landelijk 1 coalitieakkoord-2021-2025
Tekst van het document
Buitenlandse zaken •
• •
• •
•
•
•
•
•
Wij geven het buitenlandbeleid vorm langs de volgende vijf lijnen: 1) bevorderen van de internationale samenwerking door een voortrekkersrol in de EU en multilaterale organisaties, via het versterken van de trans-Atlantische band en nieuwe partnerschappen, 2) meer focus op onze internationale belangen, 3) verminderen van de afhankelijkheid voor strategische goederen en grondstoffen, 4) respect voor mensenrechten blijven bevorderen in ons buitenlands beleid, 5) betere en toegankelijkere dienstverlening voor Nederlanders in het buitenland (o.a. via een sterker postennetwerk). We zetten de economische macht van de EU strategisch in, onder andere door sancties in te stellen die ook extraterritoriaal kunnen zijn. Militaire missies zijn in overeenstemming met het volkenrecht en bij voorkeur op grond van een duidelijk mandaat van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VN), waarbij we de lessen uit eerdere missies betrekken. We dragen binnen de bondgenootschappelijke verplichtingen bij aan een kernwapenvrije wereld. Buitenlandse inmenging gaan we tegen, o.a. door spionage strafbaar te stellen. Nationale en internationale veiligheid raken steeds meer verweven. Daarom richten we een nationale veiligheidsraad op. De Rijkswet Nederlanderschap leidt in sommige situaties tot onwenselijke problemen.
We herzien het automatisme waarbij Nederlanders met een meervoudige nationaliteit buiten het EUgrondgebied (na tien jaar) hun Nederlanderschap verliezen en maken het voor hen makkelijker het Nederlanderschap te behouden naast hun andere nationaliteit of, voor degenen die het na 1 april 2003 verloren, te herkrijgen. Nederland blijft er, met de getroffen landen, alles aan doen om waarheidsvinding, gerechtigheid en rekenschap te bewerkstelligen voor de aanslag op vlucht MH17, onder meer door de vervolging en berechting van de daders. We spreken ons uit en treden gericht op tegen mensenrechtenschendingen. We hebben daarbij speciale aandacht voor de meest grove mensenrechtenschendingen (zoals misdrijven tegen de menselijkheid), geloofsvrijheid (waaronder christenvervolging), LHBTIQ+ en persvrijheid. De bestaande gezanten voor specifieke thema’s blijven. We verhogen de bijdrage aan het mensenrechtenfonds. Nederland bekijkt samen met een representatief aantal gelijkgestemde EU lidstaten de erkenning van genocides en onder welke voorwaarden gezamenlijk tot erkenning van genocides kan worden overgegaan. Uitspraken van internationale gerechts- of strafhoven, wetenschappelijk onderzoek en/of vaststellingen door de VN-Veiligheidsraad zijn hierbij zwaarwegend.
In het Midden-Oosten Vredesproces blijft Nederland zich inzetten voor de tweestaten oplossing en het verbeteren van de relaties en praktische samenwerking tussen Israëliërs en Palestijnen.
Defensie • •
•
We investeren deze kabinetsperiode €10,7 miljard in onderhoud en intensivering van onze defensie uitgaven. Structureel trekken we €3 miljard uit. Een krachtige NAVO blijft de hoeksteen van onze collectieve verdediging. Wel zullen Europese landen vaker op eigen kracht conflicten moeten oplossen. We versterken onze krijgsmacht en verhogen de uitgaven fors richting de drie grondwettelijke taken en internationale verplichtingen. Wij brengen de basis op orde. Hiervoor moderniseert Defensie het loongebouw en het personeelsbeleid en werkt het achterstanden in materieel, ICT, voorraden en medische capaciteiten 40
• •
• • •
• • •
weg. We versterken de ‘combat (service) support’ en inzetvoorraden om de inzetbaarheid te vergroten. Defensie stoot overbodig vastgoed af en moderniseert en verduurzaamt benodigd vastgoed met oog voor regionale impact. We investeren in modern materieel (inclusief digitalisering, innovatie en benodigde nieuwe capaciteiten) en hanteren daarbij een langjarig perspectief. We verdiepen de samenwerking met omringende Europese landen. Om onze kerntaken goed uit te kunnen blijven voeren zetten we een langjarig traject in van intensieve samenwerking en versterking van onze specialismen. Dat vergroot de kwaliteit, kwantiteit en doelmatigheid van onze krijgsmacht. Zo zetten we in op gezamenlijk inkopen, vergroten we de interoperabiliteit en zetten we verdere stappen met de Duitse landmacht door eenheden samen te voegen. Ook in onderhoud werken we samen met omringende landen. Binnen de NAVO concentreert Nederland zich meer op de bescherming van de eigen regio. We versterken onze specialismen in ‘cyber’ en inlichtingen. Dit gebeurt in nauw overleg met onze belangrijkste partners. Op EU-niveau versterken we de samenwerking in de vorm van gemeenschappelijke missies en oefeningen, zoals antipiraterij, onderzoek en ontwikkeling, militaire mobiliteit, cyber en het tegengaan van desinformatie. We ondersteunen de ontwikkeling van EU ‘Battle Groups’ tot ‘Rapid Deployment Capacity’.
