij de samenhang vanuit het energiesysteem relevant is, zoals het Programma Infrastructuur Duurzame Industrie (PIDI), Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK) en Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) zijn meegenomen in analyse systeemintegratie2 en niet in deze paragraaf beschreven. 2

Het rapport Systeemintegratie wind op zee (fase NRD) is te vinden in Bijlage C van de concept-NRD.

Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief

7

1.3.1 Relatie andere programma’s en energieprojecten algemeen Voorverkenning Programma VAWOZ 2031-2040 In 2021-2022 is de Voorverkenning voor het Programma VAWOZ 2031-2040 uitgevoerd.3 Het doel van deze Voorverkenning was om op hoofdlijnen kansrijke aansluitlocaties in beeld te brengen. De resultaten uit de Voorverkenning zijn gebaseerd op informatie uit parallelle programma’s en onderzoeken (waaronder het Programma Energiehoofdstructuur en het onderzoek Systeemintegratie Wind op Zee 2030-2040), regiosessies met stakeholders, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen en systeemanalyses van Gasunie en TenneT. Onderzoek Hergebruik offshore Aardgasleidingen voor waterstoftransport (OHA) en Energie Infrastructuurplan Noordzee (EIPN) Het ministerie van EZK heeft de afgelopen periode als onderdeel van het onderzoek naar het Energie infrastructuurplan Noordzee (EIPN) onderzoek laten uitvoeren naar het hergebruiken van bestaande aardasleidingen op zee voor de aanlanding van windenergie op zee met waterstof. Het onderzoek betreft een bureaustudie naar de technische haalbaarheid. Er zijn scenario’s ontwikkeld waarin bestaande leidingen worden ingezet voor het transport van waterstof. In deze scenario’s is ook gekeken hoe bestaand aardgastransport omgeleid zou moeten worden om leidingen vrij te maken voor waterstof. Dit heet re-routing.

Voor dergelijke re-routing is meestal ook de aanleg van stukken nieuwe aardgasleiding nodig. Een selectie van de scenario’s wordt nu verder onderzocht op technische haalbaarheid. Er wordt ook een milieueffectenonderzoek van de scenario’s gedaan. Hierbij wordt gekeken naar de effecten op de fysieke leefomgeving van alle activiteiten die nodig zijn om de leidingen geschikt te maken voor waterstof. Er wordt ook gekeken naar de effecten van het aanleggen van nieuwe pijpleidingen voor re-routing. Het milieueffectonderzoek wordt afgestemd met het onderzoek voor Programma VAWOZ, waaronder de criteria in het beoordelingskader. Als onderdeel van het OHA wordt ook een commercieel proces voorbereid waarin hergebruik van bestaande aardgasleidingen wordt uitgewerkt. Als uit deze stappen blijkt dat hergebruik een haalbare optie is, dan wordt een uitgewerkt hergebruikscenario en effectonderzoek betrokken bij de integrale besluitvorming van Programma VAWOZ 2031-2040. In deze concept-NRD zijn daarom nu alleen nieuwe waterstofleidingen beschreven, hergebruik wordt niet meegenomen in het IEA/planMER-onderzoek voor Programma VAWOZ. Waterstofnetwerk Nederland Hynetwork Services B.V. (HNS), een dochteronderneming van Gasunie, legt een landelijk netwerk aan dat de vraag naar en aanbod van CO2-vrije waterstof verbindt.

Dit transportnetwerk verbindt industriële clusters met elkaar, met het buitenland en met waterstofopslagen. Dit gebeurt hoofdzakelijk via bestaande en deels via nieuw aan te leggen infrastructuur. In de komende zeven jaar ontwikkelt Hynetwork Services een stapsgewijs aaneengesloten landelijk waterstofnetwerk, beginnend in de industriële regio’s. Vanaf 2025 komt het landelijke netwerk in gedeeltes beschikbaar, voornamelijk door het hergebruik van bestaande aardgasleidingen. Programma Energie Hoofdstructuur (PEH) Het Programma Energiehoofdstructuur (PEH) is gericht op de ruimtelijke planning van nationale energie-infrastructuur (op het gebied van transport, conversie en opslag) op land met als 3

Voor het eindrapport van de Voorverkenning VAWOZ 2031-2040 (inclusief bevindingen uit de regiosessies), zie: Eindrapportage-voorverkenning-14-juli-2022-VAWOZ-2031-2040.pdf (rvo.nl)

Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief

8

tijdshorizon 2050. Uit het ontwerp-PEH4, gepubliceerd in juli 2023, blijkt dat het voor een efficiënt energiesysteem gunstig kan zijn om elektrolysers te plaatsen nabij aansluitlocaties van windenergie op zee. Op deze manier worden overschotten van elektriciteit gelijk omgezet in waterstof en hoeven ze niet getransporteerd te worden via het hoogspanningsnet. De elektrolysers hebben daarmee een functie in de balancering van het elektriciteitsnet en kunnen de noodzaak voor nieuwe hoogspanningsverbindingen voorkomen. Tegelijkertijd leidt het plaatsen van de elektrolysers bij aanlandingslocaties van windenergie op zee tot weinig extra knelpunten in het waterstofnet omdat het nationale waterstofnetwerk hier al voorzien is. Het onderzoek in het PEH is daarmee aanleiding geweest om binnen het Programma VAWOZ de kansrijkheid van locaties voor elektrolysers nabij aanlandingen van windenergie op zee te onderzoeken. Programma PAWOZ-Eemshaven Het Programma Aansluiting Wind Op Zee – Eemshaven (PAWOZ-Eemshaven) onderzoekt naast routes t/m 2031 ook de mogelijkheden voor toekomstige kabel- en leidingroutes vanaf de Noordzee naar Noord-Nederland, namelijk naar Eemshaven via het Waddengebied. De resultaten (in de vorm van de mogelijke routes na 2031) uit PAWOZ-Eemshaven worden onderdeel van het Programma VAWOZ 2031-2040.