Hiertoe wordt het militair hoofdkwartier van de EU versterkt, waarbij dubbelingen met de NAVO zoveel mogelijk worden vermeden. Voor onze strategische onafhankelijkheid houden we, binnen de EU-regels, oog voor een vitale defensiesector in Nederland met een gelijkwaardiger Europees speelveld. Nederland speelt een actieve rol in de Europese ontwikkeling van defensiecapaciteiten, en sluit daarvoor aan bij de groeiende consensus over wederzijdse erkenning van vergunningen. Bij rijksbrede regels en beleid houden we rekening met de bijzondere positie van Defensie.
Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking •
•
•
• •
•
Nederland voert een actief handelsbeleid, waarbij handels- en investeringsverdragen (zoals CETA) een belangrijk instrument zijn. Bij deze verdragen zetten we in op hoge standaarden voor eerlijke productie, mensenrechten, voedselveiligheid, duurzame groei en klimaat . Tegelijkertijd beschermen we onze ondernemers tegen ongewenste investeringen en oneerlijke concurrentie. We ondersteunen ondernemers en het mkb om in de wereld succesvol te zijn. We vergroenen onze handelsinstrumenten in lijn met de uitkomsten van de akkoorden van Parijs en Glasgow. Nederland bevordert in de EU de internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen wetgeving (IMVO) en voert nationale IMVO-wetgeving in die rekening houdt met een gelijk speelveld met de omringende landen en implementatie van mogelijke EU-regelgeving. We streven ernaar arbitrage waar mogelijk via het nieuwe geschillenbeslechtingshof of nationale instituties in te richten, en aanvullende mechanismen transparant te maken. We verhogen de uitgaven aan Ontwikkelingssamenwerking (OS) met structureel €500 miljoen richting de internationale norm en besteden deze extra uitgaven aan het wereldwijde vaccinatieprogramma COVAX, het helpen van ontwikkelingslanden met een groene doorstart in klimaatmitigatie en klimaatadaptatie, en voor opvang in de regio (evt. als onderdeel van bredere migratieafspraken). We houden focus in het OS beleid.
Zo leveren we een grotere bijdrage aan de Sustainable Development Goals (SDG’s) en het bestrijden van de grondoorzaken van armoede, terreur, migratie 41
• •
•
en klimaatverandering. Met nationale partners, waaronder het maatschappelijk middenveld, en internationale partners zetten we ons in voor deze ambitieuze doelen. We ontwikkelen een Nederlandse ‘Global Health’ strategie en zetten in op de uitbanning van HIV in het kader van de seksuele en reproductieve rechten en gezondheid (SGRG) en TBC in 2030. We formuleren een gerichte Afrika-strategie. Deze strategie beoogt een gelijkwaardige economische ontwikkeling te stimuleren, armoede te verminderen, mensenrechten te verbeteren, irreguliere migratie te beperken. Een deel van het OS-budget blijft beschikbaar voor noodhulp, waaronder via nationale partners zoals de Dutch Relief Alliance. Binnen de gelden voor noodhulp is budget beschikbaar voor het aanbieden van psychosociale zorg.
Migratie Nederland staat voor een rechtvaardig, humaan en effectief asiel- en migratiebeleid. Wij willen migratie zoveel mogelijk in goede banen leiden en meer grip krijgen op migratie. Op wie er binnen komt, wie er mag blijven of terug moet. Het migratiebeleid stoelt op twee pijlers, die naast elkaar staan en gelijktijdig en in samenhang uitgevoerd worden: het verbeteren en versterken van legale migratie en parallel het beperken van irreguliere migratie, bestrijden van overlast en misbruik en bevorderen van terugkeer bij onrechtmatig verblijf. Ons doel is om migratie zoveel mogelijk gestructureerd te laten verlopen, ongewenste migratiestromen zoveel mogelijk te beperken en het draagvlak voor migratie in onze samenleving te behouden en te versterken. Dit conform internationale verdragen en EU-regelgeving. Voor de komende jaren vergt dit (financiële) steun voor opvang in de regio en effectievere en slimmere samenwerking binnen de Europese Unie. Maar het vraagt ook om het eigen huis op orde te brengen met snellere en zorgvuldiger asielprocedures, stabielere uitvoering, het tegengaan van overlast, en sneller starten met integratie of terugkeer.
Arbeidsmigratie •
•
•
Demografische ontwikkelingen, waaronder migratie, zijn van grote invloed op bijvoorbeeld de arbeidsmarkt en woningmarkt in Nederland. Om meer grip te krijgen op migratie en tijdig te kunnen anticiperen willen wij periodiek inzicht krijgen op de verwachte arbeids-, kennis- en asielmigratie. Daarbij is een mogelijkheid om te gaan werken met een beleidsmatig richtgetal van migratie naar Duits voorbeeld. De Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ) komt met een advies op dit onderwerp. Dit advies zal zwaar wegen bij de beleidsontwikkeling. Meer structuur in arbeidsmigratie: in de EU is er vrij verkeer van personen. Daarnaast is er ook arbeids- en kennismigratie van buiten de EU. Verschillende bedrijven en sectoren hebben deze mensen hard nodig. Om misstanden bij arbeidsmigratie tegen te gaan, voeren wij de aanbevelingen uit het rapport van Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten (Commissie Roemer) uit. Dit om uitbuiting van werknemers tegen te gaan, slechte huisvesting aan te pakken, en oneerlijke concurrentie en verdringing op de arbeidsmarkt te voorkomen. Als onderdeel van afspraken met derde landen over het terugnemen van uitgeprocedeerde asielzoekers, maken wij beleid om in dit kader een gerichte visumverlening en tijdelijke legale en circulaire arbeidsmigratie mogelijk te maken binnen strikte wederzijdse afspraken.
Asiel •
In Nederland is er altijd ruimte om mensen op te vangen die op de vlucht zijn voor oorlog, geweld en vervolging. Daarbij nemen wij ook internationaal onze verantwoordelijkheid. Samen met andere 42
•
•
•
•
Europese landen blijven we bijdragen aan humanitaire hulpverlening aan vluchtelingen op o.a. de Griekse eilanden. Wij zetten in op een effectief en menswaardig Europees asielbeleid. In deze kabinetsperiode werken we aan een fundamentele herziening van het gezamenlijke Europese asielsysteem (GEAS) zoals voorgesteld door de Europese Commissie en neergelegd in de kabinetsappreciatie, maar, als dit niet snel genoeg gaat, werken we hieraan verder met een kopgroep van gelijkgestemde lidstaten. In het geval van een humanitaire crisis of een fors hogere instroom van mensen die in Nederland asiel aanvragen, werken we samen met gelijkgezinde en ons omringende landen op het gebied van bewaken van de grenzen, relocatie en verdere operationele samenwerking. Daarmee hebben we een mechanisme om in tijden van crisis adequaat op te kunnen treden. In het EU-migratiebeleid willen wij inzetten op migratiepartnerschappen met derde landen die materieel voldoen aan de voorwaarden van het Vluchtelingenverdrag om migratiestromen te beheersen en terugkeer te realiseren. In ruil voor bijvoorbeeld afspraken over handel, hulp, steun bij opvang en tijdelijke legale en circulaire arbeidsmigratie, worden afspraken gemaakt om uitgeprocedeerde asielzoekers uit deze landen terug te nemen en irreguliere migratie tegen te gaan.
Tegelijkertijd kunnen aan landen die niet meewerken instrumenten worden onthouden die voor hen van belang zijn, bijvoorbeeld visa. Om irreguliere migratie en mensenhandel tegen te gaan, willen wij de bescherming van de buitengrenzen van de EU verder versterken binnen internationale verdragen. Ook wordt de strafmaat voor mensensmokkel verhoogd. Om de grondoorzaken van migratie aan te pakken, versterken wij onze buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking. Wij verhogen onze bijdrage aan de opvang van vluchtelingen in de regio.