Het Programma VAWOZ onderzoekt aansluitingen voor windparken tot het demarcatiepunt op de Noordzee5. Binnen het Programma VAWOZ 2031-2040 zal een afweging worden gemaakt welke windenergiegebieden via welke routes worden aangesloten waarbij gebruik gemaakt wordt van de informatie uit PAWOZ-Eemshaven (zie Figuur 1-2). Grootschalige elektrolyse in Noord-Nederland In het Programma VAWOZ wordt geen onderzoek gedaan naar mogelijke locaties voor elektrolyse in Noord-Nederland. Hier wordt namelijk al in voorzien in een lopend traject. De provincie Groningen en de gemeente het Hogeland zijn de Oostpolder aan het ontwikkelen tot bedrijventerrein voor grootschalige bedrijven. Er zal 400 hectare aan bedrijfskavels gerealiseerd worden. De locatie en globale inrichting van dit bedrijventerrein is vastgelegd in de structuurvisie Oostpolder. De aansluiting op zowel de bestaande en beoogde elektriciteitsinfrastructuur van TenneT als het beoogde landelijke waterstofnetwerk zijn meegewogen in de locatiekeuze. In december 2023 is het ontwerp Provinciaal Inpassingsplan Oostpolder ter inzage gelegd. De structuurvisie en het inpassingplan anticiperen beide op elektrolyse.

De effecten van elektrolysers zijn dan ook onderzocht in de milieueffectrapportages voor deze plannen, zodat hier rekening mee kon worden gehouden bij de inrichting van het terrein en het vaststellen van de kaders voor de bedrijvigheid.

4

Voor het Ontwerp-Programma Energiehoofdstructuur, zie: https://www.rvo.nl/sites/default/files/202307/Ontwerp-Programma-Energiehoofdstructuur-juli-2023-Programma-Energiehoofdstructuur.pdf 5 Voor de definitie van ‘demarcatiepunt’, zie Bijlage A Begrippenlijst.

Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief

9

Figuur 1-2 Routes en corridors die worden onderzocht in PAWOZ-Eemshaven Partiële Herziening van het Programma Noordzee 2022-2027 Het voornaamste doel van de Partiële Herziening (PH) van het Programma Noordzee 2022-2027 is het aanwijzen van windenergiegebieden voor de periode na 2031. Het Programma VAWOZ 20312040 sluit aan bij de in de PH vastgestelde capaciteit (GW) per windenergiegebied als uitgangspunt voor de aan te landen energie. Zoekgebied 6/7 is dusdanig groot dat, tussen de mogelijke aanwijzing Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief

10

hiervan als windenergiegebied en de kavelbesluiten, een nadere gebiedsuitwerking nodig is waarin nog ruimtelijke afwegingen aan de orde zullen zijn. De gebiedsuitwerking wordt deels parallel aan en deels na de PH opgesteld. De exacte locatie van toekomstige windparken wordt vastgelegd in kavelbesluiten. Programma NOVEX Het Programma NOVEX geeft sturing in de complexe ruimtelijke uitdagingen voor gebieden in samenwerking met provincies, gemeenten en waterschappen. De provincies werken elk aan een ruimtelijk voorstel. Ook wordt er in 16 ‘NOVEX-gebieden’ gewerkt aan een gebiedsgerichte aanpak waar ruimtelijke opgaven de provinciegrenzen overschrijden. De plannen van de zestien gebieden worden opgenomen in de ruimtelijke voorstellen van de provincies. In de uitwerking van de aanpak per gebied en provincie wordt onder andere gekeken naar ruimte voor energie-infrastructuur, waaronder de aanlanding van wind op zee. Vooral de NOVEX-gebieden Noordzeekanaalgebied, Rotterdamse Haven, North Sea Port District en Zuid-Limburg zijn relevant in het kader van het Programma VAWOZ 2031-2040.

1.3.2 Relaties met andere energieprojecten per regio In de tabel hierna staan de energieprojecten per regio waar Programma VAWOZ een raakvlak mee heeft. In hoofdstuk 4 wordt, bij de toelichting op de kansrijke ontwikkelrichtingen, per regio de samenhang met deze projecten beschreven.

Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief

11

Tabel 1-1 Raakvlakprojecten per regio die een relatie hebben met de kansrijke oplossingsrichtingen Regio Noord-Holland

Projecten 380kV-Netuitbreiding Noord-Holland Noord (NNHN) en 380kV-stations NNHN-noord en NNHN-zuid 380kV-station A9 Zuid

Zuid-Holland, NoordBrabant en Limburg

Waterstofnetwerk Noordzeekanaalgebied Delta Rhine Corridor

Net op zee Nederwiek 3 (NW3)

Waterstofnetwerk Rotterdam 380kV-station Europoort

380kV-station Tilburg

380kV Port of Moerdijk

380kV-station Maasbracht

380kV-station Graetheide

380kV Maasbracht – Graetheide

Zeeland

Waterstofnetwerk Zuidwest-Nederland 380kV Zeeuws-Vlaanderen

Hoogspanningsstation omgeving Sloegebied

Raakvlak met Programma VAWOZ Nieuwe bovengrondse 380kV-hoogspanningsverbinding met de benodigde toekomstige 380kVhoogspanningsstations (in procedure) waar Programma VAWOZ op kan aansluiten. Mogelijk toekomstig 380kV-hoogspanningsstation (nog niet in procedure) waar Programma VAWOZ op kan aansluiten. Toekomstig waterstofnetwerk waar Programma VAWOZ op kan aansluiten. Voor de diepe aanlandingen van de windenergie op zee naar Noord-Brabant en Limburg, wordt gekeken naar aansluiting bij de Delta Rhine Corridor. Waterstofleidingen in de Delta Rhine Corridor zullen onderdeel gaan uitmaken van het landelijke waterstofnetwerk en daarom wordt in programma VAWOZ ook gekeken naar aansluiting hierop. Project NW3 realiseert de aansluiting van 2 GW uiterlijk in 2030 vanuit windenergiegebied Nederwiek. NW3 onderzoekt een aansluiting naar Moerdijk of Geertruidenberg, waarbij ook onderzoek gedaan wordt naar mogelijke toekomstige parallelligging van routes voor het Programma VAWOZ (zie verder het tekstkader in paragraaf 4.6.1). Toekomstig waterstofnetwerk waar Programma VAWOZ op kan aansluiten. Toekomstig 380kV-hoogspanningsstation (in procedure) waar Programma VAWOZ op kan aansluiten. Toekomstig 380kV-hoogspanningsstation (in aanbouw) waar Programma VAWOZ op kan aansluiten. Toekomstig 380kV-hoogspanningsstation (nog niet in procedure) in Moerdijk waar Programma VAWOZ op kan aansluiten.

Bestaand 380kV-hoogspanningsstation, waar op termijn uitbreiding is voorzien, waar Programma VAWOZ op kan aansluiten. Toekomstig 380kV-hoogspanningsstation (in procedure) waar Programma VAWOZ op kan aansluiten. Nieuwe bovengrondse 380kV-hoogspanningsverbinding tussen Maasbracht en Graetheide waar Programma VAWOZ op kan aansluiten. Toekomstig waterstofnetwerk waar Programma VAWOZ op kan aansluiten. Toekomstige 380kV-hoogspanningsverbinding (in procedure) tussen Terneuzen en de hoogspanningsverbinding tussen Borssele en Rilland, inclusief een toekomstig 380kV-station nabij Terneuzen waar Programma VAWOZ op kan aansluiten. Toekomstig 380kV-hoogspanningsstation (in procedure) waar Programma VAWOZ op kan aansluiten.

Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief

12

2 Programma, procedure mer en participatie 2.1 Wat is het Programma VAWOZ 2031-2040? Een programma is een kerninstrument onder de nieuwe Omgevingswet en vervangt de huidige structuurvisie. Met een kerninstrument zoals een programma kan de overheid beleid schrijven en uitvoeren. Het programma zal kaderstellend zijn voor besluiten van het Rijk, zoals projectbesluiten. Dit betekent dat het projectbesluit moet voldoen aan wat is vastgelegd in het programma. In het Programma VAWOZ wordt gekozen welke verbindingen verder zullen worden onderzocht en ontwikkeld. In het programmadocument van Programma VAWOZ worden de voorkeursroutes en aanlandlocaties van deze verbindingen vastgelegd. Het programma kan ook kaders meegeven voor de verdere uitwerking van die routes en locaties. De nadere uitwerking van een verbinding gebeurt in een projectprocedure. In deze procedure wordt de ruimtelijke inpassing verder gedetailleerd, vindt nader onderzoek plaats en worden de vergunningen die nodig zijn om het project te realiseren, voorbereid. Als het projectbesluit is vastgesteld kan de realisatie van de verbinding beginnen. Om te komen tot het definitieve Programma VAWOZ wordt een aantal stappen doorlopen, zie onderstaand figuur voor een schematische weergave. Eerst de NRD-fase, daarna de fase van IEA/plan-MER waarin de alternatieven worden onderzocht.

De IEA/plan-MER fase bestaat uit ronde 1 en ronde 2. In ronde 1 worden de effecten op hoofdlijnen onderzocht en in ronde 2 wordt verdiepend onderzoek uitgevoerd.

Figuur 2-1 Proces Programma VAWOZ en plaats concept-NRD

Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief

13

2.2 Wat is een IEA en wat is een plan-MER? 2.2.1 Onderzoek in IEA/plan-MER De mogelijke effecten van de verbindingen in Programma VAWOZ worden in beeld gebracht om mee te kunnen nemen in de besluitvorming. Omdat het Programma VAWOZ een kader vormt voor komende projectbesluiten, geldt er een mer-plicht (zie verder de toelichting in paragraaf 2.2.2). Milieueffectrapportage (mer) is de procedure waarbij milieueffecten van een plan in beeld worden gebracht. De verwachte gevolgen worden beschreven in een milieueffectrapport (MER). Voor dit programma is gekozen om naast de milieueffecten van mogelijke keuzes, breder te kijken naar onder andere effecten op de omgeving, economie, systeemintegratie, toekomstvastheid, techniek en kosten van de verschillende alternatieve routes. Dit betekent dat er een Integrale Effectanalyse (IEA) wordt opgesteld waarin deze thema’s aan bod komen. De Integrale Effectanalyse (IEA)/plan-MER bestaat uit zes onderzoeksthema’s: 1) Systeemintegratie, 2) Milieu & Ruimte, 3) Omgeving, 4) Techniek, veiligheid en kosten, 5) Economie en 6) Tijd & Toekomstvastheid. In hoofdstuk 5 Beoordelingsmethodiek IEA/plan-MER worden deze thema’s verder toegelicht. Het thema Milieu & Ruimte heeft de vorm van een plan-milieueffectrapport (plan-MER). Daarom is het onderzoek voor het Programma VAWOZ een combinatie van een IEA en een plan-MER.

2.2.2 Wanneer is er sprake van een mer-plicht Het maken van een plan-MER is verplicht voor een programma dat een kader vormt voor mer(beoordelings)plichtige besluiten, zoals de aanleg van een buisleiding of hoogspanningsverbinding (paragraaf 16.4.1 Omgevingswet). Voor Programma VAWOZ geldt daarmee een plan-mer-plicht. De wettelijke basis voor milieueffectrapportage (mer) ligt in Europa. De Europese richtlijn voor strategische milieu-beoordeling (SMB-richtlijn) regelt mer voor plannen en programma’s. De Nederlandse wetgeving rond de milieueffectrapportage is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in Hoofdstuk 11 en Bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In art. 11.3 van het Omgevingsbesluit zijn de vereisten voor de inhoud van het plan-milieueffectrapport (plan-MER) opgenomen. De inhoudelijke eisen van een milieueffectrapport zijn met de inwerkingtreding van de Omgevingswet niet gewijzigd ten opzichte van de eisen uit de Wet milieubeheer. Onderdelen van een plan-MER De volgende onderdelen maken in ieder geval deel uit van het plan-MER: • Een beschrijving van de inhoud en de redelijke alternatieven, inclusief de motivering van de keuze voor deze alternatieven. • De belangrijkste doelstellingen van het programma. • Een beschrijving van de huidige situatie van het milieu en de autonome ontwikkeling ervan als het programma niet wordt uitgevoerd.

• Alle bestaande milieuproblemen die relevant zijn voor het programma, vooral de problemen in gebieden waar het beschermen van het milieu een belangrijke rol speelt. • Een beschrijving van de wijze waarop relevante vastgestelde milieudoelstellingen zijn betrokken bij het programma. • Een beschrijving van de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van de uitvoering van het programma. • Maatregelen om effecten te voorkomen, beperken of compenseren en monitoring. • De leemten in kennis.

Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief

14

2.3 Stappen van IEA/plan-MER Programma VAWOZ 2031-2040 Om in de concept-NRD-fase tot kansrijke oplossingsrichtingen te komen, is gekeken naar beschikbare fysieke ruimte, inpasbaarheid in het energiesysteem en de aandachtspunten die door betrokken stakeholders zijn aangedragen. In de onderzoeksfases die volgen op de concept-NRD wordt het ontwerp van de kansrijke oplossingsrichtingen en ook het onderzoek in twee rondes meer gedetailleerd (zie schematische weergave in Figuur 2-2).

Figuur 2-2 Proces van effectonderzoeken voor Programma VAWOZ In de twee rondes worden de routes en locaties/ zoekgebieden verder uitgewerkt (o.a. ruimtebeslag) en wordt een beoordeling op effecten gedaan (zie hoofdstuk 5 voor het beoordelingskader). Volgend op Programma VAWOZ wordt per verbinding in een projectprocedure voor het ruimtelijk plan en vergunningen, het (technisch) ontwerp van de kansrijke oplossingsrichtingen verder uitgewerkt en wordt meer detailonderzoek (zoals veldonderzoek en berekeningen) gedaan. Figuur 2-3 geeft een overzicht van de stappen in de mer-procedure en de bijbehorende planning.

Figuur 2-3 Planning en mer-procedure voor Programma VAWOZ

Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief

15

2.4 Participatie, inspraak en advies 2.4.1 Participatie Waarom participatie? Participatie is een belangrijke pijler in de Omgevingswet. Het doel van het participatieproces bij Programma VAWOZ is om samen met maatschappelijke organisaties, bewoners, het bedrijfsleven, en bestuursorganen tot breed gedragen oplossingsrichtingen te komen voor de aanlanding van wind op zee in de periode 2031-2040. Om zorgvuldige afwegingen te maken over de aanlanding van wind op zee is het belangrijk om omgevingsbelangen vroegtijdig mee te nemen. De gedachte hierachter en ervaring hiermee is dat samenwerking met de omgeving leidt tot betere projecten met meer draagvlak. Er is doorgaans betere aansluiting op de omgeving als belanghebbenden meedenken en gebiedskennis en ideeën worden aangedragen. Het participatieplan De manier waarop maatschappelijke organisaties, bewoners, bedrijven en bestuursorganen vroegtijdig betrokken worden bij het Programma VAWOZ wordt beschreven in het voornemen en voorstel voor participatie (maart 2023). De reacties op het voorstel voor participatie zijn betrokken bij het opstellen van de concept-NRD en zijn verwerkt in het participatieplan. Het participatieplan is opgesteld door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). Dit plan vormt de basis voor alle participatieactiviteiten gedurende de looptijd van het Programma VAWOZ.