Uitvoering op orde •
•
Nederland kent op papier een goede asielprocedure, maar in de praktijk zijn verbeteringen mogelijk. De aanbevelingen van het rapport van de Commissie Langdurig Verblijvende Vreemdelingen (commissie-Van Zwol) voeren wij integraal uit. Zo garanderen wij tijdigheid en zorgvuldigheid, voorkomen we onnodige stapeling van procedures, borgen we de menselijke maat, en gaan we het frustreren van terugkeer en vertrek van afgewezen asielzoekers tegen. In navolging van een van de aanbevelingen van deze commissie beziet het kabinet op korte termijn hoe in de asielprocedure het belang van het kind beter meegewogen wordt, daarbij rekening houdend met internationale jurisprudentie en het beleid in ons omringende landen. De financiering van de partners in de asielketen (met name IND en COA) moet stabieler en daarmee toekomstbestendiger worden. We investeren hiertoe €200 miljoen structureel. We versterken de expertise bij de IND inzake de beoordeling van de LHBTI’ers en bekeerlingen waarbij externe expertise wordt betrokken.
Opvang en terugkeer •
•
Overlastgevende asielzoekers, veelal veiligelanders, zetten het draagvlak voor opvang van echte vluchtelingen en de leefbaarheid voor omwonenden onder druk, ook ten nadele van medewerkers en medebewoners. Daarom is de afgelopen jaren een stevig pakket aan maatregelen vastgesteld om overlast aan te pakken. We continueren en intensiveren de huidige aanpak om overlastgevers in AZC’s, opvang en rond deze opvang en in het OV aan te pakken. Mensen die niet rechtmatig in Nederland mogen blijven, moeten terugkeren naar het land van herkomst. We zetten in op effectieve maatregelen die gericht zijn op of bijdragen aan terugkeer of vertrek van mensen die niet in Nederland mogen blijven. Dit doen wij door intensieve begeleiding via het terugkeerspoor uit te breiden, de meldplicht aan te scherpen, het onderwijs in gezinslocaties 43
• • •
in AZC’s in te richten op onderwijs in de taal van het land van herkomst en het uitbreiden van de Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV) naar een landelijk dekkend netwerk waarbij de opvang altijd gericht is op terugkeer. Zelfstandige gemeentelijke opvang is dan niet meer nodig en wordt door het Rijk niet meer gefinancierd. Als sluitstuk van een zorgvuldig proces wordt in de wet het middel van de ongewenstverklaring aangepast zodat deze ook betrekking kan hebben op uitgeprocedeerde asielzoekers die weg moeten, die weg kunnen, maar die niet meewerken aan hun terugkeer of vertrek en daarbij richten we ons in het bijzonder op diegenen die overlast veroorzaken. Na de invoering van de hierboven genoemde maatregelen ten behoeve van terugkeer, verhogen wij het UNHCR (United Nations High Commissioner for Refugees) quotum van 500 naar 900. Dit verhoogde quotum voorziet ook in uitzonderlijke situaties waarin een beroep wordt gedaan op Nederland vanuit Europese solidariteit. We zetten de behandeling van het wetsvoorstel vaststellingsprocedure staatloosheid (Kamerstukken 35687) voort. Hierbij wordt bezien of aanvullend onderzoek van belang is naar omvang van en omgang met langdurig verblijvende ongedocumenteerden en staatlozen in Nederland.
44
Bijlage: financiën Dankzij prudent begrotingsbeleid beschikt het kabinet over voldoende financiële buffers om de coronacrisis in financieel opzicht goed te doorstaan. De grote opgaven waar we de komende jaren voor staan, gaan in financieel opzicht wederom veel vragen. Een daadkrachtige aanpak mag echter niet ten koste gaan van een solide begroting op langere termijn. Met het oog daarop hanteert dit kabinet een trendmatig begrotingsbeleid met daarbij duidelijke spelregels. •
•
•
•
•
•
We kiezen voor een evenwicht tussen een kabinet dat de grote maatschappelijke problemen oplost en voldoende budgettaire prudentie. Daarbij koersen we op een begrotingstekort dat zo snel als mogelijk teruggaat naar een dalend pad. We accepteren een tijdelijk hogere schuld om daarmee maatschappelijke opgaven op te lossen en we streven vervolgens naar een dalende schuld. Rekening houdend met externe omstandigheden hoort daar een onderliggend EMU-saldo van -1¾% bbp bij. Dit betekent een structurele budgettaire ruimte van ca. € 13 miljard en voor de komende 10-15 jaar een grotere incidentele ruimte. Met die incidentele ruimte kunnen de grote maatschappelijke opgaven zoals klimaat, stikstof en achterstallig onderhoud opgelost worden. Dit vanuit de gedachte dat als die problemen nu niet worden opgelost, de kosten op lange termijn verder zullen stijgen. Ten behoeve van klimaat en stikstof worden er fondsen gevormd ter hoogte van € 60 mld. Deze fondsen vragen om een robuust mechanisme en governance van besluitvorming cf. bijvoorbeeld het MIRT en Deltafonds. De governance wordt gestoeld op een aantal doelen en principes: het bieden van planningszekerheid voor de langere termijn, doorzettingsmacht voor verantwoordelijke bewindspersonen, controle op doelmatigheid en doeltreffendheid door de minister van Financiën en stevige parlementaire controle.
In de budgettaire bijlage zijn de effecten van dit coalitieakkoord op de overheidsfinanciën terug te vinden. Het gaat om stevige intensiveringen om de maatschappelijke opgaven op te lossen. Met het oog op de lange termijn financiële houdbaarheid van de overheidsfinanciën zijn de stijgende zorgkosten een aandachtspunt. Er is daarom gekozen om gedurende de kabinetsperiode te intensiveren in onder meer pandemische paraatheid. Op de lange termijn wordt de groei van de zorgkosten geremd en draagt daarmee bij aan een gezonde begroting op de lange termijn. De al geldende begrotingsregels worden bestendigd. Dat betekent dat tegenvallers worden opgevangen binnen het desbetreffende plafond, meevallers (onderuitputting) onder de plafonds komen ten gunste van het saldo. De aanpassingen die de 16e Studiegroep Begrotingsruimte heeft geadviseerd worden overgenomen. Het gaat daarbij onder andere om het creëren van een investeringsplafond, het zoveel mogelijk loslaten van koppelingen tussen inkomsten en uitgaven en het communiceren over de jaar-op-jaar ontwikkeling van uitgaven en inkomsten. Er wordt gekozen voor een meevallerformule. Als de raming van het feitelijk EMU-saldo langjarig beter is dan een saldo van -1% bbp, dan wordt 50% van die ruimte bestemd voor lastenverlichting en 50% voor schuldaflossing.
Daarmee worden in eerste instantie de meevallers tussen het feitelijk saldo en het beoogde saldo op lange termijn volledig gebruikt ten behoeve van de staatsschuld. Besluitvorming vindt plaats bij het hoofdbesluitvormingsmoment in het voorjaar. Daarbij wordt ook besloten over de gevolgen van uitgavenmutaties in de zorg en de gevolgen daarbij voor de zorgpremies waarbij het automatisme dat dalende zorgpremies leiden tot compenserende lastenstijging wordt losgelaten. Dit vergt voortaan expliciete besluitvorming. Er is één hoofdbesluitvormingsmoment in het voorjaar, waarop met de komst van dit kabinet ook over de hoofdlijnen van de inkomsten besloten wordt. Het kabinet zal reële vaste uitgavenplafonds hanteren. De totale overheidsinkomsten bewegen mee met de economische conjunctuur, de
45
•
beleidsmatige lastenontwikkeling wordt beheerst via het inkomstenkader. Hierdoor functioneert de overheidsbegroting als een economische stabilisator. Hoger dan in dit coalitieakkoord verwachte inflatie zal leiden tot hogere nominale uitgaven dan verwacht, maar ook tot hogere nominale inkomsten dan verwacht. Daarmee vormt een hogere inflatie geen directe bedreiging voor de gezondheid van de overheidsfinanciën. Wanneer de hogere inflatie gepaard zou gaan met een hogere reële rente, zal dit leiden tot tegenvallers. De gemiddelde looptijd op de staatsschuld van ca. 8 jaar vormt hiertegen een bescherming in de tijd. Ten slotte, hogere inflatie kan wanneer de lonen niet (volledig) mee stijgen, leiden tot koopkrachtverlies. De coalitie zal dit elk jaar bij de koopkrachtbesluitvorming op het hoofdbesluitvormingsmoment betrekken.