Er wordt zowel op programmaniveau als op regionaal niveau participatie gevraagd. Op programmaniveau wordt informatie beschikbaar gesteld die voor alle stakeholders relevant is, ongeacht bij welke regio ze horen. Op regionaal niveau ligt de nadruk van participatie op interactie tussen en met verschillende partijen. Voor iedere regio zijn afspraken gemaakt over hoe het participatieproces eruit moet komen te zien en wie wanneer betrokken moet worden.

2.4.2 Participatie rondom de concept-NRD In deze concept-NRD wordt een voorstel gedaan voor de te onderzoeken kansrijke oplossingsrichtingen en het beoordelingskader waarmee deze oplossingsrichtingen onderzocht gaan worden in de IEA/plan-MER. Bij het komen tot dit voorstel zijn diverse werkvormen en participatieactiviteiten ingezet. Het doel van deze activiteiten was om samen te bespreken welke routes en zoekgebieden (kansrijke oplossingsrichtingen) onderzocht moeten worden en om aandachtspunten, gebiedskennis, kansen en risico’s op te halen. De volgende participatieactiviteiten hebben plaatsgevonden in de periode van maart 2023 tot en met januari 2024: • Reactiemogelijkheid op het ter inzage gelegde document ‘Voornemen en voorstel voor participatie’. In de Nota van Antwoord Voornemen en voorstel voor participatie Programma VAWOZ 2031-2040 is aangegeven hoe wordt omgegaan met de ingediende reacties. • Werksessies met omgevingspartijen over de routes en zoekgebieden. Het ontwerpproces wordt uitgebreid toegelicht in paragraaf 2.4.3. De verslagen van deze werksessie zijn te vinden op: Programma Verbindingen Aanlanding Wind Op Zee (VAWOZ) 2031-2040 (rvo.nl). • Diverse een-op-een gesprekken met verschillende belanghebbenden.

• Focussessies over specifieke gebieden (waaronder de Maasvlakte in Zuid-Holland en het terrein van Tata Steel en Vattenfall in Noord-Holland) en over specifieke routes met knelpunten (waaronder de route naar 380kV-station Vijfhuizen).

Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief

16

•

•

Ambtelijke en bestuurlijke overleggen in de regio’s. In deze overleggen wordt regionale advisering t.b.v. de uiteindelijke besluitvorming o voorbereid en worden voortgang, keuzes, aandachtspunten en dilemma’s in de regio besproken. Informeren van de omgeving door middel van kennisgevingen, digitale nieuwsbrieven, webinars en website.

De opgehaalde informatie tijdens bovengenoemde participatieactiviteiten bestaat met name uit lokale aandachtspunten over beschermde waarden (bijvoorbeeld natuur of landschappelijke waarden), ruimtelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld voorgenomen kustversterking) en zorgen die er leven in de omgeving (bijvoorbeeld over geluidhinder). Op basis van de opgehaalde informatie tijdens deze participatiemomenten, zijn routes en zoekgebieden (kansrijke oplossingsrichtingen) aangepast en aangevuld. Ook is besloten dat sommige routes niet verder worden onderzocht. In het Groeidocument Kansrijke Oplossingsrichtingen is dit proces verder beschreven en zijn deze routes opgenomen (zie Bijlage B). Daarnaast is de informatie gebruikt bij het opstellen van het beoordelingskader (zie hoofdstuk 5) en wordt deze meegenomen bij het onderzoek in de IEA/planMER. Nadat deze concept-NRD ter inzage is gelegd, kan iedereen gedurende een periode van 6 weken een reactie indienen via de formele inspraakprocedure (zie paragraaf 2.4.4 voor een nadere toelichting hierover). Er worden in deze periode regionale informatiebijeenkomsten georganiseerd waarin de regionale projectteams van Programma VAWOZ in gesprek gaan met de brede omgeving, waaronder bewoners en grondeigenaren.

De informatiebijeenkomsten zijn onder andere bedoeld om toe te lichten de rol van een NRD in het IEA/plan-MER is, wat er onderzocht gaat worden en welke stappen er zijn gezet en nog gezet gaan worden. Tijdens de informatiebijeenkomsten kunnen mensen vragen stellen.

2.4.3 Ontwerpproces kansrijke oplossingsrichtingen De ontwikkeling van kansrijke oplossingsrichtingen in het Programma VAWOZ gebeurt in een dynamisch ontwerpproces. Dit ontwerpproces wordt doorlopen met Rijkswaterstaat (RWS), TenneT, Gasunie, de provincies en andere (regionale) stakeholders, zoals gemeenten, milieuorganisaties en havenbedrijven. Op basis van de informatie die wordt verzameld, worden nieuwe ideeën uitgewerkt tot een alternatief, bestaande alternatieven aangepast, en minder kansrijke alternatieven niet verder onderzocht. Op een aantal momenten in het proces van programma VAWOZ wordt een pas op de plaats gemaakt in het ontwerpproces. De alternatieven worden ’bevroren’ ten behoeve van het onderzoek. Dat gebeurt in ieder geval in de concept-NRD, en tussen ronde 1 en ronde 2 van het plan-MER/IEAonderzoek. In deze concept-NRD is vastgelegd welke oplossingsrichtingen verder worden onderzocht in ronde 1 van de plan-MER/IEA. Tot aan dat moment zijn de routes en zoekgebieden voor converterstations, aanlandingsstations en grootschalige elektrolysers uitgewerkt op basis van interne werksessies en regiosessies met stakeholders. Hierbij is gekeken of de oplossingsrichtingen interessant zijn om verder te onderzoeken, of er andere opties mogelijk zijn en wat de aandachtspunten, risico's en kansen bij de oplossingsrichtingen zijn.