Financieel overzicht Dit kabinet kiest ervoor om grote maatschappelijke uitdagingen aan te pakken op het gebied van stikstof, klimaat, (achterstallig) onderhoud en woningbouw. Daarnaast investeert de coalitie in een kansrijke start (onderwijs en kinderopvang), bestaanszekerheid en middeninkomens. Ook trekt de coalitie extra geld uit voor een sterke en dienstbare overheid, waarbij de burger centraal staat. De coalitie besteedt extra middelen aan pandemische paraatheid. Tegelijk, met het oog op de lange termijn gezondheid van de overheidsfinanciën, neemt de coalitie maatregelen om de sterk groeiende zorguitgaven af te vlakken. De coalitie investeert verder in veiligheid, zowel nationaal als internationaal. Met de extra intensiveringen in defensie brengen we de defensie-uitgaven op het EU-NAVO-gemiddelde. Deze coalitie gebruikt daarnaast de middelen uit het Europees herstelfonds ter financiering van de plannen uit onder meer dit coalitieakkoord. De coalitie verhoogt de lasten gericht op het bevorderen van een gezonde leefstijl, vergroening en het tegengaan van belastingontwijking en verlaagt die gericht, met name voor lage- en middeninkomens, werkenden en gezinnen.
46
Financieel overzicht, in mln. + is saldoverslechterend I. Democratische rechtsorde Onderwerpen
2022
2023
2024
2025
Struc
Totaal democratische rechtsorde
1.803
5.014
6.071
6.138
2.011
a. Overheid op orde
722
1.224
1.294
1.294
681
b. Medeoverheden
1.050
3.749
4.731
4.814
1.300
c. Caribisch Nederland
31
41
46
30
30
Onderwerpen
2022
2023
2024
2025
Struc
Totaal Duurzaam land
405
4.167
7.258
9.724
3.265
700
1.300
1.500
0
e1. Klimaat- en transitiefonds (35 mld. t/m 2030)
800
1.980
3.310
0
e2. Klimaatuitgaven overig
12
78
94
55
f.
Afschaffen verhuurderheffing
470
900
1.420
1.710
g.
Infrastructuur (waaronder water)
405
2.185
3.000
3.400
1.500
2022
2023
2024
2025
Struc
220
640
960
1.100
1.000
2025
Struc
II. Duurzaam land
d.
Stikstoffonds (25 mld. t/m 2035 w.v. 20 mld. t/m 2030)
III. Veiligheid en sterke samenleving Onderwerpen h. Veiligheid
IV. Bestaanszekerheid en kansengelijkheid Onderwerpen Totaal Bestaanszekerheid en kansengelijkheid
2022
2023
2024
2.450
7.069
9.970 11.713 12.237
i.
Onderwijs, cultuur en wetenschap
2.250
2.770
4.300
4.200
3.700
j.
Invoering studiebeurs (afschaffen leenstelsel)
5
590
610
180
1.000
k.
Kinderopvang werkenden (afschaffen Kinderopvangtoeslag)
19
59
224
1.716
2.249
l.
Verhogen WML (en vereenvoudiging huurtoeslag)
900
1.400
1.400
3.000
3.000
3.000
3.000
176
650
936
1.217
888
2022
2023
2024
2025
Struc
50
250
300
300
0
Onderwerpen
2022
2023
2024
2025
Struc
Totaal
785
1.495
1.226
42
-4.519
p1. Zorg
545
1.195
866
-268
-4.819
p2. Intensivering pandemische paraatheid
240
300
360
310
300
m. Lastenverlichting middeninkomens n.
Arbeidsmarkt (waaronder armoede en schulden)
V. Welvarend land Onderwerpen o. Regiodeals
VI. Gezondheid
47
VII. Internationaal Onderwerpen Totaal
2022
2023
2024
2025
Struc
2.233 1.900
4.444 4.100
4.756 4.200
3.556 3.000
q.
Defensie
821 500
r.
Ontwikkelingssamenwerking en internationaal
321
333
344
556
556
2022
2023
2024
2025
Struc
8
-3.595
-3.970
-4.241
-4.240
-1.500
-1.500
-1.500
0
8
-2.095
-2.470
-2.741
-4.240
Onderwerpen
2022
2023
2024
2025
Struc
Totaal
6.541 17.273 26.259 29.532 13.310
EMU-saldo1
-3,2%
-2,3%
-2,4%
-2,5%
EMU-schuld
58,6%
59,0%
59,6%
60,4%
Overig Onderwerpen Totaal s.
Inzet Europees herstelfonds (RRF)
t.