In deze periode zijn er ook oplossingsrichtingen afgevallen wanneer bij nadere detaillering bleek dat ze Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief

17

niet haalbaar waren. Niet haalbaar betekent in dit geval technisch of ruimtelijk niet mogelijk. Het kan ook zijn dat is ingeschat dat een oplossingsrichting onvergunbaar is, bijvoorbeeld vanwege potentieel effect op Natura 2000-gebied. De ontwikkeling van de kansrijke oplossingsrichtingen is verder toegelicht in het Groeidocument Kansrijke Oplossingsrichtingen (zie Bijlage B). Van de regionale werksessie zijn verslagen gemaakt, deze zijn te vinden op de website. Het doel van de selectie van kansrijke oplossingsrichtingen in de NRD is om tot een brede set te onderzoeken alternatieven te komen. Belangrijk is dat er geen alternatieven terzijde worden gelegd die zowel haalbaar als onderscheidend zijn wat betreft de effecten op de fysieke leefomgeving. Het is namelijk een wettelijke vereiste om ‘redelijke alternatieven’ te onderzoeken in de milieueffectrapportage. Ten alle tijde geldt dat de set alternatieven aan de doelstelling van het programma moet voldoen. Dit betekent dat er voldoende mogelijke verbindingen in beeld zijn, en dat deze goed zijn verdeeld over Nederland. Die verdeling is systeemtechnisch noodzakelijk want het energienetwerk moet de elektriciteit en waterstof kunnen transporteren naar de gebruikers zonder dat het net overbelast raakt.

In de eerste ronde van het IEA/plan-MER-onderzoek worden de alternatieven onderzocht op de thema’s uit het beoordelingskader dat bestaat uit verschillende aspecten en beoordelingscriteria. Er wordt hierbij expliciet gekeken naar de effecten die het gevolg zijn van de aanleg (en gebruik/ onderhoud) van een nieuwe verbinding, in combinatie met bestaande en toekomstige druk op de omgevingskwaliteit (cumulatie). Bij afronding van de eerste ronde IEA/plan-MER is het mogelijk dat alternatieven niet verder worden meegenomen omdat ze op basis van het gedane onderzoek niet haalbaar blijken. Er zal ook gekeken worden of het mogelijk is om alternatieven die minder gunstig uit de beoordeling in de eerste ronde komen, verder buiten beschouwing te laten. Er moeten wel voldoende onderscheidende alternatieven overblijven om aan de doelstellingen van het programma te kunnen voldoen. In ronde 2 van het IEA/plan-MER-onderzoek worden voor zover nodig alternatieven in meer detail onderzocht. Na ronde 2 wordt het programmadocument opgesteld. Hierin wordt de selectie van de meest kansrijke alternatieven vastgelegd, het gaat om de keuze van de minister voor de verbindingen die verder ontwikkeld gaan worden in de projectprocedure. Er wordt hierbij gestreefd om te komen tot één verder te ontwikkelen alternatief per beoogde verbinding.

Hierbij neemt de minister naast de IEA/plan-MER ook de adviezen uit de regio in overweging.

2.4.4 Inspraakprocedure concept-NRD Deze concept-NRD wordt ter inzage gelegd en iedereen kan hierop een reactie indienen. Zie voor de inspraaktermijn en de andere relevante informatie de kennisgeving bij deze notitie. Reacties kunnen worden ingediend bij Bureau Energieprojecten van het ministerie van EZK. Bureau Energieprojecten ontvangt uw zienswijzen bij voorkeur digitaal. De link daarvoor wordt gedurende de ter inzagelegging geplaatst op de webpagina https://www.rvo.nl/onderwerpen/bureauenergieprojecten/lopende-projecten/vawoz-2031-2040.

Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief

18

2.4.5 Wettelijke adviseurs De Commissie m.e.r. wordt om advies gevraagd over het detailniveau en de reikwijdte van het op te stellen IEA/plan-MER. Dit advies wordt gepubliceerd en kan leiden tot aanvullingen en aanpassingen in de aanpak van het IEA/plan-MER. Nadat de IEA/plan-MER is opgesteld, wordt hierover weer een advies aan de Commissie m.e.r. Tijdens de mer-procedure wordt advies ingewonnen bij een aantal wettelijke adviseurs, namelijk de minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) of een aangewezen bestuursorgaan. De wettelijke adviseurs worden betrokken worden bij de NRD en de IEA/plan-MER. De concept-NRD wordt definitief vastgesteld door de minister voor Klimaat en Energie. De ontvangen reacties, het advies van de Commissie m.e.r. en adviezen uit onder andere het bestuurlijk overleg worden bij vaststelling van de concept-NRD meegenomen.

Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief

19

3 Toelichting onderdelen elektrische en waterstofverbindingen 3.1 Inleiding Het Programma VAWOZ kijkt naar het aan land brengen van windenergie op zee in de vorm van elektriciteit en waterstof. Voor transport van windenergie in de vorm van waterstof is elektrolyse op zee nodig. Elektrolyse op zee wordt niet binnen het Programma VAWOZ onderzocht.6 Het Programma VAWOZ onderzoekt wel kansrijke locaties voor grootschalige elektrolyse op land. In de volgende paragrafen wordt toegelicht welke onderdelen nodig zijn (op zee en op land) voor elektrische verbindingen, waterstofverbindingen en elektrolyse op land. Een gedetailleerde uitwerking van deze onderdelen staat in de het Groeidocument Kansrijke Oplossingsrichtingen (zie Bijlage B).