Lasten
Totaal
Onderliggend saldo (doel coalitie) 2
-1,75%
1
Voor de kabinetsperiode is gerekend met een inverdieneffect van 42%. Met een saldo van -1,75% stabiliseert de schuld op 60% van het bbp. Veronderstellingen daarbij zijn een rente van 0% en een nominale groei van het bbp van 3%. 2
48
Toelichting Hieronder volgen enkele tabellen die de inspanning van de coalitie voor het klimaat inzichtelijk maken. Deze tabellen geven een overzicht van de klimaatmaatregelen uit het Coalitieakkoord. Dit is een indicatieve eerste inschatting van het mogelijke CO2-effect, een doorrekening van het PBL is nodig. De waardes in de tabellen geven een bandbreedte weer van het mogelijke effect. Een verdere invulling van de maatregelen is nodig. Het klimaatpakket zal in samenhang moeten worden doorgerekend door PBL voor een goede inschatting van de totale CO2-effecten. De uitgaven en lasten van de andere prioriteiten van het nieuwe kabinet, zoals daar zijn stikstof, infrastructuur, onderwijs, veiligheid en defensie zijn gedetailleerd terug te vinden in de budgettaire bijlage. Ook de verdeling over sectoren is indicatief. Het is aan het kabinet om te komen tot een integraal pakket dat tot voldoende reductie leidt en oog heeft voor weglekeffecten, uitvoerbaarheid, kosteneffectiviteit en het verdienvermogen van Nederland. De bandbreedte Mton (laag-hoog) in onderstaande tabellen is indicatief voor 2030. De afzonderlijke CO2-besparing van de individuele maatregelen kunnen niet zonder meer bij elkaar worden opgeteld, ook omdat de maatregelen op elkaar inwerken. Een doorrekening door PBL van het pakket in samenhang is nodig om een goede inschatting te kunnen krijgen van het totale CO2-effect.
Elektriciteitssector Uitgaven Maatregel
Bandbreedte Mton 2022 2023 2024 2025 Struc
Cum (2030)
Totaal
0,5 - 2,0
100
300
400
0
6.000
1.
Subsidieregeling CO2-vrije gascentrales (F)
0,5 - 2,0
50
100
150
0
1.000
2.
Bouw kerncentrales (cumulatief 5 mld) (F)
50
200
250
0
5.000
Industrie Maatregel Totaal
Bandbreedte Mton 2022 5–6
2023
2024 2025 Struc
-26
-61
-138
-128
Cum (2030) -864
Uitgaven industrie Maatregel
Bandbreedte Mton 2022 2023 2024
2025 Struc
Cum (2030)
3.
Toezicht en handhaving energiebesparingsplicht
0,1 - 0,5
0
0
0
14
56
4.
Stimuleringsprogramma ontwikkeling en opschaling recycling
0,1 - 0,1
7
8
9
7
70
5a. Verplicht percentage recyclaat in bouwmaterialen
0,15 - 0,3
3
4
4
3
30
5b. Circulaire ketenprojecten
0,01 - 0,01
2
2
2
2
16
0-0
0
0
0
0
0
6.
CCS
49
Inkomsten industrie Maatregel
2023
2024
2025
Struc
Cum (2030)
Aanscherpen CO2-heffing industrie
4,0 - 4,0
0
0
0
0
0
7a. Oplopende CO2 minimumprijs (een bodemprijs; geen vlakke heffing)
0,0 - 0,0
0
0
0
0
0
8a. Tariefstructuur energiebelasting EB (Fit for 55) (gas en elektra)
0,5 - 0,5
-250
-500
-500
-500
-3.750
8b. Verlagen tarief ODE 2e en 3e schijf (elektra)
0,0 - 0,0
288
500
500
500
3.788
8c. Gebruik envelop motie Hermans (75 mln)
0,0 - 0,0
-75
-75
-75
-75
-600
-78
-79
-473
2024
2025
Struc
Cum (2030)
247
635
1.254
637
11.120
Bandbreedte Mton 2022 2023
2024
2025
Struc
Cum (2030)
7.
9.