3.2 Elektriciteitsverbinding Figuur 3-1 en Figuur 3-2 geven schematisch weer hoe de verbinding van een offshore windpark tot en met het landelijke hoogspanningsnet eruitziet. Dit wordt ook wel een ‘net op zee’ genoemd. De groene omkadering geeft de scope van het Programma VAWOZ aan. Het net op zee bestaat uit de volgende onderdelen: • AC of DC-converterplatform op zee7. • Ondergrondse AC/DC kabels op zee en op land. • Converter-/transformatorstation op land8. • Aansluiting op een 380kV-hoogspanningsstation (of 150kV voor een 700MW-verbinding vanuit HKW-8).

Figuur 3-1 Onderdelen elektrische verbinding van een 2GW-gelijkstroomverbinding

6

De effecten van waterstof productie op zee worden niet binnen het Programma VAWOZ onderzocht omdat er nog veel onzekerheden zijn over hoe waterstof op zee wordt geproduceerd en over de locaties van waterstofproductie op zee. 7 Er zijn twee varianten mogelijk voor het kabelsysteem: een wisselstroomverbinding (oftewel alternating current, AC) en een gelijkstroomverbinding (oftewel direct current, DC). Als het kabelsysteem een lengte heeft van circa 100 km of meer, is het om meer redenen voordeliger om met een DC-kabel aan te landen. In Programma VAWOZ is het uitgangspunt dat een wisselstroomverbinding een capaciteit van 700 MW heeft, en een gelijkstroomverbinding een capaciteit van 2 GW. 8 Binnen Programma VAWOZ wordt het uitgangspunt gehanteerd dat een converter-/transformatorstation op land op maximaal 6 km afstand ligt van het 380kV-hoogspanningsstation waarop wordt aangesloten.

Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief

20

Figuur 3-2 Onderdelen elektrische verbinding van een 700MW-wisselstroomverbinding

3.3 Waterstofverbinding Figuur 3-3 geeft schematisch weer hoe de verbinding van een offshore windpark tot en met het landelijke waterstofnetwerk eruit zou kunnen zien. Het waterstofconcept bestaat uit de volgende onderdelen: • Waterstofproductie op zee (buiten scope Programma VAWOZ). • Ondergrondse waterstofleidingen op zee en op land. • Afsluiterlocatie op land direct na de zeewering. • Aanlandingsstation waterstof op land.

Figuur 3-3 Onderdelen waterstofverbinding

Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief

21

3.4 Grootschalige elektrolysers op land Naar aanleiding van conclusies uit het PEH (zie paragraaf 1.3.1) wordt binnen Programma VAWOZ onderzoek gedaan naar kansrijke locaties voor elektrolysers nabij aansluitlocaties op land. Het uitgangspunt voor het Programma VAWOZ 2031-2040 is dat de grootschalige elektrolysers op dezelfde 380kV-hoogspanningsstations worden aangesloten als waar een converterstation op wordt aangesloten. Er is dan geen directe relatie tussen een converterstation (dus de verbinding wind op zee) en een elektrolyser. Figuur 3-4Figuur 3-4 geeft een impressie hoe een grootschalige elektrolyse installatie (in dit geval 1 GW) eruit zou kunnen zien.9

Figuur 3-4 Impressie 1 GW grootschalige elektrolyse-installatie op land (bron: Institute for Sustainable Process Technology De totale oppervlakte van een 1 GW elektrolyser kan oplopen tot 20 hectare (ha). Indien randvoorwaarden zoals elektriciteit en zoetwater aanwezig zijn, kan dit minder zijn. Dat zit als volgt: • Volgens het PEH neemt een elektrolyser van 1 GW ongeveer 10 ha in beslag. Daarnaast heeft een elektrolyser elektriciteit en zoetwater nodig. Dit zijn randvoorwaarden. Indien deze niet aanwezig zijn, zullen hier faciliteiten voor gebouwd moeten worden. Dit kost extra grond. Zo kost een transformatorstation om tot de juiste spanning te komen circa 5 – 6 ha. • Indien daar een ontziltingsinstallatie om van zoutwater zoetwater te maken bij moet komen, kan het totale grondgebruik van een 1 GW elektrolyser oplopen tot circa 20 ha. Programma VAWOZ brengt voor de periode na 2031 in beeld wat kansrijke locaties voor grootschalige elektrolyse zijn. Kansrijke locaties uit Programma VAWOZ zijn te zien als een aanvulling

9

https://ispt.eu/media/Public-report-gigawatt-advanced-green-electrolyser-design.pdf

Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief

22

en/of verdieping op de voorkeursgebieden uit het PEH. Detailstudies voor kansrijke locaties vinden niet in Programma VAWOZ plaats, maar in ruimtelijke procedures volgend op het programma. Voor de elektrische aansluitlocaties in Programma VAWOZ wordt in de IEA/plan-MER verkend in hoeverre inpassing van grootschalige elektrolyse kansrijk is. Daarbij wordt o.a. rekening gehouden met: • Hoe een elektrolyser past in het energiesysteem (vraag, aanbod, transport). • Hoe de omgeving tegenover een mogelijke komst van een elektrolyser staat. • Wat mogelijke milieueffecten van een elektrolyser zijn. • Wat een elektrolyser betekent voor economische ontwikkelingen in een gebied. • Hoe een elektrolyser past in mogelijke toekomstige ontwikkelingen. Daarnaast dient ten behoeve van de vraag van elektrolysers naar zoetwater (voor productie en koeling) in de nabijheid groot oppervlaktewater10, beschikbaar te zijn om gebruik van grondwater of drinkwater te voorkomen. De locatiebepaling van een elektrolyser zal (net als de onderdelen van de net op zee-verbinding) met inachtneming gaan van de richtlijnen water en bodem sturend. Parallel aan Programma VAWOZ doet het ministerie van Economische Zaken en Klimaat - in samenwerking met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat - onderzoek naar de relatie tussen zoetwaterbeschikbaarheid en elektrolyse.

De resultaten van het onderzoek worden eind eerste kwartaal 2024 verwacht en gedeeld met Programma VAWOZ. Deze informatie kan van invloed zijn op welke locaties voor grootschalige elektrolysers als kansrijk worden beschouwd. In theorie zou de behoefte aan zoetwater kunnen betekenen dat er een ontziltingsinstallatie bij de elektrolyser moet komen. Dit onderzoek wordt eind eerste kwartaal 2024 opgeleverd.

10

Waaronder de zee, dit vraagt om een ontziltingsinstallatie.

Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief

23

4 Ontwikkeling kansrijke oplossingsrichtingen 4.1 Inleiding In de paragrafen hierna zijn per regio de kansrijke oplossingsrichtingen beschreven. Paragraaf 2.4.3 bevat de toelichting op het ontwerpproces met Rijkswaterstaat (RWS), TenneT, Gasunie, de provincies en andere (regionale) stakeholders, zoals gemeenten, milieuorganisaties en havenbedrijven waarmee gekomen is tot het voorstel voor kansrijke oplossingsrichtingen. Elke paragraaf volgt dezelfde structuur: • Eerst wordt de bandbreedte van het aantal verbindingen dat (nettechnisch) kan aanlanden in de regio benoemd. • Daarna volgt een selectie van aandachtspunten vanuit de stakeholders die zijn betrokken bij de ontwikkeling van de kansrijke oplossingsrichtingen. • Vervolgens worden de kansrijke oplossingsrichtingen beschreven.

4.2 Kansrijke oplossingsrichtingen regio Noordzee 4.2.1 Inleiding en bandbreedte aantal verbindingen Binnen het Programma VAWOZ wordt gezocht naar ruimte voor grofweg tien elektrische en twee waterstofverbindingen. Verdeling van de verbindingen vanuit de windenergiegebieden is als volgt: • Zoekgebied 6/7: zes tot zeven elektrische verbindingen, twee waterstofverbindingen. • Lagelander: een tot twee elektrische verbindingen. • HKW8 (Hollandse Kust West 8): een elektrische verbinding. • Doordewind (west): een elektrische verbinding. Gezien de transportcapaciteit van de waterstofleidingen (10-15 GWH2 per leiding), wordt voor het traceren van leidingen alleen gekeken naar zoekgebied 6/7. Eventueel is het mogelijk om vanuit andere windenergiegebieden op de leidingen aan te takken. In het EIPN is ook gekeken welke opties er zijn voor het hergebruik van leidingen. Een nadere uitwerkingsslag op deze opties voor hergebruik is nodig en de resultaten uit dat onderzoek worden meegenomen in de integrale afweging voor Programma VAWOZ. Zie ook paragraaf 1.3.1. Voor de regio Noordzee zijn de te onderzoeken routes ontworpen vanuit de windenergiegebieden naar de verschillende aanlandingszones en naar het demarcatiepunt met het programma PAWOZEemshaven5.

De kaart in Figuur 4-1 geeft het overzicht van de kansrijke oplossingsrichtingen voor elektrische (paarse en rode lijnen) en de waterstofroutes (blauwe stippellijnen) op de Noordzee.

Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief

24

Figuur 4-1 Routes voor waterstof en elektriciteit regio Noordzee

Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief

25

4.2.2 Aandachtspunten vanuit stakeholders regio Noordzee In de regionale werksessies met stakeholders (bedrijven, maatschappelijke organisaties, overheden en netbeheerders), in één-op-één gesprekken met stakeholders en in de ambtelijke en bestuurlijke overleggen zijn diverse aandachtspunten benoemd. Deze aandachtspunten zijn betrokken bij het ontwikkelen van de routes en zoekgebieden en worden meegenomen in onder andere de detaillering van de routes en het beoordelingskader in het IEA/plan-MER-onderzoek dat gaat plaatsvinden. Hierna volgt een selectie van de belangrijkste aandachtspunten11: • Ecologische effecten, waaronder het doorkruisen van de Natura 2000-gebieden Voordelta, de Bruine Bank en het toekomstige Natura 2000-gebied Hollandse Kust. • De minister van Landbouw, Natuur en Voedselvoorziening bereid zich voor om de bodembeschermingsgebieden binnen Natura 2000-gebied Voordelta anders in te richten, in verband met de natuurcompensatie voor de aanleg van de Tweede Maasvlakte in 2008. Ook bereid zij zich voor om een extra natuurgebied boven de Maasmond aan te wijzen.12 Op dit moment lijkt het erop dat kabels en leidingen in deze gebieden worden toegestaan. • Er is een Afwegingskader voor veilige afstanden tussen scheepvaartroutes en windparken op zee13.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14098020/1