Afschaffen vrijstellingen EB – mineralogische en metallurgische procedés
Bandbreedte Mton
2022
0,1 - 0,5
Gebouwde omgeving Maatregel Totaal
Bandbreedte Mton 2022 2023 7-7
Uitgaven gebouwde omgeving Maatregel 10. Stimulering hybride warmtepompen (150.000 p/j) (F) 11. Nationaal isolatieprogramma (F)
0,9 - 0,9
0
0
150
0
900
0-0
0
180
360
0
3.350
12. Sneller naar isolatienorm huur (koppeling afsc. VHH)
1,0 - 1,0
0
0
0
0
0
13. Verduurzaming maatschappelijk vastgoed (F)
1,0 - 1,0
0
100
330
0
2.750
14. Energieprestatie-eisen nieuwbouw industrie
0,1 - 0,1
0
50
50
0
500
Bandbreedte Mton 2022
2023
2024
2025
Struc Cum (2030)
247
305
364
637
3.620
15a. L w.v. 1e schijf gas (+5,23 ct)
-227
-275
-320
-493
-3.043
15b. L w.v. 1e schijf elektriciteit (-5,23 ct)
474
580
684
1.130
6.663
0
0
0
0
0
Inkomsten gebouwde omgeving Maatregel 15. Schuif energiebelasting 1e schijf (van elektriciteit)
16a. Bijmengverplichting groen gas (20%)
1,3 - 1,3
2,88 - 2,9
16b. Compensatie energierekening groen gas
0-0
225
225
225
225
1.800
16c. Gebruik envelop motie Hermans (225 mln)
0-0
-225
-225
-225
-225
-1.800
2023
2024
2025
Struc Cum (2030)
0
0
-145
-133
-836
Landbouw en landgebruik Maatregel Totaal
Bandbreedte Mton 2022 6-6
Uitgaven landbouw en landgebruik Maatregel 17. Stikstofpakket (kosten lopen elders mee)
Bandbreedte Mton
2024
2025
Struc
Cum (2030)
0
0
0
0
0
Bandbreedte Mton 2022 2023
2024
2025
Struc
Cum (2030)
5,0 - 5,0
2022 2023
Inkomsten landbouw en landgebruik Maatregel 18a. L w.v. beperken inputvrijstelling WKK
1,0 - 1,0
-100
-100
-600
18b. L w.v. afschaffen verlaagd tarief glastuinbouw
1,0 - 1,0
-45
-33
-236
50
Mobiliteit Maatregel
Bandbreedte Mton 2022
Totaal
3-4
2023
2024
2025
Struc
Cum (2030)
-400
-603
-722
-512
-5.097
Uitgaven mobiliteit Maatregel
Bandbreedte Mton
19. Vergroening personenvervoer en reisgedrag
2022
2023
0,3 - 0,5
2024
2025 Struc
Cum (2030)
14
29
29
265
2024
2025
Struc
Cum (2030)
0
0
Inkomsten mobiliteit Maatregel
Bandbreedte Mton 2022 2023
20. L w.v. MRB++ EV/Fossiel (km-stand)
2,5 - 2,5
21. Vrijstelling bpm bestelauto naar 0% in 2026
0,7 - 0,7
22. Verhogen onbelaste reiskostenvergoeding (budgettaire reeks loopt mee met lastentabel)
-0,2 - -0,2
23. Verhogen vliegbelasting (400 mln taakstellend)
0-0
-400
-217
-351
-141
-2162
-400
-400
-400
-3200
2024
Infrastructuur, innovatie en maatwerk Maatregel Totaal
Bandbreedte Mton 2022 2023 0-0
750
2025
Struc
Cum (2030)
1.450 2.150
80
22.580
2024
Struc
Cum (2030)
0
22.000
Uitgaven infrastructuur, innovatie en maatwerk Maatregel
Bandbreedte Mton 2022 2023
24. 22 mld voor 1) Subsidie vroege fase opschaling; 2) Investering infrastructuur (waterstof, warmte, laadinfra etc); 3) Bindende maatwerkafspraken industrie (groene industriepolitiek); incl stimuleren innovatie mkb (F)
700
2025
1.400 2.070
Inkomsten infrastructuur, innovatie en maatwerk Maatregel
Bandbreedte Mton 2022 2023
25. Verhogen budget EIA
0,2 - 0,2
26. Verhogen budget MIA/VAMIL
0,3 - 0,3
50
2024
2025
Struc
Cum (2030)
50
50
50
400
30
30
180
Struc
Cum (2030)
Overig Maatregel
Bandbreedte Mton 2022 2023
Totaal
3,0 - 6,0
27. Doorwerking Fit-for-55 (EU)
1,0 - 2,0
28. Doorwerking klimaatakkoord + augustusbesluitvorming
2,0 - 4,0
29. Uitvoeringskosten medeoverheden en planbureaus 30. Loslaten koppeling SDE en ODE
0,0 - 0,0
2024
2025
300
500
800
5.6000
300
500
800
5.600
0
0
0
0
0
Struc
Cum (2030)
-56
38.504
Totaal Maatregel Totaal
Bandbreedte Mton 2022 2023 2024 2025 25,4 - 31,0
51
971
2.221 3.